22 Brief RBG 2 juni 2023 Ontwerpbegroting RBG 2024
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad van Schiedam Postbus 1501 3100 EA Schiedam
Onderwerp Bijlage Datum
: Verzoek kenbaar maken zienswijze ontwerpbegroting RBG 2024 : Ontwerpbegroting RBG 2024 : 2 juni 2023
Geachte bestuur, Het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep (RBG) heeft op 1 juni 2023 de ontwerpbegroting 2024 opgemaakt. De gemeenschappelijke regeling bepaalt dat de algemene besturen van de deelnemers in de gelegenheid gesteld moeten worden om hun zienswijze op deze ontwerpbegroting te geven. Hierbij bieden wij u de ontwerpbegroting RBG 2024 aan, met het verzoek uw zienswijze daarop uiterlijk 23 augustus 2023 aan ons kenbaar te maken.
Het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep, namens dezen,
H.B. Sigmond directeur
Begroting 2024
Regionale Belasting Groep Spoorstraat 7 Postbus 923 3100 AX Schiedam _______________________________________________________________________
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 1 van 38
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2. 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.2.4 1.2.5 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4 1.5 1.6 1.7 2 2.1 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 4 4.1 4.2 5
Inleiding Begroting 2024 Algemeen Ontwikkelingen Ontwikkelingen deelnemers en Rijksoverheid Ontwikkelingen reeds verwerkt in vorige meerjarenbegroting Actuele ontwikkelingen verwerkt in nieuwe meerjarenraming Ontwikkelingen die op een later moment van invloed kunnen zijn op de meerjarenbegroting 2024-2028 Ontwikkelingen te bekostigen uit de bestaande begroting Financiële kaders en mutaties Financiële kaders Financiële mutaties begroting 2024 Planning- en control cyclus Exploitatierekening naar programma en kostendrager Product: Belastingheffing Product: Invordering Begroting naar kosten- en opbrengsoorten Meerjarenperspectief Meerjarenperspectief 2023-2028 Paragrafen Financiering Financiële risico’s Reserves Verbonden partijen Incidentele baten en lasten EMU-saldo Verdeelsleutel en financiering Verdeelsleutel Financiering door deelnemers Vaststelling
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
3 4 4 6 6 7 8 9 12 16 16 18 23 24 24 26 28 29 29 31 31 32 34 35 35 35 36 36 37 38
pagina 2 van 38
Inleiding De voorliggende begroting 2024 RBG is opgebouwd vanuit de jaarschijf 2024 van de meerjarenbegroting 2023-2027, zoals vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur op 1 juli 2022. In de DB-vergadering van 19 april 2023 is ingestemd met een wijziging van de begroting 2023, die voor een zienswijze is toegezonden aan de deelnemers. Deze wijziging van de begroting 2023 is ter vaststelling van het algemeen bestuur geagendeerd voor de vergadering van 7 september 2023.De nu doorgevoerde wijzigingen op de jaarschijf 2024 worden in deze begroting nader toegelicht en vergeleken met de primitieve begroting 2023, alsmede de gewijzigde begroting 2023. In deze begroting 2024 is rekening gehouden met de uitgangspunten van de Kaderbrief 2024, zoals deze is vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van 16 maart 2023, alsmede met de uitkomsten van de jaarrekening 2022.Volgens de begrotingsprocedure uit de gemeenschappelijke regeling moet het algemeen bestuur van de RBG vóór 15 september 2023 de begroting 2024 vaststellen. Om de deelnemers in de gelegenheid te stellen hun zienswijze op de begroting kenbaar te maken, moet de ontwerpbegroting twaalf weken voor vaststelling aan hen worden toegezonden. Het algemeen bestuur zal de begroting in haar vergadering van 7 september 2023 vaststellen.
Na vaststelling in het AB wordt de begroting opgestuurd naar de deelnemers en naar de provincie. In eerdere begrotingen alsmede begrotingswijzigingen was rekening gehouden met de effecten van de coronamaatregelen. In de Begroting 2023 is al rekening gehouden met de gefaseerde verhoging van de wettelijke invorderingsrente, die door de coronaepidemie van 4% was verlaagd naar 0,01%. In deze Begroting 2024, zijn de ontwikkelingen bij onze deelnemers en de Rijksoverheid en alle overige ontwikkelingen verwerkt in de jaarschijf 2024, alsmede in het meerjarenperspectief 2024-2028.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 3 van 38
1
Begroting 2024
1.1
Algemeen
Wat zijn de missie en de visie van de RBG? Missie De RBG is een belastingsamenwerking tussen het hoogheemraadschap van Delfland, het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en de gemeenten Delft, Vlaardingen en Schiedam. De RBG maakt het mogelijk om het heffen en innen van lokale belastingen en waardering van objecten op een betrouwbare, doelmatige en klantgerichte wijze uit te voeren. De medewerkers van de RBG leveren kwaliteit en hebben oog voor vernieuwing. Visie Als organisatie zijn we continu in ontwikkeling. We willen onderscheidend zijn op het gebied van heffen en invorderen van lokale belastingen. Het visiedocument ‘De RBG 2.0 onderscheidend in Belastingen’ vormt voor de periode 2020-2025 de basis voor onze uitvoering van de werkzaamheden. We richten ons op vier veranderlijnen: Wij sturen op kwaliteit en zijn klantgericht. Wij willen op een maatschappelijk verantwoorde, eigentijdse en pragmatische wijze onze taak uitvoeren. Wij hebben bevlogen en vakkundige medewerkers. Wij optimaliseren de schaalvoordelen van de organisatie door samenwerking met andere belastingsamenwerkingen en stimuleren groei vanuit maatschappelijk oogpunt. Klanten en deelnemers moeten erop kunnen vertrouwen dat de RBG juiste, tijdige en betrouwbare aanslagen oplegt en dat de inning goed verloopt.
Een goede kwaliteit van geleverde diensten is een voorwaarde voor een klantgerichte organisatie. We zullen onze klant altijd centraal stellen. Als klanten vragen hebben, kunnen ze via diverse kanalen contact opnemen met de RBG en worden ze snel en deskundig geholpen. We willen dat klanten een positief gevoel hebben over de dienstverlening van de RBG. Om dit te bereiken hebben wij continu aandacht voor vernieuwing van onze werkprocessen. We maken gebruik van de mogelijkheden die ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, data en dienstverlening bieden. De mogelijkheden voor selfservice via digitale diensten worden verder uitgebouwd. We zijn op zoek naar beproefde (nieuwe) methoden en technieken die onze uitvoering kunnen verbeteren. Ook investeren we in bevlogen en vakkundige medewerkers, deze zijn voorwaardelijk om tevreden klanten en deelnemers te hebben. We willen een aantrekkelijke werkgever zijn die medewerkers een uitdagende werkomgeving biedt. Daarnaast blijft de intentie van de RBG om te groeien. De intentie bij de groei van de RBG is gericht op toetreding van inliggende gemeenten van onze twee waterschappen. Groei is vanuit betrouwbaarheid en robuustheid geen must. Vanuit oogpunt van doelmatigheid is er altijd voordeel te behalen. Uit maatschappelijk oogpunt is uitbreiding van de RBG met nieuwe gemeenten ook een goede zaak.
De totale uitvoeringskosten worden lager en het is voor de klant prettiger. De klant heeft dan immers met één uitvoeringsorganisatie te maken voor zijn lokale belastingen. Hij hoeft dan bijvoorbeeld maar eenmaal te bellen, te betalen, bezwaar te maken of kwijtschelding aan te vragen voor al zijn lokale belastingen.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 4 van 38
We werken samen met andere belastingorganisaties om investeringen gezamenlijk te dragen. Zo kunnen wij ook profiteren van (elders) ontwikkelde best-practices. De RBG heeft in de afgelopen jaren de nodige nieuwe activiteiten uitgevoerd zonder dat daarvoor extra kosten werden opgenomen in de begrotingen. Wij kunnen dit doorvoeren omdat we er steeds in slagen om efficiency verbeteringen te realiseren. De wijze waarop de RBG de efficiency realiseert is divers. Voorbeelden daarvan zijn: • • • • • •
doorlopende aandacht voor procesoptimalisatie; gebruikmaken van klantreacties; flexibele inzet van personeel; samenwerking met andere belastingkantoren, waardoor geprofiteerd wordt van ontwikkelde best-practices; afsluiten van convenanten realiseren van voordelige aanbestedingen en slim inkopen.
