Was wordt tabel Algemen plaatselijke verordening Schagen 2025 definitief
Tekst van het document
Was-wordt-tabel wijziging Apv Schagen met artikelsgewijze toelichting Artikel Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1
Onderwerp
Was
Wordt
Reden
Definities
Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; -bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening Schagen daaronder wordt verstaan; -bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; - college: het college van burgemeester en wethouders; - gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan; - handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; - motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; - openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; - parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - rechthebbende: degene die over een zaak
zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; - voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; - weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; - beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; - college: het college van burgemeester en wethouders; - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage genoemd in artikel 1.1.
van de Omgevingswet; - handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; - motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; - openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; - parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; - voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; - weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Redactionele aanpassingen n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De definitie van beperkingengebiedactiviteit is een nieuwe definitie. De definitie van een bouwwerk verwees naar de bouwverordening Schagen, dat is gewijzigd in ”de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet”; De definitie van een gebouw verweest naar de Woningwet, dat is gewijzigd in “hetgeen daaronder wordt verstaan in in de bijlage genoemd in artikel 1.1. van de Omgevingswet;
Artikel Artikel 1:2
Artikel 1:4
Artikel 1:5
Onderwerp Beslistermijn
Voorschriften en beperkingen
Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
Was Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 4:11.
Wordt Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.
Reden Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening 1. De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze anders is bepaald. verordening anders is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
In lid 3 van werd verwezen naar de termijnen in de Wabo. In het nieuwe lid 3 van dit artikel is gekozen om aan te geven dat de termijnen genoemd in dit artikel niet van toepassing zijn op een omgevingsvergunning.
Lid 3 is opgenomen om aan te geven dat dit artikel niet van toepassing is op een omgevingsvergunning.
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Lid 2 is opgenomen om aan te geven dat dit artikel niet van toepassing is op een omgevingsvergunning.
Artikel Artikel 1:9
Hoofdstuk 2 Openbare Orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu artikel 2:3
Onderwerp Leges
Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
Was Wordt Artikel 1:9 Leges Artikel 1:9 Leges De aanvrager is in door de gemeenteraad te bepalen gevallen en volgens door de Vervallen. gemeenteraad te geven regels leges verschuldigd ter zake van de behandeling van een aanvraag om een vergunning of ontheffing. Het bevoegde bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen als betaling achterwege blijft.
Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
Reden Redactionele aanpassing in de lijn van de model Apv van de VNG. Dit artikel is opgenomen in de legesverordening van de gemeente Schagen en hier overbodig.
Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen Redactionele aanpassing. 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, “regelmatig” in lid 2 sub f. van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare wordt “ordelijk”. aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een ordelijk verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
Artikel 2:8
Onderwerp Dienstverlening
Afdeling 2
Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Voorwerpen op of aan de weg
artikel 2:10
Was (vervallen)
Wordt Artikel 2:8 Dienstverlening Het is verboden op door het college aangewezen wegen zich op of aan de weg op te houden met het kennelijke doel anderen te bewegen een abonnement te nemen op een krant, blad of andere publicatie, een steunverklaring te geven, om lid of donateur te worden van een organisatie of om deel te nemen aan een onderzoek of enquête.
Reden Toevoeging van artikel 2:8 om op te kunnen treden als overlast ontstaat in bepaalde gebieden.
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 4. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid; c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; e. door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; f.
situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale wegenverordening Noord-Holland. 5. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 3. Het bevoegd gezag kan ten aanzien van voorwerpen en gebieden nadere eisen stellen in het belang van: a. de openbare orde; b. de woon- en leefomgeving; c. de publieke functie van de weg of een weggedeelte, zoals omschreven in het eerste lid. 4. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid; c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; e. door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; f.
beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, Provinciale verordening of waterschapsverordening. 5. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing als
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het oude lid 2 met de verwijzing naar de wabo komt te vervallen. Het oude lid 3 wordt lid 2. Er wordt een nieuw artikel toegepast om nadere regels te kunnen opnemen ten aanzien van op voorwerpen en gebieden. Artikel 4 lid f is toegevoegd n.a.v. de invoering van de Omgevingswet.
