CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting deel 2

Oordeelsvormende vergadering 31 augustus 2022, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Midgard'19.826 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In afbeelding 11 is weergegeven in welke bosschages diverse holtebomen zijn aangetroffen. Wanneer kap van bomen met holtes binnen deze bosschages noodzakelijk is dient in kaart gebracht te worden waar holtebomen staan en welke bomen gekapt moeten worden. Wanneer er holtebomen gekapt moeten worden is een nader onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen binnen het plangebied noodzakelijk om het effect van de voorgenomen ingreep volledig te kunnen beoordelen.

datum

23 januari 2019

referentie

APN/182861

pagina

23 van 31

Afbeelding 10: Geschikte bebouwing voor vleermuizen binnen het plangebied (kaart: Aveco de Bondt, 2019).

Afbeelding 11: Bosschages met holtebomen geschikt voor vleermuizen binnen het plangebied (kaart: Aveco de Bondt, 2019).

datum

23 januari 2019

referentie

APN/182861

pagina

24 van 31

Verblijfplaatsen buiten het plangebied De bomen rondom het plangebied kan tevens dienstdoen als verblijfplaats voor boombewonende soorten vleermuizen. Door de werkzaamheden van de sloop en nieuwbouw kunnen verblijfplaatsen in de bebouwing buiten het plangebied verstoord worden. Door tijdens de uitvoering en in de eindsituatie het aanlichten van deze zone te voorkomen, is verstoring van een eventuele verblijfsfunctie niet aan de orde. Foerageergebied Opgaande beplanting en beschutte waterrijke delen zijn potentieel foerageergebied voor vleermuizen als gewone dwergvleermuis en laatvlieger. In dergelijke gebieden zijn veel insecten (voedsel) te vinden. Door de nieuwbouw gaat opgaande begroeiing en één vijver verloren, die dienst zou kunnen doen als essentieel foerageergebied omdat er in de omgeving geen vergelijkbare alternatieve gebieden aanwezig zijn. Een aanvullend onderzoek naar foerageergebieden dient hieromtrent uitsluitsel te geven. Vliegroute De bomenrijen en de sloten langs de Midgard kunnen theoretisch dienst doen als verbinding tussen de bebouwde kom, waar zich verblijfplaatsen kunnen bevinden, en het buitengebied om te foerageren. Aangezien er geen bomen in deze bomenrijen gekapt worden, hebben de werkzaamheden geen direct effect op de vliegroute.

Het aanbrengen van verlichting direct nabij deze bomenrijen of de sloten ten oosten, zuiden en westen heeft effect op deze potentiele vliegroute. Door tijdens de uitvoering en in de eindsituatie het aanlichten van deze mogelijke vliegroute te voorkomen, is verstoring ervan alsmede van indirect een eventuele verblijfsfunctie, niet aan de orde.

5.1.2

Grondgebonden zoogdieren

Kleine marterachtigen De houtwallen en de kleine ruigtes ten zuidoosten en zuidwesten van het plangebied kunnen dienst doen als leefgebied voor bunzing, hermelijn en wezel. Met de voorgenomen werkzaamheden worden bosschages en ruigtes gekapt die kunnen behoren tot functioneel leefgebied van de kleine marterachtige. Voorafgaand aan de ingrepen dient er een nader onderzoek plaats te vinden naar verblijfplaatsen en leefgebied van de bunzing, hermelijn en wezel. Zodoende kan het effect van de voorgenomen ingreep volledig worden getoetst.

5.1.3

Broedvogels

Omdat alle vogels tijdens het broeden beschermd zijn, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Geadviseerd wordt de werkzaamheden uit te voeren of te starten buiten het broedseizoen. Er wordt geen standaardperiode voor het broedseizoen gehanteerd; ongeacht het seizoen mogen nesten van

datum

23 januari 2019

referentie

APN/182861

pagina

25 van 31

vogels die actief in gebruik zijn, niet worden aangetast of verstoord. Het broedseizoen loopt van globaal medio maart – eind juli, maar is afhankelijk van de betreffende soort en buitentemperatuur. Jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) Gierzwaluw De kopse kanten van de bebouwing bevatten openingen bij de nok en is geschikt voor de gierzwaluw om gebruik van te maken als nestlocatie. Ook zijn er krijtstrepen (uitwerpselen) aangetroffen bij enkele nokgevels. Op basis van de verspreidingsgegevens, waarnemingen en de potentie van de bebouwing is de aanwezigheid van een vast- rust of verblijfplaats van gierzwaluw niet uit te sluiten. Naast de sloop van twee gebouwen worden er gebouwen gerenoveerd. Omdat het onduidelijk is welke gebouwen het exact betreft zijn in afbeelding 12 de gebouwen weergeven die geschikt zijn als verblijfsfunctie voor gierzwaluwen. Wanneer er ingrijpende werkzaamheden zoals vernieuwing van het dak, renovatie van de gevel, andere grote ingrepen of sloop van deze gebouwen aan de orde is, dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden. Een aanvullend onderzoek dient uitsluitsel te geven of de werkzaamheden raakvlak hebben met beschermde nestlocaties van de gierzwaluw. Een aanvullend onderzoek in het broedseizoen zal hieromtrent uitsluitsel moeten geven. Door de voorgenomen ingreep is dan ook sprake van verlies van deze functie.

Een aanvullend onderzoek naar gierzwaluw is noodzakelijk om de impact van de ingreep volledig in beeld te brengen. Hierbij zal het aantal nestparen in kaart worden gebracht.

Afbeelding 12: : Geschikte bebouwing voor de gierzwaluw binnen het plangebied (kaart: Aveco de Bondt, 2019).

datum

23 januari 2019

referentie

APN/182861

pagina

26 van 31

Roofvogels De voorgenomen ingrepen voorzien in bomenkap, wijzigingen van terreingebruik, afname van groen en toename van verharding en bebouwing, waardoor deze effect kunnen hebben op de functionaliteit voor sperwer en steenuil. Met name steenuil heeft buiten de nestlocatie een functioneel leefgebied in de directe omgeving van het nest dat van groot belang is voor het functioneren van de nestlocatie. De voorgenomen ingrepen kunnen naast directe aantasting van een nestlocatie ook zorgen voor indirecte aantasten door veranderingen in de omgeving. Voor beide soorten geldt dat het plangebied onderzocht dient te worden op de aanwezigheid van nestlocaties en functioneel leefgebied van de soort. Een nader onderzoek naar sperwer en steenuil is noodzakelijk om de impact van de ingreep volledig in beeld te brengen. Niet-jaarrond beschermde nesten (categorie 5 en overige soorten) Door de aanwezigheid van opgaande begroeiing zijn er broedmogelijkheden voor ‘algemene’ soorten waarvan het nest niet jaarrond is beschermd en niet valt onder beschermingscategorie 5. Voor deze soorten geldt, evenals voor alle andere soorten, dat werkzaamheden die uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen kunnen leiden tot verstoring. Geadviseerd wordt de werkzaamheden uit te voeren of te starten buiten het broedseizoen.

5.2

Gebiedsbescherming

Het plangebied ligt op ruime afstand (circa 5 kilometer) van het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied waarbij de ingrepen van dusdanig beperkte aard zijn dat geen sprake is van (in)directe aantasting van instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Een toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Gezien de ligging buiten de begrenzing van het NNN is een toetsing in het kader van het NNN niet noodzakelijk omdat deze in de provincie Noord-Holland geen externe werking kent. Een ‘nee-tenzij’ toets in het kader van het NNN is niet nodig.

