Beantwoording Reacties van de Fracties 21 22 23 september 2021
Tekst van het document
reacties van de fracties
Datum
Ons kenmerk
9 september 2021
21GRF00051
Reacties van de Fracties raadscommissie 21, 22 en 23 september 2021 Agendapunten: 04
Raadsvoorstel Kadernota Sport- en beweegaccommodaties 2021
1.
Bijlage Kadernota Sportaccommodaties 2021 Pag. 15: In Tabel 3 Overzicht verhouding vraag en aanbod sportaccommodaties zijn tennisvelden (buiten) wel opgenomen, maar worden tennisbanen (binnen) niet vermeld. Is het college van mening, dat er tevens een ruim overschot bestaat aan binnen tennisbanen? Antwoord: De analyse die is gedaan betreft de vraag naar en het aanbod van het totaal aantal tennisbanen (binnen en buiten) en concludeert daarin een overschot aan tennisbanen. Er is geen analyse uitgevoerd voor specifiek de binnenbanen.
2.
Pag. 16: Naast het uitbreiden van sportfaciliteiten in de openbare ruimte wordt gekeken naar andere beweegmogelijkheden, zoals de ontwikkeling van nieuwe wandelen fietsroutes. Worden hier de maatregelen mee bedoelt uit het uitvoeringsprogramma mobiliteit en IUPB of komt er nog meer uitbreiding? Antwoord: Voor de uitbreiding van beweegmogelijkheden in de openbare ruimte wordt samengewerkt met verschillende domeinen. Er wordt gezocht naar aansluiting bij o.a. het uitvoeringsprogramma mobiliteit, bij projecten van het Integraal Uitvoeringsprogramma Buitenruimte (IUPB) en initiatieven van stadspromotie.
3.
Pag. 17: De gemeente wil graag transparante tarieven gaan hanteren. Gelijke voorzieningen, tegen gelijke kosten. Invloed op tarieven, programmering en maatschappelijke functie van accommodaties. Het beweegaanbod toegankelijk en laagdrempelig maken voor iedereen. Padel is een racket- en balsport; een mix van tennis en squash. Sport van de toekomst, waar destijds binnen tennisbanen voor opgegeven zijn. De huur van een Padelbaan kost € 45,-- voor 3 kwartier sporten. Wordt deze zeer kostbare sport dan voor alle Schiedammers bereikbaar? Antwoord: De tennis- en padelbanen zijn niet in eigendom of beheer van de gemeente. We kunnen hier dan ook geen tarieven voor bepalen.
4.
Pag. 20: Binnen de gemeente leven de gedachten om het aantal partijen te verminderen, dat namens de gemeente sportaccommodaties beheert en exploiteert.
*21GRF00051*
Is deze kadernota een vrijbrief om op termijn kleine, minder functionele accommodaties te sluiten? Antwoord: De vorm van beheer en exploitatie heeft geen invloed op het aantal accommodaties in de stad. Met een centraal serviceloket brengen we het aanbod samen op één vindplek. Dit is een eerste stap waarmee beter inzichtelijk zal worden welke verdere behoefte er is voor centralisering van exploitatie en beheer. De (binnen)sportaccommodaties worden nu niet optimaal gebruikt (zie ook Hopitality Group, pp. 26-27). We kijken naar de spreiding van het gebruik en zoeken naar mogelijkheden om dezelfde soort activiteiten samen te brengen. 5.
P16 Het aanbod op het gebied van binnensport is grotendeels verouderd en sluit niet goed aan op de vraag. De inrichting is verouderd en de er is sprake van een overschot. De sporthallen kennen zeer beperkt gebruik overdag terwijl veel gymzalen ’s avonds leeg staan. Er is landelijk en lokaal een afname zichtbaar in deelname aan binnensport waardoor de bezettingsgraad naar verwachting verder zal dalen. We wensen een meer functionele spreiding van de gebruikers. Door gebruik zo veel mogelijk te concentreren in de meer multifunctionele sporthallen en –zalen hebben we in d toekomst minder gymzalen nodig. In welke zin is het aanbod verouderd en welke vraag hebben Schiedammers concreet ten aanzien van binnensportaccommodaties en -activiteiten? Antwoord: Veel sporthallen en sportzalen hebben hun economische levensduur bijna bereikt of zijn deze al voorbij. De inrichting van deze accommodaties is bovendien nog ingericht op basis van gangbare concepten uit voornamelijk de jaren '80 en '90. Nieuwe sporthallen en zalen worden tegenwoordig anders ingericht, met meer aandacht voor het stimuleren van gevarieerd bewegen en breed motorische ontwikkeling. Hiermee wordt de functionaliteit voor modern bewegingsonderwijs en maatschappelijk gebruik vergroot zonder af te doen aan de mogelijkheden voor traditionele (verenigings)sporten.
Binnensportaccommodaties worden voornamelijk gebruikt door sportverenigingen en onderwijs. Daarnaast wordt er door maatschappelijke partners, bewoners en commerciële partijen gebruik gemaakt van de locaties. De concrete vraag van Schiedammers onderzoeken we in de uitvoeringsfase.
6.
Verwacht de gemeente dat daar een rol ligt voor verenigingen of vooral voor commerciële partijen? Antwoord: Beiden. Commerciële partijen hebben veelal een goede kennis van de markt. Zij zien ontwikkelingen en trends in de markt en kennen de vraag en het aanbod. Verenigingen zijn een belangrijke partner van de gemeente. Wij vragen verenigingen om met de gemeente mee te denken in de uitwerking en eventueel hun aanbod aan te passen of te creëren (maatschappelijk partnerschap).
7.
Welke invloed zal het serviceloket gaan spelen in vraag en aanbod en bezettingsgraad en zijn verenigingen en andere partners in staat de benodigde input te leveren voor dit loket?
21GRF00051
Pagina 2 van 29
Antwoord: Een centraal loket zorgt dat vraag en aanbod beter inzichtelijk wordt voor beheerder en gebruikers. Hierdoor wordt het makkelijker om tijdens piekmomenten uit te wijken naar een alternatieve locatie. Ook wordt het voor gebruikers makkelijker om een locatie te reserveren. Hiermee verhogen we de bezettingsgraad van accommodaties. 8.
Welke betekenis wordt er in de kadernota gegeven aan multifunctionele sportaccommodaties? Gaat het om het combineren van functies (bv feestzaal/ sport/bewegingsonderwijs) of denkt men eerder aan gedeeld gebruik van panden door samenwerkende organisaties? Antwoord: Bij multifunctionele beweeg- en sportaccommodaties gaat het zowel om het combineren van functies als om het gedeeld gebruik. Per locatie wordt onderzocht wat past. Feestzalen staan nu niet in de planning.
9.
Kunnen wij De BGR-modellen voor leefstijlen en sport in Schiedam inzien? Antwoord: Het BGR-model is een wetenschappelijk onderbouwd model dat de mogelijkheid biedt om aan de hand van landelijke beschikbare gegevens (zoals van het CBS) tot op straatniveau inzicht te krijgen in de leefstijlen van bewoners. Iedere leefstijl wordt daarbij geassocieerd met specifieke behoeften, onder andere op het gebied van sport en bewegen. Het model is ontwikkeld aan de hand van ruim een miljoen ingevulde vragenlijsten uit heel Nederland en wordt doorlopend getoetst en doorontwikkeld. De samenvatting van de gegevens voor Schiedam zijn opgenomen in het rapport van de Hospitality Group (pp. 13-14).
10.
In hoeverre is de huidige sportbehoefte van Schiedammers bepalend voor de inrichting van ons sportbeleid/sportvisie? Welke visie hebben we als het gaat om de toekomstige inrichting van de sportaccommodaties? Sluiten we aan bij de behoeften die Schiedammers op dit moment hebben en leggen we ons daarmee neer bij het feit dat een groot deel van de Schiedammers bijna niet beweegt en overgewicht heeft of is de visie dat wij voor de komende tijd accommodaties hebben en zullen gaan bouwen die mensen juist verleiden tot sporten en bewegen? Antwoord: In ons beleid en bij de inrichting van sportaccommodaties houden we rekening met de meest actuele verwachtingen op het gebied van sport en bewegen in Schiedam. We gebruiken de kennis en ervaringen van de huidige gebruikers om zo goed mogelijk te voldoen aan de vraag van nu en de toekomst. De gemeente wil meer Schiedammers in beweging krijgen en houden. Een multifunctionele inrichting van de accommodaties en een centraal serviceloket zijn manieren om de drempel tot bewegen te verlagen.
