a.a. Integrale verordening soc domein 2022 def.
Tekst van het document
5.2 Zelfstandig en veilig wonen 5.2.1 Geschikte woning
[Wmo] 1. Wij zorgen ervoor dat je ondersteuning-op-maat kan krijgen als het normale gebruik van je woning als gevolg van een beperking niet mogelijk is. Je moet wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.3.2. 2. De ondersteuning-op-maat houdt in dat de woning bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar wordt gemaakt. Dit gebeurt door de woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer, berging en de gang(en), hal of overloop in de woning bouwkundig of niet-bouwkundig aan te passen. 3. Als een aanvraag om een woningaanpassing wordt ingediend, dan onderzoekt de gemeente eerst of de inwoner kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning. Dit onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van het afwegingskader primaat verhuizing dat in de integrale beleidsregels terug is te vinden. 4. Wij verstrekken niet altijd ondersteuning-op-maat in de vorm van een woonvoorziening. Wij geven geen ondersteuning-op-maat in de volgende situaties: a. Je beperkingen zijn het gevolg van de materialen die in de woning zijn gebruikt. b. Je verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een trekkerswoning, een klooster, een vakantiewoning, een recreatiewoning, een ADL-clusterwoning of een woonruimte waarvoor je geen huurtoeslag kan krijgen. c.
Je woont in een woning die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe de inwoner behoort, bijvoorbeeld een seniorencomplex en de voorziening is bedoeld voor in een gemeenschappelijke ruimte, zoals elektrische deuropeners. d. Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen hadden kunnen worden. e. Je zonder dringende reden verhuisd bent vanuit een woonruimte waar je geen problemen had bij het normale gebruik van de woning. f. Je hebt een indicatie voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg.
19
g. Je bent verhuisd naar een woning die niet de meest geschikte woning is om je beperkingen te verminderen of weg te nemen, tenzij wij daar schriftelijk toestemming voor hebben verleend. 5. Een woonvoorziening die een eerder verstrekte woonvoorziening vervangt, kan alleen worden verstrekt, als: a. de eerder verstrekte woonvoorzienig technisch is afgeschreven; b. de eerder verstrekte woonvoorziening verloren is gegaan buiten jouw schuld om, of als c. de huidige woonvoorziening geen oplossing meer is voor de woonproblemen die je ervaart.
5.2.2 Een schone en leefbare woning [Wmo] 1. Wij zorgen ervoor dat je ondersteuning-op-maat kan krijgen als je als gevolg van een beperking je woning niet schoon en leefbaar kan houden en je geen beroep kunt doen op huisgenoten. 2. De ondersteuning-op maat houdt in dat je de voorziening schoonmaakondersteuning en signalering en/of praktische thuisondersteuning krijgt. 3. Als er in het huishouden van de inwoner minderjarige kinderen zijn, dan bestaat de ondersteuning op-maat ook uit het overnemen van de gebruikelijke zorg voor deze kinderen. Deze hulp is vooral bedoeld om de periode tot er andere hulp is te overbruggen.
5.2.3 Beschermd wonen [Wmo] Als je ondersteuning-op-maat in de vorm van beschermd wonen nodig hebt, gelden de regels die zijn vastgelegd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2018 en vastgesteld door de gemeenteraad van Den Helder op 11 december 2017.
5.2.4 Maatschappelijke opvang [Wmo] Als je ondersteuning-op-maat in de vorm van maatschappelijke opvang nodig hebt, dan gelden de regels die zijn vastgelegd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2018, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Den Helder op 11 december 2017.
5.3 Mantelzorg 5.3.1 Ondersteuning mantelzorger [Wmo] 1. Wij zorgen ervoor dat jij, als je mantelzorg verleent, ondersteuning-op-maat kunt krijgen als je niet meer in staat bent de mantelzorg vol te houden of om te voorkomen dat je overbelast raakt. 2. De ondersteuning-op-maat houdt in dat een hulpverlener de mantelzorg voor een korte periode overneemt of we zetten dagbesteding in.
5.3.2 Mantelzorgwaardering
[Wmo] 1. Wij waarderen de inzet van mantelzorgers. Daarom stellen wij jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is het belang van de mantelzorgers voor de samenleving te onderstrepen. 2. De mantelzorgwaardering heeft de volgende vorm: a. een cadeaubon; of b. een activiteit.
5.3.3 Voorwaarden mantelzorgwaardering [Wmo] 1. Een mantelzorgwaardering kan aangevraagd worden door degene die mantelzorg ontvangt. Er moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden: a. De mantelzorg wordt over een langere periode verleend. b. De mantelzorg wordt verleend door iemand die geen betaalde ondersteuning aan de inwoner geeft. 2. Wij hebben een formulier waarmee de mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd. 3. Je kan slechts voor één persoon een mantelzorgwaardering aanvragen.
20
Hoofdstuk 6. De vorm van de ondersteuning De ondersteuning die wij geven is in principe ‘in natura’: wij zorgen ervoor dat er ondersteuning wordt ingezet. Dat kan in de vorm van een dienst zijn (bijvoorbeeld hulp in de huishouding), maar het is ook mogelijk dat er een product wordt gegeven (bijvoorbeeld een rolstoel). In bepaalde gevallen kan de ondersteuning in de vorm van geld worden gegeven (bijvoorbeeld een inkomenstoeslag) of als een persoonsgebonden budget. In dit hoofdstuk is geregeld op welke manier wij de ondersteuning geven. Ook is geregeld wanneer wij een financiële bijdrage van u kunnen vragen. ___________________________________________________________________________________ Kernwaarden: Wij maken de ondersteuning makkelijk bereikbaar. _________________________________________________________________________________
6.1 Ondersteuning in natura [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Wet Inburgering 2021, Gemeentewet] 1. Als je ondersteuning van ons krijgt, dan ontvang jij deze ondersteuning in natura (een dienst of een product), tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. Gaat het om een product, dan wordt dit in eigendom dan wel in bruikleen verstrekt. 2. Wij zien erop toe dat de leverancier van een product of dienst de wettelijke bepalingen over de garantie en de kwaliteitseisen naleeft en je informeert over alles wat van belang is om te weten over de dienst of het product.
