Bestemmingsplan (regels, toelichting, verbeelding
Tekst van het document
52
Deze zijn in het plangebied niet aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
53
54
Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving
6.1
Algemeen
Het bestemmingsplan ‘Midgard’ heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het bestemmingsplan is gericht op het uitbreiden van het aantal wooneenheden op het terrein. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is aansluiting gezocht op het vigerende bestemmingsplan ter plaatse ‘Tuitjenhorn’ en bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en planregels. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot zeer globaal. Voor iedere bestemming is een toegesneden bebouwingsregeling opgenomen. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.
6.2
Opzet van de regels
Overeenkomstig de SVBP2012 zijn de regels van voorliggend bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hierna wordt de inhoud van de regels per hoofdstuk kort toegelicht.
Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten.
Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals die zijn aangegeven op de verbeelding. Per bestemming worden in de bestemmingsomschrijving de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is per bestemming bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan en wordt de voorgeschreven maatvoering (met name de maximale goot- en/of bouwhoogte) aangegeven. Verder wordt aangegeven in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan. In dit bestemmingsplan zijn twee bestemmingen opgenomen, de bestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening' en 'Wonen - Zorg'. Het in het plangebied aanwezige gasdrukmeet- en regelstation heeft de bestemming 'Bedrijf Nutsvoorziening' en een veiligheidscontour (zoals genoemd in het Activiteitenbesluit) gekregen. Zo wordt de functie en de veiligheidsafstanden ten opzichte van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten nu en in de toekomst geborgd. 'Wonen - Zorg' is toegekend aan de gronden waar de bebouwing ten behoeve van verzorging en verpleging zich bevindt. Er is één bouwvlak aangegeven waarin een maximaal bebouwingspercentage is benoemd. Daarbij geldt binnen het bouwvlak de maximale goot- en bouwhoogte, zoals deze op de verbeelding is ingetekend. Binnen de regels van de bestemming zijn diverse bouwregels opgenomen 55
voor het bouwen van gebouwen en overkappingen. Ook voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn bouwregels opgenomen. Als voorwaarde voor het verlenen van een omgevingsvergunning om te bouwen is opgenomen dat het nader onderzoek naar de beschermde soorten zoals genoemd in de ecologische quickscan uitgevoerd moet zijn en dat alle eventueel benodigde compenserende maatregelen zijn genomen. De bestaande wijzigingsbevoegdheid uit het vigerende bestemmingsplan Tuitjenhorn aan de noordzijde van het terrein voor het Jonashuis om de bestemming 'Wonen - Zorg' te wijzigen in 'Wonen - 2' en/of 'Wonen - 3' volgens de regels van het bestemmingsplan Tuitjenhorn wordt in dit bestemmingsplan overgenomen.
Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: De anti-dubbeltelbepaling; Algemene bouwregels; Algemene gebruiksregels; Algemene aanduidingsregels; Algemene afwijkingsregels; Algemene wijzigingsregels.
Dit zijn de algemene regels met betrekking tot bestaande maten, ondergeschikte afwijkingen, kelders, strijdig gebruik e.d. Van belang is de aanduiding 'Veiligheidszone - Activiteitenbesluit', waarmee de veiligheidsafstand tussen (beperkt) kwetsbare objecten en het gasdrukmeet- en regelstation geborgd wordt.
Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.
56
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro is het voorontwerp van het bestemmingsplan 'Midgard' naar verschillende overleginstanties worden gezonden. Dit heeft geleid tot twee reacties, van Liander en de Dorpsraad Tuitjenhorn. De gemeente Schagen heeft ter beantwoording een reactienota geschreven, deze is als bijlage 9 bij deze toelichting opgenomen. Het vooroverleg heeft er toe geleidt dat het bestemmingsplan is aangepast. Het gasdrukmeet- en regelstation in het plangebied heeft de bestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening' gekregen en rondom wordt de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - Activiteitenbesluit’ opgenomen. Zo wordt duidelijk in welk gebied de veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen (beperkt) kwetsbare objecten en het gasdrukmeet- en regelstation.
