CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota uiterlijk van bouwwerken Schiedam 2025

Gemeenteraad 15 juli 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit Vaststellen Nota Uiterlijk van Bouwwerken Schiedam13.161 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking is zorgvuldig en evenwichtig; • de architectuur volgt het beeld van de dorpse bebouwing met individuele panden en bescheiden ensembles; • de hoofdmassa zet de toon, heeft een fijne detaillering en een heldere, in de regel verticale geleding; • bijgebouwen hebben een bescheiden vormgeving; • begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel; • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume. Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn traditioneel of terughoudend, zoals IJsselsteentjes, geelgrijze of roodbruine baksteen en Oud Hollandse, keramische dakpannen of leien; • materialen en kleuren afstemmen op aangrenzende bebouwing; • aandacht voor variatie in kleurgebruik tussen de panden. Overig • installaties, zoals airco’s: - uit het zicht van de openbare ruimte plaatsen; - indien dit aantoonbaar niet mogelijk is, niet nadrukkelijk in het zicht van de openbare ruimte plaatsen.

41

42

OVERIGE CRITERIA Hoofdstuk 4

43

44

Overige Criteria De criteria voor gebieden en objecten gaan uit van de aanwezige kwaliteit en geven richtlijnen voor veranderingen, die redelijkerwijs passen in hun omgeving. Het kan voorkomen, dat een bouwwerk of een plan afwijkt van zijn omgeving. In dat geval kan er gebruik worden gemaakt van de algemene criteria of van de criteria voor excessen. Daarnaast is een toelichting op de omgang met grote bouwplannen die afwijken van de gangbare structuur opgenomen en een toelichting op de omgang met plannen binnen de invloedssfeer van cultureel erfgoed.

Algemene criteria De algemene criteria richten zich op het vakmanschap. In bijzondere situaties wanneer de gebiedsgerichte en de objectgerichte criteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expliciet terug te grijpen op de algemene criteria. Dit kan zijn als een bouwplan past binnen de criteria voor objecten of gebieden en toch duidelijk onder de maat blijft of als het afwijkt van de omgeving maar door bijzondere schoonheid wél voldoet. •

Relatie tussen vorm, gebruik en constructie

Van een bouwwerk wordt verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft. •

Relatie tussen bouwwerk en omgeving

Van een bouwwerk wordt verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is. •

Betekenissen

van

vormen

in

sociaal-culturele

context

(C)

Van een bouwwerk wordt verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. •

Evenwicht tussen helderheid en complexiteit

Van een bouwwerk mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat. •

Schaal en maatverhoudingen

Van een bouwwerk mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. •

Materiaal, textuur, kleur en licht

Van een bouwwerk mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken.

45

Excessen Bij het opstellen van deze nota is de gemeente ervan uitgegaan dat initiatiefnemers bij het maken van hun plannen aansluiten op het karakter van de omgeving en rekening houden met de aanwezige kwaliteiten. Schiedam vertrouwt erop dat een ieder verantwoording neemt voor het aanzien van de gemeente. Een plan zal redelijkerwijs moeten aansluiten op wat gebruikelijk is. De initiatiefnemer heeft vrijheid binnen de structuur en architectuur van het bestaande gebied. Wie rekening houdt met zijn omgeving voorkomt dat plannen afbreuk doen aan de aanwezige kwaliteiten. Als er bij het maken van een plan onvoldoende rekening wordt gehouden met de structuur en architectuur van het gebied kan er sprake zijn van een exces. Daarbij geldt, dat er eerder sprake is van exces naarmate een bouwwerk meer zichtbaar is vanuit de openbare ruimte. Een aanbouw aan de achterzijde van een woning in een bouwblok is minder van invloed op het aanzien van de gemeente dan een aanbouw aan de zijgevel van een vrijstaande woning aan een doorgaande route. Ook is er eerder sprake van een exces bij cultureel erfgoed. De hier opgenomen criteria zijn niet bedoeld om de plaatsing van een bouwwerk tegen te gaan.

