22 Brief RBG 2 juni 2023 Ontwerpbegroting RBG 2024
Tekst van het document
3.750.000
3.750.000
3.950.000
3.950.000
3.950.000
3.950.000
3.950.000
149.000
149.000
62.100
Onttrekking aan reserve huurcompensatie Onttrekking aan reserve implementatie waard.systeem
141.400
Onttrekking aan reserve problematische schulden
105.800
Onttrekking aan reserve kinderopvangtoeslagaffaire Financiële baten
22.800
175.300
175.300
175.300
175.300
175.300
22.800
22.800
22.800
22.800
22.800
Totaal baten RBG
20.244.900 19.894.700
Saldo programma
0
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
0
22.800
20.634.800 20.918.017 22.304.258 22.810.396 23.329.441 0
0
0
0
pagina 29 van 38
0
Mutaties in de meerjarenbegroting anders dan loonstijgingen of prijsinflatie In 2024 vervalt de periode van de reeds ontvangen huurcompensatie (nl. einde huurcontract mei 2024). In 2024 wordt nog 5 maanden toegerekend van deze huurcompensatie à € 62.100. Vanaf 2025 is de post huurcompensatie dus in de meerjarenbegroting vervallen. In 2026 vervalt de lagere bijdrage voor de waterschappen voor de WOZ-kosten die moeten worden betaald aan het Rijk. In de kabinetsperiode 2022-2025 is de bijdrage van de waterschappen verlaagd naar ca € 1,2 miljoen, maar voor de periode vanaf 2026 is dus vooralsnog rekening gehouden met de bijdrage die tot en met 2021 aan het Rijk is betaald (totaal ad ca € 2,3 miljoen) De verhoging van de proceskosten voor 2024 ad € 180.000 is zoals is vermeld in par. 1.3.2 alleen voor dat jaar geraamd, omdat in 2024 wordt verwacht dat er vanuit het Ministerie van Financiën nieuwe regels komen voor de betaling van vergoedingen bij gehonoreerd bezwaar en beroepskosten (no cure-no pay bureaus) Hierdoor is de post overige diensten vanaf 2025 neerwaarts bijgesteld. In beginsel is het uitgangspunt dat deelnemersbijdragen bij gelijkblijvende taken een constante lijn laten zien met uitzondering van de doorrekening van de loon- en prijsontwikkelingen.
De eerder genoemde voorgestelde mutaties in de begroting 2024 hebben gevolgen voor de berekende deelnemersbijdragen ten opzichte van de meerjarenbegroting 2023-2027. Zie hiervoor ook paragraaf 4.1. Verdeelsleutel.
Mutaties ten opzichte van de meerjarenbegroting 2023-2027 2024 2025 2026 HHDelfland -547 -586 75 HHSchieland en de Krimpenerwaard -274 -293 37 Gemeente Delft 37 31 43 Gemeente Vlaardingen 25 20 28 Gemeente Schiedam 27 23 32 -733 -806 215
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
2027 136 68 60 40 43 347
2028 239 119 87 59 62 565
pagina 30 van 38
3. Paragrafen 3.1 Financiering Liquiditeit De exploitatiekosten worden voor een belangrijk deel gefinancierd uit de bijdragen van de deelnemers. Deze bijdragen worden per kwartaal ontvangen van de deelnemers. Hieronder is een liquiditeitsprognose weergegeven, gebaseerd op het uitgavenpatroon van de RBG. Liquiditeitsprognose
Raming
Kwartaal
x € 1.000
1
2
3
4
personeelslasten
10.655
2.646
2.655
2.649
2.705
goederen en diensten van derden
7.895
1.974
1.974
1.974
1.974
WOZ-bijdrage
1.275
onvoorzien
550
1.275 138
138
138
0
0
0
0
20.375
4.757
4.767
6.035
4.815
invorderingsopbrengst
3.950
395
1.185
1.185
1.185
inkomsten
3.950
395
1.185
1.185
1.185
saldo liquide middelen
-16.425
-4.362
-7.945
-12.795
-16.425
bijdragen van deelnemers
16.425
4.362
3.583
4.850
3.630
0
0
0
0
rente en aflossing uitgaven
overschot / tekort liquide middelen
136