7.2
Ter inzage legging
Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient de kennisgeving, als bedoeld in artikel 3:12 van de Awb, ook in de Staatscourant te worden geplaatst en via elektronische weg te geschieden. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, aan het waterschap en aan belanghebbende gemeenten. Tijdens de zienswijzeperiode zijn er geen zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan is dan ook niet aangepast op grond van de ter inzage legging.
57
58
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerp voor een bestemmingsplan moet op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Ook geldt volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dat als sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken (bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut) deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer of ontwikkelaar. Een en ander moet worden gelegd in een exploitatieplan. Een exploitatieplan is alleen nodig voor ontwikkelingen, die met het plan mogelijk worden gemaakt en waarvoor, voor de vaststelling van het bestemmingsplan, geen privaatrechtelijke overeenkomsten zijn gesloten. Het betreft hier een particulier initiatief. De met deze ontwikkeling samenhangende kosten komen ten laste van de initiatiefnemer. Met de initiatiefnemer zal een anterieure overeenkomst worden gesloten. Hierin wordt opgenomen dat eventuele planschade op de initiatiefnemer zal worden verhaald. Gezien de aard en omvang mag worden verwacht dat de ontwikkeling economisch uitvoerbaar is. Gezien het voorgaande kan worden geconcludeerd dat aan de wettelijke vereisten voor de economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is voldaan.
59
Bijlagen bij de toelichting (separaat)
Bijlage 1
Marktonderzoek Raphaëlstichting Noord-Holland, People and Bricks, september 2020
Bijlage 2
Ruimtelijke visie locatie Midgard, Vollmer & Partners, 10 december 2020
Bijlage 3
Watertoets, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, 22 oktober 2020
Bijlage 4
Quickscan flora en fauna Midgard Tuitjenhorn, Aveco de Bondt, 18 februari 2019
Bijlage 5
Berekening stikstofdepositie Midgard, Tritium Advies, 26 november 2020
Bijlage 6
Historisch bodemonderzoek, Aveco de Bondt, 3 april 2019
Bijlage 7
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase), BAAC, maart 2019
Bijlage 8
Akoestisch onderzoek Midgard-terrein te Tuitjenhorn, Aveco de Bondt, 7 maart 2019
Bijlage 9
Reactienota vooroverleg, gemeente Schagen, maart 2021
Gemeente Schagen Regels, deel uitmakende van het Bestemmingsplan Midgard Vastgesteld
Plannummer: NL.IMRO.0441.BPTJHNMIDGARD-ON01 Vastgesteld door de gemeenteraad op ..-..-…. Plan onherroepelijk per ..-..-….
Inhoudsopgave REGELS
REGELS
3
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
3 3 9
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Bedrijf - Nutsvoorziening Wonen - Zorg
11 11 12
Hoofdstuk3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
15 15 16 17 18 19 20
Hoofdstuk4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
21 21 22
Bjilagen bij regels Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
2
REGELS Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 1.1
Begrippen
het plan
het bestemmingsplan 'Midgard' van de gemeente Schagen; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0441.BPTJHNMIDGARD-ON01 met de bijbehorende regels; 1.3
de verbeelding
de verbeelding bestaande uit het blad, met het nummer NL.IMRO.0441.BPTJHNMIDGARD-ON01, van het bestemmingsplan 'Midgard' met bijbehorende verklaring waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangegeven; 1.4
aanbouw
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het al dan niet in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.5
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7
aanduidingsvlak
een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens; 1.8
ASVV
handboek uitgegeven door de CROW met aanbevelingen voor inrichting van wegen en verkeerskundige voorzieningen; 1.9
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.10
bebouwingspercentage
een in het plan aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.11
beeldkwaliteitsplan
het beeldkwaliteitsplan zoals dat is opgenomen in bijlage 1 bij de regels behorende bij dit bestemmingsplan;
3
1.12
bestaand gebruik en/ of bebouwing
het legale gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, krachtens een bouwvergunning en/of vrijstelling/ontheffing (vóór 1 oktober 2010) / omgevingsvergunning (ná 1 oktober 2010); 1.13 bestaand a. ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet aanwezige bouwwerken, en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: 1. bestaand ten tijde van de eerste terinzagelegging van dit plan; b. ten aanzien van het overige gebruik: 1. bestaand ten tijde van het van kracht worden van dit plan; 1.14
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.15
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16
bijgebouw
een op zichzelf staand gebouw dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw; 1.17
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw. of ander bouwwerk, met een dak; 1.18
