Bestemmingsplan (regels, toelichting, verbeelding
Tekst van het document
Bestemmingsplan Midgard
Gemeente Schagen 25 mei 2022 Vastgesteld
Gemeente Bestemmingsplan Voorontwer
Plannummer: NL.IMRO.0441.BPTJHNMIDGARD-ON01 -
Toelichting Regels Verbeelding
Vastgesteld 25 mei 2022 Projectnummer 2496-160
Gemeente Schagen Toelichting, deel uitmakende van het Bestemmingsplan Midgard Vastgesteld
Plannummer: NL.IMRO.0441.BPTJHNMIDGARD-ON01 Vastgesteld door de gemeenteraad op ..-..-…. Plan onherroepelijk per ..-..-….
Inhoudsopgave TOELICHTING
TOELICHTING
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Indeling bestemmingsplan
5 5 5 6 7
Hoofdstuk2 Huidige situatie 2.1 Ontstaansgeschiedenis 2.2 Huidige situatie plangebied
9 9 10
Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid
13 13 13 16 21 22
Hoofdstuk4 Planbeschrijving 4.1 Algemeen 4.2 Stedenbouwkundige opzet 4.3 Verkeer en parkeren 4.4 Duurzaamheid
27 27 27 29 31
Hoofdstuk5 Uitvoerbaarheid 5.1 Waterhuishouding 5.2 Ecologie 5.3 Bodem 5.4 Cultuurhistorie en archeologie 5.5 Milieuzonering 5.6 Luchtkwaliteit 5.7 Geluid 5.8 Externe veiligheid 5.9 Milieueffectrapportage 5.10 Kabels en leidingen
33 33 38 43 44 45 46 47 50 52 52
Hoofdstuk6 Juridische vormgeving 6.1 Algemeen 6.2 Opzet van de regels
55 55 55
Hoofdstuk7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 7.2 Ter inzage legging
57 57 57
Hoofdstuk8
59
Economische uitvoerbaarheid
2
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Marktonderzoek zorg
Bijlage 2
Visie Midgard
Bijlage 3
Watertoets
Bijlage 4
Quickscan ecologie
Bijlage 5
Aeriusberekening
Bijlage 6
Bodemonderzoek
Bijlage 7
Archeologisch onderzoek
Bijlage 8
Akoestischonderzoek
Bijlage 9
Reactienota vooroverleg
3
TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding
1.1
Algemeen
De Raphaëlstichting wil de locatie Midgard vernieuwen. Midgard is een woon- werkgemeenschap in Tuitjenhorn. Er wonen meer dan 100 jongeren en volwassenen met een verstandelijke beperking. Er zijn plannen om de huidige bebouwing op het terrein uit te breiden. Het gaat hierbij om 4 bouwvelden met maximaal 16 wooneenheden per bouwvlak. Samen zijn dit 4 x 16 = 64 wooneenheden. Er wordt ook bestaande bebouwing binnen de bouwvelden gesloopt, zoals een aantal noodgebouwen en het Raphaëlhuis, met een bvo van 1263 m² en plek voor 17 cliënten. Daarnaast zal het Jonashuis (777 m² bvo en 15 bewoners) aan de noordkant van het terrein op termijn worden afgestoten. In totaal worden er maximaal 32 (64 - 17 - 15 = 32) wooneenheden toegevoegd. Vanwege de toename van het aantal wooneenheden is ook een uitbreiding van de dagbesteding gewenst. Dit zal in de noordwesthoek van het terrein komen en ca. 640 m² groot worden. Het vigerend bestemmingsplan laat uitbreiding van het aantal woningen niet toe. Er is dan ook besloten onderhavig bestemmingsplan in procedure te brengen om de beoogde herontwikkeling mogelijk te maken.
1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen aan de zuidkant van de kern Tuitjenhorn. Aan de noordzijde wordt het begrensd door de bestaande bebouwing aan de Regenboog. De oostelijke grens wordt gevormd door de bestaande bebouwing aan de Cumulus en Morgenrood. Aan de zuidzijde van het gebied liggen akkers. De westelijke grens van het gebied wordt gevormd door water en het sportterrein aan de Oostwal. Het plangebied is ca. 8 ha groot.
5
Luchtfoto met plangebied rood omrand, bron: Google Earth
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Op de locatie geldt het bestemmingsplan 'Tuitjenhorn', vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Schagen op 25 februari 2014.
6
Uitsnede vigerend bestemmingsplan met plangebied rood omrand, bron: www.ruimtelijkeplannen.nl
Het gehele plangebied is bestemd als 'Wonen-Zorg'. Deze bestemming is bedoeld voor gebouwen en overkappingen ten behoeve van woningen, al dan niet in samenhang met bijbehorende voorzieningen ten behoeve van verzorging en verpleging. De gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarbij het aantal woningen niet meer mag zijn dan tijdens het opstellen van het bestemmingsplan 'Tuitjenhorn'. De gewenste uitbreiding van de bebouwing op het terrein ligt niet binnen het bouwvlak en zorgt voor een toename van het aantal zorgwoningen op het terrein. Hierdoor past de nieuwe ontwikkeling niet binnen de bouwregels van de bestemming 'Wonen-Zorg'. Middels het voorliggende bestemmingsplan 'Midgard' wordt de beoogde ontwikkeling planologisch mogelijk gemaakt en worden de regels gesteld waarbinnen de nieuwe ontwikkeling kan plaatsvinden. Hierbij blijft de bestaande bestemming gehandhaafd, maar wordt het bouwvlak uitgebreid en het nieuwe aantal wooneenheden mogelijk gemaakt. Verder zal in de komende tien jaar het Jonashuis, aan de Regenboog aan de noordzijde van het terrein, verkocht worden als regulier wonen en niet meer onder de zorgwoonbestemming vallen. Hiervoor is in het vigerende plan al een wijzigingsbevoegdheid voor opgenomen. Deze zal in het bestemmingsplan 'Midgard' gehandhaafd blijven.
1.4
Indeling bestemmingsplan
De toelichting is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 worden de ontstaansgeschiedenis en de huidige situatie kort geschetst; In hoofdstuk 3 zijn de voor het bestemmingsplan relevante beleidsstukken, zowel op rijksniveau als op provinciaal en gemeentelijk niveau, opgenomen;
7
In hoofdstuk 4 is de beschrijving van het plan opgenomen, waaronder de verantwoording van de parkeersituatie; In hoofdstuk 5 zijn alle aspecten op het gebied van het milieu en leefkwaliteit beschreven; In hoofdstuk 6 komt de juridische vormgeving aan de orde; In hoofdstuk 7 wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven; In hoofdstuk 8 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven.
