CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit Vaststelling bestemmingsplan 'De Nieuwe Kethelpoort'34.717 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Schiedam

Bestemmingsplan “De Nieuwe Kethelpoort” VASTSTELLING

620.154.50 KUIPERCOMPAGNONS Datum: 5 mei 2023

GEMEENTE SCHIEDAM

BESTEMMINGSPLAN “DE NIEUWE KETHELPOORT”

TOELICHTING, REGELS, VERBEELDING

werknummer 620.154.50 datum 5 mei 2023 bestand J:\620\154\50\3.projectresultaat\

Procedureoverzicht Fase

Datum

Ontwerp

Januari 2023

Vaststelling

TOELICHTING

Inhoudsopgave van de toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

3 3 3 4 5

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Geschiedenis van het plangebied 2.2 Bestaande situatie plangebied 2.3 Toekomstige ontwikkelingen

6 6 8 8

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal en Regionaal beleid 3.3 Gemeentelijk/lokaal beleid

14 14 14 20

Hoofdstuk 4 Planologische en milieutechnische randvoorwaarden 4.1 Waterparagraaf 4.2 Bodem 4.3 Natuurbescherming 4.4 Externe veiligheid 4.5 Geluid (Wet geluidhinder) 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Verkeer 4.8 Milieuhinder bedrijvigheid 4.9 Geurhinder 4.10 Milieueffectrapportage 4.11 Archeologie 4.12 Cultuurhistorie 4.13 Duurzaamheid 4.14 Windhinder 4.15 Bezonning 4.16 Kabels en leidingen 4.17 Niet-gesprongen explosieven

28 28 34 35 38 40 41 44 46 49 49 50 51 52 54 55 55 56

Hoofdstuk 5 Juridische aspecten 5.1 Algemene juridische opzet 5.2 Bestemmingen 5.3 Dubbelbestemmingen 5.4 Overige bepalingen

57 57 57 59 60

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid

62 62

Hoofdstuk 7

63

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

2

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16

Beeldkwaliteitplan, KuiperCompagnons, november 2022 Verkennend en nader bodemonderzoek, ATKB, 15 april 2020 Eco-effectscan, Aqua-Terra Nova, 6 augustus 2020 Soortgericht onderzoek, Aqua-Terra Nova, 28 oktober 2021 Stikstofdepositie-onderzoek, KuiperCompagnons, 5 mei 2023 Akoestisch onderzoek, KuiperCompagnons, 7 oktober 2022 Activiteitenplan, Aqua-Terra Nova, 8 november 2021 Beschikking Wet natuurbescherming, Omgevingsdienst Haaglanden, 23 mei 2022 Akoestisch onderzoek 'CON de Wereldschool' en het naastgelegen 'trapveld', KuiperCompagnons, 21 november 2022 Amsterdamse bouwbrief, maart 2015 Bezonningsstudie, KuiperCompagnons, mei 2023 Archeologisch vooronderzoek, Vestigia, 21 juli 2022 Watersleutel, 13 maart 2023 Akoestisch onderzoek Evangeliegemeente De Deur, Buro Bouwfysica, 14 oktober 2022 Akoestisch onderzoek horeca, KuiperCompagnons, 21 november 2022 Akoestisch onderzoek Kinderopvang CoolKidz, KuiperCompagnons, 3 mei 2023

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling

De Nieuwe Kethelpoort (hierna genoemd dNK) is een ontwikkeling in Schiedam, op de plek van de huidige schoollocatie aan de Monseigneur Nolenslaan 99b, in het verlengde van de Meesterstraat. Op deze locatie direct naast het metrostation Parkweg komt een nieuwe woonbuurt, met een mix van appartementen, grondgebonden woningen en commerciële functies. In 2020 is door de initiatiefnemers, ontwikkelcombinatie FSD en Maas Wijkontwikkeling, een integraal ontwikkelingsplan opgesteld. Om het plan te kunnen realiseren is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan vormt een nieuw planologisch kader voor de ontwikkeling. Doel Het nieuw beoogde stedenbouwkundig plan past niet binnen de bouwmogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan. Met dit nieuwe bestemmingsplan wordt het stedenbouwkundig plan in juridischplanologische zin mogelijk gemaakt.

1.2

Ligging plangebied

dNK ligt tussen de Monseigneur Nolenslaan, de Meesterstraat, de Parkweg en de singel langs de Burgemeester Honnerlage Gretelaan. De locatie ligt op loopafstand van het centrum van Schiedam, nabij het metrostation Parkweg aan de Burgemeester Honnerlage Gretelaan en de molens aan de Noordvestgracht. De exacte ligging van het plangebied is weergegeven op de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding. De globale ligging van het plangebied is in afbeelding 1.1 weergegeven.

Afbeelding 1.1 - Begrenzing plangebied Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

4

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Ter plaatse van het plangebied geldt, totdat het voorliggende bestemmingsplan in werking treedt, het bestemmingsplan 'Nieuwland 2016', vastgesteld op 6 juni 2017 door de gemeenteraad van Schiedam. Daarin is het plangebied bestemd als 'Gemengd - 1', 'Groen' en 'Verkeer – Verblijfsgebied'. Binnen de gemengde bestemming zijn op de begane grond voorzieningen toegestaan ten behoeve van cultuur en ontspanning, detailhandel, dienstverlening en maatschappelijke doeleinden. Wonen is ook toegestaan. Daarnaast kent het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2'. Ter plaatse van het plangebied gelden tevens het 'Parapluplan parkeren' (vastgesteld 5 juni 2018) en het 'Paraplu-bestemmingsplan begrippen en wijze van meten' (vastgesteld 20 april 2021). Omdat de voorziene ontwikkeling niet past binnen het geldende bestemmingsplan wordt met dit bestemmingsplan een nieuw planologisch kader gemaakt.

Afbeelding 1.2 - Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Nieuwland 2016'. (in rood de globale begrenzing)

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

5

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit drie delen:   

de toelichting: hierin worden de overwegingen beschreven die hebben geleid tot het geven van een bepaalde bestemming, evenals een uitleg van de gebruikte bestemmingen; de regels: hierin wordt per bestemming een overzicht gegeven van het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de in dit plan begrepen gronden, en; een verbeelding/plankaart, met daarop aangegeven de bestemmingen van alle gronden.

De inhoud van de toelichting is als volgt opgebouwd:      

Hoofdstuk 2 beschrijft het plan, waaronder de geschiedenis, de huidige situatie van het plangebied en de toekomstige ontwikkelingen. In hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van andere overheden die relevant zijn voor het plangebied. De gevolgen of effecten op de planologische en milieutechnische aspecten worden in hoofdstuk 4 beschreven. In hoofdstuk 5 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven. Hoofdstuk 6 heeft betrekking op de economische uitvoerbaarheid van het plan. Hoofdstuk 7 behandelt tenslotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hierin worden de resultaten beschreven van de gevolgde inspraakprocedure en het vooroverleg conform artikel 3.1.1 Bro.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

6

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1

Geschiedenis van het plangebied

Het gebied is ruimtelijk onderdeel van de groene (voorzieningen) strook langs de singel aan de Burgemeester Honnerlage Gretelaan. De locatie neemt een belangrijke positie in tussen het historisch hart van Schiedam en de uitbreidingswijk Nieuwland. De wijk Nieuwland uit de jaren '60 is een wederopbouwwijk met de ruimtelijke kenmerken van een naoorlogse wijk. Stempels, grote structuren en lange lijnen bepalen hier het beeld. De wijk is relatief groen door de vele hoven en door enkele grote voorname lanen door de wijk. De Burgemeester van Haarenlaan ten noorden van het plangebied vormt de hoofdontsluiting van de wijk en is een robuuste groenstructuur op stadsniveau. Daarnaast kent de wijk een redelijke omarming van groen in de vorm van buffergroen, sportgroen, volkstuinen, begraafplaatsen, spoorlijn, ziekenhuis, Vlaardingerdijk en de grachten van de binnenstad. De naam Nieuwland heeft een geschiedenis die teruggaat tot de 12e eeuw. Rond 1200 werd het meest zuidoostelijke deel van de ambachtsheerlijkheid Kethel, oorspronkelijk Drussatenland genoemd, gelegen tussen de Oude Dijk en de Schie bedijkt. Hierdoor ontstond de 'Nieuwlandsche Polder'. In 1698 vormde Nieuwland samen met Kortland en 's-Graveland, door afsplitsing van Kethel, een nieuw ambacht. Van 1817 tot 1855 was Nieuwland zelfs een zelfstandige gemeente.

