2021-11-01 - Ontwerp-bestemmingsplan
Tekst van het document
Uitgaande van de plannen vindt binnen het plangebied een verhardingstoename plaats van circa 4.150 m 2. Door deze toename aan verharding zal de neerslag versneld worden afgevoerd van het terrein. Zonder compenserende maatregelen zal de waterhuishoudkundige situatie hierdoor verslechteren. Het plangebied is momenteel onverhard. De exacte toename aan verharding betreft de openbare ruimte waar sprake is van versnelde afvoer van hemelwater, de bebouwing en 50% van de kavels exclusief bebouwing. De initiatiefnemer van het ruimtelijk plan is verantwoordelijk voor de regeling, de financiering en de realisatie van compenserende maatregelen. Om de effecten van de
29
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
verhardingstoename te compenseren dient het wateroppervlak in het peilgebied uitgebreid te worden met minimaal 618 m 2 waterberging (compensatieopgave van 14,9 %). In 2016 is er een watervergunning verleend voor het plan 'Witte Kool' ter hoogte van De Peperbus in Sint Maarten. Hierin is afgesproken dat de benodigde watercompensatie gerealiseerd zou worden in het plan Rode Kool. Dit betreft 97 m 2. Aangezien deze compensatie doorgeschoven is naar dit plan, zijn afspraken gemaakt met de initiatiefnemer en gemeente over de realisatie van de totale watercompensatie Rode Kool en Witte Kool. Afgesproken is dat de compensatie tenminste dient te zijn gerealiseerd op het moment dat de bouwwerkzaamheden gereed zijn. De totale compensatieopgave ligt hiermee op crica 715 m 2 (618 m 2 + 97 m 2 ). Een deel van deze watercompensatie (circa 300 m 2) wordt door de gemeente op de Groenedijk 1 gecompenseerd. Het HHNK heeft aangegeven dat deze compensatie waterhuishoudkundig wel een bijdrage moet kunnen hebben voor de ontwikkeling Rode Kool en Witte Kool. Stel deze compensatie wordt gevonden aansluitend aan de wegsloot langs de Groenedijk, dan heeft dit weinig nut voor het beperken van de negatieve effecten op het watersysteem vanwege de ontwikkeling. Ten tijde van het overleg was niet duidelijk waar deze compensatie gepland stond.
Over de exacte invulling van de compenserende maatregelen vindt nader overleg plaats tussen het HHNK, gemeente en initiatiefnemer. Wateroverlast Zoals bekend is het klimaat in snel tempo aan het wijzigen. Dit betekent in praktijk ook hevigere buien zoals we recentelijk in juni 2021 ook in Schagen hebben ondervonden. Deze hevigere buien zullen als gevolg hebben dat het waterpeil aanzienlijk kan gaan stijgen. Bij het plan Rode Kool grenst een deel van de kavels aan het water. Het stijgen van het waterpeil kan worden ervaren als wateroverlast als dit bij bewoners in hun tuin komt te staan. Het is dan ook aan te raden om de nieuwe bewoners hierover voor te lichten en hier bij het inrichten van de tuin en eventueel plaatsen van beschoeiing rekening mee te houden. Tevens is het aan te raden om een drooglegging ten opzichte van het vloerpeil van de woningen te hanteren van niet minder dan 1,20m om overlastsituaties vanuit het watersysteem te voorkomen. Vergunningen en ontheffingen Voor werkzaamheden in, onder, langs, op, bij of aan oppervlaktewater, waterkeringen en wegen in het beheer van het hoogheemraadschap en het aanleggen van =800 m² verharding is een watervergunning of ontheffing van het hoogheemraadschap nodig.
Afhankelijk van de complexiteit van de aanvraag en/of werken is het belangrijk om hierover in een vroeg stadium overleg te starten, zodat onderzoeken tijdig kunnen worden gestart en wordt voorkomen dat onnodige onderzoeken worden gedaan. Conclusie Uit het oogpunt van het aspect water gelden geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen van dit bestemmingsplan, mits de adviezen uit de watertoets gevolgd worden en de watercompensatie zoals afgesproken met het HHNK wordt gerealiseerd.
30
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
4.7
Hinder van bedrijven
Op grond van de Wet milieubeheer zijn bedrijven en instellingen verplicht te voldoen aan de eisen van een AMvB, dan wel een milieuvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met de omliggende woonbebouwing. Door middel van de milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder in woongebieden zoveel mogelijk voorkomen. Uit de geactualiseerde publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wordt de richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten gehanteerd. Per bedrijfstype zijn voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de minimale afstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en hinder-gevoelige objecten, zoals woningen, om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. De grootste afstand is bepalend. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. Er dient te worden aangetoond dat het plan buiten de invloedssfeer van bedrijvigheid in de nabije omgeving valt. Tevens dient te worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor de nabijgelegen functies. Aan de noord- en westzijde grenst het plangebied aan woningen. Aan de oost en zuidzijde grenst het plangebied aan agrarische cultuurgrond.
