33 GoFlo opvang Schagen (geanonimiseerd)
Tekst van het document
05-06-2022 In verband met het opstellen van een bodemkwaliteitskaart in 2002 zijn 20 boringen geplaatst in de Kaagpolder, waar de huidige onderzoekslocatie deel van uitmaakt. Hieruit blijkt dat de bodem tot ca. 2,0 m -mv. overwegend uit klei bestaat. Plaatselijk is in de bovengrond een zandlaagje aangetroffen en in de ondergrond een veenlaag. De bovengrond en ondergrond zijn niet tot licht verontreinigd. Er is geen grondwater- en asbestonderzoek bekend. Overige gegevens Uit de digitale terreininspectie blijkt dat het onderzoeksgebied onbebouwd is en in gebruik is voor landbouw/akkerbouw. De twee terreindelen worden van elkaar gescheiden door een sloot. Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen blijkt dat de kwaliteit van de boven- en ondergrond gemiddeld voldoet aan de klasse Landbouw/Natuur. Op basis hiervan worden geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht.
blad 24 van 32
Motivering BOPA Crisisnoodopvang Schagen projectnummer 0501040.100 28 maart 2025 Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V.
Er is verder geen informatie naar voren gekomen over de verbranding of stort van afval, verkaveling, ontgrondingen en/of afzetting van bodemvreemd materiaal. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen calamiteiten of overtredingen van voorschriften in het kader van de Wet milieubeheer en/of Wet bodembescherming en/of andere milieuregelgeving plaatsgevonden. Op basis van de bekende gegevens wordt geconcludeerd dat de locatie onverdacht is ten aanzien van het voorkomen van bodemverontreiniging. De bodem bevat naar verwachting ten hoogste licht verhoogde gehalten. Daarnaast zal er vanuit het projectgebied geen grond worden afgevoerd. Conclusie Vanuit het aspect bodem zijn geen belemmeringen voor het voorgenomen tijdelijke project.
4.9
Archeologie Kader Gemeenten dienen, ook nu de Omgevingswet in werking is getreden, archeologie te borgen in hun ruimtelijk beleid. Beoordeling Ter plaatse van het projectgebied is in het tijdelijk omgevingsplan de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 3’ opgenomen (zie figuur 1-4). Deze dubbelbestemming beschermt de (potentieel) aanwezige archeologische waarden in de bodem. In dit geval houdt de bescherming in de bouwregels in dat er zonder afwijkingen niet meer dan 500 m² aan bouwwerken toegevoegd mag worden tenzij de grondroerende werkzaamheden bij bijbehorende ontwikkeling niet dieper dan 0,40 meter onder het maaiveld plaatsvinden. Met voorgenomen ontwikkeling zijn tijdelijke bouwwerken met een oppervlakte van meer dan 500 m² geplaatst. De tijdelijke bouwwerken (tenten) zijn niet gefundeerd. Deze tenten worden verankerd met grondpennen. Het bevoegd gezag heeft geconcludeerd dat het gebruik van grondpennen de eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig aantasten. Conclusie Vanuit het aspect archeologie zijn geen belemmeringen voor het voorgenomen tijdelijke project.
4.10
Cultuurhistorie Kader De gemeente Schagen heeft in 2009 de Beleidsnota Cultuurhistorie Gemeente Schagen vastgesteld. In 2012 is er nog een verdiepingsslag op deze nota uitgevoerd. Dit heeft geresulteerd in de nota 'Verdieping Beleidsnota Cultuurhistorie gemeente Schagen'. In beide nota's zijn zowel de archeologische waarden als de cultuurhistorische waarden (landschappelijk) in beeld gebracht. De beleidsnota geeft aan welke cultuurhistorische waarden aanwezig zijn en hoe met deze waarden omgegaan kan worden. Per element dat op de kaart is aangegeven is beschreven op welke wijze de cultuurhistorische karakteristieken bewaard kunnen blijven. Daarnaast is cultuurhistorie verwerkt in de Omgevingsvisie van Schagen. In de Omgevingsvisie Schagen (2021) van de gemeente Schagen is aandacht besteed hoe om te gaan met cultuurhistorische gebieden. In figuur 4-4 zijn deze standpunten (en die van andere beleidsthema’s) geïntegreerd.
blad 25 van 32
Motivering BOPA Crisisnoodopvang Schagen projectnummer 0501040.100 28 maart 2025 Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V.
Figuur 4-4 Omgevingsvisie Schagen
Beoordeling Binnen de gemeente Schagen zijn een aantal sloten die niet mogen worden gedempt om de cultuurhistorisch waardevolle verkaveling in stand te houden. Met de voorgenomen ontwikkeling worden geen sloten van cultuurhistorische waarde gedempt. Alle monumenten en cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is door middel van het vigerende omgevingsplan beschermd met een specifieke functieaanduiding zodat de bestaande karakteristiek behouden blijft. In het projectgebied bevinden zich vanuit de nota cultuurhistorie en de omgevingsvisie geen monumenten en/of cultuurhistorische waardevolle bebouwing. Rondom het projectgebied bevinden zich meerdere monumenten. Deze liggen echter op dusdanige afstand van het projectgebied dat de voorgenomen ontwikkeling niet zorgt voor aantasting van monumenten of de zichtlijnen daarnaartoe. Conclusie Vanuit het aspect cultuurhistorie zijn geen belemmeringen voor het voorgenomen tijdelijke project.
4.11
Luchtkwaliteit Kader In het kader van de Wet milieubeheer moet beoordeeld worden of, rekening houdend met de voorgenomen ontwikkeling, wordt voldaan aan de wet- en regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. De concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) zijn maatgevend voor de beoordeling van de luchtkwaliteit. In het ‘Besluit niet in betekende mate bijdragen’ is bepaald dat een project ‘niet in betekende mate’(NIBM) kan bijdragen aan de luchtkwaliteit. Indien dit het geval is, dan hoeft er geen toetsing aan de grenswaarden plaats te vinden. Daarbij is de grens gesteld op een toename van de concentratie stikstofdioxide en fijn stof van maximaal 3% als gevolg van de nieuwe ontwikkeling. Bij een bouwprogramma van maximaal 1.500 woningen of 100.000 m 2 kantoren (bij één ontsluitingsweg) of een combinatie van beiden. Beoordeling Voor de voorgenomen ontwikkeling zijn de volgende dagelijkse vervoersbewegingen in kaart gebracht: • Personeel overdag 26*2 = 52 vervoersbewegingen • Personeel ’s avonds 8*2 = 16 vervoersbewegingen • Personeel ’s nachts 5*2 = 10 vervoersbewegingen • Vervoer naar scholen met taxi 3*2= 6 vervoersbewegingen • Vervoer naar scholen met bus 3*2 = 6 vervoersbewegingen • 1 overige taxidienst 1*2 = 2 vervoersbewegingen • 1 transport 1*2 = 2 vervoersbewegingen Totaal komen er 94 vervoersbewegingen bij per dag.