.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 5 van 38
1.2.
Ontwikkelingen
1.2.1.
Ontwikkelingen deelnemers en Rijksoverheid
Dit zijn ontwikkelingen van het belastingbeleid van een deelnemer of de Rijksoverheid, die van invloed zijn op de uitvoeringskosten van de RBG. Duurzame alternatieven in fiscale verordeningen De lokale belastingen kunnen een rol spelen om duurzaam gedrag te beïnvloeden en investeringen in duurzaamheid te stimuleren. De Rijksoverheid heeft onderzocht hoe vormen van verduurzaming in de toekomst niet ontmoedigd worden door middel van hogere lokale lasten. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de Kamer per brief geantwoord dat een WOZwaarderingsuitzondering of ozb-vrijstelling voor bijvoorbeeld zonnepanelen of verduurzamingsmaatregelen op diverse problemen stuit en dat een facultatieve algemene groene heffingskorting of een specifieke subsidieregeling voor verduurzaming van de eigen woning een kansrijker alternatief vormt. Het Ministerie van Binnenlandse zaken gaat met gemeenten in gesprek over hoe op lokaal niveau verduurzaming door huiseigenaren bevorderd kan worden. Eventuele wettelijke “verduurzamingswijzigingen” zullen naar verwachting worden gecombineerd met een algehele aanpassing van de gemeentelijke belastingen.
Verruiming/aanpassing van het lokale belastinggebied Gemeenten Het kabinet Rutte III had aangegeven voor een verruiming van het gemeentelijk belastinggebied te zijn, maar de besluitvorming hierover werd uiteindelijk naar een volgend kabinet doorgeschoven. In het regeerakkoord van het kabinet Rutte IV is opgenomen dat in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 wordt uitgewerkt. De financiering zal vermoedelijk in de huidige kabinetsperiode worden vormgegeven. Het zou mogelijk zijn, dat gemeenten een ingezetenenbelasting en een ozbgebruikersheffing op woningen krijgen, waardoor de belastingopbrengsten kunnen stijgen. Daartegenover zou een verlaging van de uitkering uit het Gemeentefonds staan. Inwerkingtreding zal niet plaatsvinden voor 2025. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft in antwoord op vragen van de Vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in januari 2023 toegezegd in de Meicirculaire 2023 informatie over de te nemen vervolgstappen te geven. Waterschappen De waterschappen hebben een voorstel voor de aanpassing van hun belastingstelsel vastgesteld.
Het voorstel lost een aantal knelpunten op, te weten: • zuiverings- en verontreinigingsheffing: het gebruik van mens en milieubelastende stoffen; • watersysteemheffing: de weeffout en een niet-gelijkmatige tariefontwikkeling ten gevolge van WOZ-waardestijging.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 6 van 38
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bereidt een wetsvoorstel voor met de ontvangen voorstellen vanuit de Unie van Waterschappen. Het voorstel is in 2022 in consultatie gebracht. Sinds 31 maart 2023 ligt het Wetsvoorstel Aanpassing Belastingstelsel Waterschappen voor advies bij de Raad van State. De verwachting is dat het medio juni 2023 ingediend wordt bij de Tweede Kamer, begin december bij de Eerste Kamer en dat de wijzigingen ingaan per 1 januari 2025. Wetsvoorstel Versterking Waarborgfunctie Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) In januari 2023 is de pre-consultatie gestart voor het wetsvoorstel “Versterking waarborgfunctie AWB”. Het wetsvoorstel beoogt een meer “mensgerichte AWB” door de positie van de burger jegens de overheid te versterken. - De overheid wordt verplicht zich dienstbaar op te stellen, - de motiveringsplicht bij uitspraken op bezwaar- en beroepschriften wordt uitgebreid zodat besluiten begrijpelijker zijn voor de burger, - de hoorplicht wordt uitgebreid, - meer stimuleren van betalingsregelingen, - verlenging van de bezwaar- en beroepstermijn tot 13 weken, - meer ruimte voor verschoonbare overschrijding van de bezwaar- en beroepstermijn en - meer regels rondom “Passend contact met de Overheid”.
Aangezien het voorstel zich in de pre-consultatiefase bevindt en daarna nog de consultatie- en wetgevingsfase zal moeten doorlopen, zal de invoering nog geruime tijd op zich laten wachten.
1.2.2.
Ontwikkelingen reeds verwerkt in vorige meerjarenbegroting
Een aantal ontwikkelingen dat relevant is voor de uitvoering van het takenpakket van de RBG, zal de komende jaren gevolgen hebben voor de begroting van de RBG. Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding In het voorstel belastingvereenvoudiging 2017 stond dat het administratief beroepschrift kwijtschelding en uitstel van betaling bij het bestuur zal worden vervangen door een bezwaarprocedure, met daarna de mogelijkheid van beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. Deze wettelijke wijziging is echter meermalen verschoven en staat nu gepland voor invoering op 1 januari 2024. De wijziging in de invorderingswet brengt - naast een wettelijke behandeltermijn (artikel 236 lid 2 Gemeentewet) van 6 weken - extra kosten van behandeling van bezwaar- en beroepschriften met zich mee. De kosten van deze wijziging (€ 300.000) waren al in de meerjarenbegroting 2023-2027 opgenomen. Hybride werken en huisvesting Het afgesloten huurcontract loopt af in 2024. Vanaf 1 juli 2022 is de RBG gestart met het hybridewerken in een pilotperiode tot en met eind 2023. De consequenties van toekomstig hybride werken bij de RBG zullen worden meegenomen bij de verlenging van het huurcontract in 2024. In het huurcontract is de mogelijkheid opgenomen om de huur na 31 mei 2024 tweemaal eenzijdig met vijf jaar door de RBG te verlengen. De overeenkomst eindigt dan 31 mei 2034.
In de meerjarenbegroting 2023-2027 is al rekening gehouden met het aflopen van de reserve huurcompensatie, die in het verleden is gevormd door ontvangen huurcompensatie bij het overnemen van het contract van de gemeente Schiedam.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 7 van 38
1.2.3.
Actuele ontwikkelingen verwerkt in nieuwe meerjarenbegroting 2024-2028
Kinderopvangtoeslagenaffaire (KOTA) Als gevolg van de hersteloperatie toeslagen kinderopvang heeft de RBG namens haar deelnemers belastingschulden kwijtgescholden en/of terugbetaald vanaf2022. Wij krijgen van de Belastingdienst door middel van periodieke aanleveringen de namen van de (getoetste) gedupeerden. In 2022 hebben wij ca. 2.200 nieuwe aanvragen aangeleverd gekregen en zijn er 1.500 aanvragen als gedupeerde klanten afgewikkeld. De volledige afronding van de hersteloperatie kan tot en met 2027 doorlopen. Tot en met december 2022 zijn ca. 7.700 gedupeerden bij de RBG behandeld naar aanleiding van berichtgeving van de Belastingdienst. In totaal dienen nog ruim 6.700 aanvragen (binnen het gebied van de RBG) te worden beoordeeld door de Belastingdienst per 31-12-2022. De effecten op de opbrengsten van de deelnemers zijn in de specifieke belastingverantwoordingen inclusief accountantsverklaring aan de deelnemers verantwoord. De effecten voor de exploitatierekening van de RBG hebben betrekking op de invorderingsopbrengst en de compensatie van uitvoeringskosten. De verleende kwijtschelding aan gedupeerden heeft plaatsgevonden over de jaren 2013-2020. De compensatie van het Rijk betreft de jaren 2016-2020.
De compensatie voor de uitvoeringskosten is gebaseerd op het aantal toegewezen gedupeerden bij onze deelnemers en de overeengekomen normvergoeding tussen de VNG, de Unie van Waterschappen en het Rijk. De compensatie voor de uitvoeringskosten ad € 876.500 is in de vastgestelde jaarrekening 2022 aan de bestemmingsreserve uitvoeringskosten kinderopvangtoeslagaffaire toegevoegd. In gelijke delen van € 175.300 zal deze bestemmingsreserve vrijvallen in de exploitatiebegrotingen van 2023 tot en met 2027 (zie ook par. 1.3.2.) Wet modernisering elektronisch verkeer Op 1 januari 2023 zal de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in werking treden. Het wetsvoorstel geeft de burger recht om elektronisch berichten aan een bestuursorgaan te zenden op een door het bestuursorgaan bepaalde wijze. Klanten kunnen digitaal hun belastingzaken regelen via MijnRBG. De RBG moet de digitale communicatiekanalen aanwijzen die burgers en ondernemers daarvoor kunnen gebruiken. Bij het gebruik van de digitale weg gelden nieuwe waarborgen, zoals notificatie, ontvangstbevestiging en termijnverlenging bij storing. Ook wordt de overheid verplicht om passende ondersteuning te bieden bij bestuurlijk verkeer. Deze ondersteuning moet zijn afgestemd op de aard van de dienstverlening en de doelgroepen.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 8 van 38
1.2.4.
