CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitievisie Warmte Schagen

Gemeenteraad 2 november 2021, gemeente SchagenBij agendapunt: Transitievisie Warmte Schagen16.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Schagen

Transitievisie Warmte 2021 14 sept. 2021

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

5

2.

Wat is de opgave voor Schagen?

7

3.

Hoe kunnen we de opgave aanpakken?

11

4.

Waar en wanneer kunnen we starten?

14

5.

Wat vinden onze inwoners, ondernemers en partners ervan?

18

6.

Welke strategie volgen we in Schagen?

21

2.1 2.2 2.3

3.1 3.2

4.1 4.2

5.1 5.2

6.1 6.2

6.3

7.

Karakteristieken van de woningen en gebouwen Huidig gasverbruik en warmtevraag De opgave

Woningen en gebouwen isoleren (aardgasvrij-ready) Passend warmtealternatief zoeken 3.2.1 Hybride oplossingen: gas met warmtepomp

Afwegen op basis van criteria Meest kansrijke buurten

Inwoners en ondernemers Partners

Ambitie en uitgangspunten voor de warmtetransitie in Schagen Nadere uitwerking strategie 6.2.1 Spoor A: gemeentebrede aanpak 6.2.2 Spoor B: intensieve aanpak voor isoleren meest kansrijke buurten 6.2.3 Spoor C: pilot aardgasvrij 6.2.4 Spoor D: onderzoek naar kansen warmtenet Rollen van partijen

Hoe pakken we de uitvoering aan? 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6

BIJLAGE 1

BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4

Colofon

Planning warmtetransitie Uitvoeringsplannen Wat kunnen woningeigenaren nu al doen? Communicatie en participatie Financiering en betaalbaarheid Monitoring

7 9 9

11 11 12

14 15

18 19

21 21 22 22 23 23 23

26

26 27 28 28 29 29

Technisch en financiële analyse

32

BIJLAGE 1.A

Analyse warmtealternatieven

39

BIJLAGE 1.B

Startanalyse aardgasvrije buurten

42

BIJLAGE 1.C

Warmtekansenkaarten

46

Handelingsperspectief voor woningeigenaren Inbreng adviesraad Raakvlak met beleidsopgaves en thema’s

55 57 58

61

1. Inleiding Nederland heeft zich verplicht om een bijdrage te leveren aan het tegengaan van de opwarming van de aarde. Opwarming van de aarde kan beperkt worden door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Denk hierbij aan de broeikasgassen die vrijkomen bij de verbranding van aardgas. Om de uitstoot van broeikasgassen te beperken, zijn nationale en internationale afspraken gemaakt. In het Klimaatakkoord heeft de Rijksoverheid met allerlei partijen afspraken gemaakt over de manier waarop Nederland deze doelen gaat behalen. Ook het afbouwen van de gaswinning in Groningen speelt hierbij een rol. Onderdeel van het Klimaatakkoord is de afspraak om alle gebouwen binnen dertig jaar klimaatneutraal en aardgasvrij te maken. Deze omschakeling noemen we de warmtetransitie. De warmtetransitie heeft niet alleen een raakvlak met het Klimaatakkoord, maar ook met de regionale energiestrategie (RES), de regionale structuur warmte (RSW) en de omgevingsvisie (zie BIJLAGE 4). In Schagen valt de warmtetransitie onder het Duurzaamheidsprogramma en sluiten we aan bij de doelstellingen die landelijk zijn afgesproken in het Klimaatakkoord. Gedurende de warmtetransitie zullen gebouwen steeds energiezuiniger worden en steeds minder aardgas verbruiken. Duurzame technieken om gebouwen te verwarmen kunnen hierbij helpen.

Denk aan elektrisch verwarmen, bijvoorbeeld met warmtepompen of infraroodpanelen, of via een collectieve warmtevoorziening zoals warmtenetten, met aqua- of geothermie of met duurzame brandstoffen zoals groen gas en waterstofgas.

Wat is de Transitievisie Warmte?

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat alle Nederlandse gemeenten in 2021 een Transitievisie opstellen en vaststellen. In de Transitievisie Warmte beschrijft de gemeente energiebesparingsmogelijkheden en de hoeveelheid energie die nodig is om te voldoen aan de vraag naar warmte. Daarnaast wordt beschreven welke warmtebronnen kansrijk zijn en welke warmte-infrastructuur nodig is om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Het tussendoel is om in 2030 twintig procent van de woningvoorraad, dus een op de vijf woningen, aardgasvrij(ready) te hebben; dat is het tempo zoals afgesproken in het Klimaatakkoord. Dit alles binnen de kaders van haalbaarheid en betaalbaarheid.

Wat is de Transitievisie Warmte niet?

De Transitievisie Warmte richt zich op woningen en gebouwen. Het aardgasvrij maken van de productieprocessen in bedrijven maakt geen onderdeel van de Transitievisie Warmte uit. Ook gaat de Transitievisie Warmte niet over de opwekking van duurzame elektriciteit. Hiervoor wordt in een regionaal samenwerkingsverband aan de regionale energiestrategie (RES) gewerkt.

Geldigheidsduur Transitievisie Warmte en vervolg Inzichten rondom onder andere technieken, wet- en regelgeving en financieringsmogelijkheden veranderen snel. Het is daarom niet verstandig om in één keer de route tot 2050 uit te stippelen. De Transitievisie Warmte wordt minimaal iedere vijf jaar herzien, zodat nieuwe inzichten weer in de aanpak kunnen worden verwerkt. Na het vaststellen van de eerste Transitievisie Warmte in 2021 gaat de gemeente Schagen zich richten op het opstellen van Wijk- of Buurtuitvoeringsplannen. Hierbij betrekken we de inwoners, de woningcorporatie, overige gebouweigenaren en andere belanghebbenden. Pas dan worden de keuzes over de manier waarop de wijk of buurt aardgasvrij wordt gemaakt definitief.

Pagina 5 van 62

Wie zijn betrokken bij het opstellen van deze visie?

Gemeenten zijn in het Klimaatakkoord aangewezen als regisseur van de warmtetransitie. Regie vraagt om stevig partnerschap. We zijn voor het succes van de warmtetransitie afhankelijk van de mensen die in Schagen wonen en de bedrijven die er ondernemen. We werken dus intensief met alle betrokkenen samen. We zoeken in de samenwerking de verbinding met wat inwoners en bedrijven belangrijk vinden, bijvoorbeeld gezondheid, comfort in de woning, werkgelegenheid, woonlasten, betrokkenheid en eigenaarschap. Alle betrokkenen hebben een verantwoordelijkheid om stappen te zetten, waarbij de gemeente kan faciliteren, coördineren en soms kan mee-investeren. Bij het opstellen van deze Transitievisie Warmte hebben we de volgende partijen actief betrokken:

• Adviesraad van inwoners, ondernemers en afgevaardigden van belangenorganisaties (energiecoöperatie, ondernemersvereniging, dorpsraden en vve’s)

• Netbeheerder Liander • Drinkwaterbedrijf PWN • Woningcorporatie Wooncompagnie • Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier • Warmteontwikkelaar HVC • Diverse afdelingen van de gemeente Schagen Leeswijzer

Deze Transitievisie Warmte is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

• Hoofdstuk 2: Wat is de opgave voor Schagen? • Hoofdstuk 3: Hoe kunnen we de opgave aanpakken? • Hoofdstuk 4: Waar en wanneer kunnen we starten? • Hoofdstuk 5: Wat vinden onze inwoners, ondernemers en partners ervan? • Hoofdstuk 6: Welke strategie volgen we in Schagen? • Hoofdstuk 7: Hoe pakken we de uitvoering aan?

Pagina 6 van 62

Figuur 1

Oude

Figuur 2

asdfasf

2. Wat is de opgave voor Schagen? 2.1

Karakteristieken van de woningen en gebouwen

In 2020 stonden er in Schagen 20.417 woningen (excl. vakantiewoningen). De verdeling over de bouwperiodes en de woningtypes zijn in FIGUUR 2-1 weergegeven.

Figuur 2-1

Ouderdom en typologie woningen in Schagen (bron: Wijkpaspoort VNG, peildatum 2020).

