CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota uiterlijk van bouwwerken Schiedam 2025

Gemeenteraad 15 juli 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit Vaststellen Nota Uiterlijk van Bouwwerken Schiedam13.161 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota uiterlijk van bouwwerken Schiedam 2025 1

2

Inhoud Stroomschema

6

Inleiding

7

Uitgangspunten Gebruik van de nota Niveaukaart Beleidskaarten

Criteria Objecten Vergunning Standaardplan Voor- en achterkant Aanbouw Bijgebouw Dakkappel Dakopbouw Reclame Erfafscheiding Installaties en zonnepanelen Dakramen Gevels 28

7 7 8 10

15 15 15 15 16 17 18 19 20 22 23 27

Criteria gebieden

33

Binnenstad Dorp Kethel

34 40

Overige Criteria

45

Algemene criteria Excessen Ontwikkelingen Erfgoed Monumententoets

Bijlagen Begrippen

45 46 47 47 50

55 55

3

4

INLEIDING Hoofdstuk 1

5

Stroomschema Betreft uw bouwplan een vergunningplichtig bouwwerk?

Nee

Sommige objecten zijn vergunningvrij en worden niet aan de regels over uiterlijk van bouwwerken getoetst. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om geen exces te bouwen (zie hoofdstuk 4). Mocht u willen weten hoe u kunt voorkomen dat u een exces bouwt, volg dan het schema en bekijk aan welke criteria een vergelijkbaar object getoetst zou worden.

Ja BETREFT HET EEN PLAN AAN

Ja

OF BIJ CULTUREEL ERFGOED?

- Rijks- of gemeentelijk monument - Cultuurhistorisch waardevol object

Nee IS HET EEN PLAN IN DE BINNENSTAD OF HISTORISCH KETHEL?

Criteria voor erfgoed (hoofdstuk 4) Schiedam heeft een rijke historie. Diverse panden zijn aangewezen als monument of zijn een cultuurhistorisch waardevol object. Eventuele veranderingen aan, in of nabij deze gebouwen vragen om een zorgvuldige aanpak. Een monument kent tevens een aparte monumententoets. Hiervoor zijn enkele uitgangspunten opgenomen in hoofdstuk 4.

ga verder met Nee

Ja

Vrij van toets op uiterlijk van bouwwerken behoudens uitzonderingen Buiten de Binnenstad en Historisch Kethel zijn bouwwerken vrijgesteld van de toets voor het uiterlijk van bouwwerken. Uitzondering hierop zijn plannen vanaf 5 grondgebonden woningen, appartementen en bebouwing met andere functies. Dit geldt zowel voor nieuwbouw als transformatie. Deze worden getoetst aan de algemene criteria (hoofdstuk 4).

Is het plan afwijkend van de gebiedsstructuur of architectuur? Overige criteria (hoofdstuk 4) Voor plannen die de bestaande structuur doorbreken of in hun architectuur afwijken van de omgeving, kunnen de bestaande toetsingscriteria ontoereikend zijn. Voor de beoordeling van deze plannen en uitzonderingsplannen buiten binnenstad en Kethel, kan gebruik gemaakt van aanvullend beleid zoals een beeldkwaliteitsplan. Op de niveaukaart wordt dit weergeven als ontwikkelgebied.

IS HET EEN OBJECT? • aanbouw • bijgebouw • dakkapel • dakopbouw • reclame • erfafscheiding • installaties of zonnepanelen • gevelwijziging

Ja

Criteria voor objecten (hoofdstuk 2) Voor kleine bouwwerken bij bestaande panden zijn vereenvoudigde criteria opgenomen waarmee snel uitsluitsel te geven is binnen welke grenzen het plan in ieder geval voldoet aan de toets voor het uiterlijk van bouwwerken. Deze criteria geldt alleen voor vergunningplichtige bouwwerken in de Binnenstad en Historisch Kethel

Ja

Criteria voor grotere plannen (hoofdstuk 3) Grotere plannen worden beoordeeld aan de hand van de criteria voor gebieden. Hiervoor zijn uitgangspunten en criteria opgesteld, waarmee de ontwerper rekening moet houden.

Nee Is het groter dan een object in de Binnenstad en Historisch Kethel? Een plan voor (ver)bouw dat past in de structuur en de architectuur van het betreffende gebied

6

Inleiding De gemeente Schiedam heeft in 2019 een welstandsnota vastgesteld zoals aangegeven in de toenmalige wetgeving. Hierin zijn beoordelingskaders opgenomen voor gebieden en objecten, die hun grondslag vinden in de samenhang van het bebouwingsbeeld, stedenbouwkundige kenmerken en landschappelijke structuren. Met deze herziening en de komst van de Omgevingswet, wil de gemeente het beleid voor het uiterlijk van bouwwerken (nieuwe benaming voor welstand) actualiseren en waar mogelijk vereenvoudigen. Hierbij wordt aangesloten op de landelijke en gemeentelijke trend van het verminderen van regeldruk in combinatie met meer vrijheid en verantwoordelijkheid voor de burger.

Uitgangspunten Doel van de toets voor het uiterlijk van bouwwerken, is het behartigen van het publieke belang door de lokale overheid, waarbij de individuele vrijheid van de burger of ondernemer wordt afgewogen tegen het aanzien van hun omgeving als algemene waarde. Doel van het dit beleid is de beoordeling en h e t toezicht op het uiterlijk van bouwwerken helder onder woorden te brengen en op een effectieve en controleerbare wijze in te richten. Daarbij is het van belang aanvragers door middel van deze nota van tevoren op de hoogte te stellen van de aspecten die een rol spelen bij de beoordeling. Het beleid op het uiterlijk van bouwwerken geeft de gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden een rol te geven bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen. Evenwicht Schiedam zoekt naar een evenwicht tussen de bouwmogelijkheden voor burgers en bedrijven enerzijds en het aanzien van de gemeente anderzijds. De toets op het uiterlijk van bouwwerken moet bijdragen aan de omgevingskwaliteit van Schiedam. De basisgedachte is dat er meer vrijheid moet komen. Op plekken die minder bepalend zijn voor deze kwaliteit kan het aantal regels sterk beperkt worden.

Dit betekent dat in de historisch waardevolle gebieden een hoge uiterlijke kwaliteit uitgangspunt is en de toets op het uiterlijk van bouwwerken moet bijdragen aan de omgevingskwaliteit. Voor bestaande woongebieden en bedrijventerreinen wil de gemeente zich wat dit betreft terughoudend opstellen, en waar mogelijk ruimte laten voor particulier initiatief.

Gebruik van de nota De nota is opgesteld als praktisch beoordelingskader met criteria voor het bespreken en beoordelen van plannen. Wie wil weten welke criteria op een aanvraag van toepassing zijn, doorloopt het stroomschema op pagina 6. De criteria betreffen het bouwwerk op zichzelf en gezien in zijn omgeving. De foto’s in de nota zijn bedoeld als illustratie bij de beschrijvingen, niet als afbeelding van de gewenste eigenschappen.

7

Niveaukaart

8

Uitsnede Historische Kethel

Uitsnede Binnenstad

9

Beleidskaarten Ter ondersteuning van het beleid is een niveaukaart gemaakt. Zie pagina 8. Deze kaart is een vertaling van de uitgangspunten ten behoeve van de toetsing van het uiterlijk van bouwwerken op zichzelf en in hun omgeving. Niveaukaart Voor elk gebied in Schiedam is het benodigde toetsingsniveau aangegeven om de gewenste kwaliteit van de omgeving te regelen.  Vrij (behoudens uitzonderingen) In de gebieden met dit niveau is de wens om zoveel mogelijk vrij te geven vertaald in een minimale toets. Het merendeel van de bebouwing ligt in gebied met een vrij niveau. Dit betreft alle woongebieden, groengebieden en bedrijventerreinen, met uitzondering van de Binnenstad en Historisch Kethel. In woongebieden en bedrijventerreinen betekent vrij dat plannen in beginsel alleen op excessen worden getoetst. Uitzondering hierop zijn plannen vanaf 5 grondgebonden woningen, appartementen en gebouwen met andere functies zoals scholen. Dit geldt zowel voor nieuwbouw als transformatie en wordt getoetst aan de algemene criteria zoals beschreven in hoofdstuk 4.  Bijzonder (Binnenstad en Historisch Kethel) De Binnenstad en Historisch Kethel hebben een bijzonder niveau. In deze gebieden is het uiterlijk van de bebouwing van aanzienlijk belang voor de identiteit van Schiedam.

