Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Stolperbrug Toelichting 100 % versie
Provincie Noord-Holland 7 januari 2022
1 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
Project Opdrachtgever
Bestemmingsplan Stolperbrug Provincie Noord-Holland
Toelichting 100 % versie NL.IMRO.0441.BPBZSTPBRUG Definitief 7 januari 2022 119096/22-000.155
Document IMRO-code Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
119096 M.E. Berghuis MSc ir.drs. J.L.C.M. van Daelen
J.B. Oegema MSc, mr. N. Duin mr. A.R. van Driel, A. Vellekoop Msc M.E. Berghuis MSc
Paraaf
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Hoogoorddreef 15 Postbus 12205 1100 AE Amsterdam +31 (0)20 312 55 55 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Adres
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd , behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
2 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Planologische inpassing
7
1.4
Leeswijzer
9
2
PLANBESCHRIJVING
10
2.1
Huidige situatie
10
2.2
Planbeschrijving
11
3
BELEIDSKADER
13
3.1
Rijksbeleid
13
3.1.1 3.1.2 3.1.3
13 13 14
3.2
3.3
Nationale omgevingsvisie Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Besluit ruimtelijke ordening
Provinciaal beleid
14
3.2.1 3.2.2 3.2.3
14 15 16
Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Omgevingsverordening NH2020 Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur 2018-2023
Gemeentelijk beleid Schagen
16
3.3.1 3.3.2 3.3.3
16 17 18
Omgevingsvisie Schagen 2040 Reisgids voor ruimtelijke ontwikkelingen Ambitieplan Verkeer
4
OMGEVINGSASPECTEN
19
4.1
Verkeer
19
4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2
Geluid 4.2.1 4.2.2 4.2.3
4.3 3 | 56
Wettelijke grondslag Resultaten Conclusie
19 19 20 20
Wettelijke grondslag Resultaten Conclusie
Luchtkwaliteit
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
20 21 22 22
4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4
Natuur 4.4.1 4.4.2 4.4.3
4.5
4.7
4.8
4.9
4.10
4.11
4.12
4.13
22 23 24 24
Gebiedsbescherming Soortenbescherming Houtopstanden
Water 4.5.1 4.5.2 4.5.3
4.6
Wettelijke grondslag Resultaten Conclusie
24 28 32 34
Wettelijke grondslag Resultaten Conclusie
34 37 39
(Water)bodem
39
4.6.1 4.6.2 4.6.3
39 40 40
Wettelijke grondslag Resultaten Conclusie
Ontplofbare oorlogsresten
40
4.7.1 4.7.2
40 41
Resultaten Conclusie
Archeologie
41
4.8.1 4.8.2 4.8.3
Wettelijke grondslag Resultaten Conclusie
41 41 41
Landschap en cultuurhistorie
42
4.9.1 4.9.2 4.9.3
42 42 44
Wettelijke grondslag Resultaten Conclusie
Bedrijven en milieuzonering
44
4.10.1 4.10.2 4.10.3
45 45 45
Wettelijke grondslag Resultaten Conclusie
Externe veiligheid
45
4.11.1 4.11.2 4.11.3
46 46 47
Wettelijke grondslag Resultaten Conclusie
Kabels en leidingen
48
4.12.1 4.12.2 4.12.3
48 48 48
Wettelijke grondslag Resultaten Conclusie
M.e.r.-(beoordelings)plicht
48
4.13.1 4.13.2 4.13.3
Wettelijke grondslag Resultaten Conclusie
49 49 49
5
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING
50
5.1
Algemeen
50
4 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
5.1.1 5.1.2 5.1.3
Wat is een bestemmingsplan? Over bestemmen en aanduiden Hoofdstukopbouw van de regels
50 50 51
5.2
Dit bestemmingsplan
51
5.3
Toelichting op de regels
51
5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4
51 52 52 52
Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels
6
UITVOERBAARHEID
53
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
53
6.2
Economische uitvoerbaarheid
54
6.2.1
54
Financiering en grondverwerving
6.3
Handhaafbaarheid
55
7
PROCEDURE
56
7.1
Vooroverleg
56
7.2
Ontwerpfase
56
7.3
Vaststellingsfase
56
7.4
Beroepsfase
56
Laatste pagina
56
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
Geluidonderzoek
32
II
Luchtkwaliteitsonderzoek incl. stikstof
92
III
Flora en fauna onderzoek
67
IV
Inventarisatie beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving
46
V
Watertoets
140
VI
Bodemonderzoek
141
VII
Waterbodemonderzoek
49
VIII
Vooronderzoek Conventionele Explosieven
109
IX
Archeologisch bureauonderzoek
8
X
Beeldkwaliteitsplan
60
5 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
1 INLEIDING 1.1
Aanleiding
De Stolperbrug (afbeelding 1.1) heeft een belangrijke regionale en lokale functie als kruising over het Noordhollandsch kanaal. De brug dateert uit 1936 en is aan vervanging toe, omdat de ontwerplevensduur van 80 jaar is overschreden en de brug al langere tijd intensief onderhoud nodig heeft om te kunnen blijven functioneren. Tevens is het dwarsprofiel op de brug te smal waardoor er verkeersonveilige situaties ontstaan en de verkeersdoorstroming wordt belemmerd. Ook voldoet de brug niet meer aan de Machinerichtlijn op meerdere aspecten. Na een studie van verschillende opties heeft de provincie Noord-Holland ervoor gekozen om de brug te vervangen door een nieuwe brug ten noorden van de bestaande brug. Daarnaast heeft de provincie de voorkeur uitgesproken om er een ophaalbrug van te maken. De brug dient te voldoen aan de vigerende wet- en regelgeving, provinciale standaarden en dient op afstand bedienbaar te zijn vanuit de 24 uurs bediencentrale te Heerhugowaard.
Afbeelding 1.1 Bestaande Stolperbrug
6 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
1.2
Ligging plangebied
De Stolperbrug ligt in de gemeente Schagen, provincie Noord-Holland. De Stolperbrug ligt aan de Noordoostzijde van De Stolpen en vormt een belangrijke verbinding over het Noordhollandsch Kanaal. De brug is onderdeel van de provinciale weg N248. Vlak ten zuiden van de Stolperbrug sluit het Kanaal StolpenSchagen aan op het Noordhollandsch Kanaal. In de omgeving vindt veel akkerbouw plaats, grotendeels ten behoeve van bloembollenteelt. Afbeelding 1.2 bevat een kaart van de omgeving. De bestaande Stolperbrug is hierin gemarkeerd.
Afbeelding 1.2 Locatie plangebied
Legenda: Plangebied
1.3
Planologische inpassing
De Stolperbrug ligt binnen de volgende bestemmingsplannen: 1 bestemmingsplan Buitengebied Zijpe, vastgesteld door gemeente Schagen d.d. 18 mei 2016; 2 bestemmingsplan Parkeren, vastgesteld door gemeente Schagen d.d. 7 november 2017; 3 paraplu-omgevingsplan, 1 e tranche, vastgesteld door gemeente Schagen d.d. 30 juni 2020. Het bestemmingsplan Parkeren en het Paraplu-omgevingsplan bevatten geen relevante regels voor dit project en worden daarom niet verder toegelicht. Afbeelding 1.3 geeft een uitsnede van de plankaart van het bestemmingsplan Buitengebied Zijpe weer ter plaatse van het projectgebied. Het (globale) projectgebied is aangegeven met een rode contour. Ter plaatse van het projectgebied gelden de volgende bestemmingen uit bestemmingsplan Buitengebied Zijpe: - enkelbestemming Agrarisch (artikel 3); - enkelbestemming Water (artikel 27); - enkelbestemming Verkeer (artikel 25); - dubbelbestemming Leiding - Riool (artikel 35); - dubbelbestemming Waarde - Archeologie 5 (artikel 41);
7 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
-
dubbelbestemming Waarde - Archeologie 6 (artikel 42); dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering (artikel 43).
