CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkameronderzoek bestaanszekerheid in Schagen

Oordeelsvormende vergadering 4 maart 2025, gemeente SchagenBij agendapunt: Rekenkameronderzoek Bestaanszekerheid14.771 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Een andere vorm van samenwerking met maatschappelijke organisaties die vaker voorkomt is het oprichten van een laagdrempelig aanvraag- en adviesloket buiten het gemeentehuis. Een dergelijke organisatie of samenwerking tussen maatschappelijke organisaties kent de gemeente Schagen niet. Medewerkers van de gemeente Schagen geven in interviews aan dat zij nog geen noodzaak hebben gezien voor het inrichten van een informeel advies- en aanvraagloket. Er is een pilot geweest met een informeel inloopspreekuur in Warmenhuizen, maar het is niet duidelijk geworden waar de voorkeur van de inwoners ligt. Een deel waardeert deze mogelijkheid, maar volgens geïnterviewde medewerkers geven veel inwoners alsnog de voorkeur aan een aanvraag in het gemeentehuis. Een verklaring heeft de gemeente hier niet voor, omdat de gedachte voorafgaand aan de pilot was dat inwoners het mogelijk prettiger vinden om naar een laagdrempelig loket te gaan.

Samenwerking met maatschappelijke organisaties geïntensiveerd De gemeente Schagen wordt door de meeste maatschappelijke organisaties gezien als een toegankelijke en betrokken partner. De organisaties benadrukken voornamelijk dat hun contacten bij de gemeente makkelijk te bereiken zijn, goede sparringpartners zijn, goed luisteren en meedenken. In de interviews met de ambtelijke organisatie en de maatschappelijke organisaties wordt aangegeven dat de samenwerking tussen de partijen in de afgelopen jaren is geïntensiveerd en verbeterd. De verschillende partijen weten elkaar beter te vinden en inwoners door te verwijzen wanneer een organisatie iemand niet kan helpen. Een medewerker licht toe: “Het is duidelijker afgebakend. Bijv. administratie dat ligt bij Humanitas, als het niet lukt dan schakelen ze wel door naar het wijkteam. Zij houden zich echt aan het voorliggend stukje, trekken gelijk aan de bel als het niet zo is. Daarom zijn die korte lijntjes heel fijn. Als je dat niet hebt, dan gaat het misschien in elkaars vaarwater zitten. Hier hebben we de anderhalf jaar terug de toegang op ingericht, gesprekken gevoerd en kennisgemaakt met elkaar. Dan loopt de samenwerking ook beter en meer organisch.”

in Schagen

25 van 45

Een concrete verbeteractie die is doorgevoerd is rond de schuldhulpverlening. Humanitas kreeg, ondanks dat zij kunnen helpen met de Thuisadministratie, relatief weinig hulpvragen doorgestuurd uit de gemeente. Dit terwijl de consulenten Schuldhulpverlening een grotere caseload hadden met relatief eenvoudige vragen. Door de korte lijnen is afgesproken dat Humanitas vaker ingezet wordt. Bijvoorbeeld na signalen door vroegsignalering. Dit werkt voor beide partijen (gemeente en Humanitas) beter. Een ander resultaat van de geïntensiveerde samenwerking is de introductie van de Geldgids, waar zowel maatschappelijke organisaties als de gemeente een bijdrage aan leverden.

Ook de Adviesraad Sociaal Domein is positief over de samenwerking met de gemeente: “Ik kan niet voor alle werkgroepen spreken. Maar in de werkgroep waar ik zit, wordt de samenwerking met de gemeente goed ontvangen. Ik heb goed contact met de beleidsambtenaar. Als er dingen op stapel staan word ik ook op tijd geïnformeerd. Ook de wethouder heeft altijd een luisterend oor en heeft goede dossierkennis. Dus dat ervaar ik als heel positief.”

Gemeente Schagen zoekt met Hollands Kroon, Den Helder en Texel regionale samenwerking op In de herijking van het minimabeleid heeft de gemeente Schagen een vergelijking gemaakt met de drie buurgemeenten. In de interviews wordt aangegeven dat de regionale samenwerking steeds meer wordt opgezocht. De samenwerking met de regiogemeenten komt voor uit de periode van de coronacrisis, met de invoering van tijdelijke noodmaatregelen om ondernemers en huishoudens te ondersteunen (via de Tozo en de TONK). De gedachte is dat bij dergelijke situaties een regionale aanpak effectiever is en gemeenten niet ‘zelf het wiel (opnieuw) hoeven uit te vinden’. In eerste instantie gaat dit nog om het uitwisselen van goede ervaringen en kennis. Bijvoorbeeld over jurisprudentie rond maatwerk en rechtmatigheid. Op termijn kan dit ook leiden tot een intensievere samenwerking. Denk hierbij aan de invoering van een regionale pas waarmee inwoners korting kunnen krijgen op sportieve of culturele activiteiten. Op dit moment staat dit initiatief echter nog in de kinderschoenen, mede door de zeer recente herijking van het minimabeleid en de introductie van het Meedoenbudget.

in Schagen

26 van 45

4

Monitoring en resultaten

Tot slot gaan we in dit hoofdstuk in op het bereik, wijze van monitoren en de bereikte resultaten.

4.1

Gebruik van armoede- en minimaregelingen

Hieronder geven we een aantal cijfers van het gebruik van diverse armoede- en minimaregelingen in Schagen. Deze geven inzicht in het totaal aantal inwoners dat gezien wordt en in beeld is bij de gemeenten. De cijfers baseren we op de cijfers die zijn gebruikt bij de herijking van het minimabeleid en enkele aangeleverde cijfers over het gebruik van het Meedoenbudget en de Energietoeslag.