Energielabels

Aan alle woningen, ook vakantiewoningen, heeft de rijksoverheid op basis van een beperkte dataset een voorlopig energielabel toegekend. Dit geeft een indicatie van de energiezuinigheid een woning. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele maatregelen die de woningeigenaar getroffen heeft om het energieverbruik te verkleinen, zoals extra isolatie. Woningeigenaren kunnen zelf een definitief energielabel aanvragen en daarbij wordt de werkelijke toestand van de woning wel meegenomen. De verdeling van de energielabels in Schagen is samengevat in FIGUUR 2-2.

Figuur 2-2

Energielabels in Schagen (bron: Wijkpaspoort VNG, peildatum 2020).

Pagina 7 van 62

Op basis van de voorlopige energielabels beschikt 30% van de woningen over een energielabel B of beter, en 70% over een label C of beter. Vanaf 1 januari 2021 is het stelsel van energielabels uitgebreid met een verdere onderverdeling van energielabel A en is de wijze van beoordelen aangepast. Woningen met een definitief energielabel van vóór 2021 kunnen in sommige gevallen na een herbeoordeling volgens de nieuwe regels in een andere klasse terechtkomen. Van alle woningen heeft ongeveer 30% een definitief energielabel. Van deze woningen beschikt ongeveer 40% over een energielabel B of beter, en meer dan 65% over een energielabel C of beter. De slechtst geïsoleerde woningen (energielabel E, F en G) liggen met name in de historische kernen. De kaartjes van Schagen en Warmenhuizen in FIGUUR 2-3 geven hiervan een mooi voorbeeld.

Figuur 2-3

Verdeling voorlopige energielabels in Schagen en Warmenhuizen (bron: Datavoorziening VNG Realisatie, peildatum 2020).

Woningcorporatie Wooncompagnie

Wooncompagnie bezit in totaal circa 3.700 panden in Schagen. Hiervan is 95% sociale huur en 5% heeft een andere functie. De panden zijn vrijwel allemaal gevestigd in de kern Schagen en omliggende dorpen, en niet in het buitengebied. Van de totale hoeveelheid panden heeft de meerderheid energielabel B, A, A+ en A++. Circa 40% van de panden beschikt nog over een label C of D. Wooncompagnie verwacht dat alle panden binnen enkele jaren aan energielabel B (of beter) voldoen. Een klein deel van de woningen is al van het aardgas af. Dit betreft twintig corporatiewoningen in een pilotproject in Warmenhuizen.

Overige gebouwen

Naast de woningen bevinden zich in Schagen 6.967 gebouwen (peiljaar 2020). Het gebruik van deze gebouwen is weergegeven in FIGUUR 2-4.

Figuur 2-4

Overige gebouwen in Schagen.

Onder de functie ‘Logies’ vallen onder meer vakantiewoningen en hotels, en onder ‘Industrie’ vallen bijvoorbeeld bedrijfsgebouwen en agrarische gebouwen (incl. kassen). Deze Transitievisie Warmte richt zich alleen op het verduurzamen van de verwarming van deze gebouwen en niet op de industriële processen. De verwarming van kassen valt ook onder industriële processen.

Pagina 8 van 62

2.2

Huidig gasverbruik en warmtevraag

Het totale warmteverbruik (gas) van de woningen van Schagen bedraagt 891 Terrajoule (TJ), ofwel 25,4 miljoen m3 gas per jaar. Het gemiddelde gasverbruik per woning bedraagt 1.330 m3 per jaar (bron: Klimaatmonitor, peiljaar 2019). Het totale energieverbruik van de gebouwen voor commerciële en publieke dienstverlening (dus exclusief de industrie en landbouw) bedraagt 692 TJ per jaar (bron: Klimaatmonitor, peiljaar 2019). Naar schatting betreft 80% hiervan energie voor verwarming, ofwel ca. 560 TJ per jaar.

2.3

De opgave

In het Klimaatakkoord hebben alle Nederlandse gemeenten afgesproken dat alle woningen en gebouwen in 2050 voldoende geïsoleerd én van het aardgas af zijn. De periode tot 2030 geldt als een aanloopperiode waarin circa 20% van de totale opgave wordt aangepakt. Dat betekent dat er in de daaropvolgende twintig jaar nog een opgave van 80% ligt. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de aanpak zich in de periode tot en met 2030 in ieder geval richt op het isoleren en daarmee het verlagen van het energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen. Het daadwerkelijk aardgasvrij maken mag eventueel naar de daaropvolgende jaren worden geschoven.

De isolatieopgave voor Schagen

Het isoleren tot energielabel B (energie-index maximaal 1,40) wordt door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) als een haalbare en betaalbare ondergrens gezien voor de meeste bestaande woningen en gebouwen. In de praktijk zullen er soms factoren zijn die dat onmogelijk maken, zoals een monumentenstatus, beschermd stadsgezicht of simpelweg de ouderdom van de woning. In die gevallen wordt energielabel D als ondergrens gehanteerd. Voor woningen waar zelfs niveau D moeilijk haalbaar is, is in de uitvoeringsplannen extra aandacht nodig. Begin 2021 hebben overheidspartijen, de bouwsector en belangenorganisaties gezamenlijk de zogenaamde Standaard voor woningisolatie opgesteld. Hierin zijn de genoemde ondergrenzen voor verschillende woningtypes naar praktische isolatiemaatregelen vertaald (zie BIJLAGE 1 voor een nadere toelichting). In Schagen voldoet ca. 30% van de woningen, ofwel ca. 6.000 woningen, al aan energielabel B en dat betekent dat nog ruim 15.000 woningen moeten worden aangepakt. Volgens de afspraken uit het Klimaatakkoord is de opgave voor Schagen om 20% hiervan, ofwel 3.000 woningen, in de periode tot 2030 ‘aardgasvrij-ready’ te maken, dus minimaal geïsoleerd tot energielabel B en geschikt voor elektrisch koken.

De opgave aardgasvrij maken voor Schagen

Vrijwel alle huizen in Schagen hebben een gasaansluiting. Een zeer klein deel is reeds van het aardgas af. Volgens de afspraken uit het Klimaatakkoord betekent dit dus dat vrijwel de hele woning- en gebouwenvoorraad in Schagen nog aangepakt moet worden. Het streven vanuit het Klimaatakkoord is om in de periode tot 2030 ten minste 4.000 woningen aardgasvrij te hebben. Dit mag naar de daaropvolgende jaren worden geschoven.

Pagina 9 van 62

3. Hoe kunnen we de opgave aanpakken? 3.1

Woningen en gebouwen isoleren (aardgasvrij-ready)

Het isoleren van woningen en gebouwen is de eerste en meest cruciale stap in de warmtetransitie. Isolatie van de vloer, het dak en de gevel (spouwmuur), HR++-glas en het dichten van kieren leveren energiebesparing op. Idealiter wordt de isolatie conform de Standaard voor woningisolatie aangebracht (zie PARAGRAAF 3.2). Isolatie is niet alleen goed voor de portemonnee (lagere maandelijkse energielasten), maar draagt ook bij aan verlaging van de uitstoot van broeikasgassen. Daarnaast zorgt het voor een verbetering van het wooncomfort en een hogere woningwaarde. Ook is voor veel woningen en gebouwen isoleren een voorwaarde om later de overstap naar een aardgasvrije warmteoplossing te kunnen maken. Voor een warmtepomp als alternatieve warmteoplossing (all-electric) moet het pand goed geïsoleerd zijn. Extra isolatie kan ook aan de orde zijn om oude en slecht geïsoleerde woningen op een warmtenet aan te sluiten. Soms moeten ook de radiatoren worden aangepast voor lagetemperatuurverwarming (LTV) om op een aardgasvrije oplossing over te stappen. Tot slot betekent betere isolatie (o.a. kierdichting) dat inwoners voor een gezond binnenklimaat aandacht moeten besteden aan de wijze waarop de woning geventileerd wordt. Aanvullend op de isolatiemaatregelen gaat iedereen uiteindelijk elektrisch koken om aardgasvrij te worden. Ook daar moeten de woningen op worden voorbereid.

