Accountantsverslag gemeente Schagen 2025
Tekst van het document
Accountantsverslag 2025 Gemeente Schagen
Aan de raad van de gemeente Schagen Postbus 8 1740 AA SCHAGEN
Onderwerp Accountantsverslag 2025 Datum 19 mei 2026 Kenmerk 312023001.26.378
Geachte leden van de raad, Wij hebben de controle van de jaarrekening 2025 van uw gemeente afgerond. De jaarrekening van de gemeente Schagen is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 5 juni 2026 bespreken wij onze controlebevindingen met de auditcommissie. Bij de jaarrekening 2025 hebben wij op 19 mei 2026 een controleverklaring met goedkeurend oordeel afgegeven voor de getrouwheid van de jaarrekening, inclusief de daarin opgenomen rechtmatigheidsverantwoording. Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2025. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole. Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor de raad en het college. Wij geven u toestemming om dit accountantsverslag te publiceren via de agenda’s van de raadscommissies en de raad. Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V. ValidSigned door A. Booij RA op 19-05-2026
A. Booij RA
Inhoudsopgave
Contact
Samenvatting ................................................................... 3
De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag:
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij ........... 5
Arie Booij
2. Financiële positie en resultaat .................................... 10
06 – 1509 2689
3. Bevindingen eindejaarscontrole ................................. 12
abooij@psa-ra.nl
4. Aandachtspunten auditcommissie ............................. 23
Remco Korhorn 06 – 1099 9195 rkorhorn@psa-ra.nl
5. Interne beheersing ..................................................... 27 6. Overige aangelegenheden .......................................... 30 7. Verplichte tabel SiSa .................................................. 34
312023001.26.378 - 1
Managementsamenvatting
312023001.26.378 - 2
Samenvatting Inleiding
Financiële positie en resultaat Belangrijkste bevindingen
Wij hebben de jaarrekening 2025 van de gemeente Schagen gecontroleerd en hierbij op 19 mei 2026 een goedkeurende controleverklaring afgegeven voor zowel de getrouwheid als de rechtmatigheid. De jaarrekening geeft naar ons oordeel een getrouw beeld en voldoet aan de verslaggevingsvoorschriften van het BBV. Ook de rechtmatigheidsverantwoording is juist en volledig opgesteld en blijft binnen de door de raad vastgestelde verantwoordingsgrens. De financiële positie van de gemeente is in 2025 verder versterkt. Het eigen vermogen is toegenomen tot € 138,3 miljoen en het gerealiseerd resultaat bedraagt € 13,2 miljoen voordelig. Het weerstandsvermogen blijft toereikend om de onderkende risico’s op te vangen. In de jaarrekeningcontrole hebben wij geen materiële fouten of onzekerheden vastgesteld. Wel signaleren wij een aantal aandachtspunten voor verdere kwaliteitsverbetering: ▪ ▪ ▪
Specifieke aandachtspunten
De begrotingspresentatie sluit nog niet volledig aan op het BBV, waardoor verschillen blijven bestaan met de jaarrekening. De activa‑administratie vraagt blijvende aandacht, met name voor het juist hanteren van afschrijvingstermijnen. Voor onderhoud van kapitaalgoederen ontbreken actuele beheerplannen, waardoor nog geen onderhoudsvoorzieningen worden gevormd. ▪ De vorderingen woonplaatsbeginsel kennen een lange doorlooptijd en vereisen actieve monitoring. ▪ De spaarvoorziening riolering is nog niet toereikend om de investeringen volledig te dekken. Daarnaast constateren wij het volgende: ▪ ▪ ▪
Interne beheersing
Tot slot
Sociaal domein: onzekerheden bij zorg in natura zijn weggenomen; bij Pgb’s resteert een beperkte onzekerheid (€ 136.000). Toeristenbelasting: een eerdere onvolledigheid is gecorrigeerd; verdere borging van het proces blijft noodzakelijk. IT‑omgeving: beheersmaatregelen zijn nog onvoldoende formeel ingericht, met risico’s voor toegangsbeveiliging en wijzigingsbeheer. ▪ Boekenonderzoek Belastingdienst: dit onderzoek is nog niet afgerond; mogelijke effecten dienen actief te worden gevolgd. De interne beheersing ontwikkelt zich positief. Het college werkt actief aan verdere professionalisering en opvolging van verbetermaatregelen. Tegelijkertijd zien wij dat op onderdelen verdere versterking nodig is, met name op het gebied van: ▪ IT‑beheersing en formalisering van maatregelen; ▪ monitoring van opvolging van aanbevelingen; en ▪ structureel risicomanagement, waaronder frauderisicoanalyse. Wij hebben geen aanwijzingen voor fraude geconstateerd. De samenwerking met de organisatie is constructief verlopen en wij hebben volledige medewerking ontvangen bij de uitvoering van onze controle.
312023001.26.378 - 3
1.
Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij
312023001.26.378 - 4
1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle
Met de opdrachtbevestiging d.d. 10 september 2025 met kenmerk 312023001.25.455 heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2025. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening van de gemeente Schagen. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2025 voldoende voor de doelstelling van onze controle. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle is verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), de Controleverordening gemeente Schagen 2023 die is vastgesteld door de gemeenteraad op 26 juni 2023, het Programma van Eisen Accountantsdiensten die is vastgesteld door de gemeenteraad op 22 december 2022 en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2025 vallen.
Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het Bado
De wijze waarop wij de materialiteit bepaald hebben sluit aan op het Bado. Voor afwijkingen, zijnde fouten en onzekerheden tezamen, is deze vanaf boekjaar 2025 gebaseerd op 2% van de lasten exclusief toevoegingen aan de reserves. Jaarrekening 2025* Goedkeuringstoleranties
€ 3.242.000
* de gerealiseerde totaal lasten exclusief toevoegingen aan de reserves op basis van de jaarrekening 2025 bedragen € 162.103.000
Voor de controle op naleving van de Wet normering topinkomens (WNT) hebben wij de materialiteit zoals voorgeschreven in het Controleprotocol WNT gehanteerd. In het Programma van Eisen Accountantsdiensten heeft u ook de rapporteringstolerantie vastgesteld op € 100.000.
Onze aanpak is gericht op risico’s
Voor de controle van de jaarrekening 2025 onderkennen wij een aantal aandachtspunten. Deze aandachtspunten brengen mogelijk een verhoogd risico met zich mee op afwijkingen in de financiële verslaggeving, vóór toepassing van beheersmaatregelen. Dit kan mogelijk leiden tot materiële afwijkingen in de jaarrekening en impact hebben op de bedrijfsvoering. De aandachtspunten zijn hierna weergegeven en hebben wij op 9 oktober 2025 ook afgestemd met de auditcommissie. Het opnemen van een onderwerp in deze lijst betekent niet dat er daadwerkelijk sprake is van een probleem. De aandachtspunten geven aan waar wij tijdens onze controle extra alert op zullen zijn. 312023001.26.378 - 5
Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft het college voor onderstaande aandachtspunten beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door het college ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s voortkomend uit de aandachtspunten moeten verkleinen. De aandachtspunten die wij voor 2025 onderkend hebben zijn: Interne beheersing en opvolging: ▪ De status en voortgang van het ontwikkelplan en de kwaliteit van de interne beheersing en ook de voortgang van de verbijzonderde interne controle 2025. ▪ De follow-up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtspunten vanuit de interne en externe controle. ▪ Ontwikkelingen en actualiteit op IT-gebied. ▪ De (actualisatie) van de (fraude-)risicoanalyse, waarbij wij nader zullen inzoomen op het potentiële corruptierisico bij aanbestedingen, risico’s op het ontbreken van een prestatieverklaring in het inkoopproces en risico’s op onrechtmatige handmatige betalingen. Waarderingen en schattingen: ▪ De waardering van uw grondexploitaties, in het bijzonder de complexen Lagedijk N-W, Landsheer, Makado Schagen, Schagerbrug Dijkzicht, Tuitjenhorn Bogtmanweg, De Brug Sint Maartensbrug en Landsheer, gelet op de omvangrijke nog te maken kosten en nog te realiseren opbrengsten en de daarbij horende resultaatprognose.