Afbeelding 1.3 Uitsnede bestemmingsplankaart Buitengebied Zijpe ter plaatse van het (globale) projectgebied (rode contour)
Binnen dit bestemmingsplan past het gebruik van gronden ten behoeve van de nieuwe Stolperbrug niet binnen de bouwregels van de enkelbestemming ‘Water’. Ook past het gebruik van gronden ten behoeve van water ter plaatste van de huidige Stolperbrug niet binnen de enkelbestemming ‘Verkeer’. Om de strijdigheid met het bovengenoemde bestemmingsplan op te lossen wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld voor de onderdelen van het project die niet passen binnen de vigerende bestemmingsplan. Afbeelding 1.4 geeft de plankaart van het bestemmingsplan weer.
8 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
Afbeelding 1.4 Plankaart bestemmingsplan Stolperbrug
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt een planbeschrijving van de Stolperbrug gegeven. Hoofdstuk 3 beschrijft het voor dit plan relevante ruimtelijk beleid. Vervolgens wordt het plan in hoofdstuk 4 getoetst aan de relevante milieuen omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 en 6 gaan in op de juridische planbeschrijving respectievelijk de maatschappelijke uitvoerbaarheid en economische uitvoerbaarheid van het plan. Hoofdstuk 7 beschrijft de procedure van het bestemmingsplan.
9 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
2 PLANBESCHRIJVING 2.1
Huidige situatie
De Stolperbrug is een basculebrug: de brug opent door het brugdek één kant op te trekken met het contragewicht uit de kelder (basculekelder). De brug bestaat uit één rijbaan met twee rijstroken met daarnaast een vrijliggend twee richtingenfietspad. Aan weerszijden van de brug zijn slagbomen en stoplichten aanwezig. Tevens is er aan de oostzijde van de Stolperbrug een toren aanwezig waaruit de brug bediend kan worden. Ten noordwesten en zuidoosten van de Stolperbrug ligt een rotonde. Laatstgenoemde is geen onderdeel van dit bestemmingsplan en is in beheer bij de provincie Noord-Holland. Afbeelding 2.1 bevat een kaart van de omgeving. Het plangebied is hierin gemarkeerd.
Afbeelding 2.1 Globale ligging plangebied
10 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
2.2
Planbeschrijving
De aanleiding van het project is de vervangingsopgave van de Stolperbrug. De Stolperbrug dateert uit 1936 en heeft na ruim 80 jaar het einde van zijn levensduur bereikt. De brug vraagt veel onderhoud, kampt met storingen en voldoet niet meer aan de huidige richtlijnen, zoals de Machinerichtlijnen voor beweegbare bruggen. Daarnaast is de brug niet breed genoeg voor het huidige vrachtverkeer. De noodzaak om de brug te vervangen vindt zijn grondslag daarmee enerzijds in de vervangingsopgave, anderzijds valt er veel winst te behalen op het gebied van verkeersveiligheid op en rond de brug. De nieuwe brug heeft een ontwerplevensduur van 100 jaar. De nieuwe ophaalbrug komt ten noorden van de bestaande brug te liggen. De nieuwe brug wordt (in gesloten toestand) circa NAP +19 meter hoog (19,5 meter hoog vanaf de waterlijn) en circa 17 meter breed. Op de nieuwe brug komen voor het autoverkeer twee rijstroken van asfalt van elk 3,10 meter breed. De rijstroken worden breder ten opzichte van de huidige situatie, waardoor de veiligheid wordt vergroot. De maximale snelheid voor autoverkeer ter plaatse van de brug is 60 km/uur. Op de nieuwe brug komt ook een vrijliggend tweerichtingenfietspad van asfalt van 3 meter breed. Het vrijliggend fietspad kan ook door wandelaars worden gebruikt.
Omdat de nieuwe brug ten noorden van de oude brug komt te liggen moet het omliggend wegennet aangepast worden. De westelijke rotonde schuift een aantal meter richting het noorden. De weg aan de oostzijde wordt met een kleine slinger op de brug aangesloten. De aanpassing van het omliggend weggennet maakt geen onderdeel uit van onderhavig plan. De doorvaarthoogte en -breedte voor scheepvaart veranderen ten opzichte van de huidige situatie niet. De doorvaarthoogte blijft 4,65 meter en de doorvaartbreedte blijft 15,5 meter. De westelijke onderdoorgang die gebruikt wordt door klein vaarverkeer tijdens calamiteiten van de brug versmalt van 9 meter naar ongeveer 7,5 meter. Afbeelding 2.2 geeft een impressie van de nieuwe brug weer. De ophaalbrug krijgt een neutrale kleur omdat dit enerzijds overeenkomt met de andere bruggen over het Noordhollandsch kanaal en dit anderzijds ook past bij de naastliggende brug over het zijkanaal Stolpen-Schagen, de Twee Zwanen.
11 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
Afbeelding 2.2 Impressie Nieuwe Stolperbrug
Industrieel, flexibel en demontabel Bruggen in Nederland zijn de komende decennia toe aan groot onderhoud of vervanging. Niet alleen om technische redenen, ook functioneel stelt het huidige verkeer andere eisen aan een brug om bereikbaarheid en veiligheid in de toekomst te blijven garanderen. De provincie Noord-Holland ziet vervanging van de Stolperbrug als een kans om aan de slag te gaan met slimme, innovatieve én duurzame oplossingen die toepasbaar zijn bij alle bruggen die in de toekomst toe zijn aan renovatie of vervanging. De nieuwe Stolperbrug wordt zo demontabel mogelijk gerealiseerd conform de principes van Industrieel, Flexibel en Demontabel bouwen, zodat onderdelen kunnen worden vervangen en de brugonderdelen herbruikbaar zijn bij einde levensduur. Uitvoering Doordat de nieuwe brug aan de noordzijde wordt gebouwd kan de huidige brug in gebruik blijven totdat de nieuwe brug klaar is voor gebruik. Zo vermindert de provincie Noord-Holland de verkeersoverlast. De bouw van de nieuwe brug duurt ongeveer 1 jaar. Gedurende de bouw van de nieuwe brug blijft het Noordhollandsch Kanaal, op enkele dagen na, bruikbaar als vaarweg voor vaarverkeer met tijdelijk een beperkte doorvaartbreedte.
12 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
3 BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het beleid, voor zover dat op dit plan betrekking heeft, toegelicht. Aangegeven wordt wat de relatie is tussen het plan en het beleid. Daarnaast wordt getoetst of het plan in overeenstemming is met het geldende beleid.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werken aan onze nationale prioriteiten: 1 ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2 duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3 sterke en gezonde steden en regio’s; 4 toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In de NOVI worden twintig nationale belangen genoemd, worden nationale keuzes gemaakt, wordt richting gegeven aan decentrale afwegingen en wordt gebiedsgericht gewerkt. Met de NOVI wil het Rijk in concrete gebieden tot keuzes komen. De NOVI staat voor een ‘omgevingsinclusief’ beleid en onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal en afwentelen wordt voorkomen. Toetsing Dit bestemmingsplan draagt bij aan de derde prioriteit van de NOVI: sterke en gezonde steden en regio’s: de N248 is een van de belangrijkste verbindingswegen in het oostwest verkeer in de Kop van Noord-Holland. De rijstroken op de Stolperbrug worden breder ten opzichte van de huidige situatie, waardoor de veiligheid wordt vergroot.
