CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan De Omloop, Sint Maarten' (toelichting en regels

Oordeelsvormende vergadering 3 september 2024, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststellen gewijzigd bestemmingsplan De Omloop te Sint Maarten24.104 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan De Omloop, Sint Maarten

Gemeente Schagen 27 juni 2024 Vastgesteld

Gemeente Bestemmingsplan Voorontwer

Plannummer: NL.IMRO.0441.BPSTM2023DeOmloop-VA01 -

Toelichting Regels Verbeelding

Vastgesteld 27 juni 2024 Projectnummer 2784-100

Gemeente Schagen Toelichting, deel uitmakende van het Bestemmingsplan De Omloop, Sint Maarten Vastgesteld

Plannummer: NL.IMRO.0441.BPSTM2023DeOmloop-VA01 Vastgesteld door de gemeenteraad op ..-..-…. Plan onherroepelijk per ..-..-….

Inhoudsopgave

TOELICHTING

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Indeling bestemmingsplan

5 5 5 6 7

Hoofdstuk2 Huidige situatie 2.1 Ontstaansgeschiedenis 2.2 Huidige situatie plangebied

9 9 10

Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid

11 11 11 13 17 19

Hoofdstuk4 Planbeschrijving 4.1 Algemeen 4.2 Stedenbouwkundige opzet 4.3 Verkeer en parkeren 4.4 Duurzaamheid

23 23 23 24 25

Hoofdstuk5 Uitvoerbaarheid 5.1 Waterhuishouding 5.2 Ecologie 5.3 Bodem 5.4 Cultuurhistorie en archeologie 5.5 Milieuzonering 5.6 Luchtkwaliteit 5.7 Geluid 5.8 Externe veiligheid 5.9 Milieueffectrapportage 5.10 Kabels en leidingen

29 29 34 37 38 40 41 42 44 44 45

Hoofdstuk6 Juridische vormgeving 6.1 Algemeen 6.2 Opzet van de regels

47 47 47

Hoofdstuk7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 7.2 Participatie 7.3 Ter inzage legging

49 49 49 49

Hoofdstuk8

51

Economische uitvoerbaarheid

2

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan

Bijlage 2

Ecologie

Bijlage 3

Stikstof

Bijlage 4

Bodem

Bijlage 5

Archeologie

Bijlage 6

Cultuurhistorie

Bijlage 7

Geluid

Bijlage 8

Ontwerp besluit hogere waarden

Bijlage 9

Nota beantwoording van zienswijze

3

4

TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1

Algemeen

De locatie De Omloop is gelegen in Sint Maarten, Noord Holland en valt onder de gemeente Schagen. De ontwikkelcombinatie USP Ooms wil aan de zuidzijde van Sint Maarten een nieuwbouwontwikkeling realiseren. Het vigerende bestemmingsplan laat het beoogde gebruik en de bouw van woningen niet toe. Er heeft overleg met de gemeente plaatsgevonden die geleid heeft tot een gedragen hoofdopzet die de basis vormt van het stedenbouwkundig plan en hieruit voortvloeiend het voorliggend bestemmingsplan. In het bestemmingsplan wordt ingegaan op de onstaansgeschiedenis van Sint Maarten, relevant beleid en de ruimtelijke opbouw van De Omloop en het omliggende landschap, de buurt en het buurplan "Rode Kool", waarvan de bouw reeds is gestart.

1.2

Plangebied

Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de gronden aan de zuidoostkant van Sint Maarten. Ten westen van het plangebied ligt de ontwikkeling "Rode Kool" en ten noorden ligt de Omloop. Ten noordwesten ligt de Groenedijk en ten oosten de erfbebouwing van Groenedijk 1 en 1a. Ten zuiden van de locatie liggen agrarische gronden. Het plangebied is circa 2,6 hectare groot. De locatie is kadastraal bekend als MTN00-E-1958.

Luchtfoto met plangebied rood omrand, bron: Google Earth

5

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Op de locatie geldt het bestemmingsplan 'Sint Maarten', vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Schagen op 13 december 2012. Voor het plangebied zijn de volgende bestemmingsplannen van kracht: bestemmingsplan Sint Maarten (vastgesteld 13-12-2012); facetbestemmingsplan Parkeren (vastgesteld 07-11-2017); paraplu-omgevingsplan, 1e tranche (vastgesteld 30-06-2020.

Bestemmingsplan 'Sint Maarten' In dit bestemmingsplan zijn de gronden aangewezen als 'Agrarische - Cultuurgrond' met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan met plangebied rood omrand, bron: www.ruimtelijkeplannen.nl

Facetbestemmingsplan Parkeren Dit bestemmingsplan ziet op het opnemen van een parkeerregeling in het bestemmingsplan welke voorheen onderdeel uitmaakte van de bouwverordening. Het planvoornemen is opgesteld met inachtneming van het gemeentelijk parkeerbeleid. In paragraaf 4.3 is hier nader op ingegaan.

Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche In dit omgevingsplan zijn enkele aanpassingen doorgevoerd in alle geldende bestemmingsplannen in de gemeente Schagen. Dit zogeheten paraplu-omgevingsplan is een herstel-omgevingsplan. Dit is een omgevingsplan dat een doorwerking heeft op alle onderliggende vastgestelde bestemmingsplannen. Het doel van het paraplu-omgevingsplan is: Harmonisering van de geldende bestemmingsplannen ter voorbereiding op de inwerkingtreding van

6

de Omgevingswet; Verwerking van beleidswijzigingen in geldende bestemmingsplannen. Reparatie van omissies in de toelichting, regels en verbeelding van geldende bestemmingsplannen.

De gewenste uitbreiding ligt niet binnen de bestemming Wonen. Hierdoor past de nieuwe ontwikkeling niet binnen het vigerend bestemmingsplan. Middels het voorliggende bestemmingsplan 'De Omloop, Sint Maarten' wordt de beoogde ontwikkeling planologisch mogelijk gemaakt en worden de regels gesteld waarbinnen de nieuwe ontwikkeling kan plaatsvinden. Hierbij wordt de bestemming aangepast van Agrarisch naar Wonen.

1.4

Indeling bestemmingsplan

De toelichting is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 worden de ontstaansgeschiedenis en de huidige situatie kort geschetst; In hoofdstuk 3 zijn de voor het bestemmingsplan relevante beleidsstukken, zowel op rijksniveau als op provinciaal en gemeentelijk niveau, opgenomen; In hoofdstuk 4 is de beschrijving van het plan opgenomen, waaronder de verantwoording van de parkeersituatie; In hoofdstuk 5 zijn alle aspecten op het gebied van het milieu en leefkwaliteit beschreven; In hoofdstuk 6 komt de juridische vormgeving aan de orde; In hoofdstuk 7 wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven; In hoofdstuk 8 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven.