De gemeente hanteert bij het toepassen van deze excessenregeling het criterium, dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de omgevingskwaliteit van een gebied. Vaak heeft dit betrekking op: •

Het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving

De plaatsing van een schuur of hoge schutting voor de voorgevel of het dichttimmeren van gevelopeningen kan het zicht op een bouwwerk hinderen. Dit geldt ook voor het plaatsen van een (flink) bijgebouw naast een klein monument. •

Het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden

Aanpassingen aan een bouwwerk kunnen de architectonische bijzonderheden van een pand zodanig beschadigen dat het in strijd is met de omgevingskwaliteit waaronder het uiterlijk van bouwwerken. Een toegevoegd wezensvreemd element dat de architectuur van een pand ontkent, kan het oorspronkelijk karakter van een bouwwerk (deels) teniet doen, net als achterstallig onderhoud aan de buitenzijde van een bouwwerk. Van een andere orde zijn bouwwerken die door een calamiteit geheel of gedeeltelijk onherstelbaar zijn beschadigd. Het in stand laten van dit soort objecten kan een exces zijn. •

Armoedig materiaalgebruik

Omdat materialen die niet geschikt zijn als bouwmateriaal kunnen leiden tot een armoedige en ook gevaarlijke situaties, kan de gemeente verlangen dat een ander materiaal wordt gebruikt. •

Felle of contrasterende kleuren

Het toepassen van felle kleuren of kleuren die contrasteren met de directe omgeving, kan leiden tot een onrustig beeld en is daarom ongewenst. Ook het schoonmaken van typerende beroete gevels in de binnenstad kan leiden tot een ongewenst contrast met de omgeving.

46

•

Te opdringerige reclames

Een veelheid of hinderlijk in het oog springende reclame kan een exces zijn. Dat geldt niet alleen voor extern aangebrachte reclames, maar ook voor intern aangebrachte reclames die het uiterlijk van een gebouw beïnvloeden zoals beplak- te glazen puien. Of er daadwerkelijk sprake is van een exces is onder andere afhankelijk van de ligging en de omvang van het gebouw. •

Een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is

Een gevel kan door een veelvoud van kleine toegevoegde elementen te veel uit de toon vallen. Daarnaast kunnen een of meerdere nieuwe gebouwen de samenhang in een gebied verstoren doordat de kenmerken hiervan teveel afwijken van wat gebruikelijk is. Aan de hand van de gebiedsgerichte criteria kan bekeken worden wat redelijkerwijs verwacht kan worden van een nieuw gebouw. Bij de beoordeling of een object al dan niet een exces is, wordt hiermee rekening gehouden. De excessenregeling geldt voor de hele gemeente en kan zowel vooraf (als minimale ambtelijke toets) als achteraf (bij handhaving, bijvoorbeeld van vergunningsvrije bouwwerken) ingezet worden.

Ontwikkelingen Ook nieuwbouwplannen en herontwikkelingsprojecten vereisen een bijzondere inzet. De nota bevat echter geen criteria voor grotere (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. Dit is het geval indien sprake is van een functiewijziging ten opzichte van de gebiedenkaart waarbij de gebiedsgerichte criteria voor het betreffende gebied niet toereikend zijn voor een goede beoordeling. Dergelijke criteria voor het uiterlijk van bouwwerken kunnen niet worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan, bijvoorbeeld in de vorm van een beeldkwaliteitsplan, aan ten grondslag ligt. Het opstellen van criteria voor het uiterlijk van bouwwerken (beeldkwaliteitsplan of een (voorheen) welstandsparagraaf) voor (her)ontwikkelingsprojecten kan een onderdeel zijn van de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De criteria worden in dat geval opgesteld door de gemeente of in overleg met de commissie. De gemeenteraad stelt de criteria voor het uiterlijk van bouwwerken vervolgens vast ter aanvulling op deze nota, waarbij de inspraak gekoppeld kan worden aan de inspraakregeling bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De bedoeling is dat deze gelden, tot de oplevering van de laatste woning.

