CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept planMER Omgevingsvisie effectbeoordeling 80 versie 18-5-2021

Oordeelsvormende vergadering 9 juni 2021, gemeente SchagenBij agendapunt: Concept Omgevingsvisie gemeente Schagen31.998 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Figuur 1.10 Waterbergingsgebieden in de gemeente Schagen (excl. Waterzone naast bedrijventerrein Lageweg) + Waterbergingsgebied waterzone naast bedrijventerrein Lageweg15

15

HHNK legger wateren 2019

14

Autonome ontwikkeling Door langere droge zomers en hoge temperaturen verslechtert de kwantiteit van grondwater naar een wisselend niveau in de autonome ontwikkeling. De gevoeligheid voor wateroverlast bij een hevige klimaatbui is voornamelijk in de verstedelijkte gebieden en aan de kust te verwachten, zie figuur 1.11.

Figuur 1.11 Waterdiepte bij kortdurende hevige neerslag met gemeentegrens Schagen (zwart contour)16

1.4.3 Beleid Nationaal Het Nationaal Bestuursakkoord Water 17 (NBW) beschrijft de nationale waterproblematiek. In het NBW is de samenwerking in het waterbeheer en -beleid tussen deze partijen vastgelegd. In het NBW komen vooral zaken aan de orde die te maken hebben met de waterkwantiteit. Daarbij horende zijn de veiligheid tegen overstromingen en wateroverlast onderwerpen die in toenemende mate in de belangstelling staan. Provinciaal – Noord-Holland In de Omgevingsvisie NH205018 beschrijft de provincie waar zij zich de komende jaren op gaat richten. De provincie heeft daarin de volgende ambitie opgenomen: “Onze ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. In elk geval voldoen we aan de wettelijke normen, en waar mogelijk meer. We spannen ons in om samen met onze 16

Bron: Klimaateffectatlas.nl

17

Rijksoverheid. (2020). Nationaal Bestuursakkoord Water. Geraadpleegd van

https://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/wetgeving-beleid/@176067/nationaal/ 18

Provincie Noord-Holland. (2019). Omgevingsvisie NH2050. Geraadpleegd van https://www.noord-

holland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Projecten/Omgevingsvisie/Publicaties/Omgevingsvisie_NH2050_vast gesteld_op_19_november_2018.pdf

15

partners zo spoedig mogelijk tenminste aan de KRW-normen voor water te voldoen, doch uiterlijk in 2027.” Lokaal – Schagen In de Structuurvisie 2025 19 van de gemeente Schagen is het thema waterkwantiteit niet opgenomen: “Door het waterschap is op het gebied van water een concept-waterlopenbeheerplan opgesteld. Daarin wordt de natuurvriendelijke inrichting van oevers en/of een extensivering van beheer en onderhoud van de wateren en boezemkaden nagestreefd voor zowel het stedelijk als het landelijk gebied. Er is geen gemeentelijk beleid ten aanzien van waterstructuur (waterberging, waterkwaliteit o.i.d.).”

1.5

Verzilting

1.5.1 Beoordelingskader Beoordelingsparameter: Diepte waarop zoet grondwater zich bevindt in de bodem. Bij deze indicator binnen het thema bodem en water worden de effecten van verzilting beoordeeld. Voor het MER worden de effecten van verzilting bekeken aan de hand van de diepte waarop zoet grondwater in de bodem wordt aangetroffen. 1.5.2 Huidige situatie & autonome ontwikkeling Huidige situatie De beschikbaarheid van zoet grond- en oppervlaktewater is van belang voor landbouw, industrie, drinkwater en natuur. Verzilting van het grond- en oppervlaktewater vindt plaats in het kustgebied van Nederland indringing van zeewater via de grote rivieren en zoute kwel. Zoute kwel is het omhoog stromen van zout grondwater naar het oppervlak. Figuur 1.12 toont aan tot op welke diepte zoet grondwater wordt aangetroffen. Dit geeft een goede indicatie waar zoet grondwater beschikbaar is. De kaart toont dat de diepte binnen de gemeente Schagen varieert tussen de 0 en 50 meter. Een groot deel van de gemeente valt echter binnen de categorie 0-5 meter diepte. In Noord-Holland is verzilting (historisch) een minder risico voor vegetatie dan elders in Nederland. Dit komt omdat er van oorsprong al brakke soorten voorkomen. Toch vormt verzilting, als gevolg van een stijgende zeespiegel, ook in Noord Holland een risico voor natuur.

Bijvoorbeeld voor de binnenduinrand tussen Petten en Callantsoog en het natte schraalland in dit gebied. Naast de natuur ondervinden ook de landbouw en bollenteelt problemen van de verzilting. Toch zijn er ook juist gebieden die juist floreren onder brakke omstandigheden, bijvoorbeeld het brakwatergraslandencomplex Harger- en Pettemerpolder. Op basis van bovenstaande informatie wordt het effect verzilting in de huidige situatie beoordeeld als slecht.