7

8

Hoofdstuk 2 Huidige situatie

2.1

Ontstaansgeschiedenis

Sint Maarten ligt in het West-Friese landschap, wat lange tijd onder invloed heeft gestaan van de zee. Relatief rustige perioden van veenvorming wisselden zich af met perioden waarin de invloed van de zee toenam en zand- en kleiafzetting plaatsvond. Tijdens de perioden met een hogere zeespiegel, werd het gebied weer een getijdenlandschap. Geulen en kreken slibden dicht en kwelderbekkens met veen en klei ontstonden. De strandwallen werden op verschillende plaatsen en momenten in de geschiedenis onderbroken door zogenaamde zeegaten. Voor de ontstaansgeschiedenis van Sint Maarten is het brede, maar ondiepe zeegat van Zijpe belangrijk geweest. Dit zeegat ontwikkelde zich vanaf de 10e eeuw. Via dit zeegat werd door de zee een laag zware klei afgezet op de restanten van het veen wat zich in de loop er eeuwen had gevormd. Sint Maarten ligt dan ook in een oud zeekleilandschap. In de latere Middeleeuwen nam de bevolking in het gebied toe. Vanaf die tijd ging men zich structureel beschermen tegen de invloed van het water. Dijken werden aaneengesloten tot de uiteindelijke West-Friese Omringdijk. Deze dijk brak nog vele malen door, wat zichtbaar is in het bochtige patroon en de aanwezigheid van enkele wielen. Door het blijvende gevaar van overstromingen bleef de bewoning geconcentreerd op de hoger gelegen delen.

Sint Maarten is dan ook te kenmerken als een Dijkdorp met de morfologie van een Lintdorp. Hier vanuit begon de verdere ontginning van het gebied. Nadat het water verder teruggedrongen werd, door drooglegging van het zeegat van Zijpe, werd het tussenliggende gebied in gebruik genomen. De landbouwgronden werden ontsloten door een fijnmazige structuur van vaarwegen. Inmiddels draagt het agrarisch landschap rond Sint Maarten de rechttoe rechtaan kenmerken van de ruilverkaveling.

Kaart Sint Maarten en omgeving in 1950 (plangebied rood omrand), bron: topotijdreis.nl

9

2.2

Huidige situatie plangebied

Het plangebied ligt nabij de kern van Sint Maarten. Aan de noordzijde van het plan liggen De Omloop en de Groenedijk. Aan de omloop vormt een waardevolle en nieuw aangeplante bomenrij met gras en lage bodemvegetatie de overgang naar de openbare weg. Hierna volgen woningen van twee en een halve laag met voortuinen die zijn georiënteerd richting het plangebied. De dakoriëntatie loopt parallel. Aan de Groenedijk ligt een smalle afwateringssloot, een twee richtingsfietspad en de openbare weg. Aan de overzijde liggen vrijstaande woningen op ruime kavels. Het dak van deze woningen heeft een schuine helling en overspant twee verdiepingen. Hiernaast is een begraafplaats aanwezig. Aan weerszijden van de begraafplaats liggen kleine meertjes die door dijkdoorbraken zijn ontstaan, zogenaamde wielen. Achter deze wielen is, op enige afstand van het plangebied, camping en bungalowpark De Wielen gelegen.

Huidige situatle locatie

10

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk bevat een korte samenvatting van de voor het bestemmingsplan van belang zijnde nota's en studies. Het milieubeleid, dat is vastgelegd in diverse wetten en waarvoor specifiek onderzoek moet worden uitgevoerd, is opgenomen in hoofdstuk 5 (Uitvoerbaarheid).

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Deze is vastgesteld op 9 september 2020. De NOVI is vastgesteld op grond van de huidige regelgeving (dus als structuurvisie) en zal bij inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden als Nationale omgevingsvisie in de zin van de Omgevingswet. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die met uitzondering van paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone is komen te vervallen. Daarnaast vervangt de NOVI delen van het Nationaal Waterplan, de Natuurvisie en het Nationaal Milieubeleidsplan. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving.

Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. Onderhavige ontwikkeling treft geen nationaal belang. Geconcludeerd kan worden dat de NOVI geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

11

3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de NOVI is vastgelegd. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Zoals reeds in paragraaf 3.2.1 is geconcludeerd treft onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen.

3.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio's leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen. Om beide te bereiken is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. Hierin wordt aangegeven dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

Toets De eerste afweging in de toetsing aan de Ladder is het beantwoorden van de vraag of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hiervoor kan worden gekeken naar jurisprudentie. Uit rechtspraak (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) blijkt dat niet iedere ontwikkeling van onder meer woningbouw als nieuwe stedelijke ontwikkeling valt te kwalificeren. Voor woningbouwlocaties geldt dat vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De Ladder moet dan op dit bouwplan worden toegepast. Met het planvoornemen worden 62 woningen gerealiseerd en kan hiermee beschouwd worden als woningbouwlocatie en dus een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Met de voorgenomen ontwikkeling worden 62 woningen mogelijk gemaakt. De woningbouw vindt plaats op een locatie die nog de bestemming Agrarisch heeft. Omdat de woningen niet bij recht zijn toegestaan is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Motivering Door de vier gemeenteraden van de Kop van Noord-Holland is voor de zomer 2020 het RegioAkkoord “De Kop Groeit” vastgesteld. In dit document is een woonakkoord opgenomen om minimaal 5.000 woningen in de Kop te realiseren tot 2030. Uitgangspunt hierbij is “sterke kernen, goede voorzieningen”. Ook is dit in de Woondeal Noord-Holland Noord opgenomen. De uitwerking vindt plaats in het 'Convenant regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030' (gedateerd 20 oktober 2020, op 10 november 2020 hebben de colleges van Den Helder, Hollands Kroon, Schagen, Texel en Gedeputeerde Staten van Noord-Holland ingestemd met het Convenant), waarin de ambities van de vier

12

gemeenten zijn opgenomen. Er is sprake van één kwantitatief en kwalitatief regionaal vraaggestuurd woningbouw-programma tot 2030. Met het convenant beogen de vier Kopgemeenten en de provincie Noord-Holland een actieve regionale samenwerking woningbouw te continueren ten behoeve van een optimale ruimtelijke ontwikkeling van de woningvoorraad/-markt van de regio Kop van Noord-Holland. Hiervoor hebben de partijen afspraken gemaakt over de woningbouwplannen in programma('s) die aansluiten bij de vraag naar nieuwbouwwoningen en woningtypen in de regio Kop van NoordHolland. De partijen erkennen de aparte status van de gemeente Texel. Het convenant is grotendeels een procesdocument. Naast concrete afspraken over de ambities en nieuwbouwprogrammering tot 2030 (kwantitatieve afspraken) is een kwalitatief afwegingskader vastgelegd. Met een werkwijze van adaptief programmeren wordt gewerkt aan een optimale balans tussen vraag- en aanbod van woningen. Deze werkwijze biedt ruimte voor de bovengenoemde ambities van de regio en de mogelijkheid om flexibel in te spelen op actuele ontwikkelingen. Door middel van monitoring kan het programma tijdig worden bijgesteld, zodat er continu gewerkt wordt aan de juiste hoeveelheid woningbouwplannen in de Kop van NoordHolland. In kwantitatieve zin is het basisvertrekpunt de Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040 opgesteld door de provincie.

