Plan-MER
Tekst van het document
Plan-MER PALLAS
14
15
1
Project en procedures PALLAS
Reactor- en logistiekgebouw
Supportgebouw
Kantoorgebouw
1.1 Een nieuwe reactor in Petten 1.1.1
De PALLAS-reactor
Voorliggend plan-milieueffectrapport (plan-MER) heeft betrekking op de realisatie van een multifunctionele nucleaire reactor in de gemeente Schagen die geschikt is voor drie kernactiviteiten: l Het produceren van medische isotopen; l Het produceren van industriële radio-isotopen; l Het uitvoeren van nucleair technologisch onderzoek. De te bouwen reactor, verder de PALLAS-reactor genoemd, dient ter vervanging van de huidige Hoge Flux Reactor (HFR) in Petten, die 60 jaar operationeel is en tegen het einde van zijn technische en economische levensduur loopt. Het voornemen is om de PALLAS-reactor te vestigen op de huidige Energy & Health Campus Petten (hierna: EHC). Zie voor een visuele impressie van het gebied de afbeelding links.
1.1.2
Stichting Voorbereiding PALLAS-reactor: PALLAS
De Stichting Voorbereiding PALLAS-reactor (verder in dit planMER ‘PALLAS’ genoemd) is opgericht met als doelstelling het realiseren van de eerste fase (aanbesteding, ontwerp en vergunningen) plus het aantrekken van financiering voor de tweede en derde fase (bouw en exploitatie van de reactor) van de PALLASreactor. Voor de realisatie is de stichting via leningen gefinancierd door de Rijksoverheid en de provincie Noord-Holland. Met de oprichting van de Stichting Voorbereiding PALLAS-reactor op 16 december 2013 is het project ondergebracht in een onafhankelijke entiteit.
Figuur 1 De reactor met rechts een deel van het supportgebouw.
1.2 Procedurele aspecten 1.2.1
Doorlopen procedures
Binnen het bestemmingsplan waar de voorziene PALLAS-locatie deel van uitmaakt (bestemmingsplan 'Buitengebied Zijpe') was aanvankelijk niet voldoende ruimte bestemd om een nieuwe reactor te realiseren. Om de PALLAS-reactor mogelijk te maken, was daarom een nieuw bestemmingsplan vereist. Op 2 april 2019 heeft de gemeenteraad van Schagen het bestemmingsplan ‘PALLAS-reactor’ vastgesteld. Tegen dit bestemmingsplan is beroep aangetekend. Op 11 maart 2020 zijn met de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) alle beroepsgronden ongegrond verklaard. Daarmee is het bestemmingsplan PALLAS-reactor onherroepelijk geworden [1].
Bij het bestemmingsplan ‘PALLAS-reactor’ is een plan-MER gevoegd als onderdeel van de onderbouwing van de ontwikkeling [2]. Dit plan-MER is met het bestemmingsplan in procedure geweest en is ook getoetst door de Commissie m.e.r. In de beroepen tegen het bestemmingsplan waren ook argumenten ingebracht tegen dit plan-MER, maar ook die zijn door de ABRvS niet gegrond verklaard.
1.2.2
Nieuw plan-MER voor bestemmingsplan ‘PALLAS plot’
Door voortschrijdende inzichten en engineering is het bestemmingsplan ‘PALLAS-reactor’ niet geheel toereikend gebleken voor de ontwikkeling van de PALLAS-reactor, waardoor een
17
nieuw bestemmingsplan vereist is. Dit plan is het bestemmingsplan ‘PALLAS plot’, dat onder andere betrekking heeft op: l Enkele beperkte uitbreidingen van de nucleaire bedrijfsbestemming ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan ‘PALLAS-reactor’; l Bestemmen van een toegangsweg en een tijdelijk werkterrein; l Een nadere ruimtelijke specificering van de ligging van het secundaire koelwatersysteem. Vanwege deze aanpassingen is, net als bij het eerdere bestemmingsplan, ook bij dit bestemmingsplan een plan-MER vereist. In de Wet milieubeheer is in hoofdstuk 7 geregeld dat van plan- en besluitvorming met mogelijk grote milieugevolgen, de effecten op het milieu in beeld gebracht moeten worden. In de bijlage bij het Besluit m.e.r. is bepaald voor welke activiteiten een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden. In het geval van dit plan voor de PALLAS-reactor is de categorie C.22.3 (de oprichting van een kerncentrale en andere kernreactoren) relevant. Door grenscorrecties van de EHC breidt zowel de bedrijfsbestemming als de nucleaire bestemming uit. Dit heeft tot gevolg dat het nieuwe bestemmingsplan kaderstellend is voor onder meer een vergunning op grond van de Kernenergiewet. Op die grondslag is het plan plan-m.e.r.plichtig. Het bestemmingsplan is dat ook op grond van artikel
7.2a Wm, aangezien op grond van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling dient te worden opgesteld. Aangezien er sinds het vorige plan-MER uit 2017, dat is opgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan ‘PALLAS-reactor’, veel meer inzicht is verkregen in de daadwerkelijke opzet van de reactor en voorzieningen, is het oorspronkelijke planMER geheel geactualiseerd en toegespitst op de keuzes die inmiddels gemaakt zijn. Het voorliggend plan-MER is hiervan het resultaat. Dit plan-MER dient ter onderbouwing van het bestemmingsplan ‘PALLAS plot’. De inhoud van dit plan-MER vormt later ook de basis van het project-MER voor de aan te vragen Kernenergiewet-vergunning (Kew-vergunning) en voor de Waterwet-vergunning voor de lozing van koelwater. Voor het bestemmingsplan is de gemeenteraad van Schagen het bevoegde gezag. De gemeente Schagen is betrokken geweest bij de opstelling van dit nieuwe plan-MER.
1.2.3
Eisen en scope plan-MER
De eisen waaraan dit plan-MER dient te voldoen, zijn ontleend aan een aantal documenten. De belangrijkste zijn: l Wet milieubeheer, met name de vereisten die zijn gesteld in de artikelen 7.7 en 7.23. l
Advies Reikwijdte en Detailniveau van de gemeente Schagen voor het plan-MER voor het bestemmingsplan (5
Grondstofwinning
Splijtstofketen
Levensfase van de reactor
Isotopenketen Verrijking
Verrijking
Productie splijtstofelementen
Productie van targets
Aanvoer splijtstoffen
Aanvoer van targets
Buitengebruikstelling en ontmanteling
Bedrijfsvoering
Bouwfase
Afvoer gebruikte splijtstoffen
Afvoer targets
Isotopen extractie
Opslag bij Covra
Legenda Beschouwde activiteiten Plan-MER 2021 Beschouwde activiteiten Plan-MER 2017 Splijtstofketen Isotopenketen
Figuur 2 Activiteiten PALLAS-reactor beschouwd in het plan-MER.
18
Opslag bij Covra
Gebruik van radioisotoop
l
l
september 2016). Voor zover mogelijk is ook al het Advies Reikwijdte en Detailniveau van de ANVS voor het project-MER voor de Kew-vergunning (17 september 2015) gevolgd. Aandachtspunten die naar voren zijn gekomen bij de vaststelling van het bestemmingsplan PALLAS-reactor, onder andere opgenomen in de Nota van Beantwoording zienswijzen, 2 april 2019.
Dit plan-MER heeft betrekking op de milieueffecten die kunnen optreden tijdens de bouw van de reactor met bijbehorende voorzieningen, de overgangsfase waarbij de PALLAS-reactor opstart terwijl de HFR nog in productie is, en de exploitatiefase waarbij alleen de PALLAS-reactor in bedrijf is. De aanlevering van grondstoffen en het transport van en naar de PALLAS-locatie zijn ook onderdeel van dit plan-MER, alsook het vervoer naar de tijdelijke opslag van nucleair afval in de COVRA-opslag in Borssele. Dit staat uitgebreid beschreven in de bijlage Ontwerpkader. Buitengebruikstelling en ontmanteling van de PALLAS-reactor komen beknopt aan de orde. Hiervoor wordt te zijner tijd een afzonderlijke m.e.r.procedure doorlopen. De scope van dit onderhavige plan-MER is verbeeld in Figuur 2.