Dit leidt tot de volgende resultaten vanuit de NIBM-tool:
blad 26 van 32
Motivering BOPA Crisisnoodopvang Schagen projectnummer 0501040.100 28 maart 2025 Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V.
Figuur 4-5 Uitsnede NIBM-tool
Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor het voorgenomen tijdelijke project.
4.12
Weging van waterbelang Kader Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels (al dan niet ter nastreving van omgevingswaarden) uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl rijksregels met betrekking tot: 1. het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; 2. het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; en 3. het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied. De gemeente heeft een ‘Verordening op de afvoer van hemel- en grondwater’ vastgesteld op 21 maart 2023. Deze verordening bevat regels over het bergen van hemelwater op eigen terrein. Er moet 60 mm berging plaatsvinden per vierkante meter nieuw bouwoppervlak. Beoordeling Het feitelijk realiseren van waterberging, volgens de beleidsregel van de gemeente is heel lastig voor een tijdelijke situatie.
Op grond van artikel 2 lid 5 van de verordening kan het college ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, als van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater of grondwater kan worden gevergd. Ontheffing is mogelijk in uitzonderingssituaties waarin het lozingsverbod een bijzondere onbillijkheid met zich meebrengt die niet tot de normaal beoogde gevolgen van de verordening en gebiedsaanwijzing behoort. Enig nadeel is wel aanvaardbaar. Het college kan de ontheffing onder beperkingen verlenen. Zo kan de ontheffing bijvoorbeeld alleen betrekking hebben op de achterzijde van een bouwwerk of alleen gedurende een bepaalde overgangsperiode. Verder kan het college voorschriften aan een ontheffing verbinden. Een voorschrift kan betrekking hebben op onder meer het treffen van een alternatieve (tijdelijke) voorziening. Van onredelijkheid van het verbod kan daarnaast in individuele gevallen sprake zijn als de perceeleigenaar buitensporig hoge kosten moet maken om het afkoppelen te realiseren. Omdat hier sprake is van een tijdelijke situatie is ontheffing aangevraagd. Het aspect water is nader afgestemd met het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (welke maatregelen moeten er getroffen worden).
blad 27 van 32
Motivering BOPA Crisisnoodopvang Schagen projectnummer 0501040.100 28 maart 2025 Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V.
Daarnaast is de gemeente met het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier al overeengekomen om binnen het peilgebied waar de CNO wordt gerealiseerd de benodigde watercompensatie vorm te geven. Dit behelst 12% van het toe te voegen oppervlakte. In afbeelding 4-6 is het peilgebied weergegeven.
Figuur 4-6 Uitsnede vigerend peilgebied (projectgebied met blauwe ster aangeduid) (Bron hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier)
Conclusie Vanuit het aspect water zijn er vanwege de tijdelijkheid van deze ontwikkeling en met inachtname van de afspraak met het Hoogheemraadschap, dan ook geen belemmeringen voor dit tijdelijke project.
4.13
Gezondheid Kader Gezondheid is een thema waar de Omgevingswet geen inhoudelijke eisen over stelt, ondanks dat het bieden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving tot de maatschappelijke doelen van de wet behoort. Omdat de Omgevingswet het begrip niet inkadert, kan het veel verschillende onderwerpen raken, bijvoorbeeld regels voor het beweegvriendelijk maken van de omgeving. Milieunormen zijn in het verleden ook gesteld om gezondheid te beschermen. De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, in positieve of negatieve zin. Zo kan een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of een lawaaiige omgeving ongezond zijn. Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezonde fysieke leefomgeving. Binnen de Omgevingswet kunnen overheden eigen gezondheidsambities vastleggen en uitwerken. In de volgende artikelen van de Omgevingswet staan de regels over de gezonde fysieke leefomgeving: • In artikel 1.3 van de Omgevingswet staan de maatschappelijke doelen van de wet. Eén van die doelen is een gezonde fysieke leefomgeving. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden.
• In artikel 3.3 van de Omgevingswet van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag in de omgevingsvisie rekening moet houden met het voorzorgbeginsel en andere milieubeginselen. • In artikel 2.1 lid 4 van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toedeling van functies (in het omgevingsplan) in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid.
blad 28 van 32
Motivering BOPA Crisisnoodopvang Schagen projectnummer 0501040.100 28 maart 2025 Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V.
•
In artikel 5.32 van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning kan weigeren wanneer deze zou leiden tot (mogelijk) ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid en in artikel 5.42 lid 4 van de Omgevingswet en artikelen 8.101 en 8.102 van het Bkl staat dat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning kan wijzigen of intrekken in het kader van het treffen van passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid.
Beoordeling Met de realisatie van een tijdelijke opvanglocatie voor de duur van maximaal twee jaar wordt passende huisvesting geboden voor asielzoekers. Daarnaast is in de voorgaande paragrafen aangetoond dat het project voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om die redenen draagt dit project bij aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Door de gemeente Schagen is een spuitzoneringsovereenkomst gesloten met de eigenaren van de omliggende agrarische gronden over het aanhouden van een spuitvrije zone van minimaal 50 meter tot de opvang. Conclusie Vanuit het aspect gezondheid zorgt het tijdelijke project voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.14
Sociale veiligheid en overlast Kader Uit jurisprudentie volgt dat de sociale veiligheid en de te verwachten overlast aspecten zijn die de gemeente moet betrekken bij de beoordeling of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Toetsing Binnen de locatie zelf heeft het COA een maatregelenbeleid bij overlast. Deze maatregelen variëren van een goed gesprek , mondelinge/schriftelijke waarschuwing, inhouding van weekgeld tot time-out op een andere locatie en definitieve overplaatsing naar een andere locatie. De gemeente is verantwoordelijk voor handhaving buiten de locatie. Het COA onderhoudt wel nauw contact met de gemeente, door middel van regelmatig veiligheidsoverleg en contact met de wijkagent. Beide partijen kijken daarbij samen waar overlast wordt geconstateerd en wie wat doet om dit te voorkomen (maatregelen). Conclusie Vanuit het aspect sociale veiligheid en overlast zijn geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.15
Besluit milieueffectrapportage Kader Het instrument milieueffectrapportage (mer) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in bepaalde plan- en besluitvormingsprocessen te geven. In het milieueffectrapport (MER) worden de effecten van een ontwikkeling voor alle relevante milieuaspecten systematisch in beeld gebracht. Tevens wordt nagegaan of er alternatieven of maatregelen zijn waarmee eventuele negatieve effecten kunnen worden verminderd of voorkomen. Enerzijds maakt het opstellen van een milieueffectrapport (MER) de initiatiefnemer bewust van de milieugevolgen en anderzijds kan de overheid diverse milieugevolgen in samenhang met elkaar en op een voor de burger transparante wijze bij de besluitvorming betrekken. De verplichting een MER op te stellen is van kracht sinds 1 september 1987 en is verankerd in de Omgevingswet (en voorheen in de Wet milieubeheer). Voor sommige plannen of projecten geldt direct de verplichting om een MER op te stellen, maar er zijn ook plannen waarvoor het bevoegd gezag moet beoordelen of zij het nodig vindt om ter voorbereiding van een besluit een MER te laten maken. In het Omgevingsbesluit is opgenomen voor welke activiteiten de mer-(beoordelings)plicht bestaat. Het gaat dan met name om activiteiten die aanzienlijke nadelige effecten op het milieu kunnen hebben.