Artikel
Onderwerp
Was geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. 7. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Wordt Reden in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. 7. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:11
(Omgevingsvergunning ) voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend: a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of b. door het college in de overige gevallen. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de Waterschapskeur, of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. 5. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht. 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingsengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatwerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingwet, Provinciale omgevingsverordening, of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de Waterschapskeur, of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Tekstuele aanpassing lid 1 “vergunning” in “omgevingsvergunning” Huidige tekst van lid 2 komt te vervallen. Is wettelijk vast gelegd in de Omgevingswet. Oude lid 3 wordt lid 2. Oude lid 4 wordt lid 3 én tekstuele aanpassing lid 4 van “situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de Waterschapskeur, of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.” wordt “beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.” Lid 5. Vervalt, dit is niet van toepassing op een
Artikel
Onderwerp
Was
Wordt
Reden
artikel 2:12
Maken of veranderen van een uitweg
Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de provinciale wegenverordening.
Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingsengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatwerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingwet, Pronvinciale omgevingsverordening, of waterschapsverordening.
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht. hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
omgevingsvergunning.
artikel 2:21
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
Tekstuele aanpassing van lid 3. “situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de provinciale wegenverordening.” wordt “beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.
Tekstuele aanpassing van lid 2. “de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht.” Wordt “hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.”
2:23
Veiligheid op het ijs
Afdeling 3
Evenementen
2:24
Definities
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale vaarwegenverordening.
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
Redactionele wijziging van lid 4a, 4b en 4c van dit artikel.
“vaarwegen” wordt “omgevings”
Artikel
Onderwerp
Afdeling 4
Toezicht openbare inrichtingen
2:27
Definities
Was a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2. Het Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of gala’s. 3. Het In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 09.00 en 24.00 uur; ; b. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 75 dB C op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; ; d.
de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 20 vierkante meter per object. 4.a De burgemeester classificeert aanvragen om een evenementenvergunning aan de hand van een risicoscan volgens de Landelijke Handreiking Evenementenveiligheid in: a. een regulier evenement (klasse A) b. een aandachts-evenement (klasse B) c. een risico-evenement (klasse C) b. Onder “aandachts-evenement” wordt verstaan: een evenement dat mogelijk leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die risico’s weg te nemen of te beperken. c. Onder “risico-evenement” wordt verstaan: een evenement dat waarschijnlijk leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die risico’s weg te nemen of te beperken.
Wordt a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2. Het Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of gala’s. 3. Het In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 09.00 en 24.00 uur; ; b. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 75 dB C op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; ; d.
de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 20 vierkante meter per object. 4. De burgemeester classificeert aanvragen om een evenementenvergunning aan de hand van een risicoscan volgens de Landelijke Handreiking Evenementenveiligheid in: a. een regulier evenement (klasse A) b. een aandachts-evenement (klasse B) c. een risico-evenement (klasse C) 5. Onder “aandachts-evenement” wordt verstaan: een evenement dat mogelijk leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die risico’s weg te nemen of te beperken. 6. Onder “risico-evenement” wordt verstaan: een evenement dat waarschijnlijk leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en dat maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die risico’s weg te nemen of te beperken.
Reden lid indeling en categorisering was niet logisch.
Artikel 2:27 Definities 1.In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan: a. een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, strandpaviljoen of elke andere voor het publiek
Artikel 2:27 Definities 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. alcoholhoudende drank: dat wat daaronder verstaan wordt in de Alcoholwet; b. bijzondere nacht: een door de burgemeester aangewezen, niet wekelijks
Redactionele wijziging van de indeling van de definities alsmede de toevoeging van de afhaal- en bezorgzaken onder
Lid 4 a wordt lid 4 met daarin de indeling van de risicocategorieën. Lid 4b wordt 5 met uitleg aandachts-evenement. Lid 4c wordt 6 met uitleg risicoevenement.
