CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Lijst met wijzigingen (ter toelichting)

Gemeenteraad 18 november 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Bespreekstuk: Raadsvoorstel Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 202511.050 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

geen melding is gedaan op grond van het Vuurwerkbesluit; g. het maximum aantal vergunning reeds is verleend. 4. De vergunningaanvraag wordt ingediend door de exploitant van de inrichting. 5. De vergunning is te allen tijde in de inrichting aanwezig. 6. De vergunning vervalt van rechtswege: a. als de beslissing op een aanvraag om een nieuwe vergunning in werking is getreden; b. zodra de opslag en verkoop van consumentenvuurwerk wordt beëindigd; c. als geen van de exploitanten meer als zodanig functioneert. 7. Het college kan nadere regels stellen omtrent het bepaalde in dit artikel.

beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester verleent ten hoogste vier vergunningen, als bedoeld in het eerste lid. 3. Onverminderd de artikelen 1:6 en 1:8 kan de burgemeester de exploitatievergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken, tijdelijk opschorten of wijzigen, indien: a. in of vanuit het vuurwerkverkooppunt zich een feit voordoet of zich feiten hebben voorgedaan of aannemelijk is dat in de toekomst zich een feit of feiten gaan voordoen waardoor de openbare orde en veiligheid of het woon- of leefklimaat in de omgeving van het vuurwerkverkooppunt nadelig zal worden beïnvloed; b. de exploitant of de beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het vuurwerkverkooppunt, dan wel toestaat of gedoogt dat in het vuurwerkverkooppunt strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd, waarmee de openbare orde of het woon- en leefklimaat nadelig wordt beïnvloed; c. de exploitant of de beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. de vestiging of de exploitatie van het vuurwerkverkooppunt in strijd is met het omgevingsplan of andere bij of krachtens de Omgevingswet gestelde regels; e. de exploitatie een aantasting van het woon- en leefklimaat kan zijn; f.

geen melding is gedaan op grond van het Vuurwerkbesluit; g. het maximum aantal vergunning reeds is verleend. 4. De vergunningaanvraag wordt ingediend door de exploitant van de inrichting. 5. De vergunning is te allen tijde in de inrichting aanwezig. 6. De vergunning vervalt van rechtswege: a. als de beslissing op een aanvraag om een nieuwe vergunning in werking is getreden; b. zodra de opslag en verkoop van consumentenvuurwerk wordt beëindigd; c. als geen van de exploitanten meer als zodanig functioneert. 7. Het college kan nadere regels stellen omtrent het bepaalde in dit artikel.

Toelichting op de wijziging In afwachting van landelijke ontwikkelingen is het aantal te verlenen vergunningen vastgezet op vier vergunningen, zodat dit overeenkomt met de praktijk situatie.

Huidige tekst Niet opgenomen

Voorgestelde tekst Afdeling 16 Overlastgevende personen en woonoverlast

Toelichting op de wijziging Om de APV beter te ordenen is er een extra afdelingstitel opgenomen.

Huidige tekst Artikel 2:77a Verblijfsverbod 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 72 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw één of meer strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste zestien weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.

4. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Voorgestelde tekst Artikel 2:77a Verblijfsverbod 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een verbod opleggen om in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn gedurende ten hoogste 72 uur. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw één of meer strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een verbod opleggen om gedurende ten hoogste zestien weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als de burgemeester dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 4. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod. 5.

Als de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Toelichting op de wijziging - Lid 1: Tekstuele onjuistheid verbeterd - Lid 2: Om een opgelegd gebiedsverbod strafrechtelijk te kunnen handhaven is het noodzakelijk om overtreding van het verbod strafbaar te stellen. Met het toevoegen van dit lid wordt dit mogelijk gemaakt (conform het advies van de VNG).

Huidige tekst Artikel 3:2 Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder: … - exploitant: de natuurlijke perso(o)n(en) voor wiens rekening en risico het seksbedrijf wordt geëxploiteerd; …..

Voorgestelde tekst Artikel 3:2 Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder: … d. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; ….