Hier is extra inspanning ten behoeve van het behoud en de eventuele versterking van de uiterlijke kwaliteit van het historisch straatbeeld gewenst. De nota bevat voor gebieden met een bijzonder niveau uitgebreide gebieden objectcriteria, die in woordkeuze en bandbreedte aansturen op een zorgvuldige inpassing van bouwplannen in het gebied. Een plan moet een bijdrage leveren aan de kwaliteit van het straatbeeld. De cultuurhistorische kwaliteit is hier mede bepalend voor het uiterlijk van bouwwerken.  Ontwikkelingskaders Enkele beeldkwaliteitsplannen en/of (voorheen) welstandsparagrafen zijn aanvullend van toepassing tijdens de (her)ontwikkeling van de betreffende gebieden. Deze plannen staan ingetekend op de niveaukaart. Na oplevering van de laatste woning vervalt het beeldkwaliteitsplan en/of welstandsparagraaf en worden de relevante criteria uit deze nota van toepassing.

10

11

12

CRITERIA OBJECTEN Hoofdstuk 2

13

14

Criteria objecten De gemeente streeft ernaar veel voorkomende bescheiden objecten snel te beoordelen. Het gaat daarbij om relatief eenvoudige en meetbare criteria, die de planindiener vooraf zo veel mogelijk duidelijkheid geven. Objectcriteria zijn opgesteld voor: aanbouwen, bijgebouwen, dakkapellen, dakopbouwen, reclame, erfafscheidingen, dakramen, installaties & zonnepanelen en wijzigingen van of aan gevels en gelden alleen binnen toetsniveau bijzonder (Binnenstad en Historisch Kethel) en indien het bouwwerk vergunningplichtig is.

Vergunning De bovengenoemde bouwwerken zijn deels vergunningvrij binnen bepaalde randvoorwaarden. Dat betekent dat een deel van deze plannen niet wordt getoetst aan het uiterlijk van bouwwerken. Indien een bouwwerk vergunningplichtig is, is een toets op het uiterlijk van het bouwwerk nodig. In dat geval treedt het omgevingsplan in eerste instantie regelend op voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen. Als het omgevingsplan geen bezwaar oplevert, wordt het bouwplan getoetst aan de objectcriteria. Voldoet het bouwplan niet aan deze criteria of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat aan de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt bij de beoordeling van het bouwplan tevens gebruik maakt van de gebiedscriteria of de algemene criteria. Standaardplan Een standaardplan is een plan, dat in vergelijkbare situaties als uitgangspunt gehanteerd kan worden. Ook als deze enigszins afwijkt van de criteria op de volgende bladzijden. Het zijn plannen die navolging verdienen, waarbij met name een gelijke uitvoering van belang is, met overeenkomstige architectonische verhoudingen, materialen en kleuren. Niet ieder bouwwerk is automatisch een standaardplan. Een eerder op dezelfde woning of hetzelfde bouwblok goedgekeurd plan is dit in de regel wel. Ook een als zodanig vastgestelde trendsetter of oorspronkelijke optie voldoet hieraan.

Een standaardplan is van toepassing op bouwblok, ensemble, cluster of groter gebied. Voor- en achterkant In de criteria wordt onderscheid gemaakt in voorkanten en achterkanten. Deze begrippen zijn gekoppeld aan de algemene criteria (de relatie tussen een bouwwerk en zijn omgeving) en de excessenregeling. Naarmate een bouwwerk meer in het zicht staat en de openbare ruimte van groter belang is voor het aanzicht van de stad of het landschap is er eerder sprake van een exces. Naarmate een bouwwerk of bouwdeel nadrukkelijker zichtbaar is vanuit de openbare ruimte, des te hoger zijn de eisen die mogen worden gesteld aan de uiterlijke kwaliteit. Een uitbouw op een achterterrein achter een gesloten straatwand bijvoorbeeld zal in de regel worden beschouwd als een bouwwerk aan de achterkant, terwijl aanpassingen aan een kerktoren (zoals het aanbrengen van reclame) rondom vanuit de openbare ruimte zichtbaar zijn en vanuit het oogpunt van omgevingskwaliteit zullen worden beschouwd als voorkant. Onder voorkant worden in dit verband verstaan de bebouwing en het erf in zoverre duidelijk zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Onder achterkant wordt in dit verband verstaan de bebouwing en het erf in zoverre niet duidelijk zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Duidelijk zichtbaar vanaf één punt is voldoende om een plan als nadrukkelijk zichtbaar te kunnen bestempelen.

Aankleding met opgaand groen leidt in de regel niet tot een achterkantsituatie voor de objecten achter dit groen.

15

Aanbouw Een aanbouw is een grondgebonden toevoeging aan een gebouw zoals een uitbouw, erker, serre of garage. Het omgevingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft de rooilijnen en maximale afmetingen van deze bouwwerken. Beoordeling Een aanbouw moet voldoen aan een standaardplan of aan de onderstaande criteria. Aansluiten op bouwplannen van buren heeft de voorkeur bij gelijke woningen in rijen of clusters. Kleine afwijkingen van de criteria zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Voldoet het plan niet aan de objectcriteria of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan, zoals bij monumenten en ander erfgoed, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van de andere criteria. Criteria Aanbouwen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: •

aanbouwen zijn ondergeschikte toevoegingen aan het hoofdgebouw;

•

diepte erker aan voorgevel hoogstens 1,00 m en breedte maximaal 2/3 van de gevel;

•

vormgeven in één bouwlaag met in beginsel een rechthoekige plattegrond;

•

bij geschakelde woningen een overgang toepassen door bijvoorbeeld een muurdam met horizontale bovenbeëindiging op de erfgrens.

Plaatsing en aantal •

in beginsel achter het hoofdgebouw plaatsen of naast hoofdgebouw in de straatwand opnemen;

•

direct tegen hoofdmassa plaatsen of in identieke vormgeving vergroten;

•

hoogstens één aanbouw per gevel.

Vorm en maat •

aanbouwen afstemmen op de architectuur van het hoofdgebouw. Indien een kap wordt toegepast, zelfde helling als het hoofdgebouw;

•

geleding van gevels aan voorkanten afstemmen op gevels hoofdgebouw;

•

de detaillering is bescheiden, eventuele overstekken, boeiborden en ornamenten afstemmen op hoofdgebouw;

•

materialen en kleuren bij voorkeur gelijk aan hoofdgebouw;

•

goothoogte maximaal 0,30 m boven vloer eerste verdieping en niet hoger dan de bovenzijde van de goot van het hoofdgebouw.

16

Bijgebouw Een bijgebouw is een grondgebonden bouwwerk van in beginsel één bouwlaag los van het hoofdgebouw, zoals een garage, schuur of overkapping. Het omgevingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen en hoogten. Voldoet het plan niet aan de objectcriteria of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan, zoals bij monumenten en ander erfgoed, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van de andere criteria.

