CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

312023001.25.351 Gemeente Schagen - Accountantsverslag 2024

Gemeenteraad 24 juni 2025, gemeente SchagenBij agendapunt: Jaarstukken 202410.669 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Accountantsverslag 2024 Gemeente Schagen

Aan de raad van de gemeente Schagen Postbus 8 1740 AA SCHAGEN

Geachte leden van de raad,

Onderwerp Accountantsverslag 2024

Bij de jaarrekening 2024 hebben wij op 20 mei 2025 een goedkeurende controleverklaring afgegeven. Ons oordeel bij de jaarrekening 2024 ziet ook toe op de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording.

Datum 20 mei 2025

Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2024. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole.

Kenmerk 312023001.25.351

Wij hebben de controle van de jaarrekening 2024 van uw gemeente afgerond. De jaarrekening van de gemeente Schagen is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 5 juni 2025 bespreken wij onze controlebevindingen met de auditcommissie.

Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor de raad en het college. Wij geven u toestemming om dit accountantsverslag (de was getekend-versie) te publiceren via de agenda’s van de raadscommissies en de raad. Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V. ValidSigned door A. Booij RA op 20-05-2025

A. Booij RA

Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409.

Inhoudsopgave

Contact De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag: Arie Booij 06 – 1509 2689 abooij@psa-ra.nl Remco Korhorn 06 – 1099 9195 rkorhorn@psa-ra.nl

1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij ....................... 2 2. Financiële positie en resultaat ................................................. 7 3. Bevindingen eindejaarscontrole ............................................. 12 4. Interne beheersing ................................................................ 25 5. Overige aangelegenheden ..................................................... 27 6. Verplichte tabel SiSa .............................................................. 31

1.

Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij

312023001.25.351 - 1

1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle

Met de opdrachtbevestiging d.d. 4 september 2024 en kenmerk 312023001.34.503 heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2024. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening van de gemeente Schagen. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2024 voldoende voor de doelstelling van onze controle. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle is verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het Programma van Eisen Accountantsdiensten 2023 zoals vastgesteld door de raad op 22 december 2022 en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2024 vallen.

Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het Programma van Eisen Accountantsdiensten 2023

De wijze waarop wij de materialiteit bepaald hebben sluit aan op het Programma van Eisen Accountantsdiensten 2023. De maximaal toe te passen marges voor de accountantscontrole zijn vastgelegd in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). In uw Programma van Eisen Accountantsdiensten 2023 heeft u geen lagere marges vastgesteld. De bij onze controle van de jaarrekening 2024 toegepaste goedkeuringstoleranties bedragen daarom: Bron: Jaarstukken 2024

Fouten

Onzekerheden

Goedkeuringstoleranties

€ 1.900.000

€ 5.700.000

De raad heeft in het Programma van Eisen 2023 de rapporteringstolerantie vastgesteld op € 100.000.

Onze aanpak is gericht op risico’s

Voor de controle van de jaarrekening 2024 onderkennen wij een aantal risico’s en aandachtspunten, die een verhoogd (bruto) risico met zich mee (kunnen) brengen op een materiële fout in uw jaarrekening en die een mogelijke impact op de bedrijfsvoering kunnen hebben. De risico’s en aandachtspunten zijn hieronder weergegeven. Opname van een risicogebied of aandachtspunt in deze opsomming betekent niet dat daadwerkelijk sprake is van risico’s die zich daadwerkelijk voordoen, maar zijn enkel bedoeld om aan te geven dat wij hier tijdens onze controle (extra) aandacht aan hebben besteed. De onderkende risico’s en aandachtspunten voor 2024 zijn: ▪ ▪

De status en voortgang van het ontwikkelplan en de kwaliteit van de interne beheersing. Voortgang van de (geplande) kwaliteitsimpulsen aan uw IT-omgeving. 312023001.25.351 - 2

▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪

▪

De waardering en risico-inschatting met betrekking tot lopende grondexploitaties, in het bijzonder de complexen Lagedijk N-W en Makado Schagen gelet op de getroffen verliesvoorzieningen en de complexen Lagedijk N-W, Landsheer, Schagerbrug Dijkzicht en Bogtmanweg gelet op de omvangrijke nog te maken kosten en nog te realiseren opbrengsten. Het mogelijk moeten vormen van een voorziening voor de Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU). De uitvoering van de diverse beheerplannen voor onderhoud aan uw kapitaalgoederen in relatie tot de getroffen bestemmingsreserves en het treffen van voorzieningen. Naleving van de (Europese) aanbestedingsregels en het potentiële corruptierisico bij aanbestedingen. Het risico op het ontbreken van een prestatieverklaring in het inkoopproces. Het risico op een onrechtmatige handmatige betaling. Risico’s en onzekerheden in het sociaal domein, waaronder Pgb’s, Wmo en Jeugdzorg.

De follow-up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtspunten vanuit de interne en externe controle, zoals: • Vaststellen van de betrouwbaarheid van de activa-administratie • Actualiseren van beleid voor bepalen van voorziening oninbaarheid belastingvorderingen en vorderingen sociale zaken • Beheersing en verwerking van specifieke uitkeringen in uw financiële administratie • Afwikkeling vorderingen woonplaatsbeginsel Jeugd • Onderbouwing uitgangspunten voor bepaling van de voorziening wachtgeldverplichting • Beoordeling toereikendheid pensioenvoorziening (voormalig) wethouders De (actualisatie) van de (fraude-)risicoanalyse. Vanuit de controlerichtlijnen dienen wij specifiek aandacht te besteden aan de mogelijkheid die het management heeft om specifieke controlemaatregelen te omzeilen. Dit risico is niet uniek voor uw gemeente. Belangrijke voorbeelden zijn de memoriaalboekingen (handmatige (correctie)boekingen) en posten die gezien hun aard schattingselementen in zich hebben. De ontwikkeling en invoering van de duurzaamheidsrapportage bij de gemeente Schagen.

Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft het college voor bovenstaande risicogebieden beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door het college ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s moeten verkleinen. Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘Bevindingen eindejaarscontrole’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.

De baten en lasten, alsmede balansmutaties, zijn in materiële zin rechtmatig

Op basis van uw Programma van Eisen Accountantsdiensten 2023 hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeente met betrekking tot de specifieke uitkeringen gecontroleerd. Hierbij zijn geen materiële bijzonderheden geconstateerd. Uw gemeente voert 29 regelingen met betrekking tot specifieke uitkeringen uit. Deze zijn verantwoord via de SiSa-bijlage in uw jaarrekening. Onze conclusie is dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen, rechtmatig zijn weergegeven in de jaarrekening 2024. 312023001.25.351 - 3

Uw rechtmatigheidsverantwoording

In de jaarrekening legt het college met de rechtmatigheidsverantwoording verantwoording af over een drietal rechtmatigheidscriteria die niet expliciet blijken uit het getrouw opnemen van baten, lasten alsmede balansmutaties. Dit betreffen het begrotings-, het voorwaarden- en het misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheids-verantwoording licht het college toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruiken oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten, lasten alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting, verordeningen en met de bepalingen in de relevante wet- en regelgeving, zoals opgenomen in het op 17 december 2024 door de raad vastgestelde normenkader 2024 voor de financiële rechtmatigheid. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door de raad vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. De rechtmatigheidsverantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de raad bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 5.701.650.