Op deze gronden is agrarische bedrijvigheid toegestaan. Bij de teelt van gewassen (akkerbouw, fruitteelt) moet rekening worden gehouden met 'spuitzones'. Dit is een zone (gebaseerd op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State), die moet worden aangehouden ten opzichte van de gronden waarop gewassen worden gehouden en waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. De zone is bedoeld om, voor omliggende functies, een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen en voor de omliggende agrarische bedrijven dat zij hun bedrijfsvoering ongehinderd kunnen uitvoeren. De richtafstanden die zijn opgenomen in de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) hebben geen betrekking op open teelten en zijn daarmee niet bruikbaar (ABRvS 23 september 2009, zaaknummer 200900570/1/R2). Bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bestaan wettelijk geen bepalingen inzake de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen worden geteeld en nabijgelegen woningen. In het kader van een bestemmingsplan dient een afweging van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen plaats te vinden. Hierbij dient de aan te houden afstand tussen de activiteit en nabijgelegen gevoelige objecten zodanig gekozen te worden, dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het gevoelige object kan worden gegarandeerd.
Vanwege het ontbreken van wetgeving is een in de praktijk (als gevolg van jurisprudentie) gegroeide vuistregel ontstaan die aangeeft dat een afstand van 50 m tussen agrarische gronden met open teelten (veelal fruitteelt) en een voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies in acht moet worden genomen. De gevels van de beoogde woningen in het plangebied tot de grens van deze bedrijvigheid zijn gelegen binnen deze afstand. Zowel in de huidige planologische situatie als in de toekomstige planologische situatie zijn de beoogde gronden bestemd als 'Woongebied'. Dat betekent dat bij de vaststelling van
31
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
het vigerende bestemmingsplan reeds is onderzocht en geconcludeerd dat een woonfunctie passend is op deze locatie. De locatie is gelegen direct grenzend aan het dorp waar al woonfuncties aanwezig zijn. Vanwege de huidige bestemming 'Woongebied' en de ligging van het plangebied direct grenzend aan het dorp heeft het agrarisch bedrijf in de huidige situatie al te maken met beperkingen. Het agrarisch bedrijf moet op grond van de milieuregels zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling nu al driftreducerende spuittechnieken en/of maatregelen toepassen zodat de aanwezige (planologische) toegestane woonfuncties hier geen hinder van ondervinden. Voorliggend bestemmingsplan brengt geen verslechtering van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woningen met zich mee. Omdat het plangebied en het gebruik niet wijzigt met voorliggend bestemmingsplan wordt het agrarisch bedrijf niet verder beperkt in de bedrijfsvoering. In de directe nabijheid van het plangebied vinden in de huidige situatie voor het overige geen milieubelastende activiteiten plaats die van invloed zijn. Daarnaast hebben de te realiseren woningen geen invloed op overige nabijgelegen functies. Conclusie Wat betref het aspect hinder van bedrijven is het planvoornemen uitvoerbaar en is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat .
4.8
Verkeer en parkeren
Verkeer en parkeren In de omgeving van het plangebied is in de huidige situatie een hoge parkeerdruk. Uitgangspunt van het planvoornemen is dan ook dat per toegevoegde wooneenheid ook voldoende parkeergelegenheid wordt toegevoegd. Hiermee voorziet het plan als zodanig op zichzelf in de behoefte aan parkeerplaatsen die hiermee ontstaat. Voor een ruimtelijk plan geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden onderbouwd. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). In publicatie nr. 381 'Toekomstbestendig parkeren, Van parkeerkencijfers naar parkeernormen' (2018) van het CROW (het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte) zijn vuistregels en kengetallen aangereikt om verkeerseffecten bij ontwikkelingen te bepalen. De richtlijnen van het CROW gaan uit van een bandbreedte van minimale en maximale parkeerkencijfers. Daarnaast heeft de gemeente Schagen haar eigen parkeerbeleid 'Nota Parkeernormen Schagen 2016'. De parkeernormennota van de gemeente Schagen gaat uit van het gemiddelde van de minimale en maximale parkeerkencijfers (afgerond naar boven).
Verkeer De realisatie van De Rode Kool leidt tot een toename van de verkeersaantrekkende werking van en naar het plangebied. De verkeersgeneratie als gevolg van het plan, is bepaald op basis van de CROW-publicatie 381 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. In Sint Maarten is sprake van de stedelijkheidsgraad•niet stedelijk.•Het plangebied valt onder de categorie rest bebouwde kom. Rekening moet worden gehouden met 7 a 8 autoverkeersbewegingen per dag per woning. Uitgaande van een worst-case scenario kunnen vanwege het plan 256 motorvoertuigen per weekdagetmaal op de Kastanjelaan, Lijsterbesweg en De Omloop als gevolg van het planvoornemen worden verwacht. Vanwege de capaciteit van
32
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
omliggende wegen is dit niet van een dusdanige orde van grootte dat hierdoor problemen voor de verkeersafwikkeling hoeven te worden verwacht. Parkeren Op grond van de gemeentelijke parkeernota en de CROW-kencijfers zijn op grond van het programma dat is opgenomen in het stedenbouwkundig plan, minimaal 64 parkeerplaatsen nodig. In het stedenbouwkundig plan zijn 51 parkeerplaatsen in het openbaar gebied opgenomen. Twee hoekwoningen hebben elk één parkeerplaats en een garage op eigen terein. Op grond van de gemeentelijke parkeernota mogen deze parkeerplaatsen op eigen terrein voor 1,8 parkeerplaats per woning worden meegenomen in de berekening. Het aantal aanwezige parkeerplaatsen bedraagt daarmee 54,6 (2 x 1,8 + 51). Er is in het plangebied een tekort aan 10 parkeerplaatsen. In overleg met de gemeente Schagen is afgesproken om een deel van de parkeerbehoefte buiten het plangebied op te vangen. Omdat hiermee afgeweken wordt van de Parkeernota gemeente Schagen dient de gemeenteraad hier een besluit over te nemen. Om te bepalen of er parkeerplaatsen beschikbaar zijn buiten het plangebied heeft de gemeente in de omgeving een parkeerdrukmeting uitgevoerd.