Beoordeling Een bijgebouw moet voldoen aan een standaardplan of aan de onderstaande criteria. Aansluiten op bouwplannen van buren heeft de voorkeur bij gelijke woningen in rijen of clusters. Kleine afwijkingen van de criteria zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Voldoet het plan niet aan de objectcriteria of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten en ander erfgoed, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van andere criteria. Criteria Bijgebouwen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: •

het bijgebouw is ondergeschikt aan het hoofdgebouw;

•

vormgeven in één bouwlaag met in beginsel een rechthoekige plattegrond;

•

plat afdekken of met een van hoofdgebouw afgeleide kapvorm, -helling en - richting;

•

de detaillering is bescheiden, eventuele overstekken, boeiborden en ornamenten afstemmen op hoofdgebouw;

•

geleding gevels aan voorkanten afstemmen op gevels hoofdgebouw.

materialen en kleuren •

bijgebouw in de straatwand heeft hoofdzakelijk gevels van baksteen (of vergelijkbaar steenachtig materiaal), grotere bijgebouwen hebben een kap;

•

bijgebouw achter de voorgevel heeft gevels van hout in een donkere en gedekte kleur of zijn van baksteen;

•

bij integratie in erfafscheiding materialen en kleuren gelijk aan deze erfafscheiding of gelijk aan het oorspronkelijke hoofdgebouw.

17

Dakkappel Een dakkapel is een in beginsel bescheiden uitbouw in de kap. Dakkapellen kunnen bepalend zijn voor het straatbeeld en moeten een ondergeschikte toevoeging zijn aan een dakvlak. Beoordeling Een dakkapel moet voldoen aan een standaardplan of aan de onderstaande criteria. Aansluiten op bouwplannen van buren heeft de voorkeur bij gelijke woningen in rijen of clusters. Kleine afwijkingen van de criteria zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Voldoet het plan niet aan de objectcriteria of is er twijfel aan de toe pasbaarheid daarvan zoals bij monumenten en ander erfgoed, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van eventuele andere criteria. Criteria Dakkapellen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria:

1

•

de dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan het dakvlak;

•

meerdere exemplaren op een gebouw of in hetzelfde bouwblok regelmatig rangschikken op horizontale lijnen;

•

dakkapellen naast elkaar plaatsen (en dus niet boven elkaar);

•

minstens 0,50 m dakvlak boven en aan beide zijden van de dakkapel;

•

plaatsen op het voordakvlak of op een zijdakvlak op minstens 1,00 m afstand tot de voorgevellijn.

•

2

3

-

plaatsing vrij op het dakvlaktussen 0,50 m en 1,00 m dakvlak onder de dakkapel;

-

totale breedte is maximaal 50% van het betreffende dakvak;

plaatsing in de goot: -

de borstwering is minstens 0,80 m;

-

afstand tot hart woningscheidende muren is minstens 0,50 m;

•

hoogte dakkapel is maximaal 1,50 m;

•

plat afdekken of aankappen in het verlengde van de kap hoofdgebouw;

•

gevelgeleding, materialen en kleuren afstemmen op hoofdgebouw;

•

in een mansardekap in het onderste dakvlak plaatsen aansluitend op de knik;

•

dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel als onderdeel van de straatwand;

•

dakkapellen zijn staand (hoger dan breed);

•

boeiboord hoogstens 0,30 m en eventueel een klein overstek;

1 Een dakkapel is een

•

dichte panelen in het voorvlak slechts beperkt toepassen;

ondergeschikte toevoeging op een

•

zijwangen uitvoeren in zink of lood of bekleden met horizontale (houten) delen in gedekte kleur of de kleur van het houtwerk.

kap (dus niet op een wolfs eind plaatsen) 2 Bij schilddaken de kleinste afstand hante ren voor de plaatsing in het dakvlak 3 Dakkapel in mansardekap in het onderste dakvlak plaatsen en aansluiten op de knik

18

Dakopbouw Een dakopbouw wordt op een gebouw geplaatst, waarbij een nieuwe ruimte ontstaat of een bestaande ruimte wordt vergroot. Bij meerdere dakopbouwen op één doorgaand dakvlak wordt gestreefd naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Het omgevingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft de rooilijnen en maximale afmetingen en hoogten. Beoordeling Een dakopbouw moet voldoen aan een standaardplan of aan de onderstaande criteria. Kleine afwijkingen zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Voldoet het plan niet aan de objectcriteria of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten en ander erfgoed, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van eventuele andere criteria. Criteria Dakopbouwen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: •

de opbouw is gelijk in plaatsing, oriëntatie, vorm en uitwerking aan eerder geplaatste dakopbouwen op het betreffende dakvlak van het bouwblok, mits deze een positieve beoordeling hebben gehad;

•

het hoofdgebouw heeft een plat dak of een zadeldak met een helling van hoogstens 35 graden;

•

direct op hoofdmassa plaatsen en regelmatig rangschikken op horizontale lijn;

•

over de gehele breedte van de woning aanbrengen;

•

één dakopbouw per woning;

•

nokverhogingen zijn niet toegestaan in deelgebieden ‘bijzonder’.

Opbouw op plat dak • plaatsen op een dak van een samenhangende rijwoning of vrijstaande woning; •

opbouw met plat dak: -

•

terugleggen van voorgevel met nieuwe gootlijn minimaal 1 meter terugliggend; totale hoogte van de opbouw is maximaal 3,30 m;

opbouw met (bescheiden) kap: -

in de voorgevellijn plaatsen, met de kap bij voorkeur haaks op de gevel;

-

goothoogte opbouw maximaal 2,00 m en nokhoogte maximaal 5,00 m;

•

dakopbouw in stijl, afwerking en kleur afstemmen op hoofdgebouw;

•

doorgaande elementen als dakgoten en daklijsten behouden.

19

Reclame Reclame is een publieke aanprijzing van een bedrijf, een product of een dienst. Reclames op borden, lichtreclames, raamstickers en spandoeken of vlaggen vormen een belangrijk en beeldbepalend element van de openbare ruimte. In gebieden met commerciële functies zijn reclames op zijn plaats en verhogen ze de visuele aantrekkingskracht van de omgeving, hoewel daar een kritische grens aan verbonden is. Beoordeling

Een reclame moet voldoen aan een standaardplan of aan de onderstaande criteria. Kleine afwijkingen van de criteria zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Voldoet het plan niet aan de objectcriteria of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten en ander erfgoed, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van eventuele andere criteria. Criteria Reclames worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: •

alleen reclame voor diensten of producten die in het pand plaatsvinden, respectievelijk worden verkocht;

•

loodrecht op, of evenwijdig en vlak aan de gevel, op bouwlagen met winkelof bedrijfsbestemming (voorkom hinder voor bovengelegen woningen);

•

reclame plaatsen met behoud van uitzicht op of vanaf de openbare ruimte (voorkom hinder voor voetgangers en ander verkeer);

•

vorm en maat afstemmen op hoofdgebouw en architectuur van de gevel (bij voorkeur naamsvermelding uit losse letters), kleuren zijn ingetogen;

•

billboards alleen bij de stadsentree, OVhaltes en aan doorgaande routes;

•

kleuren in openbare ruimte voldoen aan Handboek openbare ruimte;

•

reclame zoveel als mogelijk beperken en in maat en vormgeving afstemmen op historische waarde omgeving dan wel architectuur van gebouw of object.