Er zijn geen afwijkingen geconstateerd boven dit grensbedrag. In hoofdstuk 3 van dit accountantsverslag gaan wij nader in op de rechtmatigheidsverantwoording.

De jaarrekening voldoet aan het BBV

Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente Schagen. Daarnaast vereisen zij van het college het toepassen van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn. De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de gemeente Schagen zijn uiteengezet in de jaarstukken 2024 in onderdeel “Grondslagen van waardering en resultaatbepaling”. In de jaarrekening 2024 heeft zich ten opzichte van de jaarrekening 2023 geen wijziging voorgedaan in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen, die een aanzienlijke invloed hebben gehad op de baten en lasten en/of de financiële positie van de gemeente Schagen. Wij hebben het door het college toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld.

Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

312023001.25.351 - 4

Geen geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken

Naar aanleiding van onze controle van de jaarrekening, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn daarom niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de niet materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.

Goedkeurende controleverklaring

Wij zijn van oordeel dat de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2024 van de gemeente Schagen een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van de baten en lasten over 2024 en van het vermogen op 31 december 2024 in overeenstemming met het BBV. Daarnaast zijn wij van mening dat de door het college afgegeven rechtmatigheidsverantwoording een getrouwe weergave geeft van de rechtmatigheid van het door haar gevoerde financieel beheer. Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door de raad wordt vastgesteld. Wij verzoeken u daarom ons een door de voorzitter van de raad en de griffier ondertekend besluit van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.

312023001.25.351 - 5

2.

Financiële positie en resultaat

312023001.25.351 - 6

2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw gemeente neemt toe

In het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenten, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten 2024 bedraagt € 22.687.000 voordelig. Per saldo is tussentijds € 16.245.000 aan de reserves toegevoegd, zodat het uiteindelijk gerealiseerd resultaat over 2024 € 6.441.000 voordelig bedraagt. Dit gerealiseerd resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen. (in € 1.000)

2024

2023

2022

Eigen vermogen per 1 januari

88.219

71.507

62.860

Tussentijdse resultaatbestemming

16.245

7.924

4.767

Gerealiseerd resultaat (-/- = nadelig)

6.441

8.788

3.881

Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’)

22.687

16.712

4.502

Eigen vermogen per 31 december

110.905

88.219

71.507

NB: door afronding op € 1.000 kunnen geringe afrondingsverschillen of afwijkingen van de jaarstukken ontstaan.

De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de toevoegingen aan en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van uw raad. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2024 59% van het balanstotaal (2023: 52% van het balanstotaal). Zowel in absolute als in relatieve zin is het eigen vermogen toegenomen. In de toelichting op balans bij het onderdeel eigen vermogen van de jaarrekening geeft het college een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2024. Wij verwijzen u naar deze toelichting.

312023001.25.351 - 7

Resultaat 2024 is beïnvloed door reservemutatie(s)

Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente Schagen ook het gerealiseerd resultaat. Dit is het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit in de loop van het jaar gedane onttrekkingen uit reserves minus de tussentijdse toevoegingen aan reserves, op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerd resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeente het volgende:

Exploitatieresultaat (in € 1.000)

Realisatie 2024

Totale baten Totale lasten

177.950 154.408

Gerealiseerde saldo van baten en lasten Af: toevoegingen aan reserves Bij: onttrekkingen uit reserves Saldo mutaties reserves (per saldo toegevoegd) Gerealiseerd resultaat (voordelig)

Begroting na wijziging 2024 174.949 155.955

22.687 35.644 19.399

18.994 34.564 19.690

-/- 16.245

-/- 14.874

6.441

4.120

De exploitatie over 2024 laat een voordelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten (resultaat vóór reservemutaties) van € 22.687.000 zien, ten opzichte van een begroot (na wijziging) saldo van € 18.994.000 voordelig. Dit is een voordeel van € 3.693.000. Het voordelig gerealiseerd resultaat van € 6.441.000 is afzonderlijk op de balans onder het eigen vermogen opgenomen. In de programmaverantwoording, per programma, in het onderdeel “Wat heeft het gekost” is in het onderdeel “Toelichting verschillen” een analyse van de verschillen per doelstelling groter dan € 25.000 opgenomen. Wij verwijzen u naar deze toelichtingen. Het voordelige exploitatieresultaat 2024 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de structurele baten en lasten. Het inzicht in de structurele baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting.

312023001.25.351 - 8

Het college geeft aan dat de ratio voor het beschikbare incidentele weerstandsvermogen hoger is dan de streefwaarde uit de nota Vermogensbeheer. Het structurele weerstandsvermogen is toereikend om de structurele risico’s op te kunnen vangen.

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit vanwege ingeschatte risico’s. In de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” geeft het college inzicht in het incidentele en het structurele weerstandsvermogen. Incidenteel weerstandsvermogen Het incidentele weerstandsvermogen is bedoeld om eenmalige risico’s op te vangen, wanneer deze zich voordoen. De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit (voor de samenstelling, zie de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing”) heeft het college bepaald op € 70.170.000. In 2023 bedroeg deze € 63.359.000. De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit is daarom ten opzichte van 2023 gestegen. Deze stijging komt voornamelijk door de toename van de algemene reserve. Deze is in 2024 toegenomen van € 8.159.000 tot € 16.670.000. In de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” heeft het college een opsomming gegeven van ingeschatte incidentele risico’s. Deze cumuleren voor 2024 tot een bedrag van € 1.880.000 (2023: € 2.125.000). Op basis van deze kwantificering is de ratio voor het incidenteel weerstandsvermogen voor 2024 uitgekomen op 37,3 (2023: 29,8). Deze ratio is hoger, zo geeft het college aan, dan de streefwaarde van 1,5 zoals u heeft vastgesteld in de Nota Vermogensbeleid uit 2024.

Ten opzichte van 2023 is sprake van een daling van de gekwantificeerde incidentele risico’s en een stijging van de beschikbare incidentele weerstandcapaciteit. Structureel weerstandsvermogen De structurele weerstandscapaciteit is door uw college bepaald op de onbenutte belastingcapaciteit. Deze komt voor 2024 uit op een bedrag van € 2.400.000 en is daarmee gelijk gebleven ten opzichte van 2023. De structurele risico’s zijn door het college bepaald op € 2.316.480 (2023: € 8.225.000). Ten opzichte van 2023 is daarom sprake van een daling van de gekwantificeerde incidentele risico’s. Deze daling wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de onzekere financiering vanaf 2026 vanuit het Rijk als gevolg van herijking van het gemeentefonds niet meer als structureel risico is gespecificeerd door het college. De ratio voor het structureel weerstandsvermogen is daarmee in 2024 gestegen naar 1,0. In 2023 was deze 0,3. In de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” geeft het college daarbij aan dat “dit betekent dat de gemeente de structurele risico’s voldoende kan opvangen met structurele middelen. Wij verwijzen u voor de onderkende risico’s en de kwantificering daarvan naar de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing”. Overigens merken wij hierbij op dat deze cijfers niet aan accountantscontrole of een beoordelingsopdracht zijn onderworpen.

