2. Deelprogramma Klimaatmitigatie Schiedam2025 ONTWERP
Tekst van het document
Omgevingsprogramma Klimaat Schiedam 2025
Deelprogramma Klimaatmitigatie
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3
2. Waar Schiedam nu staat
4
3. Wat Schiedam gaat doen
7
3.1 Gebouwde Omgeving Verminderen van het energiegebruik Verduurzamen van de energievraag Maatschappelijk vastgoed
8
3.2 Industrie & werklocaties Bedrijventerreinen in Schiedam Brede aanpak verduurzaming bedrijven Optimaal benutten van netcapaciteit
23
3.3 Circulaire Samenleving Gemeentelijke processen en dienstverlening Bedrijven(terreinen) Bewoners
27
3.4 Duurzame Mobiliteit
32
3.5 Samen Ontwikkelen
34
4. Financiën
36
4.1 Maatregelen overzicht
36
4.2 Aanvullende middelen
40
5. Looptijd
42
6. Monitoring en evaluatie
46
7. Overzicht gebruikte afkortingen en bronnen
47
Versiebeheer Datum: september 2025 Versie: besluitvorming college van B&W op ontwerp en ter inzage legging Auteur: Justus Terlouw Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
2
1 Inleiding
In de Schiedamse Omgevingsvisie (2025) staat geschreven dat de stad in 2050 CO₂-neutraal wilt zijn. Om deze doelstelling te bewerkstelligen zet Schiedam in op een energietransitie, gericht op energiebesparing, circulariteit en de toepassing van hernieuwbare energiebronnen. Op 22 oktober 2020 heeft de gemeenteraad het Klimaatbeleidsplan ‘Een wereld te winnen’ vastgesteld. Dit plan bevat de belangrijkste contouren van het gemeentelijk klimaatbeleid, en beschrijft waar de gemeente in dit kader mee van doen heeft en krijgt. Het klimaatbeleid is van grote invloed op het dagelijks leven van de Schiedammers. Met de in dit deelprogramma geformuleerde maatregelen wil de gemeentelijke organisatie samen met andere partijen in de stad de invloed op klimaatverandering zo veel mogelijk beperken. Dit document kijkt vooruit naar de doelstellingen tot en met 2030 en de maatregelen die nodig zijn om de doelen te realiseren. Het gaat hierbij om de volgende doelstellingen uit het Klimaatbeleidsplan: 1. 49% minder uitstoot van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990 2. In 2050 is Schiedam CO₂-neutraal 3. Iedereen kan meedoen in de energietransitie Zowel in de Omgevingsvisie als in het Klimaatbeleidsplan staat aangegeven dat Schiedam in 2050 CO₂-neutraal is. Een belangrijke vraag daarbij is wat er meetelt in de CO₂-uitstoot van de gemeente Schiedam en wat niet.
Er zijn twee verschillende manieren om CO₂-uitstoot te meten: de bronbenadering en de verbruiksbenadering. In de doelstellingen voor de beperking van CO₂-uitstoot, wordt de verbruiksbenadering gebruikt, omdat de focus ligt op het eindgebruik van fossiele energie. In de begrippenlijst in de Introductie worden beide benaderingen kort toegelicht. De definities die Schiedam gebruikt, zijn afgeleid uit de Regionale Klimaatmonitor.
Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
3
2 Waar Schiedam nu staat De gemeente heeft in kaart laten brengen welke ontwikkelingen en plannen in welke mate bijdragen aan de beoogde CO₂-reductie doelstellingen. Voor het verlagen van de CO₂-uitstoot in Schiedam wordt ook de invloed van het landelijk beleid en Nationale prestatieafspraken woningcorporaties meegerekend. Een belangrijk onderdeel daarvan is de landelijke overgang naar duurzame elektriciteit: deze zorgt in Schiedam in 2030 alleen al voor een reductie van 17% van de CO₂-uitstoot ten opzichte van 19901. Op het moment van schrijven is het beeld voor Schiedam ten aanzien van de uitstoot van broeikasgassen (omgerekend naar CO₂-equivalenten) weergegeven in Figuur 1. Verschillende gassen hebben een verschillend broeikaseffect, en om een totaalbeeld van het broeikaseffect te laten zien, worden eenheden broeikasgassen omgerekend naar het aantal eenheden CO₂ waaraan ze gelijk zijn. Met CO₂-equivalenten worden de uitstoot van eenheden CO₂ en de naar CO₂-eenheden omgerekende broeikasgassen bedoeld.
Figuur 1: Overzicht gerealiseerde en verwachte reductie CO₂-equivalenten Schiedam (bron: CE Delft) Voor de monitoring van de CO₂-uitstoot in Schiedam heeft de gemeente CE Delft ingehuurd. Volgens de rapportage van CE Delft stevent de gemeente af op een reductie van de CO₂-uitstoot van 59% in 2030 ten opzichte van 1990, mits zij de voorgenomen beleidsplannen op het gebied van wonen, mobiliteit en energie uitvoert. In kiloton (kton) CO₂-equivalenten was de uitstoot in 1990: 485 kton, in 2021: 297 kton en is de verwachte uitstoot in 2030: 198 kton. In deze prognose is rekening gehouden met de bevolkingsontwikkeling van Schiedam. Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
4
De in Figuur 1 weergegeven reductie van de CO₂-uitstoot houdt rekening met de uitvoering van de Transitievisie Warmte met als startwijken Groenoord, Sveaparken en Nieuwland. Daarnaast worden isolatieprogramma’s en verduurzaming van de openbare verlichting meegenomen. Verder wordt rekening gehouden met uitvoering van plannen in lijn met de Woonvisie en het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit. Om de doelstelling van 49% CO₂reductie in 2030 te behalen, zal Schiedam dus in ieder geval bovenstaande plannen moeten uitvoeren. Bovendien is reductie van CO₂-uitstoot niet de enige doelstelling; Schiedam vindt het belangrijk dat iedereen mee kan doen aan de energietransitie. Ook hiervoor zijn maatregelen nodig.
Figuur 2: Verdeling van broeikasgasemissies over de (deel)sectoren in 2021 (bron: CE Delft)
Kanttekeningen en aandachtspunten De verwachte reductie in CO₂-uitstoot in 2030 t.o.v. 1990 zoals door CE Delft berekend (59%), ligt ruim boven de gemeentelijke doelstelling van 49%. Hoewel het erop lijkt dat Schiedam de doelstelling voor 2030 gaan halen, zijn er kanttekening en aandachtspunten te maken bij deze gunstige prognose: • •
•
Het Schiedamse resultaat is grotendeels te danken aan het vertrek van de glasfabriek. Zonder het vertrek van de glasfabriek zou de emissiereductie in 2030 beperkt zijn tot 40%2 t.o.v. 1990. Voor het realiseren van de doelstelling is het uitgangspunt dat Schiedam alle plannen die in reeds vastgestelde documenten staan, ook daadwerkelijk binnen de voorgenomen termijn gaat uitvoeren. Echter, de beoogde planning zoals in de Transitievisie Warmte is opgenomen voor het aardgasvrij maken van Nieuwland en Sveaparken, wordt niet gehaald. Dit wegens het feit dat landelijk beleid rondom warmtenetten lang op zich heeft laten wachten, in combinatie met de complexiteit van de uitvoering in Groenoord. Ook de uitvoering van mobiliteitsbeleid blijft achter, waardoor de beoogde CO₂-reductie in deze categorie niet wordt gehaald. Dat terwijl de CO₂-uitstoot van mobiliteit in de periode 1990 - 2021 zelfs is toegenomen. Veel plannen hebben een lange uitvoeringstermijn, zoals verduurzaming van woningen en maatschappelijk vastgoed. Ondanks de gunstige prognose zal Schiedam nog steeds met volle vaart aan de slag moeten om alle benodigde maatregelen uit te voeren, om zo de doelstelling voor 2030 te kunnen behalen. Bovendien is de verwachte reductie in 2050 nu 78%. Dat betekent dat er aanvullende maatregelen nodig zijn om in 2050 op 100% reductie uit te komen.
Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
5
•
• •
De Schiedamse doelstelling is 49% reductie in uitstoot van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990 (Klimaatbeleid gemeente Schiedam). Hierbij worden in praktijk de broeikasgassen omgerekend naar CO₂equivalenten en is het uitgangspunt 49% reductie in CO₂-uitstoot. Op landelijk niveau zijn broeikasgassen ook vertaald naar CO₂-equivalenten en is de doelstelling in de Klimaatwet (EZK 2023b, zie tabel 1.3) gesteld op 55% reductie in 2030 ten opzichte van 1990, met als streven 60% reductie in 2030. De data over de industrie is relatief onnauwkeurig. Regelmatig ontbreken bedrijven in de data. Voor meer zekerheid over de cijfers is aanvullend onderzoek nodig. Een deel van de maatregelen is uiteindelijk afhankelijk van een particulier besluit van inwoners en bedrijven. Hun besluiten worden mede beïnvloed door financiële mogelijkheden en landelijke beleids- en prijsontwikkelingen, zoals al of niet verplichte invoering van een hybride warmtepomp, de hoogte van de belasting op gasverbruik en afbouw van de salderingsregeling.
Aanzicht op De Glasfabriek
Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
6
3 Wat Schiedam gaat doen In dit hoofdstuk worden per aandachtsgebied de maatregelen besproken die Schiedam in de komende jaren gaat nemen om de drie genoemde doelstellingen te bereiken. In 4.1 Maatregelen overzicht staat een overzichtstabel waarin alle maatregelen worden weergegeven. De maatregelen worden ingedeeld aan de hand van de hoofdonderwerpen zoals weergegeven in Tabel 1. Onderwerp
Focuspunten
Gebouwde Omgeving
• • •
Industrie en Werklocaties
• •
Verduurzamen van het woningbestand, met focus op isolerende maatregelen en het bestrijden van energiearmoede; Verduurzamen van energiebronnen in bestaande wijken en buurten, met focus op Groenoord en Sveaparken; Verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Hulp bij efficiënter energieverbruik bij bedrijven, met een focus op het verduurzamen van bedrijventerreinen; Behouden van voldoende transportcapaciteit op het elektriciteitsnet voor toekomstige ontwikkelingen en groei.
Circulaire Economie
•
Het reduceren en hergebruiken van grondstoffen- en materialen, bekeken vanuit de gemeente, bedrijven en bewoners.
Duurzame Mobiliteit
• •
Uitvoeren wat al is beschreven in bestaande plannen; In gesprek met Rijkswaterstaat onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de snelheid op de rijkswegen rond Schiedam te reduceren.
Samen Ontwikkelen
•
Bewustwording van en bijdragen aan het beperken van klimaatverandering door en samen met bewoners, bedrijven, onderwijs, arbeidsmarkt en alle andere maatschappelijke partners wordt hier toegelicht.
Tabel 1: Onderwerpen deelprogramma Klimaatmitigatie
Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
7
3.1 Gebouwde Omgeving CO₂-uitstoot in de gebouwde omgeving is op dit moment vooral gerelateerd aan het energieverbruik in woningen en gebouwen. Om CO₂-uitstoot te verminderen, zijn de stappen uit de Trias Energetica belangrijk, te weten: 1. Beperken van energiegebruik, bijvoorbeeld door te isoleren en verspilling tegen te gaan; 2. Maximaal verduurzamen van de energie die we verbruiken door bijvoorbeeld zon, wind en bodemenergie te gebruiken; 3. Zo efficiënt mogelijk gebruik maken van (fossiele) energiebronnen om in de resterende vraag te voorzien. Om CO₂-uitstoot te verminderen, is het belangrijk te kijken naar het verminderen van het energieverbruik. Dit kan door energiebesparingsactiviteiten en door het isoleren van gebouwen. Ook wordt CO₂-uitstoot verminderd door zoveel mogelijk verduurzaming van het resterende energieverbruik. Tenslotte is het belangrijk om slim om te gaan met alle energieverbruik, niet alleen het deel dat niet verduurzaamd kan worden, maar ook om vraag en aanbod van duurzame bronnen op elkaar af te stemmen. Het energiesysteem wordt zo dynamischer. Om te bereiken dat iedereen kan meedoen, is het belangrijk om te kijken naar betaalbaarheid van energie en het tegengaan van energiearmoede.
Zeker omdat in 2027 het Emissiehandelssysteem (European Trading System) ETS-2 ingaat, waardoor ook voor verwarming van woningen en autorijden emissierechten nodig zijn, wat naar verwachting gaat leiden tot hogere prijzen. Ook is het van belang om ervoor te zorgen dat er voldoende energie en transportcapaciteit beschikbaar blijft om in de groei van woningen, maatschappelijke en bedrijfsgebouwen te kunnen voorzien. In 3.1 wordt ingegaan op maatregelen gerelateerd aan woningen, gemeentelijk vastgoed en openbare ruimte. Daarbij ligt de focus op de lokale isolatieaanpak, beperking van energiearmoede, het project Nieuwe Energie voor Groenoord en de eerste stappen in Sveaborg. In 3.2 komen industrie en overige werklocaties aan bod.
Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
8
Verminderen van het energieverbruik Schiedamse woningvoorraad Schiedam heeft 38.089 woningen (in 2023). Daarvan hebben er 21.595 een A t/m C label en 16.494 een D t/m G label. Het is belangrijk om te benoemen dat van circa een derde van de woningen geen energielabels bekend zijn en dat een deel van de energielabels gebaseerd is op een schatting in plaats van een meting. Ook zegt het energielabel van een woning niet altijd iets over het energieverbruik van het huishouden. Labelverdeling Woningen Schiedam
Huur Woonplus
Particuliere verhuur
Eigenaar bewoners
Met label
Geschat label
Met label
Geschat label
Met label
Geschat label
D
6.230
2.069
0
1.261
540
1.107
1.253
E
4.900
1.851
0
667
338
911
1.133
F
2.808
572
0
569
195
755
717
G
2.556
668
0
615
255
500
518
Tabel 2: Bekende en geschatte energielabels in Schiedam (bron: kenniscentrum Schiedam). In de komende decennia worden er veel nieuwe woningen gebouwd als vervanging van bestaande woningen en als uitbreiding op het huidige woningaanbod. Bij nieuwe woningen wordt uitgegaan van Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB)3, zo wordt bijvoorbeeld Schieveste energieneutraal en aardgasvrij ontwikkeld.4 Voor nieuwbouw woningen geldt dat het sinds 1 juli 2018 niet meer is toegestaan om een bouwvergunning aan te vragen met een gasaansluiting. De focus ligt bij het isoleren van woningen met labels D tot en met G. Het Rijk heeft met de woningcorporaties in Nationale prestatieafspraken woningcorporaties afgesproken dat zij vanaf 2029 geen woningen meer verhuren die een E, F of G label hebben. Woningcorporatie Woonplus bezit in totaal 12.000 woningen in Schiedam, waarvan er 3.091 label E, F of G hebben (peildatum: 2024). Dit betekent dat deze woningen verduurzaamd, gesloopt of vervangen moeten worden, tenzij het monumenten betreft. Aangezien hiervoor al afspraken op nationaal niveau zijn gemaakt, hoeft Schiedam hiervoor geen aparte maatregel te treffen. Wel bieden we ook huurders ondersteuning via Energiehulp (gratis uitvoering van kleine energiebesparende maatregelen).
Daarnaast zijn er 6.894 woningen van eigenaar-bewoners en 4.440 woningen van particuliere verhuurders die label D tot en met G hebben. Ook deze bewoners helpt de gemeente met isoleren en via Energiehulp.
Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
9
Legenda Meer dan 75% boven energielabel C Tussen 50%–75% boven energielabel C Onder 50% boven energielabel C Woningcorporatiebezit data: RVO (2024), PDOK (2024) & Kenniscentrum Schiedam (2024)
Figuur 3: Overzicht van het percentage energielabels ten opzichte van label C op buurtniveau (let op: niet alle energielabels zijn bekend) en het woningcorporatiebezit.
Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
10
Nationaal Programma Nieuwland en Oost Via het Nationaal Programma Nieuwland en Oost (NPNO) krijgen deze wijken extra aandacht en ruimte om op diverse maatschappelijke thema’s stappen te zetten. Ook als het gaat om de energieprestatie van de bestaande woningvoorraad. Het Volkshuisvestingsfonds heeft Schiedam in 2024 een bijdrage toegekend voor de wijk Oost, waarmee in de komende tien jaar onder andere 500 woningen in Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) verduurzaamd zullen worden. En in Nieuwland (Staatsliedenbuurt) zullen de 250 slechtste woningen worden gesloopt en het streven is dat daarvoor 650 nieuwe woningen zijn teruggebouwd in 2027. Ook worden aanvullend nog drie VvE’s verduurzaamd.
Focus Servicepunt Woningverbetering Het Servicepunt Woningverbetering (SWV) is al 20 jaar hét loket in Schiedam dat woningeigenaren informeert, adviseert, stimuleert en ontzorgt bij woningverbetering in de meest ruime zin van het woord. Het Servicepunt draagt zorg voor de leefbaarheid van wijken en buurten door woningeneigenaren te helpen met advies bij: • • • • •
Onderhoud van de woning Verduurzaming van de woning Funderingsproblematiek Activeren en begeleiden van VvE’s Informeren over en verstrekken van financieringen en/of subsidies
Op bovenstaande onderwerpen geeft het SWV gratis onafhankelijk advies via telefoon, mail en bij voorkeur op locatie. Aan de hand van een adviesgesprek krijgen huiseigenaren meer inzicht in de bouwkundige staat van hun woning of VvE complex en op welke wijze zij de beste (eerste) stap kunnen zetten om deze energetisch te verbeteren. Met de dienstverlening van het SWV biedt de gemeente een unieke service aan huiseigenaren en wordt dagelijks actief gewerkt aan duurzaam beheer van de Schiedamse woningvoorraad.
Servicepunt Woningverbetering
EPBD IV Op 24 april 2024 is de herziening van de richtlijn van de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) IV vastgesteld door de Europese Raad het Europese Parlement. Dit jaar worden onderdelen daarvan in de Nederlandse wetgeving verankerd, waarbij ook naar lokale overheden wordt gekeken voor de uitvoering. In Artikel 18 van deze herziene richtlijn is opgenomen dat per 80.000 inwoners een loket of “energiehuis” moet worden ingericht. Het uitgangspunt hiervan is dat op één plek (eenduidige) informatie, ondersteuning en communicatie te vinden is over verbetering en verduurzamingsmaatregelen van woningen en gebouwen. Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
11
Een dergelijk energiehuis moet zo worden ingericht dat het overal in Nederland dezelfde basisfaciliteiten biedt. Denk hierbij aan adviseurs en specialisten op het gebied van subsidieaanvragen, bouwtechnisch en bouwfysisch gebied, kostendeskundigheid en ook aan energieadvies. Het fysieke loket moet altijd bereikbaar zijn voor de inwoners van de gemeente. Met het SWV is Schiedam al grotendeels voorgesorteerd op deze ontwikkeling. De basis infrastructuur staat en de komende periode wordt gekeken op elke elementen het SWV kan worden aangepast om aan te sluiten van de EPDB IV richtlijnen.
Focus Lokale isolatieaanpak Met het Schiedamse coalitieakkoord ‘Verder, voor een kleurrijke stad’ heeft het college het volgende accent gedefinieerd: “We stimuleren de versnelling van verduurzaming van de woonvoorraad onder andere door isolatie. Echter, we stellen de voorwaarde voor het tempo van verdere verduurzaming en vormen van nieuwe energie, afhankelijk van het verkrijgen van Rijksbijdragen en andere partners.” Woningisolatie heeft een duidelijke link naar gezondheid en leefbaarheid, waardoor er een win-win situatie ontstaat als inspanningen in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) worden gecombineerd met die van het NPNO. Met het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) heeft het Rijk voor de gemeente Schiedam € 5.111.160,- beschikbaar gesteld ten behoeve van de verduurzaming van slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en woningen van verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties. In lijn met het coalitieakkoord gebruikt de gemeente deze gelden om de verduurzaming van de woonvoorraad te versnellen.
Vereniging van Eigenaren De gemeente biedt sinds oktober 2024 de subsidieregeling VvE aanpak isolatie. Deze overkoepelende aanpak voor zowel koop- als huurwoningen biedt VvE’s met een slechte energetische staat en met lage energielabels de mogelijkheid een subsidie verleend te krijgen voor het waterzijdig dynamisch inregelen van de warmteinstallatie, wat tot 15% energiebesparing kan opleveren. Daarnaast kunnen deze VvE’s € 2.000,- per huishouden aanvragen voor de uitvoering van isolerende maatregelen aan de thermische schil van de appartementen in diens VvE. De subsidieregeling loopt tot 31 december 2028 en beoogt minimaal 2147 huishoudens te begeleiden naar een energiezuinigere woning. Dit moet tevens ook bijdragen aan gezonde VvE’s met een actief bestuur en een realistisch Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) voor verduurzaming.
Isoleren Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
12
Grondgebonden woningen Er wordt een Doe-Het-Zelf regeling opgezet voor eigenaar-bewoners van grondgebonden woningen, gericht op het zelf uitvoeren van isolatiemaatregelen. De regeling wordt uitgevoerd door het Servicepunt Woningverbetering en start met huis-aan-huis verspreiding van informatiepakketten, waarin onder andere een aanbod voor een energiegesprek, workshopmogelijkheden en een voucherregeling wordt opgenomen. Bewoners kunnen vervolgens een energiegesprek inplannen voor een warmtescan en advies, waarna zij praktische workshops kunnen volgen en instructiemateriaal ontvangen. Daarnaast is er technische ondersteuning via een loket en een uitleenservice van meetapparatuur. De vouchers t.h.v. € 1500,- per woning maken het mogelijk om materialen of apparatuur vooraf te financieren zonder achteraf subsidie aan te hoeven vragen. De looptijd van de regeling is tot en met december 2028.
Focus Bestrijding Energiearmoede Sinds 2022 heeft Schiedam een aanpak ontwikkeld om energiearmoede in de stad tegen te gaan. Voor de uitvoering is de dienst ‘Energiehulp’ opgezet. De klussers van Energiehulp brengen kleine energiebesparende maatregelen aan in woningen en geven bewoners informatie over hun energierekening en tips hoe zij slimmer met hun energieverbruik kunnen omgaan. Daarnaast worden er wijkenergiecoördinatoren ingezet vanuit Energiehulp. De SPUK Energiearmoede had als oorspronkelijke einddatum voor de besteding van de middelen eind 2025. De aanpak tegen energiearmoede wordt in ieder geval tot eind 2025 in de huidige vorm voortgezet. Deze aanpak bestaat uit de volgende onderdelen: • Energiehulp door een klusteam van de gemeente aangevuld met medewerkers van partners in de stad, waarmee onder meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt leer-werkervaring opdoen. • Dit team heeft als primaire taak om kleine verduurzamingsklussen uit te voeren voor met name huurders. Denk hierbij aan het plaatsen van een LED-lamp, tochtstrip, waterbesparende kranen, brievenbusborstels, of radiatorfolie. • In wijkcentra in Groenoord, Nieuwland, Oost, Zuid, West, Spaland-Kethel en Woudhoek organiseren de wijkenergiecoördinatoren eens per week een energiespreekuur.
Tijdens deze 7 spreekuren worden bewoners geholpen met het aanvragen van de energietoeslag, krijgen zij grip op de energierekening, en worden sociale regelingen gepromoot. Tijdens deze spreekuren worden veel vroegsignaleringen gedaan omtrent schulden van energierekeningen. De wijkenergiecoördinatoren helpen de bewoners met overzicht, rekeningen en om contact te leggen met de juiste partijen. Ook hebben zij, in samenwerking met wijkpartners, geholpen bij het aanvragen van de energietoeslag of tijdelijk noodfonds Energie. • Verspreiding van relevante informatie via wijkpartners en wijkactiviteiten in verschillende talen om zoveel mogelijk mensen te bereiken. De gemeente en bewoners zien dat de inzet van energiecoaches en energieklussers in de wijk bijdraagt aan het in beeld krijgen van de problemen en het bieden van hulp op korte en lange termijn. Bewoners kunnen worden doorverwezen naar samenwerkingspartners voor hulp op het gebied van sociale en financiële vraagstukken. De gemeente zal bewoners die zij via Energiehulp ondersteunt, indien nodig helpen met het initiëren van gesprekken over verduurzaming met particuliere verhuurders. Waar nodig worden zij doorverwezen naar het Juridisch Loket of de huurcommissie.
