Bijlage 1 bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-West
Tekst van het document
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 63
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
Afbeelding 14 Aanduiding van geluidbelasting industrielawaai vanuit Havens Noordwest Bedrijf binnen het plangebied (Onder de Boompjes, Buitenhavenweg 132) Binnen het plangebied zelf is het bedrijf Onder de Boompjes, locatie Buitenhavenweg 132, relevant. Om het bedrijf niet in zijn milieugebruiksruimte te beperken zijn brongerichte maatregelen niet beschouwd. Het treffen van overdrachtsmaatregelen in de vorm van een geluidscherm is niet wenselijk. Gezien de hoogte van de maatgevende geluidbronnen van Onder de Boompjes (afzuigingsinstallaties op het dak) en de hoogst geluidbelaste woning (derde verdieping van gebouw H) zou het te plaatsen geluidscherm circa 12 meter hoog moeten worden. Dit zou tegen stedenbouwkundige bezwaren aanlopen. Omdat brongerichte maatregelen en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk/wenselijk zijn, kan op basis van stap 4 (grondig onderzoek, onderbouwing en motivering) aangetoond worden dat de optredende geluidniveaus inpasbaar zijn. Het hoogst berekende maximale geluidniveau ten gevolge van Onder de Boompjes op geprojecteerde woningen bedraagt 7 6 dB(A) in de dagperiode op de eerste verdieping aan de noordgevel van gebouwgroep H. Dergelijke maximale geluidniveaus worden veroorzaakt door het laden en lossen van de vrachtwagen die eens per week de inrichting aandoet, derhalve is geen sprake van zeer regelmatig optredende maximale geluidniveaus.
De hoogte van de maximale geluidniveaus is toelaatbaar vanwege de volgende argumenten: Slechts 1 keer per week doet een vrachtwagen de inrichting aan. Voor niet-vergunningplichtige inrichtingen stelt het Activiteitenbesluit geen geluidgrenswaarden voor het geluid van laden en lossen voor zover dit in de dagperiode plaatsvindt. Onder de Omgevingswet worden aan maximale geluidniveaus in de dagperiode geen grenswaarden gesteld. De geluidbelasting van maximaal 5 7 dB(A) is toelaatbaar vanwege de volgende argumentatie. Het aangeleverde geluidmodel van distilleerderij Onder de Boompjes behorende bij de oprichtingsvergunning van 2017 bevat een viertal geluidbronnen ten behoeve van de ruimteafzuiging met elk een bronsterkte van 80 dB(A), gesitueerd op het dak van het pand. Tot op heden is op het dak van Onder de Boompjes geen ruimteafzuiging gerealiseerd. Daarbij heeft het pand van Onder de Boompjes een dubbelbestemming 'Waarde – Cultuurhistorie'. Uit de regels van het bestemmingsplan volgt dat bestaande bebouwing uitsluitend mag worden vergroot en/of 64 t (vastgesteld)
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
veranderd voor zover de vergroting en/of verandering niet zichtbaar is vanaf de openbare weg en voorts met inachtneming van het bepaalde in de met de bestemming 'Waarde – Cultuurhistorie' samenvallende bestemming. Hierdoor loopt het realiseren van ruimteafzuigingsinstallaties op het schuine dak van het pand, wat vanaf de openbare weg zichtbaar is, tegen bezwaren aan. De berekende geluidbelasting op de gevels van de beoogde woningen op basis van de vergunde situatie betreft derhalve een overschatting van de werkelijke situatie. Feitelijk is er dus thans geen geluidemissie vanaf het dak en wordt dit ook in de toekomst niet verwacht. Wel zal de geluidwering van de gevels van de woningen voldoende hoog moeten zijn, dat een acceptabel binnengeluidniveau (maximaal 35 dB(A)-etmaalwaarde) wordt gerealiseerd. De geluidwering van de gevel zal ten minste 22 dB dienen te bedragen om een acceptabel woonen leefklimaat te hebben, hetgeen met een 'standaard' gevelopbouw zonder meer wordt gerealiseerd. Daarnaast zullen aanvullend gebouwgebonden maatregelen getroffen worden.
Conclusie is dat het bestaande bedrijf niet in de bedrijfsvoering wordt beperkt door de maatregelen aan de gevel en staat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving niet in de weg Aangrenzende bedrijven buiten het plangebied (De Kuyper en Onder de Boompjes Nieuwsticht) Direct grenzend aan het plangebied zijn verschillende bedrijven gevestigd die met het dezoneren van het gebied niet langer op een wettelijk gezoneerd industrieterrein zijn gelegen. Uitgangspunt is dat de geldende (planologische) rechten van de bedrijven worden gerespecteerd. Koninklijke De Kuyper BV (Buitenhavenweg 98) De Kuyper is een distilleerderij die al jaren is gevestigd aan de Buitenhavenweg 98. Het bedrijf is een inrichting voor de productie van alcoholhoudende drank door middel van distilleren en bottelen. In 2012 is voor deze inrichting een revisievergunning verleend. Tot voor kort was het bedrijf gevestigd op een gezoneerde industrieterrein en voor het bewaken van de geluidszone waren rondom het bedrijventerrein toetspunten vastgesteld. In deze verleende milieuvergunning is in de geluidsvoorschriften opgenomen dat de maximale geluidsniveaus ter plaatse van de bestaande woning op de Tuinlaan 60 35 dB(A) mag zijn. De verkeersaantrekkende werking van het bedrijf is relatief gering en de verkeersafwikkeling gebeurd via de Van Deverterstraat.
De woningen zijn op ten minste 50 meter van het bedrijf geprojecteerd. Bovendien zijn de nieuwbouwwoningen beter geïsoleerd dan de bestaande woningen aan de Tuinlaan. Conclusie is dat de werkzaamheden van De Kuyper voor nu en in de toekomst geen nadelige gevolgen hebben voor de woon- en leefklimaat. Onder de Boompjes (Nieuwsticht 1 7 ) Op basis van de recent verleende milieuvergunning kan de conclusie worden getrokken dat de akoestische invloed van het bedrijf beperkt is. Bij de beoordeling van de aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en milieu is rekening gehouden met de woningbouwplannen op het terrein van de voormalige glasfabriek. Het bedrijf is alleen actief in de dagperiode. De verkeersaantrekkende werking van het bedrijf is relatief gering en de verkeersafwikkeling gebeurd via de Van Deverterstraat. De conclusie is dat het bedrijf in de toekomstige situatie bij alle woningen van derden voldoet aan de grenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Hogere waarden industrielawaai Daar waar de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden vanwege Havens Noordwest, dienen hogere waarden aangevraagd te worden. Hogere waarden kunnen op grond van de Wgh slechts
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 6 5
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
worden vastgesteld indien het redelijkerwijs niet mogelijk is aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Derhalve dient voorafgaand aan het nemen van een hogere waarden besluit onderzocht te worden of het mogelijk is geluidreducerende maatregelen te treffen. Daarbij geldt de voorkeursvolgorde bron-overdracht-ontvanger, hetgeen inhoudt dat het treffen van maatregelen aan de bron de voorkeur verdient boven het treffen van maatregelen in de overdracht, en dat het treffen van maatregelen in de overdracht de voorkeur verdient boven het treffen van maatregelen bij de ontvanger. Er dient aldus inspanning verricht te worden om de geluidbelasting te verlagen tot aan de voorkeursgrenswaarde, maar wordt een overschrijding alsnog toegelaten indien het niet redelijkerwijs mogelijk is om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Omdat het niet de intentie is om bedrijven in hun milieugebruiksruimte te beperken, en omdat de geluidbelasting door zeer veel inrichtingen wordt bepaald, is het in redelijkheid niet mogelijk om brongerichte maatregelen te treffen. Maatregelen in de overdracht, zoals geluidschermen en/of aarden wallen zijn gezien de hoogte van te te realiseren woongebouwen niet effectief en zijn bovendien vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk. In het gemeentelijk hogere waardenbeleid zijn voorwaarden opgenomen om hogere waarden vergund te krijgen.