Exacte effecten nieuwe beleid nog moeilijk vast te stellen Doordat de herijking van het minimabeleid eind 2023 plaatsvond, is het moeilijk om op dit moment al de effecten van het nieuwe Meedoenbudget vast te stellen. Het is onduidelijk of de inwoners het nieuwe Meedoenbudget al (voldoende) kennen waardoor de doelen, zoals het vergroten van het bereik, behaald worden. Initiatieven zoals de Geldgids zijn ook van recente datum (oktober 2024), waardoor het effect waarschijnlijk pas over enige tijd zichtbaar zal zijn3. Als we kijken naar de cijfers uit de herijking van het minimabeleid dan valt op dat het bereik van het voormalige Geluksbudget en Ouderenbudget relatief laag is (respectievelijk 6% en 1%). Dat het bereik laag is, heeft volgens gesproken medewerkers van de gemeente Schagen onder meer te maken met de als ingewikkeld ervaren eisen, die aan deze regelingen werden gesteld. Bovendien was het, zo blijkt uit de interviews, maar de vraag of met het Geluksbudget ook de juiste personen werden bereikt. Een gesproken consulent licht toe dat jaarlijks dezelfde personen het Geluksbudget aanvroegen. Het werd daarmee volgens deze consulent geen budget om iemand uit zijn of haar isolement te halen, maar vooral een extra potje om de sport te kunnen betalen. Aangegeven is dat dit geen probleem was, maar deze ontwikkeling was ook niet in lijn met het doel van het Geluksbudget.

Het nieuwe Meedoenbudget staat open voor een breder bereik aan inwoners. Hoewel nog niet duidelijk is of het bereik groter is, is het wel aannemelijk dat de beschikbare gelden voor de juiste doeleinden ingezet worden. Tabel 4.1 Overzicht bereik minimaregelingen Schagen in herijking minimabeleid uit 2023 Voorziening

Potentiële

Bereik

Potentiële

Bereik 2023

deelnemers

2021

deelnemers

(nieuwe

(oude norm,

(oude

(120% norm)

norm)4

inclusief %)

norm)

Individuele inkomenstoeslag

900 (115%)

51%

1.100

n.b.

Kindpakket

430 (110%)

64%

554

71%

Geluksbudget (nu: Meedoenbudget)

2.300 (130%)

6%

1.800

6%

Ouderenbudget

600 (110%)

1%

900

6%

Collectieve ziektekostenverzekering

2.300 (130%)

38%

1.800

52%

3

Zie: https://www.rodi.nl/schagen/nieuws/413185/de-geldgids-het-overzicht-van-alle-regelingen Inschatting op basis van cijfers in jaarstukken 2023. Het gemelde gebruik in de jaarstukken is afgezet tegen de potentiële deelnemers in deze tabel (120%) norm. 4

in Schagen

27 van 45

Indicatoren en kengetallen genoemd in Integraal Beleidskader, gewenste bereik niet behaald Het Integraal Beleidskader Sociaal Domein bevat een drietal indicatoren met betrekking tot het beoogde bereik. Deze staan hieronder in de tabel weergegeven. Als we de bereikcijfers uit de herijking van het minimumbeleid naast de doelen leggen dan zien we dat het bereik bij de meedoenregelingen (Kindpakket en Ouderenbudget) achterblijven, al is het bereik van het Kindbudget in 2023 wel gegroeid ondanks dat de groep potentiële gebruikers ook is gegroeid. Met name het Ouderenbudget lijkt vrijwel onbekend bij de doelgroep. Medewerkers van de gemeente erkennen dat het Ouderenbudget beter gebruikt kan worden. Verklaringen die zij hebben is dat de doelgroep het budget niet nodig heeft of dat er te weinig ruchtbaarheid aan is gegeven. Tabel 4.2 Bereik drie regelingen vergeleken met doelen in IBK Sociaal Domein Voorziening

Beoogde bereik (2023)

Bereik 2023 (oude norm)

Kindpakket

80%

64%

Ouderenbudget

30%

1%

Collectieve ziektekostenverzekering

38%

38%

Tegelijk is er wel een en ander onduidelijk aan het bereik van het Kindpakket. Recente cijfers van het Kindpakket laten zien dat er 400 kinderen zijn geholpen met deze voorziening 5. Uit CBS cijfers blijkt dat er ongeveer 400 kinderen in de inkomenscategorie tot 120% behoren. Dit betekent dat het Kindpakket nagenoeg volledig wordt gebruikt. In het gesprek met de wethouder is dit ook bevestigd door de wethouder, die aangaf dat het budget voor het Kindpakket nagenoeg volledig wordt gebruikt. In de herijking van het minimabeleid rekent de gemeente echter met een potentiële doelgroep van 554 kinderen. Dit zou betekenen dat er nog ruimte is, budgettair gezien. Onduidelijk is hoe groot de potentiële groep precies is.

Achtergrond bij niet bereiken van inwoners De Rijksoverheid6 heeft in 2021 een literatuurstudie gedaan naar redenen waarom de overheid inwoners niet bereikt. Samengevat komt dat omdat er sprake is van een mismatch tussen de middelen en kanalen die de (Rijks)overheid inzet en de middelen en kanalen die de burgers gebruiken. Een andere oorzaak is dat de informatie en dienstverlening ontoegankelijk, onbegrijpelijk of onherkenbaar is. Met de keuze van de communicatiekanalen sluit de (Rijks)overheid sommige mensen uit. Zo zijn er mensen die geen computer, internet of tv hebben of gebruiken (1 miljoen Nederlanders). De (Rijks)overheid slaagt er ook niet altijd in om met de informatie en het beeldgebruik goed aan te sluiten op de behoeften van de mensen die we willen bereiken en om een boodschap empathisch over te brengen. Het gaat hierbij om zowel woordgebruik, beeldgebruik als om bejegening vrij van stereotyperingen. De Rijksoverheid berekende op landelijk niveau dat door het niet bereiken van deze inwoners 5% tot 35% van de mensen die recht hebben op (landelijke) voorzieningen hier geen gebruik van maken.

