CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Monitor Leefbaarheid & Veiligheid 2024

Gemeenteraad 15 april 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester, dan wel collegeleden:18.440 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024

maart 2025

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

Versiebeheer Datum: 27-03-2025 Versie: 1.3 Auteur: Kenniscentrum

mes.incijfers.nl kenniscentrum@mvs-gemeenten.nl

2

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

Bestuurssamenvatting De Monitor Leefbaarheid & Veiligheid schetst in 2024 een minder somber beeld dan de vorige editie. Deze liet in 2021 op veel fronten een verslechtering zien. Inmiddels mag voorzichtig geconcludeerd worden dat een deel van die verslechteringen toegeschreven kan worden aan de toen heersende coronapandemie en de beperkende maatregelen die daarmee samenhingen. Op veel punten is inmiddels herstel zichtbaar, met name op het gebied van de sociale aspecten, welzijn en veiligheidsbeleving. Echter, niet alle ontwikkelingen zijn positief. Zo zijn de resultaten voor wat betreft overlastproblematiek en de beoordeling van de openbare ruimte wederom minder goed dan voorheen. Verder liggen de meeste uitkomsten die wel verbeterd zijn (nog) niet op het niveau van vóór corona. Dit is tevens in diverse landelijke onderzoeken zichtbaar. Tot slot wordt er meer herstel geconstateerd in de wijken waar het al bovengemiddeld goed ging. De tweedeling in de stad wordt hiermee versterkt.

Veiligheidsgevoelens verbeterd, maar nog altijd onder druk Deze monitor laat een stijging zien van de veiligheidsgevoelens in Schiedam in het algemeen èn in de eigen woonbuurt. Desalniettemin scoort de onveiligheidsbeleving nog steeds aanzienlijk slechter dan de gemiddelde landelijke cijfers. Zo is Schiedam volgens de landelijke Veiligheidsmonitor (CBS, 2023) één van de meest als onveilig ervaren steden in Nederland. De buurten met de laagste veiligheidsbeleving onder de inwoners (in de eigen buurt) zijn allemaal gelegen ten zuiden van de A20.De lijst met door inwoners benoemde onveilige plekken in Schiedam is nauwelijks veranderd ten opzichte van eerdere jaren.

Leefbaarheid en buurtproblemen De door de inwoners ervaren buurtproblemen en de frequentie waarmee zij voorkomen zijn vrijwel gelijk gebleven; de indicatorscore is gestegen met 1 punt op een schaal van 0 tot 100. Wel wordt in de top 5 van dit jaar een terugkeer geconstateerd van de problemen die vóór corona in de top 5 stonden: overlast door rommel op straat, vuilnisproblematiek, parkeeroverlast, te hard rijden en hondenpoep komen het vaakst voor. Schiedam doet het wat dit betreft relatief slecht: in de landelijke Veiligheidsmonitor 2023 staat onze stad onder aan de ranglijst van Nederlandse gemeenten wat betreft de fysieke staat van het openbaar gebied. Bovendien is er over een lange periode bezien geen vooruitgang zichtbaar. In de wijken Schiedam West en Zuid staat parkeeroverlast, veroorzaakt door de hoeveelheid auto’s, op nummer 1. In de wijken Kethel en Spaland/Sveaparken staat juist geluidsoverlast door vliegverkeer op de eerste plek. Hoewel sommige ervaren buurtproblemen een lichte verbetering laten zien, is de verloedering toegenomen (het rapportcijfer is gedaald van 6,0 naar 5,8). Dit is het meest het geval in de wijken ten zuiden van de A20, met toevoeging van Groenoord. De ervaren woonoverlast is juist met enkele procentpunten afgenomen In de wijken met de hoogste bevolkingsdichtheid is de woonoverlast het sterkst afgenomen; deze liggen allen ten zuiden van de A20.

Dit zijn ook de wijken waar integraal door de gemeente wordt gehandhaafd op verschillende aspecten van woonoverlast. De stijging van overlast door dak- en thuislozen verdient aandacht. Deze stijging is in lijn met de toename van dak- en thuislozen in de regio. Het verdient aanbeveling deze materie in regionale context aan te vliegen.

3

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

Sociale cohesie en welzijn herstellen zich De ervaren gezondheid, lichamelijke conditie, mentale problemen en geldproblemen zijn allen licht verbeterd ten opzichte van 2021. Wel moet geconstateerd worden dat het aandeel Schiedammers dat aangeeft het gevoel te hebben er niet bij te horen, stabiel blijft. Dit geldt ook voor het aandeel Schiedammers dat aangeeft beperkt te worden door hun gebrek aan kennis van de Nederlandse taal en cultuur. Hiermee hangt samen dat de eenzaamheid en geldproblemen groot blijven onder jongeren. Het aandeel Schiedammers dat welzijnsproblemen ervaart is onder inwoners met een migratieachtergrond (eerste of tweede generatie) aanzienlijk groter dan onder Schiedammers van Nederlandse herkomst. Er is een duidelijke samenhang tussen inkomen en eenzaamheid: hoe lager het inkomen, hoe meer mensen zich eenzaam voelen. De eenzaamheidscijfers zijn (wellicht vanzelfsprekend) verbeterd ten opzichte van de vorige monitor, toen corona nog volop heerste.

Vertrouwen in de overheid Ook als het gaat om vertrouwen in het handelen van de overheid is een licht herstel zichtbaar, maar relatief veel mensen geven (nog steeds) aan het antwoord op deze vragen niet te weten. Deze grote aandelen zijn een indicatie dat de overheid voor veel Schiedammers (te) onzichtbaar is. Een vergelijking met het landelijke gemiddelde suggereert bovendien dat het vertrouwen in de lokale gemeente onder Schiedammers lager is dan in andere gemeenten. De mate van vertrouwen in de gemeente verschilt echter wel sterk per bevolkingsgroep. Schiedammers met een migratieachtergrond hebben bijvoorbeeld relatief veel vertrouwen in de gemeente. Dit is in lijn met de resultaten uit eerdere edities van deze monitor.

Concluderend Zoals eerder gesteld, is in deze editie van de Monitor Leefbaarheid & Veiligheid sprake van (licht) herstel na de vorige editie. We mogen dan ook voorzichtig concluderen dat er in 2021 sprake was van een ‘coronadip’, die op vele aspecten van het leven en welzijn effect had. Deze voorzichtige conclusie wordt bevestigd door landelijke en specifieke onderzoeken.1 Meebewegend met de coronadip – maar onveranderd – blijkt de tweedeling in Schiedam op wijkniveau. Het samenspel van veiligheid, leefbaarheid, sociale cohesie, het onderhoud van de openbare ruimte, sociaaleconomische factoren en welzijn is een complex systeem, waarvan de effecten in Schiedam op wijkniveau te traceren zijn. De waardering van de woonomgeving, sociale cohesie, onderhoud en aanwezigheid van groen, de wegen, straten en pleinen, parkeergelegenheid en buurtproblemen als rommel, vuilnisproblematiek en geluidsoverlast worden in hogere mate slechter beoordeeld in de wijken ten zuiden van de A20 plus Groenoord. De kwetsbare wijken profiteren minder van de verbetering dan de minder of niet kwetsbare wijken. Om de leefbaarheid van bepaalde wijken en de veiligheidsbeleving van inwoners en hun welzijn te vergroten, is een brede aanpak nodig die in samenhang wordt uitgevoerd.

In dit opzicht kan de deelname aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) een mooie katalysator vormen voor de betrokken wijken Nieuwland en Oost. Echter, ook de wijken Zuid, West en Groenoord verdienen aandacht. Ook in deze wijken immers blijven positieve ontwikkelingen wat achter bij het gemiddelde, waarmee automatisch de afstand tot de beter presterende wijken groter wordt. Het belangrijkste onderscheid tussen de wijken is het type woningbouw, de verhouding tussen huur- en koopwoningen en de gemiddelde prijs van de woningen. Bepalende factoren voor de bewoners lijken hierbij opleiding en inkomen te zijn, wat betekent dat financieel-economische verschillen op wijkniveau tot een stapeling van sociale welzijnsproblematiek en een verminderde (beleving van de) leefbaarheid en veiligheid op wijkniveau leiden.

1

Zoals bijvoorbeeld het onderzoek van het RISBO / Erasmus Universiteit, Nederland na de pandemie, over de doorwerking van de coronapandemie op sociale cohesie van Snel, Engbersen, De Boom en Seidler.

