Getekend RB Vaststellen bestemmingsplan Middenweg 9 tm 15a Dirkshorn
Tekst van het document
Welstcindsbeleid
De gemeente Schagen hanteert voor haar welstandsbeleid de 'Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit'. De planlocatie is gelegen in het buitengebied en hiervoor hanteert de gemeente een soepel welstandsniveau. De beoordeling is voornamelijk gericht op het behoud van de landschappelijke waarde, een zorgvuldige inpassing van bebouwing, rekening houdend met de zichtbaarheid over een grotere afstand. De bouw van de woningen is getoetst aan het welstandsbeleid en het beeldkwaliteitsplan (bijlage 3) en is akkoord bevonden. Er is een omgevingsvergunning verleend en deze is inmiddels onherroepelijk. Er hoeft geen aangepast beeldkwaliteitsplan te worden opgesteld. De vergunning is immers verleend. Voor de goede orde is het oude beeldkwaliteitsplan opgenomen.
14
5.
Omgevingsaspecten
5.1
Algemeen
Bij de ontwikkeling van het plan aan de Middenweg wordt het aantal woningen op het perceel teruggebracht van 5 naar 4 woningen. Op de planlocatie is al een woonbestemming aanwezig en dit is geregeld in het bestemmingsplan "Middenweg 15 en 15A Dirkshorn". In het vigerend bestemmingsplan zijn de milieuaspecten voor dit perceel al afgewogen, maar hieronder wordt kort een motivering gegeven.
5.2
Natuur
In het vigerende bestemmingsplan is aangegeven dat voor de ontwikkeling van drie woningen in het kader van het milieuaspect natuur geen nadere toetsing nodig is voor de gebieds- en soortenbescherming. Hiervoor is een verkennend onderzoek natuur op 13 december 2019 aangeleverd (zie bijlage 4). Inmiddels is de bebouwing op de planlocatie gesloopt en worden de nieuwe woningen gebouwd. Rond de locatie zijn bomen en struiken aangeplant. Er is een uitrit met toegangsweg aan de oostzijde van de planlocatie aangelegd en de uitrit aan de westzijde is verplaatst. Rond het perceel zijn sloten gegraven of geprofileerd. Door het samenvoegen van twee woningen zal er geen wijziging optreden in de eindconclusie van het vigerende bestemmingsplan. De bebouwde oppervlakte wordt niet vergroot, zodat de natuurwaarden zijn gewaarborgd. Conclusie: Het milieuaspect natuur staat de ontwikkeling van het plan niet in de weg.
5.3
Bodem
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening is een onderzoek noodzakelijk naar de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. Dit is de reden dat door Vlam Bodemadvies op 30 september 2019 (bijlage 5) een verkennend bodemonderzoek is aangeleverd. In het vigerende bestemmingsplan is aangegeven dat met betrekking tot het milieuaspect bodem er geen belemmeringen aanwezig zijn voor de bestemmingswijziging naar wonen en de bouw van woningen. Door de ontwikkeling van het huidige plan waarbij twee woningen worden samengevoegd, zal aan deze eindconclusie niets veranderen. Daarnaast is er geen sprake van het afvoeren van grond van de locatie, want er wordt gewerkt met een gesloten grondbalans. Conclusie: Het onderdeel bodem staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
5.4
Geluid
De mate waarin het geluid, veroorzaakt door het wegverkeer, door spoorwegverkeer en/of inrichtingen (industrielawaai) het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet 15
Geluidhinder. Voor wegverkeer stelt de wet dat in principe de geluidsbelasting op geluidsgevoelige functies de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet mag overschrijden. Voor spoorwegverkeer mag de voorkeursgrenswaarde van 55 dB niet worden overschreden. Witteman Geluidbeheersing heeft op 20 januari 2020 een rapportage uitgebracht over de geluidsbelasting van het wegverkeer op de nieuw te bouwen woningen nabij Middenweg 9 t/m 15a (zie bijlage 6). In dit onderzoek is uitgegaan van een afstand van de woningen tot aan de Middenweg van 10 tot 15 meter. Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van Lden 48 dB op drie woningen met respectievelijk 3 (afstand 15 meter) tot 4 dB (afstand 10 meter) wordt overschreden en is door de gemeente een Besluit Hogere Waarden vastgesteld. In het nieuw ontwikkelen plan wordt de afstand van de woningen tot aan de Middenweg vergroot tot respectievelijk 30 en 40 meter. Dit betekent dat de geluidbelasting als gevolg van het verkeerslawaai van de Middenweg op de gevels van de woningen afneemt. Door een vergroting van de afstand zal de voorkeursgrenswaarde van Lden 48 dB niet worden overschreden. Bij toepassing van de moderne bouwvoorschriften en normen op bouwfysisch gebied kan een gevelwering van 22 dB worden bereikt en de verwachting is dat dit ruim voldoende moet zijn om aan de binnenwaarde van Lden 33 dB te voldoen.
