2021-11-01 - Ontwerp-bestemmingsplan
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Rode Kool te Sint Maarten Ontwerp
Bestemmingsplan
Rode Kool te Sint Maarten Ontwerp
Fase: ontwerp Datum:
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldend juridisch-planologisch kader 1.4 Leeswijzer
6
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Toekomstige situatie 2.2 Beeldkwaliteitsparagraaf
10
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
13
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Erfgoed 4.2 Bodem 4.3 Ecologie 4.4 Externe veiligheid 4.5 Geluidhinder 4.6 Water 4.7 Hinder van bedrijven 4.8 Verkeer en parkeren 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Duurzaamheid 4.11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
22
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingplanprocedure 5.3 Bestemmingen
37
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
41
Bijlagen bij de toelichting
43
Bijlage 1
Stedenbouwkundig schetsontwerp
45
Bijlage 2
Schetsontwerp
53
Bijlage 3
Archeologisch onderzoek
79
Bijlage 4
Archeologisch advies Archeologie West-Friesland
121
Bijlage 5
Bodemonderzoek
131
Bijlage 6
Beknopte natuurtoets
179
Bijlage 7
AERIUS-berekening
189
3
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Bijlage 8
Akoestisch onderzoek
209
Bijlage 9
M.e.r.-aanmeldnotitie
241
Regels
253
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
254 254 259
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Verkeer - Verblijf Woongebied
260 260 261
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
264 264 265 266 268 269
Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
270 270 271
4
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Toelichting
5
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De locatie Rode Kool is gelegen in Sint Maarten Noord Holland en valt onder de gemeente Schagen. De ontwikkeling op deze locatie is in de crisis uit de verkoop gehaald. Voordat de herontwikkeling van het project De Witte Kool Fase II, ook gelegen in Sint Maarten, werd opgestart heeft de gemeente afspraken gemaakt met de initiatiefnemer over de realisatie van de Rode Kool. De gemeente Schagen heeft gevraagd of er kansen zijn om het woningaanbod op de locatie Rode Kool te verdichten. De initatiefnemer heeft hier onderzoek naar gedaan en de uitkomst uitgewerkt in een stedenbouwkundig schetsplan waarin 32 woningen mogelijk worden gemaakt (zie Hoofdstuk 2). Binnen de huidige bestemming (zie ook paragraaf 1.3 is het planvoornemen niet mogelijk. Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van het het planvoornemen van 32 woningen inclusief bijbehorende buitenruimte en infrastructuur mogelijk.
1.2
Plangebied
Dit bestemmingsplan heeft betrekking op gronden aan de zuidoostkant van Sint Maarten. Ten westen van het plangebied is de Kastanjelaan gelegen die in het noorden doorloopt naar de Lijsterbesweg en naar het oosten af buigt via De Omloop. De locatie is kadastraal bekend MTN00 - E - 1751.
Figuur 1. Het dorp Sint Maarten met op de voorgrond het plangebied (bron: stedenbouw kundig ontw erp)
De exacte ligging van het
plangebied blijkt
6
uit
de digitale planbegrenzing op
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
www.ruimtelijkeplannen.nl Navolgende figuur geeft een indicatie van de ligging.
Figuur 2. Ligging plangebied (Bron: stedenbouw kundig ontw erp)
1.3
Geldend juridisch-planologisch kader
Voor het plangebied zijn de volgende bestemmingsplannen van kracht: bestemmingsplan Sint Maarten (vastgesteld 13-12-2012); facetbestemmingsplan Parkeren (vastgesteld 07-11-2017); paraplu-omgevingsplan, 1e tranche (vastgesteld 30-06-2020. Bestemmingsplan 'Sint Maarten' In dit bestemmingsplan zijn de gronden aangewezen als 'Woongebied' met de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 3' en is er sprake van de figuur 'gevellijn'. Navolgende afbeelding geeft een uitsnede van de plankaart van het bestemmingplan weer. Binnen deze bestemming zijn de voor 'Woongebied' aangewezen gronden bestemd voor maximaal het bestaande aantal woonhuizen. Nu er in de huidige situatie geen sprake is van bestaande woonhuizen is het bouwen van de woningen binnen de huidige bestemming niet mogelijk. In het geldende bestemmingsplan is geen wijziging- of afwijkingsmogelijkheid opgenomen om het bouwen van de gronden ten behoeve van wonen alsnog mogelijk te maken.
7
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Figuur 3. Uitsnede bestemmingsplan 'Sint Maarten'
Facetbestemmingsplan Parkeren Dit bestemmingsplan ziet op het opnemen van parkeerregeling opnemen in het bestemmingsplan die voorheen onderdeel uitmaakte van de bouwverordening. Omdat in de gemeente Schagen nog niet alle bestemmingsplannen een parkeerregeling bevatten, is het facetbestemmingsplan parkeren opgesteld. Het planvoornemen is opgesteld met inachtneming van het gemeentelijk parkeerbeleid. In paragraaf 4.8 is hier nader op ingegaan. Paraplu-omgevingsplan, 1e tranche In dit omgevingsplan zijn enkele aanpassingen doorgevoerd in alle geldende bestemmingsplannen in de gemeente Schagen. Dit zogeheten paraplu-omgevingsplan is een herstel-omgevingsplan. Dit is een omgevingsplan dat een doorwerking heeft op alle onderliggende vastgestelde bestemmingsplannen. Het doel van het paraplu-omgevingsplan is: Harmonisering van de geldende bestemmingsplannen ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet; Verwerking van beleidswijzigingen in geldende bestemmingsplannen. Reparatie van omissies in de toelichting, regels en verbeelding van geldende bestemmingsplannen. Het planvoornemen is strijdig met het geldende planologisch beleid. Door middel van voorliggend nieuw bestemmingsplan kan alsnog het juiste planologisch-juridisch kader worden geboden voor het toekomstige gebruik.
