6. Bijlage Ontwerp Deelprogramma Klimaatadaptatie
Tekst van het document
In Zwaluwbuurt is dit met ruim 40% een stuk lager. Er liggen in alle buurten kansen om met woningcorporaties op te trekken in klimaatadaptatie; het corporatiebezit is 15 tot 21%.
B3W7.1 Knelpunten op de kaart Figuur W7.1 toont de ruimtelijke knelpunten klimaatadaptatie voor Kethel op basis van de meetbare doelen uit hoofdstuk 2.4 in het hoofddocument. Harga is recent ontwikkeld en de data is mogelijk al verouderd. Harga wordt daarom nu niet meegenomen in de analyse, maar tonen de wijk wel op de kaart. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet: • De Docter Sauerstraat heeft een risico op wateroverlast in huizen bij een hevige bui van 60 millimeter in een uur, met berekende waterdiepten rond de 40 centimeter. Dit is een straat die door bodemdaling is verzakt; het water uit • de omgeving stroomt hier naartoe. In Bijdorp geldt dit voor de Sporthalstraat, en de aangrenzende sporthal. • Ook Schiedamseweg, Spoorbaanstraat en Schietbaanstraat zijn kwetsbaar, vanwege verzakte woningen. • De ontsluitingswegen Zwaluwlaan, Hargalaan, Nieuwe Damlaan zijntijdelijk onbegaanbaar bij een hevige bui. Hierdoor is het centrale winkelcentrum Hof van Spaland tijdelijk onbereikbaar via deze route. • De Dorpsstraat en de Schiedamse weg zijn de doorgaande fiets- en wandelroutes met minder dan 30% schaduw. In Bijdorp hebben vrijwel alle doorgaande fiets- en wandelroutes minder dan 30% schaduw in plaats van de gewenste 40%. In Tuindorp geldt dit voor delen van de Schiedamseweg en de Zwaluwlaan.
• Kethel is kwetsbaar voor zowel te lage als te hoge grondwaterstanden in de toekomst, met risico’s op versnelde zakking van de openbare ruimte en grondwateroverlast. Tuindorp, Bijdorp en Zwaluwbuurt zijn kwetsbaar voor zakking van de openbare ruimte en grondwateroverlast. Er zijn weinig problemen met zakking van gebouwen, behalve lokaal rondom de Schiedamsestraat in Bijdorp. • Er bevinden zich scholen in Kethel-Dorp,Tuindorp en Bijdorp. Deze krijgenvoorrang bij het klimaatrobuust maken van de wijk. Dit geldt ook voor zorginstellingen in deze buurten.
FIG. W7.1 Ruimtelijke knelpunten in Kethel (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)
B3W7.2 Kansen op de kaart Figuur W7.2 toont de kansen en mogelijkheden voor klimaatadaptatie in de wijk Kethel. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet: • Nabij de wateroverlastlocaties in Bijdorp liggen kansen voor extra bovengrondse waterberging bij speelpleinen en parkeerterreinen. • De Poldervaart is een belangrijke verbindende hoofdstructuur waarvoor kansen liggen om deze te versterken. Ook zijn er kansen voor extra koele verblijfsplekken langs het water en waar mogelijk een betere onderdoorgang bij de A20. • Het groen van Park Kethel, de Poldervaart en het Beatrixpark biedt kansen voor het openhouden en het versterken met schaduwrijke verbindingen met wandel en fiets-routes. Er zijn kansen voor het versterken van de koele groene routes van Bijdorp naar Tuindorp Kethel,Zwaluwbuurt en Beatrixpark. • Park Kethel biedt vanwege de lagere ligging kansen voor extra regenwaterberging in de vorm van plas-dras zones. • Er liggen kansen voor het behouden en versterken van de groene singelstructuur in het oostelijk deel van de wijk, zodat deze afstromend regenwater kan bergen. • Voor de Docter Sauerstraat liggen kansen om deze weer op hoogte te brengen, en deze te laten afvoeren naar de oostelijk gelegen singel.
• Langs de Zwaluwlaan Hargalaan, en de Nieuwe Damlaan liggen kansen voor het creëren van ruimte voor bovengrondse regenwaterberging, zodat deze begaanbaar blijft bij hevige neerslag. • In Kethel liggen nog veel kansen om regenwater af te koppelen, omdat er voldoende groen en oppervlaktewater aanwezig is. Zo wordt gezorgd voor aanvulling van het grondwater en doorstroming van de singels. • Noordeinde en de Dorpsstraat zijn kansrijke straten voor vergroenen met geveltuinen. Ook het bedrijventerrein Kethelvaart kan vergroend worden. • De platte daken langs de randen en van het winkelcentum bieden kansen voor een groene inrichting en vertraging van regenwaterafvoer.