Plaatsing en aantal 

vrijstaande reclame niet toegestaan binnen niveau bijzonder;

ondergeschikt aan het hoofdgebouw (niet op het dak);

aanbrengen per pand en zoveel als mogelijk beperken;

platte reclame centreren onder de borstwering van de eerste verdieping;

minstens 0,50 m afstand tot de hoeken van een pand aanhouden;

hoogstens één vlakke/evenwijdige en één uitstekende reclame per gevel;

hoogstens één vrijstaande reclame per erf, aantal vlaggenmasten afhankelijkvan grootte van het pand en het erf;

reclame aanbrengen in de daartoe (vaak oorspronkelijke) aangegeven reclamevelden en/of koofborden, voor zover aanwezig of afleesbaar; - plaatsen onder de onderdorpel van raamopening(en) van eerste verdieping; -

-

alleen reclame op luifels van minstens 0,30 m hoogte aanbrengen, integreren in de constructie en in één lijn met belendende reclames plaatsen; historische reclame is toegelaten en wordt niet meegeteld als reclame (restauratie historische gevelreclame alleen op basis van historisch onderzoek);

20

-

naamsvermelding op de volant van zonwering wordt niet als reclame gezien.

Vormgeving en maatvoering 

uniformiteit is de leidraad voor reclame in de openbare ruimte;

onverlicht of constant verlicht, daarnaast zijn bescheiden LED-schermen mogelijk (geen mechanisch bewegende delen of veranderlijk licht);

op mupi’s zijn lichtkranten mogelijk (dus niet aan gevels);

•

vlakke reclame tot een breedte van 50% van het pand of de luifel met eenmaximum van 5,00 m en een hoogte van niet meer dan 0,30 m; -

steekt hoogstens 0,25 m uit de gevel;

-

bij voorkeur uitvoeren in losse letters direct op of boven de etalagepui;

-

eventuele verlichting is sober en ingetogen (bijbehorende installaties en leidingen in de reclame integreren of zorgvuldig afstemmen op de gevel);

•

haakse reclame is hoogstens 0,50 bij 0,50 m en steekt maximaal 0,70 m uitde gevel;

•

reclame boven luifels heeft een vaste hoogte van 0,40 m;

•

dikte van het object is hoogstens 0,20 m (inclusief bevestigingsconstructie);

•

te koop/huur bord uitvoeren als V-bord of plat bord van maximaal 0,50 m²;

•

duurzaam en weerbestendig materiaal voor reclames en reclamedragers;

•

voorkom beschadiging aan gevels en kozijnen bij bevestiging van reclame.

•

criteria voor banieren: -

alleen bij de ingang van culturele instellingen, gebouwen met tentoonstel-ingen en bij evenementen; panden tot 10,00 m breed één banier, overige panden tot twee banieren;

-

bovenzijde banier op maximaal 5,00 m boven de straat;

-

hoogte maximaal 2,00 m, breedte maximaal 0,60 m en steekt in totaalmaximaal 0,70 m uit de gevel; onverlicht;

•

aan of bij woningen met praktijk aan huis in totaal hoogstens 0,50 m² bestaande uit naam- en beroepsaanduiding (onverlicht).

21

Erfafscheiding Een erfafscheiding is een gebouwde voorziening bedoeld om een tuin of erf af te scheiden. Zoals een rasterwerk waarlangs beplanting groeit. Een natuurlijke erfafscheiding, zoals een gegroeide haagbeuk, is vergunningvrij te plaatsen. Beoordeling Een erfafscheiding moet voldoen aan een standaardplan of aan de onderstaande criteria. Aansluiten op bouwplannen van buren heeft de voorkeur bij gelijke woningen in rijen of clusters. Kleine afwijkingen van de criteria zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Voldoet het plan niet aan de objectcriteria of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten en ander erfgoed, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van eventuele andere criteria. Criteria Erfafscheidingen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: •

de erfafscheiding heeft een duurzame en deugdelijke uitvoering;

•

terughoudende kleuren gebruiken afgestemd op het hoofdgebouw of uitvoeren in donkere kleurtinten;

•

erfafscheiding aan de voorkant is: -

onderdeel van een gesloten straatwand;

-

in beginsel deels gemetseld en deels transparant;

•

materialen als metselwerk, hout of (begroeibaar) draadstaal gebruiken en daarbij aansluiten op erfafscheidingen van naastgelegen percelen;

•

erfafscheiding van hout of ijzerwerk schilderen in een donkere en gedekte tint (bijvoorbeeld zwartgroen) eventueel met witte accenten.

22

Installaties en zonnepanelen Zonnepanelen en installaties zijn toevoegingen aan een dakvlak of gevel en in vele gevallen vergunningvrij. Uitzondering hierop is het plaatsen ervan in, aan, op of bij een monument en in panden in de bijzondere gebieden. De gemeente Schiedam wil, met oog voor erfgoedwaarden, plaatsing van zonnepanelen in de bijzonder gebieden en op monumenten meer mogelijk maken. De toelaatbaarheid van zonnepanelen in het beschermd stadsgezicht en bij monumenten hangt samen met de vraag of de plaatsing van de zonnepanelen niet onevenredig verstorend is. Dit is vertaald in een kader voor beoordeling en in criteria voor toetsing. Met zonnepanelen worden PV-panelen, PVT-panelen en zonnecollectoren van gangbare diktes bedoeld. De huidige energietransitie vraagt ook om andere types installaties zoals airco’s en warmtepompen. Het beoordelingskader geldt ook voor dergelijke installaties. In de uitzonderlijke situatie dat de criteria niet voldoen, wordt op basis van het beoordelingskader maatwerk geleverd. Toepassing van het kader op beschermde monumenten Het beoordelingskader en de criteria zijn toepasbaar op gemeentelijke monumenten en zij vormen ook voor Rijksmonumenten het uitgangspunt. Er vindt in het geval van beschermde monumenten altijd een aanvullende ‘monumenten-toets’ plaats.

Een ingreep mag de monumentale waarden niet wezenlijk aantasten en geen (vervolg)schade veroorzaken. Beoordeling Algemene uitgangspunten • Zonnepanelen en installaties worden, indien mogelijk, uit het zicht geplaatst gezien vanaf de openbare weg. • Indien niet-zichtbare plaatsing onmogelijk is op een ander dakvlak of op het erf of een bijgebouw, is zichtbare plaatsing mogelijk als het beeld en de karakteristiek van het historische gebouw en/of het historisch straat/stadsbeeld niet onevenredig verstoord wordt. Het uitgangspunt om zonnepanelen en installaties niet onevenredig verstorend te laten zijn kan tot gevolg hebben dat extra investeringen nodig zijn om een installatie in te passen of dat niet de gewenste hoeveelheid zonnepanelen met optimale oriëntatie ten opzichte van de zon mogelijk is. Uitgangspunten bij bepaling van de mate van verstoring Bij het bepalen van onevenredige verstoring zijn de volgende aspecten van belang, die voor zonnepanelen ook in criteria zijn uitgewerkt: • De visuele verstoring van het historische stadsbeeld of het monument, gezien vanuit de openbare weg. Hierbij wegen naast de mate van zichtbaarheid ook het belang van de locatie binnen het beschermd stadsgezicht en dakkarakteristiek mee. • De visuele verstoring van het dakvlak door de plaatsingswijze.

