CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

P240604 GoFlo 3.0

Oordeelsvormende vergadering 4 maart 2025, gemeente SchagenBij agendapunt: Omgevingsvergunning Padelbanen Lagedijkerweg 12 in Schagen12.921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op basis van de ligging van het padelcomplex is de verwachting dat 20% afkomstig zal zijn uit Schagerbrug en 80% uit Schagen. De verwachte routekeuze van het auto- en fietsverkeer is gevisualiseerd (Figuur 13 en Figuur 14).

Pagina 24 van 41

P240604

Padelbanen Lagedijkerweg 12, Schagen Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

Figuur 13 | Verwachte aantal verkeersbewegingen auto, aantallen afgerond op 5-tallen (Bron: BVA Verkeersadviezen)

Figuur 14 | Verwachte aantal verkeersbewegingen fiets, aantallen afgerond op 5-tallen (Bron: BVA Verkeersadviezen)

De genoemde waarden betreffen geen toename ten opzichte van de huidige situatie, omdat de oorspronkelijke industriële functie ook een verkeeraantrekkende werking heeft.

Pagina 25 van 41

P240604

Padelbanen Lagedijkerweg 12, Schagen Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

4.9.3 Verkeersveiligheid De ontwikkellocatie bevindt zich op het noordoostelijke deel van bedrijventerrein Lagedijk. Op dit noordoostelijke deel zijn er vooral grootschalige industrie, zoals transport- en bouwbedrijven gevestigd. Direct ten noorden van de locatie ligt een loswal aan het Noordhollandsch Kanaal, waar binnenvaartschepen worden geladen en gelost. Deze bedrijven resulteren in een aanzienlijke hoeveelheid zwaar verkeer. Desondanks is een sport- en ontspanningsvoorziening niet ongebruikelijk op dit bedrijventerrein. Zo bevindt sportschool Crossfit Schagen zich direct ten westen van de projectlocatie en Spa & Thaise Massage Schagen direct ten zuidwesten van de projectlocatie. Om de verkeersveiligheid in beeld te brengen is er door BVA Verkeersadviezen ook een onderzoek naar de verkeersveiligheid uitgevoerd. Het volledige onderzoek van BVA Verkeersadviezen is als bijlage III opgenomen bij deze GoFlo. In algemene zin geldt dat het niet de voorkeur heeft belangrijke fietsverbindingen via bedrijventerreinen te laten verlopen. Desondanks is fietsverkeer op bedrijventerreinen niet ongebruikelijk. Immers zullen werknemers en bezoekers van bedrijven ook per fiets naar de bestemmingen komen. Dit zal voor een padelcomplex niet anders zijn. Voor het padelcomplex geldt echter wel dat de grootste verkeersdruk zich voor zal doen in de avondperiode en op de weekenddagen.

Juist op die momenten dat de overige voorzieningen op het terrein niet of nauwelijks verkeer aantrekken. De extra gevaarzetting, als hiervan al sprake is, is hierdoor in ieder geval zeer beperkt. Daarnaast geldt dat het fietsverkeer niet alleen op het bedrijventerrein rijdt, maar eerst via andere wegen naar het bedrijventerrein is gereden. Hierbij worden locaties gepasseerd die wellicht als gevolg van het kruisen van wegen met een hogere verkeersintensiteit (bijvoorbeeld de rotonde Scholeksterstraat) een grotere gevaarzetting kennen. Het (eventuele extra) risico op het laatste deel van de route dient derhalve ook om die reden in perspectief te worden geplaatst. Daartoe heeft BVA Verkeersadviezen vijf kruispunten beschouwd die op de hoofdroutes naar het padelcomplex liggen. De beschouwing van deze kruispunten leidt tot de conclusie dat er geen specifiek onveilige locaties zijn aan te merken. Kortom, de herontwikkeling van de bedrijfshal tot een padelcomplex leidt naar verwachting niet tot verkeersveiligheidsproblemen. 4.9.4 Parkeren Gemeente Schagen hanteert voor het aspect parkeren de Nota Parkeernormen Schagen 2016. In deze nota wordt voor de parkeernormen verwezen naar de CROW-publicatie 317: ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ uit 2012, waarbij de gemiddelde waarde van het minimale en maximale kengetal uit de CROW-publicatie wordt gehanteerd.