Erfgoed Schiedam combineert een veranderlijk karakter met de wens cultuurhistorisch waardevolle bouwwerken als monumenten en beeldbepalende bouwwerken te behouden. De gemeente heeft een aanzienlijke hoeveelheid cultureel erfgoed, waarbij het industriële erfgoed met onder meer branderijen, pakhuizen en de kring van stellingmolens het meest kenmerkend is. Naast monumenten aangewezen door het Rijk zijn er gemeentelijke monumenten en overige cultuurhistorisch waardevolle panden. Een aanzienlijk deel van het erfgoed staat

47

in de binnenstad, die door het Rijk is aangewezen als beschermd stadsgezicht. In de toelichting op het aanwijzingsbesluit staat een uitgebreide beschrijving van de te beschermen waarden. Het erfgoed van Schiedam is zeer divers, maar heeft tegelijkertijd een aantal overeenkomsten die bijvoorbeeld voortvloeien uit traditionele technieken en of voortkomen uit het landschap. Wat in ieder geval overeenkomt, is de wens van de gemeente dit erfgoed te koesteren. De meeste historische objecten hebben een lange geschiedenis van aanpassingen en uitbreidingen achter zich, waardoor een beschrijving van de eigenschappen van deze objecten moeilijk is. Er zijn echter wel enkele grote lijnen te duiden. Allereerst is er de relatie met het landschap of de structuur van de stad. Waar de boerderijen vooral op de kreekruggen in het buitengebied te vinden zijn en vrij staan in ruime tuinen, geldt voor de woonhuizen in bijvoorbeeld het historisch centrum in de regel dat ze dicht op belendingen staan en een aaneen- gesloten rooilijn volgen met kleine verspringingen. Een andere lijn bestaat uit de bouwmassa en architectuur van het object op zich, waartussen in de regel een duidelijke samenhang bestaat. Een woonhuis is kleiner van maat dan een pakhuis of publiek gebouw als een kerk. Hierdoor is de architectuur van het eerste in de regel meer afhankelijk van één hoofdkeuze.

Een woning zal veelal meer bescheiden zijn gedetailleerd dan een publiek gebouw. Naarmate een pand groter is, zullen er vaker meer bouwdelen zijn met ruimte voor variatie Waarde en beleid Van belang voor cultureel erfgoed is allereerst de waarde van het object op zich. Elk pand of bouwwerk heeft een eigen architectuur en daarmee wat betreft de vormgeving een eigen logica. Daarnaast is er veelal sprake van ensemble-waarde, die voor (voormalige) boerderijen een andere logica heeft dan voor een kerk met pastorie of sociale woningbouw rond een plantsoen. door middel van de gebiedsen objectgerichte criteria stelt de gemeente daarom eisen aan plannen voor en binnen de invloedssfeer van monumenten en cultuurhistorisch waardevolle panden. Dit is om recht te doen aan de bijzondere waarde van objecten en gebieden. De gemeente wenst de ontwikkeling in beginsel te beperken tot het versterken of herstellen van historisch wenselijke eigenschappen danwel het faciliteren van nieuw gebruik met als doel het behoud van de panden. Aanpassingen betreffen in de regel kleine wijzigingen, die het aanzien van de gebouwen niet schaden zoals bescheiden dakkapellen aan de achterzijde of bijgebouwen uit het zicht vanuit de openbare ruimte. Meer ingrijpende wijzigingen zijn uitzonderingen, die in de regel zorgvuldig en terughoudend in het bestaande beeld moeten worden ingepast.

De gemeente zet in op behoud danwel versterking van het cultuurhistorisch karakter van de gebouwen, waarbij voor kleine wijzigingen een gelijke architectuur uitgangspunt is maar voor grotere wijzigingen een meer eigentijdse architectuur eveneens passend kan zijn. Bij de beoordeling van kleinere wijzigingen zal de commissie onder meer de inpassing daarvan in de ordening op het erf en het karakter van het pand bezien waarbij onder meer aandacht zal worden geschonken aan de architectonische uitwerking met inbegrip van materiaal- en kleurgebruik.