FIG. W7.2 Ruimtelijke kansen in Kethel (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)
B4 Stadsvernieuwing (1965-1990),Vinex (19902010) en recente Nieuwbouw (2010 nu)
B4.1 Kenmerken van de Stadsvernieuwing, Vinex en Recente nieuwbouw In de aanloop naar de jaren ‘70 vindt er een omslag in het denken plaats. Er wordt plaats gemaakt voor stadsvernieuwing en idealen over de samenleving, zoals democratie en gemeenschapszin, bepalen de architectuur. De aandacht gaat uit naar alternatieve woonvormen in met name laagbouw. Kleinschaligheid, prioriteit voor het wonen en een zo beperkt mogelijke verstoring van de bestaande sociale en stedenbouwkundige structuur krijgen de voorkeur boven de cityvorming - de bereikbaarheid voor auto’s én grootschalige nieuwbouw van woningen. Het woonerf doet zijn intrede, vaak uitgevoerd als een zogenaamde bloemkoolwijk. Tussen omstreeks 1965 en 1990, zijn de wijken Woudhoek en Spaland gebouwd. Ook enkele buurten in de Zwaluwbuurt in Kethel behoren in principe tot de stadsvernieuwing. Tot de recente nieuwbouw kan Harga worden gerekend. Ook zijn er andere recente ontwikkelingen zoals de Schiedamse Meesters. Deze wijken en buurten kenmerken zich door een bebouwing van overwegend laagbouw in de vorm van grondgebonden woningen met een voor- en achtertuin. Deze staan meestal in stroken in een rechthoekig stratenpatroon. Later vindt er een vrijere invulling plaats. De straten zijn smal en parkeren vindt plaats in parkeerhoven of parkeerkoffers en ook in de voortuin.
Het groen in de wijk of buurt wordt meestal aan de bestaande hoofdgroenstructuren van de stad gekoppeld door middel van singels en doorgaande groenstroken of een groene buffer.
B4.2 Principe-oplossingen Stadsvernieuwing, Vinex en Recente nieuwbouw Ook in deze wijken is het uitvoeren van maatregelen met betrekking tot klimaatadaptatie noodzakelijk. De bebouwing is dan wel grotendeels op beton gefundeerd, waardoor er minder kwetsbare, verzakte, panden zijn dan in de oudere delen van Schiedam. Echter, de openbare ruimte zakt, en moet na verloop van tijd opgehoogd worden. Ook zorgt dit voor kortere levensduren van de riolering. De verschillende thema’s van klimaatadaptatie kunnen in een ophoging goed meegenomen worden. De Stadsvernieuwing, Vinex en recente nieuwbouw zijn ruim opgezet, met mogelijkheden om bovengronds groen en schaduw te versterken, en extra regenwater te bergen. Dit regenwater is ook beschikbaar, want de riolering is voor meer dan de helft van het gebied gescheiden aangelegd. Dit biedt mogelijkheden om regenwater naar bijvoorbeeld wadi’s te brengen. De volgende principe-oplossingen zijn leidend: •
•
• • •
•
Infiltratievelden en wadi’s Er is ruimte voor infiltratievelden en wadi’s in het openbaar groen. Belangrijk is dat de wadi wordt gecombineerd met drainage-infiltratieleidingen voor een goede grondwaterbeheersing. Ook is een noodafvoer van belang; zo worden overstromingen vanuit het infiltratieveld of de wadi voorkomen. De wadi kan worden gecombineerd met extra groen met als bijvangst meer schaduw, maar ook een verhoogde biodiversiteit. Met het plaatsen van bankjes maken kan dit ook fungeren als een koele plek. Water- en bodemsturend inrichten Het bergend vermogen van de ondergrond en openbare ruimte wordt hiermee efficiënt gebruikt. Straten zijn van oorsprong lager aangelegd dan de begane grond om in tijdelijke waterberging te kunnen voorzien. Ook tijdens herinrichtingen kunnen straten hierop worden ingericht. Het leveren van beschermende schotten aan inwoners of het verhogen van drempels behoort tot de mogelijkheden om schade aan woningen te voorkomen. Langs onbegaanbare ontsluitingswegen kunnen greppels het regenwater tijdelijk bergen en daarna afvoeren. Greppels zijn geschikt langs wegen, omdat ze weinig ruimte vragen. Gericht vergroenen in de openbare ruimte Er zijn veel mogelijkheden om groene doorgaande routes verder te versterken met schaduwrijke bomen. Fiets- en wandelroutes waar nodig verplaatsen naar de schaduw is ook een passende maatregel.
Groenblauwe schoolpleinen Infiltrerende (water)speelplaatsen en groenblauwe schoolpleinen zijn kansrijke maatregelen, vanwege de vele scholen in deze wijken. Waterstructuur verbeteren Versterken van het functioneren en de kwaliteit open water kan door af te koppelen en overstortingen te verminderen. De waterstructuur wordt versterkt als het gaat om berging en doorstroming, en richten deze waar mogelijk natuurvriendelijk in, met koele verblijfsplekken langs het water. De bomen worden ver genoeg van de waterloop geplaatst om bladval in het water te voorkomen. Vergroenen op en rondom gebouwen Versterken groen en schaduw rondom corporatiebezit, in samenwerking met woningcorporatie (met name in Woudhoek).