5

Zie: https://noordkopcentraal.nl/400-kinderen-geholpen-met-kindpakket/ https://www.communicatierijk.nl/documenten/publicaties/2022/11/11/update-literatuurstudie-mensen-de-rijksoverheidniet-bereikt 6

in Schagen

28 van 45

Verstrekte pakketten Voedselbank iets onder landelijk gemiddeld, in lijn met beeld armoede Daarnaast is er een doel opgenomen in het beleidskader dat het aantal verstrekte voedselpakketten in 2022 op het landelijke gemiddelde zit. Als we kijken naar de jaarcijfers van de Voedselbank uit 20227 dan zien we dat over 519 uitgiftepunten 49.198 huishoudens zijn geholpen. Dit maakt een gemiddelde van 95 huishoudens per uitgiftepunt. De Voedselbank Kop van Noord schat het aantal geholpen gezinnen uit Schagen op ongeveer 60 tot 70. Daarmee ligt het aantal geholpen huishoudens lager dan het landelijk gemiddelde. Tegelijk is het aandeel huishoudens in armoede in Schagen ook lager dan landelijker gemiddeld, waardoor verwacht mag worden dat er minder huishoudens dan gemiddeld worden geholpen.

4.2

Monitoring van armoede

Medewerkers gemeente erkennen dat monitoring beter kan De onduidelijkheid over het bereik van het Kindpakket lijkt binnen de gemeente geen op zichzelf staand incident. Medewerkers van de gemeente Schagen erkennen in meerdere gesprekken dat monitoring van (in dit geval) het minimabeleid voor verbetering vatbaar is. Er is te weinig grip op de voortgang van de doelen, het blijft ‘lastig om de feiten goed boven water te halen’. Cijfers over in- en uitstroom ontbreken bijvoorbeeld. Er zijn twee veel genoemde oorzaken hiervoor: 1 De invoer van gegevens was te diffuus. Verschillende medewerkers hanteerden eigen werkwijzen bij de registratie en het invoeren van gegevens in de beschikbare systemen. Dit zorgt voor moeilijkheden bij de interpretatie van de gegevens. 2 Er is onvoldoende capaciteit beschikbaar in de formatie om de data op te halen, waar nodig te corrigeren en te verbinden aan de doelen. De situatie anno 2024 is volgens gesproken medewerkers wel verbeterd ten opzichte van enkele jaren geleden. Toen was er “helemaal niks en was het heel lastig om überhaupt gegevens uit de systemen te halen”, aldus een medewerker. Tegelijkertijd is dit geen onbekend probleem voor de gemeente Schagen op dit terrein. Bij een eerder onderzoek naar schuldhulpverlening door deze rekenkamer is al geconstateerd dat de informatiehuishouding en verantwoordingscyclus onvoldoende op orde is.

Daardoor had de raad destijds, mede als gevolg daarvan, onvoldoende zicht en grip op de resultaten van schuldhulpverlening. Drie van de vier aanbevelingen hadden destijds dan ook betrekking op het verkrijgen van de juiste informatie om grip te houden op het onderwerp. Gekeken naar het aantal medewerkers dat inschat dat de monitoring voor (veel) verbetering vatbaar is, geeft aan dat er in de afgelopen jaren onvoldoende met deze aanbevelingen is gedaan. De gemeente geeft desgevraagd wel aan dat er stappen zijn ondernomen om de informatiehuishouding op orde te brengen. Ook lichten ze toe dat er korte lijnen zijn binnen de gemeente en met maatschappelijke organisaties, om zo goed als mogelijk zicht te houden op de ontwikkelingen. Zij zien dus geen acute problematiek, maar erkennen wel dat verbetering mogelijk is. Enkele concrete stappen om verbetering te bewerkstelligen zijn het aannemen van een gegevensbeheerder die het op peil brengen van de monitoring in het takenpakket heeft en het standaardisering van het invoeren van gegevens.

7

https://voedselbankennederland.nl/wp-content/uploads/2023/12/Feiten-en-Cijfers-per-31-12-2022-versie-29-12-2023.pdf

in Schagen

29 van 45

Andere partijen geven in interviews evenwel aan dat het gebrek aan grip ‘vreemd’ is: “Het [aanleveren van gegevens] gaat moeizaam af en toe. Ook de gemeente zegt dat ze niet altijd actuele gegevens hebben. Ze verbergen geen dingen, maar ze hebben het gewoonweg niet. […] Ik weet niet hoe zet het geregeld hebben, maar vreemd vind ik het wel. De cijfers mogen best actueler voor de beleidsontwikkeling. Sinds een jaar of vijf is er behoorlijk veel veranderd.”