19

Gemeente Schagen. (2011). Structuurvisie 2025. Geraadpleegd van

https://www.schagen.nl/document.php?m=49&fileid=60811&f=2400548ca61c065d502fffbfb3fd3488&attachment=1& c=38479

16

Figuur 1.12 Diepte zoet grondwater

Op dit moment wordt verzilting in Noord-Holland bestreden door aanvoer van zoet water en doorspoeling. Autonome ontwikkeling De verwachting is dat door de klimaatverandering en de toekomstige stijging van de zeespiegel, de zoute kwel en de zoutindringing vanuit zee zal toenemen. Hierdoor zal de beschikbaarheid van zoet grond- en oppervlaktewater afnemen. De verwachting is dat het in de toekomst, gecombineerd met toenemende droogte, lastiger wordt om verzilting te bestrijden. Dit geldt voornamelijk voor het Noordelijk Zandgebied, een deel van de gemeente Schagen valt binnen dit gebied. De beoordeling van het effect verzilting is daarom slecht. 1.5.3 Beleid Nationaal Er is een grote hoeveelheid wetgeving en beleid dat raakt aan het thema verzilting. Het gaat om de waterwetgeving, wetgeving op het gebied van natuur en milieu. Een aantal belangrijke wetten zijn de Europese kaderrichtlijn water (KRW), de wet op de waterhuishouding, de waterschapswet, de wet milieubeheer en de Europese vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Echter mist een eenduidig beleid rondom verzilting. Verzilting wordt in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) benoemd als één van de toekomstige ontwikkelingen die een impact zal hebben op onze leefomgeving:

17

"Laaggelegen gebieden langs kuststroken zullen door zeespiegelstijging en bodemdaling in toenemende mate met verzilting te maken krijgen. Op sommige locaties kan dat leiden tot functiewijzigingen – zoals van landbouw naar natuur en water – of tot andere typen natuur of gewassen." Provinciaal Voorbereiding op verzilting, als onderdeel van klimaatadaptatie is een van de ambities in de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland. Hierbij ligt de focus op het landelijk gebied. “We zorgen ervoor dat we voldoende zijn voorbereid op wateroverlast, hittestress, verdroging, verzilting en de gevolgen van een overstroming.” Lokaal De gemeente Schagen heeft geen concreet beleid voor verzilting.

2 Natuur en biodiversiteit In onderstaande tabel zijn de kwaliteitsniveaus samengevat van de indicatoren van het thema natuur en biodiversiteit in de huidige situatie, autonome ontwikkeling en als het beleid van de Omgevingsvisie van de gemeente in werking is. Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Natura 2000-gebieden

Redelijk

Redelijk

Natuurnetwerk Nederland

Redelijk

Redelijk

Biodiversiteit buiten het NNN

Redelijk

Redelijk

2.1

Natura 2000-gebieden

2.1.1

Beoordelingskader

Beoordelingsparameter: Staat van instandhouding Bij deze indicator binnen het thema natuur en biodiversiteit worden de effecten op Natura 2000gebieden beoordeeld. Natura 2000 is het samenhangende netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie, bestaande uit Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden. Landen wijzen beschermingszones aan en stellen een beheerplan op om de natuurwaarden in deze natuurgebieden te behouden, te vergroten of te verbeteren. De Europese afspraken zijn in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming. In Nederland gaat het om ruim 160 gebieden, waarvan er 4 geheel of gedeeltelijk in de gemeente Schagen gelegen zijn. Het gaat om de gebieden Noordzeekustzone, Duinen Den Helder-Callantsoog, Abtskolk & De Putten en Zwanenwater & Pettemerduinen. Figuur 2.1 geeft een overzicht van deze gebieden. Voor het

18

MER worden de effecten op Natura 2000-gebieden bekeken aan de hand van de staat van instandhouding.

Figuur 2.1 Natura 2000-gebieden omgeving en gemeente Schagen (Noordzeekustzone) (HR: Habitatrichtlijn, VR: Vogelrichtlijn, VR+HR: Vogelrichtlijn + Habitatrichtlijn)

2.1.2

Huidige situatie & autonome ontwikkeling

In deze paragraaf worden zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling beschreven van de Natura 2000-gebieden gelegen binnen de gemeentegrenzen van Schagen. Huidige situatie Voor elk Natura 2000-gebied wordt een beheerplan opgesteld, waarin wordt uitgewerkt op welke wijze, waar en wanneer de natuurdoelen (‘instandhoudingsdoelstellingen’) gehaald gaan worden. De verschillende Natura 2000-gebieden worden toegelicht aan de hand van het opgestelde beheerplan. Daarbij wordt stil gestaan bij de kwaliteiten van het gebied, de redenen van aanwijzing als Natura 2000-gebied, de kernopgaven en de invloed van stikstofdepositie. Stikstofdepositie vormt een belangrijk thema voor Natura 2000 gebieden. Door de verzurende of vermestende invloed van stikstofdepositie kan een habitat significant worden aangetast. Elk habitattype kent daarom een Kritische Depositiewaarde (KDW). De KDW is de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van een habitat aangetast wordt. Een habitattype wordt als stikstofgevoelig aangemerkt wanneer de KDW lager is dan 2400 mol per hectare per jaar. Wanneer de daadwerkelijke stikstofdepositie hoger is dan de KDW wordt gesproken over

19

overbelasting door stikstof. Voor elk Natura 2000-gebied, gelegen in de gemeente Schagen, wordt aangegeven of/ welke habitattypen gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Noordzeekustzone20 Het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone bestaat uit de kustwateren van de Noordzee langs de Noord-Hollandse kust ten noorden van Bergen en langs de hele waddenkust tot aan de Eems. Het gebied heeft een oppervlakte van 144.474 hectare en grenst aan de Natura 2000-gebieden van de Waddeneilanden en de Waddenzee. Er is sprake van een sterke onderlinge samenhang tussen deze gebieden. De Noordzeekustzone vormt de overgang van open zee naar land en bestaat uit ondiep kustwater, tijdelijk droogvallende platen en stranden met plaatselijk begroeiing en duinvorming. Het is een dynamisch gebied, met hoge stroomsnelheden, sterke schommelingen in zoutgehalten en sterke temperatuurwisselingen gedurende het jaar. Juist het hoge dynamische gehalte van het gebied resulteert in de uniekheid van het gebied met een geheel eigen flora en fauna. Het gebied kent een overheersing van pioniersoorten in de ondiepe, relatief hoog dynamische delen van de kustzone. Het gaat om relatief weinig soorten, maar de soorten die er leven komen vaak in hoge dichtheden voor. Weekdieren (schelpdieren), borstelwormen, maar ook bodemdieren en schelpdiervoorkomens vormen de biomassa van het gebied.