Padel is echter een vrij nieuwe sport, waarvoor in CROWPublicatie 317 nog geen kengetallen waren opgenomen. In de meest recente, en pas onlangs verschenen CROW-publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers – basis voor parkeernormering’ is dit wel het geval. Echter, in de publicatie wordt benadrukt dat deze cijfers slechts een globale indicatie geven. Door een beperkte hoeveelheid data en de grote variatie in de omstandigheden kan de daadwerkelijke parkeerbehoefte sterk variëren. Daarom wordt maatwerk aangeraden bij het bepalen van de parkeervraag. Daartoe heeft BVA Verkeersadviezen in 2022 een onderzoek uitgevoerd naar de (fiets)parkeerbehoefte van padelhallen. Zij hebben hierbij meerdere padelhallen als referentie genomen. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte in Schagen, is de referentie een padelhal in Zwolle, waar ook min of meer geïsoleerd geparkeerd wordt, en er omkleedruimtes en een kantine aanwezig zijn. Het volledige verkeersonderzoek van BVA Verkeersadviezen is opgenomen als bijlage III bij deze GoFlo. Op de projectlocatie zullen 5 dubbelspelbanen en 2 enkelspelbanen aangelegd worden. BVA heeft als uitgangspunt genomen dat 2 enkelbanen als 1 dubbelbaan fungeren, wat neerkomt op een totaal van 6 dubbelspelbanen. BVA heeft de getallen van de referentielocatie in Zwolle omgerekend naar de projectlocatie in Schagen (Tabel 5).

Tabel 5: (fiets-)Parkeerbehoefte projectlocatie (Bron: BVA Verkeersadviezen)

Pagina 26 van 41

P240604

Padelbanen Lagedijkerweg 12, Schagen Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

Uit Tabel 5 volgt dat er voor het padelcomplex een parkeerbehoefte is van 18 parkeerplaatsen en 18 fietsenstallingplaatsen. Er is ruimte voor minimaal 19 parkeerplekken langs de Langeloop en langs de Lagedijkerweg (Figuur 15). Indien nodig kan er beroep gedaan worden op de twee openbare langsparkeerplaatsen aan de Lagedijkerweg, direct ten zuiden van de projectlocatie.

Figuur 15 | Toekomstige parkeerplekken padelcomplex (Bron: BT adviesbureau)

De gemeente heeft aangegeven dat er vanwege de beperkte ruimte op het perceel en de verkeersveiligheid wordt geadviseerd om eenrichtingsverkeer op het perceel in te stellen. Dit advies is overgenomen (Figuur 15). De verkeersborden C2 en C3 worden geplaatst, alsook haaientanden bij de uitgang richting De Langeloop. Ook wordt daar een B6 bord geplaatst. Daarnaast wordt met bestrating de rijrichting aangegeven. 4.9.5 Conclusie Vanuit verkeerskundige aspecten bestaan er naar verwachting geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. De Lagedijkerweg kan de verandering in verkeersbewegingen opvangen, daarbij zijn de toekomstige verwachte verkeerroutes in kaart gebracht voor zowel fiets- als autoverkeer. Daarnaast leidt de herontwikkeling van de bedrijfshal tot een padelcomplex naar verwachting niet tot verkeersveiligheidsproblemen. Het parkeren zal opgelost worden op eigen terrein door de aanleg van 19 parkeerplaatsen en 18 fietsenstallingplaatsen. Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Pagina 27 van 41

P240604

Padelbanen Lagedijkerweg 12, Schagen Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