Beoordeling Voor de voorgenomen ontwikkeling is een mer-beoordeling uitgevoerd. Deze mer-beoordeling is opgenomen als Bijlage 6 bij deze onderbouwing. Hieronder wordt ingegaan op de conclusie van de beoordeling.
blad 29 van 32
Motivering BOPA Crisisnoodopvang Schagen projectnummer 0501040.100 28 maart 2025 Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V.
Het project wordt in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen (categorie J11). Voor dit project geldt, op basis van kolom 2, geen mer-plicht. Op basis van kolom 3 geldt echter wel een mer-beoordelingsplicht. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie die niet in of bij beschermde natuurgebieden ligt en het feit dat er geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten, maakt dat kan worden volstaan met een mer-beoordeling. Conclusie Op basis van de mer-beoordeling wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van het projectgebied niet leidt tot aanzienlijke milieueffecten. Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een mer-procedure of het opstellen van een MER.
blad 30 van 32
Motivering BOPA Crisisnoodopvang Schagen projectnummer 0501040.100 28 maart 2025 Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V.
5.
Participatie Het voornemen om de tijdelijke crisisnoodopvang in Schagen Oost te verlengen is eind november 2024 door de gemeente gecommuniceerd. Op 4 december 2024 is hierop een bewonersavond georganiseerd waarbij belanghebbenden kennis konden nemen van het voornemen en hun vragen, wensen en zorgen te uiten. De opbrengst van de avond was als volgt: Wat gedeeld wordt is het besef dat het noodzakelijk is asielzoekers op een goede wijze op te vangen. Het wordt de gemeente door enkele bezoekers van de avond verweten dat eerder gezegd is dat de opvanglocatie maximaal 1 jaar op deze locatie zou blijven. Voor hen was dat een belangrijke voorwaarde om in te stemmen, danwel om geen bezwaar te maken. De gemeente maakt hiermee een onbetrouwbare indruk. Reactie gemeente: Oorspronkelijk is inderdaad gecommuniceerd dat de opvanglocatie er maximaal 1 jaar zou blijven. Hier komen college en gemeenteraad nu op terug omdat uit onafhankelijk onderzoek is gebleken dat Schagen Oost nu eenmaal de enige geschikte en beschikbare locatie. De ervaringen met de locatie Schagen Oost zijn goed. Enkele omwonenden geven aan het bijzonder jammer te vinden dat hun vrije uitzicht door de opvanglocatie wordt weggenomen. In het verlengde daarvan zijn er ook omwonenden die vinden dat het bijzondere landschap op een niet gewenste manier wordt aangetast.
Reactie gemeente: Elke locatie waarvoor gekozen wordt heeft effect op de omgeving. Dat neemt niet weg dat het verdwijnen van uitzicht voor omwonenden vervelend is. De bescherming van het bijzonder landschap is een belangrijke taak van de provincie. Daarom kan enkel verlengd worden indien Gedeputeerde Staten instemmen met het verlengen van de ontheffing. Enkele omwonenden ervaren overlast van de opvanglocatie. Hierbij worden genoemd; autolichten die ’s avonds bij de woningen naar binnen schijnen, geluidsoverlast (wapperende vlaggen en aggregaat) en bewoners van de opvanglocatie die op onveilige wijze de provinciale weg richting het centrum oversteken. Reactie gemeente: Het COA neemt, waar mogelijk, maatregelen om overlast voor de omgeving zo veel mogelijk te beperken. Bewoners van de opvanglocatie worden gewezen op de veilige route naar het centrum. Er kan niet worden voorkomen dat zij soms hun eigen weg kiezen. Enkele omwonenden zien niet waarom de opvanglocatie niet verplaatst kan worden naar de locaties in Waarland en Dirkshorn. Deze locatie waren eerder in beeld bij het college maar na protesten van omwonenden van die locatie zijn deze locaties niet langer in beeld. Reactie gemeente: De gemeenteraad heeft overwogen dat draagkracht van een kern een belangrijke overweging is.
Op grond van dat criterium zijn Waarland en Dirkshorn in het onafhankelijke locatie onderzoek afgevallen als geschikte locaties. Niet alle bezoekers hadden bezwaren of zorgen. Er waren ook bezoekers die benieuwd waren naar het verdere proces, wat er verandert indien de opvanglocatie langer openblijft en op welke wijze zij, als vrijwilliger een bijdrage kunnen leveren. Met voorgaande is voldaan aan de informatie- en participatieverplichtingen van de gemeente, waarbij de gemeente zich ervan bewust is dat het voor omwonenden een gevoelig onderwerp blijft.
blad 31 van 32
Motivering BOPA Crisisnoodopvang Schagen projectnummer 0501040.100 28 maart 2025 Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V.
6.
Haalbaarheid
6.1
Financiering Het COA is verantwoordelijk voor de financiering van de uitvoering en de exploitatieduur. De projectlocatie wordt gehuurd door het COA. Het COA voert een maatschappelijke taak uit in opdracht van het Rijk en wordt ook als zodanig gefinancierd voor het realiseren van noodopvang.
6.2
Beheer en onderhoud Het COA verzorgt het beheer en onderhoud van het gebouw en het terrein gedurende het gebruik ten behoeve van de tijdelijke noodopvang. Dit betekent dat de kosten voor het beheer van de locatie volledig voor rekening van het COA zijn, waardoor deze tijdelijke noodopvang minimale impact heeft op de gemeentelijke financiën van de gemeente Schagen. Na het vertrek van het COA kan de locatie weer gebruikt worden conform de geldende enkelbestemming uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Schagen. Het tijdelijk gebruik van de locatie door het COA leidt niet tot onomkeerbare gevolgen die het toekomstig gebruik conform de geldende enkelbestemming in het tijdelijke deel van het omgevingsplan verhinderen.
6.3
Handhaving De omgevingsvergunning BOPA is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving van de omgevingsvergunning ligt bij de gemeente Schagen. Het handhavingsbeleid van de gemeente Schagen vormt de basis van de handhaving binnen de gemeentelijke grenzen. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de bescherming van mens en omgeving te waarborgen tegen ongewenste activiteiten en overlast. In het kader van handhaving vindt afstemming met gemeente en politie plaats .
blad 32 van 32
Motivering BOPA Crisisnoodopvang Schagen projectnummer 0501040.100 28 maart 2025 Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V.
