Getekend geamendeerd RB programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
Tekst van het document
Vastgesteld beleid N.v.t.
5.6 Evenementen Wat willen we bereiken We zijn trots op alle mooie evenementen die worden georganiseerd in de gemeente Schagen. Deze hebben steun in de vorm van kennis en capaciteit nodig. We vinden het belangrijk om de evenementen zoveel als mogelijk te kunnen steunen en doorgang te laten vinden. Wel willen we voor de grotere evenementen meer zaken door de organisatoren laten regelen en minder door onze service dienst. We willen ook onze dienstverlening wat zakelijker maken en beter sturen op afspraken. Onder Programma 6.3.2. zijn ook zaken over evenementen opgenomen vanwege de raakvlakken met openbare orde en veiligheid. Wat willen we daar voor doen Het in 2023 vastgestelde evenementenbeleid uitvoeren en dit beleid na 2 jaar evalueren. Doelstelling en resultaten Doelstelling: Het evenementenbeleid heeft als belangrijkste doelstelling veilige evenementen mogelijk te maken. Daarbij spelen aspecten als openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en de bescherming van het milieu een belangrijke rol. Resultaten: Veilige evenementen.
56
Vastgesteld beleid Niet van toepassing
Totaal Financiën Bedragen x1.000
Omschrijving
Rekening 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Visie op bedrijvigheid & werkgelegenheid
681
935
766
593
596
598
Toerisme
711
391
409
410
409
409
Evenementen
97
77
79
79
79
79
Totaal lasten
1.488
1.404
1.254
1.082
1.084
1.086
161
0
0
3.893
2.967
3.043
3.043
3.043
3.043
Evenementen
73
71
71
71
71
71
Totaal baten
4.127
3.038
3.114
3.114
3.114
3.114
Saldo van lasten en baten
2.639
1.635
1.860
2.032
2.030
2.028
2.639
1.635
1.860
2.032
2.030
2.028
Lasten
Baten Visie op bedrijvigheid & werkgelegenheid Toerisme
Toevoeging aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo mutaties reserves Resultaat begroting
Toelichting financiën Lasten: Economische Zaken In 2024 was budget opgenomen om inhoud te kunnen geven aan de Economische agenda. Daarbij werd gedacht aan: het opstellen van een Centrumvisie, het opstellen van een toeristisch recreatieve visie en het opstellen van bestemmingsplannen voor bedrijventerreinen Waarland en Warmenhuizen. Omdat het incidenteel budget was ontstaat er nu een verschil van € 180.000,-. Investeringen In dit domein zijn geen investeringen opgenomen.
57
Programma 6 Participatie, dienstverlening en organisatie 6.1 Participatie Wat willen we bereiken Wij hechten veel waarde aan de deelname van inwoners en ondernemers aan de samenleving. Daarnaast willen we inwoners en ondernemers betrekken bij de ontwikkeling en uitvoering van ons beleid. Daarbij vinden we het belangrijk dat iedereen maximaal (bijeenkomsten en gesprekken) mee kan doen aan het maatschappelijk verkeer. Bovendien moeten inwoners hun eigen leven vorm kunnen geven. Daarvoor moeten zij invloed kunnen uitoefenen op hun omgeving. Participatie is door de gemeenteraad in 2022 als volgt vertaald: • Inwoners zijn actief betrokken bij hoe hun omgeving eruitziet en bij alle belangrijke beslissingen. • We praten in duidelijke taal en zijn gemakkelijk te bereiken voor inwoners. Het contact tussen inwoners en de gemeente is verbindend. • We ondersteunen plannen vanuit bewoners, oftewel bewonersinitiatieven. Wat willen we daar voor doen We vinden participatie heel belangrijk en willen deze verbeteren. Het plan van aanpak hiervoor waarmee we in 2024 gestart zijn, wordt uitgevoerd in 2025. Onderdeel hiervan is een helder participatiebeleid (overheids- en inwonersparticipatie) met concrete doelen. Daarbij kijken we naar de verschillende vormen van participatie, de bijbehorende instrumenten en hoe we deze als gemeente willen inzetten.
Bij het verbeteren van de participatie kijken we uiteraard ook naar de uitkomsten van het Burgerberaad. Doelstelling en resultaten Doelstelling: Inwoners en ondernemers betrekken bij de ontwikkeling en uitvoering van ons beleid. Ervoor zorgen dat iedereen maximaal (bijeenkomsten en gesprekken) mee kan doen aan het maatschappelijk verkeer. Resultaten: Uitvoering plan van aanpak verbeteren participatie (overheids- en inwonersparticipatie).
Vastgesteld beleid n.v.t.
6.2 Dienstverlening en organisatie Wat willen we bereiken We zijn trots op het harde werk van al onze medewerkers. We richten ons op een goede dienstverlening. We willen goed contact met onze inwoners. We hebben de juiste grootte voor onze inwoners, waardoor we klein genoeg zijn zodat we makkelijk aan te spreken zijn en groot genoeg om regionaal invloed te hebben. We streven ernaar dat onze organisatie open, eerlijk en betrouwbaar is. Graag zien we dat inwoners meer vertrouwen krijgen in onze organisatie en ons politieke bestuur. Daarnaast willen we efficiënt werken. Bij elke stap in een proces vragen we ons af of dit een slimme manier is om tot een beslissing te komen. Door onze aandacht te richten op efficiënt werken verwachten we kosten te kunnen besparen. Verder willen we dat ons beleid rondom informatie bijgewerkt is en dat onze informatiehuishouding up-to-date is en tegen cyberdreigingen of digitale dreigingen kan. Met de informatiehuishouding bedoelen we de opslag, het beheer en het verstrekken
58
van gegevens binnen onze organisatie. Met onze huidige informatie en communicatietechnologie kunnen we onze doelen bereiken. Wat willen we daar voor doen In 2024 is het nieuwe zaaksysteem operationeel. Het online volgen van de status en de voortgang van (aan)vragen van onze inwoners wordt verder vormgegeven. We stellen een vernieuwde visie op dienstverlening op. We stellen een programmaplan Dienstverlening op. Doelstelling en resultaten Doelstelling: Wij bieden een goede dienstverlening aan onze inwoners, ondernemers, bestuur en collega's. Wat goed is, moet goed blijven. Wat niet goed gaat, verbeteren we. Resultaten: We voeren een online volgsysteem in voor vragen van inwoners. We stellen een programma dienstverlening op. We stellen een vernieuwde visie op.
Vastgesteld beleid Koersdocument ‘Schagen maken we samen’. [2021] Coalitieakkoord 2022-2026 ‘Doorbouwen op een gezond fundament’. [2022]
6.3 Veiligheid Wat willen we bereiken We willen onze gemeente veilig houden. Dat doen we met inzet van onze handhavers op de plaatsen waar zij nodig zijn. Ook zetten we handhavers in bij signalen vanuit de samenleving en willen we meer samenwerking tussen de domeinen Zorg en Veiligheid. In de veiligheidsagenda 2024-2027 zijn de onderstaande ambities opgenomen om de veiligheidsaanpak vorm te geven:
Versterken interne en externe samenwerking Preventie als volwaardig onderdeel van het veiligheidsbeleid Informatie gedreven werken Ruimte voor onvoorziene gebeurtenissen
6.3.1 Veilige woon en leefomgeving We verankeren veiligheid in de stad en de kernen. Daarbij is een actieve aanpak van problemen rondom veiligheid en leefbaarheid belangrijk. We zetten in op problemen die met de dagelijkse kwaliteit van wonen en leven te maken hebben. Onze acties zijn erop gericht om vanuit de keten op te treden. Doelstellingen • Voorkomen en bestrijden van problemen in de woon- en leefomgeving. • Beschermen van de leefbaarheid en veiligheid van de inwoners, ondernemers en bezoekers van de gemeente Schagen tegen potentieel gewelddadig gedrag of elke andere vorm van gedragingen die ideologisch gericht zijn op het ontwrichten van de samenleving. • We zetten in op de versterking van de rol van onze buitengewoon opsporingsambtenaren (Boa’s).
59
• • •
We zetten in op passend toezicht en passende handhaving onder de Omgevingswet. We gaan door met de aanpak van oneigenlijk gebruik van woningen. De mandatering plustaken milieu aan de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord uitwerken en vastleggen in een dienstverleningsovereenkomst.
