CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Aangepaste verordening jeugdhulp

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente SchagenBij agendapunt: Wijziging integrale verordening sociaal domein25.074 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Integrale verordening sociaal domein gemeente Schagen 2026/1

De raad van de gemeente Schagen; gelezen het voorstel van het college van 28 oktober 2025: gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4 lid 1,2,4 en 7, 2.1.5 lid 1, 2.1.6, 2.3.6 lid 4 en 2.6.6 lid 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1 lid 4 van de Jeugdwet; de artikelen 6, tweede lid, 8, 8a, 8b, 10b, vijfde lid, en 47 van de Participatiewet; artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs; artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs; artikel 13 tot en met 17, 22, 23 en 26 van de Wet Inburgering 2021; en de artikelen 121, 122, 147 en 150 van de Gemeentewet; gezien het advies van de Oordeelsvormende vergadering van 25 november 2025; besluit vast te stellen de Integrale verordening sociaal domein gemeente Schagen 2026/1, onder gelijktijdige intrekking van de Integrale verordening sociaal domein gemeente Schagen 2024/1. Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding verordening sociaal domein gemeente Schagen Hoofdstuk 2. Van melding tot besluit Hoofdstuk 3. Werk en Participatie Hoofdstuk 4. Gezond en veilig opgroeien Hoofdstuk 5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving Hoofdstuk 6.

De vorm van de ondersteuning Hoofdstuk 7. Inkomen en schulden Hoofdstuk 8. Afspraken tussen inwoner en gemeente Hoofdstuk 9. Inwonersparticipatie Hoofdstuk 10. Kritiek op de uitvoering Hoofdstuk 11. Kwaliteit, inkoop en aanbesteding Hoofdstuk 12. Van oud naar nieuw Hoofdstuk 13. Begrippen 1.

Inleiding verordening sociaal domein gemeente Schagen

Deze verordening geeft gemeentelijke regels over de volgende onderwerpen: · Werken en participeren ·

Uitkeringen

·

Schuldhulpverlening

·

Gezond en veilig opgroeien,

·

Vervoer naar school, en

·

Wonen in een veilige en gezonde omgeving

1.1 Waarom deze regels? In Nederland vinden we het belangrijk dat: · U actief mee kunt doen aan het maatschappelijk leven of aan het werk kunt gaan; ·

U in ieder geval een minimum inkomen hebt;

·

U uw financiën op orde hebt;

·

U een huishouding kan voeren en voor uzelf kan zorgen;

· U een geschikte en schone woonruimte hebt, waarin u zelfstandig en veilig kunt wonen; en · Uw kind gezond en veilig kan opgroeien en veilig naar de school kan gaan die bij hem/haar past. Het is onze taak u hierbij te ondersteunen. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om de: - Participatiewet (PW), de IOAW, de IOAZ; - Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs); - Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo); - Jeugdwet; - Wet op het primair onderwijs, Wet op het voortgezet onderwijs en Wet op de expertisecentra; - Wet Inburgering 2021; - Gemeentewet. De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin bepaalde zaken worden uitgewerkt. Ook dat is in deze verordening geregeld. 1.2 Uitgangspunten De regels in deze verordening zijn geschreven vanuit een aantal uitgangspunten. De regels: 1.zijn bedoeld om de bovengenoemde doelen te realiseren en uw knelpunten op te lossen; 2.zijn goed leesbaar; 3.regelen niet meer dan nodig is; 4.houden uw en onze administratieve lasten zo laag mogelijk;

5.kunnen goed uitgevoerd worden en zijn voor iedereen duidelijk; 6.zijn onderling afgestemd op elkaar;

7. wij respecteren de wettelijke regels, maar geven daar wel een invulling aan die nodig is om de doelen van de wetgever te realiseren of belangrijke internationale regels na te komen. 1.3 Kernwaarden sociaal domein Bij het toepassen van de regels uit deze Integrale Verordening houden wij rekening met de doelen van de Jeugdwet, Wmo, Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening, Bbz, Wet op het primair onderwijs, Wet op het voorgezet onderwijs, Wet op expertisecentra, Wet Kinderopvang, Leerplichtwet, RMC, Wet Passend Onderwijs, Algemene Wet Bestuursrecht, Gemeentewet en later het jaar ook de Wet Inburgering. Wij zorgen ervoor dat het effect van een besluit past bij die doelen. Wij betrekken daarbij zes kernwaarden die niet individueel gelezen kunnen worden, maar in samenhang met elkaar en in samenhang met de ambities uit het 3D Beleidsplan. Het gaat daarbij om de volgende zes kernwaarden: 1. Wij ondersteunen u in een (tijdelijke) kwetsbare situatie, zodat u naar vermogen aan de samenleving kan deelnemen om naar eigen inzicht een goed leven te leiden. We gaan hierbij uit van eigen regie. (tijdelijke) Kwetsbare situatie het is mogelijk dat u in een situatie verkeert waarin ondersteuning nodig is om een zinvol bestaan te kunnen leiden. Deze ondersteuning kan tijdelijk zijn om daarna zelfstandig weer verder te kunnen of blijvend (bijv.

door gebruik van een rolstoel); Eigen regie dit gaat over wat wilt u met uw leven? (het zelf bepalen – wat wil ik?); Eigen inzicht gaat om wat u zelf wilt bereiken als het gaat om een goed leven. Hoe helpt de ingezette ondersteuning u in het leven? 2. Wij ondersteunen waar nodig en gaan ervan uit dat u eerst zelf oplossingen vindt voor problemen, bijvoorbeeld met ondersteuning van uw familie, vrienden en bekenden (sociaal netwerk) of door gebruik te maken van algemene voorzieningen en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen. We gaan uit van eigen kracht. Algemene voorziening is een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning; Algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die: o niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking; o die gewoon verkrijgbaar is; o niet veel duurder is dan vergelijkbare producten; en o een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en of participatie; o waarover iedereen in dezelfde omstandigheden ook zou kunnen beschikken, en o financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimum niveau. Eigen kracht dit gaat over de mogelijkheden die u heeft om uw problemen aan te pakken samen met uw eigen netwerk (zelf organiseren en oplossen – wat kan ik?).

3. Als eigen kracht niet toereikend is, bieden wij de voorziening zo vroeg mogelijk aan ter voorkoming van dure en/of intensieve ondersteuning. We ondersteunen u, zodat u weer zelfredzaam wordt.

Zelfredzaamheid dit gaat over de vraag wat kan u niet met eigen kracht en waar u ondersteuning bij nodig heeft (zelfstandig meedoen – waar heb ik ondersteuning bij nodig?). 4. Wij bieden maatwerk (iedere situatie is uniek en vraagt om een passende oplossing). Maatwerk dit is een op u als inwoner afgestemde voorziening die is gericht op het door u gewenste te bereiken effect. 5. Wij gaan ervan uit dat u naar vermogen duurzaam een bijdrage levert aan de samenleving en stimuleren u daarbij indien nodig (participatie zo hoog mogelijk). Duurzaam voor lange tijd en het voor u maximale te bereiken; Duurzaam geluk het regelmatig ervaren van positieve gevoelens en algemene tevredenheid met uw eigen leven; Duurzaam werk als uitkeringsgerechtigde bent u gedurende een periode van ten minste een halfjaar onafgebroken aan het werk of u volgt een scholingstraject. 6. Wij stellen in het belang van uw kind de veiligheid in de sociale omgeving voorop. Veiligheid: een omgeving creëren waarin uw kind zich zo optimaal mogelijk kan ontplooien en ontwikkelen. Deze kernwaarden zijn van toepassing voor het hele sociale domein. Per hoofdstuk worden nog specifieke kernwaarden benoemd. De begrippen die in deze verordening worden gebruikt, worden toegelicht in hoofdstuk 13. 1.4 Artikel en wet Deze verordening is gebaseerd op de wetten die bij 1.1 zijn genoemd.