▪ De waardering van vorderingen, voornamelijk belastingvorderingen en vorderingen sociale zaken. ▪ De waardering van personeel gerelateerde voorzieningen, specifiek de pensioenvoorziening voor (oud) wethouders in verband met de waardeoverdracht per 1 januari 2028 aan het ABP. Jaarrekening presentatie en verslaggeving: ▪ De verwerking van specifieke uitkeringen in de administratie en de beheersing van de voortgang van bestedingen. ▪ De uitvoering van beheerplannen voor groot onderhoud aan uw kapitaalgoederen in relatie tot de getroffen bestemmingsreserves daarvoor en het treffen van voorzieningen. ▪ De rechtmatigheidsverantwoording 2025, mede in verband met rechtmatigheidsfouten 2024: • Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed voor bedrag van € 1.800.000; en • Overschrijding op programma’s en investeringsbudgetten voor bedrag van € 3.100.000. ▪ De betrouwbaarheid van uw activa administratie op aspecten zoals rubricering, groot onderhoud, bestaan en eigendom en waardering. ▪ De beheersing van risico’s en onzekerheden in het sociaal domein, waaronder de prestatielevering Pgb’s, Wmo en Jeugdwet (2024: onzekerheden € 1,2 miljoen) Ook dienen wij vanuit de controlerichtlijnen specifiek aandacht te besteden aan de mogelijkheid die het management heeft om specifieke controlemaatregelen te omzeilen. Dit risico is niet uniek voor uw gemeente.
Belangrijke voorbeelden zijn de memoriaalboekingen (handmatige (correctie)boekingen) en posten die gezien hun aard schattingselementen in zich hebben.
312023001.26.378 - 6
Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘Bevindingen eindejaarscontrole’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.
De baten en lasten, alsmede balansmutaties, zijn in materiële zin rechtmatig
Op basis van uw Programma van Eisen Accountantsdiensten die is vastgesteld door de gemeenteraad op 22 december 2022 hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeente met betrekking tot de specifieke uitkeringen gecontroleerd. Hierbij zijn geen materiële bijzonderheden geconstateerd. Uw gemeente voert 28 regelingen met betrekking tot specifieke uitkeringen uit (2024: 29 regelingen). Deze zijn verantwoord via de SiSa-bijlage in uw jaarrekening. Onze conclusie is dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen, rechtmatig zijn weergegeven in de jaarrekening 2025.
Uw rechtmatigheidsverantwoording
In de jaarrekening legt het college met de rechtmatigheidsverantwoording verantwoording af over een drietal rechtmatigheidscriteria die niet expliciet blijken uit het getrouw opnemen van baten, lasten alsmede balansmutaties. Dit betreffen het begrotings-, het voorwaarden- en het misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het college toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruiken oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten, lasten alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de raad op 16 december 2025 vastgestelde normenkader 2025 voor de financiële rechtmatigheid. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door de raad vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. De rechtmatigheidsverantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de raad bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op (afgerond) € 3.242.000. Er zijn geen afwijkingen geconstateerd boven dit grensbedrag. In hoofdstuk 3 van dit accountantsverslag gaan wij nader in op de rechtmatigheidsverantwoording.
De jaarrekening voldoet aan het BBV
Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente Schagen. Daarnaast vereisen zij van het college het toepassen van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn. De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de gemeente Schagen zijn uiteengezet in de jaarrekening 2025 in het onderdeel “Grondslagen van waardering en resultaatbepaling”. In de jaarrekening 2025 heeft zich ten opzichte van de jaarrekening 2024 geen wijziging voorgedaan in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen, die een aanzienlijke invloed hebben gehad op de baten en lasten en/of de financiële positie van de gemeente Schagen.
312023001.26.378 - 7
Wij hebben het door het college toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld. Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Geen geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken
Naar aanleiding van onze controle van de jaarrekening, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn daarom niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de niet materiële fouten en tekortkomingen in de jaarrekening verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.
Goedkeurende controleverklaring
Wij zijn van oordeel dat de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2025 van de gemeente Schagen een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van de baten en lasten over 2025 en van het vermogen op 31 december 2025 in overeenstemming met het BBV. Daarnaast zijn wij van mening dat de door het college afgegeven rechtmatigheidsverantwoording een getrouwe weergave geeft van de rechtmatigheid van het door haar gevoerde financieel beheer. Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door de raad wordt vastgesteld. Wij verzoeken u daarom ons een door de voorzitter van de raad en de griffier ondertekend besluit van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.
312023001.26.378 - 8
2.
Financiële positie en resultaat
312023001.26.378 - 9
2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw gemeente neemt toe
In het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenten, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten 2025 bedraagt € 27.388.000 voordelig. Per saldo is tussentijds € 14.194.000 aan de reserves toegevoegd, zodat het uiteindelijk gerealiseerd resultaat over 2025 € 13.193.000 voordelig bedraagt. Dit gerealiseerd resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen. (in € 1.000)
2025
2024
2023
2022
Eigen vermogen per 1 januari
110.905
88.219
71.507
62.860
Tussentijdse resultaatbestemming
14.194
16.245
7.924
4.767
Gerealiseerd resultaat
13.193
6.441
8.788
3.881
Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’)
27.388
22.687
16.712
4.502
Eigen vermogen per 31 december
138.293
110.905
88.219
71.507
NB: door afronding op € 1.000 kunnen geringe afrondingsverschillen of afwijkingen van de jaarstukken ontstaan.
De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de toevoegingen aan en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van u. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2025 65,4% van het balanstotaal (2024: 59,2% van het balanstotaal). Zowel in absolute als in relatieve zin is het eigen vermogen toegenomen. In de toelichting op balans bij het onderdeel eigen vermogen van de jaarrekening geeft het college een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2025. Wij verwijzen u naar deze toelichting.
