CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting bp Hotel Corfwater

Oordeelsvormende vergadering 18 april 2023, gemeente SchagenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Hotel Corfwater'21.204 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het karakter van het nieuw duinlandschap vraagt om een open en organische wijze van bebouwing dat geen nieuwe enclaves vormt. De bebouwing is hoofdzakelijk kleinschalig en grondgebonden, maximaal twee bouwlagen met een kap. Uitzonderingen daarop vormen de ontwikkelingen op het bebouwingsvlak van het Huis ter Duin, waarbij de bouwhoogtes zich weliswaar beperkt tot een goothoogte van zes meter en een nokhoogte van twaalf meter, maar aansluitend op het karakter van het oude Huis ter Duin, ook een ensemble mag zijn. Toetsing De herontwikkeling rondom het gebied van Hotel 'Huis ter Duin' en het kavel van een voormalige

32

manege wordt expliciet benoemd in de structuurvisie. De herontwikkeling van het plangebied ten behoeve van een kwalitatief hoogwaardig hotelcomplex zorgt voor een kwaliteitsverbetering van de toeristische verblijfsrecreatieve voorzieningen in Petten. Het hotelcomplex wordt landschappelijk ingepast met gebiedseigen beplanting, waarbij tevens het kenmerkende duinreliëf wordt teruggebracht. Met de ontwikkeling van het plangebied wordt invulling gegeven aan de doelstellingen van de structuurvisie Petten "dorp in de duinen". 3.5.2

Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit

De gemeente Schagen hanteert voor haar welstandsbeleid de ‘Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit’. Naast algemene welstandscriteria en sneltoetscriteria voor kleine bouwplannen zijn er gebiedsgerichte criteria bepaald. Voorliggend plan richt zich op een nieuwe invulling, waarbij sprake is van een functioneel-ruimtelijke verandering. Volgens de reisgids valt het plan daardoor onder de noemer ‘(bijzondere) ontwikkelingen’. Voor bijzondere ontwikkelingen in de gemeente Schagen worden beeldkwaliteitsplannen met daarin criteria opgesteld als aanvulling van de ‘Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit’. Het beeldkwaliteitsplan omvat een beschrijving van de gebiedskwaliteiten, ontwikkelgeschiedenis, ordeningsprincipes en bebouwingskarakteristieken van de omgeving. Plannen worden getoetst op basis van de criteria zoals opgenomen in het beeldkwaliteitsplan voor deze ontwikkeling. Toetsing Voor onderhavig plan is een beeldkwaliteitsplan opgesteld (zie Bijlage 2). Het initiatief zal verder uitgewerkt worden op basis van dit beeldkwaliteitsplan. Het beeldkwaliteitsplan wordt gelijktijdig met het bestemmingsplan vastgesteld.

33

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt getoetst in hoeverre dit initiatief haalbaar is in het kader van milieu- en omgevingsaspecten.

4.2

Milieu

4.2.1

Geluid

Algemeen De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het bestemmingsplan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals woningen, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Toetsing Met het initiatief is sprake van de realisatie van een hotelcomplex ten behoeve van 240 hotelkamers. Een hotelcomplex wordt in het kader van de Wgh niet aangemerkt als een geluidsgevoelig object. Een onderzoek kan daarom achterwege blijven. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet echter wel afgewogen worden of de locatie voor het hotelcomplex geschikt is voor deze functie. Het hotelcomplex is gelegen aan de Korfwaterweg, dit is een weg zonder doorgaande functie met een 30 km/uur regime. Aangenomen kan worden dat er geen sprake zal zijn van geluidhinder ter plaatse. Het plan voorziet tevens in het verleggen van de Korfwaterweg. Omdat de Korfwaterweg een 30 km/uur regime heeft, is de Wgh niet van toepassing. Vanwege dit snelheidsregime en het feit dat de Korfwaterweg geen doorgaande functie heeft, is het niet de verwachting dat de nieuwe ligging van de Korfwaterweg een negatief effect heeft op het akoestisch klimaat van de omliggende, voor geluidhinder gevoelige, functies.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect geluid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied. 4.2.2

Bedrijven en milieuzonering

Algemeen Indien door middel van een plan nieuwe, gevoelige functies of milieuhinderveroorzakende functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu binnen en buiten het plangebied mogelijk is. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van nieuwe gevoelige functies. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering'2 als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie

34

zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningen, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de aanbevolen richtafstanden met één stap worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf de grens van de locatie van de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies. Toetsing Het plangebied en haar omgeving wordt, gezien de aanwezige functies (hotel, recreatiepark, een strandopgang, openbare parkeerplaatsen, informatiecentrum en loods van de KNRM), aangemerkt als een 'gemengd gebied'.

Hinderveroorzakende functies in het plangebied Op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' kan voorliggend initiatief worden gecategoriseerd als 'Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra'. De VNG-brochure geeft de volgende minimaal aanbevolen richtafstanden aan voor deze functie: Type inrichting Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra

Geur

Stof

Geluid

Gevaar

10

0

10

10

De maximale richtafstand, die volgt uit de VNG-brochure, voor voorliggend initiatief bedraagt 10 m. Aangezien het plangebied in een 'gemengd gebied' ligt, kan de richtafstand met één stap verkleind worden tot 0 m. De afstand tussen het plangebied en de omliggende milieuhindergevoelige objecten ((recreatie)woningen) is daarmee voldoende groot. Hinderveroorzakende functies in de omgeving van het plangebied Naast voorgenoemde toetsing moet onderzocht worden of de functies in het plangebied hinder ondervinden van hinderveroorzakende functies in de omgeving van het plangebied. Aangezien er sprake is van recreatieve bewoning, kunnen de recreatiewoningen tevens als hindergevoelig worden aangemerkt. In de directe omgeving van het plangebied zijn er hinderveroorzakende functies aanwezig in de vorm van een nieuw te realiseren recreatiepark en een loods ten behoeve van stalling van voertuigen en boten van de KNRM. Op grotere afstand ligt een concentratiegebied voor nucleaire activiteiten. Het recreatiepark kan worden gecategoriseerd als 'Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken)', de loods van de KNRM als 'Autoparkeerterreinen, parkeergarages' en het concentratiegebied voor nucleaire activiteiten als 'kerncentrales met koeltorens'. De richtafstanden, op basis van een 'rustige woonwijk'/'rustig buitengebied', voor deze categorieën zijn als volgt.

