CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Toelichting

Gemeenteraad 24 september 2024, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Muggenburg Zuid25.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Toelichting

Muggenburg Zuid Vastgesteld

Bestemmingsplan Toelichting

Muggenburg Zuid Vastgesteld

Fase: ontwerp Datum:

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

6

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Beschrijving ontwikkeling

10

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

14

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Milieu-effectrapportage 4.2 Milieuzonering 4.3 Archeologie 4.4 Cultuurhistorische waarden 4.5 Bodemkwaliteit 4.6 Gebruik gewasbeschermingsmiddelen 4.7 Klimaatadaptatie 4.8 Externe veiligheid 4.9 Geluid 4.10 Geur 4.11 Luchtkwaliteit 4.12 Natuurwaarden 4.13 Kabels en leidingen 4.14 Verkeer en parkeren 4.15 Water 4.16 Trilingshinder 4.17 Slagschaduw 4.18 Bezonning

29

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Privaatrechtelijke uitvoerbaarheid 5.2 Economische uitvoerbaarheid 5.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

67

Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving 6.1 Planvorm 6.2 Bestemmingsregeling

71

3

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

4

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

Toelichting

5

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de zuidzijde van Schagen is een agrarisch gebied aanwezig waarvoor plannen zijn gemaakt om tot een woningbouwontwikkeling te komen. De ligging aan de N245 en het feit dat het aansluit aan de bestaande woonwijk 'Muggenburg' maken het een goede locatie voor de ontwikkeling. Het is de bedoeling om in dit gebied 750 woningen te realiseren. De ontwikkeling past binnen de woningbehoefte die bestaat binnen de gemeente Schagen en de regio. De gronden hebben momenteel een agrarische functie. Een groot gedeelte van het plangebied kent een uit te werken bestemming ten behoeve van woondoeleinden. Een planologische procedure voor de invulling naar wonen is daarom nodig. De kaders waarbinnen de uitwerking naar wonen moet plaatsvinden vanuit het vigerende bestemmingsplan 'Muggenburg 1978' zijn anders dan het plan dat nu voorligt. In paragraaf 1.3 wordt hierop verder ingegaan. Het voorliggende bestemmingsplan geeft een planologisch kader met bouw- en gebruiksregels, waarbinnen de ontwikkeling planologisch mogelijk wordt gemaakt.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt tussen de Westerweg (N245) in het westen, de zuidelijk gelegen Bonkelaarsdijk, de Muggenburgerweg in het oosten en de Alie Postmastraat in het noorden. Het betreft een gebied van circa 32 hectare. De afbeelding hierna toont de indicatieve locatie van het plangebied.

Afbeelding: Indicatieve locatie van het voorliggende plangebied (bron: Google earth)

6

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Binnen het plangebied geldt bestemmingsplan 'Muggenburg 1978', vastgesteld op 27 maart 1979. Tevens gelden het 'paraplu-omgevingsplan, 1e tranche', vastgesteld op 30 juni 2020. 1.3.1

Bestemmingsplan Muggenburg 1978

De gronden binnen de grenzen van het plangebied zijn voornamelijk bestemd als ‘Woongebied’. Ook zijn binnen het plangebied verscheidene andere bestemmingen aanwezig, te weten ‘Groenvoorziening’, ‘Verkeersdoeleinden, ‘Water’, ‘Recreatieve doeleinden’, en ‘Fietspad’. De genoemde bestemmingen kennen een uitwerkingsplicht. Voor de uit te werken delen gelden uitwerkingsregels, welke gelden als harde randvoorwaarden. De uitwerkingsregels bieden weinig ruimte om te schuiven met bestemmingen. Om een woongebied te realiseren moet een uitwerkingsplan worden opgesteld die voldoet aan de gestelde randvoorwaarden. De woningbouwontwikkeling die wordt mogelijk gemaakt (zie Hoofdstuk 2) past niet binnen de randvoorwaarden. Het vaststellen van een uitwerkingsplan is derhalve niet mogelijk. Er dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld om de woningbouwontwikkeling mogelijk te maken.

7

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

Afbeelding: Bestemmingsplan Muggenburg 1978, incl. Plangebied Muggenburg Zuid (circa binnen de rode omlijning)

Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet past binnen het vigerend bestemmingsplan. Met voorliggend bestemmingsplan wordt de planologisch - juridische basis gelegd voor de woningbouwontwikkeling. 1.3.2

Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche

Via dit parapluplan zijn alle begrippen in de bestemmingsplannen van de gemeente Schagen vervangen. Ook zijn er een aantal aanvullende onderwerpen in geregeld en zijn een aantal zaken uit de vigerende bestemmingsplannen in het parapluplan gewijzigd. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is rekening gehouden met het parapluplan en zijn de relevante wijzigingen verwerkt.

8

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

1.4

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan 'Muggenburg Zuid' is vervat in: de verbeelding, waarop de bestemmingen van de in het plan gelegen gronden en bijbehorende verklaringen zijn aangegeven; de planregels, waarin bepalingen zijn opgenomen over de inhoud van de bestemmingen en bepalingen omtrent het gebruik van gronden en de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan gaat verder vergezeld van deze toelichting, waarin de opzet van het bestemmingsplan wordt beschreven en verantwoord. Ook worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten vermeld, alsmede de resultaten van inventarisatie en onderzoek. Tot slot worden de resultaten van participatie en vooroverleg met overlegpartners in deze toelichting opgenomen.

9

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

In de bestaande situatie is binnen het plangebied sprake van een agrarisch grondgebruik. Het gebied kenmerkt zich als een onregelmatig verkaveld gebied (vroeg middeleeuwse verkavelingsstructuur) met veel sloten. Aan de westzijde van het plangebied zijn terpen aanwezig, waarvan er één rijksbeschermd is. Hierop wordt nader in gegaan in paragraaf 4.3. Midden in het plangebied ligt de Muggenburgerweg, een aardkundig en landschappelijk waardevol element. Aan de oostzijde van het plangebied is langs het spoor een waterrijk gebied aanwezig met rietlanden en moerasnatuur.

Afbeelding: plangebied indicatief aangegeven

2.2

Beschrijving ontwikkeling

Met voorliggend bestemmingsplan worden 750 woningen mogelijk gemaakt. Een groot deel van de woningen is grondgebonden en bestaat uit rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen. Ook worden er appartementen in gestapelde vorm gerealiseerd. De doelgroep voor de ontwikkeling is voornamelijk jonge gezinnen. Het programma zoals dat nu voorligt is in de navolgende afbeelding weergegeven. Het bedraagt 726 woningen, waardoor het bestemmingsplan iets meer ruimte biedt dan dit aantal. Dit komt voort uit een gewenste flexibiliteit en gewenste optimalisatiemogelijkheden die met de huidige markt en ontwikkelingen nodig zijn. Wanneer bijvoorbeeld verhoudingsgewijs meer goedkope woningen worden gerealiseerd, kan het zo zijn dat er meer woningen in zijn totaliteit nodig zijn.