Figuur 9. Grenzen 100 meter parkeerdrukmeting gemeten vanuit het midden van het plangebied.
Bij deze parkeerdruk meting is echter van een straal van 100 meter uitgegaan in plaats van een loopafstand van 100 meter, zoals de parkeernota voorschrijft. Als deze twee met elkaar vergeleken worden, dan valt de Lijsterbesweg buiten de 100 meter loopafstanden, evenals de laatste parkeerplaatsen in de Kastanjelaan. Omdat in de Kastanjelaan drie vakken liggen en het niet inzichtelijk is hoeveel auto's er per locatie vrij waren, worden de beschikbare aantallen van de Kastanjelaan met 1/3e verminderd. Gezien de vakgroottes lijkt dit een veilige aanname. Binnen 100 meter loopafstand, gerekend vanaf het centrum van het plan in De Omloop zijn minimaal 5 parkeerplaatsen beschikbaar. In de Kastanjelaan zijn minimaal 2/3 * 3 = 2 parkeerplaatsen beschikbaar. Dit levert samen nog een structureel tekort van 3 parkeerplaatsen op. Dit tekort kan opgelost worden door in overleg met de gemeente
33
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
binnen de loopafstand van 100 meter extra parkeerplaatsen aan te leggen. Conclusie Ondanks de toename van de verkeersaantrekkende werking van en naar het plangebied worden geen problemen voor de verkeersafwikkeling verwacht. Met het aanleggen van de benodigde extra parkeerplaatsen worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd om te voldoen aan de parkeerbehoefte van het planvoornemen. Wat betreft verkeer en parkeren is het planvoornemen dan ook uitvoerbaar.
4.9
Luchtkwaliteit
Het plan dient te voldoen aan regels voor luchtkwaliteit. Aangetoond moet worden dat er geen normen worden overschreden. Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De eerste verlenging liep tot en met 31 december 2016. De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft het NSL voor een tweede maal verlengd, tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het Besluit tweede verlenging NSL is per 1 januari 2017 in werking getreden. Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit.
De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m 3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. PM10 en PM2,5 hangen overigens sterk samen. De fractie PM2,5 is onderdeel van het PM10. Wanneer de luchtkwaliteit aan de PM10 normen voldoet wordt ook aan de PM2,5 normen voldaan. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen; projecten die minder dan 3% van de (toekomstige) grenswaarde voor NO2 of PM10 bijdragen, wat overeenkomt met 1,2 µg/m 3 (Grenswaarde in 2017 is 1.241 auto's dan wel 109 vrachtwagens per weekdagetmaal). Het planvoornemen voorziet in de realisatie van 32 woningen. De voorgaande vrijstellingsregeling voor woningbouwprojecten is van toepassing op het planvoornemen van dit bestemmingsplan. Conclusie Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.
34
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
4.10
Duurzaamheid
Duurzaamheid van een gebied of in relatie tot een ruimtelijke ontwikkeling kan tot uitdrukking komen in de thema's: kwaliteit van de leefomgeving, water, energie, mobiliteit, natuur/ecologie en milieu. Onder deze laatste kan onder meer het volgende worden verstaan: gezondheid, externe veiligheid, materiaalkeuze en hergebruik van materialen, duurzaam slopen, geluid, lucht en beheer/onderhoud van een gebied of gebouw. Er bestaat geen wettelijke verplichting om het thema duurzaamheid in bestemmingsplannen vast te leggen. Wel vormt het een belangrijk onderwerp in het sociaal-maatschappelijke debat en daarmee een belangrijk aandachtspunt in het overheids-beleid. Gemeenten streven in dat kader naar een duurzame (gebouwde) omgeving. Bestemmingsplannen kunnen echter beperkt worden gehanteerd om duurzame energieaspecten te regelen. Voor eventuele ambitieuze duurzame energiedoelstellingen dienen dan ook extra instrumenten, zoals privaatrechtelijke overeenkomsten, ingezet te worden. De Regionale Omgevingsdienst Noord-Holland Noord heeft samen met de gemeenten in deze regio een brochure ontwikkeld over duurzaam bouwen en wonen. In 2020 mogen alleen nog energie-neutrale of energieopwekkende woningen worden gebouwd. Middels deze brochure wordt inspiratie geboden hoe hiermee om kan worden gegaan.
