CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

C3 Analyse kwaliteit habitattypen Pettemerduinen - D10028652 eindrapport

Oordeelsvormende vergadering 12 oktober 2021, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststelling gecoördineerde bestemmingsplannen 'Pallas-Plot' en 'Partiële Herziening PALLAS-reactor, 2021'27.947 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

22 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

betreffende duinplas of -vallei in het systeem bepalen voor een belangrijk deel de mate waarin een duinplas of -vallei gebufferd is. Dit is vervolgens weer sterk bepalend voor het voorkomen van specifieke vegetaties (bijvoorbeeld Knopbiesvegetaties). In de Pettemerduinen zijn een aantal valleien aanwezig waar in natte perioden kwel overheerst en in droge perioden infiltratie. Het betreft de valleien in het Eerste Korfwater, de noordelijke Preekvallei, de Flors, de westelijke vallei van de Boerenslag en de vallei v an het Oude Bosmeertje.

3.4

Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen

Het Natura 2000-gebied waar in dit rapport de focus op ligt is Zwanenwater & Pettemerduinen. Het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen is aangewezen op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Pettemerduinen is alleen aangewezen als Habitatrichtlijngebied. Dit betekent dat instandhoudingsdoelstellingen voor vogels geen directe betrekking hebben op dit deel van het Natura 2000gebied. De begrenzing van het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen is aangegeven in Figuur 3-6.

Figuur 3-6 Begrenzing van het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Petterduinen. Het groene deel is aangewezen in het kader van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Het gele deel is aangewezen in het kader van de Habitatrichtlijn.

In dit rapport worden veel toponiemen gebruikt. In Figuur 3-7 zijn deze op kaart aangegeven. De inf ormatie in dit hoofdstuk is grotendeels overgenomen uit het Beheerplan Zwanenwater & Pettemerduinen 2018-2024.

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

23 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Tabel 3-1 geef t een overzicht van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen. Dit zijn de kwalificerende natuurwaarden voor het Natura 2000-gebied. In dit rapport worden veel toponiemen gebruikt. In Figuur 3-7 zijn deze op kaart aangegeven. De inf ormatie in dit hoofdstuk is grotendeels overgenomen uit het Beheerplan Zwanenwater & Pettemerduinen 2018-2024.

Tabel 3-1: Instandhoudingsdoelstellingen voor habitattypen in het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen (Ministerie van EZ, 2013a). De instandhoudingsdoelstellingen uit het veegbesluit zijn schuin gedrukt (Ministerie van LNV, 2018).

Code

Naam

Instandhoudingsdoelstelling

Habitattypen *: prioritaire habitattypen H2110

Embryonale duinen

Behoud oppervlakte en kwaliteit

H2120

Witte duinen

Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit

H2130A

*Grijze duinen (kalkrijk)

Behoud oppervlakte en kwaliteit

H2130B

*Grijze duinen (kalkarm)

Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit

H2140A

*Duinheiden met kraaihei (vochtig)

Behoud oppervlakte en kwaliteit

H2140B

*Duinheiden met kraaihei (droog)

Behoud oppervlakte en kwaliteit

H2150

*Duinheiden met struikhei

Behoud oppervlakte en kwaliteit

H2160

Duindoornstruwelen

Behoud oppervlakte en kwaliteit.

H2170

Kruipwilgstruwelen

Behoud oppervlakte en kwaliteit

H2180A

Duinbossen (droog)

Behoud oppervlakte en kwaliteit

H2180B

Duinbossen (vochtig)

Behoud oppervlakte en kwaliteit

H2180C

Duinbossen (binnenduinrand)

Behoud oppervlakte en kwaliteit

H2190A

Vochtige duinvalleien (open water)

Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit

H2190B

Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

Behoud oppervlakte en kwaliteit

H2190C

Vochtige duinvalleien (ontkalkt)

Behoud oppervlakte en kwaliteit

H2190D

Vochtige duinvalleien (hogere moerasplanten)

Behoud oppervlakte en kwaliteit

H6230

*Heischrale graslanden

Uitbreiding oppervlakte en behoud kwaliteit

H6410

Blauwgraslanden

Behoud oppervlakte en kwaliteit

H7210

*Galigaanmoerassen

Behoud oppervlakte en kwaliteit

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

24 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Figuur 3-7 Toponiemen gebruikt in dit rapport

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

25 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

4

KWALITEITSANALYSE EN -BEOORDELING HABITATTYPEN

4.1

Inleiding

Dit hoofdstuk vormt de kern van dit rapport. Voor alle habitattypen waarvoor het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen is aangewezen is op basis van de in hoofdstuk 2 aangegeven methodiek beoordeeld wat de actuele verspreiding en kwaliteit is. De vegetatiekartering die in 2020 is uitgevoerd vormt hiervoor de basis (Langbroek et al. 2020a).

4.2

H2110 Embryonale duinen

4.2.1

Kenmerken habitattype

Het habitattype betreft soortenarme pionierduintjes met begroeiingen van vooral biestarwegras. De begroeiingen kunnen variëren in dichtheid. Embryonale duinen komen met name voor op het strand aan de voet van de zeereep, maar ook wel langs de randen van slufters, 'wash-overs' (laagten waar incidenteel zeewater overheen spoelt) en op achterduinse strandvlakten. Dit is de overgangszone van zout naar zoet milieu: overstroming met zeewater vindt incidenteel tot regelmatig plaats (maar niet zo vaak dat de duintjes volledig wegspoelen). Door de hoge dynamiek kunnen de begroeiingen een fluctuerende oppervlakte en deels wisselende locatie innemen. Waar de embryonale duinen voorkomen in afwisseling met kaal zand en/of vloedmerkbegroeiingen (met bijvoorbeeld strandmelde en zeeraket), wordt daarom het gehele mozaïek tot het habitattype gerekend. Embryonale duinen komen vaak in combinatie met habitattype H2120 (Witte duinen) voor, die de embryonale duinen in de tijd opvolgen zodra er zodanig veel zand is ingevangen dat er helmvegetaties gaan ontstaan.

Figuur 4-1 H2110 Embryonale duinen op de overgang van het strand naar de zeereep ter hoogte van de Pettemerduinen (Foto: Reinoud Kleijberg, 28 mei 2021)

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

26 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

4.2.2

Voorkomen in de Pettemerduinen

De verspreiding van het habitattype H2110 volgens de vigerende habitattypenkaart en op basis van de vegetatiekartering uit 2020 is weergegeven op Figuur 4-2 en Figuur 4-3. Bij de vegetatiekartering in 2020 zijn vegetatietypen die tot dit habitattype behoren aangetroffen met een oppervlakte van 4,27 ha. De ligging en oppervlakte van het habitattype in het deelgebied Pettemerduinen is in de huidige situatie ongeveer gelijk aan die op de habitattypenkaart.

Figuur 4-2 Verspreiding habitattype H2110 volgens de vigerende habitattypenkaart (lichtgeel, zwart omlijnd) (Bron: AERIUS versie 2020).

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

27 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Figuur 4-3 Verspreiding habitattype H2110 op basis van de vegetatiekartering 2020

4.2.3

Kwaliteitsanalyse

Vegetatietypen Tabel 4-1 geef t een overzicht van de vegetatietypen die volgens het Profielendocument behoren tot het Habitattype H2110. In de vegetatiekartering van 2020 is één lokaal type aangetroffen dat behoort tot dit habitattype. Het zijn vegetaties die behoren tot de associatie van zandhaver en biestarwegras, de typische vegetatiegemeenschap van dit habitattype (Tabel 4-2). Het vegetatietype komt voor op de overgang van het strand naar de zeereep met een oppervlakte van 4,27 ha, met name in het zuidelijk deel van de Pettemerduinen. De vegetatiekundige kwaliteit van het habitattype is goed (Tabel 4-2). Daarnaast over een oppervlakte van 1,28 ha ‘kaal zand’ voor in mozaïek met deze vegetaties; dit kale zand vertegenwoordigt een matige kwaliteit van het habitattype. Afwisseling van begroeide en onbegroeide delen is echter kenmerkend voor dit habitattype. De vegetatiekundige kwaliteit wordt als goed beoordeeld. . In 2004 kwam het habitattype in de Pettemerduinen voor met een oppervlakte van 7,37 ha. De beperkte verschillen in oppervlakte zullen hoofdzakelijk veroorzaakt zijn door verschillen in methodiek en interpretatie van vegetatietypen (waarnemerseffect) in het veld. Daarnaast kent dit habitattype sterke schommelingen tussen de jaren afhankelijk van o.a. winterstormen waarbij embryonaal duin weggeslagen kan worden.