Het bestemmingsplan draagt daarmee bij aan de continuïteit van een bereikbaar en veilig verkeersnetwerk tussen steden en regio’s in de kop van Noord-Holland. Conclusie De ontwikkeling van dit bestemmingsplan sluit daarmee aan op de NOVI.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) regelt de juridische implementatie van de kaderstellende uitspraken uit de SVIR ten aanzien van de dertien daarin genoemde nationale belangen. Met de komst van de NOVI komt de SVIR te vervallen en gaat de SVIR bijna geheel op in de NOVI. Het Barro blijft ook onder de NOVI van kracht.
13 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
Door de nationale belangen vooraf in ruimtelijke plannen (zoals een bestemmingsplan) te borgen, draagt het Barro bij aan de versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. In de NOVI is vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen wordt ingezet. Toetsing De voorgenomen vervangingssopgave van de Stolperbrug kan niet worden geschaard onder een van de nationale belangen beschreven in het Barro. Van belemmering van de nationale belangen is dan ook geen sprake. Conclusie Het Barro vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.1.3
Besluit ruimtelijke ordening
De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek geldt. Deze regeling staat beschreven in artikel 3.1.6 Bro. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt via een inpassingsplan, bestemmingsplan, uitwerkings- of wijzigingsplan, of een omgevingsvergunning. Zo bevat een dergelijk plan een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling en, indien het plan een ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is in het Bro gedefinieerd als een ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Mede aan de hand van jurisprudentie is duidelijk welke ontwikkelingen al dan niet worden aangemerkt als (nieuwe) stedelijke ontwikkeling.
Toetsing Voorliggend bestemmingsplan betreft het mogelijk maken van de vervangingsopgave van de Stolperbrug. Dit is geen stedelijke ontwikkeling en hoeft daarom niet getoetst worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Conclusie De laddertoets is niet van toepassing.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Holland 2050
De provincie Noord-Holland wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuur inclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 door Provinciale Staten (PS) vastgesteld. In de visie zijn vijf bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: 1 dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd;
14 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
2
3
4 5
metropool in ontwikkeling – hierin beschrijft de provincie hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht; sterke kernen, sterke regio’s – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden; nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie; natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector.
Toetsing De provincie Noord-Holland heeft hoge ambities voor de nieuwe Stolperbrug. De nieuwe brug wordt circulair, energiezuinig en zo onderhoudsarm mogelijk gebouwd. Circulair bouwen betekent efficiënt en slim omgaan met grondstoffen en materialen zoveel als mogelijk hergebruiken. Het zo onderhoudsarm mogelijk bouwen van de brug levert in de toekomst minder hinder voor het verkeer op. Conclusie De vervangingsopgave van de Stolperbrug is passend in beweging 4 van de Omgevingsvisie ‘nieuwe energie’. Het planvoornemen is in lijn met de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050.
3.2.2
Omgevingsverordening NH2020
De Omgevingsverordening NH2020 is op 22 oktober 2020 vastgesteld door Provinciale Staten. In de omgevingsverordening zijn de belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie verankerd in regels. In de omgevingsverordening zijn regels vastgelegd over onder andere natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Toetsing Op het planvoornemen zijn verschillende bepalingen uit de Omgevingsverordening NH2020 van toepassing. Tabel 3.1 geeft een overzicht van de bepalingen uit de Omgevingsverordening NH2020 die betrekking hebben op het planvoornemen. Ook wordt in de tabel aangegeven wat de relatie is tussen de bepalingen en het project Stolperbrug.
Tabel 3.1 Relevante artikelen uit de Omgevingsverordening NH2020 Artikel
Bepaling
Relatie tot planvoornemen
4.44
dit artikel schrijft bepalingen voor die betrekking hebben op meldingsplichten op grond van de Wet bodembescherming
in paragraaf 4.6 van de toelichting wordt nader ingegaan op het aspect (water)bodem en wordt gemotiveerd dat het aspect (water)bodem geen belemmering vormt voor het planvoornemen
6.46
dit artikel heeft als doel om het Bijzonder provinciaal landschap in Noord-Holland te beschermen en te ontwikkelingen
het planvoornemen vindt plaats op korte afstand (750 meter) van een Bijzonder provinciaal landschap. In paragraaf 4.4.1 wordt gemotiveerd dat de in de Omgevingsverordening Noord-Holland opgenomen bepalingen met betrekking tot Bijzonder provinciaal landschap niet leiden tot belemmeringen voor de uitvoering van de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied
6.59
dit artikel schrijft voor dat dat bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van de werkingsgebied landelijk gebied, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, rekening gehouden moet worden met:
het planvoornemen vindt plaats in landelijk gebied. In paragraaf 4.8 van de toelichting wordt nader ingegaan op de inpassing van het planvoornemen in het landschap en wordt gemotiveerd dat het aspect landschap geen belemmering vormt voor het planvoornemen
15 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
Artikel
Bepaling
-
Relatie tot planvoornemen
de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren
-
bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes
-
bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren
Conclusie De omgevingsverordening vormt geen belemmering voor het voornemen.
3.2.3
Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur 2018-2023
In het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur 2018-2023 zijn in hoofdstuk 9 de projecten in studie-, plan- realisatie- en nazorgfase opgenomen. Het project Verbreden Stolperbasculebrug, gemeente Schagen, is opgenomen in dit meerjarenprogramma. De omschrijving van het project is in tabel 3.2 weergegeven.
Tabel 3.2 Omschrijving trajectbenadering Project-nr.
Soort project
Omschrijving project
Fase
N248-15
verkeersveiligheid
verbreden Stolperbasculebrug, gemeente Schagen. De brug wordt vervangen en onderzocht wordt of de brug gelijktijdig moet worden verbreed
studie
Toetsing In het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur 2018-2023 wordt de vervanging en uitbreiding van de Stolperbrug benoemd als onderdeel van een project. Dit bestemmingsplan betreft de planologischjuridische borging van de vervanging van de Stolperbrug. Conclusie De vervanging van de Stolperbrug is opgenomen in het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur 2018-2023. Het voornemen dat in voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, past daarmee binnen dit programma.
3.3
Gemeentelijk beleid Schagen
Het relevante beleid van de gemeente Schagen betreft de Strategische Visie 2040 en het Ambitieplan Verkeer. Deze worden in de navolgende paragrafen toegelicht.
3.3.1
Omgevingsvisie Schagen 2040
De Omgevingsvisie Schagen 2040 is vastgesteld op 14 december 2021.De Omgevingsvisie kijkt vooruit naar 2040. In de Omgevingsvisie Schagen is staan acht speerpunten voor 2040 genoemd: 1 een gezinsvriendelijke gemeente met een stad die belangrijk is voor de regio. Met sterke dorpen en een gemeente die aantrekkelijk is voor ondernemers;
16 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
2 3 4 5
6 7 8
een gemeente die nationaal en internationaal meedoet op het gebied van toerisme en recreatie, wetenschap en (nieuwe vormen van) landbouw; een gemeente die steeds aansluit bij de groeiende behoefte aan woningen die passen bij de vraag en bijdragen aan sterke kernen; een gemeente waar iedereen mee kan doen; een gemeente waar kernen, voorzieningen (Voorzieningen zijn bijvoorbeeld sportvoorzieningen, winkels, zorgvoorzieningen, kerken en culturele voorzieningen zoals een theater), onderwijs en werk goed bereikbaar zijn; een veilige, gezonde en sportieve gemeente; een duurzame gemeente; een gemeente waarin bewoners en bezoekers de omgeving waardevol vinden.
