CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2022 versie 2

Gemeenteraad 9 november 2021, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit Begroting 202238.670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De focus ligt hierbij op verschillende groepen, namelijk: kinderen, senioren en hun kringen (25-60 jaar) en ondernemers. Bewustwording en kennis delen staat centraal in de aanpak.

Programma Overheid in balans Prestatie 1

Prestatie 2

Fysieke veiligheid

Veiligheidsbeleving

• Inzet bij crises, ambulancezorg en brandweerzorg worden op het huidige hoge kwaliteitsniveau gecontinueerd.

Veiligheid kent een objectieve kant en een subjectieve. Investeren in objectieve veiligheid gebeurt op basis van analyses en waarnemingen. De mate waarin deze interventies leiden tot de verbetering van veiligheidsgevoelens bij inwoners wordt ook bepaald door andere factoren. De objectieve veiligheid en de veiligheidsbeleving ontwikkelen zich niet altijd in dezelfde richting. Dit spanningsveld is communicatief een grote uitdaging. Communicatie is een belangrijk hulpmiddel om zichtbaar te maken welke interventies worden gepleegd om Schiedam veiliger te maken en wat de betekenis daarvan is voor de inwoners van Schiedam. Het is de kwaliteit van de interventies die het objectieve effect bepaalt. De toegevoegde waarde van communiceren is om die resultaten ook zichtbaar te maken en te vertalen naar de persoonlijke situatie van mensen. Daarmee wordt geïnvesteerd in de subjectieve veiligheid.

De corona-pandemie heeft duidelijk gemaakt dat de gemeente niet alleen op klassieke rampen of crises voorbereid moet zijn, maar ook op een langdurige crisis. Hier zullen we dan ook rekening mee houden bij het opleiden, trainen en oefenen van de crisisorganisatie. Binnen de Veiligheidsregio wordt uitgebreid stilgestaan bij allerlei ontwikkelingen op het gebied van klimaat, techniek, wet- en regelgeving en welke invloed dit heeft op de vergunningverlening en incidentbestrijding. De focus ligt op een veilige leefomgeving waarbij niet alleen de fysieke veiligheid een rol speelt maar ook de omgevingsveiligheid en de digitale cyberveiligheid. Er is geconstateerd dat de personele en materiele capaciteit onder druk staan en de ontwikkelingen op het gebied van elektrisch vervoer en zonne-energie een nieuwe aanpak van incidentbestrijding vergen. Het Algemeen Bestuur heeft inmiddels een vervolgstap gezet door het instellen van een bestuurlijke werkgroep die een nadere invulling moet gaan geven aan de doorontwikkeling van de Veiligheidsregio RotterdamRijnmond. Ook de burgemeester van Schiedam maakt hier deel van uit. Het advies van deze werkgroep en de besluitvorming hierover in de Veiligheidsregio kan effect hebben op de financiële bijdrage van de gemeenten. Hierover is echter nog geen duidelijkheid. Dit zal mogelijk nog wel effect op de begroting kunnen hebben.

§ Paragrafen € Programma Prestatie 3

Prestatie 4

Begroting 2022 Prestatie 5

Prestatie 6

Prestatie 7

72

Prestatie Veiliger Schiedam door te werken aan een schone, veilige en leefbare stad

Prestaties

Nulmeting

Doel 2022

5. Objectieve Veiligheidsgegevens

7,4 (2017)

7,6

6. Veiligheidsbeleving

6,3 (2017)

6,5

7. Woonoverlast

6,6 (2017)

6,7

Meetinstrument

Objectieve Veiligheidsgegevens

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid Schiedam

2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Toelichting Jaarlijks meten we: de objectieve veiligheidscijfers, de woonoverlast, het veiligheidsgevoel in de eigen wijk en buiten de eigen wijk en de als meest onveilig ervaren plekken. De Monitor Leefbaarheid en Veiligheid Schiedam met uitgebreide enquête heeft in het jaar voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen, 2021, plaatsgevonden (onderlegger voor nieuw coalitieakkoord).

Diefstal

5,8

6,2

6,7

5,8

6,6

7,2

6,7

7,0

7,4

7,1

7,2

Inbraak

5,7

6,6

6,4

5,5

7,0

6,8

6,9

7,4

7,9

8,1

8,2

Geweld

6,9

6,9

7,0

7,4

7,4

7,2

7,3

7,3

7,5

7,3

7,3

Vernieling

6,9

6,2

6,3

6,7

7,0

7,5

7,5

7,8

7,8

8,0

7,8

Objectieve Veiligheidscijfers

6,3

6,5

6,6

6,4

7,0

7,2

7,1

7,4

7,7

7,6

7,6

Indicator objectieve Veiligheidscijfers De ontwikkeling van het totaal aantal misdrijven in Schiedam vertoont na jaren een dalende lijn te hebben gehad, een geringe stijgende lijn. Het doel voor de komende jaren is om ervoor te zorgen dat deze trend zich niet voortzet, maar dat er weer een daling van het totaal aantal misdrijven is. De aangiftes worden onderverdeeld in 4 hoofdcategorieën: diefstal, inbraak, geweld en vernieling. Vervolgens worden de gegevens weergegeven in een gemiddeld rapportcijfer.

Programma Overheid in balans Prestatie 1

Prestatie 2

Meetinstrument: Misdrijvenregistratie Politie Rijnmond-Noord

Subjectieve Veiligheidsgegevens

Veiligheidsbeleving

Nulmeting

2019

Doel 2022

6,3 (2017)

6,5

6,5

§ Paragrafen € Programma Prestatie 3

Prestatie 4

Begroting 2022 Prestatie 5

Prestatie 6

Prestatie 7

73

Indicator Woonoverlast

verbetering en leefbaarheid en veiligheidsbeleving van de Schiedammers. De concrete maatregelen zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid, het uitvoeringsprogramma Woonoverlast en het uitvoeringsprogramma Ondermijning.

Om de effecten van de bestrijding van woonoverlast te kunnen monitoren, is een indicator ontwikkeld die bestaat uit overlastproblematiek die onder meer te maken heeft met jongeren, geluid van omwonenden, lawaai op straat, overlast zwervers etc. De uitkomst wordt weergegeven in de vorm van een samengesteld rapportcijfer.

Verbonden Partijen  eiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, ambulances en V brandweerzorg, gemeenschappelijke regeling.

Tabel indicator Woonoverlast bevolkingsonderzoek Leefbaarheid & Veiligheid

Indicator Woonoverlast

2009

2012

2015

2017

2019

Overlast van groepen jongeren

5,5

6,0

6,2

5,8

6,3

Geluidsoverlast door omwonenden

7,1

6,2

6,1

5,7

5,7

Lawaai op straat

6,3

6,3

6,3

5,8

5,9

Overig overlast door omwonenden

7,7

7,1

7,1

6,6

6,6

Andere vormen van geluidsoverlast

7,2

7,2

7,2

6,6

7,0

Overlast van zwervers / daklozen

9,1

9,2

9,2

9,1

8,8

Totale score Woonoverlast

7,2

7,0

7,0

6,6

6,7

2021

Het uitvoeringsprogramma Woonoverlast ziet met name op de onderdelen geluidsoverlast door omwonenden en overige overlast door omwonenden.

- Jongeren met jeugdreclassering

BBV indicatoren:

Preventief en repressief beleid op het gebied van persoonsgerichte aanpak, woonoverlast, aanpak criminaliteit, openbare orde en handhaving, aanpak jeugd, bedrijvigheid, fysieke veiligheid, ondermijning en radicalisering en polarisatie. De aanpak van ondermijning (zowel door criminaliteit als door ondemocratische gedragingen) en woonoverlast zijn belangrijke onderdelen van het veiligheidsbeleid en moeten bijdragen aan

- Verwijzingen Halt - Harde kern jongeren - Winkeldiefstallen - Geweldsmisdrijven - Diefstallen uit woning - Vernieling en beschadiging in de openbare ruimte - Jongeren met delict voor de rechter

Programma Overheid in balans Prestatie 1

Prestatie 2

Wat doen we om dit te bereiken (activiteiten globaal en verwijzingen naar uitvoeringsprogramma’s)

Kaderstellende beleidsnota’s • Kadernota Integrale Veiligheid 2021 • Beleidsplan VRR 2018-2021 (2017) • Strategische thema’s veiligheid 2019-2022 politie eenheid Rotterdam (2018) • Actualisatie Horecabeleid (2017) • Nota Schiedams Prostitutiebeleid (2016) • Coffeeshopbeleid (2021) • Damoclesbeleid gemeente Schiedam 2014