312023001.26.378 - 10
Resultaat 2025 is beïnvloed door reservemutatie(s)
Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente Schagen ook het gerealiseerd resultaat. Dit is het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit in de loop van het jaar gedane onttrekkingen uit reserves minus de tussentijdse toevoegingen aan reserves, op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerd resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeente het volgende:
Exploitatieresultaat (in € 1.000)
Realisatie 2025
Begroting na wijziging 2025
Totale baten Totale lasten
189.491 162.103
182.310 162.059
Gerealiseerde saldo van baten en lasten Af: toevoegingen aan reserves Bij: onttrekkingen uit reserves
27.388
20.251
Saldo mutaties reserves (per saldo toegevoegd)
-14.194
10.158
Gerealiseerd resultaat (voordelig)
13.193
10.093
24.579 14.422
De exploitatie over 2025 laat een voordelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten (resultaat vóór reservemutaties) van € 27.388.000 zien, ten opzichte van een begroot (na wijziging) saldo van € 20.251.000 voordelig. Dit is een voordeel van € 7.137.000. Het voordelig gerealiseerd resultaat 2025 van € 13.193.000 is afzonderlijk op de balans onder het eigen vermogen opgenomen. In de programmaverantwoording, per programma, in het onderdeel “Wat heeft het gekost” is een analyse van de verschillen per doelstelling groter dan € 25.000 opgenomen. Wij verwijzen u naar deze toelichtingen. Het voordelige exploitatieresultaat 2025 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de structurele baten en lasten. Het inzicht in de structurele baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is inzicht in de incidentele baten en lasten > € 100.000 (grensbedrag dat is vastgesteld via uw financiële verordening) gegeven. Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting.
312023001.26.378 - 11
Het college geeft aan dat de ratio voor het beschikbare incidentele weerstandsvermogen hoger is dan de streefwaarde uit de Nota Vermogensbeleid. Het structurele weerstandsvermogen is toereikend om de structurele risico’s op te kunnen vangen.
Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit vanwege ingeschatte risico’s. In de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” geeft het college inzicht in het incidentele en het structurele weerstandsvermogen. Incidenteel weerstandsvermogen Het incidentele weerstandsvermogen is bedoeld om eenmalige risico’s op te vangen, wanneer deze zich voordoen. De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit heeft het college bepaald op € 22.911.000 (voor de samenstelling, zie de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing”). In 2024 bedroeg deze € 70.170.000. Dit bedrag is bepaald op basis van de som van de algemene reserve (€ 16.670.000) en de stille reserves (€ 53.500.000). Vanaf de begroting 2026 worden de stille reserves niet meer gerekend tot de incidentele weerstandscapaciteit. Deze lijn is in de jaarrekening 2025 voortgezet en dit is toegelicht in de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing”. Uitgaande van alleen de algemene reserve is de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit daarom ten opzichte van 2024 gestegen door de toename van de algemene reserve. Deze is in 2025 met € 6.241.000 toegenomen van € 16.670.000 tot € 22.911.000. In de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” heeft het college een opsomming gegeven van ingeschatte incidentele risico’s.
Deze cumuleren voor 2025 tot een bedrag van € 2.500.000 (2024: € 1.880.000). Op basis van deze kwantificering is de ratio voor het incidenteel weerstandsvermogen voor 2025 uitgekomen op 9,2 (2024: 8,9 indien geen rekening wordt gehouden met de stille reserves per 31-12-2024). Deze ratio is hoger, zo geeft het college aan, dan de streefwaarde van 1,5 zoals u heeft vastgesteld in de Nota Vermogensbeleid. Ten opzichte van 2024 is sprake van een stijging van de gekwantificeerde incidentele risico’s en een stijging van de beschikbare incidentele weerstandcapaciteit. Structureel weerstandsvermogen De structurele weerstandscapaciteit is door uw college bepaald op de onbenutte belastingcapaciteit. Deze komt voor 2025 uit op een bedrag van € 3.200.000. In 2025 bedroeg deze € 2.400.000. De structurele weerstandscapaciteit is daarmee toegenomen in 2025 ten opzichte van 2024. De structurele risico’s zijn door het college bepaald op € 2.927.690 (2024: € 2.316.480). Ten opzichte van 2024 is daarom sprake van een stijging van de gekwantificeerde incidentele risico’s. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt doordat risico’s kwantitatief gezien hoger zijn geworden. De ratio voor het structureel weerstandsvermogen is daarmee in 2025 gestegen naar 1,1. In 2024 was deze 1,0.
In de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” geeft het college daarbij aan dat dit betekent dat de gemeente de structurele risico’s voldoende kan opvangen met structurele middelen. Wij verwijzen u voor de onderkende risico’s en de kwantificering daarvan naar de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing”. Overigens merken wij hierbij op dat deze cijfers niet aan accountantscontrole of een beoordelingsopdracht zijn onderworpen.
312023001.26.378 - 12
3.
Bevindingen eindejaarscontrole
312023001.26.378 - 13
3. Bevindingen eindejaarscontrole Zorg dat de presentatie en toelichting van uw begroting voldoet aan het BBV
In het overzicht van baten en lasten, zoals opgenomen in uw jaarrekening 2025, worden naast de baten en lasten en het saldo per programma ook de componenten vennootschapsbelasting, overhead en algemene dekkingsmiddelen afzonderlijk gepresenteerd. Deze indeling is in overeenstemming met de verslaggevingsvoorschriften van het BBV. Wij constateren dat in uw begroting 2026 (en de meerjarenraming) deze componenten nog steeds niet afzonderlijk worden geraamd en gepresenteerd. Hierdoor blijft sprake van een verschil in presentatie tussen de begroting en de jaarrekening, hetgeen de onderlinge vergelijkbaarheid beperkt en leidt tot toelichtingen op deze verschillen in het overzicht van baten en lasten. Wij adviseren u opnieuw om de begroting in overeenstemming met het BBV in te delen, waarbij naast de baten en lasten en het saldo per programma ook de componenten vennootschapsbelasting, overhead en algemene dekkingsmiddelen afzonderlijk worden geraamd en gepresenteerd. Hiermee wordt de aansluiting tussen begroting en jaarrekening verbeterd en wordt voldaan aan de verslaggevingsvoorschriften van het BBV.
De rechtmatigheidsverantwoording 2025 is getrouw
Rechtmatigheidsverantwoording 2025 De rechtmatigheidsverantwoording is opgenomen in de jaarrekening 2025. Wij hebben vastgesteld dat deze is opgesteld overeenkomstig het voorgeschreven model en dat daarbij de door de raad vastgestelde kaders zijn gehanteerd. Deze kaders zijn in overeenstemming met de richtlijnen van de Commissie BBV. Uit de in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording blijkt dat sprake is van rechtmatigheidsafwijkingen vanuit zowel het begrotingscriterium als het voorwaardencriterium. Ten aanzien van het begrotingscriterium is sprake van begrotingsonrechtmatigheden bestaande uit een begrotingsoverschrijding van € 1.796.250 en kredietoverschrijdingen van € 80.965. Deze afwijkingen bedragen per saldo € 1.877.215, waarvan € 796.374 door het college als acceptabel is aangemerkt op basis van de bepalingen in de door de raad op 24 juni 2025 vastgestelde Financiële verordening 2025 van de gemeente Schagen (hierna: financiële verordening). Het niet-acceptabele deel bedraagt per saldo € 1.080.841. Daarnaast is sprake van afwijkingen ten aanzien van het voorwaardencriterium. Deze afwijkingen hebben uitsluitend betrekking op inkopen die ten onrechte niet Europees zijn aanbesteed, doordat de aanbestedingsregels niet juist zijn toegepast. Het totaalbedrag van deze afwijkingen bedraagt € 221.168.