312023001.25.351 - 9

3.

Bevindingen eindejaarscontrole

312023001.25.351 - 10

3. Bevindingen eindejaarscontrole U heeft stappen gezet bij het samenstellen van de jaarstukken 2024

De controle van de jaarrekening 2024 was voor ons het tweede controlejaar bij de gemeente Schagen. Bij start van de controle van de jaarrekening 2024 waren de concept jaarstukken 2024 gereed. De oplevering van de onderbouwende stukken was met uitzondering van één onderdeel volledig. Ten opzichte van voorgaand jaar heeft uw gemeente stappen gezet in het proces van samenstellen van de jaarstukken. Voorbeelden van stappen die afgelopen jaar zijn gezet zijn: ▪ ▪ ▪ ▪

het jaarrekeningproces is verbeterd, onder andere door verbetering van de coördinatie van vragen en antwoorden, inclusief een verbetering is de kwaliteit van antwoorden; wijze waarop de specifieke uitkeringen worden verwerkt in uw financiële administratie is geëvalueerd en verbeterd; de betrouwbaarheid van uw activa administratie is onderzocht en heeft wederom tot herrubriceringen geleid; en de uitgangspunten voor de voorziening wachtgeld zijn onderbouwd op basis van historische gegevens (en daarmee gewijzigd).

Wij zien daarentegen ook nog een aantal verbeterpunten ten behoeve van de controle van de jaarrekening 2025 e.v. In dit hoofdstuk gaan wij in op de door ons geconstateerde bevindingen bij de controle van de jaarrekening 2024 en indien van toepassing onze adviezen daarbij. Legenda: = Advies / aandachtspunt = Bevinding

Zorg dat de presentatie en toelichting van uw begroting voldoet aan het BBV

In het overzicht van baten en lasten, zoals opgenomen in uw jaarrekening 2024, worden naast de baten en lasten en het saldo per programma ook de vennootschapsbelasting, overhead en algemene dekkingsmiddelen apart gepresenteerd. Deze indeling is in overeenstemming met de verslaggevingsvoorschriften van het BBV. Echter, in uw begroting 2024 (en inmiddels ook uw begroting 2025) worden deze vennootschapsbelasting, overhead en algemene dekkingsmiddelen niet apart gepresenteerd. Hierdoor ontstaat een verschil tussen het overzicht van baten en lasten zoals deze is opgenomen in de begroting 2024 en zoals deze is opgenomen in de jaarrekening 2024. Deze verschillen zijn toegelicht als onderdeel van het overzicht van baten en lasten. 312023001.25.351 - 12

Wij adviseren om uw begroting in overeenstemming met het BBV in te delen, waarbij naast de baten en lasten en het saldo per programma ook de vennootschapsbelasting, overhead en algemene dekkingsmiddelen apart zijn geraamd en gepresenteerd. Hiermee realiseert u dat ook uw begroting voldoet aan het BBV en er geen verschillen meer hoeven te worden verklaard tussen de begroting en de jaarrekening.

De rechtmatigheidsverantwoording 2024 is getrouw

Uw rechtmatigheidsverantwoording 2024 De rechtmatigheidsverantwoording is opgenomen in de jaarrekening. Wij hebben vastgesteld dat deze voldoet aan het voorgeschreven model en dat daarbij de door de raad vastgestelde kaders zijn gehanteerd. Deze kaders zijn in overeenstemming met richtlijnen die vanuit de Commissie BBV zijn gegeven. Uit de in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording blijkt dat sprake is van rechtmatigheidsafwijkingen voor een totaalbedrag van € 4.945.614. De afwijkingen zijn lager dan de verantwoordingsgrens van € 5.701.650 (3% van de totale lasten, inclusief de toevoegingen aan de reserves) en hoger dan de rapporteringsgrens van € 100.000. De afwijkingen hoger dan de rapporteringsgrens zijn door het college toegelicht in de paragraaf Bedrijfsvoering. Wij hebben uit onze controles geen indicaties dat sprake is van andere afwijkingen dan die het college heeft toegelicht. Ons oordeel bij uw rechtmatigheidsverantwoording Op basis van onze toetsing aan de wettelijke voorschriften inzake de rechtmatigheidsverantwoording en de kaderstelling door de raad hebben wij vastgesteld dat de rechtmatigheidsverantwoording van het college een getrouw beeld geeft. De jaarrekening (rechtmatigheidsverantwoording) en het jaarverslag (paragraaf bedrijfsvoering) bevat alle voorgeschreven informatie.

Alle verplichte onderdelen zijn toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.

Het Besluit accountantscontrole decentrale overheden en het Besluit begroting provincies en gemeenten is aangepast en bevat wijzigingen die relevant zijn vanaf 2025 voor de rechtmatigheidsverantwoording

Op 16 april 2025 heeft het Rijk in het Staatsblad een aantal wijzigingen gepubliceerd van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), het Waterschapsbesluit en het Besluit van 29 oktober 2021 tot wijziging van het Besluit financiële verhouding 2001. De wijzigingen gaan in voor verantwoordingen over het begrotingsjaar 2025. Hieronder hebben wij de belangrijkste wijzigingen die voor u relevant zijn opgenomen. Wijzigingen Bado: ▪ In artikel 1 zijn de “begrippen” afwijking, deelverantwoording, financiële rechtmatigheid en openbaar lichaam aangepast; ▪ In artikel 2 is aangegeven dat de goedkeuringstolerantie wordt aangepast. Vanaf het verslagjaar 2025 bedraagt deze 2% van de omvangsbasis. Deze is tot en met verslagjaar 2024 1%. De omvangsbasis is daarbij gelijk aan de totale lasten van de gemeente exclusief de toevoegingen aan de reserves. Tot en met 2024 was de omvangsbasis gelijk aan de totale lasten van de gemeente inclusief de toevoegingen aan de reserves; en ▪ De goedkeuringstolerantie is de som van de afwijkingen in de jaarrekening en onzekerheden in de uitvoering van de controle. Dit betekent dat fouten en onzekerheden gezamenlijk worden afgewogen (lees: opgeteld) ten opzichte van de goedkeuringstolerantie van 2%.