8
Hoofdstuk 2 Huidige situatie
2.1
Ontstaansgeschiedenis
Landschap Tuitjenhorn ligt in het West-Friese landschap, wat lange tijd onder invloed heeft gestaan van de zee. Relatief rustige perioden van veenvorming wisselden zich af met perioden waarin de invloed van de zee toenam en zand- en kleiafzetting plaatsvond. Tijdens de perioden met een hogere zeespiegel, werd het gebied weer een getijdenlandschap. Geulen en kreken slibden dicht en kwelderbekkens met veen en klei ontstonden. De strandwallen werden op verschillende plaatsen en momenten in de geschiedenis onderbroken door zogenaamde zeegaten. Voor de ontstaansgeschiedenis van Tuitjenhorn is het brede, maar ondiepe zeegat van Zijpe belangrijk geweest. Dit zeegat ontwikkelde zich vanaf de 10e eeuw. Via dit zeegat werd door de zee een laag zware klei afgezet op de restanten van het veen wat zich in de loop er eeuwen had gevormd. Tuitjenhorn ligt dan ook in een oud zeekleilandschap. In de latere Middeleeuwen nam de bevolking in het gebied toe. Vanaf dan ging men zich structureel beschermen tegen de invloed van het water. Dijken werden aaneengesloten tot de uiteindelijke West-Friese Omringdijk. Deze dijk brak nog vele malen door, wat zichtbaar is in het bochtige patroon en de aanwezigheid van enkele wielen. Door het blijvende gevaar van overstromingen bleef de bewoning geconcentreerd op de hoger gelegen delen.
Tuitjenhorn is dan ook te kenmerken als een Dijkdorp met de morfologie van een Lintdorp. Hier vanuit begon de verdere ontginning van het gebied. Nadat het water verder teruggedrongen werd, door drooglegging van het zeegat van Zijpe, werd het tussenliggende gebied in gebruik genomen. De landbouwgronden werden ontsloten door een fijnmazige structuur van vaarwegen. Inmiddels draagt het agrarisch landschap rond Midgard de rechttoe rechtaan kenmerken van de ruilverkaveling.
Kaart Tuitjenhorn en omgeving in 1950 (plangebied rood omcirkeld), bron: topotijdreis.nl
9
Kern Tuitjenhorn Tuitjenhorn is van oorsprong een agrarisch dorp. De oudste vermelding van de naam is 't Utingehorn in 1100. “Utinge” betekent uitvaart of begrafenis en “horn” betekent hoek. Deze naam is te verklaren omdat er tussen Warmenhuizen en Tuitjenhorn in het verleden een begraafplaats was. Het dorp is ontstaan in de 12e eeuw op een hogere in noord-zuid richting lopende kreekrug. Deze was door dijken verbonden met andere dorpen en met de West-Friese Omringdijk. De kern van het dorp is ontstaan langs het lint aan de Dorpsstraat. Hier is, samen met de Koorndijk en het naastliggende Kerkbuurt de oudste bebouwing te vinden. Na 1950 breidde Tuitjenhorn zich uit ten noorden van het Sint Jozefpark. Kerkbuurt vergroeide met Tuitjenhorn. Na 1970 vonden uitbreidingen plaats aan de oost- en westzijde van de Dorpsstraat. Het terrein Midgard werd in de jaren '90 van de vorige eeuw aangelegd. In 2007 vond nog een uitbreiding van het dorp plaats aan het Roockershuys. De lintbebouwing in Tuitjenhorn is gevarieerd, kleinschalig en open van karakter. De woongebieden die daaromheen zijn ontwikkeld, lijken behoedzaam te zijn ingepast. Ook deze woongebieden zijn vrij kleinschalig, open en gevarieerd van opzet. De architectuur is overwegend terughoudend en vrij uniform.
Tussen de woongebieden zijn wel duidelijk architectonische stijlverschillen te herkennen, die corresponderen met de verschillende fases van realisatie en de toen gangbare vormentaal. De maatschappelijke voorzieningen vormen een groot contrast met de omliggende woonbebouwing. De bibliotheek en het voormalige gemeentehuis presenteren zich prominent aan de doorgaande weg. De sporthal en het zwembad hebben een meer doelmatige uitstraling. Richting Midgard is sprake van een achterkantsituatie.
2.2
Huidige situatie plangebied
In de directe omgeving van de locatie zijn de Koorndijk, Noorderlicht, Harenkarspelweg en Oostwal de belangrijkste ontsluitingswegen. De woonbuurten rond Midgard zijn ontsloten middels een stelsel van woonerven en doodlopende woonstraten. De belangrijkste toegangsweg van Midgard, de Regenboog, sluit aan op de Koorndijk. Deze loopt via een woonstraat. Een recente alternatieve aansluiting vormt een verbindingsweg met de Oostwal. Via deze weg wordt echter alleen de recente nieuwbouw aan de noordwestzijde van de locatie ontsloten.
Het plangebied zelf bestaat nu uit een groen terrein met een aantal zorggebouwen, waaronder een groot aantal noodgebouwen en (tijdelijke) bijgebouwen. De bebouwing op Midgard is sterk onderscheidend ten opzichte van de rest van de kern door de antroposofische stijl waarin het is ontworpen. Opvallend zijn het grote aantal knikken, richtingverdraaiingen, dubbele oriëntaties, verborgen entrees, etc. De bebouwing langs de randen van het terrein voegt zich iets meer naar de omliggende bebouwing en is traditioneler van opzet. Midgard heeft een fraai en ruim opgezet groenareaal. Het vormt een uniek parkachtig geheel, dankzij de ruime groenaanleg, de fraaie natuurlijke oevers, het opvallende reliëf, het gedegen onderhoud en de spannende afwisseling van bosjes, akkertjes, moestuinen, water, boomgaarden, zitplekken, etc. Met name de zuidrand van de locatie is landschappelijk erg fraai. Midgard kent een autovrij padennet. Dit draagt bij aan het rustige karakter van het terrein. Aan de noordzijde bevinden zich de parkeerplaatsen, waar men direct na binnenkomst de auto kwijt kan. Het terrein kent verder een grote variatie in paden en wegen.
10
Huidige situatie terrein Midgard
11
12
Hoofdstuk 3 Beleidskader
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat een korte samenvatting van de voor het bestemmingsplan van belang zijnde nota's en studies. Het milieubeleid, dat is vastgelegd in diverse wetten en waarvoor specifiek onderzoek moet worden uitgevoerd, is opgenomen in hoofdstuk 5 (Uitvoerbaarheid).
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Op 13 maart 2012 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Daarmee is het nieuwe nationale ruimtelijke en mobiliteitsbeleid van kracht geworden. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructuurprojecten het de komende jaren wil investeren. Provincies en gemeentes krijgen meer bevoegdheden bij ruimtelijke ordening. De rijksoverheid richt zich op nationale belangen. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR drie Rijksdoelen geformuleerd: De concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat; De bereikbaarheid verbeteren; Zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden.
Voor het verbeteren van de milieukwaliteit gaat de nota uit van de (internationaal) geldende normen. Verder gaat de nota uit van ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten, het gaat daarbij om de (herijkte) EHS (inmiddels Nationaal Natuur Netwerk geheten) en Natura 2000-gebieden.
Voor het plangebied zijn geen specifieke opgaven bepaald. De ontwikkeling is kleinschalig van aard en heeft geen raakvlakken met de nationale belangen zoals deze benoemd zijn in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.