1.2.4
Te volgen procedure
Dit plan-MER staat, zoals gezegd, ten dienste van het bestemmingsplan PALLAS plot. Het bestemmingsplan ‘PALLAS plot’ heeft de volgende procedure: l
l
l
l l
l l
l
Afronding plan-MER in samenspraak met bevoegd gezag en andere overheden, Indienen plan-MER bij het ontwerpbestemmingsplan ‘PALLAS plot’, Ter visie legging plan-MER en ontwerpbestemmingsplan ‘PALLAS plot’, Toetsing plan-MER door Commissie m.e.r., Verwerking zienswijzen en toetsingsadvies Commissie m.e.r., Indien nodig: aanvulling plan-MER, Vaststelling bestemmingsplan ‘PALLAS plot’ in gemeenteraad Schagen, Eventuele beroepsprocedure bestemmingsplan ‘PALLAS plot’.
1.2.5
gedeeld met deze overheden en (semi)overheidsinstanties. Zij zijn ook in de gelegenheid gesteld om de achtergrondrapporten en het plan-MER te reviewen. De Commissie m.e.r. gaat dit plan-MER toetsen. Gelijktijdig hiermee wordt aan het publiek de gelegenheid gegeven om het plan-MER in te zien en hierop zienswijzen in te dienen. Indien nodig wordt een aanvulling op het plan-MER opgesteld. Volgend op het besluit waarvoor dit plan-MER is opgesteld, zijn ook andere vergunningen en toestemmingen nodig ten behoeve van de realisatie van de PALLAS-reactor van verschillende overheden en overheidsinstanties. Dit wordt beknopt behandeld in paragraaf 4.5 van dit plan-MER.
1.2.6
Grensoverschrijdende effecten
Als gevolg van dit project worden geen of geen belangrijke grensoverschrijdende nadelige milieugevolgen verwacht. In het kader van het Espoo verdrag is een grensoverschrijdende consultatie dan ook niet vereist. Uit zorgvuldigheid hebben de gemeente Schagen en de ANVS in het kader van het planMER' dat is opgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan 'PALLAS-reactor'' besloten ook de landen die zijn aangesloten bij het Espoo verdrag en in het kader van het plan-MER destijds gereageerd hebben te informeren over het voornemen van de realisatie van de PALLAS-reactor. Espoo verdrag Op 25 februari 1991 is in Espoo (Finland) het VN-verdrag over grensoverschrijdende milieueffectrapportage tot stand gekomen. Kern van het Espoo-verdrag is dat in het geval van mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen het publiek en autoriteiten in het buurland op dezelfde wijze en tijd worden betrokken bij de m.e.r.-procedure als de autoriteiten en het publiek in Nederland. Het verdrag is op 10 september 1997 in werking getreden en heeft doorwerking gevonden naar de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’ (97/11/EG2) en de Europese richtlijn ‘betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s’ (2001/42/EG).
Zowel het verdrag als de betreffende artikelen van de Europese richtlijn zijn geïmplementeerd in de Wet milieubeheer.
Betrokken partijen
Het bevoegde gezag voor het bestemmingsplan ‘PALLAS plot’, waarvoor dit plan-MER ter onderbouwing dient, is de gemeenteraad van Schagen. Daarnaast is een aantal andere overheden en overheidsinstanties betrokken geweest bij de totstandkoming van dit plan-MER: l ANVS, l Provincie Noord-Holland, l Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, l Veiligheidsregio Noord-Holland Noord, l Staatsbosbeheer, l Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, l Rijkswaterstaat. De voortgang en de inhoud van het plan-MER is ieder kwartaal
19
2
Voornemen en referentie PALLAS heeft tot doel de realisatie van een multifunctionele (‘multi purpose’) reactor, die geschikt is voor het produceren van medische isotopen en industriële isotopen, het uitvoeren van nucleair technologisch onderzoek en de aanleg van alle voorzieningen die daarvoor nodig zijn. Dit hoofdstuk beschrijft in paragraaf 2.1 de doelstelling, nut en noodzaak van de PALLAS-reactor. In paragraaf 2.2 wordt de voorgenomen activiteit nader toegelicht aan de hand van het ontwerpproces en het (tevens als bijlage opgenomen) Ontwerpkader. Paragraaf 2.3 gaat in op de referentiesituatie waar de huidige situatie en autonome ontwikkelingen behandeld worden. Paragraaf 2.4 gaat in op de locatiekeuze en -karakterisering.
2.1 Doelstelling, nut en noodzaak 2.1.1
Doelstelling van PALLAS
PALLAS heeft van de Rijksoverheid en de provincie NoordHolland opdracht gekregen te zorgen voor de realisatie van een moderne en veilige reactor, om de continue levering van medische isotopen zeker te stellen. Daarnaast wordt de nieuwe reactor gebruikt voor de productie van industriële isotopen en het uitvoeren van nucleair technologisch onderzoek. De doelstelling van PALLAS is statutair als volgt vastgelegd: 1 Het (doen) ontwerpen en realiseren van een hoge flux reactor die bestemd is voor de medische en industriële radio-isotopenproductie en nucleair technologisch onderzoek in de gemeente Schagen; 2 Het (doen) exploiteren van de PALLAS-reactor.
2.1.2 Nut en noodzaak Nut en noodzaak zijn bij monde van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) onderschreven in de uitspraak van 11 maart 2020, ECLI:NL: RVS:2020:741 [1], waarmee het bestemmingsplan ‘PALLAS-reactor’ onherroepelijk is geworden. De Afdeling kan zich vinden in de afweging van de alternatieven en kan zich er dientengevolge in vinden dat er geen reële alternatieven zijn om de productie van isotopen veilig te stellen. Deze sub-paragraaf zet nut en noodzaak verder uiteen door in te gaan op de besluitvorming inzake de vervanging van de HFR en de maatschappelijke relevantie om te blijven voorzien in de behoefte aan medische radio-isotopen. Hierbij is ook gebruikgemaakt van de meest recente informatie uit de brieven van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 9 december 2020 (Kamerstuk 33 626, nr.13) [3] en van 11 maart 2021 (Kamerstuk 33 626, nr.14) [4] over de Stand van zaken Pallas-reactor. De besluitvorming inzake de vervanging van de Hoge Flux Reactor De huidige HFR is circa 60 jaar oud en loopt tegen het einde van zijn economische levensduur. Dit betekent dat onderhoudsprogramma’s duurder en intensiever worden, en het risico op (ongeplande) productieonderbrekingen groter. Een productiestop brengt de internationale leveringszekerheid van medische isotopen ernstig in gevaar.
Het kabinet heeft in het voorjaar van 2012 besloten tot vervanging van de HFR waarbij de gemeente Schagen is aangewezen als locatie voor de nieuwe PALLAS-reactor [5]. Daarbij is expliciet gesteld dat voorkomen moet worden dat sluiting van de HFR plaatsvindt op het moment dat een nieuwe reactor nog niet operationeel is. Volgens het kabinet zou dat “een mondiaal probleem in de voorziening van medische radio-isotopen en een gat in de nucleaire kennisinfrastructuur betekenen” [5]. In het vervolg hebben de Rijksoverheid en de provincie Noord-Holland in 2013 afspraken gemaakt over de oprichting van de zelfstandige entiteit ‘Stichting Voorbereiding Pallas-reactor’.
1
Maatschappelijke relevantie; de behoefte aan medische radio-isotopen Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft verschillende malen onderzoek gedaan naar de leveringszekerheid van diagnostische en therapeutische radio-isotopen voor Nederland (en voor de rest van de wereld) en naar de effecten van het niet bouwen van de PALLAS-reactor. Het laatste onderzoek stamt uit 2020 [6]1. Hieruit is het volgende gebleken: Medische radio-isotopen voor diagnostiek en therapie Radioactieve stoffen kunnen worden gebruikt om een diagnose te stellen. Ook kunnen ze verschillende soorten kanker en andere ziektes behandelen of pijn bestrijden bij terminale patiënten, zogenoemde therapeutische radio-isotopen. De meeste medische radio-isotopen worden gemaakt in zes kernreactoren, waarvan er één in Nederland staat (de HFR). Op één reactor na zijn deze zes installaties wereldwijd op gevorderde leeftijd en zullen ze vroeg of laat moeten sluiten. Ontwikkeling van de vraag De markt voor medische isotopen is op dit moment fragiel: als één grote reactor of eenmn van de gespecialiseerde laboratoria onverwacht uitvalt, kunnen op wereldschaal leveringsproblemen ontstaan. Bij een onverwachte uitval kunnen de overige reactoren de vraag lang niet altijd opvangen, wat de levering voor de wereld (en dus ook voor Nederland) vrij onzeker maakt.
