Een nieuw thuis-Stimuleren van doorstroming van senioren op de woningmarkt
Tekst van het document
Denken vanuit een ander perspectief: wat als al die empty nesters nu eens blijven zitten?
Figuur 2 Aandeel van de huidige woningvoorraad in de Metropoolregio
Voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA) maakte onderzoeksbureau RIGO een schatting van het te verwachten woningaanbod in de regio door overlijden, gesteld dat niemand meer zou verhuizen. De uitkomsten zijn ook relevant voor de rest van Nederland. Uit het onderzoek blijkt dat de kans op woningaanbod door overlijden per segment verschilt. In eengezinshuurwoningen – het meest vergrijsde deel van de voorraad – gaat het nog relatief snel. Hier wonen de babyboomers die jong waren toen kopen nog geen gemeengoed was. Het gaat hier om een klein segment van de woningmarkt. De eengezinskoopwoningen die in de voormalige uitbreidingswijken staan, zullen pas in de jaren 30 vrijkomen door overlijden. De senioren die hier wonen, zijn van een jongere generatie en de woningen komen pas vrij als ook het laatst overgebleven lid van het huishouden is overleden. In geval van een stel, beide 70 jaar oud, is de kans slechts 4% dat over 10 jaar beide partners zijn overleden. Op basis van de analyse waarschuwt RIGO voor de angst voor een mogelijk overschot aan eengezinshuizen. De komende twee decennia zullen tal van jonge gezinnen in krappe stadsappartementjes wonen. Terwijl hun ouders in de suburb twee logeerkamers leeg hebben staan. Die jonge gezinnen van nu kunnen weinig met de verwachting dat die ruime woningen over een jaar of 20 voor een prikkie te koop zullen staan.
hun dood blijven wonen.
Een nieuw (t)huis / 2. Zicht op de opgave en resultaten
Amsterdam dat zal zijn vrijgekomen door overlijden, indien de bewoners er tot
Bron grafiek: WiMRA2019, CBS, bewerking RIGO
27
Inhoud
Inleiding
2.3 Inzet bepalen Bij het bepalen van de aanpak is het belangrijk aan te sluiten bij het te bereiken doel en te zorgen voor een effectieve mix van instrumenten. Onderzoek levert een belangrijke bijdrage aan het verkrijgen van een goede aanpak, en ook een challenge kan in de zoektocht naar goede aanpakken waardevol zijn.
Doel is bepalend Welke instrumenten ingezet moeten worden, hangt af van het te bereiken doel. Als de samenwerkende partijen willen dat senioren langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen, doordat zij in een geschikte woning wonen, dan kunnen ook woningaanpassingen ervoor zorgen dat een senior geschikt woont. Tegelijkertijd kan ook het inzicht in de opgave leiden tot wijzigingen
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
4. Het gedrag
in het gestelde doel en daarmee in de aanpak. Ontbreekt het aanbod aan aantrekkelijke woningen voor senioren, dan is dat een eerste stap. Zijn er wel geschikte woningen, maar komen deze niet bij senioren terecht? Dan kunnen daar maatregelen voor worden getroffen.
Effectieve inzet Er zijn tal van instrumenten die ingezet kunnen worden om doorstroming te stimuleren. Maar welke zijn effectief? Hierover weten we nog niet veel. Het is het moeilijk om een causaal verband vast te stellen tussen een instrument (bijv. de voorrangsregel) en het resultaat (iemand is verhuisd). Vaak is dit resultaat namelijk niet alleen te herleiden tot de inzet van een specifiek instrument. Dit komt omdat er vaak een combinatie van instrumenten wordt ingezet en er zijn ook andere factoren die meespelen. Stel dat een partner (onverwachts) overlijdt, een paar bekenden verhuizen of de komst van een
Praktijkvoorbeeld: Den Helder prioriteren van de inzet Voor de gemeente Den Helder voerde stichting In Fact een analyse met de WoonZorgwijzer en data over de huidige woningvoorraad uit. De analyse had onder meer tot doel zicht te krijgen op de mogelijke vraag naar woningaanpassingen c.q. doorstroming. Met de WoonZorgwijzer is in beeld gebracht waar mensen met mobiliteitsbeperkingen binnenshuis wonen. Door deze informatie te combineren met informatie over de geschiktheid van de woningvoorraad komen gebieden naar voren waar knellende situaties kunnen ontstaan. Deze doen zich voor wanneer senioren in ongeschikte woningen wonen. De kans hierop is in Den Helder klein. Rond de 1.700 inwoners zijn binnenshuis minder mobiel. Daar staan 4.450 geschikte woningen en 19.100 aanpasbare woningen tegenover. De afbeelding toont enkele omcirkelde gebieden, in deze gebieden is de kans groter dat een senior minder mobiel is binnenshuis én ongeschikt woont. Bij het prioriteren van de inzet van de gemeente en/of woningcorporaties is aandacht voor deze gebieden wenselijk. In veel gevallen zijn aanpassingen wenselijk en mogelijk, in een enkel geval kan een verhuizing noodzakelijk zijn.
Een nieuw (t)huis / 2. Zicht op de opgave en resultaten
3. Integrale aanpak
Bron: Stichting In Fact
28
Inhoud
Inleiding
aantrekkelijk wooncomplex, dat zijn allemaal redenen die van invloed kunnen zijn op het gevoel van urgentie en/of de motivatie van een senioren om te verhuizen.
Basis gelegd door praktijkkennis Praktijkkennis is er wel. Door woningcorporaties en gemeenten is er al veel ervaring opgedaan met diverse aanpakken en interventies met name in de sociale huursector. Door het ontbreken van effectonderzoek kon de effectiviteit per interventie niet worden vastgesteld. Maar vanuit de praktijk worden wel een aantal geleerde lessen aangereikt: – Er blinkt niet één interventie uit. Het beste resultaat wordt volgens wooncoaches bereikt wanneer er een pakket aan interventies is dat de professional, bijvoorbeeld de wooncoach, per huishouden op maat kan inzetten. – Voorrangsregels verruimen de mogelijkheden voor mensen om een woning te kiezen. Dit maakt de kans op doorstroming groter. – Informatie en advies op maat helpt mensen om een onderbouwde keuze te maken en te weten welke stappen zij kunnen zetten. – Verhuiskostenvergoedingen worden gewaardeerd door doorstromers, maar zijn niet de reden dat zij doorstromen. Het wordt gezien als een extraatje, niet als een must.
Onderzoek onder senioren Naast deze praktijkkennis kan het onderzoeken van de triggers bij doorstroming helpen om inzichtelijk te krijgen wat senioren aan het denken heeft gezet over de eigen woning en wat bij hen de doorslag heeft gegeven om te verhuizen. Zo lieten de gemeente Utrecht en woningcorporatie Mitros een onderzoek uitvoeren om inzicht te krijgen in hoe senioren een woning zoeken en vinden via WoningNet, welke drempels zij eventueel ervaren en wat kan worden verbeterd (zie ook paragraaf 4.1). De gemeente Amersfoort vroeg doorstromers welke maatregelen van invloed zijn geweest op hun verhuizing.
Een nieuw (t)huis / 2. Zicht op de opgave en resultaten
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
Buiten de gebaande paden Door de toenemende kennis over hoe doorstroming werkt, verandert de aanpak. Vaak kleine wijzigingen, soms wat grotere veranderingen. Om tot nieuwe aanpakken te komen, organiseerde de provincie Utrecht de Doorstroomchallenge. Hiermee daagde de provincie organisaties uit om met vernieuwende aanpakken te komen.
Praktijkvoorbeeld: Doorstroomchallenge provincie Utrecht Veel aanpakken gericht op doorstroming zijn gefocust op de sociale huursector. Maar welke instrumenten zijn mogelijk als het gaat om de particuliere huur- en koopsector? Provincie Utrecht daagde marktpartijen, woningcorporaties en particulieren uit om deel te nemen aan een doorstroomchallenge met als doel: concrete oplossingen ophalen die gemakkelijk realiseerbaar zijn en bijdragen aan doorstroming. Er waren vier thema’s waarop zij hun ideeën konden indienen: aantrekkelijke woonconcepten, gebruik van data, het wegnemen van barrières en bewustwording & positiviteit. In bijlage 2 is een overzicht van alle inzendingen opgenomen.