8
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
1.4
Leeswijzer
Na de inleiding in dit hoofdstuk is in hoofdstuk 2 de huidige en toekomstige situatie van het plangebied beschreven. Het van toepassing zijnde beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente is in hoofdstuk 3 uitgewerkt. Een omschrijving van de planologisch en milieukundige randvoorwaarden, ook wel omgevingsaspecten genoemd, is opgenomen in hoofdstuk 4. Als laatste is in hoofdstuk 5 de (economische en maatschappelijke) uitvoerbaarheid uiteengezet.
9
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Toekomstige situatie
St. Maarten ligt markant op de kruising van de Westfriese zeedijk en de Valkkogerdijk. Nabij het knooppunt ligt een kerkterp met van oorsprong eenzijdig bebouwde linten die daar samenkomen. In en langs de randen van st. Maarten zijn projectmatige buurten in twee lagen met kap gerealiseerd als samenhangende ensembles aan de omliggende structuur van de kern. Het woongebied van deze buurten van St. Maarten staat relatief op zichzelf en is te onderscheiden in drie delen, die elk een eigen specifiek karakter vertonen. De oudste buurt bestaat voornamelijk uit eengezinsrijenhuizen in 2 lagen met een kap in enkele types. De bebouwing is gegroepeerd rond een groene ruimte met verbindingen naar de Dorpsstraat. Deze buurt grenst direct aan de oude structuur van de Dorpsstraat; een minder gelukkige confrontatie. De vorm van de bebouwing is eenvoudig, de kleurstelling is terughoudend in geel en grijze tinten. De aangrenzende buurt is gevarieerder van opzet met een meer verspreide groenvoorziening. Zij is meer in zichzelf gekeerd. De bebouwing bestaat voornamelijk uit vrijstaande woningen met één verdieping en een kap. De kleurstelling is terughoudend in overwegend donkere tinten. De zuidelijkste buurt bepaalt op dominante wijze het silhouet van St. Maarten vanuit het zuiden, niet zozeer door de omvang of hoogte van de bebouwing, maar voornamelijk door de kleurstelling in rood.
De bebouwing is als een ensemble ontworpen en bestaat uit verschillende woningtypen binnen een verwante architectonische vormgeving. De doelstelling van het project is een toekomstbestendig, duurzaam en leefbaar plan te ontwikkelen, waarbij de versterking van de kwaliteit van de bestaande kern van Sint Maarten gebaat is. Om deze doelstelling te realiseren is voor het plangebied een stedenbouwkundig ontwerp opgesteld. De ontwerpuitgangspunten die hebben geleid tot het stedenbouwkundig ontwerp zijn in Bijlage 1 in beeld weergegeven. Het plan voorziet in de realisatie van 32 woningen in de vorm van zes blokken met rijwoningen. Drie blokken van vier woningen, één blok van zes woningen en twee blokken van elk zeven woningen. De stedenbouwkundige verkenning heeft geleid tot een schetsontwerp zoals weergegeven in figuur 4. Aansluitend bij de diversiteit aan bebouwing in het huidige dorp en in reactie op de overliggende bestaande bebouwing hebben de rijwoningen een dorpse maar eigentijdse uitstraling gekregen, dit is onder andere bereikt middels toevoeging van raamroeden, deuromlijstingen, entreeluifels, makelaars en metselwerk verbijzonderingen. De korrel van de rijwoningen is optisch klein gehouden door deze te parceleren middels dwarskappen met houten topgevels in een terughoudende kleurstelling. De individuele woning krijgt hiermee tevens zijn unieke uitstraling.
Deze ontwikkeling gaat hiermee een vloeiende logische overgang vormen naar de toekomstige aansluitende nieuwbouw. Het volledige schetsontwerp is opgenomen als Bijlage 2.
10
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Figuur 4. Stedenbouw kundig schetsontw erp
In het schetsontwerp zijn ook impressies van het beoogde straatbeeld en de plattegronden van de woningen weergegeven.
Figuur 5. Impressies planvoornemen.
11
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
2.2
Beeldkwaliteitsparagraaf
De gemeente Schagen heeft de 'Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit' opgesteld. Deze reisgids geeft duidelijkheid over het beoordelen van plannen aan ruimtelijke kwaliteitseisen. Het planvoornemen is meerdere keren besproken in de welstandscommissie en het plan is nader uitgewerkt. Op 14 juli 2021 is het schetsontwerp (Bijlage 2) met daarin het stedenbouwkundig plan, de aanzichten, plattegronden en de materialenstaat besproken met welstand. De welstandscommissie kan instemmen met het schetsontwerp en ziet een definitieve aanvraag omgevingsvergunning met vertrouwen tegemoet. De commissie is bij de beoordeling uitgegaan van de volgende planspecifieke welstandscriteria die ook gehanteerd gaan worden bij de definitieve aanvraag omgevingsvergunning.
Ligging de bebouwing vormt een bijna aaneengesloten wand die de weg volgt (kleine verspringingen zijn mogelijk) bijgebouwen aan de achterzijde van het erf verspringingen in de rooilijn nokrichtingen langs de straat variëren Massa huizen bestaan uit een onderbouw tot 2 lagen met een zadeldak de woning binnen een rij is deel van het geheel, de hoeken van rijen krijgen geen bijzondere nadruk in de massa rijenwoningen zijn een herkenbaar deel van het geheel, overige gebouwen staan op zichzelf de hoofdmassa is eenvoudig aanbouwen zoals erkers, dakkapellen vormen een zelfstandig herkenbaar onderdeel opbouwen en aanbouwen zijn per type van eenzelfde model Detaillering herhalingen in gevelritmiek en dakopbouwen van het gebouw de detaillering is eenvoudig en direct kozijnen, dakgoten daklijsten en dergelijke zijn zorgvuldig gedetailleerd opbouwen en aanbouwen zijn per type hetzelfde uitgevoerd Materiaal en kleur de massa van gebouwen bestaat voornamelijk uit baksteen, hout en glas grote vlakken bestaan uit kleine elementen of hebben een duidelijke textuur bijv. baksteen, houten beschot, dakpannen boven gevelopeningen rollagen of dunne betonlateien aanbouwen zijn in kleur ondergeschikt aan de hoofdmassa het kleurgebruik van huizen is fris, grote vlakken hebben terughoudende kleuren, details geven contrast
12
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 juli 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Deze is vastgesteld op 9 september 2020. De NOVI is vastgesteld op grond van de huidige regelgeving (dus als structuurvisie) en zal bij inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden als Nationale omgevingsvisie in de zin van de Omgevingswet. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die met uitzondering van paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone is komen te vervallen. Daarnaast vervangt de NOVI delen van het Nationaal Waterplan, de Natuurvisie en het Nationaal Milieubeleidsplan. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.
Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. Onderhavige ontwikkeling treft geen nationaal belang. Geconcludeerd kan worden dat de NOVI geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de NOVI is vastgelegd. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Zoals reeds in paragraaf 3.1.1 is geconcludeerd treft onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen.
13
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
3.1.3
Ladder Duurzame Verstedelijking
Nationaal belang 13 van de SVIR van het Rijk vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de zogeheten Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de Ladder) worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Barro, dat weer verwijst naar het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Artikel 3.1.6, lid 2 Bro schrijft voor dat de onderbouwing van een ruimtelijk plan, waar een nieuwe stedelijke ontwikkeling mee mogelijk wordt gemaakt, aan de Ladder moet voldoen. De tekst uit het Bro luidt nu als volgt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." De eerste afweging in de toetsing aan de Ladder is het beantwoorden van de vraag of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hiervoor kan worden gekeken naar jurisprudentie. Uit rechtspraak (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) blijkt dat niet iedere ontwikkeling van onder meer woningbouw als nieuwe stedelijke ontwikkeling valt te kwalificeren.
Voor woningbouwlocaties geldt dat vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De Ladder moet dan op dit bouwplan worden toegepast. Met het planvoornemen worden 32 woningen gerealiseerd en kan hiermee beschouwd worden als woningbouwlocatie en dus een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met de voorgenomen ontwikkeling worden 32 woningen mogelijk gemaakt. De woningbouw vindt plaats op een locatie die al de bestemming wonen heeft maar waar enkel bestaande aanwezige woningen zijn toegestaan. Omdat de woningen niet bij recht zijn toegestaan is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Motivering Door de vier gemeenteraden van de Kop van Noord-Holland is voor de zomer 2020 het RegioAkkoord “De Kop Groeit” vastgesteld. In dit document is een woonakkoord opgenomen om minimaal 5.000 woningen in de Kop te realiseren tot 2030. Uitgangspunt hierbij is “sterke kernen, goede voorzieningen”. Ook is dit in de Woondeal Noord-Holland Noord opgenomen. De uitwerking vindt plaats in het 'Convenant regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030' (gedateerd 20 oktober 2020, op 10 november 2020 hebben de colleges van Den Helder, Hollands Kroon, Schagen, Texel en Gedeputeerde Staten van Noord-Holland ingestemd met het Convenant), waarin de ambities van de vier gemeenten zijn opgenomen.
Er is sprake van één kwantitatief en kwalitatief regionaal vraaggestuurd woningbouw-programma tot 2030. Met het convenant beogen de vier Kopgemeenten en de provincie Noord-Holland een actieve regionale samenwerking woningbouw te continueren ten behoeve van een optimale ruimtelijke ontwikkeling van de woningvoorraad/-markt van de regio Kop van Noord-Holland. Hiervoor hebben de partijen afspraken gemaakt over de woningbouwplannen in programma('s) die aansluiten bij de vraag naar nieuwbouwwoningen en woningtypen in de regio Kop van NoordHolland. De partijen erkennen de aparte status van de gemeente Texel. Het convenant is grotendeels een procesdocument. Naast concrete afspraken over de ambities en nieuwbouwprogrammering tot 2030 (kwantitatieve afspraken) is een kwalitatief
14
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
afwegingskader vastgelegd. Met een werkwijze van adaptief programmeren wordt gewerkt aan een optimale balans tussen vraag- en aanbod van woningen. Deze werkwijze biedt ruimte voor de bovengenoemde ambities van de regio en de mogelijkheid om flexibel in te spelen op actuele ontwikkelingen. Door middel van monitoring kan het programma tijdig worden bijgesteld, zodat er continu gewerkt wordt aan de juiste hoeveelheid woningbouwplannen in de Kop van NoordHolland. In kwantitatieve zin is het basisvertrekpunt de Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040 opgesteld door de provincie. Als volgende vertrekpunt wordt rekening gehouden met planuitval (30%). Dit betreft plannen in programma die door externe redenen toch geen doorgang vinden. Bij de derde richtwaarde wordt de anticipatie schil gehanteerd. In bijlage 4 van het Convenant is het totaalprogramma weergegeven. De getoonde lijsten betreffen een 'vertreklijst', hiermee wordt voldaan aan de provinciale regels. Gedurende de looptijd van het convenant zal er adaptief geprogrammeerd worden. Dit zal gaan resulteren in mutaties van de getoonde vertreklijst. De actuele lijst/ overzicht is, gedurende de looptijd, te raadplegen in www.plancapaciteit.nl. Aanvullend is het ook van belang om te adresseren dat het totaalprogramma als doel heeft inzicht te geven in de aan de bestaande woningvoorraad 'toe te voegen' woningen.