6.3.2 Bedrijvigheid en veiligheid De sociale onveiligheid op verschillende locaties van bedrijvigheid staat centraal. Het gaat hierbij om veilige bedrijventerreinen, evenementen en veilig uitgaan en toerisme. Doelstellingen • In Schagen kun je veilig uitgaan en recreëren. • Schagen heeft een gezond en veilig ondernemersklimaat. 6.3.3 Jeugd en Veiligheid De aanpak van jeugdoverlast en criminaliteit is van alle tijden. De aanpak van jeugdoverlast en criminaliteit vraagt om een gecoördineerde en integrale aanpak vanuit zowel preventie als vanuit de repressieve kant. De jeugd moet in Schagen veilig kunnen opgroeien.
60
Doelstellingen • Verminderen van jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit. • Verminderen van de recidive onder de jeugd. • De jeugd weerbaarder maken tegen negatieve invloeden. 6.3.4 Fysieke veiligheid In Nederland zijn er wetten en regels die bijdragen aan het voorkomen van incidenten en veiligheidsproblemen. Als gemeente hebben we een actieve rol in het handhaven van deze wetten en regels. Daarnaast zetten wij reddingsbrigades in voor veiligheid op onze stranden. Doelstellingen • Verbeteren van de verkeersveiligheid (preventie geen fysieke maatregelen). • Verbeteren van de strandveiligheid. 6.3.5 Integriteit en Veiligheid Ondermijnende criminaliteit is een steeds groter probleem. Dit uit zich in Schagen onder andere door hennepkwekerijen, drugslabs, dumpingen van (drugs)afval, geweldsmisdrijven en cybercriminaliteit. Ondermijning kunnen wij alleen aanpakken door samen met onze partners daadkrachtig op te treden. Doelstellingen • Creëren van meer bewustwording voor de gevaren op het gebied van cybercriminaliteit. • We zorgen dat criminelen zo weinig mogelijk de gelegenheid krijgen om criminele activiteiten uit te voeren. Wat willen we daar voor doen 6.3.1 Veilige woon en leefomgeving • We beperken criminaliteit en overlast in de woonomgeving. • We versterken de samenwerking met onze partners zoals de politie, het veiligheidshuis en de GGD/GGZ.
We richten ons hierbij juist op de preventieve aanpak om escalatie te voorkomen. • We zetten in op de versterking van de rol van onze buitengewoon opsporingsambtenaren (Boa’s). • We zetten in op passend toezicht en passende handhaving onder de Omgevingswet. • We gaan door met de aanpak van oneigenlijk gebruik van woningen. • De mandatering plustaken milieu aan de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord uitwerken en vastleggen in een dienstverleningsovereenkomst. 6.3.2 Programma Bedrijvigheid en veiligheid • We zorgen voor veilige evenementen. 6.3.3 Programma Jeugd en veiligheid • We werken samen met onze partners om aanwezige groepen die overlast geven aan te pakken. We richten ons hierbij op de preventieve aanpak om escalatie te voorkomen. • We zetten in op de groep, maar ook op de individuele jongere in een groep en het netwerk hieromheen. 6.3.4 Programma fysieke veiligheid • We bereiden onze organisatie optimaal voor op rampen en crisissen. • We dragen bij aan een veilig strand. 6.3.5 Programma integriteit en veiligheid • We voeren maatregelen in om onze organisatie weerbaarder te maken tegen ondermijning. • We pakken doorlopend zaken en projecten op. Doelstelling en resultaten Doelstelling: We willen dat iedereen veilig kan verblijven, ondernemen en uitgaan in de gemeente Schagen en dragen bij aan een gezonde en veilige woonomgeving en ondernemersklimaat.
61
Resultaten: 6.3.1 Veilige woon en leefomgeving • We stellen beleidsregels op voor woonoverlast. 6.3.2 Programma Bedrijvigheid en veiligheid • Er is evenementenbeleid vastgesteld en voeren we uit. • We ontwikkelen nieuw horeca-beleid. • We ontwikkelen een horecaconvenant voor de stad Schagen 6.3.3 Programma Jeugd en veiligheid • Er is een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden van een integraal beleid voor jeugd en veiligheid. 6.3.4 • •
Programma fysieke veiligheid We ontwikkelen een nieuwe visie strandveiligheid. We sluiten een langere termijn DVO met de Reddingsbrigades.
6.3.5 Programma integriteit en veiligheid • Er is een Plan van aanpak “aanpak ondermijning Schagen” vastgesteld.
Vastgesteld beleid • • • • • • •
Uitvoering- en handhavingsstrategie 2024-2027 VTH taken APV Schagen 2023 Bibob- Beleid (2024) Damocles beleid (2024) Integraal meerjarenbeleidsplan Veiligheid 2024-2027 Samen slagvaardiger voor de uitdaging van de toekomst, beleidsplan Veiligheidsregio NoordHolland Noord 2024-2027 Evenementenbeleid 2023
6.4 Bestuur Wat willen we bereiken In de raadsvergadering van 9 juli 2024 is het eindrapport Burgerberaad G1000Schagen oftewel het Burgerakkoord, aan de gemeenteraad aangeboden. Het Burgerakkoord bevat 42 voorstellen, verdeeld over 5 thema's. In de raad van september 2024 is een besluit genomen over de uitvoering van de voorstellen en het vervolgtraject. Een vijftal werkgroepen gaat het inpassen van de voorstellen in het gemeentelijk beleid begeleiden en koppelt de resultaten terug naar de gemeenteraad en naar de klankbord/monitorgroep. Wat willen we daar voor doen Een vijftal raadswerkgroepen, bestaande uit steeds 3 raads-/steunfractieleden, een wethouder, een vakambtenaar en (plv) griffier, gaat de door de raad overgenomen voorstellen uit het Burgerakkoord inpassen in het gemeentelijk beleid. De raadswerkgroepen zijn geclusterd rond de thema's: 1. Wonen 2. Vergrijzing, inclusieve samenleving 3. Sociaal 4. Buitenruimte en duurzaamheid 5. Bedrijfsvoering en communicatie
62
Doelstelling en resultaten Doelstelling: - De inwoners meer betrekken bij beleidsvorming. - Draagvlak van inwoners vergroten voor het gemeentelijke beleid. - Schagen leefbaar houden voor de toekomst. Resultaten: De door de raad overgenomen voorstellen uit het Burgerakkoord inpassen in het gemeentelijk beleid.
Vastgesteld beleid n.v.t.
6.5 Organisatie Wat willen we bereiken Een onderdeel van de organisatiekoers is ook het verder vormgeven van de regionale samenwerking van de vier Kopgemeenten (Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel). Wij staan met elkaar voor complexe uitdagingen die verder reiken dan de gemeente zelf. Afgelopen jaren hebben we al veel regionaal samengewerkt en zijn we slagvaardiger geworden in het realiseren van regionale opgaven. Met een sterke regionale samenwerking bereiken we een efficiënte inzet van schaarse middelen (menskracht en geld). Door een sterke samenwerking benutten we kansen beter (denk aan de Regiodeal en aan Elke regio telt). En we willen onze samenwerking nog slimmer met elkaar vormgeven, onze regionale bestuurskracht verder vergroten en lokaal nog meer meerwaarde hebben uit de samenwerking. Wat willen we daar voor doen Op het gebied van gezondheid, welzijn, wonen, werken, ondernemen en beleven in de Kop van Noord-Holland werken we nauw met elkaar en diverse organisaties samen aan regionale vraagstukken. Vanuit fysiek domein wordt er door de gemeenten gezamenlijk uitvoering gegeven aan de samenwerkingsagenda Samen op Kop. Binnen sociaal domein ligt er een gezamenlijke Regiovisie . Vanuit onze agenda Samen op Kop is er afgelopen periode gewerkt aan wonen, mobiliteit, economie, klimaatadaptatie en toerisme.