Conclusie: Het onderdeel geluid staat de uitvoering van het plan niet in de weg. Bij de bouw van de woningen is rekening gehouden met een geluidwering van minimaal GA,k 22 dB.
5.5
Luchtkwaliteit
Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5 van de Wet Milieubeheer (Wm). De Wm bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide- en oxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. Op grond van artikel 5.16 kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) onder andere uitoefenen als de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de verontreiniging van de buitenlucht. 5.5.1
Besluit niet in betekenende mate (NIBM)
In dit besluit is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit kan onder meer het geval zijn wanneer een plan een bijdrage aan de luchtkwaliteit heeft van minder dan 30Zo van de jaargemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide (N02) en zwevende deeltjes (PM10). Het 30Zo criterium geldt sinds de vaststelling op 1 augustus 2009 van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Daarnaast bevat de Regeling NIBM een lijst met categorieën van gevallen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Daartoe behoren een aantal met name genoemde inrichtingen en kantoor- en woningbouwlocaties. Vanaf augustus 2009 geldt voor woningbouw een grens van minder of gelijk aan 1500 (netto) woningen bij minimaal één ontsluitingsweg. 16
De bijdrage aan de luchtkwaliteit wordt voornamelijk bepaald door het realiseren van nieuwe woningen en de bijbehorende verkeersbewegingen. Bij de ontwikkeling van het plan zal het aantal woningen op de planlocatie afnemen en ook de bijbehorende verkeersbewegingen. Uit de NIMB-tool blijkt dat het aantal woningen in dit bestemmingsplan ver beneden de gestelde norm van 1500 blijft. Dit betekent dat een toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege kan blijven. Conclusie: Het onderdeel luchtkwaliteit staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
5.6
Water
5.6.1
Europese Kaderrichtlijn Water
Sinds december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. De richtlijn wil het duurzaam gebruik van water bevorderen en de gevolgen van overstroming en droogte beperken. Daarnaast wil de richtlijn de aan watergebonden natuur beschermen en verbeteren met als uitgangspunt een goede ecologische toestand van het water. 5.6.2
Watervisie 2021
Provinciale Staten hebben in november 2015 de Watervisje 2021 vastgesteld. De visie beschrijft de kaders voor waterbeheer in Noord-Holland. Binnen deze kaders gaan waterschappen en gemeenten maatregelen treffen om ons te beschermen tegen wateroverlast en om de waterkwaliteit te verbeteren. 5.6.3
Waterprogramma
In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) verbindt Hoogheemraadschap Noorderkwartier (HHNK) de bouwstenen met de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap. Ze brengen een prioritering aan en geven aan hoe ze in de bouwstenen willen participeren. De benodigde samenwerking werken we uit en leggen we vast in afspraken. 5.6.4
Water in het plan/Watertoets
Naast het Waterprogramma beschikt HHNK over een verordening, de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterlopen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de waterlopen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels Via de Digitale Watertoets is aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) gevraagd een reactie te geven op het plan aan de Middenweg 9 t/m 15A in Dirkshorn (bijlage
7). In dit advies staan de maatregelen opgenomen die HHNK adviseert om wateroverlast te voorkomen en het water in de sloten schoon te houden. Op basis van de door de aanvrager ingevoerde gegevens heeft HHNK aangegeven dat er een beperkt waterschapsbelang is.
