CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit Vaststelling bestemmingsplan 'De Nieuwe Kethelpoort'34.717 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dit heeft tot gevolg dat indien de parkeerplaatsen worden gerealiseerd in een afgesloten voorziening, zoals hier het geval is, het plan op zichzelf voldoet aan de parkeernorm, maar dat de bezoekers nog steeds gebruik zullen moeten maken van de openbare parkeerplaatsen. Dit maakt dat, om overcapaciteit aan parkeerplaatsen voor bewoners te voorkomen, in dit geval voor wat betreft het bezoekersparkeren van de woningen (57 parkeerplaatsen) gebruik zou kunnen worden gemaakt van de parkeerplaatsen in de openbare ruimte. De parkeerdruk in de Nolensbuurt bedraagt op het maatgevende moment (de avond op een werkdag) 82,9% (Parkeeronderzoek Schiedam 2019, d.d. 28 augustus 2020). De parkeerdruk in de Nolensbuurt is daarmee niet dusdanig hoog dat sprake is van hinder (85%) of overlast (90%). Dit betekent dat er op dat moment nog 281 parkeerplaatsen in het openbaar gebied beschikbaar zijn waarvan er maximaal 65 zouden kunnen worden gebruikt ten behoeve van dit project, zonder dat de norm van 85% voor hinder wordt overschreden.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

45

Ook is er sprake van maximaal 600 m² aan commerciële ruimte. Het is nog niet duidelijk welke buurtvoorziening er specifiek zal komen. Er wordt rekening gehouden met maximaal 300 m2 horecavoorziening en maximaal 300 m2 commerciële dienstverlening. Voor horeca geldt een parkeernorm van 8,0 parkeerplaatsen per 100 m2 en voor commerciële dienstverlening geldt een norm van 1,1 parkeerplaatsen per 100 m2. In totaal zijn dus 217 parkeerplaatsen benodigd. Benadrukt wordt dat dit een worst case scenario is, omdat het aannemelijk is dat de meerderheid van de bezoekers geen gebruik zullen maken van de auto. Daarnaast is het mogelijk parkeerplaatsen te salderen op basis van de huidige LTS-school. Er geldt voor een ROC-school een parkeernorm van 3,3 parkeerplaatsen per 100 leerlingen. Met 31 lokalen en 20 leerlingen per lokaal, wordt er gerekend met 620 leerlingen voor de LTS-school. Dit betekent dat er 21 parkeerplaatsen kunnen worden gesaldeerd. Tevens wordt er één extra parkeerplaats gerealiseerd in de wijk door het aanpassen van de openbare ruimte. Het parkeren van de bewoners van dNK wordt opgelost in de mobiliteitshub en het parkeren voor de bezoekers van commerciële ruimten en bewoners wordt opgelost in de wijk. Aan hand van dubbel parkeren blijkt het meest cruciale moment voor bezoekers op zaterdagavond. Op dat moment zijn 81 parkeerplaatsen in de wijk benodigd voor bezoekers.

Met het salderen van 21 parkeerplaatsen en het realiseren van één extra parkeerplaats in de wijk, komt dit neer op 59 parkeerplaatsen in de wijk. Er zijn voor dNK maximaal 65 parkeerplaatsen in de wijk beschikbaar. Het plan voldoet daarmee aan de beleidsregel 'Nota Parkeernormen en Mobiliteitsmanagement 2017' en de ruimte die deze laat om de parkeerbehoefte anderszins in te vullen. In dNK is maximaal ingezet op een maaiveld voor de voetganger en de fietser, een autovrij maaiveld waar de auto sporadisch komt (in de Schermerhornlaan en toegankelijk voor de hulpdiensten). De fietsparkeerplaatsen worden in blok B en achter blok D gesitueerd. Voor het aantal parkeerplaatsen wordt gerekend conform de normen uit de Amsterdamse bouwbrief, waarbij voor de woningen in blok C, D en E een uitzondering geldt voor de minimale norm van 2 fietsenplekken per woning in een laag rek doordat deze woningen enkel met trap bereikbaar zijn en de verwachte doelgroep overweg kan met een regulier hoger fietsenrek. Voor het stallen van (elektrische) (brom)fietsen wordt er uitgegaan van 3 fietsplekken per woning met een gebruiksoppervlakte van 70 - 75 m2 en 4 fietsplekken per woning met een gebruiksoppervlakte van 76 - 100 m2. In totaal dienen er 601 fietsparkeerplaatsen te worden gerealiseerd (bij deze aantallen woningen met deze afmetingen). Zie onderstaande tabel en Bijlage 10.

Tabel 4.1: Fietsparkeernorm conform Amsterdamse bouwbrief

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

46

4.7.3

Verkeersgeneratie en ontsluiting

Op basis van de CROW-publicatie 381 is de verkeersgeneratie van de woningen bepaald. De kern van Schiedam valt onder de categorie 'zeer sterk stedelijk' en het plangebied ligt binnen de schil van het centrum. De kencijfers van het CROW gelden voor een gemiddelde weekdag. In de berekening is gerekend met 190 woningen. Voor de appartementen wordt worst-case uitgegaan van dure huurappartementen, in de uitwerking van het plan kan dit nog wijzigen. Zoals hiervoor beschreven wordt ervan uitgegaan dat de commerciële functies weinig tot geen extra verkeer genereren, waardoor deze niet zijn meegenomen in onderstaande berekening.

Programma

CROW-categorie

Aantal

Gemiddeld kencijfer CROW

Verkeersgeneratie (mvt/etmaal)

Appartementen

Huur, appartement, duur

176

4,1

721,6

Eengezinswoningen Koop, huis, tussen/hoek

14

5,8

81,2

Totaal

802,8

Tabel 4.2: berekening verkeersgeneratie nieuw programma Uit bovenstaande berekening blijkt dat het toekomstige programma gepaard gaat met ca. 803 verkeersbewegingen per etmaal. In de voorgaande situatie betrof het plangebied een onderwijslocatie. De verkeersbewegingen behorende bij een onderwijslocatie zijn sterk afhankelijk van het aantal leerlingen en de (regionale) functie van de school. De panden staan al geruime tijd leeg, waardoor het aantal voorgaande verkeersbewegingen niet is berekend. Het plangebied zal worden ontsloten via de Schermerhornlaan. De ontwikkeling zorgt voor een toename van verkeer in de omgeving ten opzichte van de huidige situatie. De toename van het aantal verkeersbewegingen kan naar verwachting goed door het omliggende wegennet worden verwerkt. 4.7.4

Conclusie

De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.8

Milieuhinder bedrijvigheid

4.8.1

Algemeen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van woningen enerzijds een goede woon- en leefomgeving gegarandeerd kan worden en anderzijds rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de belangenafweging tussen bedrijvigheid en woningen te maken wordt aangesloten bij de publicatie Bedrijven en Milieuzonering 2009 van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De zonering vindt plaats door het toepassen van minimale richtafstanden tussen bedrijven en woningen, afhankelijk van de milieucategorie van de bedrijfsactiviteiten.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