Type inrichting Geur Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken) 30

Stof 0

Geluid 50

Gevaar 30

35

Autoparkeerterreinen, parkeergarages Kerncentrales met koeltorens

10 10

0 10

30 500

0 1.500

Vanwege de ligging in een 'gemengd gebied' kan de richtafstand voor het recreatiepark terug worden gebracht tot 30 m. De afstand tussen het dichtstbijzijnde hotelgebouw en het recreatiepark bedraagt 45 m. Daarbij wordt tevens opgemerkt dat het recreatiepark de vorm krijgt van een rustig recreatiepark met kwalitatief hoogwaardige recreatiewoningen. Op het terrein zal geen sprake zijn van kamperen of animatieteams. De richtafstand uit de VNG-brochure is daarom niet geheel representatief voor de toekomstige situatie. Er is eerder sprake van recreatieve bewoning. De richtafstand van de loods kan worden teruggebracht tot 10 m. De afstand tussen de hotelgebouwen en de loods bedraagt circa 150 m en is daarmee voldoende groot. De afstand tot het concentratiegebied voor nucleaire activiteiten bedraagt circa 1.600 m. De richtafstand voor deze functie is 1.000 m op basis van een 'gemengd gebied'. De afstand tussen het plangebied en het concentratiegebied is voldoende groot. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de gewenste ontwikkelingen in het plangebied. 4.2.3

Bodem

Algemeen De bodemkwaliteit is in het kader van een bestemmingsplan van belang indien er sprake is van functieveranderingen of een ander gebruik. De bodem moet geschikt zijn voor de nieuwe functie. Toetsing Door APS-Milieu is in juli 2018 een verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek uitgevoerd3. Het onderzoek is als bijlage Bijlage 3 bijgevoegd. De conclusies uit het onderzoek worden hierna kort behandeld. Uit het onderzoek komt naar voren dat de grond ter plaatse van de onderzoekslocatie uitsluitend lichte verontreinigingen bevat. Deze lichte verontreinigingen zijn plaatselijk. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen gemeten. Het asbest in grondonderzoek had betrekking op grond rondom de (voormalige) bebouwing op de locatie. In één mengmonster van de grond van noordwestelijk terreindeel is een gewogen gehalte asbest van 0,0059 mg/kg ds aangetroffen. Het aangetroffen gehalte asbest ligt ruim onder de waarde waarbij nader onderzoek naar asbest noodzakelijk wordt geacht (50 mg/kg ds). Nader onderzoek naar asbest is daarom niet noodzakelijk. In het onderzoek wordt geconcludeerd dat de kwaliteit van grond en grondwater milieuhygiënisch geen belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling.

36

Indicatief is ook het puin van het puinpad richting de bedrijfswoning en puin onder de asfaltverharding van de weg vanaf de Korfwaterweg naar het hotel toe onderzocht. Dit is gedaan om te bepalen of het puin en het asfalt kan worden hergebruikt bij de herontwikkeling van het terrein. Uit het onderzoek komt naar voren dat het puin van het puinpad kan worden hergebruikt, maar het puin onder de asfaltverharding niet. De asfaltverharding zelf is ook onderzocht op teer. Uit de analyse blijkt dat het asfalt teerhoudend is. Dit betekent dat ook het asfalt niet kan worden hergebruikt. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan. 4.2.4

Luchtkwaliteit

Algemeen De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd, kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio's om samen te werken aan een schonere lucht, waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.

Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m3 verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft.

Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de

37

concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. Toetsing Het initiatief betreft de realisatie van een hotelcomplex. De ministeriële regeling NIBM kwantificeert de (N)IBM-grens niet voor de functie van hotelcomplex. Om die reden is met behulp van de 'NIBM-tool' (versie 31-08-2020) een berekening gemaakt4. Uit paragraaf 4.6.1 komt naar voren dat het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling naar verwachting met circa 415 toeneemt. Worst-case is echter uitgegaan van de verkeersbewegingen die het initiatief met zich meebrengt. Op basis van paragraaf 4.6.1 zorgt het initiatief voor 447 verkeersbewegingen per dag. Hiervan zal naar verwachting bij maximaal 2% sprake zijn van een vrachtwagen in verband met bevoorrading.

Uit de berekening blijkt dat de bijdrage door verkeer aan de luchtverontreiniging minder bedraagt dan de grenswaarde van 1,2 microgram per m3. De ontwikkeling draagt daarmee niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de lokale luchtkwaliteit onderzocht, zodat onacceptabele gezondheidsrisico's kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is de monitoringstool5 uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geraadpleegd. De monitoringstool geeft inzicht in de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in het plangebied tussen 2020 en 2030. De monitoringstool kent scenario's zonder en met lokale maatregelen die er voor moeten zorgen dat op termijn overal aan de grenswaarden wordt voldaan. Beide typen scenario's laten in de toekomst een afname van de concentraties zien. Dit komt doordat bedrijven en het verkeer steeds schoner worden door technologische verbeteringen. De monitoringstool maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2020 en 2030 in het plangebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. In het plangebied worden geen gevoelige functies beoogd zoals bedoeld in het 'Besluit gevoelige bestemmingen'.

Toetsing aan de grenswaarden is daarom niet noodzakelijk.

38

Conclusie Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied. 4.2.5

Externe veiligheid

Algemeen Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire bronnen (chemische fabriek, lpg-vulpunt) en de mobiele bronnen (route gevaarlijke stoffen). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijk slachtoffers. Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico biedt burgers in hun woonomgeving een minimum beschermingsniveau tegen gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde en voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan het plaatsgebonden risico van 10-6 als grenswaarde.

Groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp. Een ongeval met 100 doden leidt tot meer ontwrichting, leed en emoties, dan een ongeval met 10 dodelijke slachtoffers. Aan de kans op een ramp met 100 doden wordt dan ook een grens gesteld, die een factor honderd lager ligt dan voor een ramp met 10 doden. In het Bevi (stb. 250, 2004) wordt verder een verantwoordingsplicht (door de overheid) voor het groepsrisico rond inrichtingen wettelijk geregeld (art. 13). De verantwoording houdt in dat wordt aangegeven of risico's acceptabel zijn en welke maatregelen worden genomen om de risico's te verkleinen. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een hotelcomplex ten behoeve van 240 hotelkamers. Er is daarmee sprake van de realisatie van een kwetsbaar object. De navolgende afbeelding betreft een uitsnede van de risicokaart Nederland.

De globale ligging van het plangebied is op deze kaarten aangeduid met een blauw kader.