Het totale bedrag aan onrechtmatigheden over 2025 is daarmee vastgesteld op € 2.098.383, waarvan € 1.302.009 niet-acceptabel. Deze onrechtmatigheden blijven onder de door de raad vastgestelde verantwoordingsgrens van € 3.242.070 (2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves), zoals opgenomen in de financiële verordening. De rechtmatigheidsverantwoording geeft dit beeld correct weer. 312023001.26.378 - 12
Afwijkingen ten aanzien van de rechtmatigheid die groter zijn dan de afgesproken rapporteringsgrens van € 100.000 zijn door het college toegelicht in de paragraaf Bedrijfsvoering van het jaarverslag. Wij verwijzen u naar deze toelichting. Ook heeft het college in de paragraaf Bedrijfsvoering toegelicht dat de gemeente Schagen niet beschikt over een overkoepelend beleid ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O). Daarnaast wordt met de invoering van de Wet inburgering 2021 van gemeenten verwacht dat zij, in aanvulling op eventueel bestaand M&O beleid, specifiek aandacht aan besteden aan deze wet. Een dergelijk specifiek beleidskader is binnen de gemeente Schagen eveneens nog niet opgesteld. Ons oordeel bij de rechtmatigheidsverantwoording 2025 Op basis van onze toetsing aan de wettelijke voorschriften inzake de rechtmatigheidsverantwoording en de door de raad vastgestelde kaders hebben wij vastgesteld dat de rechtmatigheidsverantwoording over 2025 een getrouw beeld geeft. De jaarrekening en het jaarverslag bevatten alle voorgeschreven informatie en de vereiste toelichtingen zijn opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering. In vergelijking met het voorgaande jaar constateren wij dat de omvang van de rechtmatigheidsafwijkingen is afgenomen en binnen de verantwoordingsgrens blijft.
Borg dat uw activaadministratie betrouwbaar blijft
Naar aanleiding van de controle van de jaarrekening 2023 heeft uw gemeente de betrouwbaarheid van de activa-administratie onderzocht, hetgeen in de jaarrekening 2024 heeft geleid tot diverse herrubriceringen en daarmee tot een betrouwbaarder beeld van de vaste activa. Bij de controle van de jaarrekening 2025 constateren wij dat de aandacht voor de kwaliteit van de activa-administratie nog steeds noodzakelijk is. Wij hebben vastgesteld dat bij een aantal activa de gehanteerde afschrijvingstermijnen niet in overeenstemming zijn met de uitgangspunten zoals opgenomen in de “Nota rente, activa en afschrijvingsbeleid”. Hierbij is in sommige gevallen een kortere afschrijvingstermijn gehanteerd dan voorgeschreven en in andere gevallen juist een langere. Als gevolg hiervan zijn de afschrijvingslasten in bepaalde gevallen te hoog en in andere gevallen te laag verantwoord. Wij hebben vastgesteld dat de financiële impact hiervan per saldo onder de rapporteringstolerantie blijft en derhalve niet van materieel belang is voor de jaarrekening 2025. Desalniettemin achten wij het van belang dat de activa-administratie op dit punt wordt gecorrigeerd en in lijn wordt gebracht met het vastgestelde beleid. Een juiste toepassing van afschrijvingstermijnen is essentieel voor een getrouwe toerekening van lasten over de gebruiksduur van activa en voor de betrouwbaarheid van de financiële informatie.
Wij adviseren u daarom om de gehanteerde afschrijvingstermijnen integraal te toetsen aan de op moment van activeren geldende beleidskaders en waar nodig te corrigeren, en om dit aspect structureel te borgen binnen de beheerprocessen van de activaadministratie.
312023001.26.378 - 13
Verwacht resultaat grondexploitaties is verbeterd
In de jaarrekening 2025 is de boekwaarde van de grondexploitaties met circa € 3.812.000 toegenomen tot € 1.512.000. Deze toename betreft investeringen in 2025 ad € 3.224.000, verminderingen 2025 ad € 1.975.000 en tussentijdse winstneming 2025 ad € 2.563.000. De grootste mutaties zien we bij de complexen Lagedijk N-W (grondverkopen ad € 1,8 mln.) en Landsheer (investeringen van € 1,3 mln. Daarnaast is sprake van tussentijdse winstneming van € 2,5 mln. Er is in 2025 verder 1 nieuwe grondexploitatie geopend (Dergmeerweg). Van de mutaties in het onderhanden werk kan het volgende verloopoverzicht worden gegeven: Boekwaarde 1-1-2025 Mutaties 2025: - vermeerderingen - verminderingen - tussentijdse winstneming Boekwaarde 31-12-2025
-/- 2.301.000
3.224.000 -/- 1.975.000 2.563.000 3.812.000 1.511.000
In de jaarrekening 2025 is het totale verwachte resultaat van de lopende grondexploitaties per saldo met € 396.000 verbeterd ten opzichte van de jaarrekening 2024. Uit het volgende overzicht blijken de mutaties per complex, waarbij een negatief getal betekent dat het verwachte resultaat is toegenomen.
Lagedijk N-W Callantsoog Denneweg Makado Schagen Schagerbrug Dijkzicht Tuitjenhorn Bogtmanweg De Brug Sint Maartensbrug Landsheer Dergmeerweg Totaal
Verwacht resultaat (bedragen x € 1.000) JRR 2024 JRR 2025 267 363 -28 -16 1.869 2.001 -202 -187 644 -561 293 672 -2.724 -1.817 -732 119 -277
Mutatie 96 12 132 15 -1.205 379 907 -732 -396
De mutatie in de boekwaarde en de resultaatprognose is de resultante van gemaakte kosten en gerealiseerde opbrengsten in 2025 en de daaropvolgende waardering met het MPG 2026. Het resultaat van de waardering met het MPG 2026 is de tussentijdse winstneming en de herziening van getroffen verliesvoorzieningen. Hierop gaan wij hierna in.
312023001.26.378 - 14
Tussentijdse winstneming 2025 Op basis van de voortgang van de lopende exploitaties en de actualisatie van de nog te maken kosten en nog te realiseren opbrengsten, is bij de volgende exploitaties in 2025 tussentijdse winst genomen: Schagerbrug Dijkzicht Landsheer Totaal
€ 88.000 € 2.475.000 € 2.563.000
Verliesvoorziening Bij de onderstaande complexen is sprake van een verwacht nadelig resultaat, waardoor een voorziening ter grootte van het verwachte verlies is getroffen. Ten opzichte van 2024 is het totaal voorziene bedrag met € 36.000 afgenomen, hetgeen betekent dat het verwachte resultaat is verbeterd. Voor de resultaat ontwikkeling per complex, verwijzen wij u naar het vastgestelde MPG 2026. Bedragen x € 1.000
Boekwaarde per 31-12-2025
Geraamde nog te maken kosten
Geraamde nog te realiseren opbrengsten
Lagedijk
1.631
221
-1.490
362
363
Makado
1.805
197
0
2.002
523
827
-678
672
2.001 *) 673 *)
1.512
1.245
-2.168
3.036
De Brug (2025) Totaal
Geraamd eindresultaat
Voorziening
3.037
*) Omdat het totaal verwachte verlies bij deze exploitaties hoger is dan de boekwaarde per 31-12-2025, is het meerdere van dit bedrag, in overeenstemming met het Bbv, aan de creditzijde op de balans opgenomen. Enkele complexen uitgelicht Makado De grondexploitatie Makado is in 2025 opnieuw geactualiseerd en zal, anders dan eerder voorzien, naar verwachting in 2026 worden afgesloten vanwege de afronding van een juridische procedure. Per 31 december 2025 bedraagt de boekwaarde circa € 1,8 miljoen positief, terwijl het verwachte eindresultaat € 2,0 miljoen nadelig is. Voor dit verlies is conform het BBV een voorziening getroffen, waarbij een deel als creditpost op de balans is gepresenteerd. Ten opzichte van de MPG 2025 is het verwachte resultaat met circa € 0,2 miljoen verslechterd, met name door hogere kosten als gevolg van gerealiseerde risico’s, waaronder hogere saneringskosten en een schadeclaim. De fysieke werkzaamheden zijn in 2025 afgerond; de resterende onzekerheden hebben vooral betrekking op de financiële afwikkeling in 2026.
