CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Bijlage Ontwerp Deelprogramma Klimaatadaptatie

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester, dan wel collegeleden:14.750 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage Deelprogramma Klimaatadaptatie Bouwperioden als basis voor Wijkgerichte Aanpak Indeling in bouwperioden en wijken Het watersysteem, de bodem en de ondergrond zijn bepalend voor de mate van kwetsbaarheid van een gebied bij klimaatverandering. Daarnaast speelt de bestaande ruimtelijke inrichting een cruciale rol in de mogelijkheden voor klimaatadaptieve ontwerpoplossingen. Elke bouwperiode kent een eigen stedenbouwkundige opbouw, met specifieke manieren van bouwen en inrichten. Deze kenmerken beïnvloeden zowel de gevoeligheid voor klimaatrisico’s als de oplossingsrichtingen die mogelijk zijn. Vanwege deze samenhang is het Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie grotendeels opgebouwd rond de indeling in bouwperioden (zie Figuur 0.1). Elke bouwperiode wordt gekenmerkt door: • de ontstaansgeschiedenis van de wijk; • de aard van de ondergrond waarop gebouwd is; • de destijds gangbare bouwstijlen en -technieken. Deze kenmerken vormen het uitgangspunt voor een wijkgerichte benadering. Op basis hiervan zijn generieke principe-oplossingen geformuleerd die toepasbaar zijn op alle wijken binnen dezelfde bouwperiode. Deze oplossingen sluiten aan bij de fysieke en stedenbouwkundige eigenschappen van de betreffende wijken en bieden daarmee een stevige basis voor klimaatadaptieve maatregelen.

Bij het inzoomen op afzonderlijke wijken bieden de bouwperiodekenmerken een indicatief kader om de huidige situatie te toetsen aan de maatgevende doelstellingen voor 2050, zoals geformuleerd in het hoofddocument. Deze analyse maakt het mogelijk om per wijk: • relevante knelpunten te identificeren; • kansen in kaart te brengen die bijdragen aan het behalen van de langetermijndoelen. Deze systematische benadering ondersteunt de gemeente in het gericht prioriteren en uitvoeren van maatregelen die bijdragen aan een toekomstbestendige leefomgeving. De gehanteerde indeling in bouwperioden is als volgt: • Historische kernen (vóór 1918) • Vooroorlogse stadswijken (1918-1940) • Wederopbouw (1945-1960) • Stadsvernieuwing (1965-1990), Vinex (1990-2010) en recente nieuwbouw (2010 tot 2025) • Bedrijventerreinen (wisselende bouwperioden, van historisch tot nu) Bedrijventerreinen vormen een uitzondering op de indeling naar bouwperioden. Ondanks de variatie in bouwjaren, kunnen zij als één categorie worden behandeld vanwege overeenkomsten in ruimtelijke structuur en functionele inrichting. In de hoofdstukken worden de bouwperiodes aangegeven met een B, de wijken worden weergegeven door een W. Wanneer de titel luidt B1W1 dan betekent dit dat het gaat om bouwperiode 1 en wijk 1.

1

FIG. 0.1 Gekozen indeling in bouwperioden (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)

2

B1- Historische kernen (voor 1918)

3

B1.1 Kenmerken van de historische kernen Een historische kern bevat de oudste bebouwing van een dorp of stad, soms omgeven door een stadsgracht. Vroeger bood deze gracht, samen met een stadsmuur, bescherming aan de inwoners. Vijandige legers konden niet zomaar binnendringen en de stad plunderen. Dit resulteerde in een uiterst efficiënt ruimtegebruik in deze historische kernen. De huizen zijn smal en hoog, en de tuinen klein. De straten zijn vaak smal en grenzen direct aan de huizen zonder trottoir. Voordat er riolering werd het afvalwater aangevoerd op de grachten. Historische kernen zijn kwetsbaar bij hevige buien. Er is weinig ruimte om water tijdelijk te bergen. Ook is de schade er relatief groot vanwege de grote dichtheid aan functies (wonen, werken, recreëren). De grote dichtheid aan bebouwing en straten biedt daarnaast weinig ruimte aan bomen en schaduw. Bij extreme hitte kan de versteende omgeving flink opwarmen en hittestress opleveren. Ook droogte kan een probleem vormen, omdat het regenwater op weinig plekken de bodem in kan dringen, als aanvulling voor het grondwater. In Schiedam zijn de Binnenstad en Kethel-Dorp historische kernen. Vanwege de geografische ligging van Kethel dorp wordt deze weergegeven onder wederopbouw in combinatie met omliggende wijken die uit die laatste periode komen.

4

B1.2 Principe-oplossingen historische kernen De bebouwingsdichtheid is in de historische kernen vaak hoog; het is hier schipperen met de beschikbare ruimte. Ondergrondse maatregelen zijn in veel gevallen niet mogelijk vanwege de drukte in de ondergrond met zowel boomwortels als kabels en leidingen. Verder is het, gezien het grote aandeel privaat terrein en de aanwezigheid van corporatiebezit, van groot belang om zowel particuliere eigenaren als woningcorporatie mee te nemen in het bijdragen aan een klimaatadaptatieve stad. Ook ligt er in de historische kernen een opgave in het scheiden van hemel- en afvalwater en is grondwaterbeheersing van noodzakelijk om funderingen zo lang mogelijk mee te laten gaan. Voor de historische kernen zijn de volgende principe-oplossingen passend waarin het combineren van functies door gebrek aan fysieke ruimte centraal staat, ook in figuur: • Hemelwater en afvalwater scheiden Het afkoppelen van hemelwater en aanleg van een gescheiden riolering leidt tot minder wateroverlast en meer mogelijkheden om met het schone regenwater het grondwater aan te vullen bij droogte. Zo wordt schade aan funderingen voorkomen. Zichtbaar afgekoppeld regenwater maakt inwoners meer bewust van de noodzaak om regenwater tijdelijk op te vangen bij hevige neerslag. Dit kan worden gecombineerd met een robuust watersysteem met voldoende waterberging en waterafvoer.

• Water- en bodemsturend inrichten Het bergend vermogen van de ondergrond en openbare ruimte wordt hiermee efficiënt gebruikt. Straten zijn van oorsprong lager aangelegd dan de begane grond om in tijdelijke waterberging te kunnen voorzien. Ook tijdens herinrichtingen kunnen straten hierop worden ingericht. Het leveren van beschermende schotten aan inwoners of het verhogen van drempels behoort tot de mogelijkheden om schade aan woningen te voorkomen. Langs onbegaanbare ontsluitingswegen kunnen greppels het regenwater tijdelijk bergen en daarna afvoeren. Greppels zijn geschikt langs wegen, omdat ze weinig ruimte vragen. • Ondergrondse waterdoorlating en waterberging Een DIT-riolering vermindert wateroverlast en creëert een goede grondwaterbeheersing. Een dergelijk riool verwerkt hemelwater en draagt daarnaast bij aan grondwateraanvulling. Het grondwater zakt bij droogte minder uit, en de openbare ruimte zakt minder snel. • Gerichte vergroening in de openbare ruimte Langs doorgaande routes wordt ruimte gezocht voor extra bomen. Fiets- en wandelroutes kunnen waar nodig verplaatst worden naar plekken met meer schaduw. • Vergroening van gebouwen Groene gevels en geveltuinen zijn oplossingen om te vergroenen in de dichtbebouwde historische kernen, in samenwerking met woningcorporatie en inwoners.

Groenblauwe daken houden regenwater vast, zodat water bij hevige neerslag niet direct in de straten en in het riool terechtkomt. Wateroverlast wordt hierdoor beperkt. Daarnaast bieden groene en/of blauwe daken koelte aan zowel het binnenklimaat van gebouwen als de nabije omgeving en kan zorgvuldig gekozen beplanting op het dak bijdragen aan biodiversiteit.

