Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Toelichting
Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen Vastgesteld
Bestemmingsplan Toelichting
Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen Vastgesteld Fase: ontwerp Datum:
Fase: vastgesteld Datum:
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1. 1 Aanleiding 1. 2 Plangebied Geldend juridisch-planologisch kader 1. 3 Leeswijzer 1. 4
6
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2. 1 Toekomstige situatie 2. 2 Beeldkwaliteitsparagraaf
9
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3. 1 Rijksbeleid 3. 2 Provinciaal beleid 3. 3 Regionaal beleid 3. 4 Gemeentelijk beleid
14
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4. 1 Erfgoed 4. 2 Bodem 4. 3 Ecologie 4. 4 Externe veiligheid 4. 5 Geluidhinder 4. 6 Water 4. 7 Hinder van bedrijven 4. 8 Verkeer en parkeren 4. 9 Luchtkwaliteit Duurzaamheid 4. 10 4. 11 Vormvrije m. e. r. -beoordeling
29
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5. 1 Algemeen 5. 2 Bestemmingen
46
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6. 1 Economische uitvoerbaarheid 6. 2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
50
3
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
4
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
Toelichting
5
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
Hoofdstuk 1 1. 1
Inleiding
Aanleiding
In het dorp Warmenhuizen in de gemeente Schagen bestaat een grote behoefte voor woningbouw. Voor de locatie Dergmeerweg , gelegen aan de noordzijde van Warmenhuizen , is een uitbreidingsplan ontwikkeld om in een deel van deze behoefte te voorzien. Globaal is het idee om hier een woonwijk met 88 woningen aan te leggen. De gronden zijn in de huidige situatie bestemd als agrarische grond. Binnen de huidige bestemming is het voornemen niet mogelijk. Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van het planvoornemen inclusief bijbehorende buitenruimte en infrastructuur mogelijk.
1. 2
Plangebied
Het plangebied ligt aan de noordkant van Warmenhuizen. De westrand wordt gevormd door de bestaande lintbebouwing Oostwal. Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan de Dergmeerweg en aan de oostzijde aan de Harenkarspelweg. De grenzen van het plangebied zijn in de huidige situatie ingekaderd waardoor het gebied als eenheid een duidelijke landschappelijke omsluiting kent. De exacte ligging van het plangebied blijkt uit de planbegrenzing van de verbeelding van het bestemmingsplan. Navolgende figuren geven een indicatie van de ligging.
Figuur 1. Ligging plangebied aan de noordzijde van Warmenhuizen
6
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
Figuur 2. Ligging plangebied ten noorden van de Dergmeerweg , tussen de Harenkarspelweg en bestaande bebouwing aan de Oostwal te Warmenhuizen
1. 3
Geldend juridisch-planologisch kader
In het plangebied geldt het bestemmingsplan 'De Ontbrekende Schakel' (onherroepelijk , vastgesteld op 9 februari 2016). In dit bestemmingingsplan zijn de gronden aangewezen als 'Agrarisch met waarden'. Hiernaast hebben de gronden ook een dubbelbestemming 'Waarde- archeologie'. Navolgende afbeelding geeft een uitsnede van de plankaart van het bestemmingplan weer. Het bouwen van gebouwen is alleen mogelijk binnen het bouwvlak en indien het gebouwen betreffen ten behoeve van de uitoefening van volwaardige agrarische bedrijven met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Het bouwen van woningen en het gebruiken van de gronden ten behoeve van wonen is binnen de huidige bestemming niet mogelijk. In het geldende bestemmingsplan is geen wijziging- of afwijkingsmogelijkheid opgenomen om het bouwen en gebruiken van de gronden ten behoeve van wonen alsnog mogelijk te maken.
7
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
Figuur 3. Ligging plangebied binnen bestemmingsplan 'De Ontbrekende Schakel'
Daarnaast maakt het plangebied onderdeel uit van het bestemmingsplan 'Parkeren' (onherroepelijk , vastgesteld op 11 juli 2017) en het bestemmingsplan 'Paraplu-omgevingsplan 1e tranche' (onherroepelijk , vastgesteld op 14 december 2021). Waar nodig zijn de regels uit deze bestemmingsplannen overgenomen in dit plan. Het planvoornemen is strijdig met het geldende planologisch beleid. Door middel van voorliggend nieuw bestemmingsplan kan alsnog het juiste planologisch-juridisch kader worden geboden voor het toekomstige gebruik.
1. 4
Leeswijzer
Na de inleiding in dit hoofdstuk is in hoofdstuk 2 de huidige en toekomstige situatie van het plangebied beschreven. Het van toepassing zijnde beleid van het Rijk , de provincie en de gemeente is in hoofdstuk 3 uitgewerkt. Een omschrijving van de planologisch en milieukundige randvoorwaarden , ook wel omgevingsaspecten genoemd , is opgenomen in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 betreft de juridische toelichting van het bestemmingsplan. Als laatste is in hoofdstuk 6 de (economische en maatschappelijke) uitvoerbaarheid uiteengezet.
8
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
Hoofdstuk 2 2. 1
Planbeschrijving
Toekomstige situatie
De invulling van het plangebied zal plaatsvinden op basis van 'vraag-gestuurd bouwen'. Uit lokaal onderzoek is gebleken dat er behoefte is bij meerdere generaties , vooral onder jongeren tot circa 35 jaar en een evenredige behoefte bij senioren als middenleeftijdscategorieën. Er is een voorkeur voor appartementen en rijwoningen , zelfbouw en meer verzorgde variaties daarvan. Differentiatie en fasering In het plan wordt huisvesting van diverse doelgroepen beoogd. De mogelijke woningtypen lopen daardoor uiteen van vrijstaand tot appartementen. Het is de bedoeling dat de buurt een gevarieerde opbouw krijgt. De mogelijke woningtypen kunnen dan per fase , op basis van de actuele vraag , gevarieerde doelgroepen bedienen. Afhankelijk van de (benodigde) fasering en behoefte zou de locatie kunnen voorzien in 88 wooneenheden waarvan 41% sociaal is. Gelet op het beoogde karakter , aansluiting op de stedenbouwkundige kenmerken van de naastgelegen woonwijk , ook kleinere wooneenheden en zoveel mogelijk voorzien in gevarieerd ontwikkelbare kavels wordt ingezet op een mogelijke invulling van 48 woningen en 40 appartementen , in totaal 88 nieuwe wooneenheden. Het dorp Warmenhuizen kent een sterke vraag naar woningen. In het plangebied worden zoals gesteld 88 woningen gerealiseerd.