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.19
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.20
bouwlaag
het geheel van op gelijke vloerhoogte gelegen ruimte in een gebouw, een zolderverdieping of vliering wordt hieronder niet begrepen; 1.21
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.22
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel; 1.23
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
4
1.24
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, of een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.25
civieltechnisch kunstwerk
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening; 1.26
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.27
eerste bouwlaag
de bouwlaag op de begane grond; 1.28
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.29
gebruiksmogelijkheden
de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken; 1.30
geluidsbelasting
de geluidsbelasting vanwege een weg, een industrieterrein en/of een spoorweg; 1.31
geluidsgevoelig object
gebouw dat dient ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.32
geluidzoneringsplichtige inrichting
een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidzone moet worden vastgesteld; 1.33
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.34
hogere grenswaarde
een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen; 1.35
kap
een dakafdekking onder een hoek van meer dan 5° met het horizontale vlak; 1.36
landschappelijke inpassing
visuele afscherming van het terrein met bomen en/of andere opgaande beplanting;
5
1.37
maatschappelijke voorzieningen
educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.38
meetverschil
een door de feitelijke terreininrichting aanwezig verschil tussen het beloop van lijnen in het veld en een aangegeven bestemmings- of bouwgrens; 1.39
natuurtoets
een toets waarbij is onderzocht of op voorhand redelijkerwijs te verwachten is dat het bevoegd gezag op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een Verklaring van geen bedenkingen en/of ontheffing of vrijstelling van de Wet Natuurbescherming, indien vereist, zal verlenen; 1.40
omgevingsvergunning
vergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van Wet algemene bepalingomgevingsrecht; 1.41
ondergeschikte detailhandel
niet-zelfstandige detailhandel, uitsluitend zijnde detailhandel die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is; 1.42
ondergeschikte horeca
niet-zelfstandige horeca, uitsluitend zijnde horeca die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is; 1.43
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 1.44
pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.45 peil 1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3. voor een zich op het strand bevindend gebouw: de bovenkant van de begane grondvloer van het gebouw; 4. voor een zich op het strand bevindend bouwwerk, geen gebouw zijnde: de voet van het betreffende bouwwerk; 5. indien op het water wordt gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil; 1.46
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
6
1.47
restauratieve voorzieningen
voorzieningen ten dienste van een bedrijf of instelling, gericht op het verstrekken van (eenvoudige) spijzen en dranken aan reguliere gebruikers van dat bedrijf of die instelling, zoals een kantine of mensa; 1.48
risicovolle inrichting
een inrichting, bij welke het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.49
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een seksinrichting, alsmede een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.50
straat- en bebouwingsbeeld
de waarde van een gebied in stedenbouwkundige zin, die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede hoogte- en breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; 1.51
uitbouw
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.52
verkeersveiligheid
de waarde van een gebied voor de veiligheid van het verkeer, die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers; 1.53
weg
alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende parkeergelegenheden; 1.54
wonen
het bewonen van een woning; 1.55
woning
een complex van ruimten in één gebouw, krachtens zijn indeling en inhoud geschikt en uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden; 1.56
woongebouw
een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;
7
1.57
woonhuis
een gebouw dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.58
woonsituatie
de waarde van een gebied voor de woonfunctie die wordt bepaald door de situering van om die woonfunctie liggende functies en bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op de daglichttoetreding, het uitzicht, de mate van privacy en het voorkómen of beperken van hinder; 1.59
zelfstandige woonruimte/woning
een zelfstandige woning is een woning met een eigen toegangsdeur die de bewoner van binnen en buiten op slot kan doen. In de woning moet een in ieder geval aanwezig zijn: eigen woon/slaapkamer, een eigen keuken met aanrecht, aan- en afvoer voor water, een aansluitpunt voor een kooktoestel en een toilet met waterspoeling; 1.60
zorgvoorziening
voorzieningen ten behoeve van het geven van zorg, niet zijnde mantelzorg.
