CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Plan-MER

Gemeenteraad 2 november 2021, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststelling gecoördineerde bestemmingsplannen 'Pallas-Plot' en 'Partiële Herziening PALLAS-reactor, 2021'17.040 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het risico voor omwonenden als gevolg van de PALLAS-reactor zal lager zijn dan van de HFR door toepassing van verbeterde technieken en het voldoen aan strengere eisen. Er zal worden voldaan aan de wettelijke dosissen risicocriteria. De exploitatiefase leidt tot een beperkte verbetering van de nucleaire veiligheid van de EHC.

+

Het individuele risico voor de meest kritische groep voldoet ruimschoots aan de limiet van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen.

Toelaatbaar risico als gevolg van ongevallen:

Grensoverschrijdende effecten

Er is aangetoond dat de radiologische gevolgen voor het reactorpersoneel of de bewoners (effectieve (schildklier)dosis) in de omgeving voldoen aan de limieten van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen en de ANVS Handreiking VOBK.

Door toepassing van verbeterde technieken en het voldoen aan strengere eisen kan een positieve beoordeling toegekend worden ten opzichte van de HFR. Het individueel risico scoort positief ten opzichte van de referentiesituatie en voldoet bovendien ruimschoots aan de limiet van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen.

+

0

Het toelaatbare risico als gevolg van ongevallen kent ten aanzien van het groepsrisico een positievere uitwerking ten opzichte van de referentiesituatie. Bovendien is het groepsrisico verwaarloosbaar, daar de effectieve dosis onder de grenswaarden van de richtlijn liggen. Er zijn geen effecten, mede aangezien deze effecten ook bij de HFR niet aanwezig zijn gezien de afstand tot de landgrenzen.

Oppervlaktewater Koelwateronttrekking Waterbeschikbaarheid Noordhollandsch Kanaal

n.v.t.

Langetermijngevolgen klimaatverandering

n.v.t.

0

Voor de PALLAS-reactor wordt een vergunningsdebiet aangehouden van 3.300 m3/uur en maximaal 75.000 m3/dag. Dit komt overeen met de koelwateronttrekking van de HFR.

0

De beschikbaarheid van water vanuit het Noordhollandsch Kanaal verandert mogelijk door klimaatverandering. Dit kan invloed hebben op de hoeveelheid koelwater die beschikbaar is voor PALLAS. Er is een extra zoetwaterbuffer in het IJsselmeer, maar deze is niet standaard beschikbaar en de klimaateffecten zullen dan ook niet altijd voldoende gecompenseerd kunnen worden. In situaties van extreme droogte is er een verdringingsreeks van toepassing, die bepaalt dat natuur, het voorkomen van zetting en verzilting en drinkwatervoorziening voorrang hebben bij het gebruik van zoetwater. In dergelijke tijden van zoetwatertekort of droogte kan de reactor indien nodig afschakelen.

0

Het koelwater van de voorziene PALLAS-reactor voldoet aan de koelwatertemperatuurnormen. De mengzone (zeewatertemperatuur hoger dan 25 °C) raakt in geen enkel scenario de bodem.

0

De watertemperatuurtoename blijft onder de norm van 2 °C, daarnaast blijft de temperatuur onder het absoluut maximum van 25 °C. Over een groter gebied en langere tijdschalen is de temperatuurstijging minder dan 0,20 °C.

Koelwaterlozing - warmte Mengzone

Watertemperatuur

n.v.t.

n.v.t.

35

Beoordelingscriterium

Score Toelichting bouwfase

Score Toelichting exploitatiefase

Koelwaterlozing - waterkwaliteit (Fysisch-) chemische waterkwaliteit

Biologische waterkwaliteit

n.v.t.

0

0

Er is geen sprake van significante negatieve effecten op fytoplankton en macrofauna in het waterlichaam Hollandse kust in de bouwfase.

0

De lozing van stoffen via het koelwater voldoet aan de immissietoets. De vrachten voor de HFR en de PALLAS-reactor zijn van dezelfde ordegrootte. Daarom worden de effecten in de exploitatiefase neutraal beoordeeld. Er is geen sprake van significante negatieve effecten op fytoplankton en macrofauna in het waterlichaam Hollandse kust in de exploitatiefase.

Recreatie en Toerisme Recreatieve gebruiksmogelijkheden

Recreatieve belevingswaarde

Bereikbaarheid

-

-

Er is een tijdelijk effect van beperkte omvang in een gebied met relatief beperkte waarde, mede doordat het gebied nu al negatief beïnvloed wordt door aanwezige windturbines en de zichtbare bedrijfsbebouwing van de EHC.

0

De hoeveelheid verkeersbewegingen neemt licht toe, maar dit zal geen negatieve gevolgen hebben voor de doorstroming en de bereikbaarheid.

Economische waarde

0

Identiteit

Er zijn beperkt negatieve effecten ten aanzien de recreatieve gebruiksmogelijkheden in deze fase.

0

In potentie zijn er positieve en negatieve effecten. Uitgangspunt is dat deze elkaar opheffen. Er wordt gesproken van potentiële effecten omdat effecten op vergelijkbare cases ontbreken. De negatieve effecten ten aanzien van rust en beleving van landschap en natuur tijdens de bouwfase zijn relatief beperkt en tijdelijk, maar niet op het niveau van de identiteit van het gebied.

0

Er zijn door de nieuw te realiseren gebouwen en secundaire koeling nauwelijks effecten ten aanzien van de recreatieve gebruiksmogelijkheden in deze fase.

0

Er zijn door de nieuw te realiseren gebouwen en secundaire koeling nauwelijks effecten ten aanzien van de recreatieve belevingswaarde in deze fase.

0

Tijdens de exploitatiefase neemt het aantal verkeersbewegingen niet toe ten opzichte van de referentiesituatie.

0

Naar verwachting treden er geen effecten op tijdens de exploitatiefase. Voor toeristen en recreanten is er weinig verschil ten opzichte van de HFR.

0

Op de lange termijn bestaat er een andere ervaring voor de beleving van landschappelijke- en natuurlijke kwaliteiten, maar niet op het niveau van de identiteit van het gebied.

Stralingsbescherming Blootgestelde medewerkers van PALLAS

0

Niet-blootgestelde medewerkers en bezoekers die zich op het PALLASterrein bevinden

0

Bevolking buiten het PALLAS-terrein

0

De stralingsbelasting in de bouwfase voor blootgestelde werknemers is verwaarloosbaar waardoor ruimschoots wordt voldaan aan de beoordelingscriteria.

De stralingsbelasting in de bouwfase voor niet-blootgestelde werknemers en bezoekers is verwaarloosbaar waardoor ruimschoots wordt voldaan aan de beoordelingscriteria. De stralingsbelasting in de bouwfase voor omwonenden is verwaarloosbaar waardoor ruimschoots wordt voldaan aan de beoordelingscriteria.

-

0

0

Trillingen Toename trillinghinder conform SBR Meet- en beoordelingsrichtlijn Trillingen deel B

0

De toename van verkeersbewegingen is zodanig klein dat dit naar verwachting niet leidt tot een sterkere beleving van verkeerstrillingen bij de bewoners van de woningen langs de wegen.

n.v.t.

Alleen het zuidelijk deel van de N502 (langs Petten) wordt gebruikt als ontsluitingsroute van het bouwverkeer. Daarmee wordt het risico op ongevallen met kwetsbare verkeersdeelnemers zodanig beperkt dat de score neutraal is.

n.v.t.