29
Inhoud
Inleiding
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
2.4 Monitoren en evalueren Praktijkvoorbeeld: De Doorstroomtrein De huidige woningnood is vooral een mismatch tussen vraag en aanbod, dat met onder andere lokale woningruil is op te lossen. Met dit idee won platform Floqz de Challenge Doorstroming van de provincie Utrecht. Het platform richt zich hiervoor vooral op scheefwoners: ouderen die alleen of samen in een gezinswoning wonen, of mensen die al een tijdje te veel verdienen voor hun sociale huurwoning. Ook na een scheiding kan scheefwonen ontstaan. Landelijk ligt het aantal scheefwoners op 13,8%. Door de verhuiswensen van deze mensen aan elkaar te koppelen met woningruil kan de woningmarkt weer in beweging komen. Floqz benadert daarom gemeenten om WoonEvents te houden. Daar zijn naast particulieren ook vaak partijen aanwezig, zoals makelaars, vertegenwoordigers van woningcorporaties en gemeenten en projectontwikkelaars.
Om te kunnen leren van de eigen aanpak, eventueel in samenwerking met andere organisaties, is het belangrijk te monitoren en evalueren. Aanpakken worden al steeds vaker geëvalueerd, maar de monitoring blijft vaak nog achter. Deze paragraaf beschrijft het belang van monitoring en hoe je deze kunt vormgeven.
Registeren is ruimte creëren om te leren Om later te kunnen bepalen of de inzet leidt tot de gewenste effecten is registratie van belang. Hoe vaak worden bepaalde interventies gepleegd of maatregelen gebruikt? In welke gevallen leidde dit tot een verhuizing? Welke maatregelen zijn effectief? En met welke kun je beter stoppen? En welke middelen zou je daarmee besparen? De quickscan ‘Stimuleren van doorstroming van senioren op de woningmarkt’ laat zien dat dergelijke informatie niet of nauwelijks wordt geregistreerd. Hierdoor kan maar beperkt worden geleerd van de inzet van de verschillende interventies. Terwijl een goede registratie immers de basis legt om analyses uit te kunnen voeren en zo steeds meer inzicht te krijgen in hoe doorstroming van senioren werkt en wat daarin effectief is.
Nog veel in Excel “Wij worstelen al jaren met de houtje-touwtje registratie in Excels en het handmatig vrijkomend aanbod volgen om te kunnen bemiddelen. De woonruimteverdeelpakketten ondersteunen dit onvoldoende. We maken tot nog toe helaas maar hele kleine stapjes hierin.” - Woningcorporatie die aan het experiment doorstroming deelneemt
Een nieuw (t)huis / 2. Zicht op de opgave en resultaten
30
Inhoud
Inleiding
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
Welke indicatoren monitoren?
Evalueren: inzet, resultaten en effecten
Naast de indicatoren die de opgave in beeld brengen, is data over de inzet van de verschillende interventies, de doelgroep en de verhuizingen relevant om inzichtelijk te krijgen hoe doorstroming werkt. Op basis van het experiment ‘Doorstroming van senioren op de woningmarkt’ stellen we vast dat een monitor doorstroming bij voorkeur bestaat uit de indicatoren die zijn opgenomen in overzicht 2.
Evaluaties helpen, net als monitoring, om te leren van de ingezette aanpak en het inzichtelijk krijgen van wat werkt en wat beter kan. Op basis van de ingezette instrumenten kan gekeken worden wat beter werkt: is het belangrijk om bij een nieuwbouwcomplex bij senioren in de nabije omgeving persoonlijk langs te gaan of ontstaat er ook al genoeg animo door een brief te sturen, een filmpje van het te ontwikkelen complex online te zetten of een informatiebijeenkomst te organiseren voor de potentiële nieuwe bewoners, zodat zij elkaar al leren kennen?
Overzicht 2 Indicatoren voor monitoring van beleid gericht op doorstroming Beleidsinzet
Aantal verstuurde brieven/uitgedeelde folders/hits op website Aantal huisbezoeken (totaal en gemiddeld per huishouden) Gebruik maatregelen in aantallen (huurverlaging, administratieve hulp, verhuisvergoeding, etc.) Verwijzingen tussen organisaties (woningcorporatie/zorgorganisatie/gemeente)
Kenmerken van verhuizers (af te zetten tegen gehele doelgroep)
Leeftijdsklasse (tot 55, 56-65, 66-75, 76-85, 85+) Omvang huishouden (1, 2, 3-p…) Gebruik huurtoeslag Woonsituatie: locatie (gemeente/wijk), type woning, oppervlakte, (sociale) huur/koop en eventueel huurklasse in oude en nieuwe situatie
Eerste contact
Benaderd door woningcorporatie vanwege sloop Benaderd door woningcorporatie vanwege passend wonen Benaderd door woningcorporatie vanwege renovatie Benaderd door zorgpartij vanwege passend wonen Eigen initiatief senior, eventueel via Woningnet
Verhuisketen
Aantal verhuizingen (verhuizen meer senioren?) Omvang nieuwe huishouden in vrijgekomen woning
Geboekte resultaten
Reden van verhuizing (uitvragen bij doorstromer) Link met beleidsinstrumentarium (noodzakelijk, zetje in de rug, ook zonder maatregelen verhuisd) (uitvragen bij doorstromer)
Een nieuw (t)huis / 2. Zicht op de opgave en resultaten
Om te bepalen hoe succesvol de inzet is, is het belangrijk aan de voorkant met elkaar helder te hebben wat eigenlijk van de inzet verwacht wordt: met welke resultaten en effecten is de organisatie tevreden? Op basis hiervan kan tijdens de evaluatie bepaald worden of de organisatie(s) op de goede weg zijn of dat er meer nodig is om de gestelde ambitie te realiseren.
31
Inhoud
Inleiding
2.5 Tips voor betere monitoring en evaluatie De volgende tips zijn afkomstig uit de publicatie ‘Monitoring en evaluatie: van opties tot plan’ en sluiten aan op de praktijkervaringen die zijn gedeeld in het experiment doorstroming van senioren op de woningmarkt.
1
Start zo vroeg mogelijk In de praktijk wordt vaak pas nagedacht over monitoring en evaluatie in het eindstadium van een pilot of programma. Terwijl de beginfase eigenlijk het meest natuurlijke moment is om na te denken over wat het voor wie moet opleveren. Door hier aan de voorkant over na te denken, scheelt het later zoeken naar data en die wellicht nergens is bijgehouden.
2
Start klein en houdt het simpel (als het niet anders kan) Vaak is er weinig budget voor monitoring of ontbreekt het volledig. Ook kan het gevoel van urgentie ontbreken. Een kleine en simpele manier van monitoren en evalueren kan dan heel waardevol zijn. Breng alle beschikbare kennis en informatie van betrokken partijen (corporaties, gemeenten, zorgaanbieders, marktpartijen) samen. Gebruik bestaande data die verband houdt met het onderwerp. Haal verhalen uit de praktijk op. Voer bijvoorbeeld gesprekken met de doelgroep en betrokken partijen. Hoe ervaren zij dat het gaat? Hoe beoordelen zij de data?
3
Betrek kenniscentra Een samenwerking met een hogeschool of universiteit kan uitkomst bieden als er in de eigen organisatie onvoldoende kennis over monitoren en evalueren is of het budget en capaciteit beperkt zijn. De aanpak van doorstroming kan voor studenten een interessant studieproject opleveren.
Een nieuw (t)huis / 2. Zicht op de opgave en resultaten
1. Samen naar beter
4
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
Heb oog voor de strategische meerwaarde Monitoren en evalueren heeft ook een strategische betekenis. De financiële en/of maatschappelijke kaders en politieke en/of bestuurlijke setting kunnen in de tijd wijzigen. Soms blijkt bijvoorbeeld later dat andere vragen meer politiek interessant en actueel zijn. Wees alert of deze veranderingen misschien ook vragen om andere monitoringsdata.
32
Inhoud
Inleiding
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
Henny verhuisde vol levenslust naar een zonnig appartement Nadat een bevriende buurvrouw verhuisde, liet ook Henny haar vertrouwde woonomgeving achter. “Toen de buurt minder gezellig werd, was het voor mij een geschikt moment om te verhuizen.” Al redelijk snel kwam een woning vrij en verhuisde Henny naar een ruim appartement met prachtig uitzicht. Langzamerhand begint Henny te wennen aan haar nieuwe woning: “Als gevolg van routine begint dit appartement steeds meer als thuis te voelen.”