Opgaven zoals netcongestie en de aanlanding wind op zee (VAWOZ) pakken we regionaal op. In 2025 zetten we deze werkwijze voort. De binnengehaalde subsidie via Regio Deal Noord-Holland Noord biedt ons kansen om onze regio nog aantrekkelijker te maken voor onze inwoners. Voor toeristen en recreanten zijn de handen ineengeslagen voor een gezamenlijke destinatie marketing (visitkopvanholland.nl). Daarnaast werken we nauw samen met provincie aan het Ontwikkelperspectief NHN. De conclusies uit het rapport 'Elke Regio Telt!’ wordt in 2025 omgezet in een toekomstagenda voor onze regio. In 2024 is in alle lokale gemeenteraden de Regiovisie Sociaal domein vastgesteld. 2025 staat in teken van het uitvoering geven aan deze visie. Dit doen we samen met partners. Dossier versterking regionale samenwerking Kop van NH De genoemde opgaven in het fysiek en sociaal domein, maar ook juist op het snijvlak van fysiek en sociaal vraagt om een stevige en slimme samenwerking tussen de 4 gemeenten.
63
28 maart 2024 informeerde de kwartiermaker de raad over de versteviging van de regionale organisatie. Inmiddels stelde zij een bestuursopdracht op. Deze bestuursopdracht is in de zomer 2024 door de vier gemeentesecretarissen aangeboden aan de vier ondernemingsraden ter advisering. In het najaar van 2024 is de definitieve bestuursopdracht aangeboden ter vaststelling aan de lokale colleges van B&W. Daarna volgt een uitwerkfase. Financiën 2025 en verder in 2025 wordt er zoveel als mogelijk gewerkt met de reeds beschikbaar gestelde regionale middelen. Om naar een nieuwe regionale situatie toe te werken wordt er in 2025 wel extra inzet geleverd. 2025 kan beschouwd worden als een zogenaamd ‘overgangsjaar’ en voor het jaar 2026 zal er zo nodig een structureel budget worden gevraagd in de perspectief- of kadernota’s. Meer informatie Meer informatie is te vinden op de website regiokopvannh.nl. Doelstelling en resultaten Doelstelling: Het creëren van een robuuste, wendbare en regionaal actieve organisatie, waar iedereen zich thuis voelt. Resultaten: Herziening fijnstructuur - juni 2024. Voorlopige vaststelling ontwikkelagenda - juli 2024. Uitwerken van de vijf speerpunten - doorlopend 2024. Vastgestelde governance voor de regionale samenwerking, met als doel nog slimmer en efficiënter samen te werken in de regio Kop van Noord-Holland.
of juist toekomstgericht? Uitvoeringsplan ontwikkelagenda 2024/2025. Uitwerken van 'Thuis in gemeente Schagen' 2024-2026. Bestuursopdracht voor kwartiermaker regionale samenwerking uitzetten.
Vastgesteld beleid N.v.t.
Totaal Financiën Bedragen x1.000
Omschrijving
Rekening 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Participatie
177
591
338
338
338
338
Dienstverlening en organisatie
635
683
690
739
781
781
Veiligheid
4.937
5.273
5.687
5.827
5.928
5.929
Bestuur
2.497
2.313
2.266
2.188
2.166
2.166
Organisatiekosten
45.211
47.351
47.351
46.518
46.346
46.346
Totaal lasten
53.457
56.211
56.332
55.611
55.560
55.560
Lasten
64
Baten Dienstverlening en organisatie
568
864
876
1.008
1.110
1.110
Veiligheid
123
79
79
79
79
79
Bestuur
425
47
0
Organisatiekosten
1.362
1.750
1.768
1.096
1.096
1.096
Totaal baten
2.479
2.740
2.723
2.183
2.285
2.285
Saldo van lasten en baten
-50.978
-53.471
-53.609
-53.428
-53.274
-53.275
Toevoeging aan reserves
829
829
829
829
829
829
Onttrekkingen aan reserves
718
820
618
1.018
98
98
Saldo mutaties reserves
-111
-9
-211
189
-730
-730
-51.089
-53.480
-53.820
-53.239
-54.005
-54.005
Resultaat begroting
Toelichting financiën De verschillen tussen de jaarschijven 2024 en 2025 groter dan € 100.000 lichten wij toe. Lasten: Participatie: Conform het coalitieakkoord wordt voorgesteld om in Schagen een burgerberaad te gaan houden. Er wordt een groep van 330 inwoners geselecteerd om een burgerberaad te houden wat moet leiden tot een burgerakkoord met daarin voorstellen om de leefbaarheid in de hele gemeente Schagen op hetzelfde niveau te houden of te verhogen. In 2024 is hiervoor eenmalig een bedrag nodig van € 303.000,-. In 2025 wordt het bedrag uit het coalitieakkoord aangehouden van € 100.000,-, waardoor de lasten in 2025 lager uitvallen. Daarnaast is door de introductie van het burgerberaad het budget voor participatie naar beneden gesteld met € 50.000,-. Veiligheid: De hogere kosten in 2025 hebben te maken met de jaarlijkse indexering van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio van € 265.000,-. In 2025 zijn de kapitaallasten meegenomen van de nieuwe huisvesting van de KNRM in Petten. Ten opzichte van 2024 vallen hierdoor de lasten hoger uit met € 40.000,-. Daarnaast zijn ook de kapitaallasten van de brandweerkazerne in 2025 verwerkt, waardoor een verschil ontstaat ten opzichte van 2024 van € 88.700,-. Overige verschillen zorgen voor een resterend bedrag van € 20.000,-.
Reserves: Onttrekkingen: Aan de reserve gemeentelijke gebouwen wordt in 2025 minder onttrokken dan in 2024 op basis van het meerjarenonderhoudsplan. Dit gaat om een bedrag van € 238.000,-. Daarnaast is er in de begroting 2025 meer onttrokken uit de reserve reddingsbrigade in verband met aanschaf van het benodigde materieel conform het onderhoudsplan € 36.000,-. Investeringen bedragen * € 1.000 Omschrijving
2025
2026
Reddingsmaterieel
290
299
65
2027
2028
Reddingspost Totaal
550 458
1017
168
168
Programma 7 Financiën 7.1 Algemene uitkering Wat willen we bereiken Onze grootste bron van inkomsten is de Algemene Uitkering Gemeentefonds. Sinds 1994 werd dit accres voor de fondsen berekend via de normeringssystematiek met als principe ‘samen trap op, samen trap af. Doel van de systematiek was dat budgettaire lusten of lasten op rijksniveau evenredig werden door vertaald naar de ontwikkeling van het Gemeentefonds. In 2024 is gesproken over een stabiele en beter beheersbare financiering van gemeenten en provincies door het invoeren van een nieuwe financieringssystematiek. Dit houdt in dat de koppeling van het accres aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) per 2024 vervroegd is ingevoerd. Het volume-accres is komen te vervallen en er wordt alleen nog nominaal accres verstrekt voor de loon- en prijsontwikkeling. Samen met de ontdooiing van de opschalingskorting met ingang van 2026, heeft dit geleid tot de term ‘Ravijnjaar 2026’. Vanaf 2026 is hierdoor een daling van de Algemene Uitkering vastgesteld. In deze raadsperiode gaan we per circulaire een Raadsinformatiememo opstellen, waarin we de uitkomsten verwerken. In de reguliere Planning & Control documenten worden de circulaires financieel vertaald in de begroting.
Vastgesteld beleid De mei- en septembercirculaire van de Algemene uitkering Gemeentefonds komt jaarlijks gelijktijdig uit op het moment waarop respectievelijk de Kadernota en de Begroting door het college worden vastgesteld. Het is daarom niet mogelijk om de circulaires in deze documenten te verwerken. Daarom wordt er uitgegaan van de volgende uitgangspunten:
66
- De Meicirculaire wordt via een raadsinformatiememo aangeboden in dezelfde raadsvergadering als de Kadernota. Het streven is dat de begroting financieel gelijk is aan de kadernota met uitzondering van de meicirculaire. Deze is niet in de kadernota verwerkt maar wel in de begroting. - Septembercirculaire wordt in een RIM aangeboden in de raadsvergadering m.b.t. de begroting en verwerkt in de 1ste bestuursrapportage m.b.t. dit begrotingsjaar. - De decembercirculaire wordt verwerkt in de 1ste bestuursrapportage van het huidige begrotingsjaar en in de Kadernota voor de overige jaren.