Toetsing De N248 is een belangrijke verbindingswegen in de gemeente Schagen. De rijstroken op de Stolperbrug worden breder ten opzichte van de huidige situatie, waardoor de veiligheid wordt vergroot. Het bestemmingsplan draagt daarmee bij aan de continuïteit van een goed bereikbaar en veilig verkeersnetwerk tussen kernen in de gemeente Schagen en steden en regio’s in de kop van Noord-Holland. Het bestemmingsplan draagt daarom bij aan speerpunt 5 uit de Omgevingsvisie Schagen 2040. Conclusie De vervangingsopgave van de Stolperbrug is passend bij de speerpunten uit de Omgevingsvisie Schagen. Het planvoornemen is in lijn met de (ontwerp) Omgevingsvisie Schagen 2040.
3.3.2
Reisgids voor ruimtelijke ontwikkelingen
Op 6 mei 2015 is de 'Reisgids voor ruimtelijke ontwikkelingen' vastgesteld waarbinnen inge wikkelde afwegingen bij ruimtelijke plannen overzichtelijk worden gemaakt. De gids bevat een overzicht en een korte toelichting op regelgeving/procedures van hogere overheden. De gids kan gebruikt worden als naslagwerk bij het ontwikkelen van plannen en is onderverdeeld in drie hoofthema's: Wonen, Werken en Recreëren. Toetsing Ten behoeve van het planvoornemen is de Reisgids voor ruimtelijke ontwikkelingen doorlopen. De Reisgids voor ruimtelijke ontwikkelingen roept geen belemmeringen op tegen het planvoornemen. Conclusie De Reisgids voor ruimtelijke ontwikkelingen vormt geen belemmering voor de vervanging van de Stolperbrug.
4.4.6 Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit De gemeente Schagen hanteert voor haar welstandbeleid de 'Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit'. Naast algemene welstandscriteria en sneltoetscriteria voor kleine bouwplannen zijn er gebiedsgerichte criteria bepaald, onder andere voor het gebied 'Werkgebied'. Voor die gebieden geldt een regulier welstandsniveau waarbij meer aandacht gevraagd wordt voor de randen van de bedrijventerreinen en in het zicht gelegen bedrijfsgebouwen. Aantrekkelijke werkgebieden zijn van belang voor de gemeente Schagen. Samenhang tussen bedrijfspanden met een individuele herkenbaarheid is gewenst. Toetsing Ten behoeve van het planvoornemen is de Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit doorgenomen. Hieruit zijn uitgangspunten, randvoorwaarden en aandachtspunten naar voren gekomen voor de beeldkwaliteit van het planvoornemen. Deze zijn vervolgens meegenomen in de uitwerking van de beeldkwaliteit van het planvoornemen. In paragraaf 4.8 van de toelichting wordt nader ingegaan op het landschap en wordt gemotiveerd dat het aspect landschap geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan
17 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
Conclusie De Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit vormt geen belemmering voor de vervanging van de Stolperbrug.
3.3.3
Ambitieplan Verkeer
Op 26 september 2017 heeft de gemeenteraad van Schagen het Ambitieplan Verkeer vastgesteld. Met het Ambitieplan Verkeer legt de gemeente Schagen alle functies van de wegen in de gemeente Schagen vast (categoriseringsplan). Deze functies zijn afgestemd met de wegbeheerders en het plan legt dus ook de functies van de wegen die in beheer zijn van Rijkswaterstaat, provincie Noord-Holland en Hoogheemraadschap vast. Ook worden in dit plan de ambities aangegeven die de gemeente die we het eerst willen aanpakken. De weggebruiker moet aan de inrichting van de weg kunnen zien wat de functie van de weg is. Toetsing Door de functies van de wegen vast te leggen wordt gekeken naar: hoe de weg moet worden ingericht; of er wel of geen vrijliggend fietspad moet worden aangelegd; of het wel of niet een voorrangsweg moet worden; welke snelheid er gereden mag worden; of wordt gereden binnen of buiten de bebouwde kom; of de weg geschikt is voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De wegen rondom de Stolperbrug zijn te categoriseren als gebiedsontsluitingswegen binnen het verkeersmodel van de gemeente Schagen. Het ambitieplan stelt geen eisen waarbij rekening moet worden gehouden bij een nieuwe brug. Op de brug is een maximale snelheid van 60 km per uur toegestaan. Deze wordt zodanig ingericht, dat dit voor weggebruikers duidelijk is.
Conclusie Het Ambitieplan Verkeer vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
18 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
4 OMGEVINGSASPECTEN In het kader van gemeentelijke besluitvorming dient bij een bestemmingsplan door middel van een integrale ruimtelijke benadering nadrukkelijk rekening te worden gehouden met de consequenties van het plan voor de omgeving en omwonenden. Het bevoegd gezag is namelijk verantwoordelijk voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit gebeurt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is van toepassing voor alle ruimtelijke ontwikkelingen. De effecten op de leefomgeving worden in dit hoofdstuk door middel van de bespreking van diverse omgevingsaspecten in beeld gebracht en afgewogen, en hiermee wordt de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan aangetoond.
4.1
Verkeer
Bij ruimtelijke ontwikkelingen dienen de mogelijke verkeersaantrekkende werking ten opzichte van de bestaande functies en de verkeersveiligheid in beeld worden gebracht.
4.1.1
Wettelijke grondslag
Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit gebeurt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ op grond van artikel 3.1 Wro. Het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is van toepassing voor alle ruimtelijke ontwikkelingen. Met het oog op een goede ruimtelijke ordening moet het bevoegd gezag de diverse belangen voor de lokale situatie dus onderling afwegen.
4.1.2
Resultaten
Geen verkeersaantrekkende werking Ten behoeve van de vervangingsopgave van de Stolperbrug wordt een verkeerskundige analyse niet noodzakelijk geacht, omdat de wijzigingen geen uitbreiding van verkeerscapaciteit met zich meebrengt en daardoor geen verkeersaantrekkende werking zal hebben op gemotoriseerd (auto)verkeer. Het aantal rijstroken in de toekomstige situatie blijft gelijk aan de huidige situatie. Verkeersveiligheid Autoverkeer Op de nieuwe brug komen voor het autoverkeer twee rijstroken van asfalt van elk 3,10 meter breed. De rijstroken worden breder ten opzichte van de huidige situatie, waardoor de veiligheid wordt vergroot. De maximale snelheid voor autoverkeer ter plaatse van de brug is 60 km/uur. Omdat de nieuwe brug ten noorden van de oude brug komt te liggen moet het omliggend wegennet aangepast worden. De westelijke rotonde schuift een aantal meter richting het noorden. De weg aan de oostzijde wordt met een kleine slinger op de brug aangesloten. De aanpassing van het omliggend weggennet maakt geen onderdeel uit van onderhavig plan.