312023001.26.378 - 15
Bogtmanweg De grondexploitatie Bogtmanweg heeft in 2025 een duidelijke verbetering laten zien ten opzichte van eerdere ramingen. Waar in voorgaande jaren sprake was van een verlieslatende exploitatie, resulteert de in februari 2025 door de raad vastgestelde geactualiseerde grondexploitatie in een positief verwacht exploitatieresultaat van circa € 0,6 mln (eindwaarde 31-12-2029). Ten opzichte van het MPG 2025 betekent dit een resultaatverbetering van ruim € 1,2 mln. Deze positieve ontwikkeling is het gevolg van bestuurlijke keuzes en planoptimalisaties, waaronder een herzien woningbouwprogramma met meer woningen, geactualiseerde grondwaardes op basis van recente marktontwikkelingen en een aangepaste samenwerkingsvorm met een marktpartij tegen vaste, relatief lage kosten. Tegelijkertijd zijn de geraamde kosten voor bouw- en woonrijp maken, plankosten en projectbegeleiding aanzienlijk toegenomen en is aanvullende grond aangekocht om planuitbreiding mogelijk te maken. De huidige boekwaarde bedraagt circa € 0,8 mln en ligt daarmee onder de actuele verwachte opbrengstwaarde. Op basis van de huidige inzichten is daarmee sprake van een naar verwachting winstgevende exploitatie. De eerder gevormde verliesvoorziening is daardoor vrijgevallen, omdat het verwachte verlies is komen te vervallen.
Tegelijkertijd constateren wij dat de grondexploitatie wordt gekenmerkt door toegenomen omvang en complexiteit. De nog te maken kosten zijn substantieel gestegen, terwijl ook de resterende opbrengsten sterk afhankelijk zijn van marktontwikkelingen, realisatietempo, de verdere uitwerking van de plangebiedsuitbreiding en mogelijke vervolgfases. Daarmee blijft sprake van inherente onzekerheden die bepalend zullen zijn voor het uiteindelijke resultaat. Gelet op het verbeterde perspectief, maar ook de verhoogde risico’s, is een blijvende kritische monitoring van deze exploitatie noodzakelijk. Indien zich opnieuw substantiële afwijkingen voordoen in kosten, opbrengsten of planning, ligt een tussentijdse herijking en bestuurlijke besluitvorming voor de hand. Dergmeerweg De grondexploitatie is 8 juli 2025 vastgesteld door de raad en daarmee toegevoegd aan het gemeentelijk grondbedrijf. Het project voorziet in de realisatie van 81 woningen in diverse prijscategorieën en kent een verwachte looptijd tot en met 2029. Per balansdatum is de boekwaarde nog beperkt (€ 0,2 mln). De exploitatie gaat uit van aanzienlijke nog te maken kosten (€ 6,8 mln) en nog te realiseren opbrengsten (€ 7,7 mln). Deze zijn gebaseerd op de door de raad vastgestelde grondexploitatie. Op eindwaarde resulteert dit in een verwacht positief exploitatieresultaat van circa € 0,8 mln.
Ten opzichte van de in 2025 vastgestelde grondexploitatie is met de actualisatie in het MPG 2026 het verwachte resultaat verbeterd van circa € 0,35 mln naar € 0,73 mln voordelig per ultimo 2029. Deze verbetering wordt met name veroorzaakt door geactualiseerde parameters voor kosten- en opbrengstenstijging, hogere geraamde opbrengsten voor vrije-sectorwoningen op basis van actuele marktinformatie en een lagere inschatting van het planschaderisico. Daartegenover staat een beperkte nadelige correctie op de kosten voor voorbereiding en toezicht.
312023001.26.378 - 16
Het bouw- en woonrijp maken wordt door uw gemeente in eigen beheer uitgevoerd. Het bouwrijp maken start naar verwachting in 2026 en wordt afgerond in 2027. Het woonrijp maken volgt in de periode 2028–2029. De financiële uitkomsten zijn daarmee in belangrijke mate afhankelijk van kostenbeheersing, planning en marktontwikkelingen in de komende jaren. Wij adviseren u de exploitatie expliciet te blijven volgen via de MPG, gezien de relatief lange looptijd en de afhankelijkheid van marktontwikkelingen en uitvoeringskosten.
Afwikkeling vorderingen woonplaatsbeginsel blijft aandachtspunt
In voorgaande jaren hebben wij gerapporteerd over de vorderingen die zijn ontstaan als gevolg van ten onrechte door uw gemeente betaalde zorgkosten in het kader van het woonplaatsbeginsel. Daarbij is vastgesteld dat het college deze bedragen heeft teruggevorderd en dat de vordering in de jaarrekening getrouw was opgenomen, rekening houdend met een inschatting van de inbaarheid. Per 31 december 2024 resteerde nog een openstaand bedrag van € 633.000 bij verschillende gemeenten. Bij de controle van de jaarrekening 2025 hebben wij vastgesteld dat deze positie ongewijzigd is gebleven. Het openstaande bedrag van € 633.000 staat ultimo 2025 nog steeds als vordering opgenomen. Het college heeft aangegeven dat dit bedrag naar verwachting volledig zal worden ontvangen. Op basis hiervan is geen voorziening voor oninbaarheid getroffen. Wij wijzen erop dat de afwikkeling van deze vorderingen inmiddels een langere doorlooptijd kent. Hoewel de huidige inschatting van het college uitgaat van volledige inbaarheid, achten wij het van belang dat de voortgang en de onderbouwing van de inbaarheid van deze vorderingen actief wordt gemonitord en periodiek wordt herbeoordeeld. Wij adviseren u om de afwikkeling van de openstaande posten te blijven volgen en, indien omstandigheden wijzigen, de waardering van de vordering hierop tijdig aan te passen.