48

Bij de beoordeling van eventuele grotere wijzigingen zal de commissie met name aandacht schenken aan een grote mate van terughoudendheid met een nadruk op de plaatsing ten opzichte van enerzijds de openbare ruime met inbegrip van het landschap en anderzijds het object of ensemble op zich, een terughoudende vormgeving met inbegrip van materiaal- en kleurgebruik. Zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken, heeft herstel van historisch wenselijke eigenschappen prioriteit. Omdat monumenten en andere cultuurhistorisch waardevolle panden vragen om een specifieke benadering zal bij de beoordeling eveneens kunnen worden teruggegrepen op het vakmanschap van de ontwerper zoals bedoeld en beschreven in de algemene criteria. Aangezien monumenten en andere cultuurhistorisch waardevolle panden vaak een relatie hebben met hun omgeving, zijn er in dit verband ook criteria opgenomen voor bouwen binnen de invloedssfeer van deze objecten. De reikwijdte van de invloedssfeer varieert per object. Bij een hooiberg betreft de invloedssfeer in de regel het gehele erf. Het pand naast een klein monument is daarentegen meestal geen onderdeel van de invloedssfeer, omdat de hoofdsfeer gaat over individuele panden die naast elkaar staan. Kenmerkend erfgoed Schiedam heeft een grote variatie aan historisch waardevolle gebouwtypen.

Hieronder volgt voor enkele veelvoorkomende typen een korte beschrijving en een aantal aandachtspunten bij de beoordeling. •

Oude stadswoningen komen voornamelijk in de historische binnenstad

voor waar zij afwisselende straatwanden vormen. Tussen straat en voorgevel ligt vaak een stoep. De woningen zijn veelal kleinschalig en in beginsel voorzien van een rijke detaillering met bijvoorbeeld gevelstenen en ornamenten aan dakkapellen en goten. Zijgevels in het zicht zijn regelmatig voorzien van een muurschildering. Aandachtspunten bij de beoordeling zijn onder meer het behoud van de hoofdoriëntatie van de bebouwing en het kleinschalige historische karakter. Ornamenten kunnen alleen worden aangebracht als deze binnen de historische context van het betreffende object passen. •

Pakhuizen en branderijen herinneren aan de jenever- en wijnindustrie in

Schiedam. Pakhuizen en branderijen hebben een vergelijkbare opbouw en detaillering. Een pakhuis bestaat uit meerdere verdiepingen en een ruime zolderverdieping. Voor een branderij is de gevelindeling van de begane grond kenmerkend. Deze is asymmetrisch vanwege de typerende branderij-inrichting. De bakstenen gevel is voorzien van oorspronkelijk met luiken gesloten grote gevelopeningen in een centrale of decentrale as en kleinere vensters in de zijassen. De grote openingen liggen onder een topgevel met in de regel een hijsbalk. Vensters hebben veelal een toogvorm. De vorm van de topgevel en afwerking van de dakrand varieert afhankelijk van de leeftijd van de branderij. Het zijn robuuste gebouwen met een variërende detaillering. Pakhuizen worden regelmatig verbouwd tot woonhuizen. Bij deze verbouwing zal het pakhuiskarakter behouden blijven. Aandachtspunten bij de beoordeling zijn onder meer behoud van de

49

hiërarchie en samenhang in de gevel in combinatie met een zorgvuldige detaillering en een traditioneel kleur- en materiaalgebruik. •

Solitaire objecten met een bijzondere functie als kerken en molens hebben

een specifieke vorm die gerelateerd is aan de functie van het betreffende object en de periode waarin het gebouwd is. Deze objecten vormen door hun vrije ligging en massa van oudsher accenten in het silhouet van de stad of wijk. Aandachtspunten bij de beoordeling zijn onder meer behoud van het individuele karakter en de voor het object kenmerkende architectonische uitwerking, sober tot rijk, met traditioneel materiaal- en kleurgebruik. •