17
Verharding en compenserende maatregelen In de huidige situatie mogen op het perceel 5 woningen worden gebouwd en dat is al met HHNK afgestemd. In plaats van 5 woningen worden er 4 woningen gebouwd, waarvan één woning is samengevoegd. Dit betekent dat de oppervlakte verharding op het perceel niet wijzigt ten opzichte van de huidige planologische situatie. Daarnaast zijn op het perceel uitritten en een toegangsweg aangelegd en dit zorgt ook voor een verhardingstoename. Er is echter zo'n grote oppervlakte aan bedrijfsbebouwing gesloopt (4.000 m2), dat door de bouw van de woningen en het aanleggen van erfverharding er geen verhardingstoename op het perceel plaatsvindt die groter is dan 800 m2. Dit betekent dat er in principe geen compenserende maatregelen hoeven te worden getroffen. Er zijn rond de planlocatie echter nieuwe sloten gegraven of geprofileerd, zodat er wel compenserende waterberging is gerealiseerd en het perceel meer klimaatadaptief is ingericht. Voor deze werkzaamheden is inmiddels door HHNK een watervergunning verleend (regnr. 21.1002894).
Watervergunning (registratienummer 21.1002894)
Waterkwaliteit Voor het lozen van huishoudelijk afvalwater zal nabij de woning aan de westzijde van het perceel een rioolgemaal worden geplaatst. Van daaruit wordt de drukriolering aangesloten op de drukriolering langs de Middenweg. Het rioolgemaal komt in eigendom van de gemeente en is tevens overdrachtspunt van het huishoudelijk afvalwater. De samengevoegde woning zal onder vrij verval het huishoudelijk afvalwater lozen op het
18
rioolgemaal bij de woning aan de westzijde. Het vrijverval riool blijft in eigendom van de lozers. Binnen het plan is geen sprake van activiteiten die tot gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd en worden geloosd op de waterlopen. Tenslotte wordt wel geadviseerd om het gebruik van uitloogbare materialen, zoals zink, lood en koper zoveel mogelijk te voorkomen.
5.7
Externe veiligheid
Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Het huidige beleid voor inrichtingen (bedrijven) is afkomstig uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het beleid voor transportmodaliteiten staat beschreven in de Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het beleid met betrekking tot buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) gaat over de kans om op een bepaalde plaats te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt doorgaans begrensd door de l0A letaliteitsgrens, ofwel door de afstand waarop nog Ĵ.% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.
De Risicokaart van Nederland (Interprovinciaal Overleg) laat zien dat bij de beoordeling van de verschillende externe veiligheidsaspecten van het plan aan de Middenweg 9 t/m 15A het gaat om de volgende risicobronnen: bedrijven waar handelingen met gevaarlijke stoffen worden uitgevoerd vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg transport van gevaarlijke stoffen door een buisleiding Nagegaan is welke risicobronnen er in de directe omgeving van het plangebied zijn gesitueerd. Conclusie: a. er zijn in de directe omgeving geen bedrijven aanwezig waar handelingen met gevaarlijke stoffen worden uitgevoerd. b. het plangebied is gelegen binnen 200 meter van een weg (N245) waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Als gevolg van het plangebied blijft toename van het groepsrisico beperkt tot minder dan 100Zo van de oriëntatiewaarde. Over de N245 vindt jaarlijks 250 GF3 transporten (propaan/LPG) plaats. Op basis hiervan en in samenhang met de beperkte bevolkingsdichtheid rond de N245, kan 19
worden geconcludeerd dat het groepsrisico nihil is. Daarom kan worden volstaan met een zogenaamde beperkte verantwoording van het groepsrisico. Door de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is advies uitgebracht (bijlage 8). De woningen binnen het plangebied kunnen betrokken raken bij een ramp met een gevaarlijke stof. De toename aan bevolking (als gevolg van de ontwikkeling) heeft geen noemenswaardige invloed op het groepsrisico. Mogelijke scenario's die van invloed zijn op het plangebied bestaan uit een giftige wolk en een BLEVE. De omvang van de giftige wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden. De effecten van een BLEVE zijn hittestraling, overdruk en scherfwerking. Het plangebied bevindt zich op circa 180 meter van de transportroute. Bij het voltrekken van het scenario kunnen ruitbreuk, het ontstaan van brandhaarden en bouwkundige schade optreden. Bereikbaarheid: Voor beide woningen worden eigen toegangswegen/uitritten gerealiseerd. Deze zijn via twee zijden te bereiken via de Middenweg. Bestrijdbaarheid: Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van brandkranen. Aan de oostzijde van het plangebied is open water gelegen die voorziet in een alternatieve bluswatervoorziening. De realisatie van de woningen heeft geen noemenswaardige invloed op de bestrijdbaarheid.