Dit betekent dat er sprake is van een saldering: nieuw te bouwen woningen – te slopen woningen betreft totaalprogramma. Conclusie Het planvoornemen staat als Sint Maarten - Rode Kool in de lijst opgenomen als uitleggebied voor woningbouw met de planstatus Onherroepelijk. Er is sprake van een planvoornemen die slechts binnengemeentelijke gevolgen heeft. Binnen bestaand stedelijk gebied zijn geen locaties beschikbaar waar het beoogde programma kan worden gerealiseerd. Ondanks dat de locatie is gelegen buiten bestaand stedelijk gebied is de locatie in de structuurvisie Harenkarspel aangeduid als 'nieuw woongebied/toekomstig uitbreiding woongebied'. Met het planvoornemen is dan ook sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Het planvoornemen voldoet aan de criteria van de Ladder.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie NH2050
Op 19 november 2018 hebben Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie van de provincie op de fysieke leefomgeving beschreven. De provincie zet in op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid, zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. De Omgevingsvisie bevat provinciaal beleid op het gebied van economische transitie. De provinciale ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. De Omgevingsvisie NH2050 wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. In de wetenschap dat de wereld waarmee Noord-Holland is verbonden continu verandert, geeft deze visie enerzijds richting en daarmee houvast naar een onbekende toekomst, en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Doel van de provincie met de omgevingsvisie is dat iedereen die in Noord-Holland woont,
15
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
werkt en op bezoek komt een prettige leefomgeving aantreft. Nu, maar ook in de toekomst. De provincie stuurt aan op “balans tussen economische groei en leefbaarheid”, dat als leidend thema wordt gezien. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is daarnaast voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Een economisch vitale provincie kan andersom weer bijdragen aan het welzijn en de leefbaarheid. In samenhang bekeken zijn in dit kader randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met grote thema's als klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, volkshuisvesting, bodemdaling en verminderde biodiversiteit. Uit de ambties en doelstellingen zoals opgenomen in de NH2050 blijkt dat: b. Wonen en Werken Onze ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes.
Om de verschillende kernen en regio's te versterken worden op regionaal niveau afspraken gemaakt. Zo worden regionaal woningbouwafspraken gemaakt om de woningbouw af te stemmen op de vraag. Deze speerpunten zijn vertaald in de Regionale Actieprogramma's. In paragraaf 3.3 wordt hier nader op ingegaan. Het planvoornemen past binnen de gestelde doelstellingen en ambities in de NH2050. 3.2.2
Omgevingsverordening NH2020
Op 22 oktober 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld en is 17 november 2020 in werking getreden. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil ontwikkelingen als woningbouw en windenergie mogelijk maken en het waardevolle Noord-Hollandse landschap beschermen. De 21 nu geldende provinciale verordeningen zijn samengevoegd tot 1 verordening. Hierdoor is het makkelijker geworden om te zien welke regels waar gelden. Bij de omgevingsverordening zit een digitale kaart waarbij de regels direct in beeld komen op een specifieke locatie. In deze verordening worden regels gegeven over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Verschillende regels zijn opgenomen over onderwerpen, in zowel het landelijk als het bestaand stedelijk gebied van Noord-Holland, waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Afhankelijk van de ligging van een plangebied zijn de regels uit de verordening al dan niet van toepassing. Het bestaand stedelijk gebied is in het provinciale overheidsbeleid beleidsmatig aangewezen voor verdere verstedelijking. De planlocatie is (deels) gelegen buiten Bestaand Stedelijk Gebied.
Onder Bestaand Stedelijk Gebied wordt verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en
16
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
infrastructuur".
Figuur 6. Ligging bestaand stedelijk gebied
Vanuit de omgevingsverordening is afdeling 6.1 Stedelijke functies van toepassing. De volgende artikelen hebben betrekking op het planvoornemen. Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen 4. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 5. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling ligt de nadruk op regionale afspraken. Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. In paragraaf 3.1.2 is ingegaan op de regionale afspraken. Hieruit is naar voren gekomen dat de ontwikkelingen in voorliggend bestemmingsplan zijn opgenomen in de regionale woningbouwafspraken. Dit betekent dat er in principe nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk zijn en dat de provincie meer vrijheid geeft aan gemeenten. Paragraaf 6.1.2 Kleinschalige woningbouwontwikkeling en functiewijziging naar wonen in landelijk gebied Artikel 6.10 Noord-Holland Noord landelijk gebied 1.
Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied Noord-Holland Noord landelijk gebied uitsluitend voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken.
17
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
2. De in het eerste lid genoemde afspraken kunnen alleen afspraken bevatten over locaties die zijn gelegen in of aan kernen of in of aan dorpslinten. Uit het planvoornemen blijkt dat de locatie is gelegen direct grenzend aan de bestaande kern (westzijde) en onderdeel uit maakt van de woningbouwlocatie aan de noordzijde. Stedenbouwkundig is er sprake van een geheel. Een deel van het plangebied is weliswaar deels buiten het BSG gelegen maar wel is aangeduid als woningbouwlocatie. Medewerking kan worden verleend als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Zoals hiervoor en in paragrafen 3.1.2 en 3.3 is aangegeven is er sprake van regionale afstemming. 3.2.3
Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025
In april 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld. Doelstelling van de woonagenda is dat de provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. De speerpunten van het provinciale woonbeleid zijn een woning voor iedereen, productie op peil: aanjagen woningbouwproductie, gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie en een kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. De belangrijkste uitgangspunten van het beleid zijn: De provincie streeft naar voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Wonen is onderdeel van een integrale verstedelijkingsopgave. De provincie geeft ruimte voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwantitatieve en kwalitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. Deze speerpunten zijn vertaald in de Regionale Actieprogramma's. In paragraaf 3.3.4 wordt hier nader op ingegaan.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Woondeal Noord-Holland Noord
In deze woondeal geven regio Noord-Holland Noord en provincie Noord-Holland de grootste opgaven weer, wordt de huidige, innovatieve wijze van samenwerking om deze opgaven aan te pakken toegelicht en wordt afgesloten met een overzicht van concrete maatregelen waarvoor de hulp van het rijk wordt gevraagd. De scope van de woondeal is om de steden hun eigen karakter te laten houden en tegelijk flexibel in te spelen op de groei van inwoners. Uitgangspunt voor de regio is dat zoveel mogelijk binnenstedelijk en rond OV-locaties wordt gebouwd. 3.3.2
Regioakkoord De Kop Groeit!
Door de vier gemeenteraden van de Kop van Noord-Holland is voor de zomer 2020 het RegioAkkoord “De Kop Groeit” vastgesteld. In paragraaf 3.1.3 werd daaraan al gerefereerd. In dit document is een woonakkoord opgenomen om minimaal 5.000 woningen in de Kop te realiseren tot 2030. Uitgangspunt hierbij is “sterke kernen, goede voorzieningen”. Ten aanzien van Den Helder is aangegeven dat met name in deze gemeente nog volop mogelijkheden zijn om binnenstedelijk door te gaan met ontwikkelen.