6.2 Ondersteuning in geld
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb] 1. Als je ondersteuning van ons krijgt, dan ontvang je de ondersteuning in de vorm van geld, als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald. Ondersteuning in de vorm van geld hoeft meestal niet terugbetaald te worden, tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. 2. Wij zorgen ervoor dat wij je de betaling doen binnen 6 weken nadat wij een besluit hebben genomen over de betaling. 3. De betaling wordt gedaan op het bankrekeningnummer dat jij hebt doorgegeven, tenzij het doel van de betaling alleen maar op een andere manier kan worden bereikt. Dan kunnen wij het geld op een andere manier, in een andere vorm betalen of aan een andere persoon betalen. Het kan bijvoorbeeld gaan om een betaling aan een leverancier. 4. Wij kunnen beslissen om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat jij moet terugbetalen (vordering), als dit volgens de wettelijke regels kan. Het moet gaan om een vordering op grond van een van de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. 5. Wij kunnen een besluit nemen om betalingen te doen, zonder dat jij daarover met een brief wordt geïnformeerd. Wij stellen jou dan op een andere geschikte manier op de hoogte van het betalingsbesluit.
6.3 Persoonsgebonden budget [Jeugdwet, Wmo]
6.3.1 Voorwaarden [Jeugdwet, Wmo] 1. In plaats van hulp in natura kan je een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen als het om Wmo-hulp of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo en de Jeugdwet stellen en die in deze paragraaf staan. 2. Wij kennen een pgb pas toe als wij vinden dat je in staat bent jouw belangen voldoende te behartigen. Je moet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen of doen uitvoeren. 3. Het pgb is bedoeld voor ondersteuning, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b. het voeren van een pgb-administratie; c. ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; en d. kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s). 4. Wij verstrekken geen pgb in de volgende situaties: a. De kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer na te gaan of die ondersteuning nodig was. b. Uit het door jou ingediende pgb-plan blijkt niet dat de kwaliteit van de ondersteuning voldoende gewaarborgd is. d. Jij kunt het pgb niet zelf beheren en de beoogde pgb-beheerder is dezelfde persoon als de beoogde hulpverlener.
21
6.3.2 Pgb bij hulp door personen uit het sociale netwerk [Jeugdwet, Wmo] 1. De persoon die ondersteuning geeft mag iemand uit je sociale netwerk zijn als deze persoon voldoet aan de volgende voorwaarden: a. Hij heeft met goede argumenten aangegeven dat de ondersteuning niet tot overbelasting leidt. b. Hij is in staat om aantoonbaar effectieve hulp te bieden en planmatig te werken. 2. Ondersteuning door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt altijd als hulp door iemand uit het sociale netwerk gezien.
6.3.3 Hoogte en tarief pgb
[Jeugdwet, Wmo] 1. Je maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-plan. Hierin staat welke ondersteuning je met het pgb wilt betalen en door wie de ondersteuning wordt gegeven of welke ondersteuning je met het pgb wilt aanschaffen. Wij moeten het plan goedkeuren en zullen daarna het pgb vaststellen. 2. Wij baseren de hoogte van het pgb, voor zover het een product betreft, op een door ons vastgestelde marktconforme prijs, waarmee redelijkerwijs verzekerd is dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede producten van derden te betrekken. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb houden wij ook rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds- en verzekeringskosten. 3. Wanneer je met het pgb een product aanschaft dat de marktconforme prijs overstijgt, dan komt de meerprijs voor jouw rekening. 4. De hoogte van het pgb voor een dienst: a. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten van derden te betrekken; en b. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare voorziening in natura (laagste ZIN-tarief) . 5.
Als de dienst wordt geleverd door iemand uit het sociale netwerk of door een niet-professionele hulpverlener, dan is de hoogte van het pgb minimaal het wettelijk minimumuurloon voor een persoon van 22 jaar of ouder, inclusief vakantiebijslag en bij een 36-urige werkweek. De hoogte van het pgb is maximaal het in het tweede lid van artikel 5.2.2 van de Regeling langdurige zorg genoemde gangbare tarief voor een persoon uit het sociale netwerk (mantelzorgtarief).
6.3.4 Verantwoording en uitbetaling pgb [Jeugdwet, Wmo] 1. Wij kunnen je vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke effecten de ondersteuning heeft gehad. Voor dat verslag kunnen wij een formulier verplicht stellen. 2. Als je ondersteuning-op-maat in de vorm van een pgb krijgt, wordt alleen de ondersteuning uitbetaald die feitelijk geleverd is.
6.3.5 Opschorten pgb
[Jeugdwet, Wmo] Wij kunnen aan de SVB vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk stop te zetten totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kunnen wij doen als: a. je onjuiste of onvolledige informatie hebt verstrekt, terwijl het verstrekken van juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van ons; b. je niet voldoet aan de voorwaarden die bij een pgb horen; c. je het pgb niet of voor een ander doel hebt gebruikt.
6.4 Wat is de bijdrage in de kosten? [Wmo] 1. Je betaalt een eigen bijdrage in de kosten van Wmo-ondersteuning-op-maat, zolang je gebruikmaakt van die ondersteuning of voor de periode waarvoor een pgb is verstrekt. 2. Bij een vervoersvoorziening over de korte afstand die in de vorm van een pgb is verstrekt, een bouwkundige en woontechnische woonvoorziening en een niet-bouwkundige en niet-woontechnische woonvoorziening hangt de periode waarover een eigen bijdrage is verschuldigd af van de economische levensduur en de kostprijs van deze voorziening. 3. Je betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het bedrag dat maximaal betaald moet worden op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 4. De kostprijs van de ondersteuning-op-maat in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt, of na overleg met de aanbieder. 5. Gaat het om kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft toegewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk
22
Wetboek), en voor degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige inwoner. 6. Wij vragen geen bijdrage voor: het vervoersbudget; (rolstoel)taxikostenvergoeding; de vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten; en de rolstoel.
23
Hoofdstuk 7. Inkomen en schulden Wij hebben een financieel vangnet voor inwoners die een laag inkomen en geen of weinig vermogen hebben om de dagelijkse kosten te betalen: een maandelijkse bijstandsuitkering. Deze inwoners en andere inwoners met een lastige financiële situatie kunnen bij de gemeente een aantal aanvullende uitkeringen en toeslagen aanvragen. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste extra’s geregeld. Voor een aantal extra’s wordt een inkomensgrens genoemd. Daarnaast geven we enkele basisregels voor de ondersteuning die wij kunnen bieden bij een schuldenprobleem. ___________________________________________________________________________________ Kernwaarden:
Wij zetten ons in om armoede en schulden te voorkomen.
Wij zorgen voor een financieel vangnet.
__________________________________________________________________________________
7.1 Armoedebeleid [PW, Gemeentewet, Wgs] In deze paragraaf wordt beschreven waar wij rekening mee houden bij het maken en uitvoeren van beleid om armoede en schulden in onze gemeente te voorkomen en tegen te gaan.