In 1855 werd ze samengevoegd met Kethel en Spaland om vervolgens in 1941 door de gemeente Schiedam te worden ingelijfd.

Afbeelding 2.1: Topografische kaart no. 501 (1911, Bron: Grote Historische Atlas - Zuid-Holland) De opbouw van de toenmalige Nieuwlandsche Polder is goed te zien op de topografische kaart uit 1911. De polder was gedeeltelijk langer en gedeeltelijk smaller dan het deel van Schiedam wat nu tot de wijk Nieuwland wordt gerekend. De Nieuwlandsche Polder werd in het noorden doorsneden door de Hollandsche Spoorweg van Delft naar Rotterdam uit 1847 en die van Rotterdam naar Maassluis en Hoek van Holland uit 1891 en 1893. Dwars door de polder liep eigenlijk maar één weg, de Dammelaan. Deze was onderdeel van een oude verbindingsroute tussen het oude centrum van Schiedam en het plaatsje Kethel. Hij verbond de Kethelstraat in het centrum, via de Oude Dijk, over de Poldervaart, met de Schiedamseweg (voorheen Kethelweg) in het noorden. De gehele Dammelaan is met de herontwikkeling van de wijk Nieuwland verdwenen. Parallel aan de oude Dammelaan, aan de zuidwestzijde is in de tijd van de herontwikkeling van Nieuwland een nieuwe laan aangelegd met de naam Nieuwe Damlaan ter herinnering aan de oude Dammelaan Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

7

De hoofdstructuur voor de huidige woonwijk Nieuwland werd vastgelegd in het 'Memorandum over de stedenbouwkundige ontwikkeling van Schiedam' uit 1944, het zogenaamde 'Blauwe boek'. Hierin werd een algemeen uitbreidingsplan voor de hele gemeente en een sanering van de binnenstad neergelegd en onderbouwd. In 1961 werd het 'Uitbreidingsplan in onderdelen Nieuwland' vastgesteld, welke een verdere uitwerking, invulling en verfijning laat zien van de met het Memorandum uitgezette koers. Nieuwland is op basis van deze plannen vanaf ongeveer 1950 in fasen gebouwd. De realisatie van de wijk startte in het westen, nabij de Vlaardingerdijk, en duurde voort tot circa 1965. Zo zijn in een periode van ongeveer 15 jaar ruim 6.300 woningen met bijbehorende voorzieningen gebouwd. De wijk Nieuwland kende medio jaren '80 van de vorige eeuw een periode van sterke achteruitgang. Om deze achteruitgang te stoppen werd in de jaren 1990-1992 het 'Beheerplan Nieuwland' gepresenteerd. Met dit strategisch beheerplan voor de gehele wijk werd een integrale aanpak van zowel de sociale als de ruimtelijk-functionele structuur en de fysiek-technische als de financieel-economische situatie beoogd. Met dit Beheerplan werd Nieuwland de eerste naoorlogse stadsvernieuwingswijk van Nederland.

Aan de vernieuwing van Nieuwland werd eind jaren '90 een nieuwe impuls gegeven met het programma 'Nieuwland Vernieuwend Verder' (1999). Om te voorkomen dat Nieuwland uiteenvalt in een lappendeken van verschillende buurten, worden samenhangende buurtprofielen opgesteld. Deze profielen beogen een transformatie naar een herkenbaar samenstel van buurten. De wijk wordt op basis hiervan ingedeeld in 'schillen': de Binnenstad- , Tuinstad- en Parkstadschil. Daarnaast worden enkele lijnen (radialen en ringen) van de ruimtelijke hoofdstructuur geaccentueerd. Het 'schillenmodel' is ingezet om enerzijds te komen tot de gewenste ruimtelijke differentiatie en anderzijds de gewenste samenhang binnen het transformatieproces te bewerkstelligen. De strategische visie en de daarbij behorende ruimtelijke (beeld-)kwaliteit vormden de basis voor het in 2005 vastgestelde bestemmingsplan 'Nieuwland 2004'. Het laatste bestemmingsplan voor de locatie is vastgesteld in 2016. Hiervoor is destijds een nieuw beeldkwaliteitsplan opgesteld gestoeld op de bevindingen uit het document "De Wederopbouw in Schiedam, Deel 1, Hebly Theunissen (2014)".

Afbeelding 2.2: Stedenbouwkundige visie bestemmingsplan Nieuwland 2004

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

8

2.2

Bestaande situatie plangebied

dNK is onderdeel van de wijk Nieuwland, het ligt aan de groene zone langs de singel en op steenworp afstand van de metrohalte Parkweg. De singel vormt de zuidelijke begrenzing van het gebied en is daarmee het representatieve gezicht van dNK. Aan de noord- en oostzijde vormen enkele bestaande woonblokken de overgang naar de Parklaan en de Monseigneur Nolenslaan. Op dit moment bestaat het plangebied uit (leegstaande) panden van de voormalige school. Het woonmilieu rond de Monseigneur Nolenslaan wordt momenteel gedomineerd door woningen in het lagere segment. Ook is aan de noordzijde van het plangebied een kerk aanwezig.

Afbeelding 2.3: Impressie bestaande situatie (Google Maps)

2.3

Toekomstige ontwikkelingen

De locatie neemt een belangrijke positie in tussen het historisch hart van Schiedam en de uitbreidingswijk Nieuwland. dNK heeft kenmerken van beide identiteiten verenigd:  

Identiteit van Schiedam: oude pakhuizen, de jenevergeschiedenis en transport over water, energie van de Molens; Sfeer van Nieuwland: met groene open ruimte, lange zichtlijnen en blokken in het groen.

Het plan dNK straalt de identiteit van Schiedam uit: een moderne en dynamische buurt, met sfeervol wonen, werken en recreëren. Voor het plan is een beeldkwaliteitplan opgesteld, waarin de spelregels voor de toekomstige architectuur van de bebouwing en de inrichting van de openbare ruimte worden vastgelegd. Dit beeldkwaliteitplan is opgenomen als Bijlage 1 bij deze toelichting. In dNK worden vijf gebouwen gerealiseerd; twee pakhuizen (blok A en B), een loftgebouw in combinatie met een mobiliteitshub (blok C) en twee bouwblokken (blok D en E) met grondgebonden woningen die de aansluiting met de omliggende woonbuurten verankeren. De geïntegreerde mobiliteitshub voorziet de nieuwe woningen en functies van voldoende parkeerplaatsen. Fietsstalplaatsen bevinden zich in Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

9

blok B op de begane grond en achter blok D. Het gebied wordt getransformeerd van een introvert gebouw met veel achterkanten naar een fijnmazig gebied met veel doorzichten en groen. Door deze ingreep wordt de relatie tussen het metrostation en de Monseigneur Nolenslaan verbeterd en versterkt.