Dat geldt zowel voor diagnostische als therapeutische radio-isotopen. De vraag naar molybdeen-99/technetium-99m – het meest gebruikte isotoop voor diagnostiek – in de wereld zal op de lange termijn stijgen. Geschatte percentages variëren van enkele procenten marktgroei in Europa en Noord-Amerika tot boven de 5% jaarlijkse stijging van de vraag in de opkomende economieën. De groei in vraag en omzet van therapeutische isotopen zal veel hoger zijn. Verwacht wordt dat de vraag naar lutetium-177, de belangrijkste therapeutische isotoop die in tal van medicijnen wordt opgenomen, met 20-30% zal stijgen in de komende tien jaar. De huidige reactoren kunnen niet aan deze vraag voldoen en verwacht wordt dat er in de tweede helft van dit decennium (jaren twintig van de 21e eeuw) tekorten zullen ontstaan. Ontwikkeling van het aanbod In 2018-2020 is er meer duidelijkheid gekomen over de aanbodkant van medische radio-isotopen. Er zijn namelijk initiatieven gaande in Duitsland (FRM-II) en Frankrijk (Jules Horowitz Reactor) om de bestaande productiecapaciteit voor medische radio-isotopen te vergroten. Zelfs wanneer al deze initiatieven slagen, zullen zij echter niet de productiecapaciteit kunnen vervangen van de reactoren in België (BR2), Tsjechië (LVR-15), Polen (Maria) en Nederland (HFR) die op termijn gaan sluiten. De Europese Commissie heeft de voorzieningszekerheid
Het RIVM-rapport Marktontwikkeling en leveringszekerheid voor medische radio-isotopen, Aanvulling op RIVM-rapport 2019-0101, 2019 is blijkens de brief aan de Tweede Kamer later vervolgd door een update door het RIVM, welke informatie in de brief is verwerkt (zie: de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de Tweede Kamer van 9 december 2020 (kenmerk: 1793725-215237-GMT) over de Stand van zaken Pallas-reactor).
21
van medische radio-isotopen laten onderzoeken. Die studie concludeert dat het, ondanks de genoemde initiatieven, nodig is in de EU nóg een reactor te bouwen om de EU zelfvoorzienend te laten blijven en tekorten op wereldschaal te voorkomen. De studie wijst de PALLAS-reactor hiervoor aan als de gerede kandidaat om de benodigde productiecapaciteit in de komende decennia te garanderen. Dit in het bijzonder omdat de PALLAS-reactor wordt ontworpen op een hoge capaciteit voor medische isotopen, terwijl de bestaande en geplande reactoren vooral zijn gericht op nucleair onderzoek [7]. Relevantie voor Nederland Nederland is in de unieke positie dat een groot deel van de leveringsketen binnen eigen land aanwezig is: van onderzoek en ontwikkeling, via productie van radio-isotopen tot de verwerking daarvan tot radio-farmaceutische producten. Hierdoor heeft Nederland ook een goede positie om het land te blijven waar nieuwe radiofarmaceutische producten ontwikkeld worden. De nabijheid van academische ziekenhuizen, een reactor en gespecialiseerde laboratoria dragen daaraan bij. Mocht de HFR sluiten zonder dat de PALLAS-reactor wordt gerealiseerd, dan verliest Nederland zijn positie binnen die leveringsketen. De kans is dan groot dat de radiofarmacie haar werk van Petten naar het buitenland verplaatst.
Daarnaast zou dit grote en negatieve gevolgen voor de (lokale) werkgelegenheid in de nucleaire sector hebben: een derde van de mensen die in Nederland in de nucleaire sector werken en een groot aantal werknemers bij toeleveranciers zullen hun baan verliezen. De nucleaire kennisinfrastructuur zal hieronder lijden. Ook vervallen dan de diensten die vanuit Petten worden geleverd aan de nucleaire industrie, andere industrietakken en overheden. SHINE Een mogelijk alternatief voor de PALLAS-reactor is het SHINEproject waar in Amerika aan gebouwd wordt. Deze installatie heeft een innovatieve complexe versneller-techniek en is een gevorderd nieuwbouwproject voor het maken van molyb-
deen-99. SHINE heeft besloten om ook een vestiging in Europa te openen, beoogd is een locatie in de provincie Groningen. SHINE geeft zelf aan dat deze tweede fabriek in Europa in 2025 al grote hoeveelheden molybdeen-99 op de markt zal kunnen brengen. SHINE heeft zich echter nog niet op productieschaal bewezen. Het is nog niet zeker of de beloftes waargemaakt kunnen worden. De opleveringsdata schuiven in de tijd. Dit is niet ongebruikelijk voor dit soort innovatieve projecten. Naast molybdeen-99 beoogt het SHINE-concept ook de radio-isotoop jodium-131 te leveren, dat is een therapeutische radio-isotoop voor de behandeling van schildklierkanker. SHINE geeft zelf aan binnenkort lutetium(-177)chloride te kunnen leveren, waarbij lutetium in reactoren wordt bestraald. Op de langere duur verwacht SHINE deze bestraling ook met hun eigen apparatuur te kunnen doen, echter de opbrengst per gram zal fysisch gezien twee of drie ordegroottes kleiner zijn dan in een reactor. Het RIVM verwacht niet dat het met het SHINE-concept binnen tientallen jaren mogelijk zal zijn het hele palet aan reactor-geproduceerde medische radio-isotopen te maken. Het SHINE-concept is daarmee geen complete vervanging van een reactor die medische radio-isotopen maakt.
SMART (voorheen Lighthouse) Een ander mogelijk alternatief voor de PALLAS-reactor is SMART van het Nationaal Instituut voor Radio-elementen (IRE) in België. Het RIVM heeft in 2018 onderzoek gedaan naar de samenloop tussen de voorbereiding van de PALLAS-reactor en dit project [8]. Uit dit onderzoek blijkt dat het al dan niet realiseren van SMART in eerste instantie geen invloed heeft op de leveringszekerheid van therapeutische radio-isotopen: SMART verwacht alleen molybdeen-99 te leveren. IRE verwacht volgens de laatste berichten met SMART in 2028 molybdeen-99 te kunnen leveren. Het is volgens het RIVM nog niet te zeggen of nieuwe initiatieven zoals SHINE en SMART een volwaardig alternatief vormen voor een nieuwe reactor om de voorzieningszekerheid te borgen.
2.2 Voorgenomen activiteit 2.2.1
Ontwerpproces
Ten tijde van het plan-MER dat in 2017 is opgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan ‘PALLAS-reactor’ was een aantal onderdelen van bouw en ontwerp van de reactor nog niet tot in detail inzichtelijk. PALLAS heeft samen met de contractor ICHOS de afgelopen jaren een ‘basic design’ ontworpen. In het ontwerp zijn daarbij enkele keuzen gemaakt waardoor de impact op het milieu beperkt wordt: l Het secundaire koelsysteem vindt plaats met water uit het Noordhollandsch Kanaal. Hiermee zijn de andere varianten afgevallen die nog stonden beschreven in het plan-MER van 2017, te weten koeling met Noordzeewater en koeling met lucht2. De definitieve ontwerpkeuze voor secundaire koeling met water uit het Noordhollandsch Kanaal kwam tot stand begin 2018. Het PALLAS-besluit vond plaats op
2
22
basis van de toetsmethode Choosing By Advantages (CBA). Hiervoor werd de volgende set van in belang afnemende aspecten toegepast: bewezen technologie, risico’s voor leveringszekerheid, de juiste aanvoertemperatuur voor het primaire koelsysteem (32oC), het benodigd areaal, het risico op vergunbaarheid, risico’s op ontbreken van draagvlak vanuit de omgeving, vergunningsinspanningen, inspanningen om draagvlak te genereren en ontwerp-/bouwkundige inspanningen (engineering). Daarnaast is expliciet gekeken naar de kapitaal- en operationele kosten. Naar gelang het toegekend belang werd in de toegepaste CBA-methode een gewicht toegekend. De kapitaal- en operationele kosten werden financieel uitgedrukt. Dit leidt tot een rangorde van de vier varianten, waaruit blijkt dat koeling met zoet water uit het Noordhollandsch Kanaal het beste scoort,
Dit kan met een natte luchtkoeling en met een hybride luchtkoeling. Beide opties binnen deze variant zijn beoordeeld.