Verkeer Verkeersveiligheid Weginrichting conform Duurzaam Veilig (CROW publicatie 315)

36

0

Momenteel is de effectieve dosis bepaald op basis van conservatieve aannames waarbij is aangetoond dat voldaan wordt aan het wettelijke criterium van 20 mSv/jr, en scoort daarmee negatief ten opzichte van de referentiesituatie. Het doel is om de effectieve dosis van blootgestelde medewerkers onder de 2 mSv per jaar te brengen, waarmee het totale effect niet significant zal zijn. Ondanks het lagere vermogen dan de HFR is de locatie op de EHC anders, evenals de afstanden tot de inrichtingsgrenzen. Het totale effect zal echter niet significant zijn. De PALLAS-reactor heeft een lager vermogen dan de HFR en is ontworpen volgens de nieuwste stand der techniek. Derhalve zijn de directe straling buiten het reactorgebouw en de lozingen naar de lucht naar verwachting lager dan of maximaal gelijkwaardig aan die van de HFR, en zal de effectieve dosis als gevolg hiervan ruim onder 0,04 mSv/jaar liggen.

Beoordelingscriterium Kwantitatief met behulp van ongevalsgegevens 2014-2019

Score Toelichting bouwfase

0

Door alleen het zuidelijk deel van de N502 te gebruiken als ontsluitingsroute voor bouwverkeer wordt bouwverkeer bij ongevallenconcentraties op de N502/N503 vermeden en is de score neutraal.

Score Toelichting exploitatiefase n.v.t.

Verkeersbewegingen Toename verkeer (procentueel en absoluut) ten opzichte van maximale (gewenste) intensiteit

0

Aandachtspunt is het kruispunt naar de LDA. n.v.t. Hier maken in het hoogseizoen dagelijks circa 800 fietsers van gebruik (in de weekenden is dit aantal hoger). Deze kruising is conform de richtlijn ontworpen waarmee de verkeersveiligheid wordt gewaarborgd waardoor er geen negatief effect te verwachten is. Gesteld kan worden dat een maximale intensiteit van 10.000 mvt per etmaal afgewikkeld kan worden om de leefbaarheid niet te veel te beïnvloeden. Ook inclusief het bouwverkeer blijft de intensiteit hier ruim onder (zelfs in het hoogseizoen) waardoor er geen negatief effect te verwachten is.

Waterveiligheid Constructiewerkzaamheden

0

Doorkruising koelwaterleiding met primaire kering

Doorkruising koelwaterleiding met nietprimaire kering

0

0

Aanleg toegangsweg

0

Plaatsing tijdelijke damwanden secundaire kering

0

Mogelijk is er lokaal sprake van een tijdelijk negatieve zandbalans. Zand wordt daarbij verwijderd uit de bouwput en wordt later weer gebruikt voor het ophogen van het terrein. Dit leidt niet tot een negatief effect omdat de ingreep zich heel ver landwaarts van het maatgevende deel van de primaire waterkering bevindt. Aangezien de leiding geboord wordt op grote diepte (-35 m NAP) is er geen waterveiligheidsissue, temeer omdat deze landwaarts van de grens van de B-zone start. De verstoring van het waterstaatswerk is bij deze methode van kruisen minimaal. De initiatiefnemer (PALLAS) zal een beoordeling laten uitvoeren om aan te tonen dat de leidingconfiguratie in het ontwerp (berekening en rapport) en uitvoering (boorplan) aan de NEN 3650 serie en de richtlijn boortechnieken (RWS) voldoet. Het realiseren van een doorgraving van de achterliggende duinregel is toelaatbaar omdat deze ver landwaarts ligt van de maatgevende leggerzones en dus buiten de feitelijke waterkering valt. Mocht de situatie zich voordoen dat er tijdens zeer uitzonderlijke omstandigheden alsnog belang wordt gehecht aan de aanwezigheid van een doorgaande secundaire kering dan kan de doorsnijding tijdens de bouwfase worden gedicht door het terugleggen van het naast de opening aangebrachte materiaal.

Omdat dit slechts een tijdelijke situatie is en de damwanden na afloop van de bouwwerkzaamheden zullen worden verwijderd en deze ingreep bovendien plaatsvindt in een, zeker nu, niet maatgevend onderdeel van de zeewering is dit niet bezwaarlijk.

0

0

0

0

0

Eindsituatie PALLAS-terrein

0

0

Ten opzichte van de huidige situatie is er sprake van een gesloten zandbalans. De veiligheid van de primaire waterkering komt niet in gevaar en de mogelijkheden tot het op lange termijn versterken van de B-zone worden niet beperkt.

In de exploitatiefase is er geen effect aanwezig op de veiligheid van de primaire waterkering (de zeereep).

In de exploitatiefase is er geen effect aanwezig op de veiligheid van de niet-primaire waterkeringen.

Ook voor de exploitatiefase is er zonder het terugplaatsen van het materiaal in de opening geen waterkeringstechnisch probleem aanwezig. De doorgraving ligt immers ver landwaarts van de hiertoe van belang zijnde leggerzones.

De plaatsing van tijdelijke damwanden betreft een tijdelijke situatie. De damwanden worden na afloop van de bouwwerkzaamheden verwijderd. Daar deze ingreep bovendien plaatsvindt in een niet maatgevend onderdeel van de zeewering is dit niet bezwaarlijk. Beschermingszone A wordt stabiel gehouden doordat er sprake is van een netto grondbalans. In de eindsituatie is er daarom sprake van een neutraal effect op de veiligheid.

37

3.3 Relatie PALLAS en HFR 3.3.1

Overgangsfase

Een aantal criteria is expliciet beoordeeld op de effecten die optreden bij het gelijktijdig in bedrijf zijn van de PALLAS-reactor en de HFR. In onderstaande tabel is de effectbeoordeling

en bijbehorende toelichting weergegeven. Criteria worden neutraal beoordeeld indien binnen aspectspecifieke normen wordt gebleven. Voor de overige criteria geldt dat de overgangsfase overeenkomt met de exploitatiefase.

Tabel 5 Criteria en milieueffecten relevant bij gelijktijdig in bedrijf zijn van PALLAS-reactor en HFR. Beoordelingscriteria overgangsfase (PALLAS én HFR)

Score

Toelichting overgangsfase

Natuur Natura 2000-gebieden

0

Effecten in de overgangsfase zijn uitgesloten, zoals beschreven in de passende beoordeling.

NNN

0

Effecten in de overgangsfase ten aanzien van NNN zijn uitgesloten.

0

In tegenstelling tot de bouwfase is er in de overgangsfase geen sprake van negatieve effecten ten aanzien van beschermde soorten.

-

Er is sprake van een licht negatief effect door de visinzuiging in de overgangsfase.

Beschermde soorten Rodelijstsoorten Nucleaire veiligheid Radiologische eisen bij veronderstelde ongevallen: l Effectieve dosis voor omwonenden

0

l Effectieve schildklierdosis

Kernschadefrequentie Toelaatbaar risico als gevolg van ongevallen: l Individueel risico

0 0

l Groepsrisico

Grensoverschrijdende effecten

0

Er kan onverminderd voldaan worden aan de radiologische eisen bij veronderstelde ongevallen ten aanzien van omwonenden en de schildklierdosis in de overgangsfase. Er kan onverminderd voldaan worden aan de maximaal toelaatbare kernschadefrequentie in de overgangsfase. Ten aanzien van het toelaatbaar risico als gevolg van ongevallen geldt dat het effect van de voorgenomen activiteit ten opzichte van de referentiesituatie zeer beperkt zal zijn waarbij onverminderd zal worden voldaan aan de betreffende eisen. Er zijn geen effecten, mede aangezien deze effecten ook bij de HFR niet aanwezig zijn.

Oppervlaktewater Koelwateronttrekking: Waterbeschikbaarheid Noordhollandsch Kanaal

Langetermijngevolgen klimaatverandering

Het dubbeldraaien van de PALLAS-reactor en de HFR heeft een toename van onttrekking van (koel)water als gevolg. Wanneer er onvoldoende water beschikbaar is kunnen beide reactoren afschakelen, al heeft dit consequenties voor de isotopenproductie.

n.v.t.