13
3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Ten behoeve van de bescherming van de in de SVIR genoemde nationale belangen, worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) algemene regels voorgeschreven die bindend zijn voor de lagere overheden als provincie en gemeente. In het Barro worden de kaderstellende uitspraken uit de SVIR bevestigd. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) geeft uitwerking aan enkele bepalingen in het Barro. Doel van het Barro is om onderwerpen uit de SVIR te verwezenlijken, danwel te beschermen. Het gaat hierbij onder meer om de volgende onderwerpen: rijksvaarwegen, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Ecologische Hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied.
Geen van deze nationale belangen speelt een rol binnen de begrenzing van het plangebied.
3.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio's leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen. Om beide te bereiken is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. Hierin wordt aangegeven dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Een zorginstelling valt onder andere stedelijke voorzieningen, een beschrijving van de behoefte aan de ontwikkeling is dus nodig.
De woningen die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt zijn niet geschikt voor zelfstandige bewoning, waarmee er niet getoetst wordt aan het reguliere woonbeleid. Door de bestemming 'Wonen - Zorg' wordt benadrukt dat het geen woningen zijn voor zelfstandige bewoning maar wooneenheden die alleen in combinatie met zorg te gebruiken zijn. Dit komt naar voren in de bestemmingsomschrijving "gebouwen en overkappingen ten behoeve van woningen, al dan niet in samenhang met centrale voorzieningen, ten behoeve van verzorging en verpleging" die het gebruik van de bebouwing voor zelfstandige bewoning niet mogelijk maakt. Voor de doelgroep is voortdurende professionele begeleiding noodzakelijk en deze zal ook in de bebouwing aanwezig zijn. De bouwplannen zullen naast de persoonlijke verblijfsruimten voor de cliënten ook voorzien in een gezamenlijke groeps-/woonruimte en een centrale keukenruimte. Het verblijf in de woonbebouwing kan niet los van de zorg gezien worden. In de visie voor Midgard zijn 4 bouwvelden opgenomen, waarbij er per bouwveld ruimte is voor een nieuw zorggebouw met 16 wooneenheden. Samen zijn dit 4 x 16 = 64 wooneenheden. Deze zullen in twee fases gerealiseerd worden. Er wordt ook bestaande bebouwing binnen de bouwvelden gesloopt, zoals
14
een aantal noodgebouwen en het Raphaëlhuis, met een bvo van 1263 m² en plek voor 17 cliënten. Daarnaast zal het Jonashuis (777 m² bvo en 15 bewoners) aan de noordkant van het terrein worden afgestoten. In totaal worden er maximaal 32 (64 - 17 - 15 = 32) wooneenheden toegevoegd. Vanwege de uitbreiding van het aantal wooneenheden is ook een uitbreiding van de dagbesteding gewenst. Het oppervlakte hiervan zal ca. 640 m² zijn.
Bij de vervangende nieuwbouw blijven de bestemming en functie gelijk. Voor de nieuwbouw van in totaal 32 eenheden en de uitbreiding van de dagbesteding moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening nut en noodzaak worden onderbouwd: Vanwege de veranderingen in de visie op zorg heeft de Raphaëlstichting haar toekomstvisie op zorgverlening en huisvesting aangepast, waarbij menswaardigheid, gelijkwaardigheid, aandacht, zelfredzaamheid, etc. centraal staan, met meer ruimte voor de individuele cliënt en de zorgverleners om goede zorg te bieden. Dit betekent voor het vastgoed dat er voor iedereen een studio met individueel sanitair gerealiseerd wordt. Binnen de bestaande bebouwing kan dit niet overal geleverd worden. Een deel van de bestaande bebouwing wordt daarom gesloopt en opnieuw gebouwd. Daarnaast is op het terrein van Midgard gezocht naar aanvullende ruimte voor bebouwing. Het huidige terrein van Midgard heeft veel kwaliteiten (met name de fraaie en goed onderhouden groene omgeving) en voorzieningen (o.a. in de dagopvang en werkplaatsen voor cliënten). Deze kwaliteiten moeten behouden blijven, daarom is het belangrijk om de bestaande locatie te behouden en hier voor uitbreiding van de bebouwing te kiezen. In de gemeente zijn geen herstructurerings- of inbreidingslocaties aanwezig welke geschikt zijn voor onderhavige opgave.
Door de aanwezigheid van de ondersteunende voorzieningen van de bestaande zorgwoningen, die ook gebruikt kunnen worden voor de nieuwe zorgwoningen, is het uitbreiden van het bestaande zorgterrein van Midgard efficiënter dan op een andere plek binnen de gemeente een nieuw terrein te ontwikkelen. De ruimtelijke indeling van een deel van de bestaande bebouwing (Raphaëlhuis) vraagt grote aanpassing om deze voor dezelfde doelgroep toekomstbestendig en efficiënt te kunnen inzetten. De bouwkundige en installatietechnische kwaliteit is van een dusdanig laag niveau dat grootschalige aanpassingen noodzakelijk zijn. Het investeringsniveau van aanpassing tot het minimaal vereiste kwaliteitsniveau weegt niet op tegen de kosten voor vervangende en aanvullende nieuwbouw. Er is geen gemeentelijk of regionaal beleid over (woningen in) de zorg beschikbaar. De regionale behoefte aan de toegevoegde wooneenheden kan hiermee niet via deze weg aangetoond worden. De Raphaëlstichting heeft een marktonderzoek uitgevoerd (bijlage 1, Marktonderzoek Raphaëlstichting Noord-Holland, People and Bricks, september 2020) . Met betrekking tot de vraagzijde kan het volgende geconcludeerd worden over de markt: VG-indicaties 3 en 6 komen het meest voor, het aantal personen met een VG1 en VG2 indicatie neemt af en het aantal personen met een VG3-VG6 neemt toe.
Het totale aantal VG-indicaties in Noord-Holland is toegenomen van 11860 in 2016 naar 13525 in 2018. Hierin is een afname zichtbaar van VG1 en VG2 en een toename van de andere indicaties. In totaal kunnen de WTZi-toegelaten zorginstellingen in Noord-Holland 9160 VG-cliënten onderbrengen (CIBG, 2017). Dat betekent dat de capaciteit intramurale zorg in 9160/12395 indicaties is dat er gesteld kan worden dat 74% van de indicaties gedekt kan worden met de huidige capaciteit en dat in ieder geval 26% van de mensen hun indicatie (nog) niet of extramuraal verzilverd hebben, bijvoorbeeld door middel van een persoonsgebonden budget, of dat zij zorg afnemen bij een organisatie die branchevreemd opereert in het zorggebied. Kenmerkend voor de regio Noord-Holland Noord is een zichtbare vergrijzingstrend. Hierbij vraagt de cliënt om meer begeleiding tijdens de laatste levensfase en neemt de kans op dementie en afname van vitaliteit en mobiliteit voor de cliënt toe. Antroposofische zorg is gebaseerd op een holistisch mensbeeld, dat inhoudt dat de mens als wezen de geestelijke en fysieke wereld met elkaar
15
verbindt. Organisaties op antroposofische grondslag proberen daarom de zelfregie van de cliënt zoveel mogelijk te waarborgen. Raphaëlstichting is veruit de grootste antroposofische zorgaanbieder, met de meeste capaciteit en gespecialiseerde VG-zorg aan alle leeftijden in Nederland.
