Was wordt tabel Algemen plaatselijke verordening Schagen 2025 definitief
Tekst van het document
Redactionele aanpassing conform VNG-model. Toevoeging van “en Carbid” aan de titel. Redactionele aanpassing conform model apv van de VNG. Het opnemen van een verbod in lid 5 t.b.v. toekennen feitcode.
Artikel Afdeling 2
Onderwerp Vergunning seksbedrijf
Was
Wordt
Reden
3:7
Weigeringsgronden
Artikel 3:7 Weigeringsgronden Artikel 3:7 Weigeringsgronden Redactionele aanpassing n.a.v. 1. Een vergunning wordt geweigerd als: 1. Een vergunning wordt geweigerd als: de inwerkingtreding van de a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; Omgevingswet. b. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- b. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een geweldsof zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht Lid 1 sub j. “geldend levensgedrag is; levensgedrag is; bestemmingsplan, een c. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; c. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; bestemmingsplan in ontwerp d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het dat ter inzage is gelegd, een in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; beheersverordening” e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen e.
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen Wordt met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; “het omgevingsplan of een f. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn f. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn bekendgemaakte of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar ontwerpwijziging daarvan” hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; g. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat g.
de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: wegens overtreding van: 1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de 1°.
bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; verordening; 2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; 3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; 3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; 4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de 4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994; Wegenverkeerswet 1994; 5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of 5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of 6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. 6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. i. een maximum als bedoeld in artikel 3:5 is vastgesteld en dit maximum al is i. een maximum als bedoeld in artikel 3:5 is vastgesteld en dit maximum al is bereikt; bereikt; j. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een j.
de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is omgevingsplan, of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan of een gelegd, een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4 aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt gelijkgesteld: 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; gelijkgesteld: b. betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake b. betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt. Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake 3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt bij de rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt.
Artikel
Onderwerp
Was intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: a. voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:9, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met g, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b. als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:6 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; c. als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend; d.
als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd; e. als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3:15, eerste en tweede lid; f. als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal naleven; g. als het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 is verleend.
Wordt 3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: a. voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:9, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met g, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b. als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:6 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; c. als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend; d.
als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd; e. als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3:15, eerste en tweede lid; f. als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal naleven; g. als het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 is verleend.
Reden
3:9
Intrekkingsgronden
Artikel 3:9 Intrekkingsgronden 1. De vergunning wordt ingetrokken als: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; c. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14, eerste lid, 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°; welke optie voor d. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h; f. de vergunninghouder dat verzoekt; g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan, een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4. 2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;
Artikel 3:9 Intrekkingsgronden Redactionele aanpassing n.a.v. 1. De vergunning wordt ingetrokken als: de inwerkingtreding van de a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de Omgevingswet. aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; Lid 1 sub f de tekst “geldend b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; bestemmingplan, c. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14, beheersverordening” eerste lid, 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef wordt en onder 1°; welke optie voor “het omgevingsplan” d. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h; f. de vergunninghouder dat verzoekt; g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4. 2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden
Artikel
Onderwerp
Afdeling 4
Overige bepalingen
Hoofdstuk 4
Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting Definities
afdeling 1
artikel 4:1
Was b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c. een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; d. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c; e. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; f. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten; g. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; h. er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel; i. gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.
Wordt Reden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c. een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; d. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c; e. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; f. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten; g. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; h. er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel; i. gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.
Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer;
Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal - collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; inrichtingen is verbonden; - gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het - gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; Activiteitenbesluit milieubeheer; - gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het - gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1.
van het Activiteitenbesluit milieubeheer; Activiteitenbesluit milieubeheer; - houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of - houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; anderszins een inrichting drijft; - incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein - incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; aantal inrichtingen; - inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet - inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 Activiteitenbesluit milieubeheer; uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het - onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt. Activiteitenbesluit mileubeheer;
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet. “Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer” wordt gewijzigd in “Activiteitenbesluit milieubeheer: activiteitenbesluit zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet” Bij de definitie inrichting de toevoeging achter Wet milieubeheer “zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet”.
Artikel
Onderwerp
artikel 4:5
Onversterkte muziek
artikel 4:6
Overige geluidshinder
Was - horecaconcentratiegebied: een binnen de gemeente gelegen gebied dat gekenmerkt wordt door een concentratie van horecabedrijven en om die reden door het college is aangewezen als “horecaconcentratiegebied”.
Wordt - onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt. - horecaconcentratiegebied: een binnen de gemeente gelegen gebied dat gekenmerkt wordt door een concentratie van horecabedrijven en om die reden door het college is aangewezen als “horecaconcentratiegebied”. 4:5 Onversterkte muziek 4:5 Onversterkte muziek 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met verstande dat: dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige b.
de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder; geluidhinder, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de d. bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen inwerkingtreding van de Omgevingswet; bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. d. bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.