Tochtstrips
Radiatorfolie
Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
13
Energiehulp na 2025 Per eind 2025 is het budget vanuit de SPUK Energiearmoede uitgeput. De diensten van Energiehulp en inzet van Wijk Energie Coördinatoren (WEC’s) hebben sinds 2022 aantoonbare meerwaarde gehad in de stad, en met name voor kwetsbare bewoners. Ook heeft deze aanpak de samenwerking tussen maatschappelijk partners en de gemeente verbeterd. Daarom maakt de gemeente vanaf 2026 een doorstart met Energiehulp. Deze nieuwe aanpak wordt vormgegeven in afstemming met het NPNO en in lijn met het UP Veerkrachtig meedoen. Daarbij wordt ook gekeken naar samenwerking met Stroomopwaarts (SOW) en bijdragen vanuit Social Return on Investment (SROI) opgaven.
Verduurzaming bij aankoop woning In het kader van benutten van natuurlijke momenten, spelen makelaars en hypotheekadviseurs een belangrijke rol bij de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Steeds vaker komen huurwoningen met een lage energetische kwaliteit beschikbaar voor verkoop. Mede vanwege de aankomende label C verplichting voor verhuurders. De gemeente wil op deze trend inspelen. De aankoop van een woning is namelijk het ideale moment voor verduurzaming. Bij het betrekken van een nieuwe woning wordt vaak verbouwd of geklust, waarbij ook maatregelen kunnen worden doorgevoerd voor een betere energieprestatie. Door na aankoop van de woning te verduurzamen, hebben kopers de maximale terugverdientijd en profiteren zij direct van het extra comfort dat verduurzaming oplevert. Bovendien kunnen kosten van verduurzaming veelal direct mee in de financiering van de woning. Daarnaast zijn er vanuit diverse overheden financiële regelingen beschikbaar voor verduurzaming, maar heeft een particuliere koper lang niet altijd het volledige overzicht om te bepalen welke regelingen het best passen bij de eigen situatie.
De gemeente ontwikkelt derhalve een informatiepakket voor makelaars en hypotheekadviseurs met algemene informatie over verduurzaming van de woning en bijbehorende financieringsmogelijkheden, evenals lopende energietransitie-projecten in de stad en een verwijzing naar het SWV voor gratis professioneel advies en hulp. Dit informatiepakket kan door makelaars en hypotheekadviseurs worden meegegeven in de verkoopdocumentatie, of tijdens het hypotheekgesprek bij aankoop van een Schiedamse woning. Maatregelen verminderen van het energieverbruik
Bijdrage aan doelstelling
Het Servicepunt Woningverbetering ondersteunt woningeigenaren bij de verduurzaming van hun woning, o.a. via technisch advies en financiële oplossingen. Deze diensten worden in lijn gebracht met de verplichtingen uit de EPBD IV.
CO₂-reductie + Iedereen kan meedoen
De gemeente biedt VvE’s de mogelijkheid om middels de subsidie Aanpak VvE Isolatie begeleiding en financiële middelen te ontvangen door verlenen van subsidie voor isolerende maatregelen aan de thermische schil.
CO₂-reductie + Iedereen kan meedoen
De gemeente biedt VvE’s de mogelijkheid om middels de subsidie Aanpak VvE Isolatie hun energiesysteem waterzijdig dynamisch in te laten regelen
CO₂-reductie + Iedereen kan meedoen
De gemeente zet een Doe-Het-Zelf regeling met vouchers op voor isolerende maatregelen in grondgebonden woningen en kleine VvE’s.
CO₂-reductie + Iedereen kan meedoen
Tot 2026 investeert de gemeente in voortzetting van de Energiehulp aanpak tegen energiearmoede.
CO₂-reductie + Iedereen kan meedoen
Vanaf 2026 wordt de Energiehulp aanpak gerichter voortgezet vanuit het NPNO, integraal armoedebeleid en een eventuele bijdrage vanuit SROI.
CO₂-reductie + Iedereen kan meedoen
De gemeente ontwikkelt een informatiepakket voor makelaars en hypotheekadviseurs met algemene informatie over verduurzaming, financiering, energietransitie-projecten en verwijzing naar het Servicepunt Woningverbetering.
CO₂-reductie + Iedereen kan meedoen
Tabel 3: Overzicht van maatregelen gericht op verminderen van energieverbruik in woningen
Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
14
Verduurzamen van de energievraag In aanvulling op het verminderen van het energieverbruik, is het belangrijk om de energie die nog gebruikt wordt, te verduurzamen. Dit betekent zoveel mogelijk fossiele energiebronnen uitfaseren en het elektriciteitsgebruik verduurzamen. Bestaande woningen aardgasvrij maken kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld via een aansluiting op een warmtenet of met een all-electric oplossing. Welke keuze uiteindelijk gemaakt wordt, is afhankelijk van onder andere het type woningen, de (verwachte) capaciteit van het elektriciteitsnet en de beschikbaarheid en betaalbaarheid van een eventuele collectieve oplossing. Particuliere huiseigenaren maken hier zelf een keuze in. Voor huurders geldt dat ze met het voorstel van hun verhuurder moeten instemmen. Zowel particuliere eigenaren als huurders hebben, wanneer zij onderdeel zijn van een VvE, een gekwalificeerde meerderheid nodig om voorstellen voor verduurzaming van het gebouw te effectueren.
Warmtebeleid In het Schiedamse Klimaatbeleidsplan ‘Een wereld te winnen’ en de Transitievisie Warmte (TVW), die in 2020 vastgesteld zijn door de gemeenteraad, is de taak vastgelegd om alle gebouwen in Schiedam uiterlijk in 2050 aardgasvrij te maken. De TVW heeft betrekking op zowel nieuwbouw als bestaande bouw. De Transitievisie Warmte (2020) was het eerste document waarin de verduurzamingsopgave van de warmtevraag in Schiedamse wijken in kaart is gebracht. Naar verwachting treedt per 1 januari 2026 de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) in werking. Bij inwerkingtreding van de Wgiw wordt het warmteprogramma een verplicht programma voor gemeenten onder de Omgevingswet. Dit warmteprogramma wordt dan de opvolger van de Transitievisie Warmte (TVW) en dient eind 2026 gereed te zijn. In aanloop naar het opstellen van het warmteprogramma heeft Schiedam recent in beeld gebracht waar en op welke manier geothermie en bodemenergie gebruikt kunnen worden voor de toekomstige warmte- en koudevraag. Bij het opstellen van de TVW was de gedachte dat de nieuwe wetgeving op het gebied van warmte inmiddels al van kracht zou zijn en dat er dus al warmtekavels en een warmteplan zouden zijn, wat op het moment van schrijven nog niet het geval is. De Wgiw treedt op 1 januari 2026 in werking.
De Tweede Kamer heeft op 3 juli 2025 ingestemd met het wetsvoorstel Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw). Nu de Tweede Kamer het wetsvoorstel heeft aangenomen, volgt de behandeling in de Eerste Kamer. Ook de Wcw treedt naar verwachting 1 januari 2026 in werking. Ondanks dat concreet beleid omtrent warmte lang op zich heeft laten wachten, heeft de gemeente twee belangrijke focusprojecten voor de verduurzaming van de warmtevraag in bestaande stadswijken, waarvan één in uitvoering: Nieuwe Energie voor Groenoord (NEvG) en één in voorbereiding: Sveaborg.