Voor vragen op het gebied van duurzaam (ver)bouwen, energiebesparing of energie opwekken kunnen inwoners en ondernemers van Noord-Holland Noord tegenwoordig bij het Duurzaam Bouwloket terecht. De gemeente Schagen participeert hier in. De gemeente Schagen geeft uitvoering aan de Energieagenda 2017. Schagen ondersteunt, faciliteert en initieert projecten, zodat het energieverbruik vermindert en er meer duurzame energie wordt opgewekt. Een van de speerpunten is meer energie neutrale nieuwbouw. Schagen wil de energietransitie ondersteunen en versnellen om uiteindelijk in 2040 energie-neutraal te zijn. Daarom is besloten om alle nieuwbouw aardgasvrij te realiseren. De gemeente begeleid particuliere bouwers in een vroeg stadium van de planontwikkeling, waardoor hogere ambities worden gehaald. Conclusie Voor de ontwikkeling van een nieuw woongebied zijn duurzaamheidsambities belangrijk en een kans. De woningen worden zoals verplicht aardgasvrij gerealiseerd.
4.11
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
De bij elk ruimtelijk plan uit te voeren m.e.r.-beoordeling houdt in dat nagegaan moet worden of er activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten op het milieu kunnen hebben. De grondslag hiervoor is enerzijds het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage) en anderzijds de hiervoor beschreven onderzoeken. Op het planvoornemen is categorie D11 van het Besluit m.e.r. van toepassing. De hiervoor geldende drempelwaarden worden evenwel niet overschreden met de in het plangebied beoogde activiteiten. Voor dit bestemmingsplan is daarom de vormvrije m.e.r.-beoordeling van toepassing. Aan de hand hiervan wordt beoordeeld of een voorgenomen activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen zal hebben. Er is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld (Bijlage 9). Gezien de kenmerken van de potentiële effecten van het voornemen in combinatie met de kenmerken/gevoeligheid van de omgeving waarin deze optreden, is de impact van het plan op het milieu gering te noemen. Het is dus niet noodzakelijk om een mer op te starten. Hierop zal door het
35
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen. Dit besluit wordt te zijner tijd als bijlage bij deze bestemmingsplantoelichting opgenomen. Conclusie Het project geeft geen aanleiding voor een vervolgonderzoek in het kader van een m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling.
36
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Algemeen
Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening Op 1 juli 2008 zijn de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld op grond van de Wro en het Bro. Op grond van artikel 3.1.3 van het Bro moet een bestemmingsplan worden uitgewerkt in: een beschrijving van de bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven; bestemmingen die bij of krachtens wet kunnen worden voorgeschreven; regels die bij of krachtens wet kunnen worden voorgeschreven; voor zover nodig uitwerkings-, wijzigings- en afwijkingsregels. Daarnaast dient een dergelijk plan vergezeld te gaan van een toelichting, waarin de aan het plan ten grondslag liggende gedachten, de uitkomsten van het onderzoek en de uitkomsten van het overleg zijn vermeld. De invoering van de nieuwe Wro en het nieuwe (Bro) heeft op 1 juli 2008 plaatsgevonden. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is de geldende wet- en regelgeving toegepast. Op grond van artikel 1.2.1 van het Bro (in werking getreden op 1 januari 2010) moet het bestemmingsplan digitaal beschikbaar gesteld worden. Om dit mogelijk te maken moet het bestemmingsplan worden uitgewerkt in een zogenoemde GML. In de GML is er een koppeling tussen de kaart, regels en toelichting (het bestemmingsplan) gemaakt.
Deze koppeling van de kaart, regels en toelichting is de zogenoemde verbeelding van het bestemmingsplan. Hiervoor moet het bestemmingsplan worden opgesteld overeenkomstig de RO-standaarden: Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012); Standaard toegankelijkheid ruimtelijke instrumenten 2012 (STRI2012); Praktijkrichtlijn bestemmingsplannen 2012 (2012). Het voorliggende bestemmingsplan is zo opgesteld dat het bestemmingsplan digitaal beschikbaar gesteld kan worden. Dit betekent dat alle verschillende onderdelen van de kaart een zogenoemde IMRO2012-code hebben; de digitale kaart is opgesteld volgens de standaardtechniek voor uitwisseling GML; de regels overeenkomstig de SVBP2012 zijn opgesteld; de toelichting en regels digitaal aan de kaart zijn gekoppeld. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wabo is een deel van de Wro opgenomen in de Wabo. Op grond van de Wabo en het Bor is de omgevingsvergunning ingevoerd. In de omgevingsvergunning worden verschillende vergunningstrajecten (zoals bouwvergunning, milieuvergunning, etc.) gebundeld. In artikel 2.1 van de Wabo is een algemeen gebruiksverbod opgenomen. Op grond hiervan is voor een gebruik dat op grond van een
37
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
bestemmingsplan niet is toegestaan een omgevingsvergunning noodzakelijk.