Noodzakelijke storting voorziening pensioen voormalig wethouders en voorziening pensioen wethouders
Vanaf 1 januari 2028 zal het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) verantwoordelijk worden voor uitvoeren van de pensioenregeling voor politieke ambtsdragers, waaronder de (oud) wethouders van uw gemeente. Uw gemeente moet hiervoor begin 2028 een eenmalige kapitaalstorting doen en vanaf dan pensioenpremies afdragen aan het ABP. Vanaf 1 januari 2028 is uw gemeente vervolgens jaarlijks pensioenpremies aan het ABP verschuldigd. Uw gemeente heeft in de zomer van 2025 meegedaan aan een landelijk onderzoek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen, waarbij is ingegaan op: ▪ ▪ ▪
De voor de overdracht beschikbare middelen (waaronder de pensioenvoorziening); Het vermogen dat nodig is om op basis va de Wet toekomst pensioenen (Wtp) in te kopen bij het ABP (de eenmalige kapitaalstorting); en De toekomstige aan het ABP verschuldigde pensioenpremie. 312023001.26.378 - 17
Op 3 december 2025 heeft de Commissie BBV een antwoord op een vraag gepubliceerd over de verantwoording en waardering van de pensioenvoorziening in de jaarrekening 2025. De Commissie BBV heeft daarbij de volgende stellige uitspraak gedaan: ▪
▪
▪ ▪
Decentrale overheden die aan het recente onderzoek naar de omvang van de overdrachtswaarde van Appa naar ABP hebben meegedaan, dienen bij de verantwoording over begrotingsjaar 2025 de hoogte van de voorziening en eventueel aanwezige kapitaalverzekeringen per 31 december gelijk te stellen aan de prognose op basis van het uitgevoerde onderzoek (benodigd vermogen op 1 januari 2025 op basis van inkoop Wtp bij ABP) en rekening te houden met de gewijzigde verplichtingen over 2025; Decentrale overheden die niet aan het onderzoek hebben deelgenomen moeten de pensioenverplichting voor ambtsdragers eveneens analoog aan de gehanteerde berekening van het onderzoek onderbouwen. Uitgaande van het uitgevoerde onderzoek zal de pensioenverplichting per 1 januari 2025 naar verwachting tussen de 10% en 20% moeten worden verhoogd om deze per 31 december 2025 op het juiste niveau te krijgen; Bovenstaande bedragen dienen tot het moment van overdracht aan het ABP jaarlijks herzien te worden; In de jaarrekening dient een toelichting te worden opgenomen waarin de mogelijkheid voor eventuele vrijval van de voorziening door bijvoorbeeld rentestijging wordt benoemd alsmede de einddatum waarop de overdracht naar het ABP plaatsvindt.
Het college is ten behoeve van de jaarrekening 2025 nagegaan wat de totale pensioenverplichting zou moeten zijn en op welke wijze in dekking daarvan is voorzien. Op basis van actuele actuariële berekeningen bedraagt de totale verplichting ultimo 2025: ▪ ▪
Voorziening pensioen voormalig wethouders: € 2.821.000 Voorziening pensioen wethouders: € 678.000
Hierbij is rekening gehouden met de dekkingsgraad van 123,5% die het ABP per 31 december 2025 hanteert. Hiervoor is een storting van per saldo € 2.754.000 gedaan in de betreffende voorzieningen. De jaarlijks wijzigende rekenrente en de dekkingsgraad die het ABP hanteert zijn de komende jaren medebepalend voor omvang van de totale verplichting die uw gemeente per 1 januari 2028 zal hebben. De waardering van de totale verplichting blijft daarmee een aandachtspunt de komende jaren.
Beperkt voortgang in het vormen van onderhoudsvoorzieningen
In voorgaand jaar hebben wij gerapporteerd over het ontbreken van (egalisatie)voorzieningen voor groot onderhoud aan kapitaalgoederen en het gebruik van bestemmingsreserves als alternatief. Daarbij hebben wij toegelicht dat, conform de richtlijnen van de Commissie BBV, het vormen van voorzieningen voor groot onderhoud is vereist indien sprake is van actuele en onderbouwde beheerplannen. Bij onze controle van de jaarrekening 2025 constateren wij dat de situatie ongewijzigd is gebleven. Uw gemeente beschikt nog steeds over bestemmingsreserves ter dekking van onderhoudslasten, terwijl (nog) geen sprake is van actuele beheerplannen die voldoen aan de vereisten van het BBV om voorzieningen voor groot onderhoud te onderbouwen. 312023001.26.378 - 18
Hierdoor blijft sprake van een situatie waarbij de egalisatie van onderhoudslasten over meerdere jaren niet plaatsvindt via voorzieningen, zoals beoogd in het BBV, maar via reserves. Zoals wij eerder hebben toegelicht, kan een bestemmingsreserve groot onderhoud deze egalisatiefunctie niet structureel vervangen en betreft dit volgens de Commissie BBV slechts een tijdelijke situatie. Vanuit het oogpunt van risicobeheersing, transparantie en een evenwichtige lastenverdeling over de jaren achten wij het van belang dat de benodigde beheerplannen worden geactualiseerd en voldoen aan de voorwaarden van het BBV. Op basis hiervan kunnen onderhoudsvoorzieningen worden gevormd conform artikel 44 lid 1c BBV. Wij benadrukken daarom ons eerdere advies om de beheerplannen te actualiseren en – zodra aan de voorwaarden is voldaan – over te gaan tot het vormen van voorzieningen voor groot onderhoud. Hiermee wordt een meer consistente en toekomstbestendige verwerking van onderhoudslasten gerealiseerd.
Saldo spaarvoorziening riolering niet toereikend om gerealiseerde investeringen te dekken
Jaarlijks wordt door uw gemeente gespaard om de kosten van gerealiseerde investeringen in de riolering te dekken. Dit betekent dat investeringen uit het Programma Water en Riolering Schagen in beginsel niet worden geactiveerd, waardoor geen of beperkte kapitaallasten ontstaan. Dit heeft een dempend effect op de door u vastgestelde riooltarieven. Het beoogde eindbeeld is het ontstaan van een zogenoemd ideaalcomplex, waarbij de jaarlijkse investeringsuitgaven gelijk zijn aan het jaarlijkse spaarbedrag. In 2025 bleek het saldo van de voorziening riolering, inclusief de dotatie over 2025, echter onvoldoende om de in dat jaar gerealiseerde investeringen volledig af te boeken. Als gevolg hiervan is in 2025 een bedrag van € 5.159.000 geactiveerd. Dit kan schematisch als volgt worden weergegeven: Investeringen riolering 2025 Voorziening per 1-1-2025 Storting 2025 Totaal beschikbaar ter dekking van investeringsuitgaven in 2025 Geactiveerde kosten riolering 2025
€ 8.988.000 € 2.837.000 € 992.000 € 3.829.000 € 5.159.000
In de jaarrekening 2025 is het volledige beschikbare bedrag in de spaarvoorziening riolering (€ 3.829.000) ingezet ter dekking van de investeringsuitgaven. Omdat de totale investeringen (€ 8.988.000) hoger waren dan het beschikbare spaarbedrag, is het meerdere (€ 5.159.000) geactiveerd onder de materiële vaste activa (investeringen met economisch nut waarvoor een heffing kan worden geheven). Het ideaalcomplex is daarmee nog niet bereikt. Het college verwacht de resterende boekwaarde van de in 2025 geactiveerde investeringen in 2026 en volgende jaren alsnog ten laste van de voorziening te kunnen brengen. In 2025 is echter sprake van een ontoereikend saldo in de voorziening. Gelet op de geraamde investeringen in de komende jaren achten wij het mogelijk dat het huidige jaarlijkse spaarbedrag onvoldoende is. Wij adviseren u hier nader onderzoek naar te verrichten en te bezien of aanpassing van het spaarbedrag noodzakelijk is.