47

4.8.2

Relatie tot ontwikkeling

Bij een bestemmingsplan dient voor nieuwe situaties rekening te worden gehouden met de richtafstanden van de VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering'. Deze VNG-richtafstanden hebben betrekking op de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. In de VNG-publicatie wordt onderscheid gemaakt tussen de omgevingstypen 'rustige woonwijk / rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. De gemeente Schiedam heeft aangegeven dat in beginsel uitgegaan moet worden van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. In de omgeving van het plangebied bevinden zich enkele functies waarvan de richtafstand over het plangebied reikt. Naar deze functies is onderzoek verricht, de resultaten van deze onderzoeken worden hieronder uiteengezet. Kerk In de nabijheid van het plangebied bevinden zich een aantal maatschappelijke bestemmingen. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan een kerk. Kerkgebouwen vallen in de VNG-handreiking onder milieucategorie 2, met een bijbehorende richtafstand van 30 meter. Hier wordt niet aan voldaan. Door Buro Bouwfysica is daarom een akoestisch onderzoek naar de kerk uitgevoerd, welke als Bijlage 14 bij deze toelichting is opgenomen.

Uit geluidsmetingen tijdens een repetitie volgt dat tijdens repetities en diensten een equivalent muziekgeluidsniveau in de kerkruimte optreedt van circa LA,eq = 85 dB(A) met een spectraal verloop dat vrijwel overeenkomt met het standaard popmuziekspectrum. Daarnaast zijn aanvullende metingen uitgevoerd met een ruisbron op basis waarvan de (muziek) geluiduitstraling van de verschillende (kritische) geveldelen in beeld zijn gebracht. Op basis van de meetresultaten is een akoestisch model opgesteld waarmee de optredende geluidbelastingen ter plaatse van de nieuwe en bestaande woningen zijn bepaald. Uit de berekeningsresultaten volgt voor het langtijdgemiddelde boordelingsniveau ter plaatse van de noordgevel van Blok D een waarde van maximaal LAr,LT = 62 dB(A) etmaalwaarde, waarmee niet wordt voldaan aan de reguliere en de verhoogde richtwaarde van LAr,LT = 45 dB(A) resp. 50 dB(A) etmaalwaarde voor een rustige woonwijk. De genoemde gevels aan de noordzijde worden doof (zonder te openen delen) uitgevoerd en worden voorzien van beglazing / geveldelen met een zodanige geluidwering dat (ruimschoots) aan het gewenste binnenniveau van LAr,LT = 35 dB(A) etmaalwaarde kan worden voldaan.

Ter plaatse van de west- en oostgevel van Blok D wordt in de dagperiode voldaan aan de richtwaarde van LAr,LT = 45 dB(A) etmaalwaarde maar treedt in de avondperiode een overschrijding op van maximaal 3 dB, aan de verhoogde richtwaarde van LAr,LT = 50 dB(A) etmaalwaarde conform stap 3 uit de VNG publicatie wordt wel voldaan. Ter plaatse van de noordgevels van de Blokken A, B en E treden geluidbelastingen op van maximaal LAr,LT = 47, 49 resp. 47 dB(A) zowel in de dag- als in de avondperiode. Hiermee wordt voor de dagperiode niet voldaan aan de richtwaarde van LAr,LT = 45 dB(A) maar wel aan de verhoogde richtwaarde van LAr,LT = 50 dB(A) conform stap 3. In de avondperiode wordt ook de verhoogde richtwaarde van LAr,LT = 50 dB(A) etmaalwaarde met 2 tot 4 dB overschreden. Op de gevels van de omliggende bestaande woningen treden langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus op van maximaal LAr,LT = 56 dB(A) etmaalwaarde, dit voor het immissiepunt ter plaatse van de woningen aan het Lieftinckplein. Dit komt overeen met een overschrijding van de grenswaarde op basis van het Activiteitenbesluit van 6 dB.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

48

Uit de deelbijdragen volgt dat de geluidbelasting ter plaatse van de verschillende woningen vrijwel gelijke mate worden bepaald door de geluidafstraling van het dak, de beglazing in de opbouw en de ventilatieroosters van de kerk. Door het treffen van geluiddempende maatregelen aan een van de genoemde onderdelen, bijvoorbeeld het toepassen van suskasten of zelfs gebalanceerde ventilatie, kan de geluidbelasting ter plaatse van de woningen weliswaar met ca 1-2 dB worden gereduceerd maar wordt alsnog niet voldaan aan de reguliere of verhoogde richtwaarden uit de VNG publicatie. Ter plaatse van de bestaande woningen aan het Lieftinckplein en de Schermerhornlaan treden vergelijkbare geluidbelastingen op als gevolg van de Evangeliegemeente De Deur. Om deze reden wordt het bevoegd gezag verzocht op basis van de aanduiding gemengd gebied of eventueel stap 4 uit de VNG-publicatie te overwegen een hogere waarde toelaatbaar te achten. Hierbij kunnen de gevels van de woningen worden voorzien van beglazing / geveldelen met een zodanig geluidisolatie dat een binnenniveau van LAr,LT = 35 dB(A) etmaalwaarde is gewaarborgd. Voor de situatie dat de kiepramen in de zomerperiode zowel aan de zuid- als de noordzijde van de dakopbouw van het kerkgebouw geopend zijn, neemt de geluidbelasting ter plaatse van de omliggende woningen (zowel bestaand als nieuw) met maximaal circa 1 dB toe.

Door de beheerder is aangegeven dat men voornemens is de kerkruimte te voorzien van actieve koeling door middel van een recirculatie (fancoil) unit. Hierdoor zal het in de toekomst niet meer noodzakelijk zijn om de kiepramen tijdens bijeenkomsten te openen. School, trapveld en terras Daarnaast is een akoestisch onderzoek uitgevoerd met betrekking tot de geluiduitstraling van het naastgelegen CON (Centrale Opvang Nieuwkomers) de Wereldschool en van het naastgelegen trapveld (zie Bijlage 9). De Wereldschool is gevestigd aan de De Meesterstraat 40 te Schiedam. Omdat het plangebied voor wat betreft het aspect geluid gelegen is binnen de richtafstand van het perceel van de Wereldschool en het trapveld is nader akoestisch onderzoek noodzakelijk. Daarnaast is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor (het terras van) de commerciële functies binnen het plan (zie Bijlage 18). Uit het onderzoek blijkt dat zowel voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau als het maximale geluidsniveau niet voldaan wordt aan de toetswaarden uit de VNG-publicatie. Wel wordt voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Het treffen van bronmaatregelen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau is niet realistisch omdat het stemgeluid van spelende kinderen, gebruikers van het trapveld en terrasbezoekers betreft.