De hoge primaire productie in het gebied uit zich in een forse groei van plantaardig plankton. Deze algen vormen het voedsel voor zoöplankton, schelpdieren en kreeftachtigen die op hun beurt weer vis aantrekken. De grote hoeveelheid schelpdieren zorgt ervoor dat het gebied in de winter functioneert als foerageergebied voor diverse vogels (o.a. zwarte zee-eend, topper). Als opgroeigebied van jonge zeevis trekt het gebied ook diverse vogels, bruinvissen en zeehonden aan. De droogvallende slikken en platen trekken op hun beurt jonge vis en diverse vogelsoorten die hier foerageren (o.a. drieteenstrandloper, steenloper, strandplevier) of als hoogwatervluchtplaats (o.a. kanoet, bontbekplevier, scholekster). Embryonale duinen en groene stranden op de Waddeneilanden, begroeid met zilte pionier begroeiing (o.a. zeekraal) en meerjarige zouttolerante planten (o.a. schorren) dienen als rustgebied en/of hoogwatervluchtplaats voor bijvoorbeeld de bergeend en aalscholver. Tevens dient het gebied als broedplaats voor de strandplevier en bontbekplevier en rust- en werpplaats van de grijze zeehond. Menselijke ingrepen in het verleden zijn van invloed geweest op het systeem van de Noordzeekustzone. Strandhoofden, kribben en een zeewering hebben geresulteerd in een toename van biodiversiteit. Zo trekt het mosselbroed op bijvoorbeeld de strandhoofden grote aantallen steenlopers aan.

Suppleties hebben bijgedragen aan de bescherming van het kustfundament, de veiligheid tegen overstromingen en het bevorderen van zanddynamiek op de stranden.

20

Ministerie van Infrastructuur en Milieu. (2016). Natura 2000 Beheerplan Noordzeekustzone. Geraadpleegd van

https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/natura-2000-beheerplannen/7-noordzeekustzone/

20

Reden aanwijzing als Natura 2000-gebied Op basis van de Habitatrichtlijn is het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone aangewezen voor de volgende zeven habitattypen: 

Permanent overstroomde

Zilte pionier begroeiing zeevetmuur

 

zandbanken Slik- en zandplaten Zilte pionier begroeiingen

  

Embryonale duinen Vochtige duinvalleien Schorren en zilte graslanden

zeekraal En de volgende zes soorten: 

Zeeprik

Bruinvis

 

Rivierprik Fint

Grijze zeehond Gewone zeehond

Op basis van de Vogelrichtlijn is het gebied aangewezen voor de volgende broedvogels en nietbroedvogels:

    

Bontbekplevier Strandplevier Dwergstern Roodkeelduiker Parelduiker

    

Scholekster Kluut Zilverplevier Kanoet Bergeend

    

Drieteenstrandloper Bonte strandloper Rosse grutto Wulp Steenloper

 

Aalscholver Zwarte zee-eend

 

Topper Eider

Dwergmeeuw

Kernopgaven Voor de Noordzeekustzone zijn veel diverse instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Onderstaande kernopgaven brengen bundeling en focus. De kernopgaven vergen een samenhangende aanpak op landschaps- en gebiedsniveau in beheer en inrichting.  Overstroomde zandbanken o Behoud zee-ecosysteem met permanent overstroomde zandbanken, als habitat

 

voor zwarte zee-eend, roodkeelduiker, topper en eider, met bodems van verschillende ouderdom en meer natuurlijke opbouw van vispopulaties Zeezoogdieren o Verbetering kwaliteit leefgebied zeezoogdieren Rust- en foerageergebieden o Behoud slikken en platen voor rustende en foeragerende niet-broedvogels zoals voor bonte strandloper, rosse grutto, scholekster, kanoet, steenloper en eider en rustgebieden voor gewone zeehond en grijze zeehond

21

Voorplantingshabitat o Behoud ongestoorde rustplaatsen en optimaal voortplantingshabitat (waaronder

embryonale duinen) voor bontbekplevier, strandplevier, kluut, dwergstern en grijze zeehond Stikstofdepositie Stikstofdepositie vormt geen knelpunt voor de kwaliteit van habitattypen en leefgebieden in het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone. Duinen Den Helder-Callantsoog21 Het Natura 2000-gebied Duinen Den Helder-Callantsoog heeft een totaal oppervlak van 645 hectare en is opgedeeld in vier deelgebieden: Grafelijkheidsduinen & Donkere Duinen, Noordduinen, Nollen van Abbestede en Kooibosch-Luttickduin. De laatste drie deelgebieden liggen binnen de grenzen van de gemeente Schagen. De Duinen Den Helder-Callantsoog kennen een variatie aan kalkrijke- en kalkarme omstandigheden, waarin de kalkarme omstandigheden overheersen. Dit resulteert in voornamelijk vegetatie kenmerkend voor kalkarme gebieden. De duingraslanden zijn goed ontwikkeld en weinig vergrast. Het gebied kent een grote populatie tapuiten, voor deze soort en andere soorten (o.a. bergeend, paapje, stormmeeuw) is het behoud van duingraslanden van essentieel belang. De verschillende deelgebieden kennen verschillende natuurwaarden. Zo bevat het Kooibosch een lage, soortenrijke valleibegroeiing met veel schraallandsoorten (o.a. moeraszoutgras, veenpluis, goudsikkelmos). De lage begroeiing wordt omgeven door duinbos, waaronder berkenbos en essenhakhout. De Nollen van Abbestede bestaan uit een droog en nat gedeelte.