Als volgende vertrekpunt wordt rekening gehouden met planuitval (30%). Dit betreft plannen in het programma die door externe redenen toch geen doorgang vinden. Bij de derde richtwaarde wordt de anticipatie schil gehanteerd. In bijlage 4 van het Convenant is het totaalprogramma weergegeven. De getoonde lijsten betreffen een 'vertreklijst', hiermee wordt voldaan aan de provinciale regels. Gedurende de looptijd van het convenant zal er adaptief geprogrammeerd worden. Dit zal gaan resulteren in mutaties van de getoonde vertreklijst. De actuele lijst/ overzicht is, gedurende de looptijd, te raadplegen in www.plancapaciteit.nl. Aanvullend is het ook van belang om te adresseren dat het totaalprogramma als doel heeft inzicht te geven in de aan de bestaande woningvoorraad 'toe te voegen' woningen. Dit betekent dat er sprake is van een saldering: nieuw te bouwen woningen – te slopen woningen betreft totaalprogramma. 3.2.4

Conclusie

Het planvoornemen is in de lijst opgenomen als uitleggebied voor woningbouw met de planstatus Onherroepelijk. Er is sprake van een planvoornemen dat slechts binnengemeentelijke gevolgen heeft. Binnen bestaand stedelijk gebied zijn geen locaties beschikbaar waar het beoogde programma kan worden gerealiseerd. Ondanks dat de locatie is gelegen buiten bestaand stedelijk gebied is de locatie in de structuurvisie Harenkarspel aangeduid als 'nieuw woongebied/toekomstig uitbreiding woongebied'. Met het planvoornemen is dan ook sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Op basis van bovenstaande samenvattingen van de van belang zijnde rijksbeleidsnota's kan geconcludeerd worden dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met het rijksbeleid.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie NH2050

Op 19 november 2018 hebben Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie van de provincie op de fysieke leefomgeving beschreven. De provincie zet in op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid, zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. De Omgevingsvisie bevat provinciaal beleid op het gebied van economische transitie. De provinciale ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. De Omgevingsvisie NH2050 wil

13

zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. In de wetenschap dat de wereld waarmee Noord-Holland is verbonden continu verandert, geeft deze visie enerzijds richting en daarmee houvast naar een onbekende toekomst, en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Doel van de provincie met de omgevingsvisie is dat iedereen die in Noord-Holland woont, werkt en op bezoek komt een prettige leefomgeving aantreft. Nu, maar ook in de toekomst. De provincie stuurt aan op “balans tussen economische groei en leefbaarheid”, dat als leidend thema wordt gezien. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is daarnaast voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Een economisch vitale provincie kan andersom weer bijdragen aan het welzijn en de leefbaarheid. In samenhang bekeken zijn in dit kader randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met grote thema's als klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, volkshuisvesting, bodemdaling en verminderde biodiversiteit. Uit de ambties en doelstellingen zoals opgenomen in de NH2050 blijkt dat: b.

Wonen en Werken De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes; Om de verschillende kernen en regio's te versterken worden op regionaal niveau afspraken gemaakt. Zo worden regionaal woningbouwafspraken gemaakt om de woningbouw af te stemmen op de vraag. Deze speerpunten zijn vertaald in de Regionale Actieprogramma's. In paragraaf 3.4 wordt hier nader op ingegaan. Het planvoornemen past binnen de gestelde doelstellingen en ambities in de Omgevingsvisie NH2050. Met de onderbouwing in deze en de genoemde paragrafen wordt aangetoond dat het plan niet in strijd is met de provinciale Omgevingsvisie.

3.3.2

Omgevingsverordening NH2020

Op 22 oktober 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld en deze is 17 november 2020 in werking getreden. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil ontwikkelingen als woningbouw en windenergie mogelijk maken en het waardevolle Noord-Hollandse landschap beschermen. De 21 nu geldende provinciale verordeningen zijn samengevoegd tot 1 verordening. Hierdoor is het makkelijker geworden om te zien welke regels waar gelden. Bij de omgevingsverordening zit een digitale kaart waarbij de regels direct in beeld komen op een specifieke locatie. In deze verordening worden regels gegeven over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Verschillende regels zijn opgenomen over onderwerpen, in zowel het landelijk als het bestaand stedelijk gebied van Noord-Holland, waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Afhankelijk van de ligging van een plangebied zijn de regels uit de verordening al dan niet van toepassing. Het bestaand stedelijk gebied is in het provinciale overheidsbeleid beleidsmatig aangewezen voor verdere verstedelijking. De planlocatie is gelegen buiten Bestaand Stedelijk Gebied. Onder Bestaand Stedelijk Gebied wordt 14

verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur".

Ligging in landelijk gebied

Vanuit de Omgevingsverordening is afdeling 6.1 Stedelijke functies van toepassing. De volgende artikelen hebben betrekking op het planvoornemen. Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen 1. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling ligt de nadruk op regionale afspraken. Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. In paragraaf 3.2.2 is ingegaan op de regionale afspraken. Hieruit is naar voren gekomen dat de ontwikkelingen in voorliggend bestemmingsplan zijn opgenomen in de regionale woningbouwafspraken. Dit betekent dat er in principe nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk zijn en dat de provincie meer vrijheid geeft aan gemeenten. Paragraaf 6.1.2 Kleinschalige woningbouwontwikkeling en functiewijziging naar wonen in landelijk gebied Artikel 6.10 Noord-Holland Noord landelijk gebied Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied Noord-Holland Noord landelijk gebied

15

uitsluitend voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. De in het eerste lid genoemde afspraken kunnen alleen afspraken bevatten over locaties die zijn gelegen in of aan kernen of in of aan dorpslinten. Uit het planvoornemen blijkt dat de locatie is gelegen direct grenzend aan de bestaande kern (westzijde). Stedenbouwkundig is er sprake van een geheel. Het plangebied is weliswaar buiten het BSG gelegen maar is wel aangeduid als woningbouwlocatie. Medewerking kan worden verleend als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Zoals hiervoor en in paragrafen 3.2.2 en 3.4 is aangegeven is er sprake van regionale afstemming.

3.3.3

Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018)

Aandacht voor behoud en ontwikkeling van landschap en cultuurhistorie is sterk verankerd in het ruimtelijk beleid van de provincie Noord-Holland. In de afgelopen jaren is het beleid sterk ontwikkeld en heeft het een duidelijke plek gekregen in de Structuurvisie Noord-Holland 2040. Voor het opstellen van ruimtelijke plannen zoals bestemmingsplannen, beeldkwaliteitsplannen en structuurplannen is de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018) vastgesteld. Ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied zijn alleen mogelijk indien de Leidraad daarbij wordt toegepast. Deze Leidraad Landschap en Cultuurhistorie is een vernieuwde versie van de Leidraad uit 2010. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie geeft gebiedsgerichte en ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De provincie beoogt met deze Leidraad Landschap en Cultuurhistorie om samen met bijvoorbeeld gemeenten, ontwikkelaars en initiatiefnemers te werken aan het behouden en versterken van de kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie.