Koelwaterlozing - warmte Mengzone

0

De mengzone raakt in geen enkel scenario de bodem. Het koelwater van de PALLAS-reactor voldoet aan de koelwatertemperatuurnormen.

Watertemperatuur

0

De maximale temperatuurstijging ten opzichte van een situatie zonder koelwaterlozingen is marginaal. In de winter is die het grootst, maar met orde 0,20 °C in de overgangsfase.

Koelwaterlozing - waterkwaliteit (Fysisch-) chemische waterkwaliteit

Biologische waterkwaliteit

0

De lozing van stoffen via het koelwater in de overgangsfase voldoet aan de immissietoets. Bij het gelijktijdige benutten van de maximale koelcapaciteit van beide reactoren is de lozingsvracht van vrij beschikbaar chloor (FO), bromoform en chloroform echter aanmerkelijk hoger dan wanneer alleen de HFR of de PALLASreactor in bedrijf is. Er is geen sprake van significante negatieve effecten op fytoplankton en macrofauna in het waterlichaam Hollandse kust in de overgangsfase.

Stralingsbescherming Blootgestelde medewerkers van PALLAS

Niet-blootgestelde medewerkers en bezoekers die zich op het PALLAS-terrein bevinden Bevolking buiten het PALLAS-terrein

38

0 0

Dat er elders op het terrein een tweede reactor in bedrijf is, zal voor de medewerkers geen significant effect op hun stralingsbelasting hebben. Wel betekent het in bedrijf zijn van de PALLAS-reactor een toename van de stralingsbelasting voor de blootgestelde werknemers van deze reactor. De bijdrage van de PALLAS-reactor kan als niet significant worden gezien. Bij het gelijktijdig bedrijven van de HFR en de PALLAS-reactor, samen met de overige installaties op de EHC, zal de dosisbijdrage van de PALLAS-reactor aan de terreingrens zeer beperkt zijn (namelijk ruim onder 0,04 mSv/jaar). Aan de terreingrens zal aan de dosislimiet uit het Bbs worden voldaan.

Beoordelingscriteria overgangsfase (PALLAS én HFR)

Score

Toelichting overgangsfase

Verkeer Verkeersveiligheid: Weginrichting conform Duurzaam Veilig (CROW publicatie 315)

n.v.t.

Kwantitatief met behulp van ongevalsgegevens 2014-2019

n.v.t.

Verkeersbewegingen: Toename verkeersbewegingen (procentueel en absoluut) ten opzichte van maximale (gewenste) intensiteit

3.3.2

0

De toename van verkeer tijdens de overgangsfase ten opzichte van de huidige intensiteit is beperkt. Gezien de dusdanig lage intensiteit in de huidige situatie zal de toename niet leiden tot een verslechtering van de verkeersafwikkeling.

Gevoeligheidsanalyse

In paragrafen 3.1 en 3.2 zijn de milieueffecten van de PALLASreactor beschreven. De milieubeoordeling vindt plaats ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de reeds aanwezige milieuwaarden in de huidige situatie en de voorziene autonome ontwikkelingen die in het plangebied plaatsvinden. Autonome ontwikkelingen betreffen overige plannen en projecten die planologisch zijn vastgesteld. Als basisscenario is aangehouden dat de HFR op enig moment sluit. Dit moment is nog niet bekend. In de achtergrondrapporten en in dit plan-MER wordt uitgegaan van een basis-referentiesituatie waarbij de HFR in bedrijf is gedurende de bouwfase en de eerste periode van de exploitatiefase van de PALLAS-reactor, tot het moment dat de PALLAS-reactor volwaardig de productie van de HFR heeft overgenomen (zie Figuur 9). Voor deze situatie brengen de achtergrondrapporten ook de milieueffecten in de overgangsfase in kaart voor de relevante criteria (zie ook Figuur 5 en paragraaf 3.2 in dit plan-MER). Op deze wijze worden de cumulatieve effecten van de HFR met de PALLAS-reactor inzichtelijk gemaakt. Een andere mogelijkheid is een bijzondere referentiesituatie waarbij de HFR buiten bedrijf is vóórdat gestart wordt met de exploitatie van de PALLAS-reactor. Dit is een zeer ongewenste situatie en is, afgezien van onvoorziene gebeurtenissen, niet erg realistisch.

De HFR is de op een na grootste leverancier van medische isotopen ter wereld en is verantwoordelijk voor bijna 30% van de mondiale productiecapaciteit. Wanneer de HFR uit productie gaat vóórdat de PALLAS-reactor in gebruik is, dan zou “een mondiaal probleem in de voorziening van medische isotopen en een gat in de nucleaire kennisstructuur ontstaan” (brief minister EZ d.d. 20 januari 2012, Kamerstuk nr. 32646 nr.33). Bouwfase

Exploitatiefase

PALLAS-reactor

Bouwen

Exploitatie

HFR

Exploitatie

Uit bedrijf

Autonome ontwikkeling Figuur 9 Basisreferentiesituatie met een overgangsfase dat de PALLASOvergangsfase reactor en HFR gelijktijdig in bedrijf zijn.

In geval de HFR onverhoopt uit bedrijf gaat vóórdat de PALLAS-reactor in bedrijf komt, dan geldt dat er voor enkele criteria wijzigingen optreden in de onderzochte effecten in deze bijzondere referentiesituatie. Ten behoeve van de leesbaarheid is gekozen om de effectbeoordeling van de bijzondere referentiesituatie in dit plan-MER apart in beeld te brengen als aparte gevoeligheidsanalyse. De aspecten waarvoor de bijzondere referentiesituatie niet leidt tot significante wijzigingen worden daarbij niet behandeld, omdat dit niet leidt tot nieuwe inzichten. Indien in de overige hoofdstukken in dit plan-MER gesproken wordt over de ‘referentiesituatie’, dan wordt de ‘basis-referentiesituatie’ bedoeld. Enkel voor de criteria waar de relevantie van het in kaart brengen van de effecten bij de bijzondere referentiesituatie wél aanwezig is, is een volwaardige effectbeoordeling uitgevoerd. Dit geldt voor de aspecten Stralingsbescherming, Nucleaire Veiligheid, Oppervlaktewater en Natuur. Per aspect staat in de rechterkolom een korte toelichting op basis waarvan de conclusie is getrokken. Hierbij dient nadrukkelijk vermeld te worden dat de bijzondere referentiesituatie op neutraal wordt gezet en dat dán de effecten van bouw en exploitatie van de PALLAS-reactor worden beoordeeld.

Dit betekent voor de bijzondere referentiesituatie respectievelijk: l Stralingsbescherming en Nucleaire veiligheid: De HFR is niet langer in werking, dus de bijzondere referentiesituatie kent een lagere stralingsbelasting en minder risico’s op het vlak van nucleaire veiligheid. l Oppervlaktewater: In de bijzondere referentiesituatie vindt er geen onttrekking van koelwater plaats vanuit het Noordhollandsch Kanaal voor nucleaire activiteiten door de HFR. l Natuur: De HFR is niet in bedrijf, dus geen mogelijke gevolgen voor visinzuiging of lozingseffecten op de Noordzee.

PALLAS-reactor HFR

Bouwfase

Exploitatiefase

Bouwen

Exploitatie Uit bedrijf

Autonome ontwikkeling Figuur 10 Bijzondere referentiesituatie waarbij de HFR eerder uit bedrijf gaat dan de PALLAS-reactor in bedrijf gaat.

39

Tabel 6 Effectbeoordeling aspecten relevant voor bijzondere referentiesituatie: Mogelijke verandering in effecten als de HFR eerder uit bedrijf gaat dan de PALLAS-reactor in bedrijf is. Milieuaspect

Score

Onderbouwing bouwfase

0

De stralingsbelasting in de bouwfase is verwaarloosbaar waardoor ruimschoots wordt voldaan aan de beoordelingscriteria.