Die wetten vormen de wettelijke basis voor de artikelen in deze verordening. Maar niet voor alle artikelen geldt dat in iedere wet daarover iets is terug te vinden. Dat verschilt per artikel. Daarom is per artikel aangegeven op welke wetten dat artikel is gebaseerd. Waar in deze verordening Gemeentewet als grondslag wordt genoemd, wordt daarmee de algemene regelingsbevoegdheid van de gemeenteraad bedoeld (artikel 121 Gemeentewet). Bij een aantal artikelen wordt ook ‘Awb’ (de Algemene wet bestuursrecht) genoemd. Die verwijzing staat er in

als er in de Awb specifieke bepalingen zijn opgenomen die op dat artikel van toepassing zijn.

Hoofdstuk 2. Van melding tot besluit Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop u ons ondersteuning kan vragen als het gaat om één of meer van de onderwerpen uit deze verordening. Hierin beschrijven wij hoe u een vraag om ondersteuning kunt indienen, hoe de afhandeling hiervan in zijn werk gaat en wat wij van u verwachten. Uitgangspunt is dat al uw vragen om ondersteuning in één keer kunnen worden gesteld en dat er één procedure is. Dit is de standaardprocedure. Maar soms geldt voor bepaalde hulpvragen een bijzondere route. Dit wordt aan het einde van dit hoofdstuk genoemd. Hoe wij omgaan met signalen en hulpvragen van andere personen over inwoners die hulp nodig hebben, wordt hier niet beschreven.

Kernwaarden: ·

Wij maken ondersteuning makkelijk bereikbaar.

·

Wij vragen niet meer informatie dan nodig is.

·

Wij gaan zorgvuldig met u om.

·

U bent zelf verantwoordelijk, wij ondersteunen als dat nodig is.

· Uw eigen probleemoplossende vermogen, ondersteuning vanuit uw eigen sociale netwerk of andere voorzieningen en organisaties gaan voor onze ondersteuning.

Stap 1: Melding bij de Gemeente Schagen 2.1.1 Melding [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs,] Als u ondersteuning nodig hebt, dan kunt u zich bij ons melden. U kunt deze melding op de volgende manieren doen: - digitaal via een daarvoor op de website beschikbaar gesteld contactformulier; - telefonisch via de wijkteams, onderdeel Toegang; - schriftelijk (per brief of e-mail). Stap 2 Integrale intake na melding 2.2.1 Doel integrale intake [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs] Het doel van de integrale intake is een goed beeld te krijgen van de hulpvraag, uw persoonlijke situatie en het effect dat u wilt bereiken. 2.2.2 Procedure integrale intake

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs]

1.Na de melding nemen wij uw ondersteuningsvraag direct in behandeling als de melding telefonisch is gedaan en binnen 2 werkdagen na ontvangst van de melding als deze schriftelijk dan wel digitaal is gedaan. 2.Behandeling van de hulpvraag vindt plaats door middel van een integrale intake, die, voor zover mogelijk, telefonisch plaatsvindt. Wij geven u, voordat wij met de integrale intake starten, informatie over de mogelijkheid om gratis hulp te krijgen van een onafhankelijke deskundige (clientondersteuner). 3.Als u de integrale intake wilt voeren in het bijzijn van een clientondersteuner, een familielid, dan wel iemand anders uit uw sociale netwerk, dan vindt deze op een later tijdstip bij u thuis of op een andere plek plaats. Wij maken hiervoor met u een afspraak. 2.2.3 Gegevens [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz Wgs] 1.Tijdens de integrale intake verzamelen wij alle gegevens over uw situatie die nodig zijn om de ondersteuningsvraag helder te krijgen. 2.Als tijdens de integrale intake, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat u een aanvraag voor ondersteuning-op-maat wilt indienen, dan vragen wij u de gegevens die nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag en die wij niet zelf kunnen inzien of verkrijgen, binnen 14 dagen in te leveren. Tot die gegevens behoort in ieder geval een kopie van een geldig identiteitsbewijs.

2.2.4 Inhoud integrale intake [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs] 1. Wij bespreken met u de ondersteuningsvraag en welk effect u wilt bereiken. In het gesprek onderzoeken wij: a.uw behoefte: wat is er nodig? b.uw persoonlijke situatie en voorkeuren: hoe zien die eruit, en wat betekent dit voor het gewenste effect? c. uw (on)mogelijkheden: (hoe) kan uzelf bijdragen aan de oplossing van het probleem? d.uw omgeving: welke ondersteuning kan het sociale netwerk of kunnen organisaties bieden? 2. Wij informeren u tijdens de integrale intake over onze mogelijkheden om uw persoonlijke situatie te verbeteren. De ondersteuning-op-maat wordt in principe verleend in natura. Er zijn mogelijkheden om de ondersteuning in de vorm van persoonsgebonden budget (pgb) te verlenen. Wij informeren u in welke gevallen dit mogelijk is. 2.2.5 Verslag [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Llv, Bbz, Wgs] 1.Binnen 25 dagen na de integrale intake sturen wij u een verslag van de uitkomsten van dit onderzoek. 2.Uit het verslag blijkt in ieder geval welk effect u wilt bereiken en hoe dit door inzet van de voorgestelde ondersteuning kan worden gerealiseerd. Daarbij wordt gekeken naar de korte en naar de lange termijn. 3.Als u een aanvraag wenst in te dienen voor een ondersteuning-op-maat, dan kunt u dit aangeven door een handtekening op het u toegezonden verslag te zetten.

Wij merken het geretourneerde, door u getekende verslag dan aan als een aanvraag.

4. In het geval u door ons bent doorverwezen naar een andere organisatie of voorziening (voorliggende voorziening dan wel algemene of basisvoorziening), dan kunt u het verslag voor kennisgeving aannemen. Als u het niet eens bent met de conclusie van het verslag, dan kan u dat daarop aangeven en het verslag aan ons retourneren. Stap 3: Aanvraag 2.3.1 Aanvraag [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Llv, Bbz, Awb Wgs] 1.Een aanvraag dient u in met ons aanvraagformulier dat u kunt vinden op onze website. 2.Als het door u ondertekende verslag, bedoeld in artikel 2.2.5, bij ons binnenkomt wordt dit verslag aangemerkt als een aanvraag. Het doel van de aanvraag is te bepalen of wij ondersteuning verlenen en welke vorm die ondersteuning heeft. 3.Melding en aanvraag worden op hetzelfde moment gedaan als het gaat om een uitkering voor inwoners van 27 jaar of ouder, vervoer van kinderen naar school, bijzondere bijstand en een voorziening in het kader van de Jeugdwet. Het gesprek met ons vindt dan plaats nadat de aanvraag is ingediend. 4.Wij kunnen besluiten dat ook voor bepaalde andere vormen van ondersteuning melding en aanvraag op hetzelfde moment worden gedaan. U kan dan bij de melding direct een aanvraag indienen. 5.Ontvangt uw gezin op 1 december van enig kalenderjaar van ons een uitkering, dan hoeft u geen aanvraag voor het kindpakket bij ons in te dienen.

6.De (potentiële) werkgever kan een aanvraag voor ondersteuning-op-maat voor u doen, die gericht is op arbeidsinschakeling en past bij uw mogelijkheden en omstandigheden. Een aanvraag is niet verplicht. Wij kunnen zelf ook ambtshalve – dat wil zeggen zonder aanvraag- beoordelen wat nodig is. U ontvangt een besluit waarin wij aangeven a.welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt; b.wat de omvang is; c. de duur en intensiteit van de ondersteuning; d.de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening; e.als de verstrekking afwijkt van de aanvraag, wat de reden is van afwijking; en e.voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn. Als er een andere voorziening is die u helpt en dit de reden is van afwijzing geven wij dit aan in het besluit. 2.3.2 Aanvraag voor ondersteuning-op-maat [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Llv, Bbz, Wgs] 1. Vraagt u ondersteuning-op-maat aan, dan gelden in ieder geval de volgende voorwaarden: a.de ondersteuning is noodzakelijk om (één van) de doelen van de in 1.1 genoemde wetten te bereiken; b.u heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. Dat is bijvoorbeeld zo, als u gebruik kunt maken van voorzieningen die algemeen gebruikelijk zijn.

