CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Feitelijke toelichtingen ambtelijke organisatie

Gemeenteraad 28 mei 2026, gemeente SchiedamBij agendapunt: Bespreking van het Coalitieakkoord34.552 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Feitelijke toelichtingen ambtelijke organisatie

26 mei 2026

Nummer Onderwerp 1 2 3 3.1 3.2 4 5 5.1 5.2 6 7 8 9 9.1 10 11 11.1 12 12.1 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27

Ambtelijke organisatie Armoedebeleid & Schuldhulpverlening Buitenruimte, groen & schoon Aanvullende toelichting buitenruimte naar hoger niveau Scenario kadernota BOR plus 1 Cameratoezicht, veiligheidsrisicogebieden, preventief fouilleren, BOA’s ed. Cultuur Overzicht verleende subsidies cultuur 2023 – 2025 Overzicht verleende subsidies cultuur 2026 - 2027 Dak- en thuisloosheid Democratie & Betrekken Schiedammers Dierenwelzijnsbeleid Economische zaken & Ondernemersbeleid Beleidsplaat Economische zaken Evenementenbeleid Financieel beeld Financiële standen d.d. 19 mei 2026 – openbaar per 28-5-2026 Gemeentelijk Vastgoed Aanvulling feitelijke toelichting, indexering scenario’s Havens Inclusiebeleid Jeugdcriminaliteit & Veiligheid Klimaat & Energie Mobiliteit Netcongestie Onderwijs & Onderwijshuisvesting Opvang asielzoekers, AMV-ers, Oekraïners ontheemden & vergunninghouders Parkeerbeleid Sociaal Domein Sport & Sportaccommodaties Wonen & Woningbouw MVS Samenwerkingen Calamiteitenbeleid / Weerbaarheid Nationaal Programma Nieuwland & Oost

Uitvraag feitelijke briefing ambtelijke organisatie d.d. 24 april 2026 - Personeel & Organisatie

Formatie en bezetting en Personeelskenmerken Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op peildatum 31 december 2025 tenzij anders aangegeven. Formatie: 586 fte Bezetting: 527 fte (561 medewerkers) Bezetting per 1000 inwoners: 6,4 fte

Personeelsbestand per leeftijdscategorie Gemiddelde leeftijd in 2025: 48 jaar Leeftijdsgroep < 25 25-35 35-45 45-55 > 55

2025 2% 15% 20% 26% 37%

Verdeling leeftijdsgroepen per jaar aantal medewerkers

250 200 150 100

50 0 <25

25-35 2023

35-45 2024

2025

45-55

>55

Instroom, uitstroom, doorstroom Instroom 2025: 12,2% Uitstroom 2025: 12,4% Doorstroom 2025: 4,1% Arbeidsmarktontwikkelingen en wervingskracht Volgens recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over begin 2025 en begin 2026, neemt de krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt iets af, maar blijft de situatie historisch gezien krap. Dit vertaalt zich in Schiedam door langere doorlooptijden en een intensievere wervingsbehoefte. Om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen, zet de organisatie zwaarder in op directe sourcing en doelgroepgerichte arbeidsmarktcampagnes. Deze uitdagingen doen zich vooral voor bij leidinggevende en specialistische functies, waaronder planologen, vergunningverleners, civieltechnisch personeel en handhavingsfuncties. Het tijdig invullen van deze sleutelposities blijft een prioriteit om de voortgang van de stedelijke ambities en wettelijke taken te garanderen. Verzuimpercentage 2025: 6,3% Uitstroom als gevolg van bereiken AOW-gerechtigde leeftijd Aantal medewerkers dat in 2025 de AOW gerechtigde leeftijd bereikt heeft: 9 Aantal medewerkers dat AOW- leeftijd bereikt in de periode 2026-2030: 62 Aantal medewerkers dat AOW- leeftijd bereikt in de periode 2031-2036: 101 Inhuur Aantal inhuur 31-12-2025: 127 personen, 95,5 fte. Gemiddelde inhuur over het gehele jaar 2025: 80,9 fte.

Inhuur per dekkingsbron Inhuur ten laste van: Vacatureruimte Projectgelden Centraal Inhuurbudget

Percentage 36% 60% 4%

Vaste en flexibele bezetting op 31-12-2025 FTE Externe inhuur 96 Intern: tijdelijk contract 52 Totaal flexibele bezetting 148

% 16% 8% 24%

Personen 127 55 182

% 18% 8% 26%

Totaal vaste bezetting Totaal vast + flexibel

76% 100%

506 688

74% 100%

475 623

Het aandeel vaste en flexibele bezetting voor Schiedam is: 24% flexibel en 76% vast. Organisatie en inrichting De gemeentesecretaris/algemeen directeur vormt samen met de concerndirecteur de directie. Gezamenlijk geven zij sturing aan de organisatie. De topstructuur van de organisatie bestaat uit de volgende functionarissen: a. de gemeentesecretaris/algemeen directeur; b. de directeur; c. de managers; en d. de teamleiders

De organisatie bestaat uit organisatie-eenheden. De indeling van de organisatie-eenheden is vastgelegd in het organogram. Recent is besloten om de organisatiestructuur per 1 juli 2026 op onderdelen te wijzigen. Hierbij zijn bestaande organisatie-eenheden o.a. herpositioneerd in de structuur ofwel worden organisatie-eenheden verdeeld over meerdere subteams. Hoewel de details over de indeling op formatie, bezetting en de definitieve naamgeving de komende twee maanden worden uitgewerkt, biedt onderstaand concept-organogram de meest actuele weergave van de organisatiestructuur.

Ontwikkelingen in de organisatie Binnen de ambtelijke organisatie lopen op dit moment ontwikkelingen die zijn gericht op verdere versterking van de sturing, uitvoeringskracht en organisatieontwikkeling. De besturingsfilosofie vormt hiervoor een belangrijk kader. De doorontwikkeling krijgt onder meer vorm via het concernjaarplan en de teamplannen en richt zich op verdere professionalisering van werkwijzen, samenwerking, leiderschap, opdrachtgericht werken en het lerend vermogen van de organisatie. Daarnaast heeft het college op 31 maart 2026 besloten tot een samenhangende interventie gericht op het herstellen van de sturingsbalans en het versterken van de uitvoeringskracht van de ambtelijke organisatie. Onderdeel daarvan is een door het college besloten uitbreiding van de formatie binnen een aantal teams, evenals een investering in organisatieontwikkeling. Ook is besloten een verkenning uit te voeren naar de meerwaarde, reikwijdte en mogelijke inrichting van stadsprogrammering voor Schiedam, gericht op het versterken van de integrale sturing op de opgaven van de stad. Daarmee is ook de vraag wat de verdere organisatorische doorvertaling van de groei van Schiedam vraagt, mede verbonden aan de uitkomsten van deze ontwikkeling. Governance en sturing De ambtelijke organisatie werkt met drie leidinggevende niveaus: directie, managers en teamleiders.

De directie bewaakt de strategische koers, de samenhang in de organisatie en de

verbinding tussen bestuur en ambtelijke organisatie. Managers werken vanuit integraal management en zijn verantwoordelijk voor de resultaten van hun team, inclusief de afweging van inhoud, capaciteit, middelen, kwaliteit en bedrijfsvoering. Teamleiders ondersteunen de dagelijkse aansturing van teams of onderdelen daarvan. De planning- en controlcyclus is een belangrijk instrument voor sturing. Sturingsdocumenten zoals de begroting, het concernjaarplan, teamplannen en plannen voor projecten, programma’s en opgaven sluiten daarop aan, zodat een doorlopende lijn ontstaat van strategie naar uitvoering. Via deze documenten en de bijbehorende sturingsinformatie ontstaat inzicht in voortgang, knelpunten en benodigde bijstellingen. De directie en het management zijn verantwoordelijk voor de integrale afweging van prioriteiten, voortgang, uitvoerbaarheid en verantwoording en voor tijdige bijsturing waar nodig. Financiële uitgangspunten

Ambtelijke organisatie Extern personeel Vast personeel Apparaatskosten Treasury/Belasting gerelateerd Directie, staf bezwaarschriften Bedrijfsvoering Overig/Onvoorzien Eindtotaal