FIG. B4 Principe-oplossingen Stadsvernieuwing, Vinexwijken en recente nieuwbouw (beeld: Defacto)
B4W8 - Woudhoek Woudhoek is tot stand gekomen tussen 1970 en 1990 als een van de vier kwadranten van Schiedam-Noord. De wijk is ontworpen op basis van een bloemkoolstructuur met hoofdzakelijk laagbouw woningen in de sociale- en goedkopere vrije-sector. De grondgebonden woningen hebben een voortuin en achtertuin. Langs de randen liggen vaak gestapelde woningen in 3 of 4 bouwlagen. Woudhoek is gebouwd in de polder als een aaneenschakeling van woonerven van zuid naar noord. Om het gebied bouwrijp te maken, zijn grote delen opgespoten. Als eerste is Woudhoek-Zuid ontwikkeld (de Toneelspelersbuurt, 1973 - 1977), ten zuiden van de destijds geprojecteerde metrobaan. Daarna is Woudhoek-Noord gebouwd (Botenbuurt, Ambachtenbuurt en Kastelenbuurt, 1980 - 1989). De oorspronkelijke geplande metrobaan is uiteindelijk niet gerealiseerd, maar de zone is nog wel deels herkenbaar. Deze is grotendeels vol gebouwd, waardoor het groene karakter is verdwenen. De woonerven zijn telkens gekoppeld aan de hoofdwegenstructuur en door middel van een doordachte groenstructuur verbonden met de ‘groene vingers’ of uitlopers van Midden Delfland, te weten de A4 in het westen en de Harreweg in het oosten. Door de waaiervormige uitloop van de bebouwing aan de noordwestrand ontstond een groene wig in het midden waar deze groenstructuur mee werd verbonden. Ook de waterstructuur is hieraan gekoppeld.
In de loop van de tijd is veel groen opgeofferd voor de bouw van woningen en voorzieningen, zonder al te veel rekenschap te houden met deze groenstructuur. Dit geeft de wijk in de huidige hoedanigheid een wat rommelige indruk. Figuur W8.0 toont de ruimtelijke kenmerken van Woudhoek. Daarnaast wordt toegelicht op welke manier deze ruimtelijke kenmerken bepalend zijn voor de mate van klimaatbestendigheid.
FIG. W8.0 Ruimtelijke kenmerken van Woudhoek (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans)
1. De gemiddelde hoogte van Woudhoek is ongeveer 1.0 meter onder zeeniveau. Vanwege de 2. 3. 4.
5. 6. 7.
afstand tot de Nieuwe Maas en de verschillende kerende elementen (zoals de A20) zijn de overstromingsrisico’s relatief klein. De ondergrond van veraarde bovengrond op diep veen maakt Woudhoek gevoelig voor bodemdaling. Zandige afzettingen, die stevigheid bieden aan de bodem, zijn hier minder aanwezig dan in de zuidelijk gelegen wijken. Ongeveer 33% is gemengd gerioleerd, een relatief hoog percentage vergeleken met het naastgelegen Sveaparken. De risico’s op voor vuil water op straat bij een hevige regenbui zijn hierdoor hoger. Een onbekend percentage van de gebouwen heeft een zakkingsgevoelige fundering, maar de verwachting is dat dit percentage laag is gezien de bouwperiode en de fysieke kenmerken van de bebouwing. In de praktijk komt funderingsschade nauwelijks voor. Wel kan extra schade aan zakkende wegen en riolering ontstaan bij langdurige droogte. Deze wegen zijn bij hevige neerslag extra kwetsbaar voor wateroverlast. Het percentage schaduw in de openbare ruimte is met 15% relatief laag. Weinig schaduw verhoogt de gevoelstemperatuur bij hitte. Met ongeveer 26% groen (privaat en publiek samen) is Woudhoek minder groen dan Sveaparken. De gemeente streeft naar een toename van dit percentage tot 35%. Het aantal bomen is met 8% relatief laag. Ruim 60% is openbaar terrein; de gemeente heeft hier ruimte om zelf stappen zetten in klimaatadaptatie.
Ook liggen er kansen om met woningcorporaties op te trekken in klimaatadaptatie; het corporatiebezit is 27%.
B4W8.1 Knelpunten op de kaart Figuur W8.1 toont de ruimtelijke knelpunten klimaatadaptatie voor Woudhoek op basis van de meetbare doelen uit hoofdstuk 2.4. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet: • Praam, Boezemanstraat en Jan Kijnestraat zijn kwetsbaar voor wateroverlast in huizen bij een hevige bui van 60 millimeter in een uur, met berekende waterdiepten van meer dan 30 centimeter. Deze straten zijn sneller gezakt dan de andere straten; het water uit de omgeving stroomt hier naartoe. • Onder andere Waterstrokerstraat, Slot Loevesteinstraat en fietsroutes langs de randen van de wijk hebben minder dan 30% schaduw. • Woudhoek is kwetsbaar voor te lage en te hoge grondwaterstanden in de toekomst, met risico’s op versnelde zakking van de openbare ruimte en grondwateroverlast. • Er bevinden zich enkele scholen en een zorginstelling in Woudhoek. Deze krijgen voorrang bij het klimaatrobuust maken van de wijk.
FIG. W8.1 Ruimtelijke knelpunten in Woudhoek. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)
B4W8.2 Kansen op de kaart Figuur W8.2 toont de kansen en mogelijkheden voor klimaatadaptatie in Woudhoek. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet: • In Woudhoek zijn noord-zuid georiënteerde groenstructuren van stad naar buitengebied waar kansen liggen om deze te versterken, evenals oost-west verbindingen langs het water. Kansen liggen bij het Nijhoffplein en de Westlander • Er zijn in het gebied kansen om extra koele verblijfsplekken langs het water te creëren. • Er ligt een kans om Praam, Jacobus J.W. Boezemanstraat en Jan Kijnestraat weer op hoogte te brengen, en deze te laten afvoeren naar groen ingerichte bermen of naar het oppervlaktewater. Dit zorgt voor extra grondwateraanvulling. Met drainage-infiltratie leidingen wordt overtollig grondwater afgevoerd, en niet tot overlast leidt. • Er liggen nog veel kansen voor afkoppelen van regenwater in Woudhoek. Er is voldoende groen aanwezig om regenwater vertraagd in de bodem te laten zakken of af te voeren naar nabijgelegen oppervlaktewater. Infiltratie leidt tot extra grondwateraanvulling, wat de bodemdaling vertraagd. • Samenwerking met de scholen langs de Warmoezenierstraat biedt kansen voor groen-blauwe schoolpleinen en groene daken. • In het midden van Woudhoek zijn platte daken aanwezig. Dit biedt kansen voor een groene, bio-diverse inrichting en het vertragen van de waterafvoer vanaf die daken.