Dit omvat de positionering en de bevestiging op het dakvlak en het ontwerp (kleur, glansgraad, afwerking, maatvoering detaillering). Zichtbaarheid De mate van zichtbaarheid kent drie categorieën: • Nadrukkelijk zichtbaar = zichtbaar binnen 50 meter afstand vanaf de openbare weg • Niet nadrukkelijk zichtbaar = zichtbaar op meer dan 50 meter afstand vanaf de openbare weg • Niet zichtbaar = niet zichtbaar vanaf de openbare weg Hierbij geldt: ‘gezien vanaf de openbare weg, vanaf een hoogte van 1.80 m’, waarbij

23

gemeten wordt in het platte vlak, zonder daarbij rekening te houden met bomen en andere opgaande beplanting’. Locatie De gemeente wil op de meest historische waardevolle locaties in de bijzondere gebieden verstoring van het historische beeld voorkomen. Op die locaties zijn nadrukkelijk zichtbare panelen en installaties niet toegestaan en zeker niet op voordakvlakken of aan een voorgevel. Dat betreft de Lange Haven, de Korte Haven, de Dam rond de Korenbeurs, de Schie, de Grote Markt, de Lange Kerkstraat, het Oude Kerkhof en de Plantage (Lange Nieuwstraat en Tuinlaan). In Kethel geldt dit voor de oude dorpskern. Op die locaties is plaatsing op zijdakvlakken, achterdakvlakken en op platte daken indien niet of niet nadrukkelijk zichtbaar wel mogelijk. Dakkarakteristiek Zichtbare zonnepanelen en installaties op daken met een bijzondere dakvorm (rond, spits veelhoekig) of op daken met bijzondere of kwetsbare dakbedekking (zoals riet, leien, zink, lood) of een bijzonder of decoratief legpatroon zijn te verstorend en daarom in principe niet wenselijk. Plaatsingswijze De plaatsingswijze bepaalt hoe visueel storend zonnepanelen en installaties zijn. Hoe zichtbaarder de panelen en installaties zijn hoe meer eisen er aan het ontwerp gesteld worden om de verstoring te beperken en daarmee evenredig te maken.

Criteria Deze criteria zijn van toepassing op de plaatsing van zonnepanelen en bij vervanging of uitbreiding van bestaande zonnepanelen. Plaatsingscriteria voor niet zichtbare zonnepanelen Platte daken  panelen inclusief randafwerking in een volledig zwarte kleur of in de kleur van het dakvlak in matte uitvoering zonder reflectie;  zijn als losse elementen boven de bestaande dakbedekking gemonteerd (opbouw);  de panelen kunnen plat gelegd worden of onder een hoek middels een framewerk, met een beperking van een hoogte tot 30 cm boven de dakrand;  de afstand tot de dakrand is minimaal gelijk aan de hoogte die de panelen uitsteken boven het dak, met maximaal 30cm bij het hoogste punt. Hellende daken  alleen PV(T)-panelen en vlakkeplaatcollectoren;  panelen inclusief randafwerking in een volledig zwarte kleur of in de kleur van het dakvlak in matte uitvoering zonder reflectie,  panelen zijn als losse elementen boven de bestaande dakpannen gemonteerd (opbouw) en liggen niet verdiept in het dak door dakpannen te verwijderen (inbouw);  zijn geplaatst onder dezelfde hoek als het dak;  zijn allemaal hetzelfde georiënteerd (verticaal of horizontaal);  zijn gerangschikt in een aangesloten rechthoekig vlak;  zijn geplaatst op een afstand van minimaal 50cm vanuit de goot of dakvoet, dakranden, hoekkepers, kilkepers en frontons.

Plaatsingscriteria voor niet nadrukkelijk zichtbare zonnepanelen Platte daken

24

panelen inclusief randafwerking in een volledig zwarte kleur of in de kleur van het dakvlak in matte uitvoering zonder reflectie;  zijn als losse elementen boven de bestaande dakbedekking gemonteerd (opbouw) en liggen zo vlak mogelijk;  de panelen volgende richting van het dak, hebben een rustig ogend legpatroon. Hellende daken  alleen PV(T)-panelen en vlakkeplaatcollectoren;  panelen inclusief randafwerking in een volledig zwarte kleur of in de kleur van het dakvlak in matte uitvoering zonder reflectie;  zijn als losse elementen boven de bestaande dakpannen gemonteerd (opbouw) en liggen niet verdiept in het dak door dakpannen te verwijderen (inbouw);  zo dicht mogelijk op de bestaande dakbedekking monteren;  het systeem overheerst niet op het dak;  liggen zo veel mogelijk uit het zicht in de onderste dakhelft en naar achter geplaatst vanaf de openbare ruimte of indien passender: op een plek die aansluit op de symmetrie of geleding van de gevel;  zijn gerangschikt in een aangesloten rechthoekig vlak;  geen verschillende typen panelen in één legplan;  zijn allemaal in hetzelfde georiënteerd (verticaal of horizontaal);  zijn geplaatst op een afstand van minimaal 50cm vanuit de goot of dakvoet, dakranden, hoekkepers, kilkepers, frontons, dakkapellen en schoorstenen;  geen zonnepanelen in het gedeelte onder de hoekkepers of boven de kilkepers van de daken;  indien

nodig gebruik maken van op maat gemaakte dummy-panelen om plaatsing in een eenduidige rechthoekige vorm zonder verspringingen te kunnen bereiken. Plaatsingscriteria voor nadrukkelijk zichtbare zonnepanelen Platte daken  panelen inclusief randafwerking in een volledig zwarte kleur of in de kleur van het dakvlak in matte uitvoering zonder reflectie;  zijn als losse elementen boven de bestaande dakbedekking gemonteerd (opbouw) en liggen zo vlak mogelijk;  de panelen volgende richting van het dak in een rustig ogend legpatroon.  het systeem overheerst het dak niet. Hellende daken  alleen PV(T)-panelen en vlakkeplaatcollectoren met een kleur die is aangepast aan de dakbedekking;  zijn als losse elementen boven de bestaande dakpannen gemonteerd (opbouw), ze liggen niet verdiept in het dak door dakpannen te verwijderen (inbouw);  zo dicht mogelijk op de bestaande dakbedekking monteren;  het systeem overheerst niet op het dak;  zijn gerangschikt in een aangesloten rechthoekig vlak;  geen verschillende typen panelen in één legplan;  zijn allemaal hetzelfde georiënteerd (verticaal of horizontaal);  liggen zo veel mogelijk uit het zicht in de onderste dakhelft en naar achter geplaatst vanaf de openbare ruimte of indien passender: op een plek die aansluit op de symmetrie of geleding van de gevel;  zijn geplaatst op een afstand van minimaal 50cm vanuit de goot of dakvoet,

dakranden, hoekkepers, kilkepers, frontons, dakkapellen en schoorstenen;  geen zonnepanelen in het gedeelte onder de hoekkepers of boven de kilkepers van de daken;  indien nodig gebruik maken van op maat gemaakte dummy-panelen om plaatsing in een eenduidige rechthoekige vorm zonder verspringingen te kunnen bereiken.

25

Overige specifieke plaatsingscriteria zonnepanelen Mansardekappen  voor het plaatsen van zonnepanelen op mansardedaken gelden de criteria voor hellende daken.  Indien het bovenste dakvlak van een mansardedak een helling van maximaal 15 graden heeft is dit dakvlak als een liggend plat dak te beschouwen en daarom zijn voor dit dakvlak de criteria voor platte daken van toepassing, waarbij voor (niet nadrukkelijk en nadrukkelijk) zichtbare panelen geldt dat de panelen niet onder een hoek t.o.v. het dak gelegd mogen worden.  de zonnepanelen dienen zo veel mogelijk in de bovenste dakhelft (boven de knik) te liggen indien deze als een liggend plat dak beschouwd kan worden. Anders liggen ze zo veel mogelijk in de onderste dakhelft. Dakkapellen  voor het plaatsen van zonnepanelen op een dakkapel gelden de criteria voor platte daken.  indien zonnepanelen in een helling worden geplaatst dan alleen in een zo minimaal mogelijk helling oplopend richting het hellend dak. Dakbedekking met geïntegreerde pv-cellen  het vervangen van traditionele dakpannen en leien door dakpannen of leien met geïntegreerde PV-cellen is in principe niet toegestaan. Nieuwbouw  bij nieuwbouw panelen zorgvuldig inpassen in het ontwerp van gebouw en dakvlak.

Erven  het systeem overheerst niet op het erf;  staan op een ondergeschikte, minder belangrijke of uit historisch oogpunt logische plek van het erf;  staan op een ondersteuningsconstructie die zo laag en onopvallend mogelijk is;  zijn regelmatig gerangschikt;  doorbreken geen belangrijke uitzichten op, vanuit of binnen het erf;  blijven zo veel mogelijk uit het zicht, bijvoorbeeld door de gekozen locatie, achter een wintergroene haag of verdiept geplaatst.