4.10 Luchtkwaliteit 4.10.1 Wettelijk kader Om schade aan de volksgezondheid te beperken, moet de kwaliteit van de lucht voldoen aan Europese normen. Om de luchtkwaliteit in Nederland te beschermen geeft het Besluit kwaliteit leefomgeving in hoofdstuk 5 instructieregels om de luchtkwaliteit te beschermen. De gemeente moet voor een aantal activiteiten de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10) in acht nemen, behalve als een activiteit ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan luchtverontreiniging. Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Deze grenswaarde volgt uit artikel 5.53 en 5.54 van het Bkl. Aantonen dat een project of activiteit valt onder NIBM kan op twee manieren: 1. Het project valt binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie (standaardgevallen NIBM, artikel 5.54 Bkl). Dit betreffen onder andere projecten voor kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. 2. Middels kwalitatieve beschrijving of berekening (NIBM-tool) aannemelijk maken dat een project niet in betekenende mate bijdraagt.

In artikel 5.54 Bkl is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; • woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; • kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in artikel 5.54 Bkl kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.10.2 Toetsing De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een indoor padelcomplex. Deze ontwikkeling past niet binnen de lijst met categorieën die vallen onder NIBM zoals in artikel 5.54 Bkl. Daarom is de NIBM-tool ingevuld. De NIBM-tool is ingevuld voor een gemiddelde verkeersgeneratie van een worstcase schatting van 360 extra voertuigbewegingen voor zowel de aanleg als de gebruiksfase (Figuur 16). Voor het jaar van realisatie is 2025 genomen en voor het aandeel van vrachtverkeer is een klein percentage meegenomen, gezien tijdens de inpandige verbouwing aan- en afrijdend verkeer nodig is voor o.a. materieel.

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2023 Jaar van planrealisatie

2025

Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

360

Aandeel vrachtverkeer

2,0%

NO2 in μg/m

3

0,21

PM10 in μg/m

3

0,04

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m 3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig Figuur 16 | Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit (Bron: GCN2023 NIBM-tool)

Pagina 28 van 41

P240604

Padelbanen Lagedijkerweg 12, Schagen Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

4.10.3 Conclusie Het project draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de realisatie van dit project.

4.11 Geur 4.11.1 Wettelijk kader De gemeente moet in het omgevingsplan rekening houden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit volgt uit artikel 5.92 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Rekening houden met geur werkt 2 kanten op: • Bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen; • Bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande geur veroorzakende bedrijven. Conform artikel 5.92 lid 2 van het Bkl moet de geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar zijn. Dit betekent dat het bevoegd gezag moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. Het bevoegd gezag bepaalt zelf welke mate van geurhinder zij aanvaardbaar vindt. 4.11.2 Toetsing De realisatie van het indoor padelcomplex brengt een nieuwe activiteit met zich mee. Volgens de VNG-publicatie geldt er voor het aspect geur voor zowel sporthallen als tennisbanen met verlichting geen richtafstand voor het aspect geur (Tabel 1). De dichtstbijzijnde geurgevoelige functies zijn de woningen aan de Langeloop 17, zo’n 120 meter ten westen van de projectlocatie. 4.11.3 Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.12 Bodem 4.12.1 Wettelijk kader Op basis van paragraaf 5.1.4.5 uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en artikel 22.2 uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) dient in de planvorming rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. Onder bepaalde omstandigheden kan het oprichten van gebouwen en bouwwerken pas plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het doel. Om die reden dient bij veel (nieuw)bouwactiviteiten de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. 4.12.2 Toetsing De projectlocatie is eerder onderzocht; in januari 1999 is op de locatie door Grondslag B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit dat onderzoek is destijds het volgende gebleken: • de projectlocatie is begin jaren ’80 opgehoogd/verhard. De ophoog/ verhardingslaag bestaat uit (plaatselijk) een laag gefreesd asfalt van 5-20 cm en een laag zand met merendeels puin, stenen, natuursteen, beton en al dan niet teerhoudend asfalt. De dikte van de ophoog/ verhardingslaag varieert tussen de 0,5 en 1,2 meter; • het mengmonster van het gefreesde asfalt is geanalyseerd op 'PAK's-in-asfalt'. Getoetst aan het Bouwstoffenbesluit bevat dit mengmonster een te hoog PAK’s-Gehalte voor warm hergebruik.