Ontwikkelingen die op een later moment van invloed kunnen zijn op de meerjarenbegroting 2024-2028
WOZ uitvoering De Waarderingkamer pleit voor een andere uitvoering voor de WOZ, met name gelet op het bredere gebruik van de WOZ-waarden. Om te zorgen dat het maatschappelijk draagvlak voor en vertrouwen in de WOZ-gegevens en de -waarden toeneemt, is het van belang dat de WOZ-uitvoering mee blijft ontwikkelen met de maatschappelijke en technische ontwikkelingen. In haar strategiedocument 2020-2025 schetst de Waarderingskamer de volgende ontwikkelingen die van invloed zijn op de WOZ-uitvoering: • • •
iedereen wordt eigenaar van zijn/haar (persoons)gegevens; het met meer flexibiliteit kunnen betrekken van gegevens bij de WOZwaardebepaling; de invoering van een nieuw verantwoordingsdocument en een gewijzigd taxatieverslag.
De ontwikkeling naar meer gebruik van geo-informatie en statistische modellen is ingezet.. Hiermee veranderen de taxatiewerkzaamheden en dit vraagt om een investering in de vakbekwaamheid van de medewerkers. Het werken met op nieuwe technieken gebaseerde systemen voor marktanalyse en modelmatige waardebepaling, vereist kennis en vaardigheden. De waarderingsapplicatie OrtaX, die de RBG recent heeft aangeschaft, is voorbereid op deze ontwikkeling en kent een toepassing van kunstmatige intelligentie, die ook verder doorontwikkeld zal worden. Voor de taxateurs betekent deze ontwikkeling dat er meer nadruk komt te liggen op analysevaardigheden en het inrichten en verfijnen van de modellen. De RBG heeft een project gestart voor het verkennen van de mogelijkheden van machine learning en AI-technieken bij de behandeling van bezwaarschriften. Hiermee kan tijd worden bespaard voor inzet van de taxateurs, die daardoor meer aandacht kunnen besteden aan het afdoen van complexe zaken. Verantwoordingsdocument en taxatieverslag Het huidige taxatieverslag dat wordt gebruikt om de WOZ-waarde te onderbouwen is de afgelopen jaren (min of meer) gelijk gebleven. De RBG zal, als gevolg van arresten van de Hoge Raad in de bezwaarfase, aanvullende gegevens verstrekken aan de belanghebbende of deze ter inzage leggen.
Daarnaast stelt de RBG bij beroepsprocedures vaak een taxatiematrix op met aanvullende gegevens als onderbouwing van de vastgestelde waarde. De Waarderingskamer wil de onderbouwing van de WOZ-taxaties verbeteren door te werken aan een nieuw verantwoordingsdocument en een gewijzigd taxatieverslag. De combinatie van deze twee documenten moet de volledige onderbouwing van de WOZwaarde zijn. Daarbuiten zouden dan geen andere gegevens verstrekt hoeven te worden. De RBG heeft zoveel mogelijk het taxatieverslag al aangepast, zodat er meer gegevens beschikbaar zijn in het verslag. De verwachting is dat vernieuwingen vanuit de Waarderingskamer in 2024 zullen worden doorgevoerd.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 9 van 38
Samenhangende objectregistraties (SOR) Het stelsel van de landelijke basisadministraties is nog lang niet gereed.. De SOR is een uniforme registratie met de basisgegevens van objecten in de fysieke werkelijkheid. In de SOR zullen de huidige gegevens van de basisregistraties adressen en gebouwen (BAG), grootschalige topografie (BGT), topografie (BRT) en het gegevensbeheer Beheer Openbare Ruimte (BOR) worden opgenomen. Daarnaast zullen ook enkele elementen vanuit de huidige WOZ-registratie (zoals objecttypen en eigenschappen) kunnen opgaan in de SOR. De ontwikkeling van de SOR ligt echter al enige tijd stil. De oorzaken hiervan zijn dat gemeenten geen financiële middelen van het Rijk krijgen voor de implementatie van de SOR en het ontbreken van een goede afstemstructuur. Wet verbetering rechtsbescherming WOZ Dit wetsvoorstel moet de rechtsbescherming van de klant bij de WOZ-waarde verbeteren. Die rechtsbescherming is op dit moment niet sluitend geregeld in gevallen waarin klanten tegenstrijdige belangen hebben bij dezelfde WOZ-waarde. Het wetsvoorstel probeert dit te regelen, maar dat heeft ingrijpende gevolgen voor de uitvoering van de Wet WOZ. Er is dan ook veel gereageerd op het voorstel. Die reacties hebben ertoe geleid dat het Ministerie van Financiën even pas op de plaats maakt met het verder brengen van het wetsvoorstel.
Dit heeft instemming van de VNG, mede omdat zich tot op heden weinig praktische problemen voordoen met tegenstrijdige belangen. Rechtmatigheidsverantwoording Om het onderscheid tussen getrouwheid en rechtmatigheid verder te benadrukken, zullen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen die vallen onder de BBV regels (Besluit Begroting en Verantwoording) van de gemeenten, zelf moeten gaan rapporteren over de rechtmatigheid in de jaarrekening. Vanaf het verslagjaar 2023 moeten gemeenten een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in hun jaarrekening. Voor de waterschappen wordt de invoering op een later tijdstip ingevoerd. Aangezien de RBG haar verantwoordingen opstelt conform het BBVWregels (Beleidsvoorbereiding en Verantwoording Waterschappen), hoeft het dagelijks bestuur een dergelijke verantwoording nog niet op te nemen. De verplichting van de waterschappen en de RBG is voorzien voor 2025
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 10 van 38
Invoeren kosteloze betalingsherinnering De RBG stuurde tot en met 2012 kosteloze betalingsherinneringen. Vanaf 2013 is dat na een besluit van ons bestuur niet meer het geval, omdat veel klanten de betaling van de aanslag uitstelden tot na de ontvangst van de herinnering. De betalingstermijn voor belastingen is twee maanden. Betaling vond dan bij veel klanten plaats na ca. 4 maanden. Op 18 oktober 2022 is door de Tweede Kamer een motie aangenomen voor het sturen van een kosteloze betalingsherinnering. In de motie is aangegeven dat bedrijven op grond van het consumentenrecht verplicht zijn om eerst een kosteloze betalingsherinnering te sturen als een consument niet op tijd betaalt. Deze verplichting geldt niet voor de overheid. In de motie wordt de regering verzocht om overheidsinstanties op te roepen een kosteloze betalingsherinnering te sturen, voordat een aanmaning met kosten wordt verzonden. Tevens wordt de regering in de motie verzocht te onderzoeken of er mogelijkheden zijn overheidsinstanties hiertoe te verplichten. De motie zou dus kunnen leiden tot een wettelijke verplichting voor overheidsdiensten om een kosteloze betalingsherinnering te gaan sturen. De kosten bij het versturen van een kosteloze betalingsherinnering bestaan uit drukwerk, portokosten en personele kosten door de toename van telefoongesprekken bij het team klantcontacten.
Daarnaast zal een aanzienlijk deel van de klanten na ontvangst van de kosteloze betalingsherinnering alsnog betalen, waardoor de opbrengst dwanginvordering zal dalen als gevolg van minder uitgaande aanmaningen en ook van minder hernieuwde bevelen. Wij zullen in 2023 het onderwerp “verzenden van een kosteloze herinnering” op de bestuursagenda plaatsen.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 11 van 38
1.2.5.