Vanwege de onderscheidende aanpak van de Raphaëlstichting als antroposofische zorgaanbieder en de toename van de vraag, mede door de toename in complexiteit van de zorgvraag, is er behoefte aan meer intramurale plekken voor personen met een VG3-VG6 indicatie. Midgard is een van de twee grote terreinen in de omgeving waar dit soort plekken gecreëerd kan worden. Vanwege de grootte van het terrein zijn er veel verschillende voorzieningen op het eigen terrein mogelijk zijn en kan er een compleet aanbod voor de complexe zorg geboden worden. Dit maakt dat cliënten met complexe problematiek hier volledig de ruimte hebben en niet beperkt hoeven te worden. Het voorziet daarmee in een vervulling van de behoefte aan deze bijzondere zorg in de omgeving. Deze kwaliteiten moeten behouden blijven, daarom is het belangrijk om de bestaande locatie te behouden en geen nieuwe locatie te gebruiken. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Midgard vormt de zuidrand van de kern Tuitjenhorn en valt met de bestaande bebouwing en inrichting van het terrein onder het bestaand stedelijk gebied.
De nieuwe bouwvelden geven hier met de ligging volgend aan de concentrische structuur en in de nabijheid van de bestaande bebouwing een logische aanvulling op die ook onder het bestaand stedelijk gebied vallen.
3.2.4
Conclusie
Op basis van bovenstaande samenvattingen van de van belang zijnde rijksbeleidsnota's kan geconcludeerd worden dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met het rijksbeleid.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie NH2050
Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan, het Milieubeleidsplan 2015-2018, de Watervisie 2021 en de Agenda Groen. De hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is het relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau vasthouden door te richten op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. De provincie staat voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plant en dier, en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die nu gemaakt worden. De sturingsfilosofie is het principe 'lokaal wat kan, regionaal wat moet'. Hierbij wordt rekening gehouden met de diversiteit aan regio's, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal.
Dat bepaalt de wijze van sturing en samenwerking.
16
Onder de hoofdambitie zijn voor een drietal aspecten samenhangende ambities geformuleerd: Leefomgeving Klimaatverandering: een klimaat bestendig en waterrobuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Dit betreft bodem, water, lucht, omgevingsveiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond; Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt.
Gebruik van de leefomgeving Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten; Wonen en werken: vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming laten zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends; Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden; Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.
Energietransitie De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal is en gebaseerd is op hernieuwbare energie.
In het Visiedeel zijn de ambities uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen hanteert de provincie meerdere ontwikkelprincipes. Deze ontwikkelprincipes geven houvast naar de toekomst toe omdat ze op hoofdlijnen beschrijven hoe de provincie de ontwikkelingen voor zich ziet. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: Dynamisch schiereiland: het benutten van de unieke ligging, waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. Metropool in ontwikkeling: hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van en samenhangend metropolitaan systeem wordt de agglomeratiekracht vergroot. Sterke kernen, sterke regio's: de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. Nieuwe energie: het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie.
17
Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector.
De beweging Sterke kernen, sterke regio's is van belang voor het plangebied. Met 'Sterke kernen, sterke regio's' beoogt de provincie handvatten te geven om de werkgelegenheid, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid op peil te houden. En om dorpen, steden en regio's de krachtige identiteit die ze zo kenmerkt te laten behouden of te ontwikkelen. In het regionale netwerk zijn de verschillende typen kernen complementair aan elkaar. Het beleid is er op gericht om kernen hun eigen identiteit te laten behouden. Uitgangspunt is dat ontwikkelingen zo veel mogelijk binnenstedelijk en -dorps plaatsvinden. Dit geldt voor alle kernen. De omvang waarin dit gebeurt wordt ingegeven door de vraag die er op dat moment is (meest actuele bevolkingsprognoses). Bij de dorpskernen lopen de functies en karakters van de vele kernen ver uiteen. Er worden in regionaal verband keuzes gemaakt over welke dorpskernen als voorzieningencentra (blijven) fungeren. Dit kan bijdragen aan het behoud van voorzieningen en de leefbaarheid in deze gebieden. Er is daarnaast een zeer divers beeld van de sociale cohesie (denk hierbij aan bijvoorbeeld een bruisend verenigingsleven) en ontwikkelkracht per kern. Dit vraagt daarom ook om maatwerk, in samenspraak met de lokale bevolking en ondernemers.
De zorg die op Midgard geleverd wordt voorziet in een regionale behoefte hieraan, zoals in paragraaf 3.2.3 onderbouwd wordt. Midgard vormt de zuidrand van de kern Tuitjenhorn en valt met de bestaande bebouwing en inrichting van het terrein onder het bestaand stedelijk gebied. De nieuwe bouwvelden geven hier met de ligging volgend aan de concentrische structuur en in de nabijheid van de bestaande bebouwing een logische aanvulling op die ook onder het bestaand stedelijk gebied vallen. Met de onderbouwing in deze en de genoemde paragrafen wordt aangetoond dat het plan niet in strijd is met de provinciale omgevingsvisie.
3.3.2
Omgevingsverordening NH2020
In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Op donderdag 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020 en vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De provincie Noord-Holland wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Hierbij wordt gezocht naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De provincie wil dat er meer ruimte komt voor woningbouw in Noord-Holland Noord. De nieuwe omgevingsverordening regelt dat in landelijk gebied woningbouwprojecten tot 11 woningen gebouwd kunnen worden aan de rand van kernen en dorpslinten. Grootschalige woningbouw (meer dan 11 woningen) was onder voorwaarden altijd al mogelijk in landelijk gebied.
De plannen moeten wel worden opgenomen in een woonakkoord, gemeenten moeten aantonen waarom woningbouw op die locatie nodig is en het goed inpassen in het landschap. De 32 meest waardevolle en kwetsbare landschappen in de provincie zijn aangewezen als ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’ (BPL). Op deze gebieden is de provincie extra zuinig vanwege hun bijzondere
18
waarde voor mens en dier. Per gebied is aangegeven welke bijzondere kernkwaliteiten aanwezig zijn. Dat kunnen ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische of aardkundige waarden zijn. Hieronder vallen: het leefgebied voor weidevogels, waterlopen en verkavelingsvormen in oude polders, de openheid en de vergezichten in het landschap of een bijzondere bodemopbouw. Als deze kernkwaliteiten niet aantast worden, is bijvoorbeeld woningbouw onder voorwaarden mogelijk. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels opgesteld over hoe toegestane ontwikkelingen ingepast kunnen worden in deze gebieden. Om de energietransitie te versnellen is het in de Metropoolregio Amsterdam mogelijk om nieuwe windturbines te bouwen. De regels zijn versoepeld, waardoor het mogelijk is om 3 windturbines op een rij te bouwen, waar dit voorheen minimaal 6 windturbines waren. Dit maakt het makkelijker om plannen te maken.
Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan valt binnen het bestaand stedelijk gebied waar wonen is toegestaan, hiermee draagt het bij aan het provinciale streven naar woningbouw aansluitend aan de bestaande verstedelijkte gebieden. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Bijzonder Provinciaal Landschap. Het plangebied valt buiten de NNN, verbindingszones, nationale parken en Natura 2000- gebieden. Deze beschermde gebieden worden niet rechtstreeks geraakt. Wat betreft de verdere bescherming van natuurgebieden wordt verwezen naar paragraaf 5.2 Ecologie, van deze toelichting. Met de onderbouwing in deze en de genoemde paragrafen wordt aangetoond dat het plan niet in strijd is met de provinciale omgevingsverordening.