Tabel 1 Resultaten vergelijking secundaire koelsysteemvarianten volgens CBA-methode. Rangorde
Variant
Punten
Kapitaal en operationele kosten
1
Noordhollandsch Kanaal
375
€ 17.500.000
2
Zeewaterkoeling
240
€ 28.500.000
3
Luchtkoeling (nat)
180
€ 29.000.000
4
Luchtkoeling (hybride)
160
€ 50.300.000
l
l
l
l
l
respectievelijk gevolgd door de variant met zeewaterkoeling, luchtkoeling (nat) en luchtkoeling (hybride). De CBAmethode leidt tot de volgende rangorde (zie Tabel 1) van de vier varianten, waaruit blijkt dat koeling met zoet water uit het Noordhollandsch Kanaal het beste scoort. De leidingen die benodigd zijn voor de aanvoer van het water vanuit het Noordhollandsch Kanaal naar de PALLASlocatie en de lozingsleiding vanaf daar naar de Noordzee worden gerealiseerd door middel van boring. Er vindt dus geen open ontgraving plaats. Uitgezonderd is de aansluiting op het filterstation in het agrarisch gebied, waar het technisch gezien niet anders kan dan een plaatselijke open ontgraving te laten plaatsvinden. Het voordeel van boren is dat diverse belangen, onder andere van de landeigenaren en van de natuur in de duinen, niet aangetast worden. Het tijdelijke werkterrein wordt thans gesitueerd op en nabij het toekomstige PALLAS-terrein op de EHC. Het voordeel is dat hiervoor geen ruimtebeslag met negatief effect op bollenteelt aan de oostzijde van de Westerduinweg (N502) meer plaatsvindt. De PALLAS-reactor wordt ‘half verdiept’ aangelegd. Dit is een optimaal compromis tussen bestuurlijke, milieukundige en technische afwegingen van een reactor op maaiveld en een reactor volledig verdiept.
Uit de natuuronderzoeken is een aantal maatregelen voortgekomen, die de negatieve invloed op natuur kunnen verminderen. Deze maatregelen hebben onder andere betrekking op werken buiten het broed- en foerageerseizoen of met geluidsarme techniek, het tegengaan van visuele verstoring, het beperken van kunstlicht en het voorkomen van ondiepe plassen in het werkgebied en zijn door PALLAS overgenomen in het ontwerp. De reactor en de voorzieningen hebben geen gasaansluiting. Met PV-panelen wordt elektriciteit opgewekt.
2.2.2
Ontwerpkader
Het Ontwerpkader beschrijft het ontwerp van de PALLASreactor op hoofdlijnen. Het Ontwerpkader is in 2021 geactualiseerd ten behoeve van onderhavige plan-MER en is opgenomen als bijlage B bij dit plan-MER. Het Ontwerpkader is gebaseerd op de kenmerken van de locatie op de EHC, randvoorwaarden uit beleid en wetgeving en kennis vanuit de huidige HFR. De hoofdpunten uit het Ontwerpkader zijn: 1 Het PALLAS-project kent een bouwfase, een overgangsfase en een exploitatiefase. 2 De bouwfase is opgedeeld in vijf clusters van bouwactiviteiten, te weten (a) Inrichting van het werkterrein (ook wel Lay Down Area (LDA) genoemd) en nieuwe toegangsweg, (b)
Constructie secundaire koelwatersysteem, (c) Bouwkuip, fundering en constructie reactorgebouw, (d) Constructie gebouwen, installatie en infrastructuur en (e) Afronding LDA en inrichting terrein. 3 In de overgangsfase zijn er twee reactoren in bedrijf op de EHC: de nieuwe PALLAS-reactor en de bestaande HFR. 4 In de exploitatiefase is de PALLAS-reactor in bedrijf en is de HFR uitgefaseerd. De belangrijkste ontwerpkeuzen die gemaakt zijn sinds de opstelling van het plan-MER 2017 zijn beschreven in de voorgaande paragraaf 2.2.1. Hieronder staan enkele nadere specificaties: l Het reactorgebouw wordt voor een deel onder het maaiveld gebouwd, om daarmee niet boven de maximaal toegestane hoogte, uit het huidige bestemmingsplan PALLASreactor, van 24 meter boven het maaiveld bij voltooiing van de bouw uit te komen. Voor de afmetingen van het reactorgebouw wordt uitgegaan van 42,5 meter (lengte) bij 62,5 meter (breedte) en een maximale hoogte van 20,5 meter (hoogte, boven maaiveld). Het reactorgebouw krijgt een diepte van 17 meter onder bestaand maaiveld. l Voor het secundaire koelwatersysteem worden er twee innameconstructies bij het Noordhollandsch Kanaal gerealiseerd en wordt er een nieuw uitlaatpunt in de Noordzee gerealiseerd. De koelleidingen worden niet gegraven, maar geboord door middel van de HDD (Horizontal Directional Drilling) techniek.
Het intredepunt van de boor is op de PALLAS-site. Het uittredepunt van de boor is op circa 300 meter vóór het filterstation, vanwege de benodigde uitleglengte en de bocht in dit stukje tracé. Het laatste deel van de leidingen vanaf het uittredepunt naar het filterstation wordt in open ontgraving gelegd. Figuur 3 geeft het tracé van de koelwaterleiding ten behoeve van de PALLASreactor weer. l Voor het tijdelijk werkterrein (LDA) op de EHC wordt in verband met de beveiliging en veiligheid een toegangsweg aangelegd van de Westerduinweg (N502) naar de PALLAS-site. Hiervoor wordt het deel van de Zijperzeedijk aan de zijde van het EHC vergraven. Het deel van het hoogteverschil aan de zijde van de Westerduinweg dat dan nog resteert, wordt met een grondkerende constructie opgevangen. Bouwfase In de bouwfase wordt het PALLAS plot met het nucleaire eiland, bijbehorende gebouwen, constructies, systemen en infrastructurele aanpassingen gerealiseerd. De bouwfase duurt in totaal ongeveer zes jaar. Gedurende de bouwfase gaat het
23
Figuur 3 Tracé van de koelwaterleiding ten behoeve van de PALLAS-reactor. Aan het oostelijke uiteinde bevindt zich het onttrekkingspunt in het Noordhollandsch Kanaal, aan het westelijke uiteinde (ca. 650 m uit de Rijksstrandpalenlijn) het lozingspunt in de Noordzee.
in hoofdlijnen om de volgende clusters van bouwactiviteiten: 1 Inrichting LDA en toegangsweg 2 Constructie secundaire koelwatersysteem 3 Bouwkuip, fundering en constructie reactorgebouw 4 Constructie gebouwen, installatie en infrastructuur 5 Afronding LDA en inrichting terrein Het bouwpersoneel arriveert in busjes op het PALLAS-terrein. Al het (zwaar) bouwverkeer maakt gebruik van de zuidelijke route over de N9 en de afslag bij Burgervlotbrug. De vijf bouwclusters zijn in 27 bouwactiviteiten verdeeld in Figuur 5. Overgangsfase Zodra de PALLAS-reactor gereed is voor exploitatie, bouwt de HFR haar activiteiten af. Omdat nog niet zeker is op welk moment de HFR wordt uitgefaseerd, gaat het plan-MER bij het beschrijven van de milieueffecten uit van een overgangsfase van 2026 tot 2030. In 2028 en 2029 zijn beide reactoren in gebruik. De overgangsfase wordt in voorliggende rapport niet nader beschreven, aangezien deze fase niet tot unieke ontwerpkeuzes leidt.
eiland, waarop de ondersteunende faciliteiten zijn gelegen. Het gehele PALLAS-terrein wordt een beperkte toegangszone. Op de EHC komt een aparte receptie waar toegang tot het PALLAS-terrein wordt verkregen. Op het PALLAS-terrein bevindt het nucleair eiland zich binnen een streng beveiligde zone. Deze zone start bij het supportgebouw, dat toegang verschaft tot het reactorgebouw en het logistiekgebouw. In Figuur 6 is de inrichting van het PALLAS-terrein weergegeven met het nucleair eiland, de parkeerplaats en de overige gebouwen: het ondergrondse pompstation voor het secundaire koelwatersysteem (‘SCS building’) met watertoren (‘surge tower’) en bijbehorende infrastructuur, het kantoorgebouw en het supportgebouw. Het kantoorgebouw biedt plaats aan circa 120 werkplekken en is open voor medewerkers en bezoekers. Het supportgebouw is gelegen naast de surge tower. Dit gebouw accommodeert circa zestig werkplekken en is integraal onderdeel van het beveiligingsonderdeel van het reactorgebouw. Het reactorgebouw en het L-vormige logistiekgebouw biedt plaats aan circa veertig werkplekken. De primaire processen van het bestralen en verwerken van radio-isotopen vindt plaats in het reactorgebouw.