Vergelijking van luchtfoto’s uit 2020 en het begin van de 20e eeuw (www.topotijdreis.nl) laat zien dat het habitattypen in ononderbroken gordel voorkomt tussen Petten en Callantsoog, en dat dit in eerdere jaren aanmerkelijk minder was. Mogelijk is dit het gevolg van de maatregelen die genomen zijn in het kader van de aanleg van de Hondsbossche Duinen.

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

28 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Tabel 4-1 Vegetatietypen behorend tot het habitattype H2110 Code

Naam

Kwaliteit

Beperkende criteria

22Aa1

Strandmelde-associatie

Goed

Alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2110

22Ab1

Associatie van loogkruid en zeeraket

Goed

Alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2110

22-RG1[22Ab]

Rompgemeenschap met zeeraket van de Klasse der vloedmerkgemeenschappen

Goed

Alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2110

22-RG2(22Ab/23Ab]

Rompgemeenschap met zeepostelein van het loogkruid-verbond/het helm-verbond

Goed

Alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2110

23Aa1

Associatie van zandhaver en biestarwegras

Goed

Vegetatieloos

Matig

Alleen in mozaïek met zelfstandige en mozaïekvegetaties van 2110

Tabel 4-2 Kwaliteit aanwezige vegetatietypen H2110 Pettemerduinen Lokaal type

VvNtype

rVvNtype

Naam

Syntaxon

Oppervlakte

Kwaliteit

23Aa1

23Aa01

24Aa01

Vegetatie van biestarwegras

Associatie van zandhaver en biestarwegras

4,27

Goed

Vegetatieloos

-

1,28

Matig

Oppervlakte Goed

5,45

De kwaliteit op basis van aanwezige vegetatietypen is goed. Hoewel onbegroeide delen een matige kwaliteit aangeven, is dit onlosmakelijk verbonden aan het efemere en dynamische karakter van dit habitattype. Typische soorten In Tabel 4-3 zijn de typische soorten voor dit habitattype opgenomen. Aangegeven is welke soorten in de Pettemerduinen zijn aangetroffen. Tabel 4-3 Typische soorten van het habitattype H2110 Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Soortgroep

Regionale soort

Aangetroffen

Strandplevier

Charadrius alexandrinus ssp. alexandrinus

Vogels

Nee

-

De typische soort voor dit habitattype, strandplevier, broedt op kale ondergrond bestaande uit zand of schelpen op stranden en zandplaten. De soort is erg gevoelig voor verstoring, en komt daardoor niet meer tot broeden op de stranden van vastelandskust. De soort komt daardoor niet voor in de Pettemerduinen. Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

29 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

De kwaliteit op basis van typische soorten is slecht, waarbij aangetekend dient te worden dat aan dit habitattype slechts één typische soort is verbonden. Overige kenmerken van een goede structuur en functie In Tabel 4-4 is de kwaliteit van het habitattype beoordeeld op basis van criteria voor een goede structuur en f unctie, zoals opgenomen in het Profielendocument. Tabel 4-4 Beoordeling kwaliteit H2110 op basis van structuur en functie Criterium

Beoordeling

Toelichting

Stuivend zand

Goed

Op het strand kunnen verstuivingsprocessen plaatsvinden.

Goed

Het habitattype is permanent aanwezig, wat wijst op een goed evenwicht tussen afslag en aangroei. Door uitvoering van het project Zwakke Schakels is een groter (potentieel) areaal voor dit habitattype ontstaan. Op het strand bij het zuidelijk deel van de Pettemerduinen vindt actieve duinvorming plaats.

Slecht

De stranden van de Hollandse kust worden intensief gebruikt door recreanten. Het habitattype is onderdeel van het strand en is niet afgeschermd en wordt daardoor vaak betreden of gebruikt om in de luwte te zitten, met name bij de strandopgangen. Er is daardoor onvoldoende rust voor op stranden broedende soorten vogels.

Goed

Huidige omvang in de Pettemerduinen is 4,25 ha, in het volledige Natura 2000-gebied komt het habitattype volgens de habitattypenkaart voor met een oppervlakte van 11,7 ha. Hierbij gaat het om grotendeels aaneengesloten oppervlaktes over de volledige lengte van het duinmassief tussen Petten en Callantsoog (www.topotijdreis.nl)

Afwisseling van duinvorming en afslag

Rust in tenminste een deel van het gebied

Optimale functionele omvang: vanaf enkele hectares.

De kwaliteit op basis van structuur en functie is overwegend goed. Alleen op het gebied van rust (voor op stranden broedende vogels) scoort het habitattype in de Pettemerduinen slecht. Kwaliteitseisen omgeving Het profielendocument voor habitattype H2110 verbindt de volgende kwaliteitseisen aan de omgeving waarin het habitattype voorkomt: •

•

Voor langdurig behoud van de duintjes in een bepaald gebied is winddynamiek nodig, alsmede de aanvoer van zand (netto moet meer zand worden afgezet dan afgevoerd), vloedmerk (vanwege de benodigde nutriënten) en (minimaal) een incidentele overspoeling met zeewater. Gunstige omstandigheden doen zich voor bij een aangroeiende, zandige kust, in gebieden met zandsuppletie en in luwe delen van de kust. Naar verwachting is de oppervlakte van dit habitattype toegenomen door uitvoering van het project Zwakke Schakels, waarbij een zandige vooroever is aangebracht voor de Hondsbossche- en Pettemer zeewering. Van daaruit kan door water- en windwerking (kalkrijk) zand worden aangevoerd naar het Natura 2000-gebied. Aanvankelijk zal de oppervlakte embryonale duinen hierdoor flink toenemen. Op langere termijn zal successie optreden naar andere duintypen en zullen de embryonale duinen in omvang weer wat af nemen. Gevoeligheid voor stikstofdepositie: gevoelig (KDW 1429 mol/ha/jaar). In 2019 was nergens sprake van overschrijding van de KDW voor stikstof op dit habitattype.

4.2.4

Kwaliteitsbeoordeling

In Tabel 4-5 zijn de kwaliteitsbeoordelingen op grond van afzonderlijke criteria uit de voorgaande paragraaf samengevat. De kwaliteit van het habitattype H2110 in de Pettemerduinen is beoordeeld als goed. De enige f actor die onvoldoende scoort is het gebrek aan rust op het strand, waardoor de strandplevier hier niet succesvol tot broeden komt. Dit is echter een generiek probleem van alle Nederlandse stranden. Het weegt daarom niet zwaar in de effectbeoordeling.

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

30 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Tabel 4-5 Integrale beoordeling kwaliteit H2110

Criterium

Beoordeling

Toelichting

Vegetatietypen

Goed

100% van het habitattype heeft een goede kwaliteit

Typische soorten

Slecht

Onvoldoende rust voor typische soort strandplevier

Structuur en functie

Matig

Onvoldoende rust voor typische soort strandplevier

Omgevingsfactoren

Goed

Omgevingsfactoren zijn gunstig

Goed

De kwaliteit van het habitattype in de Pettemerduinen is goed. De enige negatieve factor is gebrek aan rust, maar dit is sinds lange tijd kenmerkend voor alle Natura 2000-gebieden langs de Hollandse kust, en zal ook in de toekomst ook niet verbeteren vanwege intensief recreatief gebruik van stranden.

Totaal

Het habitattype profiteert van de netto zandaanvoer in het gebied (mede vanwege uitvoering van kustsuppleties), de natuurlijke processen die aanvoer van zand faciliteren (stroming, wind) en afrastering waardoor betreding voorkomen wordt. Het habitattype ondervindt geen nadelige gevolgen van stikstofdepositie. In het beheerplan Natura 2000 Zwanenwater & Pettemerduinen is de kwaliteit van het habitattype eveneens als goed beoordeeld.

Figuur 4-4 Schaars begroeide vorm van H2110 Embryonale duinen, strand bij de Pettemerduinen (Foto: Reinoud Kleijberg, 28 mei 2021).

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

31 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

4.3

H2120 Witte duinen

4.3.1

Kenmerken habitattype

Witte duinen zijn buitenduinen of andere delen van duinen die zijn uitgestoven, gedomineerd met begroeiing van helm, noordse helm of duinzwenkgras. Bodemvorming heeft nog niet plaatsgevonden (vandaar “Witte duinen”). Witte duinen volgen op embryonale duinen als de duinen zover zijn aangeroeid dat de vegetatie buiten de directe invloed van zout water (grond- of zeewater). De invloed van zee is echter wel aanwezig door de inwaai van fijne zoutdruppeltjes (salt spray’). Salt spray en zandverstuiving zorgen voor een extreem milieu dat geschikt is voor weinig plantensoorten. Voor een soort als helm is verstuiving echter essentieel.