19 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
Vaarverkeer De doorvaarthoogte en -breedte voor scheepvaart veranderen ten opzichte van de huidige situatie niet. De doorvaarthoogte blijft 4,65 meter en de doorvaartbreedte blijft 15,5 meter. De westelijke onderdoorgang die gebruikt wordt door klein vaarverkeer tijdens calamiteiten van de brug versmalt van 9 meter naar ongeveer 7,5 meter. Fietsverkeer Op de nieuwe brug komt ook een vrijliggend tweerichtingenfietspad van asfalt van 3 meter breed. Het vrijliggend fietspad kan ook door wandelaars worden gebruikt. In het kader van de goede ruimtelijke ordening zorgt de verbreding van het fiets- en voetpad en de scheiding van de rijbanen voor het autoverkeer door middel van een middenberm met een geleiderail voor een verkeersveiligere situatie voor het langzaam verkeer en in het algemeen voor een betere doorstroming.
4.1.3
Conclusie
De aansluiting op de brug zal niet zorgen voor gewijzigde verkeersstromen in en rondom het plangebied. Vanuit verkeerskundig perspectief zijn er geen bezwaren welke de vervangingsopgave van de Stolperbrug in de weg staan.
4.2
Geluid
Wijzigingen aan een weg, spoorweg of industrie moeten voldoen aan de wet- en regelgeving die is opgenomen in de Wet geluidhinder (Wgh), de Wet milieubeheer (Wm) en onderliggende besluiten en regelingen. Deze paragraaf is een verkorte weergave van het geluidsonderzoek. Het geluidsonderzoek is opgenomen in bijlage I.
4.2.1
Wettelijke grondslag
De Wet geluidhinder is van toepassing bij de aanleg en/of wijziging van de volgende geluidsbronnen: - gezoneerde bedrijventerreinen; - spoorwegen (geen hoofdspoorwegen); - wegen (hoofdwegen én 30 km wegen of woonerven). In verband met de fysieke wijziging van de Stolperbrug en de aansluiting op de N248 dient in het kader van de Wet geluidhinder de akoestische effecten te worden beoordeeld. Vanwege de aanwezigheid van geluidgevoelige gebouwen (zie afbeelding 4.1) binnen de invloedssfeer (wettelijke geluidzone) van de te wijzigen wegen dient in het kader van de Wet geluidhinder een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. Het uit te voeren akoestisch onderzoek zal moeten voldoen aan het Reken- en Meetvoorschrift 2012. Bij wijzigingen op of aan een weg moet binnen het afgebakende onderzoeksgebied onderzocht worden of er sprake is van ‘reconstructie’ van die weg zoals dat is gedefinieerd in de Wgh. Er is sprake van ‘reconstructie’ als aan de volgende twee voorwaarden voldaan wordt: - er moet sprake zijn van een fysieke wijziging op of aan de weg.
Het gaat dan bijvoorbeeld om een wijziging van het profiel, de wegbreedte, de hoogteligging, het wegdek, het aantal rijstroken, de aanleg van kruispunten, de aanleg van aansluitingen, op- en afritten, wijzigingen van de maximumsnelheid, en dergelijke; - ten gevolge van deze wijziging en de verwachte groei van het verkeer in de eerste tien jaar na de wijziging moet er sprake zijn van een toename van de geluidbelasting met (afgerond) 2 dB of meer. Om dit te kunnen bepalen moet dus eerst voor elke geluidgevoelige bestemming de geldende ‘grenswaarde’ worden bepaald. Vervolgens wordt bezien of deze grenswaarde in de toekomstige situatie, doorgaans het 10e jaar na openstelling van de gewijzigde weg, met 1,50 dB of meer overschreden wordt.
20 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
4.2.2
Resultaten
Ter voorbereiding op de fysieke wijziging van de wegen is een geluidonderzoek uitgevoerd. Het geluidonderzoek heeft betrekking op meer activiteiten dan waar dit bestemmingsplan op ziet. In deze paragraaf wordt ingegaan op wijzigingen met betrekkingen tot de N248, N503 en de Rijksweg, omdat de geluidszones hiervan overlappen met het plangebied. Afbeelding 4.1 geeft een overzicht weer van de geluidszones van de N248, N503 en de N9 (rijksweg) en de locaties van geluidgevoelige gebouwen. Alle gebouwen die op afbeelding 4.1 zijn weergegeven zijn opgenomen in bijlage II en III van het geluidonderzoek.
Afbeelding 4.1 Geluidszone van de onderzochte wegen en locaties geluidsgevoelige bestemmingen
N248 Uit het geluidonderzoek volgt dat in de toekomstige situatie de geluidbelasting op gebouwen als gevolg van de wijzigingen van de weg niet toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. Hierbij dient wel een kanttekening geplaatst te worden voor de woning aan de Anna Palownaweg 2A te 't Zand. Deze woning is in 2018 gerealiseerd en planologisch mogelijk gemaakt middels een bestemmingsplan uit 2016. Er is geen hogere waarde vastgesteld voor deze woning ten gevolge van de N248. Hierdoor bedraagt de grenswaarde formeel 48 dB, en dus niet de heersende hogere (huidige) geluidsbelasting van maximaal 52,76 dB. Ondanks dat de geluidsbelasting afneemt tussen de huidige en toekomstige situatie vanwege de snelheidsverlaging op de N248, is er sprake van een overschrijding van de grenswaarde van afgerond 3 dB voor de woning aan de Anna Palownaweg 2A te ‘t Zand. Voor deze woning is er dus sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. In het kader van dit bestemmingsplan is onderzocht of geluidbeperkende maatregelen getroffen kunnen worden voor de woning aan de Anna Palownaweg 2A te ’t Zand. Uit het geluidonderzoek komt naar voren het financieel niet doelmatig is om geluidbeperkende maatregelen zoals een geluidscherm of een ander stiller wegdek te realiseren.
21 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
Voor de woning aan de Anna Palownaweg 2A te ’t Zand wordt daarom een hogere waarde aangevraagd van 51 dB bij Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. N503 en Rijksweg Uit het geluidonderzoek volgt dat in de toekomstige situatie op enkele gebouwen toeneemt als gevolg van de wijzigingen aan de N503 en de N9 (Rijksweg) ten opzichte van de huidige situatie. De maximale toename van de geluidbelasting als gevolg van de wijzigingen aan de N503 betreft 0,52 dB ter hoogte van de woning aan de Rijksweg 62 te Schagerbrug. De maximale toename van de geluidbelasting als gevolg van de wijzigingen aan de N9 (Rijksweg) betreft 0,54 dB ter hoogte van de woningen aan de Rijksweg 61 en 63 te Schagerbrug. Aangezien de maximale toenames van de geluidbelasting minder dan 1,5 dB bedragen, is er geen sprake van ‘reconstructie’ volgens de Wet geluidhinder. Nader onderzoek naar geluidsreducerende maatregelen niet aan de orde. Geen verkeersaantrekkende werking Zoals in paragraaf 4.1.2 is toegelicht heeft de wijziging van de wegen niet het primaire doel om de doorstroming te verbeteren. In beginsel heeft de wijziging daarom ook geen verkeersaantrekkende werking tot gevolg. Echter, het positieve effect van de verbreding van de wegen is wel dat de doorstroming wordt verbeterd.
Voor de wegen rondom de nieuwe brug zal echter geen toename optreden tussen de autonome situatie en de toekomstige situatie met de gewijzigde ligging van de brug.