Zelfredzaamheid: Verwacht wordt dat de bewoners van de woningen vergelijkbaar zelfredzaam zijn met de doorsnede van de Nederlandse samenleving. Beide van de eerder benoemde scenario's kunnen leiden tot gewonden en in mindere mate tot dodelijke slachtoffers. Voor het scenario BLEVE is het handelingsperspectief voor personen buiten vluchten (van de risicobron vandaan). Voor het scenario giftige wolk is het handelingsperspectief schuilen met de ramen en deuren gesloten en eventueel aanwezige mechanische ventilatie uitzetten. c. het plangebied is niet gelegen binnen een invloedsgebied van buisleidingen waardoor vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.
5.8
Bedrijven en milieuzonering
Een goede ruimtelijke ordening voorziet onder meer in het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten. De realisatie van de woningen aan de Middenweg 9 t/m 15A kan alleen worden gerealiseerd als er wordt voldaan aan de milieutechnische bepalingen en de omliggende bedrijven niet worden beperkt. De publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is hierbij een belangrijk hulpmiddel. In de publicatie zijn richtlijnen opgenomen ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau, om voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten te voorkomen. De VNG zorgt met deze richtlijnen dat nieuwe woningen (milieugevoelige functies) op een verantwoorde afstand van bedrijven worden gesitueerd. Aan de noordwestzijde van het plangebied is een agrarisch bedrijf gevestigd op Middenweg 17. De VNG-publicatie geeft voor een vergelijkbaar bedrijf een richtafstand van 30 meter ten 20
opzichte van milieugevoelige objecten, gebaseerd op overlast door geluid. De richtafstand voor het milieuaspect geur, stof en gevaar bedraagt 10 meter. Deze afstand geldt ten opzichte van een rustig woongebied of buitengebied. Het gebied rond de Middenweg kan worden beschouwd als buitengebied. De werkelijke afstand tussen de grens van het agrarische bouwvlak waarop het bedrijf aan de Middenweg 17 is gevestigd en de woningen op het perceel Middenweg 9 t/m 15A bedraagt meer dan 65 meter. Er wijzigt niks aan de planologische situatie doordat het aantal woningen wordt teruggebracht van 5 naar 4, zodat de bedrijfsvoering van dit bedrijf niet wordt belemmerd. Voor de particuliere woningen op Middenweg 14 en 16 aan de overzijde van het plangebied blijft de huidige planologische situatie gehandhaafd en treden geen wijzigingen op in het woon- en leefklimaat. Conclusie: Door de ontwikkeling van het plan zal de bedrijfsvoering van het naastgelegen bedrijf op Middenweg 17 en het woon- en leefklimaat van omringende particuliere woningen niet worden belemmerd.