Figuur 4-5 H2120 Witte duinen bij de strandopgang in de Pettemerduinen (Foto: Reinoud Kleijberg, 28 mei 2021)

4.3.2

Voorkomen in de Pettemerduinen

De verspreiding van het habitattype H2120 volgens de vigerende habitattypenkaart en op basis van de vegetatiekartering uit 2020 is weergegeven op Figuur 4-6 en Figuur 4-7. Bij de vegetatiekartering in 2020 zijn vegetatietypen die tot dit habitattype behoren aangetroffen met een oppervlakte van 22,4 ha. De ligging en oppervlakte van het habitattype in het deelgebied Pettemerduinen is in de huidige situatie niet gelijk aan die op de habitattypenkaart. De breedte van de gordel van witte duinen in de zeereep is over het algemeen groter geworden, vooral door zeewaartse uitbreiding. Locaties in het middenduin die als H2120 werden aangemerkt, zijn in 2020 niet langer als zodanig benoemd. De totale oppervlakte in de Pettemerduinen is iets afgenomen.

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

32 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Figuur 4-6 Verspreiding habitattype H2120 volgens de vigerende habitatty penkaart (geel, zwarte omlijning) (Bron: AERIUS Versie 2020).

Bij de vegetatiekartering in 2020 zijn vegetatietypen die tot dit habitattype behoren aangetroffen met een oppervlakte van 22,4 ha. De ligging en oppervlakte van het habitattype in het deelgebied Pettemerduinen is in de huidige situatie niet gelijk aan die op de habitattypenkaart. De breedte van de gordel van witte duinen in de zeereep is over het algemeen groter geworden, vooral door zeewaartse uitbreiding. Locaties in het middenduin die als H2120 werden aangemerkt, zijn in 2020 niet langer als zodanig benoemd. De totale oppervlakte in de Pettemerduinen is iets afgenomen.

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

33 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Figuur 4-7 Verspreiding habitattype H2120 op basis van de vegetatiekartering 2020

4.3.3

Kwaliteitsanalyse

Vegetatietypen Tabel 4-6 geef t een overzicht van de vegetatietypen die volgens het Profielendocument behoren tot het Habitattype H2120. In de vegetatiekartering van 2020 zijn drie lokale typen aangetroffen die behoren tot dit habitattype. Het zijn vegetaties die behoren tot de associatie van zandhaver en helm, de typische vegetatiegemeenschap van dit habitattype (Tabel 4-7). Het vegetatietype komt voor in de zeereep en overgang naar het buitenduin. De soortenarme vorm (23B1-1) is een zeer algemeen type dat langs de gehele westelijke zone in de zeereep voorkomt. De vorm met Zandzegge en Duinzwenkgras (23B1-2) komt veelvuldig voor in de zeereepzone. De vorm met Dauwbraam en bladmossen (23B1-3) is met name aangetroffen in het noordelijk deel van de zeereepzone van de Pettemerduinen en ter hoogte van het Eerste en Tweede Korfwater. In de vegetatiekartering van 2004 kwam het habitattype voor met een iets grotere oppervlakte (24,68 ha) en werd het ook opgegeven voor sommige locaties meer landinwaarts, in mozaïek met vegetaties van de grijze duinen (H2130). Deze locaties zijn in de vegetatiekartering van 2020 niet (langer) gedetermineerd als vegetatietypen die behoren tot de associatie van zandhaver en helm. Ten opzichte van 2004 zijn in 2020 iets vaker goed kwalificerende vegetaties voor dit habitattype aangetroffen.

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

34 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Tabel 4-6 Vegetatietypen behorend tot het habitattype H2120 Code

Naam

Kwaliteit

Beperkende criteria

22-RG2(22Ab/23Ab]

Rompgemeenschap met zeepostelein van het loogkruid-verbond/het helm-verbond

Goed

Alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2120

23Ab1

Helm-associatie

Goed

Mits in de buitenduinen

23-RG1[23/24]

Rompgemeenschap met helm en zandzegge van de helm-klasse/de klasse der droge graslanden op zandgrond

Goed

Mits in de buitenduinen en mits niet in mozaïek met vegetaties van H2130

Vegetatieloos

Matig

Alleen in mozaïek met zelfstandige en mozaïekvegetaties van 2120

Tabel 4-7 Kwaliteit aanwezige vegetatietypen H2120 Pettemerduinen Lokaal type

VvNtype

rVvN-type

Naam

Syntaxon

Oppervlakte

Kwaliteit

23B1-1

23Ab1

24Ab01a

Helmvegetatie, soortenarme vorm

Associatie van zandhaver en helm, typicum

8,31

Goed

23B1-2

23Ab1

24Ab01b

Helmvegetatie, vorm met zandzegge en duinzwenkgras

Associatie van zandhaver en helm, subassociatie met duinzwenkgras

9,56

Goed

23B1-3

23Ab1

24Ab01a

Helmvegetatie, vorm met dauwbraam en bladmossen

Associatie van zandhaver en helm

3,54

Goed

Vegetatieloos

-

0,99

Matig

Oppervlakte Goed

22,40

De kwaliteit op basis van het voorkomen van vegetatietypen is goed. Typische soorten Aan habitattype H2120 Witte duinen zijn 13 typische soorten verbonden, waarvan er 12 in de regio voorkomen. Hiervan zijn 10 soorten in de Pettemerduinen aangetroffen Figuur 4-8, Tabel 4-8). De drie typische soorten die duiden op een goede abiotische toestand en/of biotische structuur zijn alle drie aanwezig. De kwaliteit op basis van voorkomen van typische soorten is daarmee goed.

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

35 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Figuur 4-8 Waarnemingen van typische soorten H2120 Witte duinen in de periode 2015-2021 (Bron: NDFF, datum raadpleging 1 juni 2021). Tabel 4-8 Voorkomen van typische soorten van het habitattype H2120 Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Soortgroep

Categorie*

Regionale soort

Aangetroffen

Duinfranjehoed

Psathyrella ammophila

Paddenstoelen

K + Cab

Ja

Ja

Duinstinkzwam

Phallus hadriani

Paddenstoelen

K

Ja

Ja

Duinveldridderzwam

Melanoleuca cinereifolia

Paddenstoelen

K

Ja

Ja

Duinsabelsprinkhaan

Platycleis albopunctata

Sprinkhanen en krekels

Ca

Ja

Ja

Akkermelkdistel

Sonchus arvensis

Vaatplanten

Ca

Ja

Ja

Blauwe zeedistel

Eryngium maritimum

Vaatplanten

K

Ja

Ja

Zeeduinchampignon

Agaricus devoriensis

Paddenstoelen

K

Ja

Ja

Noordse helm

X Calammophila baltica

Vaatplanten

K

Ja

Ja

Zeewolfsmelk

Euphorbia paralias

Vaatplanten

K

Ja

Ja

Eider

Somateria mollissima

Vogels

K

Ja

Ja

Duinteunisbloem

Oenothera oakesiana

Vaatplanten

K

Ja

Nee

Zandtulpje

Peziza ammophila

Paddenstoelen

K

Ja

Nee

Helmharpoenzwam

Hohenbuehelia culmicola

Paddenstoelen

K

Nee

-

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

36 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

* Ca = constante soort goede abiotische toestand; Cab = constante soort goede abiotische toestand en goede biotische structuur; K = karakteristieke soort

Overige kenmerken van een goede structuur en functie In Tabel 4-9 is de kwaliteit van het habitattype beoordeeld op basis van criteria voor een goede structuur en f unctie, zoals opgenomen in het Profielendocument. Tabel 4-9 Beoordeling kwaliteit H2120 op basis van structuur en functie Criterium

Beoordeling

Toelichting

Verstuivende zeereep

Matig

Door vastleggingsbeheer in de zeereep ontbreekt verstuiving g rotendeels

Onregelmatige vegetatiestructuur

Matig

De vegetatie bestaat uit afwisseling van open zand en (voor dit habitattype kenmerkende) vrij soortenarme vegetaties, gedomineerd door helm. De bedekking van de vegetatie is op de meeste plaatsen vrij hoog.

Plekken met kaal zand tussen de vegetatie

Goed

Kaal zand komt regelmatig voor, met name aan de binnenzijde van de zeereep. De loefzijde is sterker begroeid.