7.1.1 Wat wil de gemeente?
[PW, Gemeentewet, Wgs] 1. Wij willen dat je, ook als je een laag inkomen en geen goede financiële buffer hebt, je noodzakelijke bestaanskosten kunt betalen en kunt meedoen aan de samenleving. 2. De gemeente biedt je, als je moeite hebt om rond te komen of schulden hebt, ondersteuning aan bij het op orde krijgen van je financiën. Het doel van die ondersteuning is dat je blijvend een gezonde financiële huishouding krijgt. 3. Wij werken bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. Wij stimuleren initiatieven van inwoners en organisaties die zijn gericht op het tegengaan van armoede en schulden. 4. Wij leggen in een beleidsplan vast hoe het armoedebeleid voor een bepaalde periode ingevuld wordt. Wij geven daarbij aan welke groepen kwetsbare inwoners op welke manier financieel worden ondersteund. Tot die groepen behoren in ieder geval: a. kinderen, b. inwoners met een laag inkomen en c. inwoners met een beperking. 5. Wij betrekken bij het maken van het armoedebeleid naast inkomen ook andere leefdomeinen, zoals onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp.
7.2 Bijzondere bijstand [PW] Bijzondere bijstand is voor ons een belangrijk hulpmiddel om je financieel te ondersteunen. Hier worden de uitgangspunten beschreven waarmee wij rekening houden bij het toepassen van de regels over bijzondere bijstand uit de Participatiewet.
7.2.1 Vangnet [PW] 1. Wij bieden bijzondere bijstand aan als een financieel vangnet voor inwoners die geen beroep kunnen doen op eigen mogelijkheden of op andere voorzieningen. Bijzondere bijstand is ervoor bedoeld dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer a. extra noodzakelijke uitgaven kunnen betalen. Het gaat dan om uitgaven die niet uit het maandelijkse inkomen kunnen worden betaald, en b. voldoende mogelijkheden hebben om mee te doen aan maatschappelijke activiteiten. 2. Bij het beoordelen van een aanvraag voor bijzondere bijstand betrekt de gemeente de kernwaarden en de doelen van het gemeentelijke armoedebeleid die bij artikel 7.1.1 beschreven zijn. 3. Wij verstrekken zo weinig mogelijk bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening.
7.3 Studietoeslag [PW] Studenten met een beperking hebben soms financiële ondersteuning nodig om een opleiding te volgen. Dat is belangrijk omdat de kans op werk met een afgeronde opleiding groter is. Met een studietoeslag krijgt de student een steuntje in de rug, omdat het inkomen wordt aangevuld. In deze paragraaf wordt
24
aangegeven voor welke studenten de studietoeslag is bedoeld, welk bedrag toegekend kan worden en hoe dat wordt uitbetaald. 7.3.1 Doelgroep [PW] Je komt in aanmerking voor de studietoeslag als je: a. 18 jaar of ouder bent; b. voortgezet onderwijs, volwassenen onderwijs of een MBO- HBO- of WO-opleiding volgt; c. een tegemoetkoming in de schoolkosten (op grond van hoofdstuk 4 WTOS) of studiefinanciering van DUO krijgt of kan krijgen. Het maakt daarbij niet uit of de studiefinanciering een lening of een gift is; d. door een medische beperking naast je studie niet structureel kan bijverdienen, en e. geen in aanmerking te nemen vermogen hebt als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet. 7.3.2 Vaststellen beperking [PW] Nadat je als student een aanvraag hebt ingediend, onderzoeken wij of je door een medische beperking niet in staat bent tijdens de studie structureel inkomsten te verwerven. Wij doen dit aan de hand van gegevens die wij van jou of van andere instanties hebben gekregen. Als die gegevens niet duidelijk genoeg zijn, vragen wij aan een deskundige om een advies te geven. 7.3.3 Hoogte en duur van de toeslag [PW] 1. De studietoeslag is 25% van het voor de persoon geldende netto wettelijk minimumloon en wordt elke maand uitbetaald. Het bedrag wordt afgerond op hele euro’s. 2. Wij bekijken elk jaar of de studietoeslag verhoogd moet worden.
Die verhoging gaat in per 1 januari van het jaar erna. 3. Als je niet meer aan de voorwaarden voldoet, wordt de studietoeslag beëindigd. 7.4 Individuele inkomenstoeslag [PW] Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen, is de inkomenstoeslag bedoeld. Dat is een extraatje dat jaarlijks kan worden aangevraagd en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven voor wie de inkomenstoeslag is bedoeld en welke aanvullende voorwaarden er gelden. 7.4.1 Doelgroep [PW] 1. De individuele inkomenstoeslag wordt verleend als je 21 jaar of ouder bent, maar jonger dan AOWleeftijd, geen in aanmerking te nemen vermogen hebt als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet en in een ononderbroken periode van 36 maanden een inkomen hebt gehad dat gemiddeld lager is dan 115% van de bijstandsnorm. De kostendelersnorm wordt niet toegepast. 2. Wij stellen met inachtneming van de artikelen 31, 32, 33 en 34 van de Participatiewet de hoogte van je inkomen en vermogen vast. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt niet onder inkomen verstaan: a. het bedrag dat tijdens een WSNP-traject gereserveerd wordt voor de aflossing van de schulden; b. het bedrag dat tijdens een minnelijke schuldsanering op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor de aflossing van schulden wordt gereserveerd; c.
het bedrag van het inkomen waarop beslag is gelegd en het beslag op correcte wijze en op grond van de door jou volledig verstrekte gegevens is vastgesteld. 7.4.2 Hoogte van de toeslag [PW] 1. De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. 40% van de norm voor een alleenstaande bedoeld in artikel 21 sub a van de wet voor een alleenstaande; b. 40% van de norm voor een echtpaar bedoeld in artikel 21 sub b van de wet voor een alleenstaande ouder en gehuwden of samenwonenden; 2. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt jaarlijks in januari bepaald op grond van de bijstandsnormen die gelden op 1 januari van dat jaar en geldt het gehele kalenderjaar. 3. Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft, de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt. 4. De gezinssituatie op de aanvraagdatum is bepalend voor de hoogte van de toeslag. 7.4.3 Uitsluiting [PW] Van het recht op de individuele inkomenstoeslag ben je in ieder geval uitgesloten als: a. je voltijds studeert, omdat je kans hebt om je inkomen te verbeteren;
25
b. je voltijds gestudeerd hebt en binnen drie jaar na beëindiging van je studie een aanvraag indient voor genoemde toeslag, omdat er van mag worden uitgegaan dat de kans om het inkomen te verbeteren gedurende drie jaren na de studie aanwezig is.
