CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Toelichting

Gemeenteraad 24 september 2024, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Muggenburg Zuid25.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Uit de achtergrondconcentraties van stikstof (NO2) en fijnstof (PM10, PM2,5) blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse van de locatie ruim voldoende is en de luchtkwaliteit zich niet verzet tegen de voorgenomen ontwikkeling. Dit geldt daarmee ook voor de realisatie van de basisschool in de nabijheid van de provinciale weg. Het project waarvoor het onderhavige bestemmingsplan wordt opgesteld draagt niet bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. 4.11.3 Conclusie Er hoeft voor het onderhavige bestemmingsplan geen onderzoek gedaan te worden naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit.

4.12

Natuurwaarden

4.12.1 Beleidskader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Wet Natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren en hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen. In de wet is onder meer bepaald dat beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden (algemene verbodsbepalingen). In de wet is een zorgplicht opgenomen, een algemeen geldende fatsoensnorm voor de omgang met flora en fauna. Deze zorgplicht houdt in dat menselijk handelen zo weinig mogelijk nadelige gevolgen voor flora en fauna mag hebben. De soortbeschermingsbepalingen uit de Europese richtlijnen Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR) zijn in de Wet Natuurbescherming geïmplementeerd: soorten en vegetatietypen

54

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, worden beschermd onder de nieuwe Wet Natuurbescherming. Voor soortbescherming in relatie tot ruimtelijke ingrepen is een aantal artikelen in de Wet Natuurbescherming van belang: Zorgbeginsel artikel 1.10 en 1.11: de intrinsieke waarde van soorten is vastgesteld in een doelbepaling en geldt voor alle soorten, los van een beschermingsregime, een zorgplicht. Actieve soortbescherming, artikel 1.12: provincies moeten verplicht beleid opstellen voor de bescherming van soorten, specifiek in hun eigen provincie. In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden: 1. Soorten van Vogelrichtlijn: Bescherming van alle in het wild levende volgens in de EU, beschreven in artikel 3.1-3.4 van de Wet Natuurbescherming. 2. Soorten van Habitatrichtlijn: Bescherming van dier- en plantensoorten in artikel 3.5-3.9: A. die strikt beschermd zijn op grond van Habitatrichtlijn bijlage IV, Verdrag van Bern, bijlage I en II, Verdrag van Bonn bijlage I.

In het geval van ontheffing of vrijstelling moet aan drie voorwaarden voldaan worden: dat er geen andere bevredigde oplossing bestaat, de handeling noodzakelijk is (diverse redenen mogelijk, waaronder die van groot openbaar belang met redenen van sociale en economische aard) en tot slot alleen wanneer er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort in haar natuurlijke verspreidingsgebied. B. die streng beschermd zijn op grond van Habitatrichtlijn bijlage V, Verdrag van Bern bijlage III, Verdrag van Bonn bijlage II. Hiervoor moeten maatregelen worden getroffen indien de gunstige staat van instandhouding in het geding is. In geval van ontheffing of vrijstelling moet alleen voldaan worden aan de eis dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt. Hiervoor zijn maatregelen verplicht. 3 Andere soorten: Dit zijn de in de bijlage van artikel 3.10 van Wet Natuurbescherming genoemde soorten. In deze bijlage staan zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Onderdeel A bevat de fauna en onderdeel B de flora. Deze lijst is een nationale toevoeging en betreft soorten die in principe een landelijke achteruitgang kennen.

In praktijk is deze bescherming lichter en ontheffingen kunnen vrij gemakkelijk verkregen worden, aangezien er niet de zwaardere belangen gelden voor de soorten van de Europese richtlijnen. Ruimtelijke ontwikkeling is een geldig belang voor een ontheffing (artikel 3.10.2 onderdeel a). Opzettelijk verstoren in algemene zin, wordt voor deze groep niet genoemd als verbod. De provincies kunnen voor deze lijst vrijstellingsbesluiten maken. Natuurnetwerk Nederland De Provincie Noord-Holland heeft een gebiedsaanpak voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze aanpak strekt tot de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden.

55

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

4.12.2 Onderzoek Door Sweco is een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd dat als is bijgevoegd bij deze toelichting (Bijlage 13). Op 3 januari 2022 is door een ecoloog een bezoek gebracht aan het plangebied. Ook heeft er bronnenonderzoek plaatsgevonden. Hierna wordt ingegaan op de bevindingen uit het onderzoek. 4.12.2.1

Gebiedsbescherming

Natura 2000 Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op een afstand van circa 7,4 kilometer. dit betreft Zwanenwater en Pettemerduinen. Licht, trillingen en geluid kan tot enkele honderden meters ver reiken. Effecten door externe werking zoals verstoring door geluid, licht, optische verstoring e.d. zijn dan ook - gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden - op voorhand uit te sluiten. Stikstofdepositie Natura 2000 Om te beoordelen wat de invloed is van de planontwikkeling op de omliggende Natura 2000-gebieden op het gebied van stikstofdepositie kan een Aeriusberekening worden uitgevoerd. Daarbij dient te worden nagegaan of ten gevolge van het plan significante negatieve effecten optreden in 1) stikstofgevoelige habitattypen en/of 2) stikstofgevoelige leefgebieden. Er is een stikstofonderzoek uitgevoerd waarvan de rapportage is bijgevoegd als Bijlage 15. Er zijn vijf Natura 2000-gebieden aanwezig in de buurt van het plangebied. De nabijgelegen Natura 2000-gebieden (met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden) zijn: 1. Zwanenwater & Pettemerduinen (circa 7,4 kilometer van plangebied) 2. Duinen Den Helder-Callantsoog (circa 8,7 kilometer van plangebied) 3. Schoorlse Duinen (circa 10,4 kilometer van plangebied) 4. Noordhollands Duinreservaat (circa 12,0 kilometer van plangebied) 5.