Afbeelding 2.4: Plankaart dNK (16 november 2022) 2.3.1

Programma

dNK voorziet in de ontwikkeling van maximaal 190 woningen. De plint van blok A en B worden flexibel gemaakt voor situering van een divers programma, waaronder wonen, ruimte voor het stallen van (elektrische) (brom)fietsen in blok B en er is ruimte voor circa 600 m2 aan commerciële functies in blok A. Voor de invulling wordt gedacht aan buurtgerichte functies zoals horeca, huisarts, apotheek en/ of fysio. De mobiliteitshub in blok C voorziet in 200 autoparkeerplaatsen voor de toekomstige bewoners met eventueel extra parkeerplaatsen voor omwonenden. Het aantal woningen per blok bedraagt:     

Blok A: 77 appartementen Blok B: 79 appartementen Blok C: 20 appartementen Blok D: 8 eengezinswoningen Blok E: 6 eengezinswoningen

2.3.2

Stedenbouwkundige opzet

De ruggengraat van het plan wordt gevormd door 4 hoofdstructuren, twee oost-westverbindingen en twee noord-zuid verbindingen. Deze 4 verbindingen zorgen voor de aantakking, doorwaadbaarheid en samenhang van het plan met de omgeving.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

10

a. De groene loper: is een centraal gelegen langzaamverkeersroute in de oost-westrichting. Deze groene as verbindt de Meesterstraat aan de westzijde met de Schermerhornlaan. In de toekomst wordt deze mogelijk verlengd naar de Parkweg. Aan deze groene as zijn de nieuwe woongebouwen gesitueerd. b. De verbinding stad-wijk (metroroute): een andere belangrijke lijn is de noord-zuidelijke verbinding tussen het centrum via metrohalte Parklaan en de Monseigneur Nolenslaan. Deze langzaamverkeersroute ligt aan de westzijde van het plangebied en vormt een belangrijke schakel met de omgeving. Een tweede voetgangers verbinding ligt tussen de Schermerhornlaan en de Meesterstraat. Parallel hier langs ligt de ontsluitingsroute voor de (niet openbaar toegankelijke) parkeergarage. c. Oeverzone: dit betreft de groene wandelpromenade langs de singel in de oost-west richting. De singel kenmerkt zich met groepen bomen en solitaire bomen. De gebouwen presenteren zich hier aan de groene singel met hun pakhuis geïnspireerde architectuur. d. Schermerhornlaan: Tussen de woonblokken zijn kleine, groene straatjes en pleinen, deels van de VvE (niet openbaar toegankelijk) en deels de verbinding van het water (de singel) richting de groene loper.

De stedenbouwkundige opzet zorgt ervoor dat zowel de gebouwen als de ruimtes daartussen een relatie aangaan met de omgeving door middel van zorgvuldig gekozen routes en zichtlijnen. De groene parkachtige inrichting en de stedelijke objecten in het groen vormen de basissfeer van het openbare gebied. Het gebied is autoluw ingericht, met maximale ruimte voor de voetgangers en fietsers. De verschillende routes en verblijfsplekjes in het gebied zijn verbonden met samenhangende materialen, inrichtings-elementen en de groene structuur. Daarnaast wordt in de openbare ruimte rekening gehouden met duurzaamheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit, zie paragraaf 4.13. 2.3.3

Bebouwing

De bebouwing van dNK voegt zich in de omgeving. Er is rekening gehouden met de massa-opbouw en bouwhoogte, om een vriendelijke en geleidelijke overgang met de aangrenzende woningen te creëren. In totaal zijn er vijf blokken met vier verschillende bebouwingsvolumes. De twee pakhuizen hebben op de verdiepingen hetzelfde volume. De afstand tussen blok A en B is circa 8,4 meter en de afstand tussen blok B en C is circa 9,5 meter. Blok D en E bevinden zich ten noorden van Blok A, B en C op circa 10,4 meter afstand. De afstand tussen blok D en E is circa 19,6 meter. Binnen het samenhangende ensemble van de woonblokken, worden de volgende sferen onderscheiden: 1. Blok A (IJzer) en B (Stoom) Twee moderne pakhuizen markeren de verbinding tussen het historische centrum en de Monseigneur Nolenslaan. De pakhuizen zijn te herkennen als separate gebouwen, als familie van elkaar met eigen vormtaal. Met hun symmetrische voorname gevel staan ze prominent aan het water. De twee gebouwen zijn zeven lagen hoog met een hoge plint. De plint vormt een belangrijk onderdeel in de overgang van de openbare ruimte naar commerciële functies in blok A (IJzer), fietsenstalling in blok B (Stoom) en deels woningen in de hoge plint. De plint is programmatisch zo ingericht dat deze deel uitmaakt van de blurring zone. Deze is open, transparant en mededeelzaam, tevens sociaal veilig en goed toegankelijk.

Vanuit de balkons hebben alle woningen zicht op zowel Nieuwland als het historisch centrum van Schiedam. De entree van blok A (IJzer) bevindt zich aan de westzijde langs de metroroute en de entree van blok B (Stoom) bevindt zich aan de oostzijde naast de mobiliteitshub.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

11

2. Blok C (De Kethel) Dit stedelijke blok is tweeledig opgebouwd: met een representatieve zijde aan de singel en met de parkeerhub aan de groene loper. Dit blok bestaat uit woningen (5 lagen) en een mobiliteitshub (3 lagen waarbij op het dak wordt geparkeerd). De gebouwde parkeervoorziening is aan de noordzijde van het bouwblok gesitueerd. De entree van de hub bevindt zich aan de Schermerhornlaan. Blok C ligt op ca. 2,5 meter van de oostelijke grens van het plangebied. Omdat er aan deze zijde geen balkons zijn toegestaan, wordt daarmee, net als in het gehele plangebied, voldaan aan het burenrecht. 3. Blok D + E (De Heren van Schiedam) Aan de noordzijde van het plangebied worden grondgebonden woningen gesitueerd. Deze herenhuizen zorgen voor binding tussen bestaande en nieuwe bebouwing. De herenhuizen aan de groene De Meesterstraat zorgen voor een vriendelijke woonwand met veel voordeuren aan de straat. Deze woningen worden met groene waterbergende daken afgewerkt.

Afbeelding 2.5: Impressie Blok A, B en C (indicatief beeld)

Afbeelding 2.6: Impressie Blok D en E (indicatief beeld) Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

12

2.3.4

Groen en water

De groen-waterstructuur van De Nieuwe Kethelpoort is verbonden met de groene hoofdstructuur van de wijk, de singel en de groene zone (met objecten en voorzieningen) ten noorden ervan. In dNK wordt de singel toegankelijk en beleefbaar gemaakt. De wandelpromenade langs de singel wordt doorgetrokken en ter hoogte van het bruggetje over de singel wordt een terras aan het water gesitueerd. De singel wordt deels uitgegraven ten behoeve van berging van de hemelwater. Daarbij worden de oevers van de singel natuurvriendelijk ingericht, met rijk aquatisch leven, en wordt de oever deels vergroot (zie afbeelding 2.7). De ruimte tussen de woonblokken vormt een groen tapijt, met solitaire bomen, boomgroepen en heesters. De autovrije inrichting versterkt de groene informele sfeer van het gebied.