4

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

Inhoudsopgave Bestuurssamenvatting

3

1 Inleiding

6

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Responsoverzicht Inhoud van het rapport

6 6 7

2 Woonomgeving 2.1 2.2 2.3

9

Woning en woonomgeving Voorzieningen Sociale cohesie

9 12 16

3 Veiligheid en buurtproblemen 3.1 3.2 3.3

18

(On)veiligheidsgevoelens Onveilige plekken Buurtproblematiek

18 22 24

4 Welzijn en samenleven

33

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Gezondheid Belemmeringen in het dagelijks leven Sociale contacten en eenzaamheid Participatiesamenleving Discriminatie

5 Over de gemeente Schiedam 5.1 5.2

33 34 36 38 39

41

Ervaren samenwerking en participatie Ontwikkelingen in samenwerking en participatie

41 43

6 Conclusies

45

Bijlage 1: wijk- en buurtindeling Schiedam

48

Bijlage 2: rapportcijfers op buurtniveau

50

5

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

1

Inleiding Leefbaarheid en veiligheid staan al lange tijd hoog op de lijst van bestuurlijke prioriteiten. Ook het bevorderen van maatschappelijke participatie, het stimuleren van een gezonde leefstijl en het tegengaan van eenzaamheid zijn voorbeelden van zaken die daar bij horen. De Schiedamse Monitor Leefbaarheid en Veiligheid biedt aanknopingspunten om de effecten van het gevoerde beleid in beeld te brengen.

1.1 Aanleiding Reeds in de jaren ’90 was de invoering van het Grotestedenbeleid de aanleiding om binnen de overheid afspraken te maken over periodiek onderzoek op het gebied van leefbaarheid en veiligheid. Inmiddels is het Grotestedenbeleid beëindigd, maar de behoefte aan beleidsinformatie over leefbaarheid en veiligheid is onverminderd. Daarom heeft begin 2024 opnieuw een onderzoek in het kader van de Monitor Leefbaarheid en Veiligheid plaatsgevonden. Deze rapportage geeft de uitkomsten van dit onderzoek. Het levert een beeld op van hoe zaken als woonplezier, veiligheid en sociale cohesie zich in Schiedam ontwikkelen. De uitkomsten op deze uiteenlopende onderwerpen kunnen dienen als belangrijke onderbouwing van het gemeentelijk beleid.

1.2 Responsoverzicht Het veldwerk van het onderzoek bestaat uit twee onderdelen: uit het bevolkingsregister is aselect een steekproef getrokken van in totaal 9.000 personen in de leeftijd van 18 tot en met 80 jaar. Hierbij is rekening gehouden met de diverse wijken in Schiedam. Deze personen kregen een vragenlijst thuisgestuurd met het verzoek deze in te vullen en terug te sturen. Een andere mogelijkheid betrof de vragenlijst digitaal in te vullen. Door middel van een code in de begeleidende brief konden de aangeschreven personen inloggen op de gemeentelijke website en daar de vragenlijst invullen. Van de de mogelijkheid om bij dit onderzoek een Engelstalige vragenlijst aan te vragen, is slechts enkele keren gebruik gemaakt. Om uiteenlopende redenen (verhuizing, volle brievenbus, etc,) bleken 80 vragenformulieren onbestelbaar. Van de resterende 8.920 namen uiteindelijk in totaal 2.037 personen deel aan het onderzoek. De respons op dit deel van het onderzoek bedraagt derhalve 23%. Figuur 1.1 Overzicht aantal respondenten

Methode

Aantal uitgenodigd (netto)

Steekproef

8.920

Internetpanel Totaal

4.776 13.696

6

Respons (abs.)

Respons (%)

Schriftelijk: 1.098 Digitaal: 939 Totaal: 2.037 1.633 3.670

Schriftelijk: 12% Digitaal: 11% Totaal: 23% 34% 27%

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

Voor het tweede onderdeel van het veldwerk is in dezelfde periode een digitale vragenlijst verspreid onder de leden van het gemeentelijk internetpanel. Deze vragenlijst is ingevuld door 1.633 van de 4.776 panelleden. Dit komt overeen met een respons van 34%. In totaal hebben maar liefst 3.670 inwoners uit Schiedam deelgenomen aan het onderzoek,2 waarmee de totale respons uitkomt op 27%. Figuur 1.2 Overzicht aantal respondenten per wijk

Wijk Centrum Oost West + Havens Zuid Kethel + Industriegebied Nieuwland Groenoord Woudhoek Spaland/Sveaparken + Polderbuitengebied Totaal Schiedam

Respons (abs.) 366 362 522 358 329 512 341 354 374 3.670*

Respons (%) 31% 20% 27% 24% 31% 22% 23% 29% 32% 27%

* Van 152 personen is niet bekend in welke wijk zij woonachtig zijn

De respons verschilt per wijk: de wijken Kethel, Spaland/Sveaparken en Centrum laten een relatief hoog responspercentage zien en de animo voor dit onderzoek is in Oost, Nieuwland en Groenoord het laagst. Hiermee was van tevoren rekening gehouden door de omvang van de steekproef in sommige wijken te verhogen. Daarnaast zijn de onderzoeksdata voor zover nodig gecorrigeerd met weegfactoren, zodat een representatieve afspiegeling ontstaat van de totale Schiedamse bevolking in de leeftijd van 18 tot en met 80 jaar. De uitkomsten van het onderzoek leveren daarmee een betrouwbaar beeld op van de mening van de Schiedammer in de genoemde leeftijdscategorie.

1.3 Inhoud van het rapport In voorliggend rapport zijn de uitkomsten steeds op stedelijk en wijkniveau gepresenteerd. Waar mogelijk zijn vergelijkingen met eerdere metingen gemaakt. Soms zijn de uitkomsten op buurtniveau gepresenteerd. Op dit lage schaalniveau is het aantal respondenten niet voor alle buurten voldoende om betrouwbare uitspraken te kunnen doen. Voor een deel van de buurten moeten de uitkomsten op om die reden dan ook als indicatief worden beschouwd. Op wijk- en stedelijk niveau zijn de uitkomsten uiteraard wel representatief. In het eerstvolgende hoofdstuk komt de woonomgeving aan bod. De tevredenheid over het voorzieningenniveau en de sociale samenhang binnen een woonbuurt komen eveneens in dit hoofdstuk aan de orde. Hoofdstuk 3 heeft de thema’s veiligheid en buurtproblemen als onderwerp: waar voelt men zich onveilig en hoe vaak ondervinden inwoners overlast of is er bijvoorbeeld sprake van verloedering? De onderwerpen welzijn en samen leven worden behandeld in hoofdstuk 4. Het gaat dan bijvoorbeeld om gezondheid en eenzaamheid. Hoofdstuk 5 geeft inzicht in de mening van Schiedammers over het functioneren van de gemeente op het gebied van samenwerking en participatie.

Vragen als ‘hoe vinden inwoners dat de gemeente hen betrekt bij allerlei onderwerpen die in de stad spelen’ of ‘hoe vindt men dat de gemeente luistert naar de mening van de inwoners’ worden in dit hoofdstuk behandeld.

2

Op basis van de totale populatie en het aantal respondenten bedraagt de foutenmarge 1,6% bij een betrouwbaarheidsinterval van 95%.

7

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

Deze rapportage biedt eveneens inzicht in de uitkomsten op enkele indicatoren waarmee bepaalde doelstellingen uit de begroting worden gemeten. De uitkomsten hiervan zijn opgenomen in het thematische hoofdstuk waar de desbetreffende doelstelling onder valt.

8

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

2

Woonomgeving Hoe prettig een buurt is om in te wonen, wordt grotendeels bepaald door drie factoren: (1) de kwaliteit van de woning en de directe omgeving daarvan, (2) de beleving van de woonomgeving met alle voorzieningen daarin en (3) de sociale cohesie in de buurt, dus de mate waarin buurtbewoners elkaar kennen en goed met elkaar omgaan. Aan de hand van deze combinatie van fysieke en sociale aspecten hebben Schiedammers de leefbaarheid in hun buurt beoordeeld.

2.1 Woning en woonomgeving De mate waarin Schiedammers hun eigen woning waarderen, is met een 7,5 hetzelfde als in 2021. Hieruit kan worden opgemaakt dat de meeste Schiedammers hun woning een ruime voldoende geven en dat het gemiddelde rapportcijfer voor de eigen woning relatief stabiel is. De afgelopen jaren schommelde dit gemiddelde namelijk rond hetzelfde cijfer.