05
Bestemmingsplan Schieveste 2021
21GRF00051
Pagina 3 van 29
11.
Enkele gronden zijn in bezit van een buitenlandse belegger. Is er hiermee in contact getreden en tot welke conclusies heeft dit geleid? Antwoord: Er is een belegger met eigen grond in het gebied. Hier is al een tijd contact mee en is meegenomen in het proces. Deze partij heeft een zienswijze op het bestemmingsplan schieveste ingediend. Wij zijn nog steeds in overleg om te komen tot een goede inpassing.
12.
In hoeverre is er in contact getreden met het volkstuinencomplex? Volgens het bestemmingsplan komen de flats hier namelijk tegen aan, wat gevolgen heeft voor de bezonning. Antwoord: Contact met het volkstuinencomplex gebeurt in de vorm van uitnodigingen voor informatieavonden of participatiemomenten. Zij hebben van zich kunnen laten horen, maar zijn niet op die uitnodigingen ingegaan. Wat betreft de bezonning: het nu geldende bestemmingsplan maakt dergelijk hoogbouw ook al mogelijk. De volkstuinen liggen bovendien ten oosten van de ontwikkellocatie hierdoor is het wegnemen van bezonning minimaal.
13.
Is er een innovatieve oplossing bedacht om de verkeersontsluiting in het plan aan te pakken, zodat het mogelijk is om bijvoorbeeld goederen te bezorgen? Antwoord: De hoofdontsluiting voor gemotoriseerd vervoer is de Schievesteweg. De marktpartij zorgt voor innovatieve (mobiliteit)hubs die op de meest logische, centrale plekken langs de Schievesteweg komen te liggen. Deze hubs hebben naast leenmobiliteit ook mogelijkheid voor ophalen goederen/ pakket-lockers, stomerij- en wasservices, pickup points voor boodschappen etc. Daarnaast is het binnengebied geschikt voor langzaam verkeer dat mogelijkheden biedt voor andersoortige bezorgdiensten en hubs.
14.
Pagina 2 raadsvoorstel: Het bestemmingsplan is naar aanleiding van de zienswijzen aangevuld zodat de spoorbeheerders ook formeel moeten worden betrokken bij de toetsing van de omgevingsvergunningen die moeten worden gevraagd voor de bouw. Is deze herziening goedgekeurd door beide partijen en kunnen zij zich hiermee vinden in het bestemmingsplan? Graag duiden. Antwoord: Ja, naar aanleiding van de zienswijze is op verschillende momenten met de spoorbeheerders gesproken over hun zienswijze en over hoe daar invulling aan kan worden gegeven. De wijze die nu gekozen is, waarin wij hen moeten betrekken bij de besluitvorming indien gebouwd wordt nabij het spoor, is door hen akkoord bevonden.
15.
Pagina 2: In deze parkeergarage is reeds voorzien in een alternatieve P&R-voorziening, die mede is gefinancierd door de MRDH. De verplaatsing van de P&R-voorziening is onderdeel van het bestuurlijk overleg dat plaatsvindt met ProRail en NS Stations. Dat geldt ook voor het verwerven van de gronden die thans nog bij hen in eigendom zijn.
21GRF00051
Pagina 4 van 29
In hoeverre is er sprake van een financieel risico in het geval dat de P&R verplaatst wordt naar de bioscoop en er gronden verwerft dienen te worden? Antwoord: Er ligt in dat geval geen risico; de kosten van verwerving van de grond van de huidige tijdelijke P&R aan de Parallelweg zijn begroot in de grex. Het is altijd de bedoeling geweest, ook bij het voorgaande plan dat de P&R daarnaar verplaatst zou worden. 16.
Pagina 3: De ontwikkelende partij biedt daarbij, los van het bestemmingsplan, aan alle betaalbare woningen (sociaal en middenduur) voor een periode van minimaal 15 jaar bereikbaar te houden. Hoe zit het met de zelfbewoningsplicht? Verloopt deze na 15 jaar ook? Antwoord: De koper van een (betaalbare) koopwoning is verplicht de woning gedurende twee achtereenvolgende jaren uitsluitend te zullen gebruiken om die zelf (met zijn eventuele gezinsleden) te bewonen.
17.
Pagina 4: De MER is, naar aanleiding van het advies, op de genoemde punten aangevuld. Zijn deze aanpassingen getoetst bij de Commissie MER? Antwoord: Nee, de opmerkingen van de Commissie MER waren beperkt en grotendeels technisch van aard. In dergelijke gevallen is het niet gebruikelijk om een nieuw advies te vragen aan de Commissie MER. Een dergelijk hernieuwd advies zou slechts logisch zijn indien er grootschalige aanpassingen hebben plaatsgevonden die van invloed zijn op de essentie of de uitkomsten van het MER. Daarvan is geen sprake.
18.
Pagina 6: Om de flexibiliteit van het bestemmingsplan te vergroten, is voor een dergelijke situatie een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Op basis hiervan is een gewijzigde positionering of hoogte toegelaten indien wordt aangetoond dat qua geluid, luchtkwaliteit, wind, bezonning en trillingen wordt voldaan aan de gestelde normen. Welke toleranties zijn daarbij afgesproken? Graag duiden. Antwoord: Met de opmerking wordt gedoeld op de voorwaardelijke verplichting in artikel 4.3.1 van de planregels. In de bijbehorende regels is bepaald dat een gewijzigde positionering of situering slechts mogelijk is indien dit passend is binnen het besluit hogere waarden. Concreet betekent dit dat een gewijzigde situering niet mag leiden tot een toename van het aantal woningen met een te hoge geluidsbelasting ten opzichte van de voor het bestemmingsplan verleende hogere waarden. Aanvullend moet ook worden getoetst aan de in het bestemmingsplan genoemde (wettelijke) normeringen inzake luchtkwaliteit, windhinder, bezonning en trillingen. Aanvullend op deze voorwaardelijke verplichting blijven bij de toetsing aan het bestemmingsplan ook de overige regels gelden.
19.
Pagina 7: Vooralsnog verwachten we dat de eigenaar deze grond aan de gemeente zal verkopen. Mocht dit niet het geval zijn dan zal de gemeente andere publiekrechtelijke
21GRF00051
Pagina 5 van 29
middelen moeten toepassen om het eigendom van de grond te verwerven. Hoe groot is de kans dat de eigenaar de gronden niet wil verkopen en welke gevolgen zou dit kunnen hebben voor de planning en daarmee de financiën? Antwoord: Antwoord wordt nagezonden.
06
Raadsvoorstel Woonontwikkeling Schieveste
20.
U geeft aan dat in Schieveste een ondergronds afvalsysteem zal komen. Is er in Nederland al ergens een ondergronds afvalsysteem in gebruik? Antwoord: Ja.
21.
Zo ja, waar? En wat zijn daar de ervaringen ten aanzien van verstoppingen en stankproblemen? Antwoord: Sinds 2003 in Almere, sinds 2012 in Arnhem en vanaf 2022 in Amsterdam. Om specifiek in te zoomen op Almere, hadden zij in het begin problemen met verstoppingen. Deze ontstonden doordat mensen grote voorwerpen in de afvalbakjes deden. Het systeem is daardoor een aantal malen negatief in de media geweest. De gemeente Almere vervolgens het onderhoud bij een gespecialiseerd bedrijf ondergebracht. Hierdoor is het probleem van de verstoppingen opgelost. Het systeem is meer dan 99% van de tijd beschikbaar.
22.
Zijn er andere aanbieders (bijvoorbeeld in het buitenland) van een ondergronds afvalsysteem, zodat wij een vergelijking kunnen maken? Antwoord: Internationaal zijn er verschillende aanbieders. Deze partijen werken bijna allemaal met hetzelfde technische systeem. In Nederland is het systeem op verschillende plekken reeds gerealiseerd. We kunnen een goede vergelijking maken.
21.
Pag. 9: De belangrijkste financiële risico’s zijn negatieve marktontwikkeling en terugbetaling woning bouwimpuls gelden indien de termijn van 10 jaar voor het te bouwen woningbouwprogramma niet gehaald wordt. Is het mogelijk om met de marktpartij die verantwoordelijk is voor de bouw afspraken te maken over de kosten indien de termijn van 10 jaar niet gehaald wordt? Bijvoorbeeld d.m.v. een boeteclausule. Antwoord: Nee. Het is een marktinitiatief en de gemeente kan en mag geen economisch belang hebben. Wel is er afgesproken om binnen de termijn de ontwikkeling af te ronden.