De piek van de jaarlijkse uitgaven ligt in het 3e kwartaal van enig jaar, omdat de bijdrage in de WOZ-kosten van circa € 1,2 miljoen in juli in één termijn moet worden betaald aan het Ministerie van Financiën. In de kwartaalbijdrage van de deelnemers wordt hiermee rekening gehouden. Belastingopbrengsten van de deelnemers De RBG ontvangt belastingopbrengsten voor haar deelnemers. Op basis van de jaarrekening 2022 int de RBG in 2024 netto circa € 500 miljoen aan belastingen. Deze gelden komen binnen op de inningsrekeningen van de RBG. De gelden worden dagelijks afgedragen aan de deelnemers. Kasgeldlimiet Op grond van de Wet FIDO is bepaald hoeveel maximaal met kort geld gefinancierd mag worden. De norm voor gemeenschappelijke regelingen is vastgesteld op 8,2% van het totaal van de bruto kosten van de begroting. Voor het begrotingsjaar 2024 is dit: 8,2% van € 20.634.800 = € 1.692.000 (afgerond). Vermogensbehoefte In maart 2014 is de RBG een lening aangegaan van € 1,7 miljoen met een looptijd van 10 jaar tegen een rente van 1,88%. Deze loopt in 2024 af.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 31 van 38
Renterisiconorm De renterisiconorm bindt de looptijd van leningen aan een minimum. De Wet FIDO omschrijft deze norm als maximale herfinanciering van bestaande leningen van 20% per jaar voor gemeenschappelijke regelingen. Voor de RBG is dit in 2024 € 340.000 (nl. 20% van € 1,7 miljoen. De lopende geldlening heeft een looptijd van 10 jaar. In 2024 zal de maximale (laatste) aflossing € 184.600 zijn. Dit blijft ruim onder de renterisiconorm. Schatkistbankieren Eind 2013 is de Wet houdbare overheidsfinanciën in werking getreden. Deze wet voorziet in een wettelijk instrument voor het bereiken en vasthouden van houdbare overheidsfinanciën. Onderdeel van de wet vormt het verplicht schatkistbankieren, waarbij de saldi van de bankrekeningen van lagere overheden, onder bepaalde voorwaarden, verplicht aan de schatkist moeten worden gestort. Met de deelnemers zijn afspraken gemaakt om die verplichte afstorting tot een minimum te beperken.
3.2 Financiële risico’s Met betrekking tot de hiervoor gepresenteerde begroting onderkennen wij de volgende financiële risico’s: 1. Gevolgen van de oorlog in Oekraïne De Russische inval in de Oekraïne heeft de wereld geschokt. Sinds 24 februari 2022 woedt er binnen Europa een oorlog, waarin de situatie van uur tot uur verandert. De indirecte effecten van deze oorlog zorgen voor stijgende energieprijzen en een beperkte beschikbaarheid van energiebronnen. De gevolgen van deze oorlog en de sanctiewetgeving hebben vooralsnog geen grote impact op de begroting 2024 van de RBG. Zie hiervoor ook paragraaf 1.2.6 (financiële kaders). 2. Opbrengst dwanginvordering De opbrengst voor de dwanginvordering is een belangrijk dekkingsmiddel voor de uitgaven van de RBG. De invorderingsopbrengst blijft naast onze eigen tijdige incassoactiviteiten sterk afhankelijk van het betaalgedrag van de klanten en externe ontwikkelingen, zoals het economisch klimaat of wijzigingen in het belastingstelsel. De hoogte van de opbrengst is daardoor ongewis. Daarnaast bestaat het risico dat deze opbrengst niet volledig wordt gerealiseerd (betaald) in 2024. Om dit risico op te vangen wordt jaarlijks bij de jaarrekening de stand van de voorziening dubieuze debiteuren bepaald. Tevens zijn er wijzigingen doorgevoerd in wet- en regelgeving met betrekking tot maatschappelijk invorderen.