Ruimtelijke kwaliteit is lastig te definiëren of te kwantificeren. Het gaat niet om mooi of lelijk, of behouden tegenover ontwikkelen. Ruimtelijke kwaliteit draait om het samenspel van nieuw en oud en de balans tussen behoud en ontwikkeling bij het maken van keuzen over de toekomst van het landschap. Zonder behoud geen verleden, maar zonder ontwikkeling geen toekomst. Kortom ruimtelijke kwaliteit ontstaat als nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen aansluiten op de huidige kwaliteiten van het landschap. Zodat, waar mogelijk, eenieder het landschap in kan, het kan beleven en ervan kan genieten – ook in de toekomst. Volgens de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie dient bij ruimtelijke plannen verantwoording te worden afgelegd van de manier waarop nieuwe functies rekening houden met de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap, de ordeningsprincipes van het landschap, de bebouwingskarakteristieken en de bestaande kwaliteiten van het gebied.

De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek; bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers.

16

Het plangebied valt onder het ensemble West-Friesland West. Voor dit ensemble gelden met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit de volgende uitgangspunten: Het behouden van het open en kleinschalige terpen- en lintenlandschap; Het behouden/versterken van de herkenbaarheid van droogmakerijen; Het herkenbaar houden van de Westfriese Omringdijk als doorgaande lijn en identiteitsdrager; Het behouden en versterken van de relatie tussen de Westfriese Omringdijk en het kleinschalige Westfriese landschap; Het versterken van het landschap in het zaadveredelingsgebied; Het behouden en zichtbaar/beleefbaar blijven van de huidige verkavelingsstructuur (inclusief sloten) bij (semi-)tijdelijke functies en opstellingen in het landschap, zoals voor zonne-energie; Het behouden van vrije ruimte (molenbiotopen) rond historische windmolens, in verband met de windvang en de zichtbaarheid van de molens in het landschap. Voor de verantwoording van de inpassing en de ruimtelijke kwaliteit van het plan wordt verwezen naar hoofdstuk 4 (Planbeschrijving).

3.3.4

Woonagenda 2020-2025

In april 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld. Doelstelling van de woonagenda is dat de provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. De speerpunten van het provinciale woonbeleid zijn een woning voor iedereen, productie op peil: aanjagen woningbouwproductie, gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie en een kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. De belangrijkste uitgangspunten van het beleid zijn: De provincie streeft naar voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen; Wonen is onderdeel van een integrale verstedelijkingsopgave. De provincie geeft ruimte voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik; De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie; De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwantitatieve en kwalitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. Deze speerpunten zijn vertaald in de Regionale Actieprogramma's. In paragraaf 3.4.3 wordt hier nader op ingegaan. 3.3.5

Conclusie

Op basis van de bovenstaande samenvattingen kan worden geconcludeerd dat deze ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal beleid.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Woondeal Noord-Holland Noord

In deze woondeal geven regio Noord-Holland Noord en provincie Noord-Holland de grootste opgaven weer, wordt de huidige, innovatieve wijze van samenwerking om deze opgaven aan te pakken toegelicht en wordt afgesloten met een overzicht van concrete maatregelen waarvoor de hulp van het rijk wordt gevraagd. De scope van de woondeal is om de steden hun eigen karakter te laten houden en tegelijk flexibel in te spelen op de groei van inwoners. Uitgangspunt voor de regio is dat zoveel mogelijk binnenstedelijk en rond OV-locaties wordt gebouwd.

17

3.4.2

Regioakkoord De Kop Groeit!

Door de vier gemeenteraden van de Kop van Noord-Holland is voor de zomer 2020 het RegioAkkoord “De Kop Groeit” vastgesteld. In paragraaf 3.2.3 werd daaraan al gerefereerd. De kop staat voor behoud en groei van een goede woon - , werk - en leefomgeving voor inwoners en mensen die verblijven in de regio. Om dit te bereiken zijn onder andere voldoende woningen van goede kwaliteit nodig. In het Regioakkoord is een woonakkoord opgenomen om minimaal 5.000 woningen in de Kop te realiseren tot 2030 waarbij is aangegeven dat het belangrijk is om in deze behoefte te voorzien en de woningbouwproductie te versnellen Uitgangspunt hierbij is 'Sterke kernen, goede voorzieningen” waarbij er ruimte wordt geboden voor kleinschalige woningbouw in het landelijk gebied, aan de randen van de kern. Ook is dit in de Woondeal Noord-Holland Noord opgenomen. 3.4.3

Regionaal Actieprogramma Wonen 2017-2020Kop van Noord-Holland

In 2017 is het Regionaal Actieprogramma (RAP) Wonen 2017-2020 van de regio Kop van Noord-Holland vastgesteld. Hierin worden regionale afspraken gemaakt die nodig zijn om de woningmarkt toekomstbestendig te maken. Daarbij wordt rekening gehouden met demografische trends en ontwikkelingen. De regio zet vooral in op kwaliteit boven kwantiteit. Transformatiemogelijkheden en woningbouwlocaties liggen vooral binnenstedelijk. Er is daarnaast voldoende stimulans en ruimte voor nieuwe initiatieven en woonexperimenten. De bevolkingsgroei- en samenstelling in de Kop van Noord-Holland verandert. De regio anticipeert hierop door in te zetten op verduurzaming van het wonen door levensloopbestendigheid, energiebesparing en nieuwe woonconcepten te verkennen. In het Convenant regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030 wordt er voor de regio van uitgegaan dat minimaal 5.000 woningen worden toegevoegd tot 2030. Regiogemeenten hanteren een kwantitatief afwegingskader en nemen daarbij richtwaarde 3 als vertrekpunt voor de eerste planperiode tot 2024, waarbij voor de gemeente Schagen 1008 wonigen zijn opgenomen in de prognose.

Het regionale beleid met betrekking tot Wonen, welzijn en zorg richt zich met name op de aanpassing van woningen op langere termijn, het faciliteren en streven naar een bereikbaar voorzieningenniveau en over het toestaan van nieuwe woonvormen. Gemeenten moeten streven naar een gevarieerd, volwaardig en betaalbaar woningaanbod voor de toenemende groep senioren en zorgvragers, zodat deze doelgroepen zo goed mogelijk bediend worden. Het beleid richt zich niet zo zeer op de specifieke behoefte van mensen met een verstandelijke beperking. Het woonbeleid van de regio richt zich vooral op woningen voor zelfstandige bewoning eventueel met aanvullende zorg voor senioren en zorgvragers. De woningen die met onderhavig plan mogelijk worden gemaakt, sluiten hierbij aan. 3.4.4 Convenant regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland - Kwalitatief woningbouw programma van de Kop (kwk) Op het convenant is al uitgebreid ingegaan in paragraaf 3.2.3. In het Convenant zijn de ambities van de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen, Texel opgenomen. Er is sprake van één kwantitatief en kwalitatief regionaal vraaggestuurd woningbouw-programma tot 2030.