10

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

Afbeelding: weergave programma

Voor de ontwikkeling is een stedenbouwkundig plan met beeldkwaliteitseisen opgesteld. Deze is als Bijlage 1 bijgevoegd bij deze toelichting. Zoals aangegeven in paragraaf 2.1 bestaat het plangebied uit een vroeg middeleeuwse verkavelingsstructuur. Dit bestaande verkavelingspatroon wordt zoveel mogelijk intact gelaten. Er wordt veel ruimte gegeven aan water en groen. In de zone langs het spoor wordt het waterrijke gebied met eilanden gerespecteerd en wordt er water toegevoegd. De westelijk aanwezige beschermde terpen worden ingepast in een parkachtig landschap. Ook worden de bestaande terpstructuren gehandhaafd. Voor de grondgebonden woningen die door het gehele plangebied binnen de woongebieden worden gerealiseerd geldt een maximale goothoogte van 7 meter en een maximale bouwhoogte van 12 meter. Hiermee is in principe een hoogte van 2 bouwlagen met een kap mogelijk. Langs het spoor wordt de mogelijkheid geboden voor appartementen met een hoogte van maximaal 5 bouwlagen (15 meter). Aan de zuidzijde van de spoorzone zij appartementen met een maximale bouwhoogte van 12 meter (4 bouwlagen) mogelijk en komen ten zuiden daarvan schuurwoningen met een goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van 12 meter, waarin 4 bouwlagen mogelijk zijn.

Aan de oostzijde van een westelijke terp wordt de mogelijkheid geboden voor 'specials' met een goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van 18 meter, waarin 6 bouwlagen mogelijk zijn. Deze afwijkende hoogtes ten opzichte van de grondgebonden woningen worden mogelijk gemaakt via bouwaanduidingen op de verbeelding. Tenslotte wordt aan de noordwestkant van het plangebied een basisschool mogelijk

11

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

gemaakt via een matschappelijke bestemming. De school mag een goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van 12 meter hebben en een maximaal bvo van 1.500 m 2. In onderstaande figuur is de conceptverkaveling te zien.

Afbeelding: conceptverkaveling

Ontsluiting Het gebied wordt ontsloten door een nieuwe aansluiting op de N245. Dit is de hoofdontsluiting van het plangebied. Hiermee wordt de bestaande wijk Muggenburg ontzien voor gemotoriseerd verkeer. Richting de noordelijk gelegen bestaande woonwijk Muggenburg wordt wel een calamiteitenontsluiting gerealiseerd welke ook toegankelijk is voor wandelaars en fietsers. Tussen het voorliggende plangebied en de bestaande woonwijk Muggenburg wordt tevens een loopbrug naar het voetpad Gebroeders Luidersstraat en een loop- en fietsbrug naar de Alie Postmastraat gerealiseerd. Gemotoriseerd verkeer kan niet via de Bonkelaarsdijk het plangebied verlaten en binnengaan. Wel wordt de mogelijkheid geboden om calamiteitenontsluitingen op de Bonkelaarsdijk te realiseren die tevens open zijn voor langzaam verkeer.

12

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

School Er wordt de mogelijkheid gecreëerd om een basisschool te realiseren aan de noordwestzijde van het plangebied. Deze mogelijkheid wordt geboden tussen de meest noordwestelijke terp en een woonveld. Er is gekozen voor deze plek om een aantal redenen. Ten eerste biedt deze plek een snelle ontsluiting richting de N245 en geeft hierdoor minimale overlast aan woningen binnen het plangebied. Ten tweede is de basisschool op deze wijze dicht gelegen bij de speelterp ten westen van de school. Tijdens en na schooluren kan er gebruik worden gemaakt van deze locatie. Daarnaast geeft deze locatie het minste overlast voor woningen bezien vanuit het geluidsaspect.

13

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Het kader voor een bestemmingsplan wordt gevormd door diverse nationale, provinciale, (deel-)regionale, en gemeentelijke nota's. Dit beleid stelt planologische en bestuurlijke beleidskaders (randvoorwaarden) aan de ruimtelijke (on)mogelijkheden voor het plangebied waarmee rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk wordt voor het plangebied het relevante algemene beleid beknopt samengevat.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), vastgesteld op 11 september 2020, is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3. Afwentelen wordt voorkomen. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden van nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. Verbeteren en beschermen van biodiversiteit.

Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. De belangrijkste keuzes die worden gemaakt richten zich op het volgende. De opwekking van duurzame energie moet worden ingepast met oog op omgevingskwaliteit. Iedereen krijgt de komende jaren te maken met de overstap naar duurzame energie. Daarvoor zijn bijvoorbeeld meer windmolens en zonnepanelen nodig. Clustering is daarbij van belang en zonnepanelen worden in eerste instantie op en aan gebouwen gerealiseerd. Ook moet er ruimte zijn voor een overgang naar een circulaire economie. Hergebruiken van grondstoffen en materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. De inrichting van de leefomgeving moet een aantrekkelijk vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen. Een aantrekkelijke omgevingskwaliteit vraagt goede inpassing van bedrijven, logistieke functies en datacentra.

14

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fietsen wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Het landgebruik moet in balans zijn met natuurlijke systemen. Bijvoorbeeld door kringlooplandbouw. Zo wordt een goede bodem- en waterkwaliteit en biodiversiteit bevorderd. Om te kunnen blijven genieten van het landschap moet behoud van de kwaliteit van het landschap sterker meewegen in de keuzes die worden gemaakt. Betekenis voor het bestemmingsplan De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de nationale belangen die zijn opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en sluit bovendien goed aan bij het doel om meer woningen te bouwen en tevens zorg te dragen voor een prettige, gezonde en veilige leefomgeving. Ook wordt er met het bestemmingsplan rekening gehouden met de waterbelangen en cultuurhistorische waarden die aanwezig zijn. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de Nationale Omgevingsvisie is vastgelegd. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Voor het voorliggende plangebied spelen geen nationale belangen en daarom hebben deze regels geen gevolgen. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Op 1 juli 2017 is het besluit tot wijziging van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Het betreft een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking (duurzaamheidsladder). De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling moet dan worden aangetoond. De behoefte komt neer op het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Voor uitwerkings- en wijzigingsplannen kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering van deze behoefte wordt doorgeschoven naar de toelichting behorende bij het uitwerkings- of wijzigingsplan. Als stedelijke ontwikkeling wordt bedoeld: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor een minimale omvang vastgelegd van wat een stedelijke ontwikkeling is.

Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor overige stedelijke functies wordt gesteld dat 'in beginsel' geen sprake is van een nieuwe stedelijke

15

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m² bedraagt. Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied (BSG) wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, bevat de toelichting een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. De motivering van de behoefte aan die ontwikkeling dient in het licht te worden geplaatst van een goede ruimtelijke ordening en dient zich te richten op het motiveren van de behoefte aan die ontwikkeling met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte wordt onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. Dit betekent dat de aard en omvang van de ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving. Betekenis voor het bestemmingsplan Het voorliggende plangebied is gelegen op agrarische gronden, die al ruim 40 jaar zijn bestemd ten behoeve van woondoeleinden.

Het plangebied is ingeklemd tussen een woonwijk, een spoorlijn met daaraan vast een bedrijventerrein, de provinciale weg N245 en de Bonkelaarsdijk. Deze factoren leiden ertoe dat het plangebied kan worden aangemerkt als BSG. Bovendien is het plangebied in de Omgevingsverordening van de provincie (zie 3.2.2) aangemerkt als BSG. De laddertoets is derhalve aan de orde, echter is het aantonen van de behoefte voldoende1. Behoefte wonen Voor de zomer van 2020 is door de vier gemeenteraden van de kop van Noord-Holland het Regioakkoord 'De Kop Groeit' vastgesteld. In dit document is een woonakkoord opgenomen om minimaal 5.000 woningen in de Kop te realiseren tot 2030. Uitgangspunt hierbij is 'sterke kernen, goede voorzieningen'. De uitwerking heeft plaatsgevonden in het ‘Convenant regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030’. Deze is op 10 november 2020 geaccepteerd door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. In dit convenant zijn de ambities van de vier gemeenten opgenomen. Er is sprake van één kwantitatief en kwalitatief regionaal vraaggestuurd woningbouwprogramma tot 2030. Met deze overeenkomst willen de regio en de provincie de actieve regionale samenwerking rondom woningbouw vervolgen, zodat er een optimale ruimtelijke ontwikkeling van de woningvoorraad en -markt in de kop van Noord-Holland is.

Hiervoor hebben de partijen afspraken gemaakt over de woningbouwplannen in programma(‘s) die aansluiten bij de vraag naar nieuwbouwwoningen en woningtypen in de regio Kop van Noord-Holland. De partijen erkennen de aparte status van de gemeente Texel. Hier wordt voornamelijk gebouwd voor de lokale woningbehoefte. Het convenant gaat deel uitmaken van een regionaal woonakkoord. In dat akkoord maken de gemeentes aanvullende afspraken over onder andere ambities en mogelijke locaties om buitenstedelijk te bouwen. Dit volgt uit de Woonagenda 2020 - 2025 (zie 3.2.3). Naast concrete afspraken over de ambities en nieuwbouwprogrammering tot 2030 (kwantitatieve afspraken) is een kwalitatief afwegingskader vastgelegd. Het betreft een adaptieve werkwijze. Met een werkwijze van adaptief programmeren wordt gewerkt aan

16

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

een optimale balans tussen vraag- en aanbod van woningen. Deze werkwijze biedt ruimte voor de voorgenoemde ambities van de regio en de mogelijkheid om flexibel in te spelen op actuele ontwikkelingen. Door middel van monitoring kan het programma tijdig worden bijgesteld, zodat er continu gewerkt wordt aan de juiste hoeveelheid woningbouwplannen in de Kop van Noord-Holland. Tegelijkertijd worden de langetermijnambities in het oog gehouden: het realiseren van minimaal 5.000 extra woningen in de kop tot 2030. Kwantitatief In kwantitatieve zin is het basisvertrekpunt de Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040 opgesteld door de provincie. Als volgende vertrekpunt wordt rekening gehouden met planuitval (30%). Dit betreft plannen in programma die door externe redenen toch geen doorgang vinden. Bij de derde richtwaarde wordt de anticipatie schil gehanteerd. In bijlage 4 van het Convenant is het totaalprogramma weergegeven. De getoonde lijsten betreffen een ‘vertreklijst’. Hiermee wordt voldaan aan de provinciale regels. Gedurende de looptijd van het convenant zal er adaptief geprogrammeerd worden. Dit zal gaan resulteren in mutaties van de getoonde vertreklijst. De actuele lijst is gedurende de looptijd te raadplegen op de website www.plancapaciteit.nl. Op deze website is 'Schagen Muggenburg Zuid: drie nieuwe terpen + buurtschap' opgenomen (kaartnummer 209002).

In totaal staan er 650 woningen voor deze planontwikkeling op deze website opgenomen. Dit betekent dat voor 100 woningen nog regionale afstemming nodig is. Op het moment van ter inzagelegging van voorliggend bestemmingsplan, zijn deze woningen regionaal afgestemd. Kwalitatief In paragraaf 3.3.1 wordt de Woondeal Noord Holland noord beschouwd. Hierin staat dat Muggenburg zuid is opgenomen als versnellingslocatie voor 650-850 woningen. In paragraaf 3.4.1 wordt de Omgevingsvisie van Schagen behandeld. Met inwerkingtreding hiervan is het woonbeleid opgenomen in dit document. Er blijkt dat het woonprogramma dat met voorliggend bestemmingsplan wordt beoogd, aansluit bij de Omgevingsvisie. Zoals uit het programma blijkt, wordt voldaan aan de vereiste verdeling van woningtypen van 40% sociaal (waarvan 25% huur), 30% middelduur en 30% duur. Er is daarmee aansluiting bij de kwalitatieve behoefte van Schagen. Conclusie Uit het voorgaande blijkt dat er een behoefte is aan woningbouw, zowel kwantitatief als kwalitatief, waaraan met voorliggende planontwikkeling tegemoet wordt gekomen. Omdat hiermee de behoefte wordt aangetoond, wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.4

Nationale Woon- en bouwagenda

Vanuit de gedachte dat het Rijk de regie de afgelopen jaren teveel uit handen heeft gegeven op het gebied van volkshuisvesting, is de 'Nationale Woon- en bouwagenda' opgesteld. De beschikbaarheid van een passende woning staat voor veel mensen onder druk: mensen zijn onvoldoende in staat om snel een woning te vinden die bij hen past. Dit hangt sterk samen met de betaalbaarheid van wonen: veel mensen hebben moeite met hun woonlasten of kunnen geen voor hen betaalbare woning vinden. Daarnaast is de kwaliteit in toenemende mate een probleem: veel woningen passen niet bij de levensfase of woonbehoefte, zijn niet duurzaam of staan in een wijk waar sprake is van slecht onderhoud of waar de kwaliteit van de leefomgeving onder druk staat.