Deze wijzigingen kunnen ook van invloed zijn op de hoogte van de opbrengst dwanginvordering. 3. Loon, prijs- en rentestijgingen Bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2024-2028 is rekening gehouden met een stijging van de jaarlijkse loonkosten van 2,5%. Een nieuwe CAO per 1 januari 2024 moet nog worden afgesloten. Mogelijke loonaanpassingen, verdere werktijdaanpassingen of wijzigingen in secundaire arbeidsvoorwaarden als gevolg van een nieuwe af te sluiten CAO, kunnen van invloed zijn op de personeelskosten. Voor de prijsontwikkelingen van goederen en diensten is gerekend met een stijging van 2,6%. De huidige inflatie ligt ver boven dit percentage. De post onvoorzien van € 250.000 kan als dekkingsmiddel worden aangewend voor hogere kosten ten opzichte van de geraamde mutaties. 4. Uitbesteding van niet-kernactiviteiten Niet-kernactiviteiten zijn waar mogelijk uitbesteed. Het risico is dat afspraken niet, of niet tijdig worden nagekomen, of dat de kwaliteit van dienstverlening onvoldoende is. Door middel van algemene leveringsvoorwaarden, contracten, dienstverleningovereenkomsten, stuurinformatie en controlemaatregelen houdt de RBG grip op de
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 32 van 38
dienstverlening die is uitbesteed. Via het afsluiten van verwerkersovereenkomsten wordt ook rekening gehouden met bijvoorbeeld bescherming persoonsgegevens. 5. Vervuiling van en/of incomplete gegevensbestanden Correctiewerkzaamheden als gevolg van foutieve aanslagen hebben extra kosten tot gevolg. In het kader van het uitvoeringsprotocol zijn goede afspraken met deelnemers gemaakt maken over beheer, verantwoordelijkheid, gebruik en uitwisseling van gegevens. Door middel van een stelsel van periodieke verbandcontroles worden de juistheid en volledigheid van de administraties geborgd. Foutieve en/of onvolledige gegevens van derden worden conform protocol terug gemeld aan de bronhouder van de betreffende (landelijke) basisregistraties. 6. Fraude Onder frauderisico verstaan we: het risico dat met opzet handelingen worden verricht, door eigen personeel of derden, waardoor de RBG en daarmee de deelnemers financiële schade oplopen. Er zijn grofweg een tweetal onderdelen in de RBG-organisatie waar fraude aan de orde zou kunnen zijn: het belastingproces en de financiële administratie. De RBG heeft mogelijke situaties waarin fraude zich voor zou kunnen doen geïnventariseerd en maatregelen beschreven om de risico’s op fraude tot een minimum te beperken. De frauderisico-analyse is onderdeel geworden van het risicomanagement. 7.
Risicomanagement De RBG is bekend met de risico’s (bijvoorbeeld financiële of imago) die gelopen worden bij de uitvoering van de werkprocessen. Op een groot aantal onderdelen zijn maatregelen getroffen om deze risico’s tot een minimum te beperken. Dat is vooral gebeurd waar de risico’s het grootst (kans en impact) zijn. Op basis van een risico-inventarisatie wordt per jaar een top vijf van processen nader onderzocht om verdere verfijning van beheersmaatregelen door te voeren om de risico’s verder af te dekken. 8. Integriteit De RBG besteedt nadrukkelijk aandacht aan het thema integriteit. De (her)invoering van de ambtseed heeft vanaf 2015 plaatsgevonden en maakt nu vast onderdeel uit van het integriteitsprogramma. Alle medewerkers doen jaarlijks mee aan workshops of e-learning waar diverse dilemma’s worden besproken en de medewerkers worden geconfronteerd met fraudegevoelige situaties. Voor nieuwe medewerkers wordt elk jaar de eed of belofte afgelegd. 9. Claims van derden De RBG is verzekerd tegen aansprakelijkheid door derden. Daarnaast kunnen in bepaalde gevallen ook claims door derden worden ingediend die niet onder de aansprakelijkheidsverzekering vallen. Claims van derden kunnen betrekking hebben op claims wegens aansprakelijkheid door onzorgvuldig handelen. 10.