5.2
Bestemmingplanprocedure
In de Wro en het Bro zijn wettelijke regels voor de bestemmingsplanprocedure vastgelegd. Hierin zijn de volgende fasen onderscheiden: Voorbereidingsfase De gemeente voert ten behoeve van de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek uit naar de bestaande situatie en de mogelijke (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente stelt voor het overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Bro haar voornemen (vaak in de vorm van een voor-ontwerpbestemmingsplan) beschikbaar aan de besturen en diensten van hogere overheden. Ook biedt de gemeente eventueel de mogelijkheid om een reactie te geven op het voorontwerpbestemmingsplan via inspraak. De gemeente geeft een reactie op de overleg- en inspraakreacties. De uitkomsten hiervan worden vermeld in de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan en voor zover noodzakelijk verwerkt in regels en verbeelding. Terinzageleggingsfase Na de aankondiging in de Staatscourant en op de internetpagina van de gemeente wordt het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode kan door iedereen een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan worden ingediend. Vaststellingsfase Na de periode van terinzagelegging stelt de gemeenteraad het ontwerpbestemmingsplan, mogelijk met wijzigingen, binnen een periode van ten hoogste 12 weken vast.
Beroepsfase Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage. Indien Gedeputeerde Staten of de Inspectie Leefomgeving en Transport een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging uiterlijk 6 weken na vaststelling. Uiterlijk 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan zienswijzen van Gedeputeerde Staten en/of de Inspectie Leefomgeving en Transport, wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk 2 weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk 2 weken na vaststelling het bestemmingsplan ter inzage gelegd.
5.3
Bestemmingen
In deze paragraaf is een korte toelichting op de juridische regels behorende bij het plan gegeven. Er is voor een zo eenvoudig mogelijke planologische regeling gekozen die voorziet in een helder stelsel van regels en de nodige flexibiliteit biedt. Aan de hand van de bestemmingsregels kan het planvoornemen worden gerealiseerd. In de toekomst kan de gerealiseerde situatie vervolgens worden gehandhaafd.
38
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Hoofdstuk 1: Inleidende regels BEGRIPPEN In dit artikel worden waar nodig de in de regels gebruikte begrippen verklaard. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, conform normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Een deel van deze begrippen is voorgeschreven in de SVBP2012. WIJZE VAN METEN De wijze waarop maten, afstanden en dergelijke gemeten moeten worden, is voor een belangrijk deel voorgeschreven in de SVBP2012. Deze regels zijn overgenomen in artikel 2 van dit bestemmingsplan. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In deze paragraaf zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welke gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels er gelden. De toekenning van bestemmingen tot een bepaald perceel is gebaseerd op het gewenste gebruik en een verantwoorde stedenbouwkundige inpassing. Het bestemmingsplan kent de volgende bestemmingen: Verkeer - Verblijf, Woongebied en Waarde - Archeologie 3. ARTIKEL 3 - VERKEER - VERBLIJF De ontsluitingswegen voor de woningen hebben de bestemming 'Verkeer - Verblijf'. Ook de hoofdontsluiting is bestemd als 'Verkeer - Verblijf'. Naast woonstraten en pleinen zijn ook voet- en rijwielpaden en parkeervoorzieningen toegestaan. ARTIKEL 4 - WOONGEBIED Het plangebied heeft de bestemming 'Woongebied'.
In de regels is de maximale goot- en bouwhoogte opgenomen. Voor de gehele bestemming 'Woongebied' geldt dat 32 woningen gebouwd mogen worden. Dit is bepaald in de Algemene bouwregels. De mogelijkheid voor het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis en/of een bed and breakfast is overeenkomstig het gemeentelijk beleid opgenomen. ARTIKEL 5 - WAARDE - ARCHEOLOGIE 3 Om de archeologische waarden in het gebied te beschermen is er een dubbelbestemming toegekend aan de gronden. Aan deze bestemming zijn regels verbonden als het gaat om grondbewerking. Daarbij wordt naar gekeken als de oppervlakte van nieuw te bouwen bouwwerk groter is dan 500 m2 en de diepte van de grondbewerking dieper is dan 50 centimeter. Voor onder andere het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het 'normale' onderhoud, met inbegrip van het vervangen van drainagewerken, is een uitzondering van toepassing. Het is voor het uitvoeren van die werkzaamheden niet noodzakelijk een omgevingsvergunning aan te vragen Hoofdstuk 3: Algemene regels ANTI-DUBBELTELREGEL De anti-dubbeltelregel ziet er op toe dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van
39
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
een nieuwe omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden meegenomen. De anti-dubbeltelregel heeft uitsluitend betrekking op situaties die plaatsvinden ten tijde van het geldende bestemmingsplan. ALGEMENE GEBRUIKSREGELS In de algemene gebruiksregels is vastgelegd welk gebruik in ieder geval strijdig is met de in de regels gegeven bestemmingsomschrijvingen. ALGEMENE AFWIJKINGSREGELS De algemene afwijkingsregels bieden enige flexibiliteit als het gaat om het afwijken van in het plan opgenomen maten en bieden ruimte om bepaalde voorzieningen te kunnen realiseren. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels OVERGANGSRECHT De in het Bro voorgeschreven formulering van het overgangsrecht is opgenomen in deze regels. In het plan zijn de al dan niet in directe relatie met een bestemming staande voorzieningen, zoals ondergrondse leidingen, wegen, paden, parkeervoorzieningen, bermen, geluidwerende voorzieningen, centrale installaties ten behoeve van de energievoorziening, voorzieningen ten behoeve van de waterbeheersing in de vorm van watergangen, duikers, waterkeringen en dergelijke in de bestemming begrepen, zonder dat dit uitdrukkelijk is vermeld.