Exploitatiefase Het PALLAS-terrein kan grofweg worden opgedeeld in twee delen: het nucleair eiland en het terrein rondom het nucleair
Bouwfase PALLAS-reactor 2020 t/m 2026
Overgangsfase 2026 t/m 2030
Productie PALLAS-reactor 2030 ...
Productie HFR 2020 t/m 2030
Overgangsfase 2026 t/m 2030
Decommissioning & ontmanteling 2030 ...
Figuur 4 Duiding van de overgangsfase van PALLAS-reactor en HFR.
Vergunningsfase PALLAS-reactor 2020 t/m 2024 24 Bouwfase PALLAS-reactor 2020 t/m 2026
Overgangsfase 2026 t/m 2030
Productie PALLAS-reactor 2030 ...
Legenda
Locatie toegangsweg Locatie LDA/PALLAS-terrein Locatie bij NH-kanaal
1
2
Inrichting LDA en toegangsweg
Bouwkuip, fundering en constructie reactorgebouw
Afhekken LDA
Afhekken toegangsweg
Grondverzet tbv LDA
Grondverzet tbv toegangsweg
Plaatsen tijdelijke kantoorruimte
Aanleggen toegangsweg
Maken diepwanden
3
Constructie secundaire koelleiding
Afhekken intredepunt
Ontgraven
Bouw pompput
Aanbrengen grondverbeteraar
Boren koelleiding landzijde
Storten onderwater beton
Trekken koelleiding landzijde
Boren en plaatsen palen
Boren koelleiding zeezijde Trekken koelleiding zeezijde
Bouw filterhuis
4
5
Constructie gebouwen, installatie en infrastructuur
Afronding LDA en inrichten terrein
Bouw reactor & logistiekgebouw
Bouw supportgebouw
Bouw kantoorgebouw
Verwijderen LDA en tijdelijke kantoorruimte
Inrichten terrein
Figuur 5 De bouwactiviteiten van de bouwfase3.
3
De toegangsweg zoals benoemd in het figuur is tijdelijk van aard en kent mogelijk in een later stadium een permanent karakter.
25
De toren (surge tower)
Nucleair eiland
Reactorgebouw
Kantoorgebouw
Parkeerplaats
Pompstation
Supportgebouw
Logistiekgebouw
Nitrogen-Liander gebouw
Figuur 6 Inrichting van het terrein, artist impression vanuit de lucht (bron: ICHOS/PALLAS, bewerking door Arcadis).
2.3 Referentiesituatie In deze paragraaf worden algemene beschrijvingen gegeven van de referentiesituatie, bestaande uit de huidige situatie van de projectlocatie en autonome ontwikkelingen. Referentiebeschrijvingen van afzonderlijke milieuaspecten zijn in de achtergrondrapporten beschreven.
2.3.1
Huidige situatie projectlocatie
De voorgenomen activiteit vindt plaats op de EHC, waarop diverse andere bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. De EHC is een deels bebouwd en verhard bedrijvengebied in het Noord-
Figuur 7 De projectlocatie inclusief aangrenzende gebieden.
26
Hollandse duingebied. Het betreft de voormalige Onderzoekslocatie Petten (OLP) ten westen van de Westerduinweg (N502) ter plaatse van de Zijperzeedijk in Petten, gemeente Schagen. Iets ruimer bekeken ligt aan de oostzijde van de locatie een overwegend landelijk gebied met bollenvelden en aan de westzijde liggen duinen en de Noordzee. De EHC grenst aan de westzijde aan het Natura 2000-gebied ‘Pettemerduinen en Zwanenwater’. Het duingebied ten westen van de locatie van de voorgenomen activiteit is aangewezen als NNN (Natuurnetwerk Nederland). De EHC is
geëxclaveerd van het NNN. De kust wordt van zuid naar noord gevormd door de Hondsbossche en Pettemer Zeewering, een strook jong duinlandschap dat naar het noorden toe steeds breder wordt richting het voormalige eiland Callantsoog. De voorgenomen activiteit vindt niet plaats binnen het Natura 2000-gebied of binnen het NNN.
2.3.2
Autonome ontwikkelingen
Tegelijkertijd met de voorgenomen activiteit en in de nabije toekomst worden enkele andere ontwikkelingen gerealiseerd die op dit moment met zekerheid bekend zijn. Energy & Health Campus Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord zet samen met de EHC bedrijven in op een nieuwe gebiedsontwikkeling van de EHC waarbij innovatie en hoogwaardige werkgelegenheid voorop staan. Het doel is de EHC te laten uitgroeien tot een aantrekkelijke en inspirerende campus op het gebied van duurzame energie en nucleaire geneeskunde. Op de campus wordt een breed scala aan nieuwe faciliteiten gerealiseerd van waaruit campusbedrijven met relevante samenwerkingspartners kunnen werken aan duurzame energiehuishouding en medische isotopen. Tevens is het doel het terrein in de toekomst deels open te stellen voor publiek, zodat de aantrekkingskracht van de locatie vergroot wordt. Er wordt momenteel gewerkt aan een omgevingsplan ter ontwikkeling van de campus. Nuclear Health Centre Een van de nieuwe ontwikkelingen is de realisatie van het Nuclear Health Centre (NHC). het NHC gaat op grote schaal bestraalde grondstoffen (medische isotopen) tot halfproduct (radiochemicaliën) en medicijnen (radiofarmaca) verwerken en verpakken. Met deze producten kunnen miljoenen patiënten in ziekenhuizen worden behandeld. In de medische wereld is een grote behoefte aan productiefaciliteiten die
Figuur 8 Artist impression Nuclear Health Centre.
in opdracht van ziekenhuizen of farmaceutische bedrijven bestraalde materialen kunnen verwerken tot medicijnen. Het NHC wordt gebouwd op de EHC, in de nabijheid van de huidige HFR en de toekomstige PALLAS-reactor. De productiefaciliteit is complementair aan het FIELD-LAB van NRG en andere faciliteiten op de EHC. Dit alles heeft als voordeel dat een geïntegreerde supply chain aanwezig is. Daardoor kan efficiënt worden omgegaan met materialen, is het vervalverlies van bestraalde producten te beperken, wordt radioactief transport beperkt, is het afval beter te managen en wordt de nucleaire kennis en ervaring van de verschillende nucleaire bedrijven op de EHC optimaal benut. De ontwikkeling van de EHC en het NHC zijn afzonderlijk en op zichzelf staand. Deze ontwikkelingen en de ontwikkeling van de PALLAS-reactor zijn complementair en versterken elkaar. Overige autonome ontwikkelingen In de verdere omtrek van de PALLAS-locatie zijn enkele nieuwe recreatieve ontwikkelingen voorzien, waarvan de belangrijkste zijn een strandpaviljoen, ontwikkeling van recreatiepark Corfwater, uitbreiding van Hotel Corfwater en het oprichten van het experience center (ontmoetingscentrum).
2.4 Locatie 2.4.1
Locatiekeuze
Een aantal factoren heeft een belangrijke rol gespeeld bij het besluit van het kabinet (zie paragraaf 2.2.1) om Petten in de gemeente Schagen als locatie aan te wijzen voor de nieuwe reactor. Ten eerste beschikt Nederland als enige land in Europa op de EHC in Petten over een toegesneden, op één plek geconcentreerde en complete infrastructuur voor de productie (bestraling) en verwerking van medische isotopen voor de wereldmarkt, wat kostbaar tijdverlies voorkomt. Ten tweede beschikt Nederland van oudsher over een sterke nucleaire kennisinfrastructuur, die bijdraagt aan het innovatie- en concurrentievermogen op internationaal niveau. Ten derde vormen de activiteiten in Petten op regionaal en lokaal niveau een zeer belangrijke bron van hoogwaardige werkgelegenheid in de kop van Noord-Holland en daarmee economische groei in regio’s waar de werkgelegenheid beperkt is.
