CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept planMER Omgevingsvisie effectbeoordeling 80 versie 18-5-2021

Oordeelsvormende vergadering 9 juni 2021, gemeente SchagenBij agendapunt: Concept Omgevingsvisie gemeente Schagen31.998 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

PlanMER en Passende beoordeling Omgevingsvisie Schagen 18 mei 2021

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

Verantwoording Titel

PlanMER en Passende beoordeling Omgevingsvisie Schagen

Opdrachtgever

Gemeente Schagen

Projectleider

Joost de Jong

Auteur(s)

Marieke van der Linde, Daan van Gils, Luc Bruinsma

Tweede lezer

Joost de Jong

Projectnummer

1272626

Aantal pagina’s

67

Datum

18 mei 2021

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com

2/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

Inhoud 0

Samenvatting............................................................................................................................. 5

1

Vooraf: Omgevingsvisie en rol van het planMER .................................................................... 11

2

3

1.1

Waarom een Omgevingsvisie en planMER ..................................................................... 11

1.2

Uitgangspunten planMER ................................................................................................ 11

1.3

Besluitvorming over dit planMER en de Omgevingsvisie................................................. 12

1.4

Leeswijzer ........................................................................................................................ 12

Omgevingsvisie Schagen: proces en beleidsinvulling ............................................................. 13 2.1

Proces tot nu toe: totstandkoming Omgevingsvisie ......................................................... 13

2.2

Beleidsinvulling Omgevingsvisie ...................................................................................... 14

2.2.1

Vaststelling waarden ................................................................................................. 14

2.2.2

Speerpunten voor Schagen ...................................................................................... 15

2.2.3

Acties en visiekaart ................................................................................................... 16

Hoe is het milieueffectonderzoek uitgevoerd en wat is er onderzocht? .................................. 18 3.1

Stap 1: vaststellen beoordelingskader ............................................................................. 18

3.2 Stap 2: beschrijven en beoordelen van huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie) ....................................................................................................................... 19

4

3.3

Stap 3: bepalen relatie tussen beleid en indicatoren MER .............................................. 19

3.4

Stap 4a: effectbeoordeling ............................................................................................... 20

3.5

Stap 4b: passende beoordeling (Wet natuurbescherming) .............................................. 21

3.6

Stap 5: afronden planMER ............................................................................................... 21

De leefomgeving en de effecten van de Omgevingsvisie ....................................................... 22 4.1

Effecten van het beleid van de Omgevingsvisie (invloed op kwaliteitsniveaus) ............... 22

4.1.1

Bodem en water ........................................................................................................ 22

4.1.2

Natuur en biodiversiteit ............................................................................................. 24

4.1.3

Klimaatadaptatie ....................................................................................................... 25

4.1.4

Energietransitie ......................................................................................................... 27

4.1.5

Wonen en voorzieningen .......................................................................................... 28

4.1.6

Vestigingsklimaat ...................................................................................................... 31

4.1.7

Verkeer en vervoer.................................................................................................... 32

4.1.8

Gezonde leefomgeving ............................................................................................. 33

4.1.9

Veilige leefomgeving ................................................................................................. 34

3/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

4.1.10 4.2

Synergie en strijdigheden tussen speerpunten ................................................................ 37

4.3

Beoordeling doelbereik .................................................................................................... 41

4.3.1 4.4

5

Landschap en cultuurhistorie .................................................................................... 35

Doelbereik van meetbare doelen bij speerpunt woningvoorraad .............................. 49

Passende beoordeling Natura 2000-gebieden ................................................................. 52

4.4.1

Inleiding ..................................................................................................................... 52

4.4.2

Natura 2000-gebieden .............................................................................................. 54

4.4.3

Conclusie .................................................................................................................. 57

Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 58 5.1

De leefomgeving en de effecten van de Omgevingsvisie ................................................ 58

5.2

Synergie en strijdigheden ................................................................................................. 62

5.3

Mate waarin dit beleid bijdraagt aan het behalen van afzonderlijke ambities

(doelbereik) ................................................................................................................................. 64

6

5.4

Mitigerende maatregelen ................................................................................................. 64

5.5

Conclusies Passende beoordeling Natura-2000 gebieden .............................................. 65

Leemten in kennis, evaluatie en monitoring van beleid........................................................... 66 6.1

Leemten in kennis ............................................................................................................ 66

6.2

Evaluatie en monitoring van beleid .................................................................................. 66

Bijlage 1 Factsheets: beschrijving beoordelingskader, Huidige Situatie en Autonome Ontwikkelingen (HSAO) en beleidskader per indicator Bijlage 2

Begrippen en afkortingen

Bijlage 3

Relatie tussen speerpunten en indicatoren beoordelingskader

4/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

0 Samenvatting Het planMER voor de Omgevingsvisie Schagen is gelijktijdig opgesteld met de ontwerpOmgevingsvisie en heeft gedurende dit traject waardevolle informatie opgeleverd voor de Omgevingsvisie. De bevindingen van het planMER en aanbevelingen voor het vervolg zijn in deze paragraaf samengevat. Waarom een planMER voor de Omgevingsvisie? De nieuwe Omgevingswet stelt een lokale Omgevingsvisie verplicht. Dit betreft één integrale visie voor de fysieke leefomgeving voor het gehele gemeentelijke grondgebied. Op dit moment werkt de gemeente Schagen aan het opstellen van een Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie Schagen is de eerste integrale strategische visie op de ruimtelijke ordening/leefomgeving van de huidige gemeente Schagen. In 2013 zijn de voormalige gemeentes Schagen, Zijpe en Harenkarspel samengegaan in de huidige gemeente Schagen. Met de Omgevingsvisie biedt de gemeente een strategische langetermijnvisie (tot 2040) voor de fysieke leefomgeving en loopt hiermee vooruit op de invoering van de Omgevingswet. Voor een Omgevingsvisie kan een m.e.r.-plicht gelden. Dit is het geval als de Omgevingsvisie kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor volgens de Wet milieubeheer een project-m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling verplicht is.

Ook dient een m.e.r.-procedure te worden doorlopen indien de in de Omgevingsvisie geschetste ontwikkelingen tot significante gevolgen kunnen leiden voor Natura 2000-gebieden waardoor een passende beoordeling conform de Wet natuurbescherming nodig is. Omdat beide mogelijkheden niet op voorhand zijn uit te sluiten, is ervan uitgegaan dat er een m.e.r. plicht geldt en is een milieueffectenrapport opgesteld. Het milieueffectenrapport (MER) is gelijktijdig met het proces van het opstellen van de Omgevingsvisie opgesteld en bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen de m.e.r. (de procedure). Wat is het doel en opzet van het planMER? Het doel van het planMER is om inzichtelijk te maken welke effecten het nieuwe beleid, zoals opgenomen in de Omgevingsvisie, heeft op de leefomgeving en of het voorgestelde beleid bijdraagt aan het halen van de verschillende ambities (doelbereik). Het planMER geeft de (milieu)informatie die nodig is om een besluit te nemen over de vaststelling van de Omgevingsvisie. Een besluit waarbij de milieubelangen op basis van het planMER volwaardig zijn meegewogen. De uitgangspunten van dit planMER zijn als volgt: •

• •

Het planMER en de passende beoordeling sluiten aan op het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. De effectbeoordeling is kwalitatief van aard. Voor de speerpunten waar acties (in relatieve zin) concreter zijn, is daarbij in de effectbeoordeling in het planMER ook op aangesloten De Omgevingsvisie richt zich op de periode tot 2040. Het planMER sluit daarop aan In het planMER is niet alleen gekeken naar de ‘traditionele’ milieuthema’s, maar ook naar andere thema’s binnen de fysieke leefomgeving, zoals de Omgevingswet voorstaat. Dat betreft in dit planMER onder andere klimaatadaptatie, energietransitie, gezondheidsbevordering, biodiversiteit, woon- en werklocaties, bereikbaarheid van recreatie en sociale voorzieningen