Monitoring bij maatschappelijke organisaties Als we kijken naar wat samenwerkingspartners aanleveren bij de gemeente om zicht te houden op de ontwikkelingen op dit beleidsterrein dan zien we dat over het algemeen de maatschappelijke organisaties redelijk zicht op hun bereik hebben. Hierbij focussen zij zich voornamelijk op de output. Dat wil zeggen het aantal geholpen mensen en verstrekte diensten. Hieronder een aantal voorbeelden van de wijze van monitoren door partners. • Humanitas levert cijfers aan over het aantal vrijwilligers, deelnemers en activiteiten. Ze houden bij hoeveel gezinnen ze jaarlijks helpen, met een doelstelling van ongeveer 80 gezinnen. Humanitas merkt overigens op dat het aantal aanmeldingen is toegenomen door bredere samenwerking en verbeterde vroegsignalering. • MEE & De Wering stelt jaarverslagen op met informatie over aantallen, problematieken en doorverwijzingen. Deze jaarverslagen worden gedeeld met de gemeente Schagen en daarna ook besproken. • De Voedselbank heeft een zicht op het aantal gezinnen en personen dat ze helpen, ongeveer 100 tot 110 huishoudens in de Kop van Noord, waarvan meer dan de helft (geschat wordt: 60 to 70) uit Schagen. Ze monitoren ook de samenstelling van hun cliëntenbestand, waarbij opvalt dat ongeveer een derde tot de helft van hun cliënten statushouders zijn.

• Wonen Plus Welzijn houdt cijfers bij over het gebruik van hun diensten, waaronder het aantal aanvragen voor het Meedoenbudget en de ondersteuning bij energiearmoede. • Zijper Bewindvoering levert cijfers aan de gemeente en evalueert individuele casussen. Ze houden bij hoeveel cliënten uitstromen en hoeveel langdurig in begeleiding blijven. • Het Noodhulpfonds houdt bij hoeveel aanvragen ze ontvangen en toekennen

Vroegsignalering van schulden heeft positief effect op schuldhulpverlening Partners van de gemeente, zoals zorgverzekeraars, woningcorporaties, energie-en waterbedrijven geven door als inwoners een betalingsachterstand hebben. Consulenten van de gemeente proberen vervolgens in contact te komen met deze inwoners om te achterhalen wat er speelt. Een deel staat niet open voor hulp. Met de inwoners die openstaan voor hulp worden intakegesprekken ingepland om te bepalen wat voor soort hulp passend is. De consulent betrokken bij schuldhulpverlening ziet dat de werkwijze met de vroegsignalering in de gemeente Schagen een groot positief effect heeft. Schulden worden sneller ontdekt, waardoor problematiek (relatief) overzichtelijk blijft en mensen korter in de schuld zitten. Ook kan er sneller doorverwezen worden naar informatie en advies, om de kans op recidive zo veel mogelijk te voorkomen. Bij grotere schuldenproblematiek komt men hier niet altijd aan toe omdat eerst de ergste schuldenproblematiek verholpen moet worden voordat aan een verbetertraject kan worden begonnen. De consulent licht toe: “De vroegsignalering is wel de grootste ontwikkeling van de afgelopen jaren. We hebben veel minder lange trajecten nu. We hebben nu veel meer informatie en adviestrajecten in plaats van schuldhulptrajecten.

Mensen uit de vroegsignalering hebben minder achterstanden en kunnen beter geholpen worden. De doorstroom is groter. Dat is fantastisch.”

in Schagen

30 van 45

4.3

Ervaring inwoners in armoede

Hieronder presenteren we de resultaten van het enquêteren op straat en de online enquête via de mail naar inwoners is gestuurd. Het geeft een indicatief beeld van de tevredenheid van inwoners en welke problemen zij ervaren. De resultaten zijn vergeleken met bevindingen uit de interviews en beknopt aangevuld met landelijk onderzoek (zie blauwe kader). Samengevat waardeert een ruime meerderheid van de inwoners de ondersteuning die zij krijgen. Zij zien verbeterpunten in de toegankelijkheid en de bekendheid van de verschillende regelingen. Dit is in lijn met de conclusies die de gemeente Schagen zelf al heeft getrokken in de herijking van het minimabeleid, namelijk dat het bereik vergroot kan worden en dat de inkomensnormen geharmoniseerd moeten worden voor meer duidelijkheid. Een opvallende uitkomst is dat zelfs inwoners die al gebruik maken of hebben gemaakt van een regeling en/of de bijstand niet alle regelingen kennen. Daarnaast lijkt het erop dat veel mensen (mogelijk) onterecht inschatten dat ze niet in aanmerking komen voor hulp, terwijl ze wel onder de inkomensgrens vallen en moeilijk rondkomen. Hierbij moet wel de voetnoot geplaatst worden dat sommige inwoners ook niet geholpen willen worden en eerst kijken of zij zelf een oplossing kunnen vinden.

Hieronder laten we puntsgewijs een aantal opvallende resultaten zien: • Een op de tien van de mensen boven de inkomensgrens komt niet makkelijk rond. Van de mensen die via staatonderzoek zijn gesproken, heeft meer dan de helft (61%) een inkomen dat onder de gevraagd inkomensgrens ligt8. De rest (39%) heeft een inkomen dat hoger ligt. Een inkomen boven de grens betekent echter niet altijd dat iemand makkelijk rondkomt. Van de groep die boven de norm verdient zeg ruim een op de tien alsnog (zeer) moeilijk rond te komen. Een derde vind het niet moeilijk en niet makkelijk. • Energietoeslag bekendste regeling. Onderstaande tabel laat de bekendheid van verschillende regelingen zien. Wat opvalt is dat grotere landelijke initiatieven het meest bekend zijn onder de inwoners. Denk hierbij aan de Energietoeslag. Dit zijn ook de regelingen met het hoogste bereik. Daarna volgen inkomensondersteunende regelingen zoals de bijzondere bijstand, gevolgd door de Meedoenregelingen. Het minst bekend zijn specifieke regelingen, zoals de studietoeslag, en het Noodhulpfonds wat het laatste vangnet is voor inwoners. Tabel 4.2 Bekendheid regelingen (n=137) Ken ik niet (%)