Rapportcijfer woning: 7,5 (2021: 7,5 - 2019: 7,6 - 2017: 7,5 - 2015: 7,7) Het beeld op wijkniveau is grotendeels gelijk. In alle wijken geven inwoners hun woning ten minste een voldoende, maar er zijn ook behoorlijke verschillen tussen wijken. Inwoners van Nieuwland, Oost en Groenoord waarderen hun woning het minst, met rapportcijfers tussen de 7,1 en 7,3. Inwoners van Kethel, Spaland/Sveaparken en Woudhoek geven hun eigen woning gemiddeld een hoger cijfer; van een 7,8 in Woudhoek tot een 8,3 in Kethel. De cijfers per buurt laten zien dat de gemiddelde waardering ook binnen sommige wijken sterk verschilt (zie bijlage 2), zoals bij woningen ten noorden (7,1) en ten zuiden (8,1) van de Burgemeester Knappertlaan in West. Figuur 2.1 Ontwikkeling gemiddeld rapportcijfer voor de woning 2015 2017 2019 Wijk

Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam

8,1 7,3 7,7 7,8 7,3 7,7 8,2 8,1 8,3 7,7

7,2 7,3 7,4 7,8 6,9 7,5 8,1 8,2 8,2 7,5

7,7 7,5 7,8 7,8 6,8 7,4 7,9 8,1 8,3 7,6

2021 7,4 7,1 7,5 7,6 6,9 7,1 8,2 8,0 8,4 7,5

2024 7,4 7,3 7,4 7,4 7,1 7,3 8,3 7,8 8,2 7,5

Ook op wijkniveau is het gemiddelde rapportcijfer voor de eigen woning stabiel. Ten opzichte van de vorige editie waarderen inwoners van Oost, Nieuwland en Groenoord hun woningen iets meer, terwijl inwoners van Zuid, Woudhoek en Spaland/Sveaparken dit juist iets minder doen. Deze verschillen zijn echter klein. Met een oog op de ontwikkeling sinds 2015 valt op dat het gemiddelde rapportcijfer in Zuid en Woudhoek een licht dalende trend laat zien, al moet ook hier worden benadrukt dat het gaat

9

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

om relatief kleine verschillen. In Groenoord lijkt het gemiddelde rapportcijfer voor de eigen woning zich na een dalende trend weer enigszins te herstellen. Net als bij eerdere edities waarderen huurders en woningbezitters hun woningen in sterk verschillende mate; waar bewoners van huurwoningen hun woning gemiddeld een 6,8 geven, geven bewoners van koopwoningen hun woning gemiddeld een 8. Dit verklaart eveneens waarom het gemiddelde rapportcijfer voor de eigen woning hoger is onder inwoners zonder migratieachtergrond en inwoners met een hbo/wo-opleiding, aangezien beide groepen (veel) vaker een koopwoning hebben. Ouderen geven hun woning daarnaast een iets hoger cijfer dan jongeren. De directe omgeving van hun woning beoordelen Schiedammer gemiddeld met een 6,8. Dit is net als bij het gemiddelde rapportcijfer voor de eigen woning hetzelfde als in 2021 en min of meer gelijk aan het cijfer in de jaren daarvoor. Net als in die jaren daarvoor waarderen Schiedammers hun woonomgeving in mindere mate dan hun eigen woning.

Rapportcijfer woonomgeving: 6,8 (2021: 6,8 - 2019: 6,8 - 2017: 6,7 - 2015: 6,9)

Ook het patroon op wijkniveau vertoont veel overeenkomsten met dat van het rapportcijfer voor de eigen woning. Het gemiddelde rapportcijfer voor de woonomgeving is het laagst in Oost (6,1) en Nieuwland (6,4), al is in dit geval het cijfer voor Groenoord (6,6) niet veel lager dan dat voor West en Zuid. Inwoners van Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken waarderen de omgeving van hun woning gemiddeld het meest. Achter deze cijfers gaan soms wederom aanzienlijke verschillen tussen buurten schuil (zie bijlage 2). Zo geven inwoners van de Newtonbuurt en Natuurkundigenbuurt, beide in Oost, hun woonomgeving respectievelijk een 5,6 en 6,6. Figuur 2.2 Ontwikkeling gemiddeld rapportcijfer voor de woonomgeving 2015 2017 2019 2021 Wijk

Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam

7,0 6,1 6,8 6,9 6,2 6,9 7,9 7,6 7,8 6,9

6,5 6,1 6,7 7,1 5,8 7,0 7,5 7,8 7,8 6,7

7,1 6,1 6,9 6,8 6,0 6,8 7,6 7,7 7,8 6,8

6,9 6,1 6,8 6,9 6,3 6,4 7,5 7,5 7,8 6,8

2024 6,9 6,1 6,6 6,7 6,4 6,6 7,4 7,7 7,8 6,8

Voor de meeste wijken geldt bovendien dat het gemiddelde rapportcijfer voor de woonomgeving stabiel is. Hoewel het gemiddelde rapportcijfer in West en Zuid iets lijkt te zijn gedaald en in Groenoord en Woudhoek iets lijkt te zijn gestegen, zijn de verschillen ook hier klein. Duidelijke trends zijn er evenmin. Alleen in Groenoord lijkt de mate waarin inwoners hun woonomgeving waarderen zich na een kleine dip in 2021 te hebben hersteld. Verder lijkt het rapportcijfer voor de woonomgeving zich in Nieuwland voorzichtig positief te ontwikkelen; van een 5,8 in 2017 naar een 6,4 in 2024. Dit is mogelijk een gevolg van het feit dat er in deze wijk de afgelopen jaren veel sloop en nieuwbouw heeft plaatsgevonden. Bewoners van koopwoningen waarderen de woonomgeving van hun woning meer dan bewoners van huurwoningen, maar dit verschil is minder groot dan bij het rapportcijfer voor de eigen woning;

10

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

gemiddeld respectievelijk met een 7 en 6,5. Dit valt net als eerder grotendeels samen met de bovengemiddelde waardering van inwoners zonder migratieachtergrond en inwoners met een hbo/wo-opleiding. Ouderen geven verder ook hun woonomgeving een iets hoger cijfer dan jongeren.

Wonen in Schiedam: prettigheid maakt nog niet trots Hoewel de (ervaren) kwaliteit van de eigen woning en directe woonomgeving in belangrijke mate bepalen hoe fijn het is om ergens te wonen, speelt ook het oordeel over de stad als geheel een rol. Daarom is inwoners ook gevraagd om aan aan te geven met hoeveel plezier ze in Schiedam wonen. Hiervoor zijn twee stellingen gebruikt: ‘in Schiedam is het prettig wonen’ en ‘ik ben trots op Schiedam’. Het resultaat voor de eerste stelling suggereert dat Schiedam een prettige woonstad is; twee derde van alle invullers is het (helemaal) eens met de stelling. Slechts een kleine minderheid (9%) is het er (helemaal) mee oneens. De verschillen tussen wijken zijn bovendien klein. Alleen Nieuwland springt eruit, hier is maar liefst 76% van alle inwoners het (helemaal) eens met de stelling. Verder volgt de mate van instemming een vergelijkbaar patroon als dat van het rapportcijfer voor de eigen woning en woonomgeving. Hoewel opvallend weinig inwoners van Spaland/Sveaparken en Woudhoek aangeven dat het in Schiedam prettig wonen is, suggereert het lage aandeel inwoners dat het (helemaal) oneens is met de stelling dat het in deze wijken erg prettig wonen is. Figuur 2.3: ‘In Schiedam is het prettig wonen’, naar wijk (excl. ‘weet niet’) Nieuwland

76%

15%

9%

Kethel

68%

26%

6%

West

68%

25%

7%

Schiedam

66%

25%

9%

Centrum

66%

25%

9%

Woudhoek

65%

29%

6%

Zuid

64%

26%

10%

Spaland/Sveaparken

62%

31%

7%

Oost

61%

28%

11%

Groenoord

60%

26%

14%

0%

10%

(helemaal) eens

20%

30%

40%

50%

niet eens, niet oneens

60%

70%

80%

90% 100%

(helemaal) oneens

De antwoorden op de tweede stelling laten een ander beeld zien. Met 49% (helemaal) eens is iets minder dan de helft van alle Schiedammers trots op de stad, al is ook hier maar een kleine minderheid (17%) het (helemaal) oneens met de stelling. Ook tussen de wijken zijn er verschillen zichtbaar, al volgen die ditmaal een ander patroon. De wijken waar de meeste inwoners aangeven dat het in Schiedam prettig wonen is, zijn het minst trots. Dit is met name Woudhoek en Spaland/Sveaparken het geval. In wijken als Zuid en Groenoord, waar relatief minder inwoenrs aangeven dat het in Schiedam prettig wonen is, zijn inwoners juist vaker trots. Het is niet direct duidelijk waarom dit zo is;

11

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

mogelijk hebben inwoners van deze wijken minder binding met de stad, wellicht zijn hun verwachtingen anders. Nieuwland is wederom de uitzondering; die wijk kent zowel veel inwoners die aangeven dat het in Schiedam prettig wonen is, als veel inwoners die trots zijn. Figuur 2.4: ‘Ik ben trots op Schiedam’, naar wijk (excl. ‘weet niet’) Nieuwland