5/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

Wat zijn effecten van de Omgevingsvisie op de leefomgeving? Onderstaande tabel geeft een overzicht van de beoordelingen per indicator. Voor de beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling is onderscheid gemaakt in de kwaliteitsniveaus: slecht, redelijk of goed. Uit het planMER blijkt dat veel indicatoren in de huidige toestand en de toestand bij autonome ontwikkeling, ofwel de referentiesituatie, ‘redelijk’ scoren. Dit geldt bijvoorbeeld voor de indicatoren ondergronds ruimtegebruik, NNN gebieden, bereikbaarheid en stilte. Er zijn echter ook indicatoren waarvoor zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling als goed wordt beoordeeld, zoals bodemkwaliteit en luchtkwaliteit. Er zijn geen indicatoren waarvoor de toestand bij de autonome ontwikkeling duidelijk verbetert ten opzichte van de toestand in de huidige situatie. Naast een beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling is beoordeeld of het nieuwe beleid van de Omgevingsvisie a) leidt tot een mogelijke verbetering, b) geen of een beperkte invloed heeft, of c) leidt tot een mogelijke verslechtering. De invloed van de Omgevingsvisie is voor het merendeel van de indicatoren beperkt. De Omgevingsvisie heeft een positieve invloed op de kwaliteitsniveaus van zeven indicatoren en een negatieve invloed op de kwaliteitsniveaus van vijf indicatoren.

Figuur 0.1 Legenda invloed Omgevingsvisie

Om uiteenlopende redenen heeft de Omgevingsvisie geen of een beperkte invloed op de kwaliteitsniveaus van verschillende indicatoren. Soms bevat de Omgevingsvisie geen beleid specifiek gericht op een indicator. Bij andere indicatoren zijn de sturingsmogelijkheden van de gemeente zelf beperkter en/of wordt de invloed op het kwaliteitsniveau ook bepaald door andere partijen, zoals het waterschap, woningcorporaties, private ontwikkelaars en particulieren. Dit geldt bijvoorbeeld voor de indicatoren wateroverlast en energiebesparing. De Omgevingsvisie heeft een positieve invloed op diverse indicatoren door enerzijds ruimte te bieden, bijvoorbeeld voor ondernemers, en anderzijds concrete acties op te nemen, bijvoorbeeld voor cultuurhistorisch landschap en mobiliteit. De Omgevingsvisie heeft daarnaast een negatieve invloed op onder andere landschappelijke waarden, Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en op stiltegebieden. Deze negatieve invloeden zijn het gevolg van de (uitbreidings)mogelijkheden voor bijvoorbeeld bedrijvigheid, woningbouw en zonne-energie. Meer bebouwing en bedrijvigheid betekent doorgaans een aantasting van de landschappelijke kwaliteit en toename van het omgevingsgeluid.

Daarnaast kunnen ook ontwikkelingen buiten Natura 2000- gebieden zorgen voor mogelijk negatieve effecten op die gebieden, zoals door stikstofdepositie in de aanlegfase van woningbouw en in de gebruiksfase door onder andere verkeer.

6/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Bodemkwaliteit

Goed

Goed

Ondergronds ruimtegebruik

Redelijk

Redelijk

Waterkwaliteit

Redelijk

Redelijk

Waterkwantiteit

Redelijk

Redelijk

Verzilting

Slecht

Slecht

Natura 2000-gebieden

Redelijk

Redelijk

Natuurnetwerk Nederland

Redelijk

Redelijk

Biodiversiteit buiten het NNN

Redelijk

Redelijk

Wateroverlast

Redelijk

Redelijk

Hittestress

Redelijk

Slecht

Droogte

Redelijk

Slecht

Overstroming

Goed

Slecht

Aandeel duurzame energie

Slecht

Redelijk

Energiebesparing

Slecht

Redelijk

Woningvoorraad

Slecht

Redelijk

Sociale samenhang/ Sociale inclusiviteit

Redelijk

Redelijk

Bedrijventerreinen en werklocaties

Redelijk

Redelijk

Duurzame Landbouw

Redelijk

Redelijk

Redelijk

Redelijk

Gezondheidsbevordering

Redelijk

Redelijk

Stilte

Redelijk

Redelijk

Invloed Omgevingsvisie

Bodem en water

Natuur en biodiversiteit

Klimaatadaptatie

Energietransitie

Wonen en voorzieningen

Vestigingsklimaat

Verkeer en vervoer Bereikbaarheid Gezonde leefomgeving

7/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Bereikbaarheid recreatie

Goed

Goed

Verkeersveiligheid

Redelijk

Redelijk

Geluid

Redelijk

Redelijk

Luchtkwaliteit

Goed

Goed

Externe Veiligheid

Goed

Redelijk

Landschappelijke waarden

Goed

Redelijk

Cultuurhistorische waarden

Goed

Redelijk

Archeologische waarden

Redelijk

Redelijk

Aardkundige waarden

Redelijk

Redelijk

Invloed Omgevingsvisie

Veilige leefomgeving

Landschap en cultuurhistorie

Figuur 0.2 Overzicht beoordeling indicatoren

Hoe verhouden ambities zich tot elkaar? In het planMER zijn de verschillende speerpunten uit de Omgevingsvisie tegenover elkaar gezet om kansen voor synergie (de kans dat het ene ontwikkelprincipe versterkend werkt op wat met het andere ontwikkelprincipe wordt beoogd) en risico’s op mogelijke strijdigheden (het risico dat het ene ontwikkelprincipe negatief uitwerkt op wat met het andere ontwikkelprincipe wordt beoogd) in beeld te brengen. Uit de vergelijking blijkt dat meer speerpunten een kans geven op synergie met een ander speerpunt dan dat er een risico op strijdigheid is. Vooral het speerpunt 1 ‘Een gezinsvriendelijke gemeente met een stad die belangrijk is voor de regio. Met sterke dorpen. En een gemeente die aantrekkelijk is voor ondernemers’ geeft kansen op synergie met verschillende andere speerpunten. Daarentegen kan de ruimte die wordt geboden aan ondernemers en bedrijvigheid, ondernemers in de recreatie, agrarische sector, voor woningbouw en voor zonneenergie (speerpunt 1, 2, 3 en 7) het risico op strijdigheid met een waardevolle omgeving (speerpunt 8) met zich meebrengen. De intentie om de waardevolle omgeving te beschermen is afleesbaar uit de teksten en beelden bij de Waardenkaart. Echter in de formulering (kijk of u in kan spelen op) is dit vrijblijvend.

Ook zijn er geen voorwaarden verbonden aan de ruimte voor nieuwvestiging en uitbreiding van bedrijven verspreid in het buitengebied. Om deze reden kan niet uitgesloten worden dat de landschappelijke waarden van de gebieden worden aangetast.

8/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

Worden doelen bereikt met het beleid uit de Omgevingsvisie? Onderstaand figuur toont de mate waarin het beleid bijdraagt aan het behalen van de doelen van de Omgevingsvisie in 2040. Uit het planMER blijkt dat het beleid van de Omgevingsvisie in de meeste gevallen een bijdrage levert, maar niet in voldoende mate om het doel volledig te halen. Dit is gedeeltelijk te verklaren doordat de gemeente afhankelijk is van verschillende partijen, zoals projectontwikkelaars, woningcorporaties, woningeigenaren, beheerders, bewoners of bezoekers. Deze afhankelijkheid brengt onzekerheid met zich mee. Verder geldt dat wanneer het doel verder in de toekomst ligt, daarmee ook de onzekerheid toeneemt. Ontwikkelingen in de toekomst zijn met de kennis van nu lastig in te schatten. Het doel om aan te sluiten bij de groeiende behoefte aan woningbouw wordt vanwege het regionale convenant en afwegingskader voor woningbouw in de autonome situatie al gehaald.