Hierbij is het beleid erop gericht om bij het vaststellen van een hogere waarde voor woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen minimaal één geluidluwe zijde te creëren. Het is daarbij belangrijk dat de geluidsituatie bij de geluidluwe zijde niet verstoord wordt door ander geluid dan waar het beleid over gaat. Bij redenen van evident maatschappelijk belang kan van dit beleid worden afgeweken. In de beoogde situatie zonder maatregelen beschikken de woningen, waar hogere waarden aangevraagd dienen te worden vanwege Havens-Noordwest, niet over een geluidluwe zijde. Geluidluwe zijden zijn met name bedoeld om bij te openen ramen, het geluid dat in de woning komt te beperken. Daarvoor kunnen gebouwgebonden maatregelen worden overwogen. Indien dergelijke maatregelen niet haalbaar zijn binnen de stedenbouwkundige opzet, biedt het gemeentelijk geluidbeleid de mogelijk om van dit beleid af te wijken bij redenen van evident belang. Nestgeluid In het uitgevoerde akoestisch onderzoek (Bijlage 4 bij de toelichting) is ingegaan op de geluidsbelasting ten gevolge van afgemeerde schepen. Voor nestgeluid gelden geen formele grenswaarden. In de havens van de industrieterreinen Havens-Noordwest/Oost Frankeland en Waal-Eemhaven meren binnenvaartschepen en zeeschepen aan. Door DCMR zijn de door het Havenbedrijf en DCMR opgestelde akoestische rekenmodellen aangeleverd.
De in de modellen opgenomen gegevens (bronsterkten, bedrijfstijden) zijn gebaseerd op een maximale invulling van de havens, gemiddeld zal sprake zal zijn van lagere geluidemissies en een lagere bezetting. De factor nestgeluid is onderdeel van deze maximale invulling, en is dus afdoende meegewogen in de berekeningen die ten behoeve van het industrielawaai zijn uitgevoerd. Wegverkeerslawaai Uit het onderzoek volgt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai ter plaatse van een aantal beoogde woningen ten gevolge van de Nieuw-Mathenesserstraat en de Van Deventerstraat wordt overschreden. Vanwege het wegverkeer over de Nieuw-Mathenesserstraat treden overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde op woningen van gebouwengroep I op. Het gaat om de oostgevel en de noordzijde. De hoogst optredende geluidbelasting ten gevolge van de Nieuw-Mathenesserstraat ter plaatse van de aan de oostzijde gelegen woningen van gebouwengroepen I bedragen
66 t (vastgesteld)
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
respectievelijk 56, 5 7 en 56 dB. Conform het hogere waardenbeleid van de gemeente Schiedam dient een geluidluwe zijde aanwezig te zijn om hogere waarden verleend te krijgen. Hier wordt niet aan voldaan. Om de geluidbelasting op de gevels van de projecteerde woningen te reduceren, om minimaal één geluidluwe zijde te realiseren, worden diverse opties voor geluidreducerende gebouwgebonden maatregelen gegeven. Bij appartementen is veelal slechts één gevel aanwezig. Uitgangspunt kan zijn dat maatregelen alleen worden getroffen voor het geveldeel van één of meerdere verblijfsruimten.
Afbeelding 15 Situatie geluidbelasting als gevolg van de Nieuw-Mathenesserstraat Vanwege het wegverkeer over de Van Deventerstraat treden overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde op aan de oostzijde en gedeeltelijk aan de zuidzijde van gebouw I (alle woonlagen). De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Van Deventerstraat bedraagt ten hoogste 51 dB. Bij een dergelijke geluidbelasting dienen hogere waarde aangevraagd te worden, maar behoeven woningen geen geluidluwe zijde te hebben. Cumulatie Wanneer de diverse belasting van de diverse geluidbronnen bij elkaar wordt opgeteld, ontstaat het beeld zoals dat op onderstaande afbeelding 16 is weergegeven. Bij de beoordeling van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt rekening gehouden met de maximale gecumuleerde geluidsbelasting als gevolg van het wegverkeer en het nestgeluid (zonder aftrek artikel 110g Wet geluidhinder). De gecumuleerde geluidsbelasting wordt vooral door het aspect nestgeluid bepaald. Voor de woningen langs de Van Deventerstraat/Nieuw-Mathenesserstraat is een maximale gecumuleerde geluidsbelasting van 6 7 dB(A) berekend. Voor de gevels van een aantal geprojecteerde woningen aan de oost- en zuidzijde van het plangebied is sprake van beoordeling 'tamelijk slecht' en 'slecht'.
Voor deze woningen wordt gekeken of bij de uitwerking van concrete bouwplannen, met gevelwering en gebouwgebonden maatregelen, de situatie ook akoestisch is te verbeteren. In het bestemmingsplan is dit geborgd door hier op de verbeelding een aanduiding 'overige zone - aandachtsgebied geluid' te leggen. (Het beoogde appartementengebouw op de parkeerhub is op afbeelding 16 niet in beeld gebracht, omdat dit gebouw op grond van de regels van het bestemmingsplan pas na 31 juli 2032 in gebruik mag worden genomen, en de geluidbelasting ter plaatse dan door staken van de bedrijfsvoering b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 6 7
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
door BSR Van Uden substantieel afneemt.)
Afbeelding 16 Overzicht gecumuleerde geluidbelasting (inclusief nestgeluid) Gewijzigde vaststelling juni 2024 De raad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan beperkt wijzigingen aangebracht. Voor het aspect geluid is mogelijk relevant dat de toegestane hoogte ter plaatse van het silocomplex is aangepast naar ten hoogste 58 meter. Door Peutz is een aanvullende notitie uitgewerkt (kenmerk O 16860-12-NO, d.d. 23 april 2024). Hierin is toegelicht dat het verlagen van de silo’s voor het aspect geluid resulteert in een beperkte verminderde afscherming naar de woningen. Uit berekeningen blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van industrielawaai en nestgeluid van schepen, op een aantal beoordelingsposities met hooguit enkele tienden van dB’s toeneemt. Deze beperkte toename van de geluidbelasting heeft geen relevante gevolgen op de maatgevende beoordelingsposities, die de aan te vragen hogere waarde(n) per woongebouw bepalen. Hiermee heeft het verlagen van de bouwhoogte van de silo’s naar 58 meter geen relevante gevolgen voor het aspect geluid. Gewijzigde vaststelling december 2024 (herstelbesluit) De raad heeft in het kader van een herstelbesluit zoals bedoeld in artikel 6.19 Awb, het bestemmingsplan in december 2024 gewijzigd vastgesteld. Daarbij zijn ten opzichte van de eerdere vaststelling van het bestemmingsplan in juni 2024, beperkt wijzigingen aangebracht.