Het is van belang dat een gedifferentieerd woningaanbod wordt aangeboden (eigendom , prijsklasse en verschijningsvorm). Door de planlocatie op deze wijze te ontwikkelen , ontstaat een goed functionerende wijk , die het woningaanbod van Warmenhuizen en de gemeente Schagen op een krachtige wijze aanvult. Het te ontwikkelen programma is als volgt onderverdeeld en ziet er als volgt uit: Woningsegment (prijsniveau)
Aantal woningen Sociale huur / goedkope koop37 Middeldure koop/huur 20 Dure koop 31 Totaal 88
Percentage 42% 23% 35% 100%
Figuur 4. Onderverdeling woningsegmenten
Per woningtype is het woonprogramma als volgt verdeeld: Woningtype Vrijstaande woningen Sociale huurappartementen Middeldure huurappartemen Grondgebonden woningen 2-onder-1 kapwoningen Rug-aan-rug woningen Totaal Progamma
Aantal 19 32 8 13 12 4 88
Figuur 5. Woonprogramma
9
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
De doelstelling van het project is een toekomstbestendig , duurzaam en leefbaar woongebied te ontwikkelen , waarbij de versterking van de kwaliteit van de bestaande kern Warmenhuizen gebaat is. Om deze doelstelling te realiseren is voor het plangebied een stedenbouwkundig plan opgesteld. Zie onderstaand figuur voor het stedenbouwkundig plan. Het stedenbouwkundigplan met legenda is ook als (Bijlage 1) bijgevoegd. Het ontwerp van het stedenbouwkundig plan is gebaseerd op drie hoofduitgangspunten: 1. 2. 3.
het vormgeven aan een goede stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing; het creëren van een bijpassend Dorps woonmilieu; een stapsgewijze ontwikkeling mogelijk maken.
Figuur 6. Stedenbouwkundig plan
Met het stedenbouwkundig plan is ook een beeldkwaliteitsplan opgesteld. In paragraaf 2. 2 wordt hier nader op ingegaan. In het beeldkwaliteitsplan is ook ingegaan op de stedenbouwkundige en landschappelijk inpassing van het plan. Onderstaand is deze motivering weergegeven.
10
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
Stedenbouwkundig plan en landschappelijke inpassing Het stedenbouwkundig plan vormt de overgang van het historische bebouwingspatroon naar de rechtlijnige structuur van het buitengebied , zichtbaar door rechte lijnen , groenstructuren en variatie in bebouwing. Bebouwingsclusters bieden mogelijkheden voor fasering en collectieve realisaties. Landelijke dorpen hebben groene randen en tuinen als overgang naar het landschap , wat het ruimtelijke karakter bepaalt. Het plan is geïnspireerd door het waterrijke karakter van de omgeving , met een waterstructuur langs de randen en afwisseling tussen tuinen en doorzichten. Aan de westzijde draagt verlenging van het waterelement met een wadi en bestaande groene erfafscheidingen bij aan de inpassing. De overgang tussen het bestaande lint en de nieuwe buurt is zorgvuldig vormgegeven als ruimtelijke buffer en woonkwaliteit. Ruimtes tussen bebouwing zijn ingericht met water en groen , waardoor de openheid van de ruimte behouden blijft. Nieuwe erven zijn georiënteerd op de randen voor een geleidelijke overgang vanaf bestaande achtererven. De inrichting van de tussenruimte naar de Oostwal en Dergmeerweg duidt het verschil in historische relatie tussen wal en ruilverkavelingsbebouwing. Afwisseling in besloten en open elementen en variatie in schaal van bebouwing sluit aan op het kleinschalige karakter van de omgeving.
Dorps wonen Het stedenbouwkundig plan volgt het dorpse principe van kronkelige dorpslinten en een fijnmazig wandel- en fietsnetwerk. De nieuwe woonbuurt heeft kleinschalige straten , variatie in bouwmassa's en kapvormen , en bijzondere plekken krijgen extra aandacht. Wonen aan de straat bevordert contact en sociale controle. Groen speelt een belangrijke rol , met gevarieerde voortuinen en stevige groene ruimten. Er is een contrast tussen besloten gebieden en open omgeving langs de randen. Parkeren gebeurt op eigen terrein of vlakbij de woning. Waar de stedenbouwkundige opzet aanleiding geeft voor oriëntatiepunten (bijvoorbeeld bij de entree van de wijk en einde van zichtassen) is het mogelijk om een afwijkende materialisatie en architectuur toe te passen. In een dorpse structuur zijn namelijk altijd ingrepen van een latere tijd en bijbehorende architectuur zichtbaar. Voor nadere toelichting , zie het beeldkwaliteitsplan in Bijlage 2. Relatie met flexwonen Noorderlicht Tijdens het planproces voor de wijkuitbreiding zijn plannen ontwikkeld voor 120 tijdelijke woningen op de locatie Noorderlicht , bedoeld voor onder andere Oekraïense vluchtelingen en woningzoekenden uit Tuitjenhorn en Warmenhuizen. Op advies van de ARO is dit plan geïntegreerd met het plan voor de tijdelijke woningen , gebruikmakend van hetzelfde landschappelijke raamwerk.
Dit heeft geleid tot een aangepast stedenbouwkundig plan. Voor meer samenhang zijn wijzigingen doorgevoerd zoals vereenvoudiging van de waterstructuur , aansluiting bij landschappelijke dragers en een groen-blauw raamwerk , meer ruimte langs de Harenkarspelweg , en een fietsverbinding tussen de Oostwal en het flexwonen. Het stedenbouwkundig plan benadrukt een dorps karakter met veel groen , variatie in bouwmassa's en kapvormen , en een fijnmazig wandel- en fietsnetwerk.
11
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
Het plan benadrukt een oost-weststructuur met kronkelige bebouwingslinten en een fijnmazige structuur , in contrast met het ruilverkavelingslandschap. De structuur van het woongebied Dergmeerweg is gebaseerd op de dorpsrand en verkavelingsstructuur , terwijl de flexwoningen aan de oostzijde zijn gebaseerd op het ruilverkavelingslandschap.
Figuur 7. Landschappelijke dragers
Fasering en flexibiliteit Het stedenbouwkundig plan heeft een geleding met geclusterde bebouwing binnen een ruimtelijk kader met hedendaagse kaveldieptes. Dit maakt een hoge mate van flexibiliteit mogelijk doordat in het plan sprake is van afgeronde eenheden binnen een samenhangend kader. Binnen het gebied als geheel zal sprake zijn van een gedifferentieerd programma , zodat vraaggestuurd kan worden gebouwd. Het stedenbouwkundig plan als geheel is geen vastomlijnde ontwikkeling. De hoofdopzet geeft , met haar structuurdragers en elementen , als ontwerpkader wel een concreet karakter en zal na vaststelling verder uitgewerkt worden. De verwachting is dat gezien de vraag , direct na de verkoop van de woningen zal worden gestart met de voorbereidingen voor de realisatie. Het is denkbaar dat het ontwerp voor deze fase bijgesteld zal worden.