De boerderijen maken deel uit van linten en zijn vooral in het buitengebied

en historisch Kethel te vinden. Hier vormen de boerderijen met de bijbehorende bijgebouwen duidelijke door veel groen omgeven clusters in het open landschap. In Schiedam hebben de meeste boerderijen hun oorspronkelijke functie verloren. Boerderijen liggen meestal iets terug van weg en bestaan uit een hoofdgebouw en enkele teruggelegen bijgebouwen als stallen, schuren en hooibergen. Het hoofdgebouw staat in principe met de kop- of langsgevel gericht naar de hoofdweg. Aandachtspunten bij de beoordeling zijn onder meer de plaatsing van bebouwing op en inrichting van het erf in combinatie met een zorgvuldige detaillering en een traditioneel kleur- en materiaalgebruik. Uitgangspunten Bij aanpassingen aan monumenten en andere cultuurhistorisch waardevolle panden gelden de volgende algemene uitgangspunten: •

bij verbouwing en herbouw de bestaande goothoogtes, nokhoogtes en

dakhellingen handhaven; •

wijzigingen spelen in beginsel een ondergeschikte rol in het straatbeeld en

in het aanzien van het object; •

wijzigingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op

de (cultuurhistorische delen van) de omgeving en het hoofdgebouw, waarbij voor kleinere wijzigingen een historiserende vormgeving in de regel de juiste keuze is en voor meer ingrijpende wijzigingen in de regel een terughoudende eigentijdse vormgeving passend zal zijn; •

bij aanpassingen blijft de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar;

•

het zicht op de monumenten en andere cultuurhistorisch waardevolle

panden vrij laten. Binnen de invloedssfeer van cultureel erfgoed geldt daarnaast, dat een bouw- plan geen afbreuk mag doen aan de historische waarden. Dit wordt gewogen aan de hand van de volgende criteria: •

het bouwplan dient zich te voegen in zijn omgeving en de historische

context zoveel mogelijk te respecteren; •

het cultureel erfgoed niet visueel of fysiek afsluiten van zijn omgeving;

•

het bouwplan mag geen afbreuk doen aan de omgeving door onzorgvuldige

detaillering, armoedig materiaalgebruik of contrasterende kleuren.

Monumententoets 50

Aanvullend op de toets op uiterlijk van bouwwerken, krijgen bouwplannen aan of bij monumenten een monumententoets. Met deze toets wordt specifiek gekeken naar de monumentale waarden. Dit kan leiden tot aanvullende eisen, aangezien ook de waar- den die niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte bij de beoordeling worden betrokken.

51

52

BIJLAGEN

53

54

Bijlagen Begrippen Aanbouw grondgebonden ondergeschikte toevoeging aan een hoofdgebouw Aangekapt met kap bevestigd aan dakvlak Achterkant de bebouwing en het erf in zoverre niet duidelijk zichtbaar vanuit de openbare ruimte Afdak dak dat is aangebracht tegen een muur of gebouw om tegen neerslag tebeschermen Authentiek overeenstemmend met het oorspronkelijke, origineel, eigen ken- merken dragend, oorspronkelijk Band horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuur-steen of baksteen Bedrijfsbebouwing gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werk- plaatsen en loodsen; hebben meestal een utilitair karakter Beeldbepalend pand historisch pand dat geen monument is, maar waarvan het uiterlijk bijdraagt aan de kwaliteit van het pand en zijn omgeving (is in het omgevingsplan bestemd of aangeduid als historisch waardevol) Beschermd stadsgezicht gebied dat vanwege de ruimtelijke en/of cultuurhistorische waarde 27 mei 2005 is aangewezen tot beschermd gebied krachtens de Monumentenwet 1988 Beschermd stads- of dorpsgezicht (Gemeentelijk) gebied dat vanwege de ruimtelijke en/of cultuurhistorische waarde op basis van de Erfgoedverordening Schiedam is aangewezen tot beschermd gebied.

