18e Wijzigingsbesluit APV Schiedam 2013
Tekst van het document
indien is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens de hoofdstuk van deze verordening gestelde bepalingen; f. indien is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; g. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering 19
integriteitsbeoordelingen door het openbaar integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; bestuur; h. indien de openbare orde gevaar loopt of het h. indien de openbare orde gevaar loopt of het woon- en leefomgeving nadelig wordt beïnvloed woon- en leefomgeving nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting; door de aanwezigheid van de seksinrichting; i. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben i. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid of de woon- voor de openbare orde of veiligheid of de woonen leefomgeving; en leefomgeving; j. indien de veiligheid of de gezondheid van j. indien de veiligheid of de gezondheid van werkzame personen of klanten nadelig wordt werkzame personen of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het beïnvloed door de aanwezigheid van het seksbedrijf; seksbedrijf; k. indien de exploitant of de leidinggevende k.
indien de exploitant of de leidinggevende betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het seksbedrijf, dan wel toestaat of vanuit het seksbedrijf, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn seksbedrijf strafbare feiten of gedoogt dat in zijn seksbedrijf strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd, waarmee de activiteiten worden gepleegd, waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; openbare orde nadelig wordt beïnvloed; l. indien de exploitant of de leidinggevende het l. indien de exploitant of de leidinggevende het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; bepaalde belemmert of bemoeilijkt; m. indien er bij het seksbedrijf personen te m. indien er bij het seksbedrijf personen te werkgesteld zijn die onherroepelijk zijn werkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel; voor mensenhandel; n. indien gedurende ten minste zes maanden n. indien gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning. geen gebruik is gemaakt van de vergunning.
Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. W Artikel 4:1 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 4:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer
Artikel 4:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; b. Inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het
b. Inrichting: een inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit;
20
Besluit; c. Houder van een inrichting: degene die als c. Houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; een inrichting drijft; d. Collectieve festiviteit: festiviteit die niet d. Collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; is verbonden; e. Incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit e. Incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen. inrichtingen. Toelichting op de wijziging Deze wijziging strekt ertoe de bepalingen over het voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting binnen of vanuit inrichtingen te handhaven. Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen de artikelen 4:1 tot en met 4:5 van de APV uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden. Voor handhaving van de status quo moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Ow geldt, dus van toepassing blijven. Het gaat om de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow.
X Artikel 4:5 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 4:5 Onversterkte muziek 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. e. Tabel
Artikel 4:5 Onversterkte muziek 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. e. Tabel
21
07.0019.00 uur
19.0023.00 uur
23.0007.00 uur
07.0019.00 uur
19.0023.00 uur
23.0007.00 uur
LAr.LT op de gevel 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) van gevoelige gebouwen LAr.LT in in- en aanpandige 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) gevoelige gebouwen LAmax op de gevel 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) van gevoelige gebouwen LAmax in in- en aanpandige 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) gevoelige gebouwen
LAr.LT op de gevel 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) van gevoelige gebouwen LAr.LT in in- en aanpandige 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) gevoelige gebouwen LAmax op de gevel 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) van gevoelige gebouwen LAmax in in- en aanpandige 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) gevoelige gebouwen
2. Voor de duur van acht uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonieen fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. 3. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing. 4. Onverminderd het bepaalde in lid 1 tot en met lid 3 van dit artikel, zijn de artikelen 4:2 en 4:3 van overeenkomstige toepassing. 5. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid binnen in een inrichting blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. Toelichting op de wijziging Zie de toelichting bij het vorige onderdeel.