Het droge gedeelte betreft de oude duinen (nollen), bestaande uit schrale, oude kalkloze zandgronden. Hier wordt voornamelijk graslandvegetatie aangetroffen (o.a.zandblauwtje, hondsviooltje). Het natte deel heeft een kleiige bodem, aangelegd in 1977, waar inmiddels meer variatie ontstaat (o.a. rietorchis, borstelbies, kamgras, kikkerbeet, drijvend fonteinkruid). De Nollen van Abbestede wordt gebruikt als broed- en foerageergebied (o.a. grutto, kluut) en tevens als pleisterplaats voor trekvogels (o.a. smient, grauw gans, groenpootruiter). Het gehele gebied Duinen Den HelderCallantsoog is door zijn ligging van bijzonder belang voor trekvogels (o.a. buizerd, witgatje, koperwiek) en telt ook tijdens het broedseizoen veel verschillende vogels (boomvalk, wielewaal, groene specht, blauwe reigers). Reden aanwijzing als Natura 2000-gebied Het Natura 2000-gebied Duinen Den Helder-Callantsoog is aangewezen om de bescherming van de volgende habitattypen:

21

Witte duinen

Kruipwilgstruwelen

Grijze duinen

Duinbossen

Provincie Noord-Holland. (2017). Natura 2000 Beheerplan Duinen Den Helder-Callantsoog. Geraadpleegd van

https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/natura-2000-beheerplannen/84-duinen-helder-callantsoog/

22

 

Duinheiden met kraaihei Duindoornstruwelen

 

Vochtige duinvalleien Blauwgraslanden

Kernopgaven Voor de Duinen Den Helder-Callantsoog zijn drie kernopgaven vastgesteld. De opgaven gelden voor het gehele gebied en vormen het kader voor de instandhoudingsdoelen.   

Uitbreiding en herstel kwaliteit van grijze duinen, ook als habitat van tapuit, velduil en blauwe kiekendief, door tegengaan vergrassing en verstruweling. Behoud vochtige duinvalleien als habitat van roerdomp, lepelaar, blauwe kiekendief, velduil, noordse woelmuis, nauwe korfslak en groenknolorchis Ontwikkeling heischrale graslanden, heischrale grijze duinen en blauwgraslanden op kansrijke locaties

Binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied ligt het voormalige beschermd natuurmonument Duinen Den Helder-Callantsoog. Dit voormalige monument viel gedeeltelijk binnen de grenzen van gemeente Den Helder en gedeeltelijk binnen de voormalige gemeente Zijpe (nu gemeente Schagen). Voor Natura 2000-gebieden die vroeger een beschermd natuurmonument waren, gelden echter niet alleen Natura 2000 instandhoudingsdoelen, maar ook de zogenaamde “oude doelen” (doelen met betrekking tot natuurschoon of de natuurwetenschappelijke betekenis). Voor de oude doelen is in het beheerplan een behoudsdoelstelling gehanteerd. Stikstofdepositie In het Natura 2000-gebied Duinen Den Helder-Callantsoog speelt stikstofdepositie een belangrijke rol. In grote delen van het gebied is sprake van overschrijding van de KDW waarde. Er is nergens sprake van sterke overbelasting. In de zeereep is de depositie in het algemeen het laagst, met voor 2013 de laagste waarden tussen 800 en 1000 mol N/ha/jaar. De hoogste waarden worden bereikt in het oostelijk deel van de Grafelijkheidsduinen (2000-2600 mol N/ha/jaar). Van de volgende habitattypen worden na 2021 de KDW waarden overschreden:  H2130B Grijze duinen (kalkarm)  H2130C Grijze duinen (heischraal)     

H2140B Duinheide met kraaihei (droog) H2180A Duinbossen (droog) H2190A Vochtige duinvalleien (open water) H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt) H6410 Blauwgraslanden

Na 2030 worden de KDW waarden in de volgende habitattypen overschreden:  H2130B Grijze duinen (kalkarm)  H2130C Grijze duinen (heischraal)    

H2140B Duinheide met kraaihei (droog) H2180A Duinbossen (droog) H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt) H6410 Blauwgraslanden

23

De afname van de KDW waarden is gering. Waar nu sprake is van overschrijding van de KDW van habitattypen, is dat in 2030 op de meeste plaatsen nog steeds het geval. Abtskolk & De Putten22 Het Natura 2000-gebied Abtskolk & De Putten is gedeeltelijk gelegen binnen de gemeentegrenzen van Schagen. Het gaat dan om het gebied boven de Zijperzeedijk, rond de Abtskolk. Het totale Natura 2000-gebied heeft een oppervlakte van circa 500 ha en maakt deel uit van de Zijpe- en Hazepolder en de Verenigde Harger- en Pettemerpolder. Het zuiden en midden van het gebied bestaat uit zeekleigronden, het noorden uit zandgronden. Door kleiwinning in de jaren vijftig en zeventig van de vorige eeuw zijn plassen De Putten en de Abtskolk ontstaan. Door het diverse karakter van het gebied met reliëfrijke graslanden, de aanwezigheid van zoete en brakke wateren is het gebied geschikt voor veel verschillende soorten vogels (o.a. Dwerggans, Lepelaar, Grauwe Franjepoot, IJslandse grutto) en planten (o.a. Dunstaart, Zilte Rus, Melkkruid, Moeraszoutgras, klimopwaterranonkel). Zeker de Harger – en Pettemerpolder kent een grote diversiteit. Rond de Abtskolk is de soortenrijkdom van planten minder groot doordat er sprake is van minder kwel en het gebied omringd wordt door relatief intensieve agrarische bedrijven.