3.3.3
Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018)
Aandacht voor behoud en ontwikkeling van landschap en cultuurhistorie is sterk verankerd in het ruimtelijk beleid van de provincie Noord-Holland. In de afgelopen jaren is het beleid sterk ontwikkeld en heeft het een duidelijke plek gekregen in de Structuurvisie Noord-Holland 2040. Voor het opstellen van ruimtelijke plannen zoals bestemmingsplannen, beeldkwaliteitsplannen en structuurplannen is de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018) vastgesteld. Ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied zijn alleen mogelijk indien de Leidraad daarbij wordt toegepast. Deze Leidraad Landschap en Cultuurhistorie is een vernieuwde versie van de Leidraad uit 2010. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie geeft gebiedsgerichte en ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De provincie beoogt met deze Leidraad Landschap en Cultuurhistorie om samen met bijvoorbeeld gemeenten, ontwikkelaars en initiatiefnemers te werken aan het behouden en versterken van de kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie.
Ruimtelijke kwaliteit is lastig te definiëren of kwantificeren. Het gaat niet om mooi of lelijk, of behouden tegenover ontwikkelen. Ruimtelijke kwaliteit draait om het samenspel van nieuw en oud en de balans tussen behoud en ontwikkeling bij het maken van keuzen over de toekomst van het landschap. Zonder behoud geen verleden, maar zonder ontwikkeling geen toekomst. Kortom ruimtelijke kwaliteit ontstaat als nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen aansluiten op de huidige kwaliteiten van het landschap. Zodat, waar mogelijk, eenieder het landschap in kan, het kan beleven en ervan kan genieten – ook in de
19
toekomst. Volgens de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie dient bij ruimtelijke plannen verantwoording te worden afgelegd van de manier waarop nieuwe functies rekening houden met de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap, de ordeningsprincipes van het landschap, de bebouwingskarakteristieken en de bestaande kwaliteiten van het gebied.
De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek; bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers.
Het plangebied valt onder het ensemble West-Friesland West. Voor dit ensemble gelden met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit de volgende uitgangspunten: Het behouden van het open en kleinschalige terpen- en lintenlandschap; Het behouden/versterken van de herkenbaarheid van droogmakerijen; Het herkenbaar houden van de Westfriese Omringdijk als doorgaande lijn en identiteitsdrager; Het behouden en versterken van de relatie tussen de Westfriese Omringdijk en het kleinschalige Westfriese landschap; Het versterken van het landschap in het zaadveredelingsgebied; Het behouden en zichtbaar/beleefbaar blijven van de huidige verkavelingsstructuur (inclusief sloten) bij (semi-)tijdelijke functies en opstellingen in het landschap, zoals voor zonne-energie; Het behouden van vrije ruimte (molenbiotopen) rond historische windmolens, in verband met de windvang en de zichtbaarheid van de molens in het landschap.
Voor de verantwoording van de inpassing en de ruimtelijke kwaliteit van het plan wordt verwezen naar hoofdstuk 4 (Planbeschrijving).
3.3.4
Woonagenda 2020-2025
De provincie Noord-Holland wil dat er de komende jaren veel betaalbare en duurzame woningen beschikbaar komen. Zij gaat gemeenten met raad en daad helpen om de flinke ambitie op het gebied van wonen waar te maken. De speerpunten van de Provinciale Woonagenda 2020-2050 zijn: De vraag naar passende en betaalbare woningen in de provincie is groot en neemt onder alle doelgroepen toe. De provincie vindt het belangrijk om in de woonbehoefte te voorzien en daartoe de woningbouwproductie aan te jagen. Tegelijk wil de provincie de transitie maken naar een volledig klimaatneutrale, circulaire en klimaatadaptieve bouw én de bestaande woningvoorraad verduurzamen. Een goede ruimtelijke inpassing van woningbouwprojecten, rekening houdend met andere randvoorwaarden voor verstedelijking en beleidsdoelen uit de Omgevingsvisie, is daarvoor essentieel. De richtinggevende principes die de provincie daarbij heeft geformuleerd zijn: 1. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst; 2. Er zijn snel meer woningen nodig. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen
20
3.
4.
5. 6. 7. 8.
en Versnellen Woningbouw; De woningbouwprogrammering is regionaal en adaptief. De programmering houdt rekening met fasering en haalbaarheid, zodat de in het woonakkoord af te spreken regionale productiedoelstellingen kunnen worden gehaald. De provincie geeft gemeenten ruimte om bij binnenstedelijke plannen nabij een OV-knooppunt en/of in een groeiregio hogere aantallen woningen te realiseren dan de prognose, om het woningtekort versneld in te lopen. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. Betaalbaar en divers woningaanbod voor alle doelgroepen vraagt regionale afstemming en samenwerking. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid en gezondheid bewaakt de provincie de goede balans tussen economie, wonen, mobiliteit, natuur en landschap. Woningbouw heeft een grote impact op het landschap, de natuur en de biodiversiteit, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied. In de woonakkoorden maken we afspraken om woningbouw zoveel mogelijk klimaatneutraal, klimaatadaptief, actieve mobiliteit (gericht op fietsen en lopen) stimulerend, circulair en natuur- en landschapsinclusief te ontwikkelen en dit vroegtijdig bij de locatiekeuze en planontwikkeling mee te nemen.
De ontwikkeling bestaat deels uit vervangende nieuwbouw en een uitbreiding van de zorggebouwen waarbij er 32 nieuwe wooneenheden en dagbesteding worden toegevoegd. Het plan voorziet in meer woningen waar zorg geboden kan worden voor een specifieke doelgroep en heeft daarmee een regionale functie. Zoals in paragraaf 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking is aangegeven is er behoefte aan deze zorgeenheden. Woningen binnen de zorg worden niet meegenomen in de woningaantallen van reguliere woningen. De ontwikkeling is in overeenstemming met het provinciale woningbouwbeleid.
3.3.5
Conclusie
Op basis van de bovenstaande samenvattingen kan worden geconcludeerd dat deze ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal beleid.
3.4
Regionaal beleid
3.4.1
Regionaal Actieprogramma Wonen 2017-2020Kop van Noord-Holland
In 2017 is het Regionaal Actieprogramma (RAP) Wonen 2017-2020 van de regio Kop van Noord-Holland vastgesteld. Hierin worden regionale afspraken gemaakt die nodig zijn om de woningmarkt toekomstbestendig te maken. Daarbij wordt rekening gehouden met demografische trends en ontwikkelingen. De regio zet vooral in op kwaliteit boven kwantiteit. Transformatiemogelijkheden en woningbouwlocaties liggen vooral binnenstedelijk. Er is daarnaast voldoende stimulans en ruimte voor nieuwe initiatieven en woonexperimenten. De bevolkingsgroei- en samenstelling in de Kop van Noord-Holland verandert. De regio anticipeert hierop door in te zetten op verduurzaming van het wonen door levensloopbestendigheid, energiebesparing en nieuwe woonconcepten te verkennen. In het Regionaal convenant woningbouw Kop van Noord-Holland wordt voor de regio uitgegaan van de situatie dat er tot 2020 maximaal 2.750 woningen worden toegevoegd. Voor de gemeente Schagen betekent dit dat zij tot 2020 maximaal 900-950 woningen mag bouwen.
