Bijlage 1 Bestemmingsplan Kop van de Singel
Tekst van het document
Kop van de Singel
bestemmingsplan Kop van de Singel
Inhoudsopgave T oelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
9 9 9 10
2
11 12 19
Omgevingsaspecten
27 27 28 32 33 35 40 43 45 50 51 52 52 54 55 56 56 57 59
Planbeschrijving
63
Algemeen Uitgangspunten Duurzame Verstedelijking
63 64 69
Juridische aspecten
73
Algemene juridische opzet Bestemmingen Overige bepalingen
Hoofdstuk 7 7.1
11
Duurzaamheid Waterparagraaf Bodem Natuurbescherming Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Verkeer Milieuhinder bedrijvigheid M.e.r.-beoordeling Niet gesprongen explosieven Archeologie Windhinder Bezonning Kabels en leidingen Geur Rotterdam-The Hague Airport (RTHA) Verlichting
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
Beleidskader
Rijksbeleid Provinciaal en Regionaal beleid Gemeentelijk/lokaal beleid
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3
5 5 6 6
Bestaande situatie
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17 4.18
5
Ontstaansgeschiedenis Ruimtelijke en functionele beschrijving Cultuurhistorische waarden en monumenten
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Inleiding
Aanleiding en doelstelling Ligging plangebied Geldende bestemmingsplannen Leeswijzer
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3
5
73 73 74
Economische uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
77 77
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
bestemmingsplan Kop van de Singel
7.2
Exploitatieplan
Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3 8.4
77
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Participatie Vooroverleg Zienswijzen Beroep
79 79 79 79 79
Bijlagen bij de toelichting
81
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16 Bijlage 17
82 85 151 156 190 197 268 285 295 302 306 345 369 404 426 448 458
Watersleutel Verkennend bodemonderzoek Boominspectie Ecologische QuickScan Aerius-berekening Akoestisch onderzoek Notitie geluid overwegsignaal Akoestisch onderzoek omgevingslawaai Ontwerpbesluit hogere waarden geluid Aanmeldnotitie m.e.r. Archeologisch vooronderzoek Programma van eisen archeologie Windhinderonderzoek Bezonningsonderzoek Lichthinderonderzoek Reactienota Kop van de Singel Oplegnotitie bezonningsonderzoek
Regels
475
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
ALGEMENE REGELS
Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
BESTEMMINGSREGELS
Gemengd Waarde - Archeologie
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
INLEIDENDE REGELS
Begrippen Wijze van meten
OVERGANGS- EN SLOTREGELS
Overgangsrecht Slotregel
Bijlagen Bijlage 1
475 475 481
483 483 485
487 487 488 489 490 491 493 494
495 495 496
497 Situering en bouwhoogte gebouwen en geluidschermen Schieveste
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
498
3
bestemmingsplan Kop van de Singel
4
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
bestemmingsplan Kop van de Singel
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding en doelstelling Voor het ontwikkelen van de locatie Kop van de Singel zijn de afgelopen jaren diverse initiatieven geweest, die echter niet hebben geleid tot realisatie. Op basis van het Bestuurs- en Beleidsakkoord 2018-2022, heeft het college prioriteit gegeven aan het ontwikkelen van de Kop van de Singel en de realisatie van een iconisch gebouw op deze bijzondere locatie. Op de Provada 2019 heeft de gemeente haar ambitie voor de Kop van de Singel gepresenteerd en partijen uitgenodigd voor deelname aan een marktconsultatie. Op basis van een opgesteld Ontwikkelpaspoort (september 2019) en een vraagspecificatie zijn partijen uitgenodigd voor het indienen van een voorstel. Uit de verschillende voorstellen is gekozen voor het plan s'MAAK van Blauwhoed. De gemeente was van mening dat deze het meest voldeed aan het Ontwikkelpaspoort en de vraagspecificatie. Voorliggend bestemmingsplan biedt een actueel planologisch kader voor de ontwikkeling van woningen en commerciële voorzieningen op de locatie Kop van de Singel. De Kop van de Singel is een bijzondere locatie: de poort van het stationsgebied naar het centrum én aan de routes van stad naar leisure/uitgaan (Euroscoop en restaurants), wonen op Schieveste en werken in de polders. De locatie heeft een totale oppervlakte van ca.
2.175 m² en is momenteel in gebruik als een (tijdelijk) parkeerterrein en trapveldje, met daartussen een grasstrook met voetpad. Het doel van dit bestemmingsplan is het bieden van een eenduidige en uniforme juridische regeling voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing binnen het plangebied. Hierbij wordt gestreefd naar ontwerpflexibiliteit, waarbij de rechtszekerheid van omwonenden en overige betrokkenen in acht worden genomen.
1.2 Ligging plangebied De projectlocatie is gelegen in het oosten van Schiedam, op loopafstand van de binnenstad (zie afbeelding 1). Ten noorden van de projectlocatie, in de directe nabijheid, is station Schiedam gelegen. Ten westen loopt de Schiedamse Schie. Ten noordoosten loopt het Stationsplein. In de huidige situatie is de projectlocatie in gebruik als (tijdelijk) parkeerterrein en speelveld.
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Kop van de Singel
Afbeelding 1 - Begrenzing plangebied
1.3 Geldende bestemmingsplannen In het plangebied zijn momenteel 4 bestemmingsplannen van kracht, die met dit plan (gedeeltelijk) worden herzien. Het betreft de volgende plannen: Bestemmingsplan Oost Parapluplan Parkeren Paraplu-bestemmingsplan Wonen Paraplu-bestemmingsplan begrippen en wijze van meten
IMRO-nummer NL.IMRO.0606.BP0004-0002 NL.IMRO.0606.BP0044-0002 NL.IMRO.0606.BP0033-0002
Vaststelling Raad 27-10-2011 05-06-2018 04-05-2015
NL.IMRO.0606.BP00100-0001
20-04-2021
1.4 Leeswijzer Het bestemmingsplan bestaat uit drie delen: de toelichting: hierin worden de overwegingen beschreven die hebben geleid tot het geven van een bepaalde bestemming, evenals een uitleg van de gebruikte bestemmingen; de regels: hierin wordt per bestemming een omschrijving gegeven van het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de in dit plan begrepen gronden, en; een verbeelding/plankaart, met daarop aangegeven de bestemmingen van alle gronden. De inhoud van de toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 beschrijft de geschiedenis en de huidige situatie van het plangebied. In hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van andere overheden die relevant zijn voor het plangebied. De gevolgen of effecten op de planologische en milieutechnische (omgevings)aspecten worden in hoofdstuk 4 beschreven.
6
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
bestemmingsplan Kop van de Singel
De beoogde ontwikkeling is beschreven in hoofdstuk 5. Op basis van verschillende aspecten wordt een beeld gevormd van herontwikkeling van het plangebied. In hoofdstuk 6 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven. Hoofdstuk 7 heeft betrekking op de economische uitvoerbaarheid van het plan. Hoofdstuk 8 behandelt tenslotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hierin worden de resultaten beschreven van de participatie en het vooroverleg met instanties.