§ Paragrafen € Programma Prestatie 3

Prestatie 4

Begroting 2022 Prestatie 5

Prestatie 6

Prestatie 7

74

Algemene dekkingsmiddelen

8% van de totale begroting is bestemd voor programma Algemene dekkingsmiddelen

Totaal lasten € 26,0 miljoen

Totaal baten € 191,2 miljoen

Algemene dekkingsmiddelen Overhead De wijze waarop de gemeente in financiële zin omgaat met overhead is bepaald via “notitie overhead” van de Commissie BBV. Hierin is vastgelegd welke organisatiekosten direct dan wel indirect (dus overhead) zijn. Tot de overhead behoren de loonkosten van medewerkers die niet direct aan het primaire proces bijdragen, zoals: directie, management, concernstaf, bestuursadviseurs, secretariaten en alle bedrijfsvoeringfunctionarissen (personeel en organisatie, interne opleidingen, ICT, informatiemanagement, financiën, control, communicatie, juridische zaken, facilitaire zaken). Ook andere indirecte kosten en ook de opbrengsten van huisvesting, ICT en detachering van personeel behoren tot de overhead. De kosten van personeel dat direct werkt aan gemeentelijke producten (zoals bijvoorbeeld reisdocumenten, vergunningen, belastingen, beheer van de openbare ruimte en stadstoezicht) zijn op het betreffende taakveld begroot. De hoogte van de organisatiekosten wordt bepaald door lokale keuzes. De organisatiecultuur, het dienstverleningspakket, de verwachte kwaliteit en de daarvoor benodigde middelen zijn bepalend. In Schiedam bedraagt de overhead, berekend volgens de voorgeschreven BBV-definitie, € 24,7 miljoen op een totaal van € 50,6 miljoen aan netto-organisatiekosten. In 2021 bedroeg de overhead nog € 26,3 miljoen.

De overhead is lager geworden door de geplande overdracht van bedrijfsvoeringstaken hosting naar Stroomopwaarts per 1 januari 2022. Hierdoor zijn de bedrijfsvoeringkosten van Stroomopwaarts vanaf 2022 opgenomen in Programma

Algemene dekkingsmiddelen

Mens en stad in beweging, op de taakvelden waar Stroomopwaarts actief is.

Treasury Het positieve resultaat op treasury wordt vooral veroorzaakt door de bespaarde rente op eigen financieringsmiddelen.

OZB en overige belastingen

Overige baten en lasten Onder de overige baten en lasten is voor de post onvoorzien een bedrag van € 0,5 miljoen opgenomen.

Mutaties reserves Voor wat betreft de mutaties in de reserves wordt verwezen naar het overzicht ‘reserves: beginstanden en mutaties 20222025’ wat verderop in deze begroting is opgenomen.

Voor een toelichting op de belastingopbrengsten wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen.

Algemene uitkering De algemene uitkering uit het gemeentefonds en de uitkering uit het deelfonds sociaal domein zijn geraamd op basis van de meicirculaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Daarnaast is, conform de begrotingsrichtlijnen van de provincie, het financiële effect van de komende herziening van het Gemeentefonds verwerkt vanaf boekjaar 2023. Dit heeft voor Schiedam een nadelig geprognosticeerd effect van € 880.000. Hierbij is rekening gehouden met een onzekerheidsfactor. Het werkelijke effect van de herziening is op dit moment nog onbekend en is van besluitvorming afhankelijk. Voor 2022 is de algemene uitkering begroot op € 168,5 miljoen.

Vennootschapsbelasting Wij gaan ervan uit dat onze activiteiten vallen onder de noemer van “normaal vermogensbeheer”. Dit is niet onderworpen aan de vennootschapsbelastingplicht. In die lijn is voor de vennootschapsbelasting geen raming opgenomen.

§ Paragrafen € Programma

Kaderstellende beleidsnota’s • Kadernota Financieel Beleid (2016) • Financiële Verordening (2017) • Nota investeren, waarderen en afschrijven (2014)

Begroting 2022 76

Overzicht algemene dekkingsmiddelen Bedragen x 1.000

Bedrag werkelijk 2020

Bedrag begroot 2021

Bedrag begroot 2022

Taakveld

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Overhead

2.607

-31.139

-28.532

1.976

-29.219

-27.243

1.888

-26.628

-24.740

Treasury

44.419

5.803

50.223

4.084

2.379

6.464

4.739

2.834

7.573

OZB Woningen

7.435

-761

6.674

7.546

-784

6.762

7.800

-814

6.986

OZB Niet woningen

8.058

-272

7.786

7.953

-184

7.768

7.855

-189

7.666

Belastingen overig

393

-13

380

389

-131

258

350

-134

216

154.706

-

154.706

161.349

-

161.349

168.537

-

168.537

2.884

-160

2.724

-

-429

-429

-

-1.059

-1.059

-

-84

-84

-

-

-

-

-

-

Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Overige baten en lasten Vennootschapsbelasting (VPB)

Totale baten en lasten Mutaties reserves

Resultaat

220.501 7.992

228.493

-26.625 193.876 183.297

-28.368 154.928 191.169

-55.921

-34.037

-47.929

32.114

-82.546 145.948 215.410

Algemene dekkingsmiddelen

-1.923

14.317

-62.405 153.005 205.486

§ Paragrafen € Programma

-25.990 165.179 -8.773

5.544

-34.763 170.723

Begroting 2022 77

Paragrafen Bedrijfsvoering

Onderhoud kapitaalgoederen

Financiering

Grondbeleid

Lokale heffingen

Verbonden partijen

Weerstandsvermogen, risicobeheersing en financiële positie

Verstrekken van subsidies

§ Paragrafen € Financiële begroting 2022

Begroting 2022

78 78

Paragraaf Bedrijfsvoering P&O (incl. Talent en HRD) Leren en ontwikkelen In 2021 is het loopbaanadviescentrum Talent MVS ontvlochten. Een deel van de werkzaamheden van het loopbaanadviescentrum is ondergebracht bij P&O. Door deze inbedding kan beter ingespeeld worden op de specifieke vragen en behoeften t.a.v. begeleiding van medewerkers. Zo is de begeleiding bij verplichte trajecten, zoals bij ziekte en WW, geïntensiveerd. Voor 2022 wordt onderzocht hoe het aanbod ten behoeve van het vergroten van inzetbaarheid van medewerkers kan worden uitgebouwd. Het optimaal benutten van het in de organisatie aanwezige talent (talentmanagement) en het ondersteunen van medewerkers in het op peil houden van hun duurzame inzetbaarheid zijn daarbij belangrijke speerpunten. Dit is een gedeelde verantwoordelijkheid van werkgever en werknemer en vraagt om doorlopende aandacht. Daarnaast is het ontwikkelgerichte aanbod van de Schiedam Campus en Talent samengevoegd in één nieuw digitaal portaal. Hierdoor is de herkenbaarheid en vindbaarheid voor medewerkers verbeterd. In coronatijd is de nadruk komen te liggen op onlinetrainingen en opleidingen. Hoewel in 2022 het zwaartepunt weer op de klassikale trainingen komt te liggen, zal het online aanbod blijven bestaan. Qua inhoud van opleidingen is er meer behoefte ontstaan aan specifieke vakgerichte opleidingen, zowel individueel, als in teamverband.

Wat betreft de bedrijfstrainingen, zullen de thema’s participatie, ondermijning en diversiteit een vaste plek krijgen in het aanbod. Integriteit- en dilemmatrainingen blijven daarnaast continue aandacht houden.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2022

Intern Diversiteitsbeleid Verschil is onze grootste overeenkomst en verschil is onze kracht. Door die kracht optimaal te benutten kunnen we de opgaven in de stad zo goed mogelijk het hoofd bieden. In 2021 zijn we daarom gestart met het uitrollen van een reeks activiteiten uit ons interne diversiteitsbeleid. Hierbij kun je denken aan neutralere vacatureteksten, diversiteit in onze arbeidsmarktcommunicatie, objectievere selectiemethoden en het benutten van diverse wervingskanalen. De succesfactoren naar aanleiding van deze verschillende acties hebben het doel om in 2022 te komen tot een vernieuwd werving- en selectiebeleid. Een ander belangrijk speerpunt uit ons diversiteitsbeleid is het bewerkstelligen van een veilig en inclusief werkklimaat. Hiertoe is 2021 gestart met diversiteitstrainingen welke voortgezet zullen worden in 2022. Tot slot wordt in 2022 een “inclusiviteitsmonitor” ingezet om te meten hoe inclusief we zijn om op basis daarvan verdere interventies te doen.