Ontwikkelingen te bekostigen uit bestaande begroting
We houden met onderstaande ontwikkelingen rekening in onze dienstverlening en systemen. We zullen deze ontwikkelingen financieren zonder extra budget-aanpassingen in de begroting op te nemen. Daarmee continueert de RBG de ingezette lijn om geen extra kosten op te nemen in de begroting, de zogenoemde ‘verborgen efficiency”. Tegengaan Problematisch Schulden (TPS) Een problematische schuldsituatie is de situatie waarin van een natuurlijk persoon redelijkerwijs is te voorzien dat hij/zij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn/haar schulden, of waarin hij/zij heeft opgehouden te betalen. Eén op de tien huishoudens heeft schulden. Daarnaast loopt een grote groep het risico om problematische schulden te krijgen. Het kabinet is zich hiervan bewust en heeft wetsaanpassingen doorgevoerd die moeten leiden tot het terugdringen van het aantal mensen met problematische schulden. Daarnaast is in het Interbestuurlijk Programma afgesproken dat alle overheden zich inzetten om iets te doen aan de problematische schuldenproblematiek. Eind 2021 is bij de RBG een project afgerond voor een groep van 7.000 klanten met problematische schulden. Deze groep hadden wij gedurende twee jaar intensief gevolgd en begeleid. Dit project heeft inzicht gegeven dat klanten met meerdere onbetaalde belastingaanslagen, vrijwel altijd in een problematische schuldpositie zitten.
De oorzaken zijn divers en vereisen een individuele en soms ook intensieve aanpak. Cruciaal is om met deze klanten in contact te komen. Via huisbezoeken is het mogelijk om schuldbegeleiding te geven, vertrouwen te creëren en afspraken te maken die leiden tot schuldafname (reële betalingsafspraak i.c.m. de betalingscapaciteit). Veelal blijft het niet bij één contact, de begeleiding moet herhaaldelijk plaatsvinden om betaalafspraken na te komen. Op basis van de gebruikte definities van ons vorige project met 7.000 klanten, onderkenden wij eind 2021 nog een groep van 3.500 klanten en zijn wij een tweede project TPS gestart.. Daarnaast onderkenden wij eind 2021 tevens 3.000 klanten die minimaal twee belastingjaren onbetaald hebben openstaan en in de opstartfase van een dwanginvordering zitten. De afronding van het tweede project TPS is voorzien eind 2023. Onze inzet is om vanaf 2024 de werkzaamheden in het kader van het tegengaan van problematische schulden, in de reguliere begroting onder te brengen, zodat er geen projectbudgetten meer aangevraagd worden. We hebben ook een team speciaal beheer van ca 5 f.t.e. gevormd binnen de formatie van de RBG. Vroegsignalering Vroegtijdig contact met lokale organisaties die inwoners met financiële problemen begeleiden is zeer belangrijk. Integrale aanpak van deze problematiek is de sleutel tot een totaaloplossing.
Verdere samenwerking en informatie-uitwisseling is ook bepalend voor succes op middellange termijn. Momenteel is er echter voor de RBG geen wettelijke grondslag om zonder uitdrukkelijke toestemming van klanten tot vroegsignalering van betalingsachterstanden richting gemeenten over te kunnen gaan. Er loopt landelijk een pilot bij een aantal hiertoe aangewezen lokale overheden en samenwerkingsverbanden om vanuit de lokale belastingen tot vroegsignalering over te gaan. Hiervoor is op 1 november 2021 door de Rijksoverheid de Tijdelijke Regeling Signaal Betalingsachterstanden ingevoerd. De pilot loopt tot eind 2025, waarna deze geëvalueerd zal worden en mogelijk tot brede invoering besloten zal worden. Op basis van deze Regeling mogen de daarin genoemde lokale overheden (en enkele hypotheekverstrekkers) en samenwerkingsverbanden ook zonder toestemming van klanten in bepaalde gevallen tot vroegsignalering van betalingsachterstanden richting gemeenten overgaan.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 12 van 38
Wij hopen wij dat vroegsignalering zonder toestemming van de klant spoedig ook voor de RBG mogelijk wordt, omdat dit de klant kan helpen bij het terugdringen van problematische schulden Wijziging Invorderingswet Betalingsvordering en elektronisch derdenbeslag De Invorderingswet is aangepast met betrekking tot vereenvoudiging van de dwanginvordering van belastingschulden. De betalingsvordering is een vereenvoudigde procedure van beslag bij de banken. Momenteel heeft alleen de Rijksbelastingdienst de mogelijkheid om de betalingsvordering toe te passen. De verwachting is dat na een positieve evaluatie, het middel ook kan worden toegepast door lokale overheden. Begin 2023 is een pilot gestart waaraan enkele lokale overheden en banken deelnemen. De verwachting is dat lokale overheden en samenwerkingen de betalingsvordering op zijn vroegst in 2024 kunnen toepassen. De betalingsvordering vindt plaats per brief en hoeft dus niet door de deurwaarder betekend te worden. Daarnaast is de vordering voor de klant kosteloos (afgezien van de kosten die de bank hiervoor aan de klant in rekening brengt). Het proces van de bankvordering wordt voor de RBG dan vereenvoudigd en is vergelijkbaar met het proces dat al wordt gehanteerd voor de loonvordering.
Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag Dit wetsvoorstel regelt de verbetering van de gegevensuitwisseling tussen beslagleggende partijen in geval van samenloop van derdenbeslagen en verrekeningen. Met dit wetsvoorstel wordt invulling gegeven aan de breed gedragen maatschappelijke - en politieke wens om het huidige beslagregister te verbreden met overheidspartijen. Het beslagregister zal bij samenloop van incassohandelingen informatie verstrekken over de identiteit van de coördinerend deurwaarder en de hoogte van de vastgestelde beslagvrije voet. Hiermee wordt een volgende stap gezet in het traject om het bestaansminimum van mensen met schulden beter te borgen en om ophoging van schulden met onnodige proces- en executiekosten te voorkomen. Voor de RBG zal inzage in het Beslagregister als voordeel hebben dat minder zinloze beslagen gelegd worden, doordat vooraf ingezien kan worden of (en zo ja hoeveel) andere schuldeisers al eerder beslag gelegd hebben. De Raad van State heeft op 28 oktober 2020 haar advies uitgebracht. Hoewel indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer was voorzien in het najaar 2022 is dit tot nu toe niet nog gebeurd en is ook niet bekend óf en wanneer dit zal plaats vinden. Kwijtschelding In 2023 staat Kwijtschelding 3.0 in de planning vanuit het Inlichtingbureau.
De bedoeling van KWS 3.0 is dat de klant zelf de regie gaat voeren over zijn eigen gegevens. Het idee is dat de klant zijn eigen gegevens ophaalt bij de verschillende instanties (Belastingdienst, UWV, RDW), deze verifieert en vervolgens meestuurt met het betreffende kwijtscheldingsverzoek. Belangrijk is dat de klant digitaal toegang en regie krijgt tot de eigen gegevens. Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld naar 1 juli 2023. Hugo de Jonge heeft als woonminister in een brief aan de Tweede Kamer geschreven dat hij de wet ‘op een verantwoorde manier’ wil invoeren. Met de nieuwe wet neemt het vergunningsvrije bouwen toe en neemt de meldingsplicht af. Bij het bepalen van de WOZ-waarde moeten we rekening houden met verbouwingen. Dit betekent dat controlewerkzaamheden beperkt zullen toenemen.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 13 van 38
Wet open overheid Op 1 mei 2022 is de Wet open open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De wet geeft regels over het actief openbaar en toegankelijkheid maken van overheidsinformatie en moet ervoor zorgen dat deze beter vindbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Het belangrijkste verschil tussen de Woo en de huidige Wob is de actieve openbaarmaking. De Woo verplicht overheden zo veel mogelijk informatie in een vroegtijdig stadium actief openbaar te maken. Voor passieve openbaarmakingen (openbaarmakingen op verzoek) volgt de Woo vrijwel geheel de Wob. Er komt een overheidsbreed meerjarenplan voor de verbetering van de digitale informatiehuishouding. Tevens dient er bij de bestuursorganen een contactpersoon te worden aangewezen die burgers kan informeren over de beschikbaarheid van overheidsinformatie. In de bestuursvergadering van 9 juni 2022 is deze contactpersoon ook door de RBG aangewezen. Bestuursorganen kunnen overigens gefaseerd werken aan verruiming van actieve openbaarmaking. De data voor de actieve openbaarmakingen moeten nog worden bepaald door het Rijk. Bij de RBG is al grotendeels sprake van actieve openbaarmaking met uitzondering van de Wob/Woo-verzoeken, de besluitenlijsten van het dagelijks bestuur en de klachten.
