CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Aangepaste verordening jeugdhulp

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente SchagenBij agendapunt: Wijziging integrale verordening sociaal domein25.074 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen, waarbij geen financiële draagkrachtmeting wordt gedaan; f. De mogelijkheden van het sociale netwerk om de jeugdige en de ouders te ondersteunen; g. De mogelijkheid om gebruik te maken van voorliggende (wettelijke) voorzieningen; h. Overige relevante omstandigheden van de jeugdige en de ouders die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de mogelijkheid om de benodigde hulp zelf te bieden. 4.4. Deskundig oordeel, advies en voorbereiding van de besluitvorming

1. Wij winnen, met in achtneming van artikel 2.1, van het Besluit Jeugdwet, een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist. 2. Het in het eerste lid bedoelde advies wordt uitgebracht door of onder verantwoordelijkheid van een adviseur die beschikt over een registratie als professional: a. bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd in het kwaliteitsregister jeugd; b. bij het Nederlands Instituut van Psychologen in het register Kinder- en Jeugdpsychologen; of c. op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in het BIG-register. 3. Wij treffen voorzieningen waarmee is gewaarborgd dat het onderzoek en de voorbereiding van de besluitvorming via de gemeente op zorgvuldige wijze plaatsvindt, in het bijzonder door te voorkomen dat (medewerkers van) de organisatie die de jeugdhulp biedt of mogelijk gaat bieden, ook het advies geeft over het al dan niet toekennen van jeugdhulp of het daarop betrekking hebbende besluit neemt.

4.5 Preventieve maatregelen [Jeugdwet] We werken aan de beste randvoorwaarden voor een positieve ontwikkeling van onze jeugd, mede door een integrale aanpak en de versterking van de basisvoorzieningen. Om dat te bereiken ondersteunen wij alle jeugdigen, hun ouders en hun sociale netwerk in ieder geval met: a.het versterken van de opvoed–, en opgroeiomgeving, waarin gezinnen, wijken, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen samenwerken en elkaar aanvullen; b.informatie, advies en trainingen; c. jeugdgezondheidszorg (GGD, consultatiebureau, schoolarts); d.activiteiten voor jongeren die hun talenten ontwikkelen; e.opvoedondersteuning; f. een vertrouwenspersoon; g.schoolmaatschappelijk werk; h.Kindertelefoon; i.advies- en meldpunt Veilig Thuis; j.jeugd- en jongerenwerk. 2. De gemeente zorgt ervoor dat signalen over zorgen bij opgroei-, en opvoedingsproblemen zo vroeg mogelijk worden opgevangen en dat daar ook zo vroeg mogelijk ondersteuning wordt geboden 4.6 Ondersteuning-op-maat [Jeugdwet] Wij kunnen in ieder geval de volgende ondersteuning-op-maat bieden: a.ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien in de vorm van persoonlijk advies en specifieke cursussen; b.een plek in een pleeggezin of verblijf in instelling. Pleegzorg heeft hierbij de voorkeur; c.

specialistische jeugdhulp, in de vorm van begeleiding, ondersteuning of behandeling; d.begeleidende verzorging; e.vervoer van de jongere van en naar de locatie waar de jeugdzorg wordt aangeboden;

f. Crisisinterventie; g.Jeugd GGZ; h.Semi- en residentiële zorg; a. Intramurale hulp; b. Jeugdzorg plus; i. Jeugdreclassering; c. Jeugdbescherming. Deze ondersteuning is niet vrij toegankelijk. Uw kind of jullie als ouders hebben daarvoor een besluit van ons nodig of een verwijzing van een huisarts, jeugdarts of medisch specialist. 2. Het advies- en meldpunt Veilig Thuis biedt 24 uur per dag 7 dagen per week advies en ondersteuning aan iedereen die direct en indirect is betrokken bij huiselijk geweld en kindermishandeling. 4.7 Overgang naar volwassenheid (18- naar 18+) [Jeugdwet] 1. Als uw kind ondersteuning op maat krijgt, zorgen we ervoor dat de overgang van 18- naar 18+ soepel verloopt. Wij zorgen voor een plan voor uw kind op alle belangrijke leefgebieden. Dit plan wordt door uw kind in samenspraak met de jeugdhulpaanbieder opgesteld. 2. Dit plan besteedt in ieder geval aandacht aan de volgende onderwerpen: a.scholing, werk of participatie b.wonen c. inkomen d.zorg en ondersteuning e.vrije tijd f. het netwerk van uw kind. 3. Het is mogelijk dat de ondersteuning wordt verlengd. Dit kan maximaal tot de dag dat uw kind 23 jaar wordt. Deze verlenging is dan onderdeel van het plan. 4. Het is ook mogelijk dat ten behoeve van uw kind ondersteuning op grond van de Wmo of zorg op grond van de Zorgverzekeringswet wordt verleend.

Dit dient ook in het plan, bedoeld in het tweede lid, te worden vermeld, alsook de financiële gevolgen die een beroep op deze voorzieningen met zich meebrengen, waaronder het wettelijk verplichte eigen risico en de eigen bijdrage Wmo. 5. Als er sprake is van pleegzorg, dan wordt deze ingezet tot de dag dat de jongere 21 jaar wordt, tenzij de jongere 18 jaar of ouder is en heeft aangegeven op eigen benen te willen staan. De ondersteuning kan eventueel verlengd worden totdat de jongere 23 jaar wordt. 4.8 Afstemming met andere vormen van jeugdhulp [Jeugdwet] Wij zorgen ervoor dat de ondersteuning aansluit bij andere vormen van ondersteuning die aan jullie kind of aan jullie als ouders wordt gegeven. Om dat te bereiken maken wij afspraken met hulpverleners, instellingen, zorgverzekeraars en andere personen of organisatie. De afspraken gaan over:procedures die gelden bij doorverwijzing naar ondersteuning; - communicatie met andere organisaties; - afbakening van taken en verantwoordelijkheden; - aansluiting tussen de vrij toegankelijke ondersteuning en de ondersteuning-

op-maat; De afspraken worden vastgelegd in een protocol of in een andere geschikte vorm.

5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving Inwoners met een beperking en/of met langdurige psychosociale problemen hebben soms hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. De gemeente heeft de taak om deze inwoners te ondersteunen als ze niet in staat zijn om zelf oplossingen te vinden voor knelpunten in hun woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. De gemeente moet ook maatregelen nemen die erop zijn gericht zijn inwoners met een beperking te ondersteunen, zodat zij zo lang mogelijk voor zichzelf kunnen zorgen (zelfredzaamheid). De gemeente kijkt hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de te verwachten ontwikkelingen. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de hulp die de gemeente aan deze inwoners kan geven.

Kernwaarden: ·

Als u een beperking en/of langdurige psychosociale problemen hebt, moet u zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen in uw eigen omgeving.

·

Wij hebben extra zorg voor kwetsbare groepen.