2. Voor de duur van acht uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonieen fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. 3. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing. 4. Onverminderd het bepaalde in lid 1 tot en met lid 3 van dit artikel, zijn de artikelen 4:2 en 4:3 van overeenkomstige toepassing. 5. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid binnen in een inrichting blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
Y Artikel 4:6 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt
Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 22
veroorzaakt. 2. Het college kan van het verbod ontheffing 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. verlenen. 3. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties geregelde onderwerp wordt voorzien door de waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of het Bouwbesluit of de Provinciale de provinciale omgevingsverordening. milieuverordening. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. toepassing. Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. Z Artikel 4:13 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere
a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere
23
regels stellen. regels stellen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien krachtens de Wet waarin wordt voorzien bij of krachtens de ruimtelijke ordening of door of krachtens de Omgevingswet of de provinciale Provinciale Verordening. omgevingsverordening. Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. AA Artikel 4:15 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 1. Het is verboden om zonder vergunning van het college op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is. 2. Het verbod geldt niet voor onverlichte: opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg; opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid; opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50m² en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op: een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd; opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar
vervoer, indien deze zijn aangebracht ten
Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 1. Het is verboden om zonder vergunning van het college op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is. 2. Het verbod geldt niet voor onverlichte: a. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg; b. opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid; c. opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50m² en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op: 1° een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; 2° het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd; d. opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; e.
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten 24
dienste van dat vervoer. dienste van dat vervoer. 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijk opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits deze opschriften of hebben, mits deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen weken op aankondigingen niet langer dan negen weken op de onroerende zaak aanwezig zijn. de onroerende zaak aanwezig zijn. 4. Het is verboden door een opschrift, 4. Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het aankondiging of afbeelding als bedoeld in het tweede en derde lid de veiligheid van het tweede en derde lid de veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te veroorzaken. voor de omgeving te veroorzaken. 5. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid 5. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: kan worden geweigerd: a. indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, a. indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; aan redelijke eisen van welstand; b.
in het belang van de verkeersveiligheid; b. in het belang van de verkeersveiligheid; c. in het belang van de voorkoming of beperking c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. nabijheid gelegen onroerende zaak. 6. a. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor 6. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de provinciale Verordening voorzien door de provinciale Bescherming Landschap en Natuur Zuid-Holland; omgevingsverordening. b. De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer. Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. AB Artikel 4:17 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 4:17 Begripsbepaling Artikel 4:17 Begripsbepaling In deze afdeling wordt onder kampeermiddel In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen of voertuig waarvoor verstaan: een niet-grondgebonden onderkomen geen omgevingsvergunning voor het bouwen in of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is recreatief nachtverblijf. vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Toelichting op de wijziging De definitie van kampeermiddel wordt aangepast. Door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, die gelijktijdig met de Ow in werking treedt, worden bouwwerken in gevolgklasse 1 vergunningvrij (bouwtechnisch deel). Grondgebonden recreatiewoningen vallen onder gevolgklasse 1 en zouden 25
met alleen een aanpassing van de verwijzing in artikel 4:17 onder het begrip kampeermiddel komen te vallen. Dat is ongewenst. Het moet gaan om een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. AC Artikel 4:18 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd bestemd of mede bestemd. of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. rechthebbende op een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid. verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang de ontheffing worden geweigerd in het belang van: van: a. de bescherming van natuur en landschap; a. de bescherming van natuur en landschap; b. de bescherming van een stadsgezicht. b. de bescherming van een stadsgezicht. 5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de 5.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. toepassing. Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. AD Artikel 5:5 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.
Toelichting op de wijziging 26
Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. AE Artikel 5:6 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 5:6 Caravans e.d. Artikel 5:6 Caravans e.d. 1. Het is verboden een woonwagen, 1. Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper, kampeerwagen, caravan, camper, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd. andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben. de weg te plaatsen of te hebben. 2. Het college kan wegen en weggedeelten 2. Het college kan wegen en weggedeelten aanwijzen waar het onder het eerste lid gestelde aanwijzen waar het onder het eerste lid gestelde verbod niet geldt. verbod niet geldt. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het in 3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. het eerste lid gestelde verbod. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet 4.
Het eerste lid is niet van toepassing op voorzover in het daarin geregelde onderwerp beperkingengebiedactiviteiten met betrekking wordt voorzien door het Provinciaal tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of wegenreglement of de Provinciale krachtens de provinciale landschapsverordening. omgevingsverordening. Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. AF Artikel 5:10 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen 1. Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen daar te parkeren waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen ondervinden. 2. Dit verbod geldt niet voor zover de Wet milieubeheer van toepassing is.
Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen 1. Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen daar te parkeren waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen ondervinden. 2. Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin is voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.
Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. AG
27
Artikel 5:18 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te college een standplaats in te nemen of te hebben. hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, strijd met het omgevingsplan. beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: de vergunning worden geweigerd: a. indien de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij a. indien de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; redelijke eisen van welstand; b. een kwantitatieve of territoriale beperking b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. een dwingende reden van algemeen belang. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de 4.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. toepassing. Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. AH Artikel 5:20 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing niet voor zover in het daarin geregelde op beperkingengebiedactiviteiten met onderwerp wordt voorzien door de Wet betrekking tot een weg of waterstaatswerk milieubeheer, de Wet beheer waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de rijkswaterstaatswerken of het provinciale Omgevingswet of de provinciale wegenverordening. omgevingsverordening. 2. De weigerings grond van artikel 5:18, derde 2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken. lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken. Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. AI Artikel 5:21 wordt als volgt gewijzigd: 28
Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht Het college houdt de aanvraag om een [vervallen] standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag een activiteit betreft waarvoor tevens een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is vereist en indien geen toepassing kan worden gegeven aan het tweede lid, tot de dag waarop is beslist op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet Milieubeheer. Toelichting op de wijziging Artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is vervallen per 1 oktober 2010. Artikel 5:21 heeft dus geen relevantie meer en kan komen te vervallen. AJ Artikel 5:23 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Het is verboden zonder vergunning van de 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren. burgemeester een snuffelmarkt te organiseren. 2. Het verbod geldt niet voor ruimten die 2. Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. van de Winkeltijdenwet. 3. De burgemeester weigert de vergunning 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend wegens strijd met het omgevingsplan. bestemmingsplan. 4. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is 4. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. AK Artikel 5:24 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit
Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit 29
door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college. 3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. 4. Van de melding wordt kennis gegeven op de door het gemeentebestuur vastgestelde wijze. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening, de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Schiedam 2017 of de Telecommunicatiewet.
door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college. 3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. 4. Van de melding wordt kennis gegeven op de door het gemeentebestuur vastgestelde wijze. 5. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Schiedam 2017 of de Telecommunicatiewet.
Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. AL Artikel 5:28 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen. 2. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregeld onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening. 30
rijkswaterstaatwerken of de Provinciale vaarwegenverordening. Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. AM Artikel 5:30 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 5:30 Veiligheid op het water Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. kan ondervinden. 2. Het is verboden te klimmen, zich daarop te 2. Het is verboden te klimmen, zich daarop te begeven of zich te bevinden op bolders, begeven of zich te bevinden op bolders, aanlegpalen, duikers, pompen, bakens, sluizen aanlegpalen, duikers, pompen, bakens, sluizen en dergelijke waterstaatswerken. en dergelijke waterstaatswerken. 3. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor 3. Het in het eerste lid bepaalde is niet van zover de Scheepvaartverkeerswet, toepassing op situaties waarin wordt voorzien Binnenvaartpolitiereglement, de wet beheer door de Scheepvaartverkeerswet, het rijkswaterstaatswerken en de Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale Vaarwegenverordening Zuid-Holland van omgevingsverordening of het bepaalde bij of toepassing is. krachtens de Omgevingswet. Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. AN Artikel 5:32 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets, een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; b. in het belang van de bescherming van het
Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets, een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; b. in het belang van de bescherming van het 31
uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren.
uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.
Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. AO Artikel 5:34 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst
Voorgestelde tekst
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening. Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. Artikel II
32
De artikelsgewijze toelichting bij de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013 wordt gewijzigd conform bijlage 1 bij dit wijzigingsbesluit. Artikel III 1. Dit besluit treedt in werking op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt. 2. In afwijking van het eerste lid treden de onderdelen W en X van artikel I in werking op de dag direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 20 september 2022. De griffier a.i.,
De voorzitter,
M.A.J.R. Hermans
C.H.J. Lamers
33