Het plaatsen van een scherm (overdrachtsmaatregel) tussen het schoolplein en het trapveld enerzijds en de nieuwbouw anderzijds is evenmin realistisch. Om te zorgen dat in de woningen een binnenwaarde van LAr,LT = 35 dB(A) etmaalwaarde respectievelijk LAmax = 55 dB(A) etmaalwaarde gewaarborgd is, zal de geluidwering van de betreffende woningen zwaarder uitgevoerd worden. Voor de woningen die aan de zuid- en westgevel van blok A gelegen zijn geldt dat de buitenruimtes niet zondermeer als geluidluw zijn aan te merken als gevolg van de school, het trapveld en het terras. Voor deze bewoners is een geluidluwe collectieve buitenruimte tussen blok A en B beschikbaar. Voor wat betreft het aspect indirecte hinder is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

49

Kinderopvang CoolKidz Naar aanleiding van een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan is daarnaast een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluiduitstraling van Kinderopvang CoolKids, gevestigd aan de Parkweg 222. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 16 bij deze toelichting. Uit het onderzoek wordt voor wat betreft Parkweg 216-290 geconcludeerd dat sprake is van een aanvaardbare situatie. Uit het onderzoek wordt voor wat betreft ‘De Nieuwe Kethelpoort’ geconcludeerd dat sprake is van een aanvaardbare situatie mits de oostgevel doof wordt uitgevoerd en de buitenruimtes als inpandige loggia uitgevoerd worden. 4.8.3

Conclusie

De aanbevelingen uit de akoestische onderzoeken worden meegenomen in de planuitwerking. Er wordt een dove gevel gerealiseerd en er wordt extra gevelwering toegepast zodat de binnenwaarden van 35 dB(A) respectievelijk 55 dB(A) worden behaald. Daarnaast wordt een collectieve geluidluwe buitenruimte gerealiseerd. Indien in enig vertrek van de horeca-inrichting het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie meer bedraagt dan 70 dB(A), wordt voorafgaand aan de ingebruikname een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Deze aspecten zijn geborgd in de planregels. Het aspect milieuhinder vormt hiermee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.9

Geurhinder

Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor geurgevoelige objecten (zoals woningen) moet het geuraspect meewegen. Het is niet toegestaan om zonder meer nieuwe geurgevoelige objecten mogelijk te maken binnen de geurcontour van een bestaand bedrijf. In de omgeving van het plangebied zijn echter geen bedrijven aanwezig waarvan de geurcontour tot aan het plangebied reikt. Andersom veroorzaken de woningen ook geen geurhinder. Het aspect geurhinder vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.10

Milieueffectrapportage

Op grond van de Wet milieubeheer worden activiteiten aangewezen welke belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu, of waarvoor beoordeeld moet worden of deze activiteiten nadelige invloed hebben. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven welke activiteiten in het kader van een bestemmingsplan planMER-plichtig, projectMERplichtig of MER-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de genoemde activiteiten welke niet aan de drempelwaarden voldoen, te beoordelen of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben (gelet op kenmerken, locatie en potentiële effecten). Voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterrein (onderdeel D 11.2 Besluit milieueffectrapportage) geldt dat beoordeeld moet worden of deze activiteiten nadelige effecten voor het milieu kunnen hebben. Deze beoordelingsvereiste geldt in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m².

dNK voorziet in ontwikkeling van maximaal 190 woningen, commerciële functies en parkeren in een mobiliteitshub.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

50

De ontwikkeling betreft dus geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. Hierbij is in aanmerking genomen dat de ontwikkeling een binnenstedelijke inbreidingslocatie betreft, gelegen in een sterk verstedelijkt gebied. Daarbij wordt een locatie welke bedrijfsmatig werd gebruikt en volledig bebouwd was, getransformeerd naar een binnenstedelijke woonlocatie aansluitend op de omliggende woonbebouwing. Het project heeft daarbij een beperkte oppervlakte, binnen de context van dit sterkt verstedelijkte gebied, en voorziet in de toevoeging van een beperkt aantal woningen aan de totale woningvoorraad van Schiedam. Op grond van het arrest van het Europese Hof van Justitie van 15 oktober 2009 geldt dat de vraag of een MER-beoordelingsplicht geldt niet alleen afhankelijk is van de omvang van het project, maar dat ook beoordeeld moet worden of het project gelet op de andere selectiecriteria van bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn door de aard en ligging aanzienlijke milieugevolgen tot gevolg zou kunnen hebben. Hoewel gelet op voornoemde geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, is ten overvloede beoordeeld of sprake is van dusdanige milieugevolgen dat een MER-(beoordelings)procedure vereist is.

Gelet op de schaal van het project, de situering binnen bebouwd stedelijk gebied, het gebied reeds werd gebruikt voor stedelijke functies en de kenmerken van de potentiële effecten van een dergelijk project zullen geen belangrijke negatieve milieueffecten optreden. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten, zoals deze eerder in dit hoofdstuk zijn opgenomen. Geconcludeerd wordt dat voor het bestemmingsplan geen MER-(beoordelings)procedure conform het Besluit milieueffectrapportage vereist is.

4.11

Archeologie

4.11.1 Algemeen De gemeente Schiedam heeft een archeologisch beleid en beleidsinstrumenten ontwikkeld, waaronder de beleidsnota 'Archeologische Monumentenzorg gemeente Schiedam' en de 'Archeologische Waardenkaart Schiedam' (januari 2008). Hiermee is een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen gewaarborgd. Het beleid sluit aan op en komt mede voort uit het Rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese 'Verdrag van Malta' is ontwikkeld. Meer specifiek is het doel van het voorgenomen archeologisch beleid te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem, voor documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is en dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureauonderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek.

De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen. 4.11.2 Relatie tot ontwikkeling In het vigerende bestemmingsplan 'Nieuwland 2016' kent het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2'. Inmiddels is door Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie een Bureauonderzoek (zie Bijlage 12) uitgevoerd en op basis hiervan wordt er onder voorbehoud van uitgegaan dat archeologisch onderzoek in enige vorm nodig zal zijn. De gemeente, als bevoegde overheid, zal op basis van een uitgewerkt bouwplan beoordelen of archeologisch veldonderzoek moet plaatsvinden. Dit beleid wordt geborgd door middel van een dubbelbestemming in de Regels. Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

51

4.11.3 Conclusie Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien wordt aangetoond dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. Dit is onder andere geborgd middels de archeologische dubbelbestemming in de regels. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

4.12

Cultuurhistorie

4.12.1 Algemeen Erfgoedwet (2016) Vanaf 2016 wordt een gedeelte van het cultureel erfgoed beschermd via de Erfgoedwet. In deze wet zijn deels de regels uit de voormalige Monumentenwet 1988 opgenomen, en deels zijn deze tijdelijk in de Erfgoedwet ondergebracht totdat de Omgevingswet in werking zal treden. Tot dat moment geeft de Erfgoedwet het Rijk de mogelijkheid om objecten aan te wijzen als rijksmonument en regelt de bescherming daarvan via een vergunningenstelsel, opgenomen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De Erfgoedwet geeft daarnaast de mogelijkheid tot aanwijzing van beschermde stads- en dorpsgezichten. Onder stads- en dorpsgezicht worden groepen van onroerende zaken bedoeld die een bijzondere cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen en in welke zich een of meer monumenten bevinden. De wet verplicht in het geval van een Rijksbeschermd stadsgezicht de betrokken gemeente een beschermend bestemmingsplan op te stellen voor het gebied. De Erfgoedwet geeft aan gemeenten de mogelijkheid om zelf monumenten aan te wijzen. Besluit ruimtelijke ordening Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In het Bro is onder meer vastgelegd dat gemeenten rekening moeten houden met cultuurhistorie bij het opstellen van bestemmingsplannen.