2025 Begroot 56.788.999 56.788.999 29.932.117 -1.691.005 165.155 31.224.506 233.461 86.721.116

2025 Realisatie 64.621.754 14.174.753 50.447.001 30.364.077 -2.440.958 145.274 32.223.374 436.387 94.985.831

2026 Begroot 59.318.418 59.318.418 33.530.822 671.754 35.931 32.201.768 621.369 92.849.240

Bekende knelpunten uit openbare bronnen Onze stad bevindt zich in een fase van belangrijke groei en ontwikkeling. Waar we voorheen

opereerden als een beheergemeente, zijn we inmiddels in transitie naar een ontwikkelgemeente. De strategische opgaven voor de komende jaren — op thema’s als woningbouw, energietransitie en sociale veiligheid — zijn omvangrijk. De stad groeit naar meer dan 90.000 inwoners. Deze groei onderstreept onze economische aantrekkingskracht, maar legt tegelijkertijd een grote druk op de interne organisatie. De huidige ambtelijke capaciteit is nog gebaseerd op het profiel van een regiegemeente met circa 75.000 inwoners; die pasvorm is inmiddels te krap om de stad van de toekomst adequaat te kunnen bedienen. De huidige formatieve omvang en sturingskracht lopen niet meer in de pas met de maatschappelijke realiteit. Met 6,4 fte per 1.000 inwoners opereert Schiedam ver onder de norm van vergelijkbare gemeenten, die gemiddeld met 9,0 fte werken. Terwijl deze ratio bij de referentiegroep de afgelopen vijf jaar steeg van 7,7 naar 9,0, bleef deze in Schiedam nagenoeg gelijk. Deze krappe bezetting staat in schril contrast met de forse toename van wettelijke taken, maatschappelijke opgaven en de daarbij behorende financiële en administratieve verantwoordelijkheden. Onderstaande cijfers onderstrepen dat de omvang van de gemeentelijke activiteiten de afgelopen jaren substantieel is toegenomen: • • • •

De begroting groeide sinds 2019 van 300 miljoen naar 426 miljoen euro. Het balanstotaal nam toe van 664 naar 829 miljoen euro. Het aantal SiSa-regelingen is bijna vervijfvoudigd van 10 naar 47. De te realiseren opbrengsten uit grondexploitaties zijn opgelopen van 77 miljoen naar 279 miljoen euro.

Deze verzwaarde portefeuille leidt tot een intensievere verantwoordingslast en een verhoogd risico-profiel. Belastbaarheid en risico’s Omdat de beschikbare formatieve ruimte van de afgelopen jaren vrijwel volledig is opgegaan aan nieuwe wettelijke taken, staat de basisbezetting structureel onder druk. De resultaten van het werkbelevingsonderzoek 2025 bevestigen dat de grens van de belastbaarheid is bereikt: • Ruim een derde van de medewerkers ervaart de werkdruk als (veel) te hoog. • 25% geeft aan onvoldoende te kunnen herstellen van het werk. • Het ziekteverzuim is gestegen van 5,3% (2024) naar 6,3% (2025).

Hoewel verzuim multicausaal is en terughoudendheid bij directe conclusies is geboden, vormt deze stapeling van indicatoren een urgent signaal. Zonder gerichte investering in onze organisatorische slagkracht komt de stabiliteit van de uitvoering verder in het gedrang. Dit brengt niet alleen de dienstverlening aan de Schiedammer in gevaar, maar leidt ook tot indirecte kosten door o.a. een grotere afhankelijkheid van externe inhuur en verlies van expertise. Om de kwaliteit van de uitvoering te waarborgen en onze ambities voor de stad duurzaam te realiseren, heeft het college eind maart 2026 daarom besloten tot een samenhangende interventie langs de volgende lijnen: 1. het herstellen van de sturingsbalans; 2. de kwalitatieve doorontwikkeling van de organisatie; 3. een verkenning te doen naar een Strategische uitvoeringsagenda 2050. 1. Herstellen van de sturingsbalans De omvang van verschillende organisatieonderdelen is sterk gegroeid, terwijl de aansturingsstructuur hierop niet is aangepast. Deze disbalans tussen de schaal van de organisatie en de beschikbare sturingskracht zet de kwaliteit van de uitvoering, de regie op strategische dossiers en de persoonlijke aandacht voor medewerkers onder druk.

De urgentie hiervan concentreert zich momenteel bij een aantal teams van het Sociaal Domein (Jeugd en Onderwijs, Welzijn, Sport en Participatie en Zorg en Ondersteuning), Stadsontwikkeling (Projecten, Vastgoed en Grondzaken, Ruimtelijke Ontwikkeling en Beleid) en de directie (Concern en Bestuurszaken). Binnen het Sociaal Domein heeft de continue stroom aan ontwikkelingen sinds de decentralisaties geleid tot een complex samenspel van dossiers op het gebied van onder meer armoede, jeugd, onderwijshuisvesting en beschermd wonen. De intensieve regionale samenwerking en de zwaarte van deze en andere opgaven vragen om een hoge mate van bestuurlijke sensitiviteit en regie. In de huidige praktijk leidt de stapeling van taken tot een overbelasting van de sturingskracht, waardoor de regie op grote maatschappelijke opgaven in het gedrang komt. Binnen de teams van het fysieke domein is de disbalans op het gebied van aansturing eveneens evident. Zo vallen bij het team Ruimtelijke Ontwikkeling en Beleid momenteel ruim 70 interne en externe medewerkers onder de aansturing van één manager, terwijl een beheersbare bandbreedte tussen de 20 en 30 medewerkers ligt.

Gecombineerd met een zware portefeuille op het gebied van grote stedelijke opgaven — zoals woningbouw en de energietransitie — belemmert deze situatie de vitale vertaling van bestuurlijke ambities naar ambtelijke resultaten voor de stad.

Om deze knelpunten op te lossen en de sturingsbalans duurzaam te herstellen, is besloten om op deze en andere onderdelen de inzet van teamleiders uit te breiden. Aanvullend wordt geïnvesteerd in capaciteit om de regie op complexe dossiers duurzaam te waarborgen. 2. Kwalitatieve doorontwikkeling van de organisatie De doorontwikkeling van de organisatie is geen doel op zich, maar een cruciale randvoorwaarde voor het behalen van onze doelstellingen. Onze opgaven veranderen fundamenteel van aard: wat voorheen landelijke ambities waren, is getransformeerd naar dwingende wettelijke verplichtingen zoals bijvoorbeeld de Wet open overheid (Woo) en de aangescherpte kaders voor de Jeugdhulp. Deze stapeling overstijgt de huidige absorptiecapaciteit, wat naast extra capaciteit ook een kwalitatieve professionalisering onvermijdelijk maakt. Deze professionalisering is vertaald in een meerjarig ontwikkelprogramma dat direct bijdraagt aan de realisatiekracht van de stad. Essentiële focusgebieden zijn onder meer het versterken van opdrachtgericht samenwerken voor een heldere contractering, het verder ontwikkelen van gebiedsgericht werken (zoals bij het Nationaal Programma Nieuwland en Oost) en het optimaliseren van de bestuurlijke en ambtelijke samenwerking. 3.

Verkenning naar een Strategische uitvoeringsagenda 2050 De Omgevingsvisie 2050 fungeert als het kompas voor onze lange termijn ambities voor de stad. De wens is om de scheidslijn tussen beleid en realisatie te verkleinen door het fysieke, sociale, economische en veiligheidsdomein meer in samenhang te brengen. Een verkenning naar de inzet van een Stadsprogrammering – ofwel een strategische uitvoeringsagenda 2050 – is bedoeld om te onderzoeken in hoeverre dit instrument ons kan helpen de gewenste brug te slaan tussen visie en uitvoering.

Formatie 2026 Armoedebeleid en Schuldhulpverlening Armoedebeleid en schuldhulpverlening in Schiedam zijn gericht op het mogelijk maken van volwaardig meedoen in de samenleving, ook wanneer sprake is van een laag of onstabiel inkomen of problematische schulden. Binnen het programma Veerkrachtig Meedoen (gemeentelijk armoedebeleid) wordt expliciet gekozen voor een aanpak die verder gaat dan de wettelijke inkomensondersteuning en schuldhulpverlening. De wettelijke taken (Participatiewet en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening) vormen de basis, maar het lokale beleid geeft hieraan een bredere invulling. De nadruk ligt op preventie, vroegsignalering, het vergroten van bereik, maatwerk in ondersteuning en het verminderen van stigma rond armoede en schulden. Armoede wordt daarbij benaderd als een samenspel van omstandigheden en structurele factoren, niet uitsluitend als individueel probleem.

Beleidsthema's • • • • •

Inkomensondersteuning en minimaregelingen Schuldhulpverlening (integraal en preventief) Vroegsignalering van betalingsachterstanden Werkende armen Kinderarmoede en kansengelijkheid

• Destigmatisering van armoede en schulden • Financiële zelfredzaamheid en voorkomen van schulden • Toegang en bereik van regelingen en voorzieningen • Ondersteuning via het welzijnsnetwerk (Subsidies Welzijn: plafond Basis op Orde) • Regionale samenwerking (MVS-verband)

Beleidsmatige kaders De gemeente Schiedam voert haar armoedebeleid en schuldhulpverlening uit op basis van de volgende wettelijke en beleidsmatige kaders:

• Participatiewet: basis voor bijstand, inkomensondersteuning en re-integratie. • Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs): verplicht gemeenten elke vier jaar een beleidsplan schuldhulpverlening vast te stellen, inclusief doelstellingen, werkwijze en kwaliteitsborging.

• Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening (Bgs): wettelijke maximumtermijnen en kwaliteitseisen voor schuldhulptrajecten.

• Gemeentelijke verordeningen en beleidsregels bijzondere bijstand, minimaregelingen en schuldhulpverlening.

• Regionale Nota Armoede en Schulden MVS 2025–2028 (vastgesteld april 2025): gezamenlijk

beleidskader voor Maassluis, Vlaardingen en Schiedam, met drie beleidsdoelstellingen: (1) verstevigen preventie en vroegsignalering, (2) activerend armoede- en schuldenbeleid met extra aandacht voor kinderen en jongeren, (3) laagdrempelige en vindbare voorzieningen.

• Nationaal Programma Armoede en Schulden (NPAS, juni 2025, Rijk): aanvullend landelijk programma gericht op vereenvoudiging en betere toegankelijkheid van regelingen.

Pagina 1 van 4

Betrokken partijen & rolverdeling De uitvoering van armoedebeleid en schuldhulpverlening is grotendeels buiten de gemeentelijke organisatie belegd. Schiedam functioneert als regiegemeente: beleid, opdrachtgeverschap en monitoring liggen bij de gemeente; de uitvoering ligt bij Stroomopwaarts (gemeenschappelijke regeling) en gesubsidieerde welzijnspartners. Stroomopwaarts is een collegeregeling: uitsluitend collegebevoegdheden zijn gedelegeerd. Het college is vertegenwoordigd in het Dagelijks Bestuur (DB) en het Algemeen Bestuur (AB) van Stroomopwaarts. Het AB legt verantwoording af aan de drie gemeenteraden van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. Organisatie

Rol en taakomschrijving

Gemeente Schiedam

Beleidsopdrachtgever en regisseur. Stelt kaders via de Kadernota Sociaal domein, de nota Veerkrachtig Meedoen, de Regionale Nota MVS, verordeningen en subsidieplafonds. Stuurt op uitvoering via Stroomopwaarts en subsidies Welzijn

Stroomopwaarts MVS

Voert namens Maassluis, Vlaardingen en Schiedam de Participatiewet uit: bijstandsverlening, minimaregelingen (bijzondere bijstand, CAZ, individuele inkomenstoeslag), integrale schuldhulpverlening en vroegsignalering.

College van B&W (vertegenwoordiging in AB/DB Stroomopwaarts)

Stroomopwaarts is een collegeregeling: uitsluitend collegebevoegdheden zijn gedelegeerd. Het college is vertegenwoordigd in het DB en het AB. Het AB legt verantwoording af aan de drie gemeenteraden.

Wijkondersteuningsteams (WOT)

Lokale hulppunt voor alle Schiedammers met vragen over hun persoonlijke (financiële) situatie. Het WOT signaleert, biedt ondersteuning en verwijst door naar Stroomopwaarts voor schuldhulpverlening en minimaregelingen en naar andere subsidiepartners. In enkele WOTS is een schuldhulpverlener van SOW toegevoegd ter bevordering van de integraliteit.

Welzijnsorganisaties (via Subsidies Welzijn)

Gesubsidieerde organisaties voeren preventieve en ondersteunende activiteiten uit binnen het thema Basis op orde met uitgangspunt ‘’ Meer Schiedammers hun (financiële) basis op orde hebben’’. Subsidies worden verleend binnen vastgestelde plafonds per thema (subsidieperiode 2026–2027, aangescherpte werkwijze).

Bewindvoerders (Beschermingsbewind, WSNP)

Voeren beschermingsbewind en wettelijke schuldsanering (WSNP) uit voor inwoners met de zwaarste schuldenproblematiek. Werken samen met Stroomopwaarts: kosten bijzondere bijstand voor bewindvoering worden vergoed via Stroomopwaarts namens de gemeente.

Pagina 2 van 4

Financiën Armoedebeleid en schuldhulpverlening vallen binnen het programma Mens en Stad in Beweging van de gemeente Schiedam (begroting 2026: €214 miljoen +/- 46,7% van de totale begroting). Dit betreft het volledige sociaal domein. Binnen dit programma maakt het onderdeel Inkomen en Participatie (BBV-taakvelden 6.1, 6.3 en 6.5) het financiële kader voor armoede- en schuldenbeleid. De totale uitgaven binnen dit cluster bedragen naar orde van grootte rond de €50–65 miljoen per jaar. Het grootste deel hiervan bestaat uit bijstandsuitgaven (BUIG), die wettelijk verplicht en vraaggestuurd zijn en grotendeels door het Rijk worden gefinancierd. De overige middelen betreffen minimabeleid, bijzondere bijstand, schuldhulpverlening en re-integratie. De financiële beleidsruimte zit met name in het minimabeleid en de preventieve en uitvoerende inzet op schuldhulpverlening; het grootste deel van de uitgaven is wettelijk en demografisch bepaald.

Cijfers Indicator

Schiedam

Bron

Huishoudens met laag inkomen (≤120% sociaal minimum)

10–12% van huishoudens

CBS/ gemeentelijke armoedeindicatoren

Huishoudens in armoederisico (langdurig laag inkomen)

4–6% van huishoudens

CBS (langdurige armoedeindicator)

Kinderen in armoede

+/- 10% van kinderen

CBS Kinderarmoede indicator

Bijstandsontvangers (Participatiewet)

3.000–3.500 huishoudens

Stroomopwaarts MVS / CBS (gemeente Schiedam)

Instroom schuldhulpverlening

400-700 huishoudens per jaar

Stroomopwaarts jaarstukken (Schiedam aandeel)

Doorlooptijd schuldhulpverlening

max. 4 weken tot eerste gesprek (wettelijk)

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs)

Vroegsignalering (signalen betalingsachterstanden)

Stijgende trend sinds invoering Wgs (2021)

Stroomopwaarts / gemeentelijke rapportages

Niet-gebruik minimaregelingen

20–30% (landelijke bandbreedte, lokaal vergelijkbaar patroon)

SCP / CBS / gemeentelijke armoedemonitor

Sturingsmogelijkheden Het lokale armoedebeleid (Veerkrachtig Meedoen) is een noodzakelijke aanvulling op de wettelijke taken(SOW). De wettelijke kaders richten zich primair op inkomensondersteuning en schuldhulpverlening, terwijl de gemeentelijke opgave breder is: het voorkomen van armoede en schulden, het vergroten van bereik en effectiviteit van ondersteuning, en het doorbreken van stigma en uitsluiting.

Pagina 3 van 4

Knelpunten en uitdagingen • Bereik en toegankelijkheid van ondersteuning: ondanks het bestaande aanbod bereikt ondersteuning niet alle inwoners die er recht op hebben. Drempels zoals onbekendheid, complexiteit van regelingen en ervaren stigma/schaamte spelen hierbij een rol. • Beperkt effect van vroegsignalering: vroegsignalering levert steeds meer signalen op, maar het daadwerkelijk bereiken en activeren van inwoners blijft een aandachtspunt. Niet alle benaderde inwoners gaan in op het aanbod van ondersteuning. • De gemeenteraad heeft een motie aangenomen waarin het college expliciet de opdracht is gegeven om Stroomopwaarts beleidsarm te maken. Er loopt momenteel een onderzoek of en in hoeverre dit geaccommodeerd kan worden. De beleidsrijkheid staat onder druk omdat de gemeente zich niet goed kan herkennen in het beleid van stroomopwaarts omdat voor MVS gemaakt is. Wethouders geven in opeenvolgende colleges aan dat het moeilijk is om sturing te geven zowel financieel als inhoudelijk. • Toenemende complexiteit van problematiek: financiële problemen staan vaak niet op zichzelf, maar gaan samen met andere uitdagingen (zoals gezondheid, taalvaardigheid of werkloosheid). Dit vraagt om een integrale en intensievere aanpak. • Langdurige afhankelijkheid van ondersteuning: een deel van de huishoudens blijft langdurig aangewezen op een laag inkomen.