17

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

In 2021 waren er ruim 8 miljoen huishoudens in Nederland. De voorspelling is dat er in 2035 bijna 8,9 miljoen huishoudens zijn. De groei komt grotendeels voor rekening van eenpersoonshuishoudens. Door de vergrijzing neemt vooral het aantal alleenstaande ouderen sterk toe. Het tekort aan woningen is in 2021 geraamd op 279.000 woningen, oftewel 3,5 procent van de woningvoorraad. Volgens de prognose uit 2021 zal het woningtekort eerst nog oplopen richting de 3,9 procent in 2024 ofwel 317.000 woningen. De komende jaren groeit het aantal nieuwe woningen aanzienlijk, maar het aantal huishoudens groeit sneller, waardoor het woningtekort verder stijgt. Voor Noord-Holland bestond er in 2021 een behoefte van 65.000 woningen (4,8% van de woningvoorraad). Het Programma Woningbouw is het eerste van zes programma’s dat binnen de Nationale Woon- en Bouwagenda wordt uitgebracht. In de Nationale Woon- en Bouwagenda worden de doelstellingen beschreven om te realiseren dat iedereen goed en veilig kan wonen. Daartoe wordt een aanpak in zes programma’s uitgewerkt. In de Nationale Woon- en Bouwagenda worden de overlap en doorsnijdende thema’s van de programma’s toegelicht. In het Programma Woningbouw ligt de focus op de realisatie van voldoende woningen voor iedereen. Hierin is opgenomen dat om snel meer woningen te bouwen een omslag nodig is.

De overheid herneemt de regie ten aanzien van de volkshuisvesting. Lokale overheden moeten weten wat zij kunnen doen om te zorgen voor meer passende woningen op de juiste plek. Hierbij moeten de overheidslagen samenwerken als één overheid en samenwerken met de marktpartijen. Met meer tempo en het wegnemen van knelpunten, wordt ingezet op de realisatie van 100.000 woningen per jaar in deze kabinetsperiode. Uiteindelijk moeten 900.000 woningen worden gerealiseerd tot en met 2030. Gestuurd wordt op wat wordt gebouwd, voor wie wordt gebouwd en waar wordt gebouwd: passend bij de woonwensen en –behoeftes van mensen. Het streven is dat ten minste twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbare huur- en koopwoningen zijn. Betekenis voor het bestemmingsplan De voorliggende toevoeging van 750 woningen komt tegemoet aan de grote behoefte die er bestaat aan woningen in verschillende woonsegmenten. Ook bij voorliggend plan wordt gestreefd naar twee derde betaalbaar. Dit wordt op dit moment nagenoeg gehaald. Zoals eerder is aangegeven wordt het gewenste percentage van 40% sociaal wel gehaald. 3.1.5

Deltaprogramma 2022

De kerngebieden van het werk aan het Deltaprogramma zijn waterveiligheid, zoetwater en ruimtelijke adaptatie. Het water- en bodemsysteem vormt de belangrijkste drager voor de grote opgaven voor woningbouw, landbouw, energie en natuur in Nederland. Water heeft veel te bieden, maar stelt ook eisen. Voor het Deltaprogramma is de noodzaak evident om actief de verbinding te zoeken met de opgaven, bijvoorbeeld in het kader van de uitwerking van de NOVI-gebieden. Het Deltaprogramma 2022 bevat een Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie: een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk dat de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen versnelt en intensiveert. Het is een grote en langdurige opgave om Nederland op heel veel plaatsen anders in te richten, om zo de toenemende schade door wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen te verminderen. Deze opgave verschilt bovendien van plaats tot plaats. Dit deltaplan behelst de aanpak om te werken aan deze grote, locatiespecifieke opgave. Daarbij doet het deltaplan recht aan de belangrijkste aanbevelingen uit de evaluatie van de Deltawet, door integratie van opgaven en participatie van niet-overheden,

18

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

maatschappelijke organisaties en burgers te stimuleren en de slagkracht op lokaal en regionaal niveau te vergroten met een voorstel voor governance. Dit moet leiden tot een langjarige en planmatige aanpak van wateroverlast, hittestress en droogte en het beperken van de gevolgen van overstromingen. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Het Deltaplan versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is onderdeel van het Deltaprogramma. Net als de andere deltaplannen wordt het jaarlijks geactualiseerd. De deltacommissaris doet daar ieder jaar een voorstel voor. Met dit Deltaplan Ruimtelijke adaptatie geeft de regering ook invulling aan de genoemde moties van de Tweede Kamer. Ruimtelijke adaptatie grijpt onder meer in op de manier waarop we onze woningen en bedrijven bouwen en onze tuinen en openbare ruimte inrichten, de wijze waarop we onze infrastructuur aanleggen, in stand houden en beheren, en de manier waarop we landbouw bedrijven en de natuur inrichten. Het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie stelt hiervoor een gestandaardiseerde stresstest op, die sinds 1 januari 2018 beschikbaar is.

Het doel is om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen en minder vrijblijvend te maken, op basis van afspraken over de doelen, de werkwijze en de monitoring van de uitvoering. Daarvoor wordt de methodiek van 'weten, willen, werken' gehanteerd conform de werkwijze die in 2014 in de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is afgesproken: in beeld brengen wat de kwetsbaarheden zijn (weten), vervolgens ambities formuleren (willen) en aan de slag gaan om onze leefomgeving klimaatbestendig en waterrobuust te maken (werken). Het Deltaplan is opgebouwd volgens zeven ambities: Kwetsbaarheid in beeld brengen: Hoe kwetsbaar zijn onze steden, dorpen en buitengebieden voor extreme neerslag, hitte, droogte en overstromingen? Inzicht hierin is de basis van ruimtelijke adaptatie. Hiervoor zijn stresstesten benodigd. Risicodialoog voeren en strategie opstellen: Wanneer de resultaten van de stresstest beschikbaar zijn starten gemeenten, waterschappen, provincies en Rijkswaterstaat per regio een risicodialoog met alle relevante gebiedspartners. Uitvoeringsagenda opstellen: Nadat overheden de adaptatiestrategie hebben opgesteld, maken ze een uitvoerings- en investeringsagenda voor hun regio. Meekoppelkansen benutten: De inzet van dit deltaplan is om bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de kansen voor een klimaatbestendige inrichting te gebruiken.