·

Wij maken de ondersteuning makkelijk bereikbaar.

5.1 Uitgangspunten [Wmo] 1.Wij zetten ons ervoor in, dat als u een beperking en/of langdurige psychosociale problemen hebt u zo lang mogelijk zelfstandig in uw eigen leefomgeving kan wonen, de noodzakelijke dagelijkse activiteiten kan uitvoeren en een eigen huishouding kan voeren. U kan ondersteuning-op-maat krijgen, als u voldoet aan de voorwaarden van artikel 2.3.2. Ook moet de ondersteuning langdurig nodig zijn en een passende bijdrage leveren, zodat u zo lang mogelijk in uw eigen leefomgeving kan blijven wonen. 2.Wij stellen normen vast voor het beoordelen van aanvragen voor ondersteuning-op-maat in het kader van de Wmo. Deze normen moeten zijn gebaseerd op objectief onderzoek dat door onafhankelijke deskundigen is gedaan. De normen maken duidelijk welke concrete ondersteuning er in uw situatie nodig is. Wij kunnen afwijken van deze normen als dat nodig is voor een passend en aanvaardbaar niveau van leven. 3.Dit artikel is ook van toepassing op dagbesteding, begeleiding en meedoen aan de samenleving (zie paragraaf 3.6). 5.2 Zelfstandig en veilig wonen 5.2.1 Geschikte woning [Wmo] 1. Wij zorgen ervoor dat u ondersteuning-op-maat kan krijgen als het normale gebruik van uw woning als gevolg van een beperking niet mogelijk is. U moet wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.3.2.

2. De ondersteuning-op-maat houdt in dat de woning bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar wordt gemaakt. Dit gebeurt door de woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer, berging en de gang(en), hal of overloop in de woning bouwkundig of niet-bouwkundig aan te passen. 3. Als een aanvraag om een woningaanpassing wordt ingediend, dan onderzoekt de gemeente eerst of de inwoner kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning. Dit onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van het beslissingsmodel primaat verhuizing dat in de beleidsregels Wmo terug is te vinden. 4. Wij verstrekken niet altijd ondersteuning-op-maat in de vorm van een woonvoorziening. Wij geven geen ondersteuning-op-maat in de volgende situaties: a.Uw beperkingen zijn het gevolg van de materialen die in de woning zijn gebruikt. b.U verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een trekkerswoning, een klooster, een vakantiewoning, een recreatiewoning, een ADLclusterwoning of een woonruimte waarvoor u geen huurtoeslag kan krijgen. c. U woont in een woning die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe de inwoner behoort, bijvoorbeeld een seniorencomplex en de voorziening is bedoeld voor in een gemeenschappelijke ruimte, zoals elektrische deuropeners. d.Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen hadden kunnen worden.

e.U zonder dringende reden verhuisd bent vanuit een woonruimte waar u geen problemen had bij het normale gebruik van de woning. f. U hebt een indicatie voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg. g.U bent verhuisd naar een woning die niet de meest geschikte woning is om uw beperkingen te verminderen of weg te nemen, tenzij wij daar schriftelijk toestemming voor hebben verleend. 5. Een woonvoorziening die een eerder verstrekte woonvoorziening vervangt, kan alleen worden verstrekt, als: a.de eerder verstrekte woonvoorzienig technisch is afgeschreven; b.de eerder verstrekte woonvoorziening verloren is gegaan buiten uw schuld om, of als c. de huidige woonvoorziening geen oplossing meer is voor de woonproblemen die u ervaart. 5.2.2 Een schone en leefbare woning [Wmo] 1.Wij zorgen ervoor dat u ondersteuning-op-maat kan krijgen als u als gevolg van een beperking uw woning niet schoon en leefbaar kan houden en u geen beroep kunt doen op huisgenoten. 2.De ondersteuning-op maat houdt in dat u de voorziening schoonmaakondersteuning en signalering en/of praktische thuisondersteuning krijgt. 3.Als er in het huishouden van de inwoner minderjarige kinderen zijn, dan bestaat de ondersteuning-op-maat ook uit het overnemen van de gebruikelijke zorg voor deze kinderen. Deze hulp is vooral bedoeld om de periode tot er andere hulp is te overbruggen.

5.2.3 Beschermd wonen

[Wmo] Als u ondersteuning-op-maat in de vorm van beschermd wonen nodig hebt, gelden de regels die zijn vastgelegd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning

Den Helder 2022 en vastgesteld door de gemeenteraad van Den Helder op 23 december 2022. 5.2.4 Maatschappelijke opvang [Wmo] Als u ondersteuning-op-maat in de vorm van maatschappelijke opvang nodig hebt, dan gelden de regels die zijn vastgelegd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2022, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Den Helder op 23 december 2022. 5.3 Mantelzorg 5.3.1 Ondersteuning mantelzorger [Wmo] 1.Wij zorgen ervoor dat u, als u mantelzorg verleent, ondersteuning-op-maat kunt krijgen als u niet meer in staat bent de mantelzorg vol te houden of om te voorkomen dat u overbelast raakt. 2.De ondersteuning-op-maat houdt in dat een hulpverlener de mantelzorg voor een korte periode overneemt of we zetten dagbesteding in. 5.3.2 Mantelzorgwaardering [Wmo] 1.Wij waarderen de inzet van mantelzorgers. Daarom stellen wij jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is het belang van de mantelzorgers voor de samenleving te onderstrepen. 2.De mantelzorgwaardering heeft de volgende vorm: a.een cadeaubon; of b.een activiteit. 5.3.3 Voorwaarden mantelzorgwaardering [Wmo] 1. Een mantelzorgwaardering kan aangevraagd worden door degene die mantelzorg ontvangt. Er moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden: a.De mantelzorg wordt over een langere periode verleend.

b.De mantelzorg wordt verleend door iemand die geen betaalde ondersteuning aan de inwoner geeft. 2. Wij hebben een formulier waarmee de mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd. 3. U kan slechts voor één persoon een mantelzorgwaardering aanvragen.

Hoofdstuk 6. De vorm van de ondersteuning De ondersteuning die wij geven is in principe ‘in natura’: wij zorgen ervoor dat er ondersteuning wordt ingezet. Dat kan in de vorm van een dienst zijn (bijvoorbeeld hulp in de huishouding), maar het is ook mogelijk dat er een product wordt gegeven (bijvoorbeeld een rolstoel). In bepaalde gevallen kan de ondersteuning in de vorm van geld worden gegeven (inkomenstoeslag) of als een persoonsgebonden budget. In dit hoofdstuk is geregeld op welke manier wij de ondersteuning geven. Ook is geregeld wanneer wij een financiële bijdrage van u kunnen vragen.

Kernwaarden: ·

Wij maken de ondersteuning makkelijk bereikbaar.