7.5a Kindpakket (Meedoen Schagen)
[Gemeentewet] Kinderen vormen een belangrijke én kwetsbare groep waar de gemeente zich verantwoordelijk voor voelt. De gemeente heeft maatregelen genomen om armoede onder kinderen tegen te gaan en kinderen te helpen mee te doen aan sportieve, culturele, educatieve en sociale activiteiten, alsmede activiteiten voor school. Deze maatregelen worden het kindpakket genoemd. In deze paragraaf zijn de voorwaarden benoemd die voor het kindpakket gelden. 7.5a.1 Doelgroep [Gemeentewet] 1.Wij verstrekken het kindpakket, indien jij op de peildatum: a. een inwoner bent; b. Nederlander bent; c. één of meer kinderen hebt; d. een inkomen hebt dat lager is dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet; e. over een vermogen beschikt dat niet hoger is dan de in artikel 34, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, van de Participatiewet bedoelde vermogensgrens. 2. Wij stellen met inachtneming van de artikelen 31, 32, 33 en 34 van de Participatiewet de hoogte van je inkomen en vermogen vast. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt niet onder inkomen verstaan: a. het bedrag dat tijdens een WSNP-traject gereserveerd wordt voor de aflossing van de schulden; b. het bedrag dat tijdens een minnelijke schuldsanering op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor de aflossing van schulden wordt gereserveerd; c.
het bedrag van het inkomen waarop beslag is gelegd en het beslag op correcte wijze en op grond van de door jou volledig verstrekte gegevens is vastgesteld. 4. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf niet als vermogen in aanmerking genomen. 5. Wij bepalen met inachtneming van paragraaf 3.2 van de Participatiewet de van toepassing zijnde bijstandsnorm, met dien verstande dat wij de artikelen 19a en 22a van de Participatiewet buiten toepassing laten. 7.5a.2 Inhoud kindpakket [Gemeentewet] 1. Het kindpakket wordt per kalenderjaar verstrekt. 2. Het kindpakket wordt verstrekt in de vorm van een tegoed, niet zijnde een geldbedrag, waarmee jij via een webwinkel een keuze kunt maken uit een ruim aanbod van sportieve, culturele en educatieve activiteiten en activiteiten van school, alsmede van sport- en schoolbenodigdheden. 3. Het tegoed, bedoeld in het tweede lid, bedraagt per kind € 350,00 per kalenderjaar. 4. Het tegoed van enig kalenderjaar kan uiterlijk tot en met 31 december van dat kalenderjaar worden gebruikt. Een eventueel restant tegoed op 1 januari over voorgaand jaar wordt op € 0,– gezet. Het restant tegoed wordt niet uitbetaald en kan ook niet worden meegenomen naar het tegoed van het volgende kalenderjaar.
7.5b Meedoenbudget 65-plussers (Gemeentewet] Wij vinden het belangrijk het sociaal isolement van 65-plussers op te heffen, te verminderen of te voorkomen en de maatschappelijke participatie te bevorderen. Een laag inkomen mag hierin geen belemmering vormen. Door de financiële drempel weg te nemen, dragen wij er aan bij dat 65-plussers met een laag inkomen kunnen deelnemen aan sociale, culturele, sportieve en educatieve activiteiten. 7.5b.1 Doelgroep [Gemeentewet] 1. Wij verstrekken een Meedoenbudget voor 65-plussers, indien jij op de peildatum: a. inwoner bent; b. Nederlander bent; c. 65 jaar of ouder bent; d. een inkomen hebt dat lager is dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet; e. over een vermogen beschikt dat niet hoger is dan de in artikel 34, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, van de Participatiewet bedoelde vermogensgrens.
26
2. Wij stellen met inachtneming van de artikelen 31, 32, 33 en 34 van de Participatiewet de hoogte van jouw inkomen en vermogen vast. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt niet onder inkomen verstaan: a. het bedrag dat tijdens een WSNP-traject gereserveerd wordt voor de aflossing van de schulden; b. het bedrag dat tijdens een minnelijke schuldsanering op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor de aflossing van schulden wordt gereserveerd; c. het bedrag van het inkomen waarop beslag is gelegd en het beslag op correcte wijze en op grond van de door jou volledig verstrekte gegevens is vastgesteld. 4. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf niet als vermogen in aanmerking genomen. 5. Wij bepalen met inachtneming van paragraaf 3.2 van de Participatiewet de van toepassing zijnde bijstandsnorm, met dien verstande dat wij de artikelen 19a en 22a van de Participatiewet buiten toepassing laten. 7.5b.2 Inhoud Meedoenbudget 65-plussers [Gemeentewet] 1. Het Meedoenbudget 65-plussers wordt per kalenderjaar verstrekt. 2. Het Meedoenbudget 65-plussers wordt verstrekt in de vorm van een tegoed, niet zijnde een geldbedrag, waarmee jij via een webwinkel een keuze kunt maken uit een ruim aanbod van sportieve, culturele, educatieve en sociale activiteiten. 3.
Het tegoed, bedoeld in het tweede lid, bedraagt per 65-plusser € 350,00 per kalenderjaar. 4. Het tegoed van enig kalenderjaar kan uiterlijk tot en met 31 december van dat kalenderjaar worden gebruikt. Een eventueel restant tegoed op 1 januari over voorgaand jaar wordt op € 0,– gezet. Het restant tegoed wordt niet uitbetaald en kan ook niet worden meegenomen naar het tegoed van het volgende kalenderjaar.
7.6 Geluksbudget [Gemeentewet] Het Geluksbudget is een financiële tegemoetkoming in de kosten van een activiteit die bijdraagt aan het duurzaam geluk van de inwoner. Het Geluksbudget is een gebonden opdracht: de ontvanger krijgt geld voor een bepaald doel en mag dat alleen voor dat doel besteden. 7.6.1 Doelstelling [Gemeentewet] Het Geluksbudget heeft als doel het bevorderen van duurzaam geluk door het versterken van de eigen kracht en sociale activering ter voorkoming van sociaal isolement. Het gaat uit van de autonomie en eigen mogelijkheden van inwoners en activeert inwoners mee te doen en erbij te horen. Werken vanuit geluk geeft mensen die in een benarde positie zitten een duwtje in de rug dat werkt vanuit een positieve grondhouding. 7.6.2 Voorwaarden Geluksbudget [Gemeentewet] Wij verstrekken een Geluksbudget, als je: inwoner bent; Nederlander bent; een inkomen hebt dat ten tijde van indiening van de aanvraag niet hoger is dan 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet; je in een sociaal isolement bevindt of dreigt daarin te geraken, waarbij het sociaal isolement het gevolg is van: a. een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening; b. een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking; c. een psychosociaal probleem; of d. een sociaal probleem.