312023001.26.378 - 19
Onzekerheden sociaal domein – prestatielevering zorg in natura (ZIN) vastgesteld
Bij de controle van de bestedingen in het kader van de Wmo ZIN en Jeugdwet ZIN geldt dat het vaststellen van de levering van prestaties op twee manieren kan plaatsvinden. Dit kan enerzijds via productieverantwoordingen van zorgaanbieders die zijn voorzien van een controleverklaring met een goedkeurend oordeel van de accountant van de zorginstelling en anderzijds – indien een dergelijke controleverklaring ontbreekt – door het uitvoeren van aanvullende controles door of namens het college. Over het jaar 2025 is in totaal € 358.000 aan bestedingen binnen de Wmo ZIN en € 1.034.000 aan bestedingen binnen de Jeugdwet ZIN niet voorzien van een productieverantwoording met een (goedkeurende) controleverklaring. Ten aanzien van deze populatie heeft uw gemeente aanvullende werkzaamheden uitgevoerd, bestaande uit het verrichten van materiële controles in overeenstemming met de SDO‑notitie “Controle interne beheersing Jeugd en Wmo voor gemeenten en accountants” (21 januari 2019). Op basis van deze uitgevoerde controles is vastgesteld dat de zorg waarvoor de gemeente heeft betaald daadwerkelijk is geleverd. Hiermee zijn de eerder potentieel aanwezige onzekerheden weggenomen. De uitgevoerde werkzaamheden geven voldoende en geschikte controle-informatie over het bestaan van de geleverde prestaties.
Op basis van het voorgaande is over 2025 geen sprake meer van onzekerheden ten aanzien van de rechtmatigheid van de bestedingen binnen de Wmo ZIN en Jeugdwet ZIN. Dit is een positieve vooruitgang ten opzichte van het voorgaande jaar, waarin voor een deel van de bestedingen nog onzekerheden bestonden over het daadwerkelijk geleverd zijn van de zorg.
Onzekerheden Pgb’s deels weggenomen
Bij de controle op de Persoonsgebonden budgetten (Pgb’s) voor de Wmo en de Jeugdwet is het van belang om de rechtmatigheid van de lasten vast te stellen. Uw gemeente kent de Pgb’s toe in het kader van de Jeugdwet en Wmo. De Pgb-bestedingen zijn door uw gemeente (verplicht) belegd bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De accountant van de SVB heeft de volgende controleverklaring verstrekt: ▪ ▪
Controleverklaring met oordeel met beperking bij de “Verantwoording 2025 Trekkingsrecht pgb 1.0 Jeugdwet” van de Sociale Verzekeringsbank (SVB); en Controleverklaring met goedkeurend oordeel bij de “Verantwoording 2025 Trekkingsrecht pgb 1.0 Wet maatschappelijke ondersteuning” van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
De SVB beoordeelt een deel van de bestedingen ten laste van de Pgb-budgetten Jeugdwet als onrechtmatig. Wij hebben vastgesteld dat de meest waarschijnlijke fout ten aanzien van deze bestedingen voor de gemeente Schagen onder de rapporteringsgrens blijft. De Auditdienst SVB controleert niet de prestatielevering die ten grondslag dient te liggen aan de Pgb's, omdat de SVB niet op prestatielevering toetst. Daarom dient uw gemeente zelfstandig onderzoek naar de prestatielevering uit te voeren, bijvoorbeeld aan de hand van de BADO-notitie "PGB-verantwoording/controle door gemeenten" d.d. 13 maart 2018, om vast te stellen dat er daadwerkelijk prestaties aan de Pgb's ten grondslag liggen.
312023001.26.378 - 20
Uw college heeft een dergelijk onderzoek naar de prestatielevering van de Pgb’s voor de Jeugdwet uitgevoerd en vastgesteld dat de prestaties daadwerkelijk zijn geleverd. Hierdoor is deze massa Pgb’s van € 67.000 als zeker te kwalificeren. Wij adviseren u voor 2026 wederom een dergelijk onderzoek uit voeren. Een dergelijk onderzoek naar de prestatielevering van de Pgb’s voor de Wmo is door uw gemeente wel geïnitieerd, maar kon door het achterwege blijven van respons niet worden afgerond. Als gevolg hiervan kon niet worden vastgesteld dat de prestatielevering heeft plaatsgevonden. Daarom hebben wij deze massa Pgb’s van € 136.000 als onzeker gekwalificeerd. Dit betekent overigens niet dat wij fouten hebben geconstateerd. De cumulatieve onzekerheden passen binnen de grenzen voor goedkeuring.
Wet normering topinkomens (WNT)
De Wet normering topinkomens (WNT) stelt eisen aan de hoogte en openbaarmaking van bezoldigingen en ontslagvergoedingen van topfunctionarissen en, onder voorwaarden, overige medewerkers binnen publiek gefinancierde organisaties. Ook als geen sprake is van overschrijding van de geldende norm, bestaat de verplichting om deze informatie te verantwoorden in de jaarrekening. In hoofdstuk “Wet Normering Topinkomens (WNT)” van de jaarrekening 2025 zijn de verplichte onderdelen vanuit de WNT verantwoord. Op basis van onze controle over 2025 constateren wij dat bij gemeente Schagen geen sprake is van niet‑acceptabele overschrijdingen van de WNT‑normen voor topfunctionarissen en overige medewerkers. De bezoldigingen blijven binnen de wettelijke kaders. Wij wijzen erop dat de accountant op grond van het Controleprotocol WNT geen zekerheid kan verkrijgen over de volledigheid van nevenfuncties en bezoldigingen die bij andere WNT‑plichtige instellingen zijn ontvangen (anticumulatiebepaling). De naleving van deze bepaling maakt daarom geen onderdeel uit van de controleverklaring. Het toezicht hierop ligt bij de aangewezen WNT‑toezichthouders, die zelfstandig onderzoek kunnen doen en zo nodig handhavend kunnen optreden.
Daarnaast attenderen wij het college op de wettelijke openbaarmakingsplicht om de WNT‑verantwoording over kalenderjaar 2025 uiterlijk 1 juli 2026 via internet algemeen toegankelijk te maken. Wij hebben vastgesteld dat gemeente Schagen over voorgaande jaren heeft voldaan aan de wettelijke openbaarmakingsplicht van de WNT‑verantwoording.
312023001.26.378 - 21
4.
Aandachtspunten auditcommissie
312023001.26.378 - 22
4. Aandachtspunten auditcommissie Aandachtspunten vanuit de Op 9 oktober 2025 hebben wij, in een pre-auditmeeting, de focus van de controle van de jaarrekening 2025 met de auditcommissie afgestemd. Op basis van de uitkomsten van deze bespreking, de aandachtspunten uit voorgaande controles en de actuele auditcommissie ontwikkelingen zijn de aandachtspunten voor de uitvoering van onze controle 2025 bepaald. Voor het jaar 2025 is, in aanvulling op de hiervoor opgenomen onderwerpen, ons verzocht om ook specifiek aandacht te besteden aan de volgende onderwerpen: ▪ ▪ ▪
Het proces met betrekking tot het opleggen van aanslagen toeristenbelasting en het innen daarvan. De uitkomsten van het boekenonderzoek van de Belastingdienst (BTW en BTW Compensatiefonds) en de verwerking in de jaarrekening 2025. De kwaliteit van de IT-omgeving, met name op het aspect “continuïteit”, waarbij specifiek de vraag gesteld is of gemeente Schagen voldoende zicht heeft op bedreigingen van buitenaf, welke risico’s daarbij gelopen (kunnen) worden en hoe deze worden beheerst.
In dit accountantsverslag zullen wij u informeren over onze bevindingen bij deze onderwerpen.