Ken ik (%)

Eenmalige energietoeslag

24%

76%

Energiekado

30%

70%

Collectieve zorgverzekering

34%

66%

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

38%

62%

Bijzondere bijstand

41%

59%

Meedoenbudget

46%

54%

Kindpakket

47%

53%

Individuele inkomenstoeslag

51%

49%

Individuele studietoeslag

65%

35%

Noodhulpfonds Schagen

68%

32%

8

In de vragenlijst zijn inkomensgrenzen van €1.700 voor alleenstaanden en €2.300 voor gehuwden/samenwonenden. Dit komt afgerond overeen met 120% van de bijstandsnorm exclusief vakantiegeld.

in Schagen

31 van 45

•

•

•

•

Ook bij ontvangers van minimaregelingen niet alle mogelijkheden bekend. Mensen die gebruik maken, of in het verleden gebruik hebben gemaakt, van gemeentelijke ondersteuning zijn alsnog niet altijd bekend met alle verschillende regelingen, maar een kwart (28%) geeft aan hier goed van op de hoogte te zijn. Een grote groep (40%) vond het wel gemakkelijk om informatie op de website van de gemeente te vinden over de regelingen. Een op de vijf (22%) is het hier niet mee eens. Per saldo vindt een grotere groep inwoners informatie goed te vinden en hulp makkelijk aan te vragen. Vier op de tien vonden het makkelijk om informatie op de website van de gemeente te vinden. Een op de vijf (22%) is het hier niet mee eens. Het uiteindelijke aanvragen bij de gemeente vond bijna de helft (46%) eenvoudig, een op de vijf (22%) vindt dit niet. Inwoners zijn over het algemeen tevreden over de hulp die zij van gemeentelijke medewerkers ontvangen. Zes op de tien (58%) vinden dat zij goed geholpen zijn bij het aanvragen van een regeling. Bijna de helft (46%) vond het makkelijk om hulp te vragen bij de gemeente. Driekwart van de inwoners is bekend met de welzijnsorganisaties. Iedereen die deelnam aan het onderzoek, kreeg ook enkele vragen over welzijnsorganisaties. Een kwart gaf aan niet bekend te zijn met deze mogelijkheden, wat betekent dat driekwart één of meer organisaties wel kent.

Van de mensen die er wel bekend mee zijn, geeft de helft aan wel eens gebruik te hebben gemaakt van hulp, advies en/of begeleiding. Mensen die (zeer) moeilijk rondkomen, zijn vaker kritischer over hoe goed zij terecht kunnen bij deze organisaties.

Figuur 4.1 Stellingen met betrekking tot aanvragen van een regeling bij de gemeente (n=93) Ik kon op de website van de gemeente makkelijk de informatie vinden die ik nodig had

22%

Ik ben goed op de hoogte van de verschillende manieren om geld en/of korting krijgen vanuit de gemeente

34%

Het was makkelijk om hulp bij de gemeente aan te vragen

16%

0%

in Schagen

neutraal

40%

30%

22%

De medewerkers van de gemeente konden mij goed helpen met het aanvragen van hulp, geld of korting

(helemaal) mee oneens

30%

28%

28%

22%

20%

9%

46%

58%

40%

(helemaal) mee eens

60%

8%

4%

4%

80%

100%

weet ik niet

32 van 45

Acties van de gemeente Schagen in lijn met de behoeften van inwoners Mensen konden toelichten wat er volgens hen goed gaat en wat er beter kan. De reacties lopen uiteen. Over het algemeen laten mensen zich zeer tevreden uit over het bestaan van de ondersteuning. Als het echter gaat over de toegankelijkheid en de werking van de regelingen, zijn mensen wat kritischer. Onderwerpen die eruit springen zijn: • Toegankelijkheid en bekendheid van regelingen: Meerdere inwoners geven expliciet aan dat ze niet op de hoogte zijn van alle beschikbare regelingen. Er is behoefte aan betere voorlichting en duidelijkere communicatie. De een spreekt van meer “info in Jip en Janneke taal” en een ander geeft aan dat meer voorlichting wenselijk is, omdat er “voor mij persoonlijk heel veel schaamte was”. Verder adviseert iemand "met de aanvraag bijstand een overzicht van de andere regelingen ter beschikking [te] stellen." • Persoonlijk contact: Enkelen geven aan het persoonlijke contact bij het aanvragen te waarderen en hier ook zeker behoefte aan te hebben. Een enkeling heeft kritiek en zegt dat “het zo lang duurt voordat iemand terugbelt” en een ander vindt dat “vriendelijkheid en behulpzaamheid bij de gemeente vaak ver te zoeken is”. • Het Meedoenbudget: opmerkingen over het Meedoenbudget zijn over het algemeen kritisch. Mensen vinden het systeem ingewikkeld en onpraktisch.

Hierbij moet wel opgemerkt worden dat reacties nog kunnen gaan over het inmiddels afgeschafte Geluksbudget. • Zorgen over toekomst: inwoners benoemen ook vaak dat, hoewel zij blij zijn met de ondersteuning, zij zich zorgen maken over de toekomst vanwege stijgende prijzen. Daarbij benoemen meerderen dat de Energietoeslag nu wordt gemist.