Figuur 0.3 Doelbereik Omgevingsvisie Schagen (op pagina 43 van het planMER is de afbeelding uitvergroot)

Wat zijn de conclusies en aanbevelingen vanuit het planMER? Uit het PlanMER blijkt dat de Omgevingsvisie op verschillende thema’s leidt tot positieve effecten. Zo wordt er ruimte geboden aan bedrijventerreinen en werklocaties en verbetert de verkeersveiligheid en bereikbaarheid van recreatie. Ook op de thema’s duurzame energie, inclusiviteit, cultuurhistorisch landschap en gezondheid levert de Omgevingsvisie een positieve bijdrage. Daarnaast zijn er verschillende thema’s waar de huidige situatie en autonome situatie nu nog niet voldoende zijn, maar waar de Omgevingsvisie maar beperkt invloed op heeft. Dit gaat bijvoorbeeld om waterkwantiteit, geluid, duurzame landbouw en biodiversiteit. De Omgevingsvisie heeft daarnaast mogelijk een negatieve invloed op de landschappelijke waarden, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland (NNN), overstromingsrisico en op stiltegebieden. De daadwerkelijke negatieve effecten hangen sterk af van de concrete invulling van de acties in opvolgende programma’s, omgevingsplan en uitvoeringsprojecten. Door kritisch te kijken naar locatiekeuze, omvang en verdere invulling van woningbouw, uitbreidingsmogelijkheden voor bedrijvigheid en de aanleg van zonneweides kunnen effecten

9/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

beperkt worden. Voor de kustzone waar relatief gezien de meeste van de negatieve effecten op deze indicatoren worden verwacht, kan gebiedsgericht beleid worden opgesteld in de vorm van een programma. Daarnaast zijn, doordat er op dit moment geen randvoorwaarden zijn gesteld aan de ruimte voor nieuwvestiging en uitbreiding van bedrijven verspreid in het buitengebied, negatieve effecten op de waarde van het landschap niet uit te sluiten. Concrete randvoorwaarden in de vorm van locaties waar bedrijven zich mogen vestigen, maximale bedrijfscategorieën of een maximale bedrijfsgrootte zouden deze effecten kunnen beperken. Ook is het van belang dat de gemeente op korte termijn start met het opstellen van een monitoringsprogramma voor de Omgevingsvisie. Het beoordelingskader uit het planMER kan goed als basis dienen voor de indicatoren van de monitor. Wat zijn de conclusies en aanbevelingen vanuit de Passende beoordeling Natura 2000gebieden? Door de lange doorlooptijd en het hoge abstractieniveau van de Omgevingsvisie kunnen mogelijke significante effecten op Natura 2000-gebieden binnen en rondom de gemeente Schagen op dit moment niet met zekerheid worden uitgesloten.

Tegelijkertijd is ook niet op voorhand sprake van significante effecten of met zekerheid onuitvoerbare ontwikkelingen, omdat er zowel in de aanlegfase als gebruiksfase doorgaans mogelijkheden gevonden kunnen worden om negatieve effecten effectief te beperken of weg te nemen. Naast bronmaatregelen kan daarbij ook gedacht worden aan zorgvuldige locatiekeuze en inpassing of (met name in het geval van stikstofdepositie) aan de mogelijkheid van saldering met bestaande emissiebronnen. Wanneer concretisering van keuzes plaatsvindt in bijvoorbeeld opvolgende programma’s en omgevingsplan en er meer duidelijkheid is over de omvang van de verschillende ontwikkelingen, zal nader onderzoek nodig zijn naar effecten op Natura 2000 en de mogelijkheden om deze te beperken (Passende beoordeling op projectniveau). Zo zullen er op dat moment onder meer concrete stikstofberekeningen nodig zijn om de daadwerkelijke omvang van effecten in beeld te brengen.

10/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

1 Vooraf: Omgevingsvisie en rol van het planMER Dit hoofdstuk beschrijft de aanleiding voor het opstellen van de Omgevingsvisie en het bijbehorende planMER (milieueffectrapport).

1.1

Waarom een Omgevingsvisie en planMER

De nieuwe Omgevingswet stelt een lokale Omgevingsvisie verplicht. Dit betreft één integrale visie voor de fysieke leefomgeving voor het gehele gemeentelijke grondgebied. Voor een Omgevingsvisie kan een m.e.r.-plicht gelden. Dit is het geval als de Omgevingsvisie kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor volgens de Wet milieubeheer een project-m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling verplicht. Ook dient een m.e.r.-procedure te worden doorlopen indien de in de Omgevingsvisie geschetste ontwikkelingen tot significante gevolgen kunnen leiden voor Natura 2000-gebieden waardoor een passende beoordeling conform de Wet natuurbescherming nodig is. Omdat beide mogelijkheden niet op voorhand zijn uit te sluiten, is ervan uitgegaan dat er een m.e.r. plicht geldt. Ten eerste omdat de Omgevingsvisie een kader stelt voor onder meer de ontwikkeling van meer dan 3.000 woningen tot in 2030. Ondanks dat deze woningen gefaseerd gerealiseerd zullen worden, kan dit gezien worden als een stedelijk ontwikkelingsproject (categorie D 11.2 Besluit m.e.r.). Ten tweede is niet uit te sluiten dat de Omgevingsvisie Schagen leidt tot significant negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Daarom is ook een passende beoordeling opgesteld (zie paragraaf 4.4). De Omgevingsvisie Schagen is de eerste integrale strategische visie op de ruimtelijke ordening/leefomgeving van de huidige gemeente Schagen.

In 2013 zijn de voormalige gemeentes Schagen, Zijpe en Harenkarspel samengegaan in de huidige gemeente Schagen. De Omgevingsvisie van de gemeente Schagen (hierna: Omgevingsvisie) beschrijft hoe de gemeente zich wil voorbereiden op de toekomst, gezien alle ontwikkelingen die op gemeente afkomen en die ruimte vragen binnen deze Noord-Hollandse gemeente. De Omgevingsvisie omvat een strategische langetermijnvisie, met een planhorizon tot 2040, en de hoofdlijnen van het beleid voor de gehele fysieke leefomgeving.

1.2

Uitgangspunten planMER

Het doel van het planMER is het inzichtelijk maken van de effecten van de Omgevingsvisie op de leefomgeving en in hoeverre het voorgestelde beleid bijdraagt aan het halen van de gestelde ambities. Het planMER geeft de (milieu)-informatie die nodig is om een besluit te nemen over de vaststelling van de Omgevingsvisie. Een besluit waarbij de milieubelangen op basis van het planMER volwaardig zijn meegewogen. De uitgangspunten van dit planMER zijn als volgt: • Het planMER en de passende beoordeling sluiten aan op het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. De effectbeoordeling is kwalitatief van aard. Voor de speerpunten waar acties (in relatieve zin) concreter zijn, is daarbij in de effectbeoordeling in het planMER ook op aangesloten • •

De Omgevingsvisie richt zich op de periode tot 2040. Het planMER sluit daarop aan In het planMER is niet alleen gekeken naar de ‘traditionele’ milieuthema’s, maar ook naar andere thema’s binnen de fysieke leefomgeving, zoals de Omgevingswet voorstaat. Dat betreft in dit planMER onder andere klimaatadaptatie, energietransitie, gezondheidsbevordering, biodiversiteit, woon- en werklocaties, bereikbaarheid van recreatie en sociale voorzieningen 11/67

Kenmerk

1.3

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

Besluitvorming over dit planMER en de Omgevingsvisie

Dit planMER wordt tegelijk met de Ontwerp Omgevingsvisie 6 weken ter inzage gelegd. Eenieder mag dan zienswijzen indienen op de Ontwerp Omgevingsvisie en het planMER. De Commissie voor de m.e.r. geeft in dezelfde periode een advies over het planMER met als belangrijkste toets of voldoende (milieu)informatie aanwezig is om een besluit over de Omgevingsvisie te kunnen nemen. De zienswijzen en het advies van de Commissie voor de m.e.r. kunnen aanleiding geven tot het bijstellen van de Ontwerp Omgevingsvisie.