Met het convenant beogen de vier Kopgemeenten en de provincie Noord-Holland een actieve regionale samenwerking woningbouw te continueren ten behoeve van een optimale ruimtelijke ontwikkeling van de woningvoorraad/-markt van de regio Kop van Noord-Holland. Hiervoor hebben de partijen afspraken gemaakt over de woningbouwplannen in programma(‘s) die aansluiten bij de vraag naar nieuwbouwwoningen en woningtypen in de regio Kop van Noord-Holland.

18

3.4.5

Conclusie

Onderhavig plan past in het regionale beleid en draagt bij aan een evenwichtige en een gevarieerde opbouw van de woningvoorraad in de regio.

3.5

Gemeentelijk beleid

Gemeente Schagen is sinds 2013 de naam van een fusiegemeente die bestaat uit de voormalige gemeenten Schagen, Harenkarspel en Zijpe. Het onderhavig plan viel oorspronkelijk onder het grondgebied van de gemeente Harenkarspel. 3.5.1

Structuurvisie voormalig gemeente Harenkarspel (2009)

Voor het grondgebied van de voormalige gemeente Harenkarspel is op 15 december 2009 door de toenmalige gemeenteraad de Structuurvisie Harenkarspel vastgesteld. In deze structuurvisie is naast algemeen beleid ook gebiedsgericht beleid ten aanzien van de ruimtelijke structuur beschreven. Voor het thema wonen is in de structuurvisie aangegeven dat de voormalige gemeente Harenkarspel aantrekkelijk is als vestigingsplaats, op korte afstand van steden en van de kust maar toch met een landelijk karakter en een dorpse wijze van bouwen. Op deze kwaliteit kan worden voortgebouwd. Het plangebied is op de kaart behorende bij de structuurvisie aangeduid als onderdeel van een nieuw woongebied en daarmee is de locatie aangewezen als woningbouwlocatie Buiten Bestaand Stedelijk gebied.

Uitsnede kaartbeeld Structuurvisie Harenkarspel (2009), het plangebied is rood omrand Voor Sint Maarten wordt in de structuurvisie uitgegaan van een bouwlocatie aan de zuidzijde van het dorp. De locatie is met name gekozen om de waardevolle zone tegen de Westfriese dijk aan open te houden.In Sint Maarten kunnen, bij een globaal evenredige verdeling van de woningen over de kern circa 90 woningen gebouwd worden. De nieuwe ontwikkeling Rode Kool heeft hier al een bijdrage aan geleverd. Namelijk 32 woningen. De voorgenomen woningbouw is passend binnen de Structuurvisie Harenkarspel.

19

3.5.2

Omgevingsvisie gemeente Schagen

In de Omgevingsvisie gemeente Schagen is een visie op hoofdlijnen uitgewerkt die gericht is op de toekomst, waarbij vooruit gekeken wordt richting 2040. De visie bestaat uit acht speerpunten, een visiekaart en een waardenkaart. Bij de ontwikkeling van een plan wordt gekeken of het voldoet aan de genoemde speerpunten. Voor de ontwikkeling van het plan is van belang dat de gemeente wil aansluiten bij de groeiende behoefte aan woningen die passen bij de vraag en bijdragen aan sterke kernen. Door de bestemmingswijziging van Agrarisch naar Wonen wordt het voor de huidige en toekomstige particuliere eigenaren mogelijk om op het perceel te wonen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de voorzieningen in de kern Sint Maarten en dit zorgt voor een goed woon- en leefklimaat, maar zorgt ook voor sterke kernen. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de Omgevingsvisie gemeente Schagen.

3.5.3

Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit

De gemeenteraad van Schagen heeft op 2 april 2019 de gewijzigde Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit vastgesteld. Met deze Reisgids hanteert de gemeente het welstandsbeleid. De doelen van de Reisgids zijn het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit, de spelregels voor welstand duidelijk maken en een objectieve, efficiënte en transparante beoordeling van bouwplannen mogelijk maken. Als leidraad voor de beoordeling van ruimtelijke kwaliteit van plannen zijn beleidsregels opgesteld. Deze regels zijn abstract van karakter en geven ruimte voor verschillende ontwerp-oplossingen. Uitgangspunt voor het welstandbeleid is dat er minder regels zijn en meer vrijheid en eigen verantwoordelijkheid voor initiatiefnemers. Ontwikkelingen worden beoordeeld op algemene en gebiedsgerichte welstandscriteria, waarbij zaken als de relatie tussen gebouw en omgeving, schaal, sociaal culturele context, vorm en functie in evenwicht moeten zijn. Voor plannen met een groter maatschappelijk belang zoals inbreidingsopgaven en grotere bestemmingsplannen moeten criteria opgesteld worden via een concreet stedenbouwkundig plan. De ontwikkelaar is in deze plannen niet direct de exploitant of exclusieve gebruiker. Voor deze ontwikkelingen geldt dat een beeldkwaliteitsplan moet worden opgesteld.

Het beeldkwaliteitsplan omvat een beschrijving van de gebiedskwaliteiten, ontwikkelgeschiedenis, ordeningsprincipes en bebouwingskarakteristieken en van de omgeving. De criteria uit de Reisgids zijn hiervoor leidend en de criteria in het op te stellen beeldkwaliteitsplan zijn een aanvulling hierop. Het plangebied valt binnen de soepele welstandsregels en binnen de indeling buitengebied. Voor het SinmareVeld is een beeldkwaliteitsparagraaf opgenomen in het stedenbouwkundig plan (Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitsplan Sint Maarten, Vollmer+partners, 21 november 2023). Dit is bij de toelichting toegevoegd als Bijlage 1. Voor het onderhavig plan zal bij de verdere uitwerking van de bebouwing rekening worden gehouden met het stedenbouwkundig plan, beelkwaliteitsplan en de eisen vanuit welstand. Daarmee kan geconcludeerd worden dat het bouwplan goed past in de landschappelijke omgeving en de stedenbouwkundige structuur van Sint Maarten.

20

3.5.4

Bomenverordening Schagen 2018

Het bomenbeleidsplan geeft richting aan hoe de gemeente met bomen binnen de gemeente Schagen omgaat en wat de gemeente belangrijk vindt. Met dit plan zorgt de gemeente dat de kwaliteit van het bomenbestand hoog blijft. Ook voorkomt de gemeente toekomstige knelpunten en overlast door bomen. In het bomenbeleidsplan staan de visie en ambities van de gemeente die als basis dienen voor het boombeheerplan. Duidelijk beleid voor bomen zorgt ervoor dat er gericht en goed beheer uitgevoerd kan worden. De gemeente houdt het bomenonderhoud hiermee onder controle, voorkomt hoge kosten en zorgt dat waardevolle bomen niet zomaar verdwijnen. De monumentale en waardevolle bomen en houtopstanden in de gemeente worden beschermd door de Bomenverordening en de bijbehorende Groene Kaart. Het gaat hierbij zowel om gemeentelijke als particuliere bomen.