6.1 Ondersteuning in natura [Jeugdwet, Wet inburgering 2021, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet] 1.Als u ondersteuning van ons krijgt, dan ontvangt u deze ondersteuning in natura (een dienst of een product), tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. Gaat het om een product, dan wordt dit in eigendom dan wel in bruikleen verstrekt. 2.Wij zien erop toe dat de leverancier van een product of dienst de wettelijke bepalingen over de garantie en de kwaliteitseisen naleeft en u informeert over alles wat van belang is om te weten over de dienst of het product. 6.2 Ondersteuning in geld [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb] 1.Als u ondersteuning van ons krijgt, dan ontvangt u de ondersteuning in de vorm van geld, als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald. Ondersteuning in de vorm van geld hoeft meestal niet terugbetaald te worden, tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. 2.Wij zorgen ervoor dat wij u de betaling doen binnen 6 weken nadat wij een besluit hebben genomen over de betaling. 3.De betaling wordt gedaan op het bankrekeningnummer dat u hebt doorgegeven, tenzij het doel van de betaling alleen maar op een andere manier kan worden bereikt. Dan kunnen wij het geld op een andere manier, in een andere vorm betalen of aan een andere persoon betalen. Het kan bijvoorbeeld gaan om een betaling aan een leverancier.

4.Wij kunnen beslissen om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat u moet terugbetalen (vordering), als dit volgens de wettelijke regels kan. Het moet gaan om een vordering op grond van een van de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. 5.Wij kunnen een besluit nemen om betalingen te doen, zonder dat u daarover met een brief wordt geïnformeerd. Wij stellen u dan op een andere geschikte manier op de hoogte van het betalingsbesluit.

6.3 Persoonsgebonden budget [Jeugdwet, Wmo]

6.3.1 Voorwaarden [Jeugdwet, Wmo] 1. In plaats van hulp in natura kan u een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen als het om Wmo-hulp of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo en de Jeugdwet stellen en die in deze paragraaf staan. 2. Wij kennen een pgb pas toe als wij vinden dat u in staat bent uw belangen voldoende te behartigen. U moet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen of doen uitvoeren. 3. Het pgb is bedoeld voor ondersteuning, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: a.kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b.het voeren van een pgb-administratie; c. ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; en d.kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s). 4. Wij verstrekken geen pgb in de volgende situaties: a.De kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer na te gaan of die ondersteuning nodig was. b.Uit het door u ingediende pgb-plan blijkt niet dat de kwaliteit van de ondersteuning voldoende gewaarborgd is. d. U kunt het pgb niet zelf beheren en de beoogde pgb-beheerder is dezelfde persoon als de beoogde hulpverlener. 6.3.2 Pgb bij hulp door personen uit het sociale netwerk [Jeugdwet, Wmo] 1.

De persoon die ondersteuning geeft mag iemand uit uw sociale netwerk zijn als deze persoon voldoet aan de volgende voorwaarden: a.Hij heeft met goede argumenten aangegeven dat de hulp niet tot overbelasting leidt. b.Hij is in staat om aantoonbaar effectieve hulp te bieden en planmatig te werken. 2. Ondersteuning door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt altijd als hulp door iemand uit het sociale netwerk gezien. 6.3.3 Hoogte en tarief pgb [Jeugdwet, Wmo] 1.U maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-plan. Hierin staat welke ondersteuning u met het pgb wilt betalen en door wie de ondersteuning wordt gegeven of welke ondersteuning u met het pgb wilt aanschaffen. Wij moeten het plan goedkeuren en zullen daarna het pgb vaststellen. 2.Wij baseren de hoogte van het pgb, voor zover het een product betreft, op een door ons vastgestelde marktconforme prijs, waarmee redelijkerwijs verzekerd is dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede producten van derden te betrekken. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb houden wij ook rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds- en verzekeringskosten. 3.Wanneer u met het pgb een product aanschaft dat de marktconforme prijs overstijgt, dan komt de meerprijs voor uw rekening. 4.De hoogte van het pgb voor een dienst:

a. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten van derden te betrekken; en

b. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare voorziening in natura (laagste ZIN-tarief). 5. Als de dienst wordt geleverd door iemand uit het sociale netwerk of door een niet-professionele hulpverlener, dan is de hoogte van het pgb minimaal het wettelijk minimumuurloon voor een persoon van 22 jaar of ouder, inclusief vakantiebijslag en bij een 36-urige werkweek. De hoogte van het pgb is maximaal het tarief voor hulp bij het huishouden uit de CAO VVT 2022-2023 FWG 15 hoogste trede. Voor begeleiding geldt dat dit maximaal het tarief voor begeleiding uit de CAO VVT 2022-2023 FWG 30 hoogste trede is. 6.3.4 Verantwoording en uitbetaling pgb [Jeugdwet, Wmo] 1.Wij kunnen u vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke effecten de ondersteuning heeft gehad. Voor dat verslag kunnen wij een formulier verplicht stellen. 2.Als u ondersteuning-op-maat in de vorm van een pgb krijgt, wordt alleen de ondersteuning uitbetaald die feitelijk geleverd is. 6.3.5 Opschorten pgb [Jeugdwet, Wmo] Wij kunnen aan de SVB vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk stop te zetten totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken.

Dit kunnen wij doen als: a.u onjuiste of onvolledige informatie hebt verstrekt, terwijl het verstrekken van juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van ons; b.u niet voldoet aan de voorwaarden die bij een pgb horen; c. u het pgb niet of voor een ander doel hebt gebruikt. 6.4 Wat is de bijdrage in de kosten? [Wmo] 1.U betaalt een eigen bijdrage in de kosten van Wmo-ondersteuning-op-maat, zolang u gebruikmaakt van die ondersteuning of voor de periode waarvoor een pgb is verstrekt. 2.Bij een vervoersvoorziening over de korte afstand die in de vorm van een pgb is verstrekt, een bouwkundige en woontechnische woonvoorziening en een nietbouwkundige en niet-woontechnische woonvoorziening hangt de periode waarover een eigen bijdrage is verschuldigd af van de economische levensduur en de kostprijs van deze voorziening. 3.U betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het bedrag dat maximaal betaald moet worden op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 4.De kostprijs van de ondersteuning-op-maat in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt, of na overleg met de aanbieder. 5.Gaat het om kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage.

Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft toegewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek), en voor

degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige inwoner. 6.Wij vragen geen bijdrage voor:

- het vervoersbudget; - (rolstoel)taxikostenvergoeding; - de vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten; en - de rolstoel.

Hoofdstuk 7. Inkomen en schulden Wij hebben een financieel vangnet voor inwoners die een laag inkomen en geen of weinig vermogen hebben om de dagelijkse kosten te betalen: een maandelijkse bijstandsuitkering. Deze inwoners en andere inwoners met een lastige financiële situatie kunnen bij de gemeente een aantal aanvullende uitkeringen en toeslagen aanvragen. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste extra’s geregeld. Voor een aantal extra’s wordt een inkomensgrens genoemd. Daarnaast geven we enkele basisregels voor de ondersteuning die wij kunnen bieden bij een schuldenprobleem. Kernwaarden: ·

Wij zetten ons in om armoede en schulden te voorkomen.