22.
Pagina 4: Aansluitend bij de regeling die geldt in Rotterdam blijven sociale en middeldure huurwoningen gedurende minimaal 15 jaar vanaf eerste verhuur in het desbetreffende segment. Er geldt een gematigde huurverhoging (CPI+1,25%) en een
21GRF00051
Pagina 6 van 29
aanvangshuur gedurende 15 jaar binnen de bandbreedte van sociaal en middeldure huur. Wat is de verwachting voor nadat deze 15 jaar verstrijken? Kan de investeerder en eigenaar na het verstrijken van de 15 jaar, bij wijze van spreken zeggen: ‘deze woningen zullen vanaf dan allemaal (middel)duur worden? Antwoord: Verwachtingen lopen uiteen. In het bestemmingsplan Schieveste is geborgd (art 4.5.1.a.) dat te allen tijde minimaal 30% van de woningen op Schieveste sociale huurwoningen zijn, met de bijbehorende wettelijke limiet op de huurprijs. 23.
Pagina 7: Het tempo van de ontwikkelingen op Schieveste, waar de bouw van de circa 1200 woningen uiterlijk medio 2023 zal starten, ligt ten opzichte van dit MIRT-proces hoog. Daarom is de gemeente op dit moment met NS, Prorail, RET en MRDH bezig om deze zomer een gedeelde visie klaar te hebben op de verbeteringen aan, en ruimtelijke inpassing van, een opgewaardeerd station Schiedam. De zomer is inmiddels voorbij. Wanneer kan de raad deze visie verwachten? Antwoord: Een eerste concept van deze visie is inmiddels afgerond. Deze is vooral bedoeld om met de betrokken partijen in aanmerking te komen voor rijksgeld uit het MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport). De eerste fase in dat proces is een zgn. Verkenning, waarin uit een maatschappelijke kosten-baten analyse moet blijken welke wensen van de verschillende partijen voor een vernieuwd station wel en niet kansrijk/haalbaar zijn. De visie in zijn huidige vorm is dan ook nog in beweging.
07
Raadsvoorstel Verordening stimuleringslening particuliere woningverbetering 2021
24.
Pagina 1: De reden hiervoor is dat het maximale leenbedrag voor funderingsherstel meerdere malen is overschreden i.v.m. verhoogde marktprijzen en een besluit van het college van B&W hiervoor nodig was. Hoe hoog bedroegen de overschrijdingen in totaal? In 2020 en 2021. Antwoord: In 2020 is driemaal een lening aangevraagd die hoger was dan het maximale leenbedrag voor funderingsherstel per pand. Deze aanvragen overschreden het maximale leenbedrag per pand met respectievelijk € 60.870, € 57.300 en € 22.326. In 2021 is tot op heden eenmaal een lening aangevraagd die hoger was dan het maximale leenbedrag voor funderingsherstel per pand. Deze aanvraag overschreed het maximale leenbedrag per pand met € 33.600.
11
Raadsvoorstel Begrotingswijziging Uitvoeringsprogramma Mobiliteit
25.
Wij missen in dit stuk op welke wijze invulling is gegeven aan bewonersparticipatie met de ondernemers in de Mgr. Nolenslaan en hoe omgegaan is met hun alternatieven m.b.t. het zgn. dubbeltjes parkeren.
21GRF00051
Pagina 7 van 29
Antwoord: In de paragraaf over participatie is aangegeven dat voor parkeren in winkelstraten extra aandacht komt. Er is ruimte om in overleg met betrokkenen maatwerk toe te passen en alternatieven te zoeken voor het "10 cent-parkeren" als de ruimtelijke condities bij de bestemming hiervoor de mogelijkheid bieden. Dit is in het bijzonder (maar niet uitsluitend) bedoeld voor de ondernemers aan de Mgr. Nolenlaan. Omdat daar bij de inrichting van de straat rekening is gehouden met parkeerruimte voor winkelbezoek. Het invoeren van betaald parkeren in Nieuwland is gepland voor de tweede helft van 2022 is prioriteit gegeven aan participatie in West en Zuid. Met de ondernemers aan de Mgr. Nolenslaan wordt op korte termijn een overleg gepland. 26.
Het college heeft interviews afgenomen. Kunt u toelichten op welke manier de interviews worden omgezet in beleid? Bijv. als er vragen worden gesteld over venstertijden en parkeertarieven. Bij hoeveel responsen wordt een voorstel tot parkeertarieven en venstertijden etc. overgenomen? Antwoord: In het raadsvoorstel is op pagina 3 en 4 een aantal concrete voorbeelden gegeven van aanpassingen die het zijn resultaat van de interviews. Voor de enquête over de venstertijden voor het betaald parkeren is geen “ondergrens” vastgesteld. De enquête is zo ingericht dat er altijd een voorkeur (50%+1) uitkomt voor een tijdvenster “overdag en begin avond” of alleen” late middag en late avond”. Binnen die tijdvensters zijn dan weer meerdere keuzen mogelijk. Het tijdvenster dat de meeste stemmen heeft, wordt voor de hele wijk overgenomen.
27.
Kunt u aangeven welke (alle)inspanningen/activiteiten het college heeft verricht ten aanzien van de mobiliteitsvisie sinds 30-06-2021 (graag sorteren naar chronologische volgorde)?
Antwoord: Datum 05-07 t/m 16-07
23-07 t/m 16-08 16-08 t/m 20-08
Activiteit(en)
24-08 t/m 26-08
30-08 t/m 03-09
06-09 t/m 10-09
21GRF00051
Benaderen fracties voor planning gesprek uitvoeringsprogramma Gesprekken fracties uitvoeringsprogramma Aanpassen raadsvoorstel, uitvoeringsprogramma en opstellen was-wordt overzicht Vervolgbijeenkomst klankbordgroep invoering betaald parkeren bewoners 1e lezing in college en doorvoeren aanpassingen Vervolgbijeenkomst(en) bedrijven/ondernemers invoering betaald parkeren 2e lezing in college en definitief maken relevante stukken Vervolgafspraak Frankeland (03-09) over invoering betaald parkeren Beeldvormende avond Webinar invoering betaald parkeren in Wijk West Vervolgafspraak scholen SIKO (09-09) over invoering betaald parkeren
Pagina 8 van 29
28.
Pagina 5: In deze reserve worden de meeropbrengsten van parkeren als gevolg van de uitbreiding van het parkeerareaal gestort. De reserve wordt gebruikt om investeringen te kunnen doen ten behoeve van maatregelen in het kader van mobiliteit. Is er een minimum en een maximum opgenomen voor parkeren binnen de voor te nemen reserve mobiliteit? Antwoord: Er is niet expliciet een minimum of maximum opgenomen. Het onderdeel financiën van het raadsvoorstel bevat overzichten met specifieke begrote kosten van het uitvoeringsprogramma per onderwerp. Hierbij zijn zowel investeringskosten voor parkeerfaciliteiten en parkeerautomaten gespecificeerd als exploitatiekosten voor de uitvoering van betaald parkeren, beheer van parkeerplaatsen en kapitaallasten voortkomend uit gemaakte investeringen.
29.
Pagina 7: 1.4. Uitvoeringsprogramma maakt onderdeel uit van de Omgevingsvisie Het is belangrijk om dit uitvoeringsprogramma, met zijn concrete thematiek en projecten, nu vast te stellen. Het zal namelijk bijdragen aan de ruimtelijke ambities en kaders die door worden vertaald naar de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Waarom is dit een risico, kunt u dit toelichten? Antwoord: Het tijdig duidelijk hebben welke projecten op het gebied van mobiliteit de komende jaren worden uitgevoerd, biedt de benodigde basis die kan worden meegenomen in de te ontwikkelen omgevingsvisie. Wanneer de uitvoering van mobiliteitsprojecten nog niet duidelijk zou zijn op het moment van de uitwerking van de omgevingsvisie, zou dit minder concreet meegenomen kunnen worden in de omgevingsvisie. Naast de bijdrage vanuit mobiliteit, spelen andere bijdragen, zoals groen, wonen en economie ook een rol bij de uitwerking van de omgevingsvisie.
30.