Stimuleren en faciliteren: Ruimtelijke adaptatie moet een vanzelfsprekend onderdeel worden in stad, dorp en buitengebied. Eén van de ambities daarbij is dat alle betrokkenen hun kennis, instrumenten en ervaringen zoveel mogelijk met elkaar delen. Reguleren en borgen: In 2050 moet heel Nederland volgens het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie waterrobuust en klimaatbestendig ingericht zijn. Om dat te bereiken, moet ruimtelijke adaptatie in het beheer, het onderhoud en de inrichting van de leefomgeving geborgd worden. Handelen bij calamiteiten: Overheden willen zich beter voorbereiden op calamiteiten die veroorzaakt worden door wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Praktisch gezien wordt in de komende jaren steeds kritischer gekeken naar de effecten van ruimtelijke plannen. Nieuwe ontwikkelingen worden gebouwd voor de komende decennia. In toenemende mate wordt toegezien op dat er in ontwikkelingen in een grote mate van zelfredzaamheid is meegenomen. Vanuit het waterbeheer wordt getoetst of hemelwater

19

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

niet wordt afgewenteld op de benedenstroomse/ naastgelegen gebieden en dat voor een prettig leefklimaat wordt gezorgd. Het in kaart brengen van de gevolgen van klimaatverandering (weten) kan door middel van een stresstest. De gemeenten moeten klimaatstresstesten gaan uitvoeren om beter grip te krijgen op die materie én sinds 2020 moet klimaatadaptatie in het gemeentelijke beleid zijn verankerd. In de afgelopen decennia is onderzoek gedaan naar effecten van verharding en bewezen is dat water en groen daar een essentiële rol in hebben bij het creëren van een gezonde leefomgeving. Van belang is daarom dat er in een stenige omgeving genoeg groen en water komt om hittestress/ opwarming van stedelijk gebied te temperen. Betekenis voor het bestemmingsplan In het planontwerp is rekening gehouden met de gevolgen van klimaatadaptatie. Met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) is overleg gevoerd over de wijze van watercompensatie. De bestaande slotenstructuur wordt zoveel mogelijk intact gelaten en er wordt water toegevoegd. Toepassing van groen en waterdoorlatende verharding is onderdeel van het planontwerp. In paragraaf 4.15 wordt nader ingegaan op het wateraspect en het overleg met het HHNK.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH2050

Op 19 november 2018 heeft de provincie Noord-Holland de “Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid” vastgesteld. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. Ambities Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Dit is de hoofdambitie. Als subambities zijn er een aantal opgenomen: I.

Leefomgeving a. Klimaatverandering: Noord Holland moet voorbereid zijn op klimaatverandering en waterrobuust worden ingericht. b. Gezondheid en veiligheid: De ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. Gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, wat inhoudt: een woonwerkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico’s en die een gezonde levensstijl ondersteunt. c. Biodiversiteit en natuur: De ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Dit betekent dat ontwikkelingen zoveel mogelijk natuurinclusief zullen zijn.

II.

Gebruik van de leefomgeving

20

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

a. Economische transitie: De ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. b. Wonen en werken: De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. c. Mobiliteit: De ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Clustering van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. d. Landschap: De ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. III. Energietransitie De ambitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Sturingsfilosofie In de aanpak om de ambities waar te maken geldt het principe 'lokaal wat kan, regionaal wat moet' als sturingsfilosofie. Daarbij staat de opgave altijd centraal. Deze bepaalt het schaalniveau, de samenstelling van samenwerkende partijen en de tijdspanne. Vanuit een gedeelde visie op de (bestaande en toekomstige) kwaliteiten van een gebied.

Vijf bewegingen Vanuit de ambities zijn een vijftal bewegingen opgesteld die laten zien hoe Noord-Holland wil omgaan met de opgaven die op onze samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. a. Dynamisch schiereiland: Benutten van de unieke ligging, waarbij de kustverdediging voorop staat, waar toeristische- en recreatieve kansen worden benut en waar natuurwaarden worden toegevoegd. b. Metropool in ontwikkeling: De Metropoolregio Amsterdam gaat steeds meer als één stad functioneren en de reikwijdte wordt groter. c. Sterke kernen, sterke regio's: deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. d. Nieuwe energie: het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. e. Natuurlijk- en vitaal landelijke omgeving: het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Betekenis voor het bestemmingsplan De voorliggende ontwikkeling vindt vooral aansluiting bij de beweging 'sterke kernen, sterke regio's'. Deze beweging beoogt handvatten te geven om de werkgelegenheid, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid op peil te houden. En om dorpen, steden en regio’s de krachtige identiteit die ze zo kenmerkt te laten behouden of te ontwikkelen.

Het is zaak dat regio’s vitaal blijven en zich verder kunnen ontwikkelen. Hiertoe maken zij kwalitatieve en kwantitatieve afspraken over woningbouw. Als kritische succesfactor wordt aangehaald gebiedsgericht maatwerk voor ontwikkelingen in de regio. De woningbouwontwikkeling die met voorliggend bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt past binnen de regionale behoefte en is regionaal afgestemd. Het voldoet daarom aan de beweging die vanuit de Omgevingsvisie voor ogen wordt gehouden met ontwikkelingen in de kernen. Daarnaast wordt er op basis van de beeldkwaliteitseisen (zie Bijlage 1) uitwerking

21

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

gegeven aan de ambities die bestaan op het gebied van klimaatverandering. 3.2.2

Omgevingsverordening NH2020

Op 22 oktober jl. is de provinciale Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. Deze is op 17 november 2020 in werking getreden. De belangrijkste ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Deze verordening zet in op het mogelijk maken van ontwikkelingen zoals woningbouw en de energietransitie en op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland, met een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De verordening bevat instructieregels voor gemeenten die beperkingen stellen aan wat in ruimtelijke plannen kan worden opgenomen. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Betekenis voor het bestemmingsplan Het plangebied is gelegen binnen BSG. De omgevingsverordening biedt ruimte voor ontwikkelingen binnen BSG. Buiten BSG zijn gebieden op basis van de verordening aangewezen als 'landelijk gebied'. Dit werkingsgebied is hier niet aan de orde. Wanneer sprake zou zijn geweest van landelijk gebied dan had tevens rekening moeten worden gehouden met de Leidraad Landschap & Cultuurhistorie van de provincie. In dit document is voorliggend plangebied onderdeel van het ensemble West-Friesland West.

De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door nostalgische verkaveling en een terpenlandschap rondom Schagen. Voorliggende ontwikkeling houdt rekening met deze landschappelijke waarden. De aanwezige terpen worden gerespecteerd en ook de historische verkaveling blijft behouden. Ter voorkoming van overprogrammering is artikel 6.3 ook binnen BSG van toepassing. Artikel 6.3 (nieuwe stedelijke ontwikkelingen) bepaalt dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Voorliggende ontwikkeling is een nieuwe stedelijke ontwikkeling die regionaal is afgestemd en dus past binnen de regionale afspraken. 3.2.3

Woonagenda 2020-2025

De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar met een omschrijving van de ambities, uitgangspunten en acties. Op basis hiervan kunnen de regio’s aan de slag en eigen afwegingen maken in hun woonakkoorden. De Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Vanuit het provinciaal én regionaal belang dat de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, is dit een concrete bijdrage van de provincie aan dat belang. De provincie wil ruimte bieden voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik. De speerpunten richten zich op een woning voor iedereen: a. Adaptief en vraaggestuurd programmeren. b. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. c. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. d. En tevens richt het zich op gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie.