Tot en met 2024 werden fouten (1%) en onzekerheden (3%) afzonderlijk afgewogen. Wanneer 312023001.25.351 - 13

fouten en onzekerheden vanaf 2025 samen meer dan 2% van de omvangsbasis bedragen, dient de accountant een nietgoedkeurende controleverklaring af te geven. Deze aanpassingen zijn relevant voor het intern controleplan van uw gemeente en de uitvoering daarvan. Wijzigingen BBV: ▪ In het BBV zijn wijzigingen doorgevoerd, waarmee de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is geformaliseerd. Aan artikel 1 van het BBV zijn daartoe de volgende onderdelen toegevoegd: o Rechtmatigheidsverantwoording; o Verantwoordingsgrens; o Financiële rechtmatigheid; o Rechtmatigheidsfout; en o Onduidelijkheid. De verantwoordelijkheid voor deze verantwoording is daarmee expliciet bij het college neergelegd. ▪

▪ ▪

In het BBV is nu expliciet geregeld dat in de paragraaf Bedrijfsvoering een beschrijving wordt opgenomen van de maatregelen die worden ondernomen om rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden met betrekking tot de financiële rechtmatigheid te voorkomen. De paragraaf “Wet open overheid” is een verplichte paragraaf geworden. In titel 4.7 zijn in artikel 58b de verslaggevingskaders voor de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen. Deze zijn: o De jaarrekening bevat een rechtmatigheidsverantwoording. o De rechtmatigheidsverantwoording bevat een overzicht van de rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid. o De verantwoordingsgrens is een totaalbedrag voor rechtmatigheidsfouten én onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid. o De gemeenteraad en provinciale staten stellen de verantwoordingsgrens vast op ten hoogste 2% van de totale lasten, exclusief de toevoegingen aan de reserves. o Voor zover het totaalbedrag aan rechtmatigheidsfouten én onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid hoger is dan de verantwoordingsgrens, worden deze in het kader van de financiële rechtmatigheid opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Bij ministeriële regeling wordt voor de rechtmatigheidsverantwoording een model vastgesteld.

De belangrijkste aanpassing is dat de verantwoordingsgrens vanaf 2025 maximaal 2% van de totale lasten, exclusief de toevoegingen aan de reserves kan zijn. U kunt als raad kiezen voor een verantwoordingsgrens tussen 0% en 2%. Deze aanpassingen zijn relevant voor de jaarrekening 2025 (verantwoording) en uw kaderstelling (verantwoordingsgrens maximaal 2%). Voor een totaalbeeld van de wijzigingen verwijzen wij naar https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2025-99.html.

312023001.25.351 - 14

Wij adviseren u om uw kaderstelling, zoals bijvoorbeeld de financiële verordening, de controleverordening, het controleprotocol en/of het intern controleplan, te beoordelen en na te gaan of deze nog in de lijn zijn van de recente aanpassingen. Deze wijzigingen kunnen ook invloed hebben op de omvang en inhoud van de interne controlewerkzaamheden die binnen uw gemeente worden gepland en uitgevoerd. Het is derhalve belangrijk om hier tijdig actie op e ondernemen.

Activeren voorbereidingskosten niet zonder risico

Op de balans zijn per 31 december 2024 onder de immateriële vaste activa (kosten van onderzoek en ontwikkeling; voorbereidingskosten) kosten geactiveerd voor een bedrag van € 823.000 (per 31 december 2023: € 560.000). Op deze kosten wordt vooralsnog niet afgeschreven, omdat u voornemens bent deze kosten in te brengen in toekomstige, nog op te stellen en door u vast te stellen grondexploitaties of investeringsprojecten. Het BBV staat het activeren van voorbereidingskosten voor toekomstige grondexploitatie toe, wanneer voldaan wordt aan de volgende voorwaarden uit de Notitie Grondexploitatie van de commissie BBV: 1. 2.

3.

De kosten moeten passen binnen specifieke (wettelijke) definities; en De kosten mogen maximaal 5 jaar geactiveerd blijven staan onder de immateriële vaste activa; na maximaal 5 jaar moeten de kosten hebben geleid tot een actieve grondexploitatie of investeringswerk en kunnen dan daarin worden ingebracht, dan wel worden afgeboekt ten laste van het jaarresultaat; en Plannen tot ontwikkeling van de grond of werk waarvoor de voorbereidingskosten worden gemaakt, moeten bestuurlijke instemming hebben, blijkend uit een raadsbesluit.

Wanneer dit niet het geval is, of wanneer in de periode ervoor blijkt dat alsnog geen grondexploitatie of investeringswerk zal worden geopend, dienen de kosten alsnog en direct ten laste van het resultaat gebracht te worden. Wij adviseren u daarom om te bewaken dat deze termijn gerealiseerd wordt. Ook is het van belang de op dit moment geactiveerde kosten mee te nemen in de nog op te stellen grondexploitaties of kredietaanvragen, omdat deze impact hebben op de waardering en het toekomstige resultaat van de nog te openen grondexploitatie of het investeringswerk. In het geval sprake is van een grondexploitatie en deze verlieslatend blijkt te zijn, dient uiteraard voor het verwachte verlies een voorziening gevormd te worden ten laste van het resultaat.

Borg dat uw activaadministratie betrouwbaar blijft

U heeft naar aanleiding van de controle van de jaarrekening 2023 de betrouwbaarheid van uw activa administratie onderzocht. Bij het uitvoeren van dit onderzoek zijn onder meer de juiste rubricering van de activa, activering van groot onderhoud, het hanteren van de juiste afschrijvingstermijnen als ook het bestaan en eigendom van de verantwoorde activa gecontroleerd. In de jaarrekening 2024 hebben naar aanleiding van dit onderzoek herrubriceringen plaats moeten vinden, wat heeft geleid tot een betrouwbaarder beeld:

312023001.25.351 - 15

Investeringen met een economisch nut (afname) Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa

-/- 87.000 -/- 6.000 -/- 419.000 -/- 512.000

Investeringen met een economisch nut waarvoor een heffing kan worden geheven (toename) Riolering

1.607.000 1.607.000

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut (afname) Grond- weg- en waterbouwkundige werken

-/- 1.521.000

Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa

4.555.000 -/- 4.129.000 -/- 1.095.000

De juiste rubricering van de investeringen met een economisch nut waarvoor een heffing kan worden geheven is in dit verband van belang voor de juiste toerekening van kapitaallasten aan de riolering, welke weer impact (kunnen) hebben op het tarief voor de rioolheffing. Daarnaast is een juiste rubricering van deze activa ook van groot belang omdat het tarief voor de riolering ook een spaarcomponent bevat, waarmee u investeringen in het rioolstelsel dekt. Wij adviseren u de betrouwbaarheid van uw activa administratie te waarborgen door toekomstige investeringen te controleren op juiste rubricering en juiste afschrijvingstermijn. Daarnaast adviseren wij u periodiek het bestaan en eigendom vast te stellen van de activa die opgenomen is in uw activa administratie.