3.2

Passend warmtealternatief zoeken

Om panden aardgasvrij te maken, is er een alternatieve warmtebron nodig die het aardgas kan vervangen. De warmte die normaal uit aardgas wordt gehaald, kan uit allerlei alternatieve bronnen worden gewonnen, bijvoorbeeld uit de lucht, de bodem, oppervlaktewater, biomassa en restwarmte uit de industrie. Daarnaast zou ook groen gas (biogas) en in een verdere toekomst mogelijk ook waterstofgas ingezet kunnen worden. De meest geschikte warmteoplossing is afhankelijk van de eigenschappen van het gebouw en het gebied, zoals de mate van isolatie (op basis van bouwjaar), het gebouwtype, de bebouwingsdichtheid in het gebied, het eigendom (zijn er veel woningen van een woningcorporatie of andere grote verhuurder?), de schaal en de beschikbaarheid van bronnen. We hebben onderzoek gedaan naar de alternatieve warmtebronnen in Schagen (zie BIJLAGE 1.A). Er is (minimaal) één van de volgende drie energie-infrastructuren in de wijk nodig: een elektriciteitsnet, een warmtenet of een gasnet. Voor Schagen hebben we dat vertaald in vier mogelijke warmteoplossingen.

Elektriciteitsnet: all-electric

‘All-electric’ betekent dat er als energie-infrastructuur alleen nog een elektriciteitsnet in de wijk aanwezig is. Er is dan een warmte-opwekinstallatie in de woning of het gebouw nodig die alleen elektriciteit gebruikt, zoals een warmtepomp of infraroodpanelen. Een warmtepomp verhoogt de temperatuur van de warmte uit de omgeving (bodem, lucht of zonnecollector) om de woning comfortabel te verwarmen. Een infraroodpaneel zendt warmte uit in de vorm van warmtestraling. Om de CO2-emissie te verminderen, is het van belang dat de gebruikte elektriciteit duurzaam wordt opgewekt, dus met zonnepanelen of windmolens. In de meeste buurten moeten de elektriciteitsnetten verzwaard worden om een all-electric-oplossing mogelijk te maken. Dat is ook nodig voor elektrisch rijden. De afstemming met de netbeheerder Liander is dus cruciaal. Het versterken van het elektriciteitsnet heeft invloed op de openbare ruimte, zowel ondergronds als bovengronds. Er moet worden gegraven om extra kabels te leggen en er zijn extra transformatorhuisjes nodig.

Warmtenet

Een warmtenet zorgt ervoor dat centraal geproduceerd warm water door ondergrondse leidingen naar de woningen stroomt. Verschillende bronnen kunnen de warmte duurzaam leveren, zoals oppervlaktewater (aquathermie), afvalwater bij gemalen of rioolwaterzuiveringen (riothermie), restwarmte van bedrijven of de bodem (geothermie of warmte-koudeopslag, WKO). Een warmtenet is vooral geschikt bij hogere dichtheid van gebouwen, bijvoorbeeld bij appartementen en dicht bij elkaar staande

Pagina 11 van 62

woningen. Randvoorwaarde is dat de duurzame warmtebron op korte afstand van de te woningen of gebouwen ligt. Voor een economisch rendabel warmtenet is het van belang dat er voldoende woningen op worden aangesloten. In de regel zijn dat er minimaal driehonderd hoewel er steeds vaker ook kleinere warmtenetten met bijvoorbeeld vijftig woningen worden gerealiseerd. Voor de gemeente Schagen zijn de woonkernen Schagen en Warmenhuizen de meest kansrijke locaties voor een warmtenet vanwege de relatief grote gebouwendichtheid en het relatief grote aantal panden. De aanleg van een warmtenet is een grote ingreep in vooral het openbare gebied. Een warmtenet vraagt om relatief veel ruimte in het straatprofiel, en de straat moet open. Om de overlast voor de omgeving en kosten te beperken, kan de aanleg van een warmtenet worden gecombineerd met het vervangen van de riolering of de revitalisatie van het openbare gebied. Bij de ontwikkeling van een warmtenet moet dus goed naar de planning van de werkzaamheden in de openbare ruimte worden gekeken. We plaatsen hier de kanttekening bij dat het in de praktijk soms lastig is om de planning van rioolvervanging en de aanleg van een warmtenet goed op elkaar af te stemmen en synchroon te laten lopen.

Een ander aandachtspunt bij de aanleg van warmtenetten is de opwarming van het drinkwaternet als de warmteleidingen te dicht bij de drinkwaterleidingen worden gelegd. Een integraal ondergronds ontwerp van de ruimte in het openbare gebied waarbij alle stakeholders worden betrokken, kan dergelijke knelpunten oplossen. Bij de aanleg van een warmtenet zal ook het elektriciteitsnet in sommige gevallen verzwaard moeten worden. De woningen stappen over op elektrisch koken en meestal zijn collectieve of individuele elektrische warmtepompen nodig om de temperatuur van de warmte op het juiste niveau te krijgen. Het is daarom belangrijk om de netbeheerder te betrekken bij de planvorming. Bij een collectieve warmtepomp zal op de locatie van die warmtepomp een voldoende grote elektriciteitsaansluiting moeten zijn.

Duurzaam gas

Er zijn wijken waar zowel een warmtenet als een all-electricoplossing met de huidige stand van de techniek niet mogelijk of veel te kostbaar zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor wijken met veel historische woningen en gebouwen (van voor 1945) of oudere woningen in de buitengebieden. Soms is de beste oplossing om woningen te verwarmen met duurzaam gas. In de overgangsperiode tot 2050 zal er waarschijnlijk nog sprake van aardgas zijn, maar daarna kan mogelijk groen gas of waterstof worden ingezet. Daar past echter de volgende kanttekening bij. Voor de periode tot 2030 is de inzet van deze duurzame gassen nog geen realistische optie voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Ook na 2030 zijn waterstof en groen gas voor de gebouwde omgeving naar verwachting alleen een logische optie als er geen andere reële warmtealternatieven voorhanden zijn. Dit komt doordat de prijs en beschikbaarheid van waterstof en groen gas zeer onzeker zijn. Waterstof zal in eerste instantie ingezet worden voor de zware industrie en zwaar vervoer, omdat hiervoor nog geen goede alternatieven zijn. Het is lastig nu al toekomstbestendig groen gas te koppelen aan bepaalde wijken. In lijn met de Routekaart Groen Gas ligt het daarom voor de hand om de warmtetransitie niet te beginnen met het inzetten van groen gas.

Voor de periode na 2030 zal de beperkte hoeveelheid gereserveerd worden voor plaatsen waar een alternatief lastig of kostbaar is.

3.2.1 Hybride oplossingen: gas met warmtepomp Voor gebouwen in wijken die (voorlopig) op het gasnet aangesloten blijven, kan een hybride oplossing uitkomst bieden, mits het pand voldoende geïsoleerd is (energielabel B of beter). Bij een hybride oplossing krijgt de elektrisch gevoede warmtepomp in koude dagen ondersteuning van een gasgestookte cv-ketel. De warmtepomp zorgt ervoor dat er minder aardgas (of uiteindelijk duurzaam gas) nodig is. Dit is echter wel een tussenoplossing. Om aardgasvrij te worden met een volledig elektrische warmtepomp is het vaak nodig om de woning verder te isoleren en afgiftesystemen aan te passen of te vervangen. Alternatief is om uiteindelijk op een warmtenet aan te sluiten. Dit stelt meestal minder hoge eisen aan verdere isolatie van de woning en afgiftesystemen.

Pagina 12 van 62

4. Waar en wanneer kunnen we starten? 4.1

Afwegen op basis van criteria

In een periode van dertig jaar worden wijken en buurten stap voor stap geïsoleerd en aardgasvrij gemaakt. Maar waar kun je het beste beginnen? In Schagen gebruiken we de volgende criteria om de volgorde van de buurtaanpak te bepalen.

Technisch-economische criteria

Voor iedere buurt hebben we samen met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) onderzocht wanneer de woningen zijn gebouwd, welk type woningen er staan, over welke energielabels de woningen beschikken en welke warmtealternatieven kansrijk zijn. Met deze data wordt duidelijk in welke buurten de grootste isolatieopgave ligt, welke buurten geschikt zijn voor een warmtenet en welke warmtebron een dergelijk warmtenet zou kunnen voeden. Verder hebben we per buurt voor ieder technisch kansrijk warmtealternatief de maatschappelijke kosten voor het isoleren en aardgasvrij maken van de woningen berekend op basis van de kentallen van het Planbureau voor de Leemomgeving (PBL). In buurten waar de maatschappelijke kosten laag zijn, is het makkelijker om te starten dan in buurten met hoge maatschappelijke kosten. In BIJLAGE 1 is de technische en financiële analyse nader toegelicht. In de kostenanalyse is nog geen onderscheid gemaakt tussen de kosten voor de eindgebruiker (de woningeigenaar of huurder) en de kosten voor andere partijen (overheid, netbeheerder, etc.). Ook is in de kostenanalyse nog geen rekening gehouden met de waarde van het huidige aardgasnet. In sommige delen van buurten liggen relatief nieuwe gasnetten vanwege recent uitgevoerde vervangingen van bijvoorbeeld gasleidingen van grijs gietijzer. In andere buurten zijn de gasnetten al sinds lange tijd in gebruik.