• Er liggen kansen om te verbinden met de parkenzone van het tunneldak en de Harreweg. Zo ontstaan groene verbindingen naar het buitengebied.
FIG. W8.2 Ruimtelijke kansen in Woudhoek. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)
B4W9 - Spaland-Sveaparken De wijk Spaland-Sveaparken is ontwikkeld vanaf de jaren negentig en vormt het noordoostelijke kwadrant van de vier woonwijken die in de loop van de tijd rondom de oude dorpskern Kethel in Schiedam Noord zijn ontstaan. Spaland is opgedeeld in Sveaparken, de Velden, de Akkers, de Vlinderhoven, de Gaarden en Windas. SpalandSveaparken is ontworpen en gebouwd in de jaren 90 en begin 21e eeuw, en is een typische Vinex wijk. Sveaparken is de meest recente uitbreiding die in Zweedse stijl is opgetrokken. De wijk Spaland is net als Woudhoek gerealiseerd in het oude en uitgestrekte polderlandschap tussen Schiedam en Delft (de Noord Kethelpolder). Omdat de polder ruim 2 m onder de zeespiegel ligt zijn grote delen opgespoten om het gebied bouwrijp te maken. Het principe van de woonerven is hier doorgezet. Veel laagbouw en lange gevels worden onderbroken met objecten om de kleinschaligheid te versterken. Alle woningen in Spaland hebben een kleine voortuin, achtertuin en parkeerplaats voor de auto. Straten zijn autodominant met opritten en parkeerplaatsen. Spaland-Sveaparken heeft een groenere opzet. chtertuinen lopen over in openbaar groen en de auto is minder dominant in het straatbeeld. Op deze manier ervaart men het wonen in het groen. Figuur 9.0 toont de ruimtelijke kenmerken van Spaland-Sveaparken.
Daarnaast wordt toegelicht op welke manier deze ruimtelijke kenmerken bepalend zijn voor de mate van klimaatbestendigheid.
FIG. W9.0 Ruimtelijke kenmerken van Sveaparken. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)
1. De gemiddelde hoogte van Spaland-Sveaparken is ongeveer 1,5 meter onder zeeniveau. Vanwege 2. 3. 4.
5. 6. 7.
de afstand tot de Nieuwe Maas en de verschillende kerende elementen (zoals de A20) zijn de overstromingsrisico’s relatief klein. De ondergrond van kleidek op veen maakt Spaland-Sveaparken gevoelig voor bodemdaling. Zandige afzettingen, die stevigheid bieden aan de bodem, zijn hier minder aanwezig dan in de zuidelijk gelegen wijken. Ongeveer 20% is gemengd gerioleerd, een relatief laag percentage vergeleken met de andere wijken. De risico’s op voor vuil water op straat bij een hevige regenbui zijn relatief klein. Er zijn geen gebouwen met een zakkingsgevoelige fundering. Ook in de praktijk komt funderingsschade nauwelijks voor. Wel kan extra schade aan zakkende wegen en riolering ontstaan bij langdurige droogte. Er zijn in Spaland-Sveaparken verschillende pilots uitgevoerd met het ophogen van wegen met EPS schuim. De verzakte wegen zijn bij hevige neerslag extra kwetsbaar voor wateroverlast. Het percentage schaduw in de openbare ruimte is met 16% relatief laag. Weinig schaduw verhoogt de gevoelstemperatuur bij hitte. Met ongeveer 35% groen (privaat en publiek samen) is Spaland-Sveaparken relatief groen. De gemeente streeft naar behoud van dit percentage. Het aantal bomen is met 9% relatief laag. Bijna 60% is openbaar terrein; de gemeente heeft hier ruimte om zelf stappen zetten in klimaatadaptatie.
Ook liggen er enkele kansen om met woningcorporaties op te trekken in klimaatadaptatie; het corporatiebezit is 9%.
B4W9.1 Knelpunten op de kaart Figuur W9.1 toont de ruimtelijke knelpunten klimaatadaptatie voor Spaland-Sveaparken op basis van de meetbare doelen uit hoofdstuk 2.4. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet: • Spaland-Sveaparken heeft geen risico op wateroverlast in huizen bij een hevige bui van 60 millimeter in een uur. Er blijft wel water op straat staan, maar dit stroomt niet de huizen in. • De ontsluitingsweg Slimme Watering is tijdelijk onbegaanbaar bij een hevige bui. Deze weg ligt bijna een meter lager dan het noordelijk gelegen Spaland, en ontvangt afstromend regenwater uit deze wijk. • Onder andere Veldpad, Göteborg en Kerkweg zijn doorgaande fiets- en wandelroutes met minder dan 30% schaduw. • Spaland-Sveaparken is vooral kwetsbaar voor te lage grondwaterstanden in de toekomst, met risico’s op versnelde zakking van de openbare ruimte. • Er bevinden zich scholen en zorginstellingen Spaland-Sveaparken. Deze verdienen • voorrang bij het klimaatrobuust maken van de wijk.