2.4.2
Locatiekarakterisering
De effecten die ‘van buiten’ kunnen optreden en een mogelijk risico kunnen vormen voor het PALLAS-project op deze locatie zijn in kaart gebracht. In Tabel 2 staat een beknopt overzicht met belangrijke onderwerpen waarnaar onderzoek is verricht. De uitkomst van de onderzoeken naar deze locatiespecifieke omstandigheden is gebruikt om eisen en acceptatiecriteria voor het ontwerp van de PALLAS-reactor verder op te stellen. De onderwerpen zoals weergegeven in Tabel 2 zijn gerelateerd aan milieuaspecten zoals waterveiligheid (overstroming) of bodem (geotechnische risico’s). Echter, omdat deze effecten niet van invloed zijn op de effecten die het PALLAS-project op de omgeving heeft, zijn deze locatiekarakteriserende onderwerpen niet beschouwd in de effectbeoordeling in hoofdstuk 3 van dit plan-MER. De ANVS neemt ze later wel mee in de beoordeling bij de aanvraag voor een Kew-vergunning voor de oprichting van de PALLAS-reactor.
27
Tabel 2 Overzicht van specifieke onderzoeken. Onderwerp
Omschrijving
Aardbevingen en oppervlakte breuken
De regio van de locatie Petten wordt beschouwd als een stabiel continentale regio en wordt gekenmerkt door een zeer lage seismische activiteit. Het dichtstbijzijnde tektonisch actieve gebied is de ‘Roerdalslenk’ (‘Roer Valley graben’). Dit is een tektonische vallei gelegen op ongeveer 200 km ten zuiden van Petten. De Roerdalslenk komt overeen met de noordwestelijke tak van het actieve Rijnslenksysteem. De seismische activiteit in dit systeem is vooral geconcentreerd langs breuklijnen in NW-ZO richting. Uit de bestaande literatuur blijkt de aanwezigheid van twee NW-ZO-breuklijnen in de buurt van de beoogde PALLAS-locatie. Er is geen geregistreerde aardbeving in verband gebracht met deze breuklijnen. Toch zijn aanvullend uitgebreide veldonderzoeken en probabilistische studies uitgevoerd om dit te verifiëren. Daarbij zijn conservatieve waarden bepaald die zijn gebruikt als eisen aan het ontwerp en ten behoeve van seismische analyses van het ontwerp. Bijna alle in het noorden van Nederland geregistreerde seismische activiteit heeft een geïnduceerde oorsprong, als gevolg van de exploitatie van gasvelden. De geregistreerde seismiciteit in de omgeving van Petten wordt in verband gebracht met de productie van het gasveld Bergermeer. Tegenwoordig wordt dit gasveld echter gebruikt voor gasopslag, waardoor de geïnduceerde seismiciteit aanzienlijk is afgenomen.
Meteorologie
Er is onderzoek gedaan naar de extreme waarden van alle mogelijke meteorologische omstandigheden, waaronder wind (incl. tornado’s), sneeuwval, temperatuur en bliksem. De ontwerpbasisparameters met betrekking tot extreme meteorologische omstandigheden garanderen een hoge mate van bescherming. Voor elke ontwerpbasisgebeurtenis is een frequentie tot 10-4 per jaar gebruikt.
Overstroming
Net als bij andere natuurbedreigingen is het ontwerp voor overstromingen gebaseerd op de gevarenintensiteit die overeenkomt met een terugkeerperiode van ten minste 10.000 jaar (of een overschrijdingskans van 10-4 per jaar). Een seiche, een staande golf in een (gedeeltelijk) ingesloten waterlichaam, wordt niet beschouwd als een relevant gevaar voor de PALLAS-reactor. De kans op het gelijktijdig voorkomen van een seiche met een stormvloed wordt bovendien zeer onwaarschijnlijk geacht. Dit is relevant omdat overstroming enkel kan optreden als gevolg van een stormvloedgolf op de Noordzee waarbij een breuk in de duinen bij het Zwanenwater – behorende tot de primaire kering met duinhoogte van +10 m NAP en +15 m NAP – zich voordoet én plaatselijke duindoorbraken hebben plaatsgevonden. Modelresultaten tonen bovendien aan dat de PALLAS-locatie nog steeds beschermd is tegen overstroming in geval van een aardverschuiving (en daaruit voortkomende tsunami) met een terugkeerperiode van ongeveer 1 op 100.000 jaar.
Geotechnische risico’s
Geologisch en geotechnisch onderzoek toont de aanwezigheid aan van 11 geotechnische bodems in de ondergrond van het terrein. Deze zijn gelijkmatig opgebouwd. Deze bodeminterpretatie is het uitgangspunt voor de verschillende ontwerpberekeningen, waaronder die voor de paalfundering, bouwput, horizontale veerstijfheid, locatie respons analyse (SRA) en liquefactie beoordeling. Tevens wordt er rekening gehouden met autonome bodemdaling. Als gevolg van verschillende processen treedt er enige bodemdaling op. De maximaal verwachte totale bodemdaling op de PALLAS-locatie wordt geschat op 0,32 m per eeuw.
Vliegtuig ongevallen
Er is geen burgerluchtvaartroute over de EHC. Het dichtstbijzijnde actieve vliegveld bij Petten is De Kooy, gelegen bij Den Helder op ongeveer 18 km van de EHC. Het wordt gebruikt voor militaire en kleine (privé) vliegtuigen. Voor het bepalen van de kans dat een civiel of militair vliegtuig per ongeluk neerstort op de PALLAS-locatie zijn alleen de vliegtuigtypes geselecteerd die mogelijk relevante schade aan de installatie kunnen toebrengen. De kans op een vliegtuigcrash op de PALLAS-locatie voor de geschatte situatie in het jaar 2050 is bepaald op circa 6.10-9 per jaar.
Chemische explosies
Brand en/of explosie als gevolg van nabijgelegen off-site activiteiten kan geen significante drukgolf veroorzaken op het PALLAS-terrein. Significante gevolgen van explosies bij pijpleidingongevallen buiten de EHC zijn uitgesloten op grond van de afstand (de dichtstbijzijnde pijpleiding bevindt zich op 4,1 km van het PALLAS-terrein). Het risico van het vrijkomen van chemische stoffen bij off-site industriële activiteiten is verwaarloosbaar: de 10-6 risicocontouren van alle industriële installaties buiten de EHC bereiken het PALLAS-terrein niet. Wanneer gevaarlijke stoffen zouden vrijkomen op de EHC veroorzaken deze geen verstikking op de PALLAS-locatie. Echter kunnen toxische effecten niet worden uitgesloten. Daarbij dient te worden opgemerkt dat de contour voor toxische effecten het gevolg is van de maximaal mogelijke uitstoot, zonder rekening te houden met de waarschijnlijkheid.
Schietterrein Defensie
Direct naast de EHC in de kustzandduinen, op ongeveer 600 m ten westen van het PALLAS-terrein, wordt door de marine een militaire artillerie testopstelling gebruikt voor maximaal 20 dagen per jaar. De schietrichting is zeewaarts en weggericht van de EHC. Er worden geen geleide projectielen gebruikt die kunnen afwijken van hun beoogde traject. De granaten worden naar de testlocatie getransporteerd via de wegen op de EHC, ongeveer 150 m van de PALLAS-locatie. Een directe treffer op de PALLAS-installatie door een granaat kan worden verwaarloosd op basis van de indeling van het gebied tussen de artillerieopstelling en de PALLAS-locatie, de afstand en de manier waarop de tests worden uitgevoerd. Het effect van druk(schok)golven als gevolg van ongeplande vroege explosies van een granaat op de testlocatie kan worden verwaarloosd. Een granaatscherf zou de PALLAS-locatie kunnen raken, maar gezien de afstand is de impact verwaarloosbaar.
Verspreiding van nucleair materiaal en blootstelling aan publiek
Een onderzoek heeft plaatsgevonden naar de omstandigheden die een rol spelen in de verspreiding en mogelijke inname van radioactief materiaal. Te denken valt aan meteorologische omstandigheden, verspreiding via grond- en oppervlaktewater, gebruik van land en water in de regio en samenstelling van de lokale en regionale bevolking. Waar niet aanwezig zijn modellen ontwikkeld waarmee een eventuele verspreiding kan worden berekend. Deze modellen zijn gebruikt als richtlijnen voor de beoordeling van de verspreiding van reguliere en accidentele emissies van radioactieve stoffen. De basisbeoordeling van omgevingsradioactiviteit stelt geen onverwachte afwijkingen vast en is op het niveau van natuurlijke achtergrondstraling. Tenslotte blijkt dat de tritiumvervuiling in het grondwater niet verspreidt naar de PALLAS-locatie.