Afbeelding 2.7: Oever vergroting De biodiversiteit wordt vergroot door natuur-inclusief te bouwen. Gebouwen en natuur in de openbare ruimte complementeren en versterken elkaar. Langs en in het water staan moeras- en waterplanten die de overgang markeren tussen nat en droog en die voor grotere biodiversiteit zorgen. Het dNK-terrein is een klimaatadaptief gebied met veel aandacht voor groen- en waterbeleving. Het gebied is bestand tegen droge, hete zomers en natte, warmere winters. Hittestress wordt tegengegaan doordat het verhard oppervlak in de nieuwe situatie afneemt, het wateroppervlak toeneemt en het toepassen van bomen in de volle grond bij verharde oppervlaktes (zie inrichtingsplan, afbeelding 2.4). De duurzaamheidsambities binnen het plan zijn nader uitgewerkt in paragraaf 4.13. 2.3.5

Eigendomsverdeling

Op afbeelding 2.8 is de verdeling tussen privaat eigendom, eigendom van de VVE en openbaar gebied weergegeven. De eigendomsverdeling is als volgt verdeelt: 

Entrees in het vlak van blok A zijn privé (van commercieel) Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

13

     

Delftse stoepen zijn privé (van bewoners) Hofjes achter blok D en E zijn collectief Collectieve binnentuin tussen blok A en B Terras is openbaar (van commercieel) De noord-, oost- en westzijde van de parkeergarage is collectief i.v.m. onderhoud van groene gevel Tussen blok B en C is openbaar i.v.m. brandweer route richting voorgevel blok C.

Afbeelding 2.8: Eigendomsverdeling 2.3.6

Ondergrondse afvalcontainers

Voor de ontwikkeling zullen ten behoeve van het vuil ondergrondse afvalcontainers worden geplaatst in het plangebied. In de nadere planuitwerking zal hiervoor een locatie aangewezen worden. Het plaatsen van deze afvalcontainers is op grond van het Besluit omgevingsrecht omgevingsvergunningsvrij.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

14

Hoofdstuk 3 Beleidskader Dit hoofdstuk geeft een beknopt overzicht van het relevante ruimtelijk beleid voor het bestemmingsplan op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Per beleidsstuk is aangegeven in hoeverre deze haar doorwerking heeft in het bestemmingsplan.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet. Voorliggend projectgebied wordt niet specifiek benoemd in de NOVI. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De nationale belangen uit de structuurvisie die juridisch borging vragen zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Een aantal rijksbelangen wordt met dit besluit geborgd in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen van overheden. Onderwerpen die aan bod komen zijn: rijksvaarwegen, de mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, de Waddenzee en het waddengebied, defensie, hoofdwegen en landelijke spoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen, primaire waterkeringen, de ecologische hoofdstructuur, het IJsselmeergebied, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en de ruimtereservering voor de parallelle Kaagbaan. Geen van deze rijksbelangen zijn van toepassing op het plangebied. Het bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming met het bepaalde in het Barro.

3.2

Provinciaal en Regionaal beleid

3.2.1

Provinciale Omgevingsvisie Zuid-Holland

Het provinciaal Omgevingsbeleid wordt gevormd door de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening die per 1 april 2019 in werking zijn getreden, en daarna op verschillende momenten zijn geactualiseerd. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot één integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. Met haar Omgevingsbeleid streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan geeft men richting door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit de provinciale opgaven.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

15

Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit'. De daarmee samenhangende provinciale beleidskeuzes zijn in die opgaven geclusterd. De twaalf opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie, energievoorziening. Voor de voorgenomen ontwikkeling zijn de volgende beleidskeuzes van belang. Energietransitie binnen de bebouwde omgeving Het doel is op termijn een duurzame en CO2-neutrale samenleving en voorziening in de energiebehoefte. Voor nieuwbouw van woningen en andere gebouwen geldt dat deze dienen te voldoen aan de BENG-normen. Verstedelijking en wonen De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gerealiseerd waar de behoefte zich manifesteert. Het uitgangspunt daarbij is dat de juiste woning op de juiste plek (op juiste moment) wordt gerealiseerd. Dat gaat allereerst over dat gebouwd wordt naar behoefte. De bouw van nieuwe woningen moet bijdragen aan de bestaande woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend.

Daarnaast gaat het over woningen zo te bouwen, in samenhang met investeringen in infrastructuur, werklocaties en een aantrekkelijke groenblauwe leefomgeving dat dit bijdraagt aan de maatschappelijke opgaven en transities waar de provincie voor staat. Daarbij wordt primair ingezet op bouwen binnen bestaand stads- en dorpsgebied en dient bouw bij voorkeur georiënteerd te zijn op hoogwaardig openbaar vervoer en dient de potentie van energietransitie en klimaatadaptie te worden benut. Provinciaal kwaliteitsbeleid De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). De essentie van 'verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit' is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten aan toevoegen die te maken hebben met de samenleving van vandaag.

De provincie Zuid-Holland beschikt over een kwaliteitskaart, die een belangrijk instrument vormt om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De uitwerking hiervan op kaart is niet uitputtend, noch uitsluitend. De kaart biedt hiermee geen oplossingen, maar is een middel om vroeg in het planproces een integrale afweging te maken die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. Het verbinden van nieuwe ontwikkelingen aan de bestaande gebiedskenmerken vormt hierbij uitgangspunt. De kaart biedt inzicht in de bestaande ruimtelijke kwaliteiten; het toevoegen van nieuwe kwaliteiten kan een verrijking zijn van de Zuid- Hollandse ruimte.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

16

Toetsing Op het plangebied is een tweetal kaartlagen van toepassing. De laag van de ondergrond (kaartlaag I) gaat over de grondslag van de provincie en natuurlijke (landschapsvormende) processen. De laag bestaat uit de bodem, de geomorfologische kenmerken en het water. Ontwikkelingen dienen de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand houden en waar mogelijk worden de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt. De ontwikkeling betreft de inpassing van nieuwbouw in een stedelijke omgeving. Bijzondere structuren die nog zichtbaar zijn in de omgeving van het projectgebied en de ontstaansgeschiedenis aftekenen worden niet aangetast door de beoogde ontwikkeling. Binnen de laag van de stedelijke occupatie (kaartlaag III) is ter plaatse van het projectgebied het onderdeel 'Steden en dorpen' van toepassing. Voor voorliggende ontwikkeling is het gestelde ten aanzien van het onderdeel 'steden' van belang. Kenmerken als de identiteit van de plek (historische, culturele, toeristische en ruimtelijke kenmerken), de geografische strategische ligging in het stedelijk netwerk en de aanwezige en nieuwe economische dragers maken van iedere stad en ieder centrum in het systeem een unieke plek met een eigen (ruimtelijke) karakteristiek. De beoogde ontwikkeling betreft inpassing van nieuwbouw.