22

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

Richtinggevende principes zijn o.a.: I. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. II. Er zijn snel meer woningen nodig. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw. III. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. Betekenis voor het bestemmingsplan Het voorgenomen plan betreft, zoals beschreven in Hoofdstuk 2, de bouw van 750 woningen in verschillende grootte en prijsklasse. Hiermee wordt een divers aanbod aan woningen gerealiseerd. Ook is er ruimte voor sociale woningbouw. Hierdoor worden ook woningen gerealiseerd voor doelgroepen die minder kans hebben op het vinden van een geschikte woning. De ontwikkeling is bovendien regionaal afgestemd. De woningen worden uitgevoerd conform de huidige duurzaamheidseisen. De omzetting van weilanden naar woonwijk betekent niet per definitie dat er een afname aan biodiversiteit plaatsvindt. Er wordt aandacht besteed aan water en groen: er worden natuurvriendelijke oevers aangelegd en inheemse beplanting wordt in een rijke variatie toegepast.

Ook natuurinclusief bouwen is aan de orde door in bebouwing nestgelegenheid te bieden aan vogels en insecten. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan een ontwikkeling mogelijk maakt die in lijn is met de Provinciale Woonvisie.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Woondeal Noord-Holland Noord

Op 15 maart 2023 hebben de provincie, 18 gemeenten en marktpartijen de Woondeal 2.0 Noord-Holland Noord ondertekend. Met deze Woondeal worden de krachten van de verschillende overheidslagen gebundeld met als doel om ,in samenwerking met marktpartijen en corporaties, de woningbouw te versnellen en voldoende (betaalbare) woningbouw in de regio te realiseren. In deze woondeal is afgesproken dat in de regio Alkmaar, de kop van Noord-Holland en Westfriesland tot 2030 ongeveer 40.000 extra woningen te bouwen op binnenstedelijke locaties en rond OV-knooppunten. In de woondeal is onder meer een overzicht van concrete maatregelen opgenomen waarvoor de hulp van het rijk wordt gevraagd. Benoemd wordt dat het van belang is om de steden hun eigen karakter te laten houden en tegelijk flexibel in te spelen op de groei van inwoners. In de woondeal is Muggenburg-zuid met de ontwikkeling van 650-850 woningen aangewezen als versnellingslocatie.

23

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

3.3.2

Regioakkoord De Kop Groeit!

Voor de zomer van 2020 is door de vier gemeenteraden van de Kop van Noord-Holland het regioakkoord 'De Kop Groeit' vastgesteld. Dit werd al aangehaald in paragraaf 3.1.3 bij de ladderonderbouwing. In het regioakkoord is een woonakkoord opgenomen om minimaal 5.000 woningen in de Kop te realiseren tot 2030. Het wordt van belang geacht dat de woningbouwproductie wordt versneld. Er wordt ruimte geboden voor kleinschalige woningbouw in het landelijk gebied, aan de randen van de kernen. Lokaal maatwerk wordt geboden. 3.3.3

Regionaal Actieprogramma Wonen 2017 - 2020

De regio Kop van Noord-Holland heeft afspraken gemaakt over de woningbouwprogrammering in het Kwalitatief Regionaal Woningbouwprogramma Kop van Noord-Holland (hierna: KwK) en over het levensloopbestendig en verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. Het RAP 2017-2020 is bedoeld om de diverse onderwerpen integraal op elkaar af te stemmen, waarbij de reeds gemaakte afspraken worden gerespecteerd. In het RAP wordt o.a. ingezet op: Vraaggestuurd bouwen Binnenstedelijk bouwen en transformatie Betaalbaarheid en sociale woningbouw Wonen, zorg, welzijn voorzieningen Duurzaam bouwen Zelfbouw In het KwK is bepaald dat wordt gestuurd op de harde plannen. Het doel is een gezonde woningvoorraad en dus het opleveren van de gewenste hoeveelheid kwalitatieve woningen. De regio Kop van Noord-Holland heeft al afspraken gemaakt over de woningbouwprogrammering in het Kwalitatief Regionaal Woningbouwprogramma Kop van Noord-Holland (zie 3.3.4). In het RAP zijn diverse onderwerpen integraal op elkaar afgestemd, waarbij de reeds gemaakte afspraken worden gerespecteerd. De uitwerking van het RAP vindt plaats in het Regionaal Kwalitatief Regionaal Woningbouwprogramma Kop van Noord-Holland. Wat betreft de regionale afstemming wordt daarom verwezen naar paragraaf 3.3.4.

3.3.4 Convenant regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030 In paragraaf 3.1.3 is het convenant reeds behandeld. In het Convenant zijn de ambities van de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen, Texel opgenomen. Er is sprake van één kwantitatief en kwalitatief regionaal vraaggestuurd woningbouwprogramma tot 2030. Met het convenant beogen de vier Kopgemeenten en de provincie Noord-Holland een actieve regionale samenwerking woningbouw te continueren ten behoeve van een optimale ruimtelijke ontwikkeling van de woningvoorraad/-markt van de regio Kop van Noord-Holland. Hiervoor hebben de partijen afspraken gemaakt over de woningbouwplannen in programma(‘s) die aansluiten bij de vraag naar nieuwbouwwoningen en woningtypen in de regio Kop van Noord-Holland. Betekenis voor het bestemmingsplan Onderhavige ontwikkeling past binnen de in de regio gemaakte afspraken over

24

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

woningbouw. Dit blijkt reeds uit 3.1.3. Het bepaalde in dit bestemmingsplan is niet strijdig met dit beleid en vormt derhalve ook geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie gemeente Schagen

De Omgevingsvisie geeft aan wat de gemeente wil bereiken, waar ze aan wil werken en wat ze wil behouden. De omgevingsvisie is tot stand gekomen met behulp van inwoners, jongeren en experts. Er is een enquête gehouden, er hebben gesprekken plaatsgevonden en er zijn twee goedbezochte werksessies gehouden. Er is een stappenplan opgesteld voor initiatieven die niet in het bestemmingsplan passen. Hoe beter een plan past bij de uitgangspunten, hoe groter de kans is dat een plan mag worden uitgevoerd. Eerst wordt gekeken of het plan aansluit bij de waardenkaart. Vervolgens vindt er een toets plaats aan de speerpunten van de omgevingsvisie en uiteraard dient ook te wordne getoetst aan de wetten en regels. Ook dient het plan te worden besproken met de buurt. Betekenis voor het bestemmingsplan Op basis van de waardenkaart is het plangebied onderdeel van het Westfries Landschap. De waarden van dit landschap worden gekenmerkt door landelijke groene gebieden, natuurwaarden met kleine waterplassen langs de Westfriese Omringdijk, polderweggetjes, fietsroutes, zicht vanaf wegen over het landelijke gebied en balans tussen rust en reuring. De ontwikkeling van een woongebied in een agrarisch gebied leidt onherroepelijk tot veranderingen in het landschap. Echter wordt de voorliggende woningontwikkeling met aandacht voor het landschap ontworpen.