·

Wij zorgen voor een financieel vangnet.

7.1 Armoedebeleid [PW, Gemeentewet, Wgs] In deze paragraaf wordt beschreven waar wij rekening mee houden bij het maken en uitvoeren van beleid om armoede en schulden in onze gemeente te voorkomen en tegen te gaan. 7.1.1 Wat wil de gemeente? [PW, Gemeentewet, Wgs] 1. Wij willen dat u, ook als u een laag inkomen en geen goede financiële buffer hebt, uw noodzakelijke bestaanskosten kunt betalen en kunt meedoen aan de samenleving. 2. De gemeente biedt u, als u moeite hebt om rond te komen of schulden hebt, ondersteuning aan bij het op orde krijgen van uw financiën. Het doel van die ondersteuning is dat u blijvend een gezonde financiële huishouding krijgt. 3. Wij werken bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. Wij stimuleren initiatieven van inwoners en organisaties die zijn gericht op het tegengaan van armoede en schulden. 4. Wij leggen in een beleidsplan vast hoe het armoedebeleid voor een bepaalde periode ingevuld wordt. Wij geven daarbij aan welke groepen kwetsbare inwoners op welke manier financieel worden ondersteund. Tot die groepen behoren in ieder geval: a.kinderen, b.inwoners met een laag inkomen en c. inwoners met een beperking. 5. Wij betrekken bij het maken van het armoedebeleid naast inkomen ook andere leefdomeinen, zoals onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp.

7.2 Bijzondere bijstand [PW] Bijzondere bijstand is voor ons een belangrijk hulpmiddel om u financieel te ondersteunen. Hier worden de uitgangspunten beschreven waarmee wij rekening

houden bij het toepassen van de regels over bijzondere bijstand uit de Participatiewet. 7.2.1 Vangnet [PW] 1. Wij bieden bijzondere bijstand aan als een financieel vangnet voor inwoners die geen beroep kunnen doen op eigen mogelijkheden of op andere voorzieningen. Bijzondere bijstand is ervoor bedoeld dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer a. extra noodzakelijke uitgaven kunnen betalen. Het gaat dan om uitgaven die niet uit het maandelijkse inkomen kunnen worden betaald, en b. voldoende mogelijkheden hebben om mee te doen aan maatschappelijke activiteiten. 2. Bij het beoordelen van een aanvraag voor bijzondere bijstand betrekt de gemeente de kernwaarden en de doelen van het gemeentelijke armoedebeleid die bij artikel 7.1.1 beschreven zijn. 3. Wij verstrekken zo weinig mogelijk bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening. 7.3 Studietoeslag [PW] Studenten die door een structureel aanwezige ziekte of gebrek niet in staat zijn om naast hun studie inkomsten te verwerven, kunnen in aanmerking komen voor een studietoeslag. In deze paragraaf wordt aangegeven aan welke voorwaarden u moet voldoen om voor deze studietoeslag in aanmerking te komen. 7.3.1 Doelgroep [PW] U komt in aanmerking voor de studietoeslag als u: a. als rechtstreeks gevolg van een ziekte of gebrek structureel niet in staat bent naast de studie inkomsten te ververwerven; b.

studiefinanciering ontvangt op grond van de WSF of een tegemoetkoming krijgt op grond van de WTOS. Het levenlanglerenkrediet van de WSF valt niet hieronder; c. geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wajong. 7.4 Individuele inkomenstoeslag [PW] Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen, is de inkomenstoeslag bedoeld. Dat is een extra bedrag dat jaarlijks kan worden aangevraagd en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven voor wie de inkomenstoeslag is bedoeld en welke aanvullende voorwaarden er gelden. 7.4.1 Doelgroep [PW] 1. De individuele inkomenstoeslag wordt verleend als u 21 jaar of ouder bent, maar jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd, geen in aanmerking te nemen vermogen hebt als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet en in een ononderbroken periode van 36 maanden een inkomen hebt gehad dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm. De kostendelersnorm wordt niet toegepast.

2.Wij stellen met inachtneming van de artikelen 31, 32, 33 en 34 van de Participatiewet de hoogte van u inkomen en vermogen vast. 3.In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt niet onder inkomen verstaan: a.het bedrag dat tijdens een WSNP-traject gereserveerd wordt voor de aflossing van de schulden; b.het bedrag dat tijdens een minnelijke schuldsanering op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor de aflossing van schulden wordt gereserveerd; c. het bedrag van het inkomen waarop beslag is gelegd en het beslag op correcte wijze en op grond van de door u volledig verstrekte gegevens is vastgesteld. 7.4.2 Hoogte van de toeslag [PW] 1. De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a.40% van de norm voor een alleenstaande bedoeld in artikel 21 sub a van de wet voor een alleenstaande; b.40% van de norm voor een echtpaar bedoeld in artikel 21 sub b van de wet voor een alleenstaande ouder en gehuwden of samenwonenden; 2.De hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt jaarlijks in januari bepaald op grond van de bijstandsnormen die gelden op 1 januari van dat jaar en geldt het gehele kalenderjaar. 3. Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft, de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt.

4.De gezinssituatie op de aanvraagdatum is bepalend voor de hoogte van de toesl ag 7.4.3 Uitsluiting [PW] Van het recht op de individuele inkomenstoeslag ben u in ieder geval uitgesloten als: a.u voltijds studeert, omdat u kans hebt om uw inkomen te verbeteren; b.u voltijds gestudeerd hebt en binnen drie jaar na beëindiging van uw studie een aanvraag indient voor genoemde toeslag, omdat er van mag worden uitgegaan dat de kans om het inkomen te verbeteren gedurende drie jaren na de studie aanwezig is. 7.5 Kindpakket (Meedoen Schagen) [Gemeentewet] Kinderen vormen een belangrijke én kwetsbare groep waar de gemeente zich verantwoordelijk voor voelt. De gemeente heeft maatregelen genomen om armoede onder kinderen tegen te gaan en kinderen te helpen mee te doen aan sportieve, culturele, educatieve en sociale activiteiten, alsmede activiteiten voor school. Deze maatregelen worden het kindpakket genoemd. In deze paragraaf zijn de voorwaarden benoemd die voor het kindpakket gelden. 7.5.1 Doelgroep [Gemeentewet] 1.Wij verstrekken het kindpakket, indien u op de peildatum: a. een inwoner bent;

b. Nederlander bent; c. één of meer kinderen hebt, in de leeftijd van 0 tot 18; d. een inkomen hebt dat lager is dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet; e. over een vermogen beschikt dat niet hoger is dan de in artikel 34, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, van de Participatiewet bedoelde vermogensgrens. 2. Wij stellen met inachtneming van de artikelen 31, 32, 33 en 34 van de Participatiewet de hoogte van uw inkomen en vermogen vast. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt niet onder inkomen verstaan: a. het bedrag dat tijdens een WSNP-traject gereserveerd wordt voor de aflossing van de schulden; b. het bedrag dat tijdens een minnelijke schuldsanering op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor de aflossing van schulden wordt gereserveerd; c. het bedrag van het inkomen waarop beslag is gelegd en het beslag op correcte wijze en op grond van de door u volledig verstrekte gegevens is vastgesteld. 4. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf niet als vermogen in aanmerking genomen. 5. Wij bepalen met inachtneming van paragraaf 3.2 van de Participatiewet de van toepassing zijnde bijstandsnorm, met dien verstande dat wij de artikelen 19a en 22a van de Participatiewet buiten toepassing laten.

