Bijlage 1 Bestemmingsplan De Omloop, Sint Maarten' (toelichting en regels
Tekst van het document
filterstation
gebouw en/of bouwwerk dat onderdeel uitmaakt van het secundair koelwatersysteem en is uitgerust met filters om het systeem te beschermen;
8
1.67
garagebox-berging
een ruimte bestemd voor de stalling van een auto of een ander voer- dan wel vaartuig en voor de niet-bedrijfsmatige opslag van goederen; 1.68
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.69
gebruiksmogelijkheden
de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken; 1.70
geluidsbelasting
de geluidsbelasting vanwege een weg, een industrieterrein en/of een spoorweg; 1.71
geluidsgevoelig object
gebouw dat dient ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.72
geluidzoneringsplichtige inrichting
een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidzone moet worden vastgesteld; 1.73
gevelbouwgrens
de als zodanig aangegeven bouwgrens; 1.74
gevellijn
de als zodanig aangegeven lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd; 1.75
hobbymatig houden van dieren
het niet bedrijfsmatig, c.q. uit liefhebberij/vrijetijdsbesteding, houden van dieren; 1.76
hogere grenswaarde
een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen; 1.77
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.78
horeca
het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of het bedrijfsmatig verstrekken van logies, al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.79
hoveniersactiviteiten
uitsluitend activiteiten die zien op de aanleg van tuinen, het kweken van planten en het hebben van bijbehorend materieel, waarbij geen detailhandel van planten en overige gewassen mag plaatsvinden;
9
1.80
huishouden
de bewoning van een woning door een persoon danwel door meerdere personen in de vorm van een samenlevings verband, waarbij sprake is van continuiteit van samenstelling en onderlinge verbondenheid, niet zijnde kamerverhuur; 1.81
incidenteel evenement
een eenmalig, niet periodiek terugkerend evenement; 1.82
jaarrond
bebouwing op het strand die het gehele jaar op het strand mag staan en als zodanig gebruikt mag worden; 1.83
kamerverhuur
de (gedeeltelijke) verhuur van een woning of woongebouw via kameruitgifte, waarbij kamers geen zelfstandige woonruimte vormen door het ontbreken van wezenlijke voorzieningen zoals een eigen kooken/of wasgelegenheid en/of toilet. 1.84
kantoor
Gebouw ten behoeve van het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in geringe mate rechtstreeks te woord wordt gestaan of geholpen. 1.85
kap
een dakafdekking onder een hoek van meer dan 5° met het horizontale vlak; 1.86
kas
een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van vruchten, groenten, bloemen of planten; 1.87
koelwaterleidingen
Het geheel van leidingen van en naar de reactor ten behoeve van de koeling van de reactor die onderdeel uitmaken van het secundaire koelwatersysteem; 1.88
kringloop
een winkel welke gericht is op de verkoop van gebruikte huishoudelijke goederen; 1.89
kwetsbaar object
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risico-afstand is bepaald, die in acht moet worden genomen; 1.90
landbouwinrichting
een inrichting waar uitsluitend of in hoofdzaak agrarische activiteiten, zijnde het telen of kweken van landbouwgewassen of het fokken, mesten, houden of verhandelen van landbouwhuisdieren, dan wel activiteiten die daarmee verband houden worden verricht; 1.91
landelijk bedrijf
een bedrijf dat naar de aard van zijn activiteiten gebonden is aan het agrarische buitengebied of waarvan de activiteiten zijn gericht op het buitengebied. Hierbij kan sprake zijn van de volgende (combinatie van) activiteiten: a. het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven, zoals agrarische loonbedrijven,
10
landbouwmechanisatiebedrijven en veehandelsbedrijven; b. bewerking, verwerking, distributie en opslag van agrarische producten; 1.92
landschappelijke inpassing
visuele afscherming van het terrein met bomen en/of andere opgaande beplanting; 1.93
landschappelijke waarde
de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet levende natuur; 1.94
logies
Tijdelijke verblijf van personen die elders hun hoofdverblijf hebben; 1.95
maatschappelijke voorzieningen
educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.96
maatvoeringsvlak
een als zodanig aangegeven vlak ter plaatse van de aanduiding ´maatvoeringsvlak´ ten behoeve van het indelen van een bouwvlak of bestemmingsvlak met het oog op een verschil in maatvoering; 1.97
mantelzorg
het op basis van vrijwilligheid en buiten organisatorisch verband bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op fysiek, psychisch en/of sociaal vlak; 1.98
meetverschil
een door de feitelijke terreininrichting aanwezig verschil tussen het beloop van lijnen in het veld en een aangegeven bestemmings- of bouwgrens; 1.99