Als de warmtetransitie wordt gestart in buurten waar de gasnetten al relatief oud zijn, wordt er zo min mogelijk waarde vernietigd.

Socio-economische criteria

De manier waarop buurtinwoners tegenover de warmtetransitie staan, verschilt binnen een buurt, maar verschilt zeker ook van buurt tot buurt. Een mogelijke invalshoek is te starten in die buurten waar de warmtetransitie het meest leeft bij inwoners en zij het meest gemotiveerd zijn. Andersom kunnen we ook ervoor kiezen om, aansluitend bij sociaal-economisch beleid, juist zwakkere buurten als eerste aardgasvrij te maken. Ook kan gekeken worden naar verschillen in de mate van zelfredzaamheid en bereidheid van particuliere woningeigenaren om te investeren. Er kan dus begonnen worden in buurten met de sterkste of juist de zwakste schouders. Soms nemen buurtbewoners het initiatief om gezamenlijk van het aardgas af te gaan. We kunnen kiezen om juist in die buurten te starten waar het lokale initiatief groot is. Deze burgerinitiatieven kunnen dan het vliegwiel worden voor de warmtetransitie in Schagen. Voor iedere buurt hebben we samen met het CBS inzichtelijk gemaakt hoe de inkomens verdeeld zijn, welk deel van hun inkomen door de inwoners aan energie wordt besteed, hoeveel energie er wordt verbruikt, hoeveel woningen al zonnepanelen hebben en hoeveel woningen al isolatiemaatregelen hebben getroffen. De laatste twee criteria zijn een maat voor de bereidheid van inwoners om in duurzaamheidsmaatregelen te investeren.

Contracteerbaarheid

Contracteerbaarheid is vooral van belang bij een collectieve oplossing door middel van een warmtenet. Het gaat hierbij over de mate waarin het vastgoed in een wijk in bezit is van een grote of juist relatief beperkte hoeveelheid eigenaren. Met andere woorden: zijn alle woningen individueel (privé)bezit of zijn veel huizen eigendom van een of enkele woningcorporaties? Vanuit contracteerbaarheid is het wenselijk dat het vastgoed in eigendom is van een beperkte hoeveelheid eigenaren. Dit versnelt potentieel het proces en beperkt voor gemeenten en warmteleveranciers mogelijk de transactiekosten voor het contracteren van de warmtevraag. Per buurt hebben we onderzocht welk deel van de woningen in bezit is van woningcorporatie Wooncompagnie, de grootste vastgoedeigenaar in Schagen.

Pagina 14 van 62

Afwegen: hoe doen we dit? De bovengenoemde criteria hebben we samengevat in een datatabel die separaat van deze warmtevisie raadpleegbaar is. Welke criteria leidend zijn bij de bepaling van de volgorde van de buurtaanpak is onderdeel van het bestuurlijk proces. We kunnen ervoor kiezen om bijvoorbeeld de maatschappelijke kosten leidend te laten zijn, dus eerst de buurten aan te pakken waar de laagste kosten worden verwacht. Maar ook socio-economische criteria, zoals energiearmoede, kunnen de doorslag geven voor prioritering. In de datatabel zijn per criterium weegfactoren opgenomen waarmee op een objectieve manier buurten tegen elkaar kunnen worden afgewogen. In deze Transitievisie Warmte hebben we nog geen definitieve keuze voor de volgorde van de buurtaanpak gemaakt. Wel hebben we een voorstel opgenomen voor de buurten waar we in de periode tot 2030 stappen willen zetten.

Natuurlijke momenten

Het combineren van de warmtetransitie met grootschalige renovatie en sloop of nieuwbouw van vastgoed brengt kostenvoordelen met zich mee. De kosten van het aardgasvrij maken van buurten worden zo veel mogelijk beperkt als wordt aangesloten bij natuurlijke renovatiemomenten. Dit geldt ook voor de aanleg van de benodigde infrastructuur. Het combineren van de aanleg van een warmtenet met de uitbreiding of vervanging van bestaande infrastructuren (wegen en riolering) kan kosten en overlast besparen. Ook de nieuwbouw van woningen is een natuurlijk moment. Nieuwbouwwoningen worden aardgasvrij gebouwd en in de planvorming wordt naar het meest passende alternatief voor aardgas gezocht. Door hierbij ook de omgeving te betrekken, kunnen mogelijk ook omliggende woningen worden verduurzaamd. Deze ‘meekoppelkansen’ zijn relevant voor zowel de vraag in welk jaar het slim is een wijk aardgasvrij te maken als voor de keuze van de technisch-economische oplossing in een buurt. Liander heeft in de Buurtanalyse Tool per buurt de ouderdom van het gasnet inzichtelijk gemaakt. Hierdoor kan gefocust worden op gebieden waar de gasinfrastructuur reeds economisch is afgeschreven, om maatschappelijke onrendabele kosten te voorkomen bij omschakeling.

4.2

Meest kansrijke buurten

Aan de hand van de bovengenoemde afwegingscriteria hebben we buurten met elkaar vergeleken en onderzocht welke buurten het meest kansrijk zijn om als eerste aan te pakken. Hieruit komt het volgende beeld naar voren.

Kansrijke buurten op basis van technisch-economische criteria en contracteerbaarheid

Op basis van de technische en financiële criteria zijn de meest kansrijke startbuurten: Nes-Noord, Nolmerban, Hoep-Noord, Witte Paal en Warmenhuizen-Zuid eventueel aangevuld met Schagen-Centrum-Zuid en Hoep-Zuid. De maatschappelijke kosten om uiteindelijk aardgasvrij te worden, zijn hier het laagst. In deze buurten staan relatief veel nieuwe woningen die al voldoende of nagenoeg voldoende zijn geïsoleerd. De meest voordelige optie hier is om de panden aan te sluiten op een eigen elektrisch aangedreven warmtepomp. Aansluiting op een warmtenet gevoed door bodemenergie (WKO) en aquathermie lijkt vooralsnog niet veel duurder. In Hoep-Zuid, Schagen-Centrum-Zuid en Hoep-Noord is het aandeel corporatiewoningen het grootst (18% tot 25%). Vanuit het criterium contracteerbaarheid zijn dit dus kansrijke buurten.

Pagina 15 van 62

In de periode tot 2030 kan de aanpak zich beperken tot de isolatie van de woningen. Als de ambitie is om in deze periode een zo groot mogelijk aantal woningen te isoleren tot minimaal energielabel B, zijn de buurten met relatief veel woningen met energielabel C en D het meest kansrijk. Dit zijn buurten die overwegend in de jaren ’60, ’70 en ’80 zijn gebouwd met veel gelijksoortige woningen. Hier kan een kostenefficiënte en systematische isolatieaanpak worden gevolgd. In buurten met relatief veel woningen met energielabel E, F en G zijn de woningen veel diverser van samenstelling en zijn de kosten voor het isoleren een stuk hoger. Hier staat een hogere energiebesparing en vermindering van broeikasgassen tegenover, maar omdat het om geringere aantallen woningen gaat, is ook de milieuwinst voor deze categorie woningen het kleinst. De meest kansrijke buurten voor de isolatieaanpak zijn: Petten-West, Muggenburg, Waldervaart-Noordwest, Uyterland, Waldervaart-Zuid, Groeneweg-Noord. In Muggenburg, Waldervaart-Zuid en Waldervaart-Noordwest is het aandeel corporatiewoningen het grootst (27% tot 33%). Vanuit het criterium contracteerbaarheid zijn dit dus kansrijke buurten.