Bijlage 1 Onderzoek omgevingsveiligheid
Mer-beoordeling
Externe veiligheid Schagen oost
projectnummer 0479189.100 concept revisie 01 25 oktober 2022
www.anteagroup.nl
Externe veiligheid Schagen oost projectnummer 0479189.100 concept revisie 01 25 oktober 2022
Auteurs Adviesgroep SAVE
Opdrachtgever Gemeente Schagen Postbus 8 1740 AA SCHAGEN
Colofon Projectgroep Wiro Gruijters Sander van Erck
datum 25 oktober 2022
beschrijving
vrijgave datum
datum 12 oktober 2022 projectnummer 0479189.100 betreft Externe veiligheid
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
1.1 1.1
Aanleiding Leeswijzer
4 4
2.
Beleidskader
5
3.
Beschouwing relevante risicobronnen
7
3.1
N241
7
4.
Verantwoording groepsrisico
9
4.1 4.1.1
Algemene beschouwing veiligheidssituatie Scenario’s
9 9
5.
Conclusie
12
Bijlage: groepsrisico berekening N241
13
Resultaten N241
17
datum 12 oktober 2022 projectnummer 0479189.100 betreft Externe veiligheid
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeente Schagen is voornemens tijdelijke huisvesting te realiseren ten oosten van De Vaart 36 te Schagen. Momenteel wordt het gebied gebruikt voor agrarische doeleinden. Het voornemen is om 78 tijdelijke woningen te realiseren in dit gebied. In het kader van de ruimtelijke procedure dient onder andere het aspect externe veiligheid te worden beschouwd. Hierin worden alle relevante risicobronnen in het plangebied beschouwt. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1: Ligging van het plangebied (rood) te Schagen (bron: opdrachtgever)
1.1
Leeswijzer In hoofdstuk twee wordt ingegaan op enkele hoofdzaken met betrekking tot het externe veiligheidsbeleid. In hoofdstuk drie worden de risicobronnen in relatie tot het plangebied beschouwd. Vervolgens worden in hoofdstuk vier elementen aangedragen voor de invulling van de verantwoording van het groepsrisico. Ten slotte worden in hoofdstuk vijf de conclusies van het onderzoek beschreven. In de bijlage is de beschrijving van de uitgevoerde risicoberekeningen opgenomen.
blad 4 van 19
datum 12 oktober 2022 projectnummer 0479189.100 betreft Externe veiligheid
2.
Beleidskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10 -6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden.
Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.
Figuur 2.1 Weergave plaatsgebondenrisicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport
blad 5 van 19
datum 12 oktober 2022 projectnummer 0479189.100 betreft Externe veiligheid
Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals hieronder weergegeven.
Figuur 2.2 Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico
Omgevingsveiligheid (Omgevingswet) Omgevingsveiligheid is een begrip dat hoort bij de Omgevingswet die naar verwachting in 2023 in werking zal treden. Door alle wetten en regelingen binnen het omgevingsrecht samen te voegen ontstaat een verandering onder het motto ‘Eenvoudig beter’. De Omgevingswet introduceert (in het Besluit kwaliteit leefomgeving) een aantal aandachtsgebieden. Deze aandachtsgebieden verschillen per risicobron. Voor transportroutes gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen in het Basisnet (waaronder de snelweg direct ten noorden van het plangebied) gaan de volgende aandachtsgebieden gelden: • Een brandaandachtsgebied van 30 meter; • Een explosieaandachtsgebied van 200 meter. Binnen deze aandachtsgebieden kunnen aanvullende bouwkundige maatregelen van toepassing zijn. De afwegingsruimte ligt hierbij primair bij het bevoegd gezag, met uitzondering van zeer kwetsbare gebouwen (zoals gebouwen bestemd voor het verblijf van jonge kinderen). Voor zeer kwetsbare gebouwen binnen het aandachtsgebied gelden de aanvullende bouwkundige maatregelen (of gelijkwaardige maatregelen) altijd.
blad 6 van 19
datum 12 oktober 2022 projectnummer 0479189.100 betreft Externe veiligheid
3.
Beschouwing relevante risicobronnen In de omgeving van het plangebied bevindt zich een risicobron: • N241. In dit hoofdstuk is het risiconiveau van deze risicobron beschouwd in relatie tot de ontwikkeling van het plangebied.
3.1
N241 In de omgeving van het plangebied vindt over de N241 transport van gevaarlijke stoffen plaats. Het wegvak van de N241 nabij het plangebied maakt geen onderdeel uit van het basisnet. Het plangebied bevindt zich binnen het invloedsgebied van deze risicobron. Het groepsrisico is inzichtelijk gemaakt en dient verantwoord te worden. Daarnaast dient volgens de Regeling basisnet het plaatsgebonden risico inzichtelijk te worden gemaakt indien het traject geen onderdeel uitmaakt van het basisnet. Om het groepsrisiconiveau van deze transportroute te bepalen zijn risicoberekeningen uitgevoerd (zie de bijlage 1). In dit hoofdstuk zijn de resultaten beschreven. Plaatsgebonden risico In de bijlage van het HART (paragraaf 1.2.3.1) staan vuistregels beschreven om het plaatsgebonden risico voor een weg binnen de bebouwde kom te bepalen. In deze vuistregels staat vastgesteld dat wanneer het aantal GF3 transporten per jaar lager is dan 500, de weg geen 10-6-contour heeft. Volgens de omgevingsdienst vinden er jaarlijks circa 250 GF3 transporten plaats. De weg heeft dus geen 10-6-contour. Daarmee wordt conform het Bevt voldaan aan de norm- en richtwaarden ten aanzien van het plaatsgebonden risico. Groepsrisico Het plangebied is binnen de 200 meter-zone van de rijksweg N241 gelegen. Het groepsrisico dient derhalve conform het Bevt inzichtelijk te worden gemaakt.
Gezien de weg geen onderdeel uitmaakt van het basisnet dient de meest recente telling te worden gebruikt om het groepsrisico inzichtelijk te maken. De omgevingsdienst heeft hiervoor gegevens aangeleverd, hier in staan aangegeven dat er 250 GF3 transporten per jaar plaatsvinden. In onderstaande figuur 3.1) is het berekende groepsrisico van de N-weg ter hoogte van het plangebied weergegeven. De uitgangspunten van deze berekening staan in bijlage 1.
blad 7 van 19
datum 12 oktober 2022 projectnummer 0479189.100 betreft Externe veiligheid
Figuur 3.1 Groepsrisico van de N241: — = Huidig groepsrisico — = Toekomstig groepsrisico Tabel 3.1: Groepsrisico van de N241
Traject
Normwaarde groepsrisico: huidige situatie
Normwaarde groepsrisico: toekomstige situatie
1. N241 (Schagen)
0,00008
0,00008
Uit figuur 3.1 blijkt dat het groepsrisico van het onderzochte traject zich onder de oriëntatiewaarde bevindt. De normwaarde van het groepsrisico in de huidige situatie is 0,00008 en in de toekomstige situatie is dit 0,00008 (circa 0,0008 keer de oriëntatiewaarde). De normwaarde van het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie niet significant toe en blijft onder de oriëntatiewaarde. Een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico is conform artikel 7 van het Bevt verplicht.
blad 8 van 19
datum 12 oktober 2022 projectnummer 0479189.100 betreft Externe veiligheid
4.