Regionale samenwerking Om de verduurzaming van de energievraag op lokaal niveau uit te voeren is ook bovengemeentelijke samenwerking nodig. Schiedam maakt daarom deel uit van de Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag (RES 1.0)5. In deze samenwerking wordt vooral ingezet op het gebruik van rest- en aardwarmte, de ontwikkeling van een regionale warmte-infrastructuur en meer opwek van duurzame elektriciteit. Door regionale samenwerking wordt kennis gedeeld, worden kosten bespaard en wordt gepoogd een stabiel, schoon en hernieuwbaar energienetwerk te realiseren. Schiedam maakt binnen de RES deel uit van het cluster RotterdamNoord, waarin naast Schiedam de gemeenten Vlaardingen, Rotterdam, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Albrandswaard deelnemen. Binnen dit cluster richt de samenwerking zich op het bereiken van technische en financiële voordelen ten aanzien leveringszekerheid en het realiseren van schaalvoordelen van het warmtesysteem, ook wordt kennis en ervaring uitgewisseld. Zo onderzoekt het cluster de huidige en toekomstige warmtevraag en -aanbod in relatie tot het ontwerp van het warmtesysteem, en of en op welke wijze gemeente overstijgende projecten mogelijk zijn.
Focus Nieuwe Energie voor Groenoord Groenoord is gekozen als de eerste bestaande wijk in Schiedam die richting aardgasvrij gaat. In Groenoord werkt de gemeente samen met Woonplus, Eneco, VvE's en de wijk aan het project Nieuwe Energie voor Groenoord (NEvG), waarmee een warmtenet wordt aangelegd waarop in 2024 de eerste bewoners zijn aangesloten. Eneco heeft sinds 2020 een concessie gekregen voor de aanleg en exploitatie van een warmtenet in het gebied.
Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
15
Het warmtenet in Groenoord wordt gevoed met warmte uit de Leiding over Noord (LoN). Dit is een warmtetransportleiding van Eneco tussen AVR Rozenburg en Rotterdam, welke onder andere langs Schiedam loopt. Via aansluiting op deze leiding wordt al 64% CO₂-uitstoot bespaard ten opzichte van een aardgasketel6. Echter, om CO₂-neutraal te worden, zal ook de bron van het warmtenet verder verduurzaamd moeten worden. Verdere verduurzaming van de warmtebron wordt de komende jaren door Eneco nader onderzocht conform de samenwerkingsovereenkomst uit 2020. Daarbij zal ook worden gekeken naar de status, mogelijkheden en gevolgen van de Wcw en van de Wgiw. In de komende jaren wordt al het bezit van Woonplus in de wijk (in 100% huurcomplexen) aangesloten op het warmtenet, voor zover de nodige instemming van de huurders is gehaald. Eind mei 2024 waren al 1.259 woningen gerenoveerd en aansluitgereed gemaakt, waarvan inmiddels 909 zijn aangesloten op het warmtenet. 70 woningen van Woonplus hebben reeds ingestemd met de voorgestelde werkzaamheden, realisatie zou dan in het najaar van 2025 kunnen plaatsvinden. Van de VvE’s met gemengd eigendom (Woonplus/particulier), bereiden zeven VvE’s een uitvoeringsbesluit voor waar aansluiting op het warmtenet in onderzoek is.
Daarnaast zijn er negen Vve’s in Groenoord die in volledig particulier eigendom zijn en momenteel onderzoeken op welke manier zij willen verduurzamen, waarbij ook de mogelijkheden van het warmtenet worden meegenomen. De meeste voorkeursbesluiten worden genomen in de eerste helft van 2026. Aan de particuliere eigenaren van grondgebonden woningen wordt op z’n vroegst in 2026 een aanbod om aan te sluiten op het warmtenet. Onderdeel van het project NEvG is dat VvE’s in het concessiegebied worden geholpen met de juridische complexiteit rondom het uitvoeringsbesluit voor realisatie, en de aanpassing van de splitsingsakte die nodig is om collectieve maatregelen in gebouwen en woningen op het gebied van verduurzaming te nemen en collectief te financieren. Vanwege de opgedane kennis op het gebied van VvE’s neemt Schiedam deel aan een samenwerkingsverband met de G4 en enkele G40-gemeenten, VvE’s en het Rijk, zodat gezamenlijk problematiek rondom verduurzaming van VvE’s kan worden aangepakt. Binnen het concessiegebied van NEvG zijn de gemeentelijke panden onderdeel van de wijkaanpak, wat inhoudt dat met Eneco afspraken zijn gemaakt over de aansluitplanning. Het gemeentelijk vastgoed in Groenoord wordt, indien mogelijk, tussen nu en 2030 aangesloten. Inmiddels is er door de gemeente een aansluitovereenkomst getekend voor zwembad Groenoord.
Bij andere panden in gemeentelijk bezit is reeds een technische schouw uitgevoerd. Tot slot is er in augustus 2024 een Soorten Management Plan ingediend bij de Omgevingsdienst Haaglanden om een gebiedsontheffing te vragen voor de wijk Groenoord als het gaat om de Wet Natuurbescherming (Wnb). Door een collectieve ontheffing kunnen de werkzaamheden in de wijk sneller worden uitgevoerd en worden kosten voor gebouweigenaren bespaard.
Groenoord Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
16
Nieuwland Nieuwland wordt als tweede wijk genoemd in de TVW, waarbij het oorspronkelijke idee was om een warmtenet aan te leggen. In het Coalitieakkoord Schiedam 2022-2026 is echter besloten om eerst de evaluatie van NEvG af te wachten, voordat er in een nieuwe wijk met een warmtenet wordt gestart. Naar aanleiding van de uitkomsten van deze evaluatie en de landelijke ontwikkelingen in relatie tot warmtenetten, wordt opnieuw besloten welke oplossing voor Nieuwland wordt aangedragen in het nieuwe Warmteprogramma. Aangezien op het moment van schrijven de eerste 900 woningen in Groenoord pas recent zijn aangesloten op het warmtenet, is er tijd nodig is om hieruit voldoende lessen te trekken voor eventuele vervolgstappen. Daarom zal de evaluatie van NEvG naar verwachting niet eerder dan eind 2026 beschikbaar zijn. In Nieuwland ligt de focus voor verduurzaming vooralsnog op de maatregelen die onderdeel zijn van het NPNO, waar woningverbetering en -isolatie deel van uitmaken. Zo wordt onder andere een aantal VvE’s verduurzaamd en sloop-nieuwbouw gepleegd met een bijdrage vanuit het Volkshuisvestingsfonds.
Focus Sveaborg De derde wijk die in de TVW wordt benoemd, is Sveaparken. Deze wijk is relatief jong, met 2005 als gemiddeld bouwjaar van de woningen. Op papier is de wijk Sveaparken zeer geschikt om de gasvoorziening te vervangen door een all-electric oplossing, waarbij bijvoorbeeld elektrische warmtepompen de woningen van ruimteverwarming en warm tapwater voorzien. Ook zou in deze wijk met gesloten bodemenergiesystemen gewerkt kunnen worden. De gemeente onderzoekt wat de beste oplossing en planning zou zijn voor het verduurzamen van het energieverbruik in deze wijk en welke rol de gemeente hierin kan spelen. Hierbij wordt rekening gehouden met leerpunten tot nu toe uit Groenoord, de grondophoging die nog in een groot deel van de wijk gepland is en de planning van vervanging en eventuele verzwaring van het elektriciteitsnet. Om tot een uitvoeringsplan te komen voor Sveaparken, die aansluit bij de behoeften van bewoners, heeft de gemeente begin 2025 een enquête uitgezet onder de bewoners van Sveaborg. Tussen 2026-2030 vinden in Sveaborg namelijk werkzaamheden plaats in de openbare ruimte i.h.k.v. ophogingswerkzaamheden en netvervanging en –verzwaring. Op basis van de resultaten uit de enquête, woningopnames waarbij ook de meterkast is gecheckt en vervolggesprekken met bewoners, gaat de gemeente een pilot starten om ervaring op te doen met aardgasvrije oplossingen.
Daarbij wordt gekeken of het wenselijk en haalbaar is een bredere wijkaanpak te faciliteren. Bij een succesvolle pilot kan de aanpak worden toegepast op Sveadal, aangezien de ophogingswerkzaamheden daar al zijn voltooid. Ook wordt bij de netverzwaring van Sveaborg rekening gehouden met toekomstige elektrificatie van Sveadal. Na 2030 gaat de gemeente vergelijkbare werkzaamheden uitvoeren in Sveaholm en Sveafors. De kennis en ervaring die in Sveaborg wordt opgedaan zal ook in deze buurten worden meegenomen.