De ontwikkeling voorziet verschillende bouwhoogtes, de hoogte van de bebouwing is afgestemd op de hoogte van de omgeving. De bebouwing van dNK voegt zich in de omgeving. Er is rekening gehouden met de massa-opbouw en bouwhoogte, om een vriendelijke en geleidelijke overgang met de aangrenzende woningen te creëren. De hoogste gebouwen staan aan de Singel (zuidwestzijde) en vormen het gezicht naar de omgeving. Ten behoeve van de ontwikkeling is een beeldkwaliteitplan opgesteld, zie Bijlage 1. De groen-waterstructuur van dNK is verbonden met de groene hoofdstructuur van de wijk, de singel en de groene zone (met objecten en voorzieningen) ten noorden ervan. Bij de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied wordt aan de van toepassing zijnde relevante richtpunten voldaan. Hierdoor ontstaat geen strijdigheid met het provinciaal beleid en past het plan binnen de provinciale Omgevingsvisie. 3.2.2

Provinciale Omgevingsverordening

Samen met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In deze verordening vindt een juridische vertaling plaats van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening stelt regels met betrekking tot belangrijke ruimtelijke elementen die een doorwerking hebben in het wijzigingsplan. De volgende provinciale belangen zijn van toepassing op het plangebied. Ruimtelijke kwaliteit Ruimtelijke kwaliteit is van belang bij ruimtelijke ontwikkelingen (artikel 6.9). Het bestemmingsplan voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling die past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, geen wijziging op structuurniveau voorziet en past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen, zie paragraaf 3.2.1). Dit is nader omschreven in het beeldkwaliteitplan dat als Bijlage 1 bij deze toelichting is gevoegd. Duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame ontwikkeling uit het Besluit ruimtelijke ordening is geïncorporeerd in artikel 6.10 van de provinciale omgevingsverordening. Dit houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, in de toelichting een verantwoording moet bevatten dat sprake is van een actuele, zo nodig regionaal afgestemde, behoefte die binnen het bestaand stedelijk gebied voorzien wordt.

Het bestemmingsplan biedt ruimte voor een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de verordening waarop de ladder van duurzame verstedelijking van toepassing is. Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

17

Toetsing Voor de woningbehoefte is allereerst de Woondeal Zuidelijke Randstad relevant (zie paragraaf 3.2.3). In hoofdzaak zijn de kwantitatieve afspraken in deze woondeal erop gericht om de productie van 100.000 woningen tot 2025 in de zuidelijke Randstad te versnellen en om te zorgen voor voldoende harde plancapaciteit voor de periode tot 2040 (bouwproductie van 230.000 woningen). Daarnaast hebben 14 gemeenten samen met woningcorporaties uit de regio Rijnmond begin 2019 het 'Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018-2030' gesloten. Daarmee zetten zij in op een uitbreiding van het aantal woningen in de regio Rotterdam met 54.000. In het akkoord is vastgelegd wat de bijdrage van iedere gemeente is aan het behalen van de regionale doelen. Voor Schiedam is afgesproken dat de totale woningvoorraad wordt uitgebreid tot 40.609 woningen. Om dit te realiseren zullen tot 2030 5.062 nieuwe woningen moeten worden gebouwd. De provincie ZuidHolland heeft op 19 maart 2019 (gedeeltelijk) ingestemd met deze regionale woningmarktafspraken en (geheel) met het Schiedamse bod als onderdeel daarvan. De Woonvisie van de gemeente Schiedam is afgestemd op deze regionale woningmarktafspraken. In de nieuwe Woonvisie van september 2020 is het aantal te realiseren woningen vergroot.

Daarnaast wordt ingezet op het ontwikkelen van 6.000 woningen en realiseren van 2.000 woningen voor ouderen. Daarbij staan doorstroming en wooncarrière, en een afwisselender woningaanbod passend bij de verschillende doelgroepen centraal. Bijzondere aandacht is er ook voor kleinere huishoudens zoals starters en ouderen. Uit het bovenstaande blijkt dat er een aanzienlijke behoefte bestaat aan nieuwe woningen in de regio en de stad Schiedam in de komende jaren. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 190 nieuwe woningen in Schiedam, variërend in type en omvang. Het woonmilieu rond de Monseigneur Nolenslaan wordt momenteel gedomineerd door woningen in het lagere segment. In dNK komen diverse woningen, zowel in het midden- als dure segment. Het plan voorziet in woningen voor starters, ouderen en gezinnen. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt dus zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht voorzien in een behoefte. De voorgenomen stedelijke ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Er wordt een verdichting gerealiseerd door vervanging van bestaande bebouwing. De locatiekeuze van de ontwikkeling behoeft om deze reden geen verdere onderbouwing. Het plan voldoet aan de vraag naar woningen en vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Daarmee is het plan niet in strijd met de ladder voor duurzame verstedelijking.

Molenbiotoop De omgevingsverordening bevat een regeling met betrekking tot molenbiotopen (artikel 6.25). Hierin is het volgende opgenomen: 1. Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de molenbiotoop van traditionele windmolens, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 15 in bijlage II, garandeert in voldoende mate de vrije windvang en het zicht op de molen en voldoet aan de volgende voorwaarden: a. binnen een straal van 100 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, wordt geen nieuwe bebouwing opgericht of beplanting aangebracht, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; b. binnen een straal van 100 tot 400 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, gelden de volgende hoogtebeperkingen voor bebouwing en beplanting:

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

18

voor zover dit gebied is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte niet meer dan 1/100ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek;  voor zover dit gebied is gelegen binnen bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte van bebouwing en beplanting niet meer dan 1/30ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek. 2. In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, is het oprichten van nieuwe bebouwing mogelijk ten behoeve van: a. een ontwikkeling binnen een molenbiotoop waarin vrije windvang en het zicht op de molen al zijn beperkt door bebouwing, zolang de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt, of zeker is gesteld dat de belemmering van de windvang en het zicht op de molen door maatregelen elders in de molenbeschermingszone worden gecompenseerd; of b. een ontwikkeling binnen een bijzondere molenbiotoop, waarvan de plaats geometrisch is begrensd en verbeeld op kaart 15 in bijlage II, mits de molen en de molenbiotoop op een goede manier ruimtelijk worden ingepast. Toetsing Binnen het plangebied liggen geen molens die aangewezen zijn in de verordening ruimte.

De beschermingszones van de oude molens in de binnenstad, molens 'De Vrijheid', 'De Noord' en 'De Nieuwe Palmboom', vallen echter wel over het plangebied. Om die reden is, met de aanduiding 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' een passende, beschermende regeling opgenomen die de windvang op molens een plaats in de ruimtelijke belangenafweging geeft. De historische molens liggen allemaal in bestemmingsplan 'Binnenstad 2014', maar de molenbiotopen, onder andere die van de maatgevende molen 'De Vrijheid', vallen wel over het plangebied. Deze molen is op 208 meter van het plangebied gelegen en verbeeld op kaart 15 van de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening is het plangebied aangeduid als 'vrijwaringszone – molenbiotoop 400 m', waaraan de volgende regeling is gekoppeld: Binnen de 'Vrijwaringszone - molenbiotoop 400 meter' mag geen nieuwe bebouwing worden opgericht of hoogopgaande beplanting of bomen worden aangebracht hoger dan de 1/30ste van de afstand tussen het bouwwerk of de beplanting tot het middelpunt van de molen vermeerderd met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen. De hoogte van alle gebouwen voldoet aan het provinciale molenbeleid. Hiermee wordt voldaan aan de provinciale Omgevingsverordening, artikel 6.25 lid 1b. 3.2.3

Woondeal Zuidelijke Randstad

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de provincie Zuid-Holland, de gemeenten Den Haag, Rotterdam, Leiden, Dordrecht en de gemeenten van de Bestuurlijke Tafel Wonen Haaglanden en het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (waaronder de gemeente Schiedam) hebben de Woondeal Zuidelijke Randstad gesloten. De woondeal is een wederzijdse erkenning van de kwantitatieve én kwalitatieve opgaven in de zuidelijke Randstad; een gebied waar de spanning op de woningmarkt binnen Nederland het grootst is. In de woondeal zijn, als startpunt voor een meerjarig samenwerkingstraject, de wederzijdse verantwoordelijkheden en inspanningen voor die opgaven vastgelegd. Doel van de woondeal is om op korte termijn tot doorbraken te komen voor de kwantitatieve én kwalitatieve opgaven in de gebieden waar de spanning op de woningmarkt het grootst is. Gemeenten en provincie zetten zich in voor:

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

19

  

Voldoende plancapaciteit voor de bouwproductie van 230.000 woningen tot 2040, aansluitend op de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. De productie van ruim 100.000 woningen in de periode 2018-2025, waarvan bijna de helft in de gemeenten Den Haag en Rotterdam, en een aanzienlijk deel in het betaalbare segment. Evenwichtige verdeling onder doelgroepen en bevordering van spreiding van betaalbare woningen voor lagere en middeninkomens.