Onregelmatig reliëf

Matig

Het habitattype komt vooral voor in de zeereep, die vanwege zijn waterkerende functie een aaneengesloten rug vormt. Daarbinnen komen wel kleine reliëfverschillen voor.

Optimale functionele omvang: vanaf tientallen hectares

Goed

In de Pettemerduinen aanwezig met een oppervlakte van ruim 20 ha, in het totale Natura 2000-gebied met een oppervlakte van ca. 72 ha.

De kwaliteit op basis van structuur en functie is matig tot goed. Vanwege het de kustbescherming wordt verstuiving in de zeereep tegengegaan, zoals op vrijwel alle plaatsen langs de Hollandse kust. Daardoor zijn reliëf en onregelmatige vegetatiestructuur ook minder goed ontwikkeld. Kwaliteitseisen omgeving Het profielendocument voor habitattype H2120 verbindt de volgende kwaliteitseisen aan de omgeving waarin het habitattype voorkomt: •

•

Voor een vitale helmgroei is een regelmatig aanvoer van vers zand door winddynamiek noodzakelijk, doordat helm zeer gevoelig is voor ziekteverwekkers zoals aaltjes en schimmels die in gestabiliseerde bodems toenemen. Deze omstandigheden zijn overal aanwezig waar een bestaand vegetatiedek over een f linke oppervlakte beschadigd is of waar veel zand uit zee komt. Een aantal plantensoorten die kenmerkend zijn voor direct aan het strand gelegen Witte duinen (zoals blauwe zeedistel en zeewolf smelk) is afhankelijk van de verspreiding met zeewater. Ze komen daarom vooral voor op plekken waar het zeewater bij stormvloeden tot in de duinen kan doordringen. Bij een gesloten, steil oplopende zeereep, zoals die door vastlegging met helm of door kustafslag in de meeste duingebieden is ontstaan, zijn de mogelijkheden voor vestiging van deze soorten beperkt. Het habitattype profiteert mogelijk van de uitvoering van het project Zwakke Schakels, waarbij een zandige vooroever is aangebracht voor de Hondsbossche- en Pettemer zeewering. Van daaruit kan door water- en windwerking (kalkrijk) zand worden aangevoerd naar het Natura 2000-gebied. De aanwezigheid van jonge duinen op het strand van de Pettemerduinen (H2110) wijst op de aanwezigheid van aanvoer van zand door verstuivingsprocessen. Winddynamiek wordt vooralsnog echter weinig toegelaten binnen de zeereep.

Gevoeligheid voor stikstofdepositie: gevoelig (KDW 1429 mol/ha/jaar). In 2019 was vrijwel nergens meer sprake van overschrijding van de KDW voor stikstof op dit habitattype.

4.3.4

Kwaliteitsbeoordeling

In Tabel 4-10 zijn de kwaliteitsbeoordelingen op grond van afzonderlijke criteria uit de voorgaande paragraaf samengevat. Een negatieve factor in dit habitattype is het gebrek aan verstuivingsprocessen binnen het habitattype zelf. Wel is er sprake van aanvoer van zand vanaf het strand, waar zich jonge duinen hebben gevormd, die zich door successie kunnen ontwikkelen tot dit habitattype. Daardoor scoort het habitattype Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

37 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

matig op structuur en functie. De overall-kwaliteit van het habitattype H2120 in de Pettemerduinen is echter goed. In het beheerplan Natura 2000 Zwanenwater & Pettemerduinen is de kwaliteit van het habitattype eveneens goed beoordeeld, met name op grond van de vegetatiekundige kwaliteit. Ook in het beheerplan is het gebrek aan verstuiving als knelpunt gesignaleerd. Tabel 4-10 Integrale beoordeling kwaliteit H2120

Criterium

Beoordeling

Toelichting

Vegetatietypen

Goed

100% van het habitattype heeft een goede kwaliteit

Typische soorten

Goed

10 van de 12 typische soorten die in de regio voorkomen zijn aangetroffen (84%)

Structuur en functie

Matig

Verstuivingsprocessen in de zeereep treden vooralsnog weinig op

Omgevingsfactoren

Goed

Er is sprake van netto aanvoer van zand . Stikstofdepositie is geen knelpunt

Goed

De kwaliteit van het habitattype in de Pettemerduinen is goed. De vegetatiekundige kwaliteit is goed en er komen veel typische soorten voor. Een negatieve factor is gebrek aan verstuiving, maar dit is sinds lange tijd kenmerkend voor grote delen van de Natura 2000-gebieden langs de Hollandse kust. Mogelijk treedt hier in de toekomst enige verbetering in op door het lokaal meer toelaten van verstuiving. Omdat de vegetatiekundige kwaliteit goed is en er veel typische soorten voorkomen is het eindoordeel ‘goed’.

Totaal

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

38 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

4.4

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

4.4.1

Kenmerken habitattype

Het habitattype betreft de min of meer droge graslanden van het duingebied op kalkrijke bodem. Hierbij gaat om soortenrijke begroeiingen met dominantie van laagblijvende grassen, kruiden, mossen en/of korstmossen. Vermengd met deze begroeiingen kunnen kruidenrijke zoombegroeiingen graslanden met dominantie van de dwergstruik duinroos voorkomen. Grijze duinen ontstaan achter de zeereep op plekken waar de door de wind veroorzaakt dynamiek voldoende laag is voor het ontstaan van gesloten begroeiingen met kruiden en mossen. Door de bodemvorming ontstaat een zogenoemde ‘C-horizont’ met een grijze kleur, vandaar de naam van het habitattype. Dynamiek in de vorm van lichte overstuiving, hellingprocessen (dynamiek door neerslag) en begrazing door konijnen zorgt van nature voor de instandhouding van het type. Vanwege de positieve invloed van verstuiving, worden ook stuifplekken binnen graslandcomplexen tot het habitattype gerekend. De hoge soortenrijkdom is voor een belangrijk deel karakteristiek voor de grazige vegetaties zelf, maar een deel van de typische soorten is juist (mede) afhankelijk van onbegroeide delen (blauwvleugelsprinkhaan), konijnenholen (tapuit) of bloemrijke zomen (duin- en grote parelmoervlinder). Het habitattype ontwikkelt zich door geleidelijke stabilisatie van H2120 Witte duinen, en gaat bij verdere ontkalking van de bodem over naar H2130B Grijze duinen (kalkarm).

Het habitattype kalkrijke grijze duinen is gebaat bij beperkte overstuiving met kalkrijk zand om verzuring te remmen. Ook geringe invloed van saltspray is van belang (Provincie Noord-Holland, 2017b). Herbivorie lijkt een voorwaarde te zijn voor de instandhouding, en komt in veel vormen voor, door insecten, kleine zoogdieren en grote zoogdieren. “Natuurlijke herbivorie’” door konijnen is veelal weggevallen door myxomatose en VHS, maar in het gebied lijkt de konijnenstand zich weer te herstellen (Provincie ZuidHolland, 2017a). Wanneer begrazing door konijnen onvoldoende effect sorteert, kan het beheer worden uitgevoerd met de inzet van grote grazers. Dit subtype komt in Nederland vooral voor in de van nature kalkrijke duinen ten zuiden van Bergen, maar lokaal ook in de niet-ontkalkte jonge duinen van de Kop van Noord-Holland en enkele Waddeneilanden.

Figuur 4-9 Activiteiten van konijnen in H2130A Grijze duinen (kalkrijk) (Foto: Reinoud Kleijberg, 28 mei 2021) Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

39 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Figuur 4-10 Verspreiding habitattype H2130 A volgens de vigerende habitattypenkaart (donkergeel, zwarte omlijning) (Bron: AERIUS Versie 2020).

4.4.2

Voorkomen in de Pettemerduinen

Bij de vegetatiekartering in 2020 zijn vegetatietypen die tot dit habitattype behoren aangetroffen met een oppervlakte van 16,6 ha. Dit is meer dan de oppervlakte die in 2004 in het gebied voorkwam (10,3 ha). De ligging van het habitattype wijkt in de huidige situatie op veel plaatsen af van die op de habitattypenkaart. De oppervlakte van het habitattype lijkt in het noordelijk deel van de Pettemerduinen toegenomen te zijn. In het zuidelijk deel is het habitattype juist afgenomen.