Het asfalt komt alleen in aanmerking voor koude verwerking (BRAC-en opmengen met cement); • in het mengmonster van de verhardingslaag is een overschrijding van de grenswaarden aan PAK’s en minerale olie aangetroffen. Daarnaast overschreed in dit mengmonster het gehalte cadmium, koper, lood en zink de streefwaarden; • in het andere mengmonster van de verhardingslaag is ook een overschrijding van de grenswaarden aan PAK’s en minerale olie aangetroffen. Daarnaast overschreed in dit mengmonster het gehalte EOX de streefwaarde; • in de mengmonsters van de ondergrond zijn overschrijdingen van de streefwaarden aan PAK’s, minerale olie en lood aangetroffen. De verhogingen aan minerale olie is vermoedelijk het gevolg van een storing door natuurlijke humuszuren; • in het zintuiglijk schone grondwater overschreed de arseenconcentratie de interventiewaarde. Daarnaast zijn er chroom-, nikkel-, en minerale olie-concentraties en de fenolindex licht verhoogd aangetoond. De verhoging aan olie wordt vermoedelijk veroorzaakt door uitloging van de verhardingslaag;

Pagina 29 van 41

P240604

Padelbanen Lagedijkerweg 12, Schagen Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

• de ophoog-/ verhardingslaag wordt niet als bodem beschouwd, omdat meer dan de helft uit bodemvreemde materialen bestaat. Als dit materiaal vrijkomt bij bouwwerkzaamheden dient er rekening mee gehouden te worden dat het niet in aanmerking komt voor hergebruik in het kader van het Bouwstoffenbesluit. Aanbevolen wordt om in dat geval het materiaal te zeven en de deelpartijen nogmaals te onderzoeken; • uit overleg met gemeente Schagen blijkt dat de sterke verhoging aan arseen, tezamen met de overige lichte verhogingen, geen aanleiding vormen tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek en/of sanering. Deze rapportage is al 25 jaar oud, in de tussentijd hebben andere bedrijfsmatige activiteiten plaatsgevonden op het perceel in de vorm van een houtzagerij, houtbewerkings- en houthandelbedrijf. Ten behoeve van de realisatie van de padelbanen in de bedrijfshal zullen er geen grondroerende werkzaamheden uitgevoerd worden. 4.12.3 Conclusie Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.13 Omgevingsveiligheid 4.13.1 Wettelijk kader Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Paragrafen 5.1.2.2 t/m 5.1.2.6 Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Binnen de externe veiligheid worden twee normstellingen gehanteerd; het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Het plaatsgebonden risico (PR) risico gaat over de persoonlijke veiligheid van de individuele burger. Dit is de overlijdenskans voor een persoon die op een bepaalde afstand van een inrichting of een transportroute permanent (onbeschermd) aanwezig is. Het groepsrisico (GR) geeft de kans dat een groep, met een bepaalde grootte, het slachtoffer kan worden van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Er wordt hierbij getoetst aan de risicokaart, die gevaarlijke inrichtingen, transportroutes en leidingen weergeeft. 4.13.2 Toetsing In de nabije omgeving van de projectlocatie zijn geen risicovolle activiteiten en/ of functies aanwezig.