Pagina 12: Om grip te houden op en sturing te geven aan projecten binnen het uitvoeringsprogramma mobiliteit, wordt specifiek een governancestructuur opgezet. Kan de governancestructuur met behulp van een organogram worden geduid? Antwoord: Zodra het uitvoeringsprogramma mobiliteit en de financiële gevolgen zijn vastgesteld zal een helder en inzichtelijk processchema worden opgesteld. In dit processchema komen duidelijk de verantwoording aan de raad, de verantwoording en sturing door het college, de informatievoorziening aan de portefeuillehouder en de centrale ambtelijk bewaking naar voren. Dit geeft in één oogopslag inzicht in de governance structuur en jaarlijkse ijkingsmomenten. Dit naar voorbeeld van het processchema van toepassing voor het IUPB (zie hieronder).
21GRF00051
Pagina 9 van 29
31.
Pagina 13: Het college wordt 2 x per jaar in de vorm van een presentatie, respectievelijk in juni en november geïnformeerd over de voortgang. Tussentijds wordt het college geïnformeerd over projecten die bestuurlijke aandacht vereisen. In hoeverre wordt de raad tussentijds geïnformeerd over het al dan niet wel/niet behalen van de gestelde doelen? Antwoord: We willen de gemeenteraad jaarlijks in december via een raadsbrief daarover informeren. Deze brief zal een terugblik bevatten op de uitvoering van dat jaar en een vooruitblik voor het jaar daarop.
32.
besluit: 2. b): heeft het college ook een ander voorstel overwogen om aan de raad te presenteren zonder nu gebruik te maken van de algemene reserve? Besluit: 2. h): dit punt verdient uitleg; dit college heeft als standpunt om het auto gebruik zoveel mogelijk te ontmoedigen. Dit voorstel staat dan ook haaks op het voornemen, ik raak dan ook de weg kwijt en vraag om opheldering. Antwoord: besluit: 2. b): Er zijn sinds de start van het uitwerken van het uitvoeringsprogramma mobiliteit diverse scenario’s in beeld gebracht voor de dekking van de tekorten die in 2022 en 2023 ontstaan. Hieronder ook het eerdere voorstel waarbij het tekort werd gedekt uit de reserve van het IUPB. Gezien het “geringe beroep” op de algemene reserve en de zekerheid dat het beroep op deze reserve in 2024 en 2025 vanuit de opbrengsten vanuit betaald parkeren kan worden terugbetaald, is deze keuze gemaakt. Besluit: 2. h): Het standpunt van het college is niet het autobezit ontmoedigen maar de groei op het gebied van mobiliteit op de juiste manier te faciliteren. Daarbij wordt onder andere ingezet op het stimuleren en maken van andere keuzes. De tarieven voor
21GRF00051
Pagina 10 van 29
parkeervergunningen voor bewoners in Schiedam, met name die voor de tweede parkeervergunning, behoren tot de hoogste in de regio en stuiten met regelmaat op onbegrip bij bewoners. Hierdoor vermindert het draagvlak voor betaald parkeren, terwijl bewoners voor deze maatregel in beginsel wel begrip hebben. Om het draagvlak voor het invoeren van betaald parkeren te vergroten, stellen we voor de tarieven van de parkeervergunning voor bewoners met ingang van 2022 te verlagen. Daarbij houden we rekening met een maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen om te voorkomen dat alsnog de parkeerdruk dusdanig wordt dat dit een negatieve invloed heeft op de leefbaarheid in de wijk(en). 33.
1.2. Thema gezonde en duurzame stad. Nu er herinrichtingsplannen worden uitgevoerd valt het op dat er op de circa 40 woningen slechts 4 fietsnieten worden geplaatst en nagenoeg geen ruimte meer beschikbaar meer is om fietstrommels te plaatsen. Kan het college aangeven welke inspraak er is geweest met de bewoners en of daar een goedkeuring voor is gegeven? Antwoord: Er is niet een standaard voor het aantal fietsnieten per woning. Dit hangt af van de behoefte en wensen van bewoners. Om dit inzichtelijk te krijgen wordt dit bij herinrichtingsplannen in het participatietraject met bewoners altijd meegenomen. Hierbij wordt ook gekeken naar de beschikbare ruimte en of bewoners beschikken over een eigen stalling. Naast fietsnieten en –trommels kan een buurtstalling ook een optie zijn.
34.
Uitbreiding oplaadinfrastructuur. Is het de bedoeling van het college om de stad vol te zetten met laadpalen? Antwoord: Nee, dat is niet de bedoeling. De groei van het elektrisch wagenpark gaat echter sneller dan de groei van het aantal laadpalen. De ontwikkeling van elektrisch rijden én de energietransitie vraagt om de beschikbaarheid van een stadsbreed dekkend netwerk van laadmogelijkheden, zowel laadpalen als snelladers. Onlangs is er binnen de regio een nieuwe concessieovereenkomst afgesloten voor het realiseren van oplaadpalen. Uitgangspunt blijft vraaggestuurd, dat wil zeggen dat oplaadpalen alleen op aanvraag van bewoners in het bezit van een elektrische auto worden geplaatst. Hier zijn voorwaarden aan verbonden om ervoor te verzorgen dat de laadpalen goed verspreid worden geplaatst.
35.
1.3. uitvoeringsprogramma zijn we al aan de slag gegaan. Graag uitleg op bovenstaande tekst, deze geeft aan dat er schijnbaar al een besluit is genomen om aan de slag te gaan. Antwoord: Met het vaststellen van de Mobiliteitsvisie op 3 november 2020, heeft de raad ook besloten, in combinatie met specifieke participatie op wijkniveau, tot het invoeren van betaald parkeren per 2022 in het zuidelijk stadsdeel. Om ervoor te zorgen dat tijdig en op de juiste wijze uitvoering wordt gegeven aan dit besluit, zijn de voorbereidingen al in volle gang.
21GRF00051
Pagina 11 van 29
36.
Gesprekken met bewoners. De tarieven van de vergunningen, met name de 2e vergunning wordt gehalveerd. Bent u het met mij eens dat de halvering voor de 2e vergunning de drempel om een extra auto aan te schaffen aantrekkelijker gaat worden en staat dit dan niet haaks op uw visie? Antwoord: In de gesprekken met bewoners kwam vaak naar voren dat men wel begrip voor de maatregel kon opbrengen en ook het tarief voor de eerste parkeervergunning nog overkomelijk vond, maar vooral het tarief van de tweede parkeervergunning (€ 400,per jaar) onredelijk hoog vond. Betaald parkeren is een effectief middel voor beïnvloeding van mobiliteitskeuze. Vanuit dat perspectief is het verstandig om de weerstand tegen deze maatregel te verkleinen. Om die reden is het tarief verlaagd. Het aantal tweede parkeervergunningen wordt gelimiteerd, indien de parkeerdruk in een wijk boven de 95% oploopt. In wijk Oost kennen we al een wachtlijst voor de 2 e bewonersvergunning.
37.
Lengte van bedrijfsbussen. Geldt deze regel ook voor Pick-Ups die als bedrijfswagen worden gebruikt? Antwoord: Bij de uitgifte van een parkeervergunning is de lengte van het voertuig het criterium. Als een Pick-Up langer is dan 5,25 meter is de parkeervergunning voor lange voertuigen van toepassing.
38.
Uitgeven parkeervergunningen voor maatschappelijke instellingen en scholen. Betreft dit personeel dat van buiten de regio komt en waar OV een grote hindernis vormt? Antwoord: Voor parkeervergunningen voor maatschappelijke- en onderwijsinstellingen kan het college een hoger vergunningplafond vaststellen dan voor bedrijven. Dat zal in de regel inhouden dat de instelling het aantal vergunningen kan aanvragen dat zij nodig vindt. De instelling kiest zodoende zelf voor welke medewerkers zij de parkeervergunning wil vergoeden.
12
Terugkoppeling uit besturen van gemeenschappelijke regelingen
39.
Jeugdzorg: Wachttijden zijn iets gedaald. Gelden gaan deels ingezet worden om de wachtlijsten en wachttijden verder te bekorten. Is het al duidelijk hoe dit dan gedaan wordt? Antwoord: Regionaal (GRJR) is een projectteam Aanpak Wachttijden van start gegaan. De aanpak richt zich voor de korte termijn gelijktijdig op zowel inzicht krijgen in de huidige wachtende jeugdigen als ook zorgen voor oplossingen voor de meest urgente wachtende jeugdigen en onderzoek naar structurele oplossingen. Hierbij krijgt de uitvoeringsorganisatie ondersteuning door het team Zorg voor de Jeugd vanuit het ministerie van VWS
21GRF00051
Pagina 12 van 29
Het werken in lijn van uitgangspunt 1 ‘lokaal, tenzij…’ van de regiovisie Passend en Nabij staat ook in het wegwerken van de wachttijden/-lijsten voorop. Dat betekent dat er gewerkt wordt met een helder afwegingskader triagemodel voor de professionals om te bepalen welke hulp lokaal kan worden ingezet en zo niet, welke regionaal. Daarnaast ontwikkelen de zorg partijen een lange termijn-aanpak voor het tegengaan van de wachttijden. 40.