In 2022 zal worden gestart met de vernieuwing van het werkplekconcept zodat dit beter aansluit bij de huidige manier van werken: meer digitaal, minder papier, flexibele inzet van medewerkers (deels thuiswerken). Voor 2022 worden onze medewerkers zoveel mogelijk gefaciliteerd in het “nieuwe” werken. De thuiswerkvergoeding en thuiswerkfaciliteiten zijn punten die op de agenda staan van de Cao-onderhandelingen.

Risicomanagement

“Nieuwe” werken

De evaluatie van de huidige werkwijze is afgerond. Een belangrijke bevinding uit de evaluatie is dat er geen algemeen kader is voor de wijze waarop risico’s geïdentificeerd moeten worden. Ook de accountant heeft in de managementletter 2020 opmerkingen gemaakt over de wijze van bepaling en registratie van risico’s. Er is een helder gedefinieerd beleid en vastgestelde werkwijze nodig die recht doet aan de breedte en de diepgang van de aanpak en uitvoering van risicobeheersing, ingebed in een risicobewuste en transparante cultuur.

Ook in 2021 heeft het grootste deel van onze medewerkers thuis gewerkt. Afhankelijk van landelijke ontwikkelingen zullen we in 2022 meer op kantoor kunnen komen voor ontmoetingen en andere werkzaamheden. Hoewel het thuiswerken verder gestimuleerd zal worden, zien we het werken op kantoor nog steeds als basis. Dit omdat we geloven in het belang van ontmoeten en samenwerken voor een groter werkplezier en een hogere kwaliteit van de diensten die we als gemeentelijke organisatie leveren. Ook in de plannen voor de herinrichting en verbouwing van het Stadskantoor, wordt rekening gehouden met andere werkvormen, waarbij het Stadskantoor veel meer zal veranderen in een ontmoetingsplek en vergaderplek.

Vooruitlopend op de door de nieuwe raad vast te stellen Kadernota Risicomanagement zijn voor 2022 de volgende uitgangspunten geformuleerd: - bij ieder raadsvoorstel worden bijbehorende risico’s aan de raad gemeld. - met de voortgangsrapportages IUPB en de kwartaalrapportages grondexploitaties wordt de raad geïnformeerd over die risico’s. - ieder kwartaal worden alle overige risico’s geïnventariseerd en integraal afgewogen. De raad wordt twee keer per jaar hierover geïnformeerd bij de begroting en de jaarstukken.

Begroting 2022

79 79

Daarnaast werken we in 2022 verder aan de vernieuwde werkwijze en een kadernota risicomanagement die we door de nieuwe raad laten vaststellen.

ICT Digitalisering is niet meer weg te denken in de dienstverlening, zowel intern als extern. Ook de manier waarop gewerkt wordt, verandert snel, mede geïnitieerd door de coronaperiode. Er wordt meer thuisgewerkt en veel dienstverlening is versneld gedigitaliseerd. Deze trend zal ook in 2022 doorzetten. De nadruk zal liggen op de instandhouding van de bestaande dienstverlening waarbij bijzonder aandacht is voor zaken als informatiebeveiliging en privacy. De ontwikkeling waarop meer en meer applicaties vanuit het internet beschikbaar komen zal verder vormgegeven worden. Er zijn hiervoor al eerste grote stappen gezet (onder andere op het gebied van kantoorautomatisering). Maar meer en meer softwareleveranciers maken deze stap en die zullen we nadrukkelijk moeten volgen. Dit zal in 2022 een forse inspanning vergen. We initiëren niet zelf grote innovaties, maar gebruiken de oplossingen die elders hun nut bewezen hebben om stappen vooruit te zetten. We zullen geen koploper zijn in de gemeentelijke overheid maar wel een belangrijke digitale partner voor onze inwoners en bedrijven. Qua begroting blijven we in 2022 op het niveau van 2021. Dat is overigens substantieel lager dan het landelijk gemiddelde. Extra investeringen betreffen met name het nieuwe werken en deze worden ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.

Informatieveiligheid en privacy Informatieveiligheid en bescherming van persoonsgegevens is meer dan ooit van belang. Bedreigingen nemen toe. Nieuwe technologieën zoals cloud computing of de combinatie van cloud met oplossingen “in huis”, de toenemende waarde, complexiteit en omvang van data, op afstand werken en een groeiend aantal hackers en statelijke

§ Paragrafen € Financiële begroting 2022

actoren die onze data bedreigen, vragen steeds meer aandacht. Schiedam groeit mee in deze ontwikkelingen en probeert de data van onze inwoners veilig te houden. College en directie hebben de handschoen opgepakt en werken samen met belanghebbenden, medewerkers en partners aan het veilig, vertrouwd en verantwoord omgaan met gegevens. De kern van de aanpak is het verhogen van kennis en vaardigheden van zowel management als medewerkers op het gebied van informatieveiligheid en privacybescherming. In 2022 wordt een in 2021 gestart bewustzijnstraject voortgezet. Naast bewustwording is kennisvergroting het doel van deze meerjarige campagne. De tweede pijler onder het beveiligingsbeleid bestaat uit technische componenten en organisatorische maatregelen. Voor wat betreft techniek Hierbij wordt geïnvesteerd in veilige e-mail, (proactieve) detectie van bedreigingen, preventief onderhoud en beheer van apparatuur en software, toegangsbeheer tot apparatuur, netwerk en applicaties en inzet van state-of-the-art hulpmiddelen om onrechtmatige toegang tot ons netwerk, oneigenlijke verwerking en diefstal van onze data te voorkomen. De personele drive en inzet om al deze bedreigingen en bewegingen in en om ons netwerk te analyseren is aanzienlijk.

Een derde laag is de permanente aandacht voor verdere beleidsontwikkeling, doorontwikkeling van processen en procedures en het proberen greep te houden op deze ontwikkelingen. Om continue monitoring te kunnen realiseren, is onderwerp van onderzoek welke tooling bij de gemeentelijke doelstellingen aansluit. In 2022 wordt een nieuw beveiligingsplan, gebaseerd op een nieuwe risicoanalyse, met een looptijd van twee jaar vastgesteld. Hierin zijn weer de nodige verbeteracties opgenomen, op technisch, organisatorisch en procedureel gebied. Tenslotte wordt de situatie rondom informatieveiligheid en privacybescherming voortdurend geaudit. Een audit maakt deel uit van de controle in het kader van de jaarrekening,

maar ook van de jaarlijkse cyclus in het kader van ENSIA. ENSIA wordt in 2022 uitgebreid met een zelfevaluatie van de Wet Onroerende Zaken (WOZ). In 2021 is ook een begin gemaakt met de verplichte audit op de uitvoering van de Wet Politie Gegevens (WPG). Deze bestaat uit een jaarlijkse zelfevaluatie en een vierjaarlijkse audit door een onafhankelijk IT-auditor. Hierover wordt gerapporteerd aan het college en aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).

Inkoop en Juridische Zaken Er wordt doorlopend wordt gewerkt aan de verbetering van het inkoopproces. Actueel is bijvoorbeeld het verder op orde brengen van het contractbeheer. Waar eerder een goed inzicht daartoe ontbrak, wordt dit inzicht momenteel projectmatig verkregen en kan in 2022 op basis van dat inzicht beter bezien worden waar inkoopvolumes eventueel meer gebundeld zouden kunnen worden. MVS Inkoop (Europese aanbestedingen) is ontvlochten en het Schiedamse deel is opgenomen in de eenheid Inkoop, verantwoordelijk voor de begeleiding van alle soorten aanbestedingen en faciliteren van inkoopgerelateerde processen. Inkoop Schiedam is medio 2021 organisatorisch samengevoegd met Juridische Zaken. Vanuit het team Juridische Zaken en Inkoop zal in 2022 verder worden gewerkt aan de professionalisering van de Inkoop: verantwoord (klein) percentage onrechtmatige aanbestedingen, goed ontsloten contracten, raamcontracten waar mogelijk, verdere integratie/afstemming van processen van inkoop en de daaraan gerelateerde processen (denk aan het inkoopsysteem en de verplichtingenadministratie). Juridische Zaken bereidt zich samen met ander teams voor op de invoering van de Wet Open Overheid (WOO) die naar verwachting medio 2022 in werking zal treden de Wet openbaarheid van bestuur zal gaan vervangen.