18
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
3.3.3
Regionaal Actieprogramma Wonen 2017 – 2020
In het Regionale Actieprogramma Wonen 2017 – 2020 (hierna: het RAP 2.0) is het vervolg op het RAP dat is vastgesteld voor de periode 2011 – 2015. In het RAP 2.0 zijn regionale afspraken gemaakt die nodig zijn om de woningmarkt toekomstbestendig te maken waarbij rekening wordt gehouden met demografische trends en ontwikkelingen. De regio Kop van Noord-Holland heeft al afspraken gemaakt over de woningbouwprogrammering in het Kwalitatief Regionaal Woningbouwprogramma Kop van Noord-Holland (zie paragraaf 3.3.4) en over het levensloopbestendig en verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. In het RAP 2.0 zijn diverse onderwerpen integraal op elkaar afgestemd, waarbij de reeds gemaakte afspraken worden gerespecteerd. De uitwerking van het RAP vindt plaats in het Regionaal Kwalitatief Regionaal Woningbouwprogramma Kop van Noord-Holland. Wat betreft de regionale afstemming wordt daarom verwezen naar paragraaf 3.3.4. 3.3.4 Convenant regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland - Kwalitatief woningbouw programma van de Kop (kwk) Op het convenant is al uitgebreid ingegaan in paragraaf 3.1.3. In het Convenant zijn de ambities van de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen, Texel opgenomen. Er is sprake van één kwantitatief en kwalitatief regionaal vraaggestuurd woningbouw-programma tot 2030.
Met het convenant beogen de vier Kopgemeenten en de provincie Noord-Holland een actieve regionale samenwerking woningbouw te continueren ten behoeve van een optimale ruimtelijke ontwikkeling van de woningvoorraad/-markt van de regio Kop van Noord-Holland. Hiervoor hebben de partijen afspraken gemaakt over de woningbouwplannen in programma(‘s) die aansluiten bij de vraag naar nieuwbouwwoningen en woningtypen in de regio Kop van Noord-Holland. Conclusie De voorgenomen planontwikkeling is in het kwk opgenomen. Dit betekent dat binnen de regio overeenstemming bestaat dat zowel op kwantitatief als kwalitatief niveau er behoefte is aan de toevoeging van de woningen.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Lokale Woonvisie
Op 28 oktober 2014 heeft de gemeenteraad Schagen de visie 'Een nieuwe gemeente, een nieuwe koers - Lokale woonvisie 2014 t/m 2018' vastgesteld. In de Woonvisie staat beschreven hoe Schagen omgaat met de veranderingen op de woningmarkt. Huizenprijzen dalen, er staan veel woningen te koop, financiering is lastiger en de doorstroming verloopt moeizaam. In Schagen zijn daarbij bepaalde trends te zien: de groei van het aantal inwoners en huishoudens daalt, op termijn slaat dat om in krimp (volgens provinciale prognose: na 2030). Vergrijzing betekent meer ouderen, maar ook meer mensen met een beperking en toename van dementie. Kleine huishoudens nemen toe, huishoudens met kinderen nemen af. In stad Schagen neemt het aantal inwoners wel toe, vooral senioren willen graag dichtbij de voorzieningen wonen. Centraal staat vraaggestuurd bouwen in de kernen van onze gemeente. De Woonvisie beschrijft de rol van Schagen in de regio en de provincie en hoe onderling wordt samengewerkt om te komen tot een blijvend gezond woningbestand in zowel stad, dorp
19
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
als landelijk gebied. Samen met maatschappelijke partners en de inwoners wil Schagen de antwoorden vinden en een impuls geven aan de vitaliteit en kracht van de gemeenschappen in de kernen. De invulling van het plangebied zal plaatsvinden op basis van 'vraag-gestuurd bouwen'. Uit lokaal onderzoek is gebleken dat er behoefte is bij meerdere generaties, vooral onder jongeren tot ca 35 jaar (40%), en een evenredige behoefte bij senioren als middenleeftijdscategorieën (circa 25%). Er is een voorkeur voor appartementen en rijwoningen (60%), zelfbouw en meer verzorgde variaties daarvan. De ontwikkeling in het plangebied past binnen de beleidsuitgangspunten van de Woonvisie. De woonvisie is vertaald in het Regionaal Kwalitatief Woningbouwprogramma (KWK). Zie paragraaf 3.3.4 . 3.4.2
Structuurvisie voormalig gemeente Harenkarspel (2009)
Voor het grondgebied van de voormalige gemeente Harenkarspel is op 15 december 2009 door de toenmalige gemeenteraad de Structuurvisie Harenkarspel vastgesteld. In deze structuurvisie is naast algemeen beleid ook gebiedsgericht beleid ten aanzien van de ruimtelijke structuur beschreven. Voor het thema wonen is in de structuurvisie aangegeven dat de voormalige gemeente Harenkarspel aantrekkelijk is als vestigingsplaats, op korte afstand van steden en van de kust maar toch met een landelijk karakter en een dorpse wijze van bouwen. Op deze kwaliteit kan worden voortgebouwd. Het plangebied is op de kaart behorende bij de structuurvisie aangeduid als onderdeel van een nieuw woongebied en daarmee is de locatie aangewezen als woningbouwlocatie Buiten Bestaand Stedelijk gebied.
Figuur 7. Uitsnede kaartbeeld Structuurvisie Harenkarspel (2009), het plangebied is rood omcirkeld.
Voor Sint Maarten wordt in de structuurvisie uitgegaan van een bouwlocatie aan de zuidzijde van het dorp. De locatie is met name gekozen om de waardevolle zone tegen de Westfriese dijk aan open te houden.In Sint Maarten kunnen, bij een globaal evenredige verdeling van de woningen over de kernen het circa 90 woningen gebouwd worden. De voorgenomen woningbouw is passend binnen de Structuurvisie Harenkarspel.