De middelen worden vooral lokaal ingezet om de inzet van jeugdhulp te versnellen. Hoe wordt dit dan gedaan? Is dit een kwestie van personele inzet? Zo ja hoe wordt gezorgd voor voldoende personeel? Antwoord: Lokaal worden deze middelen voorlopig ingezet op twee sporen: Enerzijds door de inzet van extra capaciteit in het WOT van specialistische GGZ, anderzijds door de oprichting van de pilot ondersteuning jeugd bij de huisartsen. Deze praktijk ondersteuner kan een goede vraagverheldering en triage doen, zodat snel de juiste hulp ingezet kan worden. Ook heeft deze praktijkondersteuner kennis van de sociale kaart, zodat snel geschakeld kan worden als er bij een aanbieder een wachtlijst Het is inderdaad een uitdaging in de huidige markt om geschikt personeel te vinden. Gelukkig is het na gevoerde gesprekken gelukt om extra personeel te vinden bij de zorgaanbieders.
41.
ROG plus ziet een verdere afname van hulpvragen. Welke verklaring kan het college hiervoor geven, is dit besproken met ROG Plus. In hoeverre kan het thuiswerken/ corona hier een rol in spelen? En zo ja, welke oplossingen kunnen gevonden worden? Antwoord: In haar begroting is Rogplus uitgegaan van een inhaalslag in de zorgvraag in het tweede kwartaal van 2021, waarna de zorgvraag op het niveau van februari 2020 uit zou komen. Deze inhaalslag is in het tweede kwartaal uitgebleven. De aantallen cliënten voor nagenoeg alle soorten voorzieningen bleven stabiel. Onzeker is of, en zo ja wanneer, de verwachte een inhaalslag volgt. Ook is onduidelijk of dit geleidelijk gebeurt of met een ‘boeggolf’. Deze ontwikkeling is uitgebreid besproken met Rogplus, maar ook met zorgaanbieders. De volgende oorzaken worden door Rogplus en zorgaanbieders genoemd als mogelijke reden voor het uitblijven van de inhaalslag in zorgvraag: (Voortdurende) angst voor coronabesmetting bij nieuwe cliënten. Het nog niet open zijn van ontmoetingscentra in het tweede kwartaal van 2021(en dus ook geen vervoersvraag naar de ontmoetingscentra). Een verminderde vraag naar dagbesteding omdat er op dit moment bijna geen wachtlijsten voor verpleeghuizen zijn. Meer en blijvende mantelzorg, mede mogelijk gemaakt door het thuiswerken. Het ziet er naar uit dat deze ontwikkeling in meer gemeenten heeft plaatsgevonden.
Rogplus is thans bezig om specifiek te informeren bij andere gemeenten (in de regio), maar ook bijvoorbeeld bij DSW, om zo meer duiding te geven aan deze ontwikkeling. De ontwikkeling van de zorgvraag, de achtergrond van deze ontwikkeling, en hoe
21GRF00051
Pagina 13 van 29
Rogplus hierop in kan springen staat voorlopig op elke bestuursvergadering van Rogplus geagendeerd. In een volgende rapportage Verbonden Partijen zal dit onderwerp terugkomen. Rogplus is actief in de wijkondersteuningsteams en consulenten kunnen snel handelen op vragen van Schiedammers (cliënten en mantelzorgers) naar zorg ondersteuning.
13
Rapportage Wot's
42.
p13: In hoeverre is er een beeld van de oorzaken/ redenen waarom korte contacten niet leiden tot het opstarten van een traject? In hoeverre speelt geld een rol in het doorverwijzen van mensen naar andere instanties? Antwoord: Er is in de rapportage een helder onderscheid tussen een kort contact en een traject. Een kort contact bestaat uit één of twee contactmomenten met een bewoner. De bewoner is hiermee voldoende geholpen. Het gaat in de meeste gevallen om het geven van informatie en advies en eventueel een doorverwijzing naar een andere organisatie waar de bewoner hulp kan krijgen. Als het wot zelf zorg of ondersteuning verleent wordt een traject opgestart. Dat bewoners soms worden doorverwezen naar een andere organisatie heeft geen relatie met geld, maar is een inschatting van de plek waar bewoners de juiste hulp kunnen krijgen. De wot’s krijgen een veelheid aan vragen en kunnen niet op alle gebieden zelf hulp bieden. Als iemand bijvoorbeeld hulp nodig heeft bij het indienen van een bezwaarschrift bij een bepaalde instantie, wordt diegene in contact gebracht met de sociaal raadslieden of de rechtswinkel.
43.
Wat is er gebeurt met alle hulpvragen die vanwege de Coronapandemie niet bij het Wot terecht konden in 2020 (afname van bijna 50%)? Zijn deze mensen digitaal of telefonisch geholpen, is de ondersteuning aan hen opgeschort of kwamen zij helemaal niet bij het Wot in beeld? En heeft het Wot ideeën hoe in de toekomst ook in dit soort situaties zorg en ondersteuning te kunnen blijven bieden? Wordt er bv gebruik gemaakt van beeldbellen? Antwoord: Het aantal trajecten is in 2020 ten opzichte van 2019 vrijwel gelijk gebleven. Het aantal korte contacten is in 2020 gehalveerd ten opzichte van 2019 vanwege de beperkte mogelijkheid van inloop op de locaties als gevolg van de coronacrisis. De sterke afname van het aantal korte contacten heeft zich vooral voorgedaan in de eerste drie tot vier maanden na het uitbreken van de crisis. Bewoners bleven thuis en ook onze medewerkers moesten ineens vanuit hun eigen huisbewoners hulp bieden. In die periode is heel veel geleerd over hoe bewoners ook op afstand goed geholpen kunnen worden, onder andere met beeldbellen. Toen de inloop bij locaties weer op gang kwam (eerst alleen op afspraak en daarna ook zonder afspraak) is het aantal korte contacten weer hersteld. We weten niet of bewoners, die in de eerste maanden van de coronacrisis niet bij het wot zijn geweest, uiteindelijk toch hulp hebben gekregen.
In ieder geval heeft dit niet geleid tot minder trajecten bij de wot's in 2020.
44.
Wordt de zwaarte van een casus bepaald aan de hand van wat een medewerker aan tijd/inzet verwacht te kunnen leveren aan een bepaalde casus en/ of wordt de indeling van zwaarte achteraf vastgesteld dan wel nogmaals getoetst?
21GRF00051
Pagina 14 van 29
Antwoord: De zwaarte van de casus wordt op voorhand bepaald aan de hand van de te verwachten tijdsinvestering. De medewerker maakt deze inschatting op basis van een aantal objectieve criteria, zoals enkelvoudige of meervoudige problematiek, ondersteuning aan een alleenstaande of een gezin, wel of geen onveilige situatie in het gezin, etc. Het is noodzakelijk om deze inschatting op voorhand te maken om tot een evenwichtige verdeling van casuïstiek in het team te komen. Er vindt geen toetsing achteraf plaats op een individuele casus. Wel vindt regelmatig een toetsing plaats van de criteria die worden gebruikt voor de inschatting van de zwaarte van de casus. 45.
Hoe vaak maakt de Wot gebruik van haar signaalfunctie richting gemeente? Antwoord: Er is een tweemaandelijks overleg tussen de wijkteammanagers van de wot’s en beleidsadviseurs van de gemeente. Hier wordt ook besproken waar medewerkers van de wot’s in hun werk tegenaan lopen en welke oplossingen hiervoor gevonden kunnen worden
46.
Op pagina 19 2e alinea van het rapport wordt een voorbeeld aangehaald waarbij de uitkering van een mevrouw wordt stopgezet maar die door tussenkomst weer is hersteld. Hoewel gemakkelijk is te veronderstellen dat dit voorbeeld bij een discussie over maatwerk bij fraudebestrijding P-wet, dient te worden gevoerd, zien we juist de gevolgen terug bij de werkzaamheden van het WOT. Was de situatie van deze cliënt bekend bij SOW?