Toelichting op de wijziging De definitie van exploitant is gewijzigd en daarmee in overeenstemming met de definitie van exploitant in de Model-APV van de VNG.

Huidige tekst Voorgestelde tekst Artikel 3:3 Bevoegd bestuursorgaan Artikel 3:3 Bevoegd bestuursorgaan 1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder 1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. burgemeester. 2. Het college mandateert haar bevoegdheid als 2. Het college kan haar bevoegdheid als het gaat om escortbedrijven aan de het gaat om escortbedrijven mandateren burgemeester. aan de burgemeester. Toelichting op de wijziging De APV is een verordening van de Raad, waarbij de Raad in dit artikel stelt wanneer met bevoegd bestuursorgaan het college of de burgemeester wordt bedoeld. In de huidige APV is in het tweede lid opgenomen dat het college haar bevoegdheid mandateert, zonder keuze. De Raad kan niet voor het college al bepalen dat het college haar bevoegdheid moet mandateren, wat in feite nu opgenomen is in de huidige APV. Door deze bepaling op te nemen als een ‘kan’-bepaling, kan het college zelf beslissen of zij haar bevoegdheid mandateert aan de burgemeester en daarmee is dit artikel ook juridisch kloppend.

Huidige tekst Artikel 3:5 Vergunning 1. Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning.

Voorgestelde tekst Artikel 3:5 Vergunning 1. Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning.

2. Het bevoegd bestuursorgaan beslist binnen twaalf weken op de aanvraag om een vergunning. 3. De in het tweede lid gestelde termijn kan door het bevoegd bestuursorgaan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd.

2. Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd.

4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)is niet van toepassing. 4. Een vergunning wordt voor één seksinrichting verleend. 5. De vergunning voor een seksbedrijf wordt verleend voor de duur van drie jaar, tenzij in de vergunning anders staat vermeld. De vergunning wordt op naam van de exploitant gesteld en is niet overdraagbaar.

5. Een vergunning wordt voor één seksinrichting verleend. 6. De vergunning voor een seksbedrijf wordt verleend voor de duur van drie jaar, tenzij in de vergunning anders staat vermeld. De vergunning wordt op naam van de exploitant gesteld en is niet overdraagbaar. 7. De vergunning kan worden verlengd.

Toelichting op de wijziging De tweede en derde leden zijn samengevoegd tot een nieuw lid.

Huidige tekst Artikel 3:7 0-beleid raamprostitutiebedrijven en maximering aantal seksbedrijven 1. Voor het uitoefenen van een raamprostitutiebedrijf wordt geen vergunning verleend. 2. Het college kan een maximum stellen aan het aantal vergunningen voor een seksbedrijf dat kan worden verleend. Hierbij kan worden bepaald dat een maximum slechts geldt voor seksbedrijven van een nader aangewezen aard of in nader aangewezen delen van de gemeente.

Voorgestelde tekst Artikel 3:7 Maximering seksbedrijven en nul-beleid raamprostitutiebedrijven 1.Het college kan een maximum stellen aan het aantal vergunningen voor een seksbedrijf dat kan worden verleend. Hierbij kan worden bepaald dat een maximum slechts geldt voor seksbedrijven van een nader aangewezen aard of in nader aangewezen delen van de gemeente. 2.Voor het uitoefenen van een raamprostitutiebedrijf wordt geen vergunning verleend.

Toelichting op de wijziging Tekstuele wijziging, artikelen zijn omgedraaid.

Huidige tekst Artikel 3:13 Verlenging vergunning Op een aanvraag om verlenging van een vergunning zijn de artikelen 3:5, 3:8, 3:9, 3:10 en 3:17, derde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat actuele gegevens en bescheiden waarover het bevoegd bestuursorgaan al de beschikking heeft niet nogmaals overgelegd dienen te worden.

Voorgestelde tekst Artikel 3:13 Verlenging vergunning [vervallen]

Toelichting op de wijziging Artikel verwijderd. Elke aanvraag moet opnieuw worden beoordeeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16045301/1