12
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
Figuur 8. Relatie met fasering Remmerdel
Monitoring vraag en kwaliteit Het plangebied sluit als ontwikkeling in ruime zin aan op de nieuwbouw bij de Remmerdel. Gezien de looptijd van de planfases , en het doel om vraaggestuurd te ontwikkelen , zal bij de start nader bekeken worden op welke wijze het binnen de kaders van het beeldkwaliteitsplan kan bijdragen aan de kwaliteit van het geheel. Deze kanttekening geldt voor het programma , de spelregels , de referentiebeelden en fasering.
2. 2
Beeldkwaliteitsparagraaf
Met het stedenbouwkundig plan is ook een beeldkwaliteitsplan opgesteld en als Bijlage 2 bij dit plan gevoegd. Het beeldkwaliteitsplan bestaat uit drie delen. Met deze indeling kan door de verschillende gebruikers gericht gebruik gemaakt worden van het document. Deel A beschrijft het ontwerp van het uitbreidingsplan , gaat in op het gewenste bebouwingsbeeld , beschrijft de beoogde inrichting van de openbare ruimte en gaat in op de duurzaamheidsambities. Dit deel vormt de leidraad bij de ontwikkeling van de gehele nieuwbouwwijk en dient als inspiratiebron voor initiatiefnemers , ontwerpers en bouwers. Deel B geeft beeldkwaliteitseisen waaraan nieuwbouw moet voldoen. De beeldkwaliteitseisen geven ontwerpers/architecten handvatten voor het ontwerp van de bebouwing en vormen het toetsingskader voor de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (welstandstoets). Deel C gaat in op de (ruimtelijke) randvoorwaarden , het participatietraject , de visievorming en de achtergronden bij de totstandkoming van het uitbreidingsplan. Deel C voorziet in een onderbouwing van de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing van het stedenbouwkundig plan.
13
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3. 1
Rijksbeleid
3. 1. 1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
In het kader van de invoering van de Omgevingswet , die op 1 januari 2024 in werking treedt , heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. De NOVI is vastgesteld op grond van de huidige regelgeving (dus als structuurvisie) en zal bij inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden als Nationale omgevingsvisie in de zin van de Omgevingswet. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) , die met uitzondering van paragraaf 4. 9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone is komen te vervallen. Daarnaast vervangt de NOVI delen van het Nationaal Waterplan , de Natuurvisie en het Nationaal Milieubeleidsplan. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering , energietransitie , circulaire economie , bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.
Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI , te weten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. Onderhavige ontwikkeling treft geen nationaal belang. Geconcludeerd kan worden dat de NOVI geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 3. 1. 2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de NOVI is vastgelegd. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Zoals reeds in paragraaf 3. 1. 1 is geconcludeerd treft onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen.
14
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
3. 1. 3
Ladder Duurzame Verstedelijking
Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 , lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet bij ruimtelijke ontwikkelingen sprake zijn van zorgvuldig ruimtegebruik en moet overprogrammering worden voorkomen. Middels de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' vindt een toetsing plaats. Ieder bestemmingsplan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt , moet een verantwoording bevatten van de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3. 1. 6. lid 2 Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument met het doel efficiënt ruimtegebruik te bevorderen. Voor stedelijke projecten moet de behoefte worden beschreven. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Ladder is kaderstellend voor juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de centrale overheden , zoals bestemmingsplannen en projectbesluiten. Voor deze plannen moeten de treden van de Ladder worden doorlopen. Het doel van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hiermee wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.
Stedelijke ontwikkeling De eerste afweging in de toetsing aan de Ladder is het beantwoorden van de vraag of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hiervoor kan worden gekeken naar jurisprudentie. Uit rechtspraak (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) blijkt dat niet iedere ontwikkeling van onder meer woningbouw als nieuwe stedelijke ontwikkeling valt te kwalificeren. Voor woningbouwlocaties geldt dat vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De Ladder moet dan op dit bouwplan worden toegepast. Met het planvoornemen worden 88 woningen gerealiseerd en kan hiermee beschouwd worden als woningbouwlocatie en dus een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Motivering behoefte Relevante regio Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voor het aspect wonen valt de gemeente Schagen binnen de woonregio Kop van Noord-Holland. Woonagenda In april 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld. Doelstelling van de woonagenda is dat de provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare , duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen.
De speerpunten van het provinciale woonbeleid zijn een woning voor iedereen , productie op peil: aanjagen woningbouwproductie , gezond , duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie en een kwalitatief , betaalbaar en divers woningaanbod. De
15
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
belangrijkste uitgangspunten van het beleid zijn: De provincie streeft naar voldoende betaalbare , duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Wonen is onderdeel van een integrale verstedelijkingsopgave. De provincie geeft ruimte voor woningbouw , uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag , aanbod en het kwantitatieve en kwalitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. De provincie stuurt op een versnelling van de woningbouwproductie de komende jaren. Daarbij wordt aandacht gegeven aan een kwalitatief divers aanbod , aansluitend op de vraag. Regionale programmeringen en gemeentelijk beleid zijn daarbij de basis. Met de toevoeging van 88 woningen kan worden bijgedragen aan de woningbouwproductie. Deze speerpunten zijn vertaald in de Regionale Actieprogramma's. Onderstaand wordt hier nader op ingegaan. Bevolkingsprognose provincie Noord-Holland 2019-2040 De indicatieve woningbehoefte in Noord-Holland Noord tot 2030 is 18. 500 woningen , waarvan in de regio Kop van Noord-Holland 2. 000 waar het plangebied in is gelegen.
Figuur 9. Ontwikkeling woningbehoefte 2019-2040 (aantal woningen) (bron: Bevolkingsprognose provincie Noord-Holland 2019-2040).
Onderstaande tabel geeft aan dat er voor de gemeente Schagen woningbehoefte is van 1. 050 woningen om in de behoefte te voorzien.
tot
2030
een
Figuur 10. Ontwikkeling indicatieve woningbehoefte per gemeente 2019-2030 (aantal woningen) (bron: Bevolkingsprognose provincie
16
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
Noord-Holland 2019-2040).
Monitor woningbouw 2020 De monitor woningbouw bevat cijfers over de ontwikkeling van de woningvoorraad en huishoudens , en de ontwikkeling van de plancapaciteit. Deze cijfers worden afgezet tegen de woningbehoefte uit de Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040. Als eerste is de inhaalvraag bepaald van de afgelopen jaren. Dit is het aantal woningen dat bovenop de verwachte vraag naar woningen gebouwd zou moeten worden om de druk op de woningmarkt af te laten nemen. Voor de regio Kop van Noord-Holland geldt dat er de afgelopen jaren 300 woningen minder zijn gebouwd dan de toename van het aantal huishoudens is geweest.