47.
Zo ja, waarom SOW dan toch tot beëindiging van deze uitkering heeft besloten?
48.
Heeft SOW n.a.v. dit voorbeeld, of soortgelijke situaties, aanleiding gezien het beleid t.a.v. fraudeopsporing P-wet, bij te stellen? Antwoord 46, 47 en 48: Deze casus werd als voorbeeld werd genoemd in het rapport om aan te tonen dat het nog niet helemaal goed loopt en om het belang van een goede maatwerkaanpak aan te tonen In algemene zin onderstreept de casus het belang van een goede samenwerking tussen de wot’s en Stroomopwaarts. Hier werken we hard aan. Onder andere door een goede samenwerking in de maatwerkaanpak en de aanpak voorkomen huisuitzettingen en door schuldhulpverleners van Stroomopwaarts op te nemen in de wijkteams. Bij elke casus uit de maatwerkaanpak kijken we welke verbeteringen we in beleid en/of uitvoering kunnen doorvoeren.
16
Mededelingen en ingekomen stukken 05
49.
Collegebrief 23 juni 2021 Begroting Nieuwe Energie voor Groenoord 2022 Waarom kiest het college ervoor om pas het alternatieve voorstel uit te werken op het moment dat er duidelijkheid is over de rijksbijdrage in plaats van alvast verschillende
21GRF00051
Pagina 15 van 29
scenario’s uit te werken (waaronder één met en één zonder de rijksbijdrage), zodat snel gehandeld kan worden als er duidelijkheid over de rijksbijdrage is? Antwoord: Om tot het alternatieve voorstel te komen onderzoekt het college op dit moment diverse scenario’s. 07 50.
Collegebrief 29 juni 2021 Voorbereiding aanbesteding jongerenwerk
Heeft het college inzicht in wat het standpunt van de huidige organisaties is t.o.v. de aanbestedingsopdracht? En zo ja, wat is dit? Antwoord: Ja. De huidige partners zijn van mening zijn dat deze overstap nodig is om kwaliteit van de opdracht te verbeteren. 13
51.
Collegebrief 15 juli 2021 Uitvoeringsprogramma woonvisie 2021
In andere Nederlandse gemeenten is de ontwikkeling zichtbaar dat steeds meer sociale huurwoningen worden verplaatst van de binnenstad naar buitenwijken, vaak tegen de zin in van bewoners. Het is goed dat de sociale woningvoorraad gelijkt blijft (t.o.v. 2018), maar in hoeverre blijft deze sociale woningvoorraad ook binnen wijken gelijk? Zijn er verschillen tussen wijken? En zo ja, wat zijn deze verschillen? Antwoord: In de Woonvisie is gekozen voor meer balans in de voorraad voor alle wijken. Met name in Nieuwland en Groenoord is een relatief groot aandeel van de woningvoorraad een sociale huurwoning van de corporatie. Met name in Nieuwland gaat stedelijke vernieuwing plaatsvinden. Daarbij hanteren we twee uitgangspunten: Verdichting (het totaal aantal woningen in de wijk neem toe); Een deel van de sociale voorraad (in aantallen) komt terug op nieuwe ontwikkellocaties. De ontwikkellocaties in Schiedam liggen in stedelijk gebied, meestal bij hoogwaardige OV-knooppunten en daarmee bijna per definitie centraal in de stad. 47
52.
Brief Nationale Ombudsman 6 juli 2021 Klacht uitsluiting stembureaulidmaatschap De conclusie van de Nationale ombudsman is, dat de klachten over de onderzochte gedragingen van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiedam zijn gegrond wegens strijd met de vereisten van goede motivering en integriteit. Wij zijn benieuwd naar de reactie van het college op het ombudsmanrapport en zien deze gaarne tegemoet. Antwoord: De reactie van het college op het rapport van de Nationale Ombudsman is nog niet gereed. Het college is het niet op alle punten eens met de ombudsman en dat zal in de reactie terug te vinden zijn. Zodra deze verzonden is zal een afschrift hiervan aan de raad gestuurd worden.
21GRF00051
Pagina 16 van 29
53.
Pag. 6: De klacht van verzoeker is schriftelijk afgehandeld. Verzoeker heeft een brief van de burgemeester ontvangen. Kan het college aangeven wanneer deze brief naar verzoeker is verstuurd?
Antwoord: Deze brief is op 29 augustus 2019 aan verzoeker verstuurd.
19
Raadsvoorstel Kadernota Integrale Veiligheid
54.
p9: Hoeveel vragen kreeg Veilig thuis in 2020 over vermoedens van geweld en komt dat overeen met landelijke cijfers? En welke rol speelt het WOT in advisering rondom geweld in de thuissituatie en is dit goed gewaarborgd tijdens de pandemie en (eventuele) lockdowns? Antwoord: Veilig Thuis ontving in 2020 vanuit Schiedam 772 meldingen van huiselijk geweld en gaf zo’n 400 adviezen. Het is lastig om een landelijke vergelijking te maken, maar ten opzichte van de andere gemeenten in regio, zijn er in Schiedam veel meldingen (alleen Rotterdam en Nissewaard hadden meer meldingen). De WOT’s hebben een belangrijke rol bij huiselijk geweld en kindermishandeling. Bij een melding onderzoekt Veilig Thuis of er daadwerkelijk sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling. Als dit het geval is, kan Veilig Thuis de situatie overdragen aan het WOT. Het WOT gaat in gesprek met het gezin en kan zorg en ondersteuning aan de gezinsleden verlenen. De jeugdprofessionals van het WOT zijn hierin getraind. Het WOT kan aan de hand van de situatie ook vaststellen dat er een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming gedaan moet worden en meldt de situatie dan bij het Jeugdbeschermingsplein (in Rotterdam). Hier wordt de situatie besproken en worden vervolgstappen gezet.
Het WOT kan ook altijd zelf een melding doen bij Veilig Thuis als er signalen zijn dat er (mogelijk) sprake is van een onveilige situatie. Deze procedure is ook tijdens de coronacrisis zo goed mogelijk geborgd, waarbij wel rekening is gehouden met de coronamaatregelen.
55.
p10: In 2020 hebben de coronamaatregelen veel van de jongeren gevraagd. Hier heeft het jongerenwerk extra aandacht aan besteed. In welke zin werd er extra aandacht besteedt door jongerenwerk en heeft dat tot gewenste resultaten geleid? Antwoord: Yets, Dock en Buurtwerk hebben ten tijde van de lockdown extra inzet met elkaar afgestemd. Zo was er extra aanbod voor dagbesteding voor de kwetsbare jongeren van het Ilex college, heeft Yets tijdens de avondklokperikelen extra mensen ingezet op straat en heeft Dock aanvullende activiteiten georganiseerd. Met overige partners van Samen Schiedam en partijen in de wijken is doorlopend verkend waar extra behoefte lag en of hier aanvullende activiteiten op ingezet konden worden. In de corona-update brieven en raadsvragen over het perspectief voor de Schiedamse jeugd is hier eerder toelichting op gegeven.
56.
p17: Het college van Schiedam wil in deze periode verder werken aan de sociale ontwikkeling van Schiedam. Daarbij passen ingrepen in het fysieke domein (een goede
21GRF00051
Pagina 17 van 29
mix van woningbouw), in het sociaal domein (inclusie, perspectief op werk) en in het veiligheidsdomein. Welke rol ziet het college binnen dit thema voor het onderwijs (van jeugdigen, maar ook bv bewustwording bij opvoeders)? Antwoord: Sociale ontwikkeling van Schiedam is een opgave die we met elkaar oppakken. Onderwijs speelt daar ook een rol in door zelf jeugdigen te onderwijzen/ondersteunen, ouders te betrekken en samen te werken met andere (maatschappelijke) partijen die jongerenwerk, opvoedondersteuning en welzijnsactiviteiten bieden. 57.
p37: Door de beleidsvelden dichter bij elkaar te brengen en een actieve rol te vragen van partners als scholen en jongerenwerk denken we ook budgetneutraal hierop een intensivering te kunnen realiseren. Hoe geven we hier invulling aan? En in hoeverre is het jongerenwerk in staat deze taakverzwaring op te pakken zonder aanvullende middelen? Antwoord: Het jongerenwerk is een integrale opdracht, waar zowel het sociaal domein, het onderwijs en veiligheid een opgave in heeft. Zoals de gebiedsaanpak in Nieuwland en de rol van het jongerenwerk bij de hotspot-aanpak en inzet tegen radicalisering. In de nieuwe vorm bieden we al het jongerenwerk vanuit één gezamenlijke opdracht Door minder versnippering zetten we de beschikbare middelen efficiënter en effectiever in. Minder overheadkosten en versterking van de ketensamenwerking. De uitdaging om dit alles met structureel beschikbare middelen te realiseren is groot. We verkennen een constructie met een basisopdracht vanuit structurele beschikbare middelen uit het sociaal domein, waar mogelijk opgeplust met incidentele (Rijks)middelen voor veiligheid, stedelijke vernieuwing of jeugdperspectief.