Ongeveer 375 meter ten zuiden van de projectlocatie staat een tankstation (SuperTank) met zowel een brand- als explosieaandachtsgebied en een PR 10-6 contour (Figuur 17). De projectlocatie ligt ruim buiten de risicocontouren en aandachtsgebieden van dit tankstation. Verder ligt er op ongeveer 1,0 km ten noordwesten van de projectlocatie een buisleiding van GasUnie met een brandaandachtsgebied en een PR 10-8 contour. De projectlocatie ligt ook hier ruim buiten de risicocontour en het aandachtsgebied. Verder staat er 850 meter ten noordoosten van de projectlocatie een windturbine, maar de projectlocatie valt buiten de PR 10-6 contour van de windturbine. Verder zijn er binnen of in de nabijheid van de projectlocatie geen bedrijven die gevaarlijke stoffen gebruiken, produceren of opslaan. Daarnaast zijn er geen knelpunten bekend met betrekking tot de werkzaamheden en vervoer/ transport van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. De projectlocatie zelf is een kwetsbare functie, omdat er een groot deel van de dag personen aanwezig zijn.

Pagina 30 van 41

P240604

Padelbanen Lagedijkerweg 12, Schagen Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

Figuur 17 | Uitsnede risicokaart met projectlocatie binnen de rode contour (Bron: Atlasleefomgeving)

Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Er is gekeken naar de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid in het geval van een calamiteit. Met betrekking tot bereikbaarheid is de projectlocatie voor hulpdiensten via de N245 of N248 goed te bereiken. Daarnaast ligt de projectlocatie nabij een groot waterlichaam, waardoor kan worden voorzien in voldoende bluswatercapaciteit. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid houdt in, het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar zonder directe hulp van hulpdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Het projectvoornemen betreft geen nieuwe functie die specifiek gericht is op minder zelfredzame personen. Het projectvoornemen betreft de wijziging van een bedrijfshal naar een padelcomplex. Het uitgangspunt is dat bezoekers/ gebruikers van het padelcomplex zelfredzaam zijn. Bluswatervoorzieningen Als bluswatervoorzieningen kunnen nabije open wateren gebruikt worden. Deze dienen tot op 5 meter afstand door een blusvoertuig benaderd te kunnen worden. Zo’n 140 meter ten oosten van de projectlocatie is het Noordhollandsch Kanaal gelegen. In de bocht van de Lagedijkerweg is reeds een waterwinplaats voor de brandweer ingericht (Figuur 18). Op deze locatie kan bluswater gewonnen worden door de brandweer.

Figuur 18 | Bluswatervoorziening nabij de projectlocatie (Bron: cyclomedia.nl)

Pagina 31 van 41

P240604

Padelbanen Lagedijkerweg 12, Schagen Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

4.13.3 Conclusie In de nabije omgeving van de projectlocatie zijn geen risicovolle inrichtingen, transportroutes of buisleidingen aanwezig, alleen op een grotere afstand. De projectlocatie betreft een (beperkt) kwetsbare functie, daarom zijn de bereikbaarheid, bestrijdbaarheid, zelfredzaamheid en bluswatervoorzieningen beschouwd. Het aspect ‘omgevingsveiligheid’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.14 Natuur 4.14.1 Wettelijk kader De Omgevingswet regelt het belang van natuur als onderdeel van de fysieke leefomgeving. De wet borgt het welzijn van de mens, verbetert de bescherming van natuurkwaliteiten en breidt deze zo nodig uit. In de Omgevingswet worden zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming geregeld. Flora- en Fauna-activiteiten Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Omgevingswet definieert een flora- en fauna-activiteit als ‘activiteiten met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Door deze brede formulering van een flora- en fauna-activiteit is het bij activiteiten in de fysieke leefomgeving nodig om te controleren of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn. Indien een projectlocatie in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000 De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wijst de Natura 2000-gebieden aan. Ook worden de instandhoudingsdoelstellingen vastgelegd in artikel 2.44 van de Omgevingswet.

Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit: in Nederland voor ruim 160 gebieden. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; 4.14.2 Toetsing flora & fauna De ontwikkeling vindt plaats op een bedrijventerrein waar zware industrie is gevestigd.