Een juist moment om te vertrekken Nadat veel senioren uit haar wijk wegtrokken en daarmee ook het sociale netwerk in de straat langzaam kleiner werd, verhuisde ook Henny’s overbuurvrouw, waarmee ze een hechte band had. Ze hielden elkaar in de gaten en letten op elkaar. Het vertrek van de overbuurvrouw zette Henny aan het denken: “Zal ik dit zelf ook niet doen, moet ik ook niet gaan, misschien zit er wel iets in.” Henny dacht al langer over verhuizen, maar wilde op het juiste moment de stap maken: “Niet te vroeg, maar ook niet te laat. Je wilt zelf de regie houden.” Aan het begin van haar zoektocht nam Henny contact op met Laurentius. Hier stond ze al 17 jaar ingeschreven, omdat ze toentertijd met haar man besloot om alvast na te denken over hun oude dag: “Als we ons nu niet inschrijven, is er straks geen aanbod”, was de gedachte. Het – voornamelijk telefonische – contact met de verhuurmakelaar verliep over het algemeen goed. Zij gaf in eerste instantie aan dat het lang zou duren om een geschikte woning te vinden. Henny wilde namelijk graag een twee-
Een nieuw (t)huis / Portret: Henny (87)
Henny (87 jaar) – Gezinssamenstelling: Alleenstaand – Vorige woonsituatie: Zelfgebouwde eengezinswoning in Breda (koopwoning) – Huidige woonsituatie: Tweekamerappartement in seniorencomplex in Breda (sociale huur)
33
Inhoud
Inleiding
kamerwoning met genoeg licht en grote ramen. Toen er een woning in het complex van haar voorkeur vrijkwam, ging het opeens snel. “Een vriendin van mij woonde al in dit complex. Er worden veel feestjes georganiseerd en het is er levendig. Hier zag ik mijzelf wel wonen”, aldus Henny.
Verhuizen zonder zorgen De woning die Henny achterliet, bouwde ze 56 jaar geleden samen met haar man. Zij woonden hier al die tijd met veel plezier en tevredenheid. Helaas overleed Henny’s man tien jaar geleden. “Door de vele mooie herinneringen en momenten in het huis was afscheid nemen moeilijk. We hebben daar zoveel meegemaakt”, vertelt Henny. Ondanks het moeilijke afscheid verliep de verhuizing heel soepel. Henny’s kinderen ontzorgden haar volledig: “Ik moest van mijn kinderen drie dagen uit huis. Ik had van te voren een plan en een tekening gemaakt van hoe ik alles precies ingericht wilde hebben.” Zo geschiedde. Henny was totaal overdonderd door het eindresultaat: “Het was helemaal af. De kinderen hadden zelfs mijn klerenkast netjes opgeruimd en ingedeeld op kleur.”
Zoals het klokje thuis tikt… Henny is zeer tevreden met haar ruime, lichte hoekwoning. Met twee balkons is haar woning één van de grootste in het seniorencomplex. Ze zit het liefst met een kop koffie op haar favoriete plek in huis: een knus hoekje, waar de stoel van haar echtgenoot een mooi plekje heeft. De stoel wordt vergezeld door een altijd verse bos bloemen en een schilderij dat Henny zelf schilderde. Het pronkstuk van de woonkamer is absoluut haar antieke klok. Toen deze klok een mooi plekje aan de muur kreeg, begon Henny zich meer thuis te voelen: “Toen mijn kleinzoon het tikken van de klok hoorde, voelde het voor hem echt aan als het huis van oma. Ik denk dat hij wel gelijk heeft. De klok maakt mijn woning compleet.” Ook de bewoners van het complex geven haar een nostalgisch gevoel. Veel van hen kent ze uit haar jeugd: “Ik ben hier dichtbij opgegroeid en deze mensen doen me denken aan mijn fijne kindertijd.”
Een nieuw (t)huis / Portret: Henny (87)
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
Henny is ook erg te spreken over haar nieuwe woonomgeving die uitermate geschikt is voor een mooie wandeling. In het winkelcentrum in de buurt doet ze vaak samen met haar kinderen boodschappen. Henny vertelt dat de omgeving van het seniorencomplex lijkt op de woonwijk waar ze eerder woonde: “Ik heb het gevoel dat je in een wijk zit en niet op een eilandje. Dit is precies wat ik thuis ook gewend was.” De bruisende woonomgeving symboliseert haar visie op het leven. “Ik leef in het hier en nu. Ik wil nog veel dingen doen. Ik zie het verhuizen naar een seniorenwoning als een nieuwe fase in mijn leven en zeker niet als laatste fase. Iedere levensfase heeft zo zijn charme en ik wil er alles uithalen.”
Tip voor corporaties: Leg het verhuisproces stapsgewijs uit aan de senioren. “Er komt veel bij een verhuizing kijken en het is fijn als dit allemaal duidelijk.” Tips voor senioren: Denk goed na over het moment van verhuizen. “Zorg dat je niet zo lang wacht dat je door fysieke gebreken naar een verzorgingshuis moet.” Neem alleen beslissingen waar je je goed bij voelt. “Het is belangrijk dat je je eigen tempo bepaalt in het verhuisproces en niet overhaast te werk gaat.”
34
Inhoud
3 Een nieuw (t)huis / 3. Een integrale aanpak
Inleiding
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
35
Inhoud
Inleiding
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
3. Een integrale aanpak Er worden veel verschillende instrumenten ingezet voor doorstroming. Welke instrumenten zetten verschillende partijen in? Hoe matchen deze met de opgave? Waar moet je op letten? En welke vervolgstappen zijn nodig? In dit hoofdstuk gaan we in op de verschillende elementen die een rol spelen bij het komen tot een integrale aanpak.
3.1 Tal van instrumenten Uit de quickscan ‘Doorstroming stimuleren van senioren op de woningmarkt’ leerden we dat er verschillende instrumenten worden ingezet om senioren door te laten stromen op de woningmarkt. We maakten onderscheid in vijf interventiecategorieën. Iedere categorie heeft een ander doel en andere mogelijke instrumenten om dat doel te bereiken (zie figuur 3). De categorie ‘passend aanbod’ is voorwaardelijk. Zonder geschikte woningen is het immers niet mogelijk om door te verhuizen. De verschillende soorten instrumenten zijn anders van aard. Een deel zijn collectieve instrumenten: bijvoorbeeld een algemene bewustwordingscampagne of een voorrangsregeling. Terwijl een ander deel gefocust is op maatwerk en dus individuele instrumenten betreft. Dat hangt nauw samen met de verschillende fasen in het doorstroomproces, ook wel de klantreis genoemd, en de reden van doorstroming.
Klantreis Het is belangrijk om naast de verschillende interventiecategorieën ook te kijken naar de verschillende fasen in het doorstroomproces, ook wel de klantreis genoemd. Door samen met alle samenwerkingspartners een analyse te maken van de klantreis, de vijf interventiecategorieën en de bijbehorende
Een nieuw (t)huis / 3. Een integrale aanpak
doorstroominstrumenten, krijg je inzicht in hoe iedereen bijdraagt aan de klantreis. Dat maakt het tevens mogelijk om te bedenken hoe je elkaar kan versterken en op welke punten in de klantreis wellicht nog instrumenten ontbreken.
36
Inhoud
Inleiding
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
Figuur 3 Overzicht van interventiecategorieën
Interventiecategorie
Doel
Instrumenten
1. Passend aanbod
Verleiden tot verhuizen naar een plek om prettig oud te worden
Sturen op voldoende geschikte woningen, door onderzoek naar vraag, aanbod en discrepantie.
2. Op weg helpen
Bewustwording, luisteren en informeren
Bewustwording en informeren door voorlichtingscampagnes, gesprekken, internetpagina’s en informatiefolders. Daarmee bewust maken van situatie en bekend maken met mogelijkheden, verdeelsysteem, zoeken en aanbod.
3. Ontzorgen
Begeleiden en uit handen nemen
Begeleiden en uit handen nemen door persoonlijke gesprekken, helpen met inschrijving, attenderen en reageren op geschikt aanbod, verhuizing bespreken en stappen overzichtelijk maken, bemiddelen en doorverwijzen.