FIG. W9.1 Ruimtelijke knelpunten in Sveaparken. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)
B4W9.2 Kansen op de kaart Figuur W9.2 toont de kansen en mogelijkheden voor klimaatadaptatie in Sveaparken. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet: • In Sveaparken zijn veel groenstructuren van stad naar buitengebied waar kansen liggen om deze te versterken, in combinatie met koelte en recreatie. Het gaat om de routes Poldervaart en Kerkweg, en de noord-zuid verbindingen langs de singels. • Voor de ronde singelstructuur in Sveaparken liggen kansen om deze te voeden met regenwater door in deze wijk meer regenwater af te koppelen van de riolering. Een doorstroompomp kan in tijden van droogte bijdragen aan behoud van een goede waterkwaliteit. • Er liggen kansen om extra koele verblijfsplekken langs het water te creëren, juist in de routes naar het buitengebied en langs de Poldervaart. • Langs de ontsluitingsweg Slimme Watering liggen kansen om ruimte te creëren voor bovengrondse regenwaterberging, zodat deze ontsluitingsweg minder belast wordt bij hevige neerslag. Ook ligt er een kans om langs deze weg extra koelte en groen toe te passen. • Samenwerking met de vele scholen in Sveaparken biedt kansen voor groen-blauwe schoolpleinen. • In het zuidelijk deel van Sveaparken zijn platte daken aanwezig. Dit biedt kansen voor een groene, biodiverse inrichting en het vertragen van de waterafvoer vanaf die daken.
FIG. W9.2 Ruimtelijke kansen in Sveaparken. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)
BB
4.7 Bedrijventerreinen B5 Bedrijventerreinen
BB
B5.1 Kenmerken van de bedrijventerreinen De bedrijventerreinen vormen een aparte categorie. Deze inrichting wordt niet zozeer geleidt door de bouwperiode, maar door het gebruik van het terrein. In Schiedam bestaan verschillende belangrijke bedrijventerreinen; • • • •
Bedrijventerrein Schiedamse Havens Bedrijventerrein Nieuw-Mathenesse Bedrijventerrein ‘s-Graveland / Spaanse Polder Bedrijventerrein Kethelvaart (vanwege zijn geografische ligging onder het hoofdstuk B3W7 Kethel benoemd)
De bedrijventerreinen hebben een andere opzet en typologie dan de wijken. Ze bestaan uit grote kavels met grote bedrijf- en opslag loodsen en kantoren. De loodsen hebben vaak grote platte daken en de kavels beschikken over weinig groen, waardoor deze gevoelig zijn voor hittestress. De logistieke ontsluiting krijgt prioriteit en is vaak op een functionele manier in een orthogonaal grid aangelegd. De bedrijventerreinen worden ontsloten door een wegenstructuur en een waterstructuur. De bedrijventerreinen ‘s-Graveland & Spaanse Polder worden ontsloten door de Schie en de A20. Voor de Schiedamse Havens en Nieuw-Mathenesse is de Nieuwe Maas een belangrijke waterstructuur, waarbij de Havens ontsloten worden door de A4 . Op Nieuw-Mathenesse is er een hoofdontsluitingsweg, waaraan de bedrijven zijn gekoppeld. Nieuw-Mathenesse is het oudste bedrijventerrein en gaat terug tot de middeleeuwen. Op het bedrijventerrein is een kleine hoeveelheid erfgoed overgebleven. De Schiedamse Havens zijn pas aan het begin van de 20ste eeuw ontstaan toen de scheepsindustrie tot groei kwam. Beiden bedrijventerreinen liggen voor een groot deel buitendijks en sterk verbonden met het water. De bedrijventerreinen Spaanse Polder en ’s Gravelandse polder zijn na de oorlog gebouwd aan de Schie en zijn verbonden met de polders.
Deze bedrijventerreinen zijn meer gericht op stedelijk bedrijvigheid zoals bijvoorbeeld detailhandel, groothandel en bouwmarkten.
89
B5.2 Principe-oplossingen bedrijventerreinen Hitte en een tekort aan groen zijn de grootste opgaven voor de bedrijventerreinen. Het creëren van groene en koele routes is hier belangrijk. Langs het water liggen volop kansen voor versterken van het groen en recreatie. Daarnaast is in de bedrijventerreinen de opgave voor het het stabiliseren van de grondwaterstanden belangrijk, vanwege de zettingsgevoeligheid van de gebieden. De volgende principe-oplossingen worden voorgesteld: •
•
• •
•
Infiltratievelden en wadi’s Er is ruimte voor infiltratievelden en wadi’s in het openbaar groen. Belangrijk is dat de wadi wordt gecombineerd met drainage-infiltratieleidingen voor een goede grondwaterbeheersing. Ook is een noodafvoer van belang; zo worden overstromingen vanuit het infiltratieveld of de wadi voorkomen. De wadi kan worden gecombineerd met extra groen met als bijvangst meer schaduw, maar ook een verhoogde biodiversiteit. Met het plaatsen van bankjes maken kan dit ook fungeren als een koele plek. Water- en bodemsturend inrichten Het bergend vermogen van de ondergrond en openbare ruimte wordt hiermee efficiënt gebruikt. Straten zijn van oorsprong lager aangelegd dan de begane grond om in tijdelijke waterberging te kunnen voorzien. Ook tijdens herinrichtingen kunnen straten hierop worden ingericht. Het leveren van beschermende schotten aan inwoners of het verhogen van drempels behoort tot de mogelijkheden om schade aan woningen te voorkomen. Langs onbegaanbare ontsluitingswegen kunnen greppels het regenwater tijdelijk bergen en daarna afvoeren. Greppels zijn geschikt langs wegen, omdat ze weinig ruimte vragen. Gerichte vergroening van de openbare ruimte Er zijn veel mogelijkheden om groene doorgaande routes verder te versterken met schaduwrijke bomen. Fiets- en wandelroutes waar nodig verplaatsen naar de schaduw is ook een passende maatregel.