7.5.2 Inhoud kindpakket [Gemeentewet] 1. Het kindpakket wordt per kalenderjaar verstrekt. 2. Het kindpakket wordt verstrekt in de vorm van een tegoed, niet zijnde een geldbedrag, waarmee u via een webwinkel een keuze kunt maken uit een ruim aanbod van sportieve, culturele, educatieve en activiteiten van school, alsmede van sport- en schoolbenodigdheden. 3. Het tegoed, bedoeld in het tweede lid, bedraagt per kind € 350,00 per kalenderjaar. 4. Het tegoed van enig kalenderjaar kan uiterlijk tot en met 31 december van dat kalenderjaar worden gebruikt. Een eventueel restant tegoed op 1 januari over voorgaand jaar wordt op € 0,– gezet. Het restant tegoed wordt niet uitbetaald en kan ook niet worden meegenomen naar het tegoed van het volgende kalenderjaar. 7.6 Meedoenbudget 18plus [Gemeentewet] Het Meedoenbudget 18plus heeft tot doel te voorkomen of te doorbreken dat personen met een laag inkomen vanwege hun financiële positie in een situatie van maatschappelijk isolement raken. Het Meedoenbudget 18plus is bedoeld om deelname aan maatschappelijke activiteiten te bevorderen. 7.6.1. Doelgroep Meedoenbudget 18plus · [Gemeentewet] 1. Wij verstrekken een Meedoenbudget 18plus als u: · inwoner bent;

· ·

Nederlander bent; 18 jaar of ouder bent, maar jonger dan 65 jaar;

een inkomen hebt dat lager is dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet; · over een vermogen beschikt dat niet hoger is dan de in artikel 34, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, van de Participatiewet bedoelde vermogensgrens. · Als u een wettelijk traject in het kader van de Wet Schuldsanering natuurlijke personen of een minnelijk traject in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening volgt en niet beschikt over een besteedbaar inkomen dat hoger is dan 120% van het voor hen geldende sociaal minimumniveau, komt u ook in aanmerking voor het Meedoenbudget 18plus. 2. Wij stellen met inachtneming van de artikelen 31, 32, 33 en 34 van de Participatiewet de hoogte van uw inkomen en vermogen vast. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf niet als vermogen in aanmerking genomen. ·

7.6.2 Inhoud Meedoenbudget 18plus [Gemeentewet] 1.Het Meedoenbudget volwassenen wordt per kalenderjaar verstrekt. 2.Het Meedoenbudget 18plus wordt verstrekt in de vorm van een tegoed, niet zijnde een geldbedrag, waarmee u via het Volwassenenfonds een keuze kunt maken uit een ruim aanbod van sportieve, culturele, educatieve en sociale activiteiten. 3.Het tegoed, bedoeld in het tweede lid, bedraagt per volwassene € 350,00 per kalenderjaar. 4.Het tegoed van enig kalenderjaar kan uiterlijk tot en met 31 december van dat kalenderjaar worden gebruikt. Een eventueel restant tegoed op 1 januari over voorgaand jaar wordt op € 0,– gezet. Het restant tegoed wordt niet uitbetaald en kan ook niet worden meegenomen naar het tegoed van het volgende kalenderjaar. 7.6.3 Overgangsregeling voor gebruikers van het oude geluksbudget [Gemeentewet] 1.Het geluksbudget vervalt. 2.De inwoners die in 2023 het geluksbudget hebben ontvangen en een bedrag tussen € 350,- en € 500,- hebben ontvangen geldt de volgende afbouwregeling: inwoners ontvangen in 2024 € 500,-, in 2025 € 450,- en vanaf 2026 € 350,-. 7.7 Meedoenbudget 65-plussers [Gemeentewet] Wij vinden het belangrijk het sociaal isolement van 65-plussers op te heffen, te verminderen of te voorkomen en de maatschappelijke participatie te bevorderen. Een laag inkomen mag hierin geen belemmering vormen.

Door de financiële drempel weg te nemen, dragen wij eraan bij dat 65-plussers met een laag inkomen kunnen deelnemen aan sociale, culturele, sportieve en educatieve activiteiten.

7.7.1 Doelgroep [Gemeentewet] 1. Wij verstrekken een Meedoenbudget voor 65-plussers, indien u op de peildatum: a. inwoner bent; b. Nederlander bent; c. 65 jaar of ouder bent;

d.

een inkomen hebt dat lager is dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet; e. over een vermogen beschikt dat niet hoger is dan de in artikel 34, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, van de Participatiewet bedoelde vermogensgrens. 2. Wij stellen met inachtneming van de artikelen 31, 32, 33 en 34 van de Participatiewet de hoogte van uw inkomen en vermogen vast. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt niet onder inkomen verstaan: a. het bedrag dat tijdens een WSNP-traject gereserveerd wordt voor de aflossing van de schulden; b. het bedrag dat tijdens een minnelijke schuldsanering op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor de aflossing van schulden wordt gereserveerd; c. het bedrag van het inkomen waarop beslag is gelegd en het beslag op correcte wijze en op grond van de door u volledig verstrekte gegevens is vastgesteld. 4. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf niet als vermogen in aanmerking genomen. 5. Wij bepalen met inachtneming van paragraaf 3.2 van de Participatiewet de van toepassing zijnde bijstandsnorm, met dien verstande dat wij de artikelen 19a en 22a van de Participatiewet buiten toepassing laten.