20
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
3.4.3
Reisgids voor Ruimtelijke ontwikkelingen
De gemeente Schagen heeft een 'reisgids' opgesteld waarbinnen ingewikkelde afwegingen bij ruimtelijke plannen overzichtelijk worden gemaakt. De gids bevat een overzicht en een korte toelichting op regelgeving/procedures van hogere overheden. De gids kan gebruikt worden als naslagwerk bij het ontwikkelen van plannen en is onderverdeeld in drie hoofdthema's Wonen, Werken en Recreëren. In de gemeentelijke Reisgids onder het thema Wonen geeft de gemeente aan dat zij gaat voor geschikte woningen en een gezonde woningmarkt, in combinatie met een goede vitaliteit van de kernen. De gemeente wil inspelen op de ontwikkelingen en werken aan een dynamisch in plaats van statisch woningbouwprogramma. Verder vindt de gemeente het belangrijk dat er daadwerkelijk woningen worden gebouwd. Hierbij moet rekening worden gehouden met de regio en is vraaggestuurd bouwen het uitgangspunt. Voor het thema Wonen moeten de volgende vier vragen beantwoord worden: 1. Is de locatie kansrijk? 2. Is het plan passend in de Lokale woonvisie? 3. Is er een regionale behoefte? 4. Is voldoende rekening gehouden met overige omgevingsaspecten? Is het antwoord op deze vragen ja? Dan kan het plan ingepast worden in het nieuwe woonprogramma. Met het beantwoorden van de vragen worden de treden (oude wijze) van de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen.
Voor voorliggend plan kunnen alle vragen met ja beantwoord worden. In paragraaf 3.1.2 is gemotiveerd dat de ontwikkeling voldoet aan de criteria van de Ladder. Voor het overige is in 2.1 ingegaan op de landschappelijke inpassing en stedenbouwkundige opzet. Uit Hoofdstuk 4 blijkt dat voldoende rekening is gehouden met de diverse omgevingsaspecten. De voorgenomen ontwikkeling geeft invulling aan de Reisgids voor Ruimtelijke Ontwikkelingen. Met het plan wordt invulling gegeven aan de aanwezige woningbehoefte en wordt bijgedragen aan de vitaliteit van Sint Maarten. 3.4.4
Welstandsbeleid, Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit
Vanwege maatschappelijk en politiek veranderde wensen over het welstandsbeleid heeft de gemeente Schagen de 'Reisgids voor Ruimtelijke Kwaliteit' opgesteld. Hierin wordt het beeldkwaliteitsplan als belangrijk instrument geïntroduceerd om nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen zorgvuldig af te wegen ten opzichte van bestaande kwaliteiten van een gebied en deze daarin zo goed mogelijk in te passen. Zoals in paragraaf 2.2 al is beschreven is het plan op 14 juli 2021 besproken met de welstandscommissie. De welstandscommissie kan instemmen met het schetsontwerp en ziet een definitieve aanvraag omgevingsvergunning met vertrouwen tegemoet. Daarmee kan geconcludeerd worden dat het bouwplan goed past in de landschappelijke omgeving en de stedenbouwkundige structuur van Sint Maarten.
21
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Erfgoed
Wet- en regelgeving De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. 4.1.1
Archeologie
Ten behoeve van het planvoornemen is door adviesbureau ArcheoMedia in december 2008 een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd en gerapporteerd in 'Archeologisch onderzoek Dorpsstraat (Plan II) en De Omloop (Plan Ill) te Sint Maarten (gemeente Harenkarspel). Het onderzoek stamt weliswaar uit 2008 maar omdat het gebruik van de gronden (agrarisch) tot op heden niet is gewijzigd kunnen de uitkomsten nog steeds worden gebruikt. Dit onderzoek is toegevoegd als Bijlage 3. Op basis van het bureauonderzoek en booronderzoek wordt een archeologisch vervolgonderzoek op de locatie van het plan niet noodzakelijk geacht . Archeologie West-Friesland (archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel) heeft het aspect archeologie beoordeeld (Bijlage 4) . Archeologie West-Friesland neemt het advies van ArcheoMedia over en adviseert het plangebied vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie. De dubbelbestemming Waarde-Archeologie 3 kan komen te vervallen op de verbeelding. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. De melding kan worden gedaan bij de gemeente Schagen of Archeologie West-Friesland.
Archeologie West-Friesland werkt aan een update van de beleidsaart archeologie voor de gehele gemeente Schagen. In 2021 zal deze worden aangeleverd en verwerkt in een parapluplan archeologie. Voor het plangebied Rode Kool en het ten oosten van dit plangebied (in 2009) onderzochte gebied geldt dat archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat er geen waardevolle resten aanwezig zijn. De onderzochte gebieden zijn vrijgegeven met betrekking tot het aspect archeologie.
22
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Conclusie Het planvoornemen mag op grond van voorgaande ten aanzien van het aspect archeologie uitvoerbaar worden geacht. 4.1.2
Cultuurhistorie
De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied moet rekening worden gehouden met de ambities en ontwikkelprincipes die staan beschreven bij de afzonderlijke ensembles en structuren. Het plangebied is gelegen in het ensemble West-Friesland West. De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: het behouden van het open en kleinschalige terpen- en linten landschap. het behouden/versterken van de herkenbaarheid van de droogmakerijen. het herkenbaar houden van de Westfriese Omringdijk als doorgaande lijn en indentiteitsdrager. het behouden en versterken van de relatie tussen de Westfriese Omringdijk en het kleinschalige Westfriese landschap. het versterken van het landschap in het zaadveredelingsgebied. het behouden en het zichtbaar/beleefbaar blijven van de huidige verkavelingsstructuur (inclusief sloten) bij (semi-) tijdelijke functies en opstellingen in het landschap, zoals voor zonne-energie.
het behouden van de vrije ruimte (molenbiotopen) rond historische windmolens, in verband met de windvang en de zichtbaarheid van de molens in het landschap. Conclusie Er is als gevolg van het plan geen strijdigheid met de ontwikkelprincipes van West-Friesland West zoals omschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018. Met de realisatie van het planvoornemen wordt geen wijziging in de structuur van het landschap aangebracht. Cultuurhistorische waarden worden door het voornemen niet aangetast. Daarmee is het project wat betreft voor dit aspect uitvoerbaar.