57%

Zuid

53%

Groenoord

53%

Centrum

50%

32%

18%

Oost

50%

31%

19%

West

50%

34%

16%

Schiedam

49%

34%

17%

Kethel

48%

36%

16%

29%

14%

26%

21%

33%

14%

Woudhoek

38%

43%

19%

Spaland/Sveaparken

37%

43%

20%

0%

10%

(helemaal) eens

20%

30%

40%

50%

niet eens, niet oneens

60%

70%

80%

90% 100%

(helemaal) oneens

Ook tussen bevolkingsgroepen verschillen de antwoorden op beide stellingen. Dat is met name het geval voor de mate waarin mensen trots zijn op Schiedam, al valt op dat inwoners met een migratieachtergrond beduidend minder vaak aan geven dat het in Schiedam prettig wonen is. Dit kan deels worden verklaard door het feit dat zij vaker wonen in wijken waar minder mensen het (helemaal) eens zijn met de stelling, maar ook het feit dat inwoners met een migratieachtergrond vaker een huurwoning hebben speelt waarschijnlijk mee. Bewoners van huurwoningen vinden namelijk minder vaak dat het in Schiedam prettig wonen is dan bewoners van koopwoningen. De verschillen tussen de mate waarin verschillende bevolkingsgroepen trots zijn op Schiedam, vallen over het algemeen groter uit. Zo zijn inwoners aanzienlijk trotser naarmate zij ouder zijn, praktijkonderwijs of een mbo1- of mbo2-opleiding hebben gevolgd, of een woning huren. Ook inwoners met een migratieachtergrond zijn veel vaker trots op Schiedam.

2.2 Voorzieningen De leefbaarheid van een stad, wijk of buurt is mede afhankelijk van de voorzieningen die er zijn. Net als in eerdere edities van deze monitor, is Schiedammers om die reden gevraagd hoe zij denken over verschillende voorzieningen. De resultaten laten zien dat de tevredenheid met deze voorzieningen sterk verschilt. Het meest tevreden zijn Schiedammers over de winkels voor dagelijkse boodschappen, voorzieningen die betrekking hebben op het openbaar vervoer en de straatverlichting. Het minst

12

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

tevreden zijn ze over speelplekken voor jongere kinderen, parkeergelegenheid en voorzieningen voor jongeren. Voor vrijwel alle voorzieningen geldt dat er meer inwoners tevreden dan ontevreden zijn; alleen bij de parkeergelegenheid en voorzieningen voor jongeren is dit niet het geval. Figuur 2.5: Tevredenheid met voorzieningen winkels voor de dagelijkse boodschappen

82%

11% 7%

(haltes) openbaar vervoer

74%

11% 10%

straatverlichting

71%

16%

groen (perken, plantsoenen en parken)

50%

basisscholen

49%

wegen, paden en pleinen

46%

beweeg- en sportvoorzieningen

43%

speelplekken voor jonge kinderen

38%

16%

parkeergelegenheid

36%

17%

voorzieningen voor jongeren

14% 0%

18% 20%

24%

23%

8%

40%

25% 22%

28% 16%

16%

19% 30%

40%

25% 40%

13%

7%

43% 60%

(zeer) tevreden

niet tevreden, niet ontevreden

(zeer) ontevreden

weet niet / geen mening

80%

100%

Hier moet overigens wel worden opgemerkt dat er bij sommige voorzieningen relatief veel invullers zijn die aangeven het niet te weten, of geen mening te hebben. Als deze inwoners buiten beschouwing worden gelaten, neemt het aandeel inwoners dat (zeer) tevreden is met basisscholen, beweeg- en sportvoorzieningen, speelplekken voor jonge kinderen en voorzieningen voor jongeren toe naar respectievelijk 82%, 53%, 54% en 24%. Zeker bij de voorzieningen voor jongeren geldt echter dat het aandeel inwoners dat (zeer) ontevreden is, dan ook sterk toeneemt; van 25% naar 44%. In vergelijking met landelijke cijfers, met name die van de Veiligheidsmonitor van het CBS, valt op dat Schiedammers (veel) minder tevreden zijn over sommige voorzieningen. Zo was in 2023 83% van alle Nederlanders (zeer) tevreden over de straatverlichting, 65% over het openbaar groen, 61% over het onderhoud van wegen, 60% over de speelplekken voor jonge kinderen en 45% over de voorzieningen voor jongeren.3 Dit is overigens niet nieuw; ook in eerdere edities was de tevredenheid van Schiedammers met voorzieningen lager dan het landelijk gemiddelde.

3

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Veiligheidsmonitor 2023, Den Haag, 2024.

13

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

Figuur 2.6: Tevredenheid voorzieningen, 2019-2024 (% ‘(zeer) tevreden’, excl. ‘weet niet’)4

84% 81% 82%

winkels voor de dagelijkse boodschappen

78% 77% 78%

(haltes) openbaar vervoer

72% 67% 71%

straatverlichting

60% 57% 52%

groen (perken, plantsoenen en parken)

basisscholen*

67% 82%

59% 57%

wegen, paden en pleinen 46%

beweeg- en sportvoorzieningen*

43% 53%

51% 48% 54%

speelplekken voor jonge kinderen

45% 36% 38%

parkeergelegenheid

20% 21% 24%

voorzieningen voor jongeren

0% 2019

20% 2021

40%

60%

80%

100%

2024

Ten opzichte van de laatste twee metingen zijn er enkele opvallende ontwikkelingen. Voor een aantal voorzieningen geldt dat er na een kleine dip in 2021 sprake is van (voorzichtig) herstel. Dit geldt bijvoorbeeld voor de tevredenheid met winkels voor de dagelijkse boodschappen, voorzieningen die betrekking hebben op het openbaar vervoer en de straatverlichting, maar ook voor de speelplekken voor jongere kinderen en de parkeergelegenheid. Het is aannemelijk dat deze tijdelijke afname van de tevredenheid (mede) het gevolg is van de coronapandemie.

4

Naar de tevredenheid met voorzieningen die voorzien zijn van een asterisk (*) is in 2019 niet gevraagd.

14

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

Voor de parkeergelegenheid geldt daarnaast dat de tevredenheid nog niet terug is op het niveau van 2019; ten opzichte van dit jaar is het aandeel Schiedammers dat hierover tevreden is, met 7 procentpunt afgenomen. Voor de speelplekken voor jonge kinderen geldt het omgekeerde. Hier is het aandeel inwoners dat tevreden is, na een kleine dip in 2021 juist met 3 procentpunt toegenomen. Bij andere voorzieningen is er sprake van een duidelijke stijgende lijn. Zo is het aandeel Schiedammers dat tevreden is over de basisscholen flink toegenomen en neemt ook de tevredenheid met voorzieningen voor jongeren langzaam toe. Over een laatste groep voorzieningen zijn inwoners juist steeds minder tevreden. Dit geldt voor het onderhoud van wegen, paden en pleinen, maar ook voor het openbaar groen. De tevredenheid met voorzieningen verschilt ook sterk per wijk. Over het algemeen is de tevredenheid met voorzieningen in de wijken ten noorden van de snelweg A20 hoger dan in het zuidelijke deel van de stad, maar hierop zijn er ook een aantal uitzonderingen. Inwoners van Centrum en Oost zijn bijvoorbeeld juist bovengemiddeld tevreden over voorzieningen die betrekking hebben op het openbaar vervoer, vermoedelijk omdat beide wijken relatief veel openbaar vervoersverbindingen hebben.

Dit verklaart ook de relatief lage tevredenheid met deze voorzieningen in Zuid en Spaland/Sveaparken; beide wijken hebben juist relatief weinig verbindingen. Ook de relatieve ontevredenheid met winkelvoorzieningen in West kan waarschijnlijk worden toegeschreven aan het fysiek ontbreken van dergelijke voorzieningen. Van deze wijk is namelijk al langer bekend dat de afstand tot supermarkten door inwoners als (te) groot wordt ervaren.

74 39 39 34

79 46 42

beweeg- en sportvoorz. speelplekken jonge kinderen parkeergelegenheid voorzieningen voor jongeren

49

26

45 27

20

27

75

77 73

73 56

70 47

69 48

72 52

78 56

89 49

77 43

46 52

56 55 17

73 43 42 39

79 41 66

76 50 71

62 52

56 55

28

25

34 24

28

42 49

Schiedam

basisscholen wegen, paden en pleinen

94

79

86 85

Spal./Sveap.