4. Prijsprikkel
Financiën geen belemmering laten zijn
Huurprijsbehoud, verhuiskostenvergoeding, aanpassen huurprijs naar inkomen.
5. Voorrang
Minder lang wachten op een woning
Kleine uitzonderingen op regels, zoals leeftijdscriterium, inkomen en reactietermijn.
02
Een nieuw (t)huis / 3. Een integrale aanpak
37
Inhoud
Inleiding
In figuur 4 is een voorbeeld te zien van een klantreis die provincie Gelderland samen met Omnia Wonen maakte. Tijdens netwerkbijeenkomsten is de klantreis met de verschillende betrokken partijen (gemeente, corporaties, welzijn, zorg) en met huurders besproken en is per fase van de reis in kaart gebracht waar huurders behoefte aan hebben en welke instrumenten de verschillende organisaties nu al inzetten of zouden kunnen/willen gaan inzetten. Gaandeweg het project wordt op basis van o.a. de behoefte van 55-plussers de klantreis aangevuld met nieuwe instrumenten.
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
Reden van doorstroming: wens of nood? Doorstroominterventies zijn het meest kansrijk bij wensverhuizers: senioren die al nadenken over een mogelijke verhuizing, maar niet weten hoe dit aan te pakken of geen passend aanbod kunnen vinden. In het volgende overzicht splitsen we deze categorie van wensverhuizers verder op. Daarnaast geven we aan welke aanpak bij ieder type doorstromer past.
Figuur 4 Samenhang klantreis en instrumenten Bron: Marjan Beekhof, Omnia Wonen
Een nieuw (t)huis / 3. Een integrale aanpak
38
Inhoud
Inleiding
Overzicht 3 Kenmerken wens- en noodverhuizers
Wensverhuizer
Noodverhuizer
Kenmerken doorstromer
Aanpak
Actieve senior Staat volop in het leven, is nog niet actief bezig met de toekomst en is zich waarschijnlijk nog minimaal bewust van de mogelijkheden op de woningmarkt, maar heeft wellicht wel een nog niet ontdekte verhuiswens.
Algemene benadering door advertenties die wijzen op de mogelijkheden en bewustwording teweegbrengen.
Alerte senior Is zich bewust van de situatie. Heeft het gevoel om binnen een paar jaar in beweging te komen en dus een sluimerende verhuiswens. Verzamelt daarom voorzichtig informatie en oriënteert zich op een nieuwe woning.
Gerichte benadering door advertenties of een persoonlijk gesprek.
Gealarmeerde zoeker Ziet het in de omgeving misgaan, voelt daardoor urgentie en wil graag in beweging komen. Maar loopt nog aan tegen moeilijkheden in het proces.
Persoonlijke benadering in combinatie met actieve bemiddeling bijvoorbeeld in de vorm van voorrang bij lange wachttijd.
Urgente zoeker Is door gezondheids- of ouderdomsklachten niet meer in staat om zelf een actieve rol te spelen. Vaak is de verhuizing noodzakelijk op korte termijn (binnen een half jaar). Hulp van bijvoorbeeld kinderen is wenselijk.
Actief bemiddelen met een persoonlijke aanpak. Bijvoorbeeld door voorrang te verlenen of afspraken te maken met zorgverlening. Een zelfstandige woning is in deze situatie vaak niet meer van toepassing.
Een nieuw (t)huis / 3. Een integrale aanpak
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
De effectiviteit van je aanpak hangt dus sterk af van de situatie van de senior in kwestie. Als je dit weet, wat kun je dan vervolgens doen om de groep wensverhuizers groter, of zo groot mogelijk, te maken? Dat heeft voor een groot deel met bewustwording te maken. Het beleid gericht op doorstroming van senioren speelt in op bewustwording en het nemen van tijdige maatregelen voor het langer thuis wonen. Het aantal noodverhuizingen wordt daarmee voorkomen.
3.2 Betrekken van senioren Voorgaande paragraaf laat zien dat de ene senior de andere niet is en maatwerk wenselijk is. Senioren verschillen immers in hun behoeften en wensen. Dat bepaalt ook hoe je hier als gemeente, woningcorporatie, projectontwikkelaar of zorg-welzijnsorganisatie het beste op kan inspelen. Hoe kun je ervoor zorgen dat je de juiste maatregelen treft? Helder, door met senioren zelf in gesprek te gaan en te horen wat hen beweegt, wat zij nodig hebben bij het vormgeven van hun toekomst, of dat nu in de huidige of een andere woning is. Het betrekken van senioren bij het vormgeven van beleid en interventies op het gebied van langer thuis en/of doorstroming kan op verschillende manieren; variërend van raadplegen tot en met meebeslissen. Bij elke trede van de participatieladder horen andere instrumenten. Rondom doorstroming beperkt de inzet zich vaak tot het informeren van senioren. Bijvoorbeeld over een nieuwe regeling, het raadplegen van de huurdersorganisatie over het doorstromingsbeleid of een advies van de ouderenbond over het beleid Langer Thuis. Maar senioren kunnen zelf ook een belangrijke bijdrage leveren, zoals zij in de gemeente Breda doen.
39
Inhoud
Inleiding
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
Figuur 5 Participatieladder
Praktijkvoorbeeld: In gesprek met senioren over nieuwbouw in Halderberge (mee)beslissen coproduceren adviseren raadplegen informeren
Praktijkvoorbeeld: Goed voorbereid ouder worden in Breda Professionals en vrijwilligers in de gemeente Breda bereiden senioren voor op het ouder worden. Daarbij kijkt men veel verder dan sec naar ‘wonen’. Via een servicepunt, informatiebijeenkomsten en een woonscan krijgen senioren advies over veilig wonen, woningaanpassingen en hulp- of zorgverlening. En het advies tijdig na te denken over hun toekomst. Initiatiefnemers Maan Peters en Johan Weijters, beiden gepensioneerd, vertellen gepassioneerd over hoe hun vrijwilligersinitiatief in de afgelopen 10 jaar is uitgegroeid tot een brede samenwerkingsalliantie. “Aanvankelijk richtte onze aandacht zich alleen op het zelfstandig blijven wonen”, vertelt Peters. Met de veranderingen in de zorg zochten Peters en Weijters in 2015 contact met de gemeente Breda. Met de gemeente en Zorg voor Elkaar Breda vonden vrijwilligers en professionals een samenwerkingskader.
Een nieuw (t)huis / 3. Een integrale aanpak
Toekomstige bewoner op de kijk- en meetdag en bewoner op de dag van sleuteluitreiking. Bron: Woonkwartier
Woningcorporatie Woonkwartier heeft bezit in 3 gemeenten bestaande uit 18 kleine kernen. Voor elk van die kernen maakte Woonkwartier een kernvisie. Daaruit blijkt dat de grotere kernen het meest beschikt zijn voor nieuwbouw. Voorafgaand aan de realisatie van een nieuwbouwproject met 9 gelijkvloerse, betaalbare huurappartementen in de kleine kern Stampersgat ging Woonkwartier in gesprek met gemeente Halderberge en het dorpsplatform Samenstichting Stampersgat. In dit overleg zijn een aantal gezamenlijke doelen geformuleerd:
40
Inhoud
Inleiding
– Kansen voor inwoners (m.n. senioren) bevorderen – Doorstroming in de kern bevorderen (zowel koop als sociale huur) – Door verhuizing binnen kern behoud eigen sociale netwerk Daar ontstond een pilot uit om bij de eerste verhuur van deze 9 appartementen voorrang te verlenen aan 55-plussers die een huur- of koopwoning in de kern achterlieten. Daarbij werd ingezet op een persoonlijke benadering van alle 55+ woningzoekenden door de woonadviseur van Woonkwartier en ondersteuning van deze woningzoekenden.
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
Praktijkvoorbeeld: Filmmak(k)ers uit Delft Vanuit de Werkplaats Sociaal Domein Den Haag & Leiden, vanuit het Lectoraat Urban Ageing van de Haagse Hogeschool, maakten een aantal senioren (filmma(k)ers) zelf de korte film ‘Van deur tot deur’ over het wonen op leeftijd in de Delftse wijk Tanthof.