De verwachting is dat beschermde soorten zich niet op de projectlocatie of in de omgeving vestigen. Daarnaast betreft het projectvoornemen alleen een inpandige verbouwing, waarbij de bedrijfshal wordt gewijzigd naar een padelcomplex. De toekomstige activiteiten zullen alleen inpandig plaatsvinden, daarom zal er ook geen sprake zijn van verstoring door lichthinder voor diersoorten. 4.14.3 Toetsing stikstofdepositie De Natura 2000-gebieden zijn aangewezen voor de bescherming van enkele stikstofgevoelige habitats. Ontwikkelingen dragen mogelijk bij aan een toename van stikstofemissie en daarmee van extra stikstofdepositie op de stikstofgevoelige habitats.

Pagina 32 van 41

P240604

Padelbanen Lagedijkerweg 12, Schagen Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

Het projectgebied ligt op geruime afstand van het Natura 2000-gebied ‘Zwanenwater & Pettemerduinen’ (Figuur 19). Dit Natura 2000-gebied ligt op ca. 5,8 km meter ten westen van de projectlocatie. Vanuit de Omgevingswet (OW) is het noodzakelijk om uit te sluiten dat er door het projectvoornemen sprake is van significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. AERIUS is het voorgeschreven rekeninstrument dat wordt gebruikt om stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats te berekenen.

Figuur 19 | Uitsnede Natura 2000-gebieden met projectlocatie binnen de rode contour (Bron: Atlasleefomgeving)

Bij de AERIUS-berekening zijn de gebruiksfase en aanlegfase in hetzelfde jaar ingevoerd in het kader van een worstcase benadering van de berekening. Aanlegfase De in te voeren parameters voor de aanlegfase zijn bepaald aan de hand van het ingeschatte aantal benodigde vrachtwagens en overig verkeer voor de aan- en afvoer van materiaal en een schatting van het soort mobiele werktuig en haar geschatte draaiuren (Figuur 20).

Figuur 20 | Uitsnede ingevoerde emissies machines aanlegfase

Pagina 33 van 41

P240604

Padelbanen Lagedijkerweg 12, Schagen Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

Voor de aan- en afvoerroute van materiaal en personeel moet rekening gehouden worden met de plaats waar de transportstromen opgaan in het heersende verkeersbeeld. Hiervoor is de N245 ten oosten van de projectlocatie aangehouden (Figuur 21).

Figuur 21 | Uitsnede ingevoerde emissies bouwverkeer aanlegfase

Gebruiksfase In de gebruiksfase is er sprake van emissie door gasverbruik van 2316 m² pand en de verkeeraantrekkende werking van de padelbanen. Volgens gegevens van het CBS stoot een binnensport gemiddeld 4,4 m³ gas uit per m² pand, omgerekend komt dit uit op 5,805 kg NOx uit per jaar (Figuur 22, Figuur 23 en Tabel 6).

Figuur 22 | Gasverbruik voor sportvoorzieningen (bron: CBS.nl) Tabel 6: Emissiefactoren gasverbruik Verbruik

HR-ketel

Cal. Waarde aardgas

Emissie Nox

Emissie NOx totaal

Totaal m³ gas

MJ/m³

g/GJ

Kg/jaar

10190,4

31,65

18

5,805

Pagina 34 van 41

P240604

Padelbanen Lagedijkerweg 12, Schagen Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