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Kop van de Singel
8
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
bestemmingsplan Kop van de Singel
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
2.1 Ontstaansgeschiedenis De Kop van de Singel is onderdeel van Schiedam Oost. Schiedam Oost vormt samen met de wijken West en Zuid de eerste uitbreidingswijken van de gemeente Schiedam. Toen in 1901 de eerste Woningwet in Nederland werd aangenomen beschikte Schiedam nog niet over uitbreidingsplannen en was er onvoldoende grond direct beschikbaar. Door de Eerste Wereldoorlog waren materialen ook nog eens erg schaars. Pas vanaf 1918 kwam de bouwproductie op gang. Ten oosten van het oude centrum was toen al bebouwing aanwezig langs de Singel en op de aangrenzende kavels. De meeste van deze bebouwing is gebouwd tussen 1880 en 1910. Tegenwoordig wordt deze buurt de Singelbuurt of het Singelkwartier genoemd. In 1928 kwam het uitbreidingsplan voor Schiedam Oost tot stand met brede lanen en singels die getuigden van het gedachtengoed van licht, lucht en ruimte van die tijd. Naar voorbeeld van de klassieke uitbreidingswijk van Berlage in Amsterdam werd een centrale as geïntroduceerd, de Boerhaavelaan, als verbindend element voor de aanliggende buurten. De meeste bebouwing in Oost is gerealiseerd tussen omstreeks 1927 en 1939. Met name de bebouwing in de Wetenschappersbuurt en langs de Hogenbanweg is van na de oorlog, bouwjaar tot 1959. De eerste bebouwing langs de Singel en de aangrenzende kavels volgden op traditionele wijze het slagenlandschap.
Het zijn voornamelijk grondgebonden woningen in één tot drie bouwlagen, al dan niet met kap. De latere bebouwing kenmerkt zich in veelal gesloten bouwblokken met gemiddeld vier verdiepingen. De samenstelling van de woonblokken bestaat uit appartementen en grondgebonden woningen. De oorspronkelijke bebouwing in de wijk, die zich nog voornamelijk presenteert langs de drie lanen, is meestal drie tot vier bouwlagen op een lage plint waarachter zich het souterrain bevindt. De gebouwen hebben overwegend een plat dak maar ook kappen komen voor. Op sommige plekken springt de vierde bouwlaag terug, waardoor hier een balkon/terras ontstaat. Op de pleinen en daar waar de bebouwing de hoek om gaat, werd vaak een accent aangebracht door het toevoegen van een of twee extra bouwlagen. Het historisch kaartmateriaal laat zien dat de locatie op de Kop van de Singel sinds de aanleg van de Horvathweg onbebouwd is gebleven. Aanvankelijk werd gedacht aan de landing van een nieuwe oeververbinding op deze plek. In de loop der jaren is het plot onbebouwd gebleven.
2.2 Ruimtelijke en functionele beschrijving De Kop van de Singel ligt aan het Stationsplein van station Schiedam Centrum. De locatie voltooit de pleinwand aan de zuidzijde van het station. De directe ligging langs de Schie en op het knooppunt van twee belangrijke routes van en naar de binnenstad is voor deze locatie van grote toegevoegde waarde. Er is een nauwe samenhang tussen locatie Kop van de Singel, het stationsgebied en de ontwikkeling van woningbouw op Schieveste. De kavel wordt begrensd door de Prof. Kamerlingh Onneslaan aan noordzijde, de Overschiesestraat aan de westzijde, de Singel aan de oostzijde en de bebouwing aan de Overschiesedwarsstraat aan de zuidzijde. De locatie heeft een totale oppervlakte van ca. 2.175 m² en is momenteel in gebruik als parkeerterrein (43 parkeerplaatsen) en trapveldje, met een grasstrook, bomen en een voetpad.
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Kop van de Singel
Afbeelding 2 - Huidige situatie
2.3 Cultuurhistorische waarden en monumenten In en direct nabij het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle gebouwen of monumenten aanwezig. De nabijgelegen Schie is een cultuurhistorisch waardevolle structuur. Eventuele archeologisch-cultuurhistorische waarden worden behandeld in paragraaf 4.12.
10
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
bestemmingsplan Kop van de Singel
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Dit hoofdstuk geeft een beknopt overzicht van het relevante ruimtelijk beleid voor het bestemmingsplan op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Per beleidsstuk is aangegeven in hoeverre deze haar doorwerking heeft in het bestemmingsplan.
3.1 Rijksbeleid Dit hoofdstuk geeft een beknopt overzicht van het relevante ruimtelijk beleid voor het bestemmingsplan op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Per beleidsstuk is aangegeven in hoeverre deze haar doorwerking heeft in het bestemmingsplan.
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, op onze leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet komt er één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste NOVI staat gepland na de zomer van 2020. Het Ontwerp van deze NOVI is in juni 2019 verschenen. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.
Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge 'quality of life', met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).
De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Kop van de Singel
iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een duurzame en concurrerende economie; 2. Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; 3. Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; 4. Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De nationale belangen uit de structuurvisie die juridisch borging vragen zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Een aantal rijksbelangen wordt met dit besluit geborgd in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen van overheden. Onderwerpen die aan bod komen zijn: rijksvaarwegen, de mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, de Waddenzee en het waddengebied, defensie, hoofdwegen en landelijke spoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen, primaire waterkeringen, de ecologische hoofdstructuur, het IJsselmeergebied, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en de ruimtereservering voor de parallelle Kaagbaan. Geen van deze rijksbelangen zijn van toepassing op het plangebied. Het bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming met het bepaalde in het Barro.
3.2 Provinciaal en Regionaal beleid 3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Zuid-Holland Het Omgevingsbeleid wordt gevormd door de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening die per 1 april 2019 in werking zijn getreden, en daarna op verschillende momenten zijn geactualiseerd. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot één integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. Met haar Omgevingsbeleid streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan geeft men richting door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit de provinciale opgaven. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit'. De daarmee samenhangende provinciale beleidskeuzes zijn in die opgaven geclusterd. De twaalf opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie, energievoorziening. Voor de voorgenomen ontwikkeling zijn de volgende beleidskeuzes van belang.
Energietransitie binnen de bebouwde omgeving Het doel is op termijn een duurzame en CO 2 -neutrale samenleving en voorziening in de energiebehoefte. Voor nieuwbouw van woningen en andere gebouwen geldt daarom dat deze
12
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
bestemmingsplan Kop van de Singel
energie neutraal of energieleverend worden uitgevoerd. Verstedelijking en wonen De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gerealiseerd waar de behoefte zich manifesteert. Het uitgangspunt daarbij is dat de juiste woning op de juiste plek (op juiste moment) wordt gerealiseerd. Dat gaat allereerst over dat gebouwd wordt naar behoefte. De bouw van nieuwe woningen moet bijdragen aan de bestaande woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend. Daarnaast gaat het over woningen zo te bouwen, in samenhang met investeringen in infrastructuur, werklocaties en een aantrekkelijke groenblauwe leefomgeving dat dit bijdraagt aan de maatschappelijke opgaven en transities waar de provincie voor staat. Daarbij wordt primair ingezet op bouwen binnen bestaand stads- en dorpsgebied en dient bouw bij voorkeur georiënteerd te zijn op hoogwaardig openbaar vervoer en dient de potentie van energietransitie en klimaatadaptie te worden benut.