milieusituatie
de waarde van een gebied in milieuhygiënische zin die wordt bepaald door de mate van scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies, daarbij in het bijzonder gelet op het voorkómen dan wel beperken van hinder door geur, stof, geluid, gevaar, licht en/of trilling; 1.100
natuurlijke waarde
de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang; 1.101
natuurtoets
een toets waarbij is onderzocht of op voorhand redelijkerwijs te verwachten is dat het bevoegd gezag op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een Verklaring van geen bedenkingen en/of ontheffing of vrijstelling van de Wet Natuurbescherming, indien vereist, zal verlenen; 1.102
natuurvriendelijke lichtmasten
verlichting waarbij de kleurstelling en/of hoogte en/of schijnrichting zodanig is uitgevoerd dat deze geen wezenlijk negatieve invloed heeft op de aanwezigheid en het gedrag van (nacht)dieren;
11
1.103
nevenactiviteit
één of meerdere activiteiten die afzonderlijk en/of gezamenlijk niet rechtstreeks de bedrijfs- ofs functieuitoefening overeenkomstig de bestemming betreffen, en die van een zodanig beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zijn dat de functie waaraan zij worden toegevoegd qua aard, omvang en ruimtelijke verschijningsvorm, als hoofdfunctie duidelijk herkenbaar en als zodanig ook aanwezig blijft; 1.104
nevenassortiment
artikelen die vanwege de aard en omvang niet aan een bepaalde (perifere) detailhandelsbranche kunnen worden gelieerd; 1.105
niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering
een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk in gebouwen plaatsvindt; 1.106
niet-permanente bewoning
bewoning van een verblijf voor recreatieve bewoning; 1.107
omgevingsvergunning
vergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van Wet algemene bepalingomgevingsrecht; 1.108
ondergeschikte detailhandel
niet-zelfstandige detailhandel, uitsluitend zijnde detailhandel die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is; 1.109
ondergeschikte horeca
niet-zelfstandige horeca, uitsluitend zijnde horeca die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is; 1.110
onderkomens
voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemmingen onttrokken, voertuigen, vaartuigen, arken, toercaravans, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken, alsook tenten; 1.111
onderschikt kantoor
kantoor behorend bij en ondergeschikt aan de hoofdactiviteit; 1.112
onveilig gebied
terreinen zoals bedoeld in artikel 2.6.2, tweede lid, van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening juncto bijlage 2 van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening; 1.113
onzelfstandige woonruimte/woning
Een woning niet zijnde zelfstandige woonruimte/woning. 1.114
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 1.115
pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is;
12
1.116 peil 1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3. voor een zich op het strand bevindend gebouw: de bovenkant van de begane grondvloer van het gebouw; 4. voor een zich op het strand bevindend bouwwerk, geen gebouw zijnde: de voet van het betreffende bouwwerk; 5. indien op het water wordt gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil; 1.117
perifere detailhandel
detailhandel volgens een formule die vanwege de aard en/of omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, zoals de verkoop van auto's, boten, caravans, tuininrichtingsartikelen, bouwmaterialen, keukens en sanitair, alsmede woninginrichtingsartikelen, waaronder meubelen; 1.118
periodiek evenement
een evenement dat in min of meer dezelfde vorm met een zekere regelmaat (bijvoorbeeld wekelijks, maandelijks of (half)jaarlijks) wordt gehouden; 1.119
permanente bewoning
bewoning van een verblijf als hoofdverblijf. Dit in de vorm van het gebruik van een gebouw of ander onderkomen als woonruimte op een wijze, die ingevolge de bepalingen van de Wet basisregistratie personen, noopt to inschrijving van de bewoner(s) in het bevolkinsregister van de gemeente waarin dat gebouw is gelegen, hetzij, indien betrokkene op meer dan een adres woont, het gebruik van het gebouw of ander onderkomen als verblijf waar betrokkene naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten; 1.120
pompstation
een bouwwerk dat onderdeel uitmaakt van het secundaire koelwatersysteem, waarin zich de pompen bevinden. Inclusief een systeem ter bescherming van vissen; 1.121
productiegebonden detailhandel
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, geteeld, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.122
productiegerichte paardenhouderij
grondgebonden paardenhouderij die is gericht op het fokken van paarden, het bieden van leefruimte aan paarden en/of het voortbrengen van producten door middel van het houden van paarden, zoals een paardenmelkerij of een daarmee gelijk te stellen bedrijfsvorm, eventueel in combinatie met trainingsfaciliteiten ten behoeve van de eigen gefokte paarden; 1.123