Sveaparken Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
17
Verduurzamen van de elektriciteit Schiedam kijkt vooral naar zonnepanelen als mogelijkheid om de gebruikte elektriciteit te verduurzamen. Het realiseren van windmolens op Schiedams grondgebied lijkt vooralsnog lastig. Dit heeft te maken met gebrek aan ruimte en (inter)nationale regels en wetten omtrent hoogtebeperkingen met het oog op vliegveiligheid, aangezien de één van de twee potentiële locaties voor een eventuele windmolen direct onder de aanvliegroute naar Rotterdam the Hague Airport ligt. Het aantal zonnepanelen op woningen is in de afgelopen jaren gestaag toegenomen. Ook wordt gekeken naar de mogelijkheden om zonnepanelen aan te brengen op gemeentelijk vastgoed. Hoewel er landelijk sprake is van netcongestie, kunnen zonnepanelen nog steeds bijdragen aan verduurzaming, zeker als er sprake is van dynamische sturing en bijvoorbeeld gelijktijdig gebruik van opgewekte energie voor onder andere koeling. Voor de stimulering van zonnepanelen op geschikte daken werkt de gemeente een zonnepanelenstrategie uit voor de stad. Hierbij zal ook gekeken worden naar de mogelijkheden voor opslag van duurzaam opgewekte energie, om hiermee duurzaam elektriciteitsgebruik te faciliteren op momenten dat er geen zon is, of het niet waait.
Als vervolg op de Green Deal Zonnepanelen op scholen die de gemeente en Primo (koepelorganisatie van scholen in Schiedam) hebben gesloten, zijn in 2024 door de gemeente richtlijnen voor de plaatsing van zonnepanelen op scholen in een protocol uitgewerkt. Aangezien daken meerdere functies kunnen vervullen, wordt de beschikbaarheid ervan voor de opwek van elektriciteit in samenhang met onder andere waterberging, biodiversiteit en circulariteit bekeken.
Zonnepanelen op Schiedamse daken
Ruimte voor energievoorzieningen Momenteel is de druk op de openbare ruimte in Schiedam groot. Sinds 2020 worden er binnenstedelijk 6000 nieuwe woningen toegevoegd en rond de 1000 woningen vervangen. Dit betekent een grotere druk op alle voorzieningen in het stedelijk gebied, zoals meer mobiliteit en een grotere druk op de (energie)voorzieningen en de natuur. Dit vraagt om bestuurlijke keuzes. Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte wordt gezocht naar multifunctioneel gebruik en een zorgvuldige afstemming tussen het bovengrondse en ondergrondse gebruik. De mogelijkheden in de ondergrond zullen, meer dan voorheen, afhankelijk worden gesteld van de behoefte aan voldoende bomen, waterberging en parkeerplaatsen. Gezocht wordt naar toekomstbestendige oplossingen waarmee kabels en leidingen zoveel als mogelijk boven elkaar worden gelegd en netcongestie wordt voorkomen. Daarnaast wordt er naar gestreefd ingrepen zoveel als mogelijk te combineren, om zo de overlast voor bewoners en bedrijven te beperken. Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
18
Om ervoor te zorgen dat Schiedam ook in toekomst aan de energievraag van bewoners, bedrijven en andere organisaties kan voldoen, moet in de openbare ruimte en ondergrond ook voldoende ruimte worden gereserveerd voor energievoorzieningen. Warmtestations, transformatorhuisjes, warmtebronnen, kabels en leidingen en mogelijk geothermie of energieopslag zijn nodig voor de energietransitie en netverzwaring. Een deel van deze nieuw te bouwen voorziening zal, vanwege het ruimtegebrek in de openbare ruimte, inpandig moeten worden opgelost. Maatregelen verduurzamen van de energievraag
Bijdrage aan doelstelling
Uitwerken van een Warmteprogramma (2026) als opvolger van Transitievisie Warmte (2020). Uitvoeren van het project Nieuwe Energie voor Groenoord en het delen van opgedane kennis en ervaring binnen en buiten de gemeente.
7,2 kton reductie CO₂-uitstoot
Uitvoeren van het project Nieuwe Energie voor Groenoord en het delen van opgedane kennis en ervaring binnen en buiten de gemeente.
11,5 kton reductie CO₂uitstoot (Sveaparken aardgasvrij)
De gemeente werkt een zonnepanelenstrategie uit voor het realiseren van zonnepanelen op 40% van het geschikte dakoppervlak. Dit behelst ook een plan van aanpak voor het plaatsen van zonnepanelen op gemeentelijk vastgoed.
CO₂-reductie
In het Handboek Openbare Ruimte (HOR) worden richtlijnen voor energiesysteem van de toekomst vastgelegd. Tabel 4: Overzicht van maatregelen gericht verduurzaming van de energievraag en ruimte voor energievoorzieningen
Transformatorhuisje
Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
19
Maatschappelijk vastgoed De gemeente maakt gebruik van vastgoed in eigendom en vastgoed dat ze huurt. Een deel van dit vastgoed wordt gebruikt door andere organisaties dan de gemeente: onderwijsinstanties, sociale en maatschappelijke organisaties, sport- en cultuurorganisaties. De verduurzamingsstrategie van de gemeentelijke vastgoedportefeuille wordt op basis van functionaliteit ingedeeld. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen kernvastgoed en strategisch vastgoed. •
•
Kernvastgoed omvat diverse vormen van huisvesting, zoals gemeentelijke huisvesting voor gemeentelijke en ambtelijke functies, huisvesting voor maatschappelijke taken van de gemeente (doelgroepen), en objecten bestemd voor parken, infrastructuur en stallingfaciliteiten. Ook objecten met cultuurhistorische waarde vallen (juist) onder kernvastgoed. Kernvastgoed dient behouden te blijven en heeft over het algemeen een meer structureel karakter. Strategisch vastgoed onderscheidt zich door een meer tijdelijk karakter en fungeert als ware het een winkelvoorraad die wordt ingezet voor sturing, waardecreatie in de stad en mogelijk risicobeheer. Het is vaak gekoppeld aan planvorming binnen de gemeente.
Verduurzaming gemeentelijk vastgoed De verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed richt zich voornamelijk op het Kernvastgoed. Al het Kernvastgoed in eigendom van de gemeente moet in 2050 geen CO₂-uitstoot meer genereren. Het tussendoel is dat er in 2030 een reductie in CO₂-uitstoot van (minimaal) 49% ten opzichte van 1990 is bereikt. Op dit moment is er voor nieuwbouw en renovatie (in aanvulling op landelijke minimale eisen) nog geen gemeentelijk kader uitgewerkt op het gebied van duurzaamheid. De aankomende wetgeving vanuit het EPBD-IV stelt de gemeente voor de verplichting om toekomstige bouw- en renovatie-ontwikkelingen te voorzien van zwaardere eisen op het gebied van duurzaamheid en energiegebruik. Daarom zal een Programma van Eisen voor verduurzaming worden opgesteld, zodat alle betrokken partijen hier gezamenlijk op kunnen sturen.
Sturen op werkelijk energieverbruik In 2024 is een routekaart voor verduurzaming van gemeentelijk vastgoed opgesteld, waarin twee scenario’s waren uitgewerkt om de CO2-uitstoot van het gemeentelijk kernvastgoed te verminderen per 2030. De in de routekaart verwerkte scenario’s met bijbehorende investeringsbudgetten stellen de gemeente voor de lastige taak om deze binnen de huidige begrotingsproblematiek uit te voeren. Bovendien biedt een globale routekaart niet voldoende handvatten om te kunnen sturen op het werkelijke energieverbruik. Daarom is de gemeente voornemens de verduurzaming van haar vastgoedportefeuille in kaart te brengen via een prioriteringsplan en dit te baseren op de Werkelijke Energie-intensiteit indicator (WEii). De WEii is een effectieve en praktische tool als aanvulling op bestaande methodes zoals de NTA 8800. De WEii, ontwikkeld door TVVL en de Dutch Green Building Council (DGBC), meet het daadwerkelijke energieverbruik van een gebouw inclusief het gebruik door de gebruikers. Met de WEii worden alle vormen van energieverbruik (zoals elektriciteit, aardgas, biomassa) omgerekend naar kilowattuur (kWh) en gedeeld door het gebruiksoppervlak van het gebouw. Dit resulteert in een score in kWh per m² per jaar. Deze score kan vervolgens worden vergeleken met streefwaarden per gebouwtype en met bredere klimaatdoelstellingen.