Voor het aspect geluid is relevant dat een nadere beschouwing is gemaakt van het aspect industrielawaai, inclusief nestgeluid, gerelateerd aan de bedrijfsvoering van het bedrijf BSR Van Uden. Dit bedrijf is gelegen op enkele honderden meters afstand van het plangebied. Door Peutz is een aanvullend notitie opgesteld, waarin ook op het aspect geluid wordt ingegaan (kenmerk HH/SvN/DvdH/O 16860-13-no-002, datum 11 oktober 2024). De notitie is als bijlage 1 7 bij de toelichting gevoegd. Uit de notitie blijkt dat mede als gevolg van een omgevingsvergunning die augustus 2024 aan BSR Van Uden is verleend, de situatie ten aanzien van geluid iets wijzigt. Dit is aanleiding geweest voor het beperkt wijzigen van het bestemmingsplan bij de vaststelling in het kader van het herstelbesluit. De aangebrachte wijzigingen zijn benoemd in een bijlage bij het raadsbesluit. Kort 68 t (vastgesteld)
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
samengevat wordt voor één woongebouw in de zuidoostelijke hoek van een plangebied een nadere voorwaarde gesteld, dat ingebruikname van de woningen niet eerder mag plaatsvinden dan na 31 juli 2032. Daarnaast is via een aanduiding op de verbeelding een aandachtsgebied geluid bepaald, waarbinnen het toevoegen van geluidsgevoelige functies alleen onder voorwaarden is toegestaan. Hiermee is geborgd dat ter plaatse sprake is van een goed woon- en leefklimaat, en dat geen sprake is van beperkingen in de bedrijfsvoering van BSR Van Uden. Overigens wordt volledigheidshalve opgemerkt dat de bedoelde omgevingsvergunning als ontwerp in procedure is gebracht na de aanvankelijke vaststelling van het bestemmingsplan in juni 2024. Gelet hierop, en op het feit dat de omgevingsvergunning nadien aan BSR Van Uden is verleend, kan er van worden uitgegaan dat geen sprake is van een onaanbaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied. Bij de vergunningverlening wordt immers geacht rekening te zijn gehouden met de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het voorliggende bestemmingsplan.
5.4.3 Hogere waarden (geluid) Overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.10 van het Besluit geluidhinder en artikel 83 en 110a van de Wet geluidhinder worden, in samenhang met dit bestemmingsplan, hogere waarden (geluid) vastgesteld. Het hogere waardenbesluit wordt gelijktijdig met het bestemmingsplan in procedure gebracht. De hogere waarden zijn toegekend voordat de raad heeft besloten over de vaststelling van het bestemmingsplan. Gelet op de beleidsnota hogere waarden en het actieplein 'Lucht & Geluid' is bij het verlenen van hogere waarden (geluid) in aanmerking genomen dat, via de werking van het Bouwbesluit, alle woningen een binnenwaarde van 33 dB dienen te hebben. Ook is de opzet van het plan zodanig dat alle woningen beschikken over een geluidluwe zijde of in de directe nabijheid kunnen beschikken over geluidluwe buitenruimtes. Hierbij is ook de parkstructuur en verdere openbare ruimte binnen het plangebied in ogenschouw genomen. Wanneer geen geluidluwe zijde aanwezig is zijn gebouwgebonden maatregelen nodig. Hiermee is voor alle woningen een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd. In paragraaf 5.4.2 is reeds toegelicht dat voor enkele specifieke locaties binnen het plangebied door regelstelling is geborgd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
5.4.4 Conclusie Uit de resultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat voor een aantal woningen hogere waarden in het kader van de Wgh nodig zijn. De ten hoogste toelaatbare geluidbelastingen voor wegverkeerslawaai en industrielawaai worden niet overschreden. Het besluit tot vaststelling van hogere waarden maakt procedureel onderdeel uit van het bestemmingsplan. Bij de beoordeling van de concrete woningbouwplannen wordt bij de verdere uitwerking rekening gehouden met het aspect nestgeluid bij de bepaling van de gevelwering of andere gebouwgebonden maatregelen. Voorts blijkt uit het onderzoek dat een groot deel van de beschouwde gevels waarvoor een hogere waarde benodigd is, niet standaard beschikt over een geluidluwe gevel in het kader van het hogere waardenbeleid van de gemeente Schiedam. Voor die woningen wordt nader bezien of deze middels gebouwgebonden maatregelen kan worden gecreëerd. Ten behoeve van het instandhouden van een goede leefomgeving is ook gekeken naar de bestaande bedrijvigheid. Hiervoor is gekeken naar de huidige situatie van de bedrijven, inclusief de benodigde ontwikkelingsruimte.
Uit het onderzoek waarop de dezonering van het bedrijventerrein Nieuw-Mathenesse is gebaseerd (bestemmingsplan Geluidzone Havens Noordwest / Oost-Frankeland, vastgesteld 6 februari 2024 en inmiddels geheel onherroepelijk), b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 69
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
komt naar voren dat voor de bestaande bedrijven geen sprake is van inperking van de bedrijfsvoering. Met toekenning van hogere waarden wordt het plan haalbaar geacht binnen de kaders van de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid. Een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Gelet op de geluidbelasting ter plaatse is het niet nodig de gebouwgebonden maatregelen op voorhand bindend voor te schrijven via de regels.
5.5 Natuur en ecologie 5.5.1 Algemeen De Wet natuurbescherming vormt het voornaamste beleidsmatige toetsingskader op het gebied van de ecologische soortenbescherming en ecologische gebiedsbescherming. In de toelichting van een bestemmingsplan moeten de gevolgen van het bestemmingsplan voor ecologische waarden in beeld worden gebracht, zodat aannemelijk kan worden gemaakt of de ontwikkeling voldoet aan de op grond van de Wet natuurbescherming gestelde regels. Via de Wet natuurbescherming wordt de soortenbescherming en gebiedsbescherming geregeld. De soortenbescherming heeft betrekking op alle, in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten en op een honderdtal vaatplanten. Welke soorten planten en dieren wettelijke bescherming genieten, is vastgelegd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat, bij planvorming, uitdrukkelijk rekening gehouden moet worden met gevolgen, die ruimtelijke ingrepen hebben, voor instandhouding van de beschermde soort.
70 t (vastgesteld)
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
Gebiedsbescherming wordt geregeld middels de Natura 2000-gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten optreden in Natura 2000- gebieden. Hier kan sprake van zijn wanneer een ontwikkeling binnen een Natura 2000-gebied plaatsvindt, maar ook stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. Als gevolg hiervan dient in Nederland voor elk project een stikstofdepositieberekening uitgevoerd te worden. Wanneer uit de rekenresultaten een hogere depositie dan 0,00 mol/ha/jaar, kan al sprake zijn van een significant negatief effect. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. NNN is tevens opgenomen in het streekplan van de provincie. Indien het projectgebied in het NNN gelegen is, verlangt de provincie een 'nee-tenzij-toets'.
Afhankelijk van de provincie kan dit ook gelden voor projectgebieden in de nabijheid van het NNN.