FIG. B1 Principe-oplossingen historische kernen (beeld: Defacto) 5

B1W1 – De Binnenstad De Binnenstad heeft de stedenbouwkundige kenmerken van een historische kern. In 1275 kreeg Schiedam stadsrechten, wat leidde tot de aanleg van een stadsmuur om de stad te beschermen. Gaandeweg breidde de binnenstaduit en werden de vesten gegraven, waaronder de Noordvestgracht, ter bescherming van de stad. De Schie was van oudsher een belangrijke handelsroute, waardoor de stad verder groeide. Vanaf de 17e eeuw richtte de stad zich op de jeneverproductie. De rijkdom uit de jeneverindustrie is in Schiedam nog terug te zien in de indrukwekkende publieke gebouwen en ruime herenhuizen in de Binnenstad. Veel van deze gebouwen zijn rijksmonumenten geworden. Naast monumentale panden bestaat de Binnenstad inmiddels ook uit modernere gebouwen, zoals rondom het Bagijnhof. Dit zijn grote panden, waar groene daken kansrijk zijn. Het stratenpatroon in de Binnenstad volgt het beloop van de Schie, de Vesten en oude dijken, die ontstonden door inpoldering van het landschap. Smalle stegen verbonden de kades langs de rivier met doorgaande straten daarachter, zoals de Hoogstraat. Een stelsel van smalle grachten zorgde voor de benodigde ontwatering en het vervoer over water. Veel van deze grachten zijn gedempt. Dit zijn kwetsbare locaties voor wateroverlast; de grachten hadden een functie in het bergen en afvoeren van overtollig water.

Figuur B1.0 toont de ruimtelijke kenmerken van de Binnenstad. Deze afbeelding toont in cirkeldiagrammen een aantal kenmerken van de wijk en de bebouwing.

6

1 2 3 4

5 6

De Binnenstad ligt boven zeeniveau. Echter, vanwege de nabijheid van de Nieuwe Maas zijn de overstromingsrisico’s relatief groot. De ondergrond van klei op veen maakt de Binnenstad gevoelig voor bodemdaling. Toch is de ondergrond hier stabieler dan in de andere wijken, door de aanwezigheid van zavel en zand uit de oude oeverwallen. Vrijwel de hele Binnenstad is gemengd gerioleerd. Dit levert risico’s op voor vuil water op straat bij een hevige regenbui. Ongeveer 70% van de gebouwen heeft een zakkingsgevoelige fundering. Bij langdurige droogte zijn deze gebouwen extra kwetsbaar voor verdere zakking en schade. Door verzakking liggen deze woningen lager in het maaiveld. Bij hevige neerslag stroomt het water de woningen in en zijn deze woningen kwetsbaar voor wateroverlast. Het percentage schaduw in de openbare ruimte is met 30% hoog. Dit verlaagt de gevoelstemperatuur bij hitte. Met 9% groen (privaat en publiek samen) is de Binnenstad zeer versteend. Ook het aantal bomen is laag. In combinatie met een hoge inwonerdichtheid leidt dit tot opwarming van de openbare ruimte.

FIG.W 1.0 Ruimtelijke kenmerken van de Binnenstad. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans)

7

B1W1.1 Knelpunten op de kaart Figuur W1.1 toont de ruimtelijke knelpunten klimaatadaptatie voor de Binnenstad op basis van de meetbare doelen uit hoofdstuk 2.4. Hieronder zijn de belangrijkste knelpunten samengevat: • De straten Baan en Broersveld en de straten Groenweegje, Raam en Noordmolenstraat (in de Brandersbuurt) zijn erg kwetsbaar bij een hevige bui van 60 millimeter in een uur. Deze straten zijn verzakt waardoor het water zich hier verzamelt. Ook zijn enkele huizen verzakt wat de kwetsbaarheid op wateroverlast in de huizen vergroot. Waterdiepten op straat nemen hier toe tot boven de 40 centimeter bij een dergelijke bui. • De Broersvest, een ontsluitingsweg, wordt onbegaanbaar bij deze hevige bui. • Broersvest en de Boterstraat, belangrijke langzaamverkeerroutes, hebben minder dan 30% schaduw • Langs de Schie zijn te weinig koele verblijfsplekken op loopafstand. • De Binnenstad heeft te maken met lokale verzakking en funderingsschade van gebouwen. Dit verergert bij lage grondwaterstanden. In de toekomst zijn er ook risico’s op te hoge grondwaterstanden en grondwateroverlast in gebouwen.

FIG. W1.1 Ruimtelijke knelpunten in Binnenstad. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)

8

B1W1.2 Kansen op de kaart Figuur 1.2 toont de ruimtelijke kansen en mogelijkheden voor klimaatadaptatie in de Binnenstad. In de volgende punten worden deze samengevat: • De waterstructuur van de Schie, met Lange Haven, Korte Haven, Buitenhaven, Noordvestgracht en Nieuwe Haven, biedt kansen voor het verbinden van groenstructuren en het versterken van recreatieve routes met groen en schaduw. o Vooral de vesten (kades en oevers om de binnenstad) hebben potentie voor transformatie naar verblijfoevers en kades met meer groen en schaduw. • Via de kades kunnen groene koele routes gerealiseerd worden naar Stadspark de Plantage en via de Korte Haven naar Schiedam-West. • In het gebied tussen de Schie en de Noordvestgracht liggen kansen om vuil rioolwater en schoon regenwater van elkaar te scheiden door middel van het afkoppelen van hemelwater en dit af te voeren naar de aanwezige waterstructuur. Hiermee worden risico’s op wateroverlast teruggedrongen. Met drainage-infiltratie riolen wordt de grondwaterstand bij wateroverlast en droogte stabiel gehouden. • Er liggen kansen voor herinrichting van de Baanstraat en omgeving, met meer waterbergend groen. • Langs de Broersvest liggen kansen voor koele verblijfsplekken, en het vergroten van de schaduw langs deze route met bijvoorbeeld geveltuinen.

• Op de Koemarkt liggen kansen voor het realiseren van koele groene verblijfsplek, als verbinding van de binnenstad met de nieuwbouwontwikkelingen in Nieuw-Mathenesse Noord, ookwel de Glasfabriek. • In de Binnenstad zijn verschillende (grote) platte daken aanwezig. Deze daken bieden kansen voor een groene inrichting en het vertragen van de waterafvoer vanaf deze daken. Het uitgangspunt hiervoor is dat de draagconstructie van de daken hiervoor geschikt moet zijn.

FIG. W1.2 Ruimtelijke kansen in Binnenstad. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)

9

B2 - Vooroorlogse stadswijken

10

B2.1 Kenmerken van de vooroorlogse stadswijken De vooroorlogse bouwperiode kenmerkt zich door een rechthoekig stratenpatroon met overwegend gestapelde bebouwing in gesloten bouwblokken. Er zijn wel achtertuinen, maar deze liggen aan de binnenzijde van de gesloten bouwblokken en zijn niet zichtbaar vanaf de straat. Een aaneenschakeling van lanen en singels met daartussen pleinen en parkjes zorgen voor ontmoeting en ontspanning. De bebouwing heeft een relatief hoge dichtheid die bijdraagt aan het ‘dorp in de stad gevoel’. De wijken zijn bloksgewijs ontwikkeld, waarbij de woningbouwcorporaties een belangrijke rol hebben gespeeld. De gebouwen hebben vaak eenzelfde bouwhoogte, met monumentale stedenbouwkundige details in de gevels in de vorm van bijvoorbeeld rondingen of torentjes. De vooroorlogse wijken werden gebouwd toen de stevige zandruggen langs de rivieren al bebouwd waren. Wat overbleef waren de slappere kleigronden. In deze periode zijn veel gebouwen met een zakkingsgevoelige fundering gerealiseerd, deze zijn op houten palen gefundeerd in de diepere zandlaag, of ze zijn gebouwd op staal, bestaande uit een gemetselde voet of plaat direct op de bodem, waar de bodem dat toeliet. In Schiedam zijn de wijken Schiedam-Zuid, Schiedam-West, Schiedam-Oost en Bijdorp uit de vooroorlogse bouwperiode.

11

B2.2 Principe-oplossingen in de vooroorlogse wijken De Vooroorlogse wijken zijn risicogebieden met betrekking tot funderingen, veel woningen zijn gefundeerd op houten palen of op staal. De wijken hebben een compacte bouwstijl met veel verhard oppervlak en weinig groen. Regenwater kan minder makkelijk de bodem in, en wordt voor een groot deel door gemengde riolering afgevoerd. Bodemdaling en zettingen gecombineerd op particuliere en openbare ruimte kunnen een ernstige bedreiging vormen voor het functioneren van de riolering en de waterbestendigheid van de wijk, doordat een wijk steeds dichter of onder het vigerende oppervlaktewaterpeil kan komen te liggen. De wijken hebben een hoge inwonerdichtheid en liggen vlakbij de Binnenstad, waardoor de parkeerdruk hoog is. Er is weinig ruimte voor bovengrondse maatregelen. Principe-oplossingen voor deze wijken zijn: • Water- en bodemsturend inrichten Het bergend vermogen van de ondergrond en openbare ruimte wordt hiermee efficiënt gebruikt. Straten zijn van oorsprong lager aangelegd dan de begane grond om in tijdelijke waterberging te kunnen voorzien. Ook tijdens herinrichtingen kunnen straten hierop worden ingericht. Het leveren van beschermende schotten aan inwoners of het verhogen van drempels behoort tot de mogelijkheden om schade aan woningen te voorkomen.