Figuur 11. Inhaalvraag (aantal woningen) op basis van verschil huishoudensgroei en nieuwbouwproductie 2014-2019 (Bron: Monitor woningbouw 2020 , provincie Noord-Holland)
Voor de regio Kop van Noord-Holland geldt dat de woningbehoefte tot 2030 1. 600 woningen betreft. Het aantal harde plannen betreft 1. 900 woningen. Echter worden in de praktijk niet al deze plannen gerealiseerd (planuitval van 30%). Hiermee is er voldoende plancapaciteit om aan de woningbehoefte te voldoen. De beoogde ontwikkeling van 88 woningen draagt bij aan de woningbehoefte.
Figuur 12. Woningbehoefte 2020-2040 en plancapaciteit (Bron: Monitor woningbouw 2020 , provincie Noord-Holland)
RegioAkkoord “De Kop Groeit” Door de vier gemeenteraden van de Kop van Noord-Holland is het RegioAkkoord “De Kop Groeit” (2020) vastgesteld. De kop staat voor behoud en groei van een goede woon - , werk - en leefomgeving voor inwoners en mensen die verblijven in de regio. Om dit te bereiken zijn onder andere voldoende woningen van goede kwaliteit nodig. In het regioakkoord document is een woonakkoord opgenomen om minimaal 5. 000 woningen in de Kop te realiseren tot 2030 waarbij is aangegeven dat het belangrijk is om in deze behoefte te voorzien en de woningbouwproductie te versnellen Uitgangspunt hierbij is 'Sterke kernen , goede voorzieningen” waarbij er ruimte wordt geboden voor kleinschalige woningbouw in het landelijk gebied , aan de randen van de kern. Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland 2022-2026 Het Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland (hierna: Woonakkoord) is het vervolg op het Regionaal Actieprogramma Wonen 2017-2020. Het Woonakkoord gaat over onderwerpen waar de regio en de provincie elkaar nodig hebben en om niet effectieve (bestuurlijke) regeldruk te voorkomen. Daarnaast probeert het Woonakkoord woningen in het landelijk gebied mogelijk te maken , zonder Woonakkoord is dat niet mogelijk. Ook biedt het een actuele en krachtige impuls en inspiratie voor lokale woonvisies en prestatieafspraken.
Het Woonakkoord is in het voorjaar van 2022 door de colleges van de Kop gemeenten en de Gedeputeerde Staten van de provincies akkoord bevonden. Eind 2020 hebben de regiogemeenten en de provincie Noord-Holland het convenant Regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030
17
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
getekend (hierna: KwK). Met de ondertekening van het convenant bevestigen de gemeenten de regionale samenwerking te continueren , ten bate van de woningmarkt. Een is het continueren van regionale afstemming van van de afspraken in het KwK woningbouwplannen en het op adaptieve wijze programmeren van het woningbouwprogramma. De vier gemeenten maken in het KwK afspraken van welk basisscenario wat betreft aantal woningen de gemeenten uitgaan. In het KwK is opgenomen dat voor een goed functionerende regionale woningmarkt het belangrijk is dat regionale afstemming over de nieuwbouwprogrammering in aantallen plaatsvindt. En dat er daarnaast gekeken wordt naar de kwaliteit van toekomstig te ontwikkelen woningen voor wat betreft locatie en woningtypen en samenhang met de bestaande voorraad aan woningen. 'Convenant: Regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030' (KWK) van één kwantitatief en kwalitatief regionaal vraaggestuurd Er is sprake woningbouwprogramma tot 2030. Met het convenant beogen de vier Kopgemeenten en de provincie Noord-Holland een actieve regionale samenwerking woningbouw te continueren ten behoeve van een optimale ruimtelijke ontwikkeling van de woningvoorraad/-markt van de regio Kop van Noord-Holland.
Hiervoor hebben de partijen afspraken gemaakt over de woningbouwplannen in programma('s) die aansluiten bij de vraag naar nieuwbouwwoningen en woningtypen in de regio Kop van Noord-Holland. De partijen erkennen de aparte status van de gemeente Texel. Het convenant is grotendeels een procesdocument. Naast concrete afspraken over de ambities en nieuwbouwprogrammering tot 2030 (kwantitatieve afspraken) is een kwalitatief afwegingskader vastgelegd. Met een werkwijze van adaptief programmeren wordt gewerkt aan een optimale balans tussen vraag- en aanbod van woningen. Deze werkwijze biedt ruimte voor de bovengenoemde ambities van de regio en de mogelijkheid om flexibel in te spelen op actuele ontwikkelingen. Door middel van monitoring kan het programma tijdig worden bijgesteld , zodat er continu gewerkt wordt aan de juiste hoeveelheid woningbouwplannen in de Kop van Noord-Holland. In kwantitatieve zin is het basisvertrekpunt de Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040 opgesteld door de provincie. Als volgende vertrekpunt wordt rekening gehouden met planuitval (30%). Dit betreft plannen in het programma die door externe redenen toch geen doorgang vinden. Bij de derde richtwaarde wordt de anticipatie schil gehanteerd. In bijlage 4 van het Convenant is het totaalprogramma weergegeven. De getoonde lijsten betreffen een 'vertreklijst' , hiermee wordt voldaan aan de provinciale regels.