Kansrijke buurten op basis van socio-economische criteria

Om tot een selectie van kansrijke buurten te komen gebaseerd op de grootste bereidheid tot investeren in verduurzamingsmaatregelen, hebben we onderzocht in welke buurten het gemiddelde inkomen hoog is, hoeveel woningen van zonnepanelen zijn voorzien en in welke mate de woningen al isolerende maatregelen hebben getroffen. De in de buitengebieden gelegen buurten komen dan als meest kansrijk uit de bus: Nes en Buitengebied, Valkkoog en Buitengebied, buitengebied Callantsoog-Oost, Groenveld en Buitengebied en Krabbendam en Buitengebied. Van de kansrijke buurten voor de isolatie-aanpak scoren de buurten Uyterland en Waldervaart-Zuid het hoogst op dit socio-economische aspect. Als we besluiten om, aansluitend bij sociaal-economisch beleid, juist zwakkere buurten als eerste aan te pakken, zijn de buurten Burgervlotbrug en Buitengebied, Burgerbrug (woonkern), Buitengebied Burgerbrug, Sint Maartensvlotbrug-West en Groote Keeten Abbestede en Buitengebied het meest kansrijk. Van de kansrijke buurten voor de isolatie-aanpak scoren de buurten Uyterland en Petten-West het hoogst op het socioeconomische aspect.

Pagina 16 van 62

5. Wat vinden onze inwoners, ondernemers en partners ervan? 5.1

Inwoners en ondernemers

De gemeente heeft de regie over de warmtetransitie. Het is echter een gezamenlijke opgave die we alléén met elkaar op een goede manier kunnen volbrengen. Als gemeente luisteren we daarom goed naar de wensen en eisen die onze inwoners hebben. Zonder de inzet en betrokkenheid van inwoners en ondernemers krijgen we het niet voor elkaar om de woningen en gebouwen in Schagen op tijd te verduurzamen. Voor de Transitievisie Warmte hebben we de kennis en ervaring van inwoners en ondernemers gebruikt bij het inventariseren van de kansen en het bepalen van de koers. Hiervoor is een adviesraad van inwoners en ondernemers opgericht en hebben we ons online participatieplatform www.samen.schagen.nl gebruikt. Daarnaast is een enquête onder de inwoners en ondernemers uitgezet en is een Warmte Meetup georganiseerd. Hieronder is de inbreng van de inwoners samengevat. Deze is gebruikt bij de verdere uitwerking van deze Transitievisie Warmte.

Enquête

Dat inwoners en ondernemers willen meedenken en meedoen, blijkt ook uit de enquête die eind 2020 is verspreid. De enquête is ingevuld door 160 inwoners en ondernemers. De respondenten geven aan zelf te willen bepalen hoe (91%) én wanneer (82%) ze van het aardgas af gaan. Het merendeel wacht het liefst op een betaalbaar aanbod van de gemeente.

Warmte-ideeën

Tot eind januari 2021 is een oproep gedaan voor warmte-ideeën. Er zijn 27 ideeën opgehaald. Deze concentreren zich rondom de volgende thema’s:

• Isoleren: start met het isoleren van de woningen en gebouwen. Wat je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken. • Waterstof: zet waterstof in plaats van aardgas in en gebruik daarvoor het bestaande gasnet. • Gebruik alternatieve warmtebronnen: benut bodemwarmte en restwarmte van bedrijven. • Wijkopslag voor elektriciteit: plaats in iedere wijk een opslagfaciliteit voor zonne-energie. • Financiering: stel een subsidie voor de verduurzaming van oude woningen beschikbaar. Adviesraad

De adviesraad is vier keer bij elkaar gekomen en heeft meegedacht over de aanpak en koers van deze Transitievisie Warmte. De adviesraad heeft een groot aantal operationele adviezen gegeven. Deze zijn toegevoegd in BIJLAGE 3. Samengevat zijn hieruit de volgende resultaten gekomen:

• Start met isoleren van woningen. • Maak gebruik van natuurlijke momenten en leg waar mogelijk verplichtingen op. • De gemeente moet niet achterover leunen, maar de inwoners stap voor stap meenemen met een realistisch verhaal. • Zet energiecoaches van energiecoöperaties in. • Zet de early-adaptors nog meer in de schijnwerpers, zodat mensen zien dat het kan. • Kijk goed naar voorbeelden vanuit de proeftuinen van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) of van andere gemeentes om de isolatie-aanpak te versnellen.

• Pilot aardgasvrij: 1) maak op kleine schaal twee verschillende soorten woningen aardgasvrij. Deze zullen aanstekelijk werken voor soortgelijke woningen, en 2) maak de gemeentelijke gebouwen aardgasvrij en laat deze als voorbeeld dienen voor andere gebouwen en woningen.

• Gemeente kan een monitorsysteem (dashboard) opzetten, zodat duidelijk is hoeveel en hoe goed woningen in Schagen verduurzaamd zijn. Zodoende is inzichtelijk wat er nog moet gebeuren en wat er al is gedaan.

• Met woningbouwcorporaties kunnen koppelkansen gezocht worden om gezamenlijk wijken met gespikkeld bezit

aan te pakken. Ontzorg particuliere eigenaren en biedt aan om mee te doen met isoleren bij verbouwingen van woningbouwbuurten.

• Het Rijk moet met geld komen. Pagina 18 van 62

5.2

Partners

De partners woningcorporatie Wooncompagnie, hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK), HVC en Liander adviseren om te starten met het isoleren en aardgasvrij-ready maken van woningen. Parallel hieraan kan de komende jaren worden onderzocht wat de kansen voor de ontwikkeling van een warmtenet zijn. HVC en HHNK denken dat een warmtenet in Schagen-Centrum mogelijk kansrijk is vanwege de voldoende grote warmtevraag en een aantal grote gebouwen die als startpunt voor een warmtenet kunnen fungeren. Verwacht wordt dat er voldoende aanbod van warmte uit oppervlaktewater en restwarmte is om het warmtenet te kunnen voeden. Daarnaast bevelen de partners aan om onderzoek te doen naar de kansen voor kleinschalige warmtenetten met collectieve warmtepompen. Wooncompagnie is al flink gevorderd met het isoleren van de corporatiewoningen en ziet het starten in buurten met veel corporatiewoningen als een kans. Particuliere woningeigenaren kunnen gebruikmaken van de verzamelde kennis van Wooncompagnie; ze wonen immers vaak in vergelijkbare woningtypes, ze kunnen samen optrekken met de corporatie. Ook kunnen buurten met veel corporatiewoningen sneller aardgasvrij gemaakt worden doordat er dan minder woningeigenaren zijn die over de streep moeten worden getrokken om een haalbare businesscase te maken.

Zodra Wooncompagnie hier een start mee maakt, kunnen de overige woningen in de buurt meeliften op de aanpak, ook als voor individuele warmtepompen wordt gekozen. In dat geval kunnen de corporatiewoningen een voorbeeld zijn voor de omliggende woningen in de buurt. Wooncompagnie vindt het belangrijk dat bewoners zich op eigen tempo kunnen voorbereiden op aardgasvrij. Hybride systemen zijn ook een optie als tussenstap en tijdelijke oplossing, omdat bewoners hiermee kunnen besparen op hun energieverbruik. Wooncompagnie heeft op dit moment geen voorkeur voor warmtenetten of individuele (all-electric) oplossingen. Liander heeft een grote opgave in Schagen voor het versterken van zowel het laag- als het middenspanningselektriciteitsnet. Deze netten zijn in veel buurten nog niet zwaar genoeg om alle woningen op een elektrische warmtepomp over te laten gaan of collectieve warmtepompen van stroom te voorzien. Ook aanvullende ontwikkelingen, denk aan laadinfra voor mobiliteit en aan zonnepanelen, vragen meer capaciteit in gebieden. Liander wil graag in een zo vroeg mogelijk stadium weten welke warmteoplossing in een bepaalde buurt wordt gekozen, zodat ze daar in hun planning rekening mee kunnen houden. Maar ook inzicht in andere opgaves is van belang om een toekomstvast net te kunnen ontwerpen. Liander hanteert een flexibele planning voor het vervangen van de gasnetten.

Als het gasnet in een bepaalde buurt economisch is afgeschreven, betekent dat niet dat het gelijk wordt vervangen. Dit gebeurt alleen als het net technisch afgeschreven is of als het net gevoelig is voor grondroeringen. Bij de vervanging van het gasnet zoekt Liander contact met de gemeente en wordt bekeken of er een alternatieve warmtevoorziening verwacht wordt en of het gasnet nog nodig is in de toekomst.