Doorstroom naar financiële zelfstandigheid is in deze groep beperkt. • Armoede onder kinderen: opgroeien in een huishouden met een laag inkomen vergroot de kans op achterstanden op meerdere levensdomeinen. Dit vraagt om gerichte inzet op kansengelijkheid. • Spanning tussen ambities en uitvoeringscapaciteit: de inzet op preventie, bereik en maatwerk vraagt om voldoende capaciteit bij uitvoeringsorganisaties en maatschappelijke partners. Tegelijkertijd staat de uitvoeringsruimte onder druk. • Financiële en beleidsmatige afhankelijkheden: de omvang van middelen en worden grotendeels landelijk bepaald. Wijzigingen in rijksbeleid hebben direct effect op de lokale uitvoeringsmogelijkheden.

Pagina 4 van 4

briefing

Van

Datum

Team Beheer Openbare Ruimte

16 april 2026

Onderwerp

Briefing buitenruimte t.b.v. formatie

De gemeente Schiedam draagt de primair publiekrechtelijke verantwoordelijkheid voor de openbare ruimte. Dit omvat alle arealen die zich hierin bevinden, zoals wegen, bruggen kademuren, riolering, openbare verlichting, bomen. Effectief beheer van deze openbare ruimte is van groot belang voor de leefbaarheid, veiligheid en het imago van Schiedam. De staat van voorzieningen heeft een directe invloed op hoe bewoners, ondernemers en bezoekers de stad beleven. De beheer en onderhoud van de openbare ruimte wordt binnen de gemeente gedaan door het team Beheer Openbare Ruimte. Hierin zitten de medewerkers die het dagelijks onderhoud organiseren, het abstracte beleid vertalen naar operationele plannen en bijvoorbeeld opdrachtgever zijn richting aannemers. Kaders De gemeente heeft geen onbeperkte vrijheid als het gaat om het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Er gelden kaders die zijn gegeven in landelijke wet- en regelgeving of bijvoorbeeld opgelegd door hogere overheden. Veel van die (landelijke) kaders zijn uitgewerkt in gemeentelijke kaders. Denk daarbij aan regels als de Bomenverordening (worden groenregels in omgevingsplan), Programma Water en Riolering, Afvalstoffenverordening etc. Voor de openbare ruimte en het onderhoud daarvan gelden de raadskaders die gegeven zijn in de Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027.

Hierin staan kaders voor het dagelijks onderhoud en het Integraal Uitvoeringsprogramma Buitenruimte (IUPB). Deze kaders zijn verder uitgewerkt in o.a. het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte Schiedam, het Handboek Openbare Ruimte (inrichtingsregels en materiaalgebruik), de Stimuleringsregeling Waterklaar, maar ook in onze onderhoudscontracten. Cijfers De openbare ruimte van Schiedam beslaat ongeveer 1/3 van het oppervlakte van de stad. Overzicht arealen openbare ruimte (momentopname 2023) Objecttype Asfaltwegen Bestrating Overige paden Beweegbare bruggen en sluis Vaste bruggen Gras Bosplantsoen en hagen Bomen Speeltoestellen Straatmeubilair, paaltjes, banken Afvalbakken

**

hoeveelheid 805.000 2.575.000 61.500 19 205 2.315.500 500.000 32.000 1.200 12.000 1.500

eenheid m² m² m² stuks stuks m2 m² stuks stuks elementen stuks

Verkeersborden Lichtmasten Parkeerautomaten Verkeersregelinstallaties Riolering Wateroppervlakte Kademuren, oevers, beschoeiing Duikers en stuwen Fonteinen Gemalen en pompen Grote gemalen

13.500 15.000 110 26 390 1.496.500 155 1.115 70 269 13

stuks stuks stuks stuks km m2 km stuks stuks stuks stuks

Kwaliteit Binnen Schiedam is een verdeling gemaakt op basis van kwaliteitsniveaus van de buitenruimte. Dat is gedaan conform de landelijke standaard van beeldkwaliteitsniveaus. Er worden daarin 4 niveaus onderscheiden. Deze hebben met name betrekking op groenonderhoud en reiniging. - Beeldkwaliteit A: hoog onderhoudsniveau. De openbare ruimte is zeer schoon, heel en veilig. Er zijn weinig gebreken of zichtbare vervuiling - Beeldkwaliteit B: basis onderhoudsniveau. De openbare ruimte is functioneel, redelijk schoon en veilig met beperkte gebreken - Beeldkwaliteit C: laag onderhoudsniveau. De openbare ruimte is functioneel, maar er is duidelijk slijtage, achterstallig onderhoud of vervuiling zichtbaar - Beeldkwaliteit D: dit is het niveau waarop de buitenruimte niet meer voldoet Naast deze beeldkwaliteitsniveaus wordt in Schiedam ook gebruik gemaakt van een technisch onderhoudsniveau: minimale technische ondergrens. Die geldt voor de arealen wegen, bruggen, kademuren, riolering etc. Deze minimale technische ondergrens is het niveau waarop het object nog veilig is en de functie nog (net) gewaarborgd is. Inspecties en schouwen Op alle arealen worden regelmatig technische inspecties uitgevoerd. Dit doen we om de kwaliteit te volgen en om onderhoudsmaatregelen in te plannen (zoals klein onderhoud of vervanging).

Uit deze technische inspecties komt het beeld dat de buitenruimte voldoet aan de wettelijke eisen en in zijn algemeenheid aan de gestelde raadskaders. Dit is vooral belangrijk voor de arealen die worden onderhouden op de minimale technische ondergrens. Beeldkwaliteitsschouw Maandelijks worden beeldkwaliteit geschouwd. Hierin wordt gekeken naar de onderdelen groen (onkruid, maaien etc.) en reiniging (zwerfvuil etc.). Dit wordt onder andere gedaan om de gerealiseerde kwaliteit door Irado te beoordelen. Uit de rapportage beeldkwaliteit (momentopname) blijkt dat 93% van de openbare ruimte voldoet aan de gestelde kwaliteitsnormen. Monitor Leefbaarheid & Veiligheid Uit de Monitor 2024 blijkt dat 56% van de bewoners tevreden is over de buitenruimte. Dit cijfer is gebaseerd op de onderdelen straatverlichting, groen en wegen, en paden en pleinen. Bewoners geven de ervaren mate van verloedering in de openbare ruimte een gemiddeld rapportcijfer van 5,8. Pagina 2 van 4

Meldingen Jaarlijks ontvangt de gemeente ca. 48.500 meldingen die gaan over de buitenruimte. Ongeveer 65% hiervan gaat over afvalinzameling en reiniging (o.a. bijplaatsingen). Ca. 70% van de meldingen wordt gedaan via de BuitenBeter app. De meldingen worden voor 85% binnen de afgesproken termijn door Irado afgehandeld. Uitvoering Dagelijks beheer en onderhoud Dagelijks beheer en onderhoud wordt uitgevoerd op 3 niveaus: Verzorgend onderhoud – reiniging, maaien, onkruid Correctief onderhoud – meldingen, reparaties Planmatig onderhoud – gepland klein onderhoud Dit onderhoud is grotendeels ondergebracht in raamcontracten. De grootste hiervan is Irado (openbare ruimte, reiniging en afvalinzameling) en Ünsal (openbare verlichting). Het team BOR is hierin de opdrachtgever en contractbeheerder. IUPB Het IUPB omvat de grootschalige buitenruimte projecten waarbinnen integraal buurten worden aangepakt of opgehoogd. Ook het groot onderhoud en vervangingen van bruggen, gemalen, asfaltwegen etc. valt hieronder. Hierbij is team BOR (intern) opdrachtgever. Financiën Voor het beheer en dagelijks onderhoud van de openbare ruimte zijn structurele budgetten per areaal beschikbaar. Deze jaarlijkse exploitatiebudgetten bedragen ca. € 30 mln. Voor afvalinzameling is een jaarlijkse budget beschikbaar van ca. € 12,5 mln.

Voor het groot onderhoud en de investeringen binnen het IUPB zijn per areaal bulkkredieten beschikbaar. Het totaal volume van het IUPB bedraagt ca. € 20,9 mln. Dit bestaat uit een exploitatiedeel van ca. € 3,5 mln. en een investeringsdeel van ca. € 17,4 mln. Daarnaast zijn er budgetten beschikbaar binnen de Reserve IUPB, Reserve Groenfonds, de Voorziening Riolering en Voorziening Afval. Knelpunten Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte gebeurt binnen de context van een zich ontwikkelend Schiedam. Er spelen veel thema’s die invloed hebben op ons werk. Thema’s als mobiliteit, wonen, veiligheid, klimaatadaptatie, schoon, NPNO, groen, ophogen en participatie. Dat alles zorgt ervoor dat het een complexe opgave is. Schone stad De openbare ruimte in Schiedam wordt intensief gebruikt. Dat resulteert in een hoge vervuilingssnelheid waardoor een schone stad een uitdaging is en blijft. Daarbij zijn de maatregelen die genomen moeten worden vaak duur. Het Uitvoeringsprogramma Schiedam Schoon richt zich op deze problematiek. Verdichte stad Schiedam heeft een hoge dichtheid en daarmee relatief weinig openbare ruimte per inwoner. Dit zorgt ervoor dat het inpassen van alle gewenste functies in die beperkte openbare ruimte uitdagend is. Het zorgt dan ook steeds meer voor maatwerkoplossingen die duur zijn in aanleg, beheer en onderhoud.