67 41

76 53

91 79 81 62

93 56

82 78

77 62

71 52

94

93

53 71 74

53 63 71

82 46

47 20

50

Woudhoek

61

57

Kethel

straatverlichting groen (plantsoenen, parken)

Groenoord

92 94

Nieuwland

96 90

Zuid

Oost

winkels dag. boodschappen (haltes) openbaar vervoer

Voorziening

West

Centrum

Figuur 2.7: Tevredenheid over voorzieningen per wijk (% ‘(zeer) tevreden’, excl. ‘weet niet’)

23

53 54 38 24

Groen: cijfer wijkt 10%-punten of meer in positieve zin af van het gemiddelde Rood: cijfer wijkt 10%-punten of meer in negatieve zin af van het gemiddelde

Ook andere verschillen tussen wijken zijn niet geheel onverwacht. Zo worden de relatief lage tevredenheid met beweeg- en sportvoorzieningen, speelplekken voor jongere kinderen de parkeergelegenheid in het zuidelijke stadsdeel waarschijnlijk mede veroorzaakt door het feit dat wijken in dit stadsdeel vaak wat ouder zijn en minder ruim zijn opgezet. Hierdoor is er minder openbare ruimte beschikbaar om te spelen, bewegen en parkeren. De relatieve ontevredenheid met de parkeergelegenheid in Zuid is echter zelfs met deze kennis opvallend; dat slechts 17% van alle inwoners aangeeft (zeer) tevreden te zijn met de parkeergelegenheid, geeft aan dat het (ervaren) gebrek aan parkeerplaatsen door inwoners als een groot probleem wordt gezien.

15

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

Als de tevredenheid met voorzieningen wordt uitgesplitst naar kenmerken als migratieachtergrond, leeftijd en opleiding, dan valt op dat de verschillen tussen groepen klein zijn. In algemene zin is het zo dat jongeren vaker tevreden zijn dan ouderen, net als inwoners met een migratieachtergrond. Inwoners met een hbo/wo-opleiding zijn vaak juist minder tevreden. Uitzonderingen zijn er echter ook. Schiedammers met een hbo/wo-opleiding zijn bijvoorbeeld aanzienlijk minder tevreden over de basisscholen dan inwoners zonder een dergelijke opleiding. Ook valt op dat ouderen vaker tevreden zijn met de parkeergelegenheid dan jongeren. Dit heeft mogelijk te maken met het feit dat ouderen vaker wonen in een appartementencomplex met relatief veel parkeerplaatsen. Tot slot is er sprake van een licht ironisch verschil bij de tevredenheid met jongerenvoorzieningen; jongeren zijn hier vaker tevreden over dan ouderen.

2.3 Sociale cohesie Hoe goed het met een buurt gaat, wordt mede bepaald door mate waarin buurtbewoners elkaar kennen en goed met elkaar omgaan. Dit wordt ook wel sociale cohesie genoemd. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk dat een sterke sociale cohesie bevorderlijk is voor de leefbaarheid en veiligheid in de buurt, voor de gezondheid en zelfredzaamheid van de buurtbewoners en voor preventie van overlast en opvoedingsproblemen.5 Als de sociale cohesie hoog is, zijn buurtbewoners meer geneigd elkaar te helpen en problemen in de buurt aan te pakken. In deze monitor wordt de sociale cohesie van een buurt uitgedrukt in een rapportcijfer dat is gebaseerd op het oordeel van invullers over zes stellingen. Deze stellingen worden ook gebruikt in landelijke onderzoeken en gelden als de standaard voor het meten van sociale cohesie. Het gaat om de volgende stellingen:  de mensen kennen elkaar in deze buurt nauwelijks;  de mensen gaan in deze buurt op een prettige manier met elkaar om;  ik woon in een gezellige buurt, waar mensen elkaar helpen;  ik voel mij thuis bij de mensen die in deze buurt wonen;  ik heb voldoende contact met andere buurtbewoners;  in deze buurt durven mensen elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag.

De waarde van het rapportcijfer zegt overigens weinig over de mate waarin Schiedammers tevreden zijn met de mate van sociale cohesie; met de stelling over de mate waarin mensen in de buurt elkaar kennen, kan bijvoorbeeld niet worden bepaald of invullers het érg vinden dat dit wel of niet het geval is. Het rapportcijfer is vooral een manier om te meten hoe de sociale cohesie in Schiedam zich ontwikkelt en hoe de situatie in Schiedam zich verhoudt tot die in andere gemeenten. Met een 6,0 is het rapportcijfer sociale cohesie iets lager dan het landelijke gemiddelde (6,8), inclusief dat voor sterk stedelijke (6,6) en zeer stedelijke gebieden (6,2). 6 Dit was ook bij eerdere edities het geval.

Rapportcijfer sociale cohesie: 6,0

Net als andere rapportcijfers, verschilt ook het rapportcijfer sociale cohesie sterk per wijk. De wijken met het hoogste rapportcijfer zijn Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken, waar het cijfer varieert 5

6

Zie bijvoorbeeld: Verweij-Jonker Instituut, De invloed en effecten van sociale samenhang, verslag van een literatuurverkenning, Utrecht, 2008. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Veiligheidsmonitor 2023, Den Haag, 2024.

16

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

van 6,9 tot 6,5. De wijken Oost, Groenoord en Nieuwland hebben het laagste rapportcijfer, tussen de 5,5 en 5,7. Ten opzichte van de vorige editie zijn de rapportcijfers in vrijwel alle wijken iets hoger. Alleen in Zuid en Kethel is het rapportcijfer iets lager dan dat van 2021. De rapportcijfers in Oost is het sterkst gestegen, van een 5,0 in 2021 naar een 5,5 in 2024. Figuur 2.8: Ontwikkeling rapportcijfer sociale cohesie per wijk, 2015-2024*

Wijk Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam

2015 5,8 5,3 6,1 6,6 5,5 5,6 7,5 6,3 6,8 6,0

2017 5,7 5,2 5,8 6,9 5,4 5,5 7,0 6,6 7,0 5,9

2019 5,8 5,1 6,1 6,5 5,4 5,5 6,9 6,4 6,6 5,9

2021 5,9 5,0 5,9 6,4 5,4 5,3 6,8 6,4 6,6 5,8

2024 (4) 6,3 5,5 6,1 6,4 5,8 5,6 6,8 6,6 7,0 6,1

2024 (6) 6,1 5,4 6,0 6,3 5,7 5,6 6,7 6,5 6,9 6,0

* In eerderde edities werd het rapportcijfer berekend op basis van vier stellingen. Voor de vergelijkbaarheid is voor 2024 zowel het rapportcijfer op basis van vier (4) als zes (6) stellingen weergegeven.

De verschillen tussen buurten zijn nog groter. De buurten met de hoogste mate van sociale cohesie bevinden zich uitsluitend in de wijken Kethel en Spaland/Sveaparken, met rapportcijfers die variëren tussen de 7,7 en 7,4. De buurten met de laagste mate van sociale cohesie zijn wat meer verspreid over de stad, maar hebben aanzienlijk lagere rapportcijfers. Een aantal buurten in Nieuwland, West en Groenoord scoort bijvoorbeeld niet hoger dan een 5,1 of 5,2. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat ook deze rapportcijfers hoger zijn dan die voor de top 5 buurten met het laagste rapportcijfer in 2021. Een volledig overzicht van alle rapportcijfers op buurtniveau is opgenomen in bijlage 2. Figuur 2.9: Top 5 van buurten met hoogste en laagste sociale cohesie (rapportcijfer)*

Hoogste sociale cohesie 1. Zwaluwbuurt (Kethel) 2. Bijdorp (Kethel) 3. Sveafors (Spal./Sveap.) 4. Gaarden/Windas (Spal./Sveap.) 5. De Vlinderhoven (Spal./Sveap.)

Laagste sociale cohesie 1. Boylebuurt (Oost) 2. Glasbuurt (Oost) 3. De Meesterbuurt (Nieuwland) 4. Fabribuurt (West) 5. Schildersbuurt (West)

7,5 7,5 7,4 7,4 7,3

4,0 4,8 4,9 5,1 5,1

* Buurten met onvoldoende respondenten zijn buiten beschouwing gelaten.

Het rapportcijfer sociale cohesie verschilt tot slot ook tussen groepen inwoners. Hoewel er geen verschil is tussen inwoners met en zonder migratieachtergrond en tussen inwoners met een ander type opleiding, is het rapportcijfer van jongere inwoners lager dan dat van oudere. Vermoedelijk heeft dit vooral te maken met de gemiddelde woonduur; meestal wonen ouderen langer in de buurt dan jongeren en het kost nu eenmaal tijd om de buren beter te leren kennen. Het rapportcijfer sociale cohesie hangt daarnaast ook samen met het inkomen van inwoners; Schiedammers met een laag inkomen en inwoners die aangeven slecht rond te kunnen komen, hebben een lager rapportcijfer dan inwoners voor wie dit niet geldt. Ook dit is verklaarbaar. Zo hebben inwoners met een midden- of hoog inkomen over het algemeen een rijker sociaal leven dan inwoners met een laag inkomen: ze hebben vaker contact met familie, vrienden en kennissen en zijn vaker actief in club- of verenigingsverband.