58.
Is het onderzoek van bureau Beke inmiddels gereed, wat zijn de belangrijke bevindingen en wanneer kunnen wij het onderzoek inzien? Antwoord: Het onderzoek zal in het laatste kwartaal van 2021 worden afgerond. Uit de voorlopige bevindingen blijkt dat er soms korte lijntjes zijn tussen jongeren in Nieuwland en georganiseerde criminaliteit. En dat gemeente en politie gezamenlijk iets te winnen hebben in analyse en prioritering; wie kan er met extra begeleiding mogelijk buiten het criminele circuit worden gehouden, en waar is alleen repressieve inzet nog op zijn plaats. De eerste beelden bevestigen onze indrukken.
59.
'De intensiveringen op verschillende thema's hebben bijgedragen aan een veiliger Schiedam' (pag. 5). Kunt u toelichten hoe u tot deze conclusie bent gekomen? Antwoord: Op basis van de terugblik zien we dat de intensiveringen uit de vorige kadernota vorm hebben gekregen. Tegelijk zien we dat het aantal woninginbraken, overvallen en straatroven is afgenomen, dat we eerder zicht kregen op problemen met jongeren en hierdoor eerder in konden grijpen en dat het grootste deel van het woningbestand van Woonplus is uitgerust met CO en rookmelders, wat leidt tot meer veiligheid voor
21GRF00051
Pagina 18 van 29
minder zelfredzamen. Veiligheid is weliswaar afhankelijk van meerdere factoren, maar we zijn van mening dat de intensiveringen zeker een bijdrage hebben geleverd aan de positieve resultaten die in de terugblik worden genoemd en daarmee aan de veiligheid in Schiedam. 60.
'regelmatig overleg met religieuze instellingen' (pag.6). Hoe vaak heeft overleg plaatsgevonden en waarover? Antwoord: In principe wordt er twee keer per jaar een gezamenlijk overleg gehouden tussen de burgemeester en de religieuze instellingen (raad van kerken en de moskeeën). Door corona is dit het afgelopen jaar niet fysiek gebeurd. Wel wordt er continue bilateraal ambtelijk contact onderhouden, meestal via telefoon of whatsapp. Het gaat dan met name over actualiteiten, zoals het gevoel van bedreiging bij religieuze instellingen door voorvallen in de actualiteit, of een religieuze instelling die om hulp vraagt bij een overlastgevende dakloze. Maar er is ook overleg over bijvoorbeeld de uitleg van corona-maatregelen of het organiseren van voorlichtingen in een andere taal.
61.
'Preventief fouilleren paste de politie afgelopen vijf jaar toe (pag. 7). Hoe vaak is er preventief gefouilleerd? Hoe is er gefouilleerd? Indien er aselectief is gefouilleerd en kunt u per geval/grootschalige actie toelichten hoe er aselectief is geselecteerd (bv. per iedere 5 passant etc.)? Antwoord: Zoals we ook bij de raadsvragen over de jaarstukken 2020 hebben aangegeven, informeren we de raad regelmatig over de overwegingen om te verlengen en daarbij voegen we de evaluatie die daaraan ten grondslag ligt. Hierin wordt ook aangeven hoe vaak er in de veiligheidsrisicogebieden preventief gefouilleerd is. De evaluaties betreffen steeds een periode van een half jaar en loopt niet gelijk op met 1 kalenderjaar. Eind september zullen we u hier weer informeren. De politie past aselectief fouilleren toe. Dit gebeurt door bij preventieve fouilleeracties mensen uit verschillende groepen, categorieën en achtergronden te fouilleren. Het Openbaar Ministerie heeft hiervoor een kader vastgesteld. Het is niet zo dat per actie specifiek vastgelegd wordt hoe dit is gebeurd.
62.
'werden regelmatig wapens aangetroffen' (pag. 7). Hoeveel personen zijn er gefouilleerd en wat heeft het opgeleverd? Kunt u een overzicht doen toekomen van welke soort wapens er zijn aangetroffen? Antwoord: Zie de beantwoording van vraag 62. De soorten wapens die worden aangetroffen zijn steekwapens, vuurwapens, boksbeugels, ploertendoders, pepperspray, stroomstootwapens en imitatie vuurwapens.
63.
'gewerkt aan de ontwikkeling van het data dashboard huisjesmelker' (pag. 9). Kunt u een lijst doen toekomen van professionele investeerders die de gemeente ziet als huisjesmelkers? Antwoord:
21GRF00051
Pagina 19 van 29
Het dashboard geeft een indicatie. Op basis daarvan volgt dan een verdiepend onderzoek. Dit kan tot een dossier leiden op basis waarvan de vergunningplicht wordt opgelegd. Uit het verdiepend onderzoek kan ook komen dat er geen sprake is van huisjesmelkerij. Op grond van de privacywetgeving is het niet mogelijk met de gemeenteraad gegevens te delen van professionele investeerders die wij als huisjesmelkers aanmerken. 64.
'In de afgelopen jaren werd de PGA gevoerd' (pag. 10). Hoeveel personen maken deel uit van de PGA? Antwoord: Het betreft hier verschillende doelgroepen zoals ex-gedetineerden, mensen met verward gedrag, personen die betrokken zijn bij huiselijk geweld en jongeren met een complexere veiligheidsproblematiek. De diversiteit van deze doelgroepindeling maakt het bijhouden van exacte cijfers moeilijk. Dit jaar zijn we gestart met het opzetten van een PGA-team waarmee we meer regie zullen gaan voeren op de verschillende doelgroepen. Dit zal ook betekenen dat we meer cijfermatig vast zullen leggen hoeveel personen en uit welke doelgroep in het PGA-team besproken wordt. Wel bekend is het aantal briefadressen dat wordt afgegeven, op dit moment 97. De briefadressen geven een indicatie hoeveel PGA inzet noodzakelijk is, aangezien mensen die een beroep doen op een briefadres meer problemen hebben (denk naast huisvesting ook aan financiële problemen, sociale problemen en psychische problemen). Via de PGA aanpak en begeleiding uit de wijkteams worden deze mensen ondersteund. Een deel van de personen die deel uitmaken van de PGA wordt vanwege de complexe problematiek besproken in het Zorg- en Veiligheidshuis en zijn daar geregistreerd. Daarbij ging het in 2020 om 34 jongeren, 52 volwassenen, 28 daders van huiselijk geweld, 2 daders van een overval en 6 personen met extreem verward gedrag.
Ten opzichte van de voorgaande jaren is er sprake van een stijging van 10%.
65.
'In de wijk Nieuwland zijn we gestart met de aanpak ondermijning' (pag. 10). Welke activiteiten/inspanningen werden er verricht in de wijk Nieuwland? Antwoord: Naar aanleiding van een verkennend onderzoek naar criminaliteit in Nieuwland bleek de noodzaak voor een aanpak van ondermijning. Dit heeft geleid tot de volgende activiteiten. We hebben meerdere integrale acties gehouden. Bij misstanden die werden aangetroffen hebben we bestuurlijke maatregelen genomen. Er is handhavend opgetreden bij een aantal hennepkwekerijen die in woningen werden aangetroffen. Daarnaast werden er de afgelopen periode onvergunde seksinrichtingen aangetroffen. Samen met het RIEC zijn er meerdere casuïstieken onderzocht en behandeld. Daarbij gaat het om inzet van bestuursrechtelijke, strafrechtelijke en fiscaalrechtelijke middelen. Omdat dit lopende trajecten/onderzoeken zijn en deels strafrechtelijk, kunnen we u hier niet nader over informeren. Er loopt een onderzoek door bureau Beke naar de relatie tussen jongeren georganiseerde criminaliteit (zie ook antwoord op vraag 58). Tenslotte zijn we bezig met het in kaart brengen van criminele netwerken in de wijk.
66.