Met name de persoonlijke aanpak kon op veel waardering en erkenning van de inwoners van Halderberge rekenen. Omdat de woonadviseur op die manier vragen als ‘kom ik wel in aanmerking met mijn inkomen?’ en ‘krijg ik wel voorrang?’ kon beantwoorden, belemmerende gedachten weg kon nemen en afwachtende woningzoekenden stimuleren om de stap te zetten. Beduidend meer 55+ inwoners uit de kern Stampersgat hebben een woning bemachtigd door deze pilot. Na deze succesvolle pilot wordt dezelfde aanpak daarom ook in een andere kleine kern toegepast.
De inzet van verschillende participatiemethoden helpt bij het aansluiten op de leefwereld van senioren en het recht doen aan hun diversiteit en persoonlijke situatie. Niet elke senior vindt het prettig om te vergaderen of is bereid om een actieve bijdrage te leveren. Sommigen zijn online te bereiken, anderen niet. Sommigen praten graag mee over een concreet onderwerp, zoals een nieuwbouwproject, andere hebben ook suggesties voor het verbeteren van het doorstromingsbeleid in den brede. De inzet van meerdere methoden helpt om van meerdere senioren ervaringen mee te krijgen. Ook ludieke methoden als de ‘Filmmak(k)ers’ helpen daarbij.
Een nieuw (t)huis / 3. Een integrale aanpak
Deze participatory video methode werd (met subsidie van RCOAK en Regieorgaan SIA RAAK MKB) ingezet, omdat een proces samen met de mensen over wie het gaat andere uitkomsten oplevert, dan bijvoorbeeld een grootschalige enquête. In een half jaar tijd kwamen de filmmak(k)ers wekelijks samen om te bedenken welk verhaal ze wilden vertellen over ‘’wonen op leeftijd’’. Wat speelt er nou in de wijk? Met die vraag gingen de filmmak(k)ers op pad. Ze maakten zelf alle beelden en keken ze samen terug om te bepalen welke onderdelen het belangrijkste waren.
41
Inhoud
Inleiding
Door zelf het gesprek aan te gaan, kwamen mooie verhalen los die inspirerend werken voor andere senioren. Het maakt verhalen meer voelbaar en het onderwerp gaat meer leven. Bijvoorbeeld de uitspraak ‘’beter 2 jaar te vroeg, dan een dag te laat’’, zet mensen aan het denken. Naast dat de film breed gedeeld werd om mensen aan het denken te zetten, biedt de film ook een andere ingang voor het gesprek met senioren en laat het realistische voorbeelden zien.
3.3 Stevig inzetten op communicatie Communiceren met senioren over doorstroming is een terugkerend element in de verschillende interventiecategorieën. Of het nu gaat om algemene communicatie over relevant woningaanbod of een voorrangsregeling, of individuele communicatie over de gevolgen van doorstromen voor de portemonnee van een senior. In het experiment ‘Doorstroming van senioren op de woningmarkt’ zagen we dat er kansen liggen om communicatie nog efficiënter en effectiever te maken.
Communicatie als middel voor bewustwording Vroegtijdig beginnen met het vergroten van bewustwording onder senioren is een goede manier om senioren ook daadwerkelijk eerder te laten doorstromen. Je kunt denken aan een collectieve benadering met bewustwordingsinstrumenten, zoals campagnes, flyers, stukjes in een nieuwsbrief of het lokale wijkkrantje of filmpjes delen via social media. Je kunt het ook een stapje persoonlijker maken door bijvoorbeeld gerichte brieven aan senioren te sturen of een inloopuurtje bij bijvoorbeeld het buurtcentrum of de huisarts te organiseren. Tot slot kun je kiezen voor een echt persoonlijke aanpak door (bij mensen thuis) een-op-een gesprekken aan te gaan.
Een nieuw (t)huis / 3. Een integrale aanpak
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
Praktijkvoorbeeld: Communicatie in Schiedam Plaatselijke zorgpartijen, zorgverzekeraar, regionaal zorgkantoor, gemeente Schiedam en woningcorporatie Woonplus verenigden zich in het Pact Wonen en Zorg Schiedam. Met elkaar werken ze aan het vergroten van het aantal woningen voor senioren met zorg. Naast het realiseren van nieuwe seniorenwoningen wil Woonplus ook de doorstroom van haar huurders bevorderen. Zij hebben daarvoor een doorstroomregeling voor senioren ontwikkeld in nauwe samenwerking met seniore huurders, de gemeente Schiedam, Senioren Welzijn, het Wijkondersteuningsteam, Rogplus en de Huurdersorganisatie Woonplus. De doorstroomregeling en alle communicatie rondom senioren en wonen is online te vinden. Deze communicatie wordt steeds verder uitgebouwd met bijvoorbeeld gerichte (digitale) brieven met een aanmeldformulier, gerichte marketing van ver-/nieuwbouw, videofilmpjes en enquêtes.
Bundeling communicatie-activiteiten Als een senior eenmaal de wens heeft om te verhuizen, is het niet makkelijk om de plannen ook daadwerkelijk concreet te maken. Informatie over koopen huurwoningen staan op allerlei verschillende websites vermeld, en er is niet één organisatie die alle vragen kan beantwoorden. Waar begin je dan? Hoe maak je de eerste stap? Informatie kan ook tegenstrijdig zijn. Hoe ga je daarmee om en hoe vind je informatie die aansluit op jouw specifieke situatie? Voor senioren is het handig als er een centraal punt is waar relevante informatie wordt aangeboden. We zien hiervoor steeds meer initiatieven. Bijvoorbeeld de landelijke website woonz.nl, waar zowel koop- als huurwoningen en verschillende diensten voor senioren worden aangeboden. Gezien de soms beperkte digitale vaardigheden van senioren zijn ook lokale servicepunten interessant, zoals het Seniorenpunt in Eindhoven, of netwerken zoals ErinT-
42
Inhoud
Inleiding
huis. Hier kunnen senioren binnenlopen met hun vragen en kunnen zij ook worden doorverwezen naar relevante voorzieningen en organisaties.
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
– Door samenwerking voor en achter de schermen nog betere dienstverlening en advies – Hulp bij verder denken: de toekomst voorbereiden
Praktijkvoorbeeld: Gezamenlijk klantcentrum voor senioren in Eindhoven Vanwege de vergrijzing is er meer vraag naar woon- en/of zorgoplossingen voor senioren in de Metropoolregio Eindhoven. Door de wirwar aan regelgeving en meerdere aanbieders is het voor de senior moeilijk zijn weg hierin te vinden. Wooninc. en Vitalis hebben sinds 2016 de krachten gebundeld om in te kunnen spelen op deze uitdaging, wat mede heeft geresulteerd in het klantencentrum WoonincPlusVitalis. Eind 2021 sloten twee andere Eindhovense corporaties, ‘thuis en Woonbedrijf, zich aan bij deze samenwerking. Vanaf dat moment gaat het klantencentrum verder onder de naam Seniorenpunt. Samen faciliteren zij een klantencentrum voor senioren voor de verhuur van hun volledige seniorenbezit. Vanuit dit klantencentrum krijgen senioren persoonlijke hulp en begeleiding in hun zoektocht naar een passende woning. Dit wordt eventueel gecombineerd met zorg om te werken aan een duurzame oplossing voor de hulpbehoevende senior die wil verhuizen. Op die manier zorgen de corporaties voor een sluitende keten van wonen, zorg en welzijn met de wens en behoefte van de senior als uitgangspunt.
De corporaties zien een aantal belangrijke voordelen voor deze samenwerking: – Persoonlijke aandacht, advies en begeleiding – Alle sociale seniorenwoningen vanuit één locatie – Meer mogelijkheden voor senioren en overzicht van al deze mogelijkheden – Indien nodig aansluiting bij Zorg, Welzijn en ondersteuning
Een nieuw (t)huis / 3. Een integrale aanpak
Informatieverwerking Naast het centraal aanbieden van informatie is ook de gebruikte taal een belangrijk punt. In Nederland zijn ongeveer 2,5 miljoen volwassenen laaggeletterd. Zij ervaren problemen bij het lezen en verwerken van informatie. Informatie moet daarom zo toegankelijk mogelijk zijn. Een minimale vereiste is dat de tekst op taalniveau B1 is. Een website als ‘IshetB1?’ kan daarbij helpen. Ook afbeeldingen en iconen kunnen informatie toegankelijker maken. Wil je weten of je informatie de doelgroep ook echt bereikt? Raadpleeg dan de doelgroep zelf. Welke informatie halen zij uit een folder? Kunnen zij uit de voeten met de informatie op de website? Of stuiten zij nog op onduidelijkheden?