Dat betekent dat onderzoek uitgevoerd moet worden over de cultuurhistorische waarden van een bestemmingsplangebied. Het gaat om een integrale beschouwing. Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland hanteert het beleidsinstrument “Cultuurhistorische Hoofdstructuur ZuidHolland (CHS)”. In de CHS heeft de provincie bestaande en mogelijk te verwachten archeologische waarden in beeld gebracht. In het bijbehorende “Beleidskader Cultuurhistorische Hoofdstructuur ZuidHolland” zijn per waarderingscategorie algemene beleidsuitgangspunten geformuleerd. De waardering zoals vastgelegd in de cultuurhistorische hoofdstructuur geldt als uitgangspunt van beleid. 4.12.2 Relatie tot ontwikkeling Op de cultuurhistorische waardenkaart zijn, behalve de oude molens in de binnenstad, in of nabij het plangebied geen cultuurhistorische elementen aangeduid. In het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle panden, monumentale bomen of historisch groen aanwezig. Daarmee is uitgesloten dat er als gevolg van de ontwikkeling cultuurhistorisch waardevolle elementen verloren gaan en zijn er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid. 4.12.3 Conclusie Het aspect cultuurhistorie staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

52

4.13

Duurzaamheid

Binnen dNK wordt gestreefd naar het nalaten van een leefbare en bloeiende aarde, voor mens, plant en dier. Met oog voor hier en nu, daar en later. Hierin speelt de gebouwde omgeving een sleutelrol. De Nieuwe Kethelpoort, een toplocatie in Schiedam, verdient kwalitatief uitmuntende bebouwing en buitenruimte. Daarom is de Nieuwe Kethelpoort (dNK) een nieuwe, duurzame buurt in de breedste zin van het woord, waarin bewoners en bezoekers comfortabel en met plezier wonen, werken en recreëren. Tegelijkertijd is dNK zo gemaakt dat de milieulast minimaal is. Gezond wonen, werken en ontspannen Energieprestatie De gebouwen binnen dNK zullen voldoen aan de prestatie eisen van BENG. Dit wordt meetbaar gemaakt met GPR-software. In het proces van planuitwerking meet een GPR-Expert periodiek de duurzaamheid. Uitkomsten worden gedeeld binenn het team en met de gemeente om de voortgang op dit vlak te volgen en eventueel bij te kunnen sturen. Milieuprestatie kleiner of gelijk aan 1 De life cycle cost van materialen van vervaardiging, tot transport en mogelijk hergebruik. Via verschillende platforms, zoals oogtkaart.nl en marktplaats.insert.nl, wordt op zoek gegaan naar bouwmaterialen die we een tweede leven geven in dNK. Een verkenning naar materialen die vrijkomen uit Schiedamse gebiedsontwikkelingen hoort vanzelfsprekend in het ontwerpproces.

De mobiliteitshub wordt opgebouwd in staal en is demontabel en daarmee her te gebruiken. Regenwater dNK ligt aan een bestaande watergang en hier wordt in het plan water aan toegevoegd, wat de robuustheid van het systeem ten goede komt. Verder wordt het water in het gebied opgevangen en gebruikt om de groene ambities waar te maken. Het water dat valt zal oppervlakkig afstromen naar wadi-achtige voorzieningen in het groen. Hiermee wordt water gezuiverd, geborgen en vertraagd afgevoerd. Luchtkwaliteit Een goede luchtkwaliteit is essentieel voor de gezondheid. Schiedam heeft een relatief hoge dichtheid van fijnstof (A20/A4 en de havens). Met beplanting in de gevels en dakvlakken en in de vorm van bomen wordt het fijnstof zoveel mogelijk afgevangen. Toegankelijkheid Gezond stedelijk leven; binnen dNK bestaat het voornemen om een gezonde stad te maken. Mensen wordt uitgedaagd om te bewegen. Binnen het plan is het logisch om de fiets te pakken of wandelend op weg te gaan richting de metro. De auto staat altijd op enige afstand. Door verbinding met de omgeving worden mensen verleid naar buiten te gaan en een rondje te gaan lopen, rennen of fietsen. Functionaliteit Waar mogelijk wordt industrieel en flexibel gebouwd en de parkeergarage wordt demontabel gebouwd. Het groene landschap wint aan aantrekkelijkheid als het ecologische ook waardevol is.

Binnen het plan worden toegankelijke kades en rietkragen geïntroduceerd, maar wordt ook gezorgd ook voor functionele en kwalitatieve terrassen.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

53

Technische kwaliteit dNK is BENG en klaar om door te groeien naar energieneutraal. Vanzelfsprekend wordt dNK gasloos gerealiseerd. Volumes en gevels van de nieuwe gebouwen zijn ontworpen op voldoende dag- en zonlichttoetreding. De gebouwen zijn rondom luchtdicht en goed geïsoleerd met een robuust isolatiepakket en hoogwaardige beglazing. Comfortabele verwarming (lt) biedt warmte in koude jaargetijden en koude bij zomers temperaturen. Warmte-/koudeopslag met warmtepomp worden collectief gerealiseerd. Gebouwen en woningen worden met individuele afleversets hierop aangesloten en op behaaglijk niveau, energiezuinig verwarmd of gekoeld. Gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning levert frisse lucht. Sociale veiligheid Wil de mens zich goed voelen dan heeft zij contact met de ander nodig. Een sociale cohesie is essentieel voor het wel slagen van een stad, qua maatschappij en qua buurt. Deze ontmoeting krijgt vorm en inhoud in het ontwerp: veel doelgroepen, veel mensen, veel voordeuren, veel levendigheid. Belevingswaarde Binnen dNK wordt een brede opvatting van duurzaam bouwen gehanteerd. Niet alleen het beperken van milieu-impact is een uitdaging, ook het vergroten van ruimtelijke en functionele kwaliteiten maakt deel uit van de duurzaamheidsambities. Hierbij staan comfort, beleving en verbondenheid van bewoners en bezoekers van dNK centraal.

Er wordt gestreefd naar een uitgebalanceerd resultaat op de drie duurzaamheidspeilers People, Planet, Profit. Als mensen buiten zijn wordt een aantrekkelijk groen landschap aangebovden. Meerdere onderzoeken wijzen uit dat 'zicht op', en 'zijn in' een groene omgeving het welzijnsniveau positief beïnvloed. De ruimte is zo ingericht dat verblijf en gebruik logisch wordt. Dit draagt bij aan een gezonde stad. De gezonde stad Binnen en buiten lopen in elkaar over in DNK ben je thuis in het groen, je leeft, werkt en sport in het landschap. Meerdere onderzoeken wijzen uit een groene omgeving en het welzijnsniveau positief beïnvloed. Het plangebied wordt zo ingericht dat het uitdaagt tot bewegen, tot verblijven, tot interactie, tot een gezonde samenleving. Denk hierbij aan spelen, sporten, werken in de buitenlucht of in de middag samen met de buren in de lounge genieten van de nazomer. Tegengaan van hittestress Microklimaat is een belangrijke pijler voor de gezonde stad. Met bomen en beplanting, extra oppervlaktewater en het niet aanleggen van grote vlakken verharding wordt hittestress voorkomen in het gebied. Voor het tegengaan van hittestress wordt ingezet in op een fijnmazige verspreiding van het groen, zodat zodra je buiten komt altijd ruim groen en verkoeling voor handen is. Door een goede waterhuishouding wordt gezorgd dat de luchtvochtigheid in de buurt goed is.