5.3

Zorgplicht

In het kader van de zorgplicht geldt voor onderhavig situatie dat er geen (soort)specifieke maatregelen hoeven te worden getroffen uitgezonderd de ‘algemene’ aandacht voor eventueel aanwezige individuen bij de uitvoering van het werk zoals het dempen van de vijver. Echter bestaat de mogelijkheid dat aan de hand van de nader onderzoeken alsnog (soort)specifieke maatregelen getroffen moeten worden.

datum

23 januari 2019

referentie

APN/182861

pagina

27 van 31

6

CONCLUSIE

In opdracht van de Raphaëlstichting heeft de vakgroep Ecologie van Aveco de Bondt een quickscan flora en fauna uitgevoerd voor een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van het plangebied de Midgard te Tuitjenhorn (provincie Noord-Holland). Onderstaand zijn de resultaten van de quickscan opgenomen. Afhankelijk van de specifieke ontwikkelingen kan worden bepaald hoeveel onderzoek naar vleermuizen en gierzwaluw noodzakelijk is.

6.1

Soortbescherming

In onderstaande tabel zijn de resultaten van de quickscan opgenomen met de te verwachten effecten, te treffen maatregelen en te nemen vervolgstappen. Tabel 4: Samenvatting quickscan flora en fauna bestemmingsplan van het plangebied de Midgard te Tuitjenhorn Soort(groep)

Vaatplanten

Waargenomen / te verwachten soorten

nee

Functie

Verstoring

-

-

Verblijfplaats binnen plangebied

Verbodsbepaling

Maatregelen/

Wnb

vervolgstappen

-

-

aanvullend mogelijk

Artikel 3.5

bebouwing* uitstraling

gebouw bewonende soorten

onderzoek

verlichting naar Verblijfplaats binnen plangebied

mogelijk

Artikel 3.5

omgeving in tijdelijke en definitieve situatie voorkomen. aanvullend

Vleermuizen

Verblijfplaats binnen plangebied

onderzoek bij de mogelijk

Artikel 3.5

te kappen bomen* / inspectie boomcamera

boombewonende soorten

uitstraling verlichting naar Verblijfplaats buiten plangebied

mogelijk

Artikel 3.5

omgeving in tijdelijke en definitieve situatie voorkomen.

diverse soorten

datum

23 januari 2019

foerageergebied

referentie

APN/182861

mogelijk

Artikel 3.5

pagina

28 van 31

aanvullend onderzoek *

uitstraling verlichting naar diverse soorten

vliegroute

mogelijk

Artikel 3.5

omgeving in tijdelijke en definitieve situatie voorkomen.

aanvullend Grondgebonden

bunzing, hermelijn en

zoogdieren

wezel

leefgebied

mogelijk

Artikel 3.5

onderzoek naar kleine marterachtigen*

aanvullend

categorie 1 t/m 4: gierzwaluw, steenuil,

nestlocatie

onderzoek

mogelijk

bebouwing, bomen

sperwer

en leefgebieden*

Broedvogels

Artikel 3.1

algemene soorten

nestlocatie, foerageergebied

(kap)werkzaamhed en (starten) buiten

mogelijk

broedseizoen (1 maart tot 1 augustus)

Amfibieën

algemene soorten

leefgebied

-

-

-

Reptielen

nee

-

-

-

-

Vissen

algemene soorten

leefgebied

-

-

-

Vlinders

algemene soorten

leefgebied

-

-

-

Overige soorten

nee

-

-

-

-

*Afhankelijk van de uitkomst van de onderzoeken dienen aanvullende maatregelen te worden getroffen om de functionaliteit van de vaste rust- en verblijfplaats te garanderen. Deze maatregelen dienen te worden vastgelegd in een activiteitenplan en door middel van een ontheffingsaanvraag ter toetsing bij het bevoegd gezag te worden voorgelegd.

6.2

Zorgplicht

Iedereen dient voldoende rekening te houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. In het kader van de zorgplicht zijn, ten behoeve van onderhavig project, geen soortspecifieke maatregelen noodzakelijk. Echter is er een mogelijkheid dat aan de hand van nader onderzoek (soort)specifieke maatregelen alsnog getroffen moeten worden.

datum

23 januari 2019

referentie

APN/182861

pagina

29 van 31

6.3

Gebiedsbescherming

In het kader van gebiedsbescherming is gekeken of de toekomstige ontwikkelingen leiden tot negatieve effecten op natuurgebieden beschermd middels de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op basis van deze afstand en de afwezigheid van een directe relatie / verbinding met een Natura 2000-gebied zijn geen negatieve effecten te verwachten als gevolg van het bestemmingsplan wijziging van het perceel de Midgard te Tuitjenhorn. De plannen leiden niet tot (significante) aantasting van instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden of van kernkwaliteiten van de NNN. Een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is dan ook niet nodig. Een ‘nee-tenzij’ toets in het kader van de NNN is niet nodig.

datum

23 januari 2019

referentie

APN/182861

pagina

30 van 31

BIJLAGE 1

BRONNEN

Literatuurlijst Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. - Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Nationale Databank Flora -en Fauna, 2019. Verspreidingsgegevens Beschermde flora en fauna. Websites www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.soortenbank.nl www.sovon.nl www.floron.nl www.telmee.nl www.zoogdiervereniging.nl www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 maps.noord-holand.nl

datum

23 januari 2019

referentie

APN/182861

pagina

31 van 31

Bijlage 5 Berekening stikstofdepositie Midgard, Tritium Advies, 26 november 2020

ARKEL » Vlietskade 1509 4241 WH ARKEL NEER » Steeg 27 6086 EJ NEER

Raphaelstichting NUENEN »

Postbus 28

Collse Heide 48

1870 AA SCHOORL

5674 VN NUENEN PRINSENBEEK » Groenstraat 27

Per e-mail

:

kjoudshoorn@andbricks.nl

Vestiging, datum

:

26 november 2020

Ons Kenmerk

:

2010/094/JOW-01

4841 BA PRINSENBEEK RIJKEVOORT » Veldweg 11 5447 BH RIJKEVOORT

Uw Kenmerk

:

-

Behandeld door

:

Joost Welmers

Telefoonnummer

:

06 22 23 44 76

Gecontroleerd door

:

Roman Schumacher

Betreft

:

Berekening stikstofdepositie Midgard te Tuitjenhorn, gemeente Schagen

T. 088 44 02 900 E. info@tritium.nl I. www.tritium.nl

Inleiding U betreft voor de locatie ‘Midgard’, aan De Regenboog te Tuitjenhorn, gemeente Schagen het bestaande terrein uit te breiden met 64 extra cliëntplaatsen (verdeeld over 2 fasen). Hiervoor wordt 1 groepswoning en een werkschuur gesloopt en komen er 4 nieuwe groepswoningen in de plaats en een dagbestedingslocatie. Om naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State in het kader van de PAS zekerheid te verkrijgen ten aanzien van eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is onderhavige berekening uitgevoerd. In onderhavig briefrapport komen de volgende aspecten aan de orde: 1.

wettelijk kader;

2.

opzet onderzoek;

3.

uitgangspunten gebruiksfase;

4.

uitgangspunten aanlegfase;

5.

modellering;

6.

resultaten;

7.

conclusie.