Waddenzee (circa 13,9 kilometer van plangebied) Uit de Aeriusberekening komt naar voren dat in de bouwfase en de gebruiksfase van de planontwikkeling geen toename van de stikstofdepositie >0,00 mol/ha/jaar in de omliggende Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in de gebruiksfase zijn daarmee op voorhand uit te sluiten. Voor de voorgenomen planontwikkeling is geen Wnb-vergunning benodigd voor het onderdeel stikstofdepositie. 4.12.2.2 Soortenbescherming Het hele plangebied is geschikt voor algemeen voorkomende soorten. Conform het beleid van de provincie dienen deze soorten te worden gemeld bij de Omgevingsdienst NHN voorafgaand aan de werkzaamheden. Vanuit het onderzoek werd extra aandacht gevraagd voor de rugstreeppad, kleine marters en vleermuizen. Overige beschermde soorten werden bij voorbaat niet verwacht. Rugstreeppadden Tijdens het veldbezoek van het verkennend natuuronderzoek bleek het plangebied niet te beschikken over geschikt voorplantingswater. De kans is aanwezig dat tijdens de

56

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

werkzaamheden (aanlegfase) tijdelijke plassen kunnen ontstaan welke geschikt voortplantingswateren kunnen vormen voor de rugstreeppad. Vanwege de aanwezigheid van de rugstreeppad op 4 kilometer afstand van het plangebied wordt geadviseerd om het plangebied ongeschikt te maken voor deze soort. Een werkwijze kan bijvoorbeeld zijn door het gebied af te rasteren. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van schermen van stevig plastic of worteldoek van 50 centimeter hoog, welke minimaal 10 centimeter is ingegraven in de grond. De voorzieningen die getroffen zijn om het gebied ontoegankelijk te maken, moeten zodanig geplaatst en beheerd worden dat ze hun functie ten allen tijden kunnen vervullen. Er moet regelmatig gecontroleerd worden op kieren en overhangende vegetatie. Een andere werkwijze kan bijvoorbeeld zijn om plasvorming te voorkomen door een verharde bouwweg aan te leggen en tijdelijk een goede afwatering te borgen (via greppels bijvoorbeeld). Indien maatregelen worden genomen met betrekking tot de rugstreeppad, is geen aanvullend soortenonderzoek nodig. Een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming met betrekking tot (beschermde) amfibieën en reptielen is niet nodig. Kleine marters en vleermuizen Uit het verkennend onderzoek is gebleken dat het plangebied mogelijk geschikt is voor kleine marters en vleermuizen. Daar is een aanvullend onderzoek voor uitgevoerd.

Dit onderzoek is bijgevoegd in Bijlage 14. De conclusies uit dat onderzoek luiden als volgt: Er zijn geen kleine marterachtigen in en rondom het plangebied Er is een essentiële vliegroute voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, watervleermuis en meervleermuis. Het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet nodig omdat het plan middels de volgende aanpassingen aansluit op het leefgebied van vleermuizen: • Aanleg natuurvriendelijke oever met rietkraag. • Aanleg bomen-struiken langs watergang. • Verstrooiing van straatverlichting voorkomen door afschermen lantaarnpalen. • Vleermuisvriendelijke verlichting bij aanlanding bruggen. In voorliggend bestemmingsplan wordt er met de vleermuisroute rekening gehouden door een strook langs de Breisloot aan te duiden waarmee maatregelen worden voorgeschreven ter voorkoming van lichthinder. NNN-gebied De voorgenomen werkzaamheden hebben geen effect op beschermde gebieden in het kader van het NNN. Er is geen nader veldonderzoek en/of effectonderzoek noodzakelijk. Tevens zijn er geen maatregelen nodig om effecten te voorkomen. Bijzonder Provinciaal Landschap en weidevogels Het plangebied is direct gelegen naast een gebied behorend tot een habitat voor weidevogels (Bijzonder Provinciaal Landschap). Dankzij de openheid rond de kerngebieden vormt BPL Schagen een ideale broedgelegenheid voor weidevogels.

Het aangewezen habitat voor weidevogels binnen het BPL bevinden zich voornamelijk ten noorden en oosten van de bebouwde kom van Schagen. Deze gebieden liggen daarom op een relatief grote afstand van het plangebied, De verstoringsafstand van gebouwen bedraagt ongeveer 175 meter (Kleijn et al., 2008). Het plangebied ligt op meer dan 200 meter afstand van deze gebieden. Zodoende kunnen effecten op een habitat voor weidevogels voor het voorgenomen plan worden uitgesloten. Er is geen nader veldonderzoek en/of effectonderzoek noodzakelijk. Tevens zijn er geen maatregelen nodig om effecten te

57

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

voorkomen. Wel wordt aangeraden om de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal 15 maart tot 15 augustus) plaats te laten vinden, zodat broedende vogels geen verstoring zullen ervaren. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaats vinden, dient het plangebied en directe omgeving (invloedsfeer van de werkzaamheden) door een ter zake kundig persoon gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels kort voorafgaand (uiterlijk een week) aan de werkzaamheden. Deze persoon bepaalt of en waar (op welke verstoringsafstand) werkzaamheden mogen worden uitgevoerd. Om de kans te verkleinen dat er vogels gaan broeden binnen het plangebied, kunnen eventueel vogelwerende (broedpreventie) maatregelen worden genomen. Gemeentelijk beleid De Gemeente Schagen heeft geen specifiek beleid opgesteld op het gebied van biodiversiteit. Gemeentelijk beleid is niet van toepassing. Het voorgenomen plan biedt kansen om de stedelijke biodiversiteit te versterken/vergroten. In het stedenbouwkundig ontwerp zijn brede groenstroken opgenomen waarbij kansen voor vergroting van de biodiversiteit aanwezig zijn. 4.12.3 Conclusie Het project heeft geen invloed op het meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden en andere gevoelige gebieden. Er kan in voldoende mate rekening worden gehouden met beschermde soorten.

De uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan wordt niet belemmerd door het aspect natuur.

4.13

Kabels en leidingen

Binnen het plangebied is aan de zuidzijde een waterleiding aanwezig. De leiding gaat worden verlegd. De leiding zal moeten worden gerealiseerd onder bestrating en kan niet onder huizen of particuliere gronden worden gelegd. Omdat binnen het bestemmingsplan wordt gewerkt met woonvelden waarvan de exacte stedenbouwkundige invulling op dit moment nog niet geheel vastligt, kan ook nog niet worden bepaald waar de leiding en dus dubbelbestemming in de toekomst moet komen te liggen. De bestaande leiding is planologisch vastgelegd binnen het bestemmingsplan dat voorligt op de verbeelding en in de regels via een dubbelbestemming. Er vindt nader overleg plaats met PWN.

