CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

18e Wijzigingsbesluit APV Schiedam 2013

Raadscommissie 13 september 2022, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsvoorstel Technische wijziging Algemene Plaatselijke Verordening vanwege Omgevingswet15.726 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

18e Wijzigingsbesluit Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013 De raad van de gemeente Schiedam; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouder van 23 augustus 2022, nr. 22VR029; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, 2.21, eerste lid, onder a en b, en 3.148, tweede lid, onder a, van het Activiteitenbesluit milieubeheer juncto artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; besluit vast te stellen de volgende wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013.

Artikel I A Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; b. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; c. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; d. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet; e. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; f. bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening;

Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; b. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; c. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; d. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet; e. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; f. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; g. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te

g. gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid,onder c, van de Woningwet; h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te

1

dienen; i. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; j. vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten; k. woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd.

dienen; i. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; j. vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten; k. woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd; l. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet.

Toelichting op de wijziging De definities van bouwwerk, gebouw en bevoegd gezag worden aangepast als gevolg van de Ow. De definitie van beperkingengebiedactiviteit wordt toegevoegd, waarbij wordt verwezen naar de bijlage, onder A, bij de Ow. Dit begrip komt voor in diverse artikelen van de APV. Volgens genoemde bijlage is een beperkingengebied een bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit binnen een beperkingengebied. In verschillende artikelen van de APV staat dat een verbod niet van toepassing is op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de provinciale wegenverordening of het provinciaal wegenreglement. Dat wordt dan vervangen door de tekst dat het verbod niet van toepassing is op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Ow, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening. B Artikel 1:2 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 1:2 Beslistermijn Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. hoogste acht weken verdagen. 3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 3. Dit artikel is niet van toepassing op een van de Wet algemene bepalingen aanvraag om een omgevingsvergunning. omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, artikel 2:11, tweede lid, aanhef en onder a, of artikel 4:15. Toelichting op de wijziging In het derde lid wordt opgenomen dat het artikel niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft 2

de Ow een uitputtende regeling voor beslistermijnen (paragrafen 16.5.2 en 16.5 3 van de Ow). C Artikel 1:4 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Toelichting op de wijziging In het derde lid wordt opgenomen dat het artikel niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Ow een uitputtende regeling voor het nakomen van voorschriften (artikel 5.5 van de Ow, eventueel in samenhang met artikel 22.8 van de Ow en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit). D Artikel 1:5 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Elke vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 1. Elke vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Toelichting op de wijziging In het tweede lid wordt opgenomen dat het artikel niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, regelt de Ow uitputtend voor wie de omgevingsvergunning geldt (artikel 5.37 van de Ow). E Artikel 1:6 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

Voorgestelde tekst Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 3

1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. de werkelijke situatie afwijkt van de vergunde situatie; of f. de houder dit verzoekt. 2. De duur van de vergunning of ontheffing kan worden gewijzigd naar bepaalde tijd als de vergunning of ontheffing is verleend voor onbepaalde tijd, het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. de werkelijke situatie afwijkt van de vergunde situatie; of f. de houder dit verzoekt. 2. De duur van de vergunning of ontheffing kan worden gewijzigd naar bepaalde tijd als de vergunning of ontheffing is verleend voor onbepaalde tijd, het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Toelichting op de wijziging In het derde lid wordt opgenomen dat het artikel niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Ow een uitputtende regeling voor intrekking of wijziging van een omgevingsvergunning (paragraaf 5.1.5 van de Ow). F Artikel 2:10 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden de weg, een weggedeelte of een andere openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt aan de weg, het weggedeelte of de openbare plaats; b. de bruikbaarheid van de weg, het weggedeelte of de openbare plaats belemmert; c. een belemmering vormt voor het beheer en

Voorgestelde tekst Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden de weg, een weggedeelte of een andere openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt aan de weg, het weggedeelte of de openbare plaats; b. de bruikbaarheid van de weg, het weggedeelte of de openbare plaats belemmert; c. een belemmering vormt voor het beheer en 4

onderhoud van de weg, het weggedeelte of de openbare plaats; d. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden. 3. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. De ontheffing wordt door het bevoegde bestuursorgaan verleend als omgevingsvergunning als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 5. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:25; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c. overige gevallen waarbij krachtens een wettelijke regeling reeds een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 6. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de provinciale wegenverordening.

onderhoud van de weg, het weggedeelte of de openbare plaats; d. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden. 3. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.

4. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:25; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c. overige gevallen waarbij krachtens een wettelijke regeling reeds een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 5. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. G Artikel 2:11 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend:

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

5

a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit; b. door het college in de overige gevallen. 3. Het verbod is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Schiedam 2017. 5. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

2. Het verbod is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht. 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht, het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Schiedam 2017.

Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. H Artikel 2:12 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten. 3. Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of

Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten. 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de 6

de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.

Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. I Artikel 2:14 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 2:14 Winkelwagentjes 1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze: a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf. 2. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. 3. Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Artikel 2:14 Winkelwagentjes 1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze: a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf. 2. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. 3. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.

Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. J Artikel 2:21 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het bepaalde geldt niet voor zover in het 2. Het eerste lid is niet van toepassing op daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of 10 van de Omgevingswet. de Belemmeringenwet Privaatrecht. Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. K 7

Artikel 2:23 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. verijdelen of te belemmeren. 2. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties geregelde onderwerp wordt voorzien door het waarin wordt voorzien door het Wetboek van Wetboek van Strafrecht of de Provinciale Strafrecht of de provinciale vaarwegenverordening. omgevingsverordening. Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. L Artikel 2:28a wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 2:28a Weigeringsgronden exploitatievergunning 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning, indien: a. de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. Hierbij wordt een bij het horecabedrijf behorend terras buiten beschouwing gelaten; b. de exploitant(-en) of leidinggevende(n) niet voldoen aan de eisen die bij en krachtens artikel 8, eerste en tweede lid, van de Alcoholwet worden gesteld, met dien verstande dat de minimale leeftijd van 18 jaar is bereikt, tenzij het exploitanten en leidinggevenden ten behoeve van een coffeeshop betreffen die in dat geval de minimale leeftijd van 21 jaar moeten hebben bereikt. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan

Artikel 2:28a Weigeringsgronden exploitatievergunning 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning, indien: a. de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met het omgevingsplan. Hierbij wordt een bij het horecabedrijf behorend terras buiten beschouwing gelaten;

b. de exploitant(-en) of leidinggevende(n) niet voldoen aan de eisen die bij en krachtens artikel 8, eerste en tweede lid, van de Alcoholwet worden gesteld, met dien verstande dat de minimale leeftijd van 18 jaar is bereikt, tenzij het exploitanten en leidinggevenden ten behoeve van een coffeeshop betreffen die in dat geval de minimale leeftijd van 21 jaar moeten hebben bereikt. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan 8

de burgemeester de vergunning geheel of de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van het de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde op horecabedrijf en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Bij ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Bij toepassing van deze weigeringsgrond houdt de toepassing van deze weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met: burgemeester rekening met: a. het karakter van de straat en van de wijk a. het karakter van de straat en van de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen of zal komen waarin het horecabedrijf is gelegen of zal komen te liggen; te liggen; b. de aard van het horecabedrijf; b. de aard van het horecabedrijf; c. de spanning waaraan het woonmilieu ter c. de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van het horecabedrijf; staan door de exploitatie van het horecabedrijf; d. de wijze van bedrijfsvoering van de d.

de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant(en) en leidinggevende(n) van het exploitant(en) en leidinggevende(n) van het horecabedrijf in dit horecabedrijf of in andere horecabedrijf in dit horecabedrijf of in andere horecabedrijven. horecabedrijven. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 en 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 en lid 2 van dit artikel, kan de burgemeester indien lid 2 van dit artikel, kan de burgemeester indien de vergunningaanvraag (tevens) een terras de vergunningaanvraag (tevens) een terras betreft, de hiertoe benodigde ingebruikneming betreft, de hiertoe benodigde ingebruikneming van de openbare plaats weigeren: van de openbare plaats weigeren: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; van de weg; b. als dat gebruik afbreuk doet aan andere b.