17

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

3

Veiligheid en buurtproblemen Het gevoel van veiligheid bepaalt in sterke mate de leefbaarheid van een buurt. Het verbeteren van de veiligheidssituatie is dan ook één van de speerpunten van het college. Enerzijds gaat het hierbij om veiligheid en slachtofferschap van criminaliteit. Onveiligheidsgevoelens worden echter veroorzaakt door een veelheid van factoren, waarvan daadwerkelijk slachtofferschap er slechts één is. Verhalen en gebeurtenissen in de omgeving van mensen en berichtgeving in de media blijken eveneens in belangrijke mate de veiligheidsbeleving te beïnvloeden. Daarnaast zijn allerlei buurtproblemen en overlastsituaties eveneens van invloed op de leefbaarheid van buurten en wijken. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de mate van (on)veiligheidsgevoelens, maar ook of er volgens inwoners sprake is van problemen op het gebied van leefbaarheid en overlast in hun buurt.

3.1 (On)veiligheidsgevoelens In de huidige meting is te zien dat het aandeel van de bevolking dat zich in het algemeen wel eens onveilig voelt, is gedaald. In 2021 lag dit aandeel op 54% en nu op 47%. Als het gaat om de eigen woonbuurt dan voelt 34% zich wel eens onveilig. In vergelijking met de vorige meting is dit eveneens een forse daling van de onveiligheidsgevoelens. De situatie is hiermee weer net als voor 2019. Toentertijd voelde jarenlang ongeveer een derde van de Schiedamse volwassenen zich wel eens onveilig in de eigen buurt. Bovendien was het verschil tussen beide onveiligheidsgevoelens altijd zo’n 13 procentpunten. Ook dat is bij de huidige meting weer hetzelfde als voorheen. Een al langer bekend gegeven is dat vrouwen zich vaker onveilig voelen dan mannen (54% respectievelijk 39%). Bovendien blijkt bij elke meting weer dat jongeren zich vaker onveilig voelen dan ouderen (tot 35 jaar: 53% en 65-plussers: 41%). Figuur 3.1 Ontwikkeling onveiligheidsgevoelens (% dat zich soms/vaak onveilig voelt) 70 60 50 40 30 20 10

In het algemeen

2024

2023

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

2006

2005

2004

2003

2002

2001

2000

1999

1998

0

In de eigen woonbuurt

Ondanks de gunstige ontwikkeling van de onveiligheidsgevoelens zijn deze ten opzichte van andere gemeenten nog altijd zeer hoog; Schiedam is één van de meest als onveilig ervaren steden in Nederland. Dit blijkt overigens ook uit de landelijke Veiligheidsmonitor (CBS, 2023). Uiteraard speelt hierbij mee

18

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

dat Schiedam deel uit maakt van een dichtbevolkte regio met veel onderlinge interactie van mensen en verkeer. Dat betekent dat niet alleen voorvallen en gebeurtenissen die in Schiedam plaatsvinden van invloed zijn op de veiligheidsbeleving van Schiedammers, maar ook wat er zich in de dichtbij gelegen buurgemeenten voordoet. Daarnaast is uit eerder onderzoek van Eysink Smeets bekend dat onveiligheidsgevoelens het resultaat zijn van een complex samenspel van factoren (zie kader).

Oorzaken (on)veiligheidsbeleving Onveiligheidsgevoel wordt door onderstaande factoren en ontwikkelingen in de hand gewerkt of versterkt: - Criminele omgeving: o minder gunstige ontwikkeling geregistreerde criminaliteit dan in Schiedam als geheel. o hangjongeren, ‘signal people’, (tekenen van) drugscriminaliteit - Sociale omgeving: o heterogene, veranderende bevolkingssamenstelling o instroom van Oost-Europese arbeidsmigranten en ‘kwetsbare’ groepen o lage sociale cohesie - Fysieke omgeving: o verloedering: vervuiling, als slecht ervaren onderhoud buiten- en binnenruimten o ‘signal places’ zoals metrostation Parkweg, Stationsplein - Institutionele omgeving: o Afstand tot overheid groot o Inzet politie wordt gewaardeerd, maar effectiviteit niet o Lage meldingsbereidheid, laag ervaren responsiviteit van instanties - (Social) media: o berichten over incidenten zetten reputatie van locaties, buurten en Schiedam als geheel onder druk

Meerdere wijken in Schiedam vertonen deze risicofactoren. In figuur 3.2 op de volgende pagina zijn de onveiligheidsgevoelens op wijkniveau gepresenteerd. De algemene onveiligheidsgevoelens liggen relatief dicht bij elkaar, ongeacht in welke wijk de respondenten wonen. De verschillen zijn wel behoorlijk groot als het gaat om de onveiligheidsgevoelens die inwoners in de eigen woonbuurt ervaren. De noordelijk gelegen wijken in Schiedam (Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken) scoren aanzienlijk beter dan Centrum, Oost, Nieuwland en Groenoord.

19

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

Figuur 3.2 Onveiligheidsgevoelens op wijkniveau (%)

46

Centrum

55 41 42

Oost 36

West

46 32

Zuid

48 24

Kethel

51 41 44 41 47

Nieuwland Groenoord 22

Woudhoek

51 10

Spal./Sveap.

49 0

20 in de eigen woonbuurt

40 60 in het algemeen

80

Op buurtniveau vallen naast Nieuwland en Oost ook Binnenstad en enkele buurten in West negatief op, zie figuur 3.3. Figuur 3.3 Onveiligheidsgevoelens in de eigen woonbuurt

Rang 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Buurt Fabribuurt De Meesterbuurt Boylebuurt Wetenschappersbuurt Staatsliedenbuurt Binnenstad Cartonnagebuurt Distillateursbuurt Stadserf Schildersbuurt

Wijk West Nieuwland Oost Oost Nieuwland Centrum Nieuwland West Oost West

% 67% 64% 60% 59% 56% 56% 56% 54% 54% 54%

Om meer te weten te komen over onveiligheidsgeveoelens in de eigen woonbuurt is in de huidige meting een extra vraag opgenomen. Op deze manier trachten we de redenen van onveiligheid te achterhalen.In figuur 3.4 zijn de uitkomsten gepresenteerd.

20

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

Figuur 3.4 Belangrijkste redenen van onveiligheidsgevoel in eigen woonbuurt De aanwezigheid/het gedrag van groepen mensen in mijn woonbuurt Politie / Toezicht & Handhaving (boa’s) is onvoldoende aanwezig in mijn woonbuurt Mijn woonomgeving ziet er vuil en verloederd uit Ik zie tekenen van en/of lees berichten over criminaliteit in mijn woonbuurt Drugsoverlast in mijn woonbuurt De openbare ruimte in mijn woonbuurt voelt onveilig aan Ik ben zelf slachtoffer geweest van criminaliteit en/of ken mensen die slachtoffer zijn geweest van criminaliteit in mijn woonbuurt Omdat er veel mensen in mijn buurt wonen die ik niet ken De aanwezigheid van dak- en thuislozen/verwarde personen in mijn woonbuurt Overige redenen

44% 37% 35% 29% 22% 19% 17% 15% 10% 14%

De redenen zijn zeer divers te noemen. De belangrijkste reden waardoor men zich onveilig voelt is het gedrag van bepaalde mensen in een woonbuurt. Het gaat vooral om asociaal en/of onwenselijk gedrag, gebrek aan normen en waarden en geen rekening houden met elkaar, waardoor allerlei vormen van overlast ontstaan. Vervolgens ontstaat er een situatie waarbij men elkaar niet meer durft aan te spreken op dit gedrag. Dit gaat volgens de respondenten veelal gepaard met een vuile en verloederde woonomgeving. Een onveilig gevoel in de eigen woonbuurt kan tevens het gevolg zijn van criminaliteit. 17% van de mensen die zich wel eens in de eigen woonbuurt onveilig voelt, geeft aan zelf slachtoffer te zijn geweest of iemand te kennen die slachtoffer is geweest van criminaliteit in de eigen woonbuurt. Vooral woninginbraken en explosies hebben forse impact op het veiligheidsgevoel in de eigen woonbuurt. Voor 37% geldt dat zij de aanwezigheid van politie en Toezicht & Handhaving van de gemeente in hun woonbuurt onvoldoende vinden. Dit antwoord is in de wijken Zuid, Spaland/Sveaparken en Woudhoek bovengemiddeld vaak aangekruist. In Centrum zijn diverse redenen vaker dan gemiddeld aangekruist. Het gaat om ‘aanwezigheid/gedrag van mensen’ (52%), ‘openbare ruimte voelt onveilig aan’ (30%) en ‘aanwezigheid dak- en thuislozen’ (23%).