Stralings­bescherming

Nucleaire veiligheid

0

De impact op de nucleaire veiligheid in de bouwfase is verwaarloosbaar waardoor ruimschoots wordt voldaan aan de beoordelingscriteria.

0

Geen koelwater nodig voor de PALLAS-reactor, dus niet relevant.

0

De bouwfase wijkt niet af van die bij de andere referentiesituatie, dus is het effect op natuur hetzelfde.

Oppervlaktewater

Natuur

Score

Toelichting exploitatiefase De PALLAS-reactor zorgt voor een toename van de stralingsbelasting ten opzichte van de situatie waarbij de HFR niet in bedrijf is. De PALLAS-reactor kan voldoen aan de dosiscriteria uit het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.

-

-

Ten opzichte van een situatie zonder HFR is het effect van de voorgenomen activiteit negatief (-). Er treedt een verslechtering op van de veiligheid ten opzichte van een situatie zonder HFR, maar er kan zeker voldaan worden aan de wettelijke dosis- en risicocriteria.

--

Bij vroegtijdige uitbedrijfstelling van de HFR is daarvoor geen koelwater meer vereist. De onttrekking van koelwater uit het Noordhollandsch Kanaal wordt nihil. In de exploitatiefase stijgt de koelwateronttrekking van 0 naar maximaal 3.300 m3/uur (dagmaximum 75.000m3/dag) voor de PALLAS-reactor en is daarom beoordeeld als zeer negatief (--).

-

Ten opzichte van deze situatie (zonder HFR) is het exploiteren van de PALLAS-reactor met koelwaterinname negatief, omdat vis mogelijk ingezogen kan worden. Als de HFR vroegtijdig uit bedrijf gaat, dan gaat de lozing van thermisch koelwater op de Noordzee naar 0. Het opgewarmde koelwater heeft geen nadelige ecologische gevolgen voor zee- en bodemleven en scoort net als in de basis-referentiesituatie neutraal.

3.4 Communicatie, arbeidsomstandigheden, veiligheid, milieuzorg In de 15 achtergrondrapporten is een uitgebreide set aan milieucriteria onderzocht. In aanvulling daarop is in deze paragraaf kort aandacht besteed aan de sociale aspecten, calamiteiten en conventionele veiligheid, en bedrijfsinterne milieuzorg.

3.4.1

Demografie: menselijke activiteiten in de omgeving

De in deze paragraaf behandelde onderwerpen zijn onder andere van belang voor de verschillende menselijke activiteiten nabij en tot in de wijde omtrek van de projectlocatie: l De PALLAS-reactor komt op bedrijventerrein EHC. Op de EHC zelf vinden diverse bedrijfsactiviteiten plaats door enkele honderden medewerkers. l In de omgeving van de PALLAS-locatie op de EHC bevindt zich verspreide bebouwing voor woon- en agrarische doeleinden op 300 meter en meer. l Vanaf 700 meter en meer van de beoogde PALLAS-locatie bevinden zich recreatieparken met recreatiewoningen, een hotel met congrescentrum en andere recreatieve voorzieningen. l Permanente bewoning in Petten (Korfwater) bevindt zich vanaf ruim 1 km van de PALLAS-locatie, de lintbebouwing langs de Zeeweg ligt op ongeveer 1,5 km en het dorp Sint Maartensvlotbrug bevindt zich vanaf 1,8 km. De grootste kern in de gemeente Schagen is Schagen zelf, gelegen vanaf 6 km van de PALLAS-locatie. l De duinen en het strand, vanaf respectievelijk 400 en 700 meter van de toekomstige PALLAS-locatie, worden benut

40

l

voor recreatiedoeleinden. PALLAS is gesitueerd in de gemeente Schagen. De gemeente heeft een oppervlakte van 187 km2 en een inwonertal van 46.326 (stand januari 2019), dus gemiddeld 247 inwoners per km2.

3.4.2

Communicatie

Belang communicatie Een goed en vooral open communicatie met betrokkenen in de omgeving is tijdens de bouwfase en operationele fase van PALLAS van wezenlijk belang. PALLAS, ICHOS, overheden en eigenaren hebben daarin elk hun rol en lokale belang. Algemene informatie Algemene informatie over kernreactoren en isotopenproductie wordt via de rijksoverheid (RIVM, ANVS) en internationale organisaties; zoals de IAEA, de Europese Commissie en belangenverenigingen zoals European Association for Nuclear Medicine en de Nederlandse Vereniging van Nucleaire Geneeskunde en Nucleair Nederland beschikbaar gesteld. Te denken valt aan informatie en opgedane ervaring over veiligheid van kernreactoren en de noodzaak van medische isotopen. Deze informatie wordt door PALLAS en het bevoegd gezag gebruikt om de omwonenden, belanghebbenden en andere stakeholders te informeren. Beleidscommunicatie Het bevoegd gezag is primair verantwoordelijk voor de communicatie over de verantwoording over de plaats en rol van medische isotopen in dat beleid (nut en noodzaak)

en de uitleg en de verantwoording voor de locatiekeuze. Desgevraagd ondersteunt PALLAS in de communicatie bij realisatie van de PALLAS-reactor. Procescommunicatie Het bevoegd gezag is primair verantwoordelijk voor de communicatie rondom de ruimtelijke procedures en vergunningaanvragen. Deze communicatie gebeurt in samenspraak met PALLAS. Projectcommunicatie PALLAS is primair verantwoordelijk voor de communicatie rondom het project en communiceert proactief met belanghebbenden over de voortgang van het project, beslismomenten en gemaakte keuzes. PALLAS informeert het bevoegd gezag als het gaat om optimale invulling van de doelstellingen van PALLAS ten aanzien van de realisatie van de PALLAS-reactor en levert informatie aan ten behoeve van de procescommunicatie. Landschappelijke inpassing PALLAS heeft in een vroeg stadium van de planvorming voor de reactor de omwonenden4 geïnformeerd over haar plannen en is op het onderdeel landschappelijke inpassing de dialoog aangegaan over de uiterlijke kenmerken. Zo is in 2011 en 2015 overleg geweest met de omwonenden om na te gaan welke randvoorwaarden ten aanzien van de uiterlijke kenmerken aan de reactor gesteld moeten worden. Op basis van deze uitkomsten is het huidige beeldkwaliteitsplan gestoeld.

Koelwaterleiding Een vergelijkbare aanpak is gekozen voor het tracé van de koelwaterleiding van het Noordhollandsch Kanaal naar de PALLAS-locatie. Eind 2015/begin 2016 heeft PALLAS een zoekgebied bepaald en contact gezocht met alle mogelijke belanghebbenden5 die een belang hebben in het zoekgebied; omdat zij daar wonen, grondeigenaar zijn of huren/pachten. Pas nadat deze gesprekken zijn gevoerd zijn de technische aspecten in kaart gebracht, waarna een tracé is komen vast te staan. Toegankelijkheid informatie De afgelopen jaren heeft PALLAS op regelmatige basis (elke drie á vier maanden) de dorpsraad van Petten geïnformeerd over de voortgang van het project en welke (aankomende) vergunningenprocedures worden gestart of lopend zijn. Hierbij is zoveel mogelijk gestreefd naar een stabiel team en één aanspreekpunt dat zowel per email als telefonisch bereikbaar is. Dit aanspreekpunt is tevens bereikbaar voor vragen of klachten ten aanzien van PALLAS. PALLAS heeft een uitgebreide openbare website (https://www.pallasreactor. com) zowel in het Nederlands als in het Engels, waarop zoveel mogelijk informatie wordt gedeeld. Informatie die te maken heeft met beveiliging, financiële en commerciële aspecten of intellectueel eigendom is niet openbaar.