7.2 OZB Wat willen we bereiken Zoals in het coalitieakkoord en de Kadernota voor de begroting 2025 is opgenomen, zijn de gemeentelijke inkomsten verhoogd met de standaard inflatie. Wat willen we daar voor doen De belastingen volgen standaard de inflatie. Doelstelling en resultaten Doelstelling: Maximaliseren van de opbrengsten binnen de vastgestelde richtlijnen. Resultaten: Realiseren van de begrote opbrengst.
Vastgesteld beleid N.v.t.
7.3 Reserves Wat willen we bereiken Reserves en voorzieningen zijn van belang voor de financiële stabiliteit van een gemeente. Het is daarom van belang dat er sprake is van een goed inzicht in en van een goede kaderstelling ten aanzien van reserves en voorzieningen. Reserves behoren tot het eigen vermogen. Algemene reserve De reserve is in principe vrij inzetbaar. Naast het wettelijk verplicht verrekenen van het jaarresultaat met de algemene reserve vormt deze reserve een buffer voor financiële tegenvallers en onvoorziene risico’s. Voor zover de algemene reserve groter is dan nodig voor de normale functie van opvang van fluctuaties en risico’s c.q. tegenvallers, kan deze worden ingezet voor de dekking van incidentele investeringen of incidentele lasten. Risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd worden gedekt door de algemene reserve. Er bestaat een directe relatie tussen de risico’s die de gemeente loopt en het minimaal noodzakelijk aan te houden buffervermogen. Door het storten van het rekeningresultaat van 2023 heeft de algemene reserve een omvang van € 15,4 miljoen. Dit is ruim boven de gewenste € 8 miljoen. Bestemmingsreserves Dit zijn reserves waaraan de gemeenteraad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Deze reserves mogen alleen besteed worden aan de doelen die daaraan door de gemeenteraad zijn
67
toegekend. Bestemmingsreserves dienen zoveel mogelijk beperkt te blijven tot concrete en binnen afzienbare tijd te realiseren bestemmingen of doelstellingen, waarbij de omvang van tevoren wordt vastgelegd. Bestemmingsreserves worden niet ingesteld om risico’s binnen de exploitatiebegroting af te dekken. Hiervoor is de Algemene reserve bedoeld. Wat willen we daar voor doen De reserves worden besteed aan de doelen die daaraan door de gemeenteraad zijn toegekend. Doelstelling en resultaten Doelstelling: Versterken van het weerstandsvermogen en daarmee het eigen vermogen. Resultaten: Het weerstandsvermogen is minimaal even groot als de incidentele risico's van de gemeente.
Vastgesteld beleid Niet van toepassing.
7.4 Vennootschapsbelasting (Vpb) Wat willen we bereiken Vanaf 2016 moeten gemeenten en andere overheden vennootschapsbelasting, oftewel Vpb, betalen over de winst die ze met hun ondernemingsactiviteiten maken. De invoering hiervan leidt tot een fiscale afsplitsing van de ondernemersactiviteiten. De nieuwe wet bepaalt dat concurrerende en op winst gerichte ondernemingsactiviteiten van overheden vanaf 1 januari 2016 voortaan belastingplichtig zijn. Wat willen we daar voor doen Jaarlijks laten we een scan uitvoeren door een externe partij om de belastingverplichting te toetsen en te berekenen. Doelstelling en resultaten Doelstelling: Uitvoeren van de fiscale verplichtingen conform wet- en regelgeving. Resultaten: Als belastingplichtige geen discussie met de Belastingdienst over de Vpb aangifte.
Vastgesteld beleid Niet van toepassing.
7.5 Lokale heffingen Wat willen we bereiken De lokale heffingen vormen een belangrijk deel van de inkomsten van de gemeente. Inzicht in de omvang, werking en reikwijdte van deze heffingen is belangrijk voor de raad. Deze heffingen zijn vaak de enige mogelijkheid om aanvullende wensen te kunnen verwezenlijken of dekken. Door het vaststellen van de begroting wordt het geld dat voortkomt uit belastingen en heffingen zoals retributies, rechten en leges bekrachtigd. 68
Wat willen we daar voor doen Leges, heffingen en andere tarieven zijn kostendekkend. Alleen voor grafrechten wordt een uitzondering gemaakt. We focussen maximaal op het binnenhalen van subsidies voor alle mogelijke doelen. We tonen verhoogde inzet op het zoeken van andere inkomensbronnen. Over iedere toeristische overnachting dient toeristenbelasting betaald te worden. Doelstelling en resultaten Doelstelling: De inkomsten te maximaliseren binnen de kaders van de raad. Om de voorzieningen betaalbaar te houden, worden de lasten gedragen door de inwoners die de lasten kunnen dragen. Resultaten: Binnen het product worden de kosten doorberekend in de tarieven. Maximaliseren van het verwerven van derde geldstromen (subsidies).
Vastgesteld beleid In de Gemeentewet is bepaald welke belastingen wij kunnen heffen. Dit zijn de belastingen genoemd in de artikelen 220 t/m 229d Gemeentewet. Verder zijn dit belastingen die wij heffen op basis van andere wetten. Bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing op basis van de Wet milieubeheer.
69
7.6 Overhead Artikel 8 van het BBV bepaalt dat het programmaplan naast de te realiseren programma’s ook een overzicht van de kosten van overhead bevat. Apart taakveld Overhead Bij de herziening van het BBV is vastgelegd dat kosten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten. Dit betekent dat alle bedrijfskosten die direct verbonden zijn aan activiteiten/taken/producten in de betreffende taakvelden moeten worden begroot en verantwoord. Deze voorschriften betekenen ook dat de baten en lasten van overhead niet meer aan de afzonderlijke beleidsprogramma’s toegerekend mogen worden als indirecte lasten, maar centraal onder een afzonderlijk taakveld (taakveld 0.4 Overhead) moeten worden geraamd.
Omschrijving Overige P&O kosten Verzekeringen Bedrijfskosten Personeel Betalingsverkeer/invordering Communicatie Accountantskosten Opleidingen Representatie Ondernemingsraad Div betaalde belastingen en heffingen Personeelsvereniging Bedrijfsgezondheidszorg Werving & selectie Huisvesting gemeente algemeen Bedrijfskleding Gereedschappen Dienstauto's Research Data Center Beheer & ontwikkeling ICT GEO Projectkosten ICT Afdeling dienstverlening algemeen Facilitaire dienstverlening Salaris team I&A Salaris Financien Salaris Ontwikkeling en ondersteuning Salaris P&O PLUS Salaris CMT Overhead
begroting 2025 222 575 78 25 69 95 590 43 85 633 17 219 63 765 18 36 356 90 3.846 190 93 27 527 1.989 2.657 2.102 1.594 2.959 19.960
Begroting 2026 222 575 78 25 69 95 590 43 85 633 17 219 63 672 18 36 299 90 3.778 190 93 27 527 1.989 2.657 2.102 1.594 2.959 19.742
Begroting 2027 222 575 78 25 69 95 590 43 85 633 17 219 63 503 18 36 299 90 3.774 190 93 27 527 1.989 2.657 2.102 1.594 2.959 19.569
Begroting 2028 222 575 78 25 69 95 590 43 85 633 17 219 63 503 18 36 299 90 3.774 190 93 27 527 1.989 2.657 2.102 1.594 2.959 19.569
Wat valt er onder Overhead? Onder overhead verstaan we het geheel van functies en activiteiten gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Denk hierbij aan de kosten van:
70
• • • • • • • • •
Leidinggevenden primair proces (inclusief secretariaten en officemanagement); Financiën en Inkoop; Personeel & Organisatie; Juridische zaken; Interne en externe communicatie; Bestuurszaken en bestuursondersteuning; ICT-activiteiten; Facilitaire zaken en Huisvesting; DIV (documentaire informatievoorziening).
Overheadpercentage De kosten van overhead kunnen worden uitgedrukt in een percentage. Het BBV schrijft voor dat hiervoor een indicator moeten worden opgenomen in de begroting. Deze indicator drukt de totale overheadkosten uit in het percentage van het totaal van de lasten exclusief toevoegingen aan reserves.