7.6.3 Activiteiten [Gemeentewet] De activiteiten ter financiering waarvan het Geluksbudget wordt aangevraagd, dienen bij te dragen aan de opheffing dan wel vermindering van het sociaal isolement. 7.6.4 Maximaal bedrag Geluksbudget en frequentie [Gemeentewet] 1. Wij stellen de hoogte van het Geluksbudget vast op basis van de werkelijke kosten van de activiteit tot een maximum van € 500,00. 2. Je kunt slechts eenmaal per kalenderjaar voor het Geluksbudget in aanmerking komen.
27
7.6.5 Vaststellen van het inkomen en de van toepassing zijnde bijstandsnorm [Gemeentewet] 1. Wij stellen, met inachtneming van de artikelen 31, 32 en 33 van de Participatiewet de hoogte van je inkomen vast, met dien verstande dat niet onder inkomen wordt verstaan: a. het bedrag dat tijdens een schuldsaneringsregeling op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen gereserveerd wordt voor de aflossing van de schulden; b. het bedrag dat tijdens een minnelijke schuldregeling op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening gereserveerd wordt voor de aflossing van schulden; c. het bedrag van het inkomen waarop beslag is gelegd en het beslag op correcte wijze en op grond van de door jou volledig verstrekte gegevens is vastgesteld. 2. Wij bepalen, met inachtneming van paragraaf 3.2 van de Participatiewet de van toepassing zijnde bijstandsnorm, met dien verstande dat wij de artikelen 19a en 22a van de Participatiewet buiten toepassing laat. 7.6.6. Verantwoording [Gemeentewet] Wij kunnen je vragen de besteding van het Geluksbudget aan ons te verantwoorden.
7.7 Zorgkosten
[PW] Voor inwoners met veel medische kosten heeft de gemeente de volgende voorziening: een collectieve zorgverzekering. 7.7.1 Collectieve zorgverzekering [PW] 1. Wij bieden samen met de gecontracteerde zorgverzekeraar een collectieve zorgverzekering voor inwoners met een laag inkomen aan. Die verzekering geeft recht op een lagere premie voor de basisverzekering en de aanvullende verzekeringen. 2. De collectieve zorgverzekering is bedoeld voor de inwoner die een laag inkomen en geen goede financiële buffer heeft. Je hebt in ieder geval een laag inkomen als je een inkomen hebt dat lager is dan 130% van de bijstandsnorm. 3. Als je meedoet krijg je van ons een bijdrage in de kosten van de premie. De zorgverzekeraar verrekent deze bijdrage met de premie. 4. Als je al bij de gecontracteerde zorgverzekeraar verzekerd bent kun je je tijdens het kalenderjaar bij ons aanmelden om mee te doen aan de collectieve zorgverzekering. Als je ergens anders verzekerd bent, kun je pas het volgende kalenderjaar meedoen. Je moet je voor 31 december van het lopende kalenderjaar bij ons aanmelden.
7.8 Schuldhulpverlening
[Wgs] Wij hebben de taak om inwoners met schuldproblemen te ondersteunen. Inwoners kunnen daarom de gemeente om ondersteuning vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. Hieronder zijn de belangrijkste uitgangspunten genoemd die de gemeente toepast als inwoners om hulp vragen. 7.8.1 Samenwerking en toegang [Wgs] 1. Wij werken samen met andere organisaties om te voorkomen dat jij problematische schulden opbouwt. 2. Wij zorgen ervoor dat jij op een eenvoudige manier om ondersteuning kunt vragen bij het vinden van een oplossing voor schulden. 3. Wij informeren je over de ondersteuning die wij kunnen aanbieden en zorgen ervoor dat die ondersteuning ook echt beschikbaar is. 4. Wij sluiten niemand bij voorbaat uit van ondersteuning. Een uitzondering op die regel is als je geen geldige verblijfstitel hebt. 7.8.2 Schuldhulpverlening [Wgs] Wij zorgen ervoor dat als je ondersteuning kunt krijgen bij het oplossen van schulden, je deze zo snel mogelijk krijgt. 7.8.3 Besluit [Wgs] 1. Wij informeren je als je ondersteuning kunt krijgen over de manier waarop de ondersteuning wordt gegeven. 2. Wij sturen jou als je geen ondersteuning kunt krijgen een brief, waarin staat waarom er geen ondersteuning wordt gegeven.
28
Hoofdstuk 8. Afspraken tussen inwoner en gemeente Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop wij als gemeente en jij als inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop wij ons moeten gedragen en wat er van jou wordt verwacht. Als je rechten hebt, dan staan daar vaak plichten tegenover. Als je daar onvoldoende rekening mee houdt, dan kunnen wij de uitkering of voorziening beëindigen, terugvorderen of verlagen. ___________________________________________________________________________________ Kernwaarden:
Wij zien jou als volwaardige partner: wij gaan uit van vertrouwen.
Jij bent zelf verantwoordelijk, wij ondersteunen als dat nodig is.
Jij geeft de informatie die nodig is.
___________________________________________________________________________________
8.1 Hoe gaan we met elkaar om? [Gemeentewet, de Wet Inburgering 2021, Awb, Wmo, PW, Bbz, Jeugdwet, WKO.Wgs, IOAW,IOAZ,LLv ]
8.1.1 De rol van de gemeente
[Gemeentewet, Awb, de Wet Inburgering 2021, Wmo, PW, Bbz, Jeugdwet, WKO.Wgs, IOAW,IOAZ,LLv ] 1. Wij ondersteunen je bij het zoeken naar een oplossing voor jouw probleem. Wij gaan daarbij op een respectvolle manier met elkaar om. Wij zorgen voor het volgende: a. Het is je duidelijk wie er namens ons contact met jou onderhoudt. b. Jij hebt altijd recht op een gesprek met één van onze medewerkers. Dat gesprek kan op het gemeentehuis, bij jou thuis of ergens anders plaatsvinden. c. Als je je bij ons meldt met een probleem dat niet door ons kan worden opgelost, dan verwijzen wij je indien nodig- naar een organisatie die tot taak heeft je bij de oplossing van jouw probleem te ondersteunen. d. Onze website voldoet aan erkende kwaliteitseisen. e. Wij voorzien in heldere en eenvoudige aanvraagprocedures en informeren je hierover. f. Wij respecteren je privacy. g. Wij maken zoveel mogelijk gebruik van gegevens waarover wij reeds de beschikking hebben en vragen alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. 2. Wij reageren op een professionele manier als jouw gedrag volgens ons agressieprotocol ontoelaatbaar is. 3. Wij informeren je over het in het tweede lid genoemde agressieprotocol als de situatie daartoe aanleiding geeft.