39

Uitsnede Risicokaart Nederland Stationaire bronnen In de nabije omgeving ligt op circa 600 m ten zuidoosten van het plangebied een tuinbouwbedrijf (Westerduinweg 10b). Op deze locatie is een koelinstallatie op basis van ammoniak aanwezig. Het betreft geen Bevi inrichting, maar een inrichting die op basis van het Activiteitenbesluit op de risicokaart is opgenomen. De 10-6 contour van deze installatie bedraagt 0 meter. De afstand tot het plangebied is daarmee voldoende groot. Op circa 1,6 km ten noorden van het plangebied ligt een concentratiegebied voor nucleaire activiteiten. In het gebied zijn geen Bevi-inrichtingen gevestigd. Wel zijn er een aantal inrichtingen aanwezig, die op basis van een milieuvergunning op de risicokaart zijn opgenomen. De 10-6 contour van deze inrichtingen bevinden zich echter op ruime afstand van het plangebied. In het kader van bedrijven- en milieuzonering is in paragraaf 4.2.2 nader ingegaan op het concentratiegebied. Mobiele bronnen Op circa 2 km ten oosten van het plangebied ligt de rijksweg N9. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over rijkswegen is het Basisnet Weg van belang. Over de rijksweg N9 worden volgens het Basisnet Weg gevaarlijke stoffen vervoerd. De 10-6 contour van deze weg bedraagt 0 m voor het plaatsgebonden risico. Het invloedsgebied van deze weg bedraagt 355 m.

Een nadere beoordeling van het groepsrisico is daarom niet noodzakelijk. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied.

40

4.2.6

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Algemeen Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (M.E.R.) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling een activiteit is als opgenomen in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). In de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. Het onderscheid tussen deze twee bijlagen is dat in bijlage C er direct sprake is van een m.e.r.-plicht voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden en besluiten onder de drempelwaarden zijn niet m.e.r.-plichtig. Onderdeel D geeft aan of er voor besluiten beoordeeld moet worden of er m.e.r. noodzakelijk is. Voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Pas na het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r-beoordeling is duidelijk of er een M.E.R. moet worden opgesteld. Toetsing De herontwikkeling van een hotelgebouw tot een nieuw hotelcomplex, waarbij het overnachtingsaanbod toeneemt, kan worden aangemerkt als "de aanleg of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen" als genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r..

Bij de uitleg van de Europese m.e.r.-richtlijn wordt immers aangegeven dat 'stedelijke ontwikkelingsprojecten' breed moet worden geïnterpreteerd. Bij de activiteit zijn drie relevante indicatieve drempelwaarden opgenomen, namelijk: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen; 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 4 hectare en de oppervlakte van de bebouwing bedraagt circa 3.400 m2. De activiteit valt daarmee ruim beneden de gestelde drempelwaarden, waardoor geen sprake is van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht. Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag zich ervan moet vergewissen of de activiteit, wanneer deze onder de drempelwaarden zit, daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben, waarbij het in het bijzonder moet worden nagegaan of sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Dit is de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij het bepalen van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu wordt, conform de Bijlage III van de Europese Richtlijn, ingegaan op de volgende onderdelen: de kenmerken van het project; de plaats waar de activiteit wordt verricht; de kenmerken van het potentiële effect.

De kenmerken van het project Het plan ziet toe op de renovatie van een bestaand monumentaal hotelgebouw, de realisatie van vijf nieuwe hotelgebouwen, het verleggen van een weg en het wegbestemmen van een kavel van een voormalige manege.

41

De plaats waar de activiteit wordt verricht Het plangebied is gelegen ten noorden van de kern van Petten. Direct ten westen van het plangebied ligt het noordzeestrand. Het plangebied grenst deels aan het Natura 2000-gebied 'Zwanenwater & Pettemerduinen'. Enkele overige Natura 2000-gebieden als 'Abtskolk & De Putten' en 'Noordzeekustzone' liggen op geringe afstand van het plangebied, vanaf respectievelijk circa 1,1 kilometer en 200 meter. Het plangebied ligt daarnaast deels in een gebied dat is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland. De kenmerken van het potentiële effect Op grond van de kenmerken van het plan en de ligging, kan de herontwikkeling van een bestaand hotelgebouw tot een nieuw hotelcomplex in potentie de volgende milieueffecten hebben: verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving; invloed op waterhuishoudkundige situatie ter plaatse; invloed op (omliggende) beschermde natuurgebieden. Luchtkwaliteit In paragraaf 4.2.4 is met behulp van de NIBM-tool een berekening gemaakt die inzicht geeft op de invloed van het extra verkeer als gevolg van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit ter plaatse. Uit de berekening blijkt dat de bijdrage door verkeer aan de luchtverontreiniging minder bedraagt dan de grenswaarde van 1,2 microgram per m3. De ontwikkeling draagt daarmee niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging.

Waterhuishouding Voor de ontwikkeling is een quickscan water uitgevoerd. Deze quickscan is als Bijlage 11 bijgevoegd. De quickscan betreft een verkennend onderzoek die als input heeft gediend voor de verdere uitwerking van het aspect water voor voorliggend initiatief. Toename verhard oppervlak Met de ontwikkeling is sprake van een toename van verhard oppervlak. Om wateroverlast te voorkomen wordt in de quickscan geadviseerd om het afstromende regenwater maximaal te infiltreren. Gezien de grondwaterstand en bodemopbouw is het infiltreren van hemelwater vrijwel overal mogelijk. De hemelwatervoorzieningen voor de infiltratie van regenwater worden bij voorkeur bovengronds aangelegd. De hemelwatervoorzieningen moeten worden voorzien van voldoende berging en een noodoverlaat welke zo gesitueerd wordt dat er geen afstroming naar naastgelegen percelen plaatsvindt. Hierbij wordt opgemerkt dat het hoogheemraadschap heeft aangegeven dat het volledig laten infiltreren in de bodem zou kunnen leiden tot verergering van de huidige bestaande grondwaterproblematiek in de omgeving. Er zijn ideeën uitgewisseld tussen de gemeente en het hoogheemraadschap voor een oplossing voor het huidige hotel.