Verantwoording groepsrisico Een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico is, zoals geconcludeerd in hoofdstuk drie, verplicht ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de N241. In dit hoofdstuk worden elementen aangedragen voor de invulling van de verantwoordingsplicht door het bevoegd gezag: de gemeente Schagen. Deze elementen zijn afgeleid uit het Bevt en zijn tevens omschreven in hoofdstuk twee van deze rapportage en in de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico (VROM, 2007). Ter verantwoording van het groepsrisico dienen, naast de hoogte van het groepsrisico, enkele kwalitatieve elementen beschouwd te worden. In dit hoofdstuk zijn alle elementen beschouwd. Hierbij is de volgende indeling gehanteerd: • Algemene beschouwing veiligheidssituatie; • Zelfredzaamheid; • Bestrijdbaarheid.
4.1
Algemene beschouwing veiligheidssituatie
4.1.1
Scenario’s Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een transportroute gevaarlijke stoffen (provinciale weg). Bij deze risicobronnen kan een plasbrand, een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) of een toxisch scenario optreden. De gevolgen van deze scenario’s zijn verschillend. In deze paragraaf worden de scenario’s verduidelijkt. Plasbrandscenario Het effect dat optreedt bij een ongeval met enkel brandbare vloeistoffen is vooral warmtestraling door een (plas)brand. Het invloedsgebied is circa 35 meter, uitgaande van een calamiteit waarbij de gehele wagen- of tankinhoud vrijkomt. De omvang van het effect wordt beïnvloed door de oppervlakte van de plasbrand. BLEVE-scenario Een koude BLEVE ontstaat wanneer de tankwagen bezwijkt waardoor er plotseling gas kan ontsnappen, welke na ontsteking ontploft. Een warme BLEVE ontstaat door een (plas)brand in de nabijheid van een tankwagen. Door de hitte van de brand loopt de druk in een tankwagen hoog op, terwijl de sterkte van de metalen wand afneemt. Hierdoor kan de wand het begeven en de tank ontploffen. Met de maatregelen uit de Safety Deal zijn tankauto's voorzien van een hittewerende coating die het optreden van een warme BLEVE gedurende ten minste 75 minuten vertraagd. De brandweer is daardoor in staat de tank tijdig te koelen en daarmee een warme BLEVE te voorkomen.
Toxisch scenario Bij (zeer) toxische vloeistoffen is het scenario dat ten gevolge van een ongeval een lekkage ontstaat en zich een vloeistofplas vormt. Vervolgens verdampen deze toxische vloeistoffen waardoor een gaswolk ontstaat (met dezelfde gevolgen als een gaswolk van toxisch gas). Bij een ongeval met een toxisch gas ontstaat direct een toxische gaswolk. Bij een percentage aanwezige personen zal letaal letsel optreden door blootstelling aan de gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment.
4.1.2
Hoogte van het groepsrisico Het groepsrisico van de N241 blijft onder de oriëntatiewaarde. In hoofdstuk drie is geconcludeerd dat het groepsrisico niet significant toeneemt.
blad 9 van 19
datum 12 oktober 2022 projectnummer 0479189.100 betreft Externe veiligheid
4.2
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. Gerichte risicocommunicatie met bewoners (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering sneller verloopt. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelingsperspectief is (schuilen of vluchten) en op welke manier hieraan invulling kan worden gegeven. Het is aanbevelingswaardig om in instructies voor de toekomstige gebruikers op te hangen die betrekking hebben op het handelingsperspectief bij een incident met gevaarlijke stoffen. Deze maatregel kan door de ontwikkelaar met de exploitant (en eventuele samenwerking met de Veiligheidsregio) worden uitgewerkt. Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een BLEVE In het geval van een 'koude' BLEVE is er geen tijd om te vluchten en zullen alle personen (die zich onbeschermd buiten bevinden) in de directe omgeving slachtoffer worden. Buiten de 150 meter is schuilen in een gebouw of woning in beginsel de beste manier om de calamiteit te overleven. Echter, een koude BLEVE kan plaatsvinden zonder enige aankondiging vooraf. De omgeving zal dus verrast worden door het incident en zelfredzaamheid is niet aan de orde.
Bij een warme BLEVE is er in principe tijd om te vluchten tot buiten het invloedsgebied van het spoor en daar te schuilen (er is eerst brand en daarna volgt pas een explosie). Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een toxisch scenario Bij een calamiteit waarbij toxische gassen vrijkomen is zo snel mogelijk schuilen in een gebouw het voorkeurscenario. Bij een calamiteit met toxische gassen zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. Snel reageren, naar binnen vluchten en ramen en deuren sluiten is bij dit scenario dus van belang. In geval van een calamiteit met toxische stoffen op het spoor of op de weg is het van belang dat de bebouwing bescherming biedt. Van belang daarbij is dat - in dat geval - de (eventueel aanwezige) mechanische ventilatie centraal afgeschakeld kan worden (via een noodschakelaar). Dit voorkomt dat bij het optreden van een incident de ramen en deuren gesloten zijn, maar toch toxische stoffen via de ventilatie (versneld) tot het gebouw toetreden. Het is een goedkope maatregel die bij een calamiteit met giftige stoffen zeer effectief kan zijn.
Onder de Omgevingswet dient een mechanisch ventilatiesysteem standaard te beschikken over een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld (artikel 4.124 Besluit bouwwerken leefomgeving). Beperkt zelfredzame groepen Binnen het plangebied worden geen specifieke functies mogelijk gemaakt die de aanwezigheid van groepen beperkt zelfredzame personen faciliteren. De flexibele woningen worden derhalve bestemd als reguliere wooneenheden.
4.3
Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. De verschillende scenario’s vragen allen een ander aanvalsplan. De mate waarin uitvoering aan deze aanvalsstrategieën kan worden gegeven hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen).
blad 10 van 19
datum 12 oktober 2022 projectnummer 0479189.100 betreft Externe veiligheid
Ten aanzien van de bestrijdbaarheid wordt gemeente Schagen geadviseerd in het kader van de ruimtelijke procedure advies in te winnen bij de Veiligheidsregio Noord-Holland-Noord. BLEVE-scenario Het ontstaan van een koude BLEVE is niet te bestrijden, omdat de tank meteen explodeert. De branden die door de explosie ontstaan kunnen wel bestreden worden. De brandweer is in principe toegerust om de gevolgen van een warme BLEVE te bestrijden (en een explosie te voorkomen). Toxisch scenario Bij een ongeval met toxische gassen en vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water.
blad 11 van 19
datum 12 oktober 2022 projectnummer 0479189.100 betreft Externe veiligheid
5.
Conclusie In het kader van de ruimtelijke procedure voor de ontwikkeling van 78 flexibele woningen te Schagen is het aspect externe veiligheid beschouwd. In de omgeving van het plangebied bevindt zich één risicobron: N241.