'Het (terug)winnen van vertrouwen in de overheid is daarbij een belangrijk element.' (pag. 19). Kunt u aangeven welke inspanningen/activiteiten u gaat verrichten om
21GRF00051
Pagina 20 van 29
vertrouwen terug te winnen? Geldt dit ook voor overheidsinstanties waar de gemeente een regierol mee heeft? Antwoord: Meer concrete inspanningen en activiteiten op dit punt zullen we in de Uitvoeringsprogramma’s verwerken. Daarbij kunt u denken aan meer zichtbare aanwezigheid en aanspreekbaarheid in de wijken, gerichte communicatie om uit te leggen en om te laten zien wat we doen en het stimuleren van de meldingsbereidheid van bewoners en ondernemers. Met de aanpak van signal places willen we snel en adequaat problemen op deze locaties aanpakken, waardoor voor bewoners zichtbaar wordt dat problemen worden aangepakt, waardoor het vertrouwen toeneemt. In de Uitvoeringsprogramma’s gaan we ook met onze samenwerkingspartners hierover afspreken maken. Bij de politie is het thema vertrouwen en betrokkenheid van bewoners al onderdeel van hun jaarplan. 67.
'Een sociaal offensief met repressieve ruggensteun' (pag. 12). Wat verstaat u onder sociaal offensief? Antwoord: We doelen hier op een beweging vanuit de gemeente en haar ketenpartners om de leefbaarheid in kwetsbare wijken te vergroten en samen met bewoners zoveel mogelijk sociaal-economische verbetering te brengen. Wonen, werkgelegenheid, onderwijs en samenleving dienen te worden verbeterd. Veiligheid is daarbij slechts een onderdeel. Het is niet voor niets dat het programma Stedelijke Vernieuwing zich op deze 5 pijlers richt. Zie ook Hans Boutellier Weerbare Wijken tegen Ondermijning, Verwey Jonker Instituut .
68.
'Hierbij sluiten we met maatwerk aan op de eigenheden van de wijken qua culturele aspecten, laaggeletterdheid, aanwezige netwerken, specifieke doelgroepen, etc.' (pag. 24). Kunt etc. nader toelichten? Op welke wijze is het college van plan om aan te sluiten aan culturele aspecten? Antwoord: De wijken in Schiedam hebben een eigen karakter en cultuur. De cultuur is één van de aspecten van de eigenheden van wijken. Op welke wijze we hierop aansluiten zal, zoals op pag. 24 wordt vermeld, worden uitgewerkt in de aanpak stedelijke vernieuwing.
69.
Kunt u toelichten op welke punten gemeente Schiedam meer doet dan wettelijk vereist wordt? Antwoord: Bij het veiligheidsbeleid voeren we wettelijke taken uit. Hoe dit precies wordt ingevuld is mede afhankelijk van lokale problemen en politieke keuzes. Zo hebben college en raad in Schiedam de keuze gemaakt om woonoverlast en ondermijning prioriteit te geven en stevig aan te pakken. Daarnaast kent Schiedam in verhouding tot veel andere gemeenten een hoge veiligheids- en leefbaarheidsproblematiek. Dat heeft de afgelopen jaren geleid tot het toepassen van een consequente en duidelijke handhaving. Het is dus niet zozeer dat we op een aantal punten meer doen dan wettelijk vereist, maar dat
21GRF00051
Pagina 21 van 29
we binnen de bevoegdheden die de wet biedt, daar op een proportionele manier gebruik van maken. 70.
'Ook is er sprake van een nieuw soort anti-overheidsactivisme dat zich vermengt met andere activistische, soms extremistische stromingen' (pag. 35). Kunt u deze activistische, soms extremistische stromingen nader toelichten? Heeft de gemeente sleutelfiguren in haar netwerk die deel uitmaken van deze stromingen? Antwoord: Het gaat om groepen die zich (online of fysiek) verenigen met aanhangers van extreemrechts en om leden extremistische stromingen die meehelpen met de beveiliging van demonstraties door corona-sceptici. Dit is een landelijk fenomeen dat in veel gemeenten speelt, ook in Schiedam. Uit deze stromingen hebben we geen sleutelfiguren in ons netwerk.
71.
Tijdens de behandeling van de startnotitie werd er gesproken over een normatief offensief (red. strijden tegen ongelijkheid). Het lijkt erop dat er in de kadernota niet wordt gesproken over een normatief offensief. Waarom niet? Antwoord: Het normatief offensief is een onderdeel van het sociaal offensief dat op pag. 24 van de kadernota wordt aangegeven en wordt meegenomen in de verschillende thema’s in de kadernota. Bij Jeugd en veiligheid en bij de aanpak van ondermijning zal dit een onderdeel zijn van de Uitvoeringsprogramma’s. Het zal ook nadrukkelijk aandacht krijgen in de communicatie naar en met burgers. Daarnaast is het veel breder dan alleen veiligheid en zal daarom deel uitmaken van de integrale aanpak van stedelijke vernieuwing.
72.
Welke trend ziet het college als het gaat om het vertrouwen van Schiedammers in overheidsinstanties zoals gemeente en politie? Antwoord: In de monitor leefbaarheid en veiligheid zien we dat Schiedammers minder tevreden zijn over de manier waarop de gemeente de buurt betrekt bij de veiligheid en leefbaarheid in de wijk, de gemeente doet wat ze zegt en de samenwerking met bewoners en organisaties bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid. Jarenlang was er op deze onderdelen een stabiel beeld, de laatste monitor bleek er sprake van een verslechtering. In het onderzoek van de Hogeschool Inholland naar de veiligheidsbeleving wordt dit beeld bevestigd. In de institutionele context zien de onderzoekers dat in de buurten met een hoge beleving van onveiligheid de afstand tot de overheid groot is. Waar het gaat om de veiligheid heeft men vooral de blik gericht op de politie, waarvan men vaak de inzet waardeert, maar het effect niet.
24
Raadsvoorstel APV actualisatie (juli 2021)
73.
Pagina 2 Raadsvoorstel: Een mosquito is een apparaat dat een hinderlijke hoge pieptoon veroorzaakt die alleen voor jongeren tot een leeftijd van ongeveer 25 jaar hoorbaar is. Regionaal is er collectief afgesproken om het gebruik van een mosquito in de APV vast te stellen om het zo eenduidig te kunnen regelen. De burgemeester kan
21GRF00051
Pagina 22 van 29
besluiten een mosquito op te hangen op openbare plaatsen als dit noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde In hoeverre kan met zekerheid worden gesteld dat dergelijke apparatuur geen permanente hoorschade toebrengt? Antwoord: In 2006 heeft TNO industrie en techniek een Akoestisch onderzoek verricht naar o.a. eventueel gehoorschade bij het gebruik van een mosquito. Uit dit onderzoek is gebleken, dat er al op korte afstand van de bron niet voor gehoorschade gevreesd hoeft te worden. Wellicht ten overvloede: het doel is juist dat de jongeren door het geluid zich zullen gaan verplaatsen en daardoor niet langer in het gebied een mosquito zullen blijven. 74.
Pagina 3: Het is noodzakelijk dat het aantal deeltweewielers beperkt wordt tot een maximumaantal voertuigen van 1 per 100 inwoners en het parkeren /plaatsen ervan reguleren. Kan dit aantal worden onderbouwd? Welk aantal hanteren de grote steden? Antwoord: Om ruimte te bieden aan deelmobiliteit, op voorhand grip te hebben op het aantal voertuigen en om de kans op overlast te minimaliseren, wordt in Schiedam een maximum aan de hoeveelheid deeltweewielers ingesteld. Wij willen de negatieve gevolgen die deelmobiliteit op de openbare ruimte kan hebben hiermee zoveel mogelijk beperken. Om dit te realiseren wordt zowel het aantal aanbieders als deeltweewielers gemaximaliseerd met een zogenaamd voertuigplafond. Tijdens de opkomst van deelfietsen en deelscooters in Rotterdam hebben we de ontwikkelingen daar nauwgezet gevolgd en de ervaringen vanuit Rotterdam ook opgehaald. Rotterdam biedt momenteel 6.500 voertuigen aan (met uitbreiding mogelijk naar 7.500) wat in de praktijk ook neerkomt op circa 1 deeltweewieler per 100 inwoners. Ook andere gemeentes werken met (dergelijke) voertuigplafonds, zoals bijvoorbeeld Amsterdam, Den Haag, Eindhoven en Zwolle. Indien toekomstige ontwikkelingen daar serieus om vragen kan het voertuigplafond worden herzien.