2. Tabel
2. Tabel
3. Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. 4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing. 5. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3.
3. Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. 4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing. 5. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3.
Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of
Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of
Reden
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Lid 1 sub c toevoeging van de tekst “zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet” achter de tekst “Besluit geluidhinder” .
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de
Artikel
Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden artikel 4:13
4:17
Onderwerp
Was geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening. 4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Wordt geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of
Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens de Provinciale Landschapsverordening.
Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de Provinciale omgevingsverordening.
Artikel 4:17 In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.
4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Reden Omgevingswet. Lid 3 “door de wet geluidhinder” wordt “bij of krachtens de Omgevingswet” en “provinciale milieuverordening” in “provinciale omgevingsverordening”
Het bewaren van houtopstanden Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke
Definitie
Artikel 4:17 In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Lid 1. De tekst “zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet” is toegevoegd achter de Wet milieubeheer.
Lid 3. de tekst “wet op de ruimtelijke ordening” is aangepast in “Omgevingswet” en de tekst “Provinciale Landschapsverodeniing” is aangepast in Provinciale Omgevingsverordening.
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De tekst “niet-grondgebonden” wordt toegevoegd het woord onderkomen. De tekst “waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist” vervalt.
Artikel
Onderwerp
Was
Afdeling 5 Kamperen buiten Kamperen buiten kampeerterreinen kampeerterreine n Artikel 4.18 Recreatief nachtverblijf Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen buiten 1.Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te kampeerterreinen plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor: a .het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. b. het op het strand of de toegangspaden als bedoeld in artikel 2:79a plaatsen van kampeermiddelen door militairen in dienstverband. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van: a.de bescherming van natuur en landschap; of b.de bescherming van een stadsgezicht. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Hoofdstuk 5
afdeling 1
Artikel 5:6
Wordt
Reden
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1.Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor: a .het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. b. het op het strand of de toegangspaden als bedoeld in artikel 2:79a plaatsen van kampeermiddelen door militairen in dienstverband. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van: a.de bescherming van natuur en landschap; of b.de bescherming van een stadsgezicht. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. 3.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op berperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Lid 1 de tekst “bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit” wordt “omgevingsplan”
Andere voorwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Parkeerexcessen en stopverbod Kampeermiddelen en andere voertuigen
Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Lid 3 de tekst “ situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.” wordt “berperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening”.
Artikel
Onderwerp
Afdeling 2
Collecteren
Artikel 5:16
artikel 5:18
Artikel 5:20
Was
Wordt
Reden
Vrijheid van meningsuiting
Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting (vervallen)
Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting (Vervallen)
Afbakeningsbepaling
Artikel 5:20 Afbakeningsartikel 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement. 2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.
Artikel 5:20 Afbakeningsartikel 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. 2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: a. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;
Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: a. wegens strijd met het omgevingsplan.
Tekstuele aanpassing ivm de invoering Omgevingswet. De tekst “geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan” wordt vervangen door “het omgevingsplan”
Redactionele aanpassing kleine letter “v” wordt een hoofdletter “V”. Standplaatsvergun-ning Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Redactionele aanpassing n.a.v. en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen de inwerkingtreding van de of te hebben. of te hebben. Omgevingswet. 2.Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een geldend 2.Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met het omgevingsplan. bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd Lid 1 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: De tekst “een geldend als: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet bestemmingsplan, a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of beheersverordening, voldoet aan redelijke eisen van welstand; of b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere exploitatieplan of b.
een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is voorbereidingsbesluit” omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. wordt in verband met een dwingende reden van algemeen belang. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet “het omgevingsplan”. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. toepassing.
Afdeling 5
Snuffelmarkten
artikel 5:23
Organiseren van een snuffelmarkt
Lid 1 “ situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.” wordt “beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening”
Artikel Afdeling 6
Onderwerp Openbaar water en waterstaatswerken
Was
Wordt
Reden
artikel 5:25
Ligplaats vaartuigen
5:25 Ligplaats vaartuigen 1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening
Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen 1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingsgebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatwerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening, waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
5.30
Veiligheid op het water Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.
Afdeling 7
Crossterreinen
Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd- en ruiterverkeer in natuurgebieden
artikel 5:32
Crossterreinen
Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
Lid 3 “situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening” wordt “beperkingsgebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatwerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening, waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet” Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Lid 2 “de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.” wordt “de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.”
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Lid 3 “wet Milieubeheer” wordt
Artikel
Onderwerp
5:33
Beperking verkeer in natuurgebieden
afdeling 8
Vuurverbod
artikel 5:34
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten
Was 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren. Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a.
ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening ‘Stiltegebieden’ aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als ‘toestel’. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 6.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.t
Wordt 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren. Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a.
ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen ‘Stiltegebieden’ aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als ‘toestel’. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 6.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.t
Reden gewijzigd in “Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving”.
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Lid 3 “Provinciale verordening Stiltegebieden” wordt “provinciale omgevingsverordening”.
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins Redactionele aanpassing n.a.v. vuur te stoken vuur te stoken de inwerkingtreding van de
Artikel
Onderwerp inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Afdeling 9
Was 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening. 6. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 7. Het bepaalde in lid 2 is niet van toepassing op open vuur op het strand en de toegangspaden als bedoeld in artikel 2:79a. 8. Het college kan plaatsen en gebieden aanwijzen waar, al dan niet onder nadere voorwaarden, het verbod niet van toepassing is.
Wordt 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht, de provinciale omgevingsverordening. 6. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 7. Het bepaalde in lid 2 is niet van toepassing op open vuur op het strand en de toegangspaden als bedoeld in artikel 2:79a. 8. Het college kan plaatsen en gebieden aanwijzen waar, al dan niet onder nadere voorwaarden, het verbod niet van toepassing is.
Reden Omgevingswet.
Redactionele aanpassing conform het VNG-model. Aanpassing van het woordje “sanctie” in “straf” Redactionele aanpassing conform het VNG-model. Aanpassing van het woordje “sanctie” in “straf” Redactionele aanpassing. Niet alleen de team Serviceteam, maar ook de medewerkers van Openbare Orde en Veiligheid zijn bevoegd. Daarom wordt
Lid 1 “inrichtingen” wordt “een inrichting”. De tekst “zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de omgevingswet” wordt toegevoegd achter de Wet milieubeheer. Lid 5 “Provinciale milieuverordening” wordt “provinciale omgevingsverordening”
Verstrooiing
Hoofdstuk 6
Straf-, overgangs-, slotbepaling
Sanctie-, overgangs-, slotbepaling
Straf-, overgangs-, slotbepaling
Artikel 6:1
Strafbepaling
Sanctiebepaling
Strafbepaling
Artikel 6:2
Toezichthouders
Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast: De toezichthouders/handhavers van het team Serviceteam Toezicht en Handhaving. 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten. 3. Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.
Artikel 6:4
Intrekking oude
Artikel 6:4 Intrekking oude verordening
Artikel 6:2 Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de bij besluit van het college of de burgemeester aangewezen personen. 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten. 3. Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met “De het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven toezichthouders/handhavers voorschriften. van het team Serviceteam Toezicht en Handhaving” gewijzigd in “de bij besluit van het college of de burgemeester aangewezen personen.” Artikel 6:4 Intrekking oude verordening Redactionele aanpassing.
Artikel
Onderwerp verordening
Was 1. De Algemene plaatselijke verordening Schagen 2016, vastgesteld bij raadsbesluit van 11 februari 2020 wordt ingetrokken.
Artikel 6:5
Overgangsbepaling
Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
artikel 6:7
Citeertitel
Artikel 6:7 Citeerartikel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening gemeente Schagen 2023.
Wordt 1. De Algemene plaatselijke verordening Schagen 2023, vastgesteld bij raadsbesluit van 27 juni 2023 en de de Drank- en Horecaverordening 2014, vastgesteld bij raadsbesluit van 25 maart 2014, worden ingetrokken.
Reden Het jaartal “2016”wordt gewijzigd in “2023”. De Dranken horecaverordening wordt toegevoegd om te worden ingetrokken. Artikel 6:5 Overgangsbepaling Redactionele aanpassing i.v.m. 1. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden het opnemen van de categorie op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze afhaal- en bezorgzaken in de verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen APV alsmede het opnemen van krachtens deze verordening. de bepalingen van de Drank- en 2. Artikel 2:28, eerste lid, van deze verordening, is niet van toepassing op het Horecaverordening 2014 in de exploiteren van afhaal- en/of bezorgzaken, die op 1 januari 2025 in de gemeente APV. Schagen reeds zijn gevestigd: a. gedurende de periode tot 1 juli 2025; b. in de periode na 1 april 2024: indien de exploitant binnen de onder a gestelde termijn een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, heeft ingediend, tot het tijdstip dat het bevoegd gezag op die aanvraag heeft besloten. 3. Afhaal- en/of bezorgzaken die op 1 januari 2025 in de gemeente Schagen zijn gevestigd, behoeven geen leges te betalen voor het aanvragen van een exploitatievergunning, indien voor 1 juli 2025 een exploitatievergunning als bedoelt in artikel 2:28, eerste lid, bij het bevoegd gezag is aangevraagd.
Artikel 6:7 Citeerartikel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening gemeente Schagen 2025.
Redactionele aanpassing. Het jaartal “2023” wordt gewijzigd in “2025”.