7.7.2 Inhoud Meedoenbudget 65-plussers [Gemeentewet] 1.Het Meedoenbudget 65-plussers wordt per kalenderjaar verstrekt. 2.Het Meedoenbudget 65-plussers wordt verstrekt in de vorm van een tegoed, niet zijnde een geldbedrag, waarmee u via het Volwassenenfonds een keuze kunt maken uit een ruim aanbod van sportieve, culturele, educatieve en sociale activiteiten. 3.Het tegoed, bedoeld in het tweede lid, bedraagt per 65-plusser € 350,00 per kalenderjaar. 4.Het tegoed van enig kalenderjaar kan uiterlijk tot en met 31 december van dat kalenderjaar worden gebruikt. Een eventueel restant tegoed op 1 januari over voorgaand jaar wordt op € 0,– gezet. Het restant tegoed wordt niet uitbetaald en kan ook niet worden meegenomen naar het tegoed van het volgende kalenderjaar. 7.8 Zorgkosten [PW] Voor inwoners met veel medische kosten heeft de gemeente de volgende voorziening: een collectieve zorgverzekering. 7.8.1 Collectieve zorgverzekering [PW] 1.Wij bieden samen met de gecontracteerde zorgverzekeraar een collectieve zorgverzekering voor inwoners met een laag inkomen aan. Die verzekering geeft recht op een lagere premie voor de basisverzekering en de aanvullende verzekeringen.

2.De collectieve zorgverzekering is bedoeld voor de inwoner die een laag inkomen en geen goede financiële buffer heeft. U hebt in ieder geval een laag inkomen als u een inkomen hebt dat lager is dan 130% van de bijstandsnorm.

3.Als u meedoet krijgt u van ons een bijdrage in de kosten van de premie. De zorgverzekeraar verrekent deze bijdrage met de premie. 4.Als u al bij de gecontracteerde zorgverzekeraar verzekerd bent kun u tijdens het kalenderjaar bij ons aanmelden om mee te doen aan de collectieve zorgverzekering. Als u ergens anders verzekerd bent, kunt u pas het volgende kalenderjaar meedoen. U moet u voor 31 december van het lopende kalenderjaar bij ons aanmelden. 7.9 Schuldhulpverlening [Wgs] Wij hebben de taak om inwoners met schuldproblemen te ondersteunen. Inwoners kunnen daarom de gemeente om ondersteuning vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. Hieronder zijn de belangrijkste uitgangspunten genoemd die de gemeente toepast als inwoners om hulp vragen. 7.9.1 Samenwerking en toegang [Wgs] 1.Wij werken samen met andere organisaties om te voorkomen dat u problematische schulden opbouwt. 2.Wij zorgen ervoor dat u op een eenvoudige manier om ondersteuning kunt vragen bij het vinden van een oplossing voor schulden. 3.Wij informeren u over de ondersteuning die wij kunnen aanbieden en zorgen ervoor dat die ondersteuning ook echt beschikbaar is. 4.Wij sluiten niemand bij voorbaat uit van ondersteuning. Een uitzondering op die regel is als u geen geldige verblijfstitel hebt.

7.9.2 Schuldhulpverlening [Wgs] Wij zorgen ervoor dat als u ondersteuning kunt krijgen bij het oplossen van schulden, u deze zo snel mogelijk krijgt. 7.9.3 Besluit [Wgs] 1.Wij informeren u als u ondersteuning kunt krijgen over de manier waarop de ondersteuning wordt gegeven.

2.Wij sturen u als u geen ondersteuning kunt krijgen een brief, waarin staat waarom er geen ondersteuning wordt gegeven.

Hoofdstuk 8. Afspraken tussen inwoner en gemeente Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop wij als gemeente en u als inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop wij ons moeten gedragen en wat er van u wordt verwacht. Als u rechten hebt, dan staan daar vaak plichten tegenover. Als u daar onvoldoende rekening mee houdt, dan kunnen wij de uitkering of voorziening beëindigen, terugvorderen of verlagen. Kernwaarden: ·

Wij zien u als volwaardige partner: wij gaan uit van vertrouwen.

·

U bent zelf verantwoordelijk, wij ondersteunen als dat nodig is.

·

U geeft de informatie die nodig is.

8.1 Hoe gaan we met elkaar om? [Gemeentewet, Wet inburgering 2021, Awb, Wmo, PW, Bbz, Jeugdwet, WKO.Wgs, IOAW,IOAZ,LLv ] 8.1.1 De rol van de gemeente [Gemeentewet, Awb, Wet inburgering 2021, Wmo, PW, Bbz, Jeugdwet, WKO.Wgs, IOAW,IOAZ,LLv ] 1. Wij ondersteunen u bij het zoeken naar een oplossing voor uw probleem. Wij gaan daarbij op een respectvolle manier met elkaar om. Wij zorgen voor het volgende: a.Het is u duidelijk wie er namens ons contact met u onderhoudt. b.U hebt altijd recht op een gesprek met één van onze medewerkers. Dat gesprek kan op het gemeentehuis, bij u thuis of ergens anders plaatsvinden. c. Als u uw bij ons meldt met een probleem dat niet door ons kan worden opgelost, dan verwijzen wij u-indien nodig- naar een organisatie die tot taak heeft u bij de oplossing van uw probleem te ondersteunen. d.Onze website voldoet aan erkende kwaliteitseisen. e.Wij voorzien in heldere en eenvoudige aanvraagprocedures en informeren u hierover. f. Wij respecteren uw privacy. g.Wij maken zoveel mogelijk gebruik van gegevens waarover wij reeds de beschikking hebben en vragen alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. 2. Wij reageren op een professionele manier als uw gedrag volgens ons agressieprotocol ontoelaatbaar is. 3. Wij informeren u over het in het tweede lid genoemde agressieprotocol als de situatie daartoe aanleiding geeft.

8.1.2 De rol van de inwoner [Gemeentewet, Awb, Wet inburgering 2021, Wmo, PW, Bbz Jeugdwet, WKO.Wgs, IOAW,IOAZ,LLv ] 1. U bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw

probleem. Wij vullen uw eigen mogelijkheden en uw sociale netwerk, als ook die van

andere voorzieningen en organisaties, aan als dat nodig is. U zorgt voor het volgende: a.U gaat eerst na welke mogelijkheden uzelf hebt om uw probleem op te lossen (eigen kracht). b.U werkt mee aan de ondersteuning bij het vinden van de oplossing voor uw probleem. c. U zorgt ervoor dat onze ondersteuning niet langer duurt dan nodig is. 2. U werkt mee, zodat snel duidelijk is op welke manier uw probleem zo passend mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a.U informeert ons binnen een redelijke door ons gestelde termijn zo volledig mogelijk over alles wat van belang kan zijn voor het beoordelen van uw ondersteuningsvraag. Dit geldt ook als de ondersteuning al is toegekend. U bent namelijk verplicht ons zo snel mogelijk wijzigingen die van invloed kunnen zijn op toegekende ondersteuning door te geven. b.Wij ontvangen binnen een redelijke door ons gestelde termijn alle documenten en bewijsstukken die wij van u nodig hebben. c. U doet wat nodig is om onze ondersteuning zo kort mogelijk te laten duren. d.U brengt ons zo snel mogelijk op de hoogte van uw beperkingen, als die van belang zijn in het contact met ons. 8.2 Afspraken en verplichtingen 8.2.1 Afstemming op houding en gedrag van de inwoner [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Wij verlagen een uitkering als dat volgens de regels van de wet en deze verordening past bij uw houding of gedrag. 2.