In een wijk als Oost zijn net iets andere redenen volgens de bewoners de oorzaak van een onveilig gevoel in de eigen woonbuurt; ‘aanwezigheid/gedrag van mensen’ (51%), drugsoverlast (30%) en ‘veel mensen in de buurt die ik niet ken’ (20%). De respondenten is eveneens gevraagd een rapportcijfer te geven voor de veiligheid in de eigen woonbuurt. Het gemiddelde hiervan komt uit op een 6,4. Dit is ongeveer gelijk aan eerdere metingen. Figuur 3.5 Gemiddeld rapportcijfer veiligheid in de eigen woonbuurt, naar wijk

Wijk Centrum Oost West Zuid Kethel Nieuwland Groenoord Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam

2021 6,2 5,8 6,3 6,6 7,0 5,9 6,1 7,0 7,4 6,3

2024 6,3 5,8 6,3 6,6 7,0 5,8 6,1 7,2 7,5 6,4

21

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

Het is niet opmerkelijk dat ook hier inwoners van de eerder genoemde wijken de veiligheid in de eigen woonbuurt het laagst beoordelen en de inwoners van Schiedam-Noord de hoogste rapportcijfers geven. Bovendien is het rapportcijfer in die laatste wijken licht gestegen ten opzichte van de vorige meting. Kortom de rapportcijfers voor veiligheid bevestigen het beeld uit de eerdere figuren van dit hoofdstuk.

3.2 Onveilige plekken In het onderzoek kregen de respondenten de vraag voorgelegd of er een bepaalde plek in Schiedam is waar men liever niet komt omdat men zich er onveilig voelt. Van de ondervraagden antwoordde 31% bevestigend en noemde vervolgens één en soms meerdere locaties. In totaal leverde dat 1.391 locaties op. In figuur 3.6 zijn de plekken weergegeven, die het vaakst zijn genoemd. Figuur 3.6 Top 15 van door inwoners genoemde onveilige plekken in Schiedam

Rang

Locatie

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

Station Schiedam Centrum + achterzijde station + stationsplein Parkweg + metrostation Wijk Nieuwland (in het algemeen) Binnenstad Wijk Oost (in het algemeen) Beatrixpark + parkeerplaats tussen Excelsior ’20 en PPSC Mgr. Nolenslaan PJ Troelstralaan + metrostation Maasboulevard (metro)stations (in het algemeen) Hof van Spaland (na sluitingstijd) + parkeerplaats Van ‘t Hoffplein Wijk Groenoord (in het algemeen) Parkeerplaats achter Spieringshoek Geuzenplein Hoogstraat Singel/Overschiesestraat

13 14 15

Aantal keer genoemd 257 124 114 71 70 64 55 30 29 22 21 17 17 16 15 15 14

Onveilige plekken volgens de Schiedammers De meest genoemde onveilige plekken op deze lijst zijn niet nieuw. Deze locaties werden bij de vorige metingen eveneens vaak genoemd. Opvallend is wel dat ongeveer 800 van alle genoemde locaties zich in de wijken Nieuwland of Oost bevinden; dit is ruim de helft van het totaal. Specifieke locaties in deze wijken hebben niet allemaal de top 15 behaald, maar het geeft wel aan dat deze wijken in hun algemeenheid onder Schiedammers geen goed imago hebben. Station Schiedam Centrum Station Schiedam Centrum staat bovenaan de lijst met onveilige plekken. Op het station zelf, op de perrons, bij de fietsenstalling, het bovenliggende busstation en in de stationshal voelen mensen zich voornamelijk ’s avonds onveilig. Ook bij de achterzijde van het station en op het Stationsplein geven respondenten aan zich niet prettig te voelen. De weinige sociale controle in de avonduren en het gebrek aan toezicht in dit gebied is hier debet aan. Het geldt overigens voor de meeste plekken genoemd in dit onderzoek dat deze vooral ’s avonds als het donker en verlaten is als onveilig worden ervaren. Dit geven Schiedammers ook aan voor de Binnenstad, Hoogstraat, Geuzenplein en Hof van Spaland na sluitingstijd van de daar aanwezige winkels.

22

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

Wat al deze plekken nog meer gemeen hebben, is het rondhangen van personen, de rommel die wordt achtergelaten en de geluidsoverlast die wordt veroorzaakt. Over de stationshal geven respondenten aan dat er daklozen slapen, junks en drugsdealers rondhangen, geürineerd wordt en crimineel en overlastgevend gedrag wordt vertoond. Metrostations Parkweg en Troelstralaan Daarnaast vallen de (metro)stations en hun directe omgeving negatief op. Zo staat het metrostation Parkweg al jarenlang hoog op de lijst van onveilige plekken. De respondenten voelen zich vooral ’s avonds onveilig rond het metrostation. Bovendien heeft het rondhangen van diverse personen op de Parkweg en Dr. Willem Dreesplein tot gevolg dat men zich onveilig voelt. Bij metrostation Troelstralaan klaagt men over de onvoldoende verlichting en het onbeschofte gedrag van jongeren. Binnenstad Naast intimiderend gedrag van groepen rondhangende mensen na sluitingstijd van de winkels, wordt in het centrum van de stad ook het gebrek aan toezicht en de onvoldoende verlichting genoemd als reden van onveiligheid. Specifieke locaties zijn De Passage (+ parkeergarage), Broersveld ter hoogte van supermarkt Dirk van den Broek en het ABC-complex (+ parkeergarage). Respondenten ervaren vooral het bivakkeren van drank/drugsgebruikende en overlastgevende personen als hinderlijk.

Deze locaties hebben afzonderlijk overigens net niet allemaal de top 15 behaald. Prinses Beatrixpark Het Prinses Beatrixpark staat eveneens al jaren op deze lijst. De weinige bebouwing en daarmee samenhangende geringe mate van sociale controle zorgen ervoor dat vele respondenten dit ’s avonds als een onveilige plek aanmerken. Het gaat dan vooral om de fietsroutes die door dit grote gebied lopen, zoals de Parkweg die het noordelijk en zuidelijk stadsdeel met elkaar verbindt, maar ook het Hazepad dat parallel aan de rijksweg A20 loopt. De parkeerplaats tussen de voetbalverenigingen PPSC en Excelsior ’20 is volgens respondenten ‘s avonds een verzamelplaats van ongure types.

23

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

3.3 Buurtproblematiek Aan de respondenten zijn 23 problemen voorgelegd met de vraag of deze vaak, soms of (bijna) nooit in hun buurt voorkomen. De uitkomsten van deze vraag zijn omgezet in een indicatorscore ‘buurtproblemen’. Dit houdt in dat op een schaal van 0 tot en met 100 de frequentie wordt weergegeven. Een waarde 0 betekent dat een probleem nooit voorkomt, terwijl de waarde 100 weergeeft dat een probleem zich zeer vaak voordoet. Het gaat hier om een inschatting van de respondenten die niet gebaseerd hoeft te zijn op eigen ervaringen. Er wordt dus vooral een beeld gemeten van vervelende voorvallen in de eigen woonbuurt. Figuur 3.7 Rangorde buurtproblemen met bijbehorende scores (0=nooit, 100=vaak)

Rang 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23

Buurtprobleem rommel op straat vuilnis naast de container/verkeerd aanbieden van huisvuil parkeeroverlast te hard rijden hondenpoep op straat gaten of verzakkingen in de bestrating agressief verkeersgedrag overlast van groepen jongeren geluidsoverlast door autoverkeer vernieling van straatmeubilair geluidsoverlast door omwonenden lawaai op straat geluidsoverlast door vliegtuigverkeer bekladding van muren en/of gebouwen (bijv. graffiti) dronken mensen op straat drugsoverlast andere vormen van geluidsoverlast overlast door vervuiling en/of stank in een woning/tuin overige overlast door omwonenden overlast door overbewoning of kamerverhuur industrielawaai overlast door verwarde personen overlast door dak- of thuislozen Schiedam totaal

2021 65 64 58 56 56 43 38 39 35 35 39 35 26 21 25 25 25 22 17 16 14 10 7 33

2024 68 65 58 58 58 46 41 36 35 35 34 30 28 26 26 25 22 20 16 15 14 12 10 34

De gemiddelde score voor de buurtproblemen is met 1 punt gestegen. Het zijn dezelfde buurtproblemen die in de top 5 staan. Vooral rommel op straat, hondenpoep en vuilnisproblematiek zijn volgens de bewoners in Schiedam de afgelopen jaren toegenomen. Rommel op straat staat nu voor de derde meting op rij bovenaan de lijst met buurtproblemen. In figuur 3.7 is tevens te zien dat te hard rijden, agressief verkeersgedrag, geluidsoverlast door vliegtuigverkeer en dronken mensen op straat volgens de respondenten weer iets vaker zijn voorgekomen dan in 2021. Toentertijd kwam dit iets minder vaak voor, vermoedelijk als gevolg van de coronaperiode waarin de horeca voor langere periode gesloten was en er minder sprake was van autoen vliegverkeer. Andere opvallende problemen zijn ‘gaten of verzakkingen in de bestrating’ en ‘bekladding van muren/gebouwen’. Beide zijn volgens de Schiedammers vaker voorgekomen dan in 2021.