Gedurende de looptijd van het convenant zal er adaptief geprogrammeerd worden. Dit zal gaan resulteren in mutaties van de getoonde vertreklijst. De actuele lijst/ overzicht is , gedurende de looptijd , te raadplegen in www. plancapaciteit. nl. Kwantitatieve behoefte Warmenhuizen De woningbouwlocatie Dergmeerweg is regionaal afgestemd. Het planvoornemen staat als Warmenhuizen - Dergmeerweg in de lijst opgenomen als functieverandering overig met planstatus 3. plan/besluit in voorbereiding. Op 1 september 2022 is een aantal van 88 woningen voor het project Dergmeerweg bestuurlijk afgestemd. In verband met het tekort dat uit het Masterplan Wonen naar voren is gekomen (en waar in het Regionaal Woonakkoord over is afgesproken dat dit tekort onderdeel wordt van het KwK) komt de gemeente op een minimaal aantal van 434 woningen voor Warmenhuizen
18
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
de periode 2020-2030 (prognose/KwK + tekort Masterplan Wonen). De gemeente zelf heeft een hogere ambitie dan de prognosecijfers , waardoor een bandbreedt van 434 tot 896 woningen op basis van een naar rato verdeling van de woningen over de kernen van de gemeente. De ontwikkeling van de plannen aan de Dergmeerweg dragen bij aan het bereiken van de doelstellingen van de gemeente Schagen en zorgen voor invulling van de vraag naar woonruimte in Warmenhuizen. voor
Bestaand Stedelijk Gebied (BSG) Binnen BSG zijn er geen locaties beschikbaar waar in de vraag naar woningen kan worden voorzien. De bestaande open ruimten , zoals groenstructuren zijn waardevol en bepalend voor het karakter van Warmenhuizen. Deze komen niet in aanmerking voor bebouwing omdat dat te veel afbreuk doet aan de kwaliteit van het dorp. Een voorbeeld hiervan is het groene veldje aan De Helling dat onderdeel uitmaakt van een bestaande en historische groenstructuur waardoor woningbouw op deze locatie niet gewenst is. Bijzonder aan het plangebied is de ligging in de oksel binnen de rand van Warmenhuizen , achter het bebouwingslint en direct grenzend aan bestaande woonbuurten. De locatie is goed te ontsluiten en ligt centraal tussen sport- en winkelgebieden en educatieplekken in zowel Warmenhuizen als Tuitjenhorn. Stedenbouwkundig is er sprake van een geheel. Het plangebied is weliswaar buiten het BSG gelegen maar is door de gemeente aangeduid als beoogd woongebied. In de structuurvisie Harenkarspel is de locatie aangeduid als 'tussengebied: nieuw woongebied met maatschappelijke , educatieve , medische en sportieve voorzieningen'. Met het planvoornemen is dan ook sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.
Figuur 13. Fragment structuurvisie Harenkarspel
19
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
Figuur 14. Plaatsing achter bebouwingsrand Warmenhuizen-Tuitjenhorn , centraal tussen sportgebieden (S) , winkelgebieden (W) en educatieplekken (E) (bron: beeldkwaliteitsplan Bijlage 2)
Kwalitatieve behoefte In algemene zin , wordt door inwoners kenbaar gemaakt dat er vraag is naar betaalbare woningen. Daarnaast blijkt uit het woningmarktonderzoek dat in 2019 door Atrivé in de gemeente Schagen is uitgevoerd dat in Warmenhuizen voor de komende jaren een sterke toename van het aantal 1 en 2 persoonshuishoudens wordt verwacht. De vraag naar woningen voor 1 en 2 persoons huishoudens en kleine gezinnen zal de komende jaren mogelijk nog verder toenemen. Op basis van het KwK wordt de optimale kwalitatieve toevoeging voor wat betreft het type woningen gebruik gemaakt van de productmarktcombinatie (pmc). Het afwegingskader maakt het beoordelen van projecten op aantrekkelijke of minder aantrekkelijke productmarktcombinaties (hierna: pmc's) mogelijk. Voor het afwegingskader wordt op gemeenteniveau bepaald 'welke producten zijn meer of minder aantrekkelijk in welke gemeenten?' en voor de kernen 'welke producten zijn meer of minder aantrekkelijk in welke kernen?'. De volgende afbeelding toont dit inzicht voor Warmenhuizen. Hieruit blijkt dat er aan alles behoefte is behalve traditionele niet levensloop geschikte eengezinswoningen (betreft grotendeels de bestaande voorraad) omdat hier het aanbod al voldoende is.
20
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
Figuur 15. Overzicht van verschillende scores van pmc's voor Warmenhuizen
Conclusie Voorliggend voornemen maakt onderdeel uit van de regionale woningbouwafspraken. Uit voorgaande alinea's komt naar voren dat voldoende behoefte is naar de extra woningen. Er is sprake van een planvoornemen die slechts binnengemeentelijke gevolgen heeft. Het planvoornemen voldoet aan de criteria van de Ladder.
3. 2
Provinciaal beleid
3. 2. 1
Omgevingsvisie NH2050
Op 19 november 2018 hebben Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie van de provincie op de fysieke leefomgeving beschreven. De provincie zet in op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid , zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. De Omgevingsvisie bevat provinciaal beleid op het gebied van economische transitie. De provinciale ambitie is een duurzame economie , met innovatie als belangrijke motor. De Omgevingsvisie NH2050 wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. In de wetenschap dat de wereld waarmee Noord-Holland is verbonden continu verandert , geeft deze visie enerzijds richting en daarmee houvast naar een onbekende toekomst , en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Doel van de provincie met de omgevingsvisie is dat iedereen die in Noord-Holland woont ,
21
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
werkt en op bezoek komt een prettige leefomgeving aantreft. Nu , maar ook in de toekomst. De provincie stuurt aan op “balans tussen economische groei en leefbaarheid” , dat als leidend thema wordt gezien. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Een gezonde en veilige leefomgeving , die goed is voor mens , plant én dier , is daarnaast voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Een economisch vitale provincie kan andersom weer bijdragen aan het welzijn en de leefbaarheid. In samenhang bekeken zijn in dit kader randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met grote thema's als klimaatverandering , energietransitie , veranderende economieën , volkshuisvesting , bodemdaling en verminderde biodiversiteit. Uit de ambties en doelstellingen zoals opgenomen in de NH2050 blijkt dat: b. Wonen en Werken Onze ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland , in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op bestaande verstedelijkte gebieden gepland , in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes.
Om de verschillende kernen en regio's te versterken worden op regionaal niveau afspraken gemaakt. Zo worden regionaal woningbouwafspraken gemaakt om de woningbouw af te stemmen op de vraag. Deze speerpunten zijn vertaald in de Regionale Actieprogramma's. In paragraaf 3. 3 en 3. 1. 3 wordt hier nader op ingegaan. Het planvoornemen past binnen de gestelde doelstellingen en ambities in de Omgevingsvsie NH2050. 3. 2. 2
Omgevingsverordening NH2020
Op 22 oktober 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld en is 17 november 2020 in werking getreden. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur , milieu , mobiliteit , erfgoed , ruimte en water. De provincie wil ontwikkelingen als woningbouw en windenergie mogelijk maken en het waardevolle Noord-Hollandse landschap beschermen. De 21 nu geldende provinciale verordeningen zijn samengevoegd tot 1 verordening. Hierdoor is het makkelijker geworden om te zien welke regels waar gelden. Bij de omgevingsverordening zit een digitale kaart waarbij de regels direct in beeld komen op een specifieke locatie. In deze verordening worden regels gegeven over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Verschillende regels zijn opgenomen over onderwerpen , in zowel het landelijk als het bestaand stedelijk gebied van Noord-Holland , waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Afhankelijk van de ligging van een plangebied zijn de regels uit de verordening al dan niet van toepassing. Het bestaand stedelijk gebied is in het provinciale overheidsbeleid beleidsmatig aangewezen voor verdere verstedelijking. De planlocatie is gelegen buiten Bestaand Stedelijk Gebied.