28
Deze pagina is met opzet leeg gelaten
29
3
Effectbeoordeling Dit hoofdstuk beschrijft de effecten van het voornemen op de omgeving. In paragraaf 3.1 wordt eerst ingegaan op het beoordelingskader voor de milieueffecten en de scoringsmethodiek. In paragraaf 3.2 worden de milieueffecten van de PALLAS-reactor samengevat. Daarna komen in paragraaf 3.4 de sociale aspecten, communicatie, veiligheid en milieuzorg aan bod. Tot slot komen in paragraaf 3.3 aan de orde de effecten die optreden in combinatie met de HFR (de overgangsfase) en de effecten die optreden als de HFR eerder sluit dan dat de PALLAS-reactor begint met de isotopenproductie (dit gebeurt in de vorm van een gevoeligheidsanalyse op de reeds uitgevoerde beoordelingen voor de relevante criteria).
3.1 Methodiek milieueffectbeoordeling 3.1.1
Beoordelingskader
Ten behoeve van dit plan-MER zijn 15 achtergrondrapporten opgesteld (zie bijlage C). Deze achtergrondrapporten zijn gebaseerd op de huidige ontwerpinformatie weergegeven in het Ontwerpkader (zie bijlage B), nieuwe inzichten en de actuele regelgeving voor alle thema’s. De uitgebreide verhandelingen per aspect over de uitgangspunten, het beoordelingskader, methodiek, referentie, mitigerende maatregelen en leemten in kennis zijn ook gedetailleerd terug te vinden in de achtergrondrapporten. De milieueffecten worden in dit plan-MER op een concreter detailniveau onderzocht dan in het eerdere plan-MER van 2017. Dit vanwege de inmiddels gemaakte ontwerpkeuzes voor de PALLAS-reactor. Het detailniveau van het plan-MER wordt als voldoende beschouwd voor de huidige besluitvormingsprocedures. Ondanks de kwalitatieve beoordeling van
de effecten, zijn de effecten zelf zoveel mogelijk kwantitatief bepaald. Daar waar dat niet mogelijk of niet zinvol is geacht zijn de effecten kwalitatief, op basis van expert judgement, bepaald.
3.1.2
Scoringsmethodiek
De beoordeling is vanuit de achtergrondrapporten vertaald naar een kwalitatieve beoordelingsschaal. Per aspect is een beoordelingstabel opgesteld waarin de mogelijke milieueffecten worden samengevat. Per beoordelingscriterium is vervolgens aangegeven of er sprake is van een positief effect, van een negatief effect of dat er geen effecten te verwachten zijn. Hierbij is een vijfpuntschaal gehanteerd. In de onderstaande tabel is deze scoretoekenning schematisch weergegeven. De referentiesituatie krijgt daarbij altijd de score neutraal (0).
Tabel 3 Scoretoekenning beoordeling. Score
Betekenis
Toelichting
++
Zeer positief effect
Een sterke verbetering van de milieueffecten ten opzichte van de referentiesituatie.
+
Positief effect
Een beperkte verbetering van de milieueffecten ten opzichte van de referentiesituatie.
0
Geen effecten
Geen of zeer beperkte verandering in milieueffecten ten opzichte van de referentiesituatie.
-
Negatief effect
Een beperkte verslechtering van de milieueffecten ten opzichte van de referentiesituatie.
--
Zeer negatief effect
Een verslechtering van de milieueffecten ten opzichte van de referentiesituatie.
3.2 Milieueffecten bouw- en exploitatiefase De belangrijkste punten uit de achtergrondrapporten en hun effectbeoordelingen voor de bouw- en exploitatiefase zijn weergeven in Tabel 4. Er is voor alle criteria aangegeven welke milieueffecten ze hebben en welke score is toegekend conform Tabel 3. Indien een fase niet relevant is voor een
bepaald criterium dan staat er ‘n.v.t.’. Criteria worden neutraal beoordeeld indien binnen de aspectspecifieke normen wordt gebleven. De overgangsfase wordt afzonderlijk in paragraaf 3.4 besproken.
31
Tabel 4 Effectbeoordeling plan-MER aspecten in bouw- en exploitatiefase (overgangsfase staat in Tabel 5). Beoordelingscriterium
Score Toelichting bouwfase
Score Toelichting exploitatiefase
Archeologie Aantasting gebieden met archeologische verwachtingswaarde Inrichting LDA en toegangsweg
Constructie secundaire koeling
Bouwkuip, fundering en constructie reactorgebouw
Constructie gebouwen, installatie en infrastructuur
n.v.t.
-
Voor de inrichting LDA en toegangsweg is er een kans op het aantreffen van resten behorend tot de Napoleontische veldslag in de historische grond die samenhangt met de dijk.
n.v.t.
-
De constructie voor de secundaire koeling doorsnijdt de archeologische verwachtingsvolle laag die zich bevindt tussen de –6,70 en –8,60 m NAP, dit geldt ook voor de bouwput van het pompgebouw.
n.v.t.
--
De bouwput van de reactor verstoort een significant deel van een zone waarvan de verwachting op het aantreffen van een archeologische vindplaats hoog is.
-
Ter hoogte van de constructie gebouwen, instal- n.v.t. latie en infrastructuur is de diepte van de ingreep zodanig dat archeologisch relevante lagen wel worden aangetast door de heipalen.
Aantasting gebieden met archeologische waarde Inrichting LDA en toegangsweg
-
Vanwege de aanwezigheid van de historische dijk n.v.t. en het deels afgraven ervan door de inrichting van de LDA en tijdelijke toegangsweg is er sprake van aantasting van bekende archeologische waarden.
Constructie secundaire koeling
0
De constructie van de secundaire koeling tast geen gebied aan met een bekende archeologische waarde.
n.v.t.
Bouwkuip, fundering en constructie reactorgebouw
-
De bouw van de reactor verstoort een bekende archeologische waarde.
n.v.t.
Constructie gebouwen, installatie en infrastructuur
0
Er is ter hoogte van de locatie waar de constructie van de gebouwen, de installatie en de infrastructuur zal plaatsvinden geen bekende archeologische waarden vastgesteld.
n.v.t.
Bodem Effecten op bodemkwaliteit Effecten op landgebruik en funderingen van woningen
+ 0
Effecten grondverzet
0
Sanering als gevolg van verontreiniging heeft een n.v.t. positief effect op de bodemkwaliteit Zowel de aanleg van het secundaire koelwatersysteem als de reactor vindt plaats op een manier waarbij deze een verwaarloosbare invloed op nabijgelegen maaiveld hebben.
n.v.t.
Het dagelijks bedrijf op de EHC en omgeving wordt zo min mogelijk beïnvloed. Het terrein wordt na oplevering van het PALLAS-project teruggebracht naar oorspronkelijke staat, dan wel wordt gebruikt als deel van het toekomstige PALLAS-terrein. Er wordt geen bodemmateriaal afgevoerd.
n.v.t.
Geluid Geluidsbelasting op woningen
Geluidbelasting op gevoelige gebieden
32
0
0
Om aan de aanbevolen richtwaarde van de Circulaire Bouwlawaai 2010 te voldoen, legt PALLAS aan de aannemer de eisen op ten aanzien van de geluidsemissie zodat er sprake is van een bronvermogen van maximaal 105 dB(A). Voorschriften uit de passende beoordeling zijn integraal overgenomen in het ontwerp waardoor aantasting van Natura 2000-gebied door geluid is uitgesloten.
0
0
Het aantal verkeersbewegingen heeft geen relevant effect op dichtstbijzijnde woningen. Het verkeer is al snel opgenomen in het heersende verkeersbeeld. De geluidscontour beperkt zich tot de EHC en de directe omgeving. Een toename van geluid in de exploitatiefase binnen de begrenzing voor Natura 2000 is niet aan de orde.
Beoordelingscriterium
Score Toelichting bouwfase
Score Toelichting exploitatiefase
Grondwater Grondwaterstanden en stijghoogten Vegetatie
0
Door de bouw worden geen duinvalleien, laaggelegen natte locaties of de kwelzone ten oosten van het duingebied beïnvloed.
0
De grondwaterstand in de natte duinvalleien wordt niet beïnvloed. De effecten reiken niet tot in het Natura 2000-gebied.
Gebouwen
0
Omdat geen bemaling van de reactorlocatie wordt toegepast, worden ter plaatse van de gebouwen geen effecten verwacht.
0
De effecten op de grondwaterstand en stijghoogte zijn zo gering dat er geen risico op zetting wordt verwacht.
Duinen als onderdeel van de waterkering
0
De effecten op het grondwater van de bouw van de PALLAS-reactor resulteren niet in zettingseffecten op de primaire waterkering.