Het gebruik van de WEii biedt een realistischer beeld van het energieverbruik dan theoretische berekeningen op basis van energielabels. Zo kan het voorkomen dat een gebouw met een laag energielabel in de praktijk weinig energie verbruikt. In dat geval kan de gemeente prioriteit geven aan gebouwen met een hoog werkelijk energieverbruik (hoge WEii), en daarmee doelgerichter verduurzamen. De combinatie van (1) het benutten van de natuurlijke momenten zoals gesteld in de routekaart met (2) de werkelijk gemeten besparingskansen middels de WEii-index, zorgt ervoor dat de gemeente doelgericht aan de slag kan met de reductie van CO2-uitstoot én energiekosten.
Lopende projecten Vooruitlopend op het werken met de WEii zijn drie panden (gymzalen Bachplein en Stockholm en wijkcentrum Dr Willem Dreesplein) gedetailleerder uitgewerkt in een energiescan per gebouw. Deze energiescans, samen met de bestaande energiescan van zwembad Groenoord, vormen de basis van de DUMAVA-subsidieaanvraag. De DUMAVA-subsidies (ter hoogte van ca. € 200.000,- in totaal) zijn aan de gemeente toegekend voor de vier Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
20
aanvragen. Op basis van het MPV 2025-2027 is een budget beschikbaar om verduurzaming van gymzaal Bachplein. Dit verduurzamingsproject zal worden gebruikt als pilotproject. De ervaringen hieruit zullen worden gebruikt voor de investeringsaanvraag in 2025 van twee andere verduurzamingsprojecten (Dr Willem Dreesplein 2 en Stockholm 13). Hierin zullen de ervaringen met het project van verduurzaming Bachplein worden verwerkt.
CO₂-prestatieladder en energiemonitoring De gemeente Schiedam is gecertificeerd op de CO₂-prestatieladder (niveau 3). Om hier jaarlijks accurate en volledige data voor te verzamelen is een energiebeheersysteem nodig. Met enige urgentie is in 2024 het monitoringssysteem E+K geïmplementeerd, waarmee gegevens voor aardgas- en elektriciteitsverbruik beter worden georganiseerd en te analyseren zijn. Data van alle locaties met slimme meters kan nu elk moment en met terugwerkende kracht worden opgehaald en gecontroleerd. Dit verbeterde inzicht helpt de gemeente Schiedam om energielekken en oorzaken van onnodig hoog verbruik in het gemeentelijke vastgoed te identificeren en zodoende het energieverbruik in toenemende mate verminderen. Voor de monitoring van het E+K-systeem is medio 2025 een Energiebeheerder gestart bij de gemeente. De energiebeheerder rapporteert op het energiegebruik, afwijkend energiegebruik, maakt scans van panden en geeft adviezen om deze energetisch te verbeteren. De Energiebeheerder inventariseert het aantal aansluitingen op het E+K-systeem en bepaalt welke gebouwen uit de portefeuille van het Kernvastgoed hierop ontbreken. Hierop worden acties gestart om de meters technisch aan te sluiten op het systeem en/of aan de gebruikers/huurders toestemming te vragen om de meterstanden te mogen inzien via het E+K-systeem.
De eenvoudigste stap om op korte termijn in praktijk te brengen, is zorgen dat de afstelling van bestaande installaties klopt. Als bijvoorbeeld cv-ketels (of andere warmtesystemen) aanstaan terwijl het pand niet gebruikt wordt, dan is dat zonde van de verbruikte energie. Naast het goed instellen van de gebruikstijden van een pand, wat met moderne systemen ook centraal geregeld kan worden, is de afstelling van installaties en regelmatige checks daarop ook van belang. Daarnaast is het ook belangrijk om te kijken hoe de gebruikers van een pand omgaan met het pand. In 2025 wordt door de Energiebeheerder een rapport opgeleverd met de scans en verbeteradviezen voor alle sportlocaties in eigendom van de gemeente. Hiervoor worden in samenwerking met de huurder/beheerder Sportbedrijf Schiedam BV scans gemaakt van alle sportaccommodaties (binnensport, buitensport, zwembad en gymzalen).
Verduurzaming overig maatschappelijk vastgoed In het Integraal huisvestingsplan onderwijs 2021 – 2036 staat aangegeven wat de beoogde plannen en aanpak per schoolgebouw zijn. Verbeteren en vernieuwen van sportaccommodaties wordt bekeken bij ontwikkeling van de woongebieden en onderwijslocaties. Daarnaast betekent de aanscherping van de landelijke verplichting voor het nemen van verduurzamingsmaatregelen die snel terugverdiend kunnen worden, dat gemeente en beheerders verantwoordelijk zijn voor verduurzaming, afhankelijk van de activiteit die dit betreft. Tenslotte kunnen cultuurgebouwen op eigen verzoek worden geholpen bij verduurzaming op een wijze die past bij hun functie en unieke karakter. Voor maatschappelijk vastgoed geldt vaak dat er weinig middelen beschikbaar zijn om de verduurzaming te financieren. Dit brengt het risico met zich mee dat energiekosten op termijn te hoog worden voor maatschappelijke organisaties om te blijven voortbestaan. Om deze organisaties te helpen bij de financiering van verduurzamings maatregelen, onderzoekt Schiedam of een revolverend fonds opgezet kan worden. Een revolverend fonds verstrekt financiering en gebruikt de binnenkomende aflossingen en rentebetalingen om weer nieuwe financieringen te verstrekken.
Monumenten Monumenten vormen een bijzondere categorie gebouwen waar Schiedam er veel van heeft. Schiedam heeft 236 rijksmonumenten en 356 gemeentelijke monumenten, waarvan het grootste deel zich in de binnenstad en Kethel bevindt7. De gemeente en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (voor rijksmonumenten) hebben duidelijke kaders voor welke ingrepen wel en niet mogen. Ook hebben zij financiële middelen beschikbaar voor onderhoud, renovatie en verduurzaming. Zo kan het revolverend Schiedams Monumentenfonds net als het Nationaal Restauratiefonds worden ingezet voor renovatie en verduurzaming. De gemeente helpt niet alleen met een financiële regeling, maar ook met advies én door het voorbeeld te geven. De gemeente is zelf namelijk een van de grootste eigenaren van beschermde monumenten.8 Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
21
Openbare ruimte Het energieverbruik in de openbare ruimte die de gemeente beheert, kent als hoofdverbruikers openbare verlichting en riolen. Daarnaast zijn er kleinere verbruikers zoals bijvoorbeeld verkeersregelinstallaties. Uitzetten van deze installaties is geen optie om gevaarlijke situaties te voorkomen. Waar al wel veel energie bespaard wordt, is bij het onderdeel openbare verlichting. In de afgelopen jaren is bij planmatige onderhoudsen vervangingswerkzaamheden al overgeschakeld op LED (light emitting diode)-verlichting en deze aanpak wordt voortgezet. Ook is de toepassing van energiezuinige motoren bij de vervanging van pompen in gemalen een aandachtspunt. Maatregel
Bijdrage aan doelstelling
Het opstellen van een Programma van Eisen omtrent duurzaamheid voor maatschappelijk vastgoed in bezit van de gemeente, o.a. op basis van de EPBD-IV criteria, om gezamenlijke sturing hierop te vergemakkelijken.
CO₂-reductie
De gemeente zet een energiebeheerder in die m.b.v. het energiemonitoringssysteem E+K energielekken identificeert en verbeteringsvoorstelling doet die op korte termijn kunnen worden geïmplementeerd.
CO₂-reductie
De mogelijkheid wordt onderzocht om een revolverend fonds in te richten voor verduurzaming van de stad, bijvoorbeeld voor maatschappelijk vastgoed dat niet in het bezit is van de gemeente. Zie hiervoor hoofdstuk 4. Financiën.
CO₂-reductie + Iedereen kan meedoen
Tabel 5: Overzicht van maatregelen gericht op verminderen van energieverbruik bij gemeentelijk vastgoed
Monumenten
Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
22
3.2 Industrie en Werklocaties Dit onderdeel richt zich op alle werklocaties, waarmee worden bedoeld: bedrijventerreinen, kantoorlocaties en winkel- en voorzieningencentra. Figuur 4 laat zien waar deze zich in Schiedam bevinden.