als dat gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de openbare ruimte, publieke functies van de openbare ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan. aanzien daarvan. Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. M Artikel 2:40b wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 2:40b Weigering vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning: a. als het maximaal aantal af te geven vergunningen is verleend; b. als de exploitatie strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan, een stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening in de zin van de Wet op de stads- en

Artikel 2:40b Weigering vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning: a. als het maximaal aantal af te geven vergunningen is verleend; b. als de exploitatie strijd oplevert met het omgevingsplan;

9

dorpsvernieuwing; c. als de speelautomatenhal of het gamecenter c. als de speelautomatenhal of het gamecenter niet zal worden geëxploiteerd in het door de niet zal worden geëxploiteerd in het door de gemeenteraad, op bijlage 3, aangewezen gebied; gemeenteraad, op bijlage 3, aangewezen gebied; d. als de speelautomatenhal of het gamecenter d. als de speelautomatenhal of het gamecenter niet rechtstreeks vanaf de openbare weg of niet rechtstreeks vanaf de openbare weg of vanaf een centrale entree voor het publiek vanaf een centrale entree voor het publiek toegankelijk is; toegankelijk is; e. als de exploitant en/of leidinggevende de e. als de exploitant en/of leidinggevende de leeftijd van 21 jaar niet heeft bereikt; leeftijd van 21 jaar niet heeft bereikt; f. als een exploitant of leidinggevende niet f. als een exploitant of leidinggevende niet voldoet aan de eisen gesteld in artikel 4 van het voldoet aan de eisen gesteld in artikel 4 van het Besluit; Besluit; g. als door de aanwezigheid van de g.

als door de aanwezigheid van de speelautomatenhal of het gamecenter naar het speelautomatenhal of het gamecenter naar het oordeel van de burgemeester de woon- en oordeel van de burgemeester de woon- en leefsituatie in de naaste omgeving of het leefsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat/winkelbuurt op karakter van de winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. N Artikel 2:40m wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 2:40m Vergunning uitoefening bedrijf 1. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a. in een door het college op grond van het eerste lid van artikel 2:40l aangewezen gebouw of gebied voor door het college benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of b. indien de uitoefening van het bedrijf een door het college op grond van het eerste lid van artikel 2:40l aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met

Artikel 2:40m Vergunning uitoefening bedrijf 1. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a. in een door het college op grond van het eerste lid van artikel 2:40l aangewezen gebouw of gebied voor door het college benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of b. indien de uitoefening van het bedrijf een door het college op grond van het eerste lid van artikel 2:40l aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met 10

het in de aanvraag vermelde in het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; overeenstemming zal zijn; e. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf e. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; bepaalde; 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester een vergunning als weigert de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid indien de vestiging of bedoeld in het eerste lid indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend de exploitatie in strijd is met het omgevingsplan bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk of andere bij of krachtens de Omgevingswet exploitatieplan, een geldende gestelde regels. beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer. Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. O Artikel 2:40o wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 2:40o Intrekking en wijziging van een vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:40m intrekken of wijzigen indien: a. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of c. de voorschriften verbonden aan de vergunning of de plichten voortvloeiend uit deze afdeling niet worden nageleefd; of d. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of e. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of f. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of g. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid

Artikel 2:40o Intrekking en wijziging van een vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:40m intrekken of wijzigen indien: a. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of c. de voorschriften verbonden aan de vergunning of de plichten voortvloeiend uit deze afdeling niet worden nageleefd; of d. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of e. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of f. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of g. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid 11

vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of bepaalde; of h. de bedrijfsmatige activiteiten door de h. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd dan wel sprake is van exploitant zijn beëindigd dan wel sprake is van een gewijzigde exploitatie; of een gewijzigde exploitatie; of i. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat i. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of vergunning vermelde in overeenstemming is; of j. de vestiging of de exploitatie in strijd is met j. de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend het omgevingsplan of andere bij of krachtens ruimtelijk exploitatieplan, een geldende de Omgevingswet gestelde regels. beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer of een gebiedsplan. Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. P Artikel 2:40w wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 2:40w Vergunning woningverhuur en/of woningbemiddeling 1. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een woning te verhuren als deze woningverhuur valt onder de werking van een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 2:40u, lid 1. 2. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een woning te bemiddelen als deze woningbemiddeling valt onder de werking van een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 2:40v, lid 1. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1 :8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste en tweede lid weigeren: a. ter voorkoming van uitbuiting, onevenredige benadeling en strafbare feiten; b. in het belang van het welzijn van huurders en/of gebruikers; c. in het belang van de leefbaarheid; d. indien de verhuurder en/of het bemiddelingsbedrijf dan wel onder verantwoording van of in opdracht van de verhuurder of het bemiddelingsbedrijf werkende natuurlijke en/of rechtspersonen in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn; e. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met