Vergroenen gebouwen/ Klimaatadaptief (ver)bouwen Groen-blauwe daken, groene gevels, tegels eruit en een groene inrichting rondom de bedrijven zijn kansen om op te pakken, in samenwerking met bedrijven. Vooral in het Schiedistrict zijn hier veel kansen voor, omdat hier veel ontwikkelingen plaatsvinden op het moment van ontwikkeling van dit omgevingsprogramma. Overstromingsbestendige inrichting Schiedamse Havens ligt buitendijks en is kwetsbaar voor overstromingen. Het waterbergend vermogen van de straat kan gebruikt worden bij aanleg van verlaagde betrating ten op zichte van de vloerpeilen. Op openbaar terrein is het wenselijk waterberging te realiseren die lager ligt dan de vloerpeilen. Ook zijn natuurlijke oevers en getijdenparken hier een oplossing. Ten slotte kunnen de dijken versterkt worden als groene structuren.
90
B5W10 - ’s-Gravelandse Polder & Spaanse Polder De ’s-Gravelandse Polder en de Spaanse Polder liggen ingeklemd tussen het buitengebied en rijksweg de A20/ het station Schiedam Centrum. De Schie meandert door het bedrijventerrein heen. Aan de westkant wordt het gebied begrenst door de spoorlijn. Ten westen van het spoor ligt het Prinses Beatrixpark dat onderdeel is van het sport- en recreatieaanbod van Schiedam. ‘s-Graveland en Spaanse Polder kennen een rationele opzet. De ’s-Gravelandseweg is de hoofdontsluitingsweg van het bedrijventerrein en is aangesloten op de A20. De 's-Gravelandseweg is een brede (groene) stadsstraat waar een reservering in het profiel is opgenomen voor een mogelijke toekomstige tramverbinding van Schiedam-Centrum via een nieuw Station Kethel naar Schiedam Noord. De Brauwweg is de belangrijkste oost-west verbinding. Op het moment is er een herstructurering gaande op de bedrijventerreinen als onderdeel van het SchieDistrict. De ambitie is om, samen met de ondernemers, te transformeren tot innovatieve, hoogwaardige, duurzame bedrijventerreinen. De Schie krijgt een groen en toegankelijk karakter, zodat wandelaars en fietsers van de binnenstad naar het buitengebied kunnen en andersom.
Leegstaande en/of oude panden worden gesloopt en grond wordt bouwrijp gemaakt om opnieuw in erfpacht uit te geven, zodat het bedrijventerrein uit toekomstigbestendige en duurzame gebouwen bestaat. Daarnaast wordt parkeren uit de openbare ruimte verplaatst naar parkeerhubs, zodat er meer ruimte is voor groen en waterberging op het bedrijventerrein. Ten oosten van de ’s-Gravelandseweg wordt het Mechatronica Innovation Campus Schiedam (MICS) ontwikkelt met extra aandacht voor een duurzame en toekomstbestendige inpassing. Figuur 10.0 toont de ruimtelijke kenmerken van deze bedrijventerreinen. Daarnaast wordt toegelicht op welke manier deze ruimtelijke kenmerken bepalend zijn voor de mate van klimaatbestendigheid.
FIG. W10.0 Ruimtelijke kenmerken van ’s Gravelandsepolder en Spaanse Polder. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans )
91
1. De gemiddelde hoogte van ‘s-Graveland en de Spaanse Polder zijn ongeveer rond zeeniveau. 2. 3. 4.
5. 6. 7.
Vanwege de wat hogere ligging en de A20 als kerend element zijn de overstromingsrisico’s relatief klein. De ondergrond van klei op veen maken ‘s-Graveland en de Spaanse Polder gevoelig voor bodemdaling. Zandige afzettingen, die stevigheid bieden aan de bodem, zijn hier ook verspreid aanwezig. Ongeveer 10% is gemengd gerioleerd, een relatief laag percentage vergeleken met de andere wijken. De risico’s op voor vuil water op straat bij een hevige regenbui zijn klein. Ongeveer 25% van de bebouwing heeft een zakkingsgevoelige fundering. In de praktijk komt funderingsschade nauwelijks voor. Wel kan extra schade aan zakkende wegen en riolering ontstaan bij langdurige droogte. Door zwaar vrachtverkeer gaat dit proces op de bedrijventerreinen ook sneller. Deze wegen zijn bij hevige neerslag extra kwetsbaar voor wateroverlast. Het percentage schaduw in de openbare ruimte is met 16% relatief laag. Weinig schaduw verhoogt de gevoelstemperatuur bij hitte. Met ongeveer 16% groen (privaat en publiek samen) zijn ‘s-Graveland en de Spaanse Polder relatief versteend. De gemeente streeft naar een toename van dit percentage tot 20%. Het aantal bomen is met 6% relatief laag. Ruim 60% is openbaar terrein; de gemeente heeft hier ruimte om zelf stappen zetten in klimaatadaptatie. Ook liggen er kansen om met ondernemers en bedrijven samen te werken.