5.5.2 Relatie tot ontwikkeling Soortenbescherming Soortenbescherming is onder de Wet natuurbescherming geregeld op basis van een drietal verschillende beschermingsregimes, namelijk voor vogelrichtlijnsoorten, habitatrichtlijnsoorten en overige soorten. Voor al deze soorten geldt dat het verboden is ze opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren, om eventuele eieren opzettelijk te vernielen, om de vaste voortplantingsof rustplaatsen te beschadigen en om beschermde plantensoorten opzettelijk te ontwortelen of te vernielen. Hiervan kan onder andere sprake zijn bij het kappen van bomen, het slopen van gebouwen of het storten en afgraven van gronden. Voor de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. In deze paragraaf wordt kort ingegaan op de belangrijkste bevindingen en conclusies uit de diverse onderzoeken. Voor het terrein van de voormalige glasfabriek en het VROM-terrein is een quickscan ecologie uitgevoerd door De Bouwecoloog (d.d. 16 december 2020, projectnummer 20033). De aanleiding voor de quickscan is de voorgenomen ontwikkeling met bouw van woningen en diverse bedrijfsmatige functies zoals met het voorliggende bestemmingsplan wordt beoogd. De bestaande bebouwing in het plangebied zal grotendeels worden gesloopt om deze herontwikkeling mogelijk te maken. Het huidige terrein is nagenoeg geheel verhard en deels bebouwd.
Op basis van het bronnenonderzoek en het oriënterend locatiebezoek worden, behalve voor vleermuizen, geen vaste rust- of verblijfplaatsen of essentiële leefgebieden van beschermde soorten zonder vrijstelling verwacht. De quickscan biedt dus onvoldoende basis om te dienen als goede onderbouwing voor de voorgenomen ontwikkeling. Op basis van de quickscan wordt geconcludeerd dat voor een deel van het terrein een nader onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk is, om te bepalen of een ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig is. Op voorhand is niet uit te sluiten dat in enkele (delen van) bestaande gebouwen verspreid op het terrein vaste verblijfsplaatsen van vleermuizen kunnen worden aangetroffen. Alle vleermuissoorten zijn beschermd op grond van de Wet natuurbescherming, evenals hun verblijfplaatsen en vaste delen van hun leef- en foerageergebied. Verder wordt volledigheidshalve opgemerkt dat bij het uitvoeren van werkzaamheden altijd voldoende rekening moet worden gehouden met het broedseizoen en de b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 7 1
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
zorgplicht ten aanzien van beschermde soorten. Het nader onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd door Laneco Landschaps en Ecologisch advies (d.d. 10 januari 2022, projectnummer 141.21.03). Het onderzoek is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2021 zoals opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus. Gedurende 2021 zijn diverse onderzoeksrondes uitgevoerd. Daarbij zijn fouragerende vleermuizen van verschillende soorten aangetroffen. Ook zijn vier zomerverblijfplaatsen vastgesteld en een paarverblijfplaats. Tijdens de waarnemingen zijn ook enkele overvliegende vleermuizen waargenomen die geen (fourageer- of verblijfs)binding met het plangebied leken te hebben. De aangetroffen zomerverblijfplaatsen bevinden zich in bebouwing aan de Buitenhavenweg, westelijk van het voormalige kantoorgebouw. Mogelijk wordt in het kader van de herontwikkeling beoogd deze gebouwen te slopen, of anderszins aan te passen aan een toekomstig gebruik. De paarverblijfplaats bevindt zich in een kantoorgebouw aan de Buitenhavenweg. Gelet op de beoogde herontwikkeling is denkbaar dat deze verblijfplaats door werkzaamheden om het pand geschikt te maken voor een nieuwe functie, teniet zal worden gedaan. Dit betekent dat in het kader van de werkzaamheden een ontheffing van de Wet natuurbescherming voor vleermuizen moet worden aangevraagd.
Deze aanvraag om ontheffing moet samen met een beschrijving van compenserende en mitigerende maatregelen worden uitgewerkt in een projectplan. Tijdens het onderzoek is in een van de fabriekshallen het vergane restant van een valk aangetroffen. Vanwege de staat was een uitgebreide determinatie niet mogelijk. Verdere aanwijzingen van de aanwezigheid van valken of andere beschermde diersoorten zijn niet aangetroffen. De conclusies uit de quickscan zijn hiermee bevestigd. Als uitwerking is bij het bevoegd gezag een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd en zijn in het voorjaar van 2022 diverse maatregelen, gekoppeld aan de ontheffingsaanvraag, uitgevoerd. Het bevoegd gezag heeft bij monde van de Omgevingsdienst Haaglanden op 8 maart 2023 de benodigde beschikking verzonden (kenmerk ODH599904, zaaknummer 01035415). De beschikking is als bijlage 5 aan de toelichting toegevoegd. Aan de ontheffing zijn voorschriften verbonden. Deze voorschriften hebben geen directe invloed op de uitwerking van het bestemmingsplan, maar zien onder andere op het inbedden en naleven van diverse maatregelen ten gunste van vleermuizen binnen het plangebied. Het voorliggende bestemmingsplan maakt dus mogelijk dat deze maatregelen ook getroffen kunnen worden.
Met de ontheffing en de doorgevoerde maatregelen is geen sprake van belemmeringen op het vlak van soortenbescherming voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Verspreide percelen Voor de diverse verspreide percelen waar geen herontwikkeling wordt voorgestaan is sprake van een conserverende bestemminsgslegging. Ten opzichte van het voorheen geldende planologisch regime is geen sprake van substantiële wijzigingen in gebruiksmogelijkheden of een verandering van bouwmogelijkheden. Het bestaande gebruik op deze locaties wordt voortgezet. Nader onderzoek naar het specifieke voorkomen van beschermde soorten is niet noodzakelijk. De algemene zorgplicht en verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn in deze afdoende. Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied betreft de Oude Maas, ten zuiden van het plangebied op ruim 8 kilometer. Dit betreft geen stikstofgevoelig Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied betreft Solleveld & Kapittelduinen
7 2 t (vastgesteld)
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
op circa 16,5 kilometer. Gelet op de onderlinge afstand zijn significante negatieve gevolgen op de natuurlijke waarden van de Natura 2000-gebieden voor storingfactoren als verstoring, verdroging en licht- en geluidverstoring vermoedelijk uitgesloten. Voor stikstofgerelateerde storingsfactoren (verzuring en vermesting) geldt dat deze via de lucht verder kunnen reiken dan de directe omgeving van het plangebied. Gelet hierop is ten behoeve van het plan een stikstofonderzoek uitgevoerd, uitgaande van een totaal te realiseren programma van 130.000 m2 brutovloeroppervlak aan bebouwing binnen het plangebied. Door Equipe adviseurs is een rapportage stikstofdepositie opgesteld (d.d. 22 november 2023 (versie 4), projectnummer 223287), die als bijlage 6 bij deze toelichting is gevoegd. Voor het planvoornemen is een analyse en een berekening uitgevoerd naar de stikstofemissie en mogelijke stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden in de gebruiksfase na planrealisatie (d.d. 22 november 2023, zie bijlage 7). Uit de berekeningen blijkt dat geen sprake is van depositie op voor stikstof gevoelige gebieden. Voor de bouwfase is door Equipe adviseurs een projectberekening uitgevoerd (d.d. 22 november 2023, zie bijlage 8 bij deze toelichting). In de berekening is de bouwfase doorgerekend voor vijf jaren, uitgaande van realisatie in de periode van 2025 tot 2030 in vijf gelijke bouwfasen.