8.1.2 De rol van de inwoner
[Gemeentewet, de Wet Inburgering 2021, Awb, Wmo, PW, Bbz Jeugdwet, WKO.Wgs, IOAW,IOAZ,LLv ] 1. Je bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van jouw probleem. Wij vullen jouw eigen mogelijkheden en je sociale netwerk als ook die van andere voorzieningen en organisaties aan als dat nodig is. Je zorgt voor het volgende: a. Je gaat eerst na welke mogelijkheden je zelf hebt om je probleem op te lossen (eigen kracht). b. Je werkt mee aan de ondersteuning bij het vinden van de oplossing voor jouw probleem. c. Je zorgt ervoor dat onze ondersteuning niet langer duurt dan nodig is. 2. Je werkt mee, zodat snel duidelijk is op welke manier jouw probleem zo passend mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a. Je informeert ons binnen een redelijke door ons gestelde termijn zo volledig mogelijk over alles wat van belang kan zijn voor het beoordelen van je ondersteuningsvraag. Dit geldt ook als de ondersteuning al is toegekend. Je bent namelijk verplicht ons zo snel mogelijk wijzigingen die van invloed kunnen zijn op toegekende ondersteuning door te geven. b. Wij ontvangen binnen een redelijke door ons gestelde termijn alle documenten en bewijsstukken die wij van jou nodig hebben. c. Je doet wat nodig is om onze ondersteuning zo kort mogelijk te laten duren. d.
Je brengt ons zo snel mogelijk op de hoogte van jouw beperkingen, als die van belang zijn in het contact met ons.
8.2 Afspraken en verplichtingen
29
8.2.1 Afstemming op houding en gedrag van de inwoner [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Wij verlagen een uitkering als dat volgens de regels van de wet en deze verordening past bij jouw houding of gedrag. 2. Bij het nemen van een besluit tot het verlagen van een uitkering houden wij rekening met: a. de ernst van het gedrag; b. de mate waarin jou het gedrag verweten kan worden; en c. je persoonlijke situatie. 3. Voordat een uitkering wordt verlaagd, geven wij je de kans je mening te geven. Jij kunt dat op de volgende manier doen: a. via e-mail; b. schriftelijk; c. telefonisch; d. in een gesprek met de medewerker op het gemeentehuis. 8.2.2 Geen schuld en verjaring [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1 Wij zien af van verlaging als: elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of als je gedrag meer dan drie maanden voor constatering daarvan door ons heeft plaatsgevonden. 2. Wij kunnen afzien van een verlaging als wij daarvoor dringende redenen aanwezig achten. 3. Als wij afzien van een verlaging op grond van dringende redenen, word je hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. 8.2.3 Ingangsdatum en periode verlaging [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Wij maken je het besluit tot verlaging per brief bekend. De verlaging gaat in vanaf de kalendermaand na de datum van dit besluit. Het is mogelijk dat de verlaging al in dezelfde maand of over eerdere maanden wordt toegepast.
Dat kan als de uitkering voor die maand(en) nog niet is uitbetaald. 2. Soms kunnen wij de uitkering niet of maar voor een deel verlagen, omdat deze wordt beëindigd. Dan zullen wij het overgebleven deel van de verlaging alsnog opleggen als je binnen drie maanden na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen. 3. In het besluit tot het opleggen van een verlaging van de uitkering dan wel bijzondere bijstand worden in ieder geval vermeld: a. de reden van de verlaging; b. de duur van de verlaging; c. het bedrag en/of percentage waarmee de uitkering wordt verlaagd; d. indien van toepassing, de reden om af te wijken van de standaardverlaging; e. de wijze waarop bij het verlagen van de uitkering rekening is gehouden met je omstandigheden en jouw mogelijkheden inkomen te verwerven, gelet op de bijzondere omstandigheden en de dringende redenen om daarmee rekening te houden. 8.2.4 Berekening verlaging [PW, IOAW, IOAZ, Awb] De verlaging is een percentage van de uitkeringsnorm die op jou van toepassing is. 8.2.5 Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen (geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot arbeidsinschakeling) [PW, Awb] 1. Wij verlagen de uitkering gedurende één maand als je een arbeidsverplichting uit artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet voldoende nakomt. Die verlaging is 100% van de uitkeringsnorm. 2.
De verlaging wordt in gelijke stukken verdeeld over de maand van oplegging en de twee daaropvolgende kalendermaanden, als er volgens de gemeente sprake is van bijzondere omstandigheden. 8.2.6A Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen Participatiewet (niet- geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling) Gedragingen Participatiewet [PW, Awb] 1. We onderscheiden de volgende categorieën gedragingen, waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a, 17, tweede lid, 55 en 56a van de Participatiewet niet of onvoldoende wordt nagekomen: a. eerste categorie: 1°. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; 2°. het niet of onvoldoende verrichten van een door ons e opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet;
30
3°. het niet nakomen van de in artikel 56a, tweede lid, van de Participatiewet neergelegde verplichting om gedurende een periode van zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht op bijstand ontstaat, mee te werken aan het door het college in naam van de belanghebbende verrichten van betalingen uit de toegekende bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering; b. tweede categorie: 1°. het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet; 2°. het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet; 3°. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet; 4°.
het niet verschijnen op de taaltoets waardoor de toets niet kan worden afgenomen of halverwege beëindigen van de toets; 5°. het niet meewerken aan het inleveren van bewijsstukken voor de taaleis, terwijl redelijkerwijs aangenomen kan worden dat de stukken geleverd kunnen worden. c. derde categorie: het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet. 2. Wij verlagen de bijstandsuitkering met: a. 10% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie; b. 20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. 100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie. 3. In afwijking van het tweede lid kunnen wij bij gedragingen van de eerste of tweede categorie een waarschuwing opleggen.
8.2.6B Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen (niet- geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling) Gedraging IOAW en IOAZ [IOAW, IOAZ, Awb] We onderscheiden de volgende categorieën gedragingen, waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet of onvoldoende wordt nagekomen: a. eerste categorie: 1°. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; 2°. het niet of onvoldoende verrichten van een door ons opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. b. tweede categorie: 1°. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; 2°.
het niet of onvoldoende gebruik maken van een door ons aangeboden voorziening als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 36, eerste lid, en artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; 3°. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 38, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; c. derde categorie: 1°. het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; 2°.
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; 3°. het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid;
31
4°. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening. 2.Wij verlagen de IOAW- of IOAZ-uitkering met: a. 10% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie; b. 20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. 100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie. 3. In afwijking van het tweede lid kunnen wij bij gedragingen van de eerste of tweede categorie een waarschuwing opleggen. 8.2.7 Te weinig besef van verantwoordelijkheid [PW, Awb] 1. Wij verlagen je uitkering als jij je te weinig realiseert dat jij zelf verantwoordelijk bent voor je eigen levensonderhoud. De verlaging stemmen we af op de hoogte van het benadelingsbedrag. 2. De verlaging wordt vastgesteld op: a. 10% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00; b.