Figuur 23 | Ingevoerde emissie gasverbruik

Voor de route van de verkeersstromen is gebruik gemaakt van het verkeersonderzoek, uitgevoerd door BVA Verkeersadviezen. Daarin is ook de verkeersafwikkeling gevisualiseerd (Figuur 13). Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een stikstofdepositie berekening uitgevoerd. De aanlegfase van de padelbanen inclusief 1 jaar gebruik resulteert in een stikstofdepositie van minder dan 0,00 mol/ha/jaar. Er zijn geen vervolgstappen benodigd. 4.14.4 Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.15 Weging van het waterbelang 4.15.1 Wettelijk kader In de waterparagraaf komen de relevante wateraspecten aan bod die van belang zijn in de projectlocatie. De projectlocatie ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer in de projectlocatie. Tevens is het hoogheemraadschap in het kader van het vooroverleg betrokken bij het tot stand komen van ruimtelijke plannen. 4.15.2 Toetsing Ten behoeve van de voorgenomen buitenplanse omgevingsplanactiviteit is de Digitale Watertoets (www.hetwateradvies.nl) doorlopen. Op basis van de ingevoerde gegevens wordt geconcludeerd dat er geen waterschapsbelang is bij deze ruimtelijke activiteit, omdat er geen toename in verharding of uitbreiding in bebouwing plaatsvindt. Verder overleg met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) is niet nodig. De watertoets is opgenomen als bijlage IV bij de GoFlo. 4.15.3 Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.16 Ontplofbare oorlogsresten 4.16.1 Wettelijk kader Als gevolg van de oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog zijn er in ons land ontplofbare oorlogsresten (OO) achtergebleven. Om diverse redenen (bijvoorbeeld veiligheid en gebiedsontwikkeling) kan de noodzaak ontstaan om deze OO op te sporen en te ruimen. Voor ontplofbare oorlogsresten zijn geen rijksregels opgenomen in de Omgevingswet. De Omgevingswet biedt decentrale overheden de mogelijkheid om zelf decentrale regels op te stellen voor de fysieke leefomgeving. 4.16.2 Toetsing In Nederland kunnen explosieven in de grond zitten die nog niet ontploft zijn, bijvoorbeeld granaten of vliegtuigbommen uit de Tweede Wereldoorlog. Ook kunnen er door schietoefeningen explosieven

Pagina 35 van 41

P240604

Padelbanen Lagedijkerweg 12, Schagen Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

op de grond zijn beland. Gemeente Schagen heeft geen beleidskaart OO, daarom is de ruimingskaart van BeoBOM geraadpleegd (Figuur 24).

Figuur 24 | Ruimingskaart met projectlocatie binnen de rode contour (Bron: BeoBOM)

Ter plaatse van de projectlocatie zijn geen ruimingen bekend, slechts een ruiming ter hoogte van Zijperweg 12C, zo’n 170 meter ten zuiden van de projectlocatie. 4.16.3 Conclusie Het aspect ontplofbare oorlogsresten staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg, omdat de bodem niet geroerd zal worden. De initiatiefnemer dient wel ten alle tijden de algemene zorgplicht in acht te nemen.

4.17 Trillingen 4.17.1 Wettelijk kader Het onderdeel trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trilling gevoelige ruimte van een trilling gevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 van de Bruidsschat en artikel 5.87 Bkl. 4.17.2 Toetsing Er zijn in de omgeving van de projectlocatie geen bronnen aanwezig die mogelijk trillinghinder kunnen veroorzaken, zoals spoorlijnen. Er zal slechts een inpandige verbouwing plaatsvinden, de fundering wordt niet gewijzigd. Er wordt verondersteld dat trillingen op deze locatie geen problemen opleveren. 4.17.3 Conclusie Het aspect 'trillingen' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Pagina 36 van 41

P240604

Padelbanen Lagedijkerweg 12, Schagen Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

5.1

Economische uitvoerbaarheid

5.1.1 Financieel economische haalbaarheid In deze GoFlo is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Op basis hiervan kan aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegekende functies om financiële redenen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. 5.1.2 Kostenverhaal Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van één of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat om zogenaamde kostenverhaalsplichtige activiteiten zoals genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. Dit betekent dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan, tenzij middels onder andere een anterieure overeenkomst de kosten die het vanwege artikel 8.15 Omgevingsbesluit maakt, anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8.14 Omgevingsbesluit. De plankosten worden gedragen door de initiatiefnemer. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van nadeelcompensatie. Hiervoor zal een overeenkomst opgesteld worden tussen de gemeente en de initiatiefnemer.