Toetsing De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van nieuwe woningen, die zijn afgestemd op de regionale en lokale vraag. Daarmee wordt voorzien in de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte zoals benoemd in de Woondeal Zuidelijke Randstad. 3.2.4

Verstedelijkingsalliantie

De gemeenten Rotterdam, Leiden, Zoetermeer, Den Haag, Rijswijk, Delft, Schiedam en Dordrecht hebben zich sinds eind 2017, met het oog op de woningbouwopgave, verenigd in de 'Verstedelijkingsalliantie'. Deze alliantie is een samenwerkingsverband met de provincie Zuid-Holland en de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag. Begin 2018 heeft deze alliantie een pamflet opgesteld, waarin wordt geschetst op welke wijze deze gemeenten de verstedelijkingsopgave (versneld) op zich willen nemen. Gekozen wordt voor een geconcentreerde verstedelijking langs de bestaande infrastructuur; de spoorlijn Dordrecht-Leiden (de 'oude lijn'). De woningbouwopgave en de versterking van de economische toplocaties worden in samenhang met investeringen in hoogwaardig openbaar vervoer op een integrale wijze uitgevoerd. Deze aanpak moet er toe leiden dat in deze gemeenten tot 2040 in totaal 170.000 extra woningen worden gerealiseerd, waarvan 150.000 in een (centrum)stedelijk milieu en waarvan 75.000 in de directe nabijheid van treinstations. Toetsing Voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de woningbouwopgave zoals gesteld in de Verstedelijkingsalliantie. De woningen worden gerealiseerd in een centrumstedelijke locatie, op steenworp afstand van de metrohalte Parkweg. 3.2.5

Woningmarktafspraken Regio Rotterdam

Begin 2019 hebben 14 gemeenten en 25 woningcorporaties uit de Regio Rijnmond het 'Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018-2030' vastgesteld. Op basis van dit akkoord maken de betrokken gemeenten zich samen sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam met 54.000 woningen uit te breiden. Daarnaast zetten de gemeenten en woningcorporaties zich in voor een betere balans van het sociale woningaanbod in de regio. In het Regioakkoord is vastgelegd welke bijdrage iedere gemeente levert aan het behalen van de regionale doelen. In dat kader is afgesproken dat de totale woningvoorraad in Schiedam wordt uitgebreid tot een totaal 40.609 woningen in 2030. Om dit doel te realiseren zullen tot 2030, rekening houdend met de sloop van circa 1.200 verouderde woningen, in Schiedam in totaal 5.062 nieuwe woningen gebouwd worden. Aanvullend wordt, gezien de ambities van de Verstedelijkingsalliantie, bij een tweetal projecten de mogelijkheid gezien voor versnelling (van de laatste fasen), waarmee maximaal 2.200 woningen extra kunnen worden gerealiseerd en de woningvoorraad groeit tot 42.809 woningen. Met de uitbreiding van het aantal woningen wordt gestreefd een meer evenwichtige bevolkingssamenstelling te realiseren.

Om dit doel te bereiken zal de sociale voorraad de komende jaren in absolute aantallen gelijk blijven, maar zal het aandeel afnemen van 64% naar 56% van de totale voorraad. Deze afname is mogelijk doordat in andere regiogemeenten sprake zal zijn van een relatieve toename, waardoor een betere verdeling van de sociale voorraad over de regio ontstaat.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

20

De provincie Zuid-Holland heeft op 19 maart 2019 (gedeeltelijk) ingestemd met de regionale woningmarktafspraken en geheel met het Schiedamse bod dat daar onderdeel van is. Voor de gemeente Schiedam ligt er de komende jaren een stevige opgave om te voorzien in de woonbehoefte. Ruim 5.000 woningen dienen te worden gerealiseerd om aan de afspraken te voldoen. De toevoeging van 190 woningen binnen dNK draagt bij aan dit kwantitatieve doel. Voor de kwalitatieve behoefte geldt dat vooral behoefte bestaat aan woningen in het betaalbare en middeldure segment. Aan sociale woningbouw is beperkt behoefte. Hiervoor geldt dat deze behoefte in de regio kan worden opgevangen, waardoor samen met de bestaande goedkope woningen in Schiedam een goede balans in de woningbouw voorraad ontstaat. Het toevoegen van de beoogde woningen voor het vrije sector segment draagt bij aan het creëren van die balans. Toetsing Voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de regionale woningmarktafspraken, en het Schiedamse aandeel daarin. Met de mix van woningen voor verschillende doelgroepen wordt aangesloten bij de doelstelling voor een evenwichtigere bevolkingssamenstelling.

3.3

Gemeentelijk/lokaal beleid

3.3.1

Stadsvisie

Op 28 september 2009 heeft de gemeenteraad de 'Stadsvisie Schiedam 2030' vastgesteld. Deze Stadsvisie geldt als een structuurvisie als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. De Stadsvisie is tot stand gekomen in samenspraak met veel partijen uit de stad. In dit kader is van december 2008 tot en met april 2009 een interactief traject uitgevoerd met een grote betrokkenheid van burgers, partners, ondernemers en raadsleden. De uitkomsten van dit traject zijn opgenomen in de Stadsvisie. In de Stadsvisie wordt geconcludeerd dat het onmogelijk is om alle hoofdopgaven tegelijk uit te voeren. Daarom vormen de hoofdopgaven het kader waar, binnen de periode 2010-2030, ruimtelijke werkzaamheden uit voortvloeien. In de Stadsvisie worden tien hoofdopgaven onderscheiden, die zijn vertaald in acht ruimtelijke opgaven. Op deze opgaven wil de gemeente zich tot 2030 focussen. De volgende opgaven zijn relevant voor het projectgebied:   

Hoofdopgave 4: Realiseren van levensloopvriendelijke wijken voor jong en oud; Hoofdopgave 5: Inzet op sociale ontwikkeling en stijging, realiseren van een wooncarrière in wijk en stad; Hoofdopgave 8: Doorgaan met de wijkenaanpak.