5.9
Milieueffectrapportage (MER)
Een m.e.r.- beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij een voorgenomen activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De Europese Unie heeft in de richtlijn m.e.r. (2011/92/EU) aangegeven bij welke activiteiten er zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen. Deze activiteiten zijn door de Nederlandse regering overgenomen en verwerkt in onderdeel C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.), Voor activiteiten in onderdeel C geldt direct een m.e.r.-plicht. Voor activiteiten in onderdeel D is het niet zeker of er belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Of een bepaalde activiteit in een bepaalde omvang belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben, is afhankelijk van het soort activiteit, de omvang daarvan en het type procedure. In dit geval wordt het aantal woningen op het perceel teruggebracht van 5 naar 4 woningen en dit betekent dat het plan geen belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Conclusie: Door de ontwikkeling van het plan zijn er geen nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten.
5.10 Spuitvrije zone Zowel aan de voor- als achterzijde van de nieuw te bouwen woningen zijn agrarische percelen aanwezig. Beoordeeld moet worden of er voldoende afstand wordt gehouden tot de nieuw te bouwen woningen in verband met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de betreffende percelen. Er dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig te zijn, maar ook de belangen van de agrariër dienen beschermd te worden. Uit jurisprudentie blijkt dat een richtafstand van 50 meter worden aangehouden tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Door de wijziging van 5 naar 4 woningen zal de planologische situatie op het perceel niet wijzigen en er heeft al een afweging plaatsgevonden over de spuitvrije zone en een goed woon- en leefklimaat. 21
Opgemerkt wordt dat rond de gehele planlocatie een groene dubbele windhaag is aangebracht. Deze windhaag dient als vanggewas en op deze manier wordt mogelijke drift richting de woningen nog meer beperkt, zodat een goed woon- een leefklimaat gewaarborgd is. Conclusie: Het onderdeel spuitvrije zone staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
5.11 Duurzaamheid Uiteraard wordt bij de bouw van de woningen rekening gehouden met de landelijke ontwikkeling om het gebruik van aardgas voor woningen uit te faseren. De nieuwe woningen worden voorzien van zeer hoge isolatiewaarden en er wordt een waterstofinstallatie gerealiseerd om de woningen te verwarmen. Daarnaast wordt energie opgewekt door middel van zonnepanelen. Bij de beoordeling van de omgevingsvergunning voor de bouw van de nieuwe woningen kan dit worden getoetst.
5.12 Verkeer en Parkeren Qua functie behoort de Middenweg tot de gebiedsontsluitingswegen. Deze wegen spelen een belangrijke rol voor het doorgaande- en het bestemmingsverkeer. De toegestane snelheid bedraagt hier 60 kilometer per uur en de weg bestaat uit één rijbaan. Ten behoeve van de realisatie van twee woningen aan de Middenweg zijn er aanpassingen uitgevoerd aan de aanwezige infrastructuur, waarbij een uitrit is verplaatst en een nieuwe uitrit met toegangsweg is aangelegd. Daarbij is rekening gehouden met de bomen langs de Middenweg en deze zijn gehandhaafd. Het parkeren van auto's zal op eigen terrein mogelijk worden gemaakt.
5.13 Kabels en leidingen Voor zover bekend bevinden zich binnen het plangebied alleen huisaansluitingen voor gas, water, elektriciteit en datatransport ten behoeve van de aanwezige bebouwing. Er is geen sprake van de aanwezigheid van hoofdtransportleidingen. Bovengronds zijn ervoor zover bekend geen beperkingen. Conclusie: Er zijn geen kabels en leidingen aanwezig die de uitvoering van het plan belemmeren.