Onder Bestaand Stedelijk Gebied wordt verstaan: " bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen , dienstverlening , bedrijvigheid , detailhandel of horeca , alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen , stedelijk groen en
22
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
infrastructuur."
Figuur 16. Ligging bestaand stedelijk gebied
Vanuit de omgevingsverordening is afdeling 6. 1 Stedelijke functies van toepassing. De volgende artikelen hebben betrekking op het planvoornemen. Artikel 6. 3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen 1. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling ligt de nadruk op regionale afspraken. Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. In paragraaf 3. 1. 2 en 3. 3 is ingegaan op de Ladder voor Duurzame verstedelijking en de gemaakte regionale afspraken. Hieruit is naar voren gekomen dat de ontwikkelingen in voorliggend bestemmingsplan zijn opgenomen in de regionale woningbouwafspraken. Dit betekent dat er in principe nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk zijn en dat de provincie meer vrijheid geeft aan gemeenten. Artikel 6. 59 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied 1.
Gedeputeerde Staten stellen de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie vast , die de provinciale belangen beschrijft ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 2. Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied , wordt in het ruimtelijk plan , gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a. rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren;
23
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
b.
3. 4. 5.
bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en c. bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. nvt op het planvoornemen; De toelichting van een ruimtelijk plan bevat een motivering waaruit moet blijken dat voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid. Gedeputeerde Staten , het dagelijks bestuur van het betrokken waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente kunnen de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling om advies vragen , ook in een vroeg stadium , inzake de locatieafweging of de ruimtelijke inpassing.
Op grond van artikel 6. 59 van de Omgevingsverordening moeten nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het werkingsgebied ‘landelijk gebied’ voldoen aan de ruimtelijke kwaliteits-eis. Er wordt met het plan aangesloten op de uitgangspunten uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap , zoals bebouwing , agrarische bedrijven , infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied moet rekening worden gehouden met de ambities en ontwikkelprincipes die staan beschreven bij de afzonderlijke ensembles en structuren. In het beeldkwaliteitsplan (Bijlage 2) is in hoofdstuk 3 en 7 ingegaan op de leidraad. Het plan houdt rekening met de algemene ontwikkelprincipes en de gebiedsgerichte ontwikkelprincipes. In hoofdstuk 7 is de ruimtelijke visie beschreven waarin valt te lezen op welke wijze met de landschappelijke karakteristiek , de openheid en de positionering van de bebouwing ten opzichte van de Dergmeerweg wordt omgegaan.
De Westfriese Omringdijk wordt op hoog schaalniveau gerespecteerd door de situering van de nieuwe woonbuurt aan de noordoostzijde van Warmenhuizen. Het planvoornemen is ook besproken in de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) De ARO is een onafhankelijke adviescommissie die vroeg in het planproces om advies kan worden gevraagd over de ruimtelijke kwaliteit van plannen. Tijdens de eerste behandeling op 11 oktober 2022 had de ARO diverse opmerkingen en aanbevelingen. Deze zijn nader uitgewerkt en het aangepaste plan is op 31 januari 2023 nogmaals besproken in de ARO. De ARO is erg positief over de stappen die gezet zijn in het ontwerp. De eerdere opmerkingen van de commissie zijn op een goede manier verwerkt. De ARO is nieuwsgierig naar de uitwerking van het plan , maar het plan hoeft niet nogmaals in de commissie te worden behandeld. Er wordt voldaan aan de ruimtelijke kwaliteitseis. 3. 2. 3
Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025
In paragraaf 3. 1. 2 is met betrekking tot de ladder voor duurzame verstedelijking ingegaan op de woonagenda.
3. 3
Regionaal beleid
Met betrekking tot het regionale beleid zijn de volgende beleidsstukken van toepassing: Regioakkoord De Kop Groeit!; 24
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
Regionaal Actieprogramma Wonen 2017 – 2020; regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van Convenant de Noord-Holland - Kwalitatief woningbouw programma van de Kop (kwk).
Kop
van
In paragraaf 3. 1. 2 is ingaan op deze beleidsaspecten. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen planontwikkeling in het kwk is opgenomen. Dit betekent dat binnen de regio overeenstemming bestaat dat zowel op kwantitatief als kwalitatief niveau er behoefte is aan de toevoeging van de woningen.
3. 4
Gemeentelijk beleid
3. 4. 1
Omgevingsvisie Gemeente Schagen
Op 14 december 2021 is de Omgevingsvisie Schagen vastgesteld. In de Omgevingsvisie wordt de koers voor de toekomst geschetst. Op hoofdlijnen is uitgewerkt wat belangrijk is in de gemeente Schagen. In de visie zijn 8 speerpunten uitgewerkt met doelen voor 2040. In 2040 is gemeente Schagen: gezinsvriendelijke gemeente met een stad die belangrijk is voor de regio. Met sterke dorpen. En een gemeente die aantrekkelijk is voor ondernemers; een gemeente die nationaal en internationaal meedoet op het gebied van toerisme en recreatie , wetenschap en (nieuwe vormen van) landbouw; een gemeente die steeds aansluit bij de groeiende behoefte aan woningen die passen bij de vraag en bijdragen aan sterke kernen; een gemeente waar iedereen mee kan doen; een gemeente waar kernen , voorzieningen , onderwijs en werk goed bereikbaar zijn; een veilige , gezonde en sportieve gemeente; een duurzame gemeente; een gemeente waarin bewoners en bezoekers de omgeving waardevol vinden. een
Wonen In mei 2020 heeft het college van de gemeente Schagen besloten geen nieuwe woonvisie aan te bieden aan de gemeenteraad maar deze op te nemen in de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie zijn 7 doelstellingen op het gebied van wonen uitgewerkt , 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
per jaar
te starten met de bouw van 300 woningen; verbeteren van de leefbaarheid; een woning voor ieder huishouden in Schagen; 40% van de nieuwbouwwoningen moet goedkope koop/sociale huur zijn; een minimale bruto vloeroppervlakte van 35 vierkante meter per woning te hanteren; voldoende starterswoningen in de kernen; stimuleren collectief opdrachtgeverschap (CPO).