U kunt het gewenste effect ook niet bereiken met gebruikelijke hulp van huisgenoten, met hulp vanuit het sociale netwerk of met behulp van andere voorzieningen of organisaties; en c. de ondersteuning past bij het gewenste effect en uw persoonlijke situatie.

2.Aan sommige vormen van ondersteuning zijn er in de wet of in deze verordening extra voorwaarden gesteld. 3.De ondersteuning-op-maat is niet duurder dan nodig en duurt niet langer dan nodig. Wij kiezen daarom voor de goedkoopste voorziening die passend is om uw probleem langdurig te verminderen of op te lossen. 4.Wij kunnen ondersteuning-op-maat weigeren als u iets (niet) hebt gedaan waardoor u de hulpvraag zelf heeft veroorzaakt en u deze had kunnen voorzien. Wij kunnen ondersteuning-op-maat ook weigeren, als u de gevraagde ondersteuning zelf hebt aangeschaft, tenzij wij daarvoor toestemming hebben gegeven. Wij kunnen ondersteuning-op-maat eveneens weigeren, indien de gevraagde ondersteuning ten tijde van indiening van de aanvraag reeds is ingezet, tenzij wij daarvoor toestemming hebben verleend. Als de weigering betekent dat u grote problemen zal krijgen (onevenredig nadeel), dan kunnen wij de ondersteuning-opmaat wel toekennen. 2.3.3 Advisering [Awb Jeugdwet, Wmo, PW, Bbz, Wet inburgering 2021, IOAW, IOAZ, Awb, Wgs. Llv] Wij zorgen ervoor dat de medewerker die een melding of aanvraag behandelt de deskundigheid heeft die nodig is om deze melding of aanvraag goed te kunnen behandelen. Als de medewerker die deskundigheid niet heeft, dan zorgen wij ervoor dat een deskundige een advies uitbrengt. Dit advies (deskundig oordeel) betrekken wij bij de beoordeling van de aanvraag.

(Zie hoofdstuk 4 voor een uitgebreide beschrijving van het onderzoek eigen kracht voor de jeugdwet) 2.3.4 Beslistermijn [Jeugdwet, Wmo, Wko, PW, Bbz, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Awb] 1.Wij beslissen zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 8 weken nadat de aanvraag is ontvangen. Gaat het om een aanvraag in het kader van de Wmo, dan beslissen wij binnen 2 weken nadat de aanvraag is ontvangen, en in ieder geval binnen 8 weken na de melding. Gaat het om een aanvraag in het kader van het leerlingenvervoer of het Bbz, dan beslissen wij binnen 12 weken nadat de aanvraag is ontvangen. 2.De beslistermijn kan schriftelijk worden opgeschoven als u niet voldoende gegevens hebt verstrekt. 3.Als wij een besluit niet binnen de vastgestelde termijn kunnen nemen, dan noemen wij een nieuwe termijn waarbinnen het besluit zal worden genomen. Stap 4. Beslissing 2.4.1 Inhoud besluit [Jeugdwet, Wmo, Wet inburgering 2021, PW, Bbz, IOAW, IOAZ, Wgs, Awb, Llv] 1.Wij nemen een besluit en dit sturen we u per brief toe. Het doel van dit besluit is dat u weet of er wel of geen ondersteuning wordt gegeven. Als wij ondersteuning geven, staat in het besluit ook of de ondersteuning in natura, in de vorm van een pgb, in geld of op een andere manier wordt gegeven.

2.Geven wij de ondersteuning in natura, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: a.wat de ondersteuning inhoudt en waarvoor de ondersteuning bedoeld is; b.wanneer de ondersteuning ingaat en hoelang de ondersteuning duurt;

c. hoe en door wie de ondersteuning wordt gegeven, en d.welke voorwaarden en verplichtingen er voor de ondersteuning gelden.

3. Geven wij de ondersteuning in de vorm van een pgb, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: a.waarvoor het pgb bedoeld is; b.hoe hoog het pgb is; d.wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt; e.hoe de besteding van het pgb verantwoord wordt; en f. welke voorwaarden en verplichtingen er gelden. 4. Geven wij ondersteuning in de vorm van geld, dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: a. voor welk doel het geld wordt gegeven; b. wanneer het geld wordt betaald; c. hoe vaak het geld wordt betaald; en d. welke voorwaarden en verplichtingen er gelden. 2.4.2 Verval van aanspraak (Jeugdwet, Wmo, Llv) De aanspraak op ondersteuning vervalt als u niet binnen 9 maanden na het besluit begint met het gebruikmaken van ondersteuning, tenzij dit u niet te verwijten valt. Deze voorwaarde wordt ook in het besluit opgenomen. 2.5 Uitzonderingen 2.5.1 Ondersteuning jongeren via arts e.a. [Jeugdwet Awb] 1.Wij zorgen voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is.

De jeugdhulpaanbieder dient zich bij het beoordelen van de jeugdhulpvraag na een verwijzing te houden aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie en met de regels die daarover zijn neergelegd in de Verordening en/of nadere regels. 2.Wij zorgen voor de inzet van jeugdhulp die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering 3.Ook als een verwijzing zoals genoemd in het eerste lid aanwezig is, zijn wij niet verplicht jeugdhulp te vergoeden geleverd door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente geen contract- of subsidierelatie heeft, tenzij wij met de gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieders niet in staat zijn de bij de verwijzing passende jeugdhulp te laten leveren. 4.Wij leggen de te verlenen individuele voorziening, bij het eerste lid, vast in een beschikking.

2.5.2 Spoedeisende gevallen [Jeugdwet, Wmo, PW, Wgs, Llv] In spoedeisende gevallen zorgen wij ervoor dat u de ondersteuning krijgt die nodig

is. Wij kunnen dan afwijken van de normale procedure, als dat nodig is. Het kan gaan om de volgende (tijdelijke) ondersteuning in afwachting van ons onderzoek: a.het bieden van ondersteuning en zorg aan ouders en hun kinderen; b.het vragen van een machtiging aan de kinderrechter voor gesloten jeugdhulp; c. het bieden van een voorziening voor maatschappelijke ondersteuning; d.schuldhulpverlening; e.vervoer naar school; of e. het verstrekken van een voorschot op een uitkering die nog niet is toegekend.

Hoofdstuk 3. Werk en Participatie Wij vinden het belangrijk dat u, als u een uitkering heeft en kunt werken, wordt geholpen bij het vinden van duurzaam en passend werk. Wij willen dat u naar vermogen deelneemt aan de samenleving, bij voorkeur in een reguliere en betaalde baan. Ook als u een arbeidsbeperking heeft, ondersteunen wij u bij het verkrijgen dan wel behouden van werk. Als blijkt dat betaald werk voor u nog niet haalbaar is, dan bekijken we op welke wijze participeren aan de samenleving voor u wel mogelijk is. Wij kunnen u hierbij helpen door het inzetten van zogenaamde voorzieningen. Welke dat zijn wordt in dit hoofdstuk beschreven. Dit hoofdstuk gaat ook over de tegenprestatie die wij van u kunnen vragen. Voorts gaat dit hoofdstuk over meedoen aan activiteiten als u een beperking heeft. Tot slot wordt in dit hoofdstuk geregeld hoe wij u als ouders ondersteunen bij het vervoer van uw kinderen naar school.

Kernwaarden ·

U wordt zo goed mogelijk naar duurzaam en passend werk begeleid. Als betaald werk niet mogelijk is, onderzoeken we met u of er andere activiteiten zijn die u kan ondernemen en die een bijdrage leveren aan uw persoonlijke ontwikkeling en aan de samenleving als geheel en waarmee stappen kunnen worden gezet richting betaald werk.