Het zicht over de landerijen wordt anders, maar wordt in de bestaande situatie al enigzins beperkt door de bestaande woonwijk Muggenburg en bedrijventerrein de Witte Paal. Overige waarden blijven aanwezig, zoals de fietspaden, natuurwaarden met kleine waterplassen, polderweggetjes en een balans tussen rust en reuring. Uiteraard verandert dit laatste, maar is door een goede stedenbouwkundige opzet en landschappelijke inpassing in balans. De acht speerpunten zijn: 1. een gezinsvriendelijke gemeente met een stad die belangrijk is voor de regio. Met sterke dorpen. En een gemeente die aantrekkelijk is voor ondernemers; 2. een gemeente die nationaal en internationaal meedoet op het gebied van toerisme en recreatie, wetenschap en (nieuwe vormen van) landbouw; 3. een gemeente die steeds aansluit bij de groeiende behoefte aan woningen die passen bij de vraag en bijdragen aan sterke kernen; 4. een gemeente waar iedereen mee kan doen; 5. een gemeente waar kernen, voorzieningen, onderwijs en werk goed bereikbaar zijn; 6. een veilige, gezonde en sportieve gemeente; 7. een duurzame gemeente; 8. een gemeente waarin bewoners en bezoekers de omgeving waardevol vinden. Het voorliggende plan sluit vooral aan bij speerpunt 3. Dit punt heeft de doel om flink meer woningen te bouwen: 300 woningen per jaar.

Naast het bouwen in en rond kernen op plekken waar eerst andere (stedelijke) functies aanwezig waren, is het ook de bedoeling om

25

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

op nieuwe plekken te bouwen zoals aan de randen van dorpen en aan dat van Schagen. Per ontwikkeling wordt er gekeken naar aan welke typen woningen behoefte is. Betaalbaarheid is sowieso van belang. Minimaal 40% moet in goedkope sector worden gerealiseerd, waarvan een kwart sociale huur. Omwonenden worden middels een informatiebijeenkomst voorafgaand aan de ter inzagelegging geïnformeerd over het planvoornemen. Voor wat betreft de wetten en regels wordt verwezen naar de rest van deze toelichting, waarin wordt getoetst aan het Rijks- en provinciale beleid en aan de omgevings- en milieuaspecten die aan de orde zijn. Voorliggend plan draagt bij aan de woningbehoefte die bestaat op een plek aan de rand van Schagen die al sinds 1978 is aangewezen om te worden ontwikkeld tot woongebied. Tevens wordt er een divers aanbod gerealiseerd waardoor voor iedere woningzoekende een aanbod aanwezig is: 40% sociaal, waarvan 33% sociale huur, 31% betaalbaar (tot NHG) en de rest vrije sector. Het bestemmingsplan is in lijn met de Omgevingsvisie. 3.4.2

Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit

Vanwege maatschappelijk en politiek veranderde wensen over het welstandsbeleid heeft de gemeente Schagen de 'Reisgids voor Ruimtelijke Kwaliteit' opgesteld. Hierin wordt het beeldkwaliteitsplan als belangrijk instrument geïntroduceerd om nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen zorgvuldig af te wegen ten opzichte van bestaande kwaliteiten van een gebied en deze daarin zo goed mogelijk in te passen. Betekenis voor het bestemmingsplan In Hoofdstuk 2 is beschreven dat er een ontwikkelvisie is opgesteld. Bij het ontwerp is aandacht voor ruimtelijke kwaliteit op gebouwniveau, maar ook op gebiedsniveau. Er is aandacht voor de historie van het gebied. Er wordt ontworpen waarbij rekening wordt gehouden met de oorspronkelijke (en bestaande) verkaveling en de aanwezige terpen. Door middel van het bestemmen van water en groen en het gebruik van dubbelbestemmingen wordt een balans gevonden tussen de historie en de nieuwe ontwikkeling. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van beeldkwaliteitseisen (zie Bijlage 1). Deze eisen worden toegevoegd aan de Welstandsnota. De uiteindelijke aanvraag om omgevingsvergunning zal worden getoetst aan het bestemmingsplan en de Welstandsnota waarmee een goede ruimtelijke kwaliteit geborgd is. 3.4.3

Ontwikkelvisie 2040 Stad Schagen

De ontwikkelvisie vormt de ruimtelijke toekomstverkenning voor de stad Schagen. De ontwikkelvisie heeft als doel om de discussie over de gewenste toekomst van de stad Schagen te bevorderen. Deze discussie betreft met name gemeentelijke onderwerpen, maar is ook sterk verweven met onderwerpen uit de regio en de provincie Noord Holland. De ontwikkelvisie verkent daarvoor de krijtlijnen van een ambitieus en lange termijn toekomstperspectief voor de stad Schagen; de stip op de horizon. Tegelijkertijd presenteert de ontwikkelvisie een aantal ‘hands-on’ opgaven. Opgaven die concreet en uitvoerbaar zijn en die op de korte en middellange termijn verder kunnen worden verkend en uitgewerkt. Een aantal van deze opgaven is in deze ontwikkelvisie vertaald in ruimtelijke voorstellen. Deze voorstellen zijn te zien als nauwgezette verkenningen en niet als onwrikbare blauwdrukken. Wat de verkenningen verbindt is dat ze allen pogen bij te dragen aan het lange termijn toekomstperspectief voor de stad Schagen. Er zijn zeven stadsprojecten opgenomen die zijn uitgewerkt tot ruimtelijke voorstellen met een indicatie van een bijbehorende plancapaciteit. Deze voorstellen zijn niet in beton

26

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

gegoten. Ze zijn bedoeld om te inspireren en te tonen waar en hoe gekomen kan worden tot kwalitatieve versterking, verdichting en groei van Schagen. Betekenis voor het bestemmingsplan Muggenburg Zuid is opgenomen als één van de drie stadsprojecten aan de rand van Schagen. Opgenomen is dat deze polder bebouwd mag worden onder voorwaarde dat er een extra ontsluiting op de N245 wordt gerealiseerd om de wijk te ontsluiten, zodat er niet door de bestaande wijk Muggenburg Noord hoeft te worden gereden. Hier wordt aan voldaan met voorliggend bestemmingsplan. Om tot een kwaliteitsvolle uitbreiding te komen is het van belang dat Muggenburg Zuid wordt ontwikkeld met oog voor de bestaande landschappelijke kwaliteiten en de archeologische waarden. Zoals uit paragraaf 4.3 en 4.4 blijkt wordt in voldoende mate rekening gehouden met de landschappelijke-, cultuurhistorische- en archeologische waarden. Het huidige landschap is de basis geweest voor voorliggende verkaveling. Er is ruimte voor groen en (historisch) water, er wordt rekening gehouden met de waardevolle terpen en de groene zone langs het spoor wordt gerespecteerd en vastgelegd. In de groene ruimtes tussen de woonvelden is plaats voor recreatieve fiets- en wandelroutes die een aanvulling vormen op het bestaande netwerk vanuit Muggenburg Noord richting het zuiden.