Verwacht resultaat grondexploitaties is verbeterd

In de jaarrekening 2024 zijn de grondexploitaties gewaardeerd op basis van het MPG 2025. Hiermee is opvolging gegeven aan ons advies van vorig jaar, door bij de actualisatie van de grondexploitaties uit te gaan van de boekwaarde per 31 december van het voorliggende jaar, in dit geval 2024. In de jaarrekening 2023 waren de exploitaties gewaardeerd op basis van het MPG 2023, waarbij ook rekening werd gehouden met ontwikkelingen tot balansdatum. In het MPG 2025 zijn financiële analyses per exploitatie opgenomen ten opzichte van het MPG 2024. Deze geven inzicht in de ontwikkeling van het verwachte resultaat op basis van de huidige boekwaarden. Het MPG 2024 is dus niet verwerkt in de jaarrekening (omdat vanaf dit verslagjaar het college uitgaat van het meest recente MPG, die over 2025). In het MPG 2025 is per exploitatie een vergelijking met het MPG 2024 gemaakt. Deze kan derhalve per exploitatie een iets ander beeld geven qua resultaatontwikkeling, dan uit de jaarrekening 2024 blijkt. Wij adviseren u daar rekening mee te houden bij het beoordelen van het MPG 2025 en de jaarrekening 2024.

312023001.25.351 - 16

In de jaarrekening 2024 is het verwachte resultaat van de lopende grondexploitaties per saldo met € 284.000 verbeterd ten opzichte van de jaarrekening 2023. Wanneer de in 2024 geopende grondexploitatie “De Brug Sint Maartensbrug” buiten beschouwing wordt gelaten, dan is zelfs sprake van een resultaatverbetering van per saldo € 577.000. Uit het volgende overzicht blijken de mutaties per complex, waarbij een negatief getal betekent dat het verwachte resultaat is toegenomen. Verwacht resultaat (bedragen x € 1.000) JRR 2023 JRR 2024 Lagedijk N-W Callantsoog Denneweg Makado Schagen Schagerbrug Dijkzicht Tuitjenhorn Bogtmanweg Flexibele woonvormen Oudesluis Flexibele woonvormen Schagen De Brug Sint Maartensbrug Landsheer

1.536 -13 1.813 15 -80 259 -31 -3.096 403

267 -28 1.869 -202 644 293 -2.724 119

Mutatie -1.269 -15 56 -217 724 -259 31 293 372 -284

Op een aantal mutaties gaan wij hieronder in. Lagedijk N-W De grootste mutatie in het verwachte resultaat, zien we bij de exploitatie Lagedijk N-W, waarbij het college verwacht dat de nog te realiseren opbrengsten fors hoger uitvallen dan in 2023 was inschat. Omdat het verwachte resultaat verbetert, kon een aanzienlijk deel van de getroffen verliesvoorziening op deze exploitatie vrijvallen (€ 1.350.000). Callantsoog Denneweg In 2024 hebben er, evenals in voorgaande jaren, geen mutaties in deze grondexploitatie plaatsgevonden. De exploitatie ligt momenteel stil in afwachting van de uitkomst van juridische procedures. Wanneer deze procedures zijn afgerond, zal de grondexploitatie weer worden geactualiseerd. Vooralsnog verwacht het college een klein voordelig saldo. Wij adviseren u zich over de verdere ontwikkelingen en voortgang te laten informeren. Makado Een eerdere verwachting van het college was dat de grondexploitatie in 2024 kon worden afgesloten. Omdat een deel van de werkzaamheden in de openbare ruimte nog in 2025 wordt uitgevoerd, heeft dit niet plaatsgevonden. Bij de actualisering in de jaarrekening 2024, heeft het college vastgesteld dat het verwachten nadelige eindresultaat van de grondexploitatie € 1.869.000 bedraagt. Ten opzichte van 2023 is daarmee het resultaat iets teruggelopen.

312023001.25.351 - 17

Schagerbrug Dijkzicht Het verwachte eindresultaat is in 2024 gekanteld van verlieslatend naar winstgevend. Dit is geheel het gevolg van een lagere inschatting van de nog te maken kosten. De getroffen verliesvoorziening van € 48.000 per ultimo 2023, kon daardoor geheel vrijvallen. Gelet op de huidige boekwaarde en de door het college geactualiseerde inschatting van de nog te maken kosten en nog te realiseren opbrengsten, is zelfs een winst van € 39.000 gerealiseerd. Bogtmanweg Het verwachte resultaat is in 2024 nadelig geworden (€ 643.000), terwijl in 2023 nog een voordelig resultaat van € 80.000 werd verwacht. Zoals het college in het MPG 2025 ook aangeeft, staat de financiële haalbaarheid van deze exploitatie onder druk en onderzoekt het college een aantal maatregelen het resultaat te verbeteren. Deze maatregelen hebben betrekking op de uitbreiding van het plangebied, het wegnemen van aanwezige hinderzones, en daarmee een efficiënter grondgebruik. In de loop van 2025 zal hiervan meer bekend worden en zal naar verwachting een nieuwe, aangepaste grondexploitatie ter vaststelling worden aangeboden. Voor het verwachte verlies van € 643.000 is een voorziening getroffen. Deze staat deels onder de activazijde (€ 340.000) waardoor de balanswaarde € 0 is. Het restant (€ 303.000) is credit onder de voorzieningen opgenomen.

Flexibele woonvormen Schagen en Oudesluis Deze exploitaties zijn afgesloten in 2024. De Brug Sint Maartensbrug De grondexploitatie Sint Maartensbrug is in december 2024 geopend. Met het vaststellen van de grondexploitatie werd een nadelig resultaat van € 310.000 verwacht. Met het MPG 2025 is de grondexploitatie geactualiseerd en is het verwachte verlies afgenomen tot € 293.000. Voor dit bedrag is derhalve een voorziening getroffen. De voorziening is voor € 77.000 in mindering gebracht op de boekwaarde (saldo van gemaakte kosten en gerealiseerde opbrengsten). Het restant ad € 216.000 is aan de creditzijde van de balans verantwoord. Landsheer Het verwachte resultaat neemt af als gevolg van bijgestelde kostenramingen door enerzijds indexeringen en anderzijds het hoger inschatten van de budgetten voor woonrijp maken en civiele werken.

Actualiseer beleid voor bepalen van voorziening oninbaarheid belastingvorderingen en vorderingen sociale zaken

Op de balans per 31 december 2024 zijn onder de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar zijn diverse vorderingen opgenomen, waaronder belastingvorderingen en vorderingen sociale zaken. Per balansdatum is een bedrag van € 2.686.000 opgenomen aan belastingvorderingen en een bedrag van € 1.611.000 aan vorderingen sociale zaken. Het college heeft een inschatting gemaakt van de oninbaarheid van deze vorderingen. Voor het waarderen van de belastingvorderingen heeft het college gekeken naar de ouderdom van de vorderingen en op basis van deze ouderdom een vast percentage aangemerkt als oninbaar. Zo worden vorderingen ouder dan één jaar voor 20% voorzien, vorderingen ouder dan twee jaar worden voor 40% voorzien tot 100% voorziening vanaf vijf jaar en ouder. 312023001.25.351 - 18

Per saldo is op basis van deze systematiek een bedrag van € 96.000 van de belastingvorderingen voorzien welke in mindering is gebracht op de het bedrag in de balans. Voor het waarderen van de vorderingen sociale zaken is het college uitgegaan van 100% voorzien van openstaande posten ouder dan één jaar waarop in het afgelopen jaar geen terugbetaling heeft plaatsgevonden. Op basis van dit percentage is per saldo een bedrag van € 644.000 voorzien. Deze wijze van het beoordelen van de volwaardigheid van openstaande vorderingen en daarmee de inschatting van de voorziening voor oninbaarheid, wordt ook wel de dynamische methode genoemd. Dit is in beginsel een prima basis voor het inschatten van de benodigde voorziening. Wat is dat geval echter wel van belang is, is dat “statisch” wordt getoetst of de inschatting die is gemaakt, valide is. Deze statische toets is door uw gemeente tot dusver niet uitgevoerd. Wij hebben het college geadviseerd de dynamische methode statisch te toetsen oftewel vaststellen dat de gehanteerde percentages voor het bepalen van de voorziening aansluiten bij de werkelijkheid, bijvoorbeeld op basis van vorderingen die in de afgelopen jaren tot een afboeking hebben geleid (omdat vorderingen niet meer gaan worden geïnd).