Ook pakt het team in 2022 het interne juridisch trainingsprogramma weer op om de juridische bewustwording van de collega’s van de andere teams verder te vergroten en de juridische kwaliteit van het werk verder

Begroting 2022

80 80

te vergroten. Dit heeft in verband met de coronaperiode tijdelijk minder aandacht gekregen, maar wordt weer geïntensiveerd (met trainingen in o.a. algemeen privaatrecht, contractenrecht staats- en bestuursrecht, Wob/WOO, klachtenrecht). In 2022 zal ook de Schiedamse huisadvocatuur verder zijn beslag krijgen. Schiedam heeft sinds 2021 een advocaat in loondienst. Met diens aanwezigheid in huis kunnen collega’s eenvoudige en snel de advocaat raadplegen, die hen helpt rechtszaken te voorkomen of die eventuele rechtszaken zelf kan doen. In 2022 en 2023 wordt nader bekeken hoe dit nieuwe ‘instituut’ van de advocatuur loopt en wordt nader besloten of hiermee wordt doorgegaan en of uitbreiding aan de orde is.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2022

Begroting 2022

81 81

Paragraaf Financiering Inleiding

Kaders 2022

Deze paragraaf geeft weer hoe de financieringsfunctie (het stelsel van leningen, beleggingen en garanties) van de gemeente is ingericht. Tevens worden in deze paragraaf de risico’s rond het liquiditeitsbeheer genoemd. Risico’s op het gebied van budgetbeheersing zijn opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Tenslotte wordt inzichtelijk gemaakt wat de verwachte rentelasten zijn en hoe deze aan de taakvelden worden toegerekend (zoals in het BBV is aangegeven).

Treasury is aan diverse regels gebonden. Deze zijn vastgelegd in verschillende wetten (bijvoorbeeld de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) en de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Schatkistbankieren). Daarnaast heeft Schiedam verdere regels vastgelegd in het Treasurystatuut 2011. Ook is het BBV gewijzigd waardoor er voor bespaarde rente en de grondexploitaties andere percentages gelden, dan de omslagrente. De BBV-‘proof’ kaders voor 2022 zijn als volgt:

Financieringsfunctie

• rentepercentage van 1,5% voor nieuw aan te trekken langlopende leningen; • rentepercentage van 2,5% voor de omslagrente; • rentepercentage van 2,5% voor de bespaarde rente op eigen vermogen en vooruitontvangen erfpachtsommen; • rentepercentage van 1,6% toe te rekenen aan grondexploitaties; • er wordt een maximale lange financieringsbehoefte verwacht van € 54,1 miljoen; • de financieringsactiviteiten zijn gebaseerd op actuele liquiditeitsprognoses en rentevisie; • de ontwikkelingen op de markten en van de economie worden elk kwartaal gevolgd in het treasuryberaad en de rentevisie wordt zo nodig hierop geactualiseerd; • de gemeente voert een risicomijdend beleid; • een tussentijdse overschrijding van de kasgeldlimiet is toegestaan gedurende maximaal twee achtereenvolgende kwartalen. Na deze periode moet de financieringsbehoefte ingevuld worden met langlopende financieringsmiddelen; • bij het aantrekken van langlopende leningen wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van leningen zonder tussentijdse optie tot renteherziening;

De financieringsfunctie (ofwel treasury) van de gemeente draagt er zorg voor dat de gemeente te allen tijde aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen. De gemeentelijke uitgaven en inkomsten lopen niet synchroon in de tijd. Hierdoor is doorlopend sprake van een tijdelijk tekort of tijdelijk overschot aan financiële middelen. Een project kan eerder of later van start gaan, een grondexploitatie kan een ontwikkeling laten zien doordat gronden worden verkocht of belastingopbrengsten kunnen ineens of verspreid over een aantal maanden worden ontvangen. Dit zijn slechts enkele voorbeelden. Doel van treasury is het tijdig opheffen van het tekort of het overschot door te lenen dan wel door het uitzetten van middelen. Dit gebeurt tegen zo laag mogelijke kosten en zo hoog mogelijke opbrengsten. Uitgangspunt hierbij is altijd dat geen onaanvaardbare risico’s worden gelopen. Waar rendement en risico’s knellen, zal voor de behoudende optie gekozen worden.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2022

• aantrekken van langlopende leningen vindt plaats met inachtneming van het meerjarige aflossingsschema. • eventuele tijdelijke overschotten worden, met inachtneming van het risicobeheer, uitgezet binnen de kaders die het Schatkistbankieren hier aan stelt.

Rentevisie en liquiditeitsprognose De gemeente werkt met een Meerjarenliquiditeitsprognose (MJLP). Deze prognose bevat alle geldstromen van de gemeente, de reguliere exploitatie, investeringen, grexen en financiering (rente en aflossingen). Op basis hiervan is het volgende meerjarige beeld ontstaan:

Tabel meerjarenliquiditeitsprognose: Bedragen x € 1 miljoen Saldo inkomsten en uitgaven (operatie)

2022 2023 2024 2025 6,8

4,3

7,9

7,0

Investeringen en grexen

-24,5

-15,1

-22,1

-12,5

Financiering (aflossing + rente van bestaande leningen)

-36,4

-36,5

-36,7

-29,7

Financieringsbehoefte einde jaar

-54,1 -47,3 -50,9 -35,2

Noot: negatief bedrag betekent dat er gefinancierd moet worden.

Begroting 2022

82 82

Rentevisie De afgelopen jaren zijn de rentes op de geld- en kapitaalmarkt gedaald. Dit is in het dagelijks leven te merken aan lagere tarieven voor hypotheken en bedrijfskredieten. Ook voor de overheid zijn de rentetarieven lager geworden. De Nederlandse staat en de Nederlandse gemeenten zijn betrouwbare schuldenaren. Het grote aanbod van geld, gecombineerd met het feit dat het voorzien in de Schiedamse leningen een veilige belegging is, zorgt ervoor dat de rente die de gemeente op dit moment op nieuwe leningen moet betalen, historisch laag is. Dit is de verwachte omvang van de nieuw aan te trekken leningen. Het rentepercentage waarmee gerekend wordt voor het aantrekken van deze leningen wordt gesteld op 1,5%. Dit is gebaseerd op het economisch beeld dat wordt gerapporteerd door de BNG waarin een rentevisie is afgegeven. Het is op dit moment moeilijk te voorspellen hoe de rente zich zal gaan ontwikkelen in verband met het coronavirus, de economische vooruitzichten en de inflatie. Dit zijn op dit moment onzekere factoren. Vorig jaar zijn er geen langlopende leningen aangetrokken. In het eerste halfjaar van 2021 is er één langlopende lening aangetrokken tegen een rentepercentage van 0,547%. Om rentestijgingen op te kunnen vangen in de komende periode is een marge aangehouden van 1,0%. Dit leidt tot een begroot rentepercentage voor nieuw aan te trekken leningen van 1,5%.

Deze marge houden we aan, in verband met de verwachting in de geldmarkt dat de rente op de langere termijn zal oplopen. Vertaald naar de meerjarenbegroting levert dit het volgende financieel effect op:

§ Paragrafen € Financiële begroting 2022

Tabel verwachte meerjarige rentekosten: Bedragen x € 1 miljoen

2. Renterisico

2022 2023 2024 2025

Verwachte kosten bestaande leningportefeuille

6,3

6,1

5,0

4,3

Verwachte kosten nieuw aan te trekken financiering

1,3

2,2

3,1

3,9

Totale rentekosten externe financiering

7,6

8,3

8,1

8,2

Als de rentevaste periode van een hypotheek afloopt en de rente in de tussentijd is gestegen, kan dit tot problemen leiden in het huishoudboekje. Voor gemeenten is dit niet anders en de wetgever heeft via de wet Fido (Financiering decentrale overheden) bepaald wat de maximale omvang mag zijn van leningen die in een jaar moeten worden afgelost en geherfinancierd. Er wordt binnen de hiervoor genoemde bepalingen gewerkt. De bepalingen zijn opgenomen in volgende tabel.

Hoewel de totale financieringsbehoefte in de loop van de tijd daalt, is deze nog steeds groter dan de totale aflossingen. Hierdoor is geen dalende trend waarneembaar in de totale rentekosten van de externe financiering.

Risicobeheer Conform het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten en Provincies (BBV) dient in de paragraaf Financiering aandacht te worden geschonken aan het risicobeheer omtrent de financiering. Doel is om maatregelen te treffen om de risico’s van de financieringsactiviteiten voor de gemeente zo klein mogelijk te maken en te houden. Er wordt een aantal risico’s onderscheiden.

1. Liquiditeitsrisico Om te voorkomen dat de gemeente te weinig liquide middelen heeft om aan directe verplichtingen te voldoen (ook wel het liquiditeitsrisico genoemd), wordt een liquiditeitsprognose opgesteld. De prognose wordt minimaal 1 maal per kwartaal besproken in het treasuryberaad. Al naar gelang de liquiditeitsbehoefte, rentevisie en aflossingsschema wordt kort of lang geld aangetrokken, worden leningen afgelost en tot herfinanciering overgegaan.