4.2.3
Conclusie
Uit het geluidonderzoek blijkt dat alleen voor de N248 er, ondanks dat de geluidbelasting afneemt, sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Aanvullende geluidsreducerende maatregelen zijn beoordeeld voor de N248 voor de woning aan de Anna Palownaweg 2A. Gezien de omvang van de benodigde maatregelen voor deze woning is de toepassing van geluidsreducerende maatregelen financieel niet doelmatig. Voor de woning aan de Anna Palownaweg 2A te ’t Zand wordt daarom een hogere waarde aangevraagd van 51 dB. Verder kent het planvoornemen geen verkeersaantrekkende werking. Het onderdeel geluid is geen belemmering voor het planvoornemen.
4.3
Luchtkwaliteit
Bepaalde bestemmingen in een ruimtelijk plan kunnen (extra) gevoelig zijn voor luchtverontreiniging. Daarom moeten de nieuwe planologische mogelijkheden die dit bestemmingsplan biedt, beoordeeld worden op de effecten op de luchtkwaliteit. Dit volgt enerzijds uit luchtkwaliteitsnormen (grenswaarden) en anderzijds is de ‘goede ruimtelijke ordening’ een randvoorwaarde. Er moet sprake zijn van een ruimtelijk aanvaardbare situatie. Deze paragraaf is een verkorte weergave van het luchtkwaliteitsonderzoek (bijlage II).
4.3.1
Wettelijke grondslag
De Nederlandse wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit in de buitenlucht vloeit voort uit Europese richtlijnen en is vastgelegd in titel 5.2 Wm. Artikel 5.16 lid 1 Wm geeft de grondslagen waarmee kan worden onderbouwd dat een plan aan de eisen met betrekking tot luchtkwaliteit voldoet: - het project leidt niet tot overschrijding van grenswaarden; - ten gevolge van het project is sprake van een verbetering van de concentratie van de betreffende stof of de concentratie blijft gelijk; - het plan draagt niet in betekende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hetgeen inhoudt dat de projectbijdragen stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) maximaal 3 % van de jaargemiddelde grenswaarde bedragen, oftewel maximaal 1,2 μg/m3 (microgram per kubieke meter). Wanneer een plan voldoet aan één of meerdere van de bovenstaande grondslagen, vormt luchtkwaliteit
22 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
geen belemmering voor realisatie van het plan. De concentraties van NO2 enPM10 en PM2,51 zijn in de Nederlandse situatie het meest kritisch ten opzichte van de normen. In tabel 4.1 zijn de grenswaarden voor deze stoffen samengevat. Aan de grenswaarden van de overige stoffen uit titel 5.2 Wm wordt ruim voldaan.
Tabel 4.1 Grenswaarden NO2, PM10 en PM2,5 uit bijlage 2 van de Wet milieubeheer Stof
Criterium
Grenswaarde (µg/m 3)
NO2
jaargemiddelde concentratie
40
uurgemiddelde concentratie (mag maximaal 18 keer per jaar worden overschreden)
200
jaargemiddelde concentratie
40
etmaalgemiddelde concentratie (mag maximaal 35 keer per jaar worden overschreden)
50
jaargemiddelde concentratie
25
PM10
PM2,5
4.3.2
Resultaten
In het kader van het planvoornemen is onderzocht wat de gevolgen van het project zijn voor luchtkwaliteit. Het luchtkwaliteitsonderzoek is bijgevoegd als bijlage II. In de huidige situatie zijn de achtergrondconcentraties van NO 2 enPM10 en PM2,5 in de wijde omgeving op geen enkele locatie kritisch. Het studiegebied voor luchtkwaliteit beperkt zich tot de woningen en andere locaties waar mensen langere tijd aanwezig kunnen zijn. Aannemelijk is dat de waarden van luchtkwaliteit nabij deze rekenlocaties beneden de grenswaarden blijven, dan ook op grotere afstanden wordt voldaan aan de Wet milieubeheer. De onderstaande afbeelding toont het gehanteerde studiegebied met de toetspunten.
Afbeelding 4.2 Toetspunten luchtkwaliteit
1
PM2,5: fijnstof kleiner dan 2,5 μm (micrometer). PM2,5 maakt deel uit van PM10.
23 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
Tabel 4.2 toont de resultaten van de verspreidingsberekeningen op de maatgevende toetspunten.
Tabel 4.2 Resultaten luchtkwaliteitsberekeningen aanlegfase Stolperbrug Stof
Grenswaarde (µg/m3)
Totale concentratie (µg/m3) max*
Achtergrond concentratie (µg/m3) max*
Bijdrage project (µg/m3) max*
Aantal overschrijdingen etmaal-, jaar- of uurgemiddelde grenswaarde
NO2
40
9,817
9,718
0,099
0 > uur-norm [-]
PM10
40
15,140
15,080
0,060
6 > 24u-norm [-]
PM2,5
25
7,555
7,499
0,57
geen overschrijding
* De resultaten zijn hier weergegeven als maximale waarde van alle relevante toetspunten.
De maximale bijdrage op de relevante toetspunten bedraagt 0,099 μg/m3 voor NO2 (toetspunt 2), 0,060 μg/m3 voor PM10 (toetspunt 1) en 0,057 μg/m3 voor PM2,5 (toetspunt 1) Deze maximale toenames vinden plaats op toetspunt 6, Anna Paulownaweg 2a, ’t Zand. De berekende waarden op de maatgevende toetspunten liggen beneden de grenswaarden uit de Wet milieubeheer (zie ook tabel 4.1). Dit betekent dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor de ingevoerde data wordt verwezen naar het luchtrapport, bijgevoegd als bijlage II bij de toelichting.
4.3.3
Conclusie
Ten aanzien van het thema luchtkwaliteit liggen de berekende waarden op de maatgevende toetspunten beneden de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. De conclusie is dat het project niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit aspect staat vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.4
Natuur
De Wet natuurbescherming (Wnb) ziet toe op het behoud en de versterking van de biodiversiteit. Het gaat hierbij om gebiedsbescherming (Natura 2000), soortenbescherming en houtopstanden (buiten de bebouwde kom voormalige Boswet). De gebiedsbescherming van het Natuurnetwerk Nederland volgt uit het Barro en de Omgevingsverordening NH2020. Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het gemeentelijk bomenbeleid als (wettelijk) kader. In deze paragraaf wordt ingegaan op de gevolgen van het voornemen van dit bestemmingsplan voor de gebiedsbescherming, de soortenbescherming en houtopstanden. Deze paragraaf is een verkorte weergave van het flora en faunaonderzoek (bijlage III).
4.4.1
Gebiedsbescherming
Natura 2000 (Wnb) De Wet natuurbescherming (Wnb) ziet toe op het behoud en de versterking van de biodiversiteit. Het gaat hierbij om gebiedsbescherming (Natura 2000), soortenbescherming en houtopstanden (buiten de bebouwde kom voormalige Boswet). De gebiedsbescherming van het Natuurnetwerk Nederland volgt uit het Barro en de Omgevingsverordening NH2020. Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het gemeentelijk bomenbeleid als (wettelijk) kader. In deze paragraaf wordt
24 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
ingegaan op de gevolgen van het voornemen van dit bestemmingsplan voor de gebiedsbescherming, de soortenbescherming en houtopstanden. Partiële vrijstelling activiteiten bouwsector Op 1 juli 2021 is zowel de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) als het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering aangenomen. Deze wet voorziet onder andere in een partiële vrijstelling. Op basis van deze vrijstelling worden de gevolgen van stikstofdepositie door ‘activiteiten van de bouwsector’ uitgezonderd van de vergunningplicht op grond van artikel 2.7 lid 2 Wet natuurbescherming. Andere effecten dan stikstof en stikstofeffecten in de gebruiksfase blijven wel vergunningplicht ig. In het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering is nader uitgewerkt welke activiteiten worden aangemerkt als ‘activiteiten van de bouwsector’. Het betreft het verrichten van een bouw- of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft of het aanleggen, wijzigen of opruimen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen. Voor de (gevolgen van) stikstofdepositie door deze activiteiten hoeft dus in beginsel geen natuurvergunning te worden aangevraagd. Deze paragraaf is een verkorte weergave van het natuuronderzoek. De volledige natuurtoets is opgenomen in bijlage III.