Bij eventuele oplossingsrichtingen moet worden meegenomen dat bij aansluiting van een (nieuw) hemelwater/drainageriool op het oppervlaktewatersysteem zuidelijk van het plangebied er sprake is van versnelde afvoer en dat moet dan worden gecompenseerd. Bij de verdere uitwerking van het initiatief vindt overleg plaats met het hoogheemraadschap over de inrichting van het gebied. Invloed WKO (warmte- en koudeopslag) systeem

42

Voor de toepassing van een WKO systeem zal een vergunning aangevraagd moeten worden bij de omgevingsdienst. Daarvoor zal tevens een geohydrologische toets moeten worden uitgevoerd, die moet aantonen dat de installatie geen negatief effect heeft op de hydrologische situatie ter plaatse. Vooralsnog bestaat het voornemen om een gesloten WKO systeem toe te passen, waardoor geen invloed op de hydrologische situatie wordt verwacht. Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied. Voor zover bekend zijn in de omgeving van het plangebied geen grondwaterverontreinigingen aanwezig. Het toepassen van een WKO installatie zal daarmee niet leiden tot (verdere) bodemverontreiniging. Vanuit het hoogheemraadschap wordt aangegeven dat het de voorkeur geniet om de WKO buiten de beschermingszone van de zandige regionale kering te plaatsen. Indien er de wens is om de WKO toch binnen deze beschermingszone te plaatsen, dient vooraf met het hoogheemraadschap te worden overlegd om te onderzoeken of dit haalbaar is. Er is in dat geval sowieso een watervergunning nodig. Beschermde natuurgebieden Natura 2000 Door Staring Advies zijn ten behoeve van de ontwikkeling in juli 2019 een tweetal ecologische onderzoeken uitgevoerd6 7. De onderzoeken zijn als Bijlage 5 en Bijlage 6 bij dit bestemmingsplan gevoegd.

Het eerste onderzoek heeft betrekking op de renovatie en gedeeltelijke sloop van het bestaande hotelgebouw. Het tweede onderzoek heeft betrekking op de sloop van de beheerderswoning met bijgebouw en de nieuwbouw van de hotelgebouwen. Uit de onderzoeken komt naar voren dat de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden 'Zwanenwater & Pettemerduinen' en 'Noordzeekustzone' mogelijk worden aangetast door stikstofdepositie, verdroging en optische verstoring. Het uitvoeren van een AERIUS-berekening is noodzakelijk. Daarnaast moet onderbouwd worden dat er geen sprake is van aantasting van habitats en het leefgebied van de tapuit door optische verstoring. Indien sprake is van de realisatie van een WKO installatie moet onderbouwd worden dat er geen sprake is van aantasting van de bodemhydrologie of bodemverontreiniging. Stikstofdepositie Door Arcadis is in februari 2023 een stikstofdepositieberekening uitgevoerd8. Het rapport van de berekening is als Bijlage 10 bijgevoegd.

Op grond van de berekeningen met AERIUS 2020, waarbij de aanleg en het gebruik van Corfwater zijn gesaldeerd met het huidige gebruik van het hotel, kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling van het plangebied, op basis van de uitgangspunten in het rapport en voor wat betreft de effecten van stikstofdepositie, niet zal leiden tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden Zwanenwater & Pettemerduinen. De Natura 2000-gebieden Noordzeekustzone en Abtskolk & De Putten zijn niet stikstofgevoelig. De rekenresultaten zijn robuust ten aanzien van verkeersbewegingen. Een kleine toename van het aantal verblijfseenheden in het plan zal niet leiden tot 'omklappen' van het effect. Ook zijn de resultaten van toepassing wanneer slechts delen van het plan worden ontwikkeld. In het rapport wordt tevens ingegaan op de situatie wanneer zowel de herontwikkeling van het hotel, als de herontwikkeling van de camping ten zuiden van het plangebied, als één ontwikkeling worden beschouwd. De herontwikkeling van de huidige camping en het hotel tot een nieuw complex voor verblijfsrecreatie leidt tot een aanzienlijke daling van de stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied

43

Zwanenwater & Pettemerduinen (tot maximaal 57,75 mol/ha/jaar in de gebruiksfase). Deze ontwikkeling draagt daarom bij aan de vermindering van de stikstofbelasting in het gebied, en aan het herstel en het behoud van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden. Tapuit Op basis van de eerdergenoemde ecologische onderzoeken hoeft voor de tapuit geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel moet worden voorkomen dat deze soort schade ondervindt. Voor de tapuit geldt dat deze gevoelig is voor optische verstoring. In voorliggend geval gaat het om bewegingen in het plangebied als gevolg van de bouwwerkzaamheden. Door Foreest Green Consult is in september 2020 een mitigatie- en compensatieplan opgesteld9. Dit plan is als Bijlage 9 bijgevoegd. In het plan worden maatregelen genoemd om de gevolgen van de ontwikkeling voor de tapuit, voor, tijdens en na de realisatie zoveel mogelijk te voorkomen. De mitigerende maatregelen bestaan uit het aanbrengen van schermdoeken op bouwhekken en het mijden van het gebied buiten de hekken, ten noorden van het hotel, voor wat betreft de bouwactiviteiten. WKO systeem In de voorgaande paragraaf is nader ingegaan op de invloed van het WKO systeem op de geohydrologische situatie ter plaatse. Vooralsnog bestaat het voornemen om een gesloten WKO systeem toe te passen, waardoor geen invloed op de hydrologische situatie wordt verwacht.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied valt deels binnen de begrenzing van het NNN. Ook het bouwvlak dat op basis van het geldende bestemmingsplan aanwezig is, ligt binnen het NNN. Om die reden zal de begrenzing van het NNN moeten worden aangepast. Hiervoor is een effectenbeoordeling uitgevoerd10 (zie Bijlage 7). Daaruit blijkt dat de aanpassing van de begrenzing van het NNN niet leidt tot een verslechtering van de doelen, versnippering en/of verlies van oppervlakte. In paragraaf 4.4.2 wordt nader ingegaan op het NNN in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief kunnen worden uitgesloten. Het bestemmingsplan 'Hotel Corfwater' kan zonder m.e.r.(-beoordeling) worden vastgesteld.

4.3

Archeologische en cultuurhistorische waarden

4.3.1

Archeologie

Algemeen Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst, hoe er wordt omgegaan met het aspect archeologie. De bescherming van archeologische waarden is verankerd in de Erfgoedwet. Het belangrijkste doel van deze wet is de bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door het reguleren van bodemverstorende activiteiten. Toetsing

44

In het bestemmingsplan 'Petten, 't Zand, Callantsoog, Groote Keeten' heeft het plangebied een dubbelbestemming 'dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie-4'. Op basis van deze dubbelbestemming geldt er een verplichting tot archeologisch bodemonderzoek voor bodemingrepen groter dan 2.500 m² en dieper dan 50 cm -mv. Omdat de bodemingrepen naar verwachting groter en dieper zullen reiken is door Hamaland Advies in november 2019 een archeologisch onderzoek uitgevoerd11. Dit onderzoek is als Bijlage 4 bijgevoegd. Het onderzoek ziet toe op de locatie waar het hotelcomplex word ontwikkeld en het gebied ten zuiden hiervan, waar een camping wordt herontwikkeld tot recreatiepark. Bureauonderzoek De resultaten van het bureauonderzoek geven aan dat het plangebied tot minstens 1617 in een zeegat gelegen was. De holocene afzettingen in het plangebied hebben derhalve een datering in de Nieuwe tijd. De pleistocene afzettingen worden vanaf 8,0 m -mv verwacht. De geplande bodemverstoringen op de locatie waar het hotelcomplex wordt ontwikkeld, reiken tot 3 à 4 m -mv en blijven daarom beperkt tot de afzettingen uit de nieuwe tijd. Op basis van het bureauonderzoek kunnen vindplaatsen uit de nieuw tijd echter niet uitgesloten worden.