Omschrijving Totale overheadkosten Totale lasten exclusief toevoegingen aan reserves Percentage overhead
Begroting 2025 19.960 152.788
Begroting 2026 19.742 155.400
13,1%
12,7%
71
Begroting Begroting 2027 2028 19.569 19.569 154.460 154.790
12,7%
12,6%
7.7 Onvoorzien Op grond van artikel 8 lid 6 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is de gemeente verplicht een post onvoorzien op te nemen in de begroting. Het budget onvoorzien is beschikbaar voor uitgaven die als 'niet uit te stellen' en 'onvermijdbaar' worden aangemerkt en waarvoor in de begroting verder geen bedrag is opgenomen. Op grond van artikel 5 lid 2 van de financiële verordening moet er in de begroting een post onvoorzien opgenomen worden van € 1,- per inwoner afgerond, naar beneden, op duizendtallen.
Totaal Financiën Bedragen x1.000
Omschrijving
Rekening 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
OZB
349
159
159
159
159
159
Vpb
0
1
1
1
1
1
Overig
1.542
2.730
2.631
2.697
2.632
2.632
Totaal lasten
1.892
2.889
2.791
2.857
2.792
2.792
Algemene uitkering
90.247
96.314
99.431
93.823
95.133
96.194
OZB
12.310
13.222
13.809
14.025
14.056
14.056
Overig
5.699
7.825
6.419
6.354
6.358
6.357
Totaal baten
108.256
117.360
119.659
114.203
115.547
116.607
Saldo van lasten en baten
106.364
114.471
116.868
111.346
112.755
113.815
Toevoeging aan reserves
5.581
10.296
75
75
75
75
Onttrekkingen aan reserves
5.130
10.911
50
0
0
0
Saldo mutaties reserves
-451
615
-25
-75
-75
-75
105.914
115.086
116.843
111.271
112.680
113.740
Lasten
Baten
Resultaat begroting
Toelichting financiën De verschillen tussen de jaarschijven 2024 en 2025 groter dan € 100.000 lichten wij toe. (Bedragen zijn x1000) Lasten: Overig De geplande investeringen in een jaarschijf worden niet altijd in zijn geheel uitgevoerd. Hierdoor schuift een deel van de kapitaallasten op naar het jaar daarna. Er is een stelpost opgenomen waarmee rekening wordt gehouden met de vrijval van deze kapitaallasten. In 2024 zijn inmiddels de werkelijke kapitaallasten geboekt in 2025 niet (200V). Bij het vaststellen van de begroting 2022 heeft de Raad meerjarig rekening gehouden met een stijging van opbrengsten als gevolg van areaaluitbreiding in de toeristensector en areaal uitbreiding als gevolg van uitbreiding woningbouw. Tegenover deze hogere opbrengsten was ook meerjarig rekening gehouden met jaarlijks hogere uitgaven (100N).
72
Baten: Algemene uitkering In de voorjaarsnota is bekend gemaakt dat de opschalingskorting definitief is afgeschaft. Daarnaast gaat de nieuwe financieringssystematiek voor decentrale overheden, waarbij het gemeentefonds wordt geïndexeerd op basis van het BBP (bruto binnenlands product), in 2024 in en niet pas in 2027. De vervroegde invoering van de nieuwe systematiek heeft invloed op de lopende begroting van de gemeente. De meicirculaire is positiever gebleken dan verwacht. Er is onder andere meer geld toegekend voor jeugdzorg en WMO. Dit leidt tot een stijging (3.117V) OZB De stijging van de OZB wordt veroorzaakt door indexering (2,82%) en een geschatte areaal uitbreiding woningbouw. Hierdoor zijn de inkomsten gestegen(587V). Overig Bij de begroting 2022 is een impuls gegeven richting de organisatie om grote uitdagingen, ambities en wettelijke taken aan te kunnen pakken door de organisatie op orde te krijgen. Om de uitgaven in deze begroting te dekken is een besluit genomen om enkele lasten te verzwaren, te besparen door onder andere kosten te verlagen, efficiënter te werken en meer te automatiseren en om eenmalig geld uit de algemene reserve in te zetten. Dit voornemen is vertaald in een taakstelling. In 2024 is een deel van de taakstelling ingeboekt (1.536N). De forensenbelasting is gestegen door de vastgestelde indexering bij de kadernota 2025 van 2,82% (130V).
Reserves: Stortingen Om de Algemene reserve op het gewenste niveau te brengen heeft er in 2024 een extra storting plaatsgevonden (3.000V). Hiernaast is een deel van het positieve jaarrekening resultaat 2023 gestort in de algemene reserve (7.221N). Onttrekkingen Bij de vaststelling van de jaarrekening 2023 is besloten om het positieve resultaat te onttrekken uit de reserve ter dekking van eenmalige energietoeslag lage inkomens, kosten Oekraïne en rest te storten in de algemene reserve (8.788V). Bij de 2e prognose 2023 is verzocht tot overheveling van budgetten burgerberaad, doorfietsroute, cultuurhistorische monumenten en aanpak jeugdwerkeloosheid. Dit leidt in 2024 tot een onttrekking uit de reserve (413V). Door het positieve resultaat in het boekjaar 2023 is de gewenste omvang van de algemene reserve bereikt. Bij de kadernota begroting 2024 is besloten dat hierdoor een deel van de incidentele stortingen kan vrijvallen(1.660V). Investeringen In dit domein zijn geen investeringen opgenomen.
73
Paragrafen
74
Paragraaf financiering Algemeen Deze paragraaf bevat onze beleidsvoornemens wat betreft het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Daarnaast geeft het inzicht in de rentelasten en het renteresultaat en op welke manier rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Ook geeft deze inzicht in de financieringsbehoefte. Treasury De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma's en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. Treasury regelt het tijdig beschikbaar hebben van financieringsmiddelen voor de financiering van beleid tegen zo gunstig mogelijke tarieven. Hierbij wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden zoals de kasgeldlimiet. Ook wordt rekening gehouden met de aard van de financieringsbehoefte, zoals kort versus lang. Daarnaast is de treasuryfunctie gericht op het beheersbaar houden van financiële risico’s, zoals renterisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s. Ook richt het zich op het optimaliseren van het renteresultaat binnen de gestelde wettelijke kaders en randvoorwaarden van het gemeentelijk treasurybeleid. Op lokaal niveau zijn de kaders en de uitvoering van het treasurybeleid vastgelegd in het Treasurystatuut. Naast de gemeentewet en het BBV is er nog aanvullende wet- en regelgeving met betrekking tot de treasuryfunctie. Dit is: Wet financiering decentrale overheden.
Oftewel de Wet Fido. Deze wet geeft regels voor het financieringsbeleid bij de gemeente. Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden. Oftewel het besluit Ruddo. Wet houdbare overheidsfinanciën. Oftewel Wet Hof. Deze lichten we hieronder verder toe. In deze paragraaf komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan de orde: a. Wet houdbare overheidsfinanciën en verplicht schatkistbankieren; b. Gemeentelijk beleid; c. Financieringspositie; d. Renteontwikkeling; e. Risicobeheer; f. Renteresultaat.
Omschrijving
Boekwaar Boekwaar Investeringe Des- Afschrijving/aflos Herrubricer de per 01de per 31n investering sing ing 01-2023 12-2023
Lening verenigingen/stichti ngen
726
SVN duurzaamheidsleni ng nr 3552
-14
0
712
-911
-
-38
112
937
-42
-
-696
2.258
1.039
-13
-
-572
2.693
-
-
1.018
43
SVN duurzaamheidsleni ng nr 4213
2.058
Starterslening Svn nr 4211
2.239
75
Starterslening Svn nr 4212
176
Hypotheken
164
Totaal
6.381
15
-
-
2.035
-966
-137
54
-10
0
154
-24
-1.442
5.983
A. Wet houdbare overheidsfinanciën en wet verplicht schatkistbankieren De Europese eisen en afspraken over reductie van het begrotingstekort en staatsschuld vormen de basis van de Wet houdbare overheidsfinanciën, oftewel de Wet Hof. Met de Wet Hof gaat per jaar een macroplafond gelden voor het EMU-tekort van alle gemeenten samen. De hoogte van het macroplafond wordt na bestuurlijk overleg door de minister van Financiën vastgesteld. Voor 2013 tot en met 2015 is de begrenzing aan het jaarlijks EMU-tekort van de gemeenten, provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen vastgesteld op 0,5% van het bruto binnenlands product. Oftewel het BBP. Om de decentrale overheden iets meer ruimte te bieden, is de daadwerkelijke norm voor het maximale tekort iets ruimer gesteld dan de ambitie. De tekortnorm is 3% van het bruto binnenlands product. In het Besluit Begroting en Verantwoording artikel 20 is de verplichting vastgelegd dat gemeenten het geschatte EMU-saldo moeten opnemen in de programmabegroting over het vorige begrotingsjaar, het begrotingsjaar en de 3 daaropvolgende jaren. Het EMU-saldo is het saldo van alle inkomsten en uitgaven van de overheid en decentrale overheden. Dit is op transactiebasis in een bepaald jaar. Dus geen afschrijvingen of bijvoorbeeld waardemutaties.