Wij adviseren deze evaluatie in 2025 uit te voeren, te documenteren en dit vast te leggen in een (geactualiseerd) beleid voor bepalen van voorziening oninbaarheid belastingvorderingen en vorderingen sociale zaken.

Overgang Appa pensioen wethouders naar ABP

Op basis van de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (Appa) bouwt een wethouder tijdens zijn ambtsvervulling pensioen op. De gemeente voert de Appa uit en betaalt de pensioenen. Voor de opbouw van het wethouders pensioen heeft de gemeente een tweetal voorzieningen gevormd om de toekomstige pensioenverplichtingen van (voormalig) wethouders te kunnen dekken, zijnde “Pensioen voormalig wethouders” en “Voorziening pensioen wethouders”. Pensioen voormalig wethouders: De voorziening “Pensioen voormalig wethouders” voor een bedrag van € 611.000 ziet voor een bedrag van € 249.000 toe op voormalig wethouders van de voormalige gemeente Harenkarspel en is bepaald op basis van pensioenbetalingen over 2023 vermenigvuldigd met het aantal jaren dat de gemeente nog verwachten pensioenen uit te moeten betalen op basis van leeftijd van de betreffende wethouders. Het overige bedrag van € 362.000 ziet toe op de voormalig wethouders van de huidige gemeente Schagen. Dit bedrag is bepaald op basis van actuariële berekeningen minus het opgebouwd beleggingstegoed bij de verzekeraar waar de pensioenen zijn verzekerd én het beleggingstegoed dat voor twee voormalig wethouders in 2024 is uitbetaald door de verzekeraar.

Voorziening pensioen wethouders: De voorziening “Pensioen wethouders” voor een bedrag van € 199.000 ziet toe op het huidige college van de huidige gemeente Schagen en is bepaald op basis van actuariële berekeningen minus het opgebouwde beleggingstegoed voor één van de collegeleden (zoals hiervoor toegelicht).

312023001.25.351 - 19

Overige pensioenverplichtingen: Voor de voormalig wethouders van de voormalig gemeente Zijpe is geen voorziening gevormd, omdat de pensioenbetalingen van deze wethouders jaarlijks, zo hebben wij begrepen van het college, worden meegenomen in de begroting. Met ingang van 1 januari 2028 worden de pensioenen van de wethouders ondergebracht in het nieuwe pensioenstelsel. Dit is het gevolg van de nieuwe Wet toekomst pensioen (Wtp). Opgebouwde pensioenen van wethouders worden dan overgedragen aan het ABP. Om de overstap naar het ABP te maken is het nodig het opgebouwde pensioen te financieren door middel van een eenmalige kapitaalstorting aan het ABP. Hiervoor dient de waarde van de bestaande pensioenaanspraken en rechten van de (voormalig) wethouders te worden vastgesteld volgens de ABP-rekenregels. Vervolgens zijn actieve wethouders pensioenpremie verschuldigd aan het ABP en wordt bij het ABP verder het pensioen opgebouwd. Het gevolg van deze overgang naar het ABP is dat de gemeente geen verantwoordelijkheid meer heeft voor de administratie en uitbetaling van Appa pensioenen vanaf 2028. Na de waardeoverdracht zullen de voorzieningen met betrekking tot toekomstige pensioenverplichtingen van (voormalige) wethouders op uw balans komen te vervallen.

Voor uw gemeente is het daarom van belang om zich voor te bereiden op de overstap naar het ABP en ervoor te zorgen dat voldoende financiële middelen beschikbaar zijn om de overdracht van deze pensioenaanspraken aan het ABP te kunnen bekostigen. Daarbij is het onder andere van belang dat u beschikt over een actueel overzicht van alle (ex-)politieke ambtsdragers met opgebouwde Appa-rechten, inclusief de exacte hoogte van hun pensioenaanspraken, hun leeftijd, diensttijd en eventuele eerdere overdrachten. Daarnaast is het essentieel om de ontwikkeling van de rekenrente goed te volgen. Deze rente is een bepalende factor voor de hoogte van de voorziening: een dalende rekenrente vereist mogelijk een bijstorting, terwijl een stijgende rekenrente kan betekenen dat er meer dan nodig in de voorziening is opgenomen. Aangezien uw gemeente verantwoordelijk is voor de overdracht van de pensioenen van alle (voormalige) wethouders van uw gemeente, adviseren wij u te verifiëren of in de voorziening ook daadwerkelijk rekening is gehouden met de opgebouwde rechten van alle voormalige wethouders uit het verleden. Ook adviseren wij u om de toekomstige pensioenverplichtingen van (voormalig) wethouders op één uniforme wijze te bepalen.

Het periodiek actualiseren van beheerplannen is van belang voor het treffen van onderhoudsvoorzieningen

Voor de dekking van kosten van groot onderhoud aan de gemeentelijke kapitaalgoederen, beschikt uw gemeente over diverse bestemmingsreserves. Uw gemeente heeft geen (egalisatie) voorzieningen gevormd voor groot onderhoud aan de kapitaalgoederen (zoals bijvoorbeeld gebouwen, wegen, kunstwerken, riolering et cetera). In 2015 heeft de Commissie BBV zich over de vraag gebogen (vraag 2015.001) of het wenselijk is dat bestemmingsreserves gevormd worden ter dekking (egalisatie) van toekomstige onderhoudslasten, in het geval een actueel beheerplan ontbreekt. De Commissie BBV is van mening dat, als actuele beheerplannen ontbreken, niet kan worden onderbouwd wat de benodigde omvang van een voorziening moet zijn. Daarmee ontbreekt dan het inzicht in de mate waarin de doelstelling van egalisatie van lasten over meerdere begrotingsjaren wordt gerealiseerd. In dat geval, zo stelt de commissie BBV, wordt niet voldaan aan de vereisten om een voorziening voor groot onderhoud te vormen. 312023001.25.351 - 20