·

Betaald werk gaat voor onbetaald werk en door ons verstrekte inkomensondersteuning.

·

Wij hebben zorg voor kwetsbare groepen.

·

Wij maken de aansluiting tussen uitkering en werk gemakkelijker.

·

U als ouders zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk dat uw kind naar school gaat.

·

Uw kind heeft recht op onderwijs dat past bij de talenten en mogelijkheden en aansluit bij uw levensovertuiging en godsdienst.

·

Uw kind moet veilig kunnen reizen naar de school die bij hen past.

3.1 Doelgroep [PW, IOAW, IOAZ] Wij ondersteunen u op weg naar werk als u: a.met een gemeentelijke uitkering niet op eigen kracht en met de hulp van het sociale netwerk, uitzendbureaus of andere organisaties de weg naar werk kan vinden. b.geen hulp kan krijgen van andere instanties, zoals UWV, SVB of werkgevers. Per geval beoordelen wij welke vorm van ondersteuning wordt gegeven. c. jonger bent dan 27 jaar en geen werk en geen havo of vwo-diploma of mbodiploma vanaf niveau 2 hebt. Wij ondersteunen u in het vinden van een passende opleiding of passend werk, of leiden u naar hulpverlening of zorg.

3.2 Samenwerking [PW, IOAW, IOAZ] 1.Wij werken samen met UWV, regiogemeenten en andere organisaties om u te ondersteunen passend en duurzaam werk te vinden. 2.Wij zorgen ervoor dat werkgevers ondersteund worden als zij inwoners die onder onze doelgroep vallen, werk willen aanbieden. 3.3 Budget [PW, IOAW, IOAZ] Wij kunnen deelbudgetten vaststellen voor de verschillende soorten voorzieningen. Als dit deelbudget op is, verstrekken wij indien passend een andere voorziening. 3.4 Voorzieningen – werk [PW, IOAW, IOAZ] 1.Wij stemmen de ondersteuning af op uw positie op de arbeidsmarkt. Als u een grote kans op betaald werk hebt, wordt andere ondersteuning ingezet dan als u een kleine kans op betaald werk hebt. 2.Wij bieden ondersteuning aan in de vorm van voorzieningen. Het doel daarvan is het vinden of behouden van passend werk. Voorzieningen die in ieder geval kunnen worden ingezet als u een grote kans op betaald werk hebt, zijn: - detacheringsbaan, - proefplaats, - jobcoaching, - scholing. Voorzieningen die in ieder geval kunnen worden ingezet als u een kleine kans op betaald werk hebt, zijn: - werkervaringsplaats - sociale activering - participatieplaats - beschut werk - persoonlijke ondersteuning bij werk, te weten: - interne werkbegeleiding - jobcoaching - tijdelijke loonkostensubsidie - wettelijke loonkostensubsidie - scholing.

3.Wij beoordelen per persoon of het zinvol is om een voorziening in te zetten. Als dit het geval is, beoordelen wij welke voorziening wij inzetten en voor hoe lang. Daarbij kijken wij naar een aantal factoren, zoals uw omstandigheden, uw eventuele beperkingen, de zorg voor kinderen tot 5 jaar, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en de beschikbaarheid van voldoende budget. 3.4.1 Detacheringsbaan PW, IOAW, IOAZ]

1. Wij kunnen u via een andere organisatie laten werken bij een werkgever. Dit heet detachering. Die detachering wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen u, ons, de werkgever en de andere organisatie.

2. Het doel van een detacheringsbaan is om u na afloop betaald werk aan te bieden onder dezelfde voorwaarden als aan een werknemer die in dienst is van de werkgever. 3.4.2 Proefplaats [PW, IOAW, IOAZ] 1.Wij kunnen u bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uitkering laten werken bij een werkgever. 2.Het doel van de proefplaats is om werkgevers te helpen een beeld te krijgen van uw geschiktheid voor het werk. De proefplaats wordt uitsluitend ingezet als er gerede twijfels zijn over uw geschiktheid voor het werk. 3.Een voorwaarde is dat de proefplaats leidt tot een dienstverband van minimaal 6 maanden, als u geschikt blijkt te zijn voor het werk. Wij kunnen hiervan afwijken, indien bijzondere omstandigheden in het individuele geval hiervoor aanleiding geven. 4.De proefplaats is alleen mogelijk als de werkgever u goed begeleidt tijdens de proefplaatsing. Als de proefplaats niet wordt omgezet in een dienstverband, moet de werkgever uitleggen wat hij heeft gedaan om u te begeleiden. 5.De proefplaats wordt zo kort mogelijk en niet langer dan nodig is, ingezet. Dit kan voor de duur van 2 maanden, met een mogelijke verlenging van maximaal 4 maanden. 6.De proefplaats kan ook in het kader van de praktijkroute worden ingezet om te onderzoeken hoe productief u kunt zijn op de werkplek (loonwaarde) en of er nog een andere vorm van ondersteuning nodig is.

7.Na de inzet van de proefplaats is het niet meer mogelijk forfaitaire loonkostensubsidie in te zetten. 8.Op de proefplaats kunnen tegelijkertijd persoonlijke begeleiding of andere voorzieningen worden ingezet. 9.Alle voorwaarden voor de inzet van de proefplaats worden vastgelegd in beleidsregels. 3.4.3 Werkervaringsplaats [PW, IOAW, IOAZ] 1.Wij kunnen u een werkervaringsplaats aanbieden. De werkervaringsplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen u, ons en de werkgever. 2.Het doel van een werkervaringsplaats is om u met behoud van uitkering op een werkplek werkervaring op te laten doen. De werkzaamheden zijn vooral gericht op ontwikkeling en in mindere mate op de productieve arbeid. 3.Een werkervaringsplaats duurt maximaal 3 maanden. Als het nodig wordt geacht en de kans op uitstroom naar betaalde arbeid wordt vergroot, kan deze periode met maximaal zes maanden worden verlengd. 4.De werkervaringsplaats is alleen mogelijk als de werkgever u goed begeleidt tijdens de werkervaringsplaats. De werkgever zorgt ervoor dat u meer vaardigheden of kennis van het vakgebied opdoet.

3.4.4 Sociale activering [PW, IOAW, IOAZ]

1.Wij kunnen u verwijzen naar zinvolle activiteiten die een eerste stap richting betaald werk kunnen zijn. Dit heet sociale activering. Vrijwilligerswerk kan zo’n activiteit zijn. 2.Sociale activering zetten wij niet vrijblijvend in om u te helpen problemen op weg naar betaald werk te overwinnen. 3.Het doel van sociale activering is om eventueel sociaal isolement te doorbreken, het (verder) ontwikkelen van sociale vaardigheden en/of u in de gelegenheid te stellen werkritme op te doen. 3.4.5 Participatieplaats [PW, IOAW, IOAZ] 1.Wij kunnen u als u een uitkering ontvangt, 27 jaar of ouder bent en weinig kans hebt op betaald werk, een participatieplaats aanbieden. Een participatieplaats kan gecombineerd worden met scholing, opleiding en/of andere activiteiten die tot doel hebben de uitstroom naar betaald werk te bevorderen. De participatieplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen u, ons en de werkgever. 2.Het doel van een participatieplaats is om de kans op betaald werk te vergroten. U kunt langdurig met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek werken en doet zo werkervaring op. Het moet gaan om werkzaamheden die passend zijn en speciaal voor u zijn bedacht. 3.U kan na iedere 6 maanden een premie van €150,00 ontvangen. Een voorwaarde voor de premie is dat u voldoende hebt meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk. Wij beoordelen dit.