Bij het nemen van een besluit tot het verlagen van een uitkering houden wij rekening met: a.de ernst van het gedrag; b.de mate waarin u het gedrag verweten kan worden; en c. uw persoonlijke situatie. 3. Voordat een uitkering wordt verlaagd, geven wij u de kans uw mening te geven. U kunt dat op de volgende manier doen: a.via e-mail; b.schriftelijk; c. telefonisch; d.in een gesprek met de medewerker op het gemeentehuis. 8.2.2 Geen schuld en verjaring [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1 Wij zien af van verlaging als: - elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of - als uw gedrag meer dan drie maanden voor constatering daarvan door ons heeft plaatsgevonden. 2.Wij kunnen afzien van een verlaging als wij daarvoor dringende redenen aanwezig achten. 3.Als wij afzien van een verlaging op grond van dringende redenen, word u hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. 8.2.3 Ingangsdatum en periode verlaging [PW, IOAW, IOAZ, Awb]

1.Wij maken u het besluit tot verlaging per brief bekend. De verlaging gaat in vanaf de kalendermaand na de datum van dit besluit. Het is mogelijk dat de verlaging al in dezelfde maand of over eerdere maanden wordt toegepast. Dat kan als de uitkering voor die maand(en) nog niet is uitbetaald. 2.Soms kunnen wij de uitkering niet of maar voor een deel verlagen, omdat deze wordt beëindigd. Dan zullen wij het overgebleven deel van de verlaging alsnog opleggen als u binnen drie maanden na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen. 3.In het besluit tot het opleggen van een verlaging van de uitkering dan wel bijzondere bijstand worden in ieder geval vermeld: a.de reden van de verlaging; b.de duur van de verlaging; c. het bedrag en/of percentage waarmee de uitkering wordt verlaagd; d.indien van toepassing, de reden om af te wijken van de standaardverlaging; e.de wijze waarop bij het verlagen van de uitkering rekening is gehouden met uw omstandigheden en uw mogelijkheden inkomen te verwerven, gelet op de bijzondere omstandigheden en de dringende redenen om daarmee rekening te houden. 8.2.4 Berekening verlaging [PW, IOAW, IOAZ, Awb] De verlaging is een percentage van de uitkeringsnorm die op u van toepassing is.

8.2.5 Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen (geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot arbeidsinschakeling) [PW, Awb] 1.Wij verlagen de uitkering gedurende één maand als u een arbeidsverplichting uit artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet voldoende nakomt. Die verlaging is 100% van de uitkeringsnorm. 2.De verlaging wordt in gelijke stukken verdeeld over de maand van oplegging en de twee daaropvolgende kalendermaanden, als er volgens de gemeente sprake is van bijzondere omstandigheden. 8.2.6A Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen Participatiewet (niet-geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling) Gedragingen Participatiewet [PW, Awb] 1. We onderscheiden de volgende categorieën gedragingen, waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a, 55 en 56a van de Participatiewet niet of onvoldoende wordt nagekomen: a. eerste categorie: 1°. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; 2°. het niet of onvoldoende verrichten van een door ons e opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet; 3°.

het niet nakomen van de in artikel 56a, tweede lid, van de Participatiewet neergelegde verplichting om gedurende een periode van zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht op bijstand ontstaat, mee te werken

aan het door het college in naam van de belanghebbende verrichten van betalingen uit de

toegekende bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering; b.tweede categorie: 1°. het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet; 2°. het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet; 3°. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet; 4°. het niet verschijnen op de taaltoets waardoor de toets niet kan worden afgenomen of halverwege beëindigen van de toets; 5°. het niet meewerken aan het inleveren van bewijsstukken voor de taaleis, terwijl redelijkerwijs aangenomen kan worden dat de stukken geleverd kunnen worden. c.

derde categorie: het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet. 2. Wij verlagen de bijstandsuitkering met: a.10% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie; b.20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. 100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie. 3. In afwijking van het tweede lid kunnen wij bij gedragingen van de eerste of tweede categorie een waarschuwing opleggen. 8.2.6B Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen (nietgeüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling) Gedraging IOAW en IOAZ [IOAW, IOAZ, Awb] We onderscheiden de volgende categorieën gedragingen, waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet of onvoldoende wordt nagekomen: a.eerste categorie: 1°.

het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; 2°. het niet of onvoldoende verrichten van een door ons opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk

arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. b.tweede categorie:

1°. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; 2°. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door ons aangeboden voorziening als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 36, eerste lid, en artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; 3°. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 38, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; c.

derde categorie: 1°. het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; 2°. het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; 3°. het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; 4°. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening. 2. Wij verlagen de IOAW- of IOAZ-uitkering met: a.10% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie; b.20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. 100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie. 3. In afwijking van het tweede lid kunnen wij bij gedragingen van de eerste of tweede categorie een waarschuwing opleggen.

8.2.7 Te weinig besef van verantwoordelijkheid [PW, Awb] 1.Wij verlagen uw uitkering als u te weinig realiseert dat u zelf verantwoordelijk bent voor uw eigen levensonderhoud. De verlaging stemmen we af op de hoogte van het benadelingsbedrag. 2.De verlaging wordt vastgesteld op:

a. 10% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00;

b.20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,00 tot € 2.000,00; c. 40% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf €2.000,00 tot € 4.0000,00; d.40% van de uitkeringsnorm gedurende twee maanden bij een benadelingsbedrag vanaf €4.000,00 tot € 8.000,00; e.40% van de uitkeringsnorm gedurende vier maanden bij een benadelingsbedrag vanaf €8.0000,00 tot € 10.000,00; f. 40% van de uitkeringsnorm gedurende zes maanden bij een benadelingsbedrag van €10.000,00 of hoger. 8.2.8 Onacceptabel gedrag [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1.Wij verlagen uw bijstandsuitkering als u zich onacceptabel gedraagt tegenover personen en instanties die de Participatiewet uitvoeren. De bijstandsuitkering wordt gedurende één maand verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm. 2.Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering als u zich onacceptabel gedraagt tegenover personen en instanties die de IOAW of IOAZ uitvoeren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van voornoemde wetten. De IOAW of IOAZ-uitkering wordt gedurende één maand verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm. 8.2.9 Niet nakomen van andere verplichtingen [PW, Awb] Als u een door ons opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, wordt de bijstandsuitkering verlaagd.

De verlaging wordt vastgesteld op: a.20 procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot arbeidsinschakeling; b.40 procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot vermindering van de bijstand; c. 100 procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot beëindiging van de bijstand. 8.2.10 Samenloop van gedragingen [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1.Gedrag waardoor u meerdere verplichtingen uit deze paragraaf niet nakomt, leidt tot één verlaging. De grootste verlaging die van toepassing is voor het gedrag geldt dan, en ook de duur die bij die verlaging hoort. 2.Als sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat één of meer verplichtingen niet worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd.