Ipsos I&O onderzocht in oktober 2023 hoe Nederlanders aankijken tegen armoede en op welke manier het moeilijk rondkomen een onderwerp is dat binnen het eigen netwerk wordt besproken. Bijna een kwart (23%) van de Nederlanders vond het destijds het (zeer) moeilijk om rond te komen. Van de werkende Nederlanders vindt 17 procent het moeilijk rondkomen. Bij vier op de tien Nederlanders die moeilijk rondkomen is het bekend in hun omgeving dat ze hier moeite mee hebben. Bij een derde zou dit niet het geval zijn, voornamelijk omdat men er niet over praat door schaamte en het gevoel dat dit een persoonlijk probleem is. Slechts 1 procent van de Nederlanders die moeilijk rondkomen heeft er heel erg behoefte aan om vaker te praten met iemand over hun financiële problemen. Meer dan de helft (52%) heeft dit helemaal niet. Mensen die (zeer) moeilijk rondkomen denken dat schaamte (78%) en de angst voor negatieve gevolgen een rol speelt om geen hulp te vragen (66%). Ook het gevoel dat iemand de eigen problemen moet oplossen (46%) en dat men niet weet waar terecht te kunnen (39%) speelt mee. Via een open vraag kon men aangeven wat de grootste drempel zou zijn bij het zoeken naar hulp via de overheid. De meeste mensen benoemen hier het wantrouwen dat er richting de overheid bestaat en de angst om geld weer terug te moeten betalen. Dit laatste is onder andere een gevolg van de Toeslagenaffaire.

in Schagen

33 van 45

Bijlagen

in Schagen

34 van 45

A

Bijlagen

A.1

Normenkader

Norm

Toetsingscriteria

1. Doeltreffendheid De beleidsdoelstellingen zijn duidelijk beschreven

•

•

De gemeente heeft zicht op de aard en omvang van de problemen van de verschillende doelgroepen De gemeente heeft haar visie op armoedebeleid en beleid voor schuldhulpverlening helder geformuleerd De doelstellingen en het beleid is doelgroepgericht

•

Doelstellingen sluiten aan bij landelijke ambities

•

Het beleid is flexibel genoeg om met plotselinge

•

ontwikkelingen om te gaan 2. Doelmatigheid De beleidsdoelstellingen worden gerealiseerd met de passende inzet van middelen

• • • • •

Er is een relatie te leggen tussen de kosten en de gerealiseerde doelstellingen De uitvoeringskosten staan in verhouding tot het beschikbare programmabudget of tot het aantal inwoners Inwoners zijn tevreden over de ondersteuning die zij krijgen. Het bereik van de verschillende regelingen is naar tevredenheid. Partners beoordelen de samenwerking met de gemeente als effectief en doelmatig

3. Monitoring en sturing De uitvoering van de activiteiten

•

wordt structureel bijgehouden zodat deze bijdraagt aan verbeteren van beleid en uitvoering

• •

De gemeente heeft in het beleid vastgelegd op welke wijze en met welke frequentie het (tussentijdse) doelbereik wordt gemeten (monitoring van de uitgevoerde activiteiten, resultaten en effecten) De monitoring wordt uitgevoerd zoals in het beleid staat vastgelegd Het effect van de doelstellingen is inzichtelijk voor belanghebbenden binnen de gemeente

4. Rol van de gemeenteraad De gemeenteraad wordt voldoende in staat gesteld haar rol naar tevredenheid uit te voeren en pakt de mogelijkheid ook

in Schagen

• • •

Er zijn duidelijke afspraken over de vorm en frequentie van informatievoorziening en evaluatie richting raad De raad is actief betrokken bij financiële beleidskeuzes De raad is in staat zijn kaderstellende en controlerende taak uit te voeren op basis van het geformuleerde beleid

35 van 45

A.2

Onderzoeksvragen en beleidstheorie

Beleid 1 Hoe ziet het armoedebeleid van de gemeente Schagen er uit? Welke uitgangspunten en instrumenten (landelijk/lokaal) liggen hier aan ten grondslag? 2 Welke doelen beoogt de gemeente Schagen te bereiken? 3 Is het beleid gebaseerd op een actuele probleemanalyse van (doelgroepen van) armoede? 4 Welke middelen zijn er beschikbaar en hoe verhouden die zich tot middelen van vergelijkbare gemeenten? Inrichting en vetaling naar praktijk 5 Is het beleid vertaald naar een navolgbaar uitvoeringsprogramma? 6 Welke middelen zijn beschikbaar voor uitvoering van het armoedebeleid? 7 Biedt het beleid en de organisatie voldoende ruimte om in te spelen op snelle veranderingen binnen doelgroepen? 8 Welke rol hebben inwoners en ervaringsdeskundigen bij het opstellen en inrichten armoedebeleid in Schagen (gehad)? Uitvoering 9 In hoeverre sluit het armoedebeleid aan bij maatregelen die door andere overheden worden geïmplementeerd? 10 Welke rol hebben andere lokale stakeholders in de uitvoering van het armoedebeleid? Is er sprake van overlap in activiteiten tussen de gemeente en lokale stakeholders? 11 Is er voldoende aandacht vanuit de gemeente voor het vergroten van het bereik van de regelingen? 12 Is er sprake van een integrale werkwijze en is het mogelijk (financiële) problemen bij inwoners snel op te sporen? Monitoring 13 Hoe sturen de gemeente en andere betrokken stakeholders op het

armoedebeleid? Welke monitoringsinstrumenten worden ingezet en hoe wordt bijgestuurd? 14 Zijn de doelen, indicatoren en monitoringsinstrumenten toereikend om leer- en verbeterpunten te identificeren en beleid bij te sturen? Resultaten, doelbereik en doelmatigheid 15 Tot welke resultaten heeft het armoedebeleid geleid? 16 Wat zijn de resultaten van beleid gericht op schuldhulpverlening? 17 Hoe ervaren inwoners van beide gemeenten de armoede- en minimaregelingen? 18 Zijn de beschikbare middelen toereikend geweest? Hoe verhouden deze zich tot de uitvoeringskosten? 19 Is met de bereikte resultaten het beleid effectief en efficiënt uitgevoerd? Rol van de raad 20 Hoe wordt de raad geïnformeerd over het beleid en de uitvoering ervan? 21 Kan de raad met de geboden informatie zijn kaderstellende en controlerende rol vervullen? 22 Is de informatie de die raad krijgt van het college toereikend om de resultaten van het beleid te kunnen beoordelen, rekening houdend met de beleidskaders?