43
Inhoud
Inleiding
Houd het simpel In 2011-2013 voerde Platform31 samen met enkele woningcorporaties en gemeenten het experiment ‘verlengde verhuisketens’ uit. Hierbij is ook een belangrijke les geleerd over communicatie. Met betrekking tot de aan te bieden korting werd duidelijk dat het ‘meenemen van de huidige huur’ of ‘maximaal 100 euro korting’ makkelijker communiceert naar huurders, dan ‘meenemen van het percentage maximaal redelijk’. Hoe correct deze laatste formulering wellicht ook is, het zegt huurders vaak weinig tot niets. Wanneer toch van een dergelijke berekening gebruik wordt gemaakt, adviseert Platform31 in het experiment de huurprijzen snel inzichtelijk te maken door deze via een tool te berekenen. Deze tool kan dan gebruikt worden in alle relevante contacten met huurders.
3.4 Combineren doorstroombeleid met nieuwbouwbeleid Aanbod blijft voorwaardelijk Twee op de vijf 50-plussers heeft de wens om te verhuizen. De belangrijkste reden om te verhuizen is de woning zelf, zeggen zes van de tien senioren. De woning is te groot, te klein, vereist te veel onderhoud of heeft trappen. De belangrijkste reden voor ouderen om (nog) niet te verhuizen, is dat er onvoldoende passend aanbod is. Het WoonOnderzoek Nederland 2021 laat zien dat oudere paren (65+) een lichte voorkeur hebben voor koopappartementen, maar onder hen ook een vraag naar eengezinswoningen of huurappartementen leeft. Alleenstaanden boven de 65 jaar hebben vooral behoefte aan een huurappartement. In de leeftijd van 35-65 jaar gaat de voorkeur van paren uit naar een eengezinskoopwoning. Om de doorstroom op gang te brengen, zijn meer van deze woningen nodig, met aandacht voor nabijheid van sociale
Een nieuw (t)huis / 3. Een integrale aanpak
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
netwerken en voorzieningen en de mogelijkheid om op termijn (intensieve) zorg of ondersteuning te bieden.
Voor wie bouwen? De verhuizing van 55-plussers zonder kinderen biedt de grootste potentie om doorstroming in de woningmarkt tot stand te brengen, volgens het onderzoek ‘Doorschuiven alstublieft’ van makelaarsorganisatie Dynamis, gebiedsontwikkelaar AM en datamarketingconsultant Whooz. Het gaat om een grote groep: 40 procent van de Nederlandse huishoudens is 55-plus zonder kinderen. En 5 procent van deze groep is ‘verhuisgeneigd’ en komt in beweging zodra een geschikte woning beschikbaar is. Dit levert volgens het rapport in theorie 57.000 woningen voor gezinnen op. En bij een doorstroming van de empty nesters komt de keten aan verhuizingen op gang, waardoor over de gehele markt 167.000 verhuizingen plaatsvinden. Wat deze groep volgens de onderzoeker over de streep kan trekken? Dat vraagt op het juiste moment het aanbieden van het juiste product op de juiste plek. – Het juiste moment: als de kinderen het huis uitgaan en de pensioenleeftijd wordt bereikt. – Het juiste product: een ‘normale’ woning die ongemerkt ook levensloopbestendig is. – De juiste plek: in de eigen buurt, nabij het bestaande sociale netwerk en liefst ook nabij voorzieningen. Bron: Annexum.nl
44
Inhoud
Inleiding
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
Woonbehoeften van senioren Steeds vaker wordt onderzoek gedaan naar de woonbehoeften van senioren, waarbij verder wordt gekeken dan levensloopbesteding en het type woning. Ook Springco en Platform31 hebben hier aandacht aan besteed en op basis van een grootschalige analyse naar leefstijl tien woonprofielen vastgesteld. Deze profielen kunnen helpen bij het ontwikkelen van passend en aantrekkelijk woningaanbod. De tien woonprofielen zijn: 1. Eigen plek: vrij en sociaal 2. Privé domein: privacy en rust 3. Basic: functioneel en sociaal 4. Woongebouw: comfortabel en vertrouwd 5. Gezinshuis: vertrouwd en gehecht 6. Stadsappartement: dynamisch en op jezelf 7. Buurtblok: sociaal en levendig 8. Parkappartement: uitzicht en landschap 9. Woonhof: samen voor elkaar 10. Seniorenappartement: zelfstandig ouder
Betrekken senioren bij ontwikkeling van producten Naast onderzoek naar de woonwensen betrekken projectontwikkelaars en woningcorporaties senioren ook steeds vaker bij het ontwikkelen van nieuwe woningen en woonvormen. Hiermee willen zij ervoor zorgen dat het nieuwe aanbod aansluit op de wensen van senioren. Zo ook in Nijmegen waar woningcorporatie Talis toekomstige bewoners, waaronder senioren, betrok bij het ontwikkelen van een nieuw complex.
Een nieuw (t)huis / 3. Een integrale aanpak
Praktijkvoorbeeld: Vitaal Wonen in Nijmegen In het centrum van Nijmegen ontwikkelt woningcorporatie Talis samen met ZZG Zorggroep en Majstro 91 huurappartementen het concept Vitaal Wonen. Een mix van beschermd wonen en wonen voor 60-plussers die met hun naaste buren actief deel willen uitmaken van een levendige, gezellige nieuwe wijk. Toekomstige bewoners worden via een bewonerspanel bij de ontwikkeling van het complex bij betrokken. Om tot dit panel te komen, heeft Talis bewust slechts 15 van de 45 reguliere woningen geadverteerd en verhuurd. Met die bewoners is Talis continu in gesprek over de invulling van het wonen met een plus, zoals de inrichting van de gemeenschappelijke huiskamer. Talis geeft aan dat het lef vraagt van de toekomstige bewoners, omdat het gebouw en de wijk erom heen nog gebouwd moesten worden. Veel ouderen aarzelen dan ook hun vertrouwde buurt in te ruilen voor iets nieuws.
Praktijkvoorbeeld: Woonbuurt voor de actieve 50-plusser ParkEntree, een woonbuurt voor senioren in Schiedam. Bij de ontwikkeling ervan week Blauwhoed af van hoe het in bouwprojecten meestal gaat; dat de ideeën van de projectontwikkelaars leidend zijn. Samen met onze partners, architectenbureau INBO architecten, conceptontwikkelaar Beyond Now, de gemeente Schiedam en stichting Vitaal&Zo, dacht Blauwhoed na over op welke manier bewoners in het ontwikkelingsproces betrokken konden worden. Ze kwamen tot de conclusie dat senioren wél willen meepraten en denken, maar dat zij géén bemoeienis willen met zaken als financiering en de technische kanten van de ontwikkeling. Het leverde een aanpak op waarbij de partijen zich druk maakten over wet- en regelgeving en financiën en waarin toekomstige bewoners in co-creatiesessies meedachten over de woningen, zoals het al dan niet hebben van een balkon, de indeling van appartementen, een gemeenschappelijke ruimte en de inrichting van de binnentuin.
45
Inhoud
Inleiding
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
3.5 Pilots en opschalen Veel partijen werken in eerste instantie lokaal samen aan de doorstroming van senioren, soms in pilotvorm op buurt- of wijkniveau. Ze proberen iets uit, om daarvan te leren en dan op te schalen naar een gemeentelijke, stedelijke of regionale aanpak. Een pilot is, zo is te lezen in het kennisdossier opschaling, een goede manier om elkaar beter te leren kennen, te zien hoe je het beste kunt samenwerken en de pilot tot de dagelijkse praktijk te brengen. Als je tevreden bent over de resultaten van je huidige aanpak kun je kijken of je deze aanpak kan opschalen. Daarvoor kun je jezelf een aantal vragen stellen: – Wat hebben we gedaan? – Wat werkte wel of niet? – Waarom werkte het wel of niet? – Hoe vergelijkbaar is de pilot situatie met de nieuwe situatie? Wat zijn bijvoorbeeld de locatie specifieke factoren? Het antwoord op deze vragen helpt je om te bedenken of je aanpak opschaalbaar is en op welke manier. Voor dat laatste maken we onderscheid in vier routes:
1. Schaalvergroten: het pilotgebied uitbreiden (je hebt getest in één buurt en je gaat het nu in de hele stad uitrollen).