Langs onbegaanbare ontsluitingswegen kunnen greppels het regenwater tijdelijk bergen en daarna afvoeren. Greppels zijn geschikt langs wegen, omdat ze weinig ruimte vragen. • Ondergrondse waterdoorlating en waterberging Een DIT-riolering vermindert wateroverlast en creëert een goede grondwaterbeheersing. Een dergelijk riool verwerkt hemelwater en draagt daarnaast bij aan grondwateraanvulling. Het grondwater zakt bij droogte minder uit, en de openbare ruimte zakt minder snel. • Gerichte vergroening in de openbare ruimte Om meer koelte en schaduw te realiseren wordt, waar de ruimte dit toelaat, extra groen toegevoegd langs doorgaande fiets- en wandelroutes en sluiten aan bij de park- en singelstructuren. • Vergroening van gebouwen Groene gevels en geveltuinen zijn oplossingen om te vergroenen in de stad, in samenwerking met woningcorporatie en inwoners. Groenblauwe daken houden regenwater vast, zodat water bij hevige neerslag niet direct in de straten en in het riool terechtkomt. Wateroverlast wordt hierdoor beperkt. Daarnaast bieden groene en/of blauwe daken koelte aan zowel het binnenklimaat van het gebouwen als de nabije omgeving en kan zorgvuldig gekozen beplanting op het dak bijdragen aan biodiversiteit. • Tegelwippen stimuleren Tegels eruit: stimuleren inwoners tot verder vergroenen en vasthouden van regenwater.

Dit is in versteende gebieden zeer belangrijk, omdat de straatprofielen in veel wijken te weinig ruimte bieden voor waterberging en versteende voortuinen hier direct een negatieve impact op hebben. Achtertuinen ondervinden bij hevige neerslag veel wateroverlast. Met hoogteverschillen, en aanleg van “watertuinen” kunnen wijken klimaatadaptiever worden ingericht door bewoners zelf.

FIG. W2 Principe-oplossingen vooroorlogse stadswijken (beeld: Defacto)

B2W2 - Schiedam-Zuid Schiedam-Zuid is één van de oudste wijken uit de vooroorlogse bouwperiode. De wijk is gebouwd om woonruimte te bieden voor de gezinnen van arbeiders die in de nieuwe Wilhelminahaven, op de scheepswerf Gusto of bij de kaarsenfabriek werkten. Zuid is de dichtst bebouwde wijk van de drie vooroorlogse wijken in Schiedam. De Plantage aan de noordkant was aanvankelijk het enige park binnen korte afstand van Zuid. Het Volkspark is aangelegd in 1916 ter compensatie van de verkoop van een groot deel van het Sterrebos voor de aanleg van de Wilhelminahaven Na de oorlog is Park Maasboulevard aan de zuidkant aangelegd.. Het Volkspark aan de westkant was al aangelegd in 1916, ter compensatie van de verkoop van het Sterrebos. De bekende landschapsarchitect Domenicus legde dit Sterrebos in 1906 al aan, toen de Wilhelminahaven werd gebouwd. In de loop van de jaren werd Zuid steeds meer omringd door wegen, bebouwing en industrie. Figuur B2.0 toont de ruimtelijke kenmerken voor Schiedam-Zuid. Daarnaast wordt toegelicht welke kenmerken de kwetsbaarheid bij klimaatverandering vergroten.

FIG. W2.0 Ruimtelijke kenmerken van Schiedam-Zuid. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans)

1. De gemiddelde maaiveldhoogte van de wijk Schiedam-Zuid ligt boven zeeniveau, echter, in het midden daalt deze tot 0.5 meter onder zeeniveau. Vanwege de nabijheid van de Nieuwe Maas zijn de overstromingsrisico’s relatief groot. 2. De ondergrond van klei op veen maakt Schiedam-Zuid gevoelig voor bodemdaling. 3. Bijna 90% van de wijk Zuid is gemengd gerioleerd; een relatief hoog percentage vergeleken met de andere vooroorlogse wijken. Dit levert risico’s op voor vuil water op straat bij een hevige regenbui. Tegelijk liggen er veel kansen om regenwater te scheiden van vuil water, vervuiling van het oppervlaktewater te verminderen en het schone regenwater te laten bijdragen aan een stabiele grondwaterstand. 4. Ongeveer 65% van de gebouwen heeft een zakkingsgevoelige fundering. Bij langdurige droogte zijn deze gebouwen extra kwetsbaar voor verdere zakking en schade. Door verzakking liggen deze woningen lager in het maaiveld. Bij hevige neerslag stroomt het water de woningen in en zijn deze woningen kwetsbaar voor wateroverlast. 5. Het percentage schaduw in de openbare ruimte is met 32% hoog. Dit verlaagt de gevoelstemperatuur bij hitte. 6. Met 22% groen (privaat en publiek samen) is Zuid al relatief groen. Dit zorgt voor een verkoelend effect overdag en ‘s nachts. De gemeente streeft echter naar een percentage van 30%.

Het aantal bomen is met 9% laag; hier liggen kansen voor meer koelte. 7. Meer dan de helft is openbaar terrein; de gemeente heeft hier ruimte om zelf stappen zetten in klimaatadaptatie. Ook liggen er veel kansen om met de woningcorporatie op te trekken in klimaatadaptatie, het percentage corporatiebezit is met 33% relatief hoog.

B2W2.1 Knelpunten op de kaart Figuur W2.1 toont de ruimtelijke knelpunten klimaatadaptatie voor Schiedam- Zuid op basis van de meetbare doelen uit hoofdstuk 2.3 van het hoofddocument. Dit geeft een duidelijk beeld van de kwetsbaarste plekken in Schiedam-Zuid: • Schiedam-Zuid is in het midden lager dan de randen (een soort “kommetje”). De Puttershoeksestraat, de Strijensestraat en de Groenelaan zijn kwetsbaar voor een hevige regenbui van 60 millimeter in een uur. Het water loopt vanaf de straat mogelijk de huizen in. • In het westelijk deel van Schiedam-Zuid is weinig bereikbaar schaduwrijk groen. De inwoners moeten hier op een warme zomerdag meer dan 300 meter lopen om bij een koele verblijfsplek te komen. • In het oostelijke deel van Schiedam-Zuid zijn enkele wandelroutes met minder dan de gestreefde 30% schaduw. • Schiedam-Zuid heeft vooral last van te lage grondwaterstanden bij droogte, en extra lokale verzakking en funderingsschade van gebouwen. Vooral in het midden en zuidoosten van Schiedam-Zuid vindt veel verzakking plaats. Huizen op deze plekken zijn extra kwetsbaar voor wateroverlast en dit zal in de toekomst verergeren. • In de wijk Schiedam-Zuid bevinden zich ook enkele vitale en kwetsbare objecten (scholen en gebouwen voor geestelijke gezondheidszorg), die extra bescherming krijgen en voorrang bij het klimaatbestendig maken van Schiedam-Zuid.

FIG. W2.1 Ruimtelijke knelpunten in Schiedam-Zuid. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)

B2W2.2 Kansen op de kaart Figuur W2.2 toont de kansen en mogelijkheden voor klimaatadaptatie in Schiedam-Zuid. Deze worden samenvat in de volgende punten: • Schiedam-Zuid is een soort klein eiland, met kansen voor groen. Park Maasboulevard kan worden verbonden met het Volkspark tot een “parkenroute” met extra groene en schaduwrijke verblijfsplekken en een verbinding met het buitengebied. • Een groene inrichting van de Groenelaan, de Nieuwe Maasstraat en Rozenburgsestraaten biedt ruimte voor extra waterberging en schaduw. • In Schiedam-Zuid liggen in de buitenste ring veel kansen om af te koppelen en wateroverlast te verminderen. Infiltrerend regenwater via DIT-riolen komt ter beschikking voor groen. • Er liggen kansen voor ondergrondse waterberging in de Groenelaan, evenals een groene inrichting met geveltuinen. Verkeersrempels zorgen ervoor dat water wordt geleid naar wenselijke plekken en zijn daarnaast positief voor de verkeersveiligheid. • Er liggen kansen voor het bovengronds bergen van regenwater in de aangrenzende zone om het wateroverlastgebied in Schiedam-Zuid,. • Samenwerking met de aanwezige scholen biedt kansen groen-blauwe schoolpleinen. • In het noorden van de wijk Schiedam-Zuid zijn verschillende platte daken aanwezig, met kansen voor een groene inrichting en het vertragen van de waterafvoer vanaf die daken.