1.

Wettelijk kader

In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden. Dit zijn natuurgebieden met een Europese beschermingsstatus. Dit Natura 2000-netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Beide Europese richtlijnen zijn belangrijke instrumenten om de Europese biodiversiteit te waarborgen. Alle Vogel- of Habitatrichtlijngebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. Veel van de gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante (negatieve) effecten’ op het beschermde natuurgebied. Indien er sprake is van ‘significante effecten’ is een Wet natuurbescherming vergunning (Wnb-vergunning) noodzakelijk.

2010/094/JOW-01 pagina 1 van 11

Figuur 1:

Locatie beoogde ontwikkeling (rood omcirkeld) met nabij gelegen Natura 2000-gebieden. Meest nabij gelegen Natura 2000-gebied (op circa 4,9 km afstand), betreft “Schoorlse Duinen” (gebiedsnummer 86). De meest nabijgelegen stikstofgevoelige habitat ligt in het gebied Schoorlse Duinen op circa 4,9 km afstand.

In 2009 werd afgesproken het stikstofprobleem ‘programmatisch’ te gaan aanpakken. Dit heeft geleid tot ‘Programma Aanpak Stikstof’ (PAS). Met het PAS is ontwikkelingsruimte beschikbaar gesteld voor nieuwe economische ontwikkelingen (projecten). Tegelijkertijd zijn met het PAS maatregelen vastgesteld waarmee geborgd wordt dat de natuurlijke kenmerken van de natuurgebieden niet worden aangetast. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 is de basis voor het verlenen van vergunningen onder het PAS komen te vervallen. Derhalve moet worden gesteld dat vergunningen nog slechts kunnen worden verleend indien is aangetoond dat er géén sprake is van (een toename van) stikstofdepositie op een Natura 2000gebied. In dat geval is er in ieder geval geen sprake van significant negatieve effecten ten aanzien van stikstof en is een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (verder: Wnb) niet aan de orde. Onderhavige berekening is uitgevoerd in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Uit het rekeninstrument AERIUS calculator 2020 blijkt of er sprake is van stikstofdepositie ten gevolge van het plan in de gebruiksfase en/of de aanlegfase. In het kader van de in de Wnb opgenomen instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden dient onderzocht te worden wat de gevolgen zijn van het plan en de beoogde bouwwerkzaamheden.

Voor de referentiesituatie dient daarbij uitgegaan te worden van de feitelijke en planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan. In AERIUS kan het planeffect bepaald worden door de plansituatie te vergelijken met de referentiesituatie. Ten aanzien van de feitelijke (huidige) situatie zijn er in het onderhavige onderzoek geen emissies van een referentiesituatie beschouwd. 2010/094/JOW-01 pagina 2 van 11

2.

Opzet onderzoek

Voor het berekenen van de stikstofdepositie op de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator 2020. Voor de opzet en achtergrond van de invoergegevens en onderhavige rapportage is gebruik gemaakt van de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020’ zoals opgesteld door BIJ12 (verder: de invoerinstructie). In de berekeningen zijn de emissies van NOX en NH3 van de relevante bronnen meegenomen. Het gaat hierbij om: •

Verkeersbewegingen binnen en buiten het plangebied (aanlegfase en gebruiksfase);

•

Sloop- en bouwwerkzaamheden (aanlegfase).

In de volgende paragrafen worden de uitgangspunten ten aanzien van de berekening weergegeven en worden de emissies berekend die als input dienen voor de stikstofdepositie berekening in AERIUS Calculator 2020. Zowel de depositie in de gebruiksfase als in de aanlegfase is berekend.

3.

Uitgangspunten gebruiksfase

Het plan voorziet in de realisatie 64 nieuwe clientplaatsen en een nieuwe dagbestedingslocatie (640 m2), alsmede de sloop van enkele bestaande gebouwen. AERIUS rekent met standaard emissiegetallen voor woningen en functies, waarbij uitgegaan wordt van een gemiddeld aardgasverbruik. Omdat de te realiseren nieuwbouw binnen het plangebied geen aardgasaansluiting krijgt, zullen vanuit deze nieuwe cliëntenwoningen en dagbestedingslocatie logischerwijs geen stikstofemissies optreden vanwege aardgasverbruik (stookinstallaties). Voor de verwarming (woning / dagbestedingslocatie en tapwater) zullen alternatieve en bij voorkeur duurzame / hernieuwbare energiebronnen gebruikt worden. De bijdrage van toekomstige bewoners, bezoekers en gebruikers is dermate klein dat deze verwaarloosbaar wordt geacht. Er kan echter stikstofdepositie plaatsvinden ten gevolge van verkeersbewegingen (tabel 2, bron 1). De depositie ten gevolge van de door de cliëntenwoning te verwachten verkeersbewegingen zijn derhalve berekend in AERIUS. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van de nieuwe woning is gebruik gemaakt van de CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. Voor onderhavige clientplaatsen zijn geen verkeersgeneratiecijfers opgenomen. Derhalve wordt voor de cliëntplaatsen (worst-case) aangesloten bij de categorie ‘serviceflat’.

Voor onderhavige dagbesteding zijn eveneens geen verkeersgeneratiecijfers opgenomen. Derhalve wordt voor de dagbesteding (worst-case) aangesloten bij de categorie ‘bedrijf, arbeidsextensief, bezoekersextensief’. Hoewel het planvoornemen voorziet in een gedeeltelijke sloop van enkele clientplaatsen moet worden opgemerkt dat eveneens enkele cliëntplaatsen worden overgedragen aan de woningbouwcorporatie. Derhalve is in onderhavige berekening geen rekening gehouden met salderen van verkeersbewegingen, maar worden de cliëntplaatsen en de dagbesteding volledig als nieuw c.q. toename gemodelleerd. Ook moet worden opgemerkt dat de uitbreiding plaatsvindt in 2 fasen, waarbij de laatste 32 clientplaatsen pas in 2025 zullen worden gerealiseerd. Worst case is de gebruiksfase van de totale uitbreiding in één berekening (rekenjaar 2022) uitgevoerd.

2010/094/JOW-01 pagina 3 van 11

Tabel 1: Verkeersgeneratie planvoornemen Woning

Aantal / 2

m bvo

Stedelijkheid

Ligging

*

Verkeersbewegingen per

Totaal

aantal / 100 m2 bvo)**

bewegingen / etmaal

Clientplaats

64

(serviceflat) Dagbesteding

640 m2

(bedrijf, arbeids- en

Weinig

Rest bebouwde

stedelijk

kom

Weinig

Rest bebouwde

stedelijk

kom

2,2 – 3,0

192

3,9 – 5,7

36,5

bezoekers extensief) Totaal verkeersbewegingen per etmaal (afgerond) *

229

Voor het bepalen van de stedelijkheidsgraad is uitgegaan van het aantal omgevingsadressen van de gemeente Schagen in 2020 (738 per km2).

**

Voor het bepalen van het aantal verkeersbewegingen is uitgegaan van het maximale aantal verkeersbewegingen (worst-case).