2. Repliceren: een groot deel van de aanpak kopiëren naar een nieuwe situatie, ook wel blauwdruk denken (het instrumentenpakket van stad A (grotendeels) kopiëren naar stad B).
Een nieuw (t)huis / 3. Een integrale aanpak
3. Configureren: elementen van meerdere aanpakken combineren (‘van groot naar beter’ van stad A + verhuiskostenvergoeding van stad B + seniorenmakelaar van stad C combineren tot 1 pakket). Aandachtspunt hierbij is dat de combinatie van deze instrumenten wellicht nog niet is getest op een andere plek. Je kunt overwegen om een nieuwe pilot te starten met deze combinatie.
4. Institutionaliseren: inregelen van wet- en regelgeving en nieuwe samenwerkingspartners vastleggen. Dit kan mogelijk zijn voordat je met een van de andere drie manieren verder gaat. Het is goed mogelijk dat een combinatie van deze routes wenselijk is. Bijvoorbeeld een zekere mate van institutionalisering om daarna schaalvergroting te kunnen/mogen toepassen. In de praktijk zal institutionalisering eigenlijk altijd samengaan met één van de andere routes, want dat iets bijvoorbeeld qua wetgeving mogelijk wordt gemaakt, betekent niet gelijk dat de opschaling dan vanzelf gebeurt. Denk tegelijkertijd ook nog na over deze vragen: – Wie hebben we nog extra nodig? Denk daarbij zowel aan interne als externe personen en/of partijen. Zorg dat de nieuwe aanpak ook bij hen past. – Wat hebben we nodig? Wat zijn de randvoorwaarden bij de pilot en in hoeverre gelden die in de nieuwe situatie? Wat gaat er mis als die er niet zijn? Denk bijvoorbeeld aan financiering en regelgeving.
46
Inhoud
Inleiding
Praktijkvoorbeeld: Integrale wijkaanpak in Hengelo Naar aanleiding van een experiment startten woningcorporatie Welbions, zorgorganisatie Carint Reggeland en welzijnsorganisatie Wijkracht hun samenwerking. Met als doel om eerder in gesprek te komen met potentiële doorstroomkandidaten en snel tot passende hulp te komen door korte lijntjes. Belangrijke toevoeging is dat de senior in kwestie niet het gevoel moet krijgen van een verplichte verhuizing, maar dat deze wordt benaderd in de lang en zelfstandig wonen gedachte. Na een succesvolle pilotfase wordt de samenwerking doorgezet. Als onderdeel van de samenwerkingsafspraken reserveert Welbions 50% van de woningen bij nieuwbouw voor doorstroming en 10% van de woningen bij reguliere huuropzeggingen. Daarnaast stelde Welbions een wijkvisie op voor alle wijken, met inzicht in de huidige senioren per wijk en daaraan gekoppeld een meerjarenplanning die het mogelijk maakt om vroegtijdig het gesprek aan te gaan met senioren die potentieel een verhuiswens hebben. Dit om ze zo mee te nemen in het hele nieuwbouwproces. Dit gebeurt overigens ook bij renovatieprojecten. Uit de praktijk blijkt namelijk dat een jaar tot anderhalf jaar echt nodig is om deze doelgroep mee te nemen.
Bron: Welbions
Een nieuw (t)huis / 3. Een integrale aanpak
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
47
Inhoud
Inleiding
3.6 Tips voor een integrale aanpak Deze tips zijn gebaseerd op de praktijkervaringen die zijn gedeeld in het experiment.
1
Begin klein Niet alles hoeft in één keer anders. Begin bijvoorbeeld met een pilot of sluit aan bij wat er al is aan samenwerking, regelingen en beleid. Veel samenwerkingsverbanden borduren voort op de regeling Van Groot naar Beter. Een valkuil kan de neiging zijn dat ‘alles anders’ moet. Voortbouwen op bestaande systemen werkt vaak langdurig makkelijker, maar heeft als valkuil dat je niet buiten de begaande paden treedt. Soms werkt het beter om in een pilot even alles over een andere boeg te gooien en iets te testen en later te kijken of je dat kan incorporeren in het bestaande beleid.
2
Maak extra impact met gezamenlijke communicatie Treed als woningcorporatie en gemeente ook samen op in de communicatie naar senioren over zelfstandig wonen, verhuisbehoeften en de mogelijkheden. Communicatie alleen vanuit de woningcorporatie kan de indruk wekken: ‘ik moet mijn huis uit’. Als de gemeente mede ondertekent, roept dat eerder een gevoel van vertrouwen op. Ander voordeel: gezamenlijk bereik je ook een andere groep senioren, namelijk zij die in een kwetsbare situatie zitten en gehoord en geholpen willen worden.
3
Luister naar lokale behoefte en spreek lokale sleutelfiguren. Bepaal op basis daarvan je gezamenlijke maatregelen en communicatiestrategie. Maak (nog) meer gebruik van lokale sleutelfiguren en media om je maatregelen en strategie te bepalen én boodschap uit te dragen. Communiceer daarbij ook duidelijk waarop je als woningcorporatie en/of gemeente wel en geen invloed hebt.
Een nieuw (t)huis / 3. Een integrale aanpak
1. Samen naar beter
4
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
Maak afspraken Er zijn verschillende manieren waarop je deze afspraken kan vastleggen. Dit kan bijvoorbeeld in: – Prestatieafspraken. Corporaties en gemeenten kunnen hierin bijvoorbeeld vastleggen welk aandeel van nieuwbouw specifiek wordt ingezet voor doorstroming. – Huisvestingsverordening. Hierin kan bijvoorbeeld de volgorde van toewijzen worden opgenomen (eerst urgenten, dan doorstromers, of andersom).
48
Inhoud
Inleiding
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
Een nieuwe woning: een frisse start voor Kris In november 2021 verhuisde Kris naar zijn nieuwe woning in Zoetermeer. Door alle mooie herinneringen aan zijn vorige woning, was de verhuizing best emotioneel. Maar inmiddels voelt Kris zich helemaal op zijn plek en ziet hij deze woning als een ‘nieuw hoofdstuk’ in zijn leven.
Kleiner wonen, waarom? Kris woonde samen met zijn vrouw in Zoetermeer. Ongeveer drie jaar geleden kreeg het stel een brief waarin de mogelijkheden om kleiner te wonen werden toegelicht. Dit bericht viel in eerste instantie niet goed bij hen. Kris en zijn vrouw betaalden de huur namelijk netjes en zagen daarom geen reden om kleiner te gaan wonen. Toen zijn vrouw ziek werd, verzorgde Kris haar. Uiteindelijk werd de dagelijkse zorg te intensief en verhuisde zijn vrouw naar een verpleeghuis. Toen bleek de ‘ruime en riante’ woning te groot en de huur te hoog voor Kris alleen. Dat was voor Kris de aanleiding om na ongeveer dertig jaar te verhuizen naar een nieuwe woning, eveneens in Zoetermeer.
Een nieuwe woning, een goede match Kris nam contact op met woningcorporatie Vidomes en kwam op die manier in contact met de seniorenmakelaar. Zij hielp hem bij het vinden van een passende woning. Kris was niet veeleisend, maar wilde wel graag een gelijkvloerse woning dichtbij het centrum. Door de lange wachtlijsten duurde het een tijdje voordat Kris een geschikte woning vond. Maar de seniorenmakelaar bood uitkomst. Kris vertelt: “Ze heeft alles netjes opgelost en was uiteindelijk erg behulpzaam in het vinden van de juiste woning voor mij.”