4.14

Verkeer en parkeren

Voor de beoordeling van de uitvoerbaarheid op het aspect verkeer en parkeren is het van belang of de omliggende wegen de verkeersstromen kunnen verwerken en of er voldoende parkeergelegenheid kan worden gerealiseerd. 4.14.1 Beleidskader Verkeersaantrekkende werking Voor de berekening van de huidige verkeersgeneratie en de toekomstige verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 “Toekomstbestendig Parkeren”. Parkeren Voor de parkeerbehoefte van het onderhavige plan zijn in overleg met de gemeente

58

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

uitgangspunten bepaald voor de berekening van de parkeerbehoefte. In basis zijn de normen die gelden voor 'schil/overloopgebied' uit de Nota Parkeernormen Schagen 2016 genomen. Hierop is maatwerk toegepast door deelmobiliteit toe te passen bij de appartementencomplexen en een dynamische parkeerbalans toe te passen bij de sociale appartamenten. 4.14.2 Analyse Verkeersaantrekkende werking Om te voorkomen dat de hoeveelheid verkeer in de bestaande wijk Muggenburg dat is gelegen ten noorden van het plangebied te hoog wordt, is er in samenspraak met de provincie Noord-Holland besloten om geen ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer naar die wijk aan te leggen. Er kan alleen (brom)fietsverkeer richting die wijk. De hoofdontsluiting van de wijk gaat via de N245. Via de noordelijke wijk kan wel worden ontsloten i.v.m. calamiteiten. Ook worden de ontsluitingen op de Bonkelaarsdijk afgesloten voor gemotoriseerd verkeer maar zijn wel beschikbaar voor (brom)fietsers en als calamiteitenroute. Uitzondering hierop vormt één woonveld aan de westzijde van het plangebied. Hier zullen 12 woningen worden gerealiseerd. De verkeersintensiteit op de Bonkelaarsdijk blijft hiermee vrijwel hetzelfde en daarom worden geen problemen verwacht voor de afwikkeling of verkeersveiligheid. In de navolgende tabel is de verkeersgeneratie weergegeven dat als gevolg van de planontwikkeling wordt gerealiseerd.

Hierbij wordt uitgegaan van de maximale verkeerscijfers van de CROW.

Tabel 4-3: Overzicht verkeersgeneratie Uit de tabel volgt dat de planontwikkeling een verkeersgeneratie van maximaal ruim 5.100

59

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

motorvoertuigen per etmaal tot gevolg heeft. De meest recente verkeerstellingen (2022) wijzen uit dat er op een gemiddelde weekdag 15.302 motorvoertuigen in twee richtingen over de N245 reden. De toename van ruim 5.100 zal zich verdelen over beide rijrichtingen: een deel naar het zuiden en een deel naar het noorden. Gezien de bestaande hoeveelheid verkeersbewegingen op de N245 is de toename van 5.100 motorvoertuigen per etmaal aanvaardbaar. Wanneer we kijken naar de noordelijke kruising van de N245 met de Zuiderweg dan zien we dat er een opstelstrook voor linksaf en een voor rechtsaf aanwezig is met beide een lengte van 115 meter. Deze kruising is hiermee voldoende ingericht om het extra verkeer te kunnen verwerken. Naar het zuiden zien we eenzelfde kruising van de N245 met de Middenweg. Gezien de hoeveelheid verkeer dat wordt gegenereerd is op basis van een kruispuntberekening bepaald dat een verkeersregelinstallatie (VRI) de beste oplossing is om het verkeer van en naar het plangebied te leiden. Dit is passend in het beeld van de N245 waar de meeste kruispunten zijn ingericht met een VRI. Parkeren In Bijlage 1 bij de toelichting is het stedenbouwkundig plan opgenomen. In deze bijlage is de parkeerbalans voor het stedenbouwkundig plan opgenomen zoals dat op dit moment voor ligt.

Tevens zijn daar de normen opgenomen waaraan is getoetst en waaraan moet worden getoetst als het programma wijzigt. Via een verwijzing in artikel 18.5 van de bij dit bestemmingsplan behorende regels, zijn deze normen gekoppeld. Hiermee is ten alle tijde geborgd dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. 4.14.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de toename van de hoeveelheid verkeer naar verhouding acceptabel is en dat de N245 inclusief kruisingen voldoende is ingericht om een dergelijke toename te kunnen verwerken. Er worden parkeernormen voorgeschreven waarmee wordt gezorgd dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd.

4.15

Water

4.15.1 Beleidskader Nota Waterbeleid 21e eeuw Op basis van beleid dat voortkomt uit de nota 'Waterbeleid 21e eeuw' is een watertoetsproces ingesteld bij de ruimtelijke planvorming. Het watertoetsproces heeft tot doel om elkaar vroegtijdig te informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van het belang van water en dit in ruimtelijke plannen gestalte te geven. Een watertoetsproces leidt onder andere tot een waterparagraaf in het plan. De diepgang van de watertoets en de inhoud van de waterparagraaf kan verschillen naar de aard van de planvorming. De watertoets moet er voor gaan zorgen dat er bij de inrichting van ons land bewust rekening wordt gehouden met water. De waterbeheerder en initiatiefnemer nemen daarvoor samen de waterhuishoudkundige doelstellingen zichtbaar en evenwichtig mee bij alle ruimtelijke plannen of ingrepen. Naast de in de toelichting genoemde Watertoets is er in de Nota 'Waterbeleid 21e eeuw' (Commissie Tielrooij, 2000) het principe van 'Vasthouden - Bergen - Afvoeren' als ordeningsprincipes geïntroduceerd. Dit is bedoeld om het watersysteem op een duurzame en robuuste manier in te richten, teneinde de burgers een prettige en veilige leefomgeving

60

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

te bieden. Nationaal Waterplan 2016-2021 In het Nationale Waterplan staan vijf ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Het kabinet kiest voor een grotere inzet op verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder wil het kabinet dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht, dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. Tot slot wil het kabinet dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. Water en ruimtelijke ordening zijn dus steeds meer met elkaar verweven. In het verleden werd water vooral geplooid naar de wensen van inrichters en gebruikers. Steeds vaker verschijnt waterproblematiek in de actualiteit. De hoogwatersituaties van de afgelopen jaren, maar ook verdrogingsverschijnselen, hebben aangetoond dat water een belangrijk aspect is bij ruimtelijke ordening.

Daarom moet men water beter inbedden in ruimtelijke plannen. Ook vraagt klimaatverandering om ruimtelijke aanpassingen. Denk hierbij aan zeespiegelstijging, hogere afvoeren van rivieren en hevige regenbuien en perioden van droogte. Het wateraspect moet men zo vroeg mogelijk betrekken bij ruimtelijke planvorming. In structuurvisies en bestemmingsplannen staat de wettelijke verplichting om de gevolgen voor water af te wegen via de watertoets. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten planners rekening houden met waterhuishoudkundige eisen op korte en lange termijn. Het proces van de watertoets voorziet erin dat rekening wordt gehouden met de eisen zoals die vanuit het waterbeheer worden gesteld. Dit is niet alleen van belang voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem. Het is ook belangrijk om zoveel mogelijk te voorkomen dat er problemen met water ontstaan nadat men heeft gebouwd. Tenslotte moet men in de waterparagraaf van zowel structuurvisies, bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen verantwoorden hoe het plan rekening houdt met: waterkwantiteit, waterkwaliteit, oppervlaktewater, grondwater, afvalwater en de landschappelijke aspecten van water.

Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin

61

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. 4.15.2 Analyse In het kader van dit bestemmingsplan en toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen is overleg gepleegd met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Er is een watertoets opgesteld die is bijgevoegd als Bijlage 16. Watercompensatie De waterhuishouding in het plangebied verandert in de toekomstige situatie. Het verhard oppervlak binnen het plangebied neemt toe (straten, daken) en dient gecompenseerd te worden in de vorm van open water. Ook zal er demping van oppervlaktewater plaatsvinden. In het huidige schetsontwerp is er tevens een toename van nieuw oppervlaktewater gerealiseerd. Bij (een toename van) verhard oppervlak wordt het regenwater snel(ler) afgevoerd, waardoor de werking van het ontvangende oppervlaktewatersysteem negatief kan worden beïnvloed met snellere en hogere peilstijgingen en afvoer. Om een goed functionerend watersysteem te garanderen en te behouden bij nieuwe ontwikkelingen is er een compensatieplicht voor de toename van het verhard oppervlak. Voor dit plan geldt een maatwerkberekening. Conform de richtlijnen van HHNK is de minimale hoeveelheid compensatie water bepaald.

Na afstemming met HHNK is het compensatiepercentage als volgt. Op basis van een gemiddelde maaiveldhoogte van circa NAP -0,5 m, drooglegging van 0,65 m, gemaalcapaciteit, grondslag zandig is het compensatiepercentage 14% om het gebied waterneutraal te ontwikkelen en een achteruitgang te voorkomen. Uit de berekeningen komt naar voeren dat de totale watercompensatie 19.001 m2 bedraagt. Aangezien er zoveel mogelijk de bestaande historische verkaveling wordt gehandhaafd wordt er beperkt water gegraven. Op basis van deze beschouwing is er in het schetsontwerp een tekort aan compensatie in de vorm van open water van 11.084 m 2. De huidige slotenstructuur wordt zoveel mogelijk gehandhaafd. Dit is een cultuurhistorisch uitgangspunt van de planontwikkeling. In overleg met HHNK en de gemeente Schagen wordt de resterende netto wateropgave daarom op een andere manier geborgd binnen de planontwikkeling. Resterende wateropgave De resterende wateropgave kan op een aantal manieren worden verwerkt. Deze zijn 1. Plasdraszones 2. Waterbergende funderingen onder parkeerhoven en onder wegen. 3. Wadi's in groenstroken. Bij piekbuien (69 mm) is er voldoende waterberging aanwezig om deze hoeveelheid neerslag te bergen conform het Convenant 'Klimaatbestendige nieuwbouw'. Riolering en hemelwater Voor het plan wordt een 100% gescheiden stelsel aangelegd.

Voor de afvoer van het hemelwater van verhard oppervlak (daken en wegen) geldt dat deze wordt afgevoerd

62

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

richting de aanwezige wadi’s en/of waterbergende fundering. Belangrijk is dat deze afvoer zoveel mogelijk over het oppervlak dient te geschieden. Vanuit deze alternatieve waterbergingen infiltreert het water naar de onderliggende drainerende zandlaag alwaar het wordt afgevoerd naar het open water of het dieper grondwater. Het nationaal beleid (drietrapsstrategie) van water vasthouden, bergen, en afvoeren wordt daarbij gewaarborgd. Het vuilwater (DWA) wordt via een nieuw te leggen drukpersleiding aan de westzijde van het plangebied (langszij de provinciale weg) richting het noorden afgevoerd. Nabij het knooppunt van de Westerweg en de Havenstraat wordt het aangesloten op het rioolgemaal van HHNK. Om dit te realiseren dient er een rioolgemaal (of meerdere gemalen) te worden geplaatst in het plangebied. 4.15.3 Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Er wordt voldoende (alternatieve) waterberging gerealiseerd om de verhardingstoename te compenseren en voor het overige voldoet het ontwerp ook aan de eisen van het HHNK.

4.16

Trilingshinder

4.16.1 Inleiding Het plan is gelegen langs een spoorlijn en daarom is de beoordeling van trillingshinder op de woningen van belang. Voor de beoordeling van trillingen is in Nederland geen wetgeving van toepassing. Wel heeft de SBR (Stichting Bouwresearch) richtlijnen uitgebracht op het gebied van trillingen (meet- en beoordelingsrichtlijnen). Dit zijn landelijk geaccepteerde richtlijnen voor het meten en beoordelen van trillingen in gebouwen. 4.16.2 Beschouwing In het kader van de ontwikkeling is een trillingshinderonderzoek uitgevoerd omdat het plangebied op korte afstand tot spoorlijn Alkmaar-Den Helder ligt. Het onderzoek is toegevoegd als Bijlage 17. Er zijn verkennende trillingsmetingen uitgevoerd op diverse punten langs het spoor waar dit plan nieuwe woningen mogelijk maakt. Aan de hand hiervan is een trillingsprognose opgesteld. Deze is vervolgens getoetst aan de trillingsrichtlijn SBR-B. De streefwaarden in de richtlijn staan in de tabel hieronder. Tabel 4-4: SRB-B streefwaarden continue en herhaald voorkomende trillingen, nieuwe situaties

Nieuwe woonbebouwing, nabij weg of spoorlijn, voldoet aan de SBR-B als de maximale effectieve trillingssterkte Vmax kleiner is dan 0,2 (nacht) en de gemiddelde trillingssterkte Vper niet hoger is dan 0,05. Als Vmax kleiner is dan 0,1, komt de toetsing van de Vper te vervallen. Er zijn in totaal 15 meetpunten geplaatst. Tijdens de uitgevoerde trillingsmetingen op de

63

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

kavel(s) van het plan zijn maar weinig goederentreinen waargenomen. Deze komen maar af en toe voor en meestal gaat het om werktreinen (spooronderhoud). Voor het bouwplan zijn nagenoeg uitsluitend intercitytreinen van belang, die met hoge snelheid de kavel(s) passeren. De hoogste trillingen zijn daarbij afkomstig van het westelijke spoor (zuidwaartse treinen) dat het dichtst bij plan ligt. De invloed van reizigerstreinen is beperkt tot ongeveer 45 meter afstand van het spoor. Op meer dan 45 meter afstand kan in grondgebonden woningen worden voldaan aan de SBR-B trillings-richtlijn. Daarbinnen bestaat er voor bebouwing op ten minste 30 meter afstand van het spoor een risico op lichte overschrijding van de streefwaarde A2 van 0,2 in de nachtperiode. De streefwaarde A3, die geldt voor de trillingssterkte Vper, wordt niet overschreden. Vanwege het beperkte aantal treinen dat licht voelbare trillingen opwekt, is de Vper zeer laag te noemen en in woningen op meer dan 45 meter afstand van het spoor zelfs verwaarloosbaar. Gezien de verwachte beperkte overschrijding is het mogelijk om grondgebonden woningen in de zone van 30 tot 45 meter van het spoor te ontwikkelen, mits gelet wordt op het voorkomen van resonantie van woningvloeren door deze wat stijver uit te voeren.