Conform de invoerinstructie dient het verkeer meegenomen te worden totdat het opgaat in het heersend verkeersbeeld. Dit is het moment dat het verkeer zich qua rij- en stopgedrag niet meer onderscheidend maakt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. In de regel wordt het verkeer ten gevolge van de ontwikkeling in de berekening betrokken tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Aangezien bezoekers worden geacht nabij de ingang van het terrein te parkeren is het verkeer tot daar gemodelleerd. In onderhavige berekening is ervan uitgegaan dat het verkeer zich verdeeld (50/50) over de twee parkeerplaatsen. In onderhavige berekening is derhalve ervan uitgegaan dat de helft van het verkeer aankomt / vertrekt via De Zon en de Oostwal en ter hoogte van rotonde met de Harenkarspelweg opgaat in het heersend verkeersbeeld. Er wordt vanuit gegaan dat de andere helft van het verkeer aankomt / vertrekt via De Regenboog en de Koorndijk en ter hoogte van Kalverdijk opgaat in het heersend verkeersbeeld. In AERIUS wordt de emissie berekend op basis van de lengte van de ingetekende rijroute, het aantal en type voertuigen, het wegtype en de mate van stagnatie (file). De gehanteerde wegkarakteristieken, alsmede het aantal verkeersbewegingen van iedere voertuigklasse, is weergegeven in navolgende tabel 2.

Tabel 2: Gehanteerde wegkarakteristiek Bron

Omschrijving

Wegtype

Stagnatie

Voertuigklasse

1.

Oostwal

2.

Koorndijk

Bewegingen / etmaal

Binnen bebouwde kom

10 %

Licht wegverkeer

114

Binnen bebouwde kom

10 %

Licht wegverkeer

115

Totaal

4.

229

Uitgangspunten aanlegfase

Onderhavige berekening heeft betrekking op de realisatie van nieuwe cliëntplaatsen en een dagbestedingslocatie. Beoogd is de werkzaamheden in twee fasen uit te voeren. De eerste fase omvat de realisatie van de helft van het aantal clientplaatsen, realisatie van het dagbestedingsgebouw en sloop van enkele gebouwen. De tweede helft van de cliëntplaatsen zal pas in 2025 worden gerealiseerd. Derhalve zal de eerste fase de grootste stikstofemissie teweeg brengen en derhalve maatgevend zijn. Op basis van de te verwachten werkzaamheden en de planning is ingeschat welke werkzaamheden plaatsvinden in de eerste fase, alsmede het materieel dat daarbij wordt gebruikt en het aantal verkeersbewegingen dat plaatsvindt.

2010/094/JOW-01 pagina 4 van 11

De eerste fase omvat de realisatie van 32 cliëntplaatsen, de sloop van een tweetal gebouwen en de realisatie van het dagbestedingsgebouw. In overleg met de opdrachtgever zijn gefundeerde aannames gedaan ten aanzien van de aanlegfase: -

de duur van de sloop- en bouwwerkzaamheden wordt geschat op 12 maanden, 52 weken;

-

gebruik van materieel op de bouwplaats (bron 1) zal bestaan uit het gebruik van een sloopkraan, graafmachine, shovel, heimachine, mobiele hijskraan, trilplaat, truckmixer en betonpomp én het stationair draaien van dit materieel;

-

verkeersbewegingen van licht verkeer (bron 2) zal bestaan uit verkeersbewegingen van aannemers en onderaannemers met (bestel)busjes;

-

verkeersbewegingen van middelzwaar vrachtverkeer (bron 3) zal bestaan uit verkeersbewegingen ten behoeve van levering goederen;

-

verkeersbewegingen van zwaar vrachtverkeer (bron 4) zal bestaan uit verkeersbewegingen ten behoeve van levering zware goederen en materieel;

-

het manoeuvreren en het stationair draaien van vrachtwagens op het bouwterrein (bron 5).

Materieel Het gebruik van materieel op de bouwplaats zorgt voor NOx en NH3 emissie op grofweg twee manieren: door het verrichten van werkzaamheden en door het stationair draaien van het materieel. De emissie volgende uit deze twee hoofdzaken wordt op verschillende wijze berekend. Om de totale emissie vast te stellen moet echter de emissie tijdens de belasting (werkzaamheden) en de emissie als gevolg van het stationair draaien bij elkaar worden opgeteld. Voor het berekenen van de emissie tijdens de werkzaamheden wordt op basis van het vermogen, de belasting en het aantal draaiuren de emissie berekend. De emissie als gevolg van stationair draaien wordt op basis van de cilinderinhoud, de daaraan verbonden emissiefactor en het aantal draaiuren berekend. In tabel 3 wordt de bedrijfsduur van het te gebruiken materieel voor de aanlegfase wegegeven, alsmede het onderscheid van de bedrijfstijd voor enerzijds het verrichten van de werkzaamheden en anderzijds het stationair draaien. Hierbij geldt, conform de Klimaat- en Energieverkenning 2019 en in overeenstemming met de invoerinstructie, dat ervan uit wordt gegaan dat de 70% van de bedrijfstijd bestaat uit het verrichten van werkzaamheden en 30% bestaat uit het stationair draaien van het materieel. Van de te gebruiken machines is de leeftijd en het vermogen niet bekend.

Worst case is derhalve in de berekening rekening gehouden met een mix van relatief oude en relatief jonge machines. Voor de sloopkraan, graafmachine, shovel en heimachine is bouwjaar 2011 aangehouden. Voor de mobiele hijskraan, truckmixer en betonpomp is een bouwjaar van 2014 aangehouden. Voor de trilplaat is bouwjaar 2008 aangehouden. Er is een bijpassend vermogen aangehouden. Tabel 3: In te zetten materieel en verdeling bedrijfstijd Gebruik machine (aanduiding

Bedrijfstijd in dagen (uren)

in AERIUS)

Bedrijfstijd (uren)

Bedrijfstijd (uren)

werkzaamheden

stationair draaien

Sloopkraan (graafmachine)

15 dagen (120 uur)

84

36

Graafmachine (graafmachine)

15 dagen (120 uur)

84

36

Shovel (laadschop op banden)

15 dagen (120 uur)

84

36

Heimachine (hijskraan)

10 dagen (80 uur)

56

24

Mobiele hijskraan (hijskraan)

25 dagen (200 uur)

140

60

Trilplaat (trilplaat)

10 dagen (80 uur)

56

24

Truckmixer (betonstorter)

15 dagen (120 uur)

84

36

Betonpomp (betonstorter)

10 dagen (80 uur)

56

24

2010/094/JOW-01 pagina 5 van 11

Op basis van de aannames ten aanzien van de te gebruiken machines gedurende de sloop- en bouwwerkzaamheden en de gebruiksduur (tabel 3) kan met behulp van de emissiegegevens (tabel 4 en 5) de totale emissie van de aanlegfase worden berekend (bron 1). De emissiegegevens in tabel 4 en 5 zijn, in overeenstemming met de in AERIUS opgenomen rekenmethodiek en de invoerinstructie, gebaseerd op de gegevens uit een publicatie van TNO (TNO getallen voor AERIUS 2020 mobiele werktuigen, 2020). In deze publicatie zijn onder andere de NOx en NH3 emissiefactoren van mobiele werktuigen, op basis van onder andere leeftijd en vermogen, weergegeven door TNO. Indien mobiele werktuigen die tijdens de aanlegfase worden gebruikt niet in de TNO-publicatie zijn vermeld, wordt aangesloten op vergelijkbaar materieel met een vergelijkbaar vermogen en bouwjaar. Enkele mobiele werktuigen komen niet voor in de TNOpublicatie (sloopkraan, heimachine en truckmixer). De NOx en NH3 emissiefactoren van deze werktuigen zijn conform de invoerinstructie (worst-case) bepaald op basis van vergelijkbare werktuigen die wel voorkomen in de TNO-publicatie die onderdeel van de standaard in AERIUS opgenomen rekenmethodiek.