26

Dakramen Dakramen, zijn toevoegingen aan een dakvlak, die in het straatbeeld niet snel zullen storen en die mede daarom in veel gevallen vergunningsvrij zijn. Uitzondering hierop is het plaatsen van dakramen, in, aan, op of bij een monument, een cultuurhistorisch waardevol pand of in het beschermd stads- en dorpsgezicht. Beoordeling Dakramen bij een monument, een cultuurhistorisch waardevol pand of in het beschermd stads- en dorpsgezicht voldoen wanneer deze geplaatst worden op een dak(vlak) en niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. Zichtbaarheid wordt beoordeeld op basis van de zichtlijn, op grond waarvande zichtbare gedeeltes van het dakvlak worden bepaald. De zichtlijn is gedefinieerd als alles wat zichtbaar is binnen een straal van 50 m vanuit de openbare ruimte, vanaf een hoogte van 1,80 m (zonder daarbij rekening te houden met bomen en andere opgaande beplanting). Voldoet het plan niet aan de objectcriteria of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van eventuele andere criteria. Criteria Dakramen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: 

het dakraam voldoet aan het gebiedsgerichte beoordelingskader van het gebied waar het dakraam geplaatst gaat worden.

plaatsing en aantal: 

bij meerdere dakramen in hetzelfde bouwblok regelmatige rangschikking op horizontale lijn, dus in beginsel niet boven elkaar gerangschikt;

bij individuele woning/pand gecentreerd in het dakvlak of afgestemd op geleding voorgevel;

minimaal 0.50 m dakvlak boven, onder en ter weerszijden van het dakraam, afstand tot zijkant gemeten aan de bovenzijde van het dakraam (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/voet van het dakraam);

bij meerdere dakramen een tussenruimte van minimaal 0.50 m;

maximaal twee dakramen op voordakvlak en vier dakramen op achter- en zijdakvlak, tot in totaal maximaal 50% van het oppervlak van het betreffende dakvlak is bebouwd.

maatvoering: 

afstemmen op hoofdgebouw;

bij meerdere dakramen identieke maatvoering aanhouden;

vormgeving afgestemd op de architectuur van het hoofdgebouw: - eenvoudige vormgeving, geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden kozijnenprofielen.

materiaal en kleur 

eenvoudig en bescheiden kleurgebruik, geen opvallend en/of contrasterend kleurgebruik.

27

Gevels Wijzigingen in de gevel zijn bijvoorbeeld het veranderen of verplaatsen van kozijnen, kozijninvullingen of gevelpanelen. Ook kunnen elementen aangebracht worden zoals luifels, zonweringen, rolluiken en schotelantennes. Beoordeling Een wijziging van of aan de gevel voldoet, indien deze deze gelijk is aan een standaardplan of als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Aansluiten op bouwplannen van buren heeft de voorkeur bij gelijke woningen in rijen of clusters. Kleine afwijkingen van de criteria zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Voldoet het plan niet aan de objectcriteria of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan zoals bij monumenten, dan wordtbij de beoordeling ook gebruik gemaakt van eventuele andere criteria. Criteria Wijzigingen van of aan gevels worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: 

historische materialen, details en ornamenten zoveel mogelijk behouden en in het zicht laten;

bakstenen gevels in beginsel niet schilderen;

bij gestucte of al geschilderde gevels terughoudende kleuren toepassen passend in de historische omgeving;

kozijnen, goten en boeilijsten in bakstenen gevels hebben lichte kleuren;

in bakstenen gevels ramen en deuren in donkerder kleuren schilderen dan kozijnen, goten en boeilijsten;

plinten zijn grijs, antraciet of zwart en muurankers zijn zwart of wit;

gevelpuien zijn uniek vormgegeven of deel van een serie;

bij samenvoeging meerdere panden individuele parcellering behouden;

hoeken van panden hebben penanten met een maat die past bij het pand

eventuele installaties integreren in gevelontwerp.

Aanvullend op bovenstaande geldt voor (voormalig) winkelgevels en –puien: 

huisstijlen van bedrijf of winkelketen zijn ondergeschikt in de gevel en voegen zich in de architectuur van gevel en omgeving:

het pui ontwerp sluit aan op de oorspronkelijke hoogte van de begane grond;

verhoudingen en geledingen in de pui afstemmen op de gehele gevel;

 eventuele installaties integreren in gevelontwerp. luifels (niet combineren met een zonwering of markies) 

alleen plaatsen in de historische hoofdstructuur van de Binnenstad;

afstemmen op belendende luifels;

plaatsen onder de bovenzijde van de verdiepingsvloer en minstens 2,20 m boven het maaiveld;

 dikte maximaal 0,25 m, uitval hoogstens 1,50 m. zonwering en markiezen (niet combineren met een luifel) 

plaatsen onder de bovenzijde van de verdiepingsvloer en minstens 2,00 m boven het maaiveld;

de uitval is hoogstens 1,00 m;

kleuren zijn traditioneel of terughoudend.

28

rolluiken 

in beginsel alleen aan de binnenzijde van de pui plaatsen;

voor minstens 70% bestaand uit glasheldere doorkijkopeningen;

 

rolkasten, geleidingen en rolhekken in de gevel inpassen; kleuren zijn terughoudend of afgestemd op de gevel.

29

30

CRITERIA GEBIEDEN Hoofdstuk 3

31

32

Criteria gebieden De gebiedsgerichte criteria worden gebruikt voor bouwplannen binnen bijzonder niveau (binnenstad en historisch Kethel). Voor deze twee gebieden zijn gebiedsbeschrijvingen opgesteld. Daarnaast zijn een aantal toetsingscriteria opgenomen. Deze gebiedsgerichte criteria moeten worden gezien als de gewenste eigenschappen van het bouwplan. De criteria zijn onderverdeeld in criteria betreffende de relatie met de omgeving van het bouwwerk, de bouw- massa, de architectonische uitwerking, materiaal en kleur. Op basis van de gebiedscriteria kan binnen de grenzen van het bestemmings- plan een gewogen oordeel gevormd worden over bouwplannen. In aanvulling op de tekst zijn foto’s opgenomen, die een impressie van het gebied geven. Gebruiksregel In de advisering kan het nodig zijn de beschrijvingen, uitgangspunten en criteria te interpreteren om redelijkerwijs tegemoet te komen aan de eigenschappen en karakteristieken van de omgeving. Dit kan het geval zijn als een object of ensemble afwijkt van de directe omgeving of als een perceel op de grens van twee gebieden of niveaus ligt

33

Binnenstad De binnenstad van Schiedam bestaat hoofdzakelijk uit stenige straten met een stedelijk karakter en bebouwing uit diverse periodes. Een groot deel van de bebouwing draagt bij aan het historische karakter van de stad. De straten zijn stenig met aaneengesloten straatwanden met individuele pan- den en korte rijen woningen. Woningen staan direct aan de weg, soms is er een overgang door middel van een stoep. Voortuinen komen vrijwel niet voor. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. De binnenstad heeft veel verschillende functies. Woningen worden afgewisseld met winkels, bedrijven en instellingen als kerken en musea. De gevarieerde bebouwing is overwegend georiënteerd op de weg en heeft een individueel karakter, hoewel bij rijen en blokken herhaling voorkomt. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd, waarbij bouwmassa’s van twee of drie lagen met variërende kappen de toon zetten. Gebouwen van één en vier lagen, veelal ook met kap, komen in mindere mate voor. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. De bebouwing heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen. Oorspronkelijke gevels hebben veel accenten terwijl de detaillering van nieuwere panden vaak sober is.