Wettelijke grondslag Op grond van de Wet natuurbescherming, artikel 2.7 en 2.8, volgt dat een plan (zoals een bestemmingsplan) alleen kan worden vastgesteld als met zekerheid is gebleken dat het plan geen significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Resultaten Op korte afstand van het onderzoeksgebied (<3 km), de zone waarbinnen als gevolg van de werkzaamheden eventuele fysieke effecten (verstoring door geluid, licht, trillingen) kunnen optreden, bevinden zich gebieden behorend tot het Natura 2000-netwerk. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied betreft het Vogel- en Habitatrichtlijngebied (VR+HR) ‘Zwanenwater & Pettemerduinen’, gelegen op circa twee kilometer ten westen van het onderzoeksgebied (afbeelding 4.3). Deze habitattypen hebben in de huidige situatie reeds te kampen met een overbelasting door stikstof (overschrijding van de kritische depositiewaarde, oftewel KDW). Overige (al dan niet stikstofgevoelige) Natura 2000-gebieden zoals ‘Duinen Den HelderCallantsoog’ en ‘Noordzeekustzone’ bevinden zich op een afstand van meer dan 3 km vanaf het onderzoeksgebied.
25 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
Afbeelding 4.3 Ligging Natura 2000-gebieden in de omgeving van het onderzoeksgebied
Het onderzoeksgebied ligt op korte afstand (2 km) van het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen. Als gevolg van de afstand, is er geen sprake van een verstoring van aangewezen natuurwaarden binnen dit beschermd natuurgebied bij de werkzaamheden aan en rondom de brug. Ten behoeve van de stikstof is enkel de aanlegfase van het project relevant waarin mobiele werktuigen en bouwverkeer ingezet worden voor de werkzaamheden. Het project kent in de gebruiksfase geen verkeersaantrekkende werking waardoor er geen wijzigingen in de verkeersintensiteiten van gemotoriseerd verkeer plaatsvinden. De partiële vrijstelling voor ‘activiteiten van de bouwsector’ is van toepassing op de aanlegfase van dit project. Voor de (gevolgen van) stikstofdepositie door activiteiten in de bouwfase van het project zijn geen vervolgstappen nodig en hoeft geen natuurvergunning te worden aangevraagd. Conclusie Het onderzoeksgebied is gelegen op 2 km van het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen. Als gevolg van deze afstand en de aard van de werkzaamheden zijn effecten (door verstoring) op de IHD van het beschermd natuurgebied op voorhand uit te sluiten. Het aspect stikstof levert geen belemmering op voor het planvoornemen.
Natuurnetwerk Nederland Wettelijke grondslag Het Natuurnetwerk Nederland zorgt voor een aaneengesloten netwerk van natuurgebieden en natuurontwikkelingsgebieden die met elkaar verbonden worden door ecologische verbindingszones. Het provinciaal beleid met betrekking tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is opgenomen in de omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Voor de lange termijndoelen wordt gewerkt met de hieronder genoemde uitgangspunten. Daarnaast zijn altijd de basisvoorwaarden van toepassing: 1 ontwikkelingen en beheer zijn passend bij de waarden, de karakteristiek en het draagvermogen van het landschap;
26 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
2 3 4
nieuwe ontwikkelingen zijn zo veel mogelijk natuurinclusief; nieuwe ruimtelijk-economische ontwikkelingen worden zo veel mogelijk ruimtelijk geclusterd op locaties nabij OV-, weg-, energie- en data-knooppunten; bij nieuwe ontwikkelingen worden de effecten op de ondergrond meegewogen.
In artikel 6.43 van de Omgevingsverordening NH2020 van de provincie Noord-Holland zijn de regels ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Onder het NNN vallen de gebieden die op de kaart bij de Omgevingsverordening NH2020 als zodanig zijn aangewezen. Het NNN-regime is ook van toepassing op de provinciale natuurverbindingen, die eveneens planologisch worden beschermd via artikel 6.43 van de Omgevingsverordening NH2020. Resultaten Het dichtstbijzijnde perceel behorende tot het NNN van Noord-Holland heeft als beheertype N14.03 Haagbeuken- en essenbos. Dit perceel ligt op 1,2 kilometer ten zuidwesten van het plangebied. Overige NNN-percelen in de omgeving staan weergegeven in afbeelding 4.4.
Afbeelding 4.4 NNN-gebieden in de omgeving van het plangebied
Conclusie Het dichtstbijzijnde perceel behorende tot het NNN heeft als beheertype N14.03 Haagbeuken- en essenbos. Provincie Noord-Holland kent geen externe werking toe aan ontwikkelingen op de NNN. De afstand tot het dichtstbijzijnde NNN-perceel is met 1,2 kilometer echter dermate groot dat directe effecten op de Wezenlijke Kenmerken en Waarden van het NNN-gebied zijn uit te sluiten. Vervolgstappen zijn daarom niet nodig.
27 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
Bijzonder provinciaal landschap Wettelijke grondslag Het bijzonder provinciaal landschap (afgekort: BPL) is een beschermingsregime binnen de Omgevingsverordening NH2020, bedoeld om de meest waardevolle landschappen binnen de provincie Noord-Holland te beschermen. Er zijn 32 gebieden aangewezen als Bijzonder Provinciaal Landschap. Dit zijn gebieden die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn én niet vallen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. Het beleid met betrekking tot het BPL is opgenomen in paragraaf 6.4.2 van de Omgevingsverordening NH2020. In het BPL staat het behoud en versterken van de landschappelijke waarden en de betekenis van het landschap voor het aangrenzende stedelijk gebied centraal. In het BPL zijn ruimtelijke ontwikkelingen, met uitzondering van nieuwe stedelijke ontwikkelingen, toegestaan wanneer de beschreven kernkwaliteiten niet worden aangetast. Per locatie kan aan de hand van de kernkwaliteiten een zorgvuldige afweging worden gemaakt welke ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk en welke niet wenselijk zijn. Hierdoor is er ruimte voor maatwerk en gebiedsgerichte differentiatie. De afweging of er een aantasting is van de kernkwaliteiten aan de hand van de beschrijvingen van de kernkwaliteiten, ligt (in de geest van de Omgevingswet) bij de gemeente.