Biodiversiteit Er wordt maximaal ingezet op biodiversiteit. Hierbij wordt gestreefd naar robuuste systemen die zichzelf in stand kunnen houden. dNK is één groot ecosysteem. Het heeft vele facetten inzicht, van onder watermilieus tot droge steppes op de daken. Hierin wordt het onderscheid gemaaktt ussen het waterleven, het landleven, het verticale leven en het dakleven.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

54

Waterleven Op het zuiden worden oevers gemaakt met diverse niveaus die geleidelijk in elkaar overgaan. Hierdoor krijgen diverse soorten planten een plek, van waterlelies onder water, tot zwanenbloemen en dotters in de natte oeverzone. Voor vissen zijn dit geschikte paaiplekken. Ook zijn dit plekken waar insecten relatief beschut kunnen foerageren. Landleven Het maaiveld wordt zo groen en ecologisch mogelijk ingericht, dus geen gemaaid gras, maar kruidenrijke weides met inheems materiaal. Dit is een prima plek voor diverse insecten en voor kleine zoogdieren. Bestaande bomen en heesters zullen inpassen in de plannen en door toepassing van enkele inheemse struiken en meerstammige bomen kunnen diverse vogelsoorten hier foerageren, zoals meidoorns voor de huismussen. Ook is dit een gebied waar wellicht de steenmarter zou kunnen voorkomen. De kruidenrijke, wat ruigere beplanting is voor deze soort geschikt om in voort te bewegen. Verticale leven In de gevels van de bebouwing worden op diverse plaatsen nestkasten en -gelegenheden ingebouwd voor vogels en vleermuizen. Specifiek worden er meerdere inbouwkasten voor de gierzwaluw voorzien in groepen bij elkaar. Deze worden boven de 12 meter op de noordzijde in de gevel geplaatst. Zo zijn de gierzwaluwen goed te zien vanaf de groene as en zijn de aanvliegroutes vrij.

Voor huismussen worden tussen de gebouwen op de oostgevel nestkasten ingebouwd tussen de 5 en 12 meter hoog in groepen van minimaal 20 kasten. Zo zijn de mussen actief onderdeel van het stedelijk leven tussen de gebouwen in. Aan de gevels worden op diverse plekken klimplanten voorzien, met name tussen de gebouwen in combinatie met een pergola groeit een divers palet aan klimplanten. Hier worden wintergroene en bloeiende soorten gecombineerd.

4.14

Windhinder

4.14.1 Algemeen In Nederland bestaat geen wetgeving ter voorkoming van windhinder of windgevaar. Dit betekent niet dat bij het opstellen van ruimtelijke plannen windhinder of windgevaar niet hoeft te worden meegenomen in de afwegingen. In een bestemmingsplan kan door de wijze van bestemmen van de bouwmassa's en openbare ruimte voorkomen worden dat er windhinder optreedt. De in 2006 uitgekomen NEN 8100-norm geeft aan dat een windonderzoek nodig is als een bestemmingsplan bebouwing met een bouwhoogte van 30 meter of hoger mogelijk maakt. 4.14.2 Relatie tot ontwikkeling Met dit bestemmingsplan wordt een maximale bouwhoogte van 22,8 meter mogelijk gemaakt. Het plan overschrijdt de norm van 30 meter niet, waardoor onderzoek naar windhinder niet noodzakelijk is. 4.14.3 Conclusie Het aspect windhinder staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

55

4.15

Bezonning

4.15.1 Algemeen Het realiseren van een (woon-)gebouw van met het in dit bestemmingsplan voorziene volume zal zorgen voor schaduwwerking in haar omgeving. Voor een goede stedenbouwkundige inpassing dient de schaduwwerking in ogenschouw te worden genomen. Er bestaan in Nederland geen formele wettelijke normen en eisen ten aanzien van de bezonning voor bebouwing. Gemeentes zijn daarom vrij om een eigen invulling te geven aan de eisen omtrent bezonning. Wel zijn er normen van TNO, welke gebruikelijk zijn om aan te toetsen. De 'lichte' TNO-norm is: 'Ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag voor de gevels van woningen, in de periode van 19 februari tot 21 oktober'. 4.15.2 Relatie tot ontwikkeling Door KuiperCompagnons is een bezonningsstudie uitgevoerd, welke als Bijlage 11 aan deze toelichting is toegevoegd. Uit deze bezonningsstudie kan geconcludeerd worden dat ter plaatse van de omliggende bestaande woningen wordt voldaan aan de lichte TNO-norm van ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag voor de gevels van woningen in de periode van 19 februari tot 21 oktober. Verder is vanuit een goede ruimtelijke ordening ook het gebouw van Evangeliegemeente de Deur en de school ten westen van het plangebied bekeken. Beide panden voldoen eveneens aan de TNO norm waarbij de bezonning voor de school niet wijzigt ten opzichte van de huidige situatie.

4.15.3 Conclusie De bezonningssituatie als gevolg van de geplande ontwikkeling vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.

4.16

Kabels en leidingen

4.16.1 Algemeen Planologisch relevante leidingen dienen in een bestemmingsplan te worden opgenomen. Dergelijke leidingen kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik van de omgeving. Onder planologisch relevante leidingen vallen hoofdnutsvoorzieningen. Dit betreffen leidingen voor het transport van brandbare en/of ontplofbare stoffen en aardgasleidingen. Leidingen dienen als zodanig te worden bestemd en daarbij dient de afstand die moet worden vrijgehouden van bebouwing ter bescherming van de leiding, te worden aangeduid. Naast planologisch relevante leidingen kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die planologisch niet relevant zijn, maar waar met de beheerder van de kabels en leidingen afstemming dient plaats te vinden over het beschermen dan wel verleggen van in en nabij een ontwikkellocatie gelegen kabels en leidingen. 4.16.2 Relatie tot ontwikkeling Binnen het plangebied lopen geen planologisch relevante kabels of (hoogspannings)leidingen. 4.16.3 Conclusie Het aspect kabels en leidingen staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

56

4.17

Niet-gesprongen explosieven

Voor geheel Schiedam is een inventarisatie gemaakt naar de aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven. Het resultaat van dit onderzoek is een kaart, de zogenoemde 'Bommenkaart'. Op basis van deze kaart wordt geconcludeerd dat het plangebied niet verdacht is op de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven, omdat in (de omgeving van) het plangebied geen bombardementen en grondgevechten hebben plaatsgevonden.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