8
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens
tussen de (zijdelingse) grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.2
bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4
goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5
inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6
oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
9
10
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 3.1
Bedrijf - Nutsvoorziening
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. terreinen en gebouwen, waaronder overkappingen, ten behoeve van de energievoorziening, en naar de aard daarmee gelijk te stellen openbare nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende: b. c. d. e.
erven en terreinen; groenvoorzieningen; infrastructurele voorzieningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. een gebouw of overkapping zal binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte van een gebouw of overkapping zal ten hoogste 4,00 m bedragen.
3.2.2
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen; b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
11
Artikel 4 4.1
Wonen - Zorg
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - Zorg' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen en overkappingen ten behoeve van woningen, al dan niet in samenhang met centrale voorzieningen, ten behoeve van verzorging en verpleging;
met de daarbijbehorende: b. c. d. e. f. g.
tuinen en erven; groenvoorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; verkeers- en verblijfsvoorzieningen; water; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen ten behoeve woningen en centrale voorzieningen gelden de volgende regels: a. een gebouw of overkapping zal binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het totale bebouwingspercentage van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum bebouwingspercentage" aangegeven is; c. de goot- en bouwhoogte van een gebouw of overkapping zullen ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding "maximale goot- en bouwhoogte (m)" aangegeven hoogte bedragen, dan wel de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer is, met dien verstande dat de goothoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ten hoogste 3,00 m mag zijn.
4.2.2
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel van het hoofdgebouw ten hoogste 1,00 m zal bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Voorwaardelijke verplichting
Een omgevingsvergunning voor kap, sloop of bebouwen van de gronden met deze bestemming is slechts toegestaan als nader onderzoek naar de beschermde soorten (vleermuizen, kleine marterachtigen, gierzwaluw, sperwer en steenuil) die in de ecologische quickscan voor die locatie zijn aangegeven is uitgevoerd en alle eventueel benodigde compenserende maatregelen zijn genomen.
12
4.4
Afwijken van de bouwregels
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van: a. het bepaalde in lid 3.2.1 sub a in die zin dat gebouwen gedeeltelijk buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits: 1. ten hoogste 35% van het bouwperceel wordt bebouwd; 2. de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger zal zijn dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde.
4.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat: a. ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 1' de bestemming 'Wonen - Zorg' wordt gewijzigd in 'Wonen - 2' en/of 'Wonen - 3' waarbij bouwvlakken met de daarbijbehorende aanduidingen wordt toegevoegd, dan wel de situering en afmeting van bouwvlakken worden gewijzigd, mits: 1. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid voor de betreffende gronden de regels van artikel 17 dan wel van artikel 18 van het bestemmingsplan Tuitjenhorn van toepassing zijn; 2. het parkeren plaats vindt op het eigen erf; 3. de verkaveling en de situering van de gebouwen zodanig is, dat een goede aansluiting ontstaat op de structuur van de omgeving; 4. er sprake is van een goede landschappelijke, ruimtelijke en stedenbouwkundige inpassing; 5. de mogelijke toename van woningen in overeenstemming is met het op het moment van wijziging geldende gemeentelijke en provinciale woningbouwbeleid; 6. de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger zal zijn dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde; 7. een positief wateradvies is gegeven door het waterschap.