Artikel
Artikel 2:28
Onderwerp
Exploitatie openbare inrichting
Was toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. b. een terras buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. c. terras aan de openbare weg: een terras dat direct grenst aan de openbare weg en/of rechtstreeks vanaf de openbare weg toegankelijk is. d. strandpaviljoen: een openbare inrichting die zich geheel of gedeeltelijk bevindt op het strand. e. natte horeca: een openbare inrichting waar het horecabedrijf wordt uitgeoefend als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet. f. droge horeca: een openbare inrichting waar geen sprake is van het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholische dranken voor gebruik ter plaatse. g. para commerciële horeca: een openbare inrichting die wordt geëxploiteerd door een para commerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet. h.
bijzondere nacht: een door de burgemeester aangewezen, niet wekelijks terugkerende nachtelijke periode die door bijzondere omstandigheden gekenmerkt wordt door een relatief hoog aantal bezoekers van de natte horeca. 2.Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar staof zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. 3.In deze afdeling wordt niet onder bezoekers verstaan: a.de gezinsleden van de exploitant van de inrichting, alsmede zijn elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn ontbreekt, in de zijlaan tot en met de derde graad. b.de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid van het Wetboek van Strafrecht(hotelgasten en hun medereizigers). c.de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Wordt terugkerende nachtelijke periode die door bijzondere omstandigheden gekenmerkt wordt door een relatief hoog aantal bezoekers van de natte horeca. c. droge horeca: een openbare inrichting waar geen sprake is van het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholische dranken voor gebruik ter plaatse; d. natte horeca: een openbare inrichting waar het horecabedrijf wordt uitgeoefend als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet. e. openbare inrichting: I. een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, strandpaviljoen of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt; II. een afhaal- en of bezorgzaak, waaronder wordt verstaan de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waar bedrijfsmatig of anders dan om niet uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse in hoofdzaak ter plekke bereide consumptie geschikte etenswaren en/of dranken plegen te worden verstrekt; III.
een terras buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt; f. para commerciële horeca: een openbare inrichting die wordt geëxploiteerd door een para commerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; g. strandpaviljoen: een openbare inrichting die zich geheel of gedeeltelijk bevindt op het strand; h. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt; i. terras aan de openbare weg: een terras dat direct grenst aan de openbare weg en/of rechtstreeks vanaf de openbare weg toegankelijk is; 2. In deze afdeling wordt niet onder bezoekers verstaan: a. de gezinsleden van de exploitant van de inrichting, alsmede zijn elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn ontbreekt, in de zijlaan tot en met de derde graad. b. de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid van het Wetboek van Strafrecht(hotelgasten en hun medereizigers). c.
de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Reden de definitie “openbare inrichting”.
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit of indien de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag met betrekking tot de leidinggevende overlegt die uiterlijk drie
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan of indien de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag met betrekking tot de leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
afhaal- en bezorgzaak wordt opgenomen onder lid 1 sub e. II. Lid 2 vervalt staat al geformuleerd onder lid 1 sub e. III. Lid 2 wordt lid 3.
Lid 2 “een geldend bestemmingsplan, beheersverordening,
Artikel
Artikel 2:29
Onderwerp
Sluitingstijd
Was maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a.de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b.de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 4.Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a.winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b.zorginstelling; c.museum; of d.bedrijfskantine of -restaurant; e.paracommerciële inrichtingen. 5.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Wordt ingediend, is afgegeven. 3. Onverminderd van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4. Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgronden houdt de burgemeester rekening met: a. het karakter van de straat en de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen of gelegen zal zijn; b. de aard en omvang van het horecabedrijf; c. het bestaande woon- en leefklimaat ter plaatse; d. de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende en diens levensgedrag. 5. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant; e. paracommerciële inrichtingen. 6. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:29 Sluitingstijd Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten: 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten: a.