Pagina 19 van 62

6. Welke strategie volgen we in Schagen? 6.1

Ambitie en uitgangspunten voor de warmtetransitie in Schagen

In Schagen sluiten we aan bij de doelstellingen die landelijk zijn afgesproken in het Klimaatakkoord. Stap voor stap maken we in een periode van dertig jaar de woningen en gebouwen in Schagen aardgasvrij. De eerste stap is isolatie van de woningen. Hierdoor neemt het energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen af en zijn de woningen geschikt om op een aardgasvrije warmtevoorziening over te stappen. Het tijdspad om de doelen van de warmtetransitie te behalen loopt tot 2050. Omdat inzichten kunnen veranderen, is het niet slim om in één keer de route tot 2050 uit te stippelen. Particuliere woningeigenaren, corporaties, de gemeente en anderen hebben bovendien niet de middelen om in heel Schagen tegelijk aan de gang te gaan met de warmtetransitie. Een stapsgewijze aanpak is daarom essentieel. Hiermee kunnen we de tijd slim benutten. De onzekerheden in de warmtetransitie vragen om flexibiliteit. Het tegelijkertijd werken aan beleidsontwikkeling (visie en strategie) en het leren van projecten in de praktijk (in de wijken) versterken elkaar. De focus ligt de komende jaren op het besparen op het gebruik van aardgas door middel van het isoleren van de woningen. In de periode tot 2030 hebben we de ambitie om 3.000 bestaande woningen (20% van de totale isolatieopgave) te isoleren tot een niveau waarop ze op een passende manier aardgasvrij kunnen worden gemaakt (aardgasvrij-ready).

Naast isoleren betekent dit dat de woningen ook geschikt worden gemaakt voor elektrisch koken. Het daadwerkelijk aardgasvrij maken van de woningen mag ook na 2030 gebeuren. In de tussentijd verzamelen we kennis over technieken, organisatie en financiering. Wel willen we natuurlijke momenten zoveel mogelijk aangrijpen om woningen en gebouwen aardgasvrij te maken. We gaan ervan uit dat duurzame gassen als groene waterstof en biogas voor 2030 niet kunnen worden ingezet. Ook gaan we ervan uit dat er tot 2030 geen grootschalige warmtenetten in Schagen worden aangelegd tenzij marktpartijen hier initiatief voor nemen. Om toch in de periode tot 2030 een start te maken met het aardgasvrij maken van woningen, willen we een pilot opzetten waarin een buurt of een deel daarvan aardgasvrij wordt gemaakt. Met deze pilot willen we niet alleen kennis opdoen over techniek en financiering, maar ook leren hoe we inwoners kunnen laten participeren. We willen hierbij ook ervaringen uit andere gemeenten toepassen. In deze Transitievisie Warmte maken we nog geen definitieve keuze voor buurten waar we tot 2030 aan de slag gaan. We vinden het belangrijk dat het initiatief vanuit de samenleving komt en er draagvlak in een buurt is voordat we met de uitvoering starten. De woningcorporatie Wooncompagnie is daarbij een belangrijke partner.

Samen met de inwoners, de woningcorporatie en andere betrokken partijen werken we vervolgens voor iedere buurt een Buurtuitvoeringsplan uit waarin we de te zetten stappen uitwerken. De inwoners bepalen vervolgens zelf het tempo.

6.2

Nadere uitwerking strategie

De ambitie en uitgangspunten zijn vertaald in vier strategische sporen (A t/m D). De strategie voor isoleren verloopt via de sporen A en B. De ambitie is om tot 2030 in totaal 3.000 woningen uit de energieklasse C t/m G te isoleren tot minimaal energielabel B en geschikt te maken voor elektrisch koken (aardgasvrij-ready). Vanuit de gemaakte prestatieafspraken zal woningcorporatie Wooncompagnie bijna de helft van dit aantal voor haar rekening nemen. Het resterende deel betreft woningen van particuliere eigenaren. De strategie voor aardgasvrij verloopt via de sporen A, C en D. De ambitie is om in de periode tot 2030 een begin te maken met het aardgasvrij maken van woningen in Schagen. Dat doen we door een pilot hiervoor op te starten en natuurlijke momenten, zoals de vervanging van cv-ketels, te benutten.

Pagina 21 van 62

6.2.1 Spoor A: gemeentebrede aanpak De gemeente, de woningcorporatie, de energiecoöperaties en overige relevante partners en ondernemers maken gezamenlijk een gemeentebreed uitvoeringsplan en voeren dit samen uit. In dit uitvoeringsplan geven we particuliere woningeigenaren op een gedetailleerde manier handelingsperspectief voor enerzijds isoleren en anderzijds aardgasvrij(-ready) maken. De kracht van de bestaande initiatieven Wij Doen Wat, het Duurzaam Bouwloket en de kennis en ervaring van de woningcorporatie en de netbeheerder worden in deze strategie gebundeld en versterkt. Particuliere woningeigenaren worden waar mogelijk ontzorgd en financieel de weg gewezen. Via een intensieve communicatie- en participatiestrategie betrekken we de particuliere woningeigenaren bij de aanpak. We verbinden de aanpak aan natuurlijke momenten: op het moment dat een woning bijvoorbeeld van eigenaar verwisselt, wordt de nieuwe eigenaar op een actieve manier gestimuleerd om hun woning te isoleren. Banken en makelaars kunnen hierbij een belangrijke rol vervullen.

Isoleren

Voor het isoleren richten we ons op alle buurten met woningen in de energieklasse C t/m G. We laten de particuliere woningeigenaren zien hoe ze stap voor stap hun woning kunnen isoleren, welke partijen ze daarbij kunnen inschakelen, hoeveel het kost en hoeveel het oplevert, en welke financieringsmogelijkheden er zijn. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van ‘menukaarten’ per woningtype. In deze Warmtevisie hebben we alvast een aanzet voor het handelingsperspectief opgesteld (zie BIJLAGE 2).

Aardgasvrij maken

Voor het aardgasvrij maken richten we ons met name op de eigenaren van woningen met energielabel A en B. Deze woningen zijn meestal nu al geschikt om aardgasvrij te worden verwarmd. We laten de particuliere woningeigenaren zien welke mogelijkheden er zijn om hun woning nu al aardgasvrij te maken, welke partijen ze daarbij kunnen inschakelen, hoeveel het kost en hoeveel het oplevert. Daarbij brengen we ook hybride oplossingen onder de aandacht zoals hybride warmtepompen die deels nog van aardgas gebruikmaken. We verbinden de aanpak aan natuurlijke momenten: op het moment dat een woning bijvoorbeeld een nieuwe cv-ketel nodig heeft, wordt de eigenaar op een actieve manier gestimuleerd om een duurzaam alternatief te kiezen. Installateurs kunnen hierbij een belangrijke rol vervullen.

6.2.2 Spoor B: intensieve aanpak voor isoleren meest kansrijke buurten Ervaringen uit het verleden leren dat met een gemeentebrede aanpak wel voorruitgang kan worden geboekt, maar onvoldoende om de 2030-doelstelling te halen. Daarom kiezen we een of enkele buurten waarin snel en op een systematische manier grotere aantallen woningen kunnen worden verduurzaamd. In deze buurt(en) organiseren we, bovenop de aanpak van spoor A, een intensief en persoonlijk participatietraject voor particuliere woningeigenaren. Samen met de particuliere woningeigenaren, de woningcorporatie en andere betrokken partijen stellen we per buurt een buurtuitvoeringsplan op. Doel is om iedere bewoner voor zijn eigen woning een gedetailleerd beeld van de benodigde isolatie- (en ventilatie)maatregelen, kosten, opbrengsten en financiering te geven. Daarbij maken we gelijk de doorkijk naar aardgasvrij. We laten de particuliere woningeigenaren zien wat ze eventueel aanvullend kunnen doen om hun woning aardgasvrij te maken. Hierbij hebben we ook oog voor tijdelijke oplossingen zoals hybride warmtepompen. Verder onderzoeken we de mogelijkheden van gezamenlijke inkoop en uitvoering van de verduurzamingsmaatregelen. De meest kansrijke buurten voor spoor B zijn buurten met een groot aandeel woningen met energielabel C en D.

Dit zijn buurten die overwegend in de jaren ’60, ’70 en ’80 zijn gebouwd, met veel rijwoningen en vergelijkbare bouwstijl. De woningen zijn op een systematische wijze gebouwd en kunnen ook op een systematische en kostenefficiënte manier worden geïsoleerd. Voor de meeste woningen in deze klasse zijn de maatregelen niet erg ingrijpend; er zijn geen grote verbouwingen nodig. Hoe meer corporatiewoningen in een buurt, hoe kansrijker, want de corporatiewoningen kunnen enerzijds als voorbeeld voor de koopwoningen dienen en anderzijds kunnen de woningcorporatie en de particuliere woningeigenaren een gezamenlijke uitvoering op poten zetten. De kansrijke buurten voor spoor B zijn Petten-West, Groeneweg-Noord, Waldervaart-Zuid, Waldervaart-Noordwest, Muggenburg, Uyterland, Schelphoek, Groeneweg-Zuid en Debbemeer-Zuid. Uit deze negen buurten selecteren we in eerste instantie maximaal drie buurten waar we in de periode tot 2030 met spoor B aan de slag gaan. De drie buurten selecteren we aan de hand van de mate van draagvlak onder de particuliere woningeigenaren.