Met het planvoornemen worden 88 woningen toegevoegd. Het gaat om een ontwikkeling met meerdere woningen in de koopsector. Een deel van de woningen bevinden zich in het goedkope en middeldure segment en zijn daarmee geschikt voor starters en voldoet daarmee aan de omgevingsvisie. In het plan wordt huisvesting van diverse doelgroepen beoogd. De mogelijke woningtypen lopen daardoor uiteen van vrijstaand tot appartementen. Het is de bedoeling dat de buurt een gevarieerde opbouw krijgt. De mogelijke woningtypen kunnen dan per fase , op basis
25
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
de actuele vraag , gevarieerde doelgroepen bedienen. Het plan voorziet in de realisatie 88 wooneenheden waarvan 41% sociale huur/goedkope koop is. Het plan voldoet aan de criteria van de omgevingsvisie. van van
Figuur 17. Visiekaart
Op de visiekaart behorende bij de omgevingsvisie is met het 'huis' symbool aangegeven dat het in Warmenhuizen mogelijk is om woningen te realiseren tot aan de rand van de kern. Het planvoornemen sluit hier bij aan. Gelet op het beoogde karakter , aansluiting op de stedenbouwkundige kenmerken van de naastgelegen woonwijk , ook kleinere wooneenheden en zoveel mogelijk voorzien in
26
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
gevarieerd ontwikkelbare kavels wordt ingezet op een mogelijke invulling van 42 woningen en 50 appartementen. De ontwikkeling in het plangebied past binnen de doelstellingen van de omgevingsvisie. 3. 4. 2
Doelgroepenverordening
De gemeente Schagen heeft een doelgroepenverordening woningbouw gemeente Schagen 2023 in voorbereiding zodat de gemeente bij nieuwe ontwikkelingen kan sturen op categorieën woningbouw. De eisen uit de verordening gelden bij nieuwe ontwikkelingen. Met de doelgroepenverordening kan de gemeente in ruimtelijke plannen en exploitatieplannen eisen opnemen voor het realiseren van sociale huurwoningen , middeldure huurwoningen en sociale koopwoningen. Bij nieuwbouwplannen kan dit leiden tot gevarieerdere ontwikkelingen. Binnen een ontwikkeling zullen ook sociale woningen en middenhuurwoningen gerealiseerd moeten worden nadat de gemeente de eisen uit de verordening heeft opgenomen in een ruimtelijk plan. De Wro biedt gemeenten de mogelijkheid om in ruimtelijke plannen te eisen dat een bepaald percentage sociale huurwoningen , sociale koopwoningen en/of middenhuurwoningen gerealiseerd moet worden , mits er een doelgroepenverordening is. woningdifferentiatie is geborgd in de regels van het bestemmingsplan. Hierin is opgenomen dat dient te worden voldaan aan de doelgroepenverordening waarin is bepaald dat binnen het plangebied een bepaald percentage sociale huurwoningen en sociale koopwoningen worden gerealiseerd. De
3. 4. 3
Structuurvisie voormalig gemeente Harenkarspel (2009)
Voor het grondgebied van de voormalige gemeente Harenkarspel is op 15 december 2009 door de toenmalige gemeenteraad de Structuurvisie Harenkarspel vastgesteld. In deze structuurvisie is naast algemeen beleid ook gebiedsgericht beleid ten aanzien van de ruimtelijke structuur beschreven. Voor het thema wonen is in de structuurvisie aangegeven dat de voormalige gemeente Harenkarspel aantrekkelijk is als vestigingsplaats , op korte afstand van steden en van de kust maar toch met een landelijk karakter en een dorpse wijze van bouwen. Op deze kwaliteit kan worden voortgebouwd. Het plangebied is onderdeel van een groter gebied dat in de Structuurvisie (voormalig gemeente Harenkarspel) voor het gebiedsdeel ten noorden van Warmenhuizen aangeduid is als ontwikkellocatie voor nieuwe woningen. In paragraaf 3. 1. 2 is in figuur 12 een uitsnede van de plankaart Structuurvisie voormalig gemeente Harenkarspel weergegeven. In de visie werd gekoerst op woningbouwontwikkelingen met beperkte druk op het kwetsbare historische wegennet , met een globaal evenredige verdeling van de woningen over de kernen. De woningbouwmogelijkheden worden met name daar gedacht waar zij korte aansluitingen kunnen krijgen op de provinciale weg. De voorgenomen woningbouw is passend binnen de Structuurvisie Harenkarspel.
27
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
3. 4. 4
Welstandsbeleid , Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit
Vanwege maatschappelijk en politiek veranderde wensen over het welstandsbeleid heeft de gemeente Schagen de 'Reisgids voor Ruimtelijke Kwaliteit' opgesteld. Hierin wordt het beeldkwaliteitsplan als belangrijk instrument geïntroduceerd om nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen zorgvuldig af te wegen ten opzichte van bestaande kwaliteiten van een gebied en deze daarin zo goed mogelijk in te passen. Er is een beeldkwaliteitsplan (Bijlage 2) opgesteld om de nieuwe woonbuurt Dergmeerweg goed in te passen in de landschappelijke omgeving en deze tegelijkertijd te verankeren in de stedenbouwkundige structuur van Warmenhuizen. Daarmee kan geconcludeerd worden dat het bouwplan goed past in de landschappelijke omgeving en de stedenbouwkundige structuur van Warmenhuizen.
28
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
Hoofdstuk 4 4. 1
Omgevingsaspecten
Erfgoed
Wet- en regelgeving De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet , wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet , waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord , de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is , worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed , dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. 4. 1. 1
Archeologie
Archeologie West Friesland heeft een archeologische quickScan uitgevoerd. Archeologie West-Friesland adviseert de vrijstellingsgrens van de Beleidskaart Archeologie te handhaven. Dit betekent dat bij bodemingrepen groter dan 1 ha en dieper dan 50 cm rekening gehouden dient te worden met eventueel aanwezige archeologische resten. Gelet op de planomvang van circa 4 ha wordt de vrijstellingsgrens overschreden en dient er rekening gehouden te worden met eventueel aanwezige archeologische resten. De quickscan is als Bijlage 3 bijgevoegd. Vooruitlopend op de concrete bouwplannen is een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Tijdens het bureauonderzoek is aan de hand van landschappelijke , historische en archeologische gegevens een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld voor het plangebied. Een verkennend booronderzoek is uitgevoerd om deze archeologische verwachtingen te toetsen. Voor het plangebied is op basis van de geraadpleegde bronnen in het bureauonderzoek een middelhoge tot lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de prehistorie tot aan de Middeleeuwen geformuleerd. Indien aanwezig , bevinden de prehistorische resten zich onder het middeleeuwse kleidek. De kans op resten uit het Neolithicum is vanwege de ligging in de getijdengeul zeer klein.