Begroting 2022

83 83

Tabel limieten wet Fido

3. Debiteurenrisico

Limiet

Doel limiet

Bijzonderheden

Norm in % van begrotingstotaal

Norm in miljoenen €

Kasgeldlimiet

Maximalisering financiering met kortlopende leningen (tot één jaar)

Overschrijding norm is toegestaan (max. twee achtereenvolgende kwartalen)

8,5%

28,3

Renterisiconorm

Beheersing renterisico bij (her)financieringen (vanaf één jaar) door spreiding van de financieringsmomenten

Geen

20%

66,8

Tabel renterisico korte schuld 2022

Debiteurenrisico is het risico dat een debiteur niet aan zijn verplichtingen kan of wil voldoen. Periodiek worden de uitstaande vorderingen beoordeeld op hun risico. De gemeente heeft een voorziening voor het debiteurenrisico. Binnen de debiteurenportefeuille is elk jaar sprake van mutaties. Deze zullen indien nodig bij de jaarrekening leiden tot een aanpassing van de voorziening dubieuze debiteuren.

Renterisico op de lange schuld

Bedragen x € 1 miljoen

2022

2023

2024

2025

Bedragen x € 1 miljoen

vlottende schuld

77,0

72,0

67,0

62,0

Rente herzieningen

vlottende middelen

59,9

51,0

50,9

41,0

netto schuld (+) overschot (-)

17,1

21,0

16,1

21,0

kasgeldlimiet

28,3

29,0

28,1

28,6

ruimte (-) overschrijding (+)

11,2

8,0

12,0

7,6

§ Paragrafen € Financiële begroting 2022

2022

2023

2024

2025

-

-

-

-

Aflossingen

30,2

30,4

30,4

25,1

Renterisico

30,2

30,4

30,4

25,1

Renterisiconorm

66,8

68,4

66,2

67,2

Ruimte onder de norm

36,6

38,0

35,8

42,1

Renterisiconorm in % (t.o.v. wettelijke 20%)

9,1%

8,9%

9,2%

7,5%

Begroting 2022

84 84

Renteresultaat en taakvelden Om transparantie te kunnen bieden staat in het BBV dat het renteschema, op basis waarvan de omslagrente is berekend, in de begroting wordt opgenomen. Het schema volgt hieronder.

* Hoewel er door de commissie BBV geen aparte uitspraak is gedaan over de behandeling van erfpachtinkomsten, ligt het in de rede om hier hetzelfde mee om te gaan als met rente over het ‘eigen’ vermogen. Het is immers ook een intern financieringsmiddel.

Renteschema:

Toelichting resultaat treasury

a.

2022

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

7,7

Overige rentekosten

0,1

De externe rentebaten

-0,1 -/-

Saldo rentelasten en rentebaten

7,7

De rente die aan grondexploitatie moet worden doorberekend

-0,6 -/-

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

7,1

d1

Rente over eigen vermogen

3,3 +/+

d2

Rente over voorzieningen

1,0 +/+

d3

Rente over vooruitontvangen erfpachtinkomsten*

3,2 +/+

b.

c1

Totaal aan taakvelden toe te rekenen (in én externe rente)

14,6

De aan taakvelden toegerekende rente via renteomslag

-16,9 -/-

Resultaat op treasury

-2,3

§ Paragrafen € Financiële begroting 2022

Het positief resultaat ad € 3,8 mln. wordt veroorzaakt door conjuncturele (markt)ontwikkelingen. De externe rentevoet (op begrotingsbasis 1,5%) is namelijk lager dan de interne rente omslag (2,5%).

Toelichting renteschema: Onder a zijn de rentekosten die de gemeente dient te betalen aan de bank begroot. Onder b staan de rente-ontvangsten van de gemeente (i.c. Woonplus) Onder c staan de rentekosten die niet verdeeld worden op basis van de omslagrente (de rente grondexploitaties). Onder d staan de ‘interne’ rentekosten die de gemeente aan de eigen exploitatie/voorzieningen uitkeert.

Begroting 2022

85 85

Paragraaf Grondbeleid 1. Inleiding In de paragraaf Grondbeleid komt elk jaar aan bod hoe de gemeente op hoofdlijnen het grondbeleid inzet om de bestuurlijke doelen te bereiken. In de Kadernota Grond wordt uitgebreider op het grondbeleid ingegaan. De toelichting van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) stelt een aantal onderdelen verplicht. Onderstaand wordt weergegeven welke onderdelen dat zijn en waar dit is uitgewerkt in de paragraaf grondbeleid. Verplichte onderdelen: - visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen (zie onderdeel 2 van deze paragraaf voor een beknopte beschrijving. Zie voor verdere uitwerking de Kadernota Grond); - een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert (zie onderdeel 3 voor een beknopte beschrijving. Zie voor verdere uitwerking de Kadernota Grond); - de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s (onderdeel 3); - een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie(onderdeel 4); - een onderbouwing van de geraamde winstneming (onderdeel 4); - effecten op de te verwachten resultaten (onderdeel 4, vooruitblik 2021).

2. Visie op het grondbeleid De programmatische opgave van Schiedam bestaat grotendeels uit ontwikkelingen in bestaand gebied, zoals de herstructurering van de Wetenschappersbuurt, Parkweg-

§ Paragrafen € Financiële begroting 2022

Midden en de herstructurering van de bedrijventerreinen in de A20 zone. De woonvisie maakt duidelijk dat er behoefte is aan grondgebonden woningen en bijzondere woonmilieus, welke we o.a. willen realiseren in Schieveste. Het vergroten van het eigen woningbezit en kwaliteitverbetering van de bestaande woningvoorraad zijn nog steeds het uitgangspunt. De ontwikkelingsvisie voor de binnenstad stelt als doelstelling om meer mensen naar de binnenstad te trekken. Daarvoor zijn bijzondere woonmilieus nodig, net als een goede bereikbaarheid en voldoende parkeermogelijkheden. De ontwikkelingen in de bestaande stad zijn doorgaans complex vanwege onder meer het versplinterde grondeigendom, de bodemkwaliteit en de diversiteit aan belanghebbenden. Dit vraagt om een vorm van grondbeleid die past bij de complexiteit en de kenmerken van de projecten.

Daarmee wordt de marktconformiteit van de grondprijzen gewaarborgd en wordt onder andere staatsteun voorkomen. Residuele grondprijzen zijn echter gevoelig voor marktontwikkelingen omdat verschillende elementen (marktwaarde van het vastgoed, bouwkosten etc.) van invloed zijn op de uitkomst van een residuele berekening. Daarom worden verschillende ontwikkelingen zoals prijsontwikkelingen in de woning-, kantoren-, en bedrijvenmarkt gemonitord en wordt hierover in de jaarlijkse Grondprijzenbrief gerapporteerd.

3. Uitvoering Grondbeleid

Nieuwe grondexploitaties en tussentijdse herzieningen worden met alle gevolgen voor de gemeente ter goedkeuring en vaststelling voorgelegd aan het college en de gemeenteraad. Tekorten op de grondexploitaties worden direct afgedekt met een voorziening. Jaarlijks worden de grondexploitaties herzien, voorafgaand aan de vaststelling van de jaarrekening. De herzieningen maken deel uit van het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG), waarin ook wordt gerapporteerd over de programma’s (Wonen, Economie en Binnenstad), de grondexploitaties in ontwikkeling en de overige ontwikkelingen. Een grondexploitatie moet tussentijds worden herzien indien het saldo op contante waarde exclusief rente en inflatie-effecten meer afwijkt dan € 250.000.

Faciliterend of actief grondbeleid? De gemeente voert een faciliterend grondbeleid, tenzij haar ruimtelijke doelstellingen om een actief beleid vragen. De gemeente tracht vooral particuliere ontwikkelingen te faciliteren voor zover zij voldoen aan de wensen en eisen van de gemeente. De gemeente streeft er daarbij naar om ten minste kostenneutraal te werken en de kosten op ontwikkelende partijen te verhalen. Soms is actief grondbeleid nodig. De gemeente gaat daarin zelf tot ontwikkeling van de grond over. In dat geval wordt een grondexploitatie geopend.

Residuele grondwaardebepaling Een ander belangrijk uitgangspunt is dat grondprijzen voor de meeste functies residueel worden bepaald.

Uitgifte grond in eigendom met uitzondering van bedrijventerreinen Gronduitgifte vindt plaats in eigendom. Uitzondering hierop vormen de bedrijventerreinen, die –als beleidsregeluitgegeven worden in erfpacht.