Het EMU-saldo geeft aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven wordt dan er in een jaar binnenkomt, of dat er geld overgehouden wordt. Het EMU-saldo is daarmee een aanwijzing voor de ontwikkeling van onze liquiditeitspositie en financiële positie, oftewel eigen vermogen en schulden.
De EMU-saldi voor 2025 t/m 2028 worden als volgt berekend: bedragen x € 1.000 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan/onttrekking uit reserves Mutaties (im)materiële vaste activa (-) Mutatie voorzieningen (+) Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) (-) Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verkoop (im)materiële vaste activa (+)
EMU-saldi gemeente Schagen (+1-2+34+5)
rekeningbegrotingbegrotingbegrotingbegrotingbegroting 2023
2024
2025
2026
2027
2028
16.712
3.275
5.654
-3.244
-2.206
-1.080
1.309 99
-6.566 279
-1.442 95
-2.489 79
-913 79
3.793 79
-5.762
-4.741
15.193
-426
-3.990
0
0
0
0
0
0
0
21.264
10.125
7.176
-676
-1.210
-4.794
Wet verplicht schatkistbankieren De regeling schatkistbankieren decentrale overheden verplicht gemeenten om hun overtollige middelen aan te houden bij de staat. Dit gaat om middelen boven een bepaald drempelbedrag. Deelnemen aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de hele sector. De financieringsbehoefte van het Rijk vermindert doordat overtollige middelen in de schatkist worden aangehouden. Dit vertaalt zich in een lagere staatsschuld. Alle bankrekeningen van gemeenten tellen mee. Overtollige middelen mogen op basis van deze wet dus alleen bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden.
76
Vanaf 1 juli 2021 is de drempel voor gemeenten voor verplicht schatkistbankieren verhoogd van 0,75% naar 2% van het begrotingstotaal bij de start van het jaar. Het minimum drempelbedrag is ook verhoogd van € 250.000 naar € 1 miljoen. Wanneer wij meer liquide middelen bezitten dan de norm van € 3.178.456 moeten we dit bij de schatkist aanhouden. B. Gemeentelijk beleid Ons beleid op het gebied van aantrekken en uitzetten van geld is vastgelegd in ons Treasurystatuut. C. Financieringspositie We hebben middelen nodig voor de financiering van vaste activa, de bouwgrondexploitatie en de lopende transacties. Oftewel uitgaven min ontvangsten. Deze financieringsmiddelen bestaan uit langlopende leningen, kortlopende leningen, debetsaldi in rekening-courant en crediteuren. Geldleningen Per 31-12-2024 is de stand van de langlopende leningen € 44.555.000 en een jaarlijkse aflossingsverplichting van € 3.205.000. D. Renteontwikkeling De rente op de geldmarkt en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank. Oftewel ECB. De prijsstabiliteit die door het monetaire beleid van de ECB wordt nagestreefd, omvat een inflatie van 2% voor alle eurolanden samen. Dit komt omdat onze economie het beste werkt als de prijzen stabiel zijn. Door verhoging van de rente zal de vraag naar producten en diensten afnemen en de inflatie dalen en omgekeerd.
Op dit moment blijven de belangrijkste rentetarieven onveranderd. E. Financieel Risicobeheer De risico's bij de gemeenten zijn: 1. Renterisico's op vaste schulden. Oftewel renterisiconorm; 2. Renterisico op de vlottende schuld. Oftewel kasgeldlimiet; 3. Kredietrisico op verstrekte geldleningen en afgegeven borgstellingen. E.1. Renterisico-norm In de Wet Fido is het sturingsinstrument ‘renterisiconorm’ gepresenteerd. Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico's op de vaste schulden. De norm geeft aan over welk bedrag per jaar er maximaal risico mag worden gelopen. Dit gaat over onder andere leningen waarvan de rente herzien gaat worden. Het gaat ook over de herfinanciering van aflossingen. Door aflossingen en herzieningen in de tijd te spreiden wordt het renterisico verkleind. De renterisiconorm wordt berekend met een wettelijk vastgesteld percentage van het begrotingstotaal. Dit percentage is bepaald op 20%. Dit betekent voor ons een renterisiconorm van € 31.784.558. Primaire Berekening renterisiconorm en risico Rekening BegrotingRaming Raming Raming begroting bedragen x €1.000 2026 2027 2028 2023 2025 2024 1a Renteherziening op vaste schuld o/g 1b Renteherziening op vaste schuld u/g 2 Netto renteherziening op vaste schuld (a-b) 3a Nieuwe aangetrokken vaste schuld
11.000
77
28.500 10.000
4.400
7.000
3b Nieuwe verstrekte lange leningen 4 Netto aangetrokken vaste schuld (ab)
11.000
28.500 10.000
4.400
7.000
3.205 3.205 3.205
3.572 3.572 3.572
3.863 3.863 3.863
3.908 3.908 3.908
3.979 3.979 3.979
Rente risiconorm 8 Begrotings- rekeningtotaal 9 Bij ministeriele regeling vastgesteld %
174.366 20%
162.775 20%
158.923 161.680 160.740 161.071 20% 20% 20% 20%
10 Renterisiconorm
34.873
32.555
31.785 32.336
32.148
32.214
34.873 3.205
32.555 3.572
31.785 32.336 3.863 3.964
32.148 3.908
32.214 3.979
31.668
28.983
27.922 28.372
28.240
28.235
5 Betaalde aflossingen 6 Herfinanciering (laagste van 4 en 5) 7 Rente risico op vaste schuld (2+6)
Toets rente risiconorm 10 Renterisiconorm 7 Renterisico op vaste schuld 11 Ruimte (+) / Overschrijding (-) (107)
3.964 3.964 3.964
Toelichting tabel: De renteherziening op de vaste schuld is op 0 gesteld. Ons beleid is dat er alleen leningen worden afgesloten met een vast rentepercentage. Dit rentepercentage kan tijdens de looptijd van de lening niet worden herzien. Uit de tabel blijkt dat we een zeer laag renterisico hebben en zeer ruim binnen de wettelijke risiconorm blijven. E.2. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is in de Wet Fido opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat de gemeente voor slechts een beperkt bedrag met kort geld mag financieren. Met kort geld wordt geld met een looptijd van minder dan 1 jaar bedoeld. De norm is in de wet gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten. De gemiddelde korte schuld per kwartaal mag de kasgeldlimiet niet overschrijden. Je moet het aan de toezichthouder melden wanneer je voor het derde achtereenvolgende kwartaal de limiet overschrijdt. Hierbij moet je ook voorleggen hoe je dit oplost. Voor het jaar 2025 is de kasgeldlimiet vastgesteld op € 13 miljoen. Wij mogen tot de kasgeldlimiet financieren met kort geld. stand per 01/01
Berekening kasgeldlimiet
Bedragen x euro 1.000,-
2023
2024
2025
2026
2027
2028
1) Toegestane kasgeldlimiet begrotingstotaal (totaal van de lasten) 174.366 162.775 158.923 161.680 160.740 161.071 kasgeldlimiet in procenten 8,50% 8,50% 8,50% 8,50% 8,50% 8,50% kasgeldlimiet in bedrag 14.821 13.836 13.508 13.743 13.663 13.691 2) Omvang vlottende schuld schuld in rekening courant 4.218 5.083 7.491 7.491 7.491 7.491 overige geldleningen niet zijnde vast schuld 22.377 24.657 33.898 34.227 29.448 29.545 Totaal vlottende schuld 26.595 29.740 41.389 41.718 36.939 37.036 3) Omvang vlottende middelen
78
contante gelden in kas tegoeden in rekening-courant overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen 4) Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld (2-3) Toegestane kasgeldlimiet (1) Ruimte (+) / Overschrijding (-)
2 54 51.764 51.820
21.309 21.309
53.725 39.659
-25.224 14.821 40.044
8.431 13.836 5.405
1.730 -11.581 -12.370 -12.273 13.508 13.743 13.663 13.691 11.779 25.324 26.033 25.965
53.299 53.299
49.309 49.309
49.309 49.309