Doordat alle functies eigenlijk op dezelfde plek moeten komen, vraagt dat om scherpe keuzes en vaak lastige afwegingen. Strategisch assetmanagement waarbij ook maatschappelijke waarden in de afwegingen meegenomen worden, helpt bij het maken van deze keuzes en de verklaarbaarheid daarvan. Daarbij zorgt deze hoge dichtheid ook voor intensief gebruik van de openbare ruimte. Dat vraagt om meer onderhoud (en inzet om de stad schoon te houden).

Pagina 3 van 4

Bereikbare stad Werkzaamheden in de stad (zoals IUPB projecten) zorgen onvermijdelijk voor overlast. Om de overlast zoveel als mogelijk te beperken moeten projecten gefaseerd worden uitgevoerd. De uitvoering van noodzakelijk onderhoud botst regelmatig met andere ontwikkelingen in de stad, zoals bijvoorbeeld gebiedsontwikkelingen. Zakkende stad Schiedam, met name het noordelijke deel, ondervindt problemen door bodemdaling / zettingsproblematiek. Wijken zakken sneller dan verwacht mag worden. Dat zorgt voor een relatief korte levensduur van de openbare ruimte en een hogere vervangingscyclus. Dit vraagt constante inzet aan capaciteit en geld (vanuit het IUPB). Strategisch assetmanagement Belangrijkste onderwerp binnen de portefeuille buitenruimte de komende periode is het strategisch assetmanagement en de implementatie daarvan. Strategisch assetmanagement is geen technisch instrument, maar een bestuurlijk kompas. Het stelt het college in staat om politieke ambities in de openbare ruimte daadwerkelijk waar te maken, met oog voor sociale samenhang, welzijn en financiële verantwoordelijkheid. Wie grip wil op leefbaarheid, preventie en brede welvaart, kan niet zonder strategisch beheer van de openbare ruimte.

Pagina 4 van 4

briefing

Van

Datum

Team Beheer Openbare Ruimte

27 april 2026

Onderwerp

Briefing buitenruimte t.b.v. formatie Hoger onderhoudsniveau

Op 16 april is een briefing opgesteld over het beheer en onderhoud van de buitenruimte. Aansluitend is gevraagd om aan te geven wat de meerkosten zouden zijn als de buitenruimte op een hoger niveau onderhouden zou worden. En dan specifiek “1 niveau hoger”. Het antwoord op deze vraag is zowel eenvoudig als complex. Het eenvoudige antwoord is “ongeveer € 8,7 mln. op jaarbasis”. Maar dat is niet het volledige antwoord. Het volledige antwoord is op dit moment lastig te geven omdat er veel variabelen meewegen en veel zaken van elkaar afhankelijk zijn. Om alles goed te kunnen kwantificeren is meer tijd nodig. Dat is iets dat we zullen uitwerken in het traject richting de nieuwe Kadernota (wordt SAMP – Strategisch AssetManagement Plan). Context De achtergrond voor de vraag is (verwachten wij) terug te leiden tot het beeld dat bij bewoners en raadsleden leeft. Dat de buitenruimte niet voldoet aan de wensen en verwachtingen van bewoners, ondernemers en bezoekers. Vaak gaat het dan om een specifiek deel of areaal. Dat komt terug in raadsvergaderingen, raadsvragen en raadsvoorstellen. Objectief gezien komt dit ook terug in de Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2024. Een tevredenheidspercentage van 56% bij een gemiddeld rapportcijfer van 5,8 is geen hoge score.

Dat is lastig omdat de kwaliteit van de openbare ruimte een directe invloed heeft op hoe bewoners, ondernemers en bezoekers de stad beleven. Kaders Het huidige kader voor het onderhoud van de openbare ruimte is gegeven in de Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027. Hierin staan kaders voor het dagelijks onderhoud en het Integraal Uitvoeringsprogramma Buitenruimte (IUPB). Daar is de stad onderverdeeld in gebieden waaraan een beeldkwaliteit is gekoppeld. Dat is grotendeels C met onderdelen op B. Deze hebben betrekking op groen en reiniging. Naast deze beeldkwaliteit geldt er een onderhoud op “minimale technische ondergrens” voor de arealen wegen, riolering, bruggen etc. Zwakste schakel Wat belangrijk is om te realiseren is dat de zwakste schakel het uiteindelijke beeld bepaald. Als de omgeving netjes en schoon is, goed verzorgd, maar de verf van de prullenbak bladdert af, zal dat het beeld bepalen. Maar alles op een hoog niveau onderhouden (Efteling niveau) is niet doelmatig en kost veel geld. Er zal een balans gezocht moeten worden. Om toch een kostenindicatie te geven kijken we terug naar de Kadernota en de keuzes die daarin zijn bepaald. Financiën In de Kadernota BOR is in bijlage 3 een aanzet gedaan om onderhoud op een hoger niveau te kwantificeren. Belangrijk is om te realiseren dat deze bijlage inmiddels meer dan 2 jaar oud is

**

en op onderdelen achterhaald. Dat zijn de aandachtspunten en kanttekeningen verderop in deze briefing. Gebaseerd op de bedragen uit de bijlage, is het benodigde jaarlijkse budget om de buitenruimte van Schiedam op een hoger niveau te onderhouden ca. € 8,7 mln. (geïndexeerd naar prijspeil 2026). Daarbij worden de arealen die nu op beeldkwaliteit onderhouden worden naar een hoger niveau gebracht. De arealen die op een minimale technische ondergrens worden onderhouden, gaan naar beeldkwaliteit C. IUPB In de bijlage staat dat het investeringsvolume voor het IUPB niet verhoogd hoeft te worden. Dat lijkt inmiddels niet meer correct. Om een hoger niveau in stand te houden, zal de vervangingscyclus voor een aantal arealen omhoog moeten. Delen zullen dus eerder vervangen moeten worden dan strikt technisch noodzakelijk. Een globale inschatting is dat dit een hoger investeringsvolume (bulkkredieten) vraagt wat ligt in de orde van grootte van 10%. Dat is ongeveer € 2,1 mln. per jaar. Knelpunten In de eerdere briefing zijn een hoeveelheid knelpunten aangegeven. Die gelden ook – zo mogelijk nog meer – bij een stad die op een hoger niveau onderhouden wordt. Vooral omdat bij een hoger onderhoudsniveau ook de verwachtingen hoger worden. Met gaat rekenen op een bepaalde inzet, bijvoorbeeld op het gebied van reiniging.

De eerder genoemde knelpunten betreffen onderwerpen als schone stad (vaker schoonmaken en gedragsinterventies), verdichting (meer gebruikers bij een gelijkblijvend oppervlakte openbare ruimte), bereikbaarheid (toename autobezit en gebruik van deelvervoer) en zettingsproblematiek (kortere vervangingscyclus openbare ruimte). Vooral de gevolgen van het intensievere gebruik van de buitenruimte zijn hierin een bepalende factor. Structureel budget is laag De instandhouding van de buitenruimte vraagt structureel extra geld. We constateren dat de kwaliteit langzaam maar zeker achteruit gaat. Er is nog geen achterstalligheid. Maar op onderdelen komt die grens dichterbij. Dat lijkt een gevolg van zaken zoals de intensivering van het gebruik, de wortelopdruk en de vele ingravingen in de straten en fietspaden. Tegelijkertijd zien we ook technisch complexere zaken in de openbare ruimte die een ander (kostbaarder) onderhoud vragen. Denk hierbij aan zaken als gescheiden rioolstelsels en drainage infiltratie systemen, maar ook areaal uitbreidingen zoals de toename van het aantal bomen zorgen voor een hogere onderhoudslast. Dit is echter op dit moment en binnen dit korte tijdsbestek nog niet te kwantificeren en zal onderdeel zijn van het SAMP. Verzorgend onderhoud Het verzorgend onderhoud moet geplust worden met name gericht op de zaken die het thema verloedering raken.