De RBG heeft voor de implementatie van de Woo een projectorganisatie gestart die wordt ondersteund door een extern adviesbureau. Het bestuur zal door middel van voortgangsrapportages op de hoogte worden gesteld van de implementatie van de Woo bij de RBG.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 14 van 38
Wijziging Wet GR Het doel van de wijziging is om: • de democratische legitimiteit van Gemeenschappelijke regelingen (hierna GR) te vergroten en • de controlerende rol van gemeenteraden en algemene besturen van waterschappen t.a.v. GR-en te versterken. Op 14 december 2021 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In het wetsvoorstel is een implementatietermijn opgenomen van 2 jaar, na inwerkingtreding van de Wet GR. Naar verwachting gaat de Wet op 1 juli 2022 in. Door het uitvoerende karakter van de RBG is de impact van de wijziging niet groot voor onze GR. Een aantal wijzigingen zal nog moeten worden doorgevoerd in de Gemeenschappelijke regeling Regionale belasting Groep. Het algemeen bestuur heeft ingestemd met het concept gewijzigde GR op 11 mei 2023, waarna het concept voor een zienswijze is gestuurd naar de deelnemers.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 15 van 38
1.3
Financiele kaders en mutaties
1.3.1 Financiële kaders Onderstaande uitgangspunten zijn gebaseerd op de vastgestelde kaderbrief 2024. Uitgangspunt lonen Het aantal formatieplaatsen is per 1 januari 2024 114,7. In de vastgestelde begroting 2023 was deze formatie met 2 f.t.e. verminderd als gevolg van een efficiëntere werkwijze van ons proces gegevensbeheer, waardoor we twee vacatures als gevolg van pensionering niet meer hebben ingevuld. Wij willen de formatie per 1 januari 2024 wederom met 2 f.t.e. verlagen. Zie paragraaf 1.3.2 financiële mutaties begroting 2024. De nieuwe CAO voor de waterschappen, die van toepassing is op het personeel van de RBG heeft een looptijd tot en met 31 december 2023. Bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2023-2027 was als stelpost gerekend met een stijging van de eigen personeelskosten van 2,5% per jaar (loon- en premiestijgingen inclusief pensioenkosten werkgever). De nieuwe CAO voor de waterschappen was bij het opstellen van de begroting 2023 nog niet vastgesteld. Deze CAO behelst de volgende loonstijgingen: • •
alle basissalarissen worden met € 125,= bruto per maand verhoogd loonstijgingen: o per 1-1-2023 +2,5% o per 1-7-2023 +2,5%
Berekening personele kosten Salarissen, sociale lasten en toelagen begroting 2023 alle basisalarissen met € 125 verhoogd CAO verhoging 2,5% per 1-1-2023 CAO verhoging 2,5% per 1-7-2023 Begrote personele kosten na CAO wijziging 2023
€ € € € €
8.668.000 171.000 221.000 226.500 9.286.500
Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2023 betekent dit een geraamde stijging van de jaarlijkse personele kosten van € 618.500. Deze verhoging is ook verwerkt in de begrotingswijziging 2023, die ter vaststelling wordt aangeboden in het algemeen bestuur van 7 september 2023. Een nieuwe CAO voor 2024 en verder is niet voor juni 2023 te verwachten. Mogelijke loonaanpassingen, werktijdaanpassingen of wijzigingen in secundaire arbeidsvoorwaarden als gevolg van een nieuw af te sluiten CAO, zijn van invloed op de toekomstige personeelskosten. Bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2024-2028 is als stelpost voor de lasten vanaf 2024 rekening gehouden met een stijging van de eigen personeelskosten (loon- en premiestijgingen inclusief pensioenkosten werkgever) van 2,5% per jaar. Door de huidige inflatie kunnen de personeelskosten van een nieuwe CAO echter wel hoger uitvallen. De RBG beschikt over een post onvoorziene uitgaven van € 250.000 die als dekking kan dienen voor hogere personele kosten.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 16 van 38
Uitgangspunt prijzen Voor de prijsontwikkelingen van goederen en diensten was in de (meerjaren)begroting 2023-2027 gerekend met de nationale consumentenprijsindex (CPI). De CPI is gebaseerd op de in de macro economische verkenning 2022 (MEV 2022) van september 2021 van het Centraal Planbureau opgenomen indexcijfers. In de begroting 2023 was uitgegaan van een prognose van 1,9% voor de materiële kosten volgens de CPI (bijlage 9, prijzen en lonen, 1970-2025). In de meeste actuele MEV is er uit gegaan dat de huidige zeer hoge inflatie in de loop van 2023 zal dalen naar 2,6%. De huidige inflatie verbreedt zich naar andere componenten zoals voedsel, maar blijft gedreven door de energieprijzen. De ontwikkeling van de gasprijs blijft onzeker. Om die reden heeft het CPB in de raming onzekerheidsvarianten opgenomen met een lage en hoge gasprijs. In de variant met een lage gasprijs wordt de inflatie in 2023 berekend op 0,7%. Met een hoge gasprijs stijgt de inflatie aanzienlijk en wordt dan geraamd op 5,5%. In deze meerjarenbegroting 2024-2028 houden we rekening met de “gemiddelde” raming CPI 2023 van 2,6%. Dat is dus ten opzichte van de meerjarenbegroting 2023-2027 een verhoging van 0,7%. De mutatie door prijsindexatie in de jaarschijf 2024 bedraagt € 23.700.
Mutaties uitgangspunten lonen en prijzen Loonkosten (zie hierboven) Prijsinflatie (zie hierboven; 0,7% hogere prijsinflatie op kosten goederen en diensten ten opzichte van de meerjarenbegroting. TOTAAL hogere loonkosten en goederen/diensten
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
Toename € 618.500 € 22.000
Afname
€ 640.500
pagina 17 van 38
1.3.2. Financiële mutaties begroting 2024 De begroting 2024 is in totaliteit verlaagd met € 732.700 ten opzichte van de jaarschijf 2024 van de meerjarenbegroting 2023-2027. De volgende wijzigingen hebben wij doorgegeven, gesplitst in aanpassingen voor bijdrage van alle deelnemers en aanpassingen voor bijdragen van alleen de waterschappen. Aanpassingen voor bijdragen van alle deelnemers Rente en afschrijving De rente en afschrijving betrof het investeringskrediet 2014 in ons kantoor in Schiedam. De laatste termijn van deze afschrijving in 10 jaar vindt plaats in 2023. Ons huidige huurcontract loopt tot en met mei 2024 en zal conform de mogelijkheid in het contract worden verlengd met vijf jaar. Als gevolg van het hybride werken zullen mogelijk nog aanpassingen worden gedaan. We verwachten echter geen grootschalige investeringen. Derhalve kunnen de kapitaallasten vervallen in deze meerjarenbegroting 2024-2028. Personeelskosten Zoals ook eerder in de begroting 2023 is doorgevoerd, verlagen we de formatie van de RBG wederom met twee f.t.e. vanwege verdere efficiency. Als gevolg van pensionering zullen wij wederom 2 f.t.e. in 2024 niet gaan vervullen. De formatie komt dan per 1-1-2024 uit op 112,7 f.t.e.
De geraamde personele lasten dalen hierdoor met € 130.000 Toevoeging aan / onttrekking uit reserves Reserve bedrijfsvoering Diverse kleine projecten zullen met eigen personeel worden uitgevoerd. Hierdoor kan de jaarlijks geraamde toevoeging aan de in de meerjarenbegroting 2023-2027 opgenomen reserve bedrijfsvoering worden verlaagd met € 100.000.