E.3. Kredietrisico verstrekte geldleningen en borgstellingen Bij het bepalen van kredietrisico’s maken we een onderscheid tussen 2 soorten risico’s die wij als gemeente lopen. Het ene risico lopen wij omdat wij geldleningen verstrekken of hebben verstrekt aan andere partijen. Het andere risico lopen wij omdat wij gemeentegaranties hebben afgegeven, oftewel een borgstelling. Het kredietrisico voor verstrekte geldleningen zit hem in het mogelijk niet kunnen nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij. Bij borgstellingen ligt het risico bij het claimen van de borg, als de partij waarvoor de borg is gesteld haar verplichtingen niet kan nakomen. Hierbij is de stand vanuit de jaarrekening opgenomen van door de gemeente aan derden verstrekte leningen en deelnemingen. Omschrijving
Lening verenigingen/stichting en SVN duurzaamheidslening nr 3552 SVN duurzaamheidslening nr 4213 Starterslening Svn nr 4211 Starterslening Svn nr 4212 Hypotheken Totaal
BoekwaardInvesteringen e per 0101-2023
Des- Afschrijving/aflossi Herrubricerin Boekwaard investering ng g e per 3112-2023
726
-
-
-14
0
712
1.018
43
-911
-
-38
112
2.058
937
-42
-
-696
2.258
2.239
1.039
-13
-
-572
2.693
176
15
-
-
-137
54
164
-
-
-10
0
154
6.381
2.035
-966
-24
-1.442
5.983
*We verstrekken al geruime tijd geen nieuwe hypotheken meer. Aan waarborgen en garanties heeft de gemeente Schagen een bedrag uitstaan van € 111.871.000. F. Renteresultaat In het Besluit begroting en verantwoording is opgenomen dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moeten worden toegerekend. Het doel is om een juist inzicht in de kosten van de taakvelden te krijgen. Dit gebeurt met behulp van een renteomslag. Het bedrag dat toegerekend kan worden is berekend in onderstaande tabel. De renteomslag moet jaarlijks worden berekend. Zodra de afwijking tussen de gehanteerde omslagrente en de werkelijke rentelast groter wordt dan 0,5% moet
79
de gehanteerde omslagrente aangepast worden. Vanwege het verschil tussen het gehanteerde omslagpercentage en het werkelijk betaalde percentage ontstaat er een renteresultaat. In onderstaand schema wordt inzicht gegeven in: De rentelasten; Het renteresultaat; De manier waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten.
Rente resultaat Boekwaarde 1-1-2025 vlgs staat C 2025 begroting
167.690 167.690
Rente lasten korte en lange termijn rente treasury langlopende leningen
50 1.007 1.057
Renteomslag
0,63%
Afronden op 0,5%
1,0%
De externe rente over de korte en lange financiering De externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente
1.057 804 253
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (voorbeeld riolering)
127
Saldo door te berekenen externe rente
-
380
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen (contante waarde) De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente
380
De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (...% renteomslag)
1.677
Renteresultaat op het taakveld treasury
1.297
80
Het gepresenteerde renteresultaat van € 1.297.000 voordelig betekent dat de gehanteerde omslagrente van 1,0% hoger is dan het gemiddelde van de werkelijke rentepercentages. Er wordt dus meer rente doorberekend naar de activa dan er wordt betaald aan de geldverstrekkers. Het verschil valt binnen de gestelde bandbreedte. Dit betekent dat er een reëel percentage wordt toegerekend aan de activa.
81
Paragraaf lokale heffingen Doelstelling Met dit overzicht van de lokale heffingen geven we een inzicht in welke heffingen er zijn. Ook laten we zien wat de tarieven zijn. Dit maakt duidelijk wat de financiële gevolgen zijn van eerder gemaakte beleidskeuzes. Het laat ook zien wat onze inwoners hiervoor moeten betalen. Gemeentelijk beleid In de Gemeentewet is bepaald welke belastingen door een gemeente geheven kunnen worden. Dit zijn de belastingen genoemd in de artikelen 220 tot en met 229d Gemeentewet. Ook zijn er belastingen die een gemeente heft op basis van andere wetten. Bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing op basis van de Wet milieubeheer. Het algemene uitgangspunt is dat tarieven kostendekkend moeten zijn. Dit beleid komt neer op ‘de gebruiker betaalt’. Bij de afvalstoffenheffing en de rioolheffing is het streven om 100% kostendekkend te zijn. Voor inwoners die niet in staat zijn bepaalde gemeentelijke belastingen te betalen is kwijtschelding mogelijk. Dit is mogelijk voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en bij uitzondering voor de onroerendezaakbelastingen. Inflatiecijfer Voor de leges, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing hebben we afgesproken dat we kostendekkende tarieven heffen voor zover dit mogelijk en acceptabel is. Voor de toeristenbelasting wordt jaarlijks bij voorkeur voor de zomer een tarief vastgesteld voor het volgende jaar.
De forensenbelasting volgt de stijging van de toeristenbelasting (tarief verblijf anders dan een toeristische plaats). De onroerendezaakbelastingen en overige heffingen verhogen we jaarlijks met een inflatiecijfer gelijk aan het consumenten prijsindexcijfer, oftewel CPI. Het CPI van mei was 2,82%. De belangrijkste belastingen, rechten en leges die door ons worden geheven zijn: onroerendezaakbelastingen; afvalstoffenheffing; rioolheffing voor gebruikers; toeristenbelasting; forensenbelasting; grafrechten; precariobelasting; leges. Elke soort lichten we verder toe. Onroerendezaakbelastingen Op grond van artikel 220 van de Gemeentewet heffen wij onroerendezaakbelastingen. Oftewel OZB. Voor gecombineerde panden wordt voor het woondeel een vermindering toegepast. Gecombineerde panden zijn panden waarbij een deel bedrijfsmatig wordt gebruikt en een deel als woning. De inkomsten voor 2025 zijn geschat op een totaal van € 13.771.000. Dit is inclusief de inflatiecorrectie, de meeropbrengst vanwege het realiseren van nieuwbouwwoningen, de afdracht aan het Ondernemersfonds Schagen en het compensatiebudget voor sport en cultuur. Dit laatste gaat om de 3% extra opbrengst van sportcomplexen en culturele complexen.
82
De tarieven voor 2025 zijn nog niet bekend. De hertaxatie naar peildatum 1 januari 2024 is nog niet afgerond. Uiterlijk in december 2024 komen we met een voorstel om deze tarieven vast te stellen. Bij de berekening van de tarieven zal rekening worden gehouden met de uitkomsten van de herwaardering. Bij een stijging van de WOZ-waarde daalt het tarief. Zo pakt de herwaardering opbrengst neutraal uit. Andersom zal bij een daling van de WOZ-waarde het tarief stijgen. WOZ staat voor waardering onroerende zaken. Afvalstoffenheffing De Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing regelt de heffing en invordering van de gemeentelijke afvalstoffen. Oftewel de kosten van het ophalen van het huishoudelijk afval. Afvalstoffenheffing kan worden geheven op grond van artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer. De aanslag afvalstoffenheffing wordt vastgesteld aan de hand van het aantal personen dat op 1 januari van het belastingjaar bij een huishouden staat ingeschreven. De gemeentelijke afvalstoffenheffing wordt voor een groot deel bepaald door het tarief uit de dienstverleningsovereenkomst met de Huisvuilcentrale, oftewel HVC. Andere kostencomponenten van de afvalstoffenheffing zijn onder andere inzamelkosten en afvoerkosten van openbare afvalbakken. Dit bevat de inzet van onze eigen gemeentelijke dienst en werkvoorzieningsschap PRO.