13
14
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
15
Artikel 6 6.1
Algemene bouwregels
Bestaande maten
Voor een bouwwerk, dat krachtens een omgevingsvergunning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringsbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: a. bestaande maten, die meer bedragen dan in de bouwregels is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; b. bestaande maten, die minder bedragen dan in de bouwregels is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden.
6.2
Bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, alsmede erkers, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- dan wel bestemmingsgrens met niet meer dan 1,50 m wordt overschreden.
6.3
Kelders
Onder woningen en daarbij behorende aan- en uitbouwen mogen kelders worden gebouwd, met dien verstande, dat: a. de kelder loodrecht onder de woning en/of daarbij behorende aan- en uitbouwen wordt gebouwd; b. de maximale diepte van de kelder, gemeten vanaf de onderkant van de begane grond, 4 meter bedraagt.
6.4
Maximale bouwhoogte van gebouwen
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen, worden plaatselijke verhogingen zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, buiten beschouwing gelaten, mits: a. de oppervlakte per plaatselijke verhoging niet meer dan 10 m² bedraagt; b. de gezamenlijke oppervlakte van de verhogingen ten hoogste 50% van het dakvlak bedraagt; c. de verhoging leidt tot een hoogte welke ten hoogste 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt.
16
Artikel 7 7.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of laten gebruiken als staan- of ligplaats voor onderkomens; b. het gebruiken of laten gebruiken als sport- of wedstrijdterreinen, parkeerterreinen, kampeer- of caravanterreinen, woonwagen- of andere kampen, dagcampings en lig- of speelweiden, met uitzondering van - voor zover toegestaan - een kleinschalige camping; c. het aanwezig of opgeslagen hebben van één of meer aan hun gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, dan wel onderdelen daarvan en het opgeslagen hebben van ongerede en onklare machines, voer-, vaar-, of vliegtuigen; d. het gebruiken of laten gebruiken als opslagplaats, dan wel stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens indien en voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; e. de opslag van bagger en grondspecie behoudens indien en voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de wettelijke onderhoudsplicht van naastgelegen waterpartijen; f. het gebruiken of laten gebruiken als volkstuin voorzover gronden niet zijn voorzien van de aanduiding “volkstuin”; g. het gebruiken of laten gebruiken als ligplaats voor woonschepen; h. het gebruiken of laten gebruiken van gronden, bouwwerken en woonschepen ten behoeve van een seksinrichting; i.
het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van risicovolle inrichtingen; j. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van geluidzoneringsplichtige inrichtingen; k. het gebruiken of laten gebruiken van gebouwen als groepsaccommodatie; l. het gebruiken of laten gebruiken van vaste kampeermiddelen, recreatiewoningen en zomerwoningen voor permanente bewoning; m. het gebruiken of laten gebruiken van bijgebouwen als zelfstandige of afhankelijke woonruimte.
17
Artikel 8
Algemene aanduidingsregels
8.1
Veiligheidszone - Activiteitenbesluit
8.1.1
Aanduidingsomschrijving
a. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - Activiteitenbesluit' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met een gasdrukmeet- en regelstation; b. In afwijking van het bepaalde bij de daar voorkomende bestemmingen zijn op de onder a bedoelde gronden geen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan.
8.1.2
Bouwregels
In afwijking van het bepaalde bij de daar voorkomende bestemmingen mogen geen nieuwe gebouwen worden gebouwd ten behoeve van de in artikel 8.1.1 onder b genoemde functies.
8.1.3
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door de aanduiding 'Veiligheidszone Activiteitenbesluit' te verwijderen, mits voldoende is aangetoond dat het gebruik van het gasdrukmeeten regelstation waarvoor de opgenomen veiligheidszone geldt daadwerkelijk is beëindigd en daarmee ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd.