Artikel 2:40w Vergunning woningverhuur en/of woningbemiddeling 1. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een woning te verhuren als deze woningverhuur valt onder de werking van een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 2:40u, lid 1. 2. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een woning te bemiddelen als deze woningbemiddeling valt onder de werking van een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 2:40v, lid 1. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1 :8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste en tweede lid weigeren: a. ter voorkoming van uitbuiting, onevenredige benadeling en strafbare feiten; b. in het belang van het welzijn van huurders en/of gebruikers; c. in het belang van de leefbaarheid; d. indien de verhuurder en/of het bemiddelingsbedrijf dan wel onder verantwoording van of in opdracht van de verhuurder of het bemiddelingsbedrijf werkende natuurlijke en/of rechtspersonen in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn; e. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met 12

het in de aanvraag vermelde in het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; overeenstemming zal zijn; f. indien er aanwijzingen zijn dat voor de f. indien er aanwijzingen zijn dat voor de verhuurder en/of het bemiddelingsbedrijf verhuurder en/of het bemiddelingsbedrijf personen werkzaam zijn in strijd met het bij of personen werkzaam zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde. Vreemdelingenwet 2000 bepaalde. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1 : 8 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1 : 8 weigert de burgemeester een vergunning als weigert de burgemeester een vergunning als bedoeld in de te vergunning activiteit bedoeld in de te vergunning activiteit strijdigheden oplevert met een geldend strijdigheden oplevert met het omgevingsplan bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk of andere bij of krachtens de Omgevingswet exploitatieplan, een geldende gestelde regels. beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer. Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. Q Artikel 2:46 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke 1. Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist. 2. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het provinciale wegenverordening.

Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke 1. Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist. 2. Dit verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.

Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. R Artikel 2:60 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen

Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen 13

plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:

plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven; of d. te voeren. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid. 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

a. aanwezig te hebben, of b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels, of c. aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven; d. te voeren. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod. 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. Verder is van de gelegenheid gebruik gemaakt een paar redactionele foutjes in het artikel te herstellen. S Artikel 2:71 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 2:71 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. consumentenvuurwerk: consumentenvuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1 van het Vuurwerkbesluit, niet zijnde fopen schertsvuurwerk;

Artikel 2:71 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. consumentenvuurwerk: vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik, niet zijnde fopen schertsvuurwerk; b. exploitant: de natuurlijke perso(o)n(en) of rechtspersoon, voor wiens rekening en risico het vuurwerkverkooppunt wordt geëxploiteerd; c. leidinggevende: o de natuurlijke persoon die algemene leiding geeft aan een onderneming waarin de vuurwerkverkooppunt wordt geëxploiteerd; o de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van de vuurwerkverkooppunt; d. fop- en schertsvuurwerk: fop- en schertsvuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1 van

b. exploitant: de natuurlijke perso(o)n(en) of rechtspersoon, voor wiens rekening en risico het vuurwerkverkooppunt wordt geëxploiteerd; c. leidinggevende: o de natuurlijke persoon die algemene leiding geeft aan een onderneming waarin de vuurwerkverkooppunt wordt geëxploiteerd; o de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van de vuurwerkverkooppunt; d. fop- en schertsvuurwerk: fop- en schertsvuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1 van