Pagina 22 van 62

6.2.3 Spoor C: pilot aardgasvrij Om in de periode tot 2030 een start te maken met het aardgasvrij maken van woningen, willen we een pilot opzetten waarin een buurt of een deel daarvan aardgasvrij wordt gemaakt. Met deze pilot willen we niet alleen kennis opdoen over techniek en financiering, maar ook leren hoe we inwoners kunnen laten participeren. We willen hierbij ook ervaringen uit andere gemeenten toepassen. We willen graag dat de pilot in 2030 ook een resultaat laat zien en daarom willen we de pilot uitvoeren in een buurt waar de technische en financiële condities zo gunstig mogelijk zijn. Dan komen de meest recent gebouwde buurten als eerste in aanmerking, omdat de woningen hier al voldoende geïsoleerd zijn. Hier zijn de kosten per woning het laagst en is de installatie van de aardgasvrije warmtevoorziening het minst ingrijpend. De meest kansrijke buurten voor een pilot zijn Nes-Noord, Nolmerban, Hoep-Noord, Witte Paal en Warmenhuizen-Zuid. Omdat we ook de woningcorporatie in de pilot willen betrekken, kiezen we voor een buurt waar zich een hoog percentage corporatiewoningen bevindt. Dit is Nes-Noord, hier is het percentage corporatiewoningen 18%. Samen met inwoners en partners ontwerpen we de aanpak en leggen we dit vast in een uitvoeringsplan. We onderzoeken de mogelijkheden voor subsidie. Netbeheerder Liander speelt een belangrijke rol bij het vormgeven van de pilot.

Mogelijk zijn sommige buurten de komende jaren nog ongeschikt om over te stappen op elektrische warmtepompen vanwege de beperkte capaciteit van het stroomnet. De schaalgrootte van de pilot leggen we niet vast in deze Transitievisie Warmte. Het kan een kleinschalige pilot betreffen in een of enkele straten, of een hele buurt omvatten. Inwoners en partners bepalen zelf de schaalgrootte. We hebben geen voorkeur voor het toepassen van een bepaalde techniek in de pilot. Zowel individuele warmtepompen als de ontwikkeling van een (kleinschalig) warmtenet behoren tot de mogelijkheden. Inwoners en partners bepalen samen welke techniek de voorkeur heeft.

6.2.4 Spoor D: onderzoek naar kansen warmtenet Voor de meest verstedelijkte delen van Schagen zien we de aanleg van een warmtenet als een serieuze optie. Een voorbeeld hiervan is Schagen-Centrum. De partners HVC en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier zien hier serieuze kansen. Daarbij speelt mee dat het vanwege de woningtypologie mogelijk lastig wordt om de woningen voldoende te isoleren voor een all-electric warmtepomp: aansluiting op een warmtenet stelt minder hoge eisen aan de mate van isolatie dan een all-electricoplossing. We willen de kansen voor een warmtenet verder verkennen. Dit doen we samen met de partners. In dit kader volgen we ook de ontwikkelingen rondom aquathermie, de meest kansrijke collectieve strategie voor Schagen, en we verzamelen de ervaringen die elders in Nederland, zoals in de proeftuinen van het PAW, worden opgedaan.

6.3

Rollen van partijen

Gemeente

Als gemeente voeren we regie in de warmtetransitie. We stellen deze visie op, brengen partijen bij elkaar, starten verkenningen en zorgen voor coördinatie op de Buurtuitvoeringsplannen die de komende jaren gemaakt gaan worden. De gemeente richt zich met name op de regie van het proces (procesregisseur) en het waar mogelijk koppelen van de warmtetransitie aan andere ruimtelijke of sociaal-economische opgaves van de gemeente of andere betrokken partijen (integrale regisseur). Concreet betekent dit dat de gemeente vooral inwoners, ondernemers en andere betrokken partijen aan elkaar verbindt, belangen zorgvuldig afweegt en initiatief stimuleert. Er is nog geen juridische doorzettingsmacht voor de Nederlandse gemeenten in relatie tot de energietransitie. De keuze voor het warmtealternatief kan (op dit moment) dus nog niet worden afgedwongen bij particuliere woningeigenaren na een gedegen proces (participatie en technisch onderzoek). De gemeenten proberen zo veel mogelijk initiatief te stimuleren, maar uiteindelijk zal er waarschijnlijk een stok achter de deur nodig zijn om de doelstellingen te behalen. Naar verwachting krijgen gemeenten in de toekomst bevoegdheid om aan te geven dat een wijk op een bepaalde datum van het aardgasnet wordt afgesloten. Dit instrument is nu echter nog niet in wet- en regelgeving verankerd en het is onbekend wanneer dit wel het geval zal zijn.

Tot het moment dat het afsluiten in wet- en regelgeving is verankerd, is het alleen mogelijk om door middel van verleiding particuliere woningeigenaren te laten overstappen op een verwarmingssysteem zonder aardgas.

Pagina 23 van 62

De huidige Warmtewet wordt herzien en er wordt verwacht dat de nieuwe Warmtewet in 2022 in werking treedt. Deze wetsaanpassing heeft aanzienlijke gevolgen voor de marktordening en de positie van gemeenten. Als gemeente kunnen we met de nieuwe wet warmtekavels aanwijzen en warmtebedrijven selecteren, en zo sturen op de ontwikkeling van warmtenetten. We bepalen op dat moment ook onze eigen rol in het warmtebedrijf. We kunnen ervoor kiezen om alles aan de markt over te laten of zelf in het warmtebedrijf te stappen. Ook zijn constructies zoals een coöperatief warmtebedrijf denkbaar, waarbij ook inwoners eigenaar zijn. Welke rol het best bij Schagen past, wordt de komende jaren verder uitgewerkt.

Woningcorporatie Wooncompagnie

Wooncompagnie staat aan de lat voor de verduurzaming van hun eigen woningbestand. In 2030 voldoen alle corporatiewoningen minimaal aan energielabel B. De woningcorporatie werkt mee aan het uitwerken van de Buurtuitvoeringsplannen en levert inbreng in de vorm van kennis op met name technisch en financieel vlak.

Liander

Als beheerder van het gas- en elektriciteitsnet levert Liander kennis over de benodigde aanpassingen van haar infrastructuur voor aardgasvrije warmteoplossingen. Liander werkt mee aan het opstellen van Buurtuitvoeringsplannen. Liander toetst of voorgenomen warmteoplossingen uitvoerbaar zijn binnen de beschikbare netwerkcapaciteit en breidt het net uit daar waar nodig. Relevant is wel om bij omschakeling te kijken naar de totale maatschappelijke kosten, zodat er zinvolle investeringen worden gedaan.

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Het hoogheemraadschap is waterkwaliteitsbeheerder van de meeste waterwegen in Schagen. Deze zijn belangrijk voor de ontwikkeling van aquathermie, de winning van warmte uit oppervlaktewater. Het hoogheemraadschap beschikt over kennis over de kansen voor en beperkingen van aquathermie. Op het moment dat de kansen voor de ontwikkeling van een warmtenet verder verkend worden, kan het hoogheemraadschap haar kennis inbrengen.

HVC

HVC beschikt over veel kennis over het ontwikkelen van warmtenetten. HVC zal deze kennis met name delen in de sporen B en C van de strategie voor aardgasvrij.

Woning- en gebouweigenaren

De te treffen verduurzamingsmaatregelen vinden voor het overgrote deel achter de voordeur van woningen en gebouwen plaats. De rol van woning- en gebouweigenaren bij het opstellen van de Buurtuitvoeringsplannen en het vervolg daarop is dan ook cruciaal. Deze partijen kunnen hun inbreng bij de planvorming leveren door mee te doen aan bijvoorbeeld een Adviesraad Warmte. Daarnaast hebben de particuliere woningeigenaren een rol in het ontplooien van buurtinitiatieven en kunnen zij zelf een plan bedenken om hun buurt te isoleren of aardgasvrij te maken. Bewonersverenigingen en sociale netwerken kunnen worden ingezet om de particuliere woningeigenaren te betrekken. De rol van en het draagvlak bij de particuliere woning- en gebouweigenaren kan worden vergroot door bij de Buurtuitvoeringsplannen breder dan alleen naar warmtetransitie te kijken en ook andere buurtverbeteringen ter hand te nemen.