1.4

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk, hoofdstuk 2, staat een beschrijving van het proces van totstandkoming van de Omgevingsvisie en de manier waarop de gemeente invulling geeft aan het beleid in de Omgevingsvisie. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe het milieueffectonderzoek is uitgevoerd. Hoofdstuk 4 beschrijft wat de effecten zijn op de leefomgeving van het beleid van de Omgevingsvisie. Hoofdstuk 5 bestaat uit de conclusies en aanbevelingen en in hoofdstuk 6 wordt ingegaan op leemten in kennis en de manier waarop het beleid gemonitord wordt.

12/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

2 Omgevingsvisie Schagen: proces en beleidsinvulling In dit hoofdstuk staat in paragraaf 2.1 een beschrijving van het proces dat gevolgd is bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie. Vervolgens staat in paragraaf 2.2 op welke manier de gemeente Schagen invulling geeft aan het beleid in de Omgevingsvisie. Dit is namelijk het beleid dat beoordeeld is in dit planMER.

2.1

Proces tot nu toe: totstandkoming Omgevingsvisie

Eind 2019 is de gemeente Schagen begonnen met het opstellen van de Omgevingsvisie. Als onderdeel van het project startte daarnaast de m.e.r.-procedure. Vervolgens is de huidige situatie en het geldende beleid inclusief trends en ontwikkelingen die op de gemeente afkomen in beeld gebracht. Vanaf het begin zijn bewoners – ook jongeren -, ondernemers en experts van buitenaf bij het proces betrokken. Dit naast de gebruikelijk partijen die betrokken zijn bij een visie op gemeentelijke niveau; de ambtelijke organisatie, het college en de gemeenteraad. Vanuit de gemeenteraad is een klankbordgroep in het leven geroepen die de schrijvers van de Omgevingsvisie gedurende het gehele traject adviseerde over het proces. In januari 2020 organiseerde de gemeente Schagen de Week van de Omgevingsvisie. De hele week verzamelde de gemeente ideeën die hielpen om de Omgevingsvisie op te stellen. Er vonden gesprekken plaats met in totaal honderden inwoners, jongeren en experts. Op tien drukbezochte plekken in de gemeente stonden raadsleden en medewerkers van de gemeente. In een enquête werd bezoekers gevraagd naar negen vragen voor de Omgevingsvisie van Schagen. In totaal hebben 385 mensen deze enquête ingevuld. In dezelfde week lieten leerlingen van klas 3 en 4 van het Regius College en Clusius College de toekomst van de gemeente zien.

Deze leerlingen hebben zich gebogen over verschillende problemen. Bijvoorbeeld over de manier waarop we in de toekomst energie opwekken. Of hoe we verkeer en vervoer duurzamer en veiliger kunnen maken. 250 leerlingen hebben zich met enthousiasme in deze vraagstukken verdiept. Voor experts en de dorpsraden is een speciale avond ingericht.. Bij deze bijeenkomst waren 70 mensen aanwezig met heel verschillende achtergronden. Vanuit hun eigen ervaring en kennis konden zij ons veel vertellen over bijvoorbeeld landbouw, natuur of water of de specifieke lokale situatie van één van de dorpen. De discussies op basis van een aantal stellingen getuigden van grote betrokkenheid van de deelnemers. Op deze manier zijn de verschillende meningen en belangen in beeld gebracht. In de periode van maart tot en met mei 2020 heeft de gemeente twee goed bezochte werksessies georganiseerd. In deze bijeenkomsten werd met en door de deelnemers gesproken over de waarden van de gemeente Schagen (zie 2.2.1). Deze waarden zijn opgehaald tijdens de ‘Week van de Omgevingsvisie’. Hier werd bijvoorbeeld gekeken hoe ontwikkelingen zoals woningbouw zo goed mogelijk bij de waarden van de gemeente Schagen en het karakter van de verschillende gebieden in de gemeente zouden passen.

13/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

In de tweede helft van 2020 is de eerste versie van de Omgevingsvisie opgesteld. Daarbij is gebruik gemaakt van alles wat in de voorgaande stappen is opgehaald. Inbreng vanuit de ambtelijke organisatie, het college en de gemeenteraad leidde tot deze eerste versie. Het is een versie op hoofdlijnen maar die al wel dient als een stevige basis voor de ontwerp Omgevingsvisie. De eerste versie van de Omgevingsvisie is begin maart 2021 bekeken door bewoners, ondernemers en de experts van buitenaf. Deze groep heeft gekeken of men zich herkent in deze Omgevingsvisie en heeft een aantal verdiepende vragen beantwoord. Dit zijn vragen waarvan de gemeenteraad vond dat verdieping nodig was; 1. Leggen we in ons buitengebied de nadruk op ruimte voor ontwikkelingen of op ons landschap? 2. 3.

Is gezondheid vooral een taak voor de gemeente? Of is het aan mensen zelf om voor hun gezondheid te zorgen? Moet de gemeente de ruimte krijgen om maatwerk te verlenen bij woningbouw? Of moet op

4.

voorhand duidelijk zijn waar mag worden gebouwd, voor welke doelgroepen en in welke vorm? Welke vormen van duurzame energie passen bij de waarden die we in onze gemeente belangrijk vinden? We legden deze waarden vast in de Waardenkaart van onze Omgevingsvisie

Na de bespreking van de Omgevingsvisie in de gemeenteraad op 18 januari en de inbreng van bewoners, ondernemers en experts in de tweede week van de Omgevingsvisie zijn gedurende die week een aantal dilemma’s besproken. De resultaten van de tweede Week van de Omgevingsvisie worden meegenomen in de Ontwerp Omgevingsvisie. Het gaat om onderstaande dilemma’s: 1. Leggen we in ons buitengebied de nadruk op ruimte voor ontwikkelingen of op ons 2.

landschap? Waar kiezen we voor? Is gezondheid vooral een taak voor de gemeente? Of is het aan mensen zelf om voor hun gezondheid te zorgen? Waar kiezen we voor?

3. 4.

Woningbouw en voorwaarden: waar kiezen we voor? Welke vormen van duurzame energie passen bij onze waardenkaart?

2.2

Beleidsinvulling Omgevingsvisie

De gemeente heeft allereerst waarden vastgesteld (zie 2.2.1), die de basis vormden voor het beleid dat is uiteengezet in acht speerpunten (zie 2.2.2), acties en een visiekaart (zie 2.2.3). 2.2.1 Vaststelling waarden De belangrijkste eerste stap die de gemeente Schagen nam op weg naar de Omgevingsvisie is het gezamenlijk met inwoners en experts van verschillende organisaties vaststellen van verschillende waarden in en rondom gebieden in het grondgebied van de gemeente. In de waardenkaart van de gemeente staan de verschillende karakters van gebieden. Voor de Kust en het Achterland, De Zijpe- en Hazepolder en het Westfries Landschap en de Gemeente Schagen in het algemeen zijn verschillende waarden opgenomen met de toevoeging wat wel of niet goed bij deze waarden past. De gemeente vindt het belangrijk dat bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen goed wordt aangesloten bij het karakter en de onderliggende waarden van een gebied.