Reden aanwijzing als Natura 2000-gebied Het gebied is aangewezen als Natura 2000-gebied voor vier soorten niet-broedvogels namelijk: de Dwerggans, de Kolgans, de Grauwe gans en de Smient. Kernopgaven De kernopgave die is vastgesteld voor het gebied Abstkolk & De Putten is: landschappelijke samenhang en interne compleetheid. De Natura 2000-doelen betreffen het behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor een populatie met een gemiddeld seizoensmaximum. De seizoensmaxima voor de Dwerggans, Kolgans en Grauwe gans worden gemiddeld genomen over de jaren gehaald en deze soorten vertonen zowel op de korte als de lange termijn een toename in het gebied. Gegevens voor de Smient zijn onvolledig, maar de aantallen zijn lager dan het instandhoudingsdoel en de aantallen vertonen een afname op zowel de korte als lange termijn. Stikstofdepositie Het beheerplan voor Abtskolk & De Putten meldt geen knelpunt door stikstofdepositie voor de kwaliteit van habitattypen en leefgebieden in het natura 2000-gebied. Zwanenwater & Pettemerduinen23

22

Provincie Noord-Holland. (2015). Natura 2000 Beheerplan Abtskolk & De Putten. Geraadpleegd van

https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/natura-2000-beheerplannen/162-abtskolk-putten/ 23

Provincie Noord-Holland. (2017). Natura 2000 Beheerplan Zwanenwater & Pettemerduinen. Geraadpleegd van

https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/natura-2000-beheerplannen/85-zwanenwaterpettemerduinen/

24

Het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen kent een oppervlakte van ca. 770 hectare en bestaat uit een zuidelijk en noordelijk deel. Het Zwanenwater, het noordelijke deel, is aangewezen als Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebied (ca. 550 ha). Het gebied is een vrijwel ongeschonden duinlandschap van overwegend kalkarme duinen met vochtige en drassige valleien met in het centrum twee duinmeren. De diversiteit aan droge en vochtige gebieden levert een grote variatie aan dieren en planten op. Zo leven in de droge duingraslanden onder andere de zandhagedis, tapuit en bergeend. Vochtige gebieden bieden plaats aan onder andere drienervige zegge, gewone dophei en tandjesgras. De bossen, duinmeren en moerasgebieden zijn van groot belang voor een grote diversiteit aan vogels (o.a. havik, barmsijs, nachtegaal, lepelaar, roerdomp en rietzanger). De Pettemerduinen, het zuidelijke deel, zijn aangewezen als Habitatrichtlijngebied (ca. 175 ha). Het gebied kan opgedeeld worden in drie delen. In het middendeel ligt de onderzoeks- en bedrijfslocatie Petten, waarvan het onbebouwde deel binnen de begrenzing van het Natura 2000gebied valt en zeldzame plantensoorten bevat. Het noordelijke deel bevat vochtige duinvalleien, in het zuidelijke deel is het Eerste, Tweede en Derde Korfwater aanwezig en de Noordelijke en Zuidelijke preekvallei.

Dit resulteert ook hier in een grote variatie aan milieutypen, variërend van droog tot zeer nat, van kalkrijk tot kalkarm. Duinvalleien zoals het Derde Korfwater herbergen bijzondere planten (zoals rond en klein wintergroen, moeraswespenorchis en welriekende nachtorchis). Het plaggen van de Noordelijke en Zuidelijke preekvallei en de Flors heeft geresulteerd in jonge begroeiing (o.a. vleeskleurige orchis). Daarnaast kennen de aangeplante dennenbossen een groot aantal soorten vogels (o.a. buizerd en nachtegaal) en paddenstoelen (o.a. kluifjeszwammen). Reden aanwijzing als Natura 2000-gebied Het gaat in het Zwanenwater & Pettermerduinen om de bescherming van de volgende habitattypen:

  

Embryonale duinen Witte duinen Grijze duinen

Duinheiden met kraaihei

Duinheiden met struikheide Kruipwilgstruwelen

Heischrale graslanden Blauwgraslanden

Galigaanmoerassen

Duinbossen Vochtige duinvalleien

Daarnaast is het gebied aangewezen voor de volgende soorten: Roerdomp, Lepelaar en Dwerggans en voor de volgende anders geregelde trekvogels: Aalscholver, Slobeend en Tapuit. Kernopgaven Voor het Zwanenwater & De Pettemerduinen zijn de volgende kernopgaven vastgesteld. De opgaven gelden voor het gehele gebied en vormen het kader voor de instandhoudingsdoelen.  

Uitbreiding en herstel kwaliteit van grijze duinen, ook als habitat van tapuit, velduil en blauwe kiekendief, door tegengaan vergrassing en verstruweling Behoud vochtige duinvalleien als habitat van roerdomp, lepelaar, blauwe kiekendief, velduil, noordse woelmuis, nauwe korfslak en groenknolorchis

25

Ontwikkeling heischrale graslanden, heischrale grijze duinen en blauwgraslanden op kansrijke locaties

Stikstofdepositie Veel van de habitattypen in het Zwanenmeer & De Pettemerduinen zijn stikstofgevoelig. De kwaliteit van de habitattypen komt hierdoor sterk onder druk te staan. De depositie van stikstof leidt tot vergrassing, versnelde vastlegging van kaal zand, versnelde ontkalking van de bodem en versnelde successie. De volgende habitattypen worden aangeduid als stikstofgevoelig:  H2120 Witte duinen   

H2130A Grijze duinen (kalkrijk) H2130B Grijze duinen (kalkarm) H2140A Duinheiden met kraaiheide (vochtig)

  