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

40 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Figuur 4-11 Verspreiding habitattype H2130A op basis van de vegetatiekartering 2020

Figuur 4-12 H2130A Grijze duinen (kalkrijk) ten zuiden van de Zeeweg (Foto: Reinoud Kleijberg, 28 mei 2021) Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

41 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

4.4.3

Kwaliteitsanalyse

Vegetatietypen Tabel 4-11 geef t een overzicht van de vegetatietypen die volgens het Profielendocument behoren tot het Habitattype H2130A. Tabel 4-11 Vegetatietypen behorend tot het habitattype H2130A

Code

Naam

Kwaliteit Beperkende criteria

14Bb2b

Duin-struisgras-associatie (subassociatie met klaver)

Goed

14Ca1

Duinsterretjes-associatie

Goed

14Ca2

Kegelsilene-associatie

Goed

14Ca3

Associatie van oranjesteeltje en langkapselsterretje

Goed

14Cb1

Duin-paardenbloem-associatie

Goed

14Cb2

Associatie van wondklaver en nachtsilene Goed

14-RG10[14Cb]

Rompgemeenschap met kruipwilg van het Verbond der droge, kalkrijke Goed duingraslanden

Mits kruipwilg niet dominant en alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2130A

14-RG11[14Cb]

Rompgemeenschap met duinroosje van het Verbond der droge kalkrijke duingraslanden

Goed

Mits niet in struweel

Rompgemeenschap met gewoon 14-RG3-[14] gaffeltandmos van de Klasse der droge graslanden op zandgrond

Matig

Alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2130A

Alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2130A

17Aa2

Associatie van parelzaad en salomonszegel

Goed

20Ab4

Associatie van wintergroen en kruipwilg

Goed

Alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2130A

23-RG1[23/14]

Rompgemeenschap met helm en zandzegge van de helm-klasse/klasse de droge graslanden op zandgrond

Matig

Alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2130A

31Ab1c

Associatie van kleine brandnetel (subassociatie met kromhals)

Goed

Alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2130A

31Ba1

Slangenkruid-associatie

Goed

Alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2130A

SBB-14-h

Rompgemeenschap met bitterkruid van de Klasse der droge graslanden op Goed zandgrond Vegetatieloos

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

Matig

Alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2130A

42 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Tabel 4-12 Aanwezige vegetatietypen H2130A Pettemerduinen

*

Lokaal type

VvN-type

rVvNtype

Naam

Syntaxon

14-4

14RG11

14RG08

Vegetatie van duinroosje

Rompgemeenschap met duinroosje van het Verbond der droge kalkrijke 0,14 duingraslanden

Goed *

14-5

-

14RG14

Vegetatie van gewone eikvaren**

Rompgemeenschap met gewone eikvaren van de Fakkelgras-orde

0,09

Matig

Rompgemeenschap met helm en zandzegge van de helmklasse/klasse de droge graslanden op zandgrond

4,58

Matig *

Oppervlakte

Kwaliteit

14-6

23RG01

24RG02

Vegetatie van helm met duingraslandsoorten

14-7

14RG01

14RG18

Vegetatie van zandzegge, typische vorm

Rompgemeenschap met zandzegge 1,18 van de fakkelgras-orde

Matig

14-9

14RG03

14RG16

Vegetatie van fijn schapengras en gewoon klauwtjesmos

Rompgemeenschap met gewoon gaffeltandmos van de Klasse der droge graslanden op zandgrond

1,93

Matig

14B1-1

14Ca01c

14Ca01c

Duinsterretjesvegetatie, vorm met bleek dikkopmos

Duinsterretjes-associatie, 0,09 subassociatie met bleek dikkopmos

Goed

14B1-2

14Ca01a

14Ca01a

Duinsterretjesvegetatie, typische vorm

Duinsterretjes-associatie, typische subassociatie

6,45

Goed

14B1-3

14Ca01b

14Ca01b

Duinsterretjesvegetatie, vorm met korstmossen

Duinsterretjes-associatie, subassociatie met korstmossen

2,17

Goed

14E1-1

14Cb01a

14Cb01a

Duinpaardenbloemgrasland, vorm met korstmossen

Duin-paardenbloem-associatie, subassociatie met korstmossen

0,28

Goed

14E1-2

14Cb01d

14Cb01d

Duinpaardenbloemgrasland, vorm met smalle weegbree

Duin-paardenbloem-associatie, 0,59 subassociatie met smalle weegbree

Goed

15A2-1

14Cb02a

14Cb02a

Associatie van wondklaver en Vegetatie met wondklaver, nachtsilene, subassociatie met smal fakkelgras en muurpeper muurpeper

0,09

Oppervlakte Goed

8,81 (53%)

Oppervlakte Matig

7,78 (47%)

Oppervlakte totaal

16,59

*

Goed

Deze vegetatietypes kunnen ook behoren tot het habitattype H2130B; 50% van de gekarteerde oppervlakte is aan dit habitattype

toegeschreven ** Dit vegetatietype staat niet in het profielendocument, en is nieuw opgenomen in de Vegetatie van Nederland. Gezien de vegetatiekundige kenmerken is het wel aan dit habitattype toegekend, met een matige kwaliteit.

Ruim 50% van de vegetatietypen in dit habitattype vertegenwoordigen een goede kwaliteit. De matig ontwikkelde vormen van H2130A bestaan voor het grootste deel uit rompgemeenschappen met helm en zandzegge. De rompgemeenschap van helm met duingraslandsoorten (r24RG02) is een overgangstype tussen vegetaties van de zeereep en van de duingraslanden. Helm komt hier nog in voor, terwijl karakteristieke Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

43 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

soorten van de helmgemeenschappen hier niet meer aanwezig zijn. Tegelijkertijd is wel al een aantal soorten van de droge duingraslanden aanwezig. Deze vegetaties kunnen zowel ontstaan door voortschrijdende successie vanuit de zeereep, als door overstuiving van verder landinwaarts gelegen duingraslanden. In de Pettemerduinen komt het habitattype voor met een totale oppervlakte van ca. 9 ha verspreid door het hele gebied voor. Ze kunnen zowel voorkomen in kalkrijke als kalkarme duingraslanden. De rompgemeenschap met zandzegge (r14RG18, lokaal type 14-7) komt minder verspreid voor. Deze soort is een pioniersoort op zandgrond met weinig kalk, waar ze vaak snel uitbreidt in stuifkuilen en uitgestoven laagten. De vegetaties van zandzegge worden echter ook aangetroffen op plaatsen waar nog nauwelijks overstuiving met zand plaatsvindt, maar waar de voedselrijkdom van de bodem hoog genoeg is om zandzegge tot een grote biomassaproductie te stimuleren. Deze vorm kan langere tijd blijven bestaan en wordt nauwelijks beïnvloed door beweiding, omdat deze vegetatie door grazers veelal gemeden wordt. In de Pettemerduinen komt dit vegetatietype voor als kleine patches binnen de duingraslanden. Het lokale type 14-9 betreft een vegetatie waarin fijn schapengras en groot klauwtjesmos allebei minstens abundant voorkomen.

Deze vegetaties komen voor in oudere, ontkalkte duinen, op plaatsen die in de zomer sterk uitdrogen (zuidhellingen). Zandzegge heeft zich tijdens de stuivende periode gevestigd en is in de vegetatie nu een relict. Na het vastleggen van het zand heeft de mosvegetatie zich ontwikkeld. In deze vegetaties komen veel mossen en korstmossen voor. Vergrassing met hoog opgaande grassen komt weinig voor. In de Pettemerduinen komen daarnaast een aantal grazige duinvegetaties voor die mogelijk degeneraties zijn van kalkrijke of kalkarme grijze duinen (Tabel 4-13). Het zijn vegetaties waarin duinriet, dauwbraam, helm of de exoot grijs kronkelsteeltje domineren. Deze vegetaties behoren niet tot het habitattype H2130 Grijze duinen. De oorzaken van de dominantie van genoemde soorten in de vegetatie kunnen verschillend zijn, maar belangrijkste oorzaak is ophoping van organisch materiaal door te hoge stikstofdeposities, verwaarloosd beheer, gebrek aan dynamiek of een combinatie daarvan. Vegetaties met duinriet komen vooral voor langs de bosranden van het zeedennenbos, en in mindere mate het Pettemerbos. Vegetaties met grijs kronkelsteeltje liggen verspreid door het gebied, vaak in mozaïek met andere duingraslanden. Dauwbraamvegetaties liggen vooral op gestoorde plekken langs wegen, parkeerplaatsen en op de stuifdijk ten oosten van het Pettemerbos.