Bijgebouwen zijn in de regel eenvoudiger gedetailleerd dan het hoofdgebouw. Materialen en kleuren zijn divers, terug- houdend en overwegend traditioneel. Typerend en behoudenswaardig is het door de branderijen vervuilde metselwerk in de gevels. Sferen Binnen de hoofdstructuur van de binnenstad zijn diverse sferen aan te wijzen. • Historische hoofdstructuur Aan straten als de Lange en Korte Haven, Dam en Korte Dam, Oude Sluis en Nieuwe Sluisstraat, Hoogstraat, Grote Markt, Boterstraat, Lange Kerkstraat, Nieuwstraat en Westvest is het historische karakter goed bewaard gebleven. Het historisch patroon van waterlopen, dijken, straten en stegen in samenhang met de schaal van de bebouwing is nog goed afleesbaar vanuit de openbare ruimte. De bebouwing is georiënteerd op het water en staat direct aan de straat of heeft een stoep met stoeppalen of smeedijzeren hekken. De verwevenheid van wonen en werken levert een afwisselend beeld op van functiegebonden architectuur. De breedte en hoogte van de panden varieert enigszins per straat,afhankelijk van de ligging in de structuur. De Hoogstraat is van oorsprong een zeewering en heeft een historisch bepaalde, sterk gebogen vorm met een vrij smal profiel. De bebouwing is geordend door rechte en vloeiend verlopende voorgevelrooilijnen. De bebouwing staat aan weerszijden op de oorspronkelijke, smalle kavels van 4 tot 5 m breedte.

De historische kavelmaat is in de gevels af te lezen. Door de verschijningsvorm van de individuele gevels en de gesloten straatwanden ontstaat een levendig straatbeeld. Hier en daar is de perceelsgewijze opbouw op de begane grond bij samenvoeging van winkelpuien verloren gegaan. Bij de achterkanten van de historische stad, de randen langs de singels, was de oorspronkelijke bebouwingsstructuur in mindere mate aaneengesloten. Enkele panden staan ook nu nog vrij op het erf. In de loop der tijd is hier op diverse plekken bebouwing gekomen met een grotere maat en schaal dan de historische

34

bebouwing, waaronder de appartementenblokken aan de Westvest.

De bebouwing heeft in de regel een zorgvuldige veelal rijke detaillering. Siermetselwerk, fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten en kozijnen komen voor. Materialen en kleuren zijn in de regel traditioneel en voegen zich in het beeld van de historische stad. Gevels zijn van baksteen in aardtinten, soms vannatuursteen of in een lichte tint gepleisterd. Kappen zijn gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. • Brandersbuurt Dit gebied is een menging van historische structuren en objecten met structuren en bebouwing uit de jaren ‘70 en ‘80. De singels en grachten in deze buurt, zoals aan de Breedstraat/Raam, zijn in de loop der tijd gedempt, een groot deel van de bebouwing is vervangen. De sfeer wordt enerzijds bepaald door de nog aanwezige branderijen en andere vormen van bedrijvigheid en anderzijds doorde diverse appartementengebouwen met stedelijke voorzieningen op de bega- ne grond en daaronder vaak een eigen parkeergarage. Deze gebouwen hebben een maat die de kleinschaligheid van de oorspronkelijke buurt overstijgt. De opbouw bestaat uit drie of vier lagen met in de regel een kap. De detaillering iseenvoudig en per blok in samenhang. De gebruikte kleuren hebben veel schakeringen en zijn enigszins afgestemd op de kleurstellingen in de historische stad.

• De Plantage De Plantage vormt een schiereiland met een centraal gelegen stadspark. Aan het plantsoen wordt het beeld bepaald door voorname herenhuizen met stevige bouwmassa’s, hoge verdiepingen en flinke kappen. De uitwerking en detail- lering zijn overwegend zorgvuldig en rijk met veel ornamenten als siermetselwerk, gevelstenen en bijzondere gevelbeëindigingen. Op de achterterreinen staan van oorsprong bedrijven en pakhuizen. Het huidige beeld wordt daarnaast bepaald door achtertuinen tot aan het water en flinke woningbouwprojecten van recente datum. Deze zone heeft van ouds- her een perceelsgewijze invulling met een industrieel en sober karakter. De woningblokken doorbreken dit patroon met een verzorgde en samenhangendeuitwerking die over grote lengtes is toegepast. Het verschil in karakter tussen de bebouwing aan het plantsoen en de achterge-legen bebouwing langs het water is kenmerkend voor de Plantage. • Gewijzigde structuren Het aaneengroeien van Schiedam en Rotterdam en de ontwikkeling van de stadsas over de Broersvest, Gerrit Verboonstraat en Oranjestraat heeft geleid tot een grootstedelijk stadsbeeld. Aan deze as staan flinke woningblokken, voornamelijk uit de eerste helft van de twintigste eeuw. In de oostelijke gevelwand van de Broersvest staan diverse beeldbepalende panden uit die periode.

De westelijke gevelwand is minder samenhangend en heeft een mix van kleinschalige, individuele panden en enkele grotere appartementenblokken, beiden van wisselende kwaliteit. De plinten aan beide zijden van de straat zijn ingevuldmet winkelpuien.

35

Van recente datum is het Stadserf met een formeel plein tussen kerk en entree van de binnenstad. De lange zijden van het plein worden gevormd door het stadskantoor en een appartementenblok met een plint van bedrijfsfuncties. Ten westen van de Broersvest wordt het plein beëindigd met een halfrond bouwblok met horeca en winkels in de plint en woningen op de verdieping. Het moderne stedelijke karakter komt onder meer naar voren in de brede straatprofielen en overwegend hoge straatwanden. De maat en schaal van zowel de bebouwing als de openbare ruimte is groter dan in de rest van de binnenstad. • De Bagijnhof Aan en in de omgeving van de Bagijnhof is de historische stedenbouwkundige structuur fundamenteel gewijzigd. In de jaren ‘70 is de bebouwing in dit gebied gesloopt en ingevuld met een gewijzigd stratenplan en bijbehorende bebouwingsopzet. Toegevoegde elementen zijn pleintjes, plantsoenen en bescheiden voortuinen. De huidige bebouwing bestaat uit eengezinshuizen en appartementen, geclusterd in samenhangende rijen en gesloten blokken van veelal drie of vier lagen en een plat dak. Rooilijnen zijn recht en worden deels doorbroken door elementen als stoepen en uitkragende balkons en erkers op de verdiepingen. Een deel van de bebouwing is uitgevoerd met een schijnkap. De detaillering is eenvoudig en seriematig.

Baksteenarchitectuur voert de boventoon, een klein deel van de gevels is ingevuld met puien. Accenten beperken zich tot elementen als uitkragende goten en lateien in een lichte tint. • De passages In de binnenstad zijn twee passages aangelegd. De eerste is een verbinding tussen Broersvest en Broersveld uit 1932 van de architect P. Sanders. Op de verdiepingen van deze passage wordt gewoond. Dit gebouw heeft een symmetrische voorgevel en de voor de architect kenmerkende zorgvuldige uitwerking, die rijk is aan bijzondere elementen waaronder siermetselwerk en bijzondere raampartijen. Deze passage is later aangevuld met enkele blokken winkels aan het Broersveld, al dan niet met appartementen op de verdieping, en recent met de ontwikkeling van de Nieuwe Passage. De Nieuwe Passage is een flink gebouw van twee lagen met overwegend gesloten gevels. De winkels zijn naar binnen gericht, met uitzondering van de winkels in de plint aan het Broersveld. De ingang aan de Hoogstraat ligt terug van de historische rooilijn en is aangezet met een architectonisch gebaar. Tussen de twee passages staat een parkeergarage van meerdere verdiepingen, deels bovengronds, die bereikbaar is vanaf de Koemarkt.