Legenda Detailhandelslocaties Bedrijventerreinen (blauw = maritiem, rood = overig) Milieucategorieën 5 Milieucategorieën 4 Milieucategorieën 3 Milieucategorieën 2 data: Economische Visie Schiedam (2021) en Gronddatabank (2024)
Figuur 4: Overzicht industrie- en werklocaties in Schiedam
Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
23
Bedrijventerreinen in Schiedam Schiedam heeft een aanzienlijk areaal bedrijventerreinen en huisvest veel bedrijven in de innovatieve maakindustrie. Het gemeentelijke economische beleid is dan ook gericht op doorontwikkeling van de sterke maakbedrijfsclusters. Ondanks dat het aandeel van CO₂-uitstoot door de Schiedamse industrie relatief klein is ten opzicht van de gebouwde omgeving en mobiliteit (zoals weergegeven in Figuur 1), valt er zeker veel te verbeteren. Over het algemeen zijn bedrijven grote energieverbruikers. Als bedrijven hun CO₂-uitstoot reduceren door minder fossiele brandstoffen te gebruiken en meer met elektriciteit te werken, ontstaat extra druk op het elektriciteitsnet. Vandaar dat de inzet voor industrie en werklocaties vanuit dit omgevingsprogramma zich richt op vermindering en verduurzaming van het energieverbruik door bedrijven en het beschikbaar houden van capaciteit op het elektriciteitsnet. Deze richting sluit goed aan bij de economische doelstellingen, gericht op een toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat. Veel bedrijven hebben in de afgelopen jaren te maken gehad met gestegen energiekosten. Naast gestegen kosten zien sommige bedrijven hun (toekomstige) groei- en verduurzamingsmogelijkheden ook beperkt worden door verminderde beschikbaarheid van aansluitingen op het elektriciteitsnet (netcongestie).
Deze belemmering geldt vooralsnog alleen voor grootverbruikers (aansluiting groter dan 3 x 80 Ampère), die hoofdzakelijk op bedrijventerreinen gevestigd zijn. Echter zouden ook bedrijven met een kleinere aansluiting hier in de toekomst last van kunnen krijgen. Om voldoende netruimte voor huidige en toekomstige bedrijvigheid te bieden en CO₂uitstoot te reduceren, wordt op bedrijventerreinen vanuit dit programma ingezet op energiebesparing, lokale opwek van energie die lokaal wordt afgenomen, en verdere verduurzaming van het energieverbruik. Naast aanzienlijke reductie van CO₂-uitstoot van bedrijfsactiviteiten verlagen bedrijven hiermee hun energiekosten en vergroten ze de mogelijkheid om voldoende netcapaciteit te houden voor eventuele uitbreiding van bedrijfsactiviteiten. Bovendien leidt verduurzaming vaak tot oplossingen die schoner en stiller zijn, en daarmee bijdragen aan een aangenamer woon- en werkklimaat in Schiedam. Binnen de gemeente zijn drie omvangrijke en langlopende gebiedsontwikkelingen op bedrijventerreinen in uitvoering, te weten: Spaanse Polder/’s Gravelandsepolder (SchieDistrict), Nieuw Mathenesse en Schiedamse Havens. Deze gebiedsontwikkelingen dragen bij aan de verduurzaming van industrie en werklocaties en staan hieronder kort beschreven. Zie hiervoor ook de Ruimtelijke raamwerken Havens en Nieuw Mathenesse en het ontwikkelperspectief SchieDistrict.
SchieDistrict In het SchieDistrict worden de ’s-Gravelandsepolder en Spaanse Polder momenteel ontwikkeld tot een goed bereikbaar gemengd bedrijventerrein voor onder andere stadsverzorgende economie, innovatieve ondernemingen, hightech maakindustrie en start- en grow-/scale-ups.9 Een goed voorbeeld hiervan is de Mechatronica Innovatie Campus Schiedam (MICS). De gemeentelijke praktijkrichtlijn (GPR) gebouwen focust op meerdere aspecten van duurzaamheid; energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Voor SchieDistrict is actief aandacht voor onder andere benutting van het dakoppervlak voor (gezamenlijke) energieopwek, energieopslag en -uitwisseling. Voor het optimaal benutten van bodemenergie in het SchieDistrict ontwikkelt de gemeente, samen met betrokken partijen, een bodemenergieplan.
Omgevingsprogramma Klimaat | Deelprogramma Klimaatmitigatie
24
Nieuw-Mathenesse In Nieuw-Mathenesse bevindt zich onder meer het distilleercluster, wordt een stedelijk interactie (woon/ werk) milieu ontwikkelt en is ook veel stadsverzorgende bedrijvigheid gevestigd.10 Er wordt gewerkt aan een warmte-koudeopslag in het plangebied van Nieuw-Mathenesse. Ook wordt actief ingezet op het stimuleren van benutting van daken en eventueel geveloppervlakten voor zonnepanelen en vergroening.
Schiedamse Havens Het bedrijventerrein Schiedamse Havens huisvest het maritieme-/offshorecluster, met diverse internationaal opererende innovatieve maakbedrijven, o.a. op het gebied van offshore hernieuwbare energie, scheepsbouw en -reparatie. Hier wordt door de gemeente ingezet op verdere verduurzaming van de gebouwen en bedrijfsprocessen in brede zin. De gemeente faciliteert ondernemers door onder andere het begeleiden van subsidieaanvragen bij hogere overheden op het gebied van verduurzaming. Veel bedrijven hebben zelf al de omslag gemaakt van fossiele naar hernieuwbare energie en er zijn wereldspelers op het gebied van duurzame energie actief. De gebouwde omgeving in de Havens heeft gemiddeld een goed energielabel, wat wil zeggen minimaal label C. Met name op Vijfsluizen zijn de bedrijfspanden van recente datum. Op Vijfsluizen is een Bedrijven Investeringszone (BIZ) ingericht. Binnen deze BIZ worden mogelijkheden voor een energiehub verkend.
Brede aanpak verduurzaming bedrijven De gemeente brengt (nuts)bedrijven en andere betrokken partijen samen om kennis te delen, samenwerking te versterken en initiatieven te faciliteren die bijdragen aan de beschikbaarheid van duurzame energiebronnen. Door initiatieven te ondersteunen en partijen te verbinden, creëert de gemeente een omgeving waarin gezamenlijke oplossingen voor elektriciteit, zonne-energie, (bodem)warmte en op termijn waterstof kunnen worden verkend en ingezet. Deze aanpak versterkt de aanwezigheid van lokaal beschikbare duurzame energie. De gemeente ondersteunt bedrijven en maatschappelijke instellingen daarom bij het efficiënt gebruiken, delen en benutten van duurzame energie. Zo draagt de gemeente bij aan een toekomstbestendig vestigingsklimaat en een geleidelijke overgang van fossiele naar hernieuwbare energie. Om in 2050 tot een CO₂-arme gebouwenvoorraad te komen heeft de rijksoverheid voor alle gebruiksfuncties inmiddels onderzoeken laten uitvoeren, zodat duidelijk wordt op welk niveau de norm qua energieprestatie zou moeten liggen. Zodra de eindnorm bekend is gemaakt, kan deze ook verwerkt worden in bestaande instrumenten, zoals de subsidies en fiscale instrumenten (EIA, of Energie-investeringsaftrek).
In 2025 worden ook de wettelijke eisen bij verbouw aangescherpt, waardoor meer duidelijkheid komt over de minimaal te behalen energieprestatie per bouwdeel. Dit betekent dat het dan mogelijk en belangrijk is om bedrijven en organisaties gerichter te adviseren over maatregelen voor verduurzaming van hun (utiliteits)gebouwen. Bovendien gaan het Europese handelssysteem ETS-2 en de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD IV) in Nederlandse wetgeving vertaald worden. Deze laatste houdt onder andere in dat in 2030 16% en in 2033 26% (ten opzichte van 2020) van de slechtst presterende utiliteitsgebouwen gerenoveerd moeten worden11.