• Enkele locaties in Schiedam-Zuid (zoals langs de Willem Brouwerstraat) zijn kansrijk als koele verblijfsplek,. • Er liggen kansen voor groene verbindingen tussen Nieuwe Plantage en Zuid, en de verbinding tussen de singels van de Stadhouderslaan en Schiedam-Zuid.

FIG. W2.2 Ruimtelijke kansen in Schiedam-Zuid. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)

B2W3 - Schiedam-West Schiedam-West is van de vooroorlogse wijken de meest diverse wijk en is het grootste in oppervlak. De wijk wordt verdeeld in twee delen door de Burgemeester Knappertlaan. Waar ten zuiden van de Burgemeester Knappertlaan (ook wel BK-laan) een ruimer stratenpatroon te zien met vrijstaande huizen en twee-onder-1-kap huizen te herkennen is, is ten noorden van de BK-laan de wijk ingericht als een typische vooroorloogse wijk met de typische smalle straatjes en gesloten bouwblokken met gelijke bouwhoogtes. Figuur B3.0 toont de ruimtelijke kenmerken voor Schiedam-West. Daarnaast wordt toegelicht welke kenmerken de kwetsbaarheid bij klimaatverandering vergroten.

FIG. B3.0 Ruimtelijke kenmerken van Schiedam-West. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans)

1. De gemiddelde hoogte van Schiedam-West is boven zeeniveau. Vanwege de nabijheid van de Nieuwe Maas zijn de overstromingsrisico’s echter relatief groot. 2. De ondergrond van klei op veen maakt de wijk gevoelig voor bodemdaling. 3. Bijna 80% is gemengd gerioleerd. Dit levert risico’s op voor vuil water op straat bij een hevige regenbui. 4. Ongeveer 75% van de gebouwen heeft een zakkingsgevoelige fundering. Bij langdurige droogte zijn deze gebouwen extra kwetsbaar voor verdere zakking en schade. Bij hevige neerslag zijn ze kwetsbaar voor wateroverlast. 5. Het percentage schaduw in de openbare ruimte is met 26% relatief hoog. Schaduw verlaagt de gevoelstemperatuur bij hitte. 6. Met een totaal percentage van 21% groen is de wijk al relatief groen. Dit zorgt voor een verkoelend effect overdag en ‘s nachts. De gemeente streeft echter naar een percentage van 30%. Het aantal bomen is met 14% hoger dan in Binnenstad en Schiedam-Zuid. 7. Meer dan de helft van de wijk is openbaar terrein; de gemeente heeft hier ruimte om zelf stappen zetten in klimaatadaptatie. Ook liggen er kansen om met de woningcorporatie op te trekken in klimaatadaptatie, al is het percentage corporatiebezit met 10% relatief laag.

B2W3.1 Knelpunten op de kaart Figuur W3.1 toont de ruimtelijke knelpunten klimaatadaptatie voor Schiedam-West op basis van de meetbare doelen uit hoofdstuk 2.4 in het hoofddocument. Hieronder zijn de belangrijkste punten samengevat: • Het gebied rondom deWestfrankelandsestraat, Van Beverenstraat,Fabristraat, Brugmanstraat en Huismanstraat is erg kwetsbaar bij een hevige bui van 60 millimeter in een uur. De straten liggen relatief laag waardoor het water zich hier verzamelt. Waterdiepten kunnen bij een dergelijke bui op straat nemen toe tot boven de 40 centimeter, waardoor het water vanaf de straat de huizen in kan lopen. Ook het gebied rondom de Jan Steenstraat en Van Ostadelaan is kwetsbaar, evenals in en rondom de Anna van Burenstraat en de Nassaulaan. • De Burgemeester Knappertlaan is niet begaanbaar bij een hevige bui, andere ontsluitingswegen van West blijven wel begaanbaar bij deze hevige bui. • De doorgaande fiets- en wandelroutes in Schiedam-West hebben allen minder dan 30% schaduw. Dit percentage ligt ver onder de streefwaarde van 40%. • In het midden van Schiedam-West en langs de Nieuwe Haven de zijn weinig koele verblijfsplekken op loopafstand • Schiedam-West heeft in de hele wijk te maken met lokale verzakking en funderingsschade van gebouwen. Dit verergert bij lage grondwaterstanden.

In de toekomst zijn er ook risico’s op te hoge grondwaterstanden met als gevolg grondwateroverlast in kelders van gebouwen, of optrekkend vocht in de muren. • Vlakbij de wateroverlastgebieden bevinden zich zorginstellingen en scholen met een belangrijke publieksfunctie. Deze krijgen voorrang bij het klimaatrobuust maken van Schiedam-West.

FIG.W3.1 Ruimtelijke knelpunten in Schiedam-West. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)

B2W3.2 Kansen op de kaart Figuur W3.2 toont de kansen en mogelijkheden voor klimaatadaptatie in Schiedam-West. Samengevat zijn dit: • Schiedam-West wordt omzoomd door groen met zuidelijk het Volkspark en aan de noordzijde ligt park Vlaardingerdijk. Met het vergroenen van de vesten maken wordt de groene ronde gerealiseerd. Daarnaast kunnen Volkspark en Park Maasboulevard worden verbonden tot een “parkenroute”, evenals in Zuid . • Er liggen kansen voor creëren van groene koele verblijfsplekken langs de Nieuwe Haven voor de bewoners van Frankenland en Liduinabuurt. • Er liggen kansen voor het versterken van de groene koele routes inclusief bovengrondse regenwaterberging van Burgemeester Knappertlaan, Nieuwe Haven en Willem de Zwijgerlaan, en uitbreiding van dit netwerk met Rembrandtlaan, Aleidastraat, Sint Liduinastraat en Warande. • In het westen, zuiden, langs de Nieuwe Haven en in de wateroverlastgevoelige straten liggen kansen voor afkoppelen, inclusief DIT-riolen voor stabiel houden van de grondwaterstand. • Er liggen kansen voor bovengrondse waterberging in combinatie met koele verblijfsplekken op aanwezige pleintjes, en ondergronds in de meest kwetsbare straten. Ervaring hiervoor is opgedaan in de FFL-buurt (Fabribuurt, Frankelandbuurt en Liduinabuurt). • Samenwerking met de scholen biedt kansen voor groen-blauwe schoolpleinen.

• De platte daken in het noord-westen bieden kansen voor een groene inrichting en het vertragen van de waterafvoer vanaf die daken als de draagconstructie dit toelaat

FIG W3.2 Ruimtelijke kansen in Schiedam-West. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)

B2W4 - Schiedam-Oost Schiedam-Oost is onder te verdelen in twee bouwperioden: het Singelkwartier is gebouwd vóór 1918 en andere buurten van Schiedam-Oost zijn gebouwd op basis van het eerste uitbreidingsplan uit 1928. De deelgebieden hebben elk hun eigen typerende klimaatkenmerken en knelpunten die passen bij de bouwperiode. In het oudere Singelkwartier volgt het stratenpatroon de oude polder structuur en zijn de woningen perceelsgewijs gebouwd aan smalle straten. Andere delen van Schiedam-Oost bestaan uit een planmatige stadsuitbreiding van gesloten bouwblokken. Een stelsel van groenblauwe singels vormt een rustige en informele structuur door de wijk en staat in contrast met de strakke en heldere lanen. De pleinen leggen de verbindingen en vormen de overgangen tussen de lanen en singels. De combinatie van de smalle straten en hoge dichtheid zorgt voor intensief gebruik van de straten. De straten functioneren als gecombineerde verkeers- en ontmoetingsruimte. In de gebiedsontwikkelingen die in Schiedam-Oost plaatsvinden, zoals Schieveste en Nieuw-Mathenesse Noord, worden maatregelen toegepast om deze gebieden klimaatadaptief te ontwikkelen. Hierom worden deze gebiedsontwikkelingen in dit programma buiten beschouwing gelaten, evenals andere, kleinere nieuwbouwlocaties omdat deze ontwikkelingen als uitgangspunt hebben om klimaatadaptief ontwikkeld te worden.