Proces toeristenbelasting – aandacht voor volledigheid opbrengststroom
Mede naar aanleiding van de door de auditcommissie geformuleerd aandachtspunt hebben wij het proces rondom het opleggen van de toeristenbelasting beoordeeld, met specifieke aandacht voor de waarborging van de volledigheid van de opbrengststroom (opzet en bestaan). In 2025 heeft het college een nader onderzoek laten uitvoeren naar de volledigheid van de toeristenbelasting. Uit dit onderzoek is gebleken dat één omvangrijke aanslag in eerdere jaren niet in de verwerking was betrokken. Dit heeft geleid tot een alsnog op te leggen aanslag over het boekjaar 2024 van € 423.000 welke is verantwoord in de balans onder de overlopende activa, zijnde de nog te ontvangen bedragen. Dit voordeel is ook toegelicht in de bestuurlijke inleiding van de jaarstukken 2025. Bij het bepalen van de nog op te leggen toeristenbelasting per ultimo 2025 heeft het college hiermee rekening gehouden. De nog op te leggen toeristenbelasting over 2025 bedraagt € 3.614.000 en is – net als de nog op te leggen aanslag over boekjaar 2024 – verantwoord onder de nog te ontvangen bedragen. Dit is in lijn met het stelsel van baten en lasten, waarbij de opbrengsten worden toegerekend aan het jaar waarop deze betrekking hebben, terwijl de feitelijke oplegging na afloop van het verslagjaar plaatsvindt.
Wij constateren dat de uitgevoerde analyse een belangrijke bijdrage levert aan het verbeteren van de volledigheid van de opbrengstverantwoording. Tegelijkertijd blijkt uit de bevinding dat een materiële aanslag niet eerder is onderkend, dat de interne beheersing op dit proces in voorgaande jaren onvoldoende waarborgen bevatte om de volledigheid van de opbrengststroom te garanderen.
312023001.26.378 - 23
Wij adviseren het college om de getroffen verbetermaatregelen structureel te borgen in het proces rondom de toeristenbelasting, bijvoorbeeld door het systematisch aansluiten van externe gegevensbronnen op de opgelegde aanslagen en het periodiek uitvoeren van volledigheidsanalyses. Hiermee kan de betrouwbaarheid en volledigheid van de opbrengstverantwoording verder worden versterkt.
Boekenonderzoek van de Belastingdienst nog niet afgerond
Naar aanleiding van het aandachtspunt vanuit de auditcommissie hebben wij in onze managementletter 2025 gerapporteerd over het lopende boekenonderzoek van de Belastingdienst naar de aanvaardbaarheid van de aangiften omzetbelasting, loonheffingen en de opgaven voor het BTW compensatiefonds over het jaar 2023. In voorbereiding op dit onderzoek heeft het college een externe belastingadviseur ingeschakeld en zijn op basis van dit vooronderzoek diverse correcties in de administratie verwerkt. Ten tijde van onze controle van de jaarrekening 2025 is het boekenonderzoek door de Belastingdienst nog niet afgerond. De Belastingdienst heeft in het kader van het onderzoek aanvullende en verdiepende vragen gesteld, onder meer ten aanzien van de BTW/BCF positie en de loonheffingen. Daarbij is verzocht om nadere onderbouwing, zoals het aanleveren van onderliggende contracten en aanvullende toelichtingen. Ook hebben wij begrepen dat recent stukken zijn aangeleverd in het kader van een steekproef op de opbrengsten, welke momenteel door de Belastingdienst worden beoordeeld. Het moment van afronding van het onderzoek is op dit moment nog niet bekend. Gelet op de huidige status van het onderzoek zijn de (definitieve) uitkomsten nog onzeker. Wij adviseren u om de voortgang van het boekenonderzoek actief te blijven volgen.
Bevindingen ten aanzien van IT-omgeving
In het kader van de controle op de jaarrekening en het door de auditcommissie geformuleerde aandachtspunt hebben wij de ITGC’s beoordeeld voor de financiële applicatie: iFinanciën van PinkRoccade. De beoordeling richtte zich op de onderdelen logische toegangsbeveiliging, wijzigingsbeheer en back-up & recovery. Onze bevindingen zijn visueel samengevat in onderstaande afbeelding: Legenda: ▪ Rood: Maatregel voldoet niet ▪ Groen: Maatregel voldoet ▪ Oranje: Maatregel voldoet niet volledig, bevindingen gesignaleerd ▪ Grijs: Maatregelen niet beoordeeld
312023001.26.378 - 24
De beoordeling van de ITGC’s binnen de financiële applicatie laat zien dat meerdere beheersmaatregelen onvoldoende zijn ingericht of niet formeel zijn vastgelegd. De geconstateerde tekortkomingen vergroten het risico op ongeautoriseerde toegang, verlies van functiescheiding, onbetrouwbare wijzigingen en verstoringen in de dienstverlening. Wij adviseren om de IT-beheersmaatregelen structureel te versterken en te formaliseren. Door deze maatregelen te verbeteren, wordt niet alleen de informatiebeveiliging verhoogd, maar ook de betrouwbaarheid van de financiële processen en de compliance met relevante normen, zoals de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO).
312023001.26.378 - 25
5.
Interne beheersing
312023001.26.378 - 26
5. Interne beheersing Kernboodschappen interim- Naar aanleiding van de interim-controle hebben wij de managementletter 2025 d.d. 5 november 2025 met kenmerk 312023001.25.680 uitgebracht. Voor een nadere duiding van onze opmerkingen en aanbevelingen uit deze managementletter controle 2025 verwijzen wij daarnaar.
Hieronder hebben wij de managementsamenvatting uit de managementletter overgenomen. ▪
Algemeen Wij zien dat het college veel aandacht heeft om verbeteringen te realiseren en een verdere professionaliseringsslag te willen maken, waarbij ook concrete resultaten worden behaald. De samenwerking tussen Gemeente Schagen en Publieke Sector Accountants verloopt ook dermate positief en constructief, dat wij vertrouwen uitkijken naar de controle van de jaarrekening 2025.
▪
Organisatiemodel en interne beheersing De managementletter 2025 laat zien dat de interne beheersing binnen de gemeente voortdurend in ontwikkeling is. Bij een mogelijke wijziging van de organisatiestructuur wordt geadviseerd om het Three Lines Model voor overheid en non-profit (3LMO) te hanteren. Dit model sluit beter aan bij publieke organisaties en helpt om risico’s en verantwoordelijkheden helder te structureren.
▪
VIC-functie en verdere ontwikkeling Ondanks personele uitdagingen is de VIC-functie (verbijzonderde interne controle) tijdig en met voldoende diepgang uitgevoerd. De bezetting is inmiddels gestabiliseerd, waardoor verdere ontwikkeling mogelijk is. Hierbij wordt gedacht aan een systeembenadering en een versterking van de onafhankelijke positie van de VIC-functie binnen de organisatie.
▪
Risicomanagement en frauderisicoanalyse Het college heeft aandacht voor risicomanagement, maar er is nog geen structureel proces ingericht voor het periodiek actualiseren van de interne frauderisicoanalyse. Het opzetten van zo’n proces kan bijdragen aan het versterken van de interne beheersing en het ondersteunen van strategische besluitvorming.
▪
Opvolging van aanbevelingen Tijdens de interim-controle bleek dat er geen actueel en volledig overzicht was van de opvolging van aanbevelingen uit eerdere interne en externe rapportages. Dit vergroot het risico dat belangrijke verbetermaatregelen niet tijdig worden doorgevoerd. Het advies is om een overzichtelijk en beheersbaar monitoringsinstrument te ontwikkelen, met duidelijke velden, prioritering en structurele bespreekmomenten.