5.1
Risicobeschouwing N241 • • •
5.2
De weg heeft geen 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico; Het groepsrisico van de N241 neemt niet significant toe door de voorgenomen ontwikkeling en blijft onder de oriëntatiewaarde; Het invloedsgebied van de weg reikt tot het plangebied, daarom is verantwoording van het groepsrisico conform artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes verplicht.
Verantwoording groepsrisico Verantwoording van het groepsrisico voor de N241 verplicht. In deze rapportage is een aanzet gedaan voor de verantwoording van het groepsrisico. Het bevoegd gezag, de gemeente Schagen, kan deze elementen betrekken bij de besluitvorming ten aanzien van de ruimtelijke procedure. Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico stelt de gemeente Schagen in het kader van de ruimtelijke procedure de Veiligheidsregio Noord-Holland-Noord in de gelegenheid advies uit te brengen.
blad 12 van 19
datum 12 oktober 2022 projectnummer 0479189.100 betreft Externe veiligheid
Bijlage: groepsrisico berekening N241 In deze bijlage worden de uitgangspunten en resultaten van de risicoberekeningen ten aanzien van de snelweg N241.
Uitgangspunten Rekenprogramma De risicoberekeningen zijn uitgevoerd met de risicoberekeningsmethodiek RBM II, versie 2.3.0 build 535. RBM II is het wettelijk voorgeschreven rekenprogramma voor de evaluatie van de externe veiligheid ten gevolge van het transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. Transportintensiteit N241 Over de N241 vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Gezien de weg geen onderdeel uitmaakt van het basisnet dient de meest recente telling te worden gebruikt om het groepsrisico inzichtelijk te maken. De omgevingsdienst heeft hiervoor gegevens aangeleverd, hier in staan aangegeven dat er 250 GF3 transporten per jaar plaatsvinden. Deze transportintensiteit voor de weg ter hoogte van het plangebied is weergegeven in tabel B1.1. Tabel B1.1 Transportintensiteit over N241
Stofcategorie
Transportintensiteit
GF3
250
Overige uitgangspunten In tabel B1.2 zijn overige uitgangspunten voor de risicoberekeningen weergegeven. Tabel B1.2 Overige uitgangspunten (conform de Handleiding Risicoberekeningen Transport)
Type weg Breedte Faalfrequentie Weerstation
Buiten de bebouwde kom 10 meter 3,6 x 10-7 Den Helder
Bevolkingsinventarisatie Voor de berekening van het groepsrisico zijn twee bevolkingssituaties relevant: • bevolking op basis van de vigerende situatie (huidige situatie); • bevolking op basis van het voorgenomen ruimtelijke besluit en de vigerende omgevingssituatie (toekomstige situatie). Er wordt beoogd 78 flexibele woningen te realiseren ten oosten van Schagen. De huidige bevolkingssituatie is gebaseerd op de huidige (vigerende) functie. De toekomstige bevolkingssituatie is gebaseerd op gegevens van de opdrachtgever. Het model is opgesteld om inzicht te krijgen in de invloed van het plan op het groepsrisico van de N241. Het model is fijnmazig en met hoge nauwkeurigheid opgesteld in de omgeving van het plangebied. Op grote afstand van het plangebied is er grover gemodelleerd, omwille van de werkbaarheid van het model. Het is dus specifiek opgesteld voor het betreffende plangebied.
blad 13 van 19
datum 12 oktober 2022 projectnummer 0479189.100 betreft Externe veiligheid
Kengetallen Voor de berekening van het groepsrisico is het noodzakelijk de bevolking binnen het invloedsgebied van het traject inzichtelijk te maken. Voor de inventarisatie en modellering van de personendichtheden in de omgeving van het onderscheiden traject is gebruik gemaakt van bestemmingsplannen: • Landelijk gebied Schagen (vastgesteld 2015-06-29); • Woongebieden Kern Schagen (vastgesteld 2013-11-20); • Bestemmingsplan bedrijventerrein Witte Paal (vastgesteld 2013-06-25). Deze gegevens zijn gecombineerd met het de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 1 Deel 6: Aanwezigheidsgegevens (2003) en Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico (VROM, 2007). In tabel B1.3 is weergegeven welke bevolkingsvlakken zijn ingevoerd voor de risicoberekeningen. De dag-/nachtfracties en binnen-/buitenfracties bij de berekeningen van de snelweg zijn gebaseerd op kengetallen zoals standaard vastgelegd in het rekenprogramma.
blad 14 van 19
datum 12 oktober 2022 projectnummer 0479189.100 betreft Externe veiligheid
B1.3 Gemodelleerde bevolkingsvlakken Vlak Bestemming
Aanwezigheid personen per eenheid of per hectare
1 2 3 4
Sport Sport Sport Kantoor 2196 m2(maatschappelijke zorgfunctie) 5 169 Woningen 6 Agrarisch 7 40 Woningen 8 27 Woningen 9 24 Woningen 10 140 Woningen 11 28 Woningen 12 57 Woningen 13 57 Woningen 14 114 woningen 15 132 woningen 16 Zorginstellingen (woon en zorg) 17 44 Woningen 18 191 woningen 19 Gemengd 20 Voortgezet onderwijs (10.793 m2) 21 268 woningen 22 Begraafplaats 23 Gemengd 24 Gemengd 25 Bedrijf midden 26 Bedrijf midden 27 Agrarisch 28 Agrarisch 29 2 Woningen 30 Agrarisch 31 Agrarisch 32 Agrarisch Huidige situatie P1 Agrarisch Toekomstige situatie P2 78 woningen
Fractie buiten
Brongegevens
Dag
Nacht
Eenheid
Absoluut (afgerond) Dag Nacht
Dag
Nacht
36 36 36 1
0 0 0 0
1/ha 1/ha 1/ha Pers./30m2
35 27 27 73,2
0 0 0 0
0,05 0,05 0,05 0,05
0,01 0,01 0,01 0,01
HVG HVG HVG HVG
1,2 1 1,2 1,2 1,2 1,2 1,2 1,2 1,2 1,2 1,2 -
2,4 0 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 2,4 -
Pers. 1/ha Pers. Pers. Pers. Pers. Pers. Pers. Pers. Pers. Pers. Pers.
203
406
48 32 29 168 34 71 71 137 245 930
96 65 48 336 67 142 142 274 491 950
0,07 0,05 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07
0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01
HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG
1,2 1,2 1
2,4 2,4 0
Pers. Pers. Pers. Pers./30m2
52 237 313 360
103 462 223 0
0,07 0,07 0,07 0,07
0,01 0,01 0,01 0,01
HVG HVG HVG HVG
1,2 5 1 1 40 40 1 1 1,2 1 1 1
2,4 0 0 0 8 8 0 0 2,4 0 0 0
Pers. Pers. Pers. Pers. 1/ha 1/ha 1/ha 1/ha Pers. 1/ha 1/ha 1/ha
384 3 93 247 407 192 38 12 2 11 8 20
755 0 115 84 81 39 0 0 5 0 0 0
0,07 0,07 0,07 0,07 0,05 0,05 0,05 0,05 0,07 0,05 0,05 0,05
0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01 0,01
HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG HVG
1
0
1/ha
3
0
0,05
0,01
HVG
1,2
2,4
Pers.
