2 GoFlo 8 oktober 2024
Tekst van het document
27
7.
Belangenafweging en conclusie
7.1
Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Met andere woorden is er – na een zorgvuldige belangenafweging – met het toestaan van de activiteit nog steeds sprake van een evenwichtige toedeling? Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. Om te kunnen beoordelen of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties bij de ontwikkeling van het plan op beide planlocaties, zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten nader onderzocht en afgewogen.
7.2
Participatie
De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie. Daarmee kunnen overheden namelijk op tijd belangen, meningen en creativiteit op tafel krijgen. De wet zegt over participatie: het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit. Met belanghebbenden bedoelt de wet burgers, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en bestuurders van overheden. In de Omgevingsregeling is een aanvraagvereiste participatie opgenomen. De initiatiefnemer moet aangeven of en zo ja, hoe hij aan participatie heeft gedaan. En wat de resultaten daarvan zijn. Het bevoegd gezag betrekt deze informatie bij de integrale belangenafweging. Voor de ontwikkeling van het plan heeft de initiatiefnemer mondeling overleg gehad met de omwonenden van de planlocatie. Voor alle omwonenden geldt dat zij kunnen instemmen met de ontwikkeling van het plan.
7.3
Adviesrecht gemeenteraad
De gemeenteraad kan onder de Omgevingswet adviseur zijn voor aanvragen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Dit adviesrecht geldt alleen voor aanvragen in gevallen die vooraf door de raad zijn aangewezen als situaties waarover men wenst te adviseren (artikel 4.21 Omgevingsbesluit). Het advies van de gemeenteraad is bindend: bij een negatief advies zal het college van burgemeester en wethouders de vergunning moeten weigeren. De gemeenteraad van Schagen heeft in een besluit aangegeven (bijlage 2) dat voor de realisatie van 18 appartementen binnen de bebouwde kom een bindend advies nodig is.
7.4
Vaststellingsprocedure
De aanvraag om de omgevingsvergunning heeft onder andere betrekking op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend omgevingsplan. Op de onderhavige aanvraag is 28
conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is acht weken. Op de verleende omgevingsvergunning kan bezwaar ingediend worden bij het bevoegd gezag dat het besluit heeft genomen. Wanneer iemand het niet eens is met het besluit op dat bezwaar, kan hij of zij nog in beroep gaan. In een beroepsprocedure geeft de rechter een oordeel over een besluit van het bevoegd gezag. In beginsel zal de rechtbank zich hierover buigen. Daarna kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
7.5
Conclusie
Op de planlocatie vindt een toekomstgerichte ontwikkeling plaats. Door het verwijderen van de bestaande bedrijfsbebouwing en de bouw van twee appartementengebouwen is er sprake van een ruimtelijke kwaliteitswinst. Bovendien wordt een horecalocatie uit een bestaand dorpslint verwijderd. Door het toevoegen van 18 appartementen aan de bestaande woningvoorraad wordt tegemoetgekomen aan een grote de behoefte op de woningmarkt. Dit is een gewenste ontwikkeling. De nieuwe woningen worden gerealiseerd in de dorpskern van ’t Zand, dicht bij vele voorzieningen. Een toename van het aantal inwoners zorgt er tevens voor dat de aanwezige voorzieningen binnen de dorpskern in de toekomst in stand kunnen worden gehouden. Voor de ontwikkeling van het plan zijn de aspecten voor de fysieke leefomgeving en het milieu beschouwd en hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn. Alles overwegende is de ontwikkeling aanvaardbaar.
29