3.4.6 Beschut werk [PW] 1. Wij bieden u een beschutte werkplek aan, als wij op advies van het UWV hebben vastgesteld dat u alleen kan werken als het werk en de werkplek zijn aangepast aan uw mogelijkheden. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd. 2. Het doel van beschut werk is als u alleen onder aangepaste omstandigheden kunt werken, een veilige werkplek te bieden. 3. Wij zetten ons ervoor in dat het aantal beschutte werkplekken dat wij volgens het rijk jaarlijks moeten realiseren, gerealiseerd wordt. 4. Wij richten een wachtlijst in als het aantal verplichte beschutte werkplekken voor dat jaar is gerealiseerd. De eerst geplaatste van de wachtlijst heeft voorrang op de later geplaatste. 5. Wij bieden de volgende voorzieningen aan, zodat u beschut kan werken: a.aanpassing van de werkplek of de werkomgeving; b.uitsplitsing van taken; c. aanpassingen in het werktempo, de arbeidsduur of de werkbegeleiding. 6. Wij kunnen u, als u in aanmerking komt voor beschut werk, een voorziening aanbieden die de stap naar beschut werk makkelijker maakt. Het gaat om sociale activering of vrijwilligerswerk.

3.4.7 Persoonlijke begeleiding bij werk [PW, IOAW, IOAZ] Interne werkbegeleiding

1.Wij kunnen u interne werkbegeleiding aanbieden om u te helpen uw werk goed te doen. 2.Hiervoor kunnen wij uw werkgever een training aanbieden voor meer medewerkers, zodat die interne werkbegeleiding voor meerdere inwoners die ondersteuning-op-maat krijgen kunnen bieden. 3.Wij spreken met uw werkgever af hoe deze wordt ingezet en leggen dit vast in een overeenkomst met uw werkgever. Jobcoaching 1.Wij kunnen u jobcoaching aanbieden. Een erkende deskundige geeft u methodische ondersteuning bij het vinden en behouden van werk. Om de kwaliteit te kunnen borgen, werken wij alleen met jobcoachorganisaties waarvan de individuele jobcoaches een actuele registratie hebben in het Register Loopbaancoach (voormalig Noloc Jobcoach) of het NVSBeroepenregister voor jobcoaches. 2.De voorwaarden voor de inzet van deze deskundige en de eisen die wij stellen aan de deskundige worden vastgelegd in beleidsregels.

3.4.8 Kostencompensatie werkgever (tijdelijke loonkostensubsidie) [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1.De gemeente kan een werkgever die u in dienst neemt een loonkosten-compensatie geven. 2.Het doel van deze loonkostencompensatie is werkgevers te stimuleren om inwoners met een kleine kans op werk in dienst te nemen en de extra kosten die werkgevers maken voor het begeleiden van deze inwoners te vergoeden. 3.Bij een voltijds dienstverband van ten minste een half jaar bedraagt de loonkostencompensatie eenmalig maximaal € 1.500. Bij een voltijds dienstverband van ten minste een jaar bedraagt de kostencompensatie eenmalig maximaal € 3.000. 4.Wij stellen bij nadere regeling vast onder welke voorwaarden en voor welke kosten de werkgever kan worden gecompenseerd. Hierin wordt ook bepaald op welke wijze de hoogte van de kostencompensatie wordt berekend en op welke wijze deze wordt uitbetaald. 3.4.9 Wettelijke loonkostensubsidie [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1.Wij kennen de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toe als u wel kunt werken, maar niet het wettelijk minimumloon kunt verdienen. 2.Het doel van deze subsidie is werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies. 3.Wij stellen vast of u in staat bent het wettelijk minimumloon te verdienen.

Om te bepalen hoe productief u op de werkplek zult zijn (welke loonwaarde u hebt), wordt een zogenaamde loonwaardemeting uitgevoerd. 4.De loonkostensubsidie kan worden toegekend, zonder dat er nog een loonwaardemeting heeft plaatsgevonden. Dit heet forfaitaire loonkostensubsidie.

5.Bij het verstrekken van de loonkostensubsidie volgen wij het preferente proces loonkostensubsidie.

6.Als u binnen de regio Kop verhuist, hebben wij regionaal (met de 3 Kopgemeenten) afspraken gemaakt met uw werkgever, zodat u hiervan bij uw werk geen hinder ondervindt. 7.Wij kennen de voorziening “Duurzaam aan het werk met loonkostensubsidie”. Bent u ingeschreven in het doelgroepenregister en hebt u een loonwaarde tussen de 30% en 70% of staat u op de wachtlijst voor Beschut Werk, dan komt u mogelijk in aanmerking voor de voorziening Duurzaam aan het werk met Loonkostensubsidie. We willen dat iedereen een passende, betaalde en vaste baan krijgt. Het aanbod bestaat uit 2 onderdelen: als eerste een traject van 9 tot 12 maanden om u te helpen terug te keren in het arbeidsproces en ritme. Hierna kan een betaalde baan worden aangeboden met uitzicht op een vaste aanstelling bij de Gemeenschappelijke Regeling Gesubsidieerde arbeid (GrGa), met werk binnen of buiten Probedrijven. 3.4.10 Scholing [PW, IOAW, IOAZ] 1.Wij kunnen u om de stap naar duurzaam en passend werk te maken, als dit nodig is, scholing aanbieden. 2.De scholing moet leiden tot een erkend diploma of certificaat. 3.Wij bepalen de vorm en de duur van de scholing. De scholing wordt afgestemd op uw mogelijkheden en positie op de arbeidsmarkt. Wij wegen in de besluitvorming ook mee in hoeverre het beroep waarvoor u wordt opgeleid al dan niet een goed toekomstperspectief heeft.

3.4.11 Verdringing Een voorwaarde voor elke ondersteuning-op-maat is dat werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. Dit is van toepassing bij de instrumenten proefplaats, participatieplaats, tijdelijke loonkostensubsidie en sociale activering. 3.4.12 Nazorg [PW, IOAW, IOAZ] Wij zorgen ervoor dat als u aan het werk gaat gedurende een termijn van 3 maanden nadat de uitkering is beëindigd, u ondersteund en begeleid wordt, als dit nodig is om het werk te kunnen doen. 3.4.13 Ondersteuning bij leer-werktraject [PW, IOAW, IOAZ] 1.Wij kunnen ondersteuning aanbieden als u 16 tot en met 27 jaar bent en dreigt uit te vallen op school, maar met een leer-werktraject alsnog een startkwalificatie kan behalen zoals beschreven in artikel 10f van de wet. 2.De duur van de begeleiding is niet langer dan de duur van het leerwerktraject. Tijdens dit traject vinden tussentijdse evaluaties plaats, waarin ook wordt meegewogen of begeleiding nog nodig is. 3.4.14 Kinderopvang [Wko, Wet inburgering 2021, PW]

Wij zorgen ervoor dat er passende kinderopvang beschikbaar is, indien:

a.u meedoet aan een activiteit die nodig is om dichter bij de arbeidsmarkt te komen of aan het werk te gaan en opvang niet mogelijk is binnen uw sociale netwerk; b.u een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke en/ of psychische beperking hebt en is vastgesteld dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken; c. is vastgesteld dat kinderopvang noodzakelijk is voor een goede en gezonde ontwikkeling van uw kind. 3.4.15 Andere voorzieningen en vergoedingen [PW, IOAW, IOAZ] 1.Wij kunnen andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om de kans op werk te vergroten. Dit kan zijn: - een noodzakelijke intermediaire voorziening als u een visuele of motorische beperking hebt (bijvoorbeeld computervoorzieningen en hulpmiddelen) en/of, - werkplekaanpassingen, in de vorm van een meeneembare (zoals bijvoorbeeld aangepaste bureaustoel, toetsenbord, koptelefoon) of niet-meeneembare voorziening (zoals aangepast toilet, entree met automatische deuropener of een traplift), en/of - een vervoersvoorziening om op het werk te komen, zoals aangepaste fiets, een bruikleenauto, kilometervergoeding, rolstoeltaxi, of begeleidingskosten. 2.Wij kunnen de kosten vergoeden die u moet maken bij deelname aan een voorziening of bij betaald of onbetaald werk. 3.Hierbij stellen wij voorwaarden aan de werkgever over de duur van het contract en de het aantal uren dat u werkt.