14/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

Gemeente Schagen als geheel • • •

De gemeenschapszin, het actieve verenigingsleven, de leuke evenementen De goede voorzieningen en de veiligheid Een groene gemeente met grote diversiteit aan landschapstypen en dorpen

• •

De vele wandel - en fietspaden, stolpen en kerken Balans tussen reuring, rust en ruimte

Kust en Achterland • Historische en toeristische aantrekkingskracht • Bollenteelt • • •

(familie-)strand met mogelijkheden voor sportieve recreatie Duinen en zicht op duinen Polder en zicht op polder

•

Fiets- en wandelmogelijkheden, (toegankelijke) natuur; waaronder het Zwanenwater en de Harger- en Pettemerpolder Balans tussen reuring, rust en ruimte

•

Zijpe- en Hazepolder • Groote Sloot • • •

Bebouwing met boomsingels erom heen Agrarische activiteit; hieronder valt ook de bollenteelt Fietsroutes en boerenlandpaden

•

Zicht over de polder

Westfries Landschap • • •

Westfriese Omringdijk Landelijk, groen, agrarisch Waarden; waaronder kleine waterplassen langs de Westfriese Omringdijk

• • •

Polderweggetjes Fietsroutes Zicht vanaf wegen over het landelijke gebied

•

Balans tussen rust en reuring

2.2.2

Speerpunten voor Schagen

In de Omgevingsvisie gebruikt de gemeente ‘speerpunten’. Dit zijn de ambities die de gemeente heeft voor 2040. Deze doelen gaan over allerlei aspecten in de fysieke leefomgeving zoals wonen, duurzaamheid, werken en mobiliteit. Om de speerpunten te verwezenlijken, zijn aan elk speerpunt acties gekoppeld, waarvan een deel ook verbonden is aan (een) specifieke locatie(s) in de gemeente. Deze locatiegebonden acties zijn op de visiekaart opgenomen (zie ook paragraaf 2.3.2). In de Omgevingsvisie zijn de volgende speerpunten opgenomen:

15/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

De ambitie voor 2040 is dat Schagen;

       

Een gezinsvriendelijke gemeente met een stad die belangrijk is voor de regio. Met sterke dorpen. En een gemeente die aantrekkelijk is voor ondernemers Een gemeente die nationaal en internationaal meedoet op het gebied van toerisme en recreatie, wetenschap en (nieuwe vormen van) landbouw Een gemeente die steeds aansluit bij de groeiende behoefte aan woningen die passen bij de vraag en bijdragen aan sterke kernen Een gemeente waar iedereen mee kan doen Een gemeente waar kernen, voorzieningen, onderwijs en werk goed bereikbaar zijn. Voorzieningen zijn bijvoorbeeld sportvoorzieningen, winkels, zorgvoorzieningen kerken en culturele voorzieningen zoals een theater Een veilige, gezonde en sportieve gemeente Een duurzame gemeente Een gemeente waarin bewoners en bezoekers de omgeving waardevol vinden

Wanneer de gemeente een nieuw plan maakt, wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de speerpunten. Zo wordt bij het inrichten van een woonbuurt of straat zoveel mogelijk geprobeerd aan de onderliggende doelen te kunnen voldoen. 2.2.3 Acties en visiekaart Om de gestelde speerpunten te behalen, koppelt de gemeente acties aan elk speerpunt. Een deel van de speerpunten is algemeen, zoals bijvoorbeeld “We zorgen voor een gezinsvriendelijke gemeente. Dat doen we door te zorgen voor veiligheid, het dorpse karakter en met goede voorzieningen voor kinderen en jongvolwassenen. Bijvoorbeeld kinderopvang en sportvoorzieningen.” Andere acties zijn in meerdere of mindere mate geografisch bepaald. Voorbeelden van acties die specifiek aan een locatie zijn gekoppeld, zijn de ontwikkelingsmogelijkheden bij de Energy Health Campus en het gebied bij Warmenhuizen waar bedrijven voor zaadveredeling mogen uitbreiden. De aanduidingen bij de kernen waar woningbouw mogelijk is, zijn gekoppeld aan de kernen, maar daarbij is niet in de Omgevingsvisie aangewezen op welke plek of zelfs aan welke zijde van de kern deze woningbouw mogelijk wordt gemaakt. Er is dus geen strakke geografische begrenzing aangeven voor een dergelijke actie.

16/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

Figuur 2.1 Visiekaart Omgevingsvisie Schagen

De acties zijn de nadere uitwerking van de acht speerpunten. Per speerpunt zijn de acties thematisch gegroepeerd. Zo is het speerpunt ‘een gemeente die nationaal en internationaal meedoet op het gebied van toerisme en recreatie, wetenschap en (nieuwe vormen van) landbouw’ opgedeeld in ‘toerisme en recreatie’, ‘wetenschap’, ‘landbouw’ en ‘zaadveredeling en zaadveredelingsgebied’. Een actie bij het subdoel ‘zaadveredeling en zaadveredelingsgebied’ is “Bestaande bedrijven voor zaadveredeling mogen uitbreiden en er mogen nieuwe bedrijven voor zaadveredeling komen. Deze bedrijven kweken zaden voor nieuwe, betere rassen voor bijvoorbeeld groente. We zijn trots op deze bedrijven. De bedrijven voor zaadveredeling kunnen zich ontwikkelen in het gebied bij Warmenhuizen. Dat noemen wij het zaadveredelingsgebied.”

17/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

3 Hoe is het milieueffectonderzoek uitgevoerd en wat is er onderzocht? In het planMER is beoordeeld wat de effecten op hoofdlijnen zijn. De effecten in dit planMER zijn beschreven door aan te geven wat de invloed van de speerpunten en acties op het kwaliteitsniveau van de indicator is. Het kan ook gezien worden als kans voor positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. Deze risico’s en sterkten zijn in beeld gebracht met kwalitatieve inschattingen van experts. Dit planMER is opgesteld in de volgende 5 stappen: 1. Stap 1: vaststellen beoordelingskader 2. 3.

Stap 2: beschrijven en beoordelen van huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie) Stap 3: Bepalen relatie beleid en indicatoren MER

4. 5. 6.

Stap 4a: Effectbeoordeling Stap 4b: Passende beoordeling (Wet natuurbescherming) Stap 5: Afronden planMER

3.1

Stap 1: vaststellen beoordelingskader

Als eerste stap is het beoordelingskader opgesteld. In het beoordelingskader staan per thema enkele indicatoren waarop de effecten van het beleid van de Omgevingsvisie worden beoordeeld. Van iedere indicator is beschreven met behulp van welk beoordelingsparameter het effect wordt bepaald. In de volgende tabel is het beoordelingskader te zien. Thema

Bodem en water

Indicatoren Bodemkwaliteit

Bodemkwaliteit en vruchtbaarheid

Ondergronds ruimtegebruik

Intensiviteit gebruik ondergrond

Waterkwaliteit

Kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater

Waterkwantiteit

Kwantiteit van het grond- en oppervlaktewater

Verzilting Natura 2000-gebieden Natuur en

Criterium/beoordelingsparameter

Natuurnetwerk Nederland

biodiversiteit

Diepte waarop zoet grondwater zich bevindt in de bodem Staat van instandhouding Oppervlak, samenhang, wezenlijke kenmerken en waarden; trends van soorten en levensgemeenschappen

Biodiversiteit buiten het NNN Omvang biodiversiteit Wateroverlast

Hoeveelheid regenwater dat kan worden vastgehouden en kan worden verwerkt binnen de gemeente

Klimaatadaptatie

Energietransitie

Droogte

Hoogte van het droogterisico

Overstroming

Hoogte van overstromingsrisico

Hittestress

Aantal gehinderden door hitte

Aandeel duurzame energie

Aandeel duurzame energie ten opzichte van de totale energieproductie

(incl. geo- en aquathermie)

18/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

Thema

Indicatoren

Energiebesparing Woningvoorraad

Criterium/beoordelingsparameter Energiegebruik

Passende woningvoorraad

Wonen en voorzieningen

Sociale samenhang/sociale

Bereikbaarheid sociale voorzieningen

inclusiviteit Bedrijventerreinen en Vestigingsklimaat

werklocaties Duurzame Landbouw

Verkeer en vervoer Gezonde leefomgeving

Bereikbaarheid

leefomgeving

Landschap en cultuurhistorie

Aandeel duurzame landbouw Tevredenheid bewoners bereikbaarheid gemeente

Gezondheidsbevordering

Bewegen en sporten

Stilte

Omvang stiltegebieden

Bereikbaarheid recreatie

Bereikbaarheid recreatie

Verkeersveiligheid

Aantal verkeersslachtoffers

Geluid

Veilige

Verhouding vraag en aanbod

Luchtkwaliteit

Geluidgehinderden concentraties NO2, PM10, PM2,5

Externe veiligheid

Aantal potentiële slachtoffers

Landschappelijke waarden

Kwaliteit van het landschap

Cultuurhistorische waarden

Beschermde/erkende cultuurhistorische elementen en gebieden

Aardkundige waarden

Aardkundige monumenten

Tabel 3.1 Beoordelingskader effectbeoordeling

3.2

Stap 2: beschrijven en beoordelen van huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie)