8.2.11 Herhaling (recidive) [PW, IOAW, IOAZ, Awb]

De duur van de verlaging wordt verdubbeld als de uitkering binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee de verlaging is opgelegd opnieuw wordt verlaagd. 8.2.12 Samenhang met de nieuwe Wet Inburgering (PW, Awb, Wet inburgering 2021) 1.Wanneer u als inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering ontvangt en u niet houdt aan verplichtingen en afspraken uit het Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP), waarin de nadruk ligt op het bevorderen van participatie en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt, vindt bij voorkeur verlaging van de bijstandsuitkering plaats op grond van artikel 18 Participatiewet en hoofdstuk 8 paragraaf 2 van deze verordening. Het gaat hierbij om verplichtingen en afspraken anders dan in het aanbod in de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). Wij leggen voor dezelfde gedraging dan geen bestuurlijke boete op grond van de Wet inburgering 2021 op. 2.Wanneer u als inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering ontvangt en u niet houdt aan verplichtingen en afspraken in het PIP, waarin de nadruk ligt op het vergroten van de taalbeheersing en aan overige afspraken en verplichtingen in het PIP, leggen wij bij voorkeur een boete op grond van de Wet inburgering 2021 op. Wij verlagen in dat geval voor dezelfde gedraging de bijstandsuitkering niet.

3.Bij de keuze tussen i) handhaving op grond van de Participatiewet door een verlaging van de bijstandsuitkering en ii) handhaving op grond van de Wet inburgering 2021 via een boete wegen wij ook af welke wijze van handhaving, rekening houdend met de gevolgen hiervan voor u als inburgeringsplichtige, naar ons oordeel het best bijdraagt aan het beoogde effect, te weten het succesvol voltooien van het inburgeringstraject. 4.In de brief (beschikking) aan u vermelden wij of er een boete op grond van de Wet inburgering 2021 wordt opgelegd of dat de bijstandsuitkering wordt verlaagd op grond van de Participatiewet. 5.Wanneer u als inburgeringsplichtige een boete op grond van de Wet inburgering 2021 wordt opgelegd in de periode dat wij verantwoordelijk zijn voor het financieel ontzorgen op grond van artikel 56a Participatiewet, dan kunnen wij de boete met de bijstandsuitkering verrekenen. Wij houden hierbij rekening met een fictieve draagkracht van 5 procent van de bijstandsnorm die van toepassing is, inclusief vakantietoeslag.” 8.3 Terugvorderen uitkering 8.3.1 Terugvordering en incasso [PW, IOAW, IOAZ, Bbz] 1.Wij vorderen gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven en doen dat volgens de regels van de wet. Wij vorderen niet terug als terugvordering voor u onaanvaardbare gevolgen heeft.

2.Bij een klein bedrag (€ 50,-) kunnen wij besluiten dit niet terug te vorderen, als dit ons te veel geld kost. 3.Bij de incasso zorgen wij ervoor dat u een inkomen blijft houden dat past bij uw persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet. 4.In beleidsregels wordt uitgewerkt hoe wij inhoud geven aan onze bevoegdheid om gemeentelijke uitkeringen terug te vorderen.

8.4 Beëindigen en terugvorderen voorziening

8.4.1 Beëindiging voorziening [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs,Wko Llv, Gemeentewet] 1. Wij kunnen een voorziening beëindigen als: a.de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van u; b.de voorziening niet langer passend of nodig is; c. u zich niet houdt aan de voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden; d.wij niet langer kunnen vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat u onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening; · de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; · u niet binnen een termijn van 6 maanden gebruik hebt gemaakt van de voorziening, tenzij u dat niet te verwijten is. 2. De voorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken). 8.4.2 Terugvordering voorziening [Wmo, Jeugdwet,P-wet, Bbz, IOAW, IOAZ, Llv, Wko, Burgerlijk Wetboek, Gemeentewet] Wij kunnen de voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dat kan vanaf het moment waarop voldaan aan één of meer van de intrekkingsgronden genoemd in artikel 8.4.1. 8.5 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen? 8.5.1 Controle [Jeugdwet, Wet inburgering 2021, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz] 1. Wij controleren regelmatig of u recht hebt op een uitkering of voorziening en of u de juiste uitkering of voorziening hebt aangevraagd of ontvangt.

Wij kunnen daarvoor gebruik maken van: a.huisbezoeken: medewerkers van de gemeente gaan bij u langs en kijken in en om de woning. Wij kunnen een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet. b.heimelijke waarnemingen: onze medewerkers verzamelen gegevens over u zonder dat u hierover vooraf bent geïnformeerd. c. buurtonderzoek: de gemeente ondervraagt uw buren. d.bestandsvergelijkingen: wij vergelijken uw gegevens met de gegevens die bekend zijn over u bij andere organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten; e.signalen en tips van organisaties of particulieren; d. andere passende onderzoeksmethoden. 2. De controle van de voorzieningen is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. 3. Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgen wij ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd. 4. Bij beëindiging van de uitkering of voorziening op uw verzoek, onderzoeken wij wat de reden is van de beëindiging. Wij gaan ook na of de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt. 8.5.2 Voorkomen van fraude

[Jeugdwet, Wmo, Wet inburgering 2021; PW, IOAW, IOAZ, Bbz ]

Wij streven ernaar om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeren wij u op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen. 8.5.3 Beleidsplan handhaving en beleidsverslag [Jeugdwet, Wmo, Wet inburgering 2021, PW, IOAW, IOAZ, Bbz ] 1. De gemeenteraad stelt één keer per vier jaar een beleidsplan vast hoe wij fraudebestrijding aanpakken en ervoor zorgen dat u zich zo goed mogelijk aan de regels houdt. 2. In het beleidsplan, bedoeld in het eerste lid, staat in ieder geval: a.wat wij precies met fraudepreventie bedoelen; b.wanneer en hoe wij u informeren over rechten en plichten (voorlichting); c. welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet; en d.hoe wij samenwerken met andere organisaties om fraude tegen te gaan. 3. Wij stellen na afloop van de periode waarvoor het beleidsplan handhaving is bedoeld, een beleidsverslag vast. Daarin beschrijven wij of de gestelde doelen voor dat jaar zijn behaald en de redenen waarom dat wel of niet is gebeurd. 8.5.4 Privacy [Jeugdwet, Wet inburgering 2021, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz ] 1.Wij stellen voor onderzoeksmethoden die vaak worden toegepast protocollen op. Het gaat in ieder geval om een protocol voor de inzet van huisbezoeken. De protocollen moeten ervoor zorgen dat er geen ongeoorloofde inbreuk op uw privéleven plaatsvindt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16148186/4