0
Er treden effecten op de grondwaterstand in de duinlichamen als gevolg van de damwanden langs de LDA en de toegangsweg. Er wordt echter geen zetting verwacht.
0
Omdat geen bemaling voor de bouw van de reactor wordt toegepast, treden geen effecten in het landbouwgebied op. De hoeveelheid beschikbaar zoet water neemt niet af.
0
Omdat er geen grootschalige bemaling zal plaatsvinden, wordt geen beinvloeding verwacht van de aanwezige monobron (bodemenergiesysteem) die zich op circa 500 m ten noorden van de reactorlocatie bevindt. Wanneer er geen bemaling voor de bouw wordt toegepast, worden geen effecten verwacht op het grondwatersysteem voor het drooghouden van gebouwen en leidingen op de EHC.
Landbouw
Grondwateronttrekkingsof infiltratiesysteem
Mobiele verontreiniging
0
Het gebruik van lange damwandplanken langs de LDA en toegangsweg zal in veranderingen van freatische grondwaterstanden en het stromingspatroon van het ondiepe grondwater resulteren. Het is niet de verwachting dat dit de verspreiding van de tritium-verontreiniging zal beïnvloeden.
0
Er treedt geen verandering van de grondwaterstanden in het landbouwgebied ten oosten van de reactor op. De totale hoeveelheid zoet grondwater neemt niet af. Door de aanleg van een drainage en infiltratiesysteem rondom het reactorgebouw treedt er geen effect op voor de beheersonttrekking ter plaatse.
0
0
De tritium verontreiniging ligt buiten het invloedsgebied (het gebied waar de grondwaterstand met 5 cm of meer verandert) van de verhoging en verlaging van de grondwaterstanden rond het reactorgebouw.
Grondwaterkwaliteit Zoutgehalte
0
Verontreiniging
0
De grondwaterkwaliteit (zoutgehalte) wordt niet negatief beïnvloed doordat er gebruik wordt gemaakt van vloeistofdichte folie, en uittredend water wordt opgevangen en afgevoerd.
n.v.t
Maatregelen worden getroffen om nieuwe verontreinigingen tijdens de bouwfase te voorkomen, zoals het gebruik van vloeistofdichte folie op de tanklocaties van materieel.
n.v.t
Landschap, Cultuurhistorie en Ruimtelijke Kwaliteit PALLAS-reactor en secundaire koelsysteem Fysieke aantasting landschappelijke karakteristiek/waarden
n.v.t.
0
Fysieke aantasting historische geografie
n.v.t.
0
De reactor ligt binnen het reeds aangetaste deel van de duinen. Omdat het duingebied een dynamisch systeem is en verstuiving en duinvorming plaatsvinden, zijn de negatieve effecten beperkt en is er niet tot nauwelijks sprake van invloed op de kwaliteit van de landschappelijke karakteristiek als geheel. Er zijn voor het secundaire koelsysteem geen effecten te verwachten op landschappelijke waarden. Op het terrein van de EHC en in de directe omgeving zijn geen bijzondere historisch geografische waarden aanwezig. Bij de aansluiting op het secundaire koelsysteem wordt rekening gehouden met de historische geografie en zijn geen effecten te verwachten op aantasting daarvan.
33
Beoordelingscriterium
Score Toelichting bouwfase
Fysieke aantasting historische (steden) bouwkunde
n.v.t.
Belevingswaarde
n.v.t.
Score Toelichting exploitatiefase
0
0
Gebruikswaarde
n.v.t.
0
Toekomstwaarde
0
n.v.t.
Op het terrein van de EHC en in de directe omgeving en ter plaatse van het secundaire koelsysteem zijn geen bijzondere historisch (steden) bouwkundige waarden aanwezig. Door de architectuur sluiten de gebouwen aan bij de andere gebouwen aan de horizon. De lichte neutrale kleurstelling van de gebouwen zorgt ervoor dat de gebouwen niet domineren. Er is daarmee sprake van een zeer beperkte aantasting van de belevingswaarde vanuit de polder. Het filterstation voor het secundaire koelsysteem heeft geen significant negatief effect op de belevingswaarde. Er zijn geen effecten te verwachten van de PALLAS-reactor op het gebruik c.q. de geschiktheid voor activiteiten in het landschap. Daarnaast leidt het secundaire koelsysteem niet tot beperkingen in het grondgebruik. Er zijn geen effecten te verwachten op de toekomstbestendigheid van het landschap of het adaptieve vermogen.
Licht Directe lichtinval bij de woningen in de directe omgeving van de werkzaamheden Directe lichtinval bij Natura 2000-gebieden in de directe omgeving van het PALLAS-terrein
0
0
Indien aan de voorwaarden uit het achtergrondrapport Licht wordt voldaan, worden er geen effecten verwacht ten aanzien van directe lichtinval bij de woningen. Indien aan de voorwaarden uit het achtergrondrapport Licht wordt voldaan worden er geen effecten verwacht ten aanzien van directe lichtinval bij Natura 2000-gebieden.
0
0
Het effect op lichtinval bij Natura 2000-gebieden is leidend, derhalve wordt in de beoordeling op ‘lichtoverlast naar bewoning’ de grens van 0,1 lux aangehouden. Er is geen sprake van toename. Uit de berekening blijkt dat geen sprake is van een toename binnen de begrenzing van het nabijgelegen Natura 2000-gebied.
Luchtkwaliteit Effecten op NO2concentratie
Effecten op PM10- en PM2,5concentratie
0
0
De jaargemiddelde NO2-concentratietoename in het maatgevende bouwjaar 2021 op zowel de te beoordelen locaties als in het gehele studiegebied ligt ver onder de „Niet In Betekenende Mate" grens van 1,2 µg/m³. De jaargemiddelde PM10- en PM2,5-concentratietoename in het maatgevende bouwjaar 2021 op zowel de te beoordelen locaties als in het gehele studiegebied ligt onder de grens van 0,4 µg/m³.
0
In de exploitatiefase ligt de jaargemiddelde NO2concentratietoename op zowel de te beoordelen locaties als in het gehele studiegebied ver onder de „Niet In Betekenende Mate" grens van 1,2 µg/ m³.
0
De jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10 en PM2,5) ligt ver onder de 0,4 µg/m³.
0
Effecten in de exploitatiefase zijn uitgesloten, zoals beschreven in de passende beoordeling.
Natuur Natura 2000-gebieden NNN
0 0
Beschermde soorten
De effecten op het NNN zijn in beginsel gelijk aan de effecten op het Natura 2000-gebied “Zwanenwater & Pettemerduinen”. In de bouwfase is sprake van een neutraal effect.
-
Vanwege de zeer beperkte effecten na overgenomen voorschriften én dat overtreding van verbodsbepalingen niet zeker is, is sprake van een licht negatieve effectscore. Omdat de effecten zeer gering zijn, staan beschermde soorten de bouw van de PALLAS-reactor niet in de weg.
-
Effecten op Rode Lijstsoorten staan de bouw van de PALLAS-reactor niet in de weg. Effecten treden alleen op in de bouwfase van de koelwatervoorziening bij het Noordhollandsch Kanaal, maar het grootste deel van het Noordhollandsch Kanaal blijft beschikbaar als leefgebied.
Rodelijstsoorten
34
Zoals omschreven in de passende beoordeling is er sprake van een neutraal effect in de bouwfase.
0
0
Effecten in de exploitatiefase zijn uitgesloten.
In de exploitatiefase is er geen sprake van negatieve effecten.
Er is sprake van een licht negatief effect door de visinzuiging in de exploitatiefase.
-
Beoordelingscriterium
Score Toelichting bouwfase
Score Toelichting exploitatiefase
Nucleaire veiligheid Radiologische eisen bij veronderstelde ongevallen: l Effectieve dosis voor
omwonenden l Effectieve
0
schildklierdosis
Kernschadefrequentie
0
De kernschadefrequentie voor interne gebeurtenissen voldoet ruimschoots aan de limiet uit de ANVS Handreiking VOBK.
+
l Individueel risico l Groepsrisico
0
0
Er wordt voldaan aan het criterium voor het groepsrisico. Het groepsrisico is verwaarloosbaar omdat de effectieve doses onder de grenswaarden voor deterministische effecten van de ANVS Handreiking Niveau-3 PSA liggen.
Er hoeft geen rekening gehouden te worden met grensoverschrijdende effecten en grensoverschrijdende beschermingsmaatregelen gezien de afstand tot de landgrenzen.