Voor de beoordeling van de referentiesituatie is voor elke indicator een beoordeling gegeven van het kwaliteitsniveau (toestand) van zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling. De beoordeling van het kwaliteitsniveau is uitgedrukt in goed, redelijk en slecht. Deze beoordeling is voor alle indicatoren uit het beoordelingskader onderbouwd in factsheets (zie bijlage 1). Waar mogelijk is gebruik gemaakt van kaartmateriaal om zo ruimtelijk te kunnen duiden waar bepaalde kansen of knelpunten optreden. De huidige situatie en autonome ontwikkeling vormen samen de “referentiesituatie” waartegenover in stap 4 het effect van het beleid is afgezet.

3.3

Stap 3: bepalen relatie tussen beleid en indicatoren MER

In deze stap is bepaald per speerpunt (met de daarbij onderliggende acties) met welke indicatoren uit het beoordelingskader er een relatie is. Zie hiervoor bijlage 3. Alleen voor de indicatoren waar een relatie is met een speerpunt en acties zijn deze beoordeeld in stap 4.

19/67

Kenmerk

3.4

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

Stap 4a: effectbeoordeling

In stap 4 is het beleid van de Omgevingsvisie (speerpunten, acties met visiekaart) beoordeeld op: 1. Invloed van beleid op kwaliteitsniveau per indicator Met de effectbepaling zijn de effecten van het beleid uit de Omgevingsvisie in relatie tot de referentiesituatie onderzocht. Per indicator is gekeken naar het kwaliteitsniveau in de huidige situatie en autonome ontwikkeling (HSAO) en of de Omgevingsvisie daar een positieve, geen/beperkte of negatieve invloed op heeft. Deze beoordeling is ook op de 50% versie van de Omgevingsvisie uitgevoerd, waarna is gekeken of de speerpunten en acties die een negatieve invloed op een indicator gaven nog aan te passen waren en/of met voorwaarden aangevuld konden worden in een volgende versie van de Omgevingsvisie, om zo de negatieve invloed te verminderen of weg te nemen.

Figuur 3.2 Legenda invloed Omgevingsvisie

2.

Synergie en strijdigheden tussen speerpunten In de beoordeling is ook inzichtelijk gemaakt wat de mogelijkheden voor synergie en de strijdigheden zijn tussen speerpunten en onderliggende acties in de Omgevingsvisie. Anders gezegd:; welke speerpunten en acties versterken elkaar (synergie) en welke belemmeren elkaar (strijdigheid). Deze beoordeling is ook op de 50% versie van de Omgevingsvisie uitgevoerd, waarna gekeken is of bepaalde synergie nog versterkt kon worden en/of strijdigheden weggenomen konden worden in een volgende versie van de

3.

Omgevingsvisie door aanpassing van speerpunten en acties. De mate waarin het bijdraagt aan het behalen van ambities (‘doelbereik’) In deze stap is beoordeeld of het beleid van de Omgevingsvisie er toe leidt dat de voorafgestelde ambities ook behaald kunnen worden. Daarbij speelt ook de rol en invloed van de gemeente mee. Voor bijvoorbeeld klimaatadaptieve ambities is de gemeente ook afhankelijk van onder meer het waterschap, projectontwikkelaars, woningcorporaties en particuliere woningeigenaren. De mate van doelbereik is uitgedrukt aan de hand van de stoplichtmethode. o Het beleid levert geen bijdrage aan de ambitie o o

Het beleid levert wel een bijdrage, maar niet genoeg om de ambitie te halen Er is een reële kans op het behalen van de ambitie (inclusief de toevoeging of dit autonoom al optreedt of niet.

20/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

De effectbeoordeling is kwalitatief uitgevoerd op basis van een deskundigenoordeel. Voor de beschrijving en beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling (HSAO) per thema zijn experts van TAUW en Bügel Hajema ingezet. In diverse rondes zijn door de experts de kwaliteit en compleetheid beoordeeld. Waar nodig zijn de referentiesituaties daarop aangescherpt. Zij hebben op basis van beschikbare informatie beoordeeld wat het kwaliteitsniveau is per indicator, en wat het effect is van het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie. Om de beoordeling navolgbaar te maken is een uitgebreide onderbouwing opgenomen per beleidsthema in de factsheets in bijlage 1. Vervolgens zijn door experts van TAUW en BügelHajema op kwalitatieve wijze de kansen en risico’s op positieve en negatieve effecten van het nieuwe beleid beoordeeld. In verschillende rondes is door experts van de gemeente op juistheid, navolgbaarheid en compleetheid gecontroleerd.

3.5

Stap 4b: passende beoordeling (Wet natuurbescherming)

De Omgevingsvisie maakt ontwikkelingen zoals woningbouw en een verdere toename van recreatie in de gemeente mogelijk. Dit kan leiden tot een toename van verkeer. Hierdoor is stikstof depositie op de Natura 2000 gebieden Zwanenwater & Pettemerduinen en Duinen Den Helder– Callantsoog en verstoring van deze gebieden door licht en geluid niet uit te sluiten. Wanneer significante negatieve effecten op Natura 2000 gebieden niet zijn uit te sluiten, is een passende beoordeling conform de Wet natuurbescherming noodzakelijk. De passende beoordeling sluit aan bij het abstractieniveau van de visie. De beoordeling is kwalitatief, want een gedetailleerd kwantitatieve beoordeling is pas mogelijk bij een omgevingsplan of specifiek programma. De passende beoordeling bestaat uit een beschrijving van de negatieve effecten van het beleid van de Omgevingsvisie op de instandhoudingsdoelen, een overzicht van welk beleid zorgt voor minder stikstofdepositie en mogelijke mitigerende maatregelen of randvoorwaarden voor verlaging van stikstofdepositie. De passende beoordeling is onderdeel (hoofdstuk 4.4) van het planMER.

3.6

Stap 5: afronden planMER

De resultaten van voorgaande stappen komen samen in het milieueffectrapport. We hebben het rapport na iedere stap steeds verder ingevuld. Daarbij zijn de onderdelen mitigerende maatregelen, leemten in kennis en monitoring en evaluatie toegevoegd.

21/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

4 De leefomgeving en de effecten van de Omgevingsvisie In dit hoofdstuk worden in paragraaf 4.1 de effecten van het beleid uit de Omgevingsvisie beschreven. Dit wordt uitgedrukt in de invloed van de Omgevingsvisie op kwaliteit of anders gezegd de toestand van de referentiesituatie. De referentiesituatie wordt gevormd door de huidige situatie en de situatie bij ongewijzigd beleid (autonome ontwikkeling). Een gedetailleerde beschrijving van de kwaliteitsniveaus van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling per indicator is opgenomen in bijlage 1 (factsheets). In paragraaf 4.2 is beschreven hoe het beleid uit de Omgevingsvisie elkaar versterkt of juist strijdig is. In paragraaf 4.3 is beschreven in welke mate het nieuwe beleid bijdraagt om de gestelde ambitie te halen (doelbereik). De passende beoordeling conform Wet natuurbescherming is beschreven in paragraaf 4.4.