57

Hoofdstuk 5 Juridische aspecten 5.1

Algemene juridische opzet

In dit bestemmingsplan wordt de planologisch-juridische basis gelegd voor dNK. Het bestemmingsplan heeft een belangrijke functie als toetsingskader voor bouwaanvragen en het toekomstige gebruik van de gronden en gebouwen. Het plan is opgesteld op basis van de SVBP2012 en het IMRO 2012. Op de bijbehorende verbeelding is te zien waar en welke bestemmingen van toepassing zijn. Eveneens is op de verbeelding de exacte omvang en ligging van het plangebied vastgelegd. De regels behorende bij het bestemmingsplan zijn gebaseerd op standaardregels van de gemeente Schiedam. De standaardregels vormen de basis voor keuzes met betrekking tot gebruik van bestemmingen en aanduidingen in het bestemmingsplan. Wijzigingen ten opzichte van deze standaardregels vloeien voort uit bepaalde situaties die zich in het plangebied voordoen. Opbouw regels De regels zijn als volgt gestructureerd: 

Hoofdstuk 1 van de regels geeft de algemene bepalingen weer. Het betreft de begripsbepalingen (artikel 1) waarin de in het plan voorkomende begrippen worden gedefinieerd. In artikel 2 (wijze van meten) wordt aangegeven hoe de voorgeschreven maatvoering (zoals goothoogte, bouwhoogte, inhoud en oppervlakte) in het plan gemeten moet worden. In hoofdstuk 2 zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. Per bestemming is bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels gelden. Tevens zijn waar mogelijk flexibiliteitsbepalingen opgenomen. Uitgangspunt is om de gewenste planologische situatie redelijk gedetailleerd te bestemmen (zie paragraaf 6.2 en 6.3). In hoofdstuk 3 staan aanvullende bepalingen die, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, voor het hele plangebied gelden. Hierbij kan worden gedacht aan de algemene afwijkingsregeling, die het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid geeft om op ondergeschikte punten van de regels in hoofdstuk 2 af te wijken; Hoofdstuk 4 van de regels heeft betrekking op het overgangsrecht en de slotbepaling.

5.2

Bestemmingen

5.2.1

Gemengd

De locaties van de nieuwe gebouwen aan de zuidzijde van het plangebied kennen de bestemming 'Gemengd'. Door middel van bouwvlakken is de toekomstige bebouwing aangeduid. Binnen de bestemming zijn gestapelde woningen toegestaan, alsmede de beoogde commerciële functies. De commerciële functies zijn gelimiteerd tot een oppervlak van 600 m2 bvo. De gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd en dienen de op de verbeelding aangegeven maximale hoogte niet te overschrijden. Op de verbeelding zijn bij blok C de twee trappenhuizen van een apart maatvoeringsvlak voorzien. Omdat blok C de mobiliteitshub betreft is ook de aanduiding parkeergarage hier opgenomen. Hier is de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - pergola' opgenomen, deze pergola komt bovenop de parkeervoorziening zodat de parkeervoorziening mooi wordt afgewerkt. Binnen deze bestemming is tevens de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - voorwaardelijke verplichting geluidwering' opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding geldt het volgende:

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

58

a. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan pas worden verleend wanneer door middel van onderzoek is aangetoond dat de karakteristieke geluidwering van de betreffende gevel groter of gelijk is aan het verschil tussen de optredende geluidbelasting ten gevolge van respectievelijk de school, het trapveld, het horecaterras en de kerk (conform opgenomen als bijlage 10 en 17 bij de toelichting van dit bestemmingsplan) en een binnenniveau van 35 dB(A) etmaalwaarde voor wat betreft het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; b. een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan pas worden verleend wanneer door middel van onderzoek is aangetoond dat de karakteristieke geluidwering van de betreffende gevel groter of gelijk is aan het verschil tussen de optredende geluidbelasting ten gevolge van respectievelijk de school, het trapveld, het horecaterras en de kerk (conform opgenomen als bijlage 10 en 17 bij de toelichting van dit bestemmingsplan) en een binnenniveau van 55 dB(A) (dagperiode), 50 dB(A) (avondperiode) en 45 dB(A) (nachtperiode) voor wat betreft het maximale geluidsniveau voor zover de betreffende activiteit in de betreffende periode plaatsvindt. 5.2.2

Groen

De belangrijkste groenvoorzieningen in het plangebied zijn bestemd als 'Groen'. Ook zijn hier ondergeschikte watergangen, watervoorzieningen en voet- en fietspaden toegestaan. Enkel ter plaatse van de aanduiding 'terras', is een terras ten behoeve van de horecavoorziening toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - calamiteitenroute' dienen de gronden vrij te worden gehouden van bouwwerken, in verband met een route voor de brandweer. Daarnaast zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - balkons' geen balkons toegestaan. Parkeervoorzieningen voor auto's zijn binnen deze bestemming niet toegelaten. 5.2.3

Verkeer - Verblijfsgebied

De wegen binnen het plangebied zijn bestemd als 'Verkeer - Verblijfsgebied' en voorzien hoofdzakelijk in de bereikbaarheid en ontsluiting van de woningen. 5.2.4

Water

Het gedeelte van het plangebied waar verbreding van de singel is voorzien, heeft de bestemming 'Water' gekregen. Het is binnen deze bestemming toegestaan om bruggen en duikers te realiseren. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gerealiseerd. 5.2.5

Wonen

De locaties van de nieuwe gebouwen aan de noordzijde van het plangebied kennen de bestemming 'Wonen'. Binnen de woonbestemming is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen de woning mag worden gebouwd. Voor de woningen is in alle gevallen een maximum bouwhoogte opgenomen. Gelet op de aanvullende bepalingen zijn binnen de woonbestemmingen ook mantelzorg, kamerverhuur en de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of (bedrijfs)activiteit toegelaten. Tevens is binnen deze bestemming de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding is een woning slechts toegestaan, voor zover deze woningen zijn voorzien van een dove gevel over alle bouwlagen, of anderszins wordt voorzien in een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefmilieu ter plaatse.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

59

Mantelzorg Landelijk is maatschappelijk draagvlak gegroeid voor het creëren van woonruimte in of bij een bestaande woning welke het voor de bewoners van een woning mogelijk maakt (tijdelijk) mantelzorg te verlenen aan iemand die deze zorg nodig heeft. Deze behoefte is ontstaan uit de wens van hulpbehoevenden om in een vertrouwde omgeving de vereiste hulp te krijgen en de wil van familie of vrienden om deze hulp te geven. Om deze reden wordt, in aansluiting op mogelijkheden uit het Besluit omgevingsrecht, mantelzorg binnen de woonbestemming toegelaten. Mantelzorg is gedefinieerd als het bieden van zorg op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband in de vorm van inwoning in een aan- of bijgebouw. Mantelzorg mag daarmee in de eerste plaats niet plaatsvinden in het kader van de beroepsuitoefening of door zorgorganisaties. Daarnaast mag mantelzorg niet leiden tot een toename van het aantal zelfstandige woonruimten. Om deze reden is mantelzorg slechts toegelaten in de vorm van inwoning wat een sterke mate van afhankelijkheid en verbondenheid veronderstelt. De regeling voor aan- en bijgebouwen biedt voldoende ruimte om te voorzien in de behoefte aan afhankelijk woonruimte.