92
B5W10.1 Knelpunten op de kaart Figuur W10.1 toont de ruimtelijke knelpunten klimaatadaptatie voor ’s-Gravelandse Polder en Spaanse Polder op basis van de meetbare doelen uit hoofdstuk 2.4 in het hoofddocument. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet: • De Koolhovenstraat is kwetsbaar voor wateroverlast in panden bij een hevige bui van 60 millimeter in een uur, met berekende waterdiepten van meer dan 30 centimeter. Deze straat is sneller gezakt dan de andere straten; het water uit de omgeving stroomt hier naartoe. • De ontsluitingsweg ’s-Gravelandseweg is op enkele plekken onbegaanbaar bij deze hevige bui: bij de onderdoorgang onder het spoor, en tussen Ringerstraat en Scholtenstraat (lokale verzakking). • De langzaamverkeersroutes op de ’s-Gravelandseweg beschikken over minder dan 30% schaduw. • Er zijn geen koele verblijfsplekken op loopafstand van de bebouwing op het bedrijventerrein. • Spaanse Polder is kwetsbaar voor te lage en te hoge grondwaterstanden in de toekomst, met risico’s op versnelde zakking van de openbare ruimte en grondwateroverlast. • Er bevinden zich vooral bedrijven en kantoren in ’s-Gravelandse Polder en Spaanse Polder. Er zijn geen functies met prioriteit in geval van extreme weersomstandigheden. Wel is een aandachtspunt dat de productiviteit bij hitte sterk achteruit gaat.
FIG. W10.1 Ruimtelijke knelpunten in ’s-Gravelandse Polder en Spaanse Polder. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)
93
B5W10.2 Kansen op de kaart Figuur W10.2 toont de kansen en mogelijkheden voor klimaatadaptatie op de bedrijventerreinen ’s-Gravelandse Polder en Spaanse Polder. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet: • De Schie wordt gezien als kans om als groene drager de binnenstad met het buitengebied te verbinden. • Er worden kansen gezien om drie nieuwe koele verblijfsplekken langs de Schie. • We zien kansen voor een nieuwe koele route in de groene zone tussen de s-Gravelandse polder en de polderweg. • Er is een kans om de Koolhovenstraat weer op hoogte te brengen, en deze te laten afvoeren naar groen ingerichte bermen. Dit zorgt voor extra grondwateraanvulling. Met drainage-infiltratie leidingen wordt ervoor gezorgd dat overtollig grondwater wordt afgevoerd, en niet tot overlast leidt. • Langs de ontsluitingsweg ‘s Gravelandseweg wordt een kans gezien voor het creëren van ruimte voor bovengrondse regenwaterberging in de groene bermen, zodat deze ontsluitingsweg minder belast worden bij hevige neerslag. Ook zijn er kansen langs deze weg voor het toevoegen van extra koelte en groen. • Samenwerking met de bedrijven van de ’s-Gravelandse Polder en de Spaanse Polder biedt veel kansen voor groene daken. • Een groot deel van de ‘s-Gravelandse en Spaanse Polder wordt herontwikkeld. Dit biedt kansen voor het meenemen van klimaatadaptatie.
In de herontwikkeling worden eisen gesteld voor het ontwikkelen zowel gebouw als openbare ruimte.
FIG. W10.2 Ruimtelijke kansen in ’s-Gravelandse Polder en Spaanse Polder. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)
94
B5W11 - Schiedamse Havens en Nieuw-Mathenesse Het Schiedamse Havengebied strekt zich uit langs de Nieuwe Maas aan de zuidzijde van de stad en beslaat in totaal twee deelgebieden: Vijfsluizen en Wilhelminahaven. Aan de Maas ligt ook het bedrijventerrein Nieuw-Mathenesse. Dit lijkt in zijn bedrijvigheid op het Schiedistrict, maar vanwege zijn geografische locatiekenmerken wordt deze onder de Havens benoemd. Er zijn twee insteekhavens, de Wiltonhaven en de Wilhelminahaven waaraan het merendeel van de watergebonden bedrijvigheid is gevestigd. Daarnaast is er nog de Spuihaven, die gebruikt wordt voor de aanleg van plezierboten en aan de monding van de Schie ligt de Voorhaven die meer dient als doorvoerroute van en naar de Schie. De centrale ontsluitingsstructuur van de bedrijventerreinen loopt in ieder deelgebied door het midden en sluit op een aantal plaatsen in het noorden aan op het dijktrace langs de Nieuwe Waterweg. De primaire waterkering ligt langs de Vlaardingerdijk, de Westfrankelandsedijk, de Havendijk, de Maasdijk, de Nieuw Mathenesserstraat, Van Deventerstraat en Rotterdamsedijk. Dit zorgt voor hoogteverschillen tussen bedrijventerrein en woongebieden. Gelet op het bedrijfsmatige karakter is er niet veel groen in de Havens aanwezig. Langs de noordzijde ligt het Volkspark en op Vijfsluizen is ook een getijdenpark aanwezig.