voor zowel ‘natte als droge horeca’: op maandag tot en met vrijdag tussen a. voor zowel ‘natte als droge horeca’: op maandag tot en met vrijdag tussen 02:00uur en 06:00 uur, en op zaterdag en zondag en tijdens bijzonder nachten 02:00uur en 06:00 uur, en op zaterdag en zondag en tijdens bijzonder nachten tussen 04:00 uur en 06:00 uur. tussen 04:00 uur en 06:00 uur. b. Voor zover het inrichtingen betreft uit de categorie ‘strandpaviljoens’: tussen b. Voor zover het inrichtingen betreft uit de categorie ‘strandpaviljoens’: tussen 02:00 en 06:00 uur. 02:00 en 06:00 uur. c. voor zover het inrichtingen betreft uit de categorie ‘paracommerciële horeca’: c. voor zover het inrichtingen betreft uit de categorie ‘paracommerciële horeca’: tussen 00:00 uur en 06:00 uur en tijdens bijzondere nachten tussen 01:00 en tussen 00:00 uur en 06:00 uur en tijdens bijzondere nachten tussen 01:00 en 06:00 uur. 06:00 uur. d. voor zover het terrassen betreft die zijn gelegen op (of direct grenzend) aan de d. voor zover het een afhaal en/of bezorgzaak betreft de tijden van de openbare weg of die behoren bij strandpaviljoens: 1. op zaterdag en zondag en Winkeltijdenwet; tijdens bijzondere nachten: tussen 02:00 en 06:00 uur; 2. op maandag tot en met e. voor zover het terrassen betreft die zijn gelegen op (of direct grenzend) aan de vrijdag: tussen 00:00 uur en 06:00 uur.
openbare weg of die behoren bij strandpaviljoens: e. Voor zover het overige terrassen betreft: tussen 00:00 uur en 06:00 uur. 1. op zaterdag en zondag en tijdens bijzondere nachten: tussen 02:00 2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of en 06:00 uur; bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 2. op maandag tot en met vrijdag: tussen 00:00 uur en 06:00 uur. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. f. Voor zover het overige terrassen betreft: tussen 00:00 uur en 06:00 uur. 4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en 5. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 5. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet krachtens de Omgevingswet is voorzien. bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van 6.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet toepassing. bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van 7. De burgemeester kan nachten aanwijzen die worden aangemerkt als toepassing.
Reden exploitatieplan of voorbereidingsbesluit” wordt “het omgevingsplan”. Lid 3 “in afwijking van” Wordt “onverminderd” Lid 4 wordt toegevoegd voor een goede uitvoering van lid 3. Oude lid 4 wordt lid 5. Oude lid 5 wordt lid 6.
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet als mede een redactionele wijziging als gevolg van de toevoeging van de categorie afhaal- en bezorgzaken. In lid 1 sub d worden de tijden van de categorie afhaal- en bezorgzaken opgenomen. Deze zijn gekoppeld aan tijden van de winkeltijdenwet om overlast op gemengde en detailhandelsbestemmingen te voorkomen. De ruime openingstijden van de natte-en droge horeca niet gewenst zijn op die bestemmingen. Tekstuele aanpassing in lid 5. “Wet milieubeheer” wordt “omgevingswet”
Artikel
Onderwerp
Was “bijzondere nacht” als bedoeld in het eerste lid onder a, c en d. 8. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid nadere regels stellen met betrekking tot door horeca-ondernemers te treffen maatregelen.
Wordt 7. De burgemeester kan nachten aanwijzen die worden aangemerkt als “bijzondere nacht” als bedoeld in het eerste lid onder a, c en d. 8. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid nadere regels stellen met betrekking tot door horeca-ondernemers te treffen maatregelen.