H2140B Duinheiden met kraaiheide (droog) H2150 Duinheiden met struikhei H2180A Droge Duinbossen

  

H2190A Vochtige duinvalleien (open water) H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk) H2190C Vochtige duinvalleien (Ontkalkt)

  

H6230 Heischrale graslanden H6410 Blauwgraslanden H7210 Galigaanmoerassen

De uitvoering van de herstelmaatregelen is in alle vier de gebieden in de opstartfase of al volop gaande. Daarom is de beoordeling van de huidige situatie, waarin de maatregelen immers nog niet zijn afgerond, redelijk. Autonome ontwikkeling Noordzeekustzone Voor het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone zijn uitgebreide maatregelen opgenomen in het beheerplan. Een beheerplan wordt opgesteld voor een periode van zes jaar. Daarna wordt bekeken of het plan moet worden verlengd of bijgesteld. Het beheerplan voor Noordzeekustzone is opgesteld voor de periode 2016-2022. De uitvoering van de maatregelen uit de beheerplannen wordt in deze beschouwd als autonome ontwikkeling. De maatregelen voor de Noordzeekustzone zijn gericht op verbetering van de kwaliteit, voor geen van de habitattypen of leefgebieden is een uitbreidingsopgave voor omvang opgesteld. Stikstofdepositie vormt geen knelpunt voor de kwaliteit van habitattypen en leefgebieden in de Noordzeekustzone. Er zijn echter wel andere ontwikkelingen te noemen die als knelpunten kunnen optreden. Zo zijn menselijke activiteiten een belangrijke verstoring en belemmering voor het bereiken van een natuurlijk evenwicht. En zorgen onvoldoende rustige broedgebieden met een ongestoorde ontwikkeling voor verstoring van diverse broedvogels. Tevens vormt onvoldoende voedsel voor enkele soorten een knelpunt.

Duinen Den Helder-Callantsoog Voor het Natura 2000-gebied Duinen Den Helder-Callantsoog zijn diverse maatregelen opgenomen in het beheerplan. Het beheerplan voor Duinen Den Helder-Callantsoog is opgesteld voor de periode 2018-2024. De uitvoering van de maatregelen uit de beheerplannen wordt in deze

26

beschouwd als autonome ontwikkeling. Hoewel er maatregelen zijn opgenomen in het beheerplan voor Duinen Den Helder-Callantsoog zijn er meerdere ontwikkelingen te benoemen die als knelpunt kunnen optreden. Zo heeft grootschalig kustbeheer effect op de landschapsgradiënt en zorgen ingrepen in de geomorfologie voor een afname van de dynamiek. Stikstofdepositie en verzuring leidt tot vergrassing, versnelde vastlegging van kaal zand, versnelde ontkalking van de bodem en versnelde successie. Dit geldt met name voor de grijze duinen, droge duinbossen en blauwgrasland. Er is sprake van verdroging door kustafslag en polderpeilverlagingen in de binnenduinrand. En als laatste hebben ook ontwikkelingen op het gebied van recreatie een negatieve invloed. Abtskolk & De Putten Voor het Natura 2000-gebied Abtskolk & De Putten zijn maatregelen opgenomen in het beheerplan. In tegenstelling tot de andere beheerplannen, is het beheerplan voor Noordzeekustzone opgesteld voor de periode van een jaar (2015-2021). De uitvoering van de maatregelen uit de beheerplannen wordt in deze beschouwd als autonome ontwikkeling. Op basis van de uitwerking van de doelen zijn er geen redenen om aan te nemen dat knelpunten in de realisatie van de doelstellingen zullen ontstaan.

Zwanenwater & Pettemerduinen Voor het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen zijn maatregelen opgenomen in het betreffende beheerplan. Het beheerplan voor Zwanenwater & Pettemerduinen is opgesteld voor de periode 2018-2024. De uitvoering van de maatregelen uit de beheerplannen wordt in deze beschouwd als autonome ontwikkeling. Stikstofdepositie is een van de thema’s dat een knelpunt vormt voor het Zwanenwater & Pettemerduinen. Daarnaast worden processen van verstarring en dichtgroei van het open duin versterkt door de lage konijnenstand. Natuurmonumenten heeft maatregelen genomen, in de vorm van hekken, gericht op de roerdomp en de lepelaar. Voor de Natura 2000-gebieden zijn in de beheerplannen uitgebreide maatregelen opgenomen om de bescherming van soorten en habitattypen te verbeteren. Het is echter nog onduidelijk of deze beheerplannen volledig worden uitgevoerd, de autonome ontwikkeling wordt daarom beoordeeld als redelijk. 2.1.3 Beleid Nationaal De Natura 2000-gebieden maken onderdeel uit van Europees en nationaal beleid. De Europese afspraken zijn in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Provinciaal – Noord Holland De provincie Noord Holland is op dit moment bezig met het opstellen van een nieuw Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). Hierin worden uitgebreide beschrijvingen van ‘Bijzonder provinciale landschapsgebieden’ gegeven.

Naar verwachting wordt dit beleid in het najaar van 2020 vastgesteld. Lokaal - Schagen

27

Voor het gehele gebied binnen de gemeente Schagen is er geen specifiek beleid gericht op Natura 2000-gebieden.