Toename
Afname € 182.000
€ 130.000
€ 275.300
Reserve uitvoeringskosten kinderopvangtoeslagaffaire Als gevolg van de hersteloperatie toeslagen kinderopvang heeft de RBG namens haar deelnemers belastingschulden kwijtgescholden en/of terugbetaald in 2021 en 2022. De volledige afwikkeling van de hersteloperatie kan tot en met 2027 doorlopen. De RBG heeft in 2022 € 876.500 gedeclareerd als compensatie voor de uitvoeringskosten op basis van het aantal toegewezen gedupeerden bij de deelnemende gemeenten en waterschappen.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 18 van 38
Er is een discrepantie in de te ontvangen compensatie uitvoeringskosten en de daadwerkelijke tijdbesteding. De toewijzers zijn qua tijd makkelijker administratief te bewerken dan de afwijzers. In 2021/2022 heeft de RBG vooral van de belastingdienst toewijzers ontvangen. De verwachting is dat de komende jaren meer afwijzers zullen komen. In overleg met onze accountant is in de jaarrekening 2022 een bestemmingsreserve ingesteld om de ontvangen compensatie over de periode 2023-2027 te egaliseren In gelijke delen van € 175.300 valt de reserve tot en met 2027 vrij. Opbrengst dwanginvordering In de jaarrekening 2022 is een opbrengst verantwoord van € 3.865.400. Voor het jaar 2024 verwachten we een toename van deze opbrengst door de gefaseerde verhogingen van de wettelijke invorderingsrente, die in de coronaperiode nagenoeg nihil (0,01%) was.
€ 150.000
Op 1 januari 2024 wordt deze rente weer 4%, zodat we de opbrengst voor 2024 ramen op € 3.950.000. Ten opzichte van de meerjarenraming 2023-2027 is dit een toename van € 150.000 per jaar. Bankkosten Als sinds de oprichting van de RBG werken we voor het betalingsverkeer samen met de Nederlandse Waterschapsbank. De tarifering is lager dan die van commerciële banken. Door diverse aanpassingen in het betalingsverkeer en de stijgende inflatie is voor het eerst in onze samenwerking sprake van een behoorlijke prijsstijging. Ten opzichte van andere banken blijft de tarifering overigens scherp. De jaarlijkse bankkosten van de RBG zullen vanaf 2024 toenemen met € 200.000, met name als gevolg van hogere tarieven voor de verwerking van automatische incasso's.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
€ 200.000
pagina 19 van 38
Proceskosten Door een enorme toename in 2023 van het aantal bezwaarschriften WOZ via NoCureNoPay-bedrijven verwachten we een verdubbeling van het benodigde budget in 2024. De proceskosten worden verhoogd met € 180.000. De verwachting is dat door aanpassing van wet- en regelgeving de kosten na 2024 zich weer zullen stabiliseren tot het niveau van 2023. Staatssecretaris Van Rij kondigde immers recent maatregelen tegen de uitwassen van no cure-no pay aan. Het Ministerie van Financiën werkt aan een uitwerking van nieuwe regels die in de loop van 2024 zullen worden vastgesteld. Daarom is de verhoging van bovenstaande proceskosten vooralsnog alleen voor het jaar 2024 geraamd. Subtotaal toe- en afname TOTAAL saldo aanpassing alle deelnemers
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
€ 180.000
€ 380.000
€ 737.300 € 357.300
pagina 20 van 38
Overige aanpassingen alleen waterschappen WOZ-kosten Alle waterschappen betalen aan het Rijk een bijdrage in de kosten voor de uitvoering van de Wet WOZ voor de waardering van gebouwde objecten. Deze bijdrage voor Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard maakt vanaf de start van de RBG in 2010 onderdeel uit van de exploitatierekening van de RBG. De Unie van Waterschappen was van mening dat de bijdrage van de waterschappen in verhouding tot die van de gemeenten en het Rijk te hoog was en heeft ingezet op een verlaging van de bijdrage van de waterschappen. De structurele bijdrage van alle waterschappen was hierdoor reeds gedaald naar ca. € 20 miljoen in 2021.
Toename
Afname € 915.900
In de voorbereiding van de laatste kabinetsformatie heeft de Unie wederom ingezet op een verdere verlaging van bijdrage van de waterschappen in de totale WOZ-kosten. Uit het Coalitieakkoord bleek dat deze inzet ook succes heeft gehad. In de kabinetsperiode 2022 t/m 2025 is jaarlijks € 10 miljoen beschikbaar gesteld. De Unie heeft medio augustus 2022 alle betrokken waterschappen geïnformeerd over deze korting. Het totale voordeel voor de in de RBG deelnemende waterschappen bedraagt jaarlijks tot en met 2025 € 915.900. Dit significante voordeel is van invloed op de verdeelsleutel bijdragen deelnemers van de RBG. In deze meerjarenbegroting 20242028 is, zoals ook in de jaarrekening 2022 en de gewijzigde begroting 2023 is het voordeel conform de opbouw van de verdeelsleutel rechtstreeks aan de waterschappen toegerekend. Kosten afschaffing kwijtschelding zuiveringsheffing Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard De verenigde vergaderingen van het hoogheemraadschap van Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard hebben besloten om de kwijtscheldingregeling voor de zuiveringsheffing woonruimten af te schaffen vanaf 2017. Voor de aanslag ingezetenenomslag is wel kwijtschelding mogelijk.
€ 100.000
Voor de RBG levert de afschaffing van kwijtschelding meer werk op. In de Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 21 van 38
begroting is vanaf 2019 een structureel budget opgenomen van € 450.000 voor uitvoering van werkzaamheden (voor communicatie, telefoongesprekken, huisbezoeken en incasso-activiteiten) bij de RBG. Dit budget wordt betaald door de hoogheemraadschappen van Delfland en van Schieland en de Krimpenerwaard. Meeen tegenvallers worden ook met deze waterschappen verrekend. De totale kosten in de jaarrekening 2022 bedragen € 391.800. Deze kosten nemen dus jaarlijks af doordat wij voor een deel van deze klanten een automatische incasso krijgen voor de invordering van de heffingen. Voor het jaar 2024 e.v. verwachten we uit de kunnen komen met een budget van € 350.000. Dit betekent een verlaging met € 100.000 ten opzichte van de jaarschijf 2024 van de meerjarenbegroting 2023-2027. TOTAAL saldo aanpassing waterschappen
Samenvatting mutaties begroting 2024 Hogere loonkosten en goederen/diensten Aanpassingen alle deelnemers Aanpassingen alleen waterschappen
TOTAAL mutaties
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
€ 1.015.900
Toename € 640.500
Afname € 357.300 € 1.015.900
€ 732.700
pagina 22 van 38
1.3.3.
Planning & controlcyclus
Op basis van de afspraken uit het prestatiecontract met de deelnemers en op basis van de financiële verordeningen van de RBG is de planning & controlcyclus 2023/2024 als volgt: Onderwerp 4e Kwartaalrapportage 2023 prestatiecontract Specifieke belastingverantwoording 2023 inclusief accountantsverklaring Kaderbrief begroting 2025 1e Kwartaalrapportage 2024 prestatiecontract Jaarrekening 2023 RBG Raming 2024 belastbare eenheden 2e Kwartaalrapportage 2024 prestatiecontract Begroting 2025 RBG 3e Kwartaalrapportage 2024 prestatiecontract Managementrapportage t/m oktober 2024, alleen financieel Eindrapportage prestatiecontract 2024
AB/DB Uiterlijk 31 januari 2024 Eind februari 2024
Eind maart 2024 Uiterlijk 30 april 2024 Concept cijfers voor 15 april 2024 Vaststelling voor 15 juli 2024 Uiterlijk 1 juni 2024 Uiterlijk 31 juli 2024 Vaststelling voor 15 september 2024 Uiterlijk 30 oktober 2024 Uiterlijk eind oktober 2024
Uiterlijk eind januari 2025
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 23 van 38
1.4.