Op de dichtgeslibde getijdengeul kunnen wel resten uit de Bronstijd worden aangetroffen en indien veen aanwezig is , geldt ook voor vindplaatsen vanaf de IJzertijd een middelhoge verwachting. De archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd is laag. Het doel van het verkennend booronderzoek is het in kaart brengen van het (pre)historisch landschap , het achterhalen van de diepteligging van de mogelijk interessante niveaus en het bepalen van de intactheid van de bodem. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat in het plangebied tot op een diepte van 60 - 80
29
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
onder maaiveld geen intact bodemprofiel aanwezig is. Tijdens het onderzoek zijn geen archeologische lagen , oude bodemhorizonten of archeologische indicatoren aangetroffen. Het veronderstelde middeleeuwse kleidek is niet goed te onderscheiden van het onderliggende Laagpakket van Wormer door het ontbreken van vegetatiehorizonten of laklagen. Vanwege het ontbreken van relatief hoger gelegen ontkalkte delen kan gesteld worden dat de kans op vindplaatsen uit de prehistorie zeer klein is. Vanwege het ontbreken van een restant van een veenpakket is de kans op vindplaatsen uit de IJzertijd/Romeinse tijd eveneens zeer klein. Op basis hiervan kan de gespecificeerde verwachting binnen het plangebied voor alle perioden worden bijgesteld naar een lage verwachting. cm
Gezien de lage verwachting voor alle perioden binnen het plangebied , is nader archeologisch onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg niet noodzakelijk. Archeologie West-Friesland adviseert het plangebied vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie. Ten behoeve van het vervaardigen van een bestemmingsplan kan gesteld worden dat de dubbelbestemming Waarde-Archeologie kan komen te vervallen. Conclusie Het planvoornemen mag op grond van archeologie uitvoerbaar worden geacht. 4. 1. 2
voorgaande
ten
aanzien
van
het aspect
Cultuurhistorie
De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap , zoals bebouwing , agrarische bedrijven , infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied moet rekening worden gehouden met de ambities en ontwikkelprincipes die staan beschreven bij de afzonderlijke ensembles en structuren. Het plangebied is gelegen in het ensemble West-Friesland West. De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: het behouden van het open en kleinschalige terpen- en linten landschap. het behouden/versterken van de herkenbaarheid van de droogmakerijen. het herkenbaar houden van de Westfriese Omringdijk als doorgaande lijn en indentiteitsdrager. het behouden en versterken van de relatie tussen de Westfriese Omringdijk en het kleinschalige Westfriese landschap. het versterken van het landschap in het zaadveredelingsgebied. het behouden en het zichtbaar/beleefbaar blijven van de huidige verkavelingsstructuur (inclusief sloten) bij (semi-) tijdelijke functies en opstellingen in het landschap , zoals voor zonne-energie.
het behouden van de vrije ruimte (molenbiotopen) rond historische windmolens , in verband met de windvang en de zichtbaarheid van de molens in het landschap. In het beeldkwaliteitsplan (Bijlage 2) is in hoofdstuk 3 en 7 ingegaan op de leidraad. Het plan houdt rekening met de algemene ontwikkelprincipes en de gebiedsgerichte ontwikkelprincipes. In hoofdstuk 7 is de ruimtelijke visie beschreven waarin valt te lezen op welke wijze met de landschappelijke karakteristiek , de openheid en de positionering van de bebouwing ten opzichte van de Dergmeerweg wordt omgegaan. De Westfriese Omringdijk
30
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
wordt op hoog schaalniveau gerespecteerd door de situering van de nieuwe woonbuurt aan de noordoostzijde van Warmenhuizen. Conclusie Er is als gevolg van het plan geen strijdigheid met de ontwikkelprincipes van West-Friesland West zoals omschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018. Met de realisatie van het planvoornemen wordt geen wijziging in de structuur van het landschap aangebracht. Cultuurhistorische waarden worden door het voornemen niet aangetast. Daarmee is het project wat betreft voor dit aspect uitvoerbaar.
4. 2
Bodem
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in de toelichting op een bestemmingsplan inzicht verkregen moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat er onder andere inzicht verkregen moet worden in de noodzakelijke financiële investering van een (mogelijk noodzakelijke) bodemsanering. Een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is dus feitelijk een onderdeel van de onderzoeksverplichting van B en W en de gemeenteraad bij de voorbereiding van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden opgemerkt dat ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening het bestemmen van gronden met een bodem van onvoldoende milieuhygiënische kwaliteit met een hiervoor gevoelige bestemming in beginsel moet worden voorkomen. Een bepaalde mate van bodemverontreiniging hoeft in veel gevallen niet direct een probleem op te leveren. In veel gevallen zal historisch onderzoek inzake de betreffende verdachte locatie kunnen uitwijzen of er voldoende aanleiding is om ook bodemonderzoek te laten uitvoeren. Met een oriënterend bodemonderzoek en/of een nader bodemonderzoek kan worden vastgesteld of inderdaad sprake is van bodemverontreiniging , en zo ja , in welke mate en van welke omvang.
Op basis van een nader onderzoek kan de provincie bepalen of er een noodzaak is tot gedeeltelijke of gehele sanering van de locatie en of er beveiligingsmaatregelen moeten worden getroffen. Daarbij zal ook de huidige en/of toekomstige bestemming en het gebruik van de locatie een rol spelen uit welke saneringsvarianten kan worden gekozen. Voor het perceel is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Grondslag. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft in voldoende mate de situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmeringen voor de beoogde herontwikkeling. Het volledige bodemonderzoek is als Bijlage 5 bijgevoegd. Conclusie geven geen aanleiding om te De onderzoeksresultaten belemmeringen zijn voor de realisatie van een woonbestemming.
4. 3
Ecologie
31
veronderstellen
dat
er
bestemmingsplan Wijkuitbreiding Dergmeerweg te Warmenhuizen
In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het van belang om aandacht te besteden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming , soortenbescherming en beschermde houtopstanden , zoals vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb) , Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). 4. 3. 1
Beknopte natuurtoets
In 2019 is een ecologische inventarisatie uitgevoerd. De resultaten van een ecologisch onderzoek zijn drie jaar geldig zodat een actualisatie van deze inventarisatie noodzakelijk is. Het doel van de actualisatie is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. De actualisatie in de vorm van een oplegnotitie is , inclusief het uitgevoerde onderzoek in 2019 , als Bijlage 6 bijgevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat een nog onvoldoende beeld van de natuurwaarden in het gebied verkregen om de toetsing aan de Wnb op te baseren. Er moet nader onderzoek worden uitgevoerd om te bepalen of negatieve effecten op kleine marterachtigen op kunnen treden en of derhalve een ontheffing van de Wnb moet worden aangevraagd. Het aanvullend onderzoek is uitgevoerd (Bijlage 7) en hieruit blijkt dat het gebied geen kleine marterachtigen zijn waargenomen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het plangebied geen onderdeel vormt van het leefgebied van kleine marterachten. Negatieve effecten op kleine marterachtigen door de aantasting van verblijfplaatsen en leefgebied kunnen worden uitgesloten. Bij uitvoering van het plan dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Daarnaast wordt geadviseerd om vestiging van rugstreeppad tijdens de aanlegfase te voorkomen.