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Kop van de Singel
Provinciaal kwaliteitsbeleid De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). De essentie van 'verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit' is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten aan toevoegen die te maken hebben met de samenleving van vandaag. De provincie Zuid-Holland beschikt over een kwaliteitskaart, die een belangrijk instrument vormt om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De uitwerking hiervan op kaart is niet uitputtend, noch uitsluitend. De kaart biedt hiermee geen oplossingen, maar is een middel om vroeg in het planproces een integrale afweging te maken die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt.
Het verbinden van nieuwe ontwikkelingen aan de bestaande gebiedskenmerken vormt hierbij uitgangspunt. De kaart biedt inzicht in de bestaande ruimtelijke kwaliteiten; het toevoegen van nieuwe kwaliteiten kan een verrijking zijn van de Zuid- Hollandse ruimte. Op het plangebied is een tweetal kaartlagen van toepassing. De laag van de ondergrond (kaartlaag I) gaat over de grondslag van de provincie en natuurlijke (landschapsvormende) processen. De laag bestaat uit de bodem, de geomorfologische kenmerken en het water. Ontwikkelingen dienen de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand houden en waar mogelijk worden de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt. De ontwikkeling betreft de inpassing van nieuwbouw in een stedelijke omgeving. Bijzondere structuren die nog zichtbaar zijn in de omgeving van het projectgebied en de ontstaansgeschiedenis aftekenen, zoals de Schie, worden niet aangetast door de beoogde ontwikkeling. De aard van de ontwikkeling maakt tegelijkertijd dat het meer herkenbaar maken van genoemde structuren niet tot de mogelijkheden behoort, daar het plangebied zich beperkt tot de ontwikkellocatie Binnen de laag van de stedelijke occupatie (kaartlaag III) is ter plaatse van het projectgebied onderdeel 'Steden en dorpen' van toepassing.
Voor voorliggende ontwikkeling is het gestelde ten aanzien van het onderdeel 'steden' van belang. Kenmerken als de identiteit van de plek (historische, culturele, toeristische en ruimtelijke kenmerken), de geografische strategische ligging in het stedelijk netwerk en de aanwezige en nieuwe economische dragers maken van iedere stad en ieder centrum in het systeem een unieke plek met een eigen (ruimtelijke) karakteristiek. Een brede waaier aan woon- en werkmilieus is een belangrijke voorwaarde voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. De beoogde ontwikkeling betreft inpassing van nieuwbouw. Het gebouw is een belangrijke markering van het stationsgebied aan de looproute langs de Schie. De uitstraling van het bouwwerk en de directe omgeving verbetert door de voorgenomen ontwikkeling en brengt daarmee meer kwaliteit in het gebied. Waar nu sprake is van een parkeerterrein, is in de toekomst sprake van een woongebouw gecombineerd met een aantal andere functies dat beantwoord aan de eisen van deze tijd.
3.2.2 Provinciale Omgevingsverordening Samen met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In deze verordening vindt een juridische vertaling plaats van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening stelt regels met betrekking tot belangrijke ruimtelijke elementen die een doorwerking hebben in het wijzigingsplan. De volgende provinciale belangen zijn van toepassing op het plangebied.
14
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
bestemmingsplan Kop van de Singel
Ruimtelijke kwaliteit Ruimtelijke kwaliteit is van belang bij ruimtelijke ontwikkelingen (artikel 6.9). Het bestemmingsplan voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling die past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, geen wijziging op structuurniveau voorziet en past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen, zie paragraaf 3.2.1). Duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame ontwikkeling uit het Besluit ruimtelijke ordening is geïncorporeerd in artikel 6.10 van de provinciale omgevingsverordening. Dit houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, in de toelichting een verantwoording moet bevatten dat sprake is van een actuele, zo nodig regionaal afgestemde, behoefte die binnen het bestaand stedelijk gebied voorzien wordt. Het bestemmingsplan biedt ruimte voor een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de verordening waarop de ladder van duurzame verstedelijking van toepassing is. De benodigde verantwoording is opgenomen in paragraaf 5.3. Kantoren Een bestemmingsplan kan op grond van artikel 6.11 van de omgevingsverordening voorzien in nieuwe kantoren op gronden binnen de OV-knooppuntlocaties en centrum- en (intercity)stationslocaties.
Het kantorenprogramma dat mogelijk wordt gemaakt kan niet worden aangemerkt als nieuw kantoor als bedoeld in de omgevingsverordening. Hierbij is in aanmerking genomen dat sprake is van het verhuizen van de woningcorporatie naar een nieuwe locatie, waarna het bestaande kantoorpand aan de Valeriusstraat wordt gesloopt. De vrijgevallen locatie zal vervolgens worden gebruikt voor woningbouw. Het verplaatsen van de bestaande kantoorvoorraad naar gronden gelegen op een OV-knooppuntlocatie (afbeelding 3) voldoet aan de uitgangspunten van de omgevingsverordening. Aanvullend geldt dat, omdat sprake is van een kantoor van de lokale woningcorporatie, tevens sprake is van een kantoor met een lokaal verzorgingsgebied als bedoeld in artikel 6.11, tweede lid van de omgevingsverordening.
Afbeelding 3 - Omgevingsverordening, kaart kantoren en detailhandel Provinciale vaarwegen Artikel 6.19 regelt de bescherming van de vrijwaringszone van provinciale vaarwegen. De Delftse Schie is in de omgevingsverordening aangemerkt als provinciale vaarweg inclusief vrijwaringszone. De bij de Schie behorende vrijwaringszone heeft een breedte van 10 meter aan weerszijden van de vaarweg. Het plangebied ligt minimaal op 18 meter van de vaarweg, waardoor de vrijwaringszone niet reikt niet tot in het plangebied. Het bestemmingsplan vormt daarmee geen belemmering voor
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Kop van de Singel
de doorvaart van het scheepvaartverkeer op de Schie. Regionale waterkeringen Regionale waterkering en de bijbehorende beschermingszone moeten op grond van artikel 6.22 als zodanig worden bestemd, waarbij moet worden uitgegaan van de door de beheerder vastgestelde legger. Nieuwe ontwikkelingen kunnen slechts mogelijk worden gemaakt voor zover bij de verwezenlijking daarvan (naar oordeel van de beheerder) geen belemmeringen kunnen ontstaan voor het onderhoud, de veiligheid of de mogelijkheden voor versterking van de regionale waterkering. De regionale waterkeringen langs de Schiedamse Schie en de Poldervaart en de bijbehorende beschermingszone liggen volgens de legger van Delfland buiten het plangebied (zie 4.2.3). Molenbiotoop Rond traditionele windmolens dient een molenbeschermingszone te worden gelegd ter bescherming van de vrije windvang en het zicht op de molen. Deze beschermingszone bedraagt maximaal 400 meter. Het plangebied is niet gelegen binnen enige molenbiotoop behorend bij de molens in de binnenstad van Schiedam (zie de afbeelding 4).