21
Het regionale beleid met betrekking tot Wonen, welzijn en zorg richt zich met name op de aanpassing van woningen op langere termijn, het faciliteren en streven naar een bereikbaar voorzieningenniveau en over het toestaan van nieuwe woonvormen. Gemeenten moeten streven naar een gevarieerd, volwaardig en betaalbaar woningaanbod voor de toenemende groep senioren en zorgvragers, zodat deze doelgroepen zo goed mogelijk bediend worden. Het beleid richt zich niet zo zeer op de specifieke behoefte van mensen met een verstandelijke beperking.
Het woonbeleid van de regio richt zich vooral op woningen voor zelfstandige bewoning eventueel met aanvullende zorg voor senioren en zorgvragers. De woningen die met onderhavig plan mogelijk worden gemaakt vallen daar niet onder. Dit is bebouwing voor een specifieke doelgroep, die daarom losstaat van de woningbouwprognoses. Het heeft wel een regionale functie voor deze doelgroep.
3.4.2
Conclusie
Onderhavig plan past in het regionale beleid en draagt bij aan een evenwichtige en een gevarieerde opbouw van de woningvoorraad in de regio.
3.5
Gemeentelijk beleid
Gemeente Schagen is sinds 2013 de naam van een fusiegemeente die bestaat uit de voormalige gemeenten Schagen, Harenkarspel en Zijpe. Het onderhavig plan viel oorspronkelijk onder het grondgebied van de gemeente Harenkarspel.
3.5.1
Reisgids voor ruimtelijke ontwikkelingen
De gemeenteraad van Schagen heeft op 30 juni 2015 de Reisgids voor ruimtelijke ontwikkelingen vastgesteld. De reisgids geeft de visie van de gemeente Schagen op ruimtelijke ontwikkelingen. Het is tevens het beleid voor het afwijken van bestemmingsplannen. De gemeente kan aan de hand van de reisgids ontwikkelingen die gewenst zijn beter faciliteren en onderbouwen. De hoofdthema's zijn Wonen, Werken en Recreëren. Wat betreft Wonen heeft de gemeente Schagen als doel om geschikte woningen en een gezonde woningmarkt in stand te houden. De gemeente Schagen mag tot eind 2020 maximaal 950 woningen realiseren. Om een overcapaciteit aan woningen te voorkomen of in stand te houden hanteert men een wegwijzer waaraan nieuwe woningbouwplannen getoetst kunnen worden. De wegwijzer omvat de volgende vier toetsingskaders: 1. Is de locatie kansrijk in het kader van mogelijkheden binnen het vigerend bestemmingsplan en ligt de locatie binnen of buiten bestaand bebouwd gebied? 2. Past het plan binnen de lokale woonvisie? 3. Is er een regionale behoefte aan de geschetste ontwikkelingen? 4. Is er voldoende rekening gehouden met overige omgevingsaspecten, zoals de landschappelijke inpassing, stedenbouwkundig opzet en een multimodale ontsluiting? Bij een teveel aan plannen binnen het programma zullen plannen met de grootste kwaliteitsverbetering voorrang krijgen.
Bij nieuwe plannen wordt gekeken naar de verkaveling van het plangebied, het soort woningen
22
(prijsklasse, huur/koop, doelgroep), de plattegronden en de inrichting van het openbaar gebied. Er wordt ook met een stappenplan bekeken hoe met de kopers of huurders van de woningen het plan wordt ontwikkeld en gerealiseerd. Daarnaast moet onderzocht worden of er eventuele belemmeringen voor het plangebied aanwezig zijn. Voorwaarde die sowieso aan de initiatiefnemer wordt gesteld is dat het plan binnen een beperkte tijdsperiode wordt gerealiseerd.
Het onderhavig plan ligt binnen het bestaand stedelijk gebied (zie paragraaf 3.2.3) en sluit wat betreft functie aan bij de mogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan. Er is alleen een uitbreiding van het bouwvlak en de woningaantallen nodig om het mogelijk te maken. Het woonbeleid van de gemeente richt zich vooral op woningen voor zelfstandige bewoning eventueel met aanvullende zorg voor senioren en zorgvragers. De woningen die met onderhavig plan mogelijk worden gemaakt vallen daar niet onder. Dit is bebouwing voor een specifieke doelgroep, die daarom losstaat van de woningbouwprognoses. Zoals aangegeven in de woonvisie versterkt het onderhavig plan wel de regionale rol van de gemeente voor mensen met een verstandelijke beperking en is er door de globale opzet van dit bestemmingsplan ruimte voor flexibiliteit en fasering. Door de specifieke doelgroep van Midgard heeft het terrein een regionale rol in de zorgvoorzieningen. De behoefte hieraan is in paragraaf 3.2.3 aangetoond. Het plan houdt voldoende rekening met overige omgevingsaspecten, zoals in hoofdstuk 4 wordt toegelicht.
3.5.2
Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit
De gemeenteraad van Schagen heeft op 2 april 2019 de gewijzigde Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit vastgesteld. Met deze Reisgids hanteert de gemeente het welstandsbeleid. De doelen van de Reisgids zijn het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit, de spelregels voor welstand duidelijk maken en een objectieve, efficiënte en transparante beoordeling van bouwplannen mogelijk maken. Als leidraad voor de beoordeling van ruimtelijke kwaliteit van plannen zijn beleidsregels opgesteld. Deze regels zijn abstract van karakter en geven ruimte voor verschillende ontwerp-oplossingen. Uitgangspunt voor het welstandbeleid is dat er minder regels zijn en meer vrijheid en eigen verantwoordelijkheid voor initiatiefnemers. Ontwikkelingen worden beoordeeld op algemene en gebiedsgerichte welstandscriteria, waarbij zaken als de relatie tussen gebouw en omgeving, schaal, sociaal culturele context, vorm en functie in evenwicht moeten zijn. Voor plannen met een groter maatschappelijk belang zoals inbreidingsopgaven en grotere bestemmingsplannen moeten criteria opgesteld worden via een concreet stedenbouwkundig plan. De ontwikkelaar is in deze plannen niet direct de exploitant of exclusieve gebruiker. Voor deze ontwikkelingen geldt dat een beeldkwaliteitsplan moet worden opgesteld.
Het beeldkwaliteitsplan omvat een beschrijving van de gebiedskwaliteiten, ontwikkelgeschiedenis, ordeningsprincipes en bebouwingskarakteristieken en van de omgeving. De criteria uit de Reisgids zijn hiervoor leidend en de criteria in het op te stellen beeldkwaliteitsplan zijn een aanvulling hierop. Het plangebied valt binnen de reguliere welstandsregels en binnen de indeling in Komgebied. Voor Midgard is een beeldkwaliteitsplan (Beeldkwaliteitsplan Midgard, Vollmer & Partners, 22 februari 2021) opgesteld. Dit is als bijlage bij de Regels toegevoegd. Voor het onderhavig plan zal bij de verdere uitwerking van de bebouwing rekening worden gehouden met het beeldkwaliteitsplan en de eisen vanuit welstand.