De eenvoudigste maatregel is om in deze zone woningen met een beperkte beukmaat te bouwen van ongeveer 5,5 meter of minder. Deze beperkte vloeroverspanning resulteert in een stijvere vloer met hogere buig-eigenfrequentie. Zo nodig kan aanvullend de vloerdikte licht verhoogd worden. Een andere optie om de trillingsrisico’s te beperken, is het vergroten van bouwmassa. Voor de zone van 30 tot 45 meter van het spoor is het realiseren van appartementen met een bouwhoogte van ten minste vier lagen (drie verdiepingen) te adviseren. Met inachtneming van bovenstaande maatregelen is het overal in het plan Muggenburg Zuid mogelijk te voldoen aan de trillingsrichtlijn en qua trillingen een goed woon- en leefklimaat te bereiken. Dit is als voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen. 4.16.3 Conclusie Met het toepassen van de voorwaardelijke verplichting om te voldoen aan de streefwaarden van de SBR richtlijn is er geen trillingshinder te verwachten in dit plan. Daarmee is het plan in het kader van trillingshinder uitvoerbaar.

4.17

Slagschaduw

4.17.1 Inleiding Door de gestelde randvoorwaarden in milieuregelgeving worden omwonenden beschermd tegen overmatige hinder als gevolg van slagschaduw. Voor windturbines is dit geregeld in artikel 3.14, vierde lid Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm). Daarin wordt voor wat betreft het voorkomen of beperken van slagschaduw aangegeven dat de voorgeschreven maatregelen in de Activiteitenregeling moeten worden toegepast. Artikel 3.12 Activiteitenregeling milieubeheer (Arm) stelt dat een turbine moet zijn voorzien van een stilstandvoorziening, indien slagschaduw optreedt op gevoelige objecten voor zover de afstand tussen de turbine en het gevoelige object minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt en gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kan optreden.

64

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

In de praktijk blijkt deze norm niet werkbaar. Daarom is deze vertaald naar een norm van 5 uur en 40 minuten slagschaduw per jaar. Dit is 17 maal 20 minuten. Daarmee is dit de strengst mogelijke interpretatie van de in het artikel genoemde norm. 4.17.2 Onderzoek Ten behoeve van deze ontwikkeling is een slagschaduwonderzoek uitgevoerd waarvan de rapportage is bijgevoegd als Bijlage 18. Voor het onderzoek zijn slagschaduwberekeningen uitgevoerd met de slagschaduwmodule van Windpro. In het model is de positie van de windturbine ingevoerd. Daarmee is het absolute invloedsgebied van slagschaduw bepaald, waarbij de in Nederland gebruikelijke minimale zonnestand van 5 graden is gehanteerd. De resultaten zijn gepresenteerd voor de realistische situatie. Hierbij is rekening gehouden met de verwachte hoeveelheid zonneschijn, de gemiddelde windrichting en de hoeveelheid draaiuren per jaar. Uit het onderzoek komt naar voren dat binnen voorliggend plangebied slagschaduw wordt ervaren, maar dat overal binnen het plangebied wordt voldaan aan de eis van maximaal 5 uur en 40 minuten. 4.17.3 Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat bij de geprojecteerde bebouwingsvlakken in het plangebied wordt voldaan aan de normstelling voor slagschaduw. Daarmee is voor dit aspect sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de geprojecteerde woningen.

De windturbine ondervindt ook geen beperkingen als gevolg van de woonontwikkeling Muggenburg Zuid. Het bestemmingsplan is op het aspect slagschaduw uitvoerbaar.

4.18

Bezonning

Wanneer een ruimtelijk plan wordt gerealiseerd kan het betekenen dat nieuwbouw schaduw veroorzaakt op bestaande percelen. Er is geen wet- en regelgeving voor bezonning. Wel bestaat er een TNO-norm die kan worden toegepast. Bij toepassing van de lichte TNO-norm moeten er ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag zijn in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden ) in het midden van de vensterbank aan de binnenkant van een raam. 4.18.1 Onderzoek

65

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

Er is een bezonningsstudie uitgevoerd naar het bestaande woonperceel op Muggenburgerweg 1. Uit de bezonningsstudie volgt dat de gevels die in de bestaande situatie zon ontvangen, na realisatie van de nieuwe bebouwing nog steeds ten minste aan de lichte TNO-norm voldoen. De schaduwval van de nieuwbouw bereikt het merendeel van het jaar de woning niet. Alleen in de winter bereikt de schaduw van het zuidelijke blok de woning vanaf halverwege de middag. Dit is alleen aan de orde vanaf de tweede helft van november tot en met eind januari. In deze periode gaat de zon aan het einde van de middag al onder en daarom is de afname aan zon in deze winterperiode beperkt. Daarnaast bereikt de schaduw van het noordelijke blok de kavel in de zomertijd vanaf ongeveer 20:00 uur. Zoals eerder gesteld wordt daarmee nog steeds ruim voldaan aan de lichte TNO-norm.

66

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

De gemeente mag op basis van de Wet ruimtelijke ordening alleen meewerken aan planontwikkelingen die haalbaar en uitvoerbaar zijn. Ingevolge artikel 3.1.6 Bro dient de toelichting van een bestemmingsplan inzichten te bevatten over de uitvoerbaarheid van een plan.

5.1

Privaatrechtelijke uitvoerbaarheid

Er worden tussen de gemeente en ontwikkelende partij afspraken gemaakt over levering van de gronden.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van afdeling 6.4 van de Wro geldt voor de gemeente de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Bro. Het Bro stelt kostenverhaal verplicht in geval er sprake is van de bouw van één of meer woningen. Omdat er in voorliggend geval woningen worden gerealiseerd geldt er dus een verplichting tot kostenverhaal. Het overgrote deel van de grond is in eigendom van BPD. Een klein deel is van de gemeente en HHNK. Het deel van de gemeente wordt marktconform aan BPD verkocht. De gronden van HHNK blijven daar in eigendom. Daarbij zal HHNK na realisatie het water binnen het plangebied in eigendom krijgen. De kosten zijn voor rekening van BPD. Uitzondering hierop vormt de basisschool. Deze deelontwikkeling is voor rekening van de gemeente. De school wordt in de kadernota van 2025 opgenomen. Voor het kostenverhaal zal een anterieure overeenkomst worden gesloten. Alle afspraken die worden gemaakt betreffende kosten, planning, woningbouwprogramma, bijdrage in bovenwijkse voorzieningen, etcetera, worden opgenomen in de anterieure overeenkomst. Op deze manier zijn de kosten anderszins verzekerd en hoeft er geen exploitatieplan te worden opgesteld. De grondexploitatie is verder aan BPD, welke hiervoor voldoende middelen beschikbaar heeft. Het plan is gelet op voorstaande financieel uitvoerbaar.