40
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. Met het tweede lid van artikel 6.12 Wro kan worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten anderszins is verzekerd. De kosten voor de bouw, alsook de kosten voor de noodzakelijke onderzoeken, vanwege voorliggende ruimtelijke onderbouwing worden door initiatiefnemer gedragen. De kosten voor de gemeente betreffen de gebruikelijke kosten voor de planbegeleiding. Deze kunnen worden gedekt uit de legesheffing. Initiatiefnemer van het planvoornemen is een private partij. De kosten voor realisatie van het planvoornemen komen voor rekening van de initiatiefnemer. Door het verlenen van de omgevingsvergunning is er de kans dat door eigenaren van gronden in de directe omgeving van het projectgebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 Wro een verzoek tot tegemoetkoming in de planschade wordt ingediend. Diegenen die schade lijden omdat hun onroerend goed in waarde vermindert, kunnen de schade verhalen (voor zover deze redelijkerwijs niet voor de aanvrager behoort te blijven) wanneer dit boven de 2% van de waarde van het onroerend goed uitkomt.
Afspraken over de mogelijke kosten die samenhangen met deze tegemoetkoming in de planschade zijn in de tussen initiatiefnemer en gemeente overeengekomen anterieure overeenkomst opgenomen. Voorgaande betekent dat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet door onvoldoende economische uitvoerbaarheid wordt belemmerd.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg In het kader van het bestuurlijk vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 Bro is dit bestemmingsplan aan verschillende overlegpartners aangeboden, die daarmee in de gelegenheid zijn gesteld om een overlegreactie op het plan in te dienen. Van de volgende overlegpartners is een reactie ontvangen: 1. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2. PWN Ad 1 Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier In de overlegreactie gaat het Hoogheemraadschap in op de onderwerpen Waterkwantiteit, Wateroverlast, vergunningen en ontheffingen. Over het planvoornemen heeft uitvoerig (voor)overleg plaatsgevonden met het HHNK, de gemeente Schagen en de initiatiefnemer. Verwezen wordt naar paragraaf 4.6 van de voorliggende toelichting waarin is ingegaan op deze onderwerpen. Ad 2 PWN Ingekomen overlegreactie A Ter veiligstelling van in het plan te leggen c.q. aanwezige leidingen verzoekt PWNvooral ook die voorwaarden in acht te nemen die openbare nutsbedrijven nu eenmaal moeten
41
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
stellen om hun taak in het algemeen belang te kunnen uitoefenen. PWN stelt het op prijs dat, voordat tot effectuering van het plan wordt overgegaan, in overleg wordt getreden met PWN Gemeentelijke reactie A Voordat tot effectuering van het plan zal worden overgegaan, wordt PWN betrokken bij de invulling van het plangebied in relatie tot de aan te leggen leidingen. Ingekomen overlegreactie B Het PWN-distributienet ten behoeve van de te realiseren nieuwbouw wordt ontworpen op de drinkwatervraag. Vervolgens wordt in overleg met de brandweer (gemeente) bestudeerd of het verzoek om bluswater (op de diverse locaties in het plan) in het ontwerp kanworden ingepast. In de gevallen dat dit niet kan worden gehonoreerd, dient de brandweer (gemeente) naar een alternatieve bluswatervoorziening uit te zien. PWN attendeert de gemeente erop dat alternatieven, naar eiegn inschatting, in een zeer vroeg stadium ontwikkeld dienen te worden zodat er voldoende financiële middelen voor vrijgemaakt kunnen worden. Gemeentelijke reactie B De gemeente neemt het door PWN aangedragen advies mee in de verdere concrete planontwikkeling. Ingekomen overlegreactie C PWN vraagt aandacht voor het standaarddocument VANN. Dit document is door de nutsbedrijven in Noord-Holland opgesteld ten behoeve van de aanleg van voorzieningen in nieuwbouwgebieden.
Gemeentelijke reactie C De gemeente neemt het door PWN aangedragen standaarddocument VANN mee in de verdere concrete planontwikkeling. Ingekomen overlegreactie D In het belang van de volksgezondheid mogen de in het plan gelegen gronden geen gevaarlijke stoffen bevatten, die na leidingaanleg in het drinkwater terecht kunnen komen. Zonder tegenbericht neemt aan dat in het onderhavige plan geen vervuilde gronden aanwezig zijn Gemeentelijke reactie D Verwezen wordt naar paragraaf 4.2 van de voorliggende toelichting. Tervisielegging ontwerp Na het stadium van vooroverleg wordt het plan als ontwerp ter visie gelegd. Binnen de termijn van tervisielegging kan door een ieder zienswijzen op het bestemmingsplan naar voren worden gebracht. Hiervan wordt vervolgens afzonderlijk van deze toelichting verslag gedaan. Voorliggende onderbouwing motiveert de passendheid van de beoogde ontwikkeling.