5.14 Cultuurhistorie De Schagerwaard ligt in de Kop van Noord-Holland, een gebied dat lange tijd overheerst werd door de zee en bestaat uit getijdenafzettingen. Achter de duinen van de huidige kustlijn werd door de eeuwen heen afwisselend zeeklei en veen afgezet. De bodem van het gebied rondom de Schagerwaard bestaat dan ook hoofdzakelijk uit zeekleiafzettingen en voormalige stroomgeulen, afgewisseld met hoger gelegen kreekruggen. Door de grote invloed van de zee vond rond de 10e eeuw bewoning voornamelijk plaats op de hogere plaatsen zoals terpen en stroomruggen. 22
In de middeleeuwen nam het inwoneraantal in het gebied toe en ontstond de behoefte zich te beschermen tegen de invallende stormvloeden. Hiertoe werden een groot aantal dijken aangelegd, die later tot één dijk, de Westfriese Omringdijk, aaneengesloten zijn. Aangezien de dijk nog meermalen doorbrak, bleef men geneigd bewoning te beperken tot de hogere delen. Hierdoor zijn karakteristieke lintdorpen ontstaan. De polder Schagerwaard was vóór de eerste poging tot inpoldering in 1621 een meer, het Withsmeer. Rond 1630 is de bedijking rond het meer aangelegd en het land ingepolderd. Rond 1850 was er sprake van een opvallend open landschap waarbij beplanting met name voorkwam rondom dorpen en boerderijen. Het gebied was nat, met veel sloten en kleine poldertjes die omringd werden door ringsloten. Door ruilverkaveling en voortdurende uitbreiding van de bebouwing is dit landschap ingrijpend veranderd. Veel terpen zijn afgegraven en de oorspronkelijke fijnmazige verkaveling van de percelen, is vervangen door een meer rechthoekig en grootschaliger patroon. Tevens werd een samenhangend wegennet gerealiseerd door de aanleg van nieuwe wegen en door vaarwegen om te zetten in verharde wegen. Tegenwoordig is het gebied rond de Schagerwaard een rationeel verkaveld agrarisch gebied met een open karakter. In de polders is sprake van grote kavels, die grotendeels rationeel zijn ingedeeld.
Wel is hierbij rekening gehouden met de historische belijning in het gebied. Het perceel aan de Middenweg 9 t/m 15A is gelegen in een gebied met een karakteristieke verkaveling en dit is nog herkenbaar in het landschap. Door een planologische wijziging van 5 naar 4 woningen zal de cultuurhistorische verkaveling niet worden aangetast. Voor de ontsluiting van de samengevoegde woning is een uitrit met toegangsweg en laanbeplanting aangelegd op een agrarische bestemming. De oppervlakte van dit perceel is dusdanig klein dat het niet rendabel is om hier agrarische producten te telen. Dit is de reden dat op dit gedeelte een uitrit met laanbomen kan worden aangelegd. De verkaveling van het perceel wordt hierbij niet gewijzigd. Conclusie: Op het perceel Middenweg 9 t/m 15A is een beschermingsregime aanwezig voor cultuurhistorische verkaveling, maar door een planologisch wijziging van 5 naar 4 woningen en dezelfde bebouwingsmogelijkheden worden deze waarden niet aangetast.
5.15 Archeologie Het plangebied is gelegen binnen de Schagerwaard en sinds de bedijking en de verkaveling van de polder is de grond in gebruik geweest voor agrarische doeleinden. Voor deze polder is gezien de geringe kans op het aantreffen van archeologische bodemsporen een licht archeologisch beschermingsregime aanwezig (Archeologie 5). Voor de ontwikkeling van het plan is aansluiting gezocht bij het archeologische beschermingsregime van het vigerende bestemmingsplan "Middenweg 15 en 15A Dirkshorn". Door de bouw van 4 woningen met dezelfde bebouwingsmogelijkheden worden geen archeologische waarden aangetast. Conclusie: Op het perceel Middenweg 9 t/m 15A is aansluiting gezocht bij het archeologische beschermingsregime van het vigerende bestemmingsplan. Door de planologische wijziging worden er geen archeologische waarden geschaad.
23
6
Juridische aspecten
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische opbouw van de regels en de verbeelding (plankaart) van het bestemmingsplan Middenweg 9 t/m 15A in Dirkshorn. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. De toelichting is niet juridisch bindend, maar bevat een uitleg van de aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende gedachten en onderzoeken die hebben geleid tot de gewenste ontwikkeling binnen het plangebied. Op de bij het bestemmingsplan behorende verbeelding zijn alle noodzakelijke gegevens ingetekend. In dit bestemmingsplan is de bestemming 'Agrarisch', 'Water', 'Wonen' en 'Waarde Archeologie 5' aanwezig. Deze bestemmingen zijn op de verbeelding zichtbaar gemaakt door middel van een kleur of arcering en gekoppeld aan een artikel in de regels. Binnen het bestemmingsvlak zijn 4 wooneenheden opgenomen. Er is één wooneenheid van de planlocatie wegbestemd ten opzichte van het vorige (vigerende) bestemmingsplan. De regels laten vervolgens zien op welke wijze de gronden binnen de bestemming gebruikt mogen worden. Tevens is het gehele perceel bestemd als dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 5', waarvoor ook specifieke regels zijn opgenomen.