24

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

Op wijkniveau lopen de indicatorscores sterk uiteen. In de noordelijk gelegen wijken van Schiedam, zoals Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken komen buurtproblemen minder vaak voor dan in andere delen van de stad. In Centrum en Oost is de grootste stijging van buurtproblemen te zien. Figuur 3.8 Indicatorscore ‘buurtproblemen’ naar wijk (0=nooit, 100=vaak)

Wijk Centrum Oost West Zuid Kethel Nieuwland Groenoord Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam

2021 39 37 34 37 25 35 35 28 26 33

2024 41 39 34 38 26 34 36 26 25 34

In de diverse wijken worden verschillende buurtproblemen als meest voorkomend beschouwd. Wel komen bepaalde buurtproblemen in veel wijken voor zoals rommel op straat, vuilnis naast de container/verkeerd aanbieden van huisvuil, parkeeroverlast, te hard rijden en hondenpoep, oftewel de eerder genoemde top 5. Figuur 3.9 Top 5 hoogste buurtprobleemscores per wijk (0=nooit, 100=vaak) Centrum Oost 1. vuilnis naast de container/ verkeerd aanbieden huisvuil

78

2. rommel op straat

75

3. te hard rijden

68

4. hondenpoep op straat 5. parkeeroverlast West

67 65

4. te hard rijden 5. hondenpoep op straat Zuid

62 61

1. parkeeroverlast

68

1. parkeeroverlast

81

2. rommel op straat 3. vuilnis naast de container/ verkeerd aanbieden huisvuil

66

2. hondenpoep op straat

79

63

3. rommel op straat

78

4. te hard rijden

61

4. vuilnis naast de container/ verkeerd aanbieden huisvuil

77

5. hondenpoep op straat

58

5. te hard rijden

62

1. rommel op straat 2. vuilnis naast de container/ verkeerd aanbieden huisvuil 3. parkeeroverlast

25

85 82 62

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

Vervolg figuur 3.9 Top 5 hoogste buurtprobleemscores per wijk (0=nooit, 100=vaak) Kethel

Nieuwland

1. geluidsoverlast door vliegtuigverkeer

53

1. rommel op straat

71

2. te hard rijden

53

2. vuilnis naast de container/ verkeerd aanbieden huisvuil

67

3. parkeeroverlast 4. rommel op straat

52 50

3. te hard rijden 4. hondenpoep op straat

53 51

47

5. parkeeroverlast

51

5. gaten of verzakkingen in de bestrating Groenoord

Woudhoek

1. rommel op straat

75

1. vuilnis naast de container/ verkeerd aanbieden huisvuil

53

2. vuilnis naast de container/ verkeerd aanbieden huisvuil

66

2. te hard rijden

52

3. hondenpoep op straat

63

3. gaten of verzakkingen in de bestrating

52

4. te hard rijden 5. gaten of verzakkingen in de bestrating Spaland/Sveaparken

56

4. parkeeroverlast

49

55

5. hondenpoep op straat

49

1. geluidsoverlast door vliegtuigverkeer 2. te hard rijden

68 55

3. hondenpoep op straat 4. parkeeroverlast

51 47

5. gaten of verzakkingen in de bestrating

46

In veel wijken zijn rommel op straat, vuilnis naast de container/verkeerd aanbieden van huisvuil en hondenpoep op straat volgens de bewoners vaker voorgekomen dan in 2021. Vooral in Centrum, Oost, Zuid en Groenoord is de hondenpoep en rommel op straat volgens de respondenten flink toegenomen ten opzichte van de vorige meting. In West en Zuid is parkeeroverlast het buurtprobleem dat in de ogen van de bewoners het meest voorkomt. Aan een deel van de respondenten is gevraagd of er parkeeroverlast wordt ervaren door te weinig parkeerplaatsen of door foutief geparkeerde auto’s. Er is duidelijk een samenhang tussen beide vormen van parkeeroverlast. Bovendien zouden beide buurtproblemen hoog in de lijst staan van figuur 3.7 wanneer deze apart zouden zijn opgenomen. Duidelijk is dat in elke wijk van Schiedam parkeeroverlast door te weinig parkeerplaatsen vaker wordt ervaren dan parkeeroverlast door foutief geparkeerde auto’s. Hierbij vallen met name Zuid, West en Centrum op. In de in Schiedam-Noord gelegen wijken Kethel en Spaland/Sveaparken valt op dat geluidsoverlast door vliegtuigverkeer op plek nummer 1 staat met de hoogste buurtprobleemscore. In Schiedam-Noord komen gaten en verzakkingen in de bestrating volgens de inwoners eveneens vaker voor dan gemiddeld. In het zuidelijk stadsdeel is er meer sprake van rommel op straat en vuilnisproblematiek.

Inwoners is tevens gevraagd wat volgens hen het belangrijkste probleem in de buurt is, waarvan men vindt dat het met voorrang moet worden aangepakt. Een groot deel van de respondenten (88%) heeft vervolgens een probleem aangegeven. 6% is van mening dat geen enkel genoemd probleem met voorrang moet worden aangepakt. Een zelfde percentage kan zich hierover geen mening vormen. Het

26

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024 – Gemeente Schiedam

overzicht in figuur 3.10 toont de prioriteiten per wijk die op basis van deze vraag zijn opgesteld. Net als bij de vorige 3 metingen is parkeeroverlast prioriteit nummer één in Schiedam. Bovendien is het aandeel inwoners dat deze mening is toegedaan, wederom gestegen. In veel wijken is de prioriteit voor parkeeroverlast gestegen. In de wijken West en Zuid is deze het hoogst. Figuur 3.10 Aan welk buurtprobleem moet de meeste prioriteit worden gegeven? Wijk 1e 2e 3e Centrum

parkeeroverlast (23%)

te hard rijden (19%)

huisvuilproblematiek (14%)

Oost

rommel op straat (25%)

huisvuilproblematiek (18%)

parkeeroverlast (16%)

parkeeroverlast (38%) parkeeroverlast (31%) parkeeroverlast (21%) huisvuilproblematiek (21%)

huisvuilproblematiek (13%) hondenpoep op straat (18%) geluidsoverlast door vliegtuigverkeer (20%) parkeeroverlast (20%)

rommel op straat (8%) rommel op straat (11%) te hard rijden (13%) rommel op straat (14%)

Groenoord

parkeeroverlast (19%)

huisvuilproblematiek (18%)

rommel op straat (14%)

Woudhoek

parkeeroverlast (21%)

bestrating/verzakkingen (15%)

huisvuilproblematiek (15%)

geluidsoverlast vliegtuigverkeer (23%) parkeeroverlast (23%)

te hard rijden (17%) huisvuilproblematiek (15%)

parkeeroverlast (15%) rommel op straat (12%)

West Zuid Kethel Nieuwland

Spaland/Sveaparken Schiedam

Vuilnisproblematiek in de vorm van verkeerd aanbieden van huisvuil en vuilnis naast de container plaatsen staat wederom op nummer 2 op de prioriteitenlijst. Dit probleem wordt het meest ervaren in de wijken in het zuidelijk stadsdeel. Dit geldt overigens ook voor rommel op straat dat volgens de inwoners eveneens in veel wijken met voorrang dient te worden aangepakt. In de noordelijk gelegen wijken van Schiedam geven de inwoners ook prioriteit aan het probleem van gaten en verzakkingen in de bestrating en geluidsoverlast door vliegtuigverkeer. In Kethel, Spaland/Sveaparken en Centrum staat te hard rijden opvallend hoog.

Verloedering De frequentie waarmee volgens inwoners bepaalde voorvallen of vervelende situaties in de buurt voorkomen, bepaalt mede de beleving van de fysieke kwaliteit van een buurt. Om dit te meten is een rapportcijfer berekend voor de mate van verloedering in een buurt. Er geldt: hoe lager het rapportcijfer, hoe meer verloedering men ervaart. Het rapportcijfer voor verloedering is opgebouwd uit de frequenties waarmee de volgende voorvallen of situaties voorkomen:  bekladding van muren en/of gebouwen;  rommel op straat;  hondenpoep op straat;  vernieling van straatmeubilair.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15404368/1