Daarbij is 2029 als maatgevend jaar beschouwd, omdat daarbij ook reeds 80% van het plangebied als in gebruik zijnde is meegenomen. Uit de berekeningen blijkt dat geen sprake is van depositie op voor stikstof gevoelige gebieden. De DCMR heeft desgevraagd per brief van 4 januari 2024 (kenmerk 2365342_5550209) advies aan de gemeente uitgebracht over het geactualiseerde stikstofonderzoek. Geconcludeerd wordt dat het uitgevoerde onderzoek aantoont dat het bestemmingsplan geen negatieve effecten op beschermde natuur zal veroorzaken. Het onderdeel stikstofdepositie vormt geen belemmering en een vergunningplicht is niet aan de orde. Gelet hierop is geen sprake van een vergunningplicht voor realisatie en ingebruikname van het project op grond van de Wet natuurbescherming.
5.5.3 Conclusie Het aspect natuur en ecologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie. Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk welke significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Een passende beoordeling van de gevolgen voor deze gebieden is derhalve niet vereist, er is geen sprake van een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming vanwege het aspect stikstof. Vanuit het oogpunt van soortenbescherming is een ontheffing Wet natuurbescherming onder voorwaarden verleend. Binnen het plangebied liggen geen groenstructuren die onderdeel uitmaken van de stedelijke ecologische structuur. De ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt zijn niet negatief van invloed op het functioneren van de ecologische structuur. Door de transformatie van het plangebied wordt de mogelijkheid voor versterking van de ecologische structuur vergroot. De Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie inzake ecologie staan de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg.
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 7 3
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
5.6 Externe veiligheid 5.6.1 Algemeen Bij Externe Veiligheid (EV) gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Binnen de EV worden twee normstellingen gehanteerd: het Plaatsgebonden Risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers; het Groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Kwetsbare objecten, zoals woningen en functies met veel bezoekers, zijn niet toegestaan binnen de 1 0-6-contour van het PR rond inrichtingen waarin opslag / verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), in geval van inrichtingen, het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), in geval van transportroutes voor gevaarlijke stoffen, en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), in geval van buisleidingen is opgenomen dat voor iedere toename van het GR een verantwoordingsplicht geldt, ook als de verandering geen overschrijding van de oriëntatiewaarde veroorzaakt.
Deze verantwoordingsplicht geldt ook indien sprake is van een GR hoger dan de oriëntatiewaarde. Op 10 juli 2012 heeft het college van burgemeester en wethouders de 'Visie Externe Veiligheid 2012-2020' vastgesteld. In deze visie is invulling gegeven aan de beleidsvrijheid inzake de verantwoording van het GR. In de visie is aangegeven op welke wijze de gemeente plannen en/of projecten welke gevolgen hebben voor de externe veiligheidssituatie beoordeelt en verantwoordt. Onderdeel van de visie is het kwetsbaarheidszonemodel zoals deze door de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond is ontwikkeld. Met het model wordt de kwetsbaarheid van een object in relatie gebracht met de risicobron, om zo vroegtijdig te kunnen bepalen welke objecten en functies aanvaardbaar zijn op een bepaalde locatie.
5.6.2 Relatie tot ontwikkeling Door Peutz is een notitie uitgebracht met betrekking tot externe veiligheid (d.d. 15 november 2022, projectnummer HH/HH/TvdE/O 16860-3-NO-001), die als bijlage 9 bij de toelichting is gevoegd. De te realiseren woningen binnen het plangebied zijn kwetsbare objecten, waardoor aandacht nodig is voor het aspect externe veiligheid. Externe veiligheidsrisico's vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoor of water of vanwege risicobronnen binnen inrichtingen, zijn mogelijk relevant voor de ontwikkeling. De notitie beschrijft deze. Geconcludeerd wordt dat in de omgeving van het plangebied geen sprake is van risicobronnen die om een nadere beschouwing vragen. Het aspect externe veiligheid levert geen belemmering op voor de beoogde ontwikkeling. Vanwege een bestaand alcoholvulpunt bij een bedrijf ten zuiden van het plangebied ligt de 1% letaliteitscontour voor een klein deel over het plangebied (straal van 115 meter rondom het vulpunt). Binnen deze contour mogen geen zeer kwetsbare objecten worden opgericht. Op de verbeelding is een specifieke aanduiding opgenomen, waarbij door een koppeling met de regels deze mogelijkheid specifiek is uitgesloten. Het gaat om een klein deel van het plangebied, in de uiterste zuidoosthoek.
Het opnemen van de aanduiding heeft geen invloed op de beoogde stedenbouwkundige en functionele opzet voor het te ontwikkelen gebied.
7 4 t (vastgesteld)
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
Afbeelding 17 Ligging 1% letaliteitscontour Op verzoek van de gemeente heeft de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR), gelet op de met externe veiligheid samenhangende risico's en risicoafweging, geadviseerd op de (concept)notitie en het bestemmingsplan (d.d. 12 oktober 2022, kenmerk 69873 / 206904). Het concept rapport van Peutz is op basis van het advies van de VRR definitief gemaakt. Met het onderzoek van Peutz en de doorgevoerde maatregelen in het bestemmingsplan kan worden ingestemd. Door opname van een specifieke aanduiding waarmee zeer kwetsbare objecten binnen een deel van het plangebied worden uitgesloten, is het belangrijkste advies van de VRR in het bestemmingsplan verwerkt. De VRR adviseert verder om rondom de te realiseren gebouwen zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen zodat hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. De regionaal vastgestelde 'Handleiding advies bluswater en bereikbaarheid VRR' biedt mogelijkheden om daar invulling aan te geven. Ook wordt geadviseerd om de (nood)uitgang(en) van het terrein zodanig te situeren dat aanwezigen veilig in tegengestelde richting van een mogelijk incident aan de zuidzijde van het plangebied kunnen vluchten, waardoor de zelfredzaamheid van aanwezigen wordt verbeterd en het aantal slachtoffers kan worden beperkt.
Aan de noordzijde van het plangebied zijn hiervoor diverse geschikte mogelijkheden. Tot slot wordt geadviseerd om zorg te dragen voor een goede voorlichting en instructie van de binnen het plangebied aanwezige personen, zodat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit. Bij het sluiten van een huur- of koopcontract kunnen bewoners en gebruikers op de (externe) veiligheidsrisico's gewezen worden. Er kan informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding van incidenten en over de daarbij te volgen gedragslijn. Deze adviezen raken niet direct aan de inhoud van het voorliggende bestemmingsplan, maar kunnen door de initiatiefnemer van de herontwikkeling wel goed worden meegenomen in de verdere uitwerking van concrete bouwplannen en de communicatie naar toekomstige bewoners en gebruikers. b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 7 5
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
5.6.3 Conclusie Met inachtneming van de relevante wet- en regelgeving op het vlak van externe veiligheid is sprake van een bestemmingsplan waarvan de uitvoering op een verantwoorde wijze plaats kan vinden. In de regels en op de verbeelding zijn de mogelijkheden voor vestiging van (zeer) kwetsbare objecten waar nodig nader gereguleerd. In de concrete planuitwerking ten behoeve van de realisatie kunnen diverse adviezen van de VRR nog nader worden verwerkt en toegepast.