Exploitatierekening naar programma en kostendrager
Exploitatie naar programma
Begroting 2024 Baten
Lasten
Heffen en Invorderen
€ 19.497
€ 19.085
Resultaat voor bestemming
€ 19.497
Mutaties in reserves
€
Subtotaal mutaties reserves
€
Resultaat na bestemming
€ 19.735
Begroting 2023 na 1e wijziging
Begroting 2023
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
€
413
€ 18.423
€ 18.645
€ -222
€ 19.196
€ 18.995
€ 19.085
€
413
€ 18.423
€ 18.645
€ -222
€ 19.196
237
€
650
€ -413
€
572
€
350
€
222
€
237
€
650
€ -413
€
572
€
350
€
222
€
€
€ 18.995
€ 18.995
€
-
Rekening 2022 Saldo
Baten
Lasten
Saldo
€
201
€ 20.354
€ 17.482
€ 2.872
€ 18.995
€
201
€ 20.354
€ 17.482
€ 2.872
149
€
350
€ -201
€
1.094
€
1.527
€
-433
149
€
350
€ -201
€
1.094
€
1.527
€
-433
€
€ 21.448
Omschrijving programma:
Toevoeging/onttrekking aan reserves:
€ 19.735
-
€ 19.345
€ 19.345
-
€ 19.009
€ 2.439
Bedragen * € 1.000
Begroting 2024
Begroting 2023 Na 1e wijziging
Begroting 2023
Rekening 2022
Lasten Kostendrager: belastingheffing Kostendrager: invordering Projec t kwijtsc helding HHD+HHSK Totaal Lasten
€ 12.296.800 € 6.438.000 € 350.000 € 19.084.800
€ 11.905.100 € 6.289.600 € 450.000 € 18.644.700
€ 12.137.200 € 6.407.700 € 450.000 € 18.994.900
€ 11.964.700 € 6.090.800 € 391.800 € 18.447.300
Baten Kostendrager: belastingheffing Kostendrager: invordering Projec t kwijtsc helding HHD+HHSK
€ € €
15.189.700 3.957.700 350.000
€ € €
14.215.500 3.757.700 450.000
€ € €
14.988.200 3.757.700 450.000
€ € €
16.188.100 4.681.100 450.000
Totaal Baten
€
19.497.400
€
18.423.200
€
19.195.900
€
21.319.200
Exploitatieresultaat voor bestemming
€
-412.600
€
221.500
€
-201.000
€
-2.871.900
Onttrekking/toevoeging aan bestemmingsreserve Kostendrager: belastingheffing Kostendrager: invordering
€ €
-91.000 503.600
€ €
-312.400 90.900
€ €
-32.500 233.500
€ €
298.200 134.800
Exploitatieresultaat na bestemming
€
-
€
-
€
-
€
-2.438.900
Kostendrager
1.5.
Product: Belastingheffing
Het product belastingheffing betreft het opleggen van aanslagen gemeentelijke- en waterschapsbelastingen, waaronder zuiverings-, watersysteem- en wegenheffing, OZB-heffing en afvalstoffenheffing, rioolrechten, leges en precariobelasting. Daarnaast behoort ook de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken tot dit product, alsmede het verwerken van verzoek- en bezwaarschriften en het voeren van beroepsprocedures. Bij het product belastingheffing is ook sprake van veel klantcontacten. Bij bedrijven voor het bepalen van de belastingplicht, het opvragen van additionele gegevens voor de aanslagregeling en het afdoen van bezwaar- en beroepschriften. Bij particulieren met name voor het afdoen van verzoek-, bezwaar- en beroepschriften. De belangrijkste taken die worden uitgevoerd m.b.t. gegevensbeheer, zijn: • verwerking kadastrale informatie, WOZ en Basisregistratie personen BRP; • verwerking overige basisregistraties en inkomende data; • opleggen waterschapsbelastingen; • opleggen gemeentelijke belastingen; • bepalen en beschikken van WOZ-waarden; • opleggen precariobelasting en leges; • buitendienst controle; • data-analyse, uitvoeren crosscontroles; • systeemanalyse en functioneel applicatiebeheer. Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 24 van 38
Gegevensbeheer is een belangrijke taak ten behoeve van belastingheffing. Onder gegevensbeheer worden alle bronnen geschaard die door middel van contracten en overeenkomsten worden gebruikt. Gezien het belang van de kwaliteit van de gegevens worden met gegevensleveranciers afspraken gemaakt over de te leveren en terug te leveren informatie voor het proces. Met de waterschappen en gemeenten is afgesproken welke kwaliteitseisen zij stellen aan de registraties, omdat de gegevens die beheerd worden door de RBG ook tot de kerngegevens van andere waterschaps- en gemeenteprocessen behoren. Doel • Het juist, volledig en tijdig bepalen van de waarde van onroerende zaken; • Het juist, volledig en tijdig opleggen van de aanslagen; • Het juist, volledig, tijdig, en gemotiveerd afhandelen van verzoeken en bezwaar- en beroepschriften. Effect De klant begrijpt de belastingaanslag en is mede daardoor bereid de aanslag te betalen. Kritische succesfactoren • Juistheid, volledigheid en actualiteit van de brongegevens; • Volledigheid aanslagoplegging; • Doorlooptijd afhandeling bezwaar- en beroepschriften.
Prestaties • Het percentage onbestelbaar retour aanslagbiljetten particulieren bedraagt maxi maal 0,5 procent; • Het percentage onbestelbaar retour aanslagbiljetten bedrijven bedraagt maximaal 2,0 procent; • Het oordeel van de Waarderingskamer over de uitvoering van de WOZ is minimaal voldoende; • Binnen de wettelijke termijn (3 jaar) na het ontstaan van de belastingplicht of het einde van het tijdvak zijn alle nog ontbrekende aanslagen definitief opgelegd; • 98% van alle aanslagen wordt in het heffingsjaar opgelegd; • 95% van alle volledige WOZ-bezwaren wordt binnen 6 weken na het einde van de bezwaartermijn afgewikkeld. • 95% van alle overige binnengekomen volledige bezwaar- en verzoekschriften wordt 12 weken na dagtekening van de aanslag afgedaan, met een mogelijkheid van 6 weken verdaging. • Het aantal gegronde WOZ-bezwaren is maximaal 0,5% van de WOZ-beschikkingen. • Het aantal gegronde bezwaren (plicht) is maximaal 1% van het aantal aanslagen.
Financiën
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 25 van 38
Product belastingheffing
Lasten Baten Onttrekking/toevoeging reserves Nettolasten
Begroting 2024 € € € €
12.296.800 -15.189.700 -91.000 -2.983.900
Begroting 2023 na 1e wijziging € 11.905.100 € -14.215.500 € -312.400 € -2.622.800
Begroting 2023 € € € €
12.137.200 -14.988.200 -32.500 -2.883.500
Rekening 2022 € € € €
11.964.700 -16.188.100 298.200 -3.925.200
Voor toelichting mutaties in de begroting 2024: zie de paragraaf 1.3. Financiële kaders en mutaties.
1.6.
Product: Invordering
Het product invordering betreft het innen van de belastinggelden bij de klanten en het afhandelen van kwijtscheldingsverzoeken. De belangrijkste taken in dit proces zijn: • Bijhouden belastingdebiteurenadministratie; • Bijhouden financiële administratie/betalingsverwerking en vervullen kasfunctie; • Verzenden van aanmaningen, loon- en overheidsvorderingen; • Betekenen van dwangbevelen; • Beslagleggen en executoriale verkopen; • Behandeling van verzoeken, bezwaar- en beroepschriften kwijtschelding; • Beoordelen invorderbaarheid en het doen van voorstellen t.b.v. oninbaarverklaring. Vanuit het reguliere invorderingsproces worden de klanten eerst aangemaand en vervolgens via dwanginvordering benaderd om tot betaling over te gaan. Daarnaast vindt binnen dit product het afdoen van kwijtscheldingverzoeken plaats, alsmede het afdoen van beroepschriften tegen een afwijzing kwijtschelding. Binnen dit product zijn ook de werkzaamheden ondergebracht met betrekking tot het tegengaan van problematische schulden bij onze klanten. Doel • Het volledig, juist en tijdig incasseren van de belastingaanslagen; • Het volledig, juist en tijdig en gemotiveerd afhandelen van kwijtscheldingsverzoeken en van bezwaar- en beroepschriften tegen een afwijzing kwijtschelding.
Effect • De klant betaalt de belastingaanslag tijdig en volledig; • De klant die een verzoek tot kwijtschelding heeft ingediend én voor kwijtschelding van de belastingschuld in aanmerking komt, wordt kwijtschelding verleend. Kritische succesfactoren • Volledigheid en tijdigheid incasso/invordering; • Doorlooptijd afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken. Prestaties • De binnengekomen kwijtscheldingsaanvragen worden binnen 8 weken na ontvangst afgedaan, indien de aanvraag volledig is. • De beroepschriften tegen de afwijzing kwijtschelding worden binnen een termijn van 16 weken na ontvangst afgedaan. • Het toewijzingspercentage naar aanleiding van de beroepschriften kwijtschelding is minder dan 2% van alle kwijtscheldingsverzoeken. Hierbij worden niet de toewijzingen meegerekend, die ontstaan doordat bij eerdere behandeling geen, of onvoldoende informatie is verstrekt door de klant.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 26 van 38
Financiën: Product invordering
Lasten Baten Project KWS Onttrekking/toevoeging reserves Nettolasten
Begroting 2024 € € € € €
6.438.000 -3.957.700 503.600 2.983.900
Begroting 2023 na 1e wijziging € 6.289.600 € -3.757.700 € € 90.900 € 2.622.800
Begroting 2023 € € € € €
6.407.700 -3.757.700 233.500 2.883.500
Rekening 2022 € € € € €
6.090.800 -4.681.100 -58.200 134.800 1.486.300
Voor toelichting mutaties in de begroting 2024: zie de paragraaf 1.3. Financiële kaders en mutaties.