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
13
1.124
publieksgerichte voorziening
Een bedrijfsmatige activiteit uitsluitend of overwegend gericht op het verlenen van diensten aan particulieren met een rechtstreeks contact met het publiek, niet zijnde detailhandel, horeca of seksinrichting; 1.125
raam-/ straatprostitutie
het op of aan de weg, vanachter een raam of op een andere voor publiek toegankelijke plaats door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken; 1.126
recreatief medegebruik
het medegebruik van gronden voor routegebonden recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, ruitersport en kanovaren, en voor plaatsgebonden recreatieve activiteiten, zoals voor sportvisserij, alsmede voor route-ondersteunende voorzieningen, zoals picknick-, uitzicht-, rusten informatieplaatsen, voor zover de overige functies van de gronden dit toelaten; 1.127
restauratieve voorzieningen
voorzieningen ten dienste van een bedrijf of instelling, gericht op het verstrekken van (eenvoudige) spijzen en dranken aan reguliere gebruikers van dat bedrijf of die instelling, zoals een kantine of mensa; 1.128
risicovolle inrichting
een inrichting, bij welke het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.129
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een seksinrichting, alsmede een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.130
straat- en bebouwingsbeeld
de waarde van een gebied in stedenbouwkundige zin, die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede hoogte- en breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; 1.131
tuin
beplant deel van het erf; 1.132
uitbouw
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
14
1.133
verkeersveiligheid
de waarde van een gebied voor de veiligheid van het verkeer, die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers; 1.134
voorgevel
de naar de weg (eventueel voetpad) gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.135
voorgevellijn
de lijn waarin de voorgevel van een bouwwerk is gelegen alsmede het verlengde daarvan; 1.136
waterberging
(tijdelijke) opslag van een overmaat aan (oppervlakte)water in het (oppervlakte)watersysteem; 1.137
weg
alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende parkeergelegenheden; 1.138
wonen
het bewonen van een woning; 1.139
woning
een complex van ruimten in één gebouw, krachtens zijn indeling en inhoud geschikt en uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden; 1.140
woongebouw
een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.141
woonhuis
een gebouw dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.142
woonsituatie
de waarde van een gebied voor de woonfunctie die wordt bepaald door de situering van om die woonfunctie liggende functies en bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op de daglichttoetreding, het uitzicht, de mate van privacy en het voorkómen of beperken van hinder; 1.143
zelfstandige woonruimte/woning
een zelfstandige woning is een woning met een eigen toegangsdeur die de bewoner van binnen en buiten op slot kan doen. In de woning moet een in ieder geval aanwezig zijn: eigen woon/slaapkamer, een eigen keuken met aanrecht, aan- en afvoer voor water, een aansluitpunt voor een kooktoestel en een toilet met waterspoeling;
15
1.144
zijgevel
de gevel aan de zijkant van een gebouw. Wanneer zijdelings tegen het gebouw andere gebouwen zijn geplaatst, zoals bij een rijtjeshuis, heeft het betreffende gebouw alleen een voor- en achtergevel. 1.145
zorgvoorziening
voorzieningen ten behoeve van het geven van zorg, niet zijnde mantelzorg;
16
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens
tussen de (zijdelingse) grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.2
bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4
goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5
inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6
oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
17
18
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 3.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
groenvoorzieningen; bebossing en beplanting; voet- en rijwielpaden; wegen en straten; speelvoorzieningen; waterlopen en waterpartijen;
met daaraan ondergeschikt: g. h. i. j. k.
parkeervoorzieningen; verkeersvoorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; incidentele evenementen; extensief recreatief medegebruik;
met de daarbij behorende: l.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen en overkappingen
Op of in deze gronden zullen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. 3.2.2
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte ten hoogste 5 m bedraagt.