Informatiebeveiliging en privacy Vanwege de grote afhankelijkheid van een goed functionerende ICT-infrastructuur en de eisen (ook door derden) die aan de betrouwbaarheid daarvan worden gesteld, heeft de RBG het informatiebeveiligingsbeleid vastgesteld. In dit plan zijn maatregelen opgenomen die noodzakelijk zijn (en soms ook wettelijk verplicht) om een betrouwbare werking van onze informatiesystemen zoveel mogelijk te garanderen. In het plan komen onderwerpen aan de orde zoals: beveiliging van de toegang, privacy persoonsgegevens, DigiDbeveiligingscertificaat en certificering van onze leveranciers. In het privacybeleid is rekening gehouden met de bepalingen uit de Wet Meldplicht Datalekken en de Europese Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 33 van 38
3.3 Reserves In de begroting 2024 is rekening gehouden met de “Bestemmingsreserve uitbreiding samenwerking gemeenschappelijke regeling”. De stand van de reserve per 1 januari 2023 bedraagt € 71.800. De uitgaven in 2024 zijn afhankelijk van geïnteresseerde partijen die willen toetreden tot de RBG. Daarnaast is rekening gehouden met de “bestemmingsreserve huurcompensatie kantoorpand Schiedam”. Jaarlijks valt een evenredig deel van deze reserve vrij ter compensatie van de huurkosten. De stand van deze reserve wordt op 1 januari 2024 geraamd op € 62.100. De laatste onttrekking vindt met dit bedrag plaats in 2024 (zie ook par. 2.2). Andere bestemmingsreserves die door het algemeen bestuur zijn ingesteld en waarvan wordt verwacht dat deze per 1-1-2024 nog een saldo hebben, zijn de volgende reserves. Bedrijfsvoering Deze reserve is ingesteld om kleinschalige projecten te kunnen uitvoeren. De RBG stelt de klant centraal en hanteert daarbij het principe, digitaal waar het kan en persoonlijk waar nodig. De gedachte is het klantvriendelijker en efficiënter plannen en innen van de aanslagen met opbrengstmaximalisatie als leidraad. In deze begroting 2024 hebben we de jaarlijkse toevoeging aan de in de meerjarenbegroting geraamde reserve bedrijfsvoering verlaagd van € 200.000 naar € 100.000. Nieuwe projectmatige werkzaamheden zullen meer door eigen personeel worden uitgevoerd.