Figuur B4.0 toont de ruimtelijke kenmerken voor Schiedam-Oost. Daarnaast wordt toegelicht welke kenmerken de kwetsbaarheid bij klimaatverandering vergroten.

FIG. B4.0 Ruimtelijke kenmerken van Schiedam-Oost. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans)

1. De gemiddelde hoogte van Schiedam-Oost is onder zeeniveau. Vanwege de nabijheid van de Nieuwe Maas zijn de overstromingsrisico’s relatief groot, ook omdat de waterdieptes vanwege de lagere ligging groter worden dan in de andere vooroorlogse wijken. 2. De ondergrond van klei op veen maakt Schieadam-Oost gevoelig voor bodemdaling. 3. Bijna 60% van Schiedam-Oost gemengd gerioleerd. Dit is laagste percentage van alle vooroorlogse wijken. Een gemengd rioolstelsel risico’s op voor vuil water op straat bij een hevige regenbui. 4. Ongeveer 75% van de gebouwen heeft een zakkingsgevoelige fundering. Bij langdurige droogte zijn deze gebouwen extra kwetsbaar voor verdere zakking en schade. Door verzakking liggen deze woningen lager in het maaiveld. Bij hevige neerslag stroomt het water de woningen in en zijn deze woningen kwetsbaar voor wateroverlast. 5. Het percentage schaduw in de openbare ruimte is met 15% relatief laag. Weinig schaduw verhoogt de gevoelstemperatuur bij hitte. 6. Met 16% groen (privaat en publiek samen) is Schiedam-Oost weinig groen. Door verstening blijft hitte ook ’s nachts langer hangen. Het aantal bomen is met 4% zeer laag vergeleken met andere vooroorlogse wijken. De gemeente streeft naar een groenpercentage van 30%. 7. Maar liefst 65% is openbaar terrein; de gemeente heeft veel ruimte om zelf stappen zetten in klimaatadaptatie.

Ook liggen er kansen om met woningcorporaties op te trekken in klimaatadaptatie; het corporatiebezit is 16%.

B2W4.1 Knelpunten op de kaart Figuur W4.1 toont de ruimtelijke knelpunten klimaatadaptatie voor Schiedam-Oost op basis van de meetbare doelen uit hoofdstuk 2.4 in het hoofddocument. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet: • Onder andere de straten in het lager gelegen Singelkwartier zijn erg kwetsbaar bij een hevige bui van 60 millimeter in een uur. Waterdiepten op straat nemen, bij een dergelijke bui, toe tot boven de 40 centimeter, waardoor het water de huizen in kan lopen. Verschillende onderzoeken zijn uitgevoerd om dit grote knelpuntgebied) aan te pakken, en maatregelen in riolering en maaiveld zijn deels al uitgevoerd. • De Broersvest en Rotterdamsedijk zijn ontsluitingswegen die deels onbegaanbaar zijn bij deze hevige bui. De Singelstraat is daarnaast een belangrijke verbinding met het station en het centrum, en nog niet klimaatadaptief ingericht. • Onder andere de Boerhavelaan, Lorentzlaan, Van Deventerstraat en Buitenhavenweg hebben loop- en fietsroutes met minder dan 30% schaduw. Dit percentage ligt ver onder de streefwaarde van 40%. • De huizen tussen Oosterstraat en Villastraat hebben weinig koele verblijfsplekken op loopafstand. Voor veel woningen is deze afstand meer dan 300 meter. • Oost (met name langs de Oostsingel, Villastraat en Oosterstraat) heeft te maken met lokale verzakking en funderingsschade van gebouwen, wat bij lage grondwaterstanden verergert.

Ook zijn er risico’s op te hoge grondwaterstanden en grondwateroverlast in gebouwen. • Vlakbij de wateroverlastgebieden bevinden zich zorginstellingen, monumentale gebouwen en scholen met een belangrijke publieksfunctie. Deze krijgen voorrang bij het klimaatrobuust maken van Schiedam-Oost.

FIG. W4.1 Ruimtelijke knelpunten in Schiedam-Oost. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)

B2W4.2 Kansen op de kaart Figuur B4.14 toont de kansen en mogelijkheden voor klimaatadaptatie in Oost. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet: • Langs de Singels van Schiedam-Oost worden de groenstructuren verbonden. Ook worden extra koele verblijfsplekken gecreëerd langs het water. • Er liggen kansen om via Land van Ris, Snelliussingel en Buijs Ballotsingel de groene inrichting van straten te versterken. Dit wordt ook gedaan langs de Horvathweg. • In het gebied Kamerlingh Onnesstraat-Villastraat liggen kansen om samen met woningbouwcorporatie binnentuinen te vergroenen inclusief creëren van bovengrondse regenwaterberging. • Samenwerking met de scholen biedt kansen voor groen-blauwe schoolpleinen. Vergroening van het schoolplein van de Kaleidoscoop aan de Keplerlaan draagt dan bij aan versterking van de groenstructuur van de Singel. • Er liggen kansen voor een groene inrichting van De Boerhavelaan, Lorentzlaan, Van Deventerstraat en Buitenhavenweg, in combinatie met bovengrondse waterberging. • Vooral ten zuiden van de Villastraat liggen kansen voor extra afkoppelen, in combinatie met DITriolen. Een belangrijke randvoorwaarde voor het afkoppelen in Schiedam Oost is wel dat er op termijn een oplossing komt voor het onderbemalen van de Singel.

• Er liggen kansen voor bovengrondse regenwaterberging op pleintjes vlakbij de wateroverlastgevoelige straten, ondergronds in de meest kwetsbare straten. Specifiek de speeltuin tegenover het gemaal Marconi is wat betreft relatief lage ligging, welke ook dichtbij de Singel ligt, een kans hiervoor. • Bij het Stationsplein en het Stadserf liggen kansen voor groene, koele verblijfsplekken. • Aan de randen van Schiedam-Oost zijn enkele grote platte daken aanwezig. Dit biedt kansen voor een groene of blauwe inrichting en het vertragen van de waterafvoer vanaf die daken. • In de gebiedsontwikkelingen (Schieveste en de Glasbuurt) wordt klimaatadaptatie meegenomen in het ontwerp van de nieuwe wijken.

FIG. B4.2 Ruimtelijke kansen in Schiedam-Oost. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)

B3 – Wederopbouw (1945-1965)

B3.1 Kenmerken van de wederopbouw In de wederopbouwperiode tussen 1945 en 1965 werd gekozen voor een radicale nieuwe koers ten opzichte van de gangbare stedenbouw. In plaats van de traditionele, door gebouwen omsloten, stedelijke ruimte vroeg de moderne stad om een open stadsweefsel. Een wijk met licht, lucht en ruimte en vooral veel groen rondom vrijstaande gebouwen. De grootschalige stadsuitbreidingen zijn gebouwd in de polder op met zand voorbelaste gronden. Ze werden efficiënt geordend op basis van de ‘wijkgedachte’ met een strikte scheiding van functies (wonen, voorzieningen, verkeer, groen). De woningnood was hoog en zo ook het tempo van bouwen. De bebouwing uit deze periode bestaat overwegend uit gestapelde woningen, portiek- en galerijflats die in een stempelpatroon zijn neergezet, waarbij veel ruimte was voor groen. In de periode na de oorlog werden ook wijken aangelegd met de tuindorpgedachte. De tuindorpen in Schiedam zijn groene en redelijk schaduwrijke buurten. De inwonerdichtheid is fors lager dan in de andere voor- en naoorlogse wijken, evenals de opgave voor wateroverlast. Een goede grondwaterbeheersing is belangrijk, want de bebouwing is grotendeels op palen gefundeerd op een zettingsgevoelige ondergrond met risico op funderingsschade als gevolg van paalrot. Er is veel openbaar groen aanwezig, maar de straten in de woonwijken zijn smal met ondiepe voortuinen.

Er is weinig corporatiebezit.