Uitzonderingen Bijzondere elementen zijn gebouwen en objecten met een bijzondere functie, zoals de het (voormalige) Stadhuis, de kerken, Korenbeurs, stellingmolens en de omgeving van de ruïne van het Huis te Riviere. Deze gebouwen bepalen het silhouet van het beschermd gezicht en vormen accenten door hun ligging in het stedelijk weefsel en de afwijking in massa, opbouw en uitwerking. Uitgangspunten De binnenstad heeft een bijzonder niveau. Het gebied heeft een rijke geschiedenis en een groot deel is door het Rijk aangewezen als beschermd gezicht. De waarde van de binnenstad is in ieder geval gelegen in het stedelijk weefsel met het

36

overwegend kleinschalige en afwisselende beeld van de straat- wanden. Veel objecten zijn cultuurhistorisch waardevol. Enkele deelgebieden zijn in de loop der tijd zodanig verbouwd, dat de historische waarden hoogstens op structuurniveau afleesbaar zijn. Het beleid is gericht op het behoud en eventueel herstel van het historisch beeld dat in ieder geval bestaat uit de oorspronkelijk structuurelementen en de cultuurhistorische bebouwing. De wens is dat de kwaliteit van de bebouwing ondersteunend is aan de ambitie om de binnenstad uit te laten groeien tot een aantrekkelijk stadscentrum. Het uitgangspunt is dat bouwplannen een positieve bijdrage leveren aan de omgevingskwaliteit van het historisch straatbeeld. In verband hiermee wordt verwacht dat er in ieder geval aandacht geschonken wordt aan de hoofdoriëntatie van de bebouwing en de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken, heeft herstel van historisch wenselijke eigenschappen prioriteit. De uitgangspunten van de Ontwikkelingsvisie Binnenstad zijn aanvullend van toepassing op ontwikkelingen in dit gebied.

37

Criteria Bij de bespreking van bouwplannen wordt in samenhang met beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het kleinstedelijke karakter van het gebied behouden; • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte (er is een duidelijk onderscheid in voor- en zijgevels); • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang; • historische perceelsbreedten en samenhangende straatwanden behouden; • gevels zijn deel van straatwanden, waaraan de perceelsbreedte is af te lezen; • hoofdmassa’s staan direct aan de weg of zijn voorzien van een stoep; • bijgebouwen staan in beginsel uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn.

Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het kleinstedelijke karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm, breedte en nokrichting); • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond; • de individuele woning binnen een rij of complex is deel van het geheel; • gebouwen hebben in beginsel één tot drie lagen met eenduidige kap, afgestemd op de context; • de nok staat in beginsel loodrecht op de voorgevel of is evenwijdig aan de weg; • de entree ligt in beginsel aan de belangrijkste openbare ruimte; • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa; • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap van minstens 30 graden; • gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in het gebied afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm.

38

Architectonische uitwerking • architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig; • de architectuur volgt het beeld van de kleinstedelijke bebouwing; • gevelcomposities zijn samenhangend en afgestemd op de bestaande situatie; • de begane grondlaag van het gebouw afstemmen op de geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel; • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen; • gevelopeningen zijn staand of verticaal onderverdeeld; • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren; • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume. Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn ingetogen, verouderen mooi, harmoniëren met belendingen en passen in het traditionele straatbeeld; • gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen, eventueel aangevuld met andere traditionele materialen danwel in een lichte tint gepleisterd of gekeimd, etalages hebben een gesloten plint; • hellende daken dekken met matte, keramische pannen; • kozijnen, lijsten en dergelijke in beginsel uitvoeren in hout; • kleuren harmoniëren met de omgeving en zijn in beginsel traditioneel of afgestemd op de architectuur van het pand.

Overig • installaties, zoals airco’s: - uit het zicht van de openbare ruimte plaatsen; - indien dit aantoonbaar niet mogelijk is, niet nadrukkelijk in het zicht van de openbare ruimte plaatsen.

39

Dorp Kethel Historisch Kethel heeft kleinschalige bebouwing uit diverse periodes in een gegroeide structuur met als basis het individuele pand met een dorps karakter. Ten noorden van het dorp zorgt het bijbehorende landschapspark voor een herkenbaar beeld van de voormalige, agrarische kern op een kruispunt van wegen. Historisch Kethel is inmiddels omringd door uitbreidingswijken. Het gebied heeft smalle, stenige straten met (vrijwel) aaneengebouwde panden. De uitlopers worden groener als gevolg van voortuinen en de toenemende ruimte tussen de panden. Een deel van de bebouwing bestaat uit voormalige boerderijen en andere elementen uit het agrarische verleden. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg of het oorspronkelijke polderpatroon en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bebouwing is in de regel georiënteerd op de weg en staat hier direct aan of heeft een voortuin. Er is sprake van enige functiemenging. De bebouwing is in de regel bescheiden van formaat en heeft een gevarieerd en individueel karakter. Bij- en bedrijfsgebouwen staan veelal achter het hoofdgebouw. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één, bij uitzondering twee, lagen met variërende kappen. De nokrichting is gelijnd aan de weg of de (inmiddels verdwenen) verkavelingsrichting.

Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw met verticale gevelopeningen. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. Er is een grote diversiteit aan architectuurstijlen. De detaillering van de panden is in de regel zorgvuldig en varieert van sober tot rijk. Met name de oudere gevels hebben een verfijnde uitwerking met veel accenten, zoals siermetselwerk, fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten en muurankers. Dakkapellen zijn veelal uitgevoerd met schouderstukken. Ramen zijn onderverdeeld met stijl en regelwerk. Materialen en kleuren zijn divers en terughoudend. Gevels zijn van klein formaat baksteen zoals IJsselsteentjes, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint. De plint is in de regel van hardsteen of stucwerk. De kap is gedekt met keramische pannen zoals Oud Hollandse pannen of leien. Kozijnen zijn in de regel uitgevoerd in geschilderd houtwerk in traditionele kleuren. De begane grondlaag van winkels en bedrijven heeft veelal een afwijkende invulling. Uitgangspunten Historisch Kethel heeft een bijzonder niveau. Het goed behouden historische karakter met als basis de combinatie tussen de oorspronkelijke structuurelementen en de afwisselende lintbebouwing geeft het gebied een waarde- volle betekenis voor Schiedam. Veel panden en objecten zijn cultuurhistorisch waardevol.

Het beleid is gericht op het behoud van het historisch beeld dat in ieder geval bestaat uit de oorspronkelijke structuurelementen, het gegroeide bebouwingspatroon en de cultuurhistorische bebouwing. Het uitgangspunt is dat bouwplannen een positieve bijdrage leveren aan de omgevingskwaliteit van het gevarieerde, kleinschalige straatbeeld. In verband hiermee wordt verwacht dat er in ieder geval aandacht geschonken wordt aan de hoofdoriëntatie van de bebouwing en de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving met gebiedseigen ornamenten en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Ook bij vervanging van panden is een hedendaagse interpretatie van traditionele vormgeving het uitgangspunt.

40

Criteria Bij de bespreking van bouwplannen wordt in samenhang met beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het dorpse karakter van de lintbebouwing behouden; • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte(n); • overige bebouwing is ondergeschikt en staat in beginsel op achtererven;• rooilijnen verspringen onderling, volgen weg of verkaveling en zijn afgestemd op aangrenzende bebouwing; • doorzichten behouden. Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het gebiedskarakter en afgestemd op oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting); • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met in beginsel een rechthoekige plattegrond; • per kavel is er één hoofdmassa, die afgestemd is op aangrenzende bebouwing; • aansluiting op maaiveld en gevelbeëindiging zorgvuldig vormgeven; • gebouwen hebben in beginsel één laag met kap;• uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa; • gebouwen met bijzondere functies kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15616019/1