5.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.3.1

Algemeen

In deze paragraaf wordt ingegaan op het draagvlak dat in de maatschappij en bij andere (overheids-) instanties leeft voor de ontwikkeling. Tijdens het proces van gebiedsontwikkeling moet er inzicht komen in het draagvlak voor een planontwikkeling. Dit betekent niet dat altijd iedereen tevreden is te stemmen. Bij het tegen elkaar afwegen van de diverse belangen kan het altijd mogelijk zijn dat één belang minder gewicht wordt toegekend dan het ander.

67

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

5.3.2

Communicatie

Er heeft participatie met de omgeving plaatsgevonden voor het woningbouwplan Muggenburg Zuid. Een actieve groep bewoners/omwonenden werden actief betrokken bij de totstandkoming van het plan. Vele individuele gesprekken werden gevoerd om de zorgen van omwonenden te beluisteren en hun wensen te integreren in het plan. Een belangrijk aspect van het participatieproces was de organisatie van een informatie- en participatieavond, waar alle belanghebbenden de gelegenheid kregen om hun standpunten en ideeën te delen. Deze bijeenkomst bood een platform voor open discussies en het verzamelen van waardevolle input. Door zorgvuldig te luisteren naar de gemeenschap en in te spelen op individuele behoeften, wordt er met het bestemmingsplan bestreefd naar een weerspiegeling van de diverse belangen die in Muggenburg Zuid spelen. De verkregen feedback wordt zorgvuldig geanalyseerd en overwogen bij de verdere ontwikkeling van het plan, waarbij wordt nagegaan welke punten daadwerkelijk kunnen worden geïntegreerd om een evenwichtig en gedragen resultaat te bereiken. 5.3.3

Overleg ingevolge artikel 3.1.1 Bro

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat een bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een ruimtelijk plan, daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Artikel 3.1.6 Bro bepaalt daarnaast dat in de toelichting de uitkomsten van dit overleg worden beschreven. Gedurende het vooroverleg zijn vooroverlegreacties ontvangen van Prorail, PWN, Liander, de gemeente Hollands Kroon en Rijkswaterstaat. Liander, Hollands Kroon en Rijkswaterstaat hebben aangegeven geen opmerkingen te hebben. De vooroverlegreacties van Prorail en PWN worden hierna beschreven en voorzien van een beantwoording. ProRail 1. ProRail leest in het voorontwerp bestemmingsplan dat er niets wordt gewijzigd aan het peilbesluit en de hoogte van het water. Tevens blijft men van de sloten langs de baan af. ProRail vraagt zich af wat er met het peil tijdens de bouw gebeurt en wat het effect daarvan is op het spoor. Reactie gemeente: Er wordt in overleg getreden over de effecten van de bouw op het waterpeil. 2. ProRail vraagt zich af wat het effect is van de wijk op de spoorwegovergang.

Meer woningen betekent ook meer verkeer dat via de Bonkelaarsdijk richting de N241 zou kunnen gaan. Dit kan effecten hebben op de overwegveiligheid. Reactie gemeente: Door het afsluiten van de ontsluitingswegen vanuit het plangebied op de Bonkelaarsdijk, zodat alleen langzaamverkeer en calamiteitenverkeer over de Bonkelaarsdijk het plangebied in en uit kan wordt een grote verkeerstoename voorkomen. Uitzondering hierop vormt één woonveld waar circa 12 woningen worden gerealiseerd. De verkeersgeneratie als gevolg van deze 12 woningen wordt als niet significant beschouwd met betrekking tot de overwegveiligheid. 3. Binnen het plangebied zijn percelen van ProRail aanwezig. ProRail merkt op dat deze eigendommen zonder toestemming van ProRail niet mogen worden gebruikt. De percelen van ProRail, alsmede de spoorbaan, dienen door ProRail, haar aannemers of

68

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

hulpdiensten te allen tijde onbelemmerd toegankelijk te zijn en te blijven met het materieel dat ook momenteel wordt gebruikt voor het uitvoeren van werkzaamheden en in het geval van calamiteiten. ProRail verzoekt tevens alle percelen van ProRail te voorzien van de bestemming "(Verkeer -) Railverkeer". Reactie gemeente: Alle eigendommen van ProRail zijn bestemd als Verkeer - Railverkeer. Bovendien zijn de eigendommen van ProRail geen eigendom van de voorliggende planvorming. De gronden die eigendom zijn van ProRail krijgen een bestemming conform de bestaande actuele bestemmingen voor het spoor in Schagen. 4. Er zijn hogere waarden benodigd als gevolg van de geluidsbelasting afkomstig van de weg en het spoor. ProRail verzoekt de gemeente nader te motiveren dat er in het kader van een goede ruimtelijke ordening sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat Reactie gemeente: Voor de afweging omtrent het woon- en leefklimaat wordt verwezen naar paragraaf 4.9.5 van deze toelichting. Voorts wordt er in het hogere waardenbesluit ook ingegaan op het woon- en leefklimaat. PWN Ter veiligstelling van de in het plan te leggen c.q. aanwezige leidingen verzoekt PWN die voorwaarden in acht te nemen die openbare nutsbedrijven moeten stellen om hun taak in het algemeen belang te kunnen uitoefenen.

Een zeer belangrijke voorwaarde is die van het beschikbaar stellen van voldoende ruimte in openbare grond voor het ondergronds verkeer. Deze ruimte dient vrij te zijn van bomen en stekelige beplanting, terwijl de overige beplanting van dien aard dient te zijn dat het leidingnet te allen tijde goed bereikbaar blijft. Ingeval de leidingstrook voorzien wordt van verharding, dient deze verharding 'open' te zijn. Tevens dient het leidingtracé vrij te blijven van opslag e.d.. In dit kader wijst PWN op de Nederlandse norm NEN 7171-1 en de praktijkrichtlijn NPR 7171-2. Onderdeel hiervan vormt een standaard dwarsprofiel voor een woonstraat en een industriegebied. Het PWN-distributienet ten behoeve van de te realiseren nieuwbouw wordt ontworpen op de drinkwatervraag. Vervolgens wordt in overleg met de brandweer (gemeente) bestudeerd of het verzoek om bluswater (op de diverse locaties in het plan) in het ontwerp kan worden ingepast. In de gevallen dat dit niet kan worden gehonoreerd, dient de brandweer (gemeente) naar een alternatieve bluswatervoorziening uit te zien. PWN attendert de gemeente erop dat alternatieven, naar inschatting van PWN, in een zeer vroeg stadium ontwikkeld dienen te worden zodat er voldoende financiële middelen voor vrijgemaakt kunnen worden. PWN vraagt eveneens aandacht voor het standaarddocument VANN.