42
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Bijlagen bij de toelichting
43
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
44
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Bijlage 1 Stedenbouwkundig schetsontwerp
45
RODE KOOL Sint Maarten
4 juli 2019
ONTWERPUITGANGSPUNTEN calimiteitenverkeer ontsluiting langzaam route 1
hoofdentree
2 hoofdweg
65
54
m2
aansluiting omgeving
3
aansluiting binnengebied
aansluiting binnengebied
4
volumes
ONTWERP
natuurlijk spelen
parkeerhavens groenstrook
voorgevel
achtertuinen
twee lagen + kap
‘hart’ rode kool
56m m
117
PARKEREN
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Bijlage 2 Schetsontwerp
53
schetsontwerp Rode kool | Sint Maarten
8 juli 2021 | formaat: A3 | versie 4
Rode kool | Sint Maarten
Bouwlocatie
2
8 juli 2021
44
42
40
48
38
40
45
42
43
52
50
20
De 32
18
n je laa Ka
26
sta
28
32
31
24
28
22
p
30
29 Recent gerealiseerde nieuwbouw plan “Witte Kool” (overzijde planlocatie)
C
27
loo
A
n
30
16 14
12
10
A
Om
46
44
47
26 25
S
24
A
4
3
C
17
19
22
C
23
2
1
5
15
B
6
13
7 8
21
9
20
10
19
Woningen aan de Kastanjelaan (overzijde planlocatie)
11
18 17
B
16 15
A
14
13
N
12 Renvooi = Haag +600mm = Erfafscheiding S = Speelzone
Woningen aan de Kastanjelaan (overzijde planlocatie)
Situatie 8 juli 2021
3
| Sint Maarten Rode kool Kleurenschema Onderdelen
Gevels Gevelbekleding Spekband Dak Raamdorpels Kozijnen Draaiende delen Roeden Voordeur Boeidelen Hemelwaterafvoer Ventilatieroosters Tuinberging
Materialen
Baksteen Eternit Cedral Wood Baksteen rollaag Keramisch Keramisch Hardhout Hardhout Hardhout Samengesteld Paintpanel PVC Aluminium Geïmpregneerd naaldhout
Referentiebeeld gevelsteen
Kleur
Oranjerood genuanceerd en roodbruin genuanceerd Olijfgrijs (C58) en Cappuccino (C11) Kleur als gevel Antraciet Zwart Kiezelgrijs RAL 7032 Olijfgrijs RAL 7002 en Beige RAL 1001 Kiezelgrijs RAL 7032 Olijfgrijs RAL 7002 en Beige RAL 1001 Kiezelgrijs RAL 7032 Grijs Naturel Lichtbruin/vergrijsd
Referentiebeeld gevelsteen
Materialenstaat 4
8 juli 2021
Straatbeeld A 8 juli 2021
5
Rode kool | Sint Maarten
Straatbeeld B 6
8 juli 2021
8 juli 2021
7
Rode kool | Sint Maarten
Straatbeeld C 8
8 juli 2021
8 juli 2021
9
Rode kool | Sint Maarten
Blok A | Voorgevel 10
8 juli 2021
Blok A | Zijgevels 8 juli 2021
11
Rode kool | Sint Maarten
Blok B | Voorgevel 12
8 juli 2021
Blok B | Zijgevels 8 juli 2021
13
Rode kool | Sint Maarten
Blok C | Voorgevel 14
8 juli 2021
Block C | Zijgevels 8 juli 2021
15
Rode kool | Sint Maarten
22140 420
5100
300
5100
300
5100
300
5100
420
Woonkamer
Woonkamer
Woonkamer
mk
mk
400
mk
Keuken
Wc
A
B
B
70 1070 70 930 300 420 270
2960
70 5400 5400
2070
300
70 1070 70 930 300 930 70 1070 70 2960
70 5400 5940
2070
300
2070
8220
70
9020 330
Keuken
Wc
Wc
mk
Hal
400
Keuken
Wc
1400 100 990 70
Hal
Hal
3790
Keuken
vv
1230 70
Hal
400
400
400
vv vv
400
1400 100 990 70
vv
1230 70
3790
70
8550
9350
4690
4360
Woonkamer
400
400
400
400
A
300 930 70 1070 70
70
2960
300
5400
2070
70
2960 5400
420 270
10800
(indeling en beukmaat geldt ook voor blok B)
Blok A | Beukmaat 5,4m | Begane grond 16
8 juli 2021
22140 2360
300
2670
300
70
2360
300
5100 2360
70
300 2670
5100
300
2360
70
420 2670
420
Slaapkamer 3
Slaapkamer 2
Slaapkamer 3
Slaapkamer 2
9020
8220
70
3000 400
Badkamer
420 270
2980
70 5400 5400
2050
300
2980
70 5400 5940
2050
300
2050
70
2980
300
5400
2050
70
2980 5400
330
Badkamer
Badkamer
400
Badkamer
Slaapkamer 1 2700
Slaapkamer 1
Slaapkamer 1
2700
4530
Slaapkamer 1
4530
100
Overl.