6.1
Doelstelling
Het bestemmingsplan Middenweg 9 t/m 15A Dirkshorn (verder het bestemmingsplan) maakt het volgende particuliere initiatief mogelijk: het realiseren van twee vrijstaande woningen; het bestemmen van vier wooneenheden (i.p.v. 5) binnen het bestemmingsvlak 'Wonen' en de aanleg van een uitrit met toegangsweg en laanbeplanting op de bestemming 'Agrarisch'. Het bestemmingsplan voorziet ook in een actueel juridisch-planologische situatie met betrekking tot de gebruiksmogelijkheden en daarbij de bouwmogelijkheden, van grond en opstal. Het bestemmingsplan is opgesteld volgens de uit de Wet ruimtelijke ordening voortvloeiende digitale standaarden.
6.2
Relatie met het geldende bestemmingsplan
Het bestemmingsplan vervangt op deze locatie het bestemmingsplan "Middenweg 15 en 15A Dirkshorn".
6.3
Planopzet
Het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en uit de regels. Deze elementen zijn direct bindend en vormen o.a. de toetsingsgrond voor een aanvraag om een omgevingsvergunning. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting, die niet bindend is. Het bestemmingsplan biedt een directe bouwtitel. Dat betekent dat aanvragen om een 24
omgevingsvergunning direct getoetst worden aan dit bestemmingsplan. Als de aanvraag past binnen dit bestemmingsplan en overigens ook voldoet aan de overige toetsingsgronden, kan de omgevingsvergunning direct verleend worden (reguliere procedure). Het bestemmingsplan is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen en de Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen. 6.3.1.
Bestemmingsregels
De bestemmingsregels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken. In hoofdstuk 1, de Inleidende regels, zijn in artikel 1 de definities van de verschillende in het bestemmingsplan gebruikte begrippen opgenomen en in artikel 2 de wijze van meten. Voor de definities is aangesloten bij het "Paraplu-omgevingsplan le tranche". De wijze van meten geeft aan hoe de oppervlakte, Ínhoud, goothoogte, nokhoogte e.d. van een bouwwerk moeten worden bepaald. Deze regels zijn noodzakelijk voor een juiste interpretatie van de bestemmingsregels. Het tweede hoofdstuk bevat de Bestemmingsregels voor de bestemmingen 'Agrarisch', 'Water', 'Wonen' en 'Waarde - Archeologie 5'. In deze regels zijn het toelaatbare gebruik van gronden en bouwwerken aangegeven (bestemmingsomschrijving) en zijn diverse bepalingen over het bouwen opgenomen. Hoofdstuk 3 bevat Algemene regels. Zo is een antidubbeltelregel opgenomen conform artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening. Voor de algemene regels is aangesloten bij het "Paraplu-omgevingsplan le tranche" In het vierde hoofdstuk zijn de Overgangs- en slotregels opgenomen. In dit hoofdstuk is onder andere bepaald hoe om te gaan met het gebruik en het bouwen voor nu nog aanwezige functies die niet in overeenstemming zijn met het plan. Deze regels volgen uit de artikelen 3.2.1 en 3.2.2. van het Besluit ruimtelijke ordening.
In de slotbepaling is aangegeven onder welke benaming de regels kunnen worden aangehaald: het bestemmingsplan Middenweg 9 t/m 15A Dirkshorn van de gemeente Schagen.
25
7.