4.Wij kunnen in beleidsregels uitwerken onder welke voorwaarden en voor welke voorzieningen de werkgever kan worden gecompenseerd. Hierin wordt ook bepaald hoe deze kan worden aangevraagd en wordt uitbetaald. 3.4.16 Weigering van een voorziening Wij kunnen een voorziening weigeren als: a.U niet behoort tot de doelgroep van de wet; b.U onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is; c. U gebruik kan maken van een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling (voorliggende voorziening); d.Wij vinden dat de voorziening onvoldoende bijdraagt op weg naar werk; of e.U niet voldoet aan de voorwaarden van deze verordening om in aanmerking te komen voor die voorziening. 3.4.16 Beëindiging van een voorziening Wij kunnen een voorziening (uitgezonderd de voorziening beschut werk en loonkostensubsidie) beëindigen als: a. U de verplichtingen die de wet stelt niet voldoende nakomt; b. U niet meer behoort tot de doelgroep; c. De voorziening niet meer geschikt is voor u, onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling of andere ondersteuning-op-maat passender is; d. U algemeen geaccepteerd werk aanneemt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van in deze verordening genoemde voorzieningen,

e.

U de aangeboden voorziening niet gebruikt waarvoor deze is bedoeld;

f. U niet meer voldoet aan de voorwaarden en afspraken die wij met u hebben gemaakt. 3.5 Tegenprestatie 3.5.1 Doel van de tegenprestatie [PW, IOAW, IOAZ] 1.Wij leggen u een tegenprestatie op als u een uitkering ontvangt, indien wij dit een passende manier vinden om iets terug te doen voor de samenleving. 2.Het doel van de tegenprestatie is dat u zich inzet voor de samenleving als reactie op onze inspanningen voor u. 3.5.2 Duur en omvang tegenprestatie [PW, IOAW, IOAZ] De tegenprestatie die wij van u verwachten duurt maximaal 6 maanden per jaar en maximaal 8 uur per week. Dit is om de volgende redenen: a.De tegenprestatie mag het vinden van betaald werk niet in de weg zitten. b.De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing van werknemers en oneerlijke concurrentie. c. Het moet gaan om activiteiten die maatschappelijk nuttig zijn, maar waarvoor geen beloning kan worden gevraagd. 3.5.3 Voorwaarden tegenprestatie [PW, IOAW, IOAZ] 1.Bij het opleggen van een tegenprestatie houden wij rekening met al uw persoonlijke omstandigheden, zoals gezinssituatie, de duur van de werkloosheid, eventuele beperkingen en vrijwilligerswerk. 2.Wij leggen in ieder geval geen tegenprestatie op als u mantelzorg verleent en dit niet te combineren is met de tegenprestatie. 3.5.4 Geen tegenprestatie [PW, IOAW, IOAZ] 1.Wij leggen geen tegenprestatie op als u een grote kans hebt op betaalde arbeid.

De reden hiervoor is dat de focus gericht moet zijn en blijven op betaalde arbeid. 2.Wij leggen ook geen tegenprestatie op, als u gebruik maakt van een reintegratievoorziening. De reden hiervoor is dat de focus gericht moet zijn en blijven op de re-integratie met als doel betaald werk. 3.6 Meedoen aan de samenleving 3.6.1 Dagbesteding [Wmo] Wij zorgen ervoor dat als u vanwege een beperking niet in staat bent de dag goed in te vullen, ondersteuning-op-maat kunt krijgen (dagbesteding). Deze ondersteuning-op-maat is gericht op het geven van een zinvolle dagbesteding, waarbij zingeving en zinbeleving centraal staan. De activiteiten, variërend van arbeidsmatige tot recreatieve en andere groepsactiviteiten voor één of meer dagdelen per week, dragen bij aan uw zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. De activiteiten sluiten aan op wat u (nog) kunt leren/ontwikkelen en/of bijdragen in de samenleving. Indien mogelijk is de dagbesteding gericht op

overdracht richting arbeidsparticipatie. Stabiliseren van de situatie en begeleiding bij

achteruitgang, alsmede het signaleren van en acteren op veranderingen in de gezondheidssituatie, de leefomstandigheden en de sociale omgeving hoort hier ook toe.

3.6.2 Individuele begeleiding

[Wmo] 1.Wij zorgen ervoor dat als u niet in staat bent de normale dagelijkse activiteiten te doen, ondersteuning-op-maat kunt krijgen. De ondersteuning-op-maat houdt in dat u begeleid wordt bij deze activiteiten (individuele begeleiding). Het betekent dat de begeleider u ondersteunt bij de dagelijkse gang van zaken en op een goede manier met uw omgeving kan omgaan. De begeleider kan ook ondersteunen bij vaak terugkerende activiteiten, zoals het structureren van de dag, het doen en het beheren van de administratie en de financiën. De begeleider neemt deze activiteiten niet volledig over. De individuele begeleiding is dus gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Het bewerkstelligen van verandering in gedrag en vaardigheden en het begeleiden bij achteruitgang hoort hier ook bij. Het signaleren van en acteren op veranderingen in de gezondheidssituatie, de leefomstandigheden en de sociale omgeving hoort hier ook toe. 2.Voor zover mogelijk is de individuele begeleiding erop gericht toe te werken naar een situatie waarin deze niet meer nodig is en u ten behoeve van participatie en zelfredzaamheid gebruik kan maken van andere voorzieningen en organisaties. De focus ligt hierbij op trainen en coachen. 3.De individuele begeleiding vindt plaats in de dagelijkse leefomgeving. Dit kan ook een werk(ervarings)plek zijn.

3.6.3 Contact met anderen

[Wmo] 1. Wij zorgen ervoor dat als u door een beperking onvoldoende mobiel bent om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, u ondersteuning-opmaat kunt krijgen. Deze houdt in dat u geholpen wordt bij het vervoer dichtbij huis en daardoor mee kunt doen aan het leven van alle dag. Zo kun u bijvoorbeeld meedoen met recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten en zelf dagelijkse boodschappen doen. 2. De ondersteuning-op-maat kan bijvoorbeeld bestaan uit: a.het verstrekken van een vervoersbudget; b.het verstrekken van een (rolstoel)taxikostenvergoeding; c. het verstrekken van een vervoersvoorziening over de korte afstand (bijvoorbeeld een scootmobiel); d.het verstrekken van een financiële tegemoetkoming in de kosten van aanpassing van de auto. 3. Het moet gaan om: a.het zich verplaatsen rondom de woning; of b.het zich verplaatsen over een langere afstand dichtbij huis, het gaat om verplaatsingen binnen een straal van maximaal 25 kilometer rond uw woning.

3.6.4 Rolstoel

[Wmo] Als u vanwege een beperking zich niet voldoende kunt verplaatsen in en om uw woning, kun u van ons ondersteuning-op-maat krijgen. De ondersteuning-opmaat

houdt in dat u een rolstoel kan krijgen die geschikt is voor dagelijks zittend gebruik.

3.6.5 Vervanging vervoersvoorziening over de korte afstand en rolstoel [Wmo] Als u ondersteuning-op-maat wilt en het gaat om vervanging van een eerder door ons verstrekte rolstoel of vervoersvoorziening over de korte afstand, dan doen wij dit alleen, als de rolstoel of de vervoersvoorziening over de korte afstand: - technisch is afgeschreven; - verloren is gegaan buiten uw schuld; of - geen oplossing meer is voor de problemen die u ervaart bij het verplaatsen in en om de woning of het vervoer dicht bij huis. 3.7 Vervoer naar school [Llv] Ieder kind heeft recht op onderwijs dat past bij zijn talenten en mogelijkheden en dat aansluit bij de levensovertuiging en godsdienst van de ouders. Soms is de afstand van huis naar school ver voor het kind, of kan het kind vanwege zijn beperking niet zelfstandig naar school reizen. Ouders kunnen dan een beroep doen op een tegemoetkoming vanuit het leerlingenvervoer. In deze paragraaf is geregeld hoe wij jullie als ouders ondersteunen bij het vervoer van uw kind naar school.