In de ruimtelijke onderbouwing van een bestemmingsplan dat een ontwikkeling in het BPL mogelijk maakt, moet worden gemotiveerd dat de ter plaatse geldende kernkwaliteiten niet worden aangetast. Resultaten Het plangebied ligt buiten Bijzonder Provinciaal Landschap waar het weidevogelleefgebied onderdeel van is. Gezien het BPL op een korte afstand van het plangebied ligt (750 meter), is verstoring van dit gebied niet uit te sluiten. Echter, met de juiste mitigatie in de tijd kan deze verstoring uitblijven. Het broedseizoen waarin weidevogels broeden en verstoord kunnen worden is globaal van maart tot september. Om verstoring op weidevogels te voorkomen, mogen er in deze periode van het jaar geen werkzaamheden worden uitgevoerd waarvan de verstorende effecten kunnen reiken tot in het BPL (heien). Wat betreft verstoring van openheid zal deze ingreep geen negatief effect hebben op de weidevogelleefgebieden binnen het BPL. De renovatie van de brug en de omliggende wegen zorgt netto niet voor extra verstoring van de openheid. Ten aanzien van rust geldt dat in de aanlegfase een tijdelijk verstorend effect optreedt, maar dat er in de gebruiksfase niks veranderd. Netto heeft de renovatie dan ook geen negatief effect.
Conclusie De in de Omgevingsverordening Noord-Holland opgenomen bepalingen met betrekking tot Bijzonder Provinciaal Landschap leiden niet tot belemmeringen voor de uitvoering van de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied.
4.4.2
Soortenbescherming
Ten aanzien van soortenbescherming maakt de Wet natuurbescherming onderscheid in drie categorieën: vogels: dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn; habitatrichtlijnsoorten: dit zijn soorten uit bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn; andere soorten: dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om een aantal zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Voortplantingsplaatsen en rustplaatsen (inclusief functionele leefomgeving zoals foerageergebieden of vliegroutes) van beschermde soorten uit de eerste en tweede categorie mogen niet (opzettelijk) verstoord of vernietigd worden. Daarnaast mag geen enkele beschermde soort (opzettelijk) worden gedood of verwond. Bij vogels zijn daarnaast de nesten van belang. Er zijn vijf categorieën broedvogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn (categorie 1-4) of waarvan de nesten beschermd zijn als er onvoldoende alternatieven zijn (categorie 5).
28 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
De categorie ‘andere soorten’ gaat om soorten die niet onder de Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn vallen. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren beschermd moeten worden. De overige soorten uit deze bijlage worden om ecologische redenen beschermd. Hiermee wordt door Nederland uitvoering gegeven aan het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier- en plantsoorten te garanderen. Resultaten Op basis van de biotoopeisen van beschermde soorten, het veldbezoek op 7 oktober 2020 ,de resultaten van de bureaustudie en nader soortgericht onderzoek in 2021, is bepaald of beschermde soorten leefgebied kunnen vinden in en nabij het plangebied en of daar nader onderzoek naar nodig is. Aan de hand van de geplande werkzaamheden en de verstoringgevoeligheid van soorten is vervolgens bepaald of negatieve effecten kunnen optreden, en of er sprake is van een overtreding van de Wnb. Tabel 4.3 geeft de resultaten van de bureaustudie, het veldbezoek, de effectbepaling en het nader soortgericht onderzoek weer. Zie bijlage III voor het flora en faunaonderzoek en bijlage IV voor het nader soortgericht onderzoek.
29 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
Tabel 4.3 Soortbescherming
Soortgroep
Kan aanwezigheid soort in plangebied uitgesloten worden?
Kans op overtreding Wnb?
Vervolgstappen nodig?
Ontheffing aanvragen?
Mitigerende maatregelen
Vervolgonderzoek (indien mitigatie niet mogelijk of niet voldoende)
flora
ja
nee
geen, wel zorgplicht
nee
nee
grondgebonden zoogdieren
nee, de aanwezigheid van algemeen voorkomende zoogdieren binnen het plangebied (zoals ezel, haas, konijn, ree, vos) en verschillende algemeen voorkomende muizensoorten is niet uit te sluiten
nee, want vrijstelling ex 3.10 Wnb van toepassing
geen, wel zorgplicht
nee
nee
vleermuizen
nee, in de wijde omgeving van het plangebied zijn verschillende waarnemingen bekend van de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger
ja, -
ja, door: werkzaamheden overdag uitvoeren en gebruik maken van vleermuisvriendelijk lichtbeheer tijdens de bouw- en de gebruiksfase trillingvrij werken
ja, indien niet trillingvrij kan worden gewerkt is een vleermuisonderzoek (conform protocol) nodig 1
ja, enkel indien niet trillingvrij kan worden gewerkt en uit onderzoek volgt dat hierdoor een verblijfplaats (indirect) wordt aangetast. Of als uit onderzoek blijkt dat er een verblijfplaats aanwezig is in een of meerdere aanmeerpalen en deze verwijderd worden
1
-
indien foeragerende/overvlie gende vleermuizen worden verstoord indien verblijfplaatsen (indirect) worden aangetast
Het onderzoeksgebied van het nader soortenonderzoek is afhankelijk van de wijze waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd. Wanneer wordt geheid moet rekening worden gehouden met een onderzoeksgebied met een straal van maximaal 1.500 m rondom de werkzaamheden. Wanneer funderingspalen worden getrild in plaats van geheid, dient rekening gehouden te worden met een onderzoeksgebied met een straal van maximaal 300 m rondom de werkzaamheden.
30 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
vogels (algemene broedvogels)
nee, de aanwezigheid van en vogels (zoals houtduif, merel en koolmees), weidevogels (zoals grutto, wulp, scholekster en kievit) en overige broedvogels is niet uit te sluiten
ja, indien (algemeen voorkomende) broedvogels worden verstoord
ja, verstoring van broedvogels voorkomen door drie mogelijkheden: buiten het broedseizoen werken werkzaamheden voor het broedseizoen inzetten en continu doorwerken of plangebied ongeschikt maken voor broedvogels
nee
nee, mits mitigerende maatregelen in acht worden genomen.
vogels (jaarrond beschermde nesten)
ja, nader soortgericht onderzoek heeft uitgewezen dat er geen vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het projectgebied.
nee
geen, wel zorgplicht
nee
nee
amfibieën
nee, de aanwezigheid van algemeen voorkomende amfibiesoorten van het beschermingsregime ‘Andere soorten’ ( zoals bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander) is niet uit te sluiten.
ja, mogelijke aanwezigheid van rugstreeppad in het plangebied tijdens de werkzaamheden
ja, het plangebied afrasteren voor het begin van het voortplantingsseizoen
ja, indien de afrastering niet gerealiseerd kan worden
nee, mits mitigerende maatregelen in acht worden genomen.
reptielen
ja
nee
geen, wel zorgplicht
nee
nee
vissen
ja
nee
geen, wel zorgplicht
nee
nee
vlinder, libellen & ongewervelden
ja
nee
geen, wel zorgplicht
nee
nee
31 | 56
Witteveen+Bos | 119096/22-000.155 | Definitief
Conclusie Door het nemen van maatregelen kan de zogenaamde gunstige staat van instandhouding van de soorten uit de soortgroepen vleermuizen, vogels (algemene broedvogels) en amfibieën (welke zijn beschermd op grond van de Wet natuurbescherming) geborgd worden. De te nemen maatregelen moeten in meer detail worden uitgewerkt in een plan. Mogelijk is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig. De aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming dient onderbouwd te worden met een maatregelenplan die dient te voldoen aan de vereisten van de Wnb, te weten: alternatieven, wettelijk belang en concrete uitwerking van de maatregelen. Het gaat om relatief gangbare en goed inpasbare maatregelen, zodat het op dit moment aannemelijk is dat een ontheffing verkregen kan worden. Door het nemen van maatregelen en waar nodig een ontheffing Wet natuurbescherming aan te vragen is het project ten aanzien van het aspect soortenbescherming uitvoerbaar.