Afbeelding 4 - Omgevingsverordening, kaart cultureel erfgoed Archeologie Het plangebied omvat geen gronden die op grond van de Omgevingsverordening (artikel 6.27) als archeologisch waardevol zijn aangemerkt. Dit neemt niet weg dat in het plangebied archeologische waarden aanwezig kunnen zijn. De mogelijk aanwezige archeologische waarden worden beschermd door middel van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Op grond van deze regeling is een omgevingsvergunning vereist voor het bouwen en het uitvoeren van werken of werkzaamheden. De vergunning kan pas worden verleend nadat een archeologisch onderzoek is uitgevoerd.
16
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
bestemmingsplan Kop van de Singel
3.2.3 Woondeal Zuidelijke Randstad De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de provincie Zuid-Holland, de gemeenten Den Haag, Rotterdam, Leiden, Dordrecht en de gemeenten van de Bestuurlijke Tafel Wonen Haaglanden en het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (waaronder de gemeente Schiedam) hebben de Woondeal Zuidelijke Randstad gesloten. De woondeal is een wederzijdse erkenning van de kwantitatieve én kwalitatieve opgaven in de zuidelijke Randstad; een gebied waar de spanning op de woningmarkt binnen Nederland het grootst is. In de woondeal zijn, als startpunt voor een meerjarig samenwerkingstraject, de wederzijdse verantwoordelijkheden en inspanningen voor die opgaven vastgelegd. Doel van de woondeal is om op korte termijn tot doorbraken te komen voor de kwantitatieve én kwalitatieve opgaven in de gebieden waar de spanning op de woningmarkt het grootst is. Gemeenten en provincie zetten zich in voor: Voldoende plancapaciteit voor de bouwproductie van 230.000 woningen tot 2040, aansluitend op de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. De productie van ruim 100.000 woningen in de periode 2018-2025, waarvan bijna de helft in de gemeenten Den Haag en Rotterdam, en een aanzienlijk deel in het betaalbare segment. Evenwichtige verdeling onder doelgroepen en bevordering van spreiding van betaalbare woningen voor lagere en middeninkomens.
3.2.4 Verstedelijkingsprogramma Zuidvleugel 2010-2020 In 2008 heeft het Bestuurlijk Platform Zuidvleugel, waar de Stadsregio Rotterdam onderdeel van is, de Verstedelijkingsstrategie Zuidvleugel vastgesteld. De strategie stelt niet langer het aantal woningen centraal, maar focust zich primair op de kwaliteit van de woonmilieus met een focus op binnenstedelijk bouwen, waarbij 80% van de woningbouwopgave gerealiseerd wordt binnen bestaand stedelijk gebied. De opgave is om door het juiste aanbod aan woonmilieus het (internationale) vestigingsklimaat van de Zuidvleugel te versterken. De verstedelijkingsstrategie is nadere uitgewerkt in verstedelijkingsafspraken voor de verschillende regio's. Voor de Stadsregio Rotterdam geldt een kwantitatieve opgave van 65.000 woningen, inclusief ongeveer 30.000 woningen ter compensatie van sloop. Ingezet wordt op het beter op elkaar laten aansluiten van vraag en aanbod, waarbij voor deze regio geldt dat een groot tekort is aan groen-stedelijke woonmilieus.
3.2.5 Verstedelijkingsalliantie De gemeenten Rotterdam, Leiden, Zoetermeer, Den Haag, Rijswijk, Delft, Schiedam en Dordrecht hebben zich sinds eind 2017, met het oog op de woningbouwopgave, verenigd in de 'Verstedelijkingsalliantie'. Deze alliantie is een samenwerkingsverband met de provincie Zuid-Holland en de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag. Begin 2018 heeft deze alliantie een pamflet opgesteld, waarin wordt geschetst op welke wijze deze gemeenten de verstedelijkingsopgave (versneld) op zich willen nemen. Gekozen wordt voor een geconcentreerde verstedelijking langs de bestaande infrastructuur; de spoorlijn Dordrecht-Leiden (de 'oude lijn'). De woningbouwopgave en de versterking van de economische toplocaties worden in samenhang met investeringen in hoogwaardig openbaar vervoer op een integrale wijze uitgevoerd. Deze aanpak moet er toe leiden dat in deze gemeenten tot 2040 in totaal 170.000 extra woningen worden gerealiseerd, waarvan 150.000 in een (centrum)stedelijk milieu en waarvan 75.000 in de directe nabijheid van treinstations.
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Kop van de Singel
3.2.6 Woningmarktafspraken Regio Rotterdam Begin 2019 hebben 14 gemeenten en 25 woningcorporaties uit de Regio Rijnmond het 'Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018-2030' vastgesteld. Op basis van dit akkoord maken de betrokken gemeenten zich samen sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam met 54.000 woningen uit te breiden. Daarnaast zetten de gemeenten en woningcorporaties zich in voor een betere balans van het sociale woningaanbod in de regio. In het Regioakkoord is vastgelegd welke bijdrage iedere gemeente levert aan het behalen van de regionale doelen. In dat kader is afgesproken dat de totale woningvoorraad in Schiedam wordt uitgebreid tot een totaal 40.609 woningen in 2030. Om dit doel te realiseren zullen tot 2030, rekening houdend met de sloop van circa 1.200 verouderde woningen, in Schiedam in totaal 5.062 nieuwe woningen gebouwd worden. Aanvullend wordt, gezien de ambities van de Verstedelijkingsalliantie, bij een tweetal projecten de mogelijkheid gezien voor versnelling (van de laatste fasen), waarmee maximaal 2.200 woningen extra kunnen worden gerealiseerd en de woningvoorraad groeit tot 42.809 woningen. Met de uitbreiding van het aantal woningen wordt gestreefd een meer evenwichtige bevolkingssamenstelling te realiseren.
Om dit doel te bereiken zal de sociale voorraad de komende jaren in absolute aantallen gelijk blijven, maar zal het aandeel afnemen van 64% naar 56% van de totale voorraad. Deze afname is mogelijk doordat in andere regiogemeenten sprake zal zijn van een relatieve toename, waardoor een betere verdeling van de sociale voorraad over de regio ontstaat. De provincie Zuid-Holland heeft op 19 maart 2019 (gedeeltelijk) ingestemd met de regionale woningmarktafspraken en geheel met het Schiedamse bod dat daar onderdeel van is. Voor de gemeente Schiedam ligt er de komende jaren een stevige opgave om te voorzien in de woonbehoefte. Ruim 5.000 woningen dienen te worden gerealiseerd om aan de afspraken te voldoen. De toevoeging van 79 woningen draagt bij aan dit kwantitatieve doel. Voor de kwalitatieve behoefte geldt dat vooral behoefte bestaat aan woningen in het betaalbare en middeldure segment. Aan sociale woningbouw is beperkt behoefte. Hiervoor geldt dat deze behoefte in de regio kan worden opgevangen, waardoor samen met de bestaande goedkope woningen in Schiedam een goede balans in de woningbouw voorraad ontstaat. Het toevoegen van de beoogde woningen voor het betaalbare en middeldure segment draagt bij aan het creëren van die balans.