De auto ontsluiting op de N245 wordt zorgvuldig ingepast en houdt rekening met de bestaande terpen en de groene voeg tussen het woongebied en de N245. Geconcludeerd wordt dat het voorliggende bestemmingsplan aansluit bij de kwalitatieve invulling zoals is verwoord in de Ontwikkelvisie 2040 Stad Schagen. 3.4.4

Doelgroepenverordening Woningbouw gemeente Schagen 2023

De gemeente Schagen heeft in beleid vastgelegd om betaalbare woningen te bouwen en te behouden. In het Coalitieakkoord 'Doorbouwen op een gezond fundament' staat dat de gemeente geen middel onbenut laat om woningen betaalbaar te bouwen en te houden voor eigen inwoners. Tevens wordt ingezet op een groei van het aandeel betaalbare huur en koop in de totale woningvoorraad. In de Omgevingsvisie (zie 3.4.1) is opgenomen dat minimaal 40% van nieuwbouwwoningen sociaal moet zijn, waarvan een kwart sociale huur. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt gemeenten de mogelijkheid om per deelgebied in bestemmingsplannen te eisen dat categorieën woningen worden gerealiseerd in nieuwbouwplannen. Dit kan voor de categorieën sociale huur, middeldure huur, sociale koop en particulier opdrachtgeverschap via een doelgroepenverordening. De doelgroepenverordening heeft uitsluitend betrekking op nieuwbouw. De gemeente kan hierdoor sturen op een goede mix aan aanbod van (huur)woningen. Om de doelgroepenverordening toe te passen moet dit in het betreffende bestemmingsplan vastgelegd worden. Alleen dan kan de doelgroepenverordening worden toegepast. De gemeente Schagen stelt in december 2023 een Doelgroepenverordening vast. In de doelgroepenverordening zijn de sociale huurwoning, middeldure huurwoning en sociale koopwoning omschreven aan de hand van de huur- en koopprijsgrenzen.

De Doelgroepenverordening geeft ook aan voor welke doelgroepen de te bouwen sociale en middeldure huurwoningen en sociale koopwoningen bedoeld zijn. De doelgroepen worden bepaald aan de hand van inkomensgrenzen. Ook regelt de verordening dat de sociale en middeldure huurwoning en sociale koopwoning gedurende een bepaalde periode beschikbaar moeten blijven voor de daarvoor aangewezen doelgroepen. Dit zijn de instandhoudingstermijnen.

27

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

Betekenis voor het bestemmingsplan In voorliggend bestemmingsplan is in de regels opgenomen dat het aandeel sociale huuren koopwoningen binnen het plan minimaal 40% van het totaal aantal woningen bedraagt. Hiermee wordt de eis uit de Omgevingsvisie middels de Doelgroepenverordening vastgelegd in voorliggend bestemmingsplan.

28

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

4.1

Milieu-effectrapportage

4.1.1

Beleidskader

Voor bepaalde grootschalige ontwikkelingen op het gebied van woningen, bedrijvigheid en infrastructuur dient op grond van het Besluit milieu-effectrapportage 1994 een milieu-effectrapportage (mer) opgesteld te worden. Hierin moet worden aangegeven wat de gevolgen zijn van de ontwikkelingen voor het milieu. In het Besluit mer is aangegeven in welke gevallen er onderzoek gedaan moet worden. Afhankelijk van de grootte van het project zijn er drie mogelijkheden: 1. bij een project dat voorkomt in onderdeel C van de bijlage van het Besluit mer en boven de daar genoemde drempelwaarden uitkomt, geldt een directe mer-plicht. In dat geval dient een mer opgesteld te worden. Dit geldt ook voor een project die onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel C blijft, maar boven de drempelwaarden die in onderdeel D gegeven worden ligt en waarvoor een (kaderstellend) bestemmingsplan opgesteld wordt. 2. indien er geen directe mer-plicht geldt, kan er wel een vormvrije mer-beoordelingsplicht gelden. Dit geldt voor projecten die in onderdeel D genoemd worden en niet boven de drempelwaarde uitkomen. Hierbij moet worden onderzocht of er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er gelden geen vormvereisten, maar wel inhoudelijke vereisten: de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn moeten in acht worden genomen.

Als de uitkomst is dat het uitgesloten is dat er belangrijke gevolgen voor het milieu zijn, dan dit moet in de toelichting van het bestemmingsplan worden gemotiveerd. Zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet uitgesloten, dan geldt een mer -plicht. 3. Als er een passende beoordeling nodig is vanwege aanzienlijke milieueffecten dan volgt er een directe m.e.r. plicht. 4.1.2

Analyse

De voorgenomen activiteit is niet opgenomen in onderdeel C van het Besluit mer en is daarom niet aan te merken als een activiteit waarvoor een directe m.e.r.-plicht bestaat. Het is wel opgenomen in onderdeel D (categorie D.11.2) van bijlage II van het Besluit mer. De activiteit betreft een stedelijk ontwikkelingsproject, maar het valt onder de drempelwaarden die hier genoemd worden. Tabel 4-1: Relevante activiteiten uit bijlage II van het Besluit m.e.r. Activiteiten Gevallen

Besluit

D.11.2 De aanleg, wijziging In gevallen waarin de activiteit De vaststelling van of uitbreiding van een betrekking het plan, bedoeld in stedelijk heeft op: artikel 3.6, eerste ontwikkelingsproject, 1: een oppervlakte van 100 hectare of lid, met inbegrip van de meer, onderdelen a en b, bouw van 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 van de Wet winkelcentra of of meer woningen omvat, of ruimtelijke ordening parkeerterreinen. 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van --> het 200.000 m2 of meer. bestemmingsplan Dit betekent dat het verplicht is een vormvrije mer-beoordelingsplicht uit te voeren. De inhoudelijke vereisten voor deze beoordeling staan benoemd in bijlage III van de Europese

29

bestemmingsplan Muggenburg Zuid

richtlijn mer Hierin staat dat de voorgenomen activiteiten aan de volgende drie aspecten moeten worden getoetst: 1. kenmerken van het project; 2. plaats van het project; 3. kenmerken van het potentiële effect. De initiatiefnemer heeft een aanmeldnotitie opgesteld waarin deze aspecten aan de orde komen. Deze is bijgevoegd als Bijlage 2. 4.1.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14867171/1