14

het Vuurwerkbesluit. het Vuurwerkbesluit. Toelichting op de wijziging In dit artikel wordt de definitie van consumentenvuurwerk aangepast. In artikel 5.43 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet wordt het Vuurwerkbesluit gewijzigd. De definitie van consumentenvuurwerk vervalt. Overal waar consumentenvuurwerk staat wordt dit in het Vuurwerkbesluit vervangen door ‘vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik’. Voor de toepassing van de APV wordt het begrip consumentenvuurwerk gehandhaafd. De verwijzing naar het Vuurwerkbesluit wordt vervangen door bovengenoemde definitie. T Artikel 2:72 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen 1. Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester verleent ten hoogste acht vergunningen, als bedoeld in het eerste lid. 3. Onverminderd de artikelen 1:6 en 1:8 kan de burgemeester de exploitatievergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken, tijdelijk opschorten of wijzigen, indien: a.

in of vanuit het vuurwerkverkooppunt zich een feit voordoet of zich feiten hebben voorgedaan of aannemelijk is dat in de toekomst zich een feit of feiten gaan voordoen waardoor de openbare orde en veiligheid of het woon- of leefklimaat in de omgeving van het vuurwerkverkooppunt nadelig zal worden beïnvloed; b. de exploitant of de beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het vuurwerkverkooppunt, dan wel toestaat of gedoogt dat in het vuurwerkverkooppunt strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd, waarmee de openbare orde of het woon- en leefklimaat nadelig wordt beïnvloed; c. de exploitant of de beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. de vestiging of de exploitatie van het vuurwerkverkooppunt in strijd is met een

Voorgestelde tekst Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen 1. Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester verleent ten hoogste acht vergunningen, als bedoeld in het eerste lid. 3. Onverminderd de artikelen 1:6 en 1:8 kan de burgemeester de exploitatievergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken, tijdelijk opschorten of wijzigen, indien: a. in of vanuit het vuurwerkverkooppunt zich een feit voordoet of zich feiten hebben voorgedaan of aannemelijk is dat in de toekomst zich een feit of feiten gaan voordoen waardoor de openbare orde en veiligheid of het woon- of leefklimaat in de omgeving van het vuurwerkverkooppunt nadelig zal worden beïnvloed; b. de exploitant of de beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het vuurwerkverkooppunt, dan wel toestaat of gedoogt dat in het vuurwerkverkooppunt strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd, waarmee de openbare orde of het woon- en leefklimaat nadelig wordt beïnvloed; c. de exploitant of de beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d.

de vestiging of de exploitatie van het vuurwerkverkooppunt in strijd is met het 15

geldend bestemmingsplan, een geldend omgevingsplan of andere bij of krachtens de ruimtelijk exploitatieplan, een geldende Omgevingswet gestelde regels; beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer; e. de exploitatie een aantasting van het woone. de exploitatie een aantasting van het woonen leefklimaat kan zijn; en leefklimaat kan zijn; f. geen melding is gedaan op grond van het f. geen melding is gedaan op grond van het Vuurwerkbesluit; Vuurwerkbesluit; g. het maximum aantal vergunning reeds is g. het maximum aantal vergunning reeds is verleend. verleend. 4. De vergunningaanvraag wordt ingediend door 4. De vergunningaanvraag wordt ingediend door de exploitant van de inrichting. de exploitant van de inrichting. 5. De vergunning is te allen tijde in de inrichting 5. De vergunning is te allen tijde in de inrichting aanwezig. aanwezig. 6. De vergunning vervalt van rechtswege: 6. De vergunning vervalt van rechtswege: a. indien de beslissing op een aanvraag om een a. indien de beslissing op een aanvraag om een nieuwe vergunning in werking is getreden; nieuwe vergunning in werking is getreden; b. zodra de opslag en verkoop van b. zodra de opslag en verkoop van consumentenvuurwerk wordt beëindigd; consumentenvuurwerk wordt beëindigd; c. indien geen van de exploitanten meer als c. indien geen van de exploitanten meer als zodanig functioneert.

zodanig functioneert. 7. Het college kan nadere regels stellen omtrent 7. Het college kan nadere regels stellen omtrent het bepaalde in dit artikel. het bepaalde in dit artikel. 8. [vervallen] Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. U Artikel 3:9 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 3:9 Weigeringsgronden 1. Een vergunning wordt geweigerd indien: a. de exploitant of de leidinggevende onder curatele staat; b. de exploitant of de leidinggevende is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij; c. de exploitant of de leidinggevende onherroepelijk is veroordeeld voor een geweldsof zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; d. de exploitant of leidinggevende de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of