23
3.5.3
Woonvisie 2014-2018
Na de fusie tussen de gemeentes Schagen, Zijpe en Harenkarspel per 1 januari 2013, heeft de gemeente Schagen in 2014 de lokale woonvisie 2014 t/m 2018 gepubliceerd. De gemeente stelt in deze visie als belangrijkste uitgangspunt dat de samenwerking tussen partijen en inwoners een impuls moet geven aan de vitaliteit en kracht van gemeenschappen in de kernen. De gemeente faciliteert mogelijke lokale initiatieven en moedigt inwoners en partijen aan tot eigen en gezamenlijk initiatief op gebied van wonen, welzijn en zorg. Centraal in de woonvisie van de gemeente Schagen staan de volgende vier thema's: De eigen kracht van inwoners; De kwaliteit van de kernen; De kwaliteit van de bestaande woonvoorraad; De beweging van meer naar beter als het gaat om het woningbouwprogramma.
Van belang is een flexibel woningbouwprogramma. Dit komt onder andere tot uitdrukking in een flexibel bestemmingsplan, het gefaseerd realiseren van een project en zorgen dat een woning qua grootte en ontwerp geschikt is voor meerdere doelgroepen.
Het woonbeleid van de gemeente richt zich vooral op woningen voor zelfstandige bewoning eventueel met aanvullende zorg voor senioren en zorgvragers. De woningen die met onderhavig plan mogelijk worden gemaakt vallen daar niet onder. Dit is bebouwing voor een specifieke doelgroep, die daarom losstaat van de woningbouwprognoses. Onderhavig plan versterkt de regionale rol van de voormalige gemeente Harenkarspel (nu gemeente Schagen) voor mensen met een verstandelijke beperking. Er wordt voorzien in intramurale woonvormen. De visie voor het plangebied zoals beschreven in hoofdstuk 4 biedt kaders voor gefaseerd ontwikkelen van het gebied. Door de globale opzet van dit bestemmingsplan is er ruimte voor flexibiliteit en fasering.
3.5.4
Bomenverordening Schagen 2018
Het bomenbeleidsplan geeft richting aan hoe de gemeente met bomen binnen de gemeente Schagen omgaat en wat de gemeente belangrijk vindt. Met dit plan zorgt de gemeente dat de kwaliteit van het bomenbestand hoog blijft. Ook voorkomt de gemeente toekomstige knelpunten en overlast door bomen. In het bomenbeleidsplan staan de visie en ambities van de gemeente die als basis dienen voor het boombeheerplan. Duidelijk beleid voor bomen zorgt ervoor dat er gericht en goed beheer uitgevoerd kan worden. De gemeente houdt het bomenonderhoud hiermee onder controle, voorkomt hoge kosten en zorgt dat waardevolle bomen niet zomaar verdwijnen. De monumentale en waardevolle bomen en houtopstanden in de gemeente worden beschermd door de Bomenverordening en de bijbehorende Groene Kaart. Het gaat hierbij zowel om gemeentelijke als particuliere bomen.
24
Uitsnede Groene Kaart met plangebied rood omrand
De bomen aan de randen van het plangebied vallen binnen de particuliere waardevolle boomstructuren (oranje). Houtopstanden bestaande uit meerdere bomen kunnen dezelfde waarden als solitaire bomen hebben (natuurwaarde, landschappelijke, beeldbepalende of cultuurhistorische waarde of waarde voor stads- en dorpsschoon), maar vaak ook een extra waarde zoals: afschermende, recreatieve, natuur en/of ecologische waarde. Ook de begraafplaatsen, parken en grote groenvakken in de openbare ruimte, zoals bosplantsoen of begeleidende wegbeplanting vallen hieronder. Het doel is om deze structuren te beschermen, dus niet elke individuele boom in deze structuren. Wanneer het beheer er om vraagt, moet er bijvoorbeeld in de beplanting gedund kunnen worden. Voor de bomen die hierbinnen vallen geldt dat een omgevingsvergunning voor kap nodig is. Bij het opstellen van het plan wordt de bestaande groene rand zoveel mogelijk intact gelaten. Als het nodig is voor de ontwikkeling bomen binnen de waardevolle boomstructuur te kappen zal hiervoor een omgevingsvergunning worden aangevraagd.
3.5.5
Conclusie
Op basis van bovenstaande samenvattingen van de van belang zijnde beleidsnota's kan geconcludeerd worden dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid.
25
26
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving
4.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt het plan uiteengezet en beschreven aan de hand van een aantal aspecten. De stedenbouwkundige opzet geeft de inpassing in de omgeving weer. De plannen zullen na vaststelling van het bestemmingsplan verder uitgewerkt worden. De bebouwing en de inrichting van de openbare ruimte zullen in overeenstemming zijn met de regels en de verbeelding (het juridisch bindende deel) van het onderhavige bestemmingsplan. De ontsluiting en het parkeren worden behandeld en tot slot worden de duurzaamheidsaspecten van het plan beschreven.
4.2
Stedenbouwkundige opzet
Voor de ontwikkelingen op het terrein van Midgard is een visie (Ruimtelijke visie locatie Midgard, Vollmer & Partners, 10 december 2020) opgesteld. Deze is als bijlage 2 aan de toelichting toegevoegd. De visie voor Midgard geeft geen vast en nauw omkaderd eindbeeld. Het schetst een kader voor verdere ontwikkeling en herinrichting. Onderdelen kunnen fasegewijs verder worden uitwerkt en vorm krijgen naar gelang de programmatische wensen en financiële mogelijkheden. Het belangrijkste kenmerk van de visie is het streven naar helderheid. Het tracht meer lijn te brengen in de onduidelijke structuur op het terrein. De inpassing en verbindingen van het centrale plein worden verbeterd. De routes vormen vervolgens de schakel tussen plein en parkachtig landschap. De mooiste plekken op het terrein worden behouden, versterkt en beter toegankelijk gemaakt. De bestaande kwaliteiten worden daarbij gehandhaafd en versterkt. Voor de toekomst zou het accent meer moeten liggen op toevoegingen die het totaal, het gemeenschappelijke, versterken.
Visiekaart Midgard, bron Vollmer & Partners
27
De radialen vormen een eerste component. Er wordt naar gestreefd om een heldere samenhang te realiseren vanaf de Koorndijk tot het centrale plein en van het centrale plein tot het landschap. De radialen structureren het terrein rondom het centrale plein. Waar paden nu vrij diffuus over het terrein gaan, zouden deze in de toekomst een duidelijke oriëntatie moeten krijgen. Ze leiden daarbij allen naar het centrale plein. Verder wordt het padennet uitgebreid en versterkt in de richting van het parkachtig landschap, zodat dit geheel beter toegankelijk wordt voor de bewoners. Er wordt gestreefd naar een duidelijker relatie tussen het centrale plein en het entreegebied enerzijds en het parkachtig landschap anderzijds. Dit kan gerealiseerd worden door het verbeteren van routes en doorzichten. De nieuwe zorggebouwen dienen bovendien nadrukkelijk aan het landschap gesitueerd te worden en daar een relatie mee aan te gaan. Een tweede component is een cirkelvormig woonpad. Deze is nu al voor driekwart aanwezig en kan met een paar tussenschakels rond worden gemaakt. Het woonpad schakelt de woon- en werkplekken aan elkaar en speelt een belangrijke rol in de ontsluiting. De aangename intieme sfeer die nu al rond het woonpad aanwezig is aan de noordoostzijde van de locatie, wordt verder doorgezet. Een derde component in de structuur vormen de bouwvelden binnen de ring.