in Schagen

36 van 45

Beleidstheorie De beleidstheorie is de rode draad van het onderzoek en is gebruikt om de deelvragen te vertalen naar een onderzoeksopzet. Het model vindt u hieronder en heeft als startpunt het vaststellen van beleid. Een gemeenteraad stelt eerst de beleidskaders vast en bepaalt de beoogde doelen. Deze kaders krijgen concreter vorm tijdens de inrichtingsfase, waarin beleid naar de praktijk wordt vertaald. Uit de inrichting komen activiteiten voort die de gemeente en maatschappelijke organisaties uitvoeren. Deze activiteiten hebben effecten op inwoners en door deze effecten te monitoren wordt duidelijk of de gestelde doelen wel of niet gerealiseerd worden. Het behalen van de doelen dient vervolgens aanleiding te zijn voor de gemeente om de uitvoeringspraktijk bij te sturen en anderzijds voor de gemeenteraad om door middel van haar kaderstellende en controlerende rol het beleid bij te sturen. Figuur 4.2 Beleidstheorie onderliggend aan onderzoek

in Schagen

37 van 45

A.3

Context armoede

Definitie van armoede ‘Modern’ armoedebeleid is al enige tijd niet meer gericht op inwoners die rond moeten komen van een vastgesteld minimuminkomen en/of bijstand ontvangen. Ook inwoners die rond moeten komen van een inkomen dat (net) boven het sociaal minimum ligt kunnen door omstandigheden zoals schulden of, zoals we in recente tijden zagen, een onverwacht hoge inflatie in de problemen komen. Dit onderzoek gebruikt de definitie van die het SCP ook hanteert in hun onderzoek ‘Kansrijk Armoedebeleid’9. Deze luidt: ‘een situatie waarin iemand gedurende langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in zijn samenleving als minimaal noodzakelijk gelden’. De grens van wanneer iemand niet kan beschikken over de minimaal noodzakelijke goederen en voorzieningen wordt bepaald door het besteedbaar inkomen, wat niet per se gelijk staat aan het vastgestelde minimuminkomen. Deze definitie van armoede kan vervolgens op een enge, als op een ruime manier benaderd worden: • De enge benadering is gericht op het inkomen dat iemand nodig heeft voor de meest basale benodigdheden zoals voedsel, drinken, kleding en onderdak. • De ruime benadering neemt ook de minimale kosten van recreatie en sociale participatie mee. Dit budget is iets ruimer en volgens het SCP ook hoger dan het sociaal minimum in Nederland.

De ruime benadering en uitgaan van het besteedbaar inkomen betekent dat mensen die in principe voldoende inkomen hebben ook in de financiële problemen kunnen komen om voldoende mee te kunnen doen aan de samenleving. Een goed voorbeeld hiervan zijn schulden. Deze ontstaan niet alleen door een gebrek aan inkomen, maar ook door een te groot uitgavenpatroon (bijvoorbeeld door psychische problematiek, verslavingen, sociale situaties, hoge zorgkosten of een echtscheiding). Schuldophoping door betalingsachterstanden verergert de situatie. Vroegtijdig signaleren van deze problematiek kan erger voorkomen, al is dit in voorkomende gevallen soms moeilijk omdat gevoelens als schaamte een grote rol spelen bij dit thema, zowel voor hen die een uitkering ontvangen als hen die wel een inkomen hebben boven het sociaal minimum. Aandacht in beleid en uitvoering voor armoedepreventie en het verlichten van schuldproblematiek (of hier een uitweg vinden) valt dan ook onder de scope van dit onderzoek.

Doelgroepen van armoede Armoede treft, zoals uit het bovenstaande al blijkt, geen homogene groep mensen. Zo zijn de gevolgen van armoede voor kinderen anders dan voor ouderen 10. Waar kinderen mogelijk te maken krijgen met problemen in de ontwikkeling, krijgen ouderen mogelijk te maken met een sociaal isolement en eventueel aanvullende zorgkosten. Ook is er een verschil tussen uitkeringsgerechtigden en zogenaamde ‘werkende armen’: mensen uit de beroepsbevolking die wel betaald werk doen, maar alsnog onvoldoende besteedbaar inkomen hebben om bijvoorbeeld sport te kunnen betalen.

9

Via: https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2020/06/18/kansrijk-armoedebeleid Zie ook voorbeelden genoemd door Stimulansz: https://www.stimulansz.nl/armoedebeleid-in-uwgemeente/#1664794655391-becc387a-77c2 10

in Schagen

38 van 45

Dit onderscheid in doelgroepen betekent niet alleen dat een doelgroepgerichte beleidsaanpak mogelijk noodzakelijk is, maar ook dat er op verschillende niveaus uitdagingen liggen voor gemeenten. Zo zijn uitkeringsgerechtigden vanwege het ontvangen van een bijstandsuitkering automatisch in beeld bij de gemeente, bij werkende armen is dit vaak niet het geval. Waar bij uitkeringsgerechtigden de doelgroep al in beeld is en de dienstverlening dus voornamelijk gericht zal zijn op het verkleinen van de kans op terugval naar armoede, is bij werkende armen het beleid er vooral op gericht om het bereik van armoederegelingen te vergroten. Tabel 4.1 Doelgroepen Groep o.b.v. leeftijd

Voorbeelden van achtergrondkenmerken die risico op armoede vergroten

Kinderen en jongeren (tot 18 jaar)

Eenoudergezinnen, grote gezinnen, kinderen met een migratieachtergrond, kinderen uit gezinnen die leven van een uitkering, jonge ouders, ouders met weinig menselijk kapitaal.