De totale oppervlakte die in de Pettemerduinen is gekarteerd bedraagt 4,8 ha. Dit is ca. 7% van de totale oppervlakte duingrasland in de Pettemerduinen. Daarmee is de oppervlakte van verruigde en vergraste duingraslanden in de Pettemerduinen relatief zeer gering. Tabel 4-13 Mogelijk gedegenereerde vormen van H2130A en H2130B Lokaal type

rVvNtype

Naam

14-1

14RG13

Vegetatie van duinriet

2,10

14-10

14DG01

Vegetatie van grijs kronkelsteeltje

0,50

17A-1

17Aa01

Dauwbraamvegetatie met duinriet en/of helm

2,19

VvN-type

Totaal

Syntaxon

Oppervlakte

4,79

Aan de andere kant van dit spectrum staan de ‘graslanden’ waarin nauwelijks nog begroeiing aanwezig is. Met name in het centrale deel van de Pettemerduinen ten westen van de Energy & Health Campus en rond het Def ensieterrein, liggen ook oppervlakten vrijwel onbegroeid duin (minder dan 5% begroeid). In totaal komt dit type voor over 20 ha. De zeer schaars begroeide duinen met meer dan 5% bedekking worden tot het habitattype H2130B Grijze duinen (kalkarm) gerekend. Het lijkt erop dat de oppervlakte schaars begroeid duingrasland is toegenomen, mogelijk onder invloed van de herstellende konijnenpopulatie en toegenomen verstuivingsdynamiek. Ook de droge jaren van 2018-2020 kunnen een rol hebben gespeeld. Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

44 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Deze schaars begroeide delen van het binnenduin hebben een duidelijk ander karakter dan de onbegroeide delen van het strand en de zeereep. Deze laatste vormen de overgang van open zand op het strand en embryonale duinen naar een geleidelijk aan minder dynamisch milieu waar vegetatie het zand in toenemende mate vastlegt. In het binnenduin zijn deze schaars begroeide delen ontstaan door secundaire verstuiving, eventueel geholpen door activiteiten van konijnen en gerichte maatregelen om verstuiving te stimuleren. Deze plekken vormen daarmee een essentieel onderdeel v an het systeem van kalkrijke én kalkarme duingraslanden: ze zorgen ervoor dat ook in het binnenduin enige mate van verstuiving plaats kan blijven vinden, waar de aangrenzende duingraslanden van profiteren, die op grond van hun vegetatiesamenstelling wél tot het habitattype H2130 Grijze duinen behoren. De schaars begroeide delen van het duin zijn daarmee een belangrijke positieve factor, die bijdraagt aan de kwaliteit van het totale systeem van droge duingraslanden. Het feit dat dit proces in de Pettemerduinen optreedt wijst op een gunstig samenspel van instuiving van zand, natuurlijke begrazing door konijnen en beheersmaatregelen. De dynamiek die daardoor ontstaat voorkomt dat de duinen, mede als gevolg van nog te hoge niveaus van stikstofdepositie dichtgroeien met hoge grassen, ruigtekruiden en opslag van struiken.

Tekenen van verruiging zijn in dit landschap niet of nauwelijks aanwezig (Figuur 4-13).

Figuur 4-13 Als kale grond gekarteerd duin, met een zeer schaarse begroeiing en graafactiviteiten van konijnen (Foto: Reinoud Kleijberg, 28 mei 2021).

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

45 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Figuur 4-14 Waarnemingen van typische soorten dagvlinders, H2130A Grijze duinen (kalkrijk) in de periode 2015-2021 (Bron: NDFF, datum raadpleging 1 juni 2021).

Figuur 4-15 Waarnemingen van typische soorten sprinkhanen en krekels, H2130A Grijze duinen (kalkrijk) in de periode 2015-2021 (Bron: NDFF, datum raadpleging 1 juni 2021). Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

46 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Figuur 4-16 Waarnemingen van typische soorten vaatplanten, H2130A Grijze duinen (kalkrijk) in de periode 2015-2021 (Bron: NDFF, datum raadpleging 1 juni 2021).

Figuur 4-17 Waarnemingen van typische soorten vogels en zoogdieren, H2130A Grijze duinen ( kalkrijk) in de periode 2015-2021 (Bron: NDFF, datum raadpleging 1 juni 2021). Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

47 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Typische soorten Aan habitattype H2130A Grijze duinen (kalkrijk) zijn 34 typische soorten verbonden, waarvan er 22 in de regio voorkomen. Veel van de typische soorten van dit habitattype zijn in hun verspreiding gebonden aan de kalkrijke duinen en komen ten noorden van Bergen-aan-Zee niet of nauwelijks voor, vanwege het overwegend kalkarme karakter van de duinen. Van de regionaal voorkomende soorten zijn 18 soorten in de Pettemerduinen aangetroffen (Figuur 4-14 t/m Figuur 4-17, Tabel 4-14). De meeste soorten die wijzen op een goede abiotische toestand en/of goede biotische structuur zijn in het gebied aanwezig. De kwaliteit op basis van voorkomen van typische soorten is goed. Tabel 4-14 Voorkomen van typische soorten van het habitattype H2130A

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Soortgroep

Categorie*

Regionale soort

Aangetroffen

Bruin blauwtje

Aricia agestis ssp. agestis

Dagvlinders

Cab

Ja

Ja

Duinparelmoervlinder

Argynnis niobe

Dagvlinders

K

Ja

Ja

Heivlinder

Hipparchia semele ssp. semele

Dagvlinders

Cab

Ja

Ja

Kleine parelmoervlinder Issoria lathonia

Dagvlinders

K

Ja

Ja

Blauwvleugelsprinkhaan Oedipoda caerulescens

Sprinkhanen en Cb krekels

Ja

Ja

Duinsabelsprinkhaan

Platycleis albopunctata

Sprinkhanen en K krekels

Ja

Ja

Knopsprietje

Myrmeleotettix maculatus

Sprinkhanen en Ca krekels

Ja

Ja

Duinroos

Rosa pimpinellifolia

Vaatplanten

K

Ja

Ja

Duinviooltje

Viola curtisii

Vaatplanten

K

Ja

Ja

Echt bitterkruid

Picris hieracioides

Vaatplanten

K

Ja

Ja

Gelobde maanvaren

Botrychium lunaria

Vaatplanten

K

Ja

Ja

Hondskruid

Anacamptis pyramidalis

Vaatplanten

K

Ja

Ja

Kleverige reigersbek

Erodium lebelii

Vaatplanten

K

Ja

Ja

Ruw vergeet-mij-nietje

Myosotis ramosissima

Vaatplanten

K

Ja

Ja

Nachtsilene

Silene nutans

Vaatplanten

E

Ja

Ja

Zanddoddegras

Phleum arenarium

Vaatplanten

K

Ja

Ja

Tapuit

Oenanthe oenanthe spp. oenanthe

Vogels

Cab

Ja

Ja

Konijn

Oryctogalus cuniculus

Zoogdieren

Cb

Ja

Ja

Duinaveruit

Artemisia campestris ssp. Campestris

Vaatplanten

K

Ja

Nee

Welriekende salomonszegel

Polygonatum odoratum

Vaatplanten

K

Ja

Nee

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

48 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Soortgroep

Categorie*

Regionale soort

Aangetroffen

Kommavlinder

Hesperia comma

Dagvlinders

Ca

Ja

Nee

Glad parelzaad

Lithospermum officinale

Vaatplanten

K

Ja

Nee

Bitterkruidbremraap

Orobanche picridis

Vaatplanten

E

Nee

-

Blauwe bremraap

Orobanche purpurea

Vaatplanten

K

Nee

-

Bleek schildzaad

Alyssum alyssoides

Vaatplanten

K

Nee

-

Gevlekt zonneroosje

Tuberaria guttata

Vaatplanten

E

Nee

-

Kegelsilene

Silene conica

Vaatplanten

K

Nee

-

Kruisbladgentiaan

Gentiana cruciata

Vaatplanten

E

Nee

-

Liggend bergvlas

Thesium humifusum

Vaatplanten

E

Nee

-

Liggende asperge

Asparagus officinalis ssp. prostratus

Vaatplanten

E

Nee

-

Oorsilene

Silene otites

Vaatplanten

E

Nee

-

Ruw gierstgras

Milium vernale

Vaatplanten

E

Nee

-

Walstrobremraap

Orobanche caryophyllacea Vaatplanten

K

Nee

-

Zandviooltje

Viola rupestris

E

Nee

-

Vaatplanten

* Ca = constante soort goede abiotische toestand; Cb = constante soort goede biotische structuur; Cab =

constante soort goede abiotische toestand en goede biotische structuur; K = karakteristieke soort; E = exclusieve soort Tabel 4-15 Beoordeling kwaliteit H2130A op basis van structuur en functie Criterium

Beoordeling

Toelichting

Goed

Begroeiingen zijn overwegend laag, mede vanwege ontbreken van hoog opgaande grassen in veel delen. De maximale hoogtes van kalkrijke duingraslanden in de in 2020 gemaakt vegetatieopnamen bedraagt 50 cm (spreiding 5 – 50 cm).