2.2

NNN buiten Natura 2000-gebieden en weidevogelleefgebieden

2.2.1

Beoordelingskader

Beoordelingsparameter: oppervlak, samenhang, wezenlijke kenmerken en waarden; trends van soorten en levensgemeenschappen Bij deze indicator binnen het thema natuur en biodiversiteit worden de effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) beoordeeld. Het natuurnetwerk is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt te voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Vanaf 2014 zijn provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurwerk. Het NNN bestaat uit de Natura 2000-gebieden, aangevuld met gebieden daarbuiten, zoals belangrijke weidevogelleefgebieden en natuur- en bosgebieden. Ook de grote recreatiegebieden maken deel uit van het natuurnetwerk. De gebieden worden onderling verbonden door ecologische verbindingszones. De inrichting van de verbindingszones wordt gebaseerd op de habitateisen van een aantal ‘gidssoorten’. Voorbeelden van gidssoorten zijn de ringslang, otter, waterspitsmuis en noordse woelmuis en daarnaast vissen en de meervleermuis. Er mag vanuit worden gegaan dat, wanneer de verbindingszones gericht op deze soorten worden ingericht dat deze ook voor veel andere soorten als verbindingszone zullen functioneren.

Figuur 2.2 geeft een overzicht van de gebieden die deel uitmaken van het NNN en geheel of gedeeltelijk binnen de gemeente Schagen vallen. Om dubbelingen in dit rapport te vermijden wordt in deze paragraaf enkel ingegaan op de delen van het NNN buiten de Natura 2000gebieden. De beschrijving van de Natura 2000-gebieden is te vinden in paragraaf 2.1. Het gaat binnen de gemeente Schagen om zes NNN gebieden (exclusief Natura 2000). Voor het MER worden de effecten van NNN bekeken aan de hand van: oppervlak, samenhang, wezenlijke kenmerken en waarden; trends van soorten en levensgemeenschappen.

28

Figuur 2.2 NNN gebieden omgeving en gemeente Schagen (HR: Habitatrichtlijn, VR: Vogelrichtlijn, VR+HR: Vogelrichtlijn + Habitatrichtlijn)

2.2.2

Huidige situatie & autonome ontwikkeling

In deze paragraaf worden zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling beschreven van de NNN gebieden gelegen binnen de gemeentegrenzen van Schagen. Huidige situatie Figuur 2.2 toont de verschillende NNN gebieden die geheel of gedeeltelijk binnen de gemeente Schagen vallen en geen onderdeel uitmaken van een Natura2000 gebied. Onderstaande tabel 2.1 geeft de belangrijkste kenmerken weer van de verschillende NNN gebieden. NNN gebied

Gebruik/ functie

Overige wettelijke en

Kernkwaliteiten

beleidsmatige gebiedsbeschermingsregimes relevant voor natuur

K20

Boomerwaal

Natuur,

K19

Waterbergingsgebieden

Natuur,

langs Ringvaart

waterberging

Stapsteen in natte

waterberging

natuurverbinding

NNN-Natuurverbinding

Stapsteen in natte natuurverbinding

Dirkshorn-Oudkarspel en ‘t Waardje

29

NNN gebied

Gebruik/ functie

Overige wettelijke en

Kernkwaliteiten

beleidsmatige gebiedsbeschermingsregimes relevant voor natuur

K17

Schagerwad en

Natuur,

reservaten rond

waterberging

Weidevogelleefgebied

Natte extensieve graslanden voor

Kolhorn

weidevogels, stapstenen langs natte natuurverbinding

K15

Eendenkooien ’t Zand

Natuur,

en De Hoop en

waterberging

Weidevogelleefgebied

Cultuurhistorisch waardevolle

graslanden bij

eendenkooien,

Oudesluis

Natte extensieve graslanden voor weidevogels, tevens stapstenen langs natte natuurverbinding

K9

Wielen langs

Natuur

Vogelrijke en

Westfriese Omringdijk

aardkundig

bij Eenigenburg

waardevolle doorbraakwielen

K8

Wildrijk en Ananas

Natuur

Weidevogelleefgebied

Cultuurhistorisch waardevol stinzenbos, Oude bosrestanten langs natuurverbinding

Tabel 2.1 Belangrijke kenmerken NNN gebieden Schagen

Weidevogelleefgebieden Een van de belangrijke natuurwaarden van het NNN buiten de Natura 2000-gebieden is de waarde voor weidevogels. Drie van de benoemde NNN gebieden binnen de gemeente Schagen zijn aangewezen als weidevogelgebied. De specifieke weidevogelgebieden het Schagerwad en de Weerepolder (beide onderdeel van NNN) maken onderdeel uit van het Bijzonder Provinciaal Landschap Schagen. Binnen NNN worden de open graslanden beheerd als vochtig weidevogelgrasland en kruidenrijk- en faunarijk grasland. Dit leidt tot veel diversiteit in vegetaties en structuur. Vooral het Schagerwad is van groot belang als broedgelegenheid voor weidevogels. Bijna alle soorten weidevogels staan op de Rode lijst van bedreigde soorten. Hoewel het redelijk goed gaat met de tureluur vertonen de meeste soorten nog een afname; kievit en grutto namen de afgelopen tien jaar met zo’n 20 % af, wulp en vooral kemphaan nog sterker. Belangrijke knelpunten die nog moeten worden opgelost zijn de (nog te kleine) schaal van het weidevogelvriendelijke beheer en daarnaast het gebruik van bestrijdingsmiddelen, waardoor de

30

populatie insecten sterk is afgenomen. Door deze afname is het voor vogels moeilijker om voedsel te vinden. Op basis van bovenstaande argumentatie wordt de huidige situatie voor NNN-gebieden beoordeeld als redelijk. Autonome ontwikkeling De verwachting is dat NNN gebieden verder worden ingericht en de samenhang wordt versterkt door realisatie van ecologische verbindingen. De ontoereikende milieucondities, zoals onvoldoende waterkwaliteit, verdroging, vermesting en verzuring, zijn echter zorgelijk en worden naar verwachting nog versterkt door klimaatverandering. Ook (intensieve) landbouw, bodemdaling en stikstof kunnen mogelijk negatieve effecten veroorzaken voor NNN-gebieden en weidevogelleefgebieden, waardoor het aantal en de diversiteit aan natuurwaarden mogelijk aangetast worden of zelfs afnemen. Op basis van deze argumenten wordt de autonome ontwikkeling voor NNN-gebieden buiten Natura 2000-gebieden als redelijk beoordeeld. 2.2.3 Beleid Nationaal Hoewel de rijksoverheid niet de eerst verantwoordelijke is voor het Natuurnetwerk Nederland, blijft zij eindverantwoordelijk voor de natuur. Zij investeert samen met provincies, sinds 2014 verantwoordelijk voor NNN, in het netwerk. Provinciaal – Noord-Holland De provincie heeft de wettelijke taak om planten en dieren te beschermen (Wet natuurbescherming).