Om die reden is in het onderzoek geadviseerd om een verkennend booronderzoek uit te voeren om de mate van intactheid van de bodem te toetsen en te toetsen in hoeverre de oorspronkelijke sedimenten van na het dichtslibben van het voormalige zeegat in 1617 nog aanwezig zijn. In deze sedimenten kunnen aan water gebonden vindplaatsen aanwezig zijn zoals steigers en scheepswrakken. In oudere sedimenten kunnen moerneringsputten aanwezig zijn. Voorgaand advies is voorgelegd aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag heeft aangegeven dat een (verkennend) booronderzoek ter plaatse van het plangebied uitgevoerd dient te worden om de archeologische verwachting te toetsen. Booronderzoek Op basis van het booronderzoek wordt geconcludeerd dat de locatie van het hotelcomplex is gelegen ter plaatse van een voormalig zeegat, dat in ieder geval in 1617 nog open lag en in 1826 opgevuld was, waarna een gesloten duinenrij ontstond. Op de locatie is onder de antropogeen opgebrachte of omgewerkte lagen sprake van Jong Duinzand. Op basis van het onderzoek kan niet met zekerheid vastgesteld worden of het voormalige zeegat op natuurlijke wijze opgevuld is geraakt of dat dit door mensen gedaan is.

Aanwijzingen die erop duiden dat het Jonge Duinzand en eventueel ook het strandzand van elders is aangevoerd en door mensen in het zeegat aangebracht is, bestaan uit het ontbreken van gelaagdheid in het pakket Jonge Duinzand en strandzand en de landschappelijke eenheid op de geomorfologische kaart. Ook de aanwezigheid van grove schelpresten vormen een aanwijzing dat het gaat om zand dat voor de kust of op het strand gewonnen is. Op de geomorfologische kaart is er in de directe omgeving en op een deel van de locatie sprake van een vlakte die ontstaan is door afgraving of egalisatie van duinen of strandwallen. Hypothetisch zou het zand van deze afgegraven duinen en strandwallen gebruikt kunnen zijn voor de opvulling van het zeegat. Op basis van de resultaten van het bureau- en booronderzoek is geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkelingen. In de opvulling van het zeegat zijn geen cultuurlagen of andere indicatoren aangetroffen die wijzen op een archeologische vindplaats. Omdat de boringen niet tot in de Pleistocene afzettingen konden worden doorgezet, is geadviseerd om de middelhoge verwachting voor deze laag (8 m -mv) te handhaven. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect archeologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien

45

van de gewenste ontwikkelingen in het plangebied. 4.3.2

Cultuurhistorie

Algemeen Door de wijziging van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Om die reden is een korte analyse verricht van de ontstaansgeschiedenis en de mogelijk aanwezige cultuurhistorische waarden in het gebied. Toetsing In het eerdergenoemde archeologische onderzoek van Hamaland Advies is ook ingegaan op de cultuurhistorische situatie in het plangebied. Het plangebied is gelegen in een zone die is geclassificeerd als een vlakte die ontstaan is door afgraving en/of egalisatie van duinen of strandwallen en deels ter plaatse van kustduinen met bijbehorende vlakten en laagten. Hierin is een duinvaaggrond in grof zand ontstaan, en in een klein deel een vlakvaaggrond in grof zand. Op basis van historisch kaartmateriaal kan opgemaakt worden dat het plangebied gelegen was in een zeegat, dat na 1617 dichtgeslibd is. De eerste bebouwing in het plangebied wordt aan het begin van de 20e eeuw gerealiseerd en betreft een kleutertehuis, genaamd ‘Trein 8:28’. Het kleutertehuis werd op 10 februari 1934 geopend, gericht op zorgbehoevende kleuters die jonger waren dan 6 jaar. Het kleuterhuis ontleende zijn naam aan de trein van 8.28 uur uit Amsterdam naar Den Helder. In 1979 sloot het kleuterhuis.

Het gebouw is in de loop der jaren aan verschillende kanten aangebouwd en ook in gebruik geweest voor verschillende doeleinden, zoals opleidings- en bezinningscentrum van een kerkelijk genootschap, asielzoekerscentrum en hotel. Het gebouw is tegenwoordig bekend als Hotel 'Huis ter Duin'.

46

Kleutertehuis 'Trein 8:28', datering 1943-1945 (Bron: www.zijpermuseum.nl)

Kleutertehuis, datering 1948-1955 (Bron: www.zijpermuseum.nl) Het gebouw is aangemerkt als gemeentelijk monument. Ten behoeve van de planontwikkeling worden de niet-monumentale aangebouwde delen gesloopt. Het gebouw wordt gerenoveerd en wederom als

47

hotel in gebruik genomen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er bunkers aangelegd in het plangebied. De bunkers behoorden tot de bunkerstelling van Stützpunkt XXib H L – ‘Heeresküstenbatterie Petten' (uit 1942-1943). Deze bunkerstelling maakten deel uit van de Atlantikwall. In het plangebied zijn nog twee bunkers aanwezig ten noorden en oosten van de huidige bebouwing. Deze bunkers zijn in de loop der jaren bedekt door een laag zand en duinvegetatie. Deze bunkers worden gesloopt om ruimte te maken voor de ontwikkeling. Hiervoor is reeds een sloopvergunning verleend. Met het initiatief wordt een nieuwe economische drager gecreëerd, die bijdraagt aan de renovatie en het toekomstige beheer en onderhoud van het monumentale gebouw. De herontwikkeling van het gebouw en de realisatie van de nieuwe hotelgebouwen dragen daarmee bij aan de instandhouding van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de gewenste ontwikkelingen in het plangebied.