Uitsnede Groene Kaart met plangebied rood omrand

De bomen aan de noordzijde van het plangbied vallen binnen de gemeentelijke waardevolle en gemeentelijke overige bomen. Bij het opstellen van het plan worden bestaande bomen zoveel mogelijk intact gelaten. Als het nodig is voor de ontwikkeling bomen te kappen zal hiervoor een omgevingsvergunning worden aangevraagd.

21

3.5.5

Conclusie

Op basis van bovenstaande samenvattingen van de van belang zijnde beleidsnota's kan geconcludeerd worden dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid.

22

Hoofdstuk 4 Planbeschrijving

4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt het plan uiteengezet en beschreven aan de hand van een aantal aspecten. De stedenbouwkundige opzet geeft de inpassing in de omgeving weer. De plannen zullen na vaststelling van het bestemmingsplan verder uitgewerkt worden. De bebouwing en de inrichting van de openbare ruimte zullen in overeenstemming zijn met de regels en de verbeelding (het juridisch bindende deel) van het onderhavige bestemmingsplan. De ontsluiting en het parkeren worden behandeld en tot slot worden de duurzaamheidsaspecten van het plan beschreven.

4.2

Stedenbouwkundige opzet

Het stedenbouwkundig plan voor het nieuwe woongebied SinmareVeld is opgebouwd rond een sterke landschappelijke drager. Deze bestaat uit een solide waterstructuur en groene lopers die een rijke omgeving bieden met veel ruimte voor natuurlijk groen, bomen, speelplekken en speelaanleidingen, natuurlijke oevers, etc.. De buurt voegt zich in de hoekige structuur van de polder en kenmerkt zich door enkele ruime doorzichten naar de polder. Dit biedt kwaliteit aan de woonbuurt zelf en aan de directe woonomgeving. De woonbuurt grenst aan de Groenedijk met zijn lintstructuur. Daar wordt op aangesloten met een kleinschalige structuur van twee vrijstaande woningen. De bestaande sloot wordt daarbij verbreedt zodat de nieuwbouw wat meer afstand houdt tot de weg. Het water is verbonden met de rest van de woonbuurt, wat de waterkwaliteit en –kwantiteit ten goede komt. De woonbuurt is opgebouwd uit twee woonclusters. De oostelijke ligt tegen de oude lintstructuur van de Groenedijk aan en heeft daarom een relatief lage dichtheid. Woningen hier hebben een royale tuin aan een watergang en de middenweg heeft een ruime maat met groene bermen. Zowel over het water als via de groene woonstraat zijn doorzichten gemaakt naar de polder. Op de rand van de polder wordt een natuurbosje gerealiseerd. Dat helpt de natuurwaarde te vergroten en draagt ook bij aan de verzachting van het aanzicht.

Niet de bebouwing maar het groen is hier dominant. Het westelijke cluster sluit de nieuwbouwuitbreiding 'De Rode Kool' af. Achterkanten worden aan achterkanten gesitueerd en het geschakeerde patroon langs de Omloop wordt doorgezet. In het hart wordt ruimte geboden voor gestapelde bouw en rug aan rug woningen te midden van een groen veld. Er wordt daarbij ruimte gehouden voor een speelveld dat niet alleen de nieuwe woonbuurt, maar ook de omgeving ten goede komt.

23

Overzichtskaart stedenbouwkundig plan SinmareVeld

4.3

Verkeer en parkeren

4.3.1

Verkeer

Het verkeer kent een heldere ontsluiting. Het gebied heeft twee entrees. Eén door de wijk 'De Rode Kool' en als tweede een nieuwe aansluiting op de Groenedijk. De aansluiting op de Groenedijk zal de verkeersbewegingen grotendeels opvangen. Er worden verder alleen doorsteken gemaakt naar de Omloop voor voetgangers en fietsers, welke ook ten goede komen aan de ontsluiting voor calamiteitenverkeer. Voor de afvalinzameling is een rondlopende route gerealiseerd vanaf de Groenedijk naar de Omloop. Ten oosten van de locatie wordt een aansluiting gerealiseerd van het trekkerpad op de Groenedijk.

4.3.2

Parkeren

Het plan voorziet in de benodigde parkeerplaatsen voor de woningen inclusief bezoekersparkeren. Daarbij is de Nota Parkeernormen Schagen 2016 als basis genomen. Bij de duurdere woningen wordt zoveel mogelijk op eigen terrein geparkeerd door middel van een garage met dubbele oprit. Daarnaast zijn parkeerplaatsen gerealiseerd in het openbaar gebied. Parkeerplaatsen in het openbare gebied zullen worden uitgevoerd in een halfverharding die bodeminfiltratie van hemelwater vergemakkelijkt. Voor de woningen geldt de volgende tabel, hiervoor geld dat de reductie van parkeerplekken op eigen erf is opgenomen in het totaal te realiseren parkeerplekken:

24

Vrijstaand 2-1 kap Senioren Rij Rug aan rug Appartementen

aantal 12 16 5 4 12 13

P. norm 2,3 2,2 2 2 1,4 1,4

P. eigen terrein totaal 1,8 6 1,8 6,4 10 8 16,8 18,2

62 woningen

65,4 openbare parkeerplaatsen

Omdat de gemeentelijke nota geen specifieke norm hanteert voor woningen van het type "Rug aan rug", is in de bovenstaande berekening uitgegaan van dezelfde parkeernorm als appartementen. Op basis van de parkeerberekening berekening dienen 66 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd in het openbaar terrein. Het stedenbouwkundig plan voorziet daarin.

4.4

Duurzaamheid

Duurzaamheid van een gebied of in relatie tot een ruimtelijke ontwikkeling kan tot uitdrukking komen in de thema's: kwaliteit van de leefomgeving, water, energie, mobiliteit, natuur/ecologie en milieu. Onder deze laatste kan onder meer het volgende worden verstaan: gezondheid, externe veiligheid, materiaalkeuze en hergebruik van materialen, duurzaam slopen, geluid, lucht en beheer/onderhoud van een gebied of gebouw. Er bestaat geen wettelijke verplichting om het thema duurzaamheid in bestemmingsplannen vast te leggen. Wel vormt het een belangrijk onderwerp in het sociaal-maatschappelijke debat en daarmee een belangrijk aandachtspunt in het overheids-beleid. Gemeenten streven in dat kader naar een duurzame (gebouwde) omgeving. Bestemmingsplannen kunnen echter beperkt worden gehanteerd om duurzame energieaspecten te regelen. Voor eventuele ambitieuze duurzame energiedoelstellingen dienen dan ook extra instrumenten, zoals privaatrechtelijke overeenkomsten, ingezet te worden.