19
Artikel 4 4.1
Verkeer - Verblijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woonstraten en pleinen; b. voet- en fietspaden; c. parkeervoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: d. e. f. g. h.
groenvoorzieningen; speelvoorzieningen waterlopen en waterpartijen; openbare nutsvoorzieningen; terreinen;
met de daarbijbehorende: i.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen en overkappingen
Op of in deze gronden zullen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. 4.2.2
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 10 m; b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
20
Artikel 5 5.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
waterlopen en waterpartijen; oevers; bermen en beplanting; het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke en natuurwaarden;
met daaraan ondergeschikt: e. groenvoorzieningen; f. paden; g. openbare nutsvoorzieningen; met de daarbij behorende: h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, duikers en/of dammen. 5.2
Bouwregels
Op of in deze gronden zullen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. 5.3
Specifieke gebruiksregels
Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 5 m zal bedragen. 5.4
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een goede waterhuishouding; b. de verkeersveiligheid; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.5.1
Vergunningplicht
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; b. het afgraven of dempen van watergangen. 5.5.2
Uitzondering
Het bepaalde in lid 5.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 5.5.3
Toetsingscriteria
De in lid 5.5.1 genoemde omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en/of natuurwaarden van de gronden.
21
Artikel 6 6.1
Woongebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning en in een woongebouw, al dan niet in combinatie met een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis en/of een Bed & breakfast; b. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. tuinen, erven en paden; e. verkeers- en verblijfsvoorzieningen, waaronder parkeervoorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. openbare nutsvoorzieningen h. water; i. ontsluitingswegen. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Gebouwen en overkappingen
a. Het bebouwingspercentage per bouwperceel met hoofdgebouwen zal ten hoogste 50% van de omvang van één bouwperceel bedragen. b. Het bebouwingspercentage per bouwperceel met aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zal ten hoogte 50% van de omvang van één bouwperceel bedragen, met dien verstande dat de oppervlakte van het hoofdgebouw niet in dit percentage is begrepen.
6.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen en woongebouwen worden gebouwd; b. hoofdgebouwen zullen met de voorgevel gericht op de openbare weg te worden gebouwd; c. ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' zullen de hoofdgebouwen met de voorgevel op de aangegeven lijn worden gebouwd; d. indien geen voorgevelrooilijn aanwezig is, zullen de hoofdgebouwen een minimale afstand hebben tot de openbare weg dan wel het openbaar groen van ten minste 3 m bij vrijstaande woningen en woningen van het type twee-onder-een-kap en ten minste 1 m bij de overige woningen; e. de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw zullen ten hoogste respectievelijk 6 m en 11 m bedragen; f. ter hoogte van de aanduiding 'Maatvoering - "maximum goothoogte: 9m en maximum bouwhoogte: 13m" op de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan mag de goothoogte van een hoofdgebouw maximaal 9 m en de bouwhoogte maximaal 13 m bedragen; g. ter hoogte van de aanduiding 'Maatvoering - "maximale goothoogte: 3m en maximum bouwhoogte: 11m " op de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan mag de goothoogte van een hoofdgebouw maximaal 3 m en de bouwhoogte maximaal 11 m bedragen; h. de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten minste 30° en ten hoogste 60° bedragen;
6.2.3
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen niet minder dan 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd;
22
b. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij woningen mag niet meer bedragen dan 60 m²; c. de goothoogte van aan- en uitbouwen en overkappingen zal ten hoogste 3,00 m bedragen, dan wel niet meer dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw waaraan wordt gebouwd, indien deze meer is; d. de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen zal ten hoogste 4,00 m bedragen; e. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen zal ten hoogste 5,00 m bedragen; f. de bouwhoogte van overkappingen zal ten hoogste 3,00 m bedragen.