Dit document is door de nutsbedrijven in Noord-Holland opgesteld ten behoeve van de aanleg van voorzieningen in nieuwbouwgebieden. Dit document is op te vragen bij ons bedrijf. In het belang van de volksgezondheid mogen de in het plan gelegen gronden geen gevaarlijke stoffen bevatten, die na leidingaanleg in het drinkwater terecht kunnen komen. Zonder uw tegenbericht neemt PWN aan dat in het onderhavige plan geen vervuilde gronden aanwezig zijn. PWN verzoekt de gemeente om in overleg te treden. Reactie gemeente: In voorliggend plan is een waterleiding aanwezig. Deze zal zo goed als zeker worden verlegd ten behoeve van de woningbouw. Onduidelijk is waar de waterleiding

69

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

exact zal komen te liggen, omdat ook nog niet duidelijk is waar de woningen worden gerealiseerd. De waterleiding zal in de openbare ruimte worden gerealiseerd, vrij van bebouwing, bomen en andere obstakels. Er is een dubbelbestemming opgenomen ter bescherming van de waterleiding. Er is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor een andere situering van de waterleiding. Wij zullen in overleg treden met PWN om te bespreken hoe we het beste met de onduidelijkheid over de toekomstige ligging kunnen omgaan. Ook zullen de bluswatervoorzieningen worden besproken. Het document VANN wordt ter harte genomen en er is middels bodemonderzoek aangetoond dat er geen zware vervuiling in het gebied aanwezig is. Verwezen wordt naar het vooronderzoek bodem dat is opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting. 5.3.4

Overleg ingevolge artikel 3.8 Wro

Artikel 3:8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Deze afdeling bevat bepalingen rond de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Het ontwerp van dit bestemmingsplan ter inzage gelegen van 29 december 2023 tot en met 8 februari 2024. De kennisgeving is gepubliceerd via www.overheid.nl. Er zijn enkele zienswijzen binnengekomen. In de nota van zienswijzen, behorende bij het raadsbesluit, wordt op deze zienswijzen ingegaan. Deze hebben wel geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. Voor de aanpassingen wordt verwezen naar de nota van zienswijzen zoals opgenomen in Bijlage 20.

70

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

Hoofdstuk 6

Juridische planbeschrijving

Dit hoofdstuk bevat de toelichting op de gekozen planvorm, die van een gedetailleerd bestemmingsplan. Tevens geeft het inzicht in de overwegingen die aan de juridische regeling ten grondslag hebben gelegen.

6.1

Planvorm

Het onderhavige plan voorziet in een actueel en adequaat juridisch kader voor ontwikkeling en beheer van het plangebied. Het is een plan op basis van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Gezien de gewenste flexibiliteit is gekozen voor woonvelden waarbinnen woningen met bijbehorende erven, (ontsluitings)wegen, water, parkeervoorzieningen, etcetera mogelijk zijn. De hoeveelheid woningen zijn bijvoorbeeld wel beperkt en ook is de maximale gooten bouwhoogte voorgeschreven. Ook is de hoofdontsluiting richting de N245 en de Bonkelaarsdijk vastgelegd via een verkeersbestemming. Deze ligt vast. Ook het historische water ligt vast via een waterbestemming met cultuurhistorische dubbelbestemming. De terpen zijn tevens bestemd, net als de Muggenburgerweg die van oost naar west door het plangebied ligt. Kortom: binnen de woonvelden is veel flexibiliteit mogelijk, maar daar buiten is minder ruimte om zorg te dragen voor de cultuurhistorische context. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het direct mogelijk is om met het bijbehorende renvooi (verklaring van de bestemmingen) te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied gegeven zijn.

In de bijbehorende voorschriften zijn de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de gebruiksbepalingen alsmede de eventuele afwijkingsmogelijkheden te vinden. Voor een goede ruimtelijke ordening is het noodzakelijk dat de in het bestemmingsplan gestelde regels zodanig zijn opgesteld dat deze (goed) te handhaven zijn. Het gemeentebestuur is van oordeel dat de regels in het onderhavige plan voldoen aan deze eis.

6.2

Bestemmingsregeling

Artikel 1 Begrippen In dit artikel wordt een aantal begrippen verklaard die in de regels zijn gebruikt. Hiermee wordt voorkomen dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten Hier is bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering moet worden gelezen en hoe maten het plan gemeten moeten worden. Artikel 3 Groen De grote eenheden groen met een structurerende functie en kleinere op zichzelf staande groeneenheden die belangrijk zijn voor de woonkwaliteit en waar flexibiliteit bij de inrichting van de openbare ruimte minder noodzakelijk is, zijn bestemd voor Groen. Binnen de

71

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

bestemming Groen is een beperkt aantal gebruiksvormen toegestaan, zoals groen, wegen, voet- en fietspaden, water, nutsvoorzieningen en kunstwerken. Vanwege de flexibiliteit in de woongebieden is nog niet vast te leggen waar de wegen/woonstraten komen die de woonvelden moeten ontsluiten. Op deze manier is de flexibiliteit mogelijk. Er mogen binnen deze bestemming in principe slechts bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Artikel 4 Maatschappelijk Binnen deze bestemming is uitsluitend een basisschool toegelaten tot een bvo van 1.500 m 2. Het bijbehorende schoolplein is voorgeschreven middels een functieaanduiding. Hiermee wordt voldoende afstand tot omliggende woningen gerealiseerd ten behoeve van een goed woon- en leefklimaat. Er zijn beperkt bijbehorende bouwwerken mogelijk ten behoeve van opslag van speelvoorzieningen etc. Artikel 5 Tuin Deze bestemming regelt het gebruik van gronden behorende bij woningen. Er zijn geen bebouwingsmogelijkheden voor gebouwen. Artikel 6 Verkeer De hoofdontsluitingswegen voor de woonvelden hebben de bestemming 'Verkeer' gekregen. Gebouwen zijn niet toegelaten, maar bouwwerken ten behoeve van bijvoorbeeld kunstwerken of openbare nutsvoorzieningen wel. Deze bestemming regelt dat bepaalde delen van wegen bedoeld zijn als ontsluiting voor autoverkeer en ander gemotoriseerd verkeer.