4 5

3.4.3

Arbeidsomstandigheden

Onder de sociale aspecten van dit plan-MER worden tevens de eisen met betrekking tot communicatie met en de werkomstandigheden van werknemers tijdens de bouw- en exploitatiefase verstaan. Bouwfase Gedurende de bouwperiode zijn PALLAS en ICHOS verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden en een veilige werkwijze, conform de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet). De verschillende clusters van de bouwfase van de PALLAS-reactor, beschreven in paragraaf 2.2.2, geven een beeld van de uit te voeren werkzaamheden. Er zullen gedurende de bouw verschillende aantallen bouwmedewerkers aanwezig zijn, maar maximaal zijn dit er op enig moment 400. De rechten van arbeiders worden door PALLAS gedurende de bouwfase in samenspraak met ICHOS nageleefd. Daartoe behoort onder andere het identificeren van risico’s die kunnen optreden tijdens de werkzaamheden, beschreven in dit plan-MER, en de bijbehorende achtergrondrapporten. Ook informatie over het aansluiten bij collectieve werknemersorganisaties, het niet voorkomen van gedwongen- of kinderarbeid en discriminatie en due diligence informatie moet beschikbaar zijn en vastgelegd worden in de contracten met de aannemers en leveranciers. Uitgangspunt is verder dat de bouwmedewerkers gehuisvest worden conform de in Nederland geldende maatstaven.

Exploitatiefase Gedurende de exploitatiefase is PALLAS verantwoordelijk voor het welzijn en de veiligheid van zijn werknemers en externe werknemers. De risico’s en maatregelen worden door de preventiemedewerker opgenomen in de Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) en het bijbehorende Plan van Aanpak, waarbij de wettelijk gestelde eisen vanuit de Arbowet als uitgangspunt worden gebruikt. In de Arbowet staan de regels voor werkgevers en werknemers om de gezondheid van de werknemers te bevorderen.

3.4.4

Calamiteiten en conventionele veiligheid

De wijze waarop de veiligheid tijdens de constructie- en bouwwerkzaamheden wordt gegarandeerd, wordt vastgelegd in een Veiligheid en Gezondheidsplan (V&G). Dit plan wordt voor PALLAS opgesteld voordat de bouwwerkzaamheden van de PALLAS-reactor worden gestart. In dit Veiligheid en Gezondheidsplan worden alle voor veiligheid en gezondheid relevante aspecten tijdens de bouw in kaart gebracht. Ook beschrijft PALLAS in dit plan op welke manier hoofd- en onderaannemer(s) samenwerken en welke veiligheidsmaatregelen zij treffen om de veiligheid van de werknemers te waarborgen. Het tot stand komen van dit plan is een samenwerking van PALLAS en ICHOS. Onderdeel van het V&G plan is het calamiteitenplan. In het calamiteitenplan is de samenwerking met en aansluiting op de hulpdiensten opgenomen.

Diegenen die in hun woon- en leefomgeving een gevolg ondervinden van de komst van de PALLAS-reactor. Diegenen die in de omgeving van de PALLAS-reactor een ander rechtstreeks aantoonbaar belang hebben.

41

Figuur 11 Informatieavond bij gemeente Schagen.

Voor de exploitatiefase draagt PALLAS zorg voor de initiatie van een gecoördineerde respons in het geval van calamiteiten. Het totaal aan procedures dat PALLAS ontwikkelt borgt een gedegen afstemming, detectie, communicatie, samenwerking, respons en nazorg. Op grond van de Wet veiligheidsregio's (Wvr) kan het bestuur van de veiligheidsregio een bedrijf aanwijzen als bedrijfsbrandweerplichtig. Uit het door PALLAS opgestelde BedrijfsBrandweerRapport volgt dat een dergelijke aanwijzing voor PALLAS niet noodzakelijk is, omdat geen van de scenario’s hiertoe aanleiding geven (maatgevend noch specifiek). De verschillende scenario’s kunnen voldoende worden gecontroleerd en naar alle waarschijnlijkheid beheerst. Dit wordt onder andere gewaarborgd door het instellen van een First Responder Team (FRT). Dit FRT bestaat uit werknemers binnen de operationele PALLAS-organisatie die speciaal worden opgeleid om in actie te komen bij (beginnende) calamiteiten. Het FRT is een aanvulling op de reguliere BHV-post. Bij voorkomende incidenten dienen daarnaast de hulpdiensten te worden gealarmeerd volgens procedure. Ook stelt een extern bureau voor PALLAS een bedrijfsnoodplan (bnp) op. Dit bedrijfsnoodplan is een draaiboek waarin de procedures en werkwijze van PALLAS staan beschreven voor wanneer zich een calamiteit voordoet, totdat de brandweer arriveert.

Hierin staan beschreven de samenwerking, afstemming, overdracht, gidsfunctie enz.

42

tijdens het incident tot en met de overdracht en afsluiting van het incident. PALLAS draagt ook zorg voor de inrichting van een Emergency Control Centre (ECC) in het kantoorgebouw, die fungeert als coördinatiecentrum bij calamiteiten. Om deze functionaliteit te garanderen in de meest extreme omstandigheden wordt een back-up ingericht van het ECC. Tevens zal PALLAS in samenwerking met de Veiligheidsregio een rampenbestrijdingsplan opstellen. In dit plan is de samenwerking met het crisisteam verankerd. PALLAS werkt daarnaast, in het kader van de Kew-vergunning, aan een Veiligheidsrapport, waarin de veiligheid rondom de (nucleaire) activiteiten van de PALLAS-reactor in kaart worden gebracht. In dit rapport staan onder andere verschillende scenario’s bij nucleaire, maar ook niet-nucleaire, incidenten beschreven en de procedures om deze calamiteiten te voorkomen en controleren. Het achtergrondrapport Nucleaire veiligheid geeft inzicht in een samenvatting van dit Veiligheidsrapport en is te vinden in de bijlage.

3.4.5

Bedrijfsinterne milieuzorg

Zowel het Integrated Management System (IMS) van PALLAS als het IMS van ICHOS voldoen aan verschillende ISOstandaarden, waaronder de ISO14001 (Milieumanagement), zoals opgenomen in de Project Requirements.

Deze pagina is met opzet leeg gelaten

43

4

Conclusies en aanbevelingen

In dit hoofdstuk is op grond van het totaal aan effecten een synthese gemaakt, waaruit conclusies kunnen worden getrokken ten behoeve van de besluitvorming over het bestemmingsplan.

4.1 Analyse en synthese van effecten De meeste effecten van de bouw-, overgangs- en exploitatiefase ten opzichte van de referentiesituatie zijn neutraal. Dit heeft te maken met het feit dat gedurende het ontwerpproces er door PALLAS diverse optimalisatieslagen zijn gemaakt, mede met als doel om de milieueffecten te beperken. Dergelijke maatregelen zijn opgenomen in de voorgenomen activiteit en ook verwoord in het Ontwerpkader. Tevens zijn er in 2021

verschillende vergunningenprocedures lopend (bijvoorbeeld de ontgrondingenvergunning en de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming) of in voorbereiding. Ook daarbij is steeds het streven om waar mogelijk rekening te houden met de omgeving door effecten te voorkomen en/of te minimaliseren.

4.2 Verschilanalyse met plan-MER 2017 Voor het bestemmingsplan ‘PALLAS-reactor’ is in 2017 reeds een plan-MER opgesteld. Ten opzichte van dat plan-MER verschilt het voorliggende geactualiseerde plan-MER op drie punten, die in de volgende paragrafen worden toegelicht.