4.1

Effecten van het beleid van de Omgevingsvisie (invloed op kwaliteitsniveaus)

4.1.1

Bodem en water

Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Bodemkwaliteit

Goed

Goed

Ondergronds ruimtegebruik

Redelijk

Redelijk

Waterkwaliteit

Redelijk

Redelijk

Waterkwantiteit

Redelijk

Redelijk

Verzilting

Slecht

Slecht

Invloed Omgevingsvisie

Effectbeoordeling Omgevingsvisie Bodemkwaliteit De gemeente Schagen heeft in de Omgevingsvisie weinig tot geen beleid opgenomen met betrekking tot bodemkwaliteit en vruchtbaarheid. De gemeente geeft wel aan boeren te willen ondersteunen in het verminderen van gifgebruik in de landbouw. Verder stelt de gemeente in de Omgevingsvisie ruimte te willen maken voor kringlooplandbouw en milieuvriendelijke, biologische landbouw aan te moedigen. Om de doelen voor woningbouw en een duurzame landbouw van de Omgevingsvisie mogelijk te maken, is de bodemkwaliteit een randvoorwaarde, maar de bodemkwaliteit is niet als beleid meegenomen in diezelfde Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie heeft een beperkte invloed op de bodemkwaliteit en vruchtbaarheid.

22/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

Effectbeoordeling Omgevingsvisie Ondergronds ruimtegebruik De verwachting is dat door ontwikkelingen die de Omgevingsvisie mogelijk maakt de ondergrond intensiever gebruikt zal worden, door onder meer de uitbreiding van de woningbouw, bedrijventerreinen, infrastructuur en de klimaatopgave en de infrastructuur voor energie. Deze ruimteclaims zijn bovengronds op elkaar afgestemd door de locatiekeuze op de visiekaart, maar is niet afgestemd voor het ondergrondse deel op elkaar. In de Omgevingsvisie van Schagen is geen beleid opgenomen voor (het reguleren van) ondergronds ruimtegebruik. De invloed van de Omgevingsvisie op deze indicator is beperkt tot negatief. De werkelijke impact op het ondergronds ruimtegebruik is nog niet duidelijk, omdat de gemeente ook afhankelijk is van andere partijen, zoals projectontwikkelaars, woningcorporaties, ondernemers en netbeheerder. Het is aan te bevelen om ook de ondergrond te ordenen en af te stemmen met de verschillende stakeholders. Ook in het duurzaamheidsprogramma 2020-2050 “Samen bouwen aan een duurzaam Schagen” Effectbeoordeling Omgevingsvisie Waterkwaliteit Onder invloed van klimaatverandering zorgen meer en langere periodes van droogte en hogere temperaturen voor aantasting van de kwaliteit van het zoete oppervlakte- en grondwater. Deze bedreiging zal tot aan 2040 en daarna verder toenemen.

In de Omgevingsvisie is geen specifiek beleid opgenomen met betrekking tot kwaliteit van oppervlakte- en grondwater. Wel geeft de gemeente in de visie aan de inrichting van de omgeving aan te willen passen aan periodes met veel regen en periodes van droogte. Dit kan bijdragen aan een betere waterkwaliteit. Het werkelijke effect is echter lastig in te schatten, omdat deze actie nog weinig concreet is uitgewerkt. De invloed van de Omgevingsvisie op de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater is daarom beperkt. Effectbeoordeling Omgevingsvisie Waterkwantiteit In toenemende mate is klimaatverandering met langere droge periodes en hogere temperaturen van invloed op de kwantiteit van grond- en oppervlaktewater. De kustgebieden en verstedelijkte gebieden binnen de gemeentegrenzen zijn gevoelig voor wateroverlast bij hevige neerslag. De gemeente geeft in de Omgevingsvisie aan de inrichting van de omgeving aan te willen passen aan periodes met veel regen en periodes van droogte. Dit heeft gevolgen voor het grond- en oppervlaktewater. Het werkelijke effect is echter lastig in te schatten, omdat deze actie nog weinig concreet is uitgewerkt. De invloed van de Omgevingsvisie op de kwantiteit van grond- en oppervlaktewater is daarmee beperkt. Effectbeoordeling Omgevingsvisie Verzilting In de Omgevingsvisie is het tegengaan van verzilting niet opgenomen als speerpunt of actie.

Wel geeft de gemeente in de visie aan de inrichting van de omgeving aan te willen passen aan periodes met veel regen en periodes van droogte. Het tegengaan van droogte draagt bij aan het beperken van verzilting. Het is echter nog niet duidelijk in welke mate. Dit is sterk afhankelijk van de invulling van het duurzaamheidsprogramma 2020-2050 “Samen bouwen aan een duurzaam Schagen”. De invloed van de Omgevingsvisie op deze indicator is vooralsnog beperkt.

23/67

Kenmerk

4.1.2

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

Natuur en biodiversiteit

Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Natura 2000-gebieden

Redelijk

Redelijk

Natuurnetwerk Nederland

Redelijk

Redelijk

Biodiversiteit buiten het NNN

Redelijk

Redelijk

Invloed Omgevingsvisie

Effectbeoordeling Omgevingsvisie Natura 2000 – gebieden De gemeente Schagen zet in de Omgevingsvisie onder andere in op ruimte voor ondernemers, de komst van de Energy & Health Campus (EHC) en het bouwen van veel nieuwe woningen, zowel binnen de kernen en de stad Schagen als op nieuwe locaties aan de randen van diverse kernen en de stad. Voor de kernen Petten en Callantsoog geldt dat zij dichtbij Natura 2000-gebieden zijn gelegen. Het gaat om de Natura 2000-gebieden Abstkolk & De Putten en Zwanenwater & Pettermerduinen resp. Duinen Den Helder-Callantsoog. De visiekaart toont aan dat er aan de rand van beide kernen mogelijk woningen worden gerealiseerd. De EHC is geprojecteerd in de Pettemerduinen. Stikstofdepositie in de aanlegfase als gevolg van de realisatie van woningen, bedrijven(terreinen) en de EHC kan negatieve gevolgen hebben op de nabijgelegen Natura 2000gebieden. In het bijzonder op de Natura 2000-gebieden Duinen Den Helder-Callantsoog en Zwanenwater & Pettermerduinen welke met name gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Naar verwachting is de stikstofdepositie in de gebruiksfase minimaal, aangezien de woningen en bedrijven aardgasvrij zullen worden. Ook de invloed van de toenemende mobiliteit zal naar verwachting beperkt zijn. Wel kunnen de gebieden negatief beïnvloed worden door de verstoring door licht en geluid, veroorzaakt door bedrijvigheid.

De inzet van de gemeente op de energietransitie heeft uiteindelijk een positief effect op de Natura 2000-gebieden, doordat het zorgt voor minder stikstofdepositie ten opzichte van het gebruik van fossiele energiebronnen. Echter kan de realisatie van duurzame energiebronnen negatieve effecten met zich meebrengen, zoals lichtspiegeling door zonnevelden. De verwachting is dat per saldo het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie een negatief effect heeft op Natura 2000-gebieden. Effectbeoordeling Omgevingsvisie NNN buiten Natura 2000 gebieden en weidevogelgebieden Deze effectbeoordeling focust zich op de NNN gebieden buiten de Natura 2000-gebieden en weidevogelgebieden. Het gaat om zes NNN gebieden binnen de gemeente Schagen. De Omgevingsvisie zet onder andere in op ruimte voor ondernemers, de komst van de EHC en het bouwen van veel nieuwe woningen, zowel binnen de kernen en de stad Schagen als op locaties aan de randen van diverse kernen en de stad. Een deel van deze kernen, ’t Zand, Callantsoog en Petten, liggen dichtbij NNN gebieden. Door woningen toe te voegen aan de randen van deze kernen, wordt de afstand tot de NNN gebieden mogelijk kleiner. In het algemeen leidt een toename van woningen tot een toename van emissies die een negatief effect kunnen hebben op NNN gebieden.