B3.2 Principe-oplossingen Wederopbouw De wederopbouwwijken van Schiedam hebben een iets lagere inwonerdichtheid dan de vooroorlogse wijken. Er is meer openbaar groen met bomen. Er is meer ruimte om groenstructuren te versterken en extra water bovengronds te bergen op het groen. De opgave voor wateroverlast is ook minder fors dan in de vooroorlogse wijken. De uitdaging is vooral om het groen ook als aantrekkelijk verblijfsgebied in te richten. Ruim de helft van de riolering is al gescheiden; dit biedt mogelijkheden om het regenwater bovengronds te bergen en (deels) de bodem in te laten zakken. De grondwaterstanden zijn relatief hoog, en een deel van de bebouwing is zakkingsgevoelig bij droogte, vanwege een fundering op houten palen. Ook de openbare ruimte verzakt vanwege de slappe ondergrond van klei en veen en moet op veel plekken opgehoogd worden. Dit biedt kansen om klimaatadaptatie mee te nemen. Er liggen in deze wijken ook kansen om met woningbouwcorporatie samen te werken in klimaatadaptatie, en groen rondom flats te versterken en daarbij waterberging te realiseren. Daarnaast zijn er ook ambities om verder te verdichten; de uitdaging is om dit op een klimaatadaptieve manier te doen. Dit zijn de principe-oplossingen die passen in de wederopbouwwijken en tuindorp: • Infiltratievelden en wadi’s Er is ruimte voor infiltratievelden en wadi’s in het openbaar groen.

Belangrijk is dat de wadi wordt gecombineerd met drainage-infiltratieleidingen voor een goede grondwaterbeheersing. Ook is een noodafvoer van belang; zo worden overstromingen vanuit het infiltratieveld of de wadi voorkomen. De wadi kan worden gecombineerd met extra groen met als bijvangst meer schaduw, maar ook een verhoogde biodiversiteit. Met het plaatsen van bankjes maken kan dit ook fungeren als een koele plek. • Hemelwater en afvalwater scheiden Het afkoppelen van hemelwater en aanleg van een gescheiden riolering leidt tot minder wateroverlast en meer mogelijkheden om met het schone regenwater het grondwater aan te vullen bij droogte. Zo wordt schade aan funderingen voorkomen. Zichtbaar afgekoppeld regenwater maakt inwoners meer bewust van de noodzaak om regenwater tijdelijk op te vangen bij hevige neerslag. Dit kan worden gecombineerd met een robuust watersysteem met voldoende waterberging en waterafvoer. • Water- en bodemsturend inrichten Het bergend vermogen van de ondergrond en openbare ruimte wordt hiermee efficiënt gebruikt. Straten zijn van oorsprong lager aangelegd dan de begane grond om in tijdelijke waterberging te kunnen voorzien. Ook tijdens herinrichtingen kunnen straten hierop worden ingericht. Ook het leveren van beschermende schotten aan inwoners of het verhogen van drempels behoort tot de mogelijkheden om schade aan woningen te voorkomen.

Langs onbegaanbare ontsluitingswegen kunnen greppels het regenwater tijdelijk bergen en daarna afvoeren. Greppels zijn geschikt langs wegen, omdat ze weinig ruimte vragen. • Ondergrondse waterdoorlating en waterberging Een DIT-riolering vermindert wateroverlast en creëert een goede grondwaterbeheersing. Een dergelijk riool verwerkt hemelwater en draagt daarnaast bij aan grondwateraanvulling. Het grondwater zakt bij droogte minder uit, en de openbare ruimte zakt minder snel. • Gerichte vergroening in de openbare ruimte Vanwege de ruimere opzet van de wederopbouw wijken zijn er veel mogelijkheden om groene doorgaande routes verder te versterken met schaduwrijke bomen, evenals het verplaatsen van fiets- en wandelroutes naar de schaduw. Groen en schaduw rondom flats en ander corporatiebezit en groene “dwaalroutes” tussen de flats kan door tegels te verwijderen en schaduwrijk groen te planten. De daken bieden kansen voor blauw-groene inrichting. • Groenblauwe schoolpleinen Infiltrerende (water)speelplaatsen en groenblauwe schoolpleinen zijn kansrijke maatregelen, vanwege de vele scholen in deze wijken. • Waterstructuur verbeteren Het versterken van het functioneren en de kwaliteit van het open water kan door af te koppelen en overstortingen te verminderen.

De waterstructuur wordt versterkt als het gaat om berging en doorstroming, en richten deze waar mogelijk natuurvriendelijk in, met koele verblijfsplekken langs het water. De bomen worden ver genoeg van de waterloop geplaatst om bladval in het water te voorkomen. • Vergroenen van gebouwen Versterken groen en schaduw rondom corporatiebezit, in samenwerking met woningcorporatie, is een kans in Tuindorp en Bijdorp. Dit kan met het verwijderen van tegels, en groen-blauwe daken. • Tegelwippen stimuleren Het verwijderen van tegels in de plaats voor groen. Het stimuleren van inwoners tot verder vergroenen en vasthouden van regenwater. Dit is met name in de tuindorpen van toepassing, omdat de straatprofielen te

weinig ruimte bieden voor waterberging en versteende voortuinen hier direct een negatieve impact op hebben. Achtertuinen ondervinden bij hevige neerslag veel wateroverlast. Met hoogteverschillen, en aanleg van “watertuinen” kunnen wijken klimaatadaptiever worden ingericht door bewoner zelf.

FIG. B3 Principe-oplossingen van de wederopbouw (beeld: Defacto)

B3W5 - Nieuwland De Schiedamse wijk Nieuwland grenst direct aan de noordrand van het historische stadscentrum. De wijk heeft van oorsprong een ruime en groene opzet, maar door nieuwe inbreidingen is veel ruimte verloren gegaan en is het groen verdwenen. Ook het toegenomen verkeer en de parkeervraag vraagt een groot deel van de ruimte. De Burgemeester Van Haarenlaan is de centrale hoofdweg en is radiaal om de Binnenstad heen gelegd. De Burgemeester Van Haarenlaan is de centrale hoofdweg met een breed profiel met onder andere een trambaan, en is als een radiaal om de Binnenstad heen gelegd. Verder naar het zuiden ligt de Burgemeester Honnerlage Gretelaan, naast ruimte voor verkeer ook ruimte biedt aan de doorgaande groen en waterstructuur van de wijk. Bij de aanleg van de wijk is veel aandacht besteed aan de groenblauwe dooradering. Groene wandelroutes bieden koelte en ontspanning aan de bewoners, maar staan ook steeds meer onder druk door nieuwe ontwikkelingen. Figuur W5.0 toont de ruimtelijke kenmerken voor Nieuwland. Daarnaast wordt toegelicht welke kenmerken de kwetsbaarheid bij klimaatverandering vergroten.

FIG. W5.0 Ruimtelijke kenmerken van Nieuwland. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans)

1. De gemiddelde hoogte van Nieuwland is ongeveer 1.0 meter onder zeeniveau. Vanwege de

2. 3. 4.

5. 6. 7.

nabijheid van de Nieuwe Maas zijn de overstromingsrisico’s relatief groot, ook omdat de waterdiepten bij een dijkdoorbraak vanwege de lagere ligging groter worden dan in vooroorlogse wijken. De ondergrond van klei op veen maakt Nieuwland gevoelig voor bodemdaling. Bijna 40% van de wijk Niewland is gemengd gerioleerd, een relatief laag percentage vergeleken met de vooroorlogse wijken. De risico’s op vuil water op straat bij een hevige regenbui zijn hier wat kleiner. Slechts 17% van de gebouwen heeft een zakkingsgevoelige fundering. De kwetsbaarheid voor funderingsschade is in deze wijk dus fors lager dan in de vooroorlogse wijken, en dit is ook in de praktijk te zien. Wel kan extra schade aan zakkende wegen en riolering ontstaan bij langdurige droogte. Sommige wegen zijn met EPS opgehoogd om verdere verzakking te voorkomen. De verzakte wegen zijn bij hevige neerslag extra kwetsbaar voor wateroverlast. Het percentage schaduw in de openbare ruimte is met 22% relatief hoog. Schaduw verlaagt de gevoelstemperatuur bij hitte. Met een totaal percentage van ruim 30% groen is Nieuwland relatief groen. Echter, de gemeente streeft naar een groenpercentage van 35%. Het aantal bomen is met 12% vergelijkbaar met de vooroorlogse wijk West. Maar liefst 77% is openbaar terrein; de gemeente heeft veel ruimte om zelf stappen zetten in klimaatadaptatie.

Ook liggen er veel kansen om met woningcorporaties op te trekken in klimaatadaptatie; het corporatiebezit is 33%.