3.7.1 Uitgangspunten [Llv] 1. Als ouders zijn jullie er zelf verantwoordelijk voor dat uw kind naar school gaat. Wij beoordelen of jullie hierbij ondersteuning nodig hebben (al dan niet met begeleiding). Deze ondersteuning heet een tegemoetkoming in de kosten van het vervoer van huis naar school en vice versa (hierna: de tegemoetkoming). Het kan gaan om: - een (gedeeltelijke) vergoeding voor reiskosten per fiets of openbaar vervoer; - aangepast vervoer (taxibusje); of - reiskosten van het eigen vervoer per auto. Het is mogelijk dat jullie, als uw kind op de basisschool of een speciale school voor basisonderwijs (Sbo) zit, een deel van de kosten zelf moeten betalen. Dat is het drempelbedrag, bedoeld in artikel 3.7.4.2, eerste lid, en/of de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.7.4.2, tweede lid. 2. Krijgen jullie een tegemoetkoming en wordt uw kind meerderjarig? Dan ontvangen jullie niet langer een tegemoetkoming. Uw kind kan dan zelf een tegemoetkoming krijgen als hij aan de voorwaarden voldoet. 3.7.2 Onderzoek [Llv] 1. Als jullie een aanvraag indienen, onderzoeken wij of jullie als ouders een tegemoetkoming nodig hebben en welke soort tegemoetkoming passend is. Wij onderzoeken op welke manier uw kind kan reizen en welke route de kortste, veilige route is. Ook onderzoeken wij of er begeleiding nodig is bij het reizen. 2.

Voor het bepalen van de kortste route naar school maken wij gebruik van de actuele routeplanner van Routeplanner.nl. In het geval gereisd wordt met het openbaar vervoer wordt voor het bepalen van de route naar school gebruik gemaakt van de informatie die beschikbaar is gesteld via 0900-9292,

of www. 9292.nl. Wij berekenen wat de afstand van de woning van uw kind is tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school die bij uw kind past en waar plaats is.

3.Wij betrekken bij het onderzoek de toelaatbaarheidsverklaring die het samenwerkingsverband van scholen ten behoeve van uw kind heeft afgegeven. 4.Gaat uw kind naar de basisschool of een speciale school voor basisonderwijs (Sbo), dan onderzoeken wij ook hoe hoog jullie inkomen is. Dit is nodig om te bepalen of jullie het drempelbedrag, bedoeld in artikel 3.7.4.2, eerste lid, en/of een eigen bijdrage, bedoeld in artikel 3.7.4.2, tweede lid, moeten betalen. 3.7.3 Voorwaarden [Llv] 3.7.3.1 [Llv] Tegemoetkoming 1. Wij verstrekken een tegemoetkoming, als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a.uw kind op 1 augustus van het schooljaar, minimaal 4 jaar oud is, of minimaal 3 jaar oud bij doofheid of slechthorendheid bij speciaal onderwijs; b.uw kind in de gemeente Schagen verblijft; c. uw kind naar de basisschool of een speciale school voor basisonderwijs, bedoeld in de Wet op primair onderwijs, dan wel naar een school voor speciaal onderwijs, bedoeld in de Wet op expertisecentra, gaat; d.de dichtstbijzijnde toegankelijke school die bij uw kind past en waar plaats is, meer dan 6 kilometer van de woning waar uw kind verblijft, afligt. 2.

Wij verstrekken ook een tegemoetkoming als: a.uw kind in de gemeente Schagen verblijft; en b.uw kind voortgezet onderwijs volgt aan een school voor speciaal en voortgezet onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in de Wet op de expertisecentra, dan wel een school voor voortgezet onderwijs, bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; en c. uw kind als gevolg van een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer of de fiets. De afstandsgrens van 6 kilometer, bedoeld in 3.7.3.1, eerste lid, onderdeel d, geldt niet. 3. Jullie krijgen geen vergoeding voor het vervoer van uw kind, als uw kind met een andere ouder meereist die van ons een vergoeding krijgt voor het vervoer van zijn eigen kind. 4. Wij verstrekken een vergoeding voor de reiskosten van een begeleider, als uw kind begeleiding nodig heeft bij het vervoer naar school en jullie voor dit kind een tegemoetkoming krijgen. 3.7.3.2 Bijzondere regeling voor weekend- en vakantievervoer [Llv] 1. Wij verstrekken aan jullie als ouders, onder de voorwaarde dat jullie een tegemoetkoming krijgen voor uw kind dat speciaal onderwijs volgt en in een internaat of pleeggezin verblijft, ook een vervoersvoorziening voor: a.

het weekendvervoer van uw kind van het internaat of pleeggezin naar jullie woning en terug, behalve als de weekenden vallen in een schoolvakantie. Van weekendvervoer als hiervoor bedoeld is uitsluitend sprake als uw kind op een vrijdag aan het einde van schooldag wordt opgehaald en op een maandag voor aanvang van de schooldag (start van de lessen) weer wordt teruggebracht.

b. het vakantievervoer van uw kind van het internaat of pleeggezin naar jullie woning en terug, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer. De schoolvakantie moet in de schoolgids van de school zijn genoemd. Van vakantievervoer als hiervoor bedoeld is uitsluitend sprake als uw kind aan het einde van de laatste schooldag voorafgaande aan de schoolvakantie wordt opgehaald en op de eerste schooldag na de schoolvakantie voor aanvang van schooldag (start van de lessen) weer wordt teruggebracht. 2. De regels uit de andere artikelen van dit hoofdstuk gelden ook voor het weekenden vakantievervoer, behalve artikel 3.7.4.1, lid 2, onderdeel a. 3.7.4 Vorm en hoogte [Llv] 3.7.4.1 Tegemoetkoming [Llv] 1. Wij stemmen de tegemoetkoming af op de goedkoopste manier van reizen. Als uw kind naar school kan fietsen (eventueel met begeleiding), dan kunnen jullie als ouders een vergoeding krijgen voor het gebruik van de fiets. Kan uw kind niet naar school fietsen, dan kunnen jullie een vergoeding krijgen voor het openbaar vervoer. Jullie kunnen gebruik maken van aangepast vervoer als dat nodig is. Maar jullie kunnen er in dat geval ook voor kiezen om uw kind zelf te vervoeren. Dan hebben jullie recht op een vergoeding die gebaseerd is op kosten van vervoer met eigen auto. 2.

Aangepast vervoer is nodig in de volgende situaties: a.uw kind is met het openbaar vervoer meer dan anderhalf uur onderweg en de reistijd wordt met aangepast vervoer teruggebracht tot 50% van de reistijd of minder; b.openbaar vervoer naar school ontbreekt en uw kind kan niet met de fiets naar school (ook niet met begeleiding); c. uw kind kan niet begeleid worden door jullie of anderen; d.uw kind heeft langdurige beperkingen waardoor hij niet met het openbaar vervoer kan reizen (ook niet met begeleiding); dan wel e.naar ons oordeel aangepast vervoer, gelet op de zeer bijzondere omstandigheden in het individuele geval, het meest passend is. 3. Bij het toekennen van een tegemoetkoming in de vorm van aangepast vervoer kunnen wij hieraan de voorwaarde verbinden dat uw kind deelneemt aan leerprojecten voor het gebruik van het openbaar vervoer of de fiets. 4. Als een begeleider meerdere kinderen begeleidt, dan beperken wij de vergoeding tot de reiskosten van één begeleider. 5. De hoogte van de vergoeding voor eventueel eigen vervoer (in plaats van het aangepast vervoer) is afhankelijk van de reisafstand naar de dichtstbijzijnde school die bij uw kind past en waar plaats is voor uw kind, via de kortste, veilige route op basis van de routeplanner van Routeplanner.nl. 6.