3.2.7 Strategie werklocaties 2019-2030 De Metropoolregio Rotterdam Den Haag is een vrijwillig samenwerkingsverband in de vorm van een gemeenschappelijke regeling van 23 gemeenten. De Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) heeft taken op het gebied van bereikbaarheid en economisch vestigingsklimaat. Binnen de MRDH wordt regionale afstemming gezocht over diverse economische thema's. In dat kader is op 14 december 2018 de Strategie Werklocaties 2019-2030 vastgesteld. Deze strategie bevat de visie tot 2030 en regionale afspraken tot 2023 over werklocaties in de MRDH. De strategie is een samenhangende visie op de ontwikkeling van werklocaties vanuit de bestaande situatie, en richting de gewenste ramingen tot 2030. Hiermee versterken de regiogemeenten het regionaal economisch vestigingsklimaat door kwalitatief én kwantitatief te sturen op de voorraad. Het doel is werkgelegenheidsgroei en arbeidskansen voor de economie van morgen én duurzaam ruimtegebruik. De integraliteit draagt bij aan regionale samenhang en duidelijkheid bij stakeholders zoals vastgoedpartijen. Het kantorenbeleid stuurt op het kwalitatief versterken van de bestaande voorraad en het onttrekken van incourant bestaand aanbod en overmatige plancapaciteit (geplande nieuwbouw). De geactualiseerde aanbodinventarisatie geeft nieuwe inzichten.
Toplocaties en (inter)nationaal concurrerende vestigingsmilieus kunnen uitbreiden, en op minder goed met OV-bereikbare locaties
18
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
bestemmingsplan Kop van de Singel
wordt het aanbod geoptimaliseerd. Daarnaast wordt op veel snelweglocaties de overmaat in het vastgoed gereduceerd door transformatie naar nieuwe functies (zoals wonen). Met maatwerk stemmen de regiogemeenten het aanbod af op specifieke ruimtelijk-economische ontwikkelingen. Voor kantorenlocaties met een strategische opgave (versterken, optimaliseren of herbestemmen) stellen de regiogemeenten gebiedsvisies op om de goede voornemens concreet te maken. Waar nodig ondersteunt en faciliteert de MRDH de gemeentelijke aanpak. In aanvulling op de Ladder voor Duurzame Verstedelijking is een nieuw regionaal afwegingskader ontwikkeld om de toevoeging van plancapaciteit te kunnen toetsen. Daarbij wordt vooral gekeken naar de marktruimte, onderscheidende kwaliteiten en toegevoegde waarde voor de regionale kantorenmarkt. Voor verduurzaming richten de regiogemeenten zich zowel op bestaande bouw, samen met de eigenaren, vastgoedpartijen en gebruikers, als op nieuwbouw. De locatie valt binnen de goed bereikbare OV-knooppuntlocaties zoals aangeduid in het provinciaal beleid, aangevuld met een goede bereikbaarheid voor autoverkeer. De ontwikkeling betreft verplaatsing van een bestaand kantoor met een lokaal verzorgingsgebied, waarbij de bestaande kantoorlocatie zal worden getransformeerd naar wonen. Het saldo aan kantooroppervlak blijft daardoor gelijk.
3.2.8 Strategische Bereikbaarheidsagenda De Strategische Bereikbaarheidsagenda Vervoersautoriteit Metropoolregio Rotterdam Den Haag is in juli 2014 goedgekeurd. De Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) ziet bereikbaarheid en mobiliteit op grond van deze agenda niet als doelen op zich, maar randvoorwaarden voor een economisch vitale, leefbare, duurzame en economische ontwikkeling van de Metropoolregio. Nieuwe metropolitane ontwikkellocaties bevinden zich daarbij, gelet op de ligging ten opzichte van de hoofdinfrastructuur, binnen de invloedssfeer van de as Scheveningen - Den Haag - Delft – Rotterdam. De agenda gaat, voor zover van belang voor Schiedam, uit van een spoorverdubbeling op het traject Schiedam-Delft en het verbeteren van de sociale veiligheid en aantrekkelijkheid van OV-knooppunten. Naast ruimtelijke maatregelen wordt met de agenda ook ingezet op duurzame gedragsverandering en –beïnvloeding door bijvoorbeeld mobiliteitsmanagement.
3.3 Gemeentelijk/lokaal beleid 3.3.1 Stadsvisie Op 28 september 2009 heeft de gemeenteraad de 'Stadsvisie Schiedam 2030' vastgesteld. Deze Stadsvisie geldt als een structuurvisie als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. De Stadsvisie is tot stand gekomen in samenspraak met veel partijen uit de stad. In dit kader is van december 2008 tot en met april 2009 een interactief traject uitgevoerd met een grote betrokkenheid van burgers, partners, ondernemers en raadsleden. De uitkomsten van dit traject zijn opgenomen in de Stadsvisie. In de Stadsvisie wordt geconcludeerd dat het onmogelijk is om alle hoofdopgaven tegelijk uit te voeren. Daarom vormen de hoofdopgaven het kader waar, binnen de periode 2010-2030, ruimtelijke werkzaamheden uit voortvloeien. In de Stadsvisie worden acht ruimtelijke opgaven onderscheiden. Op deze opgaven wil de gemeente zich de komende jaren focussen. De volgende opgaven zijn relevant voor het plangebied. Herstructurering Nieuwland, Groenoord en Oost In het kader van integrale gebiedsontwikkeling wordt de wijkenaanpak doorgezet. De aanpak richt zich op het verbinden van de beleidsthema's sociaal, fysiek, economie en veiligheid. Speerpunt in deze aanpak is het doorzetten van de herstructurering en revitalisering van Schiedam Oost.
Van belang voor de toekomstige ontwikkeling vormt de stationslocatie Schiedam Centrum in samenhang met de ontwikkeling van Schieveste. Daarnaast zijn er belangrijke ruimtelijke en functionele relaties met de binnenstad en de aansluitende Rotterdamse wijk Oud-Mathenesse.
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Kop van de Singel
Verbeteren woningvoorraad In de Stadsvisie wordt ingezet op het verbeteren van de bestaande woningvoorraad. De woningvoorraad dient te worden verbreed naar doelgroepen die kapitaalkrachtiger zijn en een vergroting van de marktsector mogelijk maken. Hierdoor kan beter worden voldaan aan de vraag van midden- en hogere inkomensgroepen naar een wooncarrière in de stad, wordt ruimte geboden voor sociale stijging en wordt een impuls gegeven voor een breed en aantrekkelijk voorzieningenniveau. Gestreefd wordt naar het realiseren van een duurzame en kwalitatief hoogwaardige woon- en leefomgeving.