Toetsing In de stadsvisie wordt gestreefd naar een aantrekkelijke woonstad voor jong en oud. Belangrijke doelstellingen van het woonbeleid zijn de vergroting van de kwaliteit en differentiatie van de woningvoorraad en de verbetering van de fysieke kwaliteit van de woonomgeving. De woningvoorraad dient te worden verbreed naar doelgroepen die kapitaalkrachtiger zijn en een vergroting van de marktsector mogelijk maken. Hierdoor kan beter worden voldaan aan de vraag van midden- en hogere inkomensgroepen naar een wooncarrière in de stad, wordt ruimte geboden voor sociale stijging en wordt een impuls gegeven voor een breed en aantrekkelijk voorzieningenniveau. Gestreefd wordt naar het realiseren van een duurzame en kwalitatief hoogwaardige woon- en leefomgeving. Voorliggend projectgebied is op de visiekaart voor wonen aangeduid als 'herstructurering'. Een van de hoofdopgaven die is geformuleerd in de visie is de herstructurering van Nieuwland, Groenoord en Oost. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een deel van deze herstructurering. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de ruimtelijke opgave van het herstructureren van de wijk Nieuwland. Daarbij wordt invulling gegeven aan de verschillende hoofdopgaven zoals mogelijkheden Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

21

tot sociale stijging en het bijdragen aan het realiseren van een levensloopvriendelijke wijk. Er wordt een binnenstedelijke ontwikkeling gerealiseerd, door het toevoegen van wonen op deze locatie. Daarnaast variëren de woningen in type en oppervlakte, waarmee een gedifferentieerd woningaanbod voor verschillende doelgroepen wordt gerealiseerd. 3.3.2

Woonvisie 'Groei als kans voor de stad'

Op 29 september 2020 is de woonvisie 'Groei als kans voor de stad' vastgesteld. De Woonvisie geeft een actuele kijk op het wonen in Schiedam en beschrijft de koers die de gemeente de komende 20 jaar wil volgen. De belangrijkste ambities van de Woonvisie zijn: groei als kans voor de stad, wooncarrière voor alle Schiedammers, passende en herkenbare woonmilieus, passende woningen, groei van de kwaliteit van de woningvoorraad en de leefomgeving, een veilige en leefbare woonomgeving en verduurzaming van de bestaande bouw en nieuwbouw. Om deze ambities te realiseren gaat de Woonvisie uit van:    

het toevoegen van 6.000 woningen en het vervangen van 1.000 woningen tot 2030; het realiseren van 2.000 passende woningen voor senioren; het gelijk houden van de sociale woningvoorraad (niveau 2018); versterken particuliere woningverbetering, inclusief verduurzamen bestaande woningen.

Schiedam heeft de ambitie om de komende jaren belangrijke tekorten aan passende woningen aan te vullen en daarnaast de sociale voorraad in absolute aantallen gelijk te houden. Het doel is dat er voldoende passende woningen beschikbaar komen om een wooncarrière in Schiedam te kunnen maken. De behoefte bestaat met name uit meer verschillende typen woningen voor Schiedammers die willen doorstromen binnen Schiedam, maar ook het toevoegen van woningtypen die momenteel nog ontbreken in Schiedam. Om in deze behoefte te voorzien zullen binnen de stad aantrekkelijke nieuwe woongebieden worden ontwikkeld, waardoor het woningaanbod afwisselender wordt en de kwaliteit van de leefomgeving stijgt.

Afbeelding 3.1: Projecten uit de Woonvisie met als project 7 de Nolenlaan 99.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

22

Toetsing Voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de ambitie om tot 2030 6.000 woningen toe te voegen. In de woonvisie zijn een aantal kenmerken opgenomen waar nieuwe woningen aan moeten voldoen, zoals duurzaam, goede woonkwaliteit en een minimale grootte van 70 m2. Het plan voorziet in een mix van woningen, voor verschillende doelgroepen. De grootte van de appartementen en rijwoningen varieert tussen de 70 en de 90 m2. De woningen zullen voldoen aan de wettelijke duurzaamheidseisen en er wordt in het plan ruimschoots aandacht besteed aan biodiversiteit, klimaatadaptie en sociale veiligheid. dNK is een gezonde wijk, die haar bewoners uitdaagt om buiten te zijn, te spelen en te sporten. Hiermee wordt een sociaal veilige woonomgeving gecreëerd. Daarnaast hebben alle woningen een eigen balkon of Delftse stoep en bevindt tussen blok A en B zich een collectief hof. De toekomstige woningen voldoen aan de kenmerken en het plan past binnen de kaders uit de woonvisie. 3.3.3

Klimaatbeleid 'Een wereld te winnen'

Het klimaatbeleid heeft twee invalshoeken: klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. Mitigatie richt zich op het aanpakken van de oorzaken van klimaatverandering. Adaptatie accepteert klimaatverandering en richt zich op aanpassen van de omgeving aan de gevolgen daarvan. Op 3 november 2020 heeft de gemeenteraad het klimaatbeleid 'Een wereld te winnen' vastgesteld. Het Klimaatbeleid bouwt voort op de weg die is ingeslagen met het Programma Duurzaamheid en het Klimaatbeleidsplan 2016-2020. De ambitie is om de uitstoot van broeikasgassen verder te verminderen en de stad voor te bereiden op de energietransitie. Op 12 maart 2019 heeft de gemeenteraad het Klimaatadaptatieplan Schiedam vastgesteld, waarin de ambitie is vastgelegd dat de stad in 2050 klimaatbestendig en water robuust is ingericht. De belangrijkste doelstellingen uit beide nota's zijn:     

49% minder uitstoot van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990; in 2050 is Schiedam CO2-neutraal; iedereen kan meedoen in de energietransitie; Schiedam is voorbereid op extreme weersomstandigheden; het vergroten van de biodiversiteit en het versterken van de ecologische waarde in en buiten Schiedam.

Om deze doelstellingen te bereiken wordt voor wat betreft klimaatmitigatie verder ingezet op de toepassing van zonne-energie, met als ambitie om in 2030 op 40% van de daken zonnepanelen te hebben. Ook is er ruimte voor andere vormen van hernieuwbare energievoorziening, zoals windenergie, warmtepompen en warmte-koude opslag. De ambities zijn er op gericht om in 2050 voor wat betreft de woningen volledig aardgasvrij te zijn. Voor nieuwbouw en bij herstructurering geldt daarbij dat voldaan moet worden aan de wettelijke BENG-normen ten aanzien van de maximale energiebehoefte, het maximale primair fossiele energiegebruik en het minimale aandeel hernieuwbare energie. Daarnaast geldt dat zoveel als mogelijk gebruik gemaakt wordt van circulaire materialen, waarbij bijvoorbeeld aandacht is voor materiaalregistratie, losmaakbaarheid, biobased en non-virgin. Toetsing In dNK worden de wettelijke normen ten aanzien van energiezuinigheid - die vanaf 2021 ondergebracht zijn in BENG-normen - gehanteerd. Het beoogde warmtesysteem is een warmte-koude opslag (wkosysteem). Het hemelwater wordt in het gebied opgevangen en gebruikt voor de groene ambities. Met bomen en beplanting en het verminderen van de verharding kan de hittestress in het gebied worden voorkomen. Voor het tegengaan van hittestress wordt ingezet op een fijnmazige verspreiding van het groen.