Beschot afwerking van een wand met planken, schroten of rabatdelen Omgevingsplan door de gemeenteraad vastgesteld plan waarin gebruik van grond en bebouwingsvoorschriften zijn vastgelegd Bijgebouw ondergeschikt gebouw dat bij een hoofdgebouw hoort en los van het hoofdgebouw op het erf of kavel staat; meestal bedoeld als schuur, tuinhuis of garage Blinde muur of gevel muur of gevel zonder raam, deur of andere opening Borstwering lage dichte muur tot borsthoogte Boeibord opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal

55

Boerderij gebouw of gebouwen op een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis Bouwblok een aan alle zijden door straten en wegen begrensde groep gebouwen, die een stedenbouwkundige eenheid vormt Bouwlaag verdieping van een gebouw (met inbegrip van de begane grond), door vloeren of balklagen begrensd Bovenbouw het bovendeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de schuine kap van een huis met de daarbij behorende kopgevels Buitengebied buiten de bebouwde kom gelegen gebied, ook wel landelijk gebied genoemd Bungalow meestal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd Buurtschap verzameling woningen of boerderijen buiten de bebouwde kom Carport afdak om de auto onder te stallen, meestal bij een woning Cultuurhistorische waardevolle panden verzamelterm voor cultuurhistorisch waardevolle panden (en objecten) waaronder in ieder geval begrepen: als monument aangewezen panden, als cultuurhistorisch waardevol of beeldbepalend benoemde panden op cultuurhistorische waardenkaarten of in het omgevingsplan en overige historische beeldbepalende panden die bijdragen aan het historisch karakter in een beschermd stadsgezicht Dak afdekking van een gebouw, vlak of hellend, waarop dakbedekking is aangebracht Dakhelling de hoek van het dak ten opzichte van een horizontale vlak Dakkapel uitbouw op een hellend dakvlak

Dakopbouw een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nokvan het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert Dakraam raam in een hellend dak Detail ontmoeting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak of gevel en raam Detaillering uitwerking, weergave van de verschillende onderdelen of aansluitingen Drager en invulling de drager is de constructie van een gebouw, waaraande invulling is toegevoegd om te beschermen tegen weer en wind (heeft vooral

56

betrekking op gebouwen uit de jaren vijftig en zestig, waarbij het verschil tus- sen drager en invulling werd gebruikt om de woning in een groot gebouw of rij huizen te onderscheiden) Ensemble architectonisch en stedenbouwkundig compositorisch geheel van meerdere panden Erf het perceel exclusief hoofdgebouwen, waarbij voor kleine bouwwerken onderscheid te maken is tussen erven aan een voorkant en aan een achterkant Erker ondergeschikte toevoeging van ten hoogste één bouwlaag aan de gevel van een gebouw, meestal uitgevoerd in hout en glas Flat groot kantoor- of woongebouw met meerdere verdiepingen Galerij gang aan de buitenkant van een (flat)gebouw die toegang verschaft totde afzonderlijke woningen Geleding verticale of horizontale indeling van de gevel door middel van inspringingen Gepotdekseld gedeeltelijk over elkaar gespijkerde planken om inwatering tegen te gaan Gevel buitenmuur van een gebouw (afhankelijk van de plaats de voor-, zij- of achtergevel) Gootklos in de muur bevestigd stuk balk ter ondersteuning van een goot Groengebied gebied met veel beplanting zoals parken, plantsoenen, sportter- reinen en natuurgebieden Handboek openbare ruimte document van de gemeente Schiedam dat stu- ring geeft aan de totstandkoming van de openbare ruimte bij ontwikkelingen en reconstructies, zodat het gewenste kwaliteitsniveau bereikt en in stand gehou- den wordt en de openbare ruimte

ook in de toekomst beheerbaar blijft Historische panden cultuurhistorisch waardevolle panden waaronder in ieder geval begrepen de als monument aangewezen panden en beeldbepalendepanden in het beschermd stadsgezicht Hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken Hoogbouw gebouwen van meer dan vier lagen