B3W5.1 - Knelpunten op de kaart Figuur W5.1 toont de ruimtelijke knelpunten klimaatadaptatie voor Nieuwland op basis van de meetbare doelen uit hoofdstuk 2.4 uit het hoofddocument. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet: • Risico’s op water in panden zijn in Nieuwland bij een hevige bui relatief klein, omdat de huizen een betere fundering hebben dan in de vooroorlogse wijken, en minder verzakt zijn. Er komt bij een hevige bij van 60 millimeter neerslag per uur wel tijdelijk water op straat te staan, maar dit leidt niet tot schade. • De ontsluitingswegen Nieuwe Damlaan, Parkweg, Burgemeester van Haarenlaan en ’s Gravelandseweg (onderdoorgangen onder het spoor) zijn tijdelijk onbegaanbaar. • Enkele doorgaande fiets- en wandelroutes in Nieuwland, de Burgemeester van Haarenlaan, de Nieuwe Damlaan en de P.J. Troelstralaan hebben minder dan 30% schaduw. Dit ligt onder de streefwaarde van 40%. • Er zijn voldoende koele verblijfsplekken op op ten minste 300 meter loopafstand. • Nieuwland heeft weinig problemen met zakking van gebouwen. Wel heeft de wijk te maken met verzakking van de openbare ruimte en hierdoor risico’ op schade aan infrastructuur. Deze verzakking verergert bij lage grondwaterstanden. In de toekomst zijn er ook risico’s op te hoge grondwaterstanden en grondwateroverlast in gebouwen. • Er bevinden zich veel scholen en enkele zorginstellingen in Nieuwland.

Deze krijgen voorrang bij het klimaatrobuust maken van de wijk.

FIG. W5.1 Ruimtelijke knelpunten in Nieuwland. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)

B3W5.2 Kansen op de kaart Figuur W5.2 toont de kansen en mogelijkheden voor klimaatadaptatie in Nieuwland. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet: • Er liggen kansen om de singelstructuur te versterken met groen inclusief verblijfsplekken en toegankelijke wandelroutes tot het Singelpark. • Er liggen kansen voor versterken van de groene koele routes langs Troelstralaan, Nolenslaan, Parkweg en Jan van Zutphenstraat. Deze vormen groene verbindingen met het Beatrixpark. • Langs de Nieuwe Damlaan, Parkweg en ’s Gravelandseweg zijn kansen om ruimte te creëren voor bovengrondse regenwaterberging, zodat deze ontsluitingswegen minder belast worden bij hevige neerslag. • Er liggen in Nieuwland veel kansen om regenwater verder af te koppelen van de vuil-water riolering, omdat veel groen en oppervlaktewater aanwezig is. Zo wordt er gezorgd voor vermindering van wateroverlast, aanvulling van het grondwater en doorstroming van de singels. • In het gebied tussen Nieuwe Damlaan en Parkweg, en ten zuidwesten van de Troelstralaan liggen kansen om samen met woningbouwcorporatie de binnentuinen klimaatrobuust te maken, vooral met extra bovengrondse regenwaterberging en koelte met schaduwrijk groen • Samenwerking met de vele scholen in Nieuwland biedt kansen voor groen-blauwe schoolpleinen. • In heel Nieuwland zijn platte daken aanwezig.

Dit biedt kansen voor een groene of blauwe inrichting en het vertragen van de waterafvoer vanaf die daken. Omdat de bebouwing relatief nieuw is zal in veel gevallen de draagconstructie hier geschikt voor zijn. • Er liggen kansen om de vesten van de binnenstad te vergroenen.

FIG W5.2 Ruimtelijke kansen in Nieuwland. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)

B3W6 - Groenoord De Schiedamse wijk Groenoord is gebouwd tussen 1960 en 1975. Na Kethel en Nieuwland is de laatste wijk die is gerealiseerd tijdens de wederopbouwperiode van Schiedam. Het is ook de laatste wijk die is gerealiseerd in grootschalige uniforme bebouwing, waarbij systeembouw op grote schaal is toegepast. Door de hoge woningnood stond snel en goedkoop bouwen voorop. Het landschap werd gezien als een leeg veld, een “tabula rasa”, waaroverheen het ontwerp kon worden uitgerold. De stempelverkaveling werd tot norm verheven. De wijk heeft een fijnmazige groenstructuur, waarin blok, buurt- en wijkgroen met elkaar verbonden zijn. Deze structuur biedt ruimte voor een stelsel van informele (loop)routes die buurten en voorzieningen met elkaar verbinden. De voorzieningen liggen temidden van de stempels als paviljoenachtige gebouwen met bijzondere functies, zoals scholen of commerciële voorzieningen. De Jozef Oreliosingel is een brede groene parkzone die onderdeel is van de groenblauwe structuur op de stadsschaal. De bebouwing is overwegend in galerij- of portiekflats met veel garageboxen en bergingen in de plint. Tussen 2004 en 2020 heeft veel (vervangende) nieuwbouw plaats gevonden, vaak in de vorm van grondgebonden eengezinswoningen. In Groenoord vindt verduurzaming plaats door een groot deel van de woningen op stadsverwarming aan te sluiten.

Vanuit ‘Nieuwe Energie voor Groenoord’ (NEvG) werkt de gemeente samen met Woonplus en Eneco aan het aardgasvrij maken van de wijk. Dit biedt ook andere kansen van vernieuwing. Figuur W6.0 toont de ruimtelijke kenmerken voor Groenoord. Daarnaast wordt toegelicht welke kenmerken de kwetsbaarheid bij klimaatverandering vergroten.

FIG. W6.0 Ruimtelijke kenmerken van Groenoord. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans)

1. De gemiddelde hoogte van Groenoord is ongeveer 1 meter onder zeeniveau. Vanwege de afstand 2. 3. 4.

5. 6. 7.

tot de Nieuwe Maas en de verschillende kerende elementen (zoals de A20) zijn de overstromingsrisico’s relatief klein. De ondergrond van veraarde bovengrond op diep veen maakt Groenoord gevoelig voor bodemdaling. Zandige afzettingen, die stabiliteit bieden aan de bodem, zijn hier minder aanwezig dan in Nieuwland. Bijna 50% is van de wijk Groenoord gemengd gerioleerd, een relatief hoog percentage vergeleken met Nieuwland. Dit levert risico’s op voor vuil water op straat bij een hevige regenbui. Een onbekend percentage van de gebouwen heeft een zakkingsgevoelige fundering, maar de verwachting is dat dit percentage laag is, gezien de bouwperiode en de fysieke kenmerken van de bebouwing. In de praktijk wordt weinig zakkingsschade aan gebouwen waargenomen. Wel kan extra schade aan zakkende wegen en riolering ontstaan bij langdurige droogte. Deze wegen zijn bij hevige neerslag extra kwetsbaar voor wateroverlast. Het percentage schaduw in de openbare ruimte is met 23% relatief hoog. Schaduw verlaagt de gevoelstemperatuur bij hitte. Met bijna 45% groen (privaat en publiek samen) doet Groenoord haar naam eer aan. De gemeente streeft naar behoud van dit percentage. Het aantal bomen is met 14% vergelijkbaar met Nieuwland en West. Maar liefst 87% is openbaar terrein; de gemeente heeft veel ruimte om zelf stappen zetten in klimaatadaptatie.

Ook liggen er zeer veel kansen om met woningcorporaties op te trekken in klimaatadaptatie; het corporatiebezit is maar liefst 62%.

B3W6.1 Knelpunten op de kaart Figuur W6.1 toont de ruimtelijke knelpunten klimaatadaptatie voor Groenoord op basis van de meetbare doelen uit hoofdstuk 2.4 in het hoofddocument. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet: • In Groenoord is in de Willem Andriessenlaan en de Eduard van Beinumlaan risico op wateroverlast in huizen met berekende waterdiepten op straat tot 50 centimeter. Dit zijn straten die door bodemdaling zijn verzakt; het water uit de omgeving stroomt hier naartoe. Ook enkele parkeerterreinen krijgen te maken met flinke wateroverlast (onder andere omgeving Bachplein). • De ontsluitingsweg Laan van Bol ‘Es is (onderdoorgang onder de A4) is tijdelijk onbegaanbaar bij een hevige bui waarbij 60 millimeter neerslag in een uur valt. • Enkele doorgaande fiets- en wandelroutes in Groenoord hebben minder dan 30% schaduw, zoals de Laan van Bol ’Es, Mozartlaan en Vivaldilaan. De meeste andere routes hebben schaduwpercentages tussen de 30% en 40%: relatief hoog vergeleken met de andere wijken. Een aandachtspunt waar schaduwpercentagers lager zijn, zijn de fiets- verbindingsroutes naar Vlaardingen. • Er zijn voldoende koele verblijfsplekken op 300 meter loopafstand. • Groenoord heeft weinig problemen met zakking van gebouwen. Wel heeft de wijk te maken met zakking van de openbare ruimte en risico’s op schade aan infrastructuur. Dit verergert bij lage grondwaterstanden.