3.3.2 Ontwikkelingsvisie Stad aan de Schie De Ontwikkelingsvisie voor de binnenstad is in juni 2012 vastgesteld. Het doel van de visie is het opstellen van een leidraad voor de ontwikkeling van de Schiedamse binnenstad. Omdat het een integrale visie betreft, gaat het niet alleen om ruimtelijke ontwikkelingen, maar ook om de sociale, culturele en economische ontwikkelingen die daarmee samenhangen. De ontwikkelingsvisie biedt heldere kaders, is een inspirerend startpunt en daarmee een uitnodiging van de gemeente richting haar partners om in gesprek te gaan over de verdere ontwikkeling van de binnenstad. De ambitie van de visie is om het aantal mensen in de binnenstad te verhogen. De ontwikkelingsvisie stelt de Schie centraal bij de transformatie van de binnenstad. De opgave is om de binnenstad weer te koppelen aan de rivier waaraan zij haar ontstaan te danken heeft. In de visie wordt een onderscheid gemaakt naar winkelgebied, gemengd gebied en woongebied. De projectlocatie ligt in Schiedam oost en betreft de schil om de binnenstad. Direct ten westen van het projectgebied is de Schie gelegen. In de visie wordt onder meer aangegeven dat het doel is een koppeling te leggen tussen de Overschiesestraat en de Schie, waardoor bezoekers automatisch via deze route de binnenstad in struinen. Het aantrekkelijk maken van het stationsgebied draagt daaraan bij.
Het te herontwikkelen gebouw vormt een belangrijke markering van dit gebied aan de looproute langs de Schie. De plint van het gebouw bevindt zich bovendien aan de Schieoever. Daar waar in de huidige situatie nog een onaantrekkelijke restruimte aanwezig is, kan kwaliteit worden toegevoegd door deze ruimte in te richten als buitengebied voor de gebruikers van de woontoren. Het toevoegen van personen in het gebied is eveneens een doel vanuit de visie en levert een bijdrage aan de levendigheid en aantrekkelijkheid van het gebied. De beoogde ontwikkeling is in lijn met de ambities zoals gesteld in de Ontwikkelvisie voor de binnenstad.
3.3.3 Woonvisie 'Groei als kans voor de stad' Op 29 september 2020 is de woonvisie 'Groei als kans voor de stad' vastgesteld. De Woonvisie geeft een actuele kijk op het wonen in Schiedam en beschrijft de koers die de gemeente de komende 20 jaar wil volgen. De belangrijkste ambities van de Woonvisie zijn: groei als kans voor de stad, wooncarrière voor alle Schiedammers, passende en herkenbare woonmilieus, passende woningen, groei van de kwaliteit van de woningvoorraad en de leefomgeving, een veilige en leefbare woonomgeving en verduurzaming van de bestaande bouw en nieuwbouw. Om deze ambities te realiseren gaat de Woonvisie uit van: het toevoegen van 6.000 woningen en het vervangen van 1.000 woningen tot 2030; het realiseren van 2.000 passende woningen voor senioren; het gelijk houden van de sociale woningvoorraad (niveau 2018); versterken particuliere woningverbetering, inclusief verduurzamen bestaande woningen. Schiedam heeft de ambitie om de komende jaren belangrijke tekorten aan passende woningen aan te vullen en daarnaast de sociale voorraad in absolute aantallen gelijk te houden. Het doel is dat er voldoende passende woningen beschikbaar komen om een wooncarrière in Schiedam te kunnen maken. De behoefte bestaat met name uit meer verschillende typen woningen voor Schiedammers
20
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
bestemmingsplan Kop van de Singel
die willen doorstromen binnen Schiedam, maar ook het toevoegen van woningtypen die momenteel nog ontbreken in Schiedam. Om in deze behoefte te voorzien zullen binnen de stad aantrekkelijke nieuwe woongebieden worden ontwikkeld, waardoor het woningaanbod afwisselender wordt en de kwaliteit van de leefomgeving stijgt. De locatie Kop van de Singel is in de Woonvisie opgenomen als één van de ontwikkelprojecten binnen het project Schiedistrict.
3.3.4 Mobiliteitsvisie 'Op weg naar de toekomst' De mobiliteitsvisie 'Op weg naar de toekomst' is op 3 november 2020 vastgesteld. De Mobiliteitsvisie heeft als ambitie om bij te dragen aan het realiseren van een leefbare en bereikbare stad, een gezonde en duurzame stad en een sociale en veilig stad. Een aantrekkelijke stad is een stad waar ruimte is voor wonen, ontmoeten, werken en recreëren. Mobiliteit zorgt voor verbinding en kan ontwikkelingen aanjagen. Mobiliteit heeft ook een keerzijde; hoge parkeerdruk, toenemende overlast van binnenstadslogistiek en een groeiend aantal files in en rondom de stad, die de leefbaarheid en bereikbaarheid van de stad onder druk zetten. Tegelijkertijd heeft een goede bereikbaarheid van bedrijven voor werknemers, werkgevers en leveranciers een directe invloed op het vestigingsklimaat en de concurrentiepositie van Schiedam in de regio. De Mobiliteitsvisie geeft een andere, vernieuwende kijk op mobiliteit, met een juiste balans als uitgangspunt. Keuzes die verblijfkwaliteit toevoegen en er tegelijkertijd voor zorgen dat mensen en plekken verbonden blijven. Daarbij wordt meer ingezet op duurzame en ruimte-efficiënte vervoersmiddelen, zoals lopen, fietsen en een kwalitatief hoogwaardig OV en worden auto's en vrachtverkeer zoveel als mogelijk geweerd uit de drukke binnenstad.
Tegelijkertijd wordt het eenvoudiger en aantrekkelijker om te kiezen voor alternatieven. Transportmiddelen zijn verantwoordelijk voor bijna een derde van alle CO 2 -uitstoot door verkeer en voor meer dan 60 procent van de uitstoot van stikstofdioxide (NO 2 ). De bijdrage hiervan aan de verslechtering van de luchtkwaliteit en daarmee ook de gezondheid is aanzienlijk. De ambitie is om deze uitstoot terug te dringen, met een sterkere inzet op duurzame en groene alternatieven voor met name het auto- en vrachtverkeer. Bij de sociale component van mobiliteit wordt ingezet op 'inclusiviteit': iedereen moet van het mobiliteitsaanbod gebruik kunnen maken.
3.3.5 Klimaatbeleid 'Een wereld te winnen' Het klimaatbeleid heeft twee invalshoeken: klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. Mitigatie richt zich op het aanpakken van de oorzaken van klimaatverandering. Adaptatie accepteert klimaatverandering en richt zich op aanpassen van de omgeving aan de gevolgen daarvan. Op 3 november 2020 heeft de gemeenteraad het klimaatbeleid 'Een wereld te winnen' vastgesteld. Het Klimaatbeleid bouwt voort op de weg die is ingeslagen met het Programma Duurzaamheid en het Klimaatbeleidsplan 2016-2020. De ambitie is om de uitstoot van broeikasgassen verder te verminderen en de stad voor te bereiden om de energietransitie. Op 12 maart 2019 heeft de gemeenteraad het Klimaatadaptatieplan Schiedam vastgesteld, waarin de ambitie is vastgelegd dat de stad in 2050 klimaatbestendig en water robuust is ingericht. De belangrijkste doelstellingen uit beide nota's zijn: 49% minder uitstaat van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990; in 2050 is Schiedam CO 2 -neutraal; iedereen kan meedoen in de energietransitie; Schiedam is voorbereid op extreme weersomstandigheden; het vergroten van de biodiversiteit en het versterken van de ecologische waarde in en buiten Schiedam.