Niet-werkzame beroepsbevolking (18-

Uitkeringsgerechtigden met een zorgbehoefte, duur van uitkering, afstand

67 jaar)

tot de arbeidsmarkt.

Werkzame beroepsbevolking (18 – 67

Type contract (voltijd, deeltijd), soort contract (vast, flexibel), zzp’ers,

jaar)

aanwezigheid tweede verdiener in huishouden, ingrijpende gebeurtenissen (bijv. scheiding)

Ouderen (67 jaar en ouder)

Ouderen met onvoldoende pensioen en onvolledige AOW, hoge zorgkosten

Het SCP heeft berekend dat ongeveer 85 procent van alle armen in Nederland onder een van deze vier groepen vallen. De ‘restgroep’ is dusdanig heterogeen (thuiswonende studenten, vervroegde uittreders, weduwepensioenontvangers en overige inkomens) dat deze door het SCP in haar rapporten buiten beschouwing wordt gelaten.

in Schagen

39 van 45

A.4

Documentenlijst

Organisatie

Titel

Jaar

Gemeente Schagen

Integraal beleidsplan sociaal domein ‘Maatwerk voor onze inwoners’

2021

Vervolgnotitie Herijking Minimabeleid

2023

Rapport cliëntervaringsonderzoeken over 2022

2023

Kwartaalrapportages Q1, Q2, Q3 Meedoenbudget

2024

Beleidsregels energietoeslag

2023

Vragen bij advies herijking minimabeleid

2023

Adviesraad Sociaal Domein

Verslag overleg adviesraad 10 juli 2023

2023

Rekenkamer Schagen

Evaluatie schuldhulpverlening Schagen

2021

MEE & de Wering

Jaarrapportage

2023

A.5

Overzicht interviews

#

Organisatie

Titel

1

Gemeente Schagen

Kwaliteitsmedewerker

2

Gemeente Schagen

Juridisch kwaliteitsmedewerker

3

Gemeente Schagen

Beleidsmedewerker armoede en minima

4

Gemeente Schagen

Teamleider wijkteams

5

Gemeente Schagen

Consulent schuldhulpverlening

6

Gemeente Schagen

Wethouder

7

Gemeente Schagen

Consulent toegang

8

Gemeente Schagen

Consulent toegang

9

Adviesraad Sociaal Domein

Voorzitter werkgroep bestaanszekerheid

10

Wonen Plus Welzijn

Coördinator vrijwilligers

11

Wonen Plus Welzijn

Medewerker praktische ondersteuning

12

Humanitas

Medewerker

13

MEE & De Wering

Algemeen maatschappelijk werker

14

MEE & De Wering

Teamcoördinator Kop van Noord-Holland

15

Noodhulpfonds

Bestuur

16

Voedselbank

Vrijwilliger

17

Zijper Bewindvoering

Medewerker

in Schagen

40 van 45

A.6

Overzicht regelingen en organisaties in Schagen (sinds 2020)

Regeling

Type voorziening

Eenmalige energietoeslag

Tijdelijke landelijke regeling

Tijdelijk Noodfonds Energie

Tijdelijke landelijke regeling

Energiekado

Lokale regeling

Participatiewet (bijstandsuitkering)

Landelijke regeling

Bijzondere bijstand

Landelijke regeling

Individuele studietoeslag

Landelijke regeling

Individuele inkomenstoeslag

Landelijke regeling

Kindpakket

Lokale regeling

Meedoenbudget (18+)

Lokale regeling

Meedoenbudget (65+)

Lokale regeling

Collectieve zorgverzekering

Landelijke regeling

Schuldhulpverlening (en vroegsignalering)

Landelijke regeling

Budgetbeheer

Lokale regeling

Noodhulpfonds Schagen

Lokale regeling

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

Landelijke regeling

Geldplannen maken met Nibud

Lokale voorziening

Humanitas Thuisadministratie

Lokale voorziening

Humanitas Get a Grip Kop van Noord-Holland (voor jongeren)

Lokale voorziening

Humanitas Financieel Café

Lokale voorziening

Voedselbank Kop van Noord

Landelijke voorziening

Mee & De Wering ‘Omgaan met Geld’

Lokale voorziening

Mee & De Wering ‘Schulden wat nu?’

Lokale voorziening

Mee & De Wering ‘Hulp bij belastingen en toeslagen’

Lokale voorziening

Mee & De Wering ‘hulp bij aanvragen en formulieren’

Lokale voorziening

Mee & De Wering ‘Wetten en regels over geld (juridische hulp)’

Lokale voorziening

Mee & De Wering ’18 plus, wat nu?’

Lokale voorziening

Stichting Jeugdontbijt

Lokale voorziening

in Schagen

41 van 45

Bestuurlijke reactie

in Schagen

42 van 45

in Schagen

43 van 45

in Schagen

44 van 45

Contactgegevens Ipsos I&O Enschede Zuiderval 70 Postbus 563 7500 AN Enschede 053 - 200 52 00 KVK-nummer 08198802 info@ioresearch.nl www.ipsos-publiek.nl

Ipsos I&O Amsterdam Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam 020 – 308 48 00 info@ioresearch.nl www.ipsos-publiek.nl

in Schagen

45 van 45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15169420/1