Dat zijn veelal de zaken die de zwakste schakel en het meest zichtbare deel zijn in het beeld van bewoners. Hier spelen ook zaken die te maken hebben met gedrag van bewoners en bezoekers. Wij zien hier kansen voor wijk- en buurtgericht werken, een grotere differentiatie in onderhoudsniveaus of intensiteit van de inzet en mogelijke samenwerking met buurt coöperaties. Dit is lastig te vangen in “een niveau hoger”. Maatschappelijke waarde Maatschappelijke waarde is het begrip dat centraal staat in ons streven: "we maken de stad voor de bewoners". Dit omvat niet alleen participatie, maar ook het kwantificeren en kwalificeren van aspecten die in ons beheer, onderhoud en vervanging een meervoudige waarde toevoegen aan de stad. Wat pakken we eerder aan? Waar zetten we extra op in? Wat levert het op in brede zin? Deze afwegingen proberen we te vangen in een afwegingsmatrix van maatschappelijke waarden, die een van de pilaren vormt voor het strategisch assetmanagement en het SAMP. Pagina 2 van 3

In een nog verdichtere stad wordt de openbare ruimte schaars en kostbaar. Hierdoor groeit het belang van sociale verbondenheid als maatschappelijke waarde. Openbare ruimtes moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook ontmoetingsplekken creëren waar bewoners elkaar treffen, gesprekken voeren en gemeenschapsgevoel ervaren. In een verdichte omgeving, waar anonimiteit en individualisme kunnen toenemen, zijn deze ruimtes essentieel om isolatie tegen te gaan en de leefbaarheid te behouden. Door hier bewust rekening mee te houden in ons beheer, zorgen we ervoor dat de stad niet alleen compacter, maar ook socialer en menselijker wordt. Kwaliteitsniveau C is niet hoog Bij de keuze voor een hoger onderhoudsniveau worden de arealen die nu onderhouden worden op de minimale technische ondergrens, voor zover mogelijk, omhoog gebracht naar onderhoud op beeldkwaliteit C. De CROW omschrijft dit als een laag onderhoudsniveau. Het besef moet dan ook zijn dat onderhouden op beeldkwaliteit C geen hoge ambitie is.

Pagina 3 van 3

Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027

Bijlage 3

BIJLAGE 3 Alternatief ‘Kadernota BOR plus 1’ Eén van de kaders die de gemeenteraad vaststelt zijn de kwaliteitsniveaus voor het onderhoud. In de nieuwe Kadernota BOR wordt doorgegaan met de kwaliteitsniveaus zoals vastgesteld in de vorige kadernota. Op verzoek van de gemeenteraad is er een alternatief ‘Kadernota BOR plus 1’ opgesteld op basis waarvan de gemeenteraad kan inzien welke kosten en kwalitatieve opbrengsten er ontstaan bij het verhogen van het ambitieniveau per areaal. In dit scenario ‘plus 1’ worden de meeste arealen op een hoger onderhoudsniveau onderhouden. Dit is in principe 1 stap hoger dan het huidige raadskader.

Kadernota BOR plus 1 Het scenario “Kadernota Bor plus 1” geeft de raad de mogelijkheid om te kiezen voor hoger onderhoudsniveaus van diverse arealen. Dit is gepresenteerd als een buffet waarbij er kan worden gekozen voor onderdelen of het geheel. De keuze om 1 of meerdere arealen op een hoger niveau te onderhouden heeft financiële consequenties die niet binnen bestaande middelen gedekt kunnen worden. Deze keuze betekent dus automatisch de keuze voor een (structurele) begrotingswijziging (budgetverhoging). Het is een buffet waarbij wel gehaald kan worden, maar niet gebracht. Het inruilen van 1 areaal op een hoger niveau voor 1 areaal op een lager niveau dan nu, is niet doorgerekend. Dit is enerzijds omdat dit onverstandig is. Anderzijds is verlagen voor een groot deel van de arealen überhaupt niet mogelijk. Dat betreft de arealen die worden onderhouden op de minimale technische ondergrens.

Minimale technische ondergrens In de vorige kadernota is gekozen om het onderhoudsniveau van veel technische arealen (wegen, bruggen, kademuren, straatmeubilair) vast te stellen op “minimale technische ondergrens”. Dit is het onderhoudsniveau waarbij het betreffende onderdeel van de buitenruimte nog veilig is, maar er niet altijd netjes of verzorgd uitziet. De zwakste schakel bepaalt het uiteindelijke beeld. Dat zijn vaak deze arealen. Bij onderhoud op minimale technische ondergrens hoort de acceptatie voor een aantal storingen op jaarbasis (voor bijvoorbeeld bruggen) of tijdelijke afzettingen in afwachting van vernieuwings-investeringen (bijvoorbeeld wegen).

Hoger niet altijd mogelijk Zoals onderhouden op een lager niveau niet altijd mogelijk is, zit er ook een bovengrens aan de onderhoudsniveaus. Dit betreft de arealen die nu worden onderhoud op A niveau. Een hoger onderhoudsniveau (A+) heeft meer betrekking op de vervangingsfrequentie dan op de hoeveelheid dagelijks onderhoud.

Riolering niet meegenomen Voor ondergrondse infra als riolering is het lastig om een ‘plus 1’ niveau te bereiken. Riolering wordt nu eenmaal niet onderhouden op een beeldkwaliteit (het is immers niet zichtbaar). Het hogere niveau moet daarbij vooral worden gezocht in het toepassen van klimaatadaptieve maatregelen om water op straat te voorkomen. Wel zorgt een hoger niveau van straatreiniging voor minder vervuiling

1

Kadernota Beheer Openbare Ruimte 2023-2027

Bijlage 3

van het stelsel en de kolken die het water afvoeren. In die vorm wordt een ‘plus’ voor riolering indirect meegenomen.

Investeringen Dit scenario ‘plus 1’ heeft nagenoeg geen effect op de huidige (investerings)inzet die in het IUPB gedaan wordt. Een vernieuwde buitenruimte is bij oplevering immers altijd beeldkwaliteit A+ (100% nieuw). De buitenruimte wordt integraal en buurtgericht iedere 20 jaar aangepakt. Het resultaat van een hoger onderhoudsniveau in buurten die al meerdere jaren op een lagere beeldkwaliteit worden onderhouden zal niet altijd direct voor alle arealen zichtbaar zijn. Dat betekent dat het resultaat van de extra onderhoudsinzet in sommige buurten pas echt goed zichtbaar wordt na vernieuwing van de wijk. Om de resultaten van extra onderhoudsinzet in de stad sneller zichtbaar te laten zijn, zou kunnen worden gekozen voor een verhoging van het investeringsvolume in het IUPB. Dan kunnen meer buurten sneller opgepakt worden. Naast dat dit een ondoelmatige inzet van publieke middelen is, zorgt er ook voor dat grote delen van de stad gelijktijdig openliggen. Dat is onwenselijk en doet het doel van een hoger onderhoudsniveau deels teniet.

Benodigde budgetten In onderstaande tabel staan de extra budgetten weergegeven die nodig zijn om de diverse arealen op een hoger onderhoudsniveau te onderhouden. Dit betreft structurele jaarlijkse exploitatiebudgetten. Deze bedragen komen bovenop de nu in de begroting beschikbare budgetten.

Omschrijving

FCL

Wegen straten en pleinen regulier onderhoud Wegen straten en pleinen reiniging Verkeersregelinstallatie, regulier onderhoud Bruggen, regulier onderhoud Openbare verlichting, regulier onderhoud Beheer en inkomsten gem. electriciteitkasten Straatmeubilair, regulier onderhoud Kleine aanpassingen in de buitenruimte Gladheidbestrijding Kabels en Leidingen wegen, straten, pleinen reiniging zwerfafval Zeehavens: werkzaamheden BOR Binnenhavens: werkzaamheden afd. BOR Afwatering en waterkwantiteit, regulier onderhoud Openbaar groen: regulier onderhoud Speeltuinen en speelvoorz.: regulier onderhoud Riolering Ongediertebestrijding Totaal benodigd

6210000 6210002 6210180 6210200 6210300 6210302 6210400 6210410 6210600 6210700 6210940 6220001 6221001 6240000 6560000 6580200 6722000 6723500

Meerkosten Plus 1 € 809.000 € 5.225.740 € 34.000 € 95.970 € 424.000 n.v.t. 1) € 86.180 1) n.v.t. n.v.t. 2) n.v.t. 1) n.v.t. 3) € 24.528 € 57.232 € 160.030 € 765.000 € 21.430 n.v.t. 1) n.v.t. 1) € 7.703.110

1) Voor deze activiteiten is een hoger onderhoudsniveau niet bepaald. Dit betreffen werkzaamheden dit niet op beeldkwaliteit gebeuren of vraag gestuurd zijn 2) Voor deze activiteiten zijn alleen de vaste kosten in de begroting opgenomen. 3) Deze werkzaamheden zijn inbegrepen bij de post ‘wegen straten pleinen reiniging’

2

Input coalitieonderhandelingen 2026: cameratoezicht, veiligheidsrisicogebieden, preventief fouilleren, Boa en Veiligheid voor en door Schiedammers Cameratoezicht Vast cameratoezicht Vast cameratoezicht wordt voor langere tijd ingezet op een specifieke plek waar structurele problemen spelen. Een veiligheidsanalyse bepaalt of plaatsing nodig is en vormt ook de basis voor evaluatie en eventuele verlenging. Het is altijd onderdeel van een bredere aanpak om de openbare orde te handhaven en ondersteunt politie en hulpdiensten.