4.2.1

Geen variatie meer

In het plan-MER opgesteld ten behoeve van bestemmingsplan ‘PALLAS-reactor’ waren drie varianten opgenomen voor de bouwhoogte van de reactor, de LDA was voorzien op het landbouwgebied ten oosten van de Westerduinweg, voor het secundaire koelwatersysteem waren drie mogelijke opties en er werd nog uitgegaan van een open ontgraving van de koelleidingen: In onderhavig plan-MER wordt voor de afmetingen van het reactorgebouw uitgegaan van 42,55 meter (breedte) bij 62,55 meter (lengte). De totale hoogte van het reactorgebouw komt uit op 39,5 meter en bevindt zich deels boven de grond en deels onder de grond. Het reactorgebouw krijgt een diepte van 13 meter - NAP (exclusief fundering) en een hoogte van 26,5 meter + NAP. Dit komt overeen met een diepte van 17 meter onder het bestaande maaiveld en een hoogte van 20,5 meter boven het toekomstige maaiveld. Dit is min of meer gelijk aan variant B2 in het eerdere plan-MER. l In onderhavig plan-MER komt de LDA aansluitend op het PALLAS-terrein en wordt deze ontsloten via een toegangsweg vanaf de Westerduinweg (N502). l Het secundaire koelwatersysteem wordt vormgegeven door middel van een koelwaterinname vanuit het Noordhollandsch Kanaal en lozing in de Noordzee. De betreffende leidingen worden grotendeels aangebracht door een gestuurde boring.

Deze ontwerpkeuzes zijn verder uiteengezet in het Ontwerpkader dat is opgenomen in bijlage B van dit plan-MER.

l

l

l

4.2.2

Meer detailinformatie

In onderhavig plan-MER is ten opzichte van het eerder opgestelde plan-MER voor een aantal effecten meer en gedetailleerdere informatie beschikbaar gekomen. Ten opzichte van het eerdere plan-MER gaat dit plan-MER op basis van het uitgewerkte ontwerp in detail in op de milieueffecten van de daadwerkelijke aanleg (bouwfase), inpassing (overgangsfase) en gebruik (exploitatiefase) van de PALLAS-reactor: l Ten tijde van het eerdere plan-MER was er beperkt informatie over veiligheid, stabiliteit en robuustheid beschikbaar om aan te kunnen tonen hoe de PALLAS-reactor veilig

l

l

l

gebouwd en bedreven kan worden. Dit is met de locatiekarakterisering (paragraaf 2.4.2) en met het veiligheidsconcept (paragraaf 3.4.4) uitgebreider beschikbaar in dit plan-MER. Er zijn nieuwe gegevens verkregen over de grondwatersituatie door middel van bestaande en nieuw geplaatste peilbuizen op de PALLAS-locatie. Hiermee is het grondwatermodel verfijnd en zijn nauwkeuriger uitspraken te doen. Er is bodemkwaliteitsonderzoek gedaan, waarmee duidelijk is geworden hoe de situatie daadwerkelijk is ter plekke van de PALLAS-locatie. Dit was nodig voor de grondoverdracht, waarvoor geen bureauonderzoek volstond. Er kon daardoor beter gefundeerd een uitspraak gedaan worden over de bodemkwaliteitssituatie ter plekke. Er zijn voor de exploitatiefase geluidsberekeningen uitgevoerd op basis van een gedetailleerd ontwerp van de reactor en andere voorzieningen. Hieruit kwam naar voren dat PALLAS tijdens bedrijf kan voldoen aan de wettelijke vereisten voor gevelbelasting op geluidsgevoelige functies. Ten tijde van het eerdere plan-MER was het uittredepunt van de koelwaterlozing nog niet uitgewerkt in het ontwerp. Het lozingspunt in de Noordzee is in onderhavig plan-MER nader gedetailleerd waardoor ook meer duidelijk is over de berekende mengzone.

In het kader van het milieuaspect ‘Natuur’ zijn alle mogelijke gevolgen (nogmaals) onderzocht op instandhoudingsdoelstellingen door middel van het opstellen van een passende beoordeling. Het achtergrondrapport Natuur voor dit plan-MER verwijst tevens naar deze beoordeling. Daarnaast is een nieuwe soortenbeschermingstoets uitgevoerd. De daarin voorgestelde maatregelen zijn alle overgenomen door PALLAS (zie Ontwerpkader in bijlage B).

4.2.3

Gunstiger beeld effecten

Vanwege het hogere detailniveau dat beschikbaar is gekomen voor dit plan-MER én vanwege optimalisatieslagen in het ontwerpproces (zie paragraaf 4.1) is over een aantal criteria een gunstiger beeld ontstaan dan in het eerdere plan-MER: l In het algemeen geldt dat enkele criteria in positieve zin wijzigen doordat bij het oorspronkelijke plan-MER een worst-case situatie werd aangenomen en nu van een meer realistisch beeld is uitgegaan. l Voor het aspect ‘Landschap, Cultuurhistorie en Ruimtelijke Kwaliteit’ geldt dat de ontwikkelingen niet langer een negatief effect hebben op de fysieke aantasting van landschappelijke karakteristiek/waarden en de belevings-

45

l

l

waarde, maar een neutraal effect. Dit verschil is met name het gevolg van de gestuurde ondergrondse boring in plaats van open ontgraving en de half verdiepte ligging van de PALLAS-reactor. Ten aanzien van het aspect ‘Recreatie en Toerisme’ is er sprake van een gunstiger beeld door een neutraal effect op beïnvloeding van recreatieve gebruiksmogelijkheden, recreatieve belevingswaarde en de identiteit. De negatieve score in het plan-MER is niet langer van kracht door de keuze voor gestuurde ondergrondse boring ten behoeve van het secundair koelwatersysteem en de half verdiepte ligging van de PALLAS-reactor. Door verplaatsing van het werkterrein van landelijk gebied met bollenvelden naar de EHC in het duingebied zijn effecten in het kader van het aspect ‘Licht’ neutraal ten opzichte van het eerder in het plan-MER toegekende negatieve effect.

l

l

l

Ten aanzien van het aspect ‘Verkeer’ is er sprake van een gunstiger beeld voor het beoordelingscriteria verkeersveiligheid, doordat het bouwverkeer geen gebruik zal maken van de Zeeweg. Ten aanzien van het aspect ‘Geluid’ is een gunstiger beeld door het verplaatsen van het werkterrein naar het landelijk gebied met bollenvelden naast de EHC en het niet realiseren van de betoncentrale ter plaatse. Ook worden strengere eisen aan de geluidsemissie van de betonpompen gesteld, met gunstigere effecten in de avond- en nachtperiode als gevolg. In dit plan-MER ontstaat voor de effecten op het aspect ‘Natuur’ een gunstiger beeld doordat mitigerende maatregelen uit het eerdere plan-MER geïncorporeerd zijn in het ontwerp. Eerdere negatieve effecten op Natura 2000 zijn derhalve neutraal geworden.