Beroep of bedrijf aan huis In de regels wordt onderscheid gemaakt tussen beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten in de woning en de bijbehorende bijgebouwen:  

bij beroepsmatige activiteiten gaat het met name om de 'vrije beroepen'; bij bedrijfsmatige activiteiten gaat het om kleinschalige vormen van bedrijfsmatige activiteiten, niet zijnde dienstverlening, en het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid.

Binnen de woonbestemming is het gebruik van de woning en bijgebouwen ten behoeve van beroepsen/of bedrijfsuitoefening aan huis tot maximaal 30% van de vloeroppervlakte toegestaan. Verder is onder meer bepaald dat geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de woonomgeving en dat de activiteit moet worden uitgeoefend door de bewoner van het pand.

5.3

Dubbelbestemmingen

5.3.1

Waarde - Archeologie 2

Voor het gehele plangebied geldt één archeologische (verwachtings)waarde. Deze verwachtingswaarde wordt beschermd door de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Binnen deze dubbelbestemming is in de regels een bouwverbod en aanlegvergunningsplicht gegeven voor bouw- en graafwerkzaamheden welke de in de regels genoemde oppervlakte en dieptemaat overschrijden. Afwijken is pas mogelijk of aanlegvergunning kan pas worden verleend nadat een archeologisch onderzoek is uitgevoerd. Aan het afwijken of het verlenen van een aanlegvergunning kunnen aanvullende voorwaarden worden verbonden. Hierdoor kunnen mogelijk aanwezige monumenten in de bodem worden behouden gekoppeld aan de reguliere omgevingsvergunning voor het bouwen. Aanvullend is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waardoor deze dubbelbestemming bij het verkrijgen van nadere informatie geheel of gedeeltelijk kan worden verwijderd.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

60

5.4

Overige bepalingen

5.4.1

Algemene aanduidingsregels

Het plangebied ligt binnen de geluidzone van wettelijke geluidsbronnen. Deze zones zijn op de verbeelding aangeduid als 'Geluidzone'. Binnen deze zone geldt dat, in overeenstemming met de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder, geen (extra) woningen mogen worden gebouwd, tenzij wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde voor geluid of een verkregen hogere waarde (geluid). De aanvullende werking van deze bepaling is voor deze ontwikkeling beperkt doordat het aantal toegelaten woningen reeds is gemaximeerd en uit akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai blijkt dat geen hogere waarden (geluid) nodig zijn voor het plan. Ter bescherming van de vrije windvang en het zicht op de molens geldt rond de in het plangebied aanwezige molens een beschermingszone ('Vrijwaringszone - molenbiotoop'). Binnen een zone van 100 tot 400 meter van een molen zijn geen bouwwerken toegestaan die hoger zijn dan de onderste punt van de verticaal staande wiek plus 1/50ste van de afstand tussen het bouwwerk en het hart van de molen. Van deze regel kan worden afgeweken indien de vrije windvang al beperkt is en deze niet verder wordt beperkt. De stichting De Schiedamse Molens wordt bij het toepassen van een afwijking gehoord. Overigens moeten de bouwregels uit de andere bestemmingen wel in acht worden genomen.

Op basis van deze aanvullende regels is reeds geen bebouwing toegelaten met een hoogte die de vrije windvang of het zicht beperkt. 5.4.2

Algemene afwijkingsregels

In het bestemmingsplan is zoveel mogelijk bij recht bestemd, dat wil zeggen zonder dat een aanvullende afwijkings- of wijzigingsprocedure moet worden doorlopen. In aanvulling op de afwijkingsmogelijkheden bij de individuele bestemmingen is wel een aantal 'Algemene afwijkingsregels' opgenomen. Om te voorkomen dat kleine meetfouten tot grote gevolgen leiden en om enigszins flexibel met maatvoeringen om te kunnen gaan, zijn enkele afwijkingsmogelijkheden opgenomen om in geringe mate te kunnen afwijken van genoemde maten, oppervlaktes enzovoorts. Daarnaast zijn afwijkingen opgenomen ten behoeve van het oprichten van openbare nutsdoeleinden en geluidwerende voorzieningen. 5.4.3

Algemene gebruiksregels

Het toegelaten gebruik van de gronden is geregeld in de individuele bestemmingen. Een aantal zaken geldt uniform voor het gehele plangebied en zijn daarom benoemd in de 'Algemene gebruiksregels'. 5.4.4

Parkeren, laden, lossen en stallen

Parkeren Bij ruimtelijke ontwikkelingen geldt de vereiste dat, om parkeerproblemen te voorkomen, voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid. Om deze reden is in de planregels een regeling met betrekking tot parkeren opgenomen. De hoofdregel is dat bij nieuwe ontwikkelingen voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd op eigen terrein. Onder een nieuwe ontwikkeling wordt daarbij zowel het oprichten van bebouwing verstaan, als het veranderen, wijzigen of uitbreiden van bestaand gebruik. Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op basis van de regels. Daarbij geldt aanvullend dat de parkeerplaatsen qua aard, plaats en inrichting bruikbaar en bereikbaar moeten zijn. De voorschriften uit het Handboek Openbare Ruimte vormen hierbij het uitgangspunt.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

61

De regeling kent een afwijkingsbevoegdheid voor die gevallen dat het niet mogelijk of wenselijk is de parkeergelegenheid (volledig) op eigen terrein te realiseren, en op een 'andere wijze' wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Indien het niet mogelijk is om voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein te realiseren en ook op een 'andere wijze' niet in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien bestaat de mogelijkheid dat sprake is van uitwisselbaarheid van parkeerplaatsen. Tot slot kent de regeling een afwijkingsbevoegdheid voor die situaties dat niet kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid en geen sprake is van uitwisselbaarheid, maar naar het oordeel van het college sprake is van een ontwikkeling met een bijzonder gemeentelijk belang. Het gaat hierbij om zeer uitzonderlijke situaties, waarbij met gegronde redenen is aangetoond, dat het niet mogelijk is de vereiste parkeergelegenheid te realiseren. Het betreft hierbij ontwikkelingen die zodanig gewenst zijn dat het uit economisch oogpunt of uit het oogpunt van milieu, hinder of woonomgeving, gedeeltelijk of volledig vrijstelling van de parkeernorm wordt gegeven. Laden en lossen Voor diverse gebruiksfuncties is, uit het oogpunt van doorstroming en gebruik van de openbare weg, een voorziening voor het laden en lossen vereist.