Met betrekking tot de emissiefactor van de sloopkraan is derhalve aangesloten bij een graafmachine, voor de heimachine is aangesloten bij een hijskraan en voor de truckmixer is aangesloten bij een betonstortmachine. NOx en NH3 emissie verrichten werkzaamheden van het materieel De stikstofemissie ten gevolge van het verrichten van werkzaamheden door het in te zetten materieel is berekend in tabel 4. De deellastfactor (belasting) geeft aan welk deel van het vermogen gemiddeld wordt gebruikt wanneer het werktuig in werking is. Deellastfactoren zijn overwegend overgenomen uit voornoemde TNO-publicatie. De deellastfactor van truckmixers staan niet genoemd in de publicatie van TNO. Een truckmixer gebruikt echter slechts een klein deel van het vermogen wanneer deze gebruikt wordt, derhalve is hiervoor een deellastfactor van 25% aangehouden gedurende het gebruik. Tabel 4: Emissie verrichten werkzaamheden aanlegfase (emissie NOx en NH3 in kg / jaar) Machine

Bedrijfstijd

Vermogen

Deellast-

Emissiefactor

Emissiefactor

Emissie

Emissie

(bouwjaar)

(tabel 3)

(KW)

factor

(g NOx/kWh)

(g NH3/kWh)

NOx

NH3

(%) Sloopkraan (2011) Graafmachine (2011) Shovel (2011)

Heimachine (2011) Mobiele hijskraan (2014) Trilplaat (2008)

Truckmixer (2014) Betonpomp (2014)

84

200

69

2,3

0,00244

26,66

0,02828

84

200

69

2,3

0,00244

26,66

0,02828

84

200

55

2,8

0,00275

25,87

0,02541

56

210

61

2,6

0,00239

18,65

0,01693

140

210

61

0,9

0,00276

16,14

0,04286

56

10

40

5,6

0,00051

1,25

0,00011

84

200

25

1

0,00276

4,20

0,01159

56

200

69

1

0,00276

7,73

0,02133

127,16

0,17479

Emissie van de aanlegwerkzaamheden

NOx en NH3 emissie stationair draaien van materieel De stikstofemissie ten gevolge van het stationair draaien van het materieel is berekend in tabel 5. De emissie wordt berekend door het aantal draaiuren te vermenigvuldigen met de emissiefactor

2010/094/JOW-01 pagina 6 van 11

tijdens het stationair draaien (onbelast) per liter cilinderinhoud (gram / l / uur) en de cilinderinhoud. De emissiefactor is bepaald op basis van de TNO-publicatie aan de hand van de gehanteerde leeftijd alsmede het vermogen van het betreffende materieel. De cilinderinhoud van het te gebruiken materieel is niet bekend. Indien de cilinderinhoud van een werktuig niet bekend is, kan deze conform de invoerinstructie voor werktuigen op diesel berekend worden door het vermogen te delen door 20. Tabel 5: Emissie stationair draaien aanlegfase (emissie NOx en NH3 in kg / jaar) Machine

Bedrijfstijd

Vermogen

Emissiefactor

Emissiefactor

(bouwjaar)

(tabel 3)

(KW)

(g NOx/l/uur)

(g NH3/l/uur)

Sloopkraan (2011) Graafmachine (2011) Shovel (2011) Heimachine (2011)

Emissie NOx

Emissie NH3

36

200

14,2

0,0033

5,11

0,00119

36

200

14,2

0,0033

5,11

0,00119

36

200

14,2

0,0033

5,11

0,00119

24

210

14,2

0,0033

3,58

0,00083

60

210

10,0

0,00314

6,3

0,00198

24

10

8,4

0,0071

0,1

0,00009

36

200

10,0

0,00314

3,6

0,00113

24

200

10,0

0,00314

2,4

0,00075

31,31

0,00835

Mobiele hijskraan (2014) Trilplaat (2008) Truckmixer (2014) Betonpomp (2014)

Emissie van het stationair draaien

Totale emissie materieel In bovenstaande tabellen zijn de emissies volgende de werkzaamheden met het materieel alsmede volgende het stationair draaien van het materieel beschouwd. De totale emissie ten gevolge van het in te zetten materieel (bron 1) in de aanlegfase bedraagt derhalve: -

158,47 kg NOx en;

-

0,18314 kg NH3.

Verkeersbewegingen De aanlegwerkzaamheden brengen eveneens verkeersbewegingen met zich mee. Door deze verkeersbewegingen kan eveneens stikstofdepositie plaatsvinden. De stikstofuitstoot ten gevolge van de te verwachten verkeersbewegingen tijdens de aanlegfase zijn derhalve betrokken in de berekening van stikstofdepositie gedurende de aanlegfase. Navolgende tabel 6 geeft de aannamen ten aanzien van de te verwachten verkeersbewegingen gedurende de aanlegfase weer. In AERIUS wordt zoals eerder aangegeven de emissie berekend op basis van de lengte van de ingetekende rijroute, het aantal en type voertuigen, het wegtype en de mate van stagnatie (file).

2010/094/JOW-01 pagina 7 van 11

Tabel 6: Verkeersgeneratie planvoornemen Type

Bron

Verkeer

Periode

1

Aannemer

52 wk

Onderaannemer

52 wk

Aantal

Wegtype

Stagnatie

20

Binnen

10 %

30

bebouwde

/ week Licht verkeer

Totaal *** bewegingen / jaar 2080 3120

kom Totaal verkeersbewegingen licht verkeer Middelzwaar

2

Levering div. goederen

52 wk

5

vrachtverkeer

Binnen

5200

10 %

520

bebouwde kom Totaal verkeersbewegingen middelzwaar vrachtverkeer

Zwaar

3

Levering div. goederen

52 wk

2

vrachtverkeer

Binnen

10 %

520 208

bebouwde kom 30 x

Aan- afvoer

1

60

graafmachine, hijskraan, betonpomp, etc. Totaal verkeersbewegingen zwaar vrachtverkeer ***

268

Het aantal bezoekende (vracht)auto’s levert 2 verkeersbewegingen per bezoek op (aankomen en vertrekken) er is uitsluitend gerekend gedurende doordeweekse (werkbare) werkdagen.

Het verkeer is gemodelleerd totdat het opgaat in het heersend verkeersbeeld. Het uitgangspunt is dat al het bouwverkeer aankomt/vertrekt via De Zon en de Oostwal (zo min mogelijk door de kern) en ter hoogte van rotonde met de Harenkarspelweg opgaat in het heersend verkeersbeeld. Daarnaast is rekening gehouden met het manoeuvreren en het stationair draaien van de vrachtwagens op het bouwterrein (bron 5). Hiervoor is een aanvullende bron met verkeersbewegingen gemodelleerd binnen het bouwterrein waarbij rekening wordt gehouden met het aantal verkeersbewegingen van het zware vrachtverkeer en enige extra rijlengte. Er wordt hierbij uitgegaan van een stagnatiefactor van 100 procent.

5.

Modellering

Gelet op het feit dat de bouwfase en de gebruiksfase niet tegelijktijdig plaatsvinden zijn beide fases separaat berekend. De verspreiding en depositie is op 25 november 2020 berekend met het model AERIUS Calculator 2020. Bij de berekening van de depositiebijdragen van de aanlegfase is in AERIUS uitgegaan van het rekenjaar 2021. Bij de berekening van de depositiebijdragen van de gebruiksfase is in AERIUS Calculator uitgegaan van het rekenjaar 2022. Volledigheidshalve is voor de tweede fase de berekening van de aanlegfase ook berekend (met dezelfde zwaar overschatte aannames) in rekenjaar 2025. De diverse bronnen zijn in AERIUS ingetekend op basis van aangeleverde kaarten, de in AERIUS opgenomen achtergrondkaart en de hiervoor genoemde aannames. De verkeersbewegingen (bron 1 en 2 in de gebruiksfase en bron 2, 3, 4 en 5 in de aanlegfase) zijn gemodelleerd als lijnbronnen. De werkzaamheden in de aanlegfase zijn gemodelleerd als oppervlaktebron (bron 1 in de aanlegfase) van de te verwachten bouwplaats aangezien de sloopen bouwwerkzaamheden binnen dit gehele terrein plaatsvinden. Er is gebruikgemaakt van de broncategorie ‘mobiele werktuigen’ en de sector ‘bouw en industrie’. Voor de emissie eigenschappen zijn de, voor zover niet anders dan hiervoor beschreven, default-waarden voor deze sector aangehouden.

In de nabije omgeving van de ontwikkeling bevinden zich geen dominante gebouwen. In de berekening is derhalve geen rekening gehouden met ‘gebouwinvloed’. 2010/094/JOW-01 pagina 8 van 11

AERIUS genereert een uitgebreid rapport met de ingevoerde gegevens. Deze is opgenomen als bijlage bij dit rapport. In de resultaten is een afdruk van de rekenresultaten opgenomen. De separate GML bestanden met de gegevensinvoer zijn bij de levering van dit briefrapport eveneens meegestuurd.

6.

Resultaten

Gebruiksfase Uit de rekenresultaten van de gebruiksfase blijkt dat er geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ten gevolge van het plan plaatsvindt. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.

Figuur 2:

rekenresultaten gebruiksfase

2010/094/JOW-01 pagina 9 van 11

Aanlegfase Uit de rekenresultaten van de aanlegfase blijkt dat er geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ten gevolge van het plan plaatsvindt. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.

Figuur 3:

rekenresultaten aanlegfase

Aanlegfase 2025 Uit de rekenresultaten van de aanlegfase, uitgevoerd in rekenjaar 2025 met dezelfde (zwaar overschatte) invoergegevens, blijkt eveneens dat er geen stikstofdepositie op Natura 2000gebieden ten gevolge van het plan plaatsvindt. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.

Figuur 4:

rekenresultaten aanlegfase 2025

2010/094/JOW-01 pagina 10 van 11

7.

Conclusie

Uit de rekenresultaten van AERIUS Calculator 2020 blijkt dat er ten gevolge van de beoogde planontwikkeling geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Derhalve zijn ‘significante (negatieve) effecten’ op beschermde natuurgebieden ten aanzien van stikstofdepositie uit te sluiten. Bovendien moet worden opgemerkt dat er worst-case rekening is gehouden met eveneens relatief oud materieel én er geen rekening is gehouden met intern salderen. Een vergunning in het kader van de Wnb is derhalve niet aan de orde. De berekening toont aan dat het aspect stikstofdepositie geen beperkingen oplevert ten aanzien voor het beoogde planvoornemen. Wij gaan ervan uit u hiermee op passende wijze van dienst te zijn geweest. Met vriendelijke groet, Tritium Advies B.V. ing. J.A. Welmers Projectleider ruimtelijke ordening

Bijlagen: 1.

PDF-rapport rekenresultaten AERIUS Calculator 2020 gebruiksfase

2.

PDF-rapport rekenresultaten AERIUS Calculator 2020 aanlegfase

3.

PDF-rapport rekenresultaten AERIUS Calculator 2020 aanlegfase - 2025

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.

2010/094/JOW-01 pagina 11 van 11

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RW8yZx7jKaFr (26 november 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Raphaelstichting

De regenboog, 1747 Tuitjenhorn

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Uitbreiding Midgard

RW8yZx7jKaFr

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

26 november 2020, 08:52

2022

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

23,04 kg/j

NH3

1,52 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Gebruiksfase uitbreiding Midgard

Situatie 1

RW8yZx7jKaFr (26 november 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Bron 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

8,14 kg/j

Bron 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

14,90 kg/j

RW8yZx7jKaFr (26 november 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

114,0 / etmaal NOx NH3

8,14 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bron 1 111755, 527641 8,14 kg/j < 1 kg/j

Bron 2 112475, 527543 14,90 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

115,0 / etmaal NOx NH3

14,90 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RW8yZx7jKaFr (26 november 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201124_13fd900ebd Database versie 2020_20201124_13fd900ebd Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RW8yZx7jKaFr (26 november 2020) pagina 5/5

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S3pE6fzEq7Au (26 november 2020) pagina 1/6

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Raphaelstichting

De regenboog, 1747 Tuitjenhorn

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Uitbreiding Midgard

S3pE6fzEq7Au

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

26 november 2020, 09:18

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

163,28 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Aanlegfase uitbreiding Midgard

Situatie 1

S3pE6fzEq7Au (26 november 2020) pagina 2/6

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Bron 1 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

158,47 kg/j

Bron 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

1,45 kg/j

Bron 3 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

1,41 kg/j

Bron 4 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

1,06 kg/j

Bron 5 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

S3pE6fzEq7Au (26 november 2020) pagina 3/6

Resultaten

Emissie (per bron)

Bron 1 112048, 527436 158,47 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

AFW

Aanlegwerkzaamhe den

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

158,47 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

5.200,0 / jaar NOx NH3

1,45 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bron 2 111860, 527607 1,45 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

Situatie 1

Bron 3 111863, 527607 1,41 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

520,0 / jaar NOx NH3

1,41 kg/j < 1 kg/j

S3pE6fzEq7Au (26 november 2020) pagina 4/6

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Situatie 1

Bron 4 111861, 527606 1,06 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

268,0 / jaar NOx NH3

1,06 kg/j < 1 kg/j

Bron 5 112049, 527464 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

268,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

S3pE6fzEq7Au (26 november 2020) pagina 5/6

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201124_13fd900ebd Database versie 2020_20201124_13fd900ebd Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

S3pE6fzEq7Au (26 november 2020) pagina 6/6

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RyPkSVSx7AS4 (26 november 2020) pagina 1/8

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Raphaelstichting

De regenboog, 1747 Tuitjenhorn

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Uitbreiding Midgard

RyPkSVSx7AS4

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

26 november 2020, 09:21

2025

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

180,89 kg/j

NH3

1,64 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Aanlegfase uitbreiding Midgard 2025

Situatie 1

RyPkSVSx7AS4 (26 november 2020) pagina 2/8

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Bron 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

6,58 kg/j

Bron 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

12,04 kg/j

Bron 1 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

158,47 kg/j

Bron 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

1,10 kg/j

Bron 3 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

1,05 kg/j

Bron 4 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RyPkSVSx7AS4 (26 november 2020) pagina 3/8

Resultaten

Bron Sector

Bron 5 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RyPkSVSx7AS4 (26 november 2020) pagina 4/8

Resultaten

Emissie (per bron)

Bron 1 111755, 527641 6,58 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

114,0 / etmaal NOx NH3

6,58 kg/j < 1 kg/j

Bron 2 112475, 527543 12,04 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

115,0 / etmaal NOx NH3

12,04 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Voertuig

Omschrijving

AFW

Aanlegwerkzaamhe den

Situatie 1

Bron 1 112048, 527436 158,47 kg/j < 1 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

158,47 kg/j < 1 kg/j

RyPkSVSx7AS4 (26 november 2020) pagina 5/8

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

5.200,0 / jaar NOx NH3

1,10 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bron 2 111860, 527607 1,10 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Situatie 1

Bron 3 111863, 527607 1,05 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

520,0 / jaar NOx NH3

1,05 kg/j < 1 kg/j

Bron 4 111861, 527606 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

268,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RyPkSVSx7AS4 (26 november 2020) pagina 6/8

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Situatie 1

Bron 5 112049, 527464 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

268,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RyPkSVSx7AS4 (26 november 2020) pagina 7/8

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201124_13fd900ebd Database versie 2020_20201124_13fd900ebd Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RyPkSVSx7AS4 (26 november 2020) pagina 8/8

Bijlage 6 Historisch bodemonderzoek, Aveco de Bondt, 3 april 2019

MEMO opdrachtgever

Raphael stichting

Betreft:

Verslaglegging historisch onderzoek conform NEN 5725, projectlocatie ‘’Midgard’’ te Tuitjenhorn

Van:

ing. S.J. Rijkens en ing. J. Koopman, Aveco de Bondt

Datum:

03-04-2019

Referentie:

SR-102-182867

Versie:

2

In opdracht van Vollmer en Partners, heeft Aveco de Bondt een historisch onderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie betreft een woon- en werkgemeenschap genaamd Midgard in Tuitjenhorn. Binnen de gemeenschap wordt zorg geboden voor mensen met een verstandelijke beperking. Midgard maakt onderdeel uit van de Raphael stichting. Dit document beschrijft de resultaten van het vooronderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725, paragraaf 6.2.1. Aanleiding en doel Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek vormen de voorgenomen herontwikkelingen op de locatie. De herontwikkelingen betreffen geplande nieuwbouw om de bestaande zorgvoorzieningen uit te breiden. Doel van het historisch onderzoek is het verzamelen en interpreteren van beschikbare bodeminformatie, met het oog op het kunnen vaststellen van een verantwoorde onderzoeksstrategie voor het nog uit te voeren verkennend bodemonderzoek. Afbakening onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft woon- en werkgemeenschap ‘’Midgard’’ te Tuitjenhorn. De locatie grenst aan de zuidzijde van de bebouwde kom van Tuitjenhorn, en is kadastraal bekend als respectievelijk gemeenten Harenkarspel en Wamenhuizen, secties M en I, nummers 259 en 230. De terreindelen aan de noord- en oostzijde van de onderzoekslocatie zijn in gebruik als wonen met tuin. Ten zuiden van de onderzoekslocatie bevinden zich weilanden.

Aan de westzijde is een sportcomplex gelegen. Rondom de onderzoekslocatie is een watergang gelegen.

0003/7-11-2014

Een overzicht van de locatie is weergegeven op de tekening in bijlage A.

Pagina 1 van 6

MEMO Betreft: Datum:

14-3-2019

Referentie:

SR-102-182867

Versie:

2

Locatiebezoek Locatiebezoek heeft plaatsgevonden op 26 februari 2019 door de heer S.J. Rijkens van Aveco de Bondt. Tijdens het locatiebezoek is nagegaan of op de locatie activiteiten aanwezig zijn die mogelijk een bodemverontreiniging kunnen hebben veroorzaakt. Daarnaast is gekeken hoe de locatie in het algemeen uit ziet. Tijdens het locatiebezoek werd de heer Rijkens vergezeld door één van de aanwezige hoveniers. Zoals reeds genoemd is de locatie in gebruik door de Rafael stichting. In de huidige situatie is een deel van de locatie bebouwd. De bebouwing is deels in gebruik als winkel maar ook als woon/werkvoorziening voor de bewoners. Op de oostelijke zijde van de locatie bevinden zich enkele werkplaatsen en schuren. Rondom het terrein bevindt zicht een sloot met natuurlijke oevers. De bebouwing bevindt zich grofweg op de noordelijke helt van het terrein. De zuidelijke helft is onbebouwd en betreft thans een kleinschalig natuurgebied. De grond, die in het verleden is vrijgekomen bij het construeren van de natuurlijke oevers rondom de locatie, is gebruikt om delen van het terrein op te hogen waarmee is gezorgd voor hoogte verschillen. Er is voor zover bekend geen grond extern aangevoerd. Voor zover bij de hovenier bekend zijn er geen brandstoftanks op de locatie aanwezig die een mogelijke bodemverontreiniging kunnen hebben veroorzaakt.

Ter plaatse van bouwveld 1 (zie tekening) bevindt zich in de huidige situatie bebouwing. Ten behoeve van de nieuwbouw zal deze bebouwing worden gesloopt en zal er nieuwbouw plaatsvinden. Er zijn geen gegevens bekend zijn over het gebruik van asbest in het verleden in het huidige pand. Voorafgaand aan de sloop zal nog wel een asbestinventarisatie uitgevoerd moeten worden. Ter plaatse van bouwveld 2 bevinden zich enkele kleine akkers. Dit bouwveld grenst tevens aan een boomgaard. Deze boomgaard bevindt zich ten westen van het bouwveld. Eén van de aanwezige hoveniers heeft aangegeven dat er enkel biologische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. De locatie is verder onverhard. Er zijn geen verder aanwijzingen waargenomen die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Midden in bouwveld 3 bevindt zich een vijver. De hovenier gaf aan dat deze vijver een grote rol speelt bij de afwatering van het terrein. Binnen het bouwvlak is geen verharding aanwezig enkel gras. De hovenier gaf aan dat de vijver een diepte heeft van circa 1 meter. Tevens betreft dit bouwveld het laagste deel van het terrein.

Pagina 2 van 6

MEMO Betreft: Datum:

14-3-2019

Referentie:

SR-102-182867

Versie:

2

Bouwveld 4 bevindt zich direct ten oosten van bouwveld 3 en is in gebruik als grasveld er is geen sprake van verharding ook zijn er geen waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Het hoogteverschil tussen de bouwvelden 3 en 4 bedraagt circa 1,0 tot 1,5 meter. Ter plaatse van bouwveld 5 bevindt zich een amfitheater. Dit theater is gebouwd met gebiedseigen grond die vrij is gekomen bij het graven van afwateringskanalen. De locatie is verder niet verhard en is enkel begroeid met gras. Ter plaatse van bouwveld 6 bevindt zich een werkplaats en een schuur. Deze schuur dient als opslag van de materialen van de hoveniers die werkzaam zijn op de locatie. De locatie is deels verhard met een elementenverharding en is deels begroeid met bosschages of gras. Direct ten zuiden van het bouwveld is een toegangsweg gelegen die leidt naar de achteringang van het terrein. De verharding ter plaatse van de toegangsweg bestaat uit een halfverharding. In de bijlage C is een foto impressie opgenomen van de, tijdens het locatiebezoek genomen foto’s. Informatiebronnen Ten aanzien van de bodemkwaliteit zijn de volgende informatiebronnen geraadpleegd; 

Opdrachtgever;

Gemeente Schagen;

Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Noord-Holland Noord;

Basisregistratie adressen en gebouwen;

Bodemloket;

Topotijdreis.

Opdrachtgever Bij de opdrachtgever zijn geen gegevens bekend over eventuele bodemverontreinigingen ter plaatse van het onderzoeksgebied. Gemeente Schagen Volgens het bestemmingsplan kent de locatie een bestemming van wonen en zorg. Uit het bestemmingsplan blijkt verder, dat een deel van de nieuwbouwlocaties zich buiten het reeds vastgestelde bouwvlak bevinden.

Pagina 3 van 6

MEMO Betreft: Datum:

14-3-2019

Referentie:

SR-102-182867

Versie:

2

RUD Noord-Holland Noord De bodemfunctieklasse van de onderzoekslocatie is ‘’Wonen’’. De onderzoekslocatie is gelegen in de zone B5 (overige woongebieden / recentere bebouwing en bedrijven + buitengebied) voor de bovengrond en in zone O2 (overige woongebieden en bedrijven + buitengebied) voor de ondergrond. De verwachte bodemkwaliteit van eventueel te ontgraven grond is klasse landbouw/natuur. Binnen de zones mag grond enkel grond worden toegepast die voldoet aan de klasse ‘’Wonen”. De gemeente Schagen beschikt over een nota bodembeheer (Nota bodembeheer gemeenten Den Helder, Hollands kroon en Schagen, kenmerk: 16M1158.RAP002, d.d. 20 februari 2018, Lievense CSO). Hieruit blijkt dat de lokaal maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklasse wonen gelijk zijn aan de generieke maximale waarden. Bij de RUD is een samenvatting opgevraagd van de beschikbare bodeminformatie. Een overzicht hiervan is weergegeven in bijlage B. Uit de gegevens blijkt dat in het verleden op de onderzoekslocatie bodemonderzoek is uitgevoerd. De onderzoeken zijn destijds uitgevoerd in het kader van een omgevingsvergunning (Klijn bodemonderzoek, 14KL017, d.d. 23-01-2014) en in het kader van een bouwvergunning (T&A Survey, 920-102, d.d. 13-09-2004). Uit de resultaten blijkt dat ter plaatse van de onderzochte bodem plaatselijk maximaal licht verhoogde gehalten met minerale olie zijn aangetoond.

In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde concentraties met arseen, chroom en minerale olie aangetoond. In 2004 is in de bodem heel plaatselijk asbest aangetroffen. Dit asbest is aangetroffen in de directe omgeving van bouwvlak 1. De interventiewaarde voor asbest is niet overschreden. Binnen de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend over bodembedreigende activiteiten. Ook zijn er geen gegevens bekend over uitgevoerde bodemsaneringen. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn in het verleden meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. Veelal betrof de aanleiding een bestemmingswijziging danwel het aanvragen van een bouw- of omgevingsvergunning. Uit de resultaten van de onderzoeken blijkt dat de bodem in het algemeen niet verontreinigd is. Plaatselijk zijn in de bovengrond lichte verhoogde gehalten aangetroffen met enkele zware metalen en vluchtige aromaten. De ondergrond is niet verontreinigd. In het grondwater zijn in het algemeen licht verhoogde concentraties met arseen en plaatselijk enkele overige metalen danwel VOCl aangetroffen. Er zijn geen gegevens bekend over de aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen in de bodem. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend over bodembedreigende activiteiten. Ook zijn er geen gegevens bekend over uitgevoerde bodemsaneringen.

Pagina 4 van 6

MEMO Betreft: Datum:

14-3-2019

Referentie:

SR-102-182867

Versie:

2

Basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) Uit de BAG blijkt dat enkele panden op de locatie in 1988 zijn gebouwd. Later (1994 en 1997) zijn binnen de locatie panden bijgebouwd. Bodemloket Bij het bodemloket (www.bodemloket.nl) zijn geen bodemgegevens bekend anders dan de bekende gegevens van de RUD. Topotijdreis De onderzoekslocatie kende tot eind jaren ‘’80 begin jaren ‘’90 van de vorige eeuw een agrarische bestemming. Nadien is de locatie ontwikkeld. Op basis van het historische kaartmateriaal zijn binnen de onderzoekslocatie twee slootdempingen aanwezig. Geohydrologie en bodemopbouw De regionale grondwaterstroming is zuidwestelijk (bron: www.grondwatertools.nl). Onder invloed van afwateringssloten, onttrekkingen en/of bemalingen kan de lokale grondwaterstroming afwijken. In de onderstaande tabel is een weergave opgenomen van de regionale bodemopbouw. Deze weergave is afkomstig van TNO DINOloket en is gebaseerd op het REGIS II ondergrondmodel. Tabel 1: weergave regionale bodemopbouw

Afzetting

Diepte

Omschrijving

Holocene afzettingen

0 – 22

Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand

Formatie van Kreftenheye

22 – 30

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

Pagina 5 van 6

MEMO Betreft: Datum:

14-3-2019

Referentie:

SR-102-182867

Versie:

2

Conclusies Volgens de regionale bodemkwaliteitskaart kent de locatie de functieklasse wonen. Van de bodem op de locatie wordt verwacht dat deze voldoet aan de klasse wonen. Uit de resultaten van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken komen in de bovengrond maximaal licht verhoogde gehalten met enkele zware metalen en vluchtige aromaten naar voren. De ondergrond is niet verontreinigd. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde concentraties met arseen en plaatselijk met enkele overige metalen dan wel VOCl aangetoond. In een voorgaand onderzoek is sporadisch in de bodem asbest (< Interventiewaarde) aangetroffen. Nader onderzoek asbest wordt niet noodzakelijk geacht. Op basis van het historische kaartmateriaal zijn binnen de onderzoekslocatie twee slootdempingen aanwezig. De sloten zijn mogelijk gedempt met (verontreinigde) grond of ander dempingsmateriaal. Onderzoekshypothese en onderzoeksstrategie Ten aanzien van de chemische bodemkwaliteit is, op basis van de resultaten van het historisch onderzoek, voor de onderzoekslocaties de onderzoekshypothese van een onverdachte locatie van toepassing. Het is onbekend met wat voor materiaal de sloten zijn gedempt. Ook zijn er geen gegevens bekend van de kwaliteit van het dempingsmateriaal. Uitgangspunt voor de dempingen is dat sprake is van een mogelijk verdachte locatie met een diffuse bodembelasting.

Aanbevolen wordt om in het kader van de aanvraag van de bouwvergunningen een bodemonderzoek uit te voeren volgens de strategie van een onverdachte locatie volgens de NEN 5740. Verder wordt aanbevolen om de slootdempingen separaat te onderzoeken volgens een strategie op maat afgeleid van de strategie van een verdachte locatie met een heterogene verspreiding volgens de NEN 5740.

Bijlagen als genoemd.

Pagina 6 van 6

Bijlage 7 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase), BAAC, maart 2019

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14686039/1