57

Individueel gebouw zelfstandig, op zichzelf staand gebouw Industriebebouwing gebouwen met een industriële bestemming Industriegebied gebied bestemd voor de vestiging van industrie Kap een afdekking van een gebouw met één of meer schuine zijden of in een gebogen vorm Kavel grondstuk, kadastrale eenheid Kern centrum van een dorp of stad Klossen uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw zoals dakgoten Kop in het algemeen gebruikt om de smalle kant van een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een gebouw Laag zie bouwlaag Laagbouw gebouwen van één of twee lagen met of zonder kap Lak afwerklaag van schilderwerk Landelijk gebied zie buitengebied Latei draagbalk boven gevelopening Lessenaardak dak met één hellend, niet onderbroken, dakvlak Lichtkoepel raamconstructie in een plat dak, in de vorm van een koepel Lijst een al dan niet versierde en geprofileerde rand als bekroning van de bovenzijde van een gevel Lineair rechtlijnig, langgerekt Lint langgerekte weg met daarlangs overwegend vrijstaande bebouwing in een gegroeide structuur met variërende dichtheden. Linten komen voor in de polders, langs dijken en in de dorpen (oude invalswegen). Luifel een plat uitgebouwd afdak, vaak boven een deur Maaiveld bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tus- sen grond en lucht

58

Mansardekap dakvorm waarbij het onderste deel van het dak steiler is dan het bovenste deel waardoor een geknikte vorm ontstaat Massa volume van een gebouw of bouwdeel Metselverband het zichtbare patroon van metselwerk Middelhoogbouw gebouwen van drie of vier lagen met of zonder kapMiddenstijl verticaal deel in het midden van een deur- of raamkozijn Monument aangewezen onroerend goed als bedoeld in artikel 3.1 van de Erfgoedwet, zoals deze luidt op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan of aangewezen onroerend goed als bedoeld in de gemeentelijke Erfgoedverordening Negge het vlak of de maat tussen de buitenkant van de gevel en het kozijn Nok horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dak Onderbouw het onderdeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de begane grond van een huis met een zadeldak Ondergeschikt voert niet de boventoon Ontsluiting de toegang tot een terrein of een gebouw Oriëntatie de richting van een gebouw Oorspronkelijk origineel, aanvankelijke vorm, authentiek Orthogonaal rechthoekig Overstek bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel Paneel rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijsting Peil a. voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang. b.

in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. Plaatmateriaal bouwmateriaal dat in plaatvorm geleverd wordt, zoals hout (triplex en multiplex), kunststof (onder andere trespa) of staal (vlak of met profiel)

59

Planmatige bebouwing groep gebouwen herkenbaar uitgevoerd volgens een vooraf opgesteld plan Plint een duidelijk te onderscheiden horizontale lijn aan de onderzijde van een gebouw Portiek gemeenschappelijk trappenhuis Piramidedak dak bestaande uit vier gelijk hellende vlakken die elkaar boven- aan in een punt ontmoeten Renovatie vernieuwing van een gebouw Rijtjeshuis huis als onderdeel van een reeks aaneengebouwde, gelijkende woningen Ritmiek regelmatige herhaling Rollaag horizontale rij stenen boven een gevelopening of aan de bovenzijde van een gemetselde wand Rooilijn lijn die de grens aangeeft waarbinnen gebouwd mag worden Sanering herinrichting door middel van sloop en vervangende nieuwbouw Schilddak dak met vier hellende vlakken waarvan twee grote en twee kleine vlakken Schuur bijgebouw ten behoeve van opslag Situering de plaats van een bouwwerk in zijn omgeving Stads- en dorpsvernieuwing maatregelen voor de verbetering of vervan- ging van bebouwing en de openbare ruimte daaromheen Stijl architectuur of vormgeving uit een bepaalde periode of een bepaalde stroming Textuur de voelbare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk) Voorgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een bouwwerk Voorkant de bebouwing en het erf in zoverre duidelijk zichtbaar vanuit de openbare ruimte Windveer plank aan

weerskanten van een pannendak, bevestigd langs de buitenste rij pannen

60

Wolfseind meestal een zadeldak waarvan één of beide dakschilden op de kop een afgeknot dakschild heeft Zadeldak dak met twee tegenoverliggende dakvlakken die bij de nok samenkomen Zichtlijn alles wat zichtbaar is binnen een straal van 100 m vanuit de openbare ruimte, vanaf een hoogte van 1,80 m (zonder daarbij rekening te houden met bomen en andere opgaande beplanting)

61

Gemeente Schiedam Nota uiterlijk van Bouwwerken 2025

62

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15616019/1