Voor het slibdepot, dat wordt omsloten door een groene rand, ligt een kans om deze op termijn bij het bedrijventerrein te betrekken en hiermee het bedrijventerrein uit te bereiden. Via het metrostation Vijfsluizen is Schiedam-Havens aangesloten op het openbaar vervoer netwerk. Figuur W11.0 toont de ruimtelijke kenmerken van Schiedamse Havens en Nieuw-Mathenesse. Daarnaast wordt toegelicht op welke manier deze ruimtelijke kenmerken bepalend zijn voor de mate van klimaatbestendigheid.
FIG. W11.0 Ruimtelijke kenmerken van Schiedamse Havens en Nieuw-Mathenesse. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans) 95
1. De gemiddelde hoogte van Schiedamse Havens is ongeveer 3,5 meter boven zeeniveau. Vanwege de buitendijkse ligging langs de Maas zijn de overstromingsrisico’s hier groot.
2. De ondergrond van klei op veen maakt Schiedamse Havens gevoelig voor bodemdaling. Zandige afzettingen, die stevigheid bieden aan de bodem, zijn hier echter ook verspreid aanwezig.
3. Ongeveer 10% van de Schiedamse Havens is gemengd gerioleerd, een relatief laag percentage 4. 5. 6. 7.
vergeleken met de andere wijken. De risico’s op voor vuil water op straat bij een hevige regenbui zijn klein. Ongeveer 20% van de bebouwing heeft een zakkingsgevoelige fundering. Bij langdurige droogte zijn deze gebouwen extra kwetsbaar voor verdere verzakking en schade. Bij hevige neerslag zijn ze kwetsbaar voor wateroverlast. Het percentage schaduw in de openbare ruimte is met 23% relatief hoog. Schaduw verlaagt de gevoelstemperatuur bij hitte. Met ongeveer 18% groen (privaat en publiek samen) is Schiedamse Havens relatief versteend. Er wordt gestreefd naar een toename van dit percentage tot 20%. Het aantal bomen is met 2% zeer laag. Ruim 50% is openbaar terrein; de gemeente heeft hier ruimte om zelf stappen zetten in klimaatadaptatie. Er liggen veel kansen om klimaatadaptatie samen met bedrijven aan te pakken.
96
B5W12.1 Knelpunten op de kaart Figuur W12.1 toont de ruimtelijke knelpunten klimaatadaptatie voor Schiedamse Havens op basis van de meetbare doelen uit hoofdstuk 2.4 in het hoofddocument. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet: • Omgeving Fortunaweg en de Berckenrodestraat zijn kwetsbaar voor wateroverlast in bedrijven bij een hevige bui van 60 millimeter in een uur, met berekende waterdiepten van meer dan 40 centimeter. Deze straten zijn sneller gezakt dan de andere straten; het water uit de omgeving stroomt hier naartoe. Panden langs de Nieuwe Waterweg zijn verzakt, en daardoor extra kwetsbaar voor wateroverlast. • De ontsluitingswegen Nieuwe Waterweg en Maasdijk zijn op enkele plekken tijdelijk onbegaanbaar bij deze hevige bui (lokale verzakking). • Onder andere Nieuwe waterwegstraat, Buitenhavenweg en Nieuw Mathenesserstraat hebben minder dan 30% schaduw. • Er zijn weinig koele verblijfsplekken op loopafstand met name in Nieuw Mathenesse. • De Schiedamse Havens zijn vooral kwetsbaar voor te lage grondwaterstanden in de toekomst, met risico’s op versnelde zakking van de openbare ruimte.
FIG. W12.1 Ruimtelijke knelpunten in Schiedamse Havens (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)
97
B5W12.2 Kansen op de kaart Figuur W12.2 toont de kansen en mogelijkheden voor klimaatadaptatie in Schiedamse Havens. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet: • Er zijn in het zowel Schiedam Havens als Nieuw-Mathenesse kansen om groene routes te versterken en te verbinden met de parken van West en Zuid. Het gaat hier om de Karel Doormanweg, de Nieuwe Waterwegstraat en de Maasdijk. • Ook zijn er kansen om koele routes verder uit te breiden, en zijn er kansen voor het creëren een aantrekkelijke groene inrichting langs de havenboulevards. • Er zijn kansen voor een koele verblijfsplek op het plein bij het metrostation Vijfsluizen ten noorden van de Schiedamse Havens. Ook liggen er kansen voor het creëren van groene routes vanuit het • Er zijn kansen om een compacte en hoogwaardige koele verblijfplek op de kop het bedrijventerrein aan de oostkant van de voorhaven te creëren. • Er zijn kansen om de straten in omgeving Fortunaweg en de Berckenrodestraat weer op hoogte te brengen, en deze te laten afvoeren naar groen ingerichte bermen. Dit zorgt voor extra grondwateraanvulling. • Voor de ontsluitingswegen Nieuwe Waterweg en Maasdijk zijn er kansen om deze beter af te voeren naar de Nieuwe Maas zodat deze begaanbaar blijven. Hiermee worden de zakkingsgevoelige panden langs de Nieuwe Waterweg tegen wateroverlast beschermd.
• Samenwerking met de bedrijven van Schiedamse Havens biedt veel kansen voor klimaatrobuuste terreinen en groenblauwe daken. • Een groot deel van Schiedamse Havens wordt herontwikkeld, met name het zuidelijk deel van Nieuw Mathenesse. Dit biedt kansen voor het meenemen van klimaatadaptatie. De gemeente kan via het Omgevingsplan regels stellen aan een klimaatadaptieve inrichting.
FIG. W12.2 Ruimtelijke kansen in Schiedamse Havens en Nieuw-Mathenesse (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)