Reden
5. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. Afdeling 5
Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de alcoholwet (vervallen, zie horecabeleid)
De bepalingen uit de Drank- en Horecaverordening zijn opgenomen in de Apv. Zo is alle regelgeving in één verordening te vinden. De tekst Drank- en Horecawet is gewijzigd in Alcoholwet. Artikel 2:34a Definities 1.De definities van artikel 1 van de Alcoholwet zijn op deze afdeling van toepassing. 2.Onder wijk- en buurtcentra wordt verstaan: een openbaar gebouw dat als centrum dient voor het sociaal maatschappelijke en culturele leven van een buurt met plaats voor vergaderingen en voorzieningen voor activiteiten van recreatieve en educatieve aard. Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële rechtspersonen 1.Het verstrekken van alcoholhoudende drank door paracommerciële rechtspersonen is uitsluitend toegestaan binnen de periode die ligt tussen één uur voor aanvang en twee uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon, met dien verstande dat het tijdstip waarop alcoholhoudende drank mag worden verstrekt niet vroeger mag zijn dan 12:00 uur en niet later mag zijn dan 24:00 uur. 2.De burgemeester kan van het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen. Artikel 2:34c Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen 1.Paracommerciële rechtspersonen mogen geen alcoholhoudende drank verstrekken: a. tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en
Artikel
Onderwerp
Was
Wordt Reden b. tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. 2.Het bepaalde in het eerste lid blijft voor bijeenkomsten als bedoeld in het eerste lid onder a buiten toepassing als de inrichting van de paracommerciële rechtspersoon is gelegen binnen een bebouwde kom waar het horecabedrijf uitsluitend door paracommerciële rechtspersonen wordt uitgeoefend en minimaal één van de personen waar de bijeenkomst betrekking op heeft woonachtig is binnen die bebouwde kom. 3.Het bepaalde in het eerste lid blijft voor bijeenkomsten als bedoeld in het eerste lid onder b buiten toepassing: a. als de inrichting van de paracommerciële rechtspersoon is gelegen binnen een bebouwde kom waar het horecabedrijf uitsluitend door paracommerciële rechtspersonen wordt uitgeoefend; b. als de bijeenkomst is gericht op personen die rechtstreeks betrokken zijn bij stichtingen of verenigingen die zich richten op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard.
4.Het bepaalde in het eerste lid blijft voorts buiten toepassing als aannemelijk wordt gemaakt dat het verstrekken van alcoholhoudende drank tijdens de bijeenkomst niet leidt tot oneerlijke mededinging met horeca-ondernemers, niet zijnde paracommerciële rechtspersonen, die gevestigd zijn binnen de bebouwde kom waar de bijeenkomst wordt gehouden. 5.Van een bijeenkomst als bedoeld in het vierde lid moet minimaal 4 weken vooraf melding worden gemaakt aan de burgemeester. Bij de melding moet gemotiveerd worden aangegeven waarom het verstrekken van alcoholhoudende drank niet leidt tot oneerlijke mededinging als bedoeld in het vierde lid. Als de burgemeester tot het oordeel komt dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat het verstrekken van alcoholhoudende drank niet zal leiden tot oneerlijke mededinging als bedoeld in het vierde lid, kan hij het verstrekken van alcoholhoudende drank tijdens die bijeenkomst verbieden.
Artikel 2:34d Schenktijden alcoholhoudende drank en verbod verstrekken van sterke drank 1.Het is verboden buiten de tijden zoals opgenomen in artikel 2 alcoholhoudende drank te verstrekken in een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, niet zijnde een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend door een paracommerciële rechtspersoon, welke: a.deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt om onderwijs te geven aan leerlingen die merendeels de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, of b.deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer jeugd- of jongerenorganisaties. 2.In de in het eerste lid bedoelde inrichtingen is het verboden sterke drank te verstrekken. 3.Het is paracommerciële rechtspersonen verboden sterke drank te verstrekken; 4.Het is paracommerciële rechtspersonen verboden alcoholhoudende drank te verstrekken in een lokaliteit gedurende de tijd dat die lokaliteit wordt gebruikt voor activiteiten die geheel of in belangrijke mate zijn gericht op personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt. 5.Het is verboden sterke drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken in een snackbar of cafetaria.