Matchingskosten Het betreft een reserve m.b.t. de vervolgacties van vooral dwangbevelopbrengsten die in een toekomstig belastingjaar plaatsvinden: het zogenaamde „matching-principe”. In de tariefstelling van de kosten (waaronder die van het dwangbevel per post) is hier rekening mee gehouden. Immers, het versturen van het dwangbevel is eenvoudig administratief te realiseren. Vanuit deze opbrengst moet ook het werk ter voorbereiding en uitvoering van een hernieuwde betekeningsronde gedekt worden. Jaarlijks wordt € 550.000 aan deze reserve toegevoegd om deze werkzaamheden te bekostigen. Uitvoeringskosten hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire De RBG heeft in totaal € 876.500 als compensatie ontvangen voor de uitvoeringskosten op basis van het aantal toegewezen gedupeerden bij de deelnemende gemeenten en waterschappen. In de jaarrekening 2022 is hierdoor een bestemmingsreserve Uitvoeringskosten hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire ingesteld om de jaarlast van kosten en compensatie over de periode 2023-2027 te spreiden. Tot en met 2027 valt jaarlijks € 175.300 uit deze reserve vrij aan de exploitatie.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 34 van 38
3.4 Verbonden partijen Vanuit het publiek belang kunnen banden worden aangegaan met derden, de zogenaamde verbonden partijen. De RBG heeft hierbij een bestuurlijk en/of een financieel belang. De RBG is lid geworden van de werkgeversvereniging waterschappen om de cao voor waterschappen van toepassing te kunnen verklaren. Het lidmaatschap is ingegaan per 1 januari 2019. Lid worden van de werkgeversvereniging is een keuze van elk waterschap en elke sectorvolger (de RBG is een sectorvolger). Een vereniging wordt gevormd door leden die ambitie en doelstellingen delen en verwachten deze gezamenlijk beter te kunnen realiseren dan ieder voor zich. De vereniging heeft tot taak te verbinden, draagvlak onder haar leden te verwerven en zo het samen sterker staan te realiseren.
3.5 Incidentele baten en lasten Voor het jaar 2024 verwachten we mogelijk nog incidentele lasten en baten die betrekking op de hersteloperatie kinderopvang toeslagaffaire. Door de vertraagde afwikkeling door de belastingdienst van de dossiers is het voor de RBG niet te bepalen hoe de incidentele lasten en baten over de periode 2024-2027 verdeeld worden.
3.6 EMU-saldo De RBG is niet gehouden aan de EMU-regels. De effecten van de RBG behoren tot uitdrukking te komen via de individuele bijdragen aan de RBG in de begrotingen van de deelnemers.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 35 van 38
4. Verdeelsleutel en financiering 4.1 Verdeelsleutel De financiële consequenties voor de deelnemers worden in deze paragraaf benoemd. De verdeling van de kosten is gebaseerd op paragraaf 6.2 “Verdeelsleutel en bijdrage per deelnemer” uit het Bedrijfsplan RBG 2015. Dit bedrijfsplan is opgesteld in het kader vande toetreding van onze laatste deelnemers, te weten de gemeente Schiedam per 1 januari 2015. . Voor de gemeenten geldt dat zij garant staan voor de meerkosten van salarisgarantie van enkele medewerkers, die zijn overgegaan naar de RBG. Deze meerkosten worden jaarlijks getoetst en op basis van vertrek/pensionering aangepast. Alleen aan Vlaardingen worden in 2024 nog meerkosten toegerekend. Verdeelsleutel 2024 in % Hoogheemraadschap van Delfland Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Gemeente Delft Gemeente Vlaardingen Gemeente Schiedam
47,0% 23,5% 12,3% 8,5% 8,7%