Er is tevens een aanduiding 'calamiteitenroute' opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding is de weg uitsluitend bedoeld als calamiteitenroute en ten behoeve van langzaam verkeer (fiets- en bromverkeer). Artikel 7 Verkeer - Railverkeer Deze bestemming is bedoeld voor de gronden op en rond de spoorlijn. De bestemming sluit aan bij aangrenzende bestaande spoorbestemmingen in andere bestemmingsplannen. Artikel 8 Water De in het plangebied aanwezige gronden die zijn aangewezen voor water zijn bestemd voor de waterhuishouding, met de daarbij behorende oevers. Dit water mag in principe niet worden gedempt of vergraven. Voor bouwwerken of werkzaamheden langs, in, of op het water dient een watervergunning bij het Hoogheemraadschap aangevraagd te worden. Voor de maximale afmetingen van steigers (max. 6 meter breed, max. 1 meter het water in) is aansluiting gezocht bij de regels die de Keur van het Hoogheemraadschap daarover stelt. Op deze wijze ontstaan er geen verschillen in regelgeving. Artikel 9 Wonen Er is een bestaande woning aanwezig aan de oostzijde, langs het spoor. Deze heeft een woonbestemming gekregen waarmee de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn vastgelegd. Artikel 10 Woongebied De gebieden waar de woningen worden gerealiseerd hebben de bestemming 'Woongebied'. Voor de gehele bestemming 'Woongebied' geldt dat maximaal 750 woningen gebouwd mogen worden.

De mogelijkheid voor het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis en/of een bed &

72

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

breakfast is overeenkomstig het gemeentelijk beleid opgenomen. De maximale goot- en bouwhoogte bedraagt respectievelijk 7 en 12 meter. In afwijking hierop zijn met specifieke bouwaanduidingen andere hoogtes mogelijk gemaakt. Langs het spoor zijn bijvoorbeeld grotere bouwhoogtes mogelijk in verband met de appartementengebouwen. Aan de westzijde van het plangebied zijn twee woonvelden opgenomen waar ook afwijkende hoogtes zijn toegestaan. Tevens is een specifieke gebruiksregel opgenomen waarmee wordt geborgd dat minimaal 40% van alle woningen binnen deze bestemming in de sociale koop- of huursector wordt gerealiseerd. De doelgroepenverordening moet in samenhang worden gelezen. Artikel 11 Leiding - Water Ten behoeve van de waterleiding die door het gebied loopt is een beschermende dubbelbestemming opgenomen. De bestemming geeft aan het bevoegd gezag de mogelijkheid om binnenplans af te wijken ten behoeve van een andere locatie van de leiding. Voorwaarde hierbij is wel dat de belangen van de waterleiding niet worden geschaad en overleg wordt gepleegd met de beheerder (PWN). Het is namelijk van belang dat de leiding onder openbaar gebied ligt, zonder bebouwing, bomen etc. en goed bereikbaar is. Artikel 12 Waarde - Archeologie 1, Waarde - Archeologie 2 en Waarde - Archeologie 3 Op basis van de gemeentelijke beleidskaart Archeologie archeologische gebieden onderscheiden en bestemd.

zijn

drie

verschillende

Artikel 15 Waarde - Archeologisch Rijksmonument Er is één terp binnen het plangebied aanwezig die is aangewezen als archeologisch rijksmonument. Hiervoor is een separate regeling opgenomen. Artikel 16 Waarde - Cultuurhistorie De cultuurhistorisch waardevolle aspecten binnen het plangebied zijn vastgelegd middens deze dubbelbestemming. Het gaat hier om aspecten die voortkomen uit de bij de toelichting behorende cultuurhistorische analyse. Het betreft de terpen binnen het plangebied, de Muggenburgerweg en de historische sloten die behouden blijven. Hiermee wordt voorkomen dat er wijzigingen kunnen worden aangebracht aan deze aspecten. Indien er wijzigingen nodig zijn dient daarvoor een omgevingsvergunning te worden verleend. Algemene regels Artikel 17 Anti-dubbeltelregel Het doel van deze bepaling is te voorkomen dat grond die al in aanmerking is genomen of betrokken is bij het verlenen van een vergunning niet nog een keer wordt betrokken bij een aanvraag om omgevingsvergunning. Hierdoor wordt voorkomen dat met gebruikmaking van privaatrechtelijke overeenkomsten, de publiekrechtelijke regels worden ondergraven. Artikel 18 Algemene bouwregels In dit artikel worden regels gegeven voor bouwwerken die op twee of meer bestemmingen van toepassing zijn. Bij het bouwen moet in principe op eigen terrein gezorgd worden voor voldoende parkeerplaatsen.

Hiervoor wordt verwezen naar Parkeernota 2016 van de

73

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

gemeente Schagen. Artikel 19 Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksbepaling is opgenomen wat onder verboden gebruik van de gronden wordt verstaan. Artikel 20 Algemene aanduidingsregels Er is een gebiedsaanduiding opgenomen voor de geurzone die is opgenomen aan de zuidoostzijde van het plangebied. Geurgevoelige objecten zijn in de basis niet toegestaan. Ook zijn er gebiedsaanduidingen opgenomen voor de zone langs het spoor in verband met trillingshinder. De zones zorgen ervoor dat trillingshinder binnen woningen en woongebouwen wordt voorkomen. Ook is een gebiedsaanduiding opgenomen die regelt dat binnen het zuidoostelijke woongebied twee oost-west gerichte watergangen moeten worden gerealiseerd. Vanuit het oogpunt van watercompensatie zijn de watergangen nodig, alleen liggen de watergangen qua situering nog niet vast. Woningen mogen pas in gebruik worden genomen wanneer deze watergangen zijn gerealiseerd en in stand worden gelaten. De Breisloot die grenst aan de noordzijde van het plangebied is een vliegroute voor vleermuizen. Middels een gebiedsaanduiding is geregeld dat er maatregelen moeten worden genomen ten behoeve van het voorkomen van lichthinder op de vleermuisroute.

Artikel 21 Algemene afwijkingsregels Dit artikel geeft een regeling voor het geval dit voor een betere technische realisering van bouwwerken dan wel in verband met de werkelijke toestand van het terrein noodzakelijk is. Deze afwijkingsregel dient bij uitzondering te worden toegepast. De noodzaak om van de bestemmingsregeling af te wijken dient te worden aangetoond. Artikel 22 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit in werking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen. Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit in werking treedt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig worden afgeweken tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan.

74

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

Eindnoten

1. ABRvS 20 januari 2016; ECLI:NL:RVS:2016:125

75

Contactgegevens Bezoekadres:

Laan 19 1741 EA Schagen Postadres:

Postbus 8 1740 AA Schagen Tel.: (0224) 210 400 Fax: (0224) 210 455 E-mail: postbus8@schagen.nl Internet: www.schagen.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14867171/1