Geen of weinig opslag van struiken (< 25%, niet vegetatievormend)

Goed

Opslag van struiken komt nauwelijks voor. Op grond van de vegetatiekartering van 2020 kan worden geconcludeerd dat Amerikaanse vogelkers, ander loofhout, naaldhout, duindoorn en dauwbraam niet of nauwelijks opt reedt in het habitattype.

Begrazing door konijnen

Goed

De konijnenstand is in de Pettemerduinen redelijk goed en is herstellende (Provincie Noord-Holland, 2017a). Activiteiten van konijnen zijn op veel plaatsen zichtbaar

Aanwezigheid van stuifplekken of overstoven gedeelten (strooizone)

Goed

Stuifkuilen komen regelmatig voor; licht verstuiving vindt met name in het westelijk deel van het gebied regelmatig plaats vanuit de oppervlaktes met een schaarse begroeiing (‘kaal zand’).

Optimale functionele omvang: vanaf tientallen hectares

Goed

De huidige omvang va het habitattype in de Pettemerduinen is 16,5 ha, in het volledige Natura 2000-gebied komt het habitattype volgens de habitattypenkaart voor met een oppervlakte van bijna 20 ha.

Lage begroeiing (gemiddeld maximaal 50 cm)

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

49 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Overige kenmerken van een goede structuur en functie In Tabel 4-15 is de kwaliteit van het habitattype beoordeeld op basis van criteria voor een goede structuur en f unctie, zoals opgenomen in het Profielendocument. De kwaliteit op basis van structuur en functie is goed Kwaliteitseisen omgeving Het profielendocument voor habitattype H2130 verbindt de volgende kwaliteitseisen aan de omgeving waarin het habitattype voorkomt: •

•

Lichte overstuiving met kalkrijk zand vanuit in de omgeving aanwezige actieve stuifkuilen, mobiele paraboolduinen en dergelijke is een voorwaarde voor de instandhouding op de lange termijn en is op de korte termijn bevorderlijk voor herstel van verruigde g raslanden. Waarschijnlijk vindt in het gebied enige overstuiving plaats, vanuit de zandsuppleties voor de kust en vanuit plaatselijke stuifkuilen. Gevoeligheid voor stikstofdepositie: zeer gevoelig (KDW 1071 mol/ha/jaar). Volgens AERIUS versie 2020 treedt op 95% van het areaal van het habitattype in het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen geen overschrijding van de KDW meer op.

4.4.4

Kwaliteitsbeoordeling

In Tabel 4-16 zijn de kwaliteitsbeoordelingen op grond van afzonderlijke criteria uit de voorgaande paragraaf samengevat. De kwaliteit van het habitattype H2130A in de Pettemerduinen is goed. In het beheerplan Natura 2000 Zwanenwater & Pettemerduinen is de kwaliteit van het habitattype eveneens als (grotendeels) goed beoordeeld. In bijna alle opnamevlakken werd echter dauwbraam aangetroffen, wat wijst op verhoogde beschikbaarheid van stikstof. In de opnamen die in 2020 zijn gemaakt komt dauwbraam veel minder voor. De exoot grijs kronkelsteeltje werd in slechts één van de opnamevlakken gevonden. Tabel 4-16 Integrale beoordeling kwaliteit H2130A

Criterium

Beoordeling

Toelichting

Vegetatietypen

Matig

53% van het habitattype heeft vegetatietypen die een goede kwaliteit aangeven; storingsindicatoren komen nauwelijks voor.

Typische soorten

Goed

18 van de 22 regionaal voorkomende typische soorten komt voor in de Pettemerduinen (81%)

Structuur en functie

Goed

Positieve invloeden van begrazing door konijnen en verstuiving. Weinig opslag van struiken en hogere grassen. Voldoende areaal

Omgevingsfactoren

Goed

Lichte (secundaire) verstuiving treedt op , vanuit oppervlakten met schaarse begroeiing. Vrijwel geen overschrijding van de KDW

Goed

De kwaliteit van het habitattype in de Pettemerduinen is goed. Hoewel een relatief groot deel van het habitattype (47%) voorkomt in een matige vegetatiekundige kwaliteit, is dit niet te wijten aan negatieve invlo ed van o.a. vermesting door stikstofdepositie. Vergrassing, vermossing en verstruiking treden nauwelijks op. De overschrijding van de KDW is minimaal.

Totaal

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

50 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

4.5

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

4.5.1

Kenmerken habitattype

Het habitattype H2130B Grijze duinen (kalkarm) omvat duingraslanden met een kalkarme bodem met min of meer gesloten gras-, mos- of korstmosmat. Grijze duinen ontstaan achter de zeereep op plekken waar de door de wind veroorzaakt dynamiek voldoende laag is voor het ontstaan van gesloten begroeiingen met kruiden en mossen. Door de bodemvorming ontstaat een zogenoemde ‘C-horizont’ met een grijze kleur, vandaar de naam van het habitattype. Dynamiek in de vorm van lichte overstuiving, hellingprocessen (dynamiek door neerslag) en begrazing door konijnen zorgt van nature voor de instandhouding van het type. Vanwege de positieve invloed van verstuiving, worden ook stuifplekken binnen graslandcomplexen tot het habitattype gerekend. Kenmerkende plantensoorten zijn onder andere buntgras, duinroos, duinviooltje, kleine ereprijs en ruwe klaver. Kalkarme grijze duinen (H2130B) hebben ook een aantal typische soorten korstmossen zoals gevlekt heidestaartje, gewoon kraakloof en zomersneeuw en insecten zoals duinparelmoervlinder, heivlinder, duinsabelsprinkhaan en knopsprietje. Maar ook tapuit, velduil en konijn zijn typerende soorten voor het habitattype.

De hoge soortenrijkdom is voor een belangrijk deel karakteristiek voor de grazige vegetaties zelf, maar een deel van de soorten is juist (mede) afhankelijk van onbegroeide delen (blauwvleugelsprinkhaan), konijnenholen (tapuit) of bloemrijke zomen (duin- en grote parelmoervlinder). Het ontstaan van duingraslanden is weliswaar een natuurlijk proces, maar de uitgestrektheid van de graslanden in de Nederlandse duinen is waarschijnlijk mede veroorzaakt door menselijke activiteiten (met name beweiding, maar ook grondwateronttrekking). Het habitattype ontwikkelt zich door geleidelijke stabilisatie van H2120 Witte duinen met kalkarm zand of door geleidelijke ontkalking van de toplaag van H2130A Grijze duinen (kalkrijk) onder voedselarme omstandigheden. Door de kalk- en voedselarme omstandigheden is verstruweling beperkt. Voor een duurzaam voortbestaan heeft het habitattype een beperkte, maar regelmatige overstuiving nodig van kalkrijk zand om verzuring tegen te gaan. Daarnaast spelen saltspray, lichte bodemvorming en ontkalking een belangrijke rol bij de ontwikkeling van dit habitattype (Provincie Noord-Holland, 2017b). Herbivorie lijkt een voorwaarde te zijn voor de instandhouding, en komt in veel vormen voor, door insecten, kleine zoogdieren en grote zoogdieren.

“Natuurlijke herbivorie’” door konijnen is veelal weggevallen door myxomatose en VHS, maar in het gebied lijkt de konijnenstand zich weer te herstellen (Provincie NoordHolland, 2017a). Wanneer begrazing door konijnen onvoldoende effect sorteert, kan het beheer worden uitgevoerd met de inzet van grote grazers.

Figuur 4-18 Landschap van de kalkarme duingraslanden (H2130B) in het centrale deel van de Pettemerduinen (Foto: Reinoud Kleijberg, 28 mei 2021)

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

51 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Figuur 4-19 H2130B Grijze duinen (kalkarm) met schaarse begroeiing van mossen, korstmossen en grassen (Foto: Reinoud Kleijberg, 28 mei 2021)

4.5.2

Voorkomen in de Pettemerduinen

De verspreiding van het habitattype H2130B volgens de vigerende habitattypenkaart en op basis van de vegetatiekartering uit 2020 is weergegeven op Figuur 4-20 en Figuur 4-21. Bij de vegetatiekartering in 2020 zijn vegetatietypen die tot dit habitattype behoren aangetroffen met een oppervlakte van 31,43 ha. De oppervlakte van het habitattype in het deelgebied Pettemerduinen is in de huidige situatie groter dan aangegeven op de habitattypenkaart. Met name in het zuidelijk deel van de Pettemerduinen tussen het Eerste Korfwater en het zeedennenbos is het habitattype meer aanwezig. Of dit een daadwerkelijke uitbreiding is ten opzichte van de situatie in het begin van deze eeuw, of te maken heeft met interpretatieverschillen (waarnemerseffect) of voorkomen in mozaïeken is niet duidelijk. De oppervlakte kalkrijk duingrasland (H2130A) is eveneens in enige mate toegenomen. Op veel plaatsen komen beide subhabitattypen in mozaïek met elkaar voor. Ook zijn er locaties waar in het begin van deze eeuw kalkrijk duingrasland voorkwam, waar nu kalkarm duingrasland is aangetroffen. Ontkalking is een natuurlijk proces in de duinen, doordat de kalk in de bodem geleidelijk oplost en uitspoelt onder invloed van infiltrerend regenwater.