4.4

Ecologie

4.4.1

Algemeen

Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet, in het kader van de Wet natuurbescherming, in beeld worden gebracht of er sprake is van invloeden op natuurwaarden en beschermde soorten. 4.4.2

Toetsing

Quickscan natuurtoets Door Staring Advies zijn ten behoeve van de ontwikkeling in juli 2019 een tweetal ecologische onderzoeken uitgevoerd12 13. De onderzoeken zijn als Bijlage 5 en Bijlage 6 bij dit bestemmingsplan gevoegd. Het eerste onderzoek heeft betrekking op de renovatie en gedeeltelijke sloop van het bestaande hotelgebouw. Het tweede onderzoek heeft betrekking op de sloop van de beheerderswoning met bijgebouw en de nieuwbouw van de hotelgebouwen. Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied, maar grenst wel deels aan het Natura 2000-gebied 'Zwanenwater & Pettemerduinen'. Enkele overige Natura 2000-gebieden als 'Abtskolk & De Putten' en 'Noordzeekustzone' liggen op geringe afstand van het plangebied, vanaf respectievelijk circa 1,1 kilometer en 200 meter. Uit de onderzoeken komt naar voren dat de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden 'Zwanenwater & Pettemerduinen' en 'Noordzeekustzone' mogelijk worden aangetast door

48

stikstofdepositie, verdroging en optische verstoring. Het uitvoeren van een AERIUS-berekening is noodzakelijk. Daarnaast moet onderbouwd worden dat er geen sprake is van aantasting van habitats en het leefgebied van de tapuit door optische verstoring. In paragraaf 4.5.2 wordt nader ingegaan op de invloed van het WKO systeem op de geohydrologische situatie ter plaatse. Vooralsnog bestaat het voornemen om een gesloten WKO systeem toe te passen, waardoor geen invloed op de hydrologische situatie wordt verwacht. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt deels in het NNN. Ook het bouwvlak dat op basis van het geldende bestemmingsplan aanwezig is, ligt binnen het NNN. Om die reden zal de begrenzing van het NNN moeten worden aangepast. Soortenbescherming In het kader van de soortenbescherming een literatuur- en veldonderzoek verricht. De bevindingen uit de onderzoeken worden hierna kort behandeld. Op basis van de onderzoeken blijkt dat het uitvoeren van een aanvullend onderzoek noodzakelijk is voor de soort(groep)en glad biggenkruid, gierzwaluw, huismus en vleermuizen. Voor overige soort(groep)en is aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden moet wel rekening worden gehouden met (overige) broedvogels (met name tapuit), konijn en overige grondgebonden zoogdieren.

Er dient zorgvuldig gewerkt te worden in verband met het mogelijk voorkomen van konijn en andere grondgebonden zoogdiersoorten. Werkzaamheden moeten buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) worden uitgevoerd of er moet voorkomen worden dat broedvogels en de rugstreeppad zich gaan vestigen in het plangebied. Effectenbeoordeling NNN Omdat het plangebied deels binnen de begrenzing van NNN ligt, is door Foreest Groen Consult in augustus 2021 een beoordeling van de effecten van de realisatie van de hotelgebouwen op het NNN uitgevoerd14. Het in 2023 geüpdatete rapport hiervan is als Bijlage 7 bijgevoegd. Het plangebied ligt deels in het NNN. Ook het bouwvlak dat op basis van het geldende bestemmingsplan aanwezig is, ligt binnen het NNN. Om die reden zal de begrenzing van het NNN moeten worden aangepast. In de effectenbeoordeling worden de gevolgen en de compenserende maatregelen voor wat betreft de herbegrenzing van het NNN beschreven. De natuurwaarde van het te vervangen deel van het NNN-gebied is zeer beperkt. Het terugbrengen van natuurwaarden aansluitend op de omliggende duinen maakt integraal deel uit van de planvorming. Op basis van de effectenbeoordeling blijkt dat de aanpassing van de begrenzing van het NNN niet leidt tot een verslechtering van de doelen, versnippering en/of verlies van oppervlakte.

In totaal wordt 3.602 m2 NNN toegevoegd en 1.568 m2 wordt aan het NNN onttrokken. De aanwezige waardevolle kenmerken worden versterkt door het nieuw te realiseren ontwerp en het in te stellen beheer. Verbeteringen zullen significant zijn op de plek waar

49

de manege en de paardenweiden waren gevestigd en waar in het nieuwe plan de natuurwaarden aan zullen sluiten op de rest van het Korfwater met duin (natuurgebied in beheer bij Staatsbosbeheer). Het initiatief is in overeenstemming met de beleidsuitgangspunten van de provincie Noord-Holland. De provincie gaat akkoord met de herbegrenzing en compensatie van NNN. Aanvullend natuuronderzoek Door Staring Advies is in september 2019 aanvullend natuuronderzoek uitgevoerd15. Dit onderzoek is als Bijlage 8 bij dit bestemmingsplan gevoegd. In dit onderzoek is aanvullend onderzoek gedaan naar glad biggenkruid, gierzwaluw, huismus en vleermuizen. Het onderzoek ziet toe op het plangebied en het gebied ten zuiden hiervan, waar een nieuw recreatiepark wordt ontwikkeld. Glad biggenkruid Tijdens de gerichte inventarisatie naar het voorkomen van glad biggenkruid, zijn in het plangebied geen groeiplaatsen van deze beschermde plantensoort aangetroffen. Er zijn wel diverse exemplaren van het algemene (niet beschermde) gewoon biggenkruid aangetroffen. Glad biggenkruid is niet aanwezig in het plangebied. Het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk, aangezien er geen overtredingen van de Wet natuurbescherming optreden. Gierzwaluw In het plangebied zijn geen aanwijzingen gevonden dat er gierzwaluwen broeden.

Er zijn geen in- of uitvliegende gierzwaluwen, transport van nestmateriaal of andere gedragingen waargenomen die wijzen op een nestlocatie. Tijdens het veldbezoek is eenmalig een hoog overvliegend exemplaar boven het plangebied waargenomen. Dit exemplaar vertoonde geen binding met de bebouwing in het plangebied en heeft zijn nestplaats zeer waarschijnlijk in de bebouwde kom van Petten. Tijdens de overige veldbezoeken is geen enkele activiteit van gierzwaluwen waargenomen in of nabij het plangebied. Het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk, aangezien er geen overtredingen van de Wet natuurbescherming optreden. Huismus Er bevinden zich twaalf nesten van de huismus in het plangebied. Deze bevinden zich op diverse plekken onder de dakpannen van het te verbouwen/deels te slopen hotelgebouw. De nestlocaties bevinden zich onder de dakpannen aan verschillende zijden van het gebouw. De omliggende vegetatie behoort tot het functioneel leefgebied van deze kolonie huismussen. Vanwege de geplande sloop- en bouwwerkzaamheden aan het hotelgebouw is voor de huismus sprake van overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Om die reden is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk. Hiervoor dient een mitigatie- en compensatieplan opgesteld te worden, waarbij specifieke maatregelen worden voorgesteld om de lokale instandhouding van de huismuspopulatie te waarborgen.