Daken, gevels en buitenruimte worden in dNK robuust en met oog voor ecologische kwaliteit ingericht. Biodiversiteit zit in vele facetten binnen het plan: in onderwatermilieus, op het land, op verticale gevels Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

23

en op daken. Fietsen, wandelen, OV, etc., vormen de basis voor ontwikkeling. De woningen voldoen aan hoge eisen voor wat betreft energetische duurzaamheid. dNK is een gezonde wijk, die haar bewoners uitdaagt om buiten te zijn. In dNK wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van hergebruikt materiaal. De duurzaamheidsambities binnen het plan zijn nader uitgewerkt in paragraaf 4.13. 3.3.4

Hoogbouwvisie

In 2008 is de Hoogbouwvisie Schiedam vastgesteld. De grootstedelijke opgave waar Schiedam voor staat richt zich minder op verdere stedelijke uitbreiding en meer op stedelijke herontwikkeling en herstructurering binnen haar gemeentegrenzen. Bij deze stadsvernieuwing komt regelmatig de wens tot hoogbouwinitiatieven vanuit de markt naar voren. De nota is bedoeld om de vraag naar hoogbouw te structureren. Daarbij is een drietal opgaven te onderscheiden: versterken van de eigen identiteit van Schiedam, Schiedam in een dynamisch evenwicht en de groenblauwe slinger van Midden-Delfland naar de Nieuwe Maas. Binnen de visie wordt hoogbouw als volgt gedefinieerd: 'Hoogbouw is gestapeld programma van woningbouw, kantoren en bedrijvigheid'. In de Hoogbouwvisie is een onderscheid gemaakt naar drie categorieën: samenhang (hier is de hoogte van de hoogbouw niet hoger dan 5/3 van de gemiddelde hoogte), onderscheid (de hoogte ligt tussen 5/3 en 8/3 van de gemiddelde hoogte) en overstijging (de hoogte is meer dan 8/3 van de gemiddelde hoogte). Veel van de bestaande vooroorlogse, maar ook naoorlogse wijken kennen een gemiddelde hoogte van drie à vier bouwlagen. En in wijken als Nieuwland en Groenoord, die een hogere gemiddelde hoogte kennen, wordt bij de herontwikkeling van die wijken wederom teruggegrepen naar diezelfde bouwhoogte van drie à vier lagen.

Binnen Schiedam is de grens waarbinnen hoogbouw zich nog binnen de gemiddelde hoogte van haar omgeving voegt, bepaald op acht lagen. Met dit gegeven is het mogelijk de visie op hoogbouw binnen Schiedam te verdelen in een tweetal schaalniveaus: het stedelijk niveau en het niveau van de wijken en buurten. Op het niveau van wijken en buurten speelt hoogbouw een rol in de leesbaarheid binnen de wijken en buurten en is sterk gerelateerd aan de karakteristiek en gemiddelde hoogte van die omgeving. Het versterkt de oriëntatie binnen het stedelijk weefsel en zoekt de aansluiting met de verschijningsvorm van haar directe omgeving. Het biedt een bijdrage in de oriëntatie ten opzichte van waar men is in de stad, hoe het stedelijke weefsel te lezen, hoe wijk- en buurtstructuren in elkaar zitten en waar bijzonder programma als winkels, metrostations en voorzieningen binnen dat weefsel logisch te vinden zijn. Toetsing Voor wat betreft het plangebied wordt getoetst aan het niveau van de wijken en buurten. Hoogbouw op het niveau van de wijken en buurten heeft minder de nadruk op het profileren van de stad naar buiten. Hier ligt het doel meer in de leesbaarheid van de bebouwingsstructuur, de oriëntatie binnen de stad, het aangeven van specifiek programma als winkels of voorzieningen en het benadrukken van het herkenbare karakter van de wijk.

Daarom is de hoogte van hoogbouw op het niveau van de wijk ook beperkt tot acht lagen. Het plangebied valt binnen de wijk 'Nieuwland'. Nieuwland is gebouwd net na de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de woningbehoefte uit die tijd bestaat de wijk hoofdzakelijk uit stempels van portiekflats van vier lagen, afgewisseld met hogere flats. Nieuwland is een herstructureringswijk. Een aantal buurten binnen de wijk zijn al geherstructureerd, waarbij met name grondgebonden woningen en woontorens zijn terug gebouwd. De komende jaren zal dit proces zich voortzetten.

Bestemmingsplan De Nieuwe Kethelpoort Toelichting Vaststelling

24

Het plangebied grenst aan het metrostation Parkweg. Hoogbouw wordt hier in de visie gezien als een kans. De ontwikkeling voorziet verschillende bouwhoogtes, de hoogte van de bebouwing is afgestemd op de hoogte van de omgeving: van 3 tot 7 bouwlagen hoog aan het water. De bebouwing van dNK voegt zich in de omgeving en voldoet aan de genoemde verhoudingen uit de Hoogbouwvisie én het aantal bouwlagen dat voor de wijken en buurten voorstelbaar wordt geacht. Er is rekening gehouden met de massa-opbouw en bouwhoogte, om een vriendelijke en geleidelijke overgang met de aangrenzende woningen te creëren. De hoogste gebouwen staan aan de Singel (zuidwestzijde) en vormen het gezicht naar de omgeving. Hiermee is het plan passend binnen de hoogbouwvisie. 3.3.5

Molenbeleid 2003

De gemeenteraad heeft op 15 september 2003 de nota 'Molenbeleid Schiedam' vastgesteld. De nota heeft tot doel de vijf Schiedam kenmerkende stellingmolens, de hoogste stellingmolens in de wereld, te beschermen tegen ontwikkelingen in de omgeving die de vrije windvang en het uitzicht op de molens kunnen beperken. Op grond van het Schiedamse molenbeleid geldt dat binnen een straal van 100 meter van de molen geen nieuwe bebouwing mag worden opgericht of beplanting mag worden aangebracht welke hoger is dan de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen. Binnen een straal van 100 tot 400 meter is geen nieuwe bebouwing of beplanting toegelaten welke hoger is dan de hoogte van de verticaal staande wiek vermeerderd met 1/50ste van de afstand tussen de bebouwing en beplanting en de molen. Deze bepaling vormt een aanscherping van de provinciale norm, welke uitgaat van 1/30ste van de afstand. Afgeweken kan worden van het molenbeleid indien voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening en de Stichting Schiedamse Molens om advies is gevraagd. Toetsing De afstand van de ontwikkeling tot de maatgevende molen De Vrijheid is 208 meter. Dit betekent dat volgens de regels een maximale bouwhoogte van 22,8 meter ten opzichte van NAP is toegestaan. Het dakvlak van alle gebouwen is lager dan de maximale hoogte (maximaal 22,8 meter t.o.v. NAP) op basis van de afstand tot de molen.

Hiermee voldoet de hoogte van het dakvlak aan de nota 'Molenbeleid Schiedam'. 3.3.6

Welstandsnota

De gemeente Schiedam heeft in 2004 een welstandsnota vastgesteld zoals aangegeven in de wet. Hierin zijn beoordelingskaders opgenomen voor gebieden en objecten, die hun grondslag vinden in de samenhang van het bebouwingsbeeld, stedenbouwkundige kenmerken en landschappelijke structuren. In 2019 is de welstandsnota herzien. Het doel van de herziening is het actualiseren en waar mogelijk vereenvoudigen van het welstandsbeleid. Hierbij wordt aangesloten op de landelijke en gemeentelijke trend van het verminderen van regeldruk in combinatie met meer vrijheid en verantwoordelijkheid voor de burger. Toetsing Het plangebied kent in de welstandsnota het welstandsniveau 'Vrij (behoudens uitzonderingen)'. In de gebieden met dit niveau is de wens van de raad om zoveel mogelijk vrij te geven vertaald in een minimale toets. Nieuwbouwplannen en herontwikkelingsprojecten vereisen echter een bijzondere inzet. De welstandsnota bevat echter geen welstandscriteria voor grotere (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. Dit is het geval indien sprake is van een functiewijziging ten opzichte van de gebiedenkaart waarbij de gebiedsgerichte welstandscriteria voor het betreffende gebied niet toereikend zijn voor een goede beoordeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12845940/1