4.2
Bodem
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in de toelichting op een bestemmingsplan inzicht verkregen moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat er onder andere inzicht verkregen moet worden in de noodzakelijke financiële investering van een (mogelijk noodzakelijke) bodemsanering. Een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is dus feitelijk een onderdeel van de onderzoeksverplichting van B en W en de gemeenteraad bij de voorbereiding van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden opgemerkt dat ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening het bestemmen van gronden met een bodem van onvoldoende milieuhygiënische kwaliteit met een hiervoor gevoelige bestemming in beginsel moet worden voorkomen.
23
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Een bepaalde mate van bodemverontreiniging hoeft in veel gevallen niet direct een probleem op te leveren. In veel gevallen zal historisch onderzoek inzake de betreffende verdachte locatie kunnen uitwijzen of er voldoende aanleiding is om ook bodemonderzoek te laten uitvoeren. Met een oriënterend bodemonderzoek en/of een nader bodemonderzoek kan worden vastgesteld of inderdaad sprake is van bodemverontreiniging, en zo ja, in welke mate en van welke omvang. Op basis van een nader onderzoek kan de provincie bepalen of er een noodzaak is tot gedeeltelijke of gehele sanering van de locatie en of er beveiligingsmaatregelen moeten worden getroffen. Daarbij zal ook de huidige en/of toekomstige bestemming en het gebruik van de locatie een rol spelen uit welke saneringsvarianten kan worden gekozen. Voor het perceel is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Bijlage 5). In het uitgevoerde bodemonderzoek is de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld en is beoordeeld of de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming. Uit het verkennend bodemondrzoek blijkt dat er in de bodem en in het gronddepot aan de noordzijde van het perceel geen verontreinigingen aanwezig zijn boven de lokale achtergrondwaarden. In de grond zijn geen verhogingen gemeten. In het grondwater zijn maximaal lichte verhogingen aangetoond.
De gevolgde onderzoeksstrategie geeft in voldoende mate de milieuhygiënische situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is derhalve geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend onderzoek. Conclusie De onderzoeksresultaten geen aanleiding om te veronderstellen dat er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van een woonbestemming.
4.3
Ecologie
In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het van belang om aandacht te besteden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming, soortenbescherming en beschermde houtopstanden, zoals vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb), Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). 4.3.1
Beknopte natuurtoets
Om de uitvoerbaarheid van dit project te toetsen, is een natuurtoets (Bijlage 6) uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de inventarisatie op 28 juni 2021 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. Soortenbescherming Als gevolg van de plannen gaan geen jaarrond beschermde nesten of verblijfplaatsen van vleermuizen of kleine marterachtigen verloren. Wanneer de bomen ten noorden van het terrein worden gekapt ten behoeve van de bereikbaarheid van de nieuwe woningen, dan is nader onderzoek nodig naar een vliegroute van vleermuizen. Uit de omgeving van het plangebied is de rugstreeppad bekend. Wij adviseren om ervoor te zorgen dat bij de bouwwerkzaamheden tijdens de aanlegfase geen plassen op
24
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
braakliggende (zand)grond ontstaan, die kunnen dienen als voortplantingshabitat van rugstreeppad. De pionierssoort rug-streeppad staat erom bekend dat dergelijke locaties snel kunnen worden gekoloniseerd. Indien deze soort zich vestigt, kunnen de werkzaamheden worden stilgelegd. Kuilen en laagtes moeten geëgali-seerd worden om vestiging te voorkomen. Als alternatief kan een amfibieënscherm om de bouwplaats worden aangebracht. Het plangebied zal na de bouw van de woningen naar verwachting niet ongeschikt worden voor de te verwachten vleermuissoorten of voor vogels met jaarrond beschermde nesten die in de omgeving van het plangebied kunnen broeden, zoals buizerd en sperwer. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op het foerageergebied van vleermuizen of vogels met jaarrond beschermde nesten treden niet op. De bomenrij ten noorden en de sloot ten westen van het plangebied zijn mogelijk onderdeel van een vliegroute voor vleermuizen. Verstoring van een vliegroute moet worden voorkomen door tijdens de aanleg- en gebruiksfase geen direct kunstlicht op de bomenrij en sloot te schijnen. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, kunnen in gebruik zijnde nesten van algemene vogelsoorten worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden.
Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieënen grondgebonden zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Noord-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op ruime afstand van het Natura 2000-gebied 'Zwanenwater & Pettemerduinen'. Hierdoor zijn in potentie alleen effecten mogelijk als gevolg van externe werking. Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000-gebied door bebouwing, wegen en agrarisch gebied.
Gezien de grote afstand tot het Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Over deze afstand is in potentie alleen een effect van stikstofdepositie op beschermde Natura 2000- gebieden te verwachten. Daarom moet een Aerius-berekening uitgevoerd worden om te bepalen of het plan leidt tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Het NNN in Noord-Holland kent geen externe werking. Door de uitvoering van de plannen gaat geen NNN of BPL verloren of wordt aangetast, waardoor negatieve effecten op deze gebieden kunnen worden uitgesloten.
25
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Beschermde houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 1000 m 2 en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom. Er is geen opgaande beplanting in het plangebied aanwezig die onderdeel is van een beschermde houtopstand. Conclusie Voor dit plan is op 28 juni 2021 een veldbezoek gedaan en zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en om het plangebied uit de NDFF geraadpleegd. Op basis hiervan is een voldoende beeld van de natuurwaarden in het gebied verkregen om de toetsing aan de Wnb op te baseren. Hieruit komt naar voren dat het plan niet zal leiden tot negatieve effecten op beschermde soorten, mits bij de aanlegwerkzaamheden rekening wordt gehouden met het broedseizoen van vogels. Wanneer toch bomen ten noorden van het terrein worden gekapt, bijvoorbeeld ten behoeve van de bereikbaarheid van de nieuwe woningen, dan is nader onderzoek nodig naar een vliegroute van vleermuizen. Daarnaast moet verstoring van de mogelijke vliegroute langs de bomenrij ten noorden en de sloot ten westen van het plangebied worden voorkomen door tijdens de aanleg- en gebruiksfase geen direct kunstlicht op de bomenrij en sloot te schijnen. Een Aerius-berekening moet uitwijzen of de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden toeneemt. Op basis daarvan kan worden bepaald of vervolgstappen nodig zijn, zoals het aanvragen van een vergunning van de Wnb.