24/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

Dit geldt eveneens voor uitbreidingen van bedrijven(terreinen), het realiseren van een EHC en de toenemende mobiliteit. Bedrijven kunnen daarnaast negatieve gevolgen hebben voor planten en dieren door invloed van licht en geluid. De gemeente zet in op duurzame energie. Hoewel het uiteindelijk een positief effect zal hebben op NNN gebieden, doordat het minder depositie tot gevolg heeft, kan de realisatie van duurzame energiebronnen negatieve effecten meebrengen voor NNN gebieden. De verwachting is dat het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie per saldo een negatief effect heeft op de NNN gebieden. Effectbeoordeling Omgevingsvisie biodiversiteit buiten het NNN De gemeente Schagen streeft naar meer groen en het vergroten van de biodiversiteit. Zo wordt bij het invullen van openbare ruimte rekening gehouden met het huidige landschap, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Daarbij wordt onder andere gekeken naar een goede verdeling tussen stenen, groen en water. Ook de aanmoediging van boeren om aan weidevogelbeheer te doen of bloemrijke randen om akkers aan te leggen en de inzet op een mooie en aantrekkelijke omgeving voor recreatie en toerisme biedt kansen voor de ontwikkeling van groenblauwe zones. Hoewel het effect op de biodiversiteit afhankelijk is van de wijze waarop de invulling hiervan plaatsvindt.

Concreet worden twee ‘noord-zuid’ routes aantrekkelijker gemaakt (bijvoorbeeld) door het toevoegen van natuur. Daarnaast biedt de Omgevingsvisie de mogelijkheid bos te ontwikkelen aan de rand van de kern Schagen of op plaatsen grenzend aan bestaande bossen. De verstedelijking en aansluitend daarop het toenemend aantal inwoners en bezoekers kan daarentegen mogelijk negatieve effecten hebben op de biodiversiteit. Ook kunnen bepaalde diersoorten (o.a. vogels en insecten) hinder ondervinden van de ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie. De aantasting of verbetering van de biodiversiteit is daarmee erg verschillend per locatie in de gemeente. Bovendien zet de gemeente in de Omgevingsvisie o.a. in op ruimte voor ondernemers en het bouwen van veel nieuwe woningen, wat de biodiversiteit niet per se ten goede komt. De verwachting is dat het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie per saldo een gelijkblijvend effect heeft op de biodiversiteit binnen de gemeente. Het is echter afhankelijk van de uitwerking van het beleid in welke mate dit zal zijn. 4.1.3

Klimaatadaptatie

Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Wateroverlast

Redelijk

Redelijk

Hittestress

Redelijk

Slecht

Droogte

Redelijk

Slecht

Overstroming

Goed

Slecht

Invloed Omgevingsvisie

25/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

Effectbeoordeling Omgevingsvisie wateroverlast De speerpunten van de gemeente Schagen voor wonen, bedrijvigheid en infrastructuur resulteren in een sterke stijging van het percentage verharding. Hierdoor wordt de druk op groen en blauwe structuren verhoogd en neemt de sponswerking van de kernen en de stad af. De infiltratiemogelijkheden nemen af en regenwater wordt moeilijker opgeslagen en afgevoerd. Anderzijds kunnen herontwikkelingen binnen de kernen of de stad ook juist kansen bieden voor klimaatadaptatiemaatregelen. Mogelijk bieden ook de ontwikkelingen gericht op toerisme en recreatie kansen om klimaatadaptatie mee te koppelen. Daarnaast biedt de Omgevingsvisie de mogelijkheid om bos te ontwikkelen aan de rand van de kern Schagen of op plekken grenzend aan bestaande bossen en zet de gemeente concreet in op het afstemmen van de inrichting van de omgeving op zowel periodes met veel regen als op periodes van droogte en hitte. Daarbij wordt rekening gehouden met de verdeling tussen stenen, groen en water. Veel is echter afhankelijk van het duurzaamheidsprogramma 2020-2050 “Samen bouwen aan een duurzaam Schagen” waarin o.a. het thema klimaatadaptatie verder wordt uitgewerkt. De verwachting is daarom dat de Omgevingsvisie per saldo een beperkt effect heeft op het verminderen van overlast.

Effectbeoordeling Omgevingsvisie Hittestress De gemeente Schagen wil in 2040 een gemeente zijn die zich heeft aangepast aan klimaatverandering. Beperking van de gevolgen van hitte is een van de stappen om dit doel te bereiken. De mogelijke ontwikkeling van bossen aan de rand van de kern Schagen en de inzet op een gastvrije, aantrekkelijke omgeving voor toerisme en recreatie kunnen hier aan bijdragen. Recreatieplekken zijn vaak groene en blauwe zones binnen of buiten de kernen en de stad die kunnen dienen als koelteplek tijdens warme periodes. Inzet op recreatie en een goede bereikbaarheid vergroot de toegankelijkheid van deze plekken voor inwoners. Anderzijds resulteert hitte ook in risico’s voor de kwaliteit van oppervlakte- en zwemwater. Daarnaast resulteert verstedelijking op het gebied van wonen en bedrijven in een toename van verharding en een afname van groenblauwe zones. Hierdoor neemt het aantal koelteplekken af en neemt de temperatuur mogelijk toe. Anderzijds bieden stedelijke transformaties ook juist kansen voor meer en nieuwe ruimte voor hittebestendige maatregelen. Uitwerking zal echter moeten blijken uit het duurzaamheidsprogramma 2020-2050 “Samen bouwen aan een duurzaam Schagen” waarin o.a. het thema klimaatadaptatie verder wordt uitgewerkt.

De verwachting is dat het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie per saldo een beperkte invloed heeft op de hittebestendigheid van de gemeente. Effectbeoordeling Omgevingsvisie Droogte In de huidige situatie wordt regenwater onvoldoende lokaal geborgen, waardoor er problemen ontstaan tijdens droogteperioden. De gemeente zet daarom in op meer groen, onder andere aan de rand van de kern Schagen, en stemt de inrichting van de omgeving af op zowel periodes met veel regen als op perioden van droogte en hitte. Daarbij wordt rekening gehouden met de verdeling tussen stenen, groen en water. Daarnaast streeft de gemeente naar een aantrekkelijke omgeving voor toerisme en recreatie. Recreatieplekken zijn vaak groenblauwe zones binnen of buiten de kernen en de stad. Deze groenblauwe zones bieden kansen om de sponswerking van de gemeente te versterken en extra bergend vermogen te creëren.

26/67

Kenmerk

R001-1272626DSG-V01-agv-NL

Verstedelijking op het gebied van wonen en bedrijven resulteert daarentegen in een sterke toename van het percentage verharding. Hierdoor nemen de infiltratiemogelijkheden af en kan regenwater moeilijker worden opgeslagen en worden afgevoerd. Anderzijds bieden deze transformaties ook juist kansen om meer ruimte te creëren voor het bergen van water en het droogtebestendig inrichten van de openbare ruimte. De verwachting is dat het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie per saldo een beperkte invloed heeft op de indicator droogte. Uitwerking zal moeten blijken uit het duurzaamheidsprogramma 2020-2050 “Samen bouwen aan een duurzaam Schagen” waarin o.a. het thema klimaatadaptatie verder wordt uitgewerkt. Effectbeoordeling Omgevingsvisie Overstroming Hoewel de Omgevingsvisie geen specifiek beleid voor de indicator overstroming bevat, heeft beleid uit de Omgevingsvisie voor andere thema’s negatieve, maar ook positieve effecten op de indicator. Zo draagt het vergroten van de bereikbaarheid binnen de gemeente bij aan een sneller en efficiënter evacuatieproces in geval van een overstroming. Daarentegen zet de gemeente Schagen in op het aantrekkelijk maken van het gebied direct achter de duinen. Hoewel onduidelijk is op welke wijze zij dit wil realiseren, zal het toevoegen van gevoelige functies aan dit gebied de kwetsbaarheid en de gevolgen van een overstroming vergroten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10145631/1