4.3 Mitigerende maatregelen In paragraaf 3.2 zijn de milieueffecten van de bouw- en exploitatiefase weergeven. Over het algemeen scoren de bouw- en exploitatiefase van de PALLAS-reactor op de meeste criteria neutraal. In een enkel geval is er zelfs sprake van een positieve score. In Tabel 4 komen ook negatieve en een enkele zeer negatieve scores voor. Deze paragraaf gaat in op de mitigerende maatregelen van negatief scorende criteria, welke ook zijn opgenomen in de achtergrondrapporten (zie bijlagen). De onderbouwing van de score is weergeven in Tabel 4 in hoofdstuk 3. Voor het aspect ‘Archeologie’ worden enkele criteria negatief beoordeeld. De aantasting van de archeologische verwachtingswaarde als gevolg van de aanleg van de bouwkuip, de fundering en de constructie van het reactorgebouw scoort zeer negatief. Een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek zijn reeds uitgevoerd. Archeologisch vervolgonderzoek dient mogelijk plaats te vinden, op basis waarvan kan worden nagegaan of de archeologische waarden alsnog kunnen worden gespaard. De bouw zal plaatsvinden

onder begeleiding van een archeoloog. Indien behoud van behoudenswaardige archeologische resten in de bodem niet mogelijk is, worden de archeologische resten ex situ behouden door middel van opgraven. Dit is de best haalbare mitigatiemaatregel voor archeologie en zal in de Wabo-vergunning worden vastgelegd. Voor het aspect ‘Natuur’ worden de milieueffecten op Rode Lijstsoorten tijdens de bouw- en exploitatiefase negatief beoordeeld. Deze beoordeling is gegeven met in achtneming dat de voorschriften die voortvloeien uit de passende beoordeling en de soortenbeschermingstoets reeds door PALLAS zijn overgenomen. Hierdoor wordt er minder negatief gescoord dan vóór het integraal overnemen van deze voorschriften het geval was. Ook wordt voor het secundaire koelwatersysteem een visretoursysteem mogelijk. Dit is de enige mitigerende maatregel die nog niet direct wordt ingezet, maar op grond van monitoring kan hiertoe worden besloten. Dit zal in afstemming met de waterbeheerder worden georganiseerd.

4.4 Leemten in kennis, monitoring en evaluatie 4.4.1

Leemten in kennis

Hierna volgt een verhandeling van de geconstateerde leemten in kennis in de verschillende achtergrondrapportages voor dit plan-MER en de mogelijke consequenties voor besluitvorming. Ondanks de leemten in kennis en de monitoring en evaluatie die plaats vindt, kan op grond van onderhavig plan-MER besluitvorming plaatsvinden over het bestemmingsplan ‘PALLAS plot’. Voor wat betreft het bestemmingsplan is er namelijk sprake van aanzienlijk gedetailleerdere milieu-informatie dan eerder was gegeven voor het bestemmingsplan PALLAS-reactor uit 2018, hetgeen toen reeds voldoende werd bevonden. Voor de Kew-vergunning en de lozingsvergunning Waterwet is de benodigde informatie benoemd in de richtlijnen van de ANVS voor het project-MER naar verwachting grotendeels geleverd met voorliggend plan-MER. Bij de procedure voor

46

deze beide vergunningen zal dit met de daarvoor bevoegde gezagen (de ANVS en Rijkswaterstaat) worden afgestemd. Archeologie Een inherent probleem voor het aspect ‘Archeologie’ is dat het gedeeltelijk gebaseerd wordt op beperkte informatie en aannames. Er wordt daarom in de archeologische onderzoeken vaak gesproken over verwachtingen. Dit geldt zelfs in zekere mate voor bekende waarden, zoals afkomstig uit het inventariserend onderzoek verkennende fase: van deze waarden is binnen het onderzoek niet bekend hoe groot de daadwerkelijke vindplaatsen zijn en hoe deze zijn geconserveerd. Totdat de bodem wordt opengelegd is in feite niet te bepalen of archeologische waarden aanwezig zijn, wat de precieze datering, omvang etc. ervan is. Er zal voor verschillende geplande

bodemingrepen archeologisch vervolgonderzoek moeten worden uitgevoerd (conform het beleid van de gemeente Schagen en het vigerende bestemmingsplan). Dit zal in eerste instantie in de vorm van een karterend booronderzoek plaatsvinden. Hiervoor is een onderzoeksplan opgesteld. Daarnaast wordt voorzien in een opname van het historische dijkprofiel. Verder wordt er geadviseerd om het afgraven van de dijk archeologisch te begeleiden, aangezien de kans bestaat dat in deze historische grond resten van de Napoleontische veldslag van 1799 teruggevonden worden. In gebieden die niet nader onderzocht worden, blijft een verplichte melding van toeval vondsten van kracht. Bodem Voor het aspect ‘Bodem’ is de bodemkwaliteit van de deelgebieden beoordeeld op grond van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Aanleiding voor deze onderzoeken was echter niet de beoogde ontwikkeling, waardoor er geen ‘dekkend’ inzicht is in de bodemkwaliteit. Mogelijk is dus sprake van een onderschatting van het aantal locaties met bodemverontreiniging. Voor de deellocatie ‘secundaire koelwatersysteem’ is de bodemkwaliteit nog onbekend, vanwege de afwezigheid van bodeminformatie. Hierdoor is het niet bekend of er bodemverontreinigingen ter plaatse van de in- en uittredepunten aanwezig zijn en er bodemsanering nodig is.

Een mogelijke onderschatting van het aantal aanwezige locaties met bodemverontreiniging leidt echter tot meer bodemsanering. De leemte in kennis heeft daardoor geen nadelige gevolgen ten opzichte van de effectscore want extra vondsten van bodemverontreiniging leiden tot meer bodemsanering, en is dus niet relevant voor de besluitvorming. Geluid Op het moment van onderzoek zijn er nog onzekerheden betreffende de geluidbronnen en de sterkte en intensiteit hiervan. Afwijkingen van de gehanteerde uitgangspunten kunnen leiden tot relevante andere effecten. Dit wordt echter voorkomen door hier tijdens de engineerings- en uitvoeringsfase actief op te sturen. Grondwater Voor het aspect ‘Grondwater’ zijn de uitvoeringswijzen van enkele constructies nog niet voldoende in kaart gebracht. Veranderingen hierin hebben mogelijk consequenties voor de beschouwde grondwatereffecten. Zo is het ontwerp van de tijdelijke keerwanden langs de LDA nog niet definitief. Voor het definitieve ontwerp moeten sonderingen op de damwandlocaties worden gezet. Deze sonderingen zullen uitwijzen of tussen de dieptes van NAP -1 m en -3 m (doorlatend) zand voorkomt. Wanneer dit niet het geval is, dan kunnen mitigerende maatregelen getroffen worden. Daarnaast wordt tussen het filterstation en het uittredepunt van de boor (300 meter afstand van het filterstation) de leiding in een open sleuf gelegd.

PALLAS laat deze sleuf binnen wanden ontgraven, zorgt dat deze niet tot in de klei- en veenlaag vanaf circa NAP -3 m reikt en dat geen spanningsbemaling nodig is. In dit geval is geen bemaling nodig, afgezien van een kleine open bemaling binnen de wanden om ingevallen regenwater af te voeren, en treden geen effecten naar het grondwater op.

Luchtkwaliteit Voor het aspect ‘Lucht’ wordt geconstateerd dat nieuwe inzichten in achtergrondconcentraties en emissiefactoren een leemte betreffen, aangezien elk jaar emissiefactoren en achtergrondconcentraties worden vastgesteld conform de nieuwste inzichten. De trend in luchtkwaliteit is voor zowel de emissiefactoren voor wegverkeer als de achtergrondconcentraties dat deze verbeteren. Als de emissiefactoren en achtergrondconcentraties worden bijgesteld gaat dit vaak om kleine wijzigingen. In het luchtonderzoek is tevens rekening gehouden met recente ontwikkelingen met betrekking tot emissiefactoren van dieselmaterieel. De verwachting is, dat eventuele nieuwe inzichten geen grote effecten hebben op de uitkomsten van het onderzoek en daarmee de effectscore. Natuur Van de Noordzeekustzone zijn weinig gedetailleerde gegevens beschikbaar over het vóórkomen van vissen, vogels, zeezoogdieren en de ecologische factoren die de verspreiding van deze soorten bepalen (zoals variatie in het voorkomen van voedselbronnen). Van vogels en zeezoogdieren bestaat wel globale informatie over het vóórkomen op de Noordzee, maar deze informatie is veelal te grof om gedetailleerde uitspraken te doen over de effecten van activiteiten van PALLAS in de Noordzeekustzone.