Daarnaast gaat dit ook om de inzet van gemeentelijke veegmachines, kosten van invordering & verhaal & kwijtschelding, papiervergoeding aan verenigingen en instellingen en BTW en afvalstoffenbelasting aan het rijk. Verhoudingsgewijs wordt de afvalstoffenheffing voor een groot deel bepaald door het tarief dat is afgesproken in de dienstverleningsovereenkomst met HVC. Voor het overige deel wordt het bepaald door eigen toerekenbare kosten op het onderwerp afvalinzameling en verwerking. Jaarlijkse inrekening van Consumenten Prijsindexcijfer (CPI) en ingroei-model dienstverleningsovereenkomst Het DVO-tarief van de dienstverleningsovereenkomst stijgt jaarlijks mee met de Consumenten Prijsindexcijfer en loonkostencompensatie. Voornamelijk door deze stijging is er een verhoging van het tarief noodzakelijk om de afvalstoffenheffing kostendekkend te kunnen werken. Hiernaast is bij het aangaan van de dienstverleningsovereenkomst in 2017 een ingroeiregeling afgesproken voor de stijgende kosten van inzameling op glas en textiel, beheer en onderhoud inzamelmiddelen en collectieve kosten HVC voor de jaren 2017 t/m 2026 is hierin opgenomen. Daarnaast verwachten we hogere inkomsten op de afvalstromen.
Door bovenstaande componenten stijgt het tarief voor 2025 met 5%. Afvalstoffenheffing 1 persoon 2 personen 3 personen ≥ 4 personen extra container
2024 325,383,383,414,208,-
2025 341,402,402,435,218,-
De totale opbrengst van de afvalstoffenheffing was geraamd op € 7.811.000,- en wordt € 8.157.000. Rioolheffing
83
De rioolheffing wordt door ons geïnd als retributie die wordt geheven wanneer een bouwwerk is aangesloten op riolering. Dit is volgens de definitie van de Leidraad Riolering. Percelen die niet zijn aangesloten op de riolering zijn niet heffingsplichtig. Voor 2025 bedragen de tarieven:
tot en met 99.750 m3 waterverbruik een tarief van € 228,- per eenheid van 350 m3 gebruik, waarbij een gedeelte van 350 m3 naar boven wordt afgerond; vanaf 99.751 m3 een tarief van € 228,- per eenheid van 750 m3 gebruik, waarbij een gedeelte van 750 m3 naar boven wordt afgerond.
In maart 2023 is het Programma Stedelijk Water en Riolering vastgesteld. Oftewel PSWR. In het vastgestelde PSWR 2023-2027 was een tarief opgenomen van € 235,- voor het jaar 2025. Omdat de uitvoering van deze werkzaamheden van veel factoren afhankelijk is, is het van belang dit jaarlijks te actualiseren. Na verwerking van de investeringen volgend uit het PSWR en actualisatie van investeringen riolering 2025 blijkt dat het tarief aangepast moet worden naar € 228,-. Hierbij begroten we realisaties en wijken we af van het voorgenomen tarief van € 235,- uit het PSWR. In de primitieve begroting is aan inkomsten uit de rioolheffing een bedrag van € 5.910.000 geraamd. Toeristenbelasting Vanaf 2025 heeft de gemeente Schagen twee tarieven voor de toeristenbelasting. • Het tarief van € 2,06 geldt voor steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens op een kampeerterrein. Onder mobiele kampeeronderkomens wordt verstaan: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans en soortgelijke onderkomens. • Het tarief van € 2,25 geldt voor alle andere vormen van verblijf. Er gelden forfaitaire tarieven voor kampeerplaatsen die toeristen voor een lange periode achtereen tot hun beschikking hebben. Bij campings met jaarplaatsen, seizoenplaatsen of maandarrangementen is namelijk een registratie per nacht niet uitvoerbaar.
Daarom zijn de volgende forfaitaire tarieven 2025 opgenomen voor steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens: Voorseizoenarrangement Verlengd voorseizoenarrangement Naseizoenarrangement Maandarrangement
2,2 personen x 30 nachten x € 2,06 2,3 personen x 39 nachten x € 2,06 2,2 personen x 18 nachten x € 2,06 2,1 personen x 12 nachten x € 2,06
En er zijn forfaitaire tarieven voor alle andere vormen van verblijf: Vaste jaarplaats 2,3 personen x 53,7 nachten x € 2,25 Vaste seizoenplaats 2,4 personen x 53,6 nachten x € 2,25 Seizoenplaats 2,4 personen x 52,9 nachten x € 2,25
€ 135,96 € 184,78 € 81,58 € 51,91
€ 277,90 € 289,44 € 285,66
De totale opbrengst van de toeristenbelasting is geschat op € 2.800.000 Forensenbelasting Forensenbelasting wordt geheven wanneer natuurlijke personen meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden zonder dat zij in de gemeente hun hoofdverblijf hebben. In onze gemeente zijn ongeveer 3.620 personen belastingplichtig voor de forensenbelasting. De totale opbrengst van de forensenbelasting is geschat op € 2.202.000. De forensenbelasting kent 2 tarieven. Één tarief voor stacaravans en één tarief voor woningen. Dit geldt ook voor recreatiewoningen.
84
Het tarief voor stacaravans bedraagt in 2025 € 351,20. Het tarief voor woningen bedraagt in 2025 € 822,50. Grafrechten Grafrechten heffen we op basis van de Verordening op de heffing en invordering van grafrechten. In 2021 is de Beheersverordening gemeentelijke gedenkparken gemeente Schagen 2022 vastgesteld. Naar aanleiding van deze Beheersverordening hebben we de tarieven in de verordening grafrechten onderzocht en bijgesteld. Voor het begraven of bijzetten van stoffelijke overschotten worden aanslagen grafrechten opgelegd. Dit gaat om het gebruik van de begraafplaats en om het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met het begraven en het bijzetten. De inkomsten voor 2025 worden geraamd op € 288.000,-. Leges Leges heffen we voor diensten die we als gemeente hebben geleverd. In de tarieventabel, die bij de verordening hoort, worden de bedragen genoemd die we voor diverse verleende diensten heffen. Voor een aantal diensten worden de tarieven door het rijk voorgeschreven, bijvoorbeeld bij reisdocumenten. Bij het vaststellen van de tarieven gaan we er van uit dat deze 100% kostendekkend zijn.
De tarieventabel leges is onderverdeeld in drie titels en is ingericht volgens de modelverordening van de Vereniging Nederlandse Gemeenten: • Titel 1 Algemene dienstverlening bijvoorbeeld: burgerlijke stand, reisdocumenten, winkeltijden et cetera; • Titel 2 Dienstverlening die valt onder de fysieke leefomgeving of omgevingsvergunning, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; • Titel 3 Dienstverlening die valt onder de Europese Dienstenrichtlijn: horeca, evenementen en dergelijke. Voor titel 1 en 2 mogen de opbrengsten van alle diensten binnen een titel niet hoger zijn dan de uitgaven. Binnen een titel mag een dienst dus meer dan 100% kostendekkend zijn, zolang deze gecompenseerd wordt door een lagere kostendekking. Voor titel 3 geldt de kostendekking per dienst. De totale opbrengst aan leges is geschat op €2.649.668,- zoals te zien is in onderstaand overzicht:
Recapitulatie Hoofdstuk 1, 2 en 3
Directe kosten
Kostendekking Hoofdstuk 1
388.998
Loonkosten Overhead
Opbrengst
Kostendek kendheid
491.115
341.013
906.457
74,23%
Kostendekking Hoofdstuk 2
1.050.222
723.360
1.739.062
98,05%
Kostendekking Hoofdstuk 3
2.682
2.495
4.149
80,17%
1.544.019
1.066.868
2.649.668
88,33%
Kostendekking totale tarieventabel 388.998
Titel 1 algemene dienstverlening Bij titel 1 is weinig ruimte om de tarieven te verhogen. De opbrengsten komen voornamelijk door paspoorten en rijbewijzen. Deze tarieven zijn op dit moment gelijk aan het maximale bedrag.
85
Titel 2 dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning De kostendekking van titel 2 is onder de 100% kostendekking. Hoewel er getoetst wordt op de gehele verordening wordt u geadviseerd om onder deze grens te blijven. Het is namelijk goed mogelijk dat de jurisprudentie wijzigt met betrekking tot kruis subsidiëring. Dit kan gevolg hebben tot een toename in bezwaar- en beroepsprocedures.