94
187
0,07
0,01
HVG
Een overzicht van het gehele bevolkingsmodel binnen het invloedsgebied van de snelweg in de toekomstige situatie is weergegeven in figuur B1.1. Een detail van het plangebied in de verschillende huidige en toekomstige situatie is weergegeven in figuur B1.2 en B1.3.
blad 15 van 19
datum 12 oktober 2022 projectnummer 0479189.100 betreft Externe veiligheid
Figuur B1.1 Bevolkingsvlakken RBM model toekomstige situatie
Figuur B1.2 Detailweergave RBM model huidige situatie
blad 16 van 19
datum 12 oktober 2022 projectnummer 0479189.100 betreft Externe veiligheid
Resultaten N241 Plaatsgebonden risico In de bijlage van het HART (paragraaf 1.2.3.1) staan vuistregels beschreven om het plaatsgebonden risico voor een weg binnen de bebouwde kom te bepalen. In deze vuistregels staat vastgesteld dat wanneer het aantal GF3 transporten per jaar lager is dan 500, de weg geen 10-6-contour heeft. Volgens de omgevingsdienst vinden er jaarlijks circa 250 GF3 transporten plaats. De weg heeft dus geen 10-6-contour. Daarmee wordt conform het Bevt voldaan aan de norm- en richtwaarden ten aanzien van het plaatsgebonden risico. Groepsrisico Het plangebied is binnen de 200 meter-zone van de rijksweg N241 gelegen. Het groepsrisico dient derhalve conform het Bevt inzichtelijk te worden gemaakt. Gezien de weg geen onderdeel uitmaakt van het basisnet dient de meest recente telling te worden gebruikt om het groepsrisico inzichtelijk te maken. De omgevingsdienst heeft hiervoor gegevens aangeleverd, hier in staan aangegeven dat er 250 GF3 transporten per jaar plaatsvinden. RBM II geeft als een berekeningsresultaat van het groepsrisico de normwaarde weer. In RBM II wordt de normwaarde gedefinieerd als de maximale waarde van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde. De maximale waarde wordt berekend op basis van het punt in de groepsrisicocurve dat het dichtst bij de oriëntatiewaarde ligt in het geval dat dit onder de oriëntatiewaarde ligt.
Wanneer er wel een groepsrisicocurve boven de oriëntatiewaarde ligt, is dit het punt dat het verst over de oriëntatiewaarde ligt. Een normwaarde groter dan 0,01 betekent een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het GR. De hoogte van het groepsrisico voor het traject is weergegeven in figuur B1.4 en tabel B1.4.
Figuur B1.3 Groepsrisico van de N241: — = Huidig groepsrisico — = Toekomstig groepsrisico Tabel B1.4: Groepsrisico van de N241
Traject
Normwaarde groepsrisico: huidige situatie
Normwaarde groepsrisico: toekomstige situatie
1. N241 (Schagen)
0,00008
0,00008
Uit figuur B1.3 en tabel B1.4 blijkt dat het groepsrisico van het onderzochte trajectdeel onder de oriëntatiewaarde is gelegen. De normwaarde van het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie niet significant toe. Een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico is conform artikel 7 van het Bevt verplicht. De kilometer met het hoogste groepsrisico in de huidige situatie is weergegeven in figuur B1.4 De kilometer met het hoogste groepsrisico in de toekomstige situatie is weergegeven in figuur B1.5.
blad 17 van 19
datum 12 oktober 2022 projectnummer 0479189.100 betreft Externe veiligheid
Figuur B1.4 Ligging van de kilometer met het hoogste groepsrisico in de huidige situatie (blauw)
Figuur B1.5 Ligging van de kilometer met het hoogste groepsrisico in de toekomstige situatie (blauw)
blad 18 van 19
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Zutphenseweg 31D 7418 AH Deventer Postbus 321 7400 AH Deventer T. +31 6 51526164 E. Sander.vanErck@anteagroup.nl
Copyright © 2024 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.
www.anteagroup.nl
Motivering BOPA Crisisnoodopvang Schagen projectnummer 0501040.100 28 maart 2025 Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V.
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek
Akoestisch onderzoek
Crisisnoodopvang Schagen
projectnummer 0491292.100 concept revisie 00 30 januari 2024
www.anteagroup.nl
Akoestisch onderzoek Crisisnoodopvang Schagen projectnummer 0491292.100 concept revisie 00 30 januari 2024
Auteurs M. Steenkamp
Opdrachtgever Gemeente Schagen Postbus 8 1740 AA SCHAGEN
Gecontroleerd M. l'Ami
datum 30 januari 2024
beschrijving
vrijgave
datum 30 januari 2024 projectnummer 0491292.100 betreft Akoestisch onderzoek
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding en vraag Doel Leeswijzer
4 5 5
2.
Beoordelingskader
6
2.1 2.2 2.3 2.4 2.4.1 2.4.2
Geluid en niet-geluidgevoelige objecten Geluid en het toelaten van een tijdelijk (geluidgevoelig) object Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Geluid op geluidgevoelige objecten door omliggende wegen Regels tijdelijk omgevingsplan gemeente Schagen Beoordelen aanvaardbaarheid/evenwichtige toedeling van functies aan locaties
6 6 6 6 6 6
3.
Uitgangspunten en onderzoeksopzet
9
3.1 3.2 3.3 3.4
Terreinindeling Basisgegevens Rekenmethode Uitgangspunten
9 9 9 10
4.
Resultaten en toetsing
11
4.1 4.2 4.3 4.4
Resultaten provinciale wegen Resultaten gecumuleerd/gezamenlijk geluid Argumentatie voor gemeentelijke afweging Maatregelen
11 12 12 12
5.
Samenvatting en conclusie
14
5.1 5.2 5.3
Resultaten Argumentatie voor gemeentelijke afweging Maatregelen
14 14 14
Bijlage 1 Overzicht rekenmodel
16
Bijlage 2 Invoergegevens rekenmodel
17
Bijlage 3 Rekenresultaten
18
datum 30 januari 2024 projectnummer 0491292.100 betreft Akoestisch onderzoek
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding en vraag Gemeente Schagen is voornemens om een nieuwe crisisnoodopvang (logiesfunctie) te realiseren op de locatie Schagen-Oost gelegen aan de Priggeweg in Schagen. Deze noodopvang wordt gerealiseerd voor een periode van maximaal één jaar, startend in 2024. De crisisnoodopvang zal net als in de situatie in Petten maximaal 250 bewoners huisvesten. In het kader hiervan wordt een ruimtelijke onderbouwing opgesteld, waar een akoestisch onderzoek onderdeel van is. Dit rapport beschrijft het akoestisch onderzoek naar de locatie Schagen-Oost. Het projectgebied is gelegen aan de Priggeweg ten oosten van de Kern Schagen in het buitengebied van Schagen. Het gebied wordt begrensd door Volkstuindersvereniging Schagen in het Noorden, door omliggende agrarische percelen in het zuiden en oosten en in het westen door een groenstrook met bomen. In onderstaande afbeeldingen is de globale begrenzing en ligging ten opzichte van de omgeving weergegeven.