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Kop van de Singel
Om deze doelstellingen te bereiken wordt voor wat betreft klimaatmitigatie verder ingezet op de toepassing van zonne-energie, met als ambitie om in 2030 op 40% van de daken zonnepanelen te hebben. Ook is er ruimte voor andere vormen van hernieuwbare energievoorziening, zoals windenergie, warmtepompen en warmte-koude opslag. De ambities zijn er op gericht om in 2050 voor wat betreft de woningen volledig aardgasvrij te zijn. Voor nieuwbouw en bij herstructurering geldt daarbij dat voldaan moet worden aan de wettelijke BENG-normen ten aanzien van de maximale energiebehoefte, het maximale primair fossiele energiegebruik en het minimale aandeel hernieuwbare energie. Daarnaast geldt dat zoveel als mogelijk gebruik gemaakt wordt van circulaire materialen, waarbij bijvoorbeeld aandacht is voor materiaalregistratie, losmaakbaarheid, biobased en non-virgin.
3.3.6 Klimaatadaptieplan Klimaatadaptatie betreft vier thema's, die betrekking hebben op 'te veel' of 'te weinig' aan water: wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Om wateroverlast te voorkomen, is uitgangspunt dat de stad een extreme bui (waarbij 60 mm neerslag valt in een uur tijd) kan verwerken. Om in tijden van droogte het uitdrogen van de bodem en het 'uitzakken' van de grondwaterstand tegen te gaan, wordt zoveel mogelijk water opgevangen, vastgehouden en geïnfiltreerd in de bodem. Om de opwarming van de stad in tijden van een hittegolf te beperken, is de doelstelling dat de stad hooguit 2 °C meer opwarmt dan het omliggende landelijke gebied. Doelstelling voor overstromingen is dat Schiedammers beschikken over een handelingsperspectief voor de overstromingsgevoelige gebieden. Een ander gevolg van klimaatverandering is de wereldwijde afname van biodiversiteit. Om verschillende redenen wil Schiedam het groen in de stad versterken. Er is een samenhang met klimaatadaptatie, omdat vergroening ook een rol speelt in met name de aanpak van hittestress. Door een goede groeninrichting van de buitenruimte en door in en rond bebouwing natuur-inclusieve maatregelen te nemen, wordt (mede) een belangrijke bijdrage geleverd aan het versterken van de biodiversiteit in de stad.
3.3.7 GroenBlauwe Structuurvisie Begin 2015 is de GroenBlauwe Structuurvisie vastgesteld. Daarin wordt een visie gegeven op het toewerken van het toekomstige groenblauwe netwerk naar sfeer, gebruik, status en toekomstwaarde en de relaties tussen de verschillende onderdelen van het groenblauwe netwerk. De visie beschrijft in hoofdlijnen een groenblauwe structuur die opgebouwd is uit drie grootheden. Twee sterke eigen identiteiten met hun eigen invloeden en sferen, namelijk de wereld rond de rivier en het landschap van Midden-Delfland. De verbindende factor tussen deze twee werelden is het landschap in de Poldervaartpolder welke gekenmerkt wordt door een sterk centraal element, de naamdrager van de polder: de Poldervaart. Dit geeft een ultieme afwisseling van groenblauwe gebieden en sferen die in zijn totaal een perfecte basis vormt voor een grootschalige, robuuste groenblauwe structuur voor de stad. Hier ligt een fijnmaziger netwerk van groen- en blauwstructuren overheen welke deze grootheden verbindt met aanpalende wijken en de binnenstad. De visie is verder uitgebouwd op basis van ruimtelijke kenmerken. De verschillende lagen hebben een overlap en zorgen zo voor een integrale groenblauwe structuur.
3.3.8 Groenvisie 'Buitengewoon groen' De groenvisie 'Buitengewoon groen' is op 2 februari 2021 vastgesteld. De Groenvisie sluit aan op de GroenBlauwe Structuurvisie uit 2015 en de daarin gegeven beschrijving van de aanwezige groenstructuren en bijbehorende doelstellingen. Aanvullend op de GroenBlauwe Structuurvisie gaat de Groenvisie dieper in op de waarde van het groen in de leefomgeving.
22
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
bestemmingsplan Kop van de Singel
Schiedam beschikt over een groot aantal mooie, groene voorzieningen, zoals parken, groene- en blauwe verbindingszones, boomstructuren en groene gebieden in de wijken. Tegen de achtergrond van alle stedelijke ontwikkelingen wordt dit bestaande groen gekoesterd. Verspreid over de stad liggen tal van kansen om het groen als belangrijke pijler voor een aantrekkelijke woon- en leefomgeving niet alleen te handhaven, maar vooral te versterken, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin. Het 'groen' vormt een belangrijk onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit van de stad. Schiedam wil haar kwaliteiten als aantrekkelijke, groene stad beter presenteren en verder uitbouwen. De komende jaren wil de stad werken aan het versterken van de kwaliteit en toekomstbestendigheid van de openbare ruimte. Groen is van groot belang voor de kwaliteit van de openbare ruimte en het tegengaan van wateroverlast en hittestress. Daarnaast draagt groen bij aan het versterken van de ecologische waarde en de biodiversiteit. De kwaliteit en belevingswaarde van het groen wordt uitgebreid door het toevoegen en versterken van groene, ecologische verbindingen tussen de grotere groengebieden. De planlocatie is gelegen nabij twee in de visie genoemde groenblauwe structuren: de Schie en de Professor Kamerlingh Onneslaan.
Afbeelding 5 - Uitsnede kaart Groenvisie
3.3.9 Hoogbouwvisie In 2008 is de Hoogbouwvisie Schiedam vastgesteld. De grootstedelijke opgave waar Schiedam voor staat richt zich minder op verdere stedelijke uitbreiding en meer op stedelijke herontwikkeling en herstructurering binnen haar gemeentegrenzen. Bij deze stadsvernieuwing komt regelmatig de wens tot hoogbouwinitiatieven vanuit de markt naar voren. De nota is bedoeld om de vraag naar hoogbouw te structureren. Daarbij is een drietal opgaven te onderscheiden: versterken van de eigen identiteit van Schiedam, Schiedam in een dynamisch evenwicht en de groenblauwe slinger van Midden-Delfland naar de Nieuwe Maas. In de nota wordt hoogbouw nabij OV-knooppunten zoals het stationsgebied voorgesteld aangezien de toepassing van hoogbouw positief is voor de identiteit en het functioneren van de stad.