Wet & regelgeving cameratoezicht - artikel 151c Gemeentewet - artikel 3 Politiewet - artikel 2:77 APV Schiedam

Locatie vaste camera(’s)

Mobiel cameratoezicht Mobiele of flexibele camera’s worden tijdelijk ingezet wanneer een probleem snel opgelost moet worden of wanneer camera’s regelmatig verplaatst moeten kunnen worden. Ze worden ook gebruikt bij (grote) evenementen, meestal voor één tot drie dagen, om publieksstromen te begeleiden en de openbare orde te bewaken. Mobiel toezicht kan daarnaast worden gebruikt om tijdelijk een gebied te monitoren waar problemen zich verplaatsen of op meerdere plekken voorkomen. De burgemeester wijst hiervoor een specifiek gebied aan op basis van artikel 151c Gemeentewet. De inzet moet altijd noodzakelijk zijn voor het handhaven van de openbare orde, bijvoorbeeld bij ernstige overlast, incidenten of maatschappelijke onrust.

Aantal

Koemarkt

4

Beatrixpark en omgeving

11

Parkweg

3

Mgr.Nolenslaan

2

Van ’t Hoffplein

1

Stationsplein

2

Hof van Spaland

2

Schiedamseweg

1

Afwegingskader en criteria cameratoezicht Noodzakelijkheid Doelbinding Veiligheidsanalyse Proportionaliteit en Subsidiariteit

In de begroting is jaarlijks € 36.000 opgenomen voor dekking van de vaste camera’s. De kosten voor de mobiele camera’s zijn variabel en bedragen jaarlijks ca. € 60.000. Er is geen structurele dekking in de begroting voor mobiele camera’s. Veiligheidsrisicogebieden Aanwijzing veiligheidsrisicogebied De gemeenteraad kan de burgemeester via verordening de bevoegdheid geven om een gebied aan te wijzen als veiligheidsrisicogebied. Deze aanwijzing is alleen mogelijk wanneer de aanwezigheid van wapens leidt tot een verstoring van de openbare orde, of wanneer er een ernstige vrees daarvoor bestaat. Dit kan zich voordoen in onder meer uitgaansgebieden met geweldsincidenten, risicovolle (sport)evenementen of gebieden met structurele drugsoverlast. Spoedeisende aanwijzing

Veiligheidsrisicogebied art. 151b Gemeentewet art. 174b Gemeentewet (spoedeisend) art. 50 lid 3 Wet Wapens en munitie art. 51 lid 3 Wet Wapens en munitie art. 52 lid 3 Wet Wapens en munitie Aangewezen Veiligheidsrisicogebieden (geldig tot1 september 2026): 1:Oost 2 Kethel 3.Nieuwland

In acute, onvoorziene situaties kan de burgemeester ook zonder voorafgaande bevoegdheid van de gemeenteraad een veiligheidsrisicogebied aanwijzen. Dit geldt bijvoorbeeld bij plotselinge confrontaties tussen groepen of dreigende escalaties op openbare locaties. Preventief fouilleren Preventief fouilleren Binnen een aangewezen veiligheidsrisicogebied kan de officier van justitie een bevel geven tot preventief fouilleren. Dit maakt het mogelijk dat de politie personen en objecten controleert op wapens zonder dat sprake hoeft te zijn van een concrete verdenking.

Preventief fouilleren (Wet wapens en munitie) is een controlebevoegdheid ter bevordering van de leefbaarheid en veiligheid, die voortvloeit uit de aanwijzing van een veiligheidsrisicogebied

Boa (Toezicht en Handhaving) Boa domein 1 Een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) is een functionaris met een opsporingsbevoegdheid voor specifieke strafbare feiten. De boa mag met zijn opsporingsbevoegdheid onder andere verdachten aanhouden, iemands identiteit controleren, processen-verbaal opmaken en boetes uitschrijven. Het werkgebied van de boa is volgens landelijke regels opgedeeld in zes domeinen, namelijk (1) openbare ruimte, (2) milieu welzijn en infrastructuur, (3) onderwijs, waaronder leerplichtwet, (4) openbaar vervoer, (5) werk, inkomen en zorg en (6) generieke opsporing. Elk domein heeft eigen bevoegdheden. Boa’s onder toezicht en handhaving vallen onder het domein openbare ruimte.

Kaderstellende beleidsdocumenten APV Parkeerverordening Afvalstoffenverordening Kadernota Integrale Veiligheid Kadernota Beheer Openbare Ruimte Mobiliteitsvisie Mobiliteitsnormen 2024

Sturingsmogelijkheden De boa domein 1 voert gemeentelijk beleid uit betreffende openbare ruimte, waaronder parkeerbeleid en veiligheidsbeleid. In het beleid kunnen keuzes worden gemaakt over de overtredingen waarop gehandhaafd wordt. Dit is mogelijk door verordeningen, zoals de APV, aan te passen. Beleid, regelgeving en capaciteit hangen samen.

Extra inzet op Veiligheid voor en door Schiedammers Veiligheid voor en door Schiedammers In de begroting voor 2026 is € 500.000 extra opgenomen om de veiligheid van Schiedammers te vergroten in de breedste zin van het woord. Mogelijke voorbeelden zijn meer oog voor veiligheid in de buitenruimte, zoals onveilige fiets of voetpaden, en het mogelijk maken van initiatieven vanuit organisaties of inwoners om het veiligheidsgevoel te versterken. Het gaat om veiligheid voor en door Schiedammers. Aanpak Er wordt een plan van aanpak uitgewerkt met participatie vanuit de stad en met kennis en ervaring van de eigen organisatie. Op diverse momenten vindt er participatie per wijk plaats op het onderwerp veiligheid, waaronder met wijkveiligheidsbijeenkomsten, schouwen met vrouwen en de Veiligheidsdag. Aanvullend op de uitkomsten van de participatie worden kennis en ervaringen van professionals en partners gebruikt en data geanalyseerd. De input en voorgestelde initiatieven worden beoordeeld langs een afwegingskader, waarmee een aanpak voor een veiliger Schiedam wordt uitgewerkt. Vervolgens vindt rapportage plaats en worden aanbevelingen in beleid verankerd.

Briefing culturele voorzieningen in Schiedam 24 april 2026 1. Wettelijk en beleidsmatig kader (relevante wet- en regelgeving en gemeentelijk cultuurbeleid) Visie en budget cultuur • In oktober 2024 werd door de raad de Cultuurvisie ‘Verder voor een kleurrijke stad’, met uitvoeringskader, vastgesteld. Met de Cultuurvisie wil de gemeente: - behouden en versterken wat goed is, dus koesteren waar Schiedam trots op mag zijn en wat uniek is voor de stad en in de regio; - de beweging stimuleren van verbreding en vernieuwing in het superdiverse Schiedam: aansluiten bij behoeften en ideeën van een zeer diverse groep inwoners en dit veelsoortige, dynamische cultuuraanbod voor hen toegankelijk maken. • In juli 2025 werd door het college het budgettair kader voor cultuur vastgesteld voor 2026 en 2027. Dit budgettair kader is ingericht aan de hand van de in de Cultuurvisie omschreven Schiedamse culturele basisinfrastructuur, bestaande uit een basisprogramma, drie focusprogramma’s en een programma Vrije ruimte. Basisprogramma In het Basisprogramma zijn het Stedelijk Museum Schiedam, Theater aan de Schie en Bibliotheek Schiedam opgenomen. Deze instellingen ontvangen een begrotingspostsubsidie, dat wil zeggen dat de subsidie aan deze instellingen gericht is op de exploitatie en is opgenomen in de gemeentelijke begroting 2026 en 2027.