18
Artikel 9 9.1
Algemene afwijkingsregels
Ondergeschikte afwijkingen
Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels kan worden afgeweken, kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken van de desbetreffende regels van het plan voor: a. de op de verbeelding aangeduide en/of in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages (met uitzondering van de oppervlakte van gebouwen, bebouwing en bestemmingsvlakken) tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. het bepaalde in het plan en toestaan dat bestemmings- of bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. het bepaalde in het plan en toestaan dat antennemasten worden gebouwd met een hoogte van ten hoogste 15 m; d. het bepaalde in het plan en toestaan dat antennemasten ten behoeve van telecommunicatiedoeleinden worden gebouwd met een hoogte van ten hoogste 40 m; e. het aanleggen van verhardingen ten behoeve van een betere ontsluiting van agrarische gronden en ten behoeve van fiets- en wandelpaden; f. het bepaalde in het plan en toestaan dat het beloop of profiel van (vaar)wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geeft; g.
het bepaalde in het plan en toestaan dat gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen, openbaar vervoer, telecommunicatie, sanitaire voorzieningen, kunstwerken en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits: 1. de inhoud per gebouwtje niet meer dan 100 m³ bedraagt; 2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 15 m bedraagt.
De onder a tot en met g genoemde omgevingsvergunningen kunnen uitsluitend worden verleend, mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e.
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het landschaps- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de archeologische en aardkundige waarden.
19
Artikel 10 10.1
Algemene wijzigingsregels
Inleiding
De in dit artikel genoemde wijzigingen kunnen uitsluitend worden toegestaan als er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; het landschaps- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; het uitzicht van woningen; de verkeersveiligheid.
10.2
Nutsvoorzieningen
Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen voor wat betreft het bouwen van nutsvoorzieningen en de bestemming wijzigen in de bestemming “Bedrijf Nutsvoorziening”, waarbij de bij deze bestemming behorende regels van het 'Bestemmingsplan Tuitjenhorn' van toepassing zijn.
10.3
Relatie met andere regelgeving
Burgemeester en wethouders kunnen bestemmingsregels wijzigen in die zin dat de in het bestemmingsplan opgenomen verwijzingen naar wetten, verordeningen, circulaires, publicaties, instanties en dergelijke worden geactualiseerd; de wijziging wordt uitsluitend toegepast indien het handhaven van de in de regels opgenomen redactie tot onduidelijkheden en/of onjuistheden leidt; een eventueel bij de actualisering op te nemen verwijzing naar de aangepaste wetten, verordeningen, circulaires, publicaties en instanties wordt alleen opgenomen indien deze aanpassingen geen inhoudelijke beleidswijzigingen betreffen.
20
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 11
Overgangsrecht
11.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sublid a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het sublid a. met maximaal 10%. c. Sublid a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
11.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sublid a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sublid a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sublid a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
21
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Midgard' van de gemeente Schagen.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van pm.
De voorzitter,
de griffier,
22
Bijlage bij de regels (separaat) Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan Midgard, Vollmer & Partners, 22 februari 2021
Gemeente Schagen Verbeelding, deel uitmakende van het Bestemmingsplan Midgard Vastgesteld
Plannummer: NL.IMRO.0441.BPTJHNMIDGARD-ON01 Vastgesteld door de gemeenteraad op ..-..-…. Plan onherroepelijk per ..-..-….
Plangebied Bestemmingsplan Midgard
Enkelbestemmingen W-Z
Wonen - Zorg
B-N
Bedrijf - Nutsvoorziening
Gebiedsaanduidingen 1
6
wetgevingzone - wijzigingsgebied 1
10
B-N
veiligheidszone - activiteitenbesluit
1
Bouwvlakken bouwvlak
Maatvoeringen maximum bebouwingspercentage
35%
maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)
W-Z 35 8 10
Gemeente Schagen BP Midgard verbeelding
VASTGESTELD
vastgesteld op:
onherroepelijk per:
..-..-....
..-..-....
planidentificatie:
projectnummer:
NL.IMRO.0441.BPTJHNMIDGARD-ON01
2496-160
schaal:
bladformaat:
datum:
getekend door:
1:1500
A3
25-05-2022
lha
Arnhemseweg 6 3817 CH Amersfoort
T 033 2851685 E info@vp.nl