20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,00 tot € 2.000,00; c. 40% van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf €2.000,00 tot € 4.0000,00; d. 40% van de uitkeringsnorm gedurende twee maanden bij een benadelingsbedrag vanaf €4.000,00 tot € 8.000,00; e. 40% van de uitkeringsnorm gedurende vier maanden bij een benadelingsbedrag vanaf €8.0000,00 tot € 10.000,00; f. 40% van de uitkeringsnorm gedurende zes maanden bij een benadelingsbedrag van €10.000,00 of hoger. 8.2.8 Onacceptabel gedrag [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1.Wij verlagen je bijstandsuitkering als jij je onacceptabel gedraagt tegenover personen en instanties die de Participatiewet uitvoeren. De bijstandsuitkering wordt gedurende één maand verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm. 2. Wij verlagen je IOAW- of IOAZ-uitkering als jij je onacceptabel gedraagt tegenover personen en instanties die de IOAW of IOAZ uitvoeren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van voornoemde wetten. De IOAW of IOAZ-uitkering wordt gedurende één maand verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm. 8.2.9 Niet nakomen van andere verplichtingen [PW, Awb] Als jij een door ons opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, wordt de bijstandsuitkering verlaagd. De verlaging wordt vastgesteld op: a.
20 procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot arbeidsinschakeling; b. 40 procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot vermindering van de bijstand; c. 100 procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot beëindiging van de bijstand. 8.2.10 Samenloop van gedragingen [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Gedrag waardoor je meerdere verplichtingen uit deze paragraaf niet nakomt, leidt tot één verlaging. De grootste verlaging die van toepassing is voor het gedrag geldt dan, en ook de duur die bij die verlaging hoort. 2. Als sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat één of meer verplichtingen niet worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd. 8.2.11 Herhaling (recidive) [PW, IOAW, IOAZ, Awb] De duur van de verlaging wordt verdubbeld als de uitkering binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee de verlaging is opgelegd opnieuw wordt verlaagd.
32
Artikel 8.2.12 Samenhang met de nieuwe Wet Inburgering (Wet inburgering 2021, PW, Awb) 1.Wanneer jij als inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering ontvangt en je niet houdt aan verplichtingen en afspraken uit het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP), waarin de nadruk ligt op het bevorderen van participatie en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt, vindt bij voorkeur verlaging van de bijstandsuitkering plaats op grond van artikel 18 Participatiewet en hoofdstuk 8 paragraaf 2 van deze verordening. Het gaat hierbij om verplichtingen en afspraken anders dan in het aanbod in de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). Wij leggen voor dezelfde gedraging dan geen bestuurlijke boete op grond van de Wet inburgering 2021 op. 2.Wanneer jij als inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering ontvangt en je niet houdt aan verplichtingen en afspraken in het PIP, waarin de nadruk ligt op het vergroten van de taalbeheersing en aan overige afspraken en verplichtingen in het PIP, leggen wij bij voorkeur een boete op grond van de Wet inburgering 2021 op. Wij verlagen in dat geval voor dezelfde gedraging de bijstandsuitkering niet.
3.Bij de keuze tussen i) handhaving op grond van de Participatiewet door een verlaging van de bijstandsuitkering en ii) handhaving op grond van de Wet inburgering 2021 via een boete wegen wij ook af welke wijze van handhaving, rekening houdend met de gevolgen hiervan voor jou als inburgeringsplichtige, naar ons oordeel het best bijdraagt aan het beoogde effect, te weten het succesvol voltooien van het inburgeringstraject. 4.In de brief (beschikking) aan jou vermelden wij of er een boete op grond van de Wet inburgering 2021 wordt opgelegd of dat de bijstandsuitkering wordt verlaagd op grond van de Participatiewet . 5.Wanneer jou als inburgeringsplichtige een boete op grond van de Wet inburgering 2021 wordt opgelegd in de periode dat wij verantwoordelijk zijn voor het financieel ontzorgen op grond van artikel 56a Participatiewet, dan kunnen wij de boete met de bijstandsuitkering verrekenen. Wij houden hierbij rekening met een fictieve draagkracht van 5 procent van de bijstandsnorm die van toepassing is, inclusief vakantietoeslag.
8.3 Terugvorderen uitkering 8.3.1 Terugvordering en incasso [PW, IOAW, IOAZ, Bbz] 1.Wij vorderen gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven en doen dat volgens de regels van de wet. Wij vorderen niet terug als terugvordering voor jou onaanvaardbare gevolgen heeft. 2. Bij een klein bedrag (€ 50,-) kunnen wij besluiten dit niet terug te vorderen, als dit ons te veel geld kost. 3. Bij de incasso zorgen wij ervoor dat je een inkomen blijft houden dat past bij je persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet. 4. In beleidsregels wordt uitgewerkt hoe wij inhoud geven aan onze bevoegdheid om gemeentelijke uitkeringen terug te vorderen.
8.4 Beëindigen en terugvorderen voorziening 8.4.1 Beëindiging voorziening [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wgs,Wko Llv, Gemeentewet] 1.Wij kunnen een voorziening beëindigen als: a. de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van jou; b. de voorziening niet langer passend of nodig is; c. jij je niet houdt aan de voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden; d. wij niet langer kunnen vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat je onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening; e. de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; f. je niet binnen een termijn van 6 maanden gebruik hebt gemaakt van de voorziening, tenzij jou dat niet te verwijten is. 2. De voorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken). 8.4.2 Terugvordering voorziening [Wmo, Jeugdwet,P-wet, Bbz, IOAW, IOAZ, Llv, Wko, Burgerlijk Wetboek, Gemeentewet] Wij kunnen de voorziening of de waarde daarvan van jou terugvorderen. Dat kan vanaf het moment waarop is voldaan aan één of meer van de redenen voor beëindiging die genoemd worden in artikel 8.4.1. Wmo-voorzieningen kunnen alleen worden teruggevorderd als die voorzieningen zijn ingetrokken omdat jij opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens aan ons hebt verstrekt.
Jeugdhulpvoorzieningen kunnen alleen worden teruggevorderd als die voorzieningen zijn ingetrokken omdat jij onjuiste of onvolledige gegevens aan ons hebt verstrekt.