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
pagina 27 van 38
1.7.
Begroting naar kosten- en opbrengstensoorten Begroting
Begroting
Begroting
2024
2023
2023
Rekening 2022
na 1e wijziging Lasten Rente en afschrijvingen
€
-
€
182.000
€
182.000
€
171.900
8.668.000 € 197.400 €
7.806.000
Personeelslasten Lonen, premies en overige lasten
€
9.385.400
€
9.286.500
€
Reiskostenvergoeding
€
202.300
€
197.400
€
Opleidingen
€
209.800
€
204.500
€
Personeel van derden
€
857.300
€
835.600
€
204.500 € 835.600 €
Subtotaal: Personeelslasten
€
10.654.800
€
10.524.000
€
9.905.500 €
245.000 € 1.277.000 € 803.000 €
152.000 169.300 1.300.300 9.427.600
Goederen en diensten van derden Druk en bindwerk
€
251.400
€
245.000
€
Onderhoud derden
€
1.310.200
€
1.277.000
€
Huur, service en facilitaire kosten
€
823.900
€
803.000
€
Kantoorautomatisering en telefonie
€
765.900
€
746.500
€
Portokosten
€
513.400
€
500.400
€
Woz-kosten
€
1.274.700
€
1.274.700
€
Bankkosten
€
569.400
€
355.000
€
Gegevensverstrekking
€
607.600
€
592.200
€
Overige diensten incl. klanteninformatie
€
1.413.500
€
1.444.900
€
Subtotaal: Goederen en diensten van derden
€
7.530.000
€
7.238.700
€
Bijdragen aan derden
€
-
€
-
199.000 1.181.000 795.500
746.500 € 500.400 €
675.400
2.190.600 € 355.000 €
1.274.700
592.200 € 1.197.700 € 7.907.400
€
-
Incidentele lasten
€
465.500 348.900 524.400 1.899.400 7.363.800
€
-
€
33.800
Toevoeging voorzieningen / onvoorzien Onvoorzien
€
Toevoeging voorziening
€
550.000
Subtot.: Toevoeging voorzieningen / Onvoorzien
€
550.000
€
250.000
€
Project kwijtschelding HHD+HHSK
€
350.000
€
450.000
Totaal lasten
€
19.084.800
€
€
22.800
€
-
€
250.000
€
550.000
€
-
€
93.200
550.000
€
93.200
€
450.000
€
391.800
18.644.700
€
18.994.900
€
17.482.100
22.800
€
22.800
€
12.200
€
843.400
€
-
€
-
Baten Financiële baten
€
Incidentele baten
-
€
-
Opbrengsten dwanginvordering
€
3.950.000
€
3.750.000
€
3.750.000
€
3.865.400
Toevoeging voorzieningen dub. Debiteuren
€
-900.000
€
-900.000
€
-900.000
€
-999.000
Bijdrage van deelnemers
€
16.424.600
€
15.550.400
€
16.323.100
€
16.632.000
Totaal baten
€
19.497.400
€
18.423.200
€
19.195.900
€
20.354.000
Exploitatieresultaat voor bestemming
€
-412.600
€
221.500
€
-201.000
€
-2.871.900
Toevoeging reserve bestandsoptimalisatie
€
300.000
Toevoeging reserve uitvoeringskosten kinderopvangtoeslagaffaire
€
876.500
Toevoeging aan bestemmingsreserves
Toevoeging reserve bedrijfsvoering
€
100.000
€
100.000
€
100.000
Toevoeging reserve matching invorderingsopbrengst
€
550.000
€
250.000
€
250.000
€
350.000
€
-62.100
€
-149.000
€
-149.000
€
-149.000
€
-141.400
€
-522.900
Onttrekking aan reserve implementatie waard.systeem
€
-132.500
Onttrekking aan reserve bedrijfsvoering
€
-7.300
€
-169.200
€
-112.600
€
-2.438.900
Onttrekkingen aan bestemmingsreserves Onttrekking aan reserve uitbreiding deelnemers Onttrekking aan reserve huur Onttrekking aan reserve aanbestedingen
Onttrekking aan reserve problematische schulden
€
-105.800
Onttrekking aan reserve matching Onttrekking aan reserve uitvoeringskosten kinderopvangtoeslagaffaire
€
-175.300
€
-175.300
Exploitatieresultaat na bestemming
€
-
€
-
Concept Begroting 2024 Regionale Belasting Groep
€
-
pagina 28 van 38
2. Meerjarenperspectief In deze paragraaf is een doorrekening gemaakt van de opgestelde exploitatiebegroting in meerjarenperspectief. Hierin is een jaarlijkse doorrekening van 2,5% voor de personele en 2,6% voor de materiële kosten opgenomen (zie ook paragraaf 1.3.1).
2.1 Meerjarenperspectief 2023-2028 Meerjarenperspectief RBG 2023-2028
bedragen in €
Primaire
Gewijzigde
begroting
begroting
2023
Lasten
Totaal
Totaal
Totaal
Totaal
Totaal
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Personeel & Organisatie Loonkosten
8.668.000
9.286.500
9.385.400
9.620.035
9.860.536
10.107.049
10.359.726
Reiskostenvergoeding
197.400
197.400
202.300
207.358
212.541
217.855
223.301
Opleidingen
204.500
204.500
209.800
215.255
220.851
226.594
232.485
Personeel van derden
835.600
835.600
857.300
879.590
902.459
925.923
949.997
Subtotaal
9.905.500 10.524.000
10.654.800 10.922.237 11.196.388 11.477.421 11.765.509
Goederen en diensten van derden Druk- & bindwerk
245.000
245.000
251.400
257.936
264.643
271.523
278.583
Onderhoud derden
1.277.000
1.277.000
1.310.200
1.344.265
1.379.216
1.415.076
1.451.868
Portokosten
500.400
500.400
513.400
526.748
540.444
554.495
568.912
Huur-, service- en facilitaire kosten
803.000
803.000
823.900
845.321
867.300
889.850
912.986
Kantoorautomatisering en telefonie
746.500
746.500
765.900
785.813
806.245
827.207
848.714
WOZ-kosten
2.190.600
1.274.700
1.274.700
1.307.842
2.257.746
2.316.447
2.376.675
Bankkosten
355.000
355.000
569.400
584.204
599.394
614.978
630.967
Gegevensverstrekking
592.200
592.200
607.600
623.398
639.606
656.236
673.298
Overige diensten incl. klanteninformatie
1.197.700
1.444.900
1.413.500
1.270.251
1.303.278
1.337.163
1.371.929
Subtotaal
7.907.400
7.238.700
7.530.000
7.545.780
8.657.870
8.882.975
9.113.932
Onvoorzien
550.000
250.000
550.000
550.000
550.000
550.000
550.000
Toevoeging aan voorziening dubieuze debiteuren
900.000
900.000
900.000
900.000
900.000
900.000
900.000
Toevoeging aan reserve bedrijfsvoering
100.000
100.000
100.000
100.000
100.000
100.000
100.000
Toevoeging reserve matching invordering
250.000
250.000
550.000
550.000
550.000
550.000
550.000
1.800.000
1.500.000
2.100.000
2.100.000
2.100.000
2.100.000
2.100.000
Onvoorzien
Subtotaal Totaal exploitatielasten
19.612.900 19.262.700
Rente en afschrijving
182.000
182.000
Kwijtschelding HHD en HHSK
450.000
450.000
Totaal lasten
20.244.900 19.894.700
20.284.800 20.568.017 21.954.258 22.460.396 22.979.441
350.000
350.000
350.000
350.000
350.000
20.634.800 20.918.017 22.304.258 22.810.396 23.329.441
Bijdrage van deelnemers
16.323.100
15.550.400
16.424.600
16.769.917
18.156.158
18.662.296
19.356.641
Opbrengst vervolging