Op basis van deze globale informatie, en gebruikmakend van het voorzorgsbeginsel bestaat echter voldoende inzicht in het optreden van mogelijke effecten en daaraan verbonden mitigerende maatregelen om te waarborgen dat de activiteiten in overeenstemming met wetgeving uitgevoerd kunnen worden. Oppervlaktewater Bij het aspect ‘Oppervlaktewater’ is de effectbeoordeling bij koelwaterlozing – waterkwaliteit uitgevoerd met berekende lozingsconcentraties van de belangrijkste omzettingsproducten van vrij beschikbaar chloor. Deze berekeningen zijn gebaseerd op gangbare vuistregels uit de literatuur, aangevuld met enkele conservatieve (worst case) aannames. Zo is niet exact bekend wat het gemiddelde bromidegehalte in het water uit het Noordhollandsch Kanaal is en in welke verhouding bromoform en chloroform hierbij worden gevormd. De hiervoor beschreven aannames per stof zijn naar verwachting beide een overschatting. De berekende lozingsconcentraties (voor PALLAS-reactor én HFR) zijn daardoor worst-case. Omdat met de huidige uitgangspunten wel voldaan wordt aan de immissietoets zal bijstelling (naar beneden) van de berekende lozingsconcentraties echter niet tot een negatiever beoordelingsresultaat leiden.

Stralingsbescherming en Nucleaire Veiligheid Ten aanzien van de aspecten ‘Stralingsbescherming’ en ‘Nucleaire Veiligheid’ is relevant dat het ontwerp en de organisatie van de PALLAS-reactor verder worden uitgewerkt als onderdeel van de detail-engineering fase. In deze detail-engineering fase worden aanvullende maatregelen genomen om de stralingsbelasting van medewerkers verder te optimaliseren. Deze volgende toekomstige ontwerpfase heeft naar verwachting een positief effect op de in dit plan-MER beschreven aspecten van de stralingsbescherming. Op detailpunten kan het invloed

47

hebben op de in dit plan-MER beschreven aspecten van nucleaire veiligheid, maar het doet geen afbreuk aan het voldoen aan de veiligheidscriteria. Trillingen Er zijn geen metingen van trillingen beschikbaar ter onderbouwing van de verwachting dat de streefwaarden voor hinder door trillingen niet worden overschreden. De tijdelijke maximale toename van het verkeer is beperkt tot de bouwperiode en dusdanig beperkt ten opzichte van de totaal aantal verkeersbewegingen, dat het uitvoeren van metingen geen ander beeld zal geven op de hinderbeleving.

4.4.2

Monitoring en evaluatie

De PALLAS-reactor kan voldoen aan de dosiscriteria uit het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming. De stralingsnorm waaraan voldaan moet worden, dient gemonitord en vervolgens geëvalueerd te worden. Ten aanzien van nucleaire veiligheid vindt een intensief monitoringsprogramma plaats waarbij eventuele zettingen op andere gebouwen, door mogelijke invloeden tijdens de bouwfase, gemonitord worden. In het kader van natuur wordt iedere drie jaar gemonitord en geëvalueerd hoe de situatie zich ontwikkelt en wat de effecten zijn ten opzichte van de gedefinieerde deelaspecten uit het

achtergrondrapport Natuur. Monitoring en evaluatie zijn tevens van belang bij de eventuele noodzaak van het realiseren van een visretoursysteem in het filterstation van het secundaire koelwatersysteem. In relatie tot koelwater is bovendien monitoring en evaluatie van het dubbeldraaien van de PALLAS-reactor en de HFR van belang. Met betrekking tot de onttrekking van koelwater uit het Noordhollandsch Kanaal gedurende de overgangsfase waarin de PALLAS-reactor en de HFR in gebruik zijn, is met name in de zomerperiode van groot belang dat er wordt gemonitord en geëvalueerd wat de onttrekking van oppervlaktewater voor effecten heeft. Daarnaast wordt in het kader van waterkwaliteit de lozing van koelwater gemonitord. Koelwater wordt voorafgaand aan de lozing gecontroleerd op radioactiviteit ter voorkoming dat het koelwater in het secundaire koelwatersyteem in contact komt met radioactieve stoffen. De grondwatertoestand op de PALLAS-locatie zal worden gemonitord met het peilbuizensysteem. Dit is van belang tijdens de bouw, maar ook tijdens bedrijf zal de grondwatermonitoring worden voortgezet. Tijdens de bouw zal archeologische begeleiding plaatsvinden. Bij aantreffen van vondsten, zullen deze voor zover mogelijk in situ worden geconserveerd, maar als dat niet kan dan zullen ze worden gedocumenteerd en ex situ veiliggesteld.

4.5 Vervolgbesluiten Dit plan-MER dient voor het bestemmingsplan ‘PALLAS plot 2021’. Met het totaal aan effecten is een synthese gemaakt waaruit conclusies kunnen worden getrokken ten behoeve van de besluitvorming over dat bestemmingsplan. Voor de aanvraag van de Kew-vergunning voor het oprichten en in gebruik nemen van de reactor en voor de lozingsvergunning Waterwet dient gevalideerd te worden of een update of aanvullingen op dit plan-MER noodzakelijk worden geacht. Mogelijkerwijs zijn in de tussentijd nieuwe inzichten of veran-

48

deringen ontstaan. Naast het bestemmingsplan, de Kew-vergunning en de lozingsvergunning zijn er nog tientallen vergunningen, ontheffingen e.d. nodig voor de realisatie van het gehele PALLASproject. Deze zijn alle niet m.e.r.-plichtig. De ontmanteling van de PALLAS-reactor zal decennia na ingebruikstelling plaatsvinden. Daar wordt t.z.t. een separate m.e.r.-procedure voor gevolgd.

Deze pagina is met opzet leeg gelaten

49

5

Literatuur

[1] Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, „ECLI:NL:RVS:2020:741,” maart 11 2020. [Online]. Available: https:// www.raadvanstate.nl/uitspraken/@120326/201903529-1-r1/#highlight=pallas. [Geopend december 2020]. [2] PALLAS-reactor, Stichting Voorbereiding, „Plan-MER PALLAS, PALLAS-51-1015,” 2017. [3] Tweede Kamer der Staten-Generaal, „vergaderjaar 2020-2021, Kamerstuk 33 626, nr. 13, Oprichting Stichting Voorbereiding Pallas-reactor,” 9 december 2020. [Online]. Available: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/12/09/ kamerbrief-over-stand-van-zaken-pallas-reactor.. [Geopend december 2020]. [4] Tweede Kamer der Staten-Generaal , „vergaderjaar 2020-2021, Kamerstuk 33 626, nr. 14, Oprichting Stichting Voorbereiding Pallas-reactor,” 11 maart 2021. [Online]. Available: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/03/11/ voorzieningszekerheid-van-medische-isotopen [Geopend maart 2021]. [5] Tweede Kamer der Staten-Generaal, „vergaderjaar 2011-2012, Kamerstuk 32 645, nr. 33 en Besluitenlijst van de vergadering van Provinciale Staten van Noord-Holland van 16 juli 2012, "Kernenergie",” 2012. [6] Roobol, L.P., Rosenbaum, C.E.N.M., de Waard, I.R., Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), „Leveringszekerheid voor medische radionucliden - Aanvulling 2020. Uitbreiding op RIVM Rapporten 2019-0101, 2017-0063 en 2018-0075,” 2020.

[7] Group, NucAdvisor / Technopolis, „European study on medical, industrial and research applications of nuclear and radiation technology,” Publications Office of the European Union, Luxembourg, 2018. [8] Roobol, L., de Waard, I.R., Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), „Marktontwikkeling en leveringszekerheid voor medische isotopen, uitbreiding op RIVM Rapport 2017-0063 Productie en gebruik van medische radio-isotopen in Nederland, Huidige situatie en toekomstverkenning,” 2018.

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14659340/1