De vergoeding voor het gebruik van het eigen vervoermiddel wordt berekend op basis van de kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de CAO Rijk. Bij vergoeding voor het gebruik van de fiets wordt eveneens aangesloten bij de bedragen van de CAO Rijk. 7. Als jullie op grond van een andere regeling een vervoerskostenvergoeding ontvangen, dan brengen we die in mindering.

8. Als jullie meerdere kinderen tegelijk met de auto vervoeren, dan verstrekken wij éénmaal de kilometervergoeding voor de auto.

3.7.4.2 Bijzondere regeling vervoer naar basisschool [Llv] 1.Is jullie verzamelinkomen in het peiljaar hoger dan € 27.000,00, dan trekken wij per kind de kosten voor de eerste 6 kilometer met het OV van jullie vergoeding af. Het gaat om de kosten voor het gebruik van een OV-chipkaart of een andere OV-betaalmogelijkheid voor het kind en eventuele begeleider. Ook als er geen openbaar vervoer beschikbaar is of als er geen gebruik wordt gemaakt van het openbaar vervoer, trekken wij dit bedrag af van de vergoeding. Bij aangepast vervoer moeten jullie dit bedrag aan de gemeente betalen (drempelbedrag). 2.Is de reisafstand meer dan 20 kilometer? Dan kan het zijn dat jullie een inkomensafhankelijke bijdrage moeten betalen. Als wij zorgen voor aangepast vervoer, dan betalen jullie ons de eigen bijdrage. Als jullie kind op een andere manier wordt vervoerd, dan wordt de inkomensafhankelijke bijdrage afgetrokken van de vergoeding die jullie krijgen. De hoogte van de inkomensafhankelijke bijdrage wordt per kind per schooljaar berekend en hangt af van het verzamelinkomen van de ouders in het peiljaar. Verzamel inkomen (in euro’s) 0-35.000 35.00 42.00 00 42.00 48.50 048.50 55.00 055.00 62.50 00 62.50 69.00 00 69.000 en verder

Eigen bijdrage per schooljaar (in euro’s) Nihil 150 630 1.180 1.725 2.270 Voor elke extra € 5.500,-: 550 erbij

3.Wij kunnen de tegemoetkoming stopzetten als jullie ons de eigen bijdrage niet (langer) betalen. 4.Wij passen de bedragen van de inkomensgrenzen in het eerste en het tweede lid, en van de eigen bijdrage in het tweede lid, jaarlijks aan (indexering). Wij volgen hierbij de wijzigingen van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). 5.Voor ouders van kinderen die vanwege langdurige beperkingen niet zelfstandig met het openbaar vervoer kunnen reizen geldt de regeling in dit artikel niet. Ze betalen geen drempelbedrag en geen inkomensafhankelijke bijdrage. 3.7.5 Ingangsdatum en duur van de tegemoetkoming [Llv] Een door ons toegekende tegemoetkoming gaat in vanaf de datum waarop de aanvraag door ons is ontvangen. Voor aangepast vervoer geldt dat de

tegemoetkoming zo snel mogelijk na ons besluit ingaat.

Hoofdstuk 4. Gezond en veilig opgroeien Jongeren in Nederland moeten zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de ouders, jeugdigen en hun netwerk. Als zij daarbij ondersteuning nodig hebben, dan kunnen zij een beroep doen op ondersteuning door de gemeente. Deze ondersteuning wordt zo vroeg mogelijk aangeboden, om het beroep op dure, gespecialiseerde hulp te beperken. Daarbij staat het versterken van de eigen kracht van de jeugdige en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving voorop. Met jeugdigen bedoelen we in deze verordening kinderen en jeugdigen tot 18 jaar en jongvolwassenen van 18 tot 23 die al jeugdhulp ontvingen toen zij 18 waren en die deze hulp vanaf hun 18e nog nodig hebben. Dit zijn de jeugdigen zoals beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

Kernwaarden: · Uw kind moet gezond en veilig kunnen opgroeien. Jullie als ouders zijn daarvoor verantwoordelijk Vanaf 18 jaar bent u hier zelf ook verantwoordelijk voor. · Wij ondersteunen als dat nodig is en stemmen dit af met de betrokkenen, waarbij jullie eigen mogelijkheden en die van het eigen sociale netwerk voorgaan. Onder ‘jullie’ verstaan we ouders en kind. · Wij hebben extra zorg voor kwetsbare inwoners. · Vrij toegankelijke ondersteuning gaat voor ondersteuning-op-maat.

4.1 Uitgangspunten bij het bieden van ondersteuning [Jeugdwet] 1.Bij het bieden van ondersteuning houden wij rekening met jullie geloof, levensovertuiging en culturele achtergrond. 2.Alle ondersteuning is gericht op het versterken van jullie eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen en jullie sociale netwerk. 3.Wij betrekken jullie wensen bij de keuze welke ondersteuning wordt ingezet. 4.Pleegouders kunnen voor ondersteuning in eerste instantie bij de pleegzorgorganisatie terecht. Als het nodig is kan de pleegzorgorganisatie extra ondersteuning vragen aan de gemeente. 5.Als het gewenste effect van de ondersteuning niet op eigen kracht of met het sociale netwerk bereikt kan worden, maar wel met ondersteuning die vrij toegankelijk is, dan wordt die ondersteuning ingezet. Het gaat dan bijvoorbeeld om ondersteuning door jeugdgezondheidszorg, wijkteam of door een jeugdwelzijnsorganisatie. Kan het gewenste effect niet bereikt worden met die ondersteuning, dan wordt ondersteuning-op-maat ingezet.

Artikel 4.2 Verantwoordelijkheid ouders [Jeugdwet] 1.Als ouders hebben jullie een zorgplicht voor jullie kinderen. Dit houdt het volgende in: het zorgen voor hun mentale en lichamelijke welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid. Als ouders hebben jullie de plicht de tot jullie gezin behorende kinderen te verzorgen, op te voeden en hen toezicht te bieden, ook als er sprake is van een kind met een ziekte, aandoening of beperking. In het Burgerlijk Wetboek is de plicht (en het recht) van de ouder om zijn minderjarige kind te verzorgen en op te voeden verankerd. 2.Uitgangspunt van de Jeugdwet en deze verordening is dat wij alleen een voorziening inzetten als jullie als ouders, jullie kind en het sociale netwerk er op eigen kracht niet uitkomen. Dat jullie als ouders meer zorg moeten verlenen dan bij een kind zonder beperkingen het geval zou zijn, betekent niet dat wij verplicht zijn ondersteuning te verlenen. Nadat wij in kaart hebben gebracht welke ondersteuning nodig is, wordt onderzocht of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van jullie als ouder(s) en van het sociale netwerk voldoende zijn om zelf de nodige ondersteuning te bieden. Alleen voor zover de eigen mogelijkheden onvoldoende zijn, verlenen wij ondersteuning.

Als ouders hebben jullie een actieve rol om in eerste instantie de problemen die jullie ervaren zelf of met behulp van het sociale netwerk op te lossen. 4.3. Afwegingskader eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen 1. Een individuele voorziening voor jeugdhulp wordt niet verstrekt als uit het onderzoek blijkt dat de jeugdige en de ouders op eigen kracht kunnen voorzien in of bijdragen aan het oplossen van de opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. 2. Bij het beoordelen van de eigen kracht hebben wij als uitgangspunt dat de ouders en andere verzorgers en opvoeders in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor het verzorgen en opvoeden van de jeugdige en het houden van toezicht. Zij doen alles wat binnen hun mogelijkheden past om ervoor te zorgen dat de jeugdige gezond en veilig kan opgroeien. Deze verantwoordelijkheid geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening of beperking heeft. 3. Om te bepalen wat de jeugdige en de ouders op eigen kracht kunnen oplossen, beoordelen wij in ieder geval: a. De behoeften en mogelijkheden van de jeugdige; b. De voor de jeugdige benodigde ondersteuningsintensiteit en de duur daarvan; c. De mogelijkheden, de draagkracht en de belastbaarheid van de ouders; d. De samenstelling van het gezin en de woonsituatie; e.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16148186/4