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

52 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Figuur 4-20 Verspreiding habitattype H2130B volgens de vigerende habitattypenkaart (donkergeel, zwarte omlijning) (Bron: AERIUS Versie 2020).

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

53 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Figuur 4-21 Verspreiding habitattype H2130B op basis van de vegetatiekartering 2020

4.5.3

Kwaliteitsanalyse

Vegetatietypen Tabel 4-17 geef t een overzicht van de vegetatietypen die volgens het Profielendocument behoren tot het Habitattype H2130B. Tabel 4-17 Vegetatietypen behorend tot het habitattype H2130B Code

Naam

Kwaliteit

14Aa1

Associatie van buntgras en heidespurrie

Matig

14Aa2

Duin-buntgras-associatie

Goed

14Ba1

Vogelpootjes-associatie

Goed

14Bb2a

Duin-struisgras-associatie (typische subassociatie)

Goed

14Bb2b

Duin-struisgras-associatie (subassociatie met klaver)

Goed

14Ca3

Associatie van oranjesteeltje en langkapselsterretje

Goed

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

Beperkende criteria

Mits niet in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2130A

54 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Code

Naam

Kwaliteit

Beperkende criteria

14Cb1c

Duin-paardenbloem-associatie (subassociatie met bosaardbei)

Goed

Alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2130B

14-RG1-[14]

Rompgemeenschap met zandzegge van de Matig Klasse der droge graslanden op zandgrond

14-RG10[14Cb]

Rompgemeenschap met kruipwilg van het Goed Verbond der droge, kalkrijke duingraslanden

Mits kruipwilg niet dominant en alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2130B

14-RG11[14Cb]

Rompgemeenschap met duinroosje van het Goed Verbond der droge kalkrijke duingraslanden

Mits niet in struweel

Rompgemeenschap met gewoon 14-RG3-[14] gaffeltandmos van de Klasse der droge graslanden op zandgrond

Matig

20Ab4

Associatie van wintergroen en kruipwilg

Goed

Alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2130B

23-RG1[23/14]

Rompgemeenschap met helm en zandzegge van de helm-klasse/klasse de droge graslanden op zandgrond

Matig

Alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2130B

31Ab1c

Associatie van kleine brandnetel (subassociatie met kromhals)

Goed

Alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2130B

SBB-14-d

Rompgemeenschap met zandstruisgras en ruig haarmos van de Klasse de droge graslanden op zandgrond/Klasse der heischrale graslanden

Matig

Vegetatieloos

Matig

Alleen in mozaïek met zelfstandige vegetaties van 2130A

Tabel 4-18 Aanwezige vegetatietypen H2130B Pettemerduinen Lokaal type

VvN-type

rVvNtype

Naam

Syntaxon

Oppervlakte

Kwaliteit

14-4

14RG11

14RG08

Vegetatie van duinroosje

Rompgemeenschap met duinroosje van het Verbond der droge kalkrijke duingraslanden

0,14

Goed *

14-6

23RG01

24RG02

Vegetatie van helm met duingraslandsoorten

Rompgemeenschap met helm en zandzegge van de helm-klasse/klasse 4,58 de droge graslanden op zandgrond

Matig *

14-8

14RG01

14RG18

Vegetatie van zandzegge, vorm met korstmossen en bladmossen

Rompgemeenschap met zandzegge van de Fakkelgras-orde

17,18

Matig

14-9

14RG03

14RG16

Vegetatie van fijn schapengras en gewoon klauwtjesmos

Rompgemeenschap met gewoon gaffeltandmos van de Klasse der droge graslanden op zandgrond

1,93

Matig *

14D-1

14Bb02a

14Bb02a

Vegetatie met geel walstro en Duin-struisgras-associatie, typische fijn schapengras subassociatie

2,10

Goed

Onze referentie: D10028652:111 - Datum: 30 juni 2021

55 van 153

ACTUELE KWALITEIT HABITATTYPEN PETTEMERDUINEN

Lokaal type

VvN-type

rVvNtype

Naam

Syntaxon

Oppervlakte

Kwaliteit

14-11

14Aa02a

14Aa02a

Vegetatie van buntgras (pioniervorm)

Duin-buntgras-associatie, typische subassociatie

0,15

Goed

14A2-1

14Aa02a

14Aa02a

Duin-buntgrasvegetatie, typische vorm

Duin-buntgras-associatie, typische subassociatie

1,18

Goed

14A2-2

14Aa02b

14Aa02b

Duin-buntgrasvegetatie, vorm Duin-buntgras-associatie, met bladmossen subassociatie met fakkelgras

2,17

Goed

Oppervlakte goed

7,74 (25%)

Oppervlakte matig

23,69 (75%)

Totale oppervlakte

31,43

* Deze vegetatietypen kunnen ook tot het habitattype H2130A behoren; 50% van de gekarteerde oppervlakte is aan dit habitattype toegeschreven

Op 25% van de oppervlakte van het habitattypen vertegenwoordigen de aanwezige vegetatietypen een goede kwaliteit. De vegetatiekundige kwaliteit is daarmee matig. De matig ontwikkelde vormen van H2130B bestaan voor het grootste deel uit rompgemeenschappen met helm en zandzegge. De rompgemeenschap van helm met duingraslandsoorten (r24RG02) is een overgangstype tussen vegetaties van de zeereep en van de duingraslanden. Helm komt hier nog in voor, terwijl karakteristieke soorten van de helmgemeenschappen hier niet meer optreden. Tegelijkertijd is al een aantal soorten van de droge duingraslanden aanwezig. Deze vegetaties kunnen zowel ontstaan door voortschrijdende successie vanuit de zeereep, als door overstuiving van verder landinwaarts gelegen duingraslanden. In de Pettemerduinen komen ze met een totale oppervlakte van ca. 9 ha verspreid door het hele gebied voor. Ze kunnen zowel voorkomen in kalkrijke als kalkarme duingraslanden. De rompgemeenschap met zandzegge, bladmossen en korstmossen (r14RG18, lokaal type 14-8) komt over een grote oppervlakte voor. Zandzegge is een pioniersoort op zandgrond met weinig kalk, waar ze vaak snel uitbreidt in stuifkuilen en uitgestoven laagten.

De vegetaties van zandzegge worden echter ook aangetroffen op plaatsen waar nog nauwelijks overstuiving met zand plaatsvindt, maar waar de voedselrijkdom van de bodem hoog genoeg is om zandzegge tot een grote biomassaproductie te stimuleren. Deze vorm kan langere tijd blijven bestaan en wordt nauwelijks beïnvloed door beweiding, doordat deze vegetatie door grazers veelal gemeden wordt. In de kalkarme delen van de Pettemerduinen wordt de vegetatie gekenmerkt door relatief lage bedekkingen van zandzegge en een hoog aandeel aan korstmossen. In deze zeer laagblijvende vegetaties komen geen hoog opgaande grassen of andere ‘storingssoorten’ voor. Het lokale type 14-9 betreft een vegetatie waarin fijn schapengras en groot klauwtjesmos allebei minstens abundant voorkomen. Deze vegetaties komen voor in oudere, ontkalkte duinen, op plaatsen die in de zomer sterk uitdrogen (zuidhellingen). Zandzegge heeft zich tijdens de stuivende periode gevestigd en is in de vegetatie nu een relict. Na het vastleggen van het zand heeft de mosvegetatie zich ontwikkeld. In deze vegetaties komen veel mossen en korstmossen voor. Vergrassing met hoog opgaande grassen komt weinig voor. In de Pettemerduinen komen daarnaast een aantal grazige duinvegetaties voor die mogelijk degeneraties zijn van kalkrijke of kalkarme grijze duinen (Tabel 4-13).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14683090/1