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Economische uitvoerbaarheid
Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met afdeling 6.2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat regels voor het verhaal van exploitatiekosten. De verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan (artikel 6.2, lid 1 Wro) bestaat alleen ten aanzien van gronden waarop een in artikel 6.2.1 Bro aangewezen bouwplan is voorgenomen en alleen voor zover het kostensoorten betreft die in artikelen 6.2.3 en 6.2.4 zijn aangewezen. Door middel van de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten. Hierbij valt te denken aan kosten voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de planologische procedure. Daarnaast hebben gemeenten sturingsmogelijk heden, om in het geval van grondexploitatie door derden, diverse eisen en regels gesteld kunnen worden. Bij de ontwikkeling van het plan zijn alle kosten voor de initiatiefnemer en hoeven er geen kosten verhaald te worden vanuit de gemeente. In een overeenkomst zal wel tussen gemeente en initiatiefnemer worden bepaald dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer zal komen.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Dit bestemmingsplan is opgezet conform de structuurbepalingen van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen en de Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen en is daardoor gemakkelijk te lezen. Er is aansluiting gezocht bij het bestemmingsplan "Middenweg 15 en 15A Dirkshorn" en het "Paraplu-omgevingsplan le tranche". Daardoor is ook de handhaafbaarheid gemakkelijk vorm te geven: de regels zijn eenduidig zodat rechtsgelijkheid en -zekerheid zo groot mogelijk is. Op basis van de Wro zijn belangrijke overgangsbepalingen en strafbepalingen wettelijk vastgelegd waardoor op die manier de handhaafbaarheid vanuit dit bestemmingsplan goed is geregeld. 7.2.1
Overleg belanghebbenden
Het bestemmingsplan is in het kader van artikel 3.1.1 van het besluit Omgevingsrecht (Bro) aangeboden aan de vooroverlegpartners van relevante bestuursorganen, zoals onder andere provincie en HHNK. Vanuit de gemeente is overleg gevoerd met de provincie Noord-Holland. Aangegeven is dat het gaat om een reeds in uitvoering zijnde omgevingsvergunning voor 3 woningen. Het voorliggende bestemmingsplan zorgt alleen voor de samenvoeging van 2 woningen, waarvoor 1 bouwvlak/wooneenheid wordt wegbestemd. Doordat er ruimtelijk geen wijzigingen optreden heeft de provincie Noord-Holland aangegeven zich te kunnen vinden in de ontwikkeling van het plan. Er is daarnaast een uitrit met toegangsweg en laanbomen gerealiseerd op een gedeelte van de locatie met een agrarische bestemming. Voor het realiseren van deze voorzieningen is een omgevingsvergunning verleend. Het argument is dat het agrarisch gebruik van dit kleine perceel niet rendabel is te maken en dat er minder inritten worden gemaakt op de 26
Middenweg. Dit is vanuit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit en verkeersveiligheid een gewenste ontwikkeling. In het vigerende bestemmingsplan is het planologisch toegestaan om verkeersvoorzieningen aan te leggen op agrarische grond ten behoeve van een agrarisch bedrijf. Bij de ontwikkeling van het plan aan de Middenweg wordt een uitrit met toegangsweg aangelegd op agrarische grond ten behoeve van wonen. Wel blijft de agrarische bestemming gehandhaafd, zodat de rest van het perceel onbebouwd blijft. De voorwaarden voor het realiseren van deze voorzieningen op een agrarische bestemming worden in de regels van het nieuwe bestemmingsplan opgenomen. HHNK heeft aangegeven dat er geen wijzigingen optreden voor het watersysteem door het samenvoegen van de woningen. Er is al extra waterberging gecompenseerd en daarvoor is een watervergunning verleend (reg. Nr 21.1002894). 7.2.2 Overleg belanghebbenden
Het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende zes weken ter inzage en eenieder wordt de mogelijkheid geboden om gedurende deze termijn een zienswijze in te dienen. Het plan is besproken met de omliggende bewoners en zij kunnen instemmen met de ontwikkeling van het plan.
27
4
+
+ + + + + 4- + 4
4 4-
4
~r\ t" ~r ~r
4 + 4 4\4
WR-A5