In deze bouwvelden kan nieuwbouw een plaats krijgen, volgend aan de concentrische structuur. De nieuwbouw dient in architectuur wel te passen bij de bestaande bebouwing op Midgard, maar hoeft daar zeker geen kopie van te zijn. Een eigentijdse aanvulling op het oude idioom is meer op zijn plaats. De bouwstructuur is zoveel mogelijk flexibel en courant. De noodgebouwen zullen op termijn verdwijnen en het aantal bijgebouwen zal verminderen. Waar mogelijk worden entrees verduidelijkt en komt er een duidelijker relatie tussen binnen en buiten. Een werkplaats waar mooie dingen worden gemaakt, mag best gezien worden. Een rommelige opslag wordt uit het zicht gehouden. Een vierde component vormt de zone met voorzieningen op het terrein, zowel de gebouwde als de groenvoorzieningen. Deze vormt een overgang tussen de voorzieningen en woningen in de omgeving en het zorgterrein.
Het landschap op en rond het terrein heeft al veel kwaliteiten. De forse groene rand rondom het terrein blijft behouden waarmee de huidige inpassing in de omgeving in stand blijft. Door de opzet met de bouwvelden binnen de cirkel en aan de noordkant tussen de bestaande bebouwing blijft ook de groene zuidzijde van het terrein, met bosvakken, akkertjes, grasvelden en natuurlijke oevers langs de waterkant behouden. Hierdoor wordt er een mooie overgang naar het zuidelijk gelegen open agrarische veld gemaakt. Het is vooral de uitdaging om het landschap toegankelijk en ervaarbaar te maken. Daarbij is het van belang om de paden meer eenduidig van vorm en uitstraling te laten zijn. De visie streeft voorts naar een duidelijker geleding in beheerniveaus. Rond de centrale as, het entreegebied, het centrale plein en de tuin past een hoger beheerniveau dan in het uitgestrekte gebied aan de zuidzijde van de locatie.
Om de nieuwe bouwvelden te realiseren moet het bestemmingsplan aangepast worden. Drie van de vier bouwvelden liggen grotendeels buiten het bestaande bouwvlak, hiervoor moet het bouwvlak worden uitgebreid. Eén bouwveld ligt binnen het bestaande bouwvlak, om deze uitbreiding van de bebouwing mogelijk te maken is een iets hoger bebouwingspercentage dan in de huidige situatie nodig. Er wordt daarom voor het gehele vlak een bebouwingspercentage van 35% aangegeven. Hiermee wordt ook het groene karakter van het terrein geborgd.
28
4.3
Verkeer en parkeren
4.3.1
Verkeer
De belangrijkste toegangswegen van Midgard lopen via De Zon en De Regenboog. De Regenboog sluit aan op de Koorndijk ten noorden daarvan. Een recente alternatieve aansluiting vormt De Zon, een verbindingsweg met de Oostwal. De ontsluiting voor de nieuwe wooneenheden op het terrein zal via dezelfde wegen gaan, waarbij De Zon de voorkeur heeft. De verkeersluwe opzet van het terrein met centraal parkeren aan de noordzijde blijft behouden. In de visie voor Midgard zijn 4 bouwvelden opgenomen, waarbij er per bouwveld ruimte is voor een nieuw zorggebouw met 16 wooneenheden. Samen zijn dit 4 x 16 = 64 wooneenheden. Deze zullen in twee fases gerealiseerd worden. Er wordt ook bestaande bebouwing binnen de bouwvelden gesloopt, zoals een aantal noodgebouwen en het Raphaëlhuis, met een bvo van 1263 m² en plek voor 17 cliënten. Daarnaast zal het Jonashuis (777 m² bvo en 15 bewoners) aan de noordkant van het terrein worden afgestoten. In totaal worden er maximaal 32 (64 - 17 - 15 = 32) wooneenheden toegevoegd. Vanwege de uitbreiding van het aantal wooneenheden is ook een uitbreiding van de dagbesteding gewenst. Het oppervlakte hiervan zal ca. 640 m² zijn. Deze dagbesteding wordt alleen gebruikt door cliënten die op het terrein wonen en zal dus niet voor meer verkeersbewegingen zorgen.
In het akoestisch onderzoek bij dit bestemmingsplan (zie paragraaf 5.7) is een berekening gemaakt van de verkeersintensiteiten van de omringende wegen voor 2030 in de worst-case situatie. Voor de Koorndijk komt dit uit op 1.350 motorvoertuigen per etmaal. Voor de Oostwal is dit 800 motorvoertuigen per etmaal en voor de Regenboog circa 650 motorvoertuigen per etmaal. Ervan uitgaande dat de snelheid op deze wegen 30 km/uur is of wordt vallen deze wegen in de categorie erftoegangsweg type II volgens de indeling van het concept Duurzaam Veilig Verkeer. Binnen Duurzaam Veilig kunnen deze wegen een maximale intensiteit van 3.500 tot 4.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal aan. Met het toevoegen van 32 wooneenheden zal de toename van het verkeer ruim binnen de acceptabele verkeersintensiteiten blijven. De beperkte toevoeging van het aantal verkeersbewegingen kan goed verwerkt worden.
29
Aspectkaart ontsluiting en parkeren uit de stedenbouwkundige visie, bron Vollmer & Partners
4.3.2
Parkeren
In de Nota Parkeernormen Schagen 2016 wordt aangegeven dat de parkeernorm voor een verpleeg- en verzorgingstehuis 0,6 parkeerplaats per wooneenheid is, met een aandeel van 60% voor het bezoekersparkeren. Met de nieuwbouw van maximaal 64 wooneenheden, de sloop van het Raphaëlhuis met 17 wooneenheden en het afstoten van het Jonashuis met 15 bewoners worden er in totaal 32 wooneenheden toegevoegd ten opzichte van de huidige situatie. Het afstoten van het Jonashuis en de overname daarvan door een woningcorporatie betekent wel dat er 5 sociale huurwoningen toegevoegd worden. De norm voor hiervoor is 1,6 parkeerplaats per woning. Hierdoor komt het aantal toe te voegen parkeerplaatsen op:
32 x 0,6 =
19,2 pp
5 x 1,6 =
8,0 pp 27,2 pp
Aan de noordkant van het terrein, tussen de bestaande parkeerterreinen, is ruimte voor een uitbreiding met 27 parkeerplaatsen. Hiermee kan worden voldaan aan het benodigde aantal parkeerplaatsen voor de uitbreiding van Midgard.