400
400
400
Overl.
Overl.
400
70
3000
Overl.
100
8550
9350
70
70
Slaapkamer 3
2350
Slaapkamer 2
3620
Slaapkamer 3
3950
Slaapkamer 2
400
70
5100
400
2670
300
400
400
2680
400
420
5100
400
420
420 270
10800
(indeling en beukmaat geldt ook voor blok B)
Blok A | Beukmaat 5,4m | 1ste verdieping 8 juli 2021
17
Rode kool | Sint Maarten
22140 420
5100
5400 300
5400
5100
300
5100
300
5400
270
5100
420
1450
5400
1450
270
knieschot
vv
dakr.
vv
dakr.
vv
dakr.
vv
Zolder 6120
Zolder
9020
Zolder
7500
9350
Zolder
hoogte ±2600mm w.w
w.w
w.w
w.w hoogte ±1500mm
w
w
w
hoogte ±1100mm
400
1450
w
1045 5400
3850 5940
1045 10800
(indeling en beukmaat geldt ook voor blok B)
Blok A | Beukmaat 5,4m | 2de verdieping 18
8 juli 2021
2600 55°
dragend knieschot hoogte ca.1100mm
5760+
kanaalplaatvloer
9020 Peil 420-
ribcassettevloer
2880+
ca.2610
2880+
ca.2610
kanaalplaatvloer ca.2610
kanaalplaatvloer
kanaalplaatvloer
5940 Peil 420-
ca.2610
5760+
1500
1500
43°
ca.1970
±10150+
2600
±10150+
ribcassettevloer
Blok A | Beukmaat 5,4m | Doorsnede 8 juli 2021
19
Rode kool | Sint Maarten
20940 420
4800
300
4800
300
4800
300
4800
420
Woonkamer
Woonkamer
Woonkamer
mk
mk
400
mk
Keuken
Wc
A
B
B
70 1070 70 930 300 420 270
2660
70 5100 5100
2070
300
70 1070 70 930 300 930 70 1070 70 2660
70
2070
5100
300
2070
70 5100
8220
70
9020 330
Keuken
Wc
Wc
mk
Hal
400
Keuken
Wc
1400 100 990 70
Hal
Hal
3790
Keuken
vv
1230 70
Hal
400
400
400
vv vv
400
1400 100 990 70
vv
1230 70
3790
70
8550
9350
4690
4360
Woonkamer
400
400
400
400
A
300 930 70 1070 70 2660
300
2070
70
2660
300
5100
5640
Blok C | Beukmaat 5,1m | Begane grond 20
8 juli 2021
20940 2360
300
2370
300
70
2360
300
4800 2360
70
300 2370
300
4800 2360
70
420 2370
420
Slaapkamer 3
Slaapkamer 2
Slaapkamer 3
Slaapkamer 2
9020
8220
70
3000 400
Badk.
420 270
2680
70 5100 5100
2050
300
2680
70 5100
2050
300
2050
70 5100
2680
300
2050
70 5100
2680
330
Badk.
Badk.
400
Badk.
Slaapkamer 1 2700
Slaapkamer 1
Slaapkamer 1
2700
4530
Slaapkamer 1
4530
100
Overl.
400
400
400
Overl.
Overl.
400
70
3000
Overl.
100
8550
9350
70
70
Slaapkamer 3
2350
Slaapkamer 2
3620
Slaapkamer 3
3950
Slaapkamer 2
400
70
4800
400
2370
300
400
400
2680
400
420
4800
400
420
420 270
5640
Blok C | Beukmaat 5,1m | 1ste verdieping 8 juli 2021
21
Rode kool | Sint Maarten
20940 420
4800
5100 300
5100
4800
300
4800
300
5100
270
4800
420
1520
5100
1520
270
knieschot
vv
Zolder
vv
dakr.
Zolder
Zolder
7430
5980
Zolder 9350
dakr.
vv
9020
vv
dakr.
hoogte ±2600mm w.w
w.w
w.w
w.w hoogte ±1500mm
w
w
w
hoogte ±1100mm
400
1520
w
1045 5100
3550
1045
5640
Blok C | Beukmaat 5,1m | 2de verdieping 22
8 juli 2021
55°
2600 dragend knieschot hoogte ca.1100mm
5760+
kanaalplaatvloer
9020 Peil 420-
ribcassettevloer
2880+
ca.2610
2880+
ca.2610
kanaalplaatvloer ca.2610
kanaalplaatvloer
kanaalplaatvloer
5640 Peil 420-
ca.2610
5760+
1500
1500
°
41.5
ca.1960
±9950+
2600
±9950+
ribcassettevloer
Blok C | Beukmaat 5,1m | Doorsnede 8 juli 2021
23
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
78
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Bijlage 3 Archeologisch onderzoek
79