Daarin is de provincie verantwoordelijk voor het aanwijzen van natuurgebieden die deel uit maken van een landelijk samenhangend stelsel, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), om zo bijzondere soorten te beschermen. Zij legt dit vast in haar visie en verordeningen. De provincie Noord Holland stelt in de Omgevingsvisie (2018) dat een sterk natuurnetwerk met hoge natuurwaarden een voorwaarde is om de biodiversiteit te vergroten. De bestaande natuurgebieden zijn een bron voor de biodiversiteit in de provincie. De provincie NoordHolland zet daarom in op beter behoud en beheer van deze gebieden; bestaande natuurgebieden worden versterkt door zonering van recreatie, slimmer landgebruik, het combineren van functies en versterking van verbindingen tussen natuurgebieden. Deze ecologische verbindingen in combinatie met goed (agrarisch) natuurbeer vergroten de veerkracht van het natuurnetwerk. Lokaal – Schagen In 2017 is een Tapuiten-convenant gesloten met de provincie Noord-Holland, de gemeente Den Helder en stichting Landschap Noord-Holland. Dit convenant heeft als doel om te komen tot 100 broedparen tapuiten in de Duinen in de Kop van Noord-Holland. Verder is er geen specifiek beleid gericht op NNN of weidevogelleefgebieden.

2.3

Biodiversiteit buiten het NNN

2.3.1

Beoordelingskader

Beoordelingsparameter: omvang biodiversiteit.

31

Ook buiten de Natura 2000-gebieden, NNN-gebieden en weidevogelleefgebieden is er biodiversiteit. Een belangrijk onderscheid met de eerder beschreven gebieden, is dat het in dit geval niet om beschermde gebieden gaat, waar dat bij Natura 2000-gebieden, NNN-gebieden en weidevogelleefgebieden wel het geval is. Er geldt echter wel soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming. Bij deze indicator binnen het thema natuur en biodiversiteit worden de effecten op biodiversiteit beoordeeld. Voor het MER worden de effecten op biodiversiteit bekeken aan de hand van de omvang van de biodiversiteit. Om dubbelingen in de factsheets te vermijden, wordt in deze paragraaf enkel ingegaan op de biodiversiteit buiten het NNN dat binnen de gemeente Schagen valt. De beschrijving van de Natura 2000-gebieden is te vinden in paragraaf 2.1 en de beschrijving van de andere delen van het NNN is te vinden in paragraaf 2.2. 2.3.2

Huidige situatie & autonome ontwikkeling

In deze paragraaf worden zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling beschreven van biodiversiteit buiten het NNN gelegen binnen de gemeentegrenzen van Schagen. Huidige situatie Het Programma Natuurontwikkeling 2019-2023 beschrijft dat de natuur onder druk staat, door onder andere gebrek aan geschikte leefgebieden voor dier- en plantensoorten, versnippering, verstedelijking en milieuproblemen zoals onvoldoende waterkwaliteit. Ook de rapportage Biodiversiteit Noord-Holland (2016) toont enerzijds dat het met sommige soorten beter gaat, een aantal kwetsbare soorten is teruggekeerd of de populatie is gegroeid, zoals de slechtvalk, ooievaar, boommarter en eekhoorn. Anderzijds komen andere soorten verder onder druk te staan. De nationale Monitor Duurzame Gemeenten 2018 is opgesteld om jaarlijks de balans op te maken hoe het staat met de (ontwikkeling van de) gemeentelijke duurzaamheid24. Er wordt een ‘foto’ gemaakt van de ‘staat van duurzaamheid’ van alle Nederlandse gemeenten op een moment in de tijd (2018). Tegelijkertijd wordt inzicht gegeven in de trendmatige ontwikkelingen én of er verschillen zijn in die ontwikkelingen tussen gemeenten. Een van de thema’s is het thema Natuur en landschap, waarin biodiversiteit en de recreatieve functie van de natuur centraal staan. Daarbij wordt gekeken naar kwantiteit, kwaliteit en bereikbaarheid van de natuur.

De gemeente Schagen heeft voor Ecologisch kapitaal een score van 50.7, dit resulteert in plaats 172 in de ranking van in totaal 380 gemeenten. Op basis van bovenstaande argumenten wordt de huidige situatie beoordeeld als redelijk. Autonome ontwikkeling Verschillende ontwikkelingen zijn van invloed op de biodiversiteit. Zo heeft klimaatverandering een negatieve impact op de biodiversiteit en dit neemt naar waarschijnlijkheid toe. Ook de impact van intensieve landbouw, verstedelijking en stikstofdepositie hebben negatieve gevolgen. De gemeente Schagen zet in op het vergroenen van de gemeente door het plaatsen van bomen. Dit kan positief bijdragen aan de biodiversiteit binnen de gemeente, hoewel dit sterk afhankelijk is van

24

http://www.telos.nl/Publicaties/PublicatiesRapporten/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1416514

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10145631/1