5.7 Milieuhinder bedrijvigheid 5.7.1 Algemeen In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van woningen enerzijds een goede woon- en leefomgeving gegarandeerd kan worden en anderzijds rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de belangenafweging tussen bedrijvigheid en woningen te maken wordt aangesloten bij de publicatie Bedrijven en Milieuzonering 2009 van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De VNG-brochure geeft informatie over milieuhinder van vrijwel alle bedrijfstypen en andere activiteiten. Hierin zijn voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar indicatieve afstanden bepaald. De VNG-categorie bevat een tabel met indicatieve afstanden. Hiermee kan de vraag worden beantwoord welke afstanden aanvaardbaar is. De zonering vindt plaats door het toepassen van minimale richtafstanden tussen bedrijven en woningen, afhankelijk van de milieucategorie van de bedrijfsactiviteiten. In hoofdstuk 4 van die brochure is beschreven op welke wijze het bevoegd gezag kan afwijken van de indicatieve afstanden uit de VNG-brochure.
5.7.2 Milieu-impact bedrijvigheid Beschrijving relevante aspecten uit de omgeving De omgeving van het plangebied kan getypeerd worden als gemengd gebied. In de directe omgeving van het gebied zijn diverse gemengde-, bedrijfs- en woonbestemmingen gesitueerd en planologisch toegestaan. Rotterdamsedijk zuidzijde (diverse functies) Ten noorden van het VROM-terrein, parallel aan de Rotterdamsedijk, bevindt zich een strook bebouwing die bestemd is als 'Wonen – 3'. De bebouwing op de hoek nabij de Koemarkt, kent tevens de functieaanduiding 'detailhandel' en 'dienstverlening'. Deze functies zijn uitsluitend toegestaan op de begane grond. De functie horeca is eveneens toegestaan. Het betreft horeca 1 en 2. Deze horeca bestemming is direct aan een woonbestemming gesitueerd en planologisch toegestaan in het voor de betreffende percelen geldende bestemmingsplan. De bedrijfsuitoefening van deze horeca bestemming zal reeds rekening dienen te houden met de naastgelegen bestemming wonen. Met name de hinderaspecten van deze onderneming, zoals geluid en geurhinder worden hierdoor reeds beperkt. De middels dit plan mogelijk te maken woningen (gevoelige bestemmingen) zijn verder gelegen (minimaal 20 meter). Hieruit kan geconcludeerd worden dat hinderaspecten afkomstig van deze horeca geen invloed hebben op woningen binnen het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan.
Glasbuurt-Oost Ten oosten van het plangebied, in de Glasbuurt-Oost, is momenteel bedrijvigheid toegestaan tot en met milieucategorie 3.1. Dergelijke bedrijvigheid kent een maximaal te hanteren richtafstand van 30 meter. Binnen deze bestemming is tevens een deel bestemd te zijn als 'specifieke vorm van bedrijf – 6' (Nieuw – Mathenesserstraat 15) waardoor hier een autoplaatwerkerij is toegestaan. Dergelijke bedrijven behoren tot milieucategorie 3.2, met een richtafstand van 50 meter. Het 7 6 t (vastgesteld)
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
maatgevende aspect betreft geluid. Voor de Glasbuurt-Oost wordt door de gemeente gewerkt aan planvorming voor transformatie tot gemengd nieuw woon-werkgebied. In dat kader wordt de toegestane milieucategorie qua bedrijvigheid dan teruggebracht naar categorie A en B (of vergelijkbaar). Bij de realisatie vormt dit dan ook geen belemmering meer voor het voorliggende bestemmingsplan. Van Deventer-driehoek Rotterdam Aan de zuidoostzijde van het plangebied raakt de plangrens de gemeentegrens met Rotterdam. In de Rotterdamse Van Deventer-driehoek is momenteel een verscheidenheid aan bedrijfsfuncties aanwezig. In het nieuwe bestemmingsplan Merwe-Vierhavens wordt de bedrijvigheid beperkt tot hoofdzakelijk milieucategorie 3.1, afgestemd op de bestaande functies en uitgangspunten voor de gebiedsontwikkeling M4H. Uitgaande van een richtafstand van 30 meter nadert de eventuele impact van de bedrijvigheid alleen in de uiterste zuidoosthoek het plangebied van dit bestemmingsplan. In geen geval is echter sprake van een belemmering voor de realisatie van het voorliggend plan. Nieuw-Mathenesse Zuid Schiedam staat van oudsher bekend als de jeneverstad. De bestaande distilleerdijen zijn een belangrijke economische drager voor de stad. Op het bedrijventerrein Nieuw Mathenesse is een distilleerderijcluster ontstaan met de bedrijven De Kuyper, Nolet en Onder de Boompjes.
Historisch gezien is binnen Schiedam een situatie ontstaan waarbij woningen en bedrijven naast elkaar aanwezig zijn. Dit geldt ook voor het bedrijventerrein Nieuw-Mathenesse. Deze menging van wonen en werken maakt onderdeel uit van de Schiedamse identiteit. De combinatie van wonen en werken heeft tot gevolg dat de bedrijfsactiviteiten kunnen leiden tot mogelijke hinder. Daar waar sprake is van nieuwe woningen binnen de richtafstand is specifieke aandacht noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de directe omgeving van woningen: rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de desbetreffende bedrijven; ter plaatse van woningen een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. De impact die een bedrijf veroorzaakt is afhankelijk van de milieuruimte die het inneemt en wordt voornamelijk bepaald door de aard van het bedrijf en de activiteiten die binnen een bedrijf worden uitgevoerd. Bij ruimtelijke ordening wordt voor het bepalen van de impact die een bedrijf kan hebben gebruik gemaakt van de VNG-richtafstanden. De grootte van de richtafstanden zijn afhankelijk van de milieucategorie van de betreffende industrie. De richtafstanden uit deze brochure zijn indicatief en een gemeenteraad kan gemotiveerd afwijken van de richtafstand.
Hiervoor is in hoofdstuk 4 van de VNG-brochure een uitleg gegeven hoe milieuzonering kan worden toegepast in een bestemmingsplan. In paragraaf 4.2. staat een stappenplan om de beoordeling te maken: Bepaal de milieubelasting voor de maatgevende milieuaspecten conform de milieuvergunning of de algemene milieuregels uit het Activiteitenbesluit. Betrek daarbij ook eventuele bestaande woningen die tussen het bedrijf en de locatie zijn gelegen; Ga na of de bedrijven concrete ontwikkelingsplannen hebben waarmee rekening gehouden dient te worden. Geef de gevolgen van de bedrijfsplannen voor de milieubelasting aan. Ga na welke maatregelen mogelijk zijn om de milieubelasting in de omgeving te verkleinen. Als op basis van deze acties kan worden vastgesteld dat een korte afstand aanvaardbaar is, kan bij
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 7 7
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
de vaststelling van het bestemmingsplan worden afgeweken van de richtafstand. Ten zuiden van onderhavig bestemmingsplan is het bedrijf Koninklijke De Kuyper BV (De Kuyper) gevestigd, evenals het bedrijf Onder de Boompjes. De gronden kennen de bestemming 'Bedrijventerrein – 1' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf -1'. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 1', zijn distilleerderijen en likeurstokerijen toegestaan. Dergelijke bedrijvigheid (SBI-code 110101) wordt gekwalificeerd als milieucategorie 4.2 met een te hanteren richtafstand van 300 meter voor het aspect geur. Ter nadere onderbouwing van het bestemmingsplan heeft de DCMR een advies uitgebracht in de vorm van een bureaonderzoek (d.d. 18 april 2024, kenmerk 2499499_5871057). Het bureaonderzoek is als bijlage 15 integraal bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd. Bij de inventarisatie van de situatie is onder andere gekeken naar de eventuele geurimpact en de beschrijving van de milieuruimte die een bedrijf volgens zijn vigerende milieuvergunning inneemt. Getoetst is naar richtafstand behorende bij de betreffende milieucategorie die volgens de handreiking bedrijven en milieuzonering van de VNG gelden ten opzichte van gemengd gebied. In de huidige situatie is geen sprake van geurwaarneming buiten de inrichtinggrenzen.