In paragraaf 4.3.2 is hier nader op ingegaan. Een nadere analyse van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet nodig. De ontwikkeling is op het punt van provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet in strijd met de Omgevingsverordening Zuid- Holland. Aanvullende maatregelen Er wordt geadviseerd om ervoor te zorgen dat bij de bouwwerkzaamheden tijdens de aanlegfase geen plassen op braakliggende (zand)grond ontstaan, die kunnen dienen als voortplantingshabitat van rugstreeppad. De pionierssoort rugstreeppad staat erom bekend dat dergelijke locaties snel kunnen worden gekoloniseerd. Indien deze soort zich vestigt, kunnen de werkzaamheden worden stilgelegd. Kuilen en laagtes moeten geëgaliseerd worden om vestiging te voorkomen. Als alternatief kan een amfibieënscherm om de bouwplaats worden aangebracht. 4.3.2
Stikstofdepositie
Een AERIUS- berekening van de stikstofuitstoot van het planvoornemen moet uitwijzen of er negatieve effecten in het kader van de Wnb beschermde gebieden zullen optreden. Op basis daarvan kan worden bepaald of vervolgstappen nodig zijn, zoals het aanvragen van een vergunning van de Wnb. Op 6 juli 2021 is de berekening stikstofdepositie voor het bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten uitgevoerd. De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. De berekening met bijlagen is als Bijlage 7 bijgevoegd. Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb
26
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig. Conclusie Ten aanzien van het aspect ecologie is het planvoornemen uitvoerbaar.
4.4
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. De veiligheidsrisico's in het kader van externe veiligheid worden uitgedrukt in een plaatsgebonden risico en een groepsrisico. De normen voor het plaatsgebonden en het groepsrisico hebben tot doel een voldoende veiligheids-niveau te garanderen voor de burger als persoon, dan wel deel uitmakend van een groep. Het rijk heeft een risicokaart vervaardigd, waarop verschillende risicobronnen en risico-ontvangers zijn aangegeven. Om na te gaan of bij het planvoornemen ook aandachtspunten op het vlak van de externe veiligheid aanwezig zijn, is de risicokaart geraadpleegd.
Figuur 8. Fragment Risicokaart (Bron: w w w .risicokaart.nl)
In de nabijheid van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen of transportroutes voor gevaarlijke stoffen aanwezig. De dichtstbijzijnde risicovolle inrichting (gasleiding) ligt op een afstand van circa 650 meter. Conclusie
27
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
Ten aanzien van het aspect externe veiligheid is het planvoornemen uitvoerbaar.
4.5
Geluidhinder
In 1979 is de Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. De Wgh is er op gericht om de geluidhinder vanwege onder andere wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai te voorkomen en te beperken. De Wgh bepaalt dat de ‘geluidbelasting’ op gevels van woningen en andere geluidgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm. Industrielawaai en spoorweglawaai zijn niet aan de orde in en nabij het plangebied. Onderstaand is daarom enkel op wegverkeerslawaai ingegaan. Onderzoek Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk wanneer een geluidsgevoelig gebouw gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidszone. De nieuw te realiseren woningen bevinden zich binnen de geluidszone van de Groenedijk. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting op de gevel van de woningen en deze te toetsen aan de Wet geluidhinder. Toetsing van de karakteristieke geluidwering voor het vaststellen van de binnenwaarde van de woningen valt buiten het kader van dit onderzoek. In een zelfstandig rapport is het akoestisch onderzoek uitgewerkt met betrekking tot de geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai afkomstig van de Groenedijk op de gevels van de te realiseren woningen (Bijlage 8).
Uit het onderzoek blijkt dat de woningen voldoen aan de wettelijke eisen wat betreft het wegverkeerslawaai en dat sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. De Wgh verzet zich derhalve niet tegen de komst van de woningen. Conclusie Ten aanzien van het aspect geluidhinder is het planvoornemen uitvoerbaar.
4.6
Water
Op grond van artikel 3.1.6 Bro is de watertoets verplicht voor bestemmingsplannen. In een hierover op te nemen paragraaf dient te worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: ‘het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten’. Voor elk plan wordt in het kader van de watertoets bepaald wat het effect is op de waterhuishouding. Als verantwoordelijke instantie voor het waterbeheer in, en in de directe omgeving van, het plangebied hanteert Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) als uitgangspunt dat het bebouwen van landelijk gebied geen verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie mag betekenen. Daarom adviseert het hoogheemraadschap bij uitbreiding van verhard oppervlak compenserende maatregelen te nemen. Het hoogheemraadschap denkt daarbij aan vergroting van de bergingscapaciteit door bestaande waterlopen te verbreden of door nieuw
28
bestemmingsplan Rode Kool te Sint Maarten
oppervlaktewater aan te leggen. Tijdelijke berging van water door uitbreiding van het wateroppervlak creëert een grotere buffer in het systeem en daardoor een geringere peilstijging bij hevige regenval. De initiatiefnemer van het bouwplan is verantwoordelijk voor deze compenserende waterberging. Dat geldt zowel voor de financiering als voor de daadwerkelijke aanleg. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016.
Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Waterkwaliteit en riolering Binnen het plan is er geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). Dit betekent dat het HHNK voor de nieuwe ontwikkeling adviseren om een gescheiden stelsel aan te leggen. Dit is een verplichting vanuit het gemeentelijk beleid zodat aan dit advies wordt voldaan. Het Hoogheemraadschap adviseert om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen. In de nadere planuitwerkingen zal hier rekening mee worden gehouden. Over het planvoornemen heeft (voor)overleg plaatsgevonden met het HHNK en de gemeente Schagen. Onderstaand zijn de resultaten van die overleg weergegeven. Waterkwantiteit Uit het planvoornemen blijkt dat de realisatie van het plan een substantiële toename van verharding en bebouwing tot gevolg heeft.