Het kostenverhaal is hiermee gedekt.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De procedure voor vaststelling van omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is geregeld in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) geldt meestal de reguliere procedure. De beslistermijn voor de reguliere procedure is maximaal 8 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken. Daarna is er bezwaar en beroep mogelijk. In sommige gevallen geldt voor de BOPA de uitgebreide procedure: • als dit is aangewezen in de Omgevingswet en/of het Omgevingsbesluit; • op verzoek van de aanvrager; • als het bevoegd gezag deze van toepassing verklaart. Het bevoegd gezag kan de uitgebreide procedure van toepassing verklaren op de BOPA (artikel 16.65, lid 4, Omgevingswet). In de uitgebreide procedure beslist het bevoegd gezag binnen 6 maanden na een aanvraag. In dit geval zal de reguliere procedure aangehouden worden. De Omgevingswet geeft de mogelijkheid om een raadsbesluit te nemen over het bindend adviesrecht bij een aanvraag voor een BOPA. Wanneer de gemeenteraad gebruik maakt van deze bevoegdheid, worden aangewezen aanvragen voor BOPA’s door het college van Burgemeester & wethouders ter advisering aan de gemeenteraad voorgelegd. De raad geeft in dat geval een gemotiveerd advies over het wel of niet verlenen van die omgevingsvergunningaanvraag.

Dit advies moet het college van B&W dan opvolgen. Dit plan staat op de lijst van adviesrecht. Dit betekent dat het plan voorgelegd zal worden aan de Raad bij de vergunningsaanvraag. 5.2.1 Participatie Gemeente Schagen heeft in april 2024 de ‘Participatiehandleiding Omgevingswet: Betrek uw omgeving’ gepubliceerd. Bij een BOPA gaat het vaak om grotere plannen of ontwikkelingen, daarom

Pagina 37 van 41

P240604

Padelbanen Lagedijkerweg 12, Schagen Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

kan er in sommige gevallen sprake zijn van een adviesrecht van de gemeenteraad en verplichte participatie. In deze handleiding is een lijst opgenomen met gevallen van verplichte participatie. In dit geval is sprake van verplichte participatie. Initiatiefnemer heeft de participatie in gang gezet aan de hand van een model dat is aangeleverd door de gemeente. Dit verslag zal op een later moment worden aangeleverd. 5.2.2 Bezwaar De omgevingsvergunning wordt aangevraagd en gepubliceerd in een zelf uitgegeven elektronische publicatie zoals het gemeenteblad, waarna binnen maximaal 8 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken een besluit genomen moet worden. Na deze beslistermijn is bezwaar en beroep mogelijk.

Pagina 38 van 41

P240604

Padelbanen Lagedijkerweg 12, Schagen Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

6.1

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

6.2

Conclusie

Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet het omgevingsplan voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de beleidskaders en instructieregels. In hoofdstukken 3 en 4 is aangegeven dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).

De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het wijzigen van een bestaande bedrijfshal naar een padelcomplex met 7 padelbanen. Het complex zal bestaan uit 5 dubbelspelbanen, 2 enkelspelbanen, een kantine en omkleedruimtes. De impact van de beoogde ontwikkeling op omgevingsaspecten is beperkt van aard en er treden geen nadelige gevolgen voor het milieu op. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Pagina 39 van 41

Bijlage I

– Tekeningen

Bijlage II

– Akoestisch onderzoek

Bijlage III

– Onderzoek verkeersveiligheid

Bijlage IV

– Watertoets

P240604

Padelbanen Lagedijkerweg 12, Schagen Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

Harmenkaag 11 1741 LA SCHAGEN 0224 – 299346 info@prommenz.nl www.prommenz.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15134472/1