In de praktijk blijkt bij veel gemeenten als alternatief dan een bestemmingsreserve gevormd te worden, zodat er dekkingsmiddelen zijn voor het uitvoeren van groot onderhoud. Dit is bij uw gemeente nu dus ook het geval (geweest). Bij een bestemmingsreserve groot onderhoud wordt vanuit de verslaggevingsregels geen nadere onderbouwing afgedwongen over de omvang en afloop van de bestemmingsreserve (in tegenstelling tot voorzieningen). Het is hierbij aan de raad om de kaders en voorwaarden voor de bestemmingsreserve goed te omschrijven. Een bestemmingsreserve groot onderhoud kan echter, zo stelt de Commissie BBV, nooit de functie van het egaliseren van onderhoudslasten over meerdere begrotingsjaren overnemen. Dit kan hooguit een tijdelijke situatie zijn gedurende de periode dat het beheerplan wordt geactualiseerd. Vanuit het oogpunt van risicobeheersing en inzicht in de financiële positie is het overigens welke systematiek ook wordt gekozen door de raad - aan te raden altijd zorg te dragen voor actuele beheerplannen. Wij adviseren u om de aanwezige beheerplannen te actualiseren en te laten voldoen aan de vereisten van het BBV. Op basis van deze beheerplannen dienen (op basis van artikel 44 lid 1c van het BBV) de bestemmingsreserves die gevormd zijn, dan weer omgezet te worden in voorzieningen.

Daarmee realiseert een gelijkmatige verdeling van lasten over de komende begrotingsjaren en worden jaarlijkse (mogelijke) schommelingen in het resultaat opgevangen.

Beperkt aantal aanmeldingen in 2024 voor de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU)

In 2024 heeft er een wijziging van de CAO Gemeenten plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan zijn er bij de Commissie BBV vragen gesteld rondom de Regeling Vervroegde Uitdiensttreding (RVU), dat is veroorzaakt door een aanpassing van de CAO. Medewerkers die uiterlijk 31 december 2028 de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken en 41 jaar in dienst zijn geweest bij een bij ABP aangesloten werkgever (waarvan de laatste 10 jaar van een werkgever in de sector gemeenten) kunnen vervroegd uitdiensttreden met behoud van een maandelijkse uitkering. In dit kader moeten gemeenten een voorziening vormen, wanneer er al is afgesproken voor het einde van het boekjaar dat er gebruik gemaakt gaat worden van deze regeling (in de vorm van een beëindigingsovereenkomst). Het college heeft hiertoe een inventarisatie gedaan en vastgesteld dat inmiddels 3 medewerkers gebruik hebben gemaakt van de regeling en 1 medewerker voornemens is gebruik te gaan maken van de regeling. Hiervoor heeft het college een voorziening gevormd van € 139.000. Wij adviseren u te onderzoeken of er mogelijk meerdere medewerkers van de regeling gebruik kunnen gaan maken en, wanneer dat het geval is, een inschatting te maken van de financiële verplichting die u daarvoor dan nodig heeft. Voor de totale verplichting moet dan een voorziening gevormd worden.

De opbrengst toeristenbelasting valt hoger uit in 2024 dan geraamd, omdat de opbrengst in de

Op basis van het stelsel van baten en lasten moeten kosten en opbrengsten worden toegerekend aan het jaar waarop deze betrekking hebben. Bij het opstellen van de jaarrekening over 2024 heeft het college vastgesteld dat de opbrengst toeristenbelasting circa € 192.000 hoger is uitgevallen dan was geraamd. Een belangrijk deel van deze hogere opbrengst wordt verklaard doordat in het verslagjaar 2024 een nagekomen bate uit 2023 van € 220.000 is verantwoord.

312023001.25.351 - 21

jaarrekening 2023 te laag is ingeschat

De aanslagen voor de toeristenbelasting worden pas na afloop van het jaar waarop deze betrekking hebben, definitief opgelegd en daarom wordt jaarlijks een inschatting gemaakt door het college van de nog op te leggen toeristenbelasting. In dit geval zijn de aanslagen die betrekking hebben op het jaar 2023, in de maand mei van 2024 opgelegd. Omdat de administratie over 2023 op dat moment gesloten was, is de opbrengst die hiermee samenhangt, in 2024 verantwoord. De schatting die in de jaarrekening 2023 is verwerkt, is daarom €220.000 te laag geweest. Om de baten in het juiste jaar te verantwoorden, is het van belang dat het college een goede schatting maakt op basis van het aantal gerealiseerde overnachtingen in verblijfslocaties binnen uw gemeente. Wij adviseren daartoe een actieve rol te pakken en informatie te verzamelen (aantal overnachtingen) waarmee u de inschatting kunt onderbouwen. Daarmee realiseert u een zuiverdere toerekening van baten aan het juiste verslagjaar. In de jaarrekening 2024 heeft het college een schatting opgenomen op basis van het aantal overnachtingen 2023 vermenigvuldigd met de ontwikkeling in het tarief toeristenbelasting, zijnde € 2.928.000. Deze schatting is verantwoord onder de overlopende activa, zijnde de nog te ontvangen bedrag.

Onzekerheden sociaal domein – prestatielevering onvoldoende vastgesteld

Het vaststellen dat de prestaties in het kader van de Wmo ZIN en Jeugdwet ZIN zijn geleverd, moet op twee manieren worden vastgesteld, namelijk: ▪

▪

Enerzijds via de productieverantwoordingen van de zorginstelling die zijn voorzien van een controleverklaring met goedkeurend oordeel van de accountant van de zorginstellingen. Zorginstellingen zijn op basis van het “Algemeen accountantsprotocol financiële productieverantwoording Wmo en Jeugdwet 2024” verplicht bij productieverantwoordingen boven de € 125.000 een controleverklaring van de accountant van de zorginstelling toe te voegen. De accountant stelt bij de controle onder andere vast dat de zorg is geleverd. Anderzijds door bij productieverantwoordingen zonder controleverklaring, of in die gevallen waar geen goedkeurende controleverklaring is verstrekt, het college aanvullende controles uit te laten voeren om vast te stellen dat de prestaties zijn geleverd. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een telefonische enquête vast te stellen dat de cliënt de zorg heeft ontvangen.

Over 2024 is in totaal € 186.000 aan bestedingen in het kader van de Wmo ZIN en in totaal € 1.018.000 aan bestedingen in het kader van Jeugdwet ZIN niet voorzien van een productieverantwoording met (goedkeurende) controleverklaring van de accountant van de zorginstelling of zijn geen aanvullende controles uitgevoerd om vast te stellen dat de prestaties zijn geleverd. Wij hebben deze bestedingen daarom als onzeker aangemerkt. Deze cumulatieve onzekerheden passen binnen grenzen voor goedkeuring.