De Regionale Omgevingsdienst Noord-Holland Noord heeft samen met de gemeenten in deze regio een brochure ontwikkeld over duurzaam bouwen en wonen. Sinds 2020 mogen alleen nog energie-neutrale of energieopwekkende woningen worden gebouwd. Middels deze brochure wordt inspiratie geboden hoe hiermee om kan worden gegaan. Voor vragen op het gebied van duurzaam (ver)bouwen, energiebesparing of energie opwekken kunnen inwoners en ondernemers van Noord-Holland Noord tegenwoordig bij het Duurzaam Bouwloket terecht. De gemeente Schagen participeert hier in.

De gemeente Schagen geeft uitvoering aan de Energieagenda 2017. Schagen ondersteunt, faciliteert en initieert projecten, zodat het energieverbruik vermindert en er meer duurzame energie wordt opgewekt. Een van de speerpunten is meer energie neutrale nieuwbouw. Schagen wil de energietransitie ondersteunen en versnellen om uiteindelijk in 2040 energie-neutraal te zijn. Daarom is besloten om alle nieuwbouw aardgasvrij te realiseren. De gemeente begeleid particuliere bouwers in een vroeg stadium van de planontwikkeling, waardoor hogere ambities worden gehaald.

SinmareVeld wordt een duurzame woonwijk. Dit blijkt onder andere uit:

25

Een bijna energieneutrale (BENG) wijk; Aardgasvrij bouwen; Bezonning van de woningen; Het benutten van de daken van woningen en/of bergingen voor zonnepanelen en groen; Toekomstgericht bouwen met voldoende flexibiliteit en goed doordacht woningaanbod; Klimaatadaptieve maatregelen; De ruime dooradering van de wijk met water en groen; Het gebruik van streekeigen beplanting en oevermilieus met hoge natuurwaarde; De toepassing van hagen, bloemenweides en bloeiende beplanting in de woonomgeving; Een goed stelsel van voetpaden door de wijk; Natuurlijk spelen en speelaanleidingen; Afkoppeling van het hemelwater en aansluiten op open water t.p.v. woningen aan het water; Natuurinclusief bouwen, waarbij rekening wordt gehouden met leef- en nestmogelijkheden nabij de woningen en in het openbaar gebied. Bijvoorbeeld door toepassing van vogelkasten (vogelvides, nestkasten); Gebruik van duurzame materialen; Plaatsing openbare verlichting met LED lampen;

Binnen de regels voor de bestemmingen van dit bestemmingsplan is er voldoende ruimte opgenomen voor het aanbrengen van zonnepanelen, zonnecollectoren, e.d. Ook is in de bestemmingsomschrijving kleinschalige duurzame energiewinning opgenomen. Door de opzet van het plan met veel ruimte voor groen en water is er voldoende mogelijkheid tot waterbuffering wat de waterrobuustheid en klimaatbestendigheid voor de toekomst groter maakt. Klimaatadaptatie De gemeenten in de Noord-Holland, waaronder de gemeente Schagen, hebben zich geschaard achter de 'Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw Metropoolregio Amsterdam (MRA) en Noord-Holland'. Dat betekent dat klimaatbestendigheid - voorbereid zijn op onder andere hitte en wateroverlast - een standaard criterium wordt voor alle nieuwbouwplannen in de gemeente. Voor klimaatadaptie zijn verschillende aspecten van belang. Deze zijn richtinggevend voor de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan en voor het opstellen van het inrichtingsplan van de openbare ruimte. Hitte Uitgangspunt is 1,5 boom per woning, wat overeenkomt met 0,6 boom per inwoner. De openbare ruimte zal ruim voorzien zijn van bomen ten behoeve van de schaduwwerking en verkoeling. Schaduw Er is tenminste 30% schaduw voor belangrijke langzaamverkeersroutes en verblijfsplekken in het plangebied tijdens de hoogste zonnestand in de zomer.

Koele plekken Koele plekken (minimaal 200 m2) zijn op loopafstand (300 meter) aanwezig. Water De neerslag van een hevige bui (1/100 jaar, 70 mm in een uur) op privaatterrein wordt in het plangebied opgevangen en vertraagd afgevoerd. De berging wordt de eerste 24 uur daarna niet geleegd en is in maximaal 60 uur weer beschikbaar. Voor de technische uitwerking hiervan is onderzoek vereist in de

26

uitwerkingsfase, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke grondslag.

27

28

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid Voor het bestemmingsplan is een aantal milieuaspecten, van belang voor het plangebied, nader bekeken. In dit hoofdstuk worden de resultaten van de onderzoeken hiernaar beschreven. Aandacht is besteed aan geluidhinder, bedrijven en milieuzonering, bodem, externe veiligheid, vormvrije m.e.r-beoordeling en luchtkwaliteit. Daarnaast is aandacht besteed aan de aspecten ecologie, archeologie en is een waterparagraaf opgenomen.

5.1

Waterhuishouding

5.1.1

Wet- en regelgeving

Water en ruimtelijke ordening zijn in toenemende mate met elkaar verweven. Dit betekent dat effecten van nieuwe ontwikkelingen op de waterhuishouding inzichtelijk moeten worden gemaakt. In het bestemmingsplan moet daarom een waterparagraaf worden opgenomen. Voor nieuwe ruimtelijke plannen geldt bovendien de 'watertoets' die verplicht tot overleg met de waterbeheerder over voorgenomen ontwikkelingen, voordat een bestemmingsplan in procedure wordt gebracht. In de startovereenkomst Waterbeleid voor de 21e eeuw en in het Nationaal Bestuursakkoord Water hebben de gezamenlijke overheden bepaald dat water een sturend principe moet zijn in de ruimtelijke ordening. Hierbij wordt het waterneutraal principe gehanteerd. Concreet houdt dit in dat bij ruimtelijke ontwikkelingen, waarbij het verhard oppervlak toeneemt en/of waarbij het waterbergend vermogen afneemt, er maatregelen worden getroffen om de negatieve effecten op te kunnen heffen. Uitgangspunt is dat dit plaatsvindt in het plangebied. Om veiligheid te creëren en schade door wateroverlast en droogte te voorkomen is gekozen voor een drietrapsstrategie bij de keuze van maatregelen. Deze drietrapsstrategie krijgt een verplichtend karakter voor alle overheden: 1. Overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms vasthouden in de bodem en het oppervlaktewater; 2.

Zo nodig water tijdelijk bergen in retentiegebieden langs de waterlopen waarvoor ruimte moet worden gecreëerd; 3. Pas als 1 en 2 te weinig opleveren, water afvoeren naar elders of, als dat niet kan, het water bij extreme omstandigheden gecontroleerd opvangen in daarvoor aangewezen gebieden. Daarnaast is er het Deltaprogramma 2015: Nederland veilig en leefbaar in de 21e eeuw, een nationaal programma met beslissingen en strategieën die Nederland de komende decennia moeten beschermen tegen hoogwater en moeten zorgen voor voldoende zoetwater. Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten gaan aan de slag om Nederland robuuster in te richten en de extremen van het klimaat veerkrachtig op te vangen. Voor nieuwbouw is hierbij van belang het punt ruimtelijke inrichting: alle overheden gaan gezamenlijk en systematisch aan het werk om de bebouwde omgeving bij (her)ontwikkeling beter bestand te maken tegen hitte, droogte, wateroverlast en eventuele overstromingen. Dit betekent steden en dorpen waterbestendig inrichten en het water waar nodig de ruimte geven. Dat kan bijvoorbeeld door het opvangen van water op waterpleinen, drijvende woningen, meer groen of verplaatsing van vitale infrastructuur. In 2050 moet heel Nederland meer klimaatbestendig zijn ingericht.