Begroting 2022

86 86

Naast de monitoring van het plansaldo per grondexploitatie wordt elke kwartaal een rapportage opgesteld waarin het cumulatieve effect van de actieve grondexploitaties wordt weergegeven. Indien de cumulatie van negatieve effecten de € 750.000 overschrijdt, zullen er maatregelen worden voorgesteld.

Risicomanagement De gemeente voert op alle grondexploitaties risicomanagement volgens een gestandaardiseerde methode. De begroting van een grondexploitatie in combinatie met een risicoanalyse geeft een compleet beeld van het te verwachten financiële resultaat. Het waarderen van een risico of kans gaat als volgt: kans van optreden x financieel effect = risico/kans. Als de kans van optreden bij risico’s hoger is dan 50% wordt deze in de begroting van de grondexploitatie opgenomen. Kansen worden pas in de begroting opgenomen als deze zijn gerealiseerd. Er bestaat een sterke relatie tussen het saldo van de voorziening ter dekking van de tekorten op de grondexploitaties en het saldo van de risicoreserve. In het kader van het MPG wordt het totaal van de risico’s voor alle grondexploitaties gesaldeerd en afgedekt door de gemeentebrede risicoreserve. Met de bestuursrapportage of bij tussentijdse herzieningen wordt het saldo van de risico’s geactualiseerd.

Vennootschapsbelasting (Vpb) en de egalisatiereserve grondbedrijf Bij grondexploitaties met een voordelig saldo wordt winst genomen. Als de winstgevende grondexploitaties als een afzonderlijke activiteit zouden worden beschouwd, dan zou over de winst 25% vennootschapsbelasting moeten worden afgedragen, terwijl andere grondexploitaties afgesloten worden met een verlies. Bij verliezen hoeft de gemeente geen

§ Paragrafen € Financiële begroting 2022

Vpb te betalen. In het kader van de invoering van de Vpb is het daarom van belang om alle grondexploitaties geclusterd te beschouwen als één activiteit. Om de financiële verwevenheid van de grondexploitaties te borgen in het kader van de Vpb is er een ‘egalisatiereserve grondbedrijf’. Behaalde winsten binnen het grondbedrijf worden in de egalisatiereserve gestort ter afdekking van nieuwe verlieslatende grondexploitaties en ter aanvulling van de voorziening dekking tekorten bouwgrondexploitaties.

4. Grondexploitaties Momenteel zijn er 10 grondexploitaties actief. Vier grondexploitaties vallen onder Programma Economie (’s-Graveland Zuid/Midden/Noord en Spaanse polder) en zes grondexploitaties vallen onder programma Ruimtelijke inrichting (Woonontwikkeling Schieveste, Schieveste fase 5, Lange Achterweg, Wetenschappersbuurt, Toernooiveld en Parkweg-Midden). Mogelijke nieuwe grondexploitaties zijn Nieuw-Mathenesse, Hof van SpalandBachplein, locatie Peperklip, woonontwikkeling Schieveste, Kop van de Singel en de Dirkzwagerlocatie. Eind 2021 wordt ook de nieuwe grondexploitatie Stationsomgeving geopend. Ook sluit eind 2021 de grondexploitatie Wetenschappersbuurt. Als mogelijke nieuwe grondexploitaties gelden (delen van) Nieuw-Mathenesse, Bachplein en Staatsliedenbuurt /Nieuwe Parels aan de Schie (aanvraag Volkshuisvestingsfonds € 11,1 mln is hiervoor toegekend). De gemeente is momenteel niet actief in deelnemingen. In een deelneming ontwikkeld de gemeente gezamenlijk met een andere partij risicodragend een gebied.

Actuele prognose van de te verwachten resultaten voor de grondexploitaties Het tekort op de verlieslatende bouwgrondexploitaties bedraagt, per 1-1-2021, naar verwachting € 28 miljoen. Dit wordt voor een bedrag van € 21 miljoen afgedekt middels de

voorziening ‘Dekking tekorten bouwgrondexploitaties’. Het restant van het tekort á € 7 miljoen wordt afgedekt middels de voorziening ‘Surplus per grex’. Het saldo op de winstgevende exploitaties bedraagt per 1-1-2021 € 11,1 miljoen.

Verloop investeringen, opbrengsten en boekwaarde Op 6 juli 2021 heeft de gemeenteraad het MPG 2021 vastgesteld. Hierin zijn prognoses verwerkt voor de grondexploitaties. Alle grondexploitaties zijn doorgerekend op basis van prognoses voor zowel de investeringen als de opbrengsten die over meerdere jaarschijven verdeeld zijn. Van iedere grondexploitatie dient de jaarschijf 2021 als uitgangspunt voor de primaire begroting 2022. Momenteel is in 2021 aan investeringen een bedrag voorzien van € 21,4 miljoen (inclusief ca. € 0,7 miljoen aan verwachte prijsstijgingen en rente) en aan baten € 15,3 miljoen. Per 31-12-2021 wordt een totale boekwaarde voorzien van € 41,3 miljoen. Onderstaande tabel laat zien dat vanaf 2022 de baten naar verwachting hoger zullen zijn dan de investeringen en de boekwaarde van de grondexploitaties als gevolg hiervan zal dalen.

Grafiek 1: Verloop boekwaarde grondexploitaties € 45,00 € 40,00 € 35,00 € 30,00 € 25,00 € 20,00 € 15,00 € 10,00 € 5,00 € 0,00

2020

2021

2022

2023

Begroting 2022

2024

2025

87 87

Nota Bene: Het verloop van de boekwaarde is vanaf 2022 indicatief en gebaseerd op de begrotingen zoals die ook in kwartaalrapportage 2 zijn gepresenteerd. De opening van Lange Achterweg en de herzieningen van Schieveste (woningbouwlocatie) en Spaanse Polder zorgen voor verschuivingen in boekwaarden. Deze komen in de technische aanpassing op de begroting per grondexploitatie in beeld en worden verwerkt in het Meerjarenperspectief 2022.

Een onderbouwing van de geraamde winstneming Winstneming wordt uitgevoerd volgens de daartoe voorgeschreven methode uit het BBV, de zogenoemde ‘percentage of completion’ methode. Voor 2021 wordt een winstneming verwacht voor de grondexploitaties Schieveste fase 5, ’s Gravenland-zuid en Spaanse Polder.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2022

Begroting 2022

88 88

Paragraaf Lokale heffingen Inleiding In deze paragraaf wordt ingegaan op de lokale heffingen, de onderbouwing daarvan en het bijbehorend beleid. Algemene uitgangspunten voor Schiedam voor 2022 zijn: De algemene beleidsuitgangspunten voor de lokale lastenheffing zijn vastgelegd in de Kadernota financieel beleid. Een trendmatige verhoging is opgenomen (correctie voor loon- en prijsontwikkeling) conform het door het Centraal Plan Bureau afgegeven prijsindexcijfer van 1,6% voor 2022. Het merendeel van de tarieven volgt de trendmatige verhoging. Voor diverse legestarieven geldt echter dat het Rijk deze tarieven bepaalt of maximeert, zodat verhoging met afwijkende percentages plaatsvindt. Naast de hierboven genoemde algemene uitgangspunten zijn er voor 2022 nog specifieke uitgangspunten: 1. Voor de afvalstoffenheffing worden overeenkomstig het bepaalde in de Kadernota financieel beleid inzake kostendekkende tarieven de kosten van beheer (o.a. inzameling, vervoer en verwerking) van huishoudelijke afvalstoffen omgeslagen over de inwoners. Ook wordt rekening gehouden met opgave van de Regionale Belasting Groep voor aantallen huishoudens en leegstand. De kosten voor kwijtschelding worden zoals gebruikelijk niet doorberekend in de tarieven maar worden betaald uit het Armoedebeleid.

De tarieven zijn berekend op € 375,55 voor een huishouden bestaande uit meerdere personen en op € 317,97 voor een huishouden bestaande uit één persoon. Dit betekent een tariefstijging met 1,76% en leidt tot een kostendekkendheid van 90,9%.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2022

2. De tarieven voor het Woonwagenrecht worden (overeenkomstig het ‘beleidsplan Woonwagenzaken 2005’) bepaald op het niveau van de maximaal redelijke huurprijs van het Woningwaarderingssysteem (WWS) (volgens het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). De tarieven zijn niet gestegen en blijven daarom gehandhaafd. Voor de heffingen waarvan de kosten mogen worden doorberekend in de tarieven wordt in deze paragraaf inzichtelijk gemaakt dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. De directe kosten (loonkosten, materiaalkosten, perceptiekosten enz.) en indirecte kosten (overheadkosten) worden doorberekend. Het in de tarieven toegepaste percentage voor overhead is 9,59% (2021: 9,84%). Dit percentage is conform de formule van de VNG berekend door het saldo van de overhead te delen door de totale lasten van de programma’s (exclusief mutaties reserves en overhead).

Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen In dit hoofdstuk wordt naar onderscheid van de belastingen en de retributies een toelichting gegeven.

Belastingen De opbrengst van de belastingen is in beginsel niet gerelateerd aan de kosten, maar dat geldt niet voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. De opbrengsten hiervan mogen alleen ingezet worden om de kosten te dekken die de gemeente voor het rioolstelsel of het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen maakt.

De totale belastingopbrengst van de gemeente Schiedam zoals opgenomen in de primaire begroting 2022 bedraagt € 46,6 miljoen (Primaire begroting 2021: € 44,7 miljoen). Hiervan is € 20,0 miljoen bestemd voor de algemene dekking. De overige belastingopbrengsten van € 26,6 miljoen betreffen rechten en leges die in rekening worden gebracht voor door de gemeente verstrekte diensten.

Begroting 2022

89 89

Ontwikkeling woonlasten 2021-2022 Meerpersoonshuishouden/Eigen woning

Tarief 2021

Tarief 2022

Verschil

Stijgings%

OZB (eigendom)

€ 206,85

€ 211,96

€ 5,11

2,5%

Afvalstoffenheffing

€ 369,07

€ 375,55

€ 6,48

1,8%

Rioolheffing

€ 259,08

€ 263,22

€ 4,14

1,6%

Totaal stijging

€ 835,00

€ 850,73

€ 15,73

1,9%

Overzicht tarieven en opbrengsten 2021-2022 Bedragen x € 1.000

Tarief 2021

Tarief 2022 Raming Verwachte Opbrengst 2021 Opbrengst 2022

OZB Eigenaren woningen

0,0940%

0,0860%

€ 7.546

€ 7.800

Eigenaren niet-woningen

0,3300%

0,3100%

€ 5.020

€ 4.782

Gebruikers niet woningen

0,2270%

0,2340%

€ 2.925

€ 3.068

€ 15.498

€ 15.650

Totaal OZB Rioolheffing

€ 259,08

€ 263,22

€ 10.365

€ 10.416

1-persoonshuishouden

€ 312,50

€ 317,97

€ 4.094

€ 4.229

Meerpersoonshuishouden

€ 369,07

€ 375,55

€ 8.341

€ 8.638

€ 12.435

€ 12.867

Afvalstoffenheffing

Totaal Afvalstoffenheffing Overige belastingen Hondenbelasting

€ 75,00

€ 56,25

€ 257

€ 196

Precariobelasting

diverse

diverse

€ 132

€ 154

Logiesbelasting

€ 2,74

€ 2,78

€ 139

€ 300

€ 528

€ 650

Totaal overige belastingen

§ Paragrafen € Financiële begroting 2022

Begroting 2022

90 90

Bedragen x € 1.000

Tarief 2021

Tarief 2022 Raming Verwachte Opbrengst 2021 Opbrengst 2022

Parkeerbelastingen Parkeervergunningen

diverse

diverse

€ 807

€ 807

Naheffingsaanslagen

€ 64,20

€ 65,20

€ 574

€ 574

Straatparkeren

diverse

diverse

€ 2.070

€ 2.070

Parkeer-app

diverse

diverse

€ 51

€ 51

€ 3.502

€ 3.502

Totaal parkeerbelastingen

Belastingen Toelichting per belasting op uitgangspunten en tarieven:

Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De volgende zaken spelen een rol bij de berekening van de OZB: 1. De inflatiecorrectie van 1,6% wordt voor de OZB (in afwijking van de andere heffingen) toegepast op de totale opbrengst van de OZB en niet op het tarief. Reden hiervoor is dat bij de berekening van de tarieven ook met de waardeontwikkeling van de onroerende zaken rekening moet worden gehouden. Dit is landelijk de gebruikelijke werkwijze. 2. Bij het bepalen van de opbrengst is ook rekening gehouden met de eenmalige verrekening van het resultaat 2019, een extra opbrengst als gevolg van nieuwbouw en met een verrekening van het resultaat 2020. Gebruikelijk is dat verrekening plaatsvindt vanuit de reserve Meeropbrengst OZB, overeenkomstig de bij de tariefberekening OZB van 2014 vastgestelde systematiek. (Zie raadsvoorstel VR 5/2014). 3. Bij de berekening van de tarieven OZB wordt tevens rekening gehouden met de verwachte

waardeontwikkeling, dus de waardestijging of -daling van onroerende zaken ten opzichte van 2021. 4. De OZB wordt geheven naar de waarde in het economische verkeer, die op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) wordt vastgesteld. Op grond van de Wet WOZ moeten alle onroerende zaken voor het jaar 2022 opnieuw getaxeerd worden naar het waardeniveau op 1 januari 2021 (de zogenoemde waardepeildatum). De ontwikkelingen op de vastgoedmarkt laten, ten opzichte van de vorige waardepeildatum 1 januari 2020, een stijging zien met ongeveer 12% voor woningen en -1,1% voor niet-woningen. 5. Bij de berekening van de tarieven wordt ook rekening gehouden met de door de Regionale Belasting Groep begrote effecten van nieuwbouw/sloop, verminderingen op bezwaar en de oninbare aanslagen. Per saldo is het effect dat het gemiddeld te betalen bedrag OZB voor een eigenaar/bewoner van een woning stijgt met 2,5%. Het te betalen bedrag OZB voor een eigenaargebruiker van een niet woning daalt gemiddeld met 3,5%.

Een hogere WOZ-waarde betekent bij gelijkblijvende opbrengst een lager belastingtarief. De reden hiervoor is dat de OZB-tarieven worden bepaald door de gewenste opbrengst te delen door de belastinggrondslag. Als de gewenste opbrengst gelijk blijft en de WOZ-waarde stijgt dan daalt het tarief. Voor alle duidelijkheid, als de WOZ-waarde stijgt dan blijft in principe de te betalen OZB gelijk door een lager tarief. Wel wordt dit gecorrigeerd voor inflatie.

Hondenbelasting De raad heeft via een motie in september 2020 tot de definitieve afbouw van de hondenbelasting besloten. In de Zomernota 2022 was bij de voorgestelde bezuinigingsmaatregelen het terugdraaien van deze motie opgenomen. In de beraadslagingen bij de Zomernota is dit weer teruggedraaid, de afbouw van de hondenbelasting is nu conform motie in de begroting verwerkt. Op grond hiervan wordt de hondenbelasting vanaf 2022 jaarlijks met 25% afgebouwd tot deze in 2025 volledig is afgeschaft. Hierdoor bedraagt het tarief voor de hondenbelasting € 56,25 in 2022 (2021: € 75,00). Er speelt een landelijke discussie om de hondenbelasting in heel Nederland af te schaffen. Dit verlies aan inkomsten voor gemeenten zal dan door de rijksoverheid gecompenseerd moeten worden. Doordat wij nu als gemeente zelfstandig de hondenbelasting afschaffen komen we voor die compensatie waarschijnlijk niet in aanmerking.

Rioolheffing Op grond van het nieuwe Gemeentelijke Rioleringsplan worden de tarieven verhoogd met een inflatiecorrectie van 1,6% overeenkomstig het uitgangpunt van het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Schiedam 2019-2023 tot € 263,22 (2020: € 259,08). De rioolheffing is hiermee 99% kostendekkend.

Ter toelichting op het vorenstaande:

§ Paragrafen € Financiële begroting 2022

Begroting 2022

91 91

Berekening kostendekkendheid van de rioolheffing

Berekening kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing

Bedragen x € 1.000

Bedragen x € 1.000

Kosten taakvelden inclusief (omslag)rente

8.156

Kosten taakvelden inclusief (omslag)rente

11.770

Inkomsten taakveld(en)

--

Inkomsten taakveld(en)

-/- 769

Netto kosten taakveld

8.156

Netto kosten taakveld

11.001

Toe te rekenen kosten:

Toe te rekenen kosten:

Overhead BTW

782 1.589

Overhead

1.055

BTW

2.174

Totale kosten

10.527

Totale kosten

14.230

Opbrengst heffingen

10.416

Opbrengst heffingen

12.867

Dekkingspercentage

99%

In de kosten is ook de te betalen BTW van in totaal € 1,6 miljoen opgenomen. De BTW wordt niet begroot, maar mag wel als gevolg van de invoering van het BTW-compensatiefonds meegenomen worden als kostenpost. Ook is een bedrag van € 0,8 miljoen aan overhead meegenomen.