Artikel
Onderwerp
Was
Wordt 6.De burgemeester kan van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid ontheffing verlenen. Artikel 2:34e Tijdelijke verbod tot het verstrekken van alcoholhoudende drank 1.Het is verboden om in een door de burgemeester aangewezen tijdsruimte in de hele gemeente, in een door de burgemeester aangewezen deel van de gemeente of in een door de burgemeester aangewezen pand of lokaliteit alcoholhoudende drank te verstrekken. 2.Een aanwijzing als bedoeld in lid 1 kan worden gegeven in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid. 3.De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank. Artikel 2:34f Verbod prijsacties horeca Ter bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de desbetreffende horecalokaliteit of op het desbetreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.
Reden
Artikel 2:34g Bijzondere bepalingen ten aanzien van ontheffingen 1.De burgemeester kan aan een door hem op grond van deze verordening verleende ontheffing voorschriften verbinden in het belang van het reguleren van het gebruik van alcoholhoudende drank. 2.De burgemeester kan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid intrekken indien: a) Niet langer wordt voldaan aan de in het eerste lid bedoelde voorschriften; b) Zich feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde. Afdeling 7
2:39
Toezicht op speelgelegenheden
Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of de speelautomatenhallenverordening. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of de speelautomatenhallenverordening. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend omgevingsplan. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Lid 3 “Bestemmingsplan” wordt “omgevingsplan”
Artikel afdeling 8
Onderwerp Maatregelen ter voorkoming van overlast gevaar of schade Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats
Was
Wordt
Reden
(vervallen)
Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats 1. Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden: a. tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aan te wijzen gebieden b. in andere gevallen dan bedoeld OF genoemd onder a voor zover: 1. sprake is van overlast of hinder voor de omgeving; 2. er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of 3. het woon- of leefklimaat wordt aangetast. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod geldt niet: a. voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van [artikel 5:25 of het omgevingsplan] is toegestaan; b. voor woonwagens met een woonbestemming; c. op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd; d. op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen.
Overgenomen conform advies VNG. Het verbod heeft als doel om hinder en overlast, brandgevaar, verontreiniging van de openbare ruimte en risico's voor de volksgezondheid te voorkomen en tegen te gaan. Slapen op openbare plaatsen draagt bij aan de verloedering van de stad. Ook het ontbreken van sanitaire voorzieningen ter plekke draagt daaraan bij.
artikel 2:60
Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren
Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren Redactionele aanpassing n.a.v. 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of de inwerkingtreding van de schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting Omgevingswet. in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: In lid 1 is de tekst “zoals die wet a. aanwezig te hebben; luidde direct voorafgaand aan b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in de inwerkingtreding van de het aanwijzingsbesluit gestelde regels; Omgevingswet” toegevoegd c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is achter “Wet milieubeheer”. aangegeven. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.
artikel 2:64
Bijen
Artikel 2:64 Bijen 1. Het is verboden bijen te houden: a. binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven; b. binnen een afstand van 30 meter van de weg. 2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld in dat lid 3. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het provinciaal wegenreglement.
Artikel 2:64 Bijen 1. Het is verboden bijen te houden: a. binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven; b. binnen een afstand van 30 meter van de weg. 2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld in dat lid
Redactionele aanpassing n.a.v. de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
3. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens Omgevingswet, provinciale
beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij
Artikel 2:54
Lid 3 “situaties waarin wordt voorzien door het provinciaal wegenreglement” wordt “op
Artikel
2:65
Onderwerp
Bedelarij
Was 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Wordt
Reden
omgevingsverordening of waterschapsverordening.
of krachtens Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening”
Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.
Artikel 2:65 Bedelarij
4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Het is verboden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.
Redactionele wijziging op verzoek van Openbare Orde en Veiligheid in verband met overlast. In plaats van een verbod op een aangewezen gebied een algemeen verbod.
Afdeling 10
Consumentenvuurwerk Consumentenvuurwerk
Consumentenvuurwerk en Carbid
Artikel 2:78
Gebiedsontzeggingen
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel. 5.
Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.