Keur Elk waterschap stelt een keur vast waarin de gebods- en verbodsbepalingen zijn opgenomen die het waterschap nodig oordeelt ter uitvoering van zijn taak: de waterstaatkundige verzorging van het beheersgebied. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier zorgt voor voldoende en schoon water in de sloten en meren van Noord-Holland ten noorden van het Noordzeekanaal. Om dat doel te bereiken

29

stelt het hoogheemraadschap eisen aan het onderhoud van de wateren. Het is van belang dat de wateren blijven bestaan, de juiste afmetingen hebben en worden onderhouden. De legger is onlosmakelijk verbonden met de Keur Hoogheemraadschap Holland Noorderkwartier en algemene regels bij de keur. In de keur staat wat er wel en niet mag en wat moet. In de legger staat waar de keur van toepassing is en is gedetailleerd vastgelegd wie wat in hoeverre moet onderhouden. Primair zijn de wateren die van belang zijn voor de aan- en afvoer van water en waterberging op regionaal en polderniveau. Het zijn wateren met een belangrijke publieke functie. Secundair is een stelsel van wateren die van belang zijn voor de aan- en afvoer van water en waterberging op perceelniveau met diverse belanghebbenden. Wateren dus met een beperkte publieke functie. In de Legger Wateren is beschreven wie onderhoudsplichtig is. De primaire wateren worden over het algemeen onderhouden door het hoogheemraadschap zelf; dit betreft dan het buitengewoon onderhoud, het onderhoud nat en het baggeren. De secundaire en tertiaire wateren worden onderhouden door de aanliggende eigenaren. Met de inwerkingtreding van de Waterwet is de Watervergunning van kracht geworden.

Watervergunning (en/of Keurontheffing) van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier als waterbeheerder is nodig voor werkzaamheden in, onder, langs, op, bij of aan open water, waterkeringen en wegen in het beheer van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, het aanleggen van meer dan 800 m² aan verharding, het onttrekken van grondwater en het lozen op het oppervlaktewater.

5.1.2

Situatie plangebied

Het plangebied is gelegen in peilgebied 3752-01 in de polder Geestmerambacht met een dynamisch peil wordt gehanteerd van NAP -1,75 meter. Het gebied watert af via een aantal secundaire- en primaire waterlopen naar gemaal Geesterambacht Wagenweg, alwaar het wordt uitgeslagen op de Schermboezem. Verantwoordelijk voor het waterbeheer in het plangebied is Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Het plan is in het kader van de watertoets voorgelegd aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen.

Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die op de website van het waterschap zijn te vinden (https://www.hhnk.nl/portaal/keur_41208/).

Waterkeringen In het plangebied zijn geen waterkeringen gelegen, aangewezen op grond van de Legger.

30

Waterkwantiteit Het bestaande waterbergende vermogen in het plangebied wordt vergroot. Demping van water is niet aan de orde.

Watertoets Het plan is voorgelegd aan de HHNK met verzoek om een een (digitaal) wateradvies. Het wateradvies is hieronder weergegeven.

Waterkwantiteit Het plan heeft een substantiële toename van verharding en bebouwing tot gevolg. Door deze toename aan verharding zal de neerslag versneld worden afgevoerd van het terrein. Zonder compenserende maatregelen kan dit leiden tot ongewenste peilstijgingen en zal de waterhuishoudkundige situatie hierdoor verslechteren.

Het plangebied is momenteel onverhard. De exacte toename aan verharding betreft de openbare ruimte waar sprake is van versnelde afvoer van hemelwater (wordt het gebied bijvoorbeeld kolkloos aangelegd dat zal er beperkte afvoer van hemelwater richting het watersysteem zijn); de bebouwing en 50% van de kavels exclusief bebouwing. Aangegeven is dat er sprake is van 15.000 m2 aan toename van verharding. Tevens wordt er 3800 m2 aan water aan het plan toegevoegd.

Om de effecten van de verhardingstoename te compenseren dient het wateroppervlak in het peilgebied uitgebreid te worden met 11% van de verhardingstoename. Hierbij is uitgegaan van een peilstijging van 0,33 meter die statistisch eens in de 25 jaar kan voorkomen, een bemalingscapaciteit van 14,4 mm/dag, een gemiddelde drooglegging van 1,15 meter en grondsoort klei. Gezien de toevoeging van water aan het plangebied wordt ruimschoots voldaan aan de minimale hoeveelheid waterberging.

Als voorkomen kan worden dat de neerslag versneld in het oppervlaktewater terecht komt door bijvoorbeeld het toepassen van een opslagvoorziening onder de openbare weg of iets als een wadi, dan kan dit ook ingezet worden voor watercompensatie. Hierbij moet voldaan worden aan de voorwaarden zoals gesteld in de Beleidsregels watervergunningen 2017 van het HHNK.

Motivatie De toename van de verharding bestaat uit: Bebouwing

3.640,2 m2

50% uitgeefbaar kavel

6.179,2 m2

Verharding

5.021,3 m2 14.840,7 m2

Uitgaande van de compensatie van 11% dient een wateroppervlak van ten minste 1.632,5 m2 te zijn.

31

Het huidig plan voorziet hier ruim in met de realisatie van 3.898 m2 extra oppervlaktewater.

Onderhoud oppervlaktewater Op dit moment is er nog geen oppervlaktewater in het plangebied aanwezig. Rondom en door de wijk wordt een nieuwe waterloop gerealiseerd welke zuidelijk langs het woningbouwproject Rode Kool aan zal sluiten aan de hoofdwaterloop van het hoogheemraadschap.

Conform de overeenstemming tussen het hoogheemraadschap en gemeente Schagen zal bij afronding van het watersysteem en akkoord bevinden door ons, het beheer en onderhoud van het stedelijk water worden overgenomen door het hoogheemraadschap.

Van belang is dat het onderhoud in dit plan conform onze voorwaarden uitgevoerd kan worden. Een van de voorkeuren is om het water varend te kunnen onderhouden. Mocht het niet varend kunnen dan zal er een onderhoudsstrook op de oever ingericht moeten worden van voldoende afmeting voor rijdend materieel.

Afmetingen onderhoud vaartracé De minimale afmeting van het water om varend te kunnen onderhouden is tenminste 6 meter breedte op de waterlijn; 1 meter waterdiepte en een talud van 1:1,5m. Kunstwerken die in/over het water liggen zullen doorvaarbaar moeten zijn met een minimale afmeting van 2,5m vaarbreedte; 1m vaardiepte en 1,1m doorvaarthoogte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14868117/1