De verhuizing: een emotioneel proces De verhuizing ervaarde Kris als zeer intensief. Gedurende het proces overleed zijn vrouw helaas. Door alle mooie herinneringen die Kris, zijn vrouw en hun
Een nieuw (t)huis / Portret: Kris (77)
Kris Briedjal (77 jaar) – Gezinssamenstelling: Alleenstaand – Vorige woonsituatie: Gezinswoning met vijf kamers in Zoetermeer (sociale huur) – Huidige woonsituatie: Driekamerwoning in Zoetermeer (sociale huur)
49
Inhoud
Inleiding
kinderen samen opbouwden in de vorige woning was de verhuizing dan ook zeer emotioneel beladen: “Mijn vrouw en ik waren elkaars zielsverwanten. Ik heb heel veel mooie herinneringen met haar, vroeger toerden we bijvoorbeeld samen veel met de motor.” Ook de praktische kant van verhuizen viel Kris zwaar. In het grote huis had hij namelijk veel spullen verzameld, maar omdat hij kleiner ging wonen, kon niet alles mee. Het opruimen en weggooien van spullen kostte hem dan ook veel tijd, maar gelukkig kreeg hij hulp van zijn zoon, zwager en vorige buren. Uiteindelijk heeft Kris een bedrijf ingeschakeld die de spullen meenam die hij niet meer wilde hebben. “Het had een prijskaartje, maar het was het dubbel en dwars waard”, vertelt Kris.
Sportschool in huis De nieuwe woning kwam volgens Kris als “geroepen”. Het is de ideale plek voor hem. De net opgeknapte woning heeft naast een ruime woonkamer, een keuken waar Kris graag kookt. Een van de kamers heeft Kris ingericht als fitnesskamer met een hometrainer en andere fitnessapparaten. “Ik vind het belangrijk om fit te blijven, dit doe ik door thuis te fitnessen en ook buiten regelmatig een wandeling te maken.” Ook over zijn nieuwe woonomgeving is Kris erg te spreken, de locatie is “perfect”. Alle voorzieningen zijn namelijk aan de overkant van de straat. Zo is er een leuk centrum met winkels, restaurants en zelfs een bioscoop, waar Kris uitzicht op heeft. Daarnaast heeft hij een eigen parkeerplaats en verplaatst hij zich nog veel met de auto om zijn zoon en kleinkinderen te bezoeken. Maar een tram- en bushalte zijn dichtbij, mocht dit over een tijdje niet meer mogelijk zijn. Hoewel het hele proces moeilijk was voor Kris, is hij achteraf erg blij dat hij een nieuwe start kon maken in zijn woning: “Lange tijd heb ik voor mijn vrouw gezorgd, nu is het tijd om voor mezelf te zorgen.”
Een nieuw (t)huis / Portret: Kris (77)
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
Tip voor corporaties: Communiceer duidelijk en eenduidig. Dit voorkomt stagnatie en miscommunicatie. Kris: “Omdat je na lange tijd weer verhuist, is het belangrijk dat alles in het proces duidelijk is en je weet wat er gaat gebeuren.” Tip voor senioren: Kleiner gaan wonen scheelt extra kosten. Kris: “Bedenk dat een nieuwe woning vaak lagere huurkosten heeft. Het is vooral een uitkomst als je alleen woont.”
50
Inhoud
4 Een nieuw (t)huis / 4. Vergeet het gedrag niet
Inleiding
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
51
Inhoud
Inleiding
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
4. Vergeet het gedrag niet Senioren verhuizen niet zomaar, net als elk ander mens. Hoe kun je als partijen individueel en gezamenlijk rekening houden met het gedrag van mensen, zodat ingezette maatregelen ook effectief zijn? Naast kennis over gedrag gaan we ook in op het betrekken van senioren bij beleid en maatregelen gericht op doorstroming.
Figuur 6 Doorstroming in de media
4.1 Van systeem naar leefwereld Even op een achternamiddagje verhuizen, dat doet niemand. Verhuizen is een life-event dat per definitie tijd kost. Eerst bepalen wat voor woning je zou willen hebben, dan zoeken naar zo’n woning, deze huren of kopen, en dan de daadwerkelijke verhuizing met alle praktische en administratieve beslommeringen die dat met zich mee brengt. Voor de meeste mensen is verhuizen dan ook een grote stap. Je levert een vertrouwd thuis in voor een nieuwe plek die nog een thuis moet worden. Geregeld wordt gezegd dat het bij senioren lang duurt voordat zij besluiten over een woning en daadwerkelijk verhuizen. Maar dat is best logisch. Als je morgen gevraagd wordt of je wilt verhuizen, hoe lang duurt het dan voordat je de stap maakt? Dat vraagt tijd. Zo ook bij senioren, zeker wanneer zij om allerlei redenen nog helemaal niet hebben nagedacht over hoe zij in de (nabije) toekomst willen wonen en wat dat van de woning vraagt. Maar ook om hun vertrouwde plek achter te laten. Om senioren te bereiken, is het belangrijk om inzicht te hebben in wat hun woonbehoeften zijn en wat zij nodig hebben om daar een goede stap in te maken.
Een nieuw (t)huis / 4. Vergeet het gedrag niet
Het gebrek aan focus op de (oudere) senioren is ook terug te zien in beleid op het gebied van doorstroming. Lang is doorstroming aangevlogen als een woningmarktvraagstuk. Doorstroming van senioren levert immers eengezinswoningen op voor gezinnen. De woning staat hierin centraal, niet de bewoner. Maar met het langer zelfstandig thuis wonen van senioren richt de focus zich steeds meer op de senior zelf en wat hij of zij nodig heeft om zelfstandig thuis te wonen. In het huidige huis met eventueel woningaanpassingen of in een ander (t)huis als dat wenselijk en beter passend is. Deze verschuiving van de focus op de woning naar een focus op de mens zet ook een verschuiving van systeem- naar leefwereld in. Wat heeft de senior nodig om eventueel de stap te maken naar een nieuwe woning? Sluiten beleid en werkprocessen wel aan op het gedrag van senioren? Of belemmeren deze ook doorstroming van senioren op de woningmarkt?
52
Inhoud
Inleiding
Praktijkvoorbeeld: Zoek- en verhuisgedrag senioren in Utrecht In Utrecht komen 4 op de 10 woningen met een seniorenlabel niet bij deze doelgroep terecht. Reden voor de gemeente Utrecht en woningcorporatie Mitros om in 2021 Academie van de Stad te vragen een onderzoek uit te voeren. Hiermee wilden zij inzicht krijgen in hoe senioren een woning zoeken en vinden via WoningNet, welke drempels zij eventueel ervaren en wat kan worden verbeterd. De belangrijkste conclusie uit het onderzoek is dat de gemeente en corporaties zich richten op doorstroming, en handelen vanuit de systeemwereld (regels, organisatie en efficiency). Die handelswijze past niet bij de leefwereld van senioren. Senioren willen graag op een persoonlijke, vrijblijvende manier worden benaderd en rustig nadenken en overleggen over de verschillende mogelijkheden. Andere belangrijke resultaten zijn: – Bij senioren bestaat een negatief beeld van seniorenhuisvesting. Dit sluit niet aan bij de werkelijkheid. – Veel oudere senioren zijn niet digitaal vaardig. Zij kunnen niet bij de aanwezige informatie en ontvangen informatie liever op papier, in de vorm van een stukje in de krant of een folder. – De ‘tone of voice’ is van belang: Informatie moet vrijblijvend zijn en niet te sturend of dwingend overkomen.
Een nieuw (t)huis / 4. Vergeet het gedrag niet
1. Samen naar beter
2. Zicht op de opgave
3. Integrale aanpak
4. Het gedrag
– Het gebruik van WoningNet is niet vanzelfsprekend: Er zijn teveel keuzes, de inrichting is moeilijk, de processen zijn niet duidelijk, de reactietijd voor een woning is te kort voor een weloverwogen keuze. – Senioren waarderen de verhuisadviseur voor senioren als positief, maar vinden het een grote stap om zelf contact op te nemen. Mede naar aanleiding van dit onderzoek is een experiment opgezet waar senioren zeer gericht en actief worden benaderd voor een gesprek over een verhuizing naar een (levensloop)geschikte woning. Daarbij werd rekening gehouden met het tempo en de langere keuzetijd die veel senioren nodig hebben. Er werd een ruimere aanlevertijd van stukken gehanteerd bij het reageren op een woning. Het doel van het experiment was om beter aan te sluiten bij de leefwereld van senioren. Deze benadering werd specifiek toegepast bij de nieuwbouw van een seniorencomplex. De nieuwbouw is begin 2022 opgeleverd en de nieuwe bewoners wonen inmiddels in hun nieuwe appartement. Uit de evaluatie blijkt dat de senioren de langere reactietijd en de actieve begeleiding van een verhuisadviseur waarderen. Enkelen geven zelfs aan dat ze zonder de ondersteuning en langere reactietijd niet verhuisd zouden zijn.