Vleermuizen Er bevindt zich een vaste rust- en verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in het hotelgebouw in plangebied. Het betreft een zomer- en paarverblijfplaats van een solitair mannetje. De exacte locatie van de verblijfplaats kon niet achterhaald worden, al kan deze variëren door de vele invliegopeningen in het gebouw.

50

Door de geplande sloop- en bouwwerkzaamheden aan het hotelgebouw is voor de gewone dwergvleermuis sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming. Om die reden is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk. Hiervoor dient een mitigatie- en compensatieplan opgesteld, waarbij specifieke maatregelen worden voorgesteld om de lokale instandhouding van de gewone dwergvleermuis te waarborgen. Mitigatie- en compensatieplan In verband met de ontheffingsaanvraag voor de huismus en de gewone dwergvleermuis is door Foreest Green Consult in september 2020 een mitigatie- en compensatieplan opgesteld16. Dit plan is als Bijlage 9 bijgevoegd. Naast deze soorten is het plangebied ook van belang voor de rugstreeppad en de tapuit. Voor deze soorten hoeft, op basis van de voorgenoemde onderzoeken, geen ontheffing aangevraagd te worden, wel moet worden voorkomen dat deze soorten schade ondervinden. Voor de rugstreeppad geldt dat deze overwinterd in makkelijk vergraafbare bodems. Op het moment dat delen van het hotel worden verwijderd komt ook hier kale grond vrij te liggen. Voorkomen moet worden dat de rugstreeppad in de nazomer deze kale, makkelijk vergraafbare bodem weet te vinden. De tapuit is onder andere gevoelig voor optische verstoring. Het gaat daarbij om bewegingen in het plangebied als gevolg van de bouwwerkzaamheden.

In het plan worden maatregelen genoemd om de gevolgen van de ontwikkeling voor de genoemde soorten, voor, tijdens en na de realisatie zoveel mogelijk te voorkomen. Met het nemen van mitigerende maatregelen wordt de ontheffing van de Wet natuurbescherming voor wat betreft de huismus en de gewone dwergvleermuis, naar verwachting verleend. Stikstofberekening Door Arcadis is in februari 2023 een stikstofdepositieberekening uitgevoerd17. Het rapport van de berekening is als Bijlage 10 bijgevoegd. Op grond van de berekeningen met AERIUS 2020, waarbij de aanleg en het gebruik van Corfwater zijn gesaldeerd met het huidige gebruik van het hotel, kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling van het plangebied, op basis van de uitgangspunten in het rapport en voor wat betreft de effecten van stikstofdepositie, niet zal leiden tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden Zwanenwater & Pettemerduinen. De Natura 2000-gebieden Noordzeekustzone en Abtskolk & De Putten zijn niet stikstofgevoelig. De rekenresultaten zijn robuust ten aanzien van verkeersbewegingen. Een kleine toename van het aantal verblijfseenheden in het plan zal niet leiden tot 'omklappen' van het effect. Ook zijn de resultaten van toepassing wanneer slechts delen van het plan worden ontwikkeld.

In het rapport wordt tevens ingegaan op de situatie wanneer zowel de herontwikkeling van het hotel, als de herontwikkeling van de camping ten zuiden van het plangebied, als één ontwikkeling worden beschouwd. De herontwikkeling van de huidige camping en het hotel tot een nieuw complex voor verblijfsrecreatie leidt tot een aanzienlijke daling van de stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen (tot maximaal 57,75 mol/ha/jaar in de gebruiksfase). Deze ontwikkeling draagt daarom bij aan de vermindering van de stikstofbelasting in het gebied, en aan het herstel en het behoud van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden. 4.4.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect ecologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.

51

4.5

Water

4.5.1

Beleid

Watervisie 2021 & Uitvoeringsprogramma, Provincie Noord- Holland Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. In de watervisie 2021 en het uitvoeringsprogramma verwoordt de provincie Noord- Holland haar ambities voor het water binnen de provincie. Verder wordt aangegeven wat dat betekent voor haar rol ten opzichte van de Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, gemeenten en het rijk. Wat betreft stedelijk water zijn de onderstaande uitgangspunten geformuleerd. In het stedelijk gebied zijn de inrichting en het beheer van het waterhuishoudkundig systeem gericht op: Toetsen op voldoende ruimtelijke inpassing door de waterbeheerder en bevorderen van ruimtelijke kwaliteit via programma's met cofinanciering door regionale partijen. Via ruimtelijke maatregelen beperken van aantal slachtoffers en beperken van economische schade en een adequate rampenbestrijding bij (dreiging van) een overstroming Het voorkómen van verontreiniging, overlast en tekort. Bevorderen dat er voldoende goed water is voor verschillende bestemmingen zoals landbouw, natuur en recreatiegebieden; Duurzaam beheren van grondwatervoorraden voor verschillend gebruik zoals drinkwater, industrie en energievoorziening.

Voor de productie van drinkwater, riolering en waterzuivering en lozingen volgt de provincie de lijn van het Bestuursakkoord Water. Waterbeheerprogramma 2016-2021,HHNK Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels uit de keur.

De Watertoets is een middel, welke in samenwerking met gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen door de initiatiefnemer uitgevoerd moet worden. De waterbelangen worden in de ruimtelijke planvorming gebracht. Hiernaast is door de (toekomstige) Omgevingswet het geven van advies verschoven naar nadrukkelijker betrokkenheid van begin tot eind. Het hoogheemraadschap heeft kennis

52

over waterveiligheid, het functioneren van het watersysteem en expertise over klimaatadaptatie. Gezamenlijk Gemeentelijk rioleringsplan Noordkop 2018-2022 Sinds 2018 wordt het waterbeleid geregeld in het 'gezamenlijk gemeentelijk rioleringsplan Noordkop 2018-2022'. Het betreft een integraal plan waarin beschreven staat hoe de gemeente Schagen de komende vijf jaar invulling geeft aan het beheer van het afvalwaterketen en het oppervlaktewater in stedelijk gebied. Het gezamenlijke gemeentelijk rioleringsplan beschrijft het beleid van de samenwerkende gemeenten. Hemelwater De gemeente draagt als eigenaar en beheerder zorg voor de inzameling en verwerking van het hemelwater in het openbare gebied. Ook heeft de gemeente een zorgplicht indien de particulier het hemelwater niet op eigen terrein kan verwerken. De gemeentelijke uitgangspunten voor de invulling van de zorgplicht voor hemelwater is een duurzame omgang met hemelwater en het voorkomen van wateroverlast. Onderstaande stuk uit het GRP beschrijft welke ambities de gemeente heeft. “Om extreme buien op te vangen, richten we de openbare ruimte anders in. Het doel is om regenwater te verwerken en af te voeren zonder schade, We willen geen regenwater in de rioleringsbuis. We gaan ontstenen (minder verharding toepassen), water opvangen door reliëf in terreinen en openbare ruimte toe te passen.