Artikel 3:9 Weigeringsgronden 1. Een vergunning wordt geweigerd indien: a. de exploitant of de leidinggevende onder curatele staat; b. de exploitant of de leidinggevende is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij; c. de exploitant of de leidinggevende onherroepelijk is veroordeeld voor een geweldsof zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; d. de exploitant of leidinggevende de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of 16

voorschriften; g. de exploitant of leidinggevende minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; h. de exploitant of leidinggevende minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: - bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000 of de Wet arbeid vreemdelingen; - de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; - artikel 69 van de Algemene wet rijksbelastingen; - de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; - de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; - de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie; i. er een maximum als bedoeld in artikel 3:7 is vastgesteld en dit maximum al bereikt is; j.

de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd op zal leveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd of een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:6. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid onder g, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375,- bedraagt;

voorschriften; g. de exploitant of leidinggevende minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; h. de exploitant of leidinggevende minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: - bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000 of de Wet arbeid vreemdelingen; - de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; - artikel 69 van de Algemene wet rijksbelastingen; - de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; - de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; - de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie; i. er een maximum als bedoeld in artikel 3:7 is vastgesteld en dit maximum al bereikt is; j.

de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd op zal leveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:6. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid onder g, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375,- bedraagt; 17

3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Een vergunning kan worden geweigerd: a. voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:11, eerste lid, onder a tot en met d, of tweede lid, onder a tot en met g, is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b. indien niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel 3:8 gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag; c. indien de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend; d. indien het bedrijfsplan niet voldoet aan het bepaalde bij artikel 3:17, eerste en tweede lid; e. indien onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:18 gestelde verplichtingen zal naleven; f.

indien de exploitant of de leidinggevende betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het seksbedrijf, dan wel toestaan of gedoogt dat in zijn seksbedrijf strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd, waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; g. indien de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd; h. er aanwijzingen zijn dat voor of bij de exploitant personen werken of zullen werken die: - als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt; - als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt; - slachtoffer zijn van mensenhandel; - verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 of de Wet arbeid vreemdelingen.

3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Een vergunning kan worden geweigerd: a. voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:11, eerste lid, onder a tot en met d, of tweede lid, onder a tot en met g, is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b. indien niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel 3:8 gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag; c. indien de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend; d. indien het bedrijfsplan niet voldoet aan het bepaalde bij artikel 3:17, eerste en tweede lid; e. indien onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:18 gestelde verplichtingen zal naleven; f.

indien de exploitant of de leidinggevende betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het seksbedrijf, dan wel toestaan of gedoogt dat in zijn seksbedrijf strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd, waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; g. indien de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd; h. er aanwijzingen zijn dat voor of bij de exploitant personen werken of zullen werken die: - als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt; - als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt; - slachtoffer zijn van mensenhandel; - verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 of de Wet arbeid vreemdelingen. 18

Toelichting op de wijziging Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Ow. V Artikel 3:11 wordt als volgt gewijzigd: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 3:11 Intrekkingsgronden 1. De vergunning wordt ingetrokken indien: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; c. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, onder a tot en met h; d. de vergunninghouder dat verzoekt; e. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan, een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:6; 2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken: a. indien is gehandeld in strijd met de artikelen 3:9, vijfde lid, onder h, 3:12, 3:15, 3:17 of 3:18 eerste lid en tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder i; b. indien is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; c. indien in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; d. indien een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of leidinggevende is geworden; e.

indien is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens de hoofdstuk van deze verordening gestelde bepalingen; f. indien is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; g. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering

Artikel 3:11 Intrekkingsgronden 1. De vergunning wordt ingetrokken indien: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; c. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, onder a tot en met h; d. de vergunninghouder dat verzoekt; e. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:6; 2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken: a. indien is gehandeld in strijd met de artikelen 3:9, vijfde lid, onder h, 3:12, 3:15, 3:17 of 3:18, eerste lid en tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder i; b. indien is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; c. indien in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; d. indien een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of leidinggevende is geworden; e.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11779397/1