8.5 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen? 33
8.5.1 Controle [Jeugdwet, Wet inburgering 2021, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz] 1. Wij controleren regelmatig of je recht hebt op een uitkering of voorziening en of je de juiste uitkering of voorziening hebt aangevraagd of ontvangt. Wij kunnen daarvoor gebruik maken van: a. huisbezoeken: medewerkers van de gemeente gaan bij jou langs en kijken in en om de woning. Wij kunnen een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet. b. heimelijke waarnemingen: onze medewerkers verzamelen gegevens over jou zonder dat je hierover vooraf bent geïnformeerd. c. buurtonderzoek: de gemeente ondervraagt je buren. d. bestandsvergelijkingen: wij vergelijken jouw gegevens met de gegevens die bekend zijn over jou bij andere organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten; e. signalen en tips van organisaties of particulieren; f. andere passende onderzoeksmethoden. 2. De controle van de voorzieningen is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. 3. Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgen wij ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd. 4. Bij beëindiging van de uitkering of voorziening op jouw verzoek, onderzoeken wij wat de reden is van de beëindiging. Wij gaan ook na of de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt.
8.5.2 Voorkomen van fraude [Jeugdwet, de Wet inburgering 2021, PW, Awb) Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz ] Wij streven ernaar om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeren wij jou op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen. 8.5.3 Beleidsplan handhaving en beleidsverslag [Jeugdwet, Wet inburgering 2021, PW, Awb) Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz ] 1. De gemeenteraad stelt één keer per vier jaar een beleidsplan vast hoe wij fraudebestrijding aanpakken en ervoor zorgen dat jij je zo goed mogelijk aan de regels houdt. 2. In het beleidsplan, bedoeld in het eerste lid, staat in ieder geval: a. wat wij precies met fraudepreventie bedoelen; b. wanneer en hoe wij jou informeren over rechten en plichten (voorlichting); c. welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet; en d. hoe wij samenwerken met andere organisaties om fraude tegen te gaan. 3. Wij stellen na afloop van de periode waarvoor het beleidsplan handhaving is bedoeld, een beleidsverslag vast. Daarin beschrijven wij of de gestelde doelen voor dat jaar zijn behaald en de redenen waarom dat wel of niet is gebeurd. 8.5.4 Privacy [Jeugdwet, Wet inburgering 2021, PW, Awb) Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz ] 1. Wij stellen voor onderzoeksmethoden die vaak worden toegepast protocollen op.
Het gaat in ieder geval om een protocol voor de inzet van huisbezoeken. De protocollen moeten ervoor zorgen dat er geen ongeoorloofde inbreuk op jouw privéleven plaatsvindt. Wij maken de protocollen openbaar bekend. 2. Bij het uitvoeren van onderzoek zorgen wij ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privéleven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is. 8.5.5 Toezichthouders [Jeugdwet, Wet inburgering 2021, PW, Awb) Wmo, PW, Bbz, IOAW, IOAZ, Awb] Wij wijzen één of meer ambtenaren aan die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd.
34
Hoofdstuk 9. Inwonersparticipatie Het beleid dat wij maken en uitvoeren is bedoeld voor jullie als inwoners. Met jullie ervaringen kunnen wij ons beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe jullie als inwoners invloed kunnen uitoefenen. Dat wordt inspraak genoemd. Ook is geregeld dat er een Cliëntenraad Participatiewet en een Adviesraad Wmo & Jeugd is en zijn de taken van deze raden beschreven. Ten slotte is hier ook geregeld op welke manier jullie met leveranciers, zoals zorgaanbieders, kunnen overleggen over diensten en producten die bedoeld zijn voor de inwoners met een beperking. ___________________________________________________________________________________ Kernwaarden:
Wij handelen professioneel en nemen jou serieus.
Wij ondersteunen je om op een toegankelijke manier je mening te geven.
___________________________________________________________________________________
9.1 Inspraak van inwoners
[Jeugdwet, de Wet inburgering 2021, PW, Awb, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Gemeentewet] 1. Wij kiezen ervoor om jullie inspraak te geven in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. De regels van de Inspraakverordening Schagen zijn daarop van toepassing, maar worden aangevuld met de regels in dit hoofdstuk. Jullie kunnen inspraak hebben bij: a. plannen voor beleid en regels; b. de manier waarop wij beleid en regels uitvoeren; c. de manier waarop onze medewerkers omgaan met inwoners (bejegening); d. de manier waarop zorgaanbieders en leveranciers hun taken uitvoeren. 2. Inspraak houdt ook in het doen van voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering. 3. Wij kunnen jullie op de volgende manier inspraak geven: a. via de Adviesraad Wmo & Jeugd Schagen; b. via de Cliëntenraad Participatiewet Schagen; c. door jullie te raadplegen, bijvoorbeeld met enquêtes en bijeenkomsten; d. door samen met jullie een plan te ontwerpen. 4. Wij kiezen die vorm van inspraak die past bij het onderwerp en bij de groep die het betreft. Wij bepalen na overleg met de Cliëntenraad Participatiewet Schagen en Adviesraad Wmo & Jeugd Schagen welke vorm de inspraak heeft.
9.2 Hulp van de gemeente bij inspraak
[Jeugdwet, Wet inburgering 2021, PW, Awb) Wmo, PW, Bbz, IOAW, IOAZ, Gemeentewet] Wij zorgen voor goede inspraak en doen dat op de volgende manieren: a. Het moment waarop inspraak kan worden gegeven geeft jullie voldoende mogelijkheid om invloed te hebben op onze plannen over beleid, regels of de uitvoering daarvan. b. Jullie worden deskundig ondersteund, zodat de inspraak volwaardig is. c. Jullie kunnen deelnemen aan overleg met ons over kernwaarden, beleid, regels en de uitvoering daarvan. d. Jullie krijgen op tijd en voldoende informatie om goede inbreng te kunnen geven.
9.3 Cliëntenraad Participatiewet
[PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wet inburgering 2021, PW, Awb, Gemeentewet] In onze gemeente Schagen is de Cliëntenraad Participatiewet Schagen (hierna: de Cliëntenraad Participatiewet) ingesteld. 9.3.1 Doelstelling van de Cliëntenraad Participatiewet [PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wet inburgering 2021, PW, Awb, Gemeentewet] 1. De Cliëntenraad Participatiewet heeft tot doel de belangenbehartiging van personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet. 2. De Cliëntenraad Participatiewet beoogt door overleg met de doelgroep, meerwaarde te bereiken in de kwaliteit van de dienstverlening en bij de uitvoering van wet en regelgeving. 9.3.2 Taken Cliëntenraad Participatiewet en bevoegdheden [PW, IOAW, IOAZ, Bbz, Wet inburgering 2021, Gemeentewet] 1. De Cliëntenraad Participatiewet brengt gevraagd en ongevraagd advies uit over door de gemeente voorgenomen beleid met betrekking tot de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), Wet inkomensvoorziening oudere en