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Kop van de Singel
3.3.10
Nota horecabeleid Schiedam
Het Horecabeleid Schiedam 2021 geeft inzicht in hoe de gemeente Schiedam vormgeeft aan de balans tussen horeca in de stad, de openbare orde & veiligheid en het woon- en leefklimaat van onze inwoners. De visie van het beleid ziet op het creëren van een sfeervolle stad met een aantrekkelijk klimaat voor horeca-exploitanten, toeristen en bewoners. Hierbij ziet het centrumgebied op een dynamische en levendige omgeving en hebben de overige gebieden de nadruk op wonen en bedrijven. Dit betekent dat in het centrumgebied meer activiteiten en bedrijvigheid wordt toegestaan en bezoekers en bewoners zich daarvan bewust moeten zijn dan wel dienen te dulden. Voor het woonwijkgebied is meer aandacht voor het waarborgen van het woon- en leefklimaat en dient overlast van horecabedrijven tot een minimum beperkt te blijven. Gebiedsgericht beleid Het gebiedsgericht beleid (in werking per 1 januari 2022) verdeelt de stad onder in drie gebieden (centrum, woonwijken, bedrijventerreinen). Het gebied rond het Stationsplein en de Singel valt vanaf daarbij onder "horeca in (invloedsfeer) wijkwinkelcentra en straten". Nieuwe horeca dient zich te vestigen in of in de invloedssfeer van deze wijkwinkelcentra- en straten.
Op deze manier versterkt de horeca economisch het winkelgebied, draagt het bij aan de verblijfsruimte voor bezoekers en blijft het risico van verstoring van de openbare orde, veiligheid en/of woon- en leefomgeving beperkt tot het winkelgebied en diens invloedssfeer. De beoogde ontwikkeling en de mogelijkheid voor horeca op deze locatie is in lijn met het gebiedsgerichte deel van het Schiedams Horecabeleid. Terrassen Het beleid ten aanzien van terrassen is opgenomen in de nota Horecabeleid Schiedam 2021. In het centrum- en stationsgebied is het in beginsel mogelijk een terras te plaatsen zolang een terras zich verhoudt tot de openbare orde en veiligheid en het lokale woon- en leefklimaat. Of en in welke grootte dit het geval is, wordt per geval beoordeeld bij de behandeling van de vergunningaanvraag. Alle horecaterrassen in Schiedam moeten voldoen aan de in het horecabeleid gestelde eisen ten aanzien van de plaatsing van het terras.
3.3.11
Economische Visie Kansen voor Schiedam
Op 2 november 2021 heeft de gemeenteraad van Schiedam de economische Visie Kansen voor Schiedam vastgesteld. De actuele economische context, waarin nog meer dan voorheen de nadruk ligt op digitalisering, duurzaamheid en stedelijke verdichting, vroeg om herziening van het beleid uit 2016. Ook de aanstaande Omgevingswet vraagt om een duidelijke keuze ten aanzien van ruimtegebruik. Als centrale missie in de economische visie is opgenomen dat Schiedam staat voor een sterk, aantrekkelijk en toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat, als voorwaarde voor het creëren van brede welvaart in de gemeente. Voor wat betreft het programma dat met de realisatie van de Kop van de Singel verwezenlijkt wordt heeft vooral de verplaatsing van het kantoor van de Valeriusstraat naar het plangebied een relatie met de economische visie. In de visie is opgenomen dat Schiedam drie kantorenlocaties heeft waar grotere kantoren zich kunnen vestigen. Dit zijn Vijfsluizen, ’s-Graveland Zuid en het gebied rond station Schiedam Centrum. Het gebied rondom station Schiedam Centrum, waar het plangebied in ligt, biedt veel perspectief voor de ontwikkeling van zelfstandige kantoren. Dit vanwege de centrale ligging, een optimale en multimodale bereikbaarheid en de beschikbaarheid van een aanzienlijke plancapaciteit.
Naast het aanwijzen van specifieke kantorenlocaties voorziet de economische visie ook in een ander speerpunt ten aanzien van de kantorenstrategie. Dit is het verplaatsen van kantoren van minder goede en incourante plekken naar de aangewezen kantorenlocaties, wanneer zich daartoe
24
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
bestemmingsplan Kop van de Singel
mogelijkheden voordoen. In dit geval wordt het kantoor van Woonplus van een minder goede locatie verplaatst naar een aangewezen kantoorlocatie. Gesteld kan dan ook worden dat de ontwikkeling past in de Economische Visie Kansen voor Schiedam.
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Kop van de Singel
26
bestemmingsplan Kop van de Singel (vastgesteld)
bestemmingsplan Kop van de Singel
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan getoetst op planologische en milieutechnische randvoorwaarden. Het al dan niet voldoen aan verschillende planologische en milieutechnische randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een nieuw bestemmingsplan ook daadwerkelijk uitvoerbaar is.
4.1 Duurzaamheid 4.1.1 Algemeen Het gemeentelijke beleid ten aanzien van duurzaamheid is neergelegd in het Klimaatbeleidsplan (gericht op klimaatmitigatie: aanpakken van de oorzaken van klimaatverandering) en het Klimaatadaptatieplan (gericht op adaptatie: aanpassen van de stad aan de gevolgen van klimaatverandering). Het nieuwe Klimaatbeleidsplan 'Een wereld te winnen' is op 3 november 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Dit klimaatbeleidsplan is aangepast, geactualiseerd en aangevuld en bouwt voort op de weg die ingeslagen is met het Programma Duurzaamheid (2016-2018), het klimaatbeleidsplan 2016-2020. Het Klimaatadaptatieplan Schiedam en het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 tot en met 2023 zijn op 12 maart 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. Het Klimaatadaptatieplan gaat in op vier thema's: wateroverlast, droogte, hitte en overstromingsrisico's. In het Ontwikkelpaspoort zijn eerder uitgangspunten meegegeven voor de ontwikkeling. Het uitgangspunt met betrekking tot de EPC-norm is inmiddels achterhaald door de wettelijke verplichting ten aanzien van BENG. In het ontwerp is rekening gehouden met de BENG-eisen, inclusief de eisen van temperatuur overschrijding.
4.1.2 Klimaatadaptatie Wateroverlast en droogte Met het beleid wordt ingezet op een aanpassing van de stad aan de gevolgen van klimaatverandering. Ingezet wordt op het hebben van voldoende mogelijkheden voor waterberging in geval van wateroverlast door overvloedige regen, alsmede het beperken van her risico op instabiliteit van kaden en verzakkingen ten gevolge van droogte. Om wateroverlast te voorkomen, is uitgangspunt dat de stad een extreme bui (waarbij 60 mm neerslag valt in een uur tijd) kan verwerken. Om in tijden van droogte het uitdrogen van de bodem en het 'uitzakken' van de grondwaterstand tegen te gaan, wordt zoveel mogelijk water opgevangen, vastgehouden en geïnfiltreerd in de bodem. Het plan voorziet in de realisatie van een waterbergingsvoorziening waar 600 m3 kan worden opgevangen. Een dergelijke voorziening is tevens geschikt voor het verwerken van een extreme regenbui van 60 mm (zie verder paragraaf 4.2). Op deze manier draagt het plan bij aan de gewenste extra waterberging in het omliggende gebied. Het ontwerp van de gevel met penanten voorzien van diepe neggen biedt tevens ruimte voor vertraagde hemelwaterafvoer, via plantenbakken aan de gevel en de dieptewerking van de neggen. Hitte en natu u r inclu sief bou wen Met het beleid wordt ingezet op een aanpassing van de stad aan de gevolgen van klimaatverandering.