Afvalstoffenheffing De gemeente heeft een wettelijke inzamelplicht voor het afval van huishoudens. Gemeenten mogen op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer voor de inzameling van het afval een afvalstoffenheffing invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2022

Mutatie tariefsegalisatievoorziening

62

Totale opbrengst

12.928

Dekkingspercentage

90,9%

Bij de afvalstoffenheffing worden de kosten van afvalbeheer (o.a. inzameling, vervoer, verwerking en handhaving) van huishoudelijke afvalstoffen, een deel van de kosten voor straatreiniging (kosten als gevolg van het verkeerd aanbieden van afvalstoffen), de toerekenbare omzetbelasting en een deel van de gemeentelijke overhead doorberekend aan de inwoners van Schiedam. Niet doorberekend worden de kosten van de kwijtschelding van afvalstoffenheffing, deze worden gedekt via het armoedebeleid. Gemeentelijke overheadkosten worden sinds 2017, als gevolg van de gewijzigde BBV-voorschriften en de naar aanleiding hiervan gekozen systematiek voor toerekening van kosten voor overhead, deels aan de afvalstoffenheffing toegerekend. Vanwege deze toerekening wordt een kostendekkingspercentage van 91% voldoende geacht.

De afvalbeheerskosten laten een stijging zien. Deze stijging is met name een gevolg van indexering van de kosten van Irado, meer restafval, meer verwerkingskosten GFT en de overstap naar tweewekelijks inzamelen van de kliko’s. Als gevolg hiervan zijn ook de toegerekende omzetbelasting en gemeentelijke overhead verhoogd. De stijging van het tarief wordt getemperd door een toename van het aantal woningen. Het bovenstaande resulteert in de volgende tarieven voor 2022: - Tarief éénpersoonshuishouden: € 317,97 (2021: € 312,50) - Tarief meerpersoonshuishouden: € 375,55 (2021: € 369,07) Dit betekent een stijging van de tarieven met 1,76%. De begroting van de afvalbeheerskosten 2022 is gebaseerd op de meest recente afvalhoeveelheden, namelijk die van het jaar 2020.

Parkeerbelastingen Conform de kadernota Financieel Beleid wordt een prijscompensatie toegepast op de budgetten. Hiervoor wordt het prijsindexcijfer van het CPB gebruikt. Om een gat in de begroting te voorkomen, worden de belastingopbrengsten ook verhoogd met deze inflatiecorrectie. Dit geldt dus ook voor de parkeeropbrengsten. Dit betekent dat de parkeertarieven jaarlijks met het prijsindexcijfer worden verhoogd. Het tarief voor parkeren op straat per uur wordt niet jaarlijks met de indexatie verhoogd, omdat de parkeerbelastingverordening bepaalt dat bij de parkeerautomaten in veelvouden van 10 eurocent moet worden betaald. Daarom wordt ervoor gekozen de straattarieven niet te verhogen totdat de cumulatieve jaarlijkse indexering leidt tot een verhoging van de tarieven van (een veelvoud van) € 0,10. De straattarieven kunnen daarom vanaf 2022 verhoogd worden.

Begroting 2022

92 92

Tarieven voor parkeervergunningen met toepassing jaarlijkse indexering In het najaar van 2020 is de Mobiliteitsvisie “Op weg naar de toekomst” vastgesteld. Voor 2022 heeft dit nog geen effect op de parkeervergunningen. De tarieven worden daarom conform Financieel Beleid verhoogd met het prijsindexcijfer. De tarieven per maand zijn niet meer nodig voor parkeervergunningen die in de loop van het jaar worden aangevraagd of beëindigd, omdat dit technisch op datum ingeregeld wordt.

Leges

Kostenonderbouwing t.b.v. legesverordening Titel Hfdst

I

Kraskaart / visiteparkeervergunning Het jaar 2021 gold als overgangsperiode voor de kraskaart naar de visiteparkeervergunning. Bezoekers kunnen hiermee tegen een voordelig tarief aangemeld worden via een app. Per 2022 kan de kraskaart worden afgeschaft.

Retributies Retributies zijn leges, gelden of rechten voor door de gemeente verrichte diensten of voor het gebruik van gemeentelijke bezittingen. Met retributies kan de gemeente de kosten, die gemaakt worden voor de dienstverlening of het gebruik van bezit, verhalen op degene die om de dienstverlening of het gebruik vraagt. II Onder de retributies is de legesverordening de meest algemene verordening. Hieronder vallen onder meer de aanvragen voor paspoorten en rijbewijzen en het sluiten van een huwelijk. Met bijvoorbeeld de retributie marktgelden vraagt de gemeente een vergoeding voor het mogelijk maken van de markt in de stad. De gemeentewet vereist dat de begrote opbrengsten de begrote kosten van retributies niet overstijgen. Deze opbrengstlimiet geldt voor de verordening als geheel (en voor titel III van de tarieventabel per hoofdstuk). Dat houdt in dat binnen een verordening sommige tarieven meer dan 100% kostendekkend mogen zijn, terwijl andere minder dan 100% kostendekkend zijn. Dit wordt kruissubsidiëring genoemd. Kruissubsidiëring is voor titel III van de tarieventabel niet toegestaan.

§ Paragrafen € Financiële begroting 2022

III

Soort leges Bedragen x € 1.000

Kosten heffing incl. overhead

1 Burgerlijke stand (2)

74

73

98%

2 Reisdocumenten (3)

431

436

101%

3 Rijbewijzen (3)

254

254

100%

4 BRP

71

65

91%

6 Vastgoedinformatie

5

4

69%

7 Overige publiekszaken

37

31

84%

8 Gemeentelijk archief

10

8

88%

10 Leegstandswet

1

1

86%

13 Kansspelen

10

7

66%

14 Telecommunicatie & Kabels en leidingen

143

126

88%

15 Verkeer & vervoer

58

38

65%

16 Geluidsontheffing

5

1

25%

17 Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) (4)

0

0

0

Totalen titel I

1.100

1.043

95%

Omgevingsvergunning (5)

2.194

2.150

98%

Totalen titel II

2.194

2.150

98%

1 Horeca

36

19

52%

2 Evenementen

85

16

19%

3 Seksbedrijven

0

0

0%

4 Huisvestingswet

47

46

98%

6 Ventvergunning

1

1

47%

7 Overig

0

0

0%

169

81

48%

3.463

3.274

95%

Totalen titel III Totaal Legesverordening

Opbrengst

Kostendekkings % (1)

Begroting 2022

93 93

(1) In verband met afronding kunnen genoemde percentages afwijken van het rekenkundig resultaat. (2) In de leges burgerlijke stand zijn de kosten voor gratis huwelijken niet meegenomen. (3) Hoofdstuk 2 blijft binnen het gestelde maximum van de totale legesverordening. (4) De leges Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) zijn bedoeld om eventueel een vergoeding te kunnen vragen voor kosten die de gemeente maakt in het kader van WOB-verzoeken. Vooralsnog worden geen kosten of opbrengsten geraamd. (5) Voor het toezicht zijn alleen het eerste vergunning gerichte toezicht toerekenbaar en meegenomen in de kosten.

Overige retributiestabel Overige retributies Bedragen x € 1.000

Kosten

Opbrengsten

Kostendekkings % (1)

Marktgelden

133

75

56%

Woonschepenrecht

23

23

100%

Reinigingsrecht

346

300

87%

Woonwagenrecht

36

32

88%

Havengeld pleziervaartuigen

1

1

100%

(1) In verband met afronding kunnen genoemde percentages afwijken van het rekenkundig resultaat.

Lokale lastendruk De ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten laat het volgende beeld zien voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning met een gemiddelde WOZ-waarde van € 246.500 (12% waardeontwikkeling ten opzichte van de gemiddelde waarde in 2021 ad € 220.000) (Coelo/CBS)

Meerpersoonshuishouden/Eigen woning

Tarief 2021

Tarief 2022

Verschil

Stijgings%

OZB (eigendom)

€ 206,85

€ 211,96

€ 5,11

2,5%

Afvalstoffenheffing

€ 369,07

€ 375,55

€ 6,48

1,8%

Rioolheffing

€ 259,08

€ 263,22

€ 4,14

1,6%

Totaal stijging

€ 835,00

€ 850,73

€ 15,73

1,9%

De tarieven zijn overeenkomstig de genoemde uitgangspunten aangepast. In individuele gevallen kan het te betalen aanslagbedrag OZB afwijken van dit percentage, aangezien dit afhankelijk is van de WOZ-waarde. Bij meer of minder dan gemiddelde waarde wijzigingen wijkt het percentage af.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10735045/2