Daarnaast worden in deze begroting 2024 ook de specifieke kosten voor het gewijzigd kwijtscheldingsbeleid (afschaffing kwijtschelding zuiveringsheffing totaal ad € 350.000) toegerekend aan Delfland (€ 233.333) en Schieland en de Krimpenerwaard (€ 116.667). Het voordeel van de WOZ-kosten van waterschappen is voor de jaren 2024 en 2025 net als in de jaarrekening 2022 en de gewijzigde begroting 2023 rechtstreeks aan de waterschappen toegerekend. In 2026 vervalt dit voordeel. Op basis van deze exploitatiebegroting 2024 van de RBG wordt de bijdrage per deelnemer aan de RBG als volgt geraamd:
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 36 van 38
Totale netto-kosten RBG x € 1.000 Bijdragen deelnemers HHDelfland HHSchieland en de Krimpenerwaard Gemeente Delft Gemeente Vlaardingen Gemeente Schiedam
Primair Gewijzigd 2023 2023 16.323 15.550
2024 16.425
2025 16.770
2026 18.156
2027 18.662
2028 19.357
7.737 3.868 1.964 1.377 1.377 16.323
7.193 3.596 1.982 1.389 1.390 15.550
7.585 3.792 2.102 1.472 1.474 16.425
7.744 3.872 2.146 1.503 1.505 16.770
8.578 4.289 2.202 1.542 1.545 18.156
8.817 4.409 2.264 1.585 1.588 18.662
9.145 4.573 2.348 1.644 1.647 19.357
HHDelfland
7.737
7.193
8.132
8.330
8.504
8.681
8.907
HHSchieland en de Krimpenerwaard
3.868
3.596
4.066
4.165
4.252
4.341
4.453
Gemeente Delft
1.964
1.982
2.065
2.115
2.159
2.204
2.262
Gemeente Vlaardingen
1.377
1.389
1.447
1.483
1.513
1.545
1.585
Gemeente Schiedam
1.377
1.390
1.447
1.482
1.513
1.545
1.585
16.323
15.550
17.157
17.576
17.941
18.316
18.792
Mutaties ten opzichte van de meerjarenbegroting 2023-2027 2023 2023 HHDelfland 0 0 HHSchieland en de Krimpenerwaard 0 0 Gemeente Delft 0 0 Gemeente Vlaardingen 0 0 Gemeente Schiedam 0 0 0 0
2024 -547 -274 37 25 27 -733
2025 -586 -293 31 20 23 -806
2026 75 37 43 28 32 215
2027 136 68 60 40 43 347
2028 239 119 87 59 62 565
Bijdragen deelnem ers was
BTW compensatie Bovenstaande bijdragen betreffen de kosten inclusief btw. Voor de deelnemende gemeenten schuift de RBG jaarlijks, op basis van de btw-transparantiemethode, de btw die is betaald ter uitvoering van werkzaamheden voor de gemeentelijke deelnemers door naar de gemeenten. De gemeenten compenseren deze doorgeschoven btw vervolgens bij het BTW compensatiefonds. De jaarlijkse vast te stellen procentuele omvang van de door te schuiven btw is gelijk aan het procentuele aandeel in de kosten per deelnemer. Gemiddeld kan de gemeente Delft per jaar € 130.000 BTW compenseren, de gemeente Vlaardingen € 89.000 en de gemeente Schiedam € 91.000. In 2022 bedroeg de compensabele BTW € 143.600 voor Delft, € 99.200 voor Vlaardingen en € 101.600 voor Schiedam. Door deze compensatie zijn de werkelijke kosten in de RBG voor de gemeenten lager dan bovengenoemde bijdragen.
4.2 Financiering door deelnemers De exploitatiekosten van de RBG worden gefinancierd door de twee Hoogheemraadschappen Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard en de gemeenten Delft, Vlaardingen en Schiedam. De deelnemers betalen jaarlijks in 4 kwartaalvoorschotten hun bijdrage overeenkomstig hetgeen is geregeld in het prestatiecontract. De voorschotten 2024 worden afgeleid uit de liquiditeitsprognose van de RBG, zoals opgenomen in paragraaf 3.1. Bij de vaststelling van de jaarrekening 2024 wordt de definitieve bijdrage per deelnemer bepaald.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 37 van 38
5. Vaststelling Ingevolge artikel 31 van de Gemeenschappelijke Regeling RBG, en artikel 5 en artikel 6, eerste lid, van de Verordening beleids- en verantwoordingsfunctie RBG, opgemaakt door het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep. Rotterdam, 1 juni 2023. Het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep, , directeur
voorzitter
H.B. Sigmond
Drs. A.J.B. van der Klugt
Vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van de Regionale Belasting Groep d.d. 7 september 2023. Het algemeen bestuur van de Regionale Belasting Groep, directeur
Voorzitter
H.B. Sigmond
Drs. A.J.B. van der Klugt
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 38 van 38