De klimaatverandering zorgt ook voor opgaven voor bedrijven, projectontwikkelaars, corporaties en bewoners. Bewustwording van deze taken is belangrijk, maar we dwingen maatregelen niet af. Zichtbare maatregelen zorgen voor meer begrip. Het wordt normaal dat bij extreme buien tijdelijk water op straat staat. Door regenwater vast te houden, ook in stedelijk gebied, gaan we verzilting en verdroging van de bodem tegen. Waterproblemen worden niet van het ene gebied naar het andere gebied afgewenteld.” Grondwater Op basis van de Waterwet heeft de gemeente de zorgplicht voor het treffen van maatregelen in de openbare ruimte van bebouwd gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. De gemeente heeft de onderstaande ambitie ten aanzien van grondwater verwoord in het GRP. “We willen niet dat grondwaterstanden de bovengrondse functie van het gebied belemmeren. Dit is altijd maatwerk. Uitgangspunt is dat betrokkenen een eigen verantwoordelijkheid hebben en problemen niet worden afgewenteld. Er is samenhang tussen maatregelen in publiek en privaat terrein. Het is dus van belang om samen te zoeken naar een optimale inrichting en een slim bouw- en straatpeil als uitgangspunt te nemen.

Als we een locatie zoeken voor verstedelijking houden we rekening met de randvoorwaarden die het watersysteem stelt.” Afvalwater De zorgplicht voor het inzamelen en afvoeren van afvalwater ligt bij de gemeente. De ontvangst en zuivering van het door de gemeente ingezamelde (stedelijke) afvalwater is de taak van het hoogheemraadschap. De particulier dient het afvalwater aan te bieden op de perceelgrens. Het zuiveren van afvalwater blijft de belangrijkste taak van het hoogheemraadschap. Met het doelmatig en effectief zuiveren van afvalwater op de rioolwaterzuiveringen is de vervuiling op het oppervlaktewater de afgelopen decennia steeds verder teruggedrongen. De gemeente heeft de onderstaande ambitie ten aanzien van Afvalwater verwoord in het GRP.

53

“Volksgezondheid en goede oppervlaktewaterkwaliteit (milieu) zijn de belangrijkste doelen van onze riolering en de rioolwaterzuivering. In het buitengebied gaan we uit van de huidige voorzieningen. Veranderingen zullen geleidelijk plaatsvinden op basis van doelmatigheid. De afweging wordt gemaakt op basis van drempelbedragen. Als rioleren te duur is, legt de bewoner zelf een voorziening aan. Meestal is een verbeterde septic tank voldoende. Niet alleen om een waterrobuust systeem te maken, maar ook om nieuwe stoffen (geneesmiddelen, hormoonverstorende stoffen, contrastvloeistof, microplastics, nanodeeltjes) aan te pakken, voeren we minder regenwater af naar de zuivering. Dit maakt het verwijderen van deze stoffen op de zuivering eenvoudiger. We denken niet meer in afvalstoffen, maar gaan uit van grondstoffen. We sluiten kringlopen door deze grondstoffen steeds opnieuw te gebruiken.” 4.5.2

Situatie plangebied

Door Buro Ontwerp & Omgeving is in maart 2020 een quickscan water uitgevoerd18. De quickscan is als Bijlage 11 bijgevoegd. De quickscan betreft een verkennend onderzoek die als input heeft gediend voor de verdere uitwerking van het aspect water voor voorliggend initiatief. Deze waterparagraaf is tot stand gekomen op basis van de informatie uit de quickscan, overleg tussen initiatiefnemer, gemeente en hoogheemraadschap. Huidige situatie In de navolgende tabel is de verhouding van verhard/onverhard oppervlak voor het plangebied globaal opgenomen. In de huidige situatie is een groot deel van het plangebied braakliggend. Binnen het plangebied is een voormalige manege gelegen ten oosten van de Korfwaterweg. De manege is in 2012 geamoveerd.

Toekomstige situatie In de toekomstige situatie biedt het plangebied ruimte aan een hotelcomplex. Het hotelcomplex heeft tevens één bouwlaag onder het maaiveld. Rondom het hotelcomplex worden verhardingen en parkeergelegenheden aangebracht. In de navolgende tabel is de verhouding van verhard/onverhard oppervlak in de toekomstige situatie binnen het plangebied opgenomen. Er zijn aannames gedaan met betrekking tot de verharde oppervlakken op basis van een eerdere inrichtingsschets.

54

Ten opzichte van de huidige situatie zal het verhard oppervlak in de nieuwe situatie, op basis van voorgaande aannames, met circa 3.650 m2 toenemen. Waterhuishoudkundige consequenties en uitgangspunten Veiligheid (waterkering) Het plangebied ligt nabij een primaire waterkering. Het hoogheemraadschap geeft aan dat het plangebied gedeeltelijk in de buitenbeschermingszone van de primaire duinwaterkering ligt. In deze buitenbeschermingszone zijn de werkzaamheden voor dit plan toegestaan. Wel moet het zandvolume binnen het gebied gelijk blijven. Er mag geen zand worden afgevoerd naar een locatie buiten het plangebied. Om in te spelen op de klimaatverandering en zeespiegelstijging wordt dynamisch kustbeheer toegepast. Hierbij is het mogelijk dat ook verstuiving in het plangebied plaatsvindt. Daarom wordt aangeraden hiermee rekening te houden door adaptief te bouwen. Wateroverlast Ten opzichte van de oorspronkelijke situatie neemt het verhard oppervlak toe met circa 3.650 m2. De toename van het verhard oppervlak vraagt om een inrichting van het terrein waarbij het afstromen van regenwater zoveel mogelijk beperkt wordt of niet tot overlast leidt. Gezien het hellende karakter van het gebied kan er wateroverlast (water in de bebouwing) optreden bij extreme neerslag. Om wateroverlast te voorkomen wordt geadviseerd om de nieuwe hotelgebouwen met een verhoogd vloerpeil t.o.v.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14685353/1