Onzekerheden Pgb’s (Wmo en Jeugdwet)

Bij de controle op de Persoonsgebonden budgetten (Pgb’s) voor de Wmo en de Jeugdwet is het van belang om de rechtmatigheid van de lasten vast te stellen. Uw gemeente kent de Pgb’s toe voor jeugdzorg en Wmo. De Pgb-bestedingen zijn door uw gemeente (verplicht) belegd bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De accountant van de SVB heeft een controleverklaring met beperking bij de verantwoordingen 2024 verstrekt vanwege diverse rechtmatigheidsafwijkingen. De SVB beoordeelt een deel van de bestedingen ten laste van de pgb-budgetten als onrechtmatig. Dit betekent voor uw gemeente een meest waarschijnlijke fout voor de Jeugd pgb’s van € 865 en voor Wmo pgb’s € 778. 312023001.25.351 - 22

De Auditdienst SVB controleert niet de prestatielevering die ten grondslag dient te liggen aan de Pgb's, omdat de SVB niet op prestatielevering toetst. Daarom dient de gemeente zelfstandig onderzoek naar de prestatielevering uit te voeren, bijvoorbeeld aan de hand van de BADO-notitie "PGB-verantwoording/controle door gemeenten" d.d. 13 maart 2018, om vast te stellen dat er daadwerkelijk prestaties aan de Pgb's ten grondslag liggen. Uw college heeft een dergelijk onderzoek naar de prestatielevering van de Pgb’s uitgevoerd en vastgesteld dat de prestaties daadwerkelijk zijn geleverd. Hierdoor is de massa Pgb’s – in tegenstelling tot voorgaand jaar – van € 271.000, zijnde de geprognotiseerde bestedingen vanuit de SVB, als zeker te kwalificeren. Wij adviseren u voor 2025 wederom een dergelijk onderzoek uit voeren.

Wet normering topinkomens (WNT)

De Wet normering topinkomens (WNT) regelt de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, en stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Bij wet is vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging over 2024 van € 233.000 niet te boven gaat. Daarnaast dienen gemeenten het salaris openbaar te maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000. Ook dienen de ontvangen vergoedingen die bij andere WNT-plichtige instellingen zijn ontvangen te worden verantwoord in de WNTverantwoording. Aangezien het voor ons niet mogelijk is de volledigheid vast te stellen van de dienstbetrekkingen en de ontvangen vergoedingen, is in de Regeling Controleprotocol WNT opgenomen dat wij de anticumulatiebepaling niet hoeven te controleren. In onze controleverklaring is dit ook als zodanig toegelicht.

De WNT-toezichthouders kunnen hier wel zelfstandig onderzoek naar doen en zo nodig handhavend optreden. In 2024 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. Bij de controle van de WNT-verantwoording 2024 stelden wij wel vast dat geen sprake was van een sluitende interne controle op de opgestelde WNT-verantwoording, zoals de Regeling Controleprotocol WNT 2024 verwacht. Wij adviseren u om in het vervolg voordat de WNT-verantwoording voor controle wordt aangeboden zichtbaar interne controle uit te laten voeren. Wel was de oplevering van de achterliggende documentatie van voldoende niveau. In het kader van de WNT attenderen wij u erop dat u de plicht heeft om uiterlijk 1 juli 2025 uw WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2024 via internet op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken, voor een periode van tenminste zeven jaar. Als op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking. Wij hebben vastgesteld dat uw jaarrekening met daarin de WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2023 en eerdere jaren is gepubliceerd.

312023001.25.351 - 23

4.

Interne beheersing

312023001.25.351 - 24

4. Interne beheersing Kernboodschappen interim- Naar aanleiding van de interim-controle hebben wij de managementletter 2024 d.d. 20 november 2024 met kenmerk 312023001.24.544 uitgebracht. Voor een nadere duiding van onze opmerkingen en aanbevelingen uit deze managementletter controle 2024 verwijzen wij daarnaar. Hieronder hebben wij de managementsamenvatting uit de managementletter opgenomen.

Wij merken op dat bij aanvang van de controle van de jaarrekening 2024 de overige financiële processen (zie onderdeel procesbevindingen hierboven) ook door de VIC waren onderzocht. Er is overigens – in tegenstelling tot voorgaand jaar – nog geen start gemaakt met de VIC 2025 mede door het vertrek van één van uw Adviseurs AO/IB. Wij hebben het college gevraagd spoedig aan de slag te gaan met de VIC 2025 om te zorgen dat alle financiële processen voor 2025 tijdig zijn onderzocht.

312023001.25.351 - 25

5.

Overige aangelegenheden

312023001.25.351 - 26

5. Overige aangelegenheden Geen meningsverschil met het college

Er zijn geen meningsverschillen met het college geweest en er waren geen beperkingen bij de uitvoering van onze controle. Naar onze mening is ons bij de uitvoering van onze controleopdracht door het college en de medewerkers van uw gemeente de volledige medewerking verleend en hebben wij volledige toegang tot de benodigde informatie gehad.

Bevestigingen van het college ontvangen

Wij hebben namens het college een ondertekende schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening ontvangen.

Naleving van wet- en regelgeving

Wij hebben geen kennis van te rapporteren omstandigheden in verband met het niet-naleven van wet- en regelgeving met uitzondering van de bevindingen die het college heeft opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording ten aanzien van het naleven van regelgeving met betrekking tot Europese aanbestedingen (voorwaardecriterium in de rechtmatigheidsverantwoording).

Betrouwbaarheid en continuïteit van de automatiseringsomgeving

Onze jaarrekeningcontrole is gericht op het geven van een oordeel over de jaarrekening zelf en is niet primair gericht op het doen van uitspraken over de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking als geheel of van onderdelen daarvan. Onze bevindingen daaromtrent raken dan ook slechts die onderdelen die wij onderzocht hebben in het kader van de jaarrekening, wat wil zeggen dat wij ter zake geen volledigheid pretenderen. Uit de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn geen bijzonderheden gebleken waarop wij u via deze rapportage willen attenderen.

Geen aanwijzingen van fraude

In Nederland is de accountant wettelijk verplicht om alle ontdekte fraudegevallen te rapporteren aan het management van de organisatie. Wij merken op dat onze controle niet specifiek is ingericht op het ontdekken van fraude. De accountant is wel verantwoordelijk voor het betrekken van frauderisico’s in de planning en uitvoering van zijn controleopdracht. Wij hebben een fraudediscussie gevoerd met het controleteam en met het financieel management en de directie van de gemeente Schagen, waarbij wij de nadruk hebben gelegd op de vermoedens van materiële onjuistheden als gevolg van fraude in de jaarstukken. Van het management en directie hebben wij de bevestiging ontvangen dat er geen onregelmatigheden zijn geconstateerd waarbij het management of werknemers die een belangrijke rol spelen bij de maatregelen van interne beheersing of anderen in het geval dat de fraude van materieel belang kan zijn op de jaarrekening, zijn betrokken. Ook hebben wij zelfstandig werkzaamheden uitgevoerd die gericht waren op het risico van het ‘omzeilen’ van de interne beheersingsmaatregelen door het management te detecteren. Wij hebben specifieke controles uitgevoerd op memoriaalboekingen en schattingen en hebben significante en ongebruikelijke transacties met behulp van gegevensanalyses onderzocht. 312023001.25.351 - 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15576906/1