Duurzaam Bouwloket en andere ondersteunende partijen

Het Duurzaam Bouwloket (DBL) beschikt over veel technische en financiële kennis over het verduurzamen van woningen. DBL geeft onafhankelijk advies en organiseert wijkaanpakken en collectieve inkoopacties. DBL kan ook energiecoaches opleiden en inzetten. Andere partijen die naast DBL kunnen worden ingezet om de uitvoering en participatie te ondersteunen, zijn bijvoorbeeld Winst uit je woning, Klimaatroute en Susteen.

Pagina 24 van 62

Figuur 3

ASDasda

Figuur 6

asdf

Figuur 4

asdfs

Figuur 7

asdf

Figuur 5

asdfdf

Figuur 8

asdf

7. Hoe pakken we de uitvoering aan? 7.1

Planning warmtetransitie

In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat de woningen en gebouwen de komende dertig jaar stapsgewijs, wijk voor wijk of buurt voor buurt, van het aardgas afgaan. Op dit moment vinden we het echter nog te vroeg om een dergelijke planning voor alle wijken of buurten te maken. Er zijn hiervoor nog te veel technische, organisatorische en financiële onzekerheden. Wel kunnen we aangeven op welke buurten we ons in de periode tot 2030 gaan richten en een grof beeld schetsen van de periode daarna.

Periode tot 2030

In 2022 stellen de gemeente, de woningcorporatie, een vertegenwoordiging van particuliere woningeigenaren, de energiecoöperaties en overige relevante partners en ondernemers gezamenlijk een gemeentebreed uitvoeringsplan met een handelingsperspectief voor woningeigenaren op en voeren dit vervolgens samen uit (spoor A). Het uitvoeringsplan is met name gericht op ‘no regret’-maatregelen (geen spijt) voor het isoleren en aardgasvrij maken van woningen en stimuleert woningeigenaren om zelf maatregelen te treffen op een voor hen passend moment. Aandachtspunt voor het uitvoeringsplan is het verdwijnen van (potentieel) geschikte nest- en verblijfplaatsen voor onder andere vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen als gevolg van (na-)isolatie van woningen en de manier waarop dat kan worden gecompenseerd. In de periode tot 2030 richten we ons specifiek op maximaal drie buurten en hierin gaan we aan de slag met de isolatieaanpak (spoor B). Als eerste stap onderzoeken we in de eerste helft van 2022 in welke van de volgende buurten het meeste draagvlak onder inwoners aanwezig is om met spoor B te starten: Petten-West, Groeneweg-Noord, Waldervaart-Zuid, Waldervaart-Noordwest, Muggenburg, Uyterland, Schelphoek, Groeneweg-Zuid en Debbemeer-Zuid. De ligging van deze buurten is in FIGUUR 8-1 aangegeven. Aan de hand van het onderzoek kiezen we maximaal drie buurten.

In de periode tot 2025 stellen we voor elk van deze buurten samen met particuliere woningeigenaren, de woningcorporatie, de energiecoöperaties en andere partners een Buurtuitvoeringsplan op. Dit Buurtuitvoeringsplan richt zich primair op het isoleren van de woningen en het voorbereiden op elektrisch koken, maar we maken ook een doorkijk naar de maatregelen voor het aardgasvrij maken van de woningen. Op deze manier kunnen de eigenaren van voldoende geïsoleerde woningen al stappen zetten om aardgasvrij te worden, al dan niet via een hybride (tussen)oplossing. Het geheel aardgasvrij maken van de bovengenoemde buurten volgt in de periode na 2030.

Figuur 8-1

Kansrijke buurten voor buurtgerichte isolatieaanpak spoor B.

Pagina 26 van 62

Nadat het Buurtuitvoeringsplan (of plannen) is opgesteld, start de gezamenlijke uitvoering. Doel is dat uiteindelijk minimaal de helft van de beoogde groep woningeigenaren meedoet. Om dit doel te halen, is een persoonlijke aanpak cruciaal. Hiervoor willen we onder meer energiecoaches inzetten. Voor spoor C, de pilot aardgasvrij, gaan we in 2022 op zoek naar een buurt of een locatie met veel draagvlak en enthousiasme onder de bewoners en betrokken partijen. Vervolgens werken we hiervoor in gezamenlijkheid een uitvoeringsplan uit met als streven om vóór 2030 de pilot te hebben afgerond. Een cruciaal onderdeel van de pilot is het opdoen en delen van leerervaringen. Dit moet andere bewoners en gebouweneigenaren inspireren om zelf ook aan de slag te gaan. Voor spoor D verkennen we de kansen voor een warmtenet. Dit doen we samen met de partners, de energiecoöperatie en de regiogemeenten. In dit kader volgen we ook de ontwikkelingen rondom aquathermie, de meest kansrijke collectieve strategie voor Schagen. We verzamelen daarbij de ervaringen die elders in Nederland, zoals in de proeftuinen van PAW, worden opgedaan. We starten hiermee in 2022 en dit spoor loopt door zolang er zich relevante ontwikkelingen voordoen.

Periode 2030-2050

Na 2030 stellen we voor alle overige buurten Buurtuitvoeringsplannen op om de woningen en gebouwen waar nodig te isoleren en aardgasvrij te maken. Vermoedelijk starten we met het aardgasvrij maken in buurten waar dat technisch het makkelijkste kan en de maatschappelijke kosten het laagst zijn. Dit zijn de buurten waar het overgrote deel van de woningen en gebouwen voldoende geïsoleerd is voor een aardgasvrije oplossing. Parallel hieraan zullen we doorgaan met de isolatieaanpak en deze buurt voor buurt verder uitrollen. We verwachten dat de buurten met veel slecht geïsoleerde woningen (label E, F en G) als laatste aan de beurt zullen zijn. Dit zijn vooral de buurten in de historische kernen. Hier staan veel verschillende woningtypes uit verschillende bouwperiodes en elke woning heeft maatwerk nodig. Voor de aanpak van deze woningen kan veel geleerd worden van de andere buurten, waardoor de te treffen maatregelen efficiënter kunnen worden uitgevoerd. Zolang er voor de betreffende buurten geen Buurtuitvoeringsplannen zijn opgesteld, volgen de buurten hun natuurlijke tempo en kunnen de woning- en gebouweigenaren zelfstandig hun pand verduurzamen. In de periode na 2030 start ook de aanpak van bedrijfsgebouwen en maatschappelijk en commercieel vastgoed. Hiervoor worden aparte trajecten opgestart.

7.2

Uitvoeringsplannen

Het uitvoeringsplan draagt bij aan het ordenen en concretiseren van de visie op het aardgasvrij maken en/of isoleren van de wijk of buurt. Daarmee biedt het handelingsperspectief. Het uitvoeringsplan beschrijft voor een of meerdere buurten (Buurtuitvoeringsplan), wijken (Wijkuitvoeringsplan) of de hele gemeente (gemeentebreed uitvoeringsplan) op welke manier woningen en gebouwen planmatig worden geïsoleerd en vervolgens op welk duurzaam warmtealternatief buurten of wijken overgaan, per wanneer, en welke maatregelen nodig zijn om tot de gewenste situatie te komen. Een uitvoeringsplan toont een totaaloverzicht van de stappen die door diverse partijen gezet gaan worden om de maatregelen te realiseren. Schagen kiest in de periode tot 2030 voor het opstellen van een gemeentebreed uitvoeringsplan (spoor A) dat de particuliere woningeigenaren van alle buurten handelingsperspectief geeft voor het isoleren en aardgasvrij maken van hun woning. Daarnaast stellen we voor elke buurt Buurtuitvoeringsplannen op conform de hiervoor beschreven planning, te beginnen met maximaal drie Buurtuitvoeringsplannen in de periode tot 2030 (spoor B). Daarnaast maken we een uitvoeringsplan voor de pilot aardgasvrij (spoor C). Het opstellen van een uitvoeringsplan verloopt via de onderstaande vier stappen:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14658704/1