Door middel van dossieronderzoek is vervolgens geïnventariseerd welke specifieke voorschriften voor geur in de omgevingsvergunning voor de activiteit milieu zijn opgenomen. Ook is gekeken naar mogelijke uitbreidingsmogelijkheden voor De Kuyper. Als de bedrijfsactiviteiten zodanig worden aangepast dat er sprake is van mogelijke geurwaarneming buiten de terreingrenzen, is sprake van een nieuw activiteit. Daarvoor geldt als uitgangspunt dat fysieke maatregelen nodig zijn ter voorkoming van geuremissie, zodat geen geurwaarneming buiten de terreingrenzen wordt waargenomen, Voor het aspect geur is een globale inschatting gemaakt om te kijken of er sprake kan zijn van geurhinder buiten de grenzen van het bedrijf. Voor het bedrijf De Kuyper is in de verleende vergunning geen geurcontour vastgelegd, omdat de aanvrager ook heeft aangegeven geen geurhinder te veroorzaken. In dit geval valt men voor geur terug op het zorgvuldigheidsbeginsel onder het Activiteitenbesluit wat volgens de zorgplichtbepaling stelt dat van elk bedrijf verwacht wordt dat het permanent werkt aan het (verder) minimaliseren van de emissies. Bij het bepalen of het bedrijf incidenteel geuroverlast kan veroorzaken is verder meegenomen of er in het verleden klachten zijn geweest over een bedrijf, of er zich in het verleden ongewone voorvallen hebben voorgedaan waardoor voorschriften tijdelijk zijn overtreden.
Tot slot is bij de beoordeling meegenomen dat bij de andere distilleerderijen ook geen sprake is van geurhinder, waarbij de woningen ook direct grenzen aan een distilleerderij. Schiedam conformeert zich bij de beoordeling van een vergunning aan het landelijk- en provinciaal beleid om het bestaande geurhinderniveau te reduceren en nieuwe geurhinder te voorkomen. Als ter plaatse aan de streefkwaliteit wordt voldaan, is de geurbelasting beperkt en zijn ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Het rijksgeurbeleid moet worden toegepast bij zowel milieuregelgeving als in de ruimtelijke ordening. De activiteiten van De Kuyper moet zoals gezegd voldoen aan de voorschriften van het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling. De geurvoorschriften staan in artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit. Deze regeling staat nu in de Bruidsschat. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder. Uit een indicatieve beoordeling van de DCMR blijkt dat de geurbelasting relatief laag is. Voor een nadere toelichting op de diverse geur-gerelateerde aspecten wordt verwezen naar bijlage 15 bij deze toelichting.
78 t (vastgesteld)
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
tabel 1 Geurdrempel 15,6 mg/m³ (LOA) Op grond van het provinciale geurhinderbeleid ligt de hindergrens bij 0,5 ouE/m3 en de ernstige hindergrens bij 5,0 ouE/m3. Het aanvaardbaar hinderniveau ligt in het gebied tussen de ernstige hindergrens en de streefwaarde (geen hinder). De cumulatieve geurbelasting ter hoogte van het plangebied ligt weliswaar op één punt boven de hindergrens van 0,5 ouE/m3, maar ook ruim onder de ernstige hindergrens van 5,0 ouE/m3. Uit tabel 1 blijkt dat de geurbelasting voor een persoon met een gemiddeld reukvermogen ter plaatse van de nieuwe geprojecteerde woningen onder de geurdrempel ligt. Er zal voor de meeste mensen geen geur waarneembaar zijn bij de woningen. Uitgangspunt bij deze berekening is ook dat De Kuyper de arbo- en milieueisen naleeft voor wat betreft de concentratie alcohol in de leefomgeving. Naast de 4.2 categorie is in het bestemmingsplan Nieuw Mathenesse milieucategorie 3.2 toegestaan met een toetsafstand van 100 meter voor geur. De geprojecteerde woningen staan binnen deze toetsafstand. Op grond van de VNG-brochure kan deze afstand met een stap teruggebracht voor een "gemengd gebied" naar een afstand van 50 meter. Binnen deze afstand van het bedrijf De Kuyper zijn geen nieuwe woningen geprojecteerd, deze liggen op circa 60 meter van De Kuyper.
Ook binnen de 50 meter van het bedrijf is buiten de erfgrens overigens feitelijk geen geur waarneembaar. De nieuwe ontwikkeling op het terrein van de glasfabriek betreffen een gemengd woon-werkgebied, waarbij ook uitgangspunt is dat wonen en werken door elkaar plaatsvinden. Dit beoogde stedelijk interactiemilieu is niet vergelijkbaar met een rustige, puur op wonen gerichte wijk. Verder wordt opgemerkt dat in de bestaande situatie reeds woonbestemmingen van derden op kortere afstand tot de bedrijfspanden van Koninklijke De Kuyper aanwezig zijn (kleinste afstand circa 50 meter). Deze woningen zijn in beginsel maatgevend voor de beoordeling. Voor de aspecten stof en gevaar geldt een te hanteren richtafstand van 30 meter. Voor wat betreft geur zijn het distillatie- en blendproces potentiële geurbronnen. Beide processen vinden inpandig plaats in gesloten systemen. Op grond van de milieuvergunningen voor beide bedrijven is vastgelegd dat er geen geurhinder buiten de inrichting optreedt. Gelet hierop is enige invloed van de bedrijven op de omgeving voor wat betreft geur niet aannemelijk. In paragraaf 5.4 is het aspect geluid nader beschouwd. Uit de notitie van Peutz (d.d.