In de toekomst zijn er ook risico’s op te hoge grondwaterstanden en grondwateroverlast in gebouwen. • Er bevinden zich enkele scholen en zorginstellingen in Groenoord. Deze verdienen voorrang bij het klimaatrobuust maken van de wijk.

FIG. W6.1 Ruimtelijke knelpunten in Groenoord. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)

B3W6.2 Kansen op de kaart Figuur W6.2 toont de kansen en mogelijkheden voor klimaatadaptatie in Groenoord. Hieronder zijn deze punten kort uiteengezet: • Er liggen kansen voor een natuurvriendelijke inrichting van de singelstructuur met meer ruimte voor waterberging en – als de ruimte dit toelaat- koele verblijfsplekken langs het water. • De wijk Groenoord beschikt over kansen voor het behouden en versterken het netwerk van informele groene koele routes van Zuid naar Noord. Er zijn kansen om dit netwerk uit te breiden met Laan van Bol ’Es, Churchilllaan en Mozartlaan met een verbinding met de parkrand aan de westzijde. • Er liggen kansen om de groenstructuur tussen de Sweelincksingel, park “Z-flats” en het Amaliapark te versterken als koele wandelroute. • Langs Laan van Bol ‘Es creëren liggen kasnen voor het realiseren van bovengrondse regenwaterberging, zodat deze ontsluitingsweg minder belast wordt bij hevige neerslag. • Er zijn veel kansen voor afkoppelen regenwater, omdat veel groen en oppervlaktewater aanwezig is. Dit zorgt voor aanvulling van grondwater en doorstroming van singels. • Er liggen kansen om samen met woningbouwcorporatie de buitenruimte rondom de flats in te richten met bovengrondse regenwaterberging en schaduwrijk groen. • Bij de aanleg van het warmtenet zijn er kansen voor het klimaatrobuust maken van groen, wegen en pleinen.

• Samenwerking met de vele scholen biedt kansen voor groen-blauwe schoolpleinen. • De aanwezige platte daken, onder andere op de flats, bieden kansen voor een groene, watervertragende inrichting.

61 FIG. 6.2 Ruimtelijke kansen in Groenoord. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans en gemeente Schiedam)

B3W7- Kethel De historische kern Kethel-dorp is ontstaan op een hoger gelegen terp of dijk op een belangrijk knooppunt van handel. De bebouwing ligt rondom de centraal gesitueerde kerk, aan smalle straten met de voordeuren direct aan de stoep. Verder naar ‘buiten’ waaiert de bebouwing langs de linten uit, waarbij de omvang van de erven en de afstand van de woning tot de straat toeneemt. Kerkbuurt en Windas horen ook bij Kethel-Dorp. Ten noorden van Kethel-Dorp ligt park Kethel; een mooie uitvalsbasis voor recreatie voor de inwoners van de omliggende wijken. Begin 20e eeuw was er een dijkdoorbraak van de Poldervaart waarbij Park Kethel volledig onder water is gelopen. Figuur W7.0 toont de ruimtelijke kenmerken van Kethel-Dorp. In het kader wordt toegelicht op welke manier deze ruimtelijke kenmerken bepalend zijn voor de mate van klimaatbestendigheid. Tuindorp Kethel ligt ten zuiden van Kethel-dorp en is een vroeg naoorlogs kleinschalig tuindorp. De verkaveling en de inrichting van de straten van Tuindorp Kethel kenmerken zich door een rechthoekig patroon van overwegend arbeiderswoningen in stroken van één of twee lagen. Ook de Vogelbuurt (deel van de Zwaluwbuurt) is in diezelfde tijd gebouwd. Bijzonder zijn de vrij smalle straatprofielen en de stegen en wandelpaden waarmee de voor- en achtertuinen toegankelijk zijn.

Drie open velden langs de centrale Iepenlaan waren oorspronkelijk bebouwd met paviljoenachtige voorzieningengebouwtjes. Deze lagen aan één zijde, waarbij de rest van het veld open werd gelaten en ingericht als speelplein of plantsoen, waardoor een relatief grote straatruimte ontstond. Eén van de velden is recent opgeofferd ten behoeve van woningbouw. De eerste bebouwing van Bijdorp is ontstaan omstreeks 1850 nabij de Steenen Brug, de overgang van de Schiedamseweg over de Poldervaart. De ontwikkeling van Bijdorp tot tuindorp aan de zuidzijde van het Prinses Beatrixpark, wat aanvankelijk de bedoeling was, is nooit echt goed van de grond gekomen. Waarschijnlijk doordat Bijdorp min of meer een zelfstandig gebied werd door de doorsnijding van de A20. Bijdorp ligt enigszins verscholen en is hoofdzakelijk ingericht met sportvelden in het oosten, vooroorlogse woonbebouwing aan weerszijden van de oude Schiedamseweg en de sport- en evenementenhal Margriet in het westelijk deel. Hierdoor is een voorzieningenstrook voor sport ontstaan.

FIG. W7.0 Ruimtelijke kenmerken van Kethel-Dorp & Tuindorp. (beeld: Defacto, op basis van input Nelen&Schuurmans)

1. De bebouwing van Kethel-Dorp ligt ongeveer 1 meter onder zeeniveau. Vanwege de afstand tot 2. 3. 4.

5. 6. 7.

de Nieuwe Maas en het spoor en de A20 als kerende elementen zijn de overstromingsrisico’s relatief klein. De ondergrond van klei op veen maakt Kethel-Dorp gevoelig voor bodemdaling. 86% van de wijk is gemengd gerioleerd. Dit maakt de wijk kwetsbaar voor vuil water op straat bij een hevige regenbui. Ruim 40% van de bebouwing heeft een zakkingsgevoelige fundering. In de praktijk worden lokale zakking van gebouwen waargenomen. Bij langdurige droogte zijn deze gebouwen extra kwetsbaar voor verdere zakking en schade. Bij hevige neerslag zijn ze kwetsbaar voor wateroverlast. Het percentage schaduw in de openbare ruimte is met 24% relatief hoog. Schaduw verlaagt de gevoelstemperatuur bij hitte. Met bijna 40% groen (privaat en publiek samen) is Kethel-Dorp relatief groen. De gemeente streeft naar behoud van dit percentage. Het aantal bomen is met 17% hoog. Dit heeft een verkoelend effect bij hitte. Ongeveer 55% is openbaar terrein; de gemeente heeft veel ruimte om zelf stappen zetten in klimaatadaptatie. Er liggen ook kansen om met de Woningcorporatie op te trekken in klimaatadaptatie; het corporatiebezit is 18%.

1. De gemiddelde hoogte van Tuindorp, Bijdorp en Zwaluwbuurt is ongeveer 2.0 meter onder 2. 3. 4.

5. 6.

7.

zeeniveau. Vanwege de afstand tot de Nieuwe Maas en het spoor (metrolijn) en de A20 als kerende elementen zijn de overstromingsrisico’s relatief klein. De ondergrond van klei op veen maakt de drie wijken gevoelig voor bodemdaling. De buurten zijn ongeveer voor de helft gemengd gerioleerd. Dit maakt de wijken kwetsbaar voor vuil water op straat bij een hevige regenbui. Ruim 90% van Bijdorp en Tuindorp heeft een zakkingsgevoelige fundering In Zwaluwbuurt is dit percentage iets lager (ruim 70%). De kwetsbaarheid voor funderingsschade is dus hoog, maar is in de praktijk minder aanwezig dan in de vooroorlogse wijken. Wel kan extra schade aan zakkende wegen en riolering ontstaan bij langdurige droogte. Deze wegen worden bij hevige neerslag extra kwetsbaar voor wateroverlast. Het percentage schaduw in de openbare ruimte is met rond de 20% aan de lage kant. Weinig schaduw verhoogt de gevoelstemperatuur bij hitte. Met bijna 45% groen (privaat en publiek samen) zijn Tuindorp en Bijdorp relatief groen. Zwaluwbuurt heeft een lager percentage van ruim 25%. De gemeente streeft naar behoud van dit percentage, en vergroten van het percentage in Zwaluwbuurt Het aantal bomen is met 13-16% hoog. Dit heeft een verkoelend effect bij hitte. Maar liefst 79% is in Tuindorp en Bijdorp openbaar terrein; de gemeente heeft veel ruimte om zelf stappen zetten in klimaatadaptatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16075386/1