6.2.4
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel van het hoofdgebouw ten hoogste 1,00 m zal bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
6.3
Specifieke gebruiksregels
6.3.1
Strijdig gebruik
Als gebruik in strijd met de bestemmingsomschrijving als bedoeld in artikel 4.1 wordt in ieder geval aangemerkt: a. het gebruiken of laten gebruiken van vrijstaande bijgebouwen ten dienste van de woonfunctie voor zelfstandige bewoning; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, zodanig dat de beroeps c.q. bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan 40% van de totale gezamenlijke begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel, met dien verstande dat deze oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m²; c. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatie; d. het gebruiken of laten gebruiken van gronden voor de aanleg van een paardenbak met de daarbijbehorende bouwwerken; e. het veranderen, vervangen of vergroten van een woning mag niet leiden tot: 1. de vorming van een extra woning; 2. de vorming van een extra onzelfstandige woonruimte.
6.3.2
Voorwaardelijke verplichting Milieucontour - Spuitzone
Voorafgaand aan de ingebruikname van woningen, zoals bedoeld in artikel 8.1 onder a, moet voldaan worden aan de volgende voorwaardelijke verplichting: a. Ter plaatse van de bestemming 'Milieucontour - Spuitzone', is de functie Wonen alleen mogelijk indien de gewasbescherming middels drift veroorzakende chemische bestrijdingsmiddelen ten behoeve van de gewasbescherming is beëindigd.
23
6.4
Afwijken van de bouwregels
6.4.1
Woningsplitsing met, of zonder, bouwkundige aanpassing
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.3 onder e1 en toestaan dat woningen worden gesplitst, met dien verstande dat;
a. het splitsen van een woning gerealiseerd dient te worden binnen de bestaande bebouwing; b. de woningen, nadat splitsing heeft plaatsgevonden, elk een gebruiksoppervlakte van ten minste 35 m² hebben; c. de afwijking zoals bedoeld in dit sublid slechts wordt verleend indien in op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode; d. de woning die gerealiseerd wordt ten gevolge van de splitsing passen moet binnen het regionale woningbouwprogramma. 6.4.2
Vorming van onzelfstandige woonruimte met, of zonder, bouwkundige aanpassing
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.3 onder e2 en een extra onzelfstandige woonruimte toestaan in een door de eigenaar bewoonde woning, met dien verstande dat: a. de toegevoegde onzelfstandige woonruimte gerealiseerd dient te worden binnen de bestaande bebouwing; b. de toegevoegde onzelfstandige ruimte een gebruiksoppervlakte van ten minste 12 m² heeft; c. de afwijking zoals bedoeld in dit artikel slechts wordt verleend indien in op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode; d. de woning die gerealiseerd wordt ten gevolge van de splitsing passen moet binnen het regionale woningbouwprogramma.
24
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
25
Artikel 8 8.1
Algemene bouwregels
Maximum aantal woningen in bestemming Woongebied
Het gezamenlijk maximum aantal woningen in de bestemming 'Woongebied' mag niet meer bedragen dan 62 woningen. 8.2
Bestaande maten
Voor een bouwwerk, dat krachtens een omgevingsvergunning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringsbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: a. bestaande maten, die meer bedragen dan in de bouwregels is voorgeschreven, als ten hoogste toelaatbaar mogen worden aangehouden; b. bestaande maten, die minder bedragen dan in de bouwregels is voorgeschreven, als ten minste toelaatbaar mogen worden aangehouden.
8.3
Bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, alsmede erkers, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- dan wel bestemmingsgrens met niet meer dan 1,50 m wordt overschreden.
8.4
Kelders
Onder woningen en daarbij behorende aan- en uitbouwen mogen kelders worden gebouwd, met dien verstande, dat: a. de kelder loodrecht onder de woning en/of daarbij behorende aan- en uitbouwen wordt gebouwd; b. de maximale diepte van de kelder, gemeten vanaf de onderkant van de begane grond, 4 meter bedraagt.
8.5
Maximale bouwhoogte van gebouwen
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen, worden plaatselijke verhogingen zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, buiten beschouwing gelaten, mits: a. de oppervlakte per plaatselijke verhoging niet meer dan 10 m² bedraagt; b. de gezamenlijke oppervlakte van de verhogingen ten hoogste 50% van het dakvlak bedraagt; c. de verhoging leidt tot een hoogte welke ten hoogste 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt.