15 november 2022, projectnummer HH/HH/TvdE/O 16860-3-NO-001) blijkt dat de inrichting van De Kuyper voor wat betreft gevaar ook geen belemmering vormt voor het plan dat met dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt. Voor de locatie van Onder de Boompjes op de locatie Nieuwsticht 1 7 is als onderdeel van de vergunningaanvraag wel een risicocontour bepaald in de kwantitatieve risicoanalyse (QRA). Vanwege een alcoholvulpunt bij dit bedrijf valt de 1% letaliteitscontour voor een klein deel over het plangebied (straal van 115 meter rondom het vulpunt). Binnen deze contour mogen geen zeer kwetsbare objecten worden opgericht. Het voorliggende bestemmingsplan ziet niet op dergelijke functies (zie ook het eerder beschrevene in paragraaf 5.6). Geconcludeerd kan worden dat de milieuaspecten geen belemmeringen vormt voor het plan dat in onderhavig bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt. Gustoweg Rotterdam (BSR Van Uden Stevedoring) b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 7 9
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
Aan de Gustoweg in Rotterdam is in het gebied Merwe-Vierhavens het bedrijf BSR Van Uden Stevedoring gevestigd. Dit bedrijf richt zich op de op- en overslag van containers, bulkgoederen, afvalstoffen en stukgoederen zoals staalproducten. Daarbij vindt de overlslag plaats van en naar zeeschepen, binnenvaartschepen en vrachtwagens. Producten die op- en overgeslagen worden zijn onder andere agribulk, kunstmest, biomassa, ijzererts, schroot, verontreinigde grond, afvalwater, vliegas, kolen, mineralen en diverse stukgoederen, waaronder heavy-lift en projectlading, staal, bosbouwproducten en non-ferro metalen. Bij de op- en overslag wordt gebruik gemaakt van big bags, coils, silo's, bunkers, pallets en containers. De activiteiten zorgen voor geluid, stofemissie, fijnstof- en stikstofoxiden als gevolg van de bedrijfsactiviteiten. Het bedrijf ligt op een gezoneerd industrieterrein. Een bedrijf op een gezoneerd bedrijfsterrein heeft voor nu en de toekomst de zekerheid dat alle bedrijven tezamen een bepaalde hoeveelheid geluid mogen veroorzaken. Overigens is de toekomst van BSR Van Uden op het bedrijventerrein Merwe-Vierhavens in tijd beperkt, omdat de erfpacht per 31 juli 2032 niet wordt verlengd door het Havenbedrijf Rotterdam. Vermoedelijk zal het bedrijf eerder de bedrijfsactiviteiten moeten staken, omdat het terrein schoon en gesaneerd terug geleverd moet worden aan de erfpachter.
Het bedrijf heeft een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu uit 2019. Op 22 april 2023 heeft het bedrijf een aanvraag voor de wijziging van de milieuvergunning aangevraagd . Het gaat om een verandering van de verdeling van ligplaatsen en het toevoegen als activiteit van de open overslag van containers. De ligplaatsen worden in de aanvraag geconcentreerd bij het noordelijk deel van de kade. Dit is noodzakelijk vanwege de beperkingen die het Havenbedrijf heeft opgelegd bij het zuidelijk deel van de kade. De omgevingsvergunning is nog niet onherroepelijk omdat hiertegen beroep is ingesteld. Volledigheidshalve is voor een nadere beschouwing de milieusituatie echter getoetst aan de recente nieuwe omgevingsvergunning voor de activiteit milieu, zoals die in augustus 2024 is verleend.In relatie tot de richtafstanden die volgen uit de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering, is een nadere beschouwing van de impact van het bedrijf op de omgeving gemaakt. De VNG-brochure geeft op hoofdlijnen een opzet van de richtafstanden die tussen bepaalde typen bedrijvigheid en bepaalde gevoelige functies, waaronder wonen, kunnen worden aangehouden. De brochure geeft ook een stappenplan waarmee gemotiveerd kan worden afgeweken van de richtafstanden. De richtafstanden gelden nadrukkelijk dan ook niet als minimaal aan te houden afstanden tussen verschillende functies.
Het stappenplan zoals die in paragraaf 4.2 van de VNG-brochure is opgenomen is ook in het voorliggende geval gevolgd. Ter uitwerking van de vierde stap is de milieubelasting van het bedrijf bepaald op basis van de vergunning en het Activiteitenbesluit en kan worden geconcludeerd dat de afwijking van de richtafstand gerechtvaardigd is. Voor het bepalen van de relevante richtafstanden is het allereerst van belang op te merken dat het voorliggende plangebied bestaat uit een gemengd gebied. De functies wonen, bedrijvigheid, horeca en diverse vormen van (maatschappelijke) voorzieningen worden gemengd door elkaar gerealiseerd. Als uitgangspunt voor de relevante richtafstand is in dit geval dus 500 meter aan de orde. De eerste constatering die daar op volgt, is dat slechts een deel van het plangebied van het bestemmingsplan binnen deze richtafstand ligt. De inrichtingsgrens van Van Uden ligt op de kortste afstand op circa 200 meter afstand van het plangebied. Wanneer wordt gekeken naar de functie wonen, dan bedraagt de afstand tussen de aangeduide woonfuncties binnen het plangebied tot aan de grens van de inrichting circa 225 meter. Opgemerkt wordt dat binnen de richtafstand van 500 meter in de huidige bestaande situatie reeds grote aantallen woningen aanwezig zijn. De kortste afstand van reeds bestaande woningen tot de inrichting bedraagt circa 175-180 meter (Van Deventerstraat 4).
Naast deze losse woning bevindt zich binnen een afstand van 200 meter tot de inrichting onder andere de Schiedamse
80 t (vastgesteld)
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
Grensflat, met enkele tientallen woningen. In de bestaande wijken Schiedam-Oost, Schiedam-Zuid, Schiedam-Binnenstad en Rotterdam - Oud-Mathenesse, bevinden zich daarnaast vele honderden woningen binnen de richtafstand van 500 meter tot de inrichtingsgrens. Wat hier ook van zij, het voorliggende bestemmingsplan maakt dus in ieder geval geen woningbouw dichter op de inrichting van BSR Van Uden mogelijk, dan dat ook nu reeds in significante aantallen op basis van bestaande legale situaties het geval is. Hoewel het aantal woningen toeneemt, is geen sprake van woningbouw dichter op de bedrijfspercelen van Van Uden. In die zin kan de voorgenomen woningbouw binnen het plangebied niet leiden tot beperkingen op de bedrijfsvoering van Van Uden. Dat momenteel reeds op circa 180 meter van de inrichting woningen aanwezig zijn, wil niet zeggen dat per definitie deze afstand als een aanvaardbare afstand kan worden aangehouden, en dat de richtafstand hiermee kan worden teruggebracht naar bijvoorbeeld 200 meter (de afstand tussen het plangebied en de inrichtingsgrens van Van Uden). Wel heeft dit aspect uiteraard meegespeeld in de afweging die bij de vaststelling zijn gemaakt. De VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering is een hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming voor de aspecten gevaar, stof, geluid en geur.
In de VNG-publicatie staan voor deze milieuaspecten richtafstanden aangegeven per bedrijfscategorie. De generieke VNG-richtafstanden voor bedrijfsactiviteiten van BSR Van Uden gaat uit van een richtafstand van 500 meter voor zowel geluid als stof (in een gemengd gebied) ten opzichte van woningen vanwege de milieucategorie van 5.3. Onder bepaalde omstandigheden kan gemotiveerd worden afgeweken van de indicatieve VNG-richtafstanden op basis van nader onderzoek en/of locatie specifieke kenmerken. Omdat voor de afstand voor geluid en stof aanzienlijk wordt afgeweken van de richtafstanden uit de VNG-brochure kan voor deze aspecten het stappenplan uit bijlage 5.3 uit de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering worden doorlopen. Hiermee wordt zoveel mogelijk hinder en gevaar voor omwonenden voorkomen en hebben bedrijven voldoende zekerheid dat zij hun activiteiten kunnen (blijven) uitoefenen en is er sprake van een goed woon- en leefklimaat. Voor de activiteiten van BSR Van Uden zijn de richtafstanden voor de aspecten 'geluid' en 'stof' relevant. De overige milieuaspecten 'gevaar' en 'geur' zijn voor de beoordeling niet relevant en worden verder niet inhoudelijk beoordeeld. In het bestemmingsplan is onderzoek gedaan naar de geluidbelasting van BSR Van Uden. Het geluidsaspect is o.a.