Focusprogramma’s De focusprogramma’s hebben betrekking op specifieke doelstellingen uit de Cultuurvisie. Er zijn drie focusprogramma’s ingesteld: Jeugd- en jongerencultuur, Impact maken met cultuur in de wijk en Cultuur in de etalage van de stad. In juli 2025 werd door het college de subsidieregeling Focusprogramma’s Cultuur Schiedam 20262027 vastgesteld, met bijbehorende (deel)subsidieplafonds. Instellingen die vanuit een focusprogramma subsidie ontvangen dragen met hun activiteiten dus bij aan de uitvoering van de Cultuurvisie. Amateurkunsten Voor amateurkunsten is er de Subsidieregeling Amateurkunstverenigingen Schiedam, waar verenigingen jaarlijks een subsidie voor kunnen aanvragen. Algemene Subsidieverordening De Algemene Subsidieverordening (ASV) Schiedam 2017 is bij het verstrekken van subsidies van toepassing, met uitzondering van het subsidie aan het basisprogramma, dit is namelijk een begrotingspostsubsidie. Cultuureducatie en cultuurparticipatie Gemeente Schiedam en Fonds voor Cultuurparticipatie co-financieren cultuureducatie activiteiten, met als doel cultuureducatie in het Schiedamse onderwijs te borgen. De taken hiervoor zijn bij Bibliotheek Schiedam belegd voor de periode 2025-2028. Het Kunstgebouw is de provinciale partner die optreedt als penvoerder. Gemeente Schiedam verstrekt subsidies aan de bibliotheek en het Kunstgebouw is inhoudelijke sparringpartner.

Brede Regeling Combinatiefuncties De ministeries, VNG/VSG en gemeenten werken samen om de toeleiding en begeleiding naar sport-, beweeg- en cultuuraanbod vraaggericht te versterken, zodat meer mensen actief deelnemen en gezonder en actiever worden. Gemeente Schiedam zet hierbij specifiek in op de inzet van sport- en cultuurcoaches. De financiering is gezamenlijk: de Rijksoverheid draagt 40% bij via een Rijksbijdrage voor BRC‑functionarissen, terwijl gemeenten de overige 60% binnen hun eigen financiële mogelijkheden organiseren.

Beeldende kunst in de openbare ruimte Ten aanzien van Beeldende kunst in de openbare ruimte is in 2009 een kadernota vastgesteld en een regeling Adviescommissie Beeldende kunst. Wettelijke taken - Bibliotheek: De bestaande bevorderingstaak voor gemeenten wordt omgezet in een wettelijke zorgplicht. Dit betekent dat gemeenten niet langer alleen gestimuleerd worden, maar verplicht zijn om te zorgen voor een toegankelijke openbare bibliotheekvoorziening voor hun bewoners. De zorgplicht gaat naar verwachting in per 1 januari 2027. Gemeenten moeten een meerjaren beleidsplan opstellen, waarin wordt onderbouwd hoe ze aan de zorgplicht voldoen. - Omroep: Stichting Schie (omroep Twee) ontvangt een meerjarige subsidie van 2022 tot en met 2026 en voert een wettelijke taak uit als lokale omroep. Vanaf 1 januari 2028 komt er een nieuwe Mediawet. - Kunstcollectie: Het Stedelijk Museum Schiedam beheert de gemeentelijke kunstcollectie, hetgeen een verantwoordelijkheid van de gemeente is. 2. Voorzieningen en uitvoering (overzicht culturele voorzieningen, aanbod en organisatie) Zie bijlage Overzicht van verleende subsidies cultuur 2026-2027 (focusprogramma’s, basisprogramma en amateurkunst) In 2026 is er met 26 instellingen, organisaties of verenigingen een subsidierelatie (zie bijlage Overzicht verleende subsidies cultuur 2026-2027).

Het gaat om drie instellingen in het Basisprogramma’s, tien instellingen in de Focusprogramma’s en 16 amateurkunstverenigingen. De Schiedamse culturele infrastructuur bestaat daarnaast ook uit (o.a.) kunstenaars, makers, vrijwilligers, maatschappelijke organisaties en creatieve ondernemers. NB. Wij hebben alleen actuele informatie over instellingen waarmee de gemeente een subsidierelatie mee heeft. In de bijlage Overzicht van verleende subsidies cultuur 2023-2025 is, naast een overzicht van verleende subsidies van 2023 tot en met 2025, ook terug te lezen welke huurinkomsten de gemeente heeft van de culturele instellingen in gemeentelijk vastgoed gehuisvest zijn. 3. Betrokken organisaties en rolverdeling (gemeente, instellingen en samenwerkingspartners) Voor de uitvoering van cultuurbeleid en cultuursubsidies wordt intern samengewerkt met de volgende partners en stakeholders: - Culturele organisaties, evenementen, kunstenaars, amateurkunstverenigingen - Lokale fondsen - Provinciale steunorganisaties - Maatschappelijke organisaties (onderwijs, welzijn, vrijwilligersorganisaties) - Pers: de lokale omroep Twee zowel als subsidieontvanger als journalistieke waakhond. - Bewoners, zowel deelnemers als bezoekers van cultuur 4. Kerncijfers (aantal voorzieningen, bereik, bezoekers en spreiding) De bekendheid en waardering van cultuur in Schiedam is in 2025 door de gemeente onderzocht.

Dit gepubliceerde onderzoek (Cultuur? Check! 2025) geeft ook inzicht in de cultuurbehoeftes op wijkniveau. De algemene waardering van het Schiedamse cultuuraanbod onder de Schiedammers scoort een 7,0 en scoort daarmee het hoogste cijfer sinds de start van de metingen. Het onderzoek concludeert dat het feit dat iemand liefhebber is van een bepaalde cultuurvorm geen effect heeft op hoe vaak iemand aan cultuur deelneemt. Dit bevestigt de ambitie van de Cultuurvisie om in Schiedam de breedte van cultuur te omarmen. Uit het onderzoek blijkt ook dat inwoners uit alle wijken, uitgezonderd Centrum, van mening zijn dat er onvoldoende te doen is in de wijk op het gebied van cultuur. Vooral in wijken Groenoord en Zuid vindt men dit jammer.

5.

Governance en verantwoordelijkheden (sturing, verantwoording en subsidierelaties) Subsidies worden jaarlijks of meerjarig verstrekt (afhankelijk van de subsidieregeling). Het college stelt deze regelingen vast, evenals de bijbehorende subsidieplafonds. Subsidieaanvragen boven 250.000 euro worden middels een collegebesluit toegekend. Een aanvraag voor een subsidie moet aan specifieke voorwaarden voldoen die zijn opgenomen in de vastgestelde subsidieregelingen (zie punt 1). De aanvragen worden ambtelijk getoetst en beoordeeld. Ingevolge de ASV Schiedam dient elke verleende subsidie boven 25.000 euro vastgesteld te worden d.m.v. het sturen van een inhoudelijke en financiële verantwoording. Voor subsidies van 100.000 en hoger geldt dat er ook een controleverklaring van de accountant aangeleverd moet worden. In het vaststellingsverzoek reflecteert de aanvrager op de verrichte activiteiten en beoogde output (bereik) en outcome (effecten) van deze activiteiten. Dit wordt ambtelijk getoetst en beoordeeld. Subsidies die middels collegebesluit zijn toegekend worden ook door het college vastgesteld. 6. Financiële uitgangspunten en verplichtingen (subsidies, exploitatielasten en langjarige verplichtingen) Het door het college vastgestelde budgettair kader cultuur (2026 en 2027) is het financiële uitganspunt voor het verstrekken van cultuursubsidies.

Er is een bedrag per instelling in het basisprogramma vastgesteld en subsidiedeelplafonds voor de drie focusprogramma’s De culturele instellingen die momenteel subsidie ontvangen van de gemeente Schiedam hebben allemaal een langlopende subsidierelatie. Dat betekent dat ingevolge Awb artikel 4:51 er altijd sprake is van een redelijke termijnbepaling mocht het college besluiten de subsidie te stoppen. Instellingen die door weigering van de subsidie activiteiten moeten afbouwen en daarvoor reeds langdurige verplichtingen zijn aangegaan, kunnen een zienswijze indienen met bewijsstukken over die financiële verplichtingen, zodat het college kan besluiten hiervoor een afbouwsubsidie te verlenen. 7. Bekende knelpunten uit openbare bronnen (o.a. toegankelijkheid, spreiding, huisvesting en financiële druk) 7.1 Knelpunten culturele instellingen - Financiële situatie exploitatie culturele instellingen. Door onder andere inflatie neemt de financiële druk op culturele organisaties toe. Dit legt ook meer druk op het vergroten van externe financiering (o.a. fondsen, gemeenten). - Nationaal Jenevermuseum – bezuinigingen door gedeeltelijke weigering subsidie - Theater aan de Schie – pleit voor een nieuwe entree. 7.2 Interne knelpunten - Het nieuwe college zal eind 2026 een besluit moeten nemen over budgettair kader cultuur vanaf 2028.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16989984/1