26
Artikel 9 9.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of laten gebruiken als staan- of ligplaats voor onderkomens; b. het gebruiken of laten gebruiken als sport- of wedstrijdterreinen, parkeerterreinen, kampeer- of caravanterreinen, woonwagen- of andere kampen, dagcampings en lig- of speelweiden, met uitzondering van - voor zover toegestaan - een kleinschalige camping; c. het aanwezig of opgeslagen hebben van één of meer aan hun gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, dan wel onderdelen daarvan en het opgeslagen hebben van ongerede en onklare machines, voer-, vaar-, of vliegtuigen; d. het gebruiken of laten gebruiken als opslagplaats, dan wel stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens indien en voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; e. de opslag van bagger en grondspecie behoudens indien en voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de wettelijke onderhoudsplicht van naastgelegen waterpartijen; f. het gebruiken of laten gebruiken als volkstuin; g. het gebruiken of laten gebruiken als ligplaats voor woonschepen; h. het gebruiken of laten gebruiken van gronden, bouwwerken en woonschepen ten behoeve van een seksinrichting; i.
het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van risicovolle inrichtingen; j. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van geluidzoneringsplichtige inrichtingen; k. het gebruiken of laten gebruiken van gebouwen als groepsaccommodatie; l. het gebruiken of laten gebruiken van vaste kampeermiddelen, recreatiewoningen en zomerwoningen voor permanente bewoning; m. het gebruiken of laten gebruiken van bijgebouwen als zelfstandige of afhankelijke woonruimte.
27
Artikel 10 10.1
Algemene afwijkingsregels
Ondergeschikte afwijkingen
Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels kan worden afgeweken, kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken van de desbetreffende regels van het plan voor: a. de op de verbeelding aangeduide en/of in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages (met uitzondering van de oppervlakte van gebouwen, bebouwing en bestemmingsvlakken) tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. het bepaalde in het plan en toestaan dat bestemmings- of bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. het bepaalde in het plan en toestaan dat antennemasten worden gebouwd met een hoogte van ten hoogste 15 m; d. het bepaalde in het plan en toestaan dat antennemasten ten behoeve van telecommunicatiedoeleinden worden gebouwd met een hoogte van ten hoogste 40 m; e. het aanleggen van verhardingen ten behoeve van een betere ontsluiting van agrarische gronden en ten behoeve van fiets- en wandelpaden; f. het bepaalde in het plan en toestaan dat het beloop of profiel van (vaar)wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geeft; g.
het bepaalde in het plan en toestaan dat gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen, openbaar vervoer, telecommunicatie, sanitaire voorzieningen, kunstwerken en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits: 1. de inhoud per gebouwtje niet meer dan 100 m³ bedraagt; 2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 15 m bedraagt.
De onder a tot en met g genoemde omgevingsvergunningen kunnen uitsluitend worden verleend, mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e.
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het landschaps- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de archeologische en aardkundige waarden.
28
Artikel 11 11.1
Algemene wijzigingsregels
Inleiding
De in dit artikel genoemde wijzigingen kunnen uitsluitend worden toegestaan als er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; het landschaps- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; het uitzicht van woningen; de verkeersveiligheid.
11.2
Relatie met andere regelgeving
Burgemeester en wethouders kunnen bestemmingsregels wijzigen in die zin dat de in het bestemmingsplan opgenomen verwijzingen naar wetten, verordeningen, circulaires, publicaties, instanties en dergelijke worden geactualiseerd; de wijziging wordt uitsluitend toegepast indien het handhaven van de in de regels opgenomen redactie tot onduidelijkheden en/of onjuistheden leidt; een eventueel bij de actualisering op te nemen verwijzing naar de aangepaste wetten, verordeningen, circulaires, publicaties en instanties wordt alleen opgenomen indien deze aanpassingen geen inhoudelijke beleidswijzigingen betreffen.
29
30
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 12
Overgangsrecht
12.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sublid a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het sublid a. met maximaal 10%. c. Sublid a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
12.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sublid a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sublid a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sublid a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
31
Artikel 13
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'De Omloop, Sint Maarten' van de gemeente Schagen.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van xx-xx-xxxx.
De voorzitter,
de griffier,
32
Gemeente Schagen Verbeelding, deel uitmakende van het Bestemmingsplan De Omloop, Sint Maarten Vastgesteld
Plannummer: NL.IMRO.0441.BPSTM2023DeOmloop-VA01 Vastgesteld door de gemeenteraad op ..-..-…. Plan onherroepelijk per ..-..-….