Afbeelding 1.1 Bovenaanzicht projectgebied Schagen-Oost (Bron: Streetsmart Cyclomedia)
Afbeelding 1.2 Ligging projectgebied Schagen-Oost ten opzichte van de omgeving (Bron: Streetsmart Cyclomedia)
blad 4 van 19
datum 30 januari 2024 projectnummer 0491292.100 betreft Akoestisch onderzoek
1.2
Doel Het doel van het akoestisch onderzoek is inzicht te geven in hoeverre sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In dit kader wordt inzichtelijk gemaakt of dat sprake is van een aanvaardbaar effect van geluid vanwege omliggende wegen op de crisisnoodopvang.
1.3
Leeswijzer Het beoordelingskader staat in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 zijn de uitgangspunten en de onderzoeksopzet beschreven. De resultaten van de geluidberekeningen en de toetsing zijn opgenomen in hoofdstuk 4. De rapportage wordt afgesloten met een samenvatting en conclusie in hoofdstuk 5.
blad 5 van 19
datum 30 januari 2024 projectnummer 0491292.100 betreft Akoestisch onderzoek
2.
Beoordelingskader
2.1
Geluid en niet-geluidgevoelige objecten Gebouwen met een woonfunctie zijn geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.21, Besluit kwaliteit leefomgeving). De aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen sluit aan bij artikel 4.101, Besluit bouwwerken leefomgeving. Hieruit volgt dat gebouwen met een logiesfunctie niet als gebouw met woonfunctie worden beschouwd. De wet wijst gebouwen met deze functie niet aan als geluidgevoelig gebouw. De instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving hebben uitsluitend betrekking op geluidgevoelige gebouwen. Andere gebouwen en locaties reguleert het Besluit kwaliteit leefomgeving niet. Het Rijk laat de bescherming van overige gebouwen en locaties over aan decentrale overheden. Een wettelijke taak van de gemeente is het 'evenwichtig toedelen van functies aan locaties' (artikel 4.2 Omgevingswet). De gemeente neemt bij deze taak het geluid door activiteiten op de niet van rijkswege beschermde gebouwen en locaties mee. Als basis voor beoordeling in hoeverre in deze situatie sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, worden de instructieregels ingevolge het Besluit kwaliteit leefomgeving gehanteerd in samenhang met de regels die volgen uit het vigerende omgevingsplan (Bruidschat).
2.2
Geluid en het toelaten van een tijdelijk (geluidgevoelig) object Bij het toelaten van een tijdelijk geluidgevoelig gebouw langs een weg, moet de gemeente rekening houden met het geluid door de bron. Daarnaast moet het geluid door de bron aanvaardbaar zijn (artikel 5.78s, Besluit kwaliteit leefomgeving). De overige instructieregels uit paragraaf 5.1.4.2a Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen gelden niet (artikel 5.78, lid 2, Besluit kwaliteit leefomgeving).
2.3
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Ingevolge de Omgevingswet dient voor het opstellen van een omgevingsplan of in het kader van de beoordeling van een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) rekening te worden gehouden met het geluid door wegen op geluidgevoelige gebouwen, waarbij wordt beoordeeld in hoeverre het geluideffect aanvaardbaar is en daarmee, vanuit optiek van geluid, sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In onderstaande paragrafen wordt dit nader uitgewerkt.
2.4
Geluid op geluidgevoelige objecten door omliggende wegen
2.4.1
Regels tijdelijk omgevingsplan gemeente Schagen In het tijdelijk omgevingsplan van de gemeente Schagen zijn geen regels opgenomen voor wegen.
2.4.2
Beoordelen aanvaardbaarheid/evenwichtige toedeling van functies aan locaties Besluit kwaliteit leefomgeving Artikel 5.78t. (hoofdregel toelaten van geluidgevoelig gebouw) 1. Een omgevingsplan dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat, voorziet erin dat het geluid op dat gebouw niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.78t. Tabel 5.78t Standaardwaarde geluidgevoelige gebouwen Geluidbronsoort
Standaardwaarde
Provinciale wegen Rijkswegen
50 Lden
blad 6 van 19
datum 30 januari 2024 projectnummer 0491292.100 betreft Akoestisch onderzoek
Geluidbronsoort
Standaardwaarde
Gemeentewegen Waterschapswegen
53 Lden
Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen
55 Lden
Industrieterreinen
50 Lden 40 Lnight
Artikel 5.78u. (overschrijding standaardwaarde) 1. Een omgevingsplan dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat, kan erin voorzien dat het geluid op dat gebouw hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.78t, als: a. geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen; b. de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en c. het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 5.78u. Tabel 5.78u Grenswaarde geluidgevoelige gebouwen Geluidbronsoort
Standaardwaarde
Provinciale wegen Rijkswegen
60 Lden
Gemeentewegen Waterschapswegen
70 Lden
Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen
65 Lden
Industrieterreinen
55 Lden 45 Lnight
2.
Geluidbeperkende maatregelen als bedoeld in het eerste lid worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.
Geluidaandachtsgebied Een geluidaandachtsgebied is het gebied langs een weg, spoorweg of rond industrieterrein waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde (artikel 3.20 Bkl). Omgevingsregeling Artikel 17.5. (overgangsrecht geluidaandachtsgebied voor gemeentewegen, lokale spoorwegen en waterschapswegen) 1.
Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de gegevens voor de basisgeluidemissie uiterlijk worden verzameld, bestaat het geluidaandachtsgebied uit het gebied dat zich aan weerszijden van de as van de weg uitstrekt tot de volgende afstand, gemeten vanaf de rand van de weg of de buitenste spoorstaaf van de spoorweg: a. voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/u of minder geldt: 100 m;
blad 7 van 19
datum 30 januari 2024 projectnummer 0491292.100 betreft Akoestisch onderzoek
b. voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een onbekende maximumsnelheid of een maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt, en een spoorweg, bestaande uit een of twee sporen: 200 m; en c. voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken, en een spoorweg, bestaande uit drie of meer sporen: 350 m. 2.
Als een lokale spoorweg grotendeels is verweven of gebundeld met een gemeenteweg wordt bij de toepassing van het eerste lid het totaal van het aantal sporen of rijstroken beschouwd.
In onderhavige situatie is het plangebied gelegen in het geluidaandachtsgebied van de provinciale wegen N241 en Priggeweg1.
Het plangebied is eveneens gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van Vliedlaan, de Wetering en de Vaart. Echter ontbreken van verkeersgegevens voor deze wegen. Gezien de ligging van deze wegen ten oosten van de maatgevende provinciale weg N241 en gezien het aantal voertuigen op deze wegen naar verwachting dermate laag is, zijn deze wegen als akoestisch niet relevant beschouwd. 1