Het is wenselijk om een dergelijke voorziening te hebben, indien de aard en omvang van een ruimtelijke ontwikkelingen daar aanleiding toe geeft. Gelet op de grote verscheidenheid aan ontwikkelingen is het niet mogelijk hiervoor op voorhand normen op te nemen. De aard, omvang, situering en noodzaak van deze voorziening wordt om deze reden op basis van de specifieke eigenschappen van een ruimtelijke ontwikkeling bepaald. Deze vereiste geldt niet voor woonfuncties. Fietsparkeren Het gebruik van de fiets maakt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen ook ruimte moet worden gereserveerd voor het stallen van fietsen. Deze vereiste gold voorheen op grond van het Bouwbesluit. Gelet op het hoge fietsgebruik en om wildparkeren van fietsen te voorkomen is het wenselijk dergelijke stallingsvoorzieningen te hebben. De grote verscheidenheid aan ontwikkelingen maakt dat het niet mogelijk is hiervoor op voorhand normen op te nemen. De aard, omvang, situering en noodzaak van deze voorziening wordt om deze reden op basis van de specifieke eigenschappen van een ruimtelijke ontwikkeling bepaald. Deze vereiste geldt niet voor woonfuncties, omdat voor woningen op grond van het Bouwbesluit nog wel een verplichting geldt voor het hebben van een (fietsen)berging. Voor het project is uitgegaan van de gelijkwaardigheidsoplossing.

Er worden twee gezamenlijke fietsenstallingen gerealiseerd conform de normen uit Bijlage 10, waarbij voor de woningen in blok C, D en E een uitzondering geldt voor de minimale norm van 2 fietsplekken per woning in een laag rek. Daarnaast krijgen de woningen een inpandige berging.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

62

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid 6.1

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is op 1 april 2022 een anterieure overeenkomst gesloten omdat er sprake is van een plan als genoemd in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het kostenverhaal is hiermee anderszins verzekerd en het opstellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk. De initiatiefnemer zal geheel voor eigen rekening en risico overgaan tot de ontwikkeling en realisatie van het plan.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

63

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie Op 2 december 2020 en 19 april 2022 zijn twee participatiebijeenkomsten gehouden met de omgeving. Tijdens de communicatiebijeenkomst op 17 januari 2023 zijn de wijzigingen teruggekoppeld. Naar aanleiding van deze bijeenkomsten zijn door de initiatiefnemer enkele wijzigingen doorgevoerd, onder andere:         

Parkeergarage (blok C) is in plaats van op de perceelgrens, op ca. 2,5 meter van de erfgrens gesitueerd; Van de parkeergarage (blok C) is een laag eraf gehaald; De gevels van de parkeergarage (blok C) wordt deels met groen en hout afgewerkt en deels bedekt door middel van een pergola op de bovenste verdieping; De balkons van de woningen van blok C zijn verplaatst, namelijk van de oostzijde naar de zuidzijde zodat deze niet richting de naastgelegen VVE zijn gepositioneerd; Blokken D en E zijn kleiner gemaakt zodat deze niet direct naast de kerk en bestaande eengezinswoningen gepositioneerd zijn; De ontsluiting van de parkeergarage is via Schermerhornlaan in plaats van via de Parkweg; Wandelroute langs het water naar Parkweg is ingericht als hoofdwandelroute in plaats van De Meesterpad; De sociale veiligheid is verbeterd door onder andere woningen op de begane grond bij de blokken A en B te realiseren zodat er ‘ogen op straat’ zijn; Van zowel blok A als blok B is een verdieping afgehaald.

Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro In het kader van het wettelijk verplicht vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening heeft vooroverleg plaatsgevonden met diverse bestuurlijke partners. De aanpassingen die volgden uit de overlegreacties zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Zienswijzen Na afronding van het vooroverleg is de formele bestemmingsplanprocedure gestart. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan moet in de Staatscourant worden geplaatst en dient via elektronische weg te geschieden. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan de diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, aan het waterschap en aan belanghebbende gemeenten. Het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende zes weken ter inzage. Binnen deze termijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Ingediende zienswijzen worden samengevat en van een reactie voorzien in de 'Nota van Zienswijzen', die als separate bijlage bij dit bestemmingsplan zal worden gevoegd.

Beroep Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad een besluit nemen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. De vaststelling van het bestemmingsplan moet vervolgens op de in artikel 3.8, derde lid van de Wro voorgeschreven wijze bekend worden gemaakt. Belanghebbenden kunnen binnen de wettelijke beroepstermijn tegen het besluit tot vaststellen van het bestemmingsplan beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

REGELS

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

INLEIDENDE REGELS Begrippen Wijze van meten

2 2 11

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

BESTEMMINGSREGELS Gemengd Groen Verkeer - Verblijfsgebied Water Wonen Waarde - Archeologie 2

13 13 15 16 17 18 20

Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15

ALGEMENE REGELS Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

22 22 23 24 25 26 29 30

Hoofdstuk 4 Artikel 16 Artikel 17

OVERGANGS- EN SLOTREGELS Overgangsrecht Slotregel

31 31 32

Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Staat van milieubelastende activiteiten (woongebieden)

33 34

2

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 1.1

Begrippen

plan:

Het bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort met identificatienummer NL.IMRO.0606.BP00110-VA01 van de gemeente Schiedam. 1.2

bestemmingsplan:

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

aan huis gebonden beroep / (bedrijfs-)activiteiten:

het door de bewoner in een woning of daarbij behorend bijgebouw uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid (geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen) of het hebben van een bed & breakfast, met een ruimtelijke uitstraling welke in overeenstemming is met de woonfunctie. 1.4

aanbouw:

een gebouw dat is gebouwd aan een hoofdgebouw en dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, maar daar functioneel wel onderdeel van kan uitmaken. 1.5

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar, ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7

aaneengesloten woningen:

een blok bestaande uit meer dan twee woningen waarvan het hoofdgebouw aan ten minste één zijde aan het op het aangrenzende perceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd. 1.8

achtergevel:

de van de weg gekeerde gevel van een gebouw die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel. 1.9

antennedrager:

antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.10

antenne-installatie:

installatie bestaande uit een antennestaaf, -spriet (al dan niet met dwarssprieten) of -schotel, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in één of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.11

archeologisch waardevol gebied:

gronden waar archeologische waarden aanwezig of te verwachten zijn. Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Regels Vaststelling

3

1.12

archeologische waarde:

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische sporen en relicten. 1.13

atelier:

een werkruimte voor de uitoefening van ontwerptechnische of kunstzinnige werkzaamheden. 1.14

balkon:

buiten de gevel stekende constructieve open buitenruimte van een gebouw die niet verbonden is met de begane grond of een aan- of uitbouw. 1.15

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.16

bed and breakfast:

het in een woning of woonschip verstrekken van toeristisch nachtverblijf met maximaal vier bedden en twee kamers. 1.17

bedrijf:

elke volwaardige onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken en installeren van goederen. 1.18

bedrijfsgebouw:

een gebouw dat noodzakelijk is voor de uitoefening van ter plaatse toegestane (bedrijfs-)activiteiten, hieronder wordt geen bedrijfs- of dienstwoning verstaan. 1.19

bedrijfsmatige activiteiten:

bedrijfsmatige activiteiten – geen dienstverlening zijnde – en ambachtelijke verzorgende bedrijvigheden, geheel of overwegend door middel van handwerk. 1.20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12845940/1