2A
3 77 E
r
70 17
k
De 23
E
E
9 75
57 17 E
26
r
E
r
k
Pepe rbus
4 77 19
D
E
55 17
E
64 18
r
k
54 17 k k
15
k
9
E
28
6 75
5 77
k
13
k
11
k
30
k r
r
48 18
r
51 18
r
13
56 18
De Omloop, Sint Maarten
af D
E
4 80
E
30
8p/9
3
E
af
3A
E
3B
1 76
8p/10
Plangebied
32 12
k
6 77
E E
D
D
E
k
k
k
0 76
5
E
7
7 75
11
E
r
r
9
E
8 82
r
17
5 75
63 17
k
E
E
E
k
k
56 17
60
E
k
21
2
24
19
2 76
9 79 E52 p/20
E 95 12 E 52p/1 8
E
93 12 E 52p/1 9
k
60 16 E 52p/1 6
E
02 16
8
52p/2
34
52p/1
52p/2 3
E 52t
52p/2 4
E
36
1 97
9 77
E
E
52p/7
E
42 16 E
E
E 52p/8
43 16
E
E
73 17
66 17
af
33 12
r
E
52p/1 0
9 78
D
af
r
52p/9
32 16 E
0 78
D
r
31 12
38 12
E
r
k
52p/1 2
34 16
60
35 16
52p/1 3
36 16 E
26 18
Woongebied
E
0 79 E
1 79
37 16
D
af
WA
Water
V
Verkeer
G
Groen
6 45
k
52p/1 4
af
E
52p/1 4 5 97
E
2 79
E
E
3 79
k
64 17
D
34 12
k
1 78
58
E
6 78 vb
5 78 k
E
r
E
3 78
E
D
36 12
r r
vb
10
E
E
2 78
r
27 18
7 78 E
4 78
E
4 79
8 78
k r
56
54 k
66
k
56
E
k k
5 79
58
46
38
RI AB
6 79
r
88 14
87 14
E
r
13 9
62
r
k
Gro en ed ijk 50
42
r
E
r
48
40
Maatvoering
60
64
54
af r
E
W
af 52p/1 1
33 16
E
E
E
D
k
E
E
5 45
2
52p/6
3 97
r
25 18
D
52p/2 6
2 97
De Omloop
rio r
E
7 79
52p/2 5
0 97 E
r
Enkelbestemmingen
af
k
30 16 E 52p/3
k
8 77
37 12
af 52p/4
E
52 18
52p/5
E
D
1
E
35 12
6
af 50 18
68
33 15
af
62 18
58 17 E
59 16 E 52 p/17
32
8p/8
E
0 80 E 52p/2 1
15
E
8p/7
9 96
152p/22 80
7 77
8 75
62
E E
8p/6
52
44
E
maximum bouwhoogte: 13 m m
08 14 k
r
09 14
r
52
E
r
r
E
maximum goothoogte: 9 m m
k
k
k
11 14
11 3
De Omloop
50
k vb
k
11
k
3
r
maximum goothoogte: 3 m m
k
maximum bouwhoogte: 11 m
48
E
10 14
G
k
E
29 15
1t
Figuur
k
11
r r
r
Gevellijn
3 af
k
r k
k
32
20
WA
W
Milieucontour - spuitzone
28
16
30
18
Gebiedsaanduiding
W
r
k
k
26
14
k
24
12
19 13
E 10
52 17
22
r
E
51 17
13 9
k k
k
W
r
r
k r
19
V 17
E
E
57 12
56 12
15
k
E
55 12
r r
13
E
E
54 12
W
G
W
W
G
G WA
VASTGESTELD Ontwikkelcombinatie USP Ooms De Omloop, Sint Maarten vastgesteld op:
onherroeppelijk per:
Planidentificatie
projectnummer
Arnhemseweg 6 3817 CH Amersfoort
NL.IMRO.0441.BPSTM2023DeOmloop-VA01
2784-100
T 033 2851685 